CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied-West -Regels

Politieke commissie 15 februari 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied-West30.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

62/166

3.7.3 Vergroting bouwvlak grondgebonden agrarische bedrijven Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om binnen de aanduidingen 'overige zone ‐ landbouwgebied' en 'overige zone ‐ landbouwkerngebied' de uitbreiding van het bouwvlak van volwