Bijlage 3 bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied-West -Regels
Tekst van het document
bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen. 10.5
Afwijken van de gebruiksregels
10.5.1 Alternatieve vormen van horeca Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 onder a en b om andere vormen van horeca toe te staan met dien verstande dat deze milieuhygiënisch inpasbaar is.
89/166
Artikel 11
Maatschappelijk
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats': een begraafplaats; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk ‐ school': een (basis)school; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk ‐ kerk': een kerk; d. ter plaatse van de aanduiding 'verenigingsleven': een verenigingsgebouw; e. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij': een zorgboerderij waartoe tevens behoort een camping met ten hoogste 25 kampeerplaatsen, een kinderboerderij en ondergeschikte horeca; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk ‐ bezoekerscentrum': een bezoekerscentrum op het gebied van natuur; g. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: h. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad‐ en losvoorzieningen en toegangswegen. 11.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. de afstand van gebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; c. voorts geldt het volgende: type bouwwerk
binnen / buiten maximaal aantal bouwvlak per bouwvlak
hoofdgebouw bedrijfswoning
binnen
bijgebouwen bij de bedrijfswoning
maximale goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
1 3,5 m tenzij anders aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'
*
700 m3
binnen
‐
3m
5m
50 m2
overkappingen bij de binnen bedrijfswoning
‐
‐
3m
30 m2
bedrijfsgebouwen en binnen ‐overkappingen
‐
4,5 m
8m
bestaande, gezamenlijke oppervlakte
*een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt;
90/166
d. in afwijking van het bepaalde in lid c, geldt ter plaatse van de aanduiding ' specifieke vorm van maatschappelijk ‐ kerk' het volgende: 1. de goothoogte van het schip bedraagt ten hoogste 6,5 m; 2. de bouwhoogte van het schip bedraagt ten hoogste 16 m; 3. de bouwhoogte van de toren bedraagt ten hoogste 27 m; e. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste: 1. 1 m voor zover voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; 2. 2 m voor zover achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 11.3
Afwijken van de bouwregels
11.3.1 Uitbreiding bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2 onder c om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en ‐overkappingen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 11.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 11.4
Specifieke gebruiksregels
Beroep en bedrijf aan huis a. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.
91/166
Artikel 12
Natuur
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de instandhouding en versterking van aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden; b. instandhouding van de openheid; c. water en waterberging; alsmede voor: d. extensief recreatief medegebruik; e. ter plaatse van de aanduiding 'horeca': een restaurant bij wijze van nevenfunctie. 12.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van natuuronderhoud en ‐beheer, met een bouwhoogte van ten hoogste 2,5 m en een oppervlakte van ten hoogste 25m2 per gebouw of overkapping; b. overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, zijn uitsluitend toegestaan: 1. ten behoeve van extensief recreatief medegebruik , met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; 2. in de vorm van veekerende afrasteringen, met een bouwhoogte van ten hoogste 1,5 m. 12.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. het draineren van gronden; d. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; e. de aanleg van harde oeverbeschoeiingen, dammen of, stuwen; f. het verwijderen, kappen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het in werking treden van het plan aanwezig zijn; g. het planten van bomen of andere houtige gewassen, ter plaatse waar gronden hiermee niet beplant waren ten tijde van het in werking treden van het plan; h. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 200 m2, kavelpaden uitgezonderd; i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
92/166
12.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 12.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. 12.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 12.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de waarden zoals bedoeld in lid 12.1 sub a en b niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 12.4
Wijzigingsbevoegdheid
12.4.1 Duurzame ontwikkeling Fort Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone ‐ wijzigingsgebied Fort' nieuwe gebruiks‐ en bouwmogelijkheden toe te kennen aan het fort voor zover dit aansluit bij het Ontwikkelkader Forten 2017 en met inachtneming van het volgende: a. de nieuwe gebruiks‐ en bouwmogelijkheden dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; b. de cultuurhistorische waarden, waaronder de grotere samenhang met de Stelling van Amsterdam, worden niet onevenredig geschaad; c. de natuurwaarden worden niet onevenredig geschaad; d. het plan dient landschappelijk en stedenbouwkundig inpasbaar te zijn. 12.4.2 Uitwisseling met Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarden Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone ‐ wijzigingsgebied agrarisch met natuurwaarden' de bestemming Natuur wijzigen in de bestemming Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarde, met inachtneming van het volgende: a. planwijziging is uitsluitend mogelijk indien met hetzelfde besluit de bestemming wordt gewijzigd van gronden met een agrarische bestemming naar Natuur, waarbij de uitwisseling oppervlakteneutraal dient te zijn; b. verwerving dient op vrijwillige basis te geschieden; c. de bestemmingswijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.
93/166
Artikel 13
Recreatie ‐ Dagrecreatie dagrecreatieve voorziening
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie ‐ Dagrecreatie dagrecreatieve voorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dagrecreatieve voorzieningen; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 13.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan: a. één gebouw per bouwvlak, met een oppervlakte van ten hoogste 25 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. verlichtingsarmaturen met een bouwhoogte van ten hoogste 6 m; c. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m. 13.3 Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. nachtverblijf is niet toegestaan.
94/166
Artikel 14
Recreatie ‐ Dagrecreatie volkstuin
14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie ‐ Dagrecreatie volkstuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volkstuinen; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 14.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd met dien verstande dat uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan: a. gebouwen, uitsluitend op een volkstuinen met een oppervlakte van ten minste 250 m2, met dien verstande dat: 1. per tuin ten hoogste 1 gebouw is toegestaan; 2. de goothoogte van een gebouw ten hoogste 2,5 m bedraagt; 3. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 3 m bedraagt; 4. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 16 m2 bedraagt; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de teelt van voedings‐ en of siergewassen met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; c. gereedschapskisten, met dien verstande dat de oppervlakte ten hoogste 2 m2 bedraagt en de bouwhoogte ten hoogste 1,5 m bedraagt; d. afrasteringen met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m. 14.3 Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels: a. nachtverblijf is niet toegestaan.
95/166
Artikel 15
Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie appartement
15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie appartement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie‐appartementen ten behoeve van verblijfsrecreatie; b. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 15.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende: type bouwwerk
maximaal aantal maximale per bouwvlak goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
hoofdgebouw bedrijfswoning
1
3,5 m
*
700 m3
bijgebouwen bij de bedrijfswoning
‐
3m
5m
50 m2
overkappingen bij de ‐ bedrijfswoning
‐
3m
30 m2
recreatie‐apparteme 15 nten
4,5 m
8m
bestaand
4,5 m
8m
bestaand
bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen
‐
* een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt c. de afstand van bijgebouwen bij een bedrijfswoning tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; d. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
96/166
15.3
Afwijken van de bouwregels
15.3.1 Uitbreiding bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 15.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 15.4
Specifieke gebruiksregels
Permanente bewoning a. permanente bewoning van recreatie‐appartementen is niet toegestaan. Beroep of bedrijf aan huis b. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.
97/166
Artikel 16
Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie caravanpark
16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie caravanpark' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een park met standplaatsen voor stacaravans en chalets ten behoeve van verblijfsrecreatie, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend een parkeerterrein is toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'speelvoorziening' uitsluitend een speelterrein is toegestaan; b. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 16.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende: type bouwwerk
maximaal aantal maximale per bouwvlak goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte
3,5 m
*
700 m3
3m
5m
50 m2
overkappingen bij de ‐ bedrijfswoning
‐
3m
30 m2
stacaravans en chalets
3,3 m
4m
63 m2
‐
3m
‐
4,5 m
8m
bestaand
hoofdgebouw bedrijfswoning
bestaand
bijgebouwen bij de bedrijfswoning
‐
overkappingen bij stacaravans en chalets bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen
bestaand ‐
‐
* een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt c. de onderlinge afstand tussen stacaravans en/of chalets bedraagt ten minste 5 m; d. per stacaravan of chalet is een bijgebouw toegestaan met een maximumoppervlakte van 15 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
98/166
e. de gezamenlijke oppervlakte van de stacaravan of chalet en een eventueel bijgebouw bedraagt ten hoogste 35% van de oppervlakte van het perceel; f. de afstand van bijgebouwen bij een bedrijfswoning tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; g. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; h. de bouwhoogte van terreinafscheidingen tussen kavels bedraagt ten hoogste 2 m; i. de bouwhoogte van terreinafscheidingen langs paden bedraagt ten hoogste 1 m; j. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; k. herinrichting van de terreinen met stacaravans en chalets is toegestaan, waarbij in afwijking van het bepaalde onder b voor zover het de maximale oppervlaktematen betreft, de volgende regels met betrekking tot de oppervlaktes van kavels en gebouwen gelden: 1. de kavels dienen een minimale oppervlakte 150 m2 te hebben, waarbij de feitelijk ter beschikking zijnde kaveloppervlakte leidend is en de in eigendom zijnde grond buiten de kavel niet wordt meegerekend; 2. stacaravans en chalets op een kavel kleiner dan 200 m2 mogen een oppervlakte hebben van maximaal 40 m2 ; 3. stacaravans en chalets op een kavel groter dan 200 m2 mogen een oppervlakte hebben van maximaal 63 m2 . 16.3
Afwijken van de bouwregels
16.3.1 Uitbreiding bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 16.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 16.3.2 Onderlinge afstand stacaravans en/of chalets Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2 onder c om een kleinere onderlinge afstand tussen stacaravans en/of chalets toe te staan, met dien verstande dat hiervoor aanvullende brandwerende maatregelen zijn getroffen en hier door de brandweer (VRU) mee ingestemd wordt. 16.4 Specifieke gebruiksregels 16.4.1 Permanente bewoning a. permanente bewoning van een stacaravan of chalet is niet toegestaan. b. in afwijking van het bepaalde onder a, geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie ‐ persoonsgebonden overgangsrecht' dat het voor permanente bewoning gebruiken van de recreatiewoningen die zijn opgenomen in bijlage 5 mag worden voortgezet door de bestaande bewoners met een persoonsgebonden beschikking.
Zodra het gebruik voor permanente bewoning door de betreffende bewoners wordt beëindigd, vervalt het recht op het permanent bewonen van de betreffende recreatiewoning. Als bestaande bewoners worden aangemerkt de personen: 1. die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente De Ronde Venen als hoofdbewoner en diens partner staan ingeschreven op het betreffende perceel; 2. of waarvan op andere wijze vast staat dat die op het moment van het van kracht worden van deze regels als de hoofdbewoner en diens partner zijn aan te merken.
99/166
16.4.2 Beroep of bedrijf aan huis a. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.
100/166
Artikel 17
Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie kampeerterrein
17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een kampeerterrein; b. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 17.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende: type bouwwerk
maximaal aantal maximale per bouwvlak goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
hoofdgebouw bedrijfswoning
bestaand
3,5 m
*
700 m3
bijgebouwen bij de bedrijfswoning
‐
3m
5m
50 m2
‐
3m
30 m2
4,5 m
8m
bestaand
overkappingen bij de ‐ bedrijfswoning bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen
‐
* een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt c. de afstand van bijgebouwen bij een bedrijfswoning tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; d. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
101/166
17.3
Afwijken van de bouwregels
17.3.1 Uitbreiding bedrijfsgebouwen Uitbreiding bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen / centrale voorzieningen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 17.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 17.4 Specifieke gebruiksregels Permanente bewoning a. permanente bewoning van kampeermiddelen is niet toegestaan. Beroep of bedrijf aan huis b. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4.
in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.
102/166
Artikel 18
Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie recreatiewoning
18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie recreatiewoning' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatiewoningen ten behoeve van verblijfsrecreatie; b. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 18.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende: type bouwwerk
maximaal aantal per bouwvlak
recreatiewoning
bijgebouwen bij recreatiewoning
maximale goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
1, met dien 5,5 m verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' in plaats van een recreatiewoning ook een bedrijfswoning is toegestaan met dezelfde maatvoering
7m
200 m3
1 per ‐ recreatiewoning of bedrijfswoning
3m
35% van de oppervlakte van het perceel, met een maximum van 15 m2
c. solitaire recreatiewoningen mogen worden uitgebreid met inachtneming van het bepaalde onder a en b worden uitgebreid, maar niet verplaatst; d. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; e. de bouwhoogte van terreinafscheidingen tussen kavels bedraagt ten hoogste 2 m; f. de bouwhoogte van terreinafscheidingen langs paden bedraagt ten hoogste 1 m; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m;
103/166
18.3
Afwijken van de bouwregels
18.3.1 Uitbreiding recreatiewoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2 onder b om de oppervlakte van een recreatiewoning of bedrijfswoning uit te breiden met inachtneming van het volgende: a. na uitbreiding bedraagt de oppervlakte van de recreatiewoning of bedrijfswoning ten hoogste 250 m3; b. de recreatiewoning of bedrijfswoning dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; c. de uitbreiding dient landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. 18.3.2 Gebouwen buiten bouwvlak bij solitaire recreatiewoningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2 onder a en c om bij solitaire recreatiewoningen: a. een bijgebouw buiten het bouwvlak toe te staan; b. uitbreiding van de recreatiewoning tot buiten het bouwvlak toe te staan; c. verplaatsing van de recreatiewoning buiten het bouwvlak toe te staan; met inachtneming van het volgende: d. de recreatiewoning dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; e. de nieuwe positionering van de gebouwen dient landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn. 18.4
Specifieke gebruiksregels
18.4.1 Permanente bewoning a. permanente bewoning van een recreatiewoning is niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a, geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie ‐ persoonsgebonden overgangsrecht' dat het voor permanente bewoning gebruiken van de recreatiewoningen die zijn opgenomen in bijlage 5 mag worden voortgezet door de bestaande bewoners met een persoonsgebonden beschikking. Zodra het gebruik voor permanente bewoning door de betreffende bewoners wordt beëindigd, vervalt het recht op het permanent bewonen van de betreffende recreatiewoning. Als bestaande bewoners worden aangemerkt de personen: 1. die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente De Ronde Venen als hoofdbewoner en diens partner staan ingeschreven op het betreffende perceel; 2. of waarvan op andere wijze vast staat dat die op het moment van het van kracht worden van deze regels als de hoofdbewoner en diens partner zijn aan te merken.
104/166
18.4.2 Beroep of bedrijf aan huis a. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.
105/166
Artikel 19
Sport ‐ Golfbaan
19.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport ‐ Golfbaan' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een golfbaan; alsmede voor: b. detailhandel ten dienste van en ondergeschikt aan de functies als genoemd onder a; c. horeca ten dienste van en ondergeschikt aan de functies als genoemd onder a; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 19.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 4,5 m; c. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 8 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de bestaande oppervlakte; e. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 19.3
Afwijken van de bouwregels
19.3.1 Uitbreiding bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.2 onder d om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen te"vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 19.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 19.3.2 Bebouwing buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.2 onder a om bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, buiten het bouwvlak toe te staan voor zover dit landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar is.
106/166
Artikel 20
Sport ‐ Manege
20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport ‐ Manege' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege; b. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 20.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. voorts geldt het volgende: type bouwwerk
maximaal aantal maximale per bouwvlak goothoogte
maximale bouwhoogte
maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak
hoofdgebouw bedrijfswoning
bestaand
3,5 m
*
700 m3
bijgebouwen bij de bedrijfswoning
‐
3m
5m
50 m2
overkappingen bij de ‐ bedrijfswoning
‐
3m
30 m2
bedrijfsgebouwen en ‐ overkappingen
4,5 m
8m
gezamenlijke bestaande oppervlakte
* een bedrijfswoning wordt afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en hoogste 50° bedraagt;
ten
c. de afstand van een bedrijfswoning en van bijgebouwen bij een bedrijfswoning tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; d. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 6 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
107/166
20.3
Afwijken van de bouwregels
20.3.1 Uitbreiding bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.2 onder b om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en ‐overkappingen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 20.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 20.4
Specifieke gebruiksregels
Beroep en bedrijf aan huis a. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.
108/166
Artikel 21
Sport ‐ Sportterrein
21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport ‐ Sportterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een sportterrein; alsmede voor: b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 21.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 4,5 m; c. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 8 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de bestaande oppervlakte; e. de bouwhoogte van terreinverlichting bedraagt ten hoogste 15 m; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 21.3
Afwijken van de bouwregels
21.3.1 Uitbreiding bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2 onder d om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en ‐overkappingen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 21.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 21.3.2 Bebouwing buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2 onder a om bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, buiten het bouwvlak toe te staan voor zover dit landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar is.
109/166
Artikel 22
Tuin ‐ Landschappelijk
22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin ‐ Landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. groen en water; c. behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden in de vorm van: 1. openheid; 2. verkavelingspatronen. 22.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van erfafscheidingen, met een bouwhoogte van ten hoogste 1 m. 22.3 Specifieke gebruiksregels Deze gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. 22.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
22.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Tuin ‐ Landschappelijk zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; b. de aanleg van harde oeverbeschoeiingen, dammen of, stuwen; c. het verwijderen, kappen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het in werking treden van het plan aanwezig zijn; d. het planten van bomen of andere houtige gewassen, ter plaatse waar gronden hiermee niet beplant waren ten tijde van het in werking treden van het plan; e. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 50 m2, paden uitgezonderd. 22.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 22.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
22.4.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 22.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschapswaarden zoals bedoeld in lid 22.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
110/166
Artikel 23
Verkeer
23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer ‐ onverhard' uitsluitend onverharde wegen zijn toegestaan; b. voet‐ en fietspaden; alsmede voor: c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, faunapassages, nutsvoorzieningen, reclame‐uitingen en water. 23.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bruggen zijn toegestaan met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte ten hoogste 5 m bedraagt; 2. de doorvaarhoogte ten hoogste 3 m bedraagt; 3. de breedte ten hoogste 10 m bedraagt; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw en geen brug zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt ten hoogste 3 m. 23.3 Wijzigingsbevoegdheden 23.3.1 Wijziging naar bestemming Bedrijf t.b.v. loswal Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Verkeer' ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone ‐ wijzigingsgebied loswal' wijzigen naar 'Bedrijf' ten behoeve van het gebruik als loswal, met inachtneming van het volgende: a. de loswal dient enkel te worden gebruikt ten behoeve van het bedrijf aan de Amstelkade 118; b. in de regels of op de verbeelding moet worden verduidelijkt dat de bestemmingsvlakken van de loswal en het naastgelegen bedrijf aan de Amstelkade 118 zijn gekoppeld; c. bebouwing is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het gebruik als loswal; d. er wordt geen bouwvlak opgenomen; e. er moet worden aangetoond dat de wijziging niet leidt tot onevenredige belemmeringen voor het verkeer en de verkeersveiligheid; f. er moet worden aangetoond dat het gebruik als loswal milieuhygiënisch inpasbaar is.
111/166
Artikel 24
Water
24.1 Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishoudkundige doeleinden; b. waterstaatkundige en/of verkeersdoeleinden; c. sluizen en andere waterstaatkundige kunstwerken; alsmede voor: d. recreatief medegebruik; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ historisch schip': een ligplaats voor een historisch schip; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ historisch schip ‐ De Hoef': een ligplaats voor historisch schip ‐ De Hoef; g. behoud, versterking en ontwikkeling van natuurwaarden in de vorm van: 1. grote open wateren, sloten en slootkanten, oevers, moeras en natte voedselarme graslanden; h. behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden in de vorm van: 1. openheid; 2. verkavelingspatronen. 24.2
Bouwregels
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat in uitzondering daarop bestaande bruggen, steigers, openbare aanlegplaatsen, sluizen en andere waterstaatkundige kunstwerken zijn toegestaan. 24.3 Afwijken van de bouwregels 24.3.1 Bruggen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.2 om nieuwe bruggen toe te staan met inachtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van de brug bedraagt ten hoogste 5 m; b. de breedte van de brug bedraagt ten hoogste 10 m; c. de vaarwegbeheerder dient advies te hebben uitgebracht. 24.3.2 Openbare aanlegplaats Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.2 om nieuwe steigers ten behoeve van openbare aanlegplaatsen toe te staan met inachtneming van het volgende: a. steigers zijn niet toegestaan in rietkragen en groene oeverzones met een breedte van meer dan 2 m; b. de lengte van de steiger bedraagt ten hoogste 2 m en de breedte bedraagt ten hoogste 1 m; c. de hoogte van de steiger gemeten vanaf het wateroppervlak (streefpeil) bedraagt ten hoogste 0,75 m; d. per steiger zijn ten hoogste 2 meerpalen toegestaan met een onderlinge afstand van ten hoogste 4m; e. de steiger dient 'onderloops' te zijn, wat inhoudt dat het water onder de steiger en het plankier vrije doorloop moet hebben;
112/166
f.
de bouw van de steiger mag geen onevenredige schade aanbrengen aan ter plaatse aanwezige rietkragen of andere met oever‐ en moerasplanten begroeide oevers; g. de steiger wordt bij voorkeur gerealiseerd in combinatie met een natuurvriendelijke inrichting achter de steiger; h. de vaarwegbeheerder dient advies te hebben uitgebracht. 24.4 Specifieke gebruiksregels Permanente of recreatieve bewoning van het historisch schip als bedoeld in lid 24.1 onder e is niet toegestaan. 24.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
24.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem; c. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; d. het draineren van gronden; e. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; f. het verwijderen, kappen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het in werking treden van het plan aanwezig zijn; g. het planten van bomen of andere houtige gewassen, ter plaatse waar gronden hiermee niet beplant waren ten tijde van het in werking treden van het plan; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 24.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 24.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. 24.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 24.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur‐ en landschapswaarden zoals bedoeld in lid 24.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
113/166
Artikel 25
Wonen
25.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning, niet zijnde een drijvende woning, woonschip of een stacaravan/chalet; in afwijking van het bepaalde onder a: b. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van wonen ‐ drijvende woning' en 'specifieke vorm van wonen ‐ drijvende woning 1': het wonen, uitsluitend in een drijvende woning; c. ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats': een ligplaats voor een woonschip; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – historisch schip': een ligplaats voor een historisch schip; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ standplaats': het wonen, uitsluitend in een stacaravan of chalet; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ kantoor': uitsluitend het gebruik als kantoor in de vorm van een beroep aan huis; alsmede voor: g. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch ‐ agrarisch hobbybedrijf ‐schapenhouderij’: tevens voor een agrarisch hobbybedrijf met een maximum aantal van 49 schapen; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ molenstomp': een molenstomp; i. ter plaatse van de aanduiding 'garagebox': garageboxen; j. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, en toegangswegen. 25.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 25.2.1 Woningen Ten aanzien van woningen als bedoeld in lid 25.1 onder a, gelden de volgende regels: Algemeen a. per bouwvlak is ten hoogste 1 woning toegestaan, tenzij: 1. anders aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; 2. de aanduiding 'twee‐aaneen' is opgenomen, in dat geval zijn als gevolg van woningsplitsing 2 woningen aaneen toegestaan.
114/166
Hoofdgebouwen b. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' geen hoofdgebouwen zijn toegestaan; c. de inhoud van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 700 m3; d. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3,5 m; e. hoofdgebouwen worden afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt; f. in afwijking van het bepaalde onder c, d en e, geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ bestaand hoofdgebouw' dat uitsluitend de bestaande maatvoering van het hoofdgebouw is toegestaan; g. de afstand van hoofdgebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; Bijgebouwen en overkappingen h. bijgebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, voor zover ten minste 3 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; i. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bedraagt per woning ten hoogste 50 m2; j. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; k. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; l. in afwijking van het bepaalde onder h en j mag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch ‐ agrarisch hobbybedrijf schapenhouderij’: 1.
de totale gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen ten behoeve van de woonfunctie én bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor een agrarisch hobbybedrijf 335 m2 bedragen onder voorwaarde dat het agrarisch hobbybedrijf beschikt over ten minste 5.000 m2 grond; 2. de maximale bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor het agrarisch hobbybedrijf 9 meter bedragen. m. in afwijking van het bepaalde onder g en h geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ gebouwen toegestaan' het bestaande oppervlak aan bijgebouwen en overkappingen is toegestaan; n. de gezamenlijke oppervlakte aan overkappingen bedraagt per woning ten hoogste 30 m2; o. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. Overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde p. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, bedraagt: 1. pergola's en speeltoestellen: 3 m; 2. overige bouwwerken, voor zover voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw: 1 m; 3. overige bouwwerken, voor zover achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw: 2 m.
115/166
25.2.2 Drijvende woningen Ten aanzien van drijvende woningen als bedoeld in lid 25.1 onder b, gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak is ten hoogste 1 drijvende woning toegestaan, tenzij anders aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal drijvende woningen'; b. de onderlinge afstand tussen drijvende woningen bedraagt tenminste 5 m; c. de lengte en breedte van een drijvende woning bedragen niet meer dan resp. 18 en 6 m; d. de goothoogte van een drijvende woning, gemeten vanaf de waterlijn, bedraagt ten hoogste 3,5 m; e. de bouwhoogte van een drijvende woning , gemeten vanaf de waterlijn, bedraagt ten hoogste 4 m; f. per drijvende woning bedraagt de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak ten hoogste: 1. 10 m2, wanneer in het betreffende bouwvlak 1 drijvende woning is toegestaan; 2. 33 m2, wanneer in het betreffende bouwvlak meerdere drijvende woningen zijn toegestaan; g. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; h. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; i. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; j. de diepgang van een drijvende woning bedraagt niet meer dan 1,5 m, tenzij het vaarwegprofiel een grotere diepgang toestaat; k. bij drijvende woningen zijn loopranden toegestaan rondom de drijvende woning , met een breedte van ten hoogste 80 cm; l.
ter plaatse van de aanduiding 'garagebox' zijn 80 garageboxen toegestaan, waarbij de bestaande goothoogtes, bouwhoogtes en oppervlaktes als maximaal toelaatbaar gelden.; m. in afwijking van het bepaalde onder sub c, d en e van dit artikel is ter plaatse van 'specifieke vorm van wonen ‐ drijvende woning 1' de aanwezige maatvoering van de bestaande bebouwing toegestaan. 25.2.3 Stacaravans en chalets Ten aanzien van stacaravans en chalets als bedoeld in lid 25.1 onder ec, geldt het volgende: a. per aanduiding ' specifieke vorm van wonen ‐ standplaats' is ten hoogste 1 stacaravan of chalet toegestaan binnen het bouwvlak; b. de oppervlakte van een stacaravan of chalet bedraagt ten hoogste 50 m2; c. de bouwhoogte van een stacaravan of chalet bedraagt ten hoogste 3,5 m; d. per stacaravan of chalet is 1 bijgebouw toegestaan; e. de oppervlakte van een bijgebouw mag per standplaats ten hoogste 15 m2 bedragen; f. indien op een standplaats de aanduiding 'bijgebouw' is opgenomen, zijn bijgebouwen alleen ter plaatse van deze aanduiding toegestaan, waarbij in afwijking van het bepaalde onder d en e het bestaande aantal en de bestaande oppervlakte als maximum geldt; g. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen bedraagt ten hoogste 30 m2; h. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; i. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; j.
de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; k. in verband met de brandveiligheid mag de onderlinge afstand tussen stacaravans/chalets ten minste 5 m bedragen.
116/166
25.3
Afwijken van de bouwregels
25.3.1 Vergroten hoofdgebouw Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.1 sub c om de inhoud van woningen te vergroten tot 900 m3 met inachtneming van het volgende: a. er dient ten minste 500 m2 aan bebouwing op het bouwperceel te worden gesloopt; b. uit een beeldkwaliteitsparagraaf en op basis van een adequate landschappelijke inpassing blijkt dat sprake is van een op de betreffende locatie passende ontwikkeling. 25.3.2 Grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.1 sub h om een grotere oppervlaktemaat aan bijgebouwen toe te staan bij sloop van bestaande bijgebouwen met inachtneming van het volgende: 1. de oppervlakte aan bijgebouwen per woning bedraagt ten hoogste 50 m2, vermeerderd met 50% van het meerdere van 50 m2 aan bedrijfsgebouwen dat wordt gesloopt. 25.3.3 Overschrijden toegestane bouwhoogte voor bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.1 sub j om een hogere bouwhoogte voor bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. het bijgebouw moet visueel en voor wat betreft het gebruik ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw; b. een grotere hoogte wordt uitsluitend toegestaan voor bijgebouwen op minimaal 2,5 m uit de perceelsgrens; c.
belangen van derden (inval van licht en uitzicht) mogen niet in onevenredige mate worden geschaad; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen. 25.3.4 Toestaan extra woning bij sloop bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.1 sub a om extra woningen toe te staan met inachtneming van het volgende: a. een extra woning is uitsluitend toegestaan in combinatie met de sloop van alle (voormalige) bedrijfsgebouwen, met een verhouding als in onderstaande tabel weergegeven: aantal extra woningen bedrijfsgebouwen, geen kassen zijnde = of > 1.000 m2 en < 2.500 m2
1
2
= of > 2.500 m en < 4.000 m
2
2
3
2
= of > 4.000 m
kassen, uitgezonderd kassen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone ‐ glastuinbouwconcentratiegebied' per 5.000 m2 b. de extra woning dient milieu‐hygiënisch inpasbaar te zijn; c. de extra woning dient te worden voorzien van adequate landschappelijke inpassing.
117/166
1
25.3.5 Toestaan extra woning bij woningsplitsing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.1 sub a om een extra woning toe te staan in het geval van splitsing van voormalige boerderijen, waaronder wordt verstaan een voormalige agrarische bedrijfswoning met in de hoofdbouwmassa opgenomen bedrijfsruimten, die samen een stedenbouwkundige eenheid vormen, met inachtneming van het volgende: a. de te splitsen (voormalige) boerderij dient een inhoud te hebben van minimaal 900 m³; b. het bestaande grondoppervlak van het hoofdgebouw mag niet worden vergroot; c. de splitsing mag niet leiden tot twee separate – vrijstaande ‐ woningen; d. de splitsing mag geen schade toebrengen aan eventuele architectonische en cultuurhistorische waarden van het pand; e. de extra woning dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; f. na splitsing mag elke woning 50 m² aan bijgebouwen hebben. 25.3.6 Onderlinge afstand stacaravans en/of chalets Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2.3 onder k om een kleinere onderlinge afstand tussen stacaravans en/of chalets toe te staan, met dien verstande dat hiervoor aanvullende brandwerende maatregelen zijn getroffen en hier door de brandweer (VRU) mee ingestemd wordt.
25.3.7 Afwijken van de minimale afstand van hoofdgebouwen tot perceelsgrenzen In afwijking van artikel 25.2.1 onder g is het bouwen van gebouwen tot op de perceelsgrens toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de belangen van rechthebbenden van aan deze perceelsgrens liggende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden mogen niet onevenredig worden beperkt; en c. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuur‐ en landschapswaarden. 25.3.8 Afwijken van de toegestane maatvoering voor drijvende woningen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 25.2.2 onder m een grotere maatvoering toestaan voor drijvende woningen, mits aangetoond wordt dat dit vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. 25.4
Specifieke gebruiksregels
25.4.1 Beroep of bedrijf aan huis a. bij woningen, stacaravans, chalets en woonschepen inbegrepen, is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten;
118/166
4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden: de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2; een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd; 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen. 25.4.2 Combinatie aanduidingen woonschip en historisch schip Indien de aanduidingen 'woonschepenligplaats' en 'specifieke vorm van wonen – historisch schip' gezamenlijk voorkomen, is ter plaatse ten hoogste 1 woonschip zijnde/of een historisch schip toegestaan. 25.4.3 Voorwaardelijke verplichting ‐ De Hoef Oostzijde 27 De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – agrarisch hobbybedrijf schapenhouderij’ mogen enkel worden gebruikt indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. ten noorden van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – agrarisch hobbybedrijf schapenhouderij’ en tot aan de openbare weg (De Hoef Oostzijde) is het perceel ingericht als hoogstamboomgaard met minimaal 10 fruitbomen; b.
de gronden ten zuiden van het bouwvlak en tot aan de openbare weg (De Hoef Oostzijde) zijn geheel ingericht als open grasweide zonder verharde delen zoals paden en terrassen, en de bestaande inrit verwijderd is en blijft; c. er is uitvoering gegeven aan de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 6 opgenomen Landschapsplan, of volgens een inrichtingsschets die vanuit een oogpunt van landschaps‐ en ervenontwerp eenzelfde niveau van ruimtelijke kwaliteit garandeert. 25.4.4 Voorwaardelijke verplichting ‐ Hoofdweg 74 Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ voorwaardelijke verplichting 1' is de ingebruikname van een tweede woning uitsluitend toegestaan indien er binnen 1 jaar na ingebruikname uitvoering is gegeven aan de landschapsmaatregelen conform de in Bijlage 7 opgenomen inrichtingsschets, en deze nadien als zodanig in stand worden gehouden. 25.4.5 Voorwaardelijke verplichting ‐ Mennonietenbuurt 116A Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ voorwaardelijke verplichting 3' is de ingebruikname van een woning uitsluitend toegestaan indien er: a. voor aanvang van de daarvoor benodigde bouw‐ en aanlegwerkzaamheden aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd waaruit de geschiktheid van de gronden voor het woongebruik blijkt; b.
binnen 1 jaar na ingebruikname uitvoering is gegeven aan de landschapsmaatregelen conform de in Bijlage 10 opgenomen inrichtingsschets, en deze nadien als zodanig in stand worden gehouden.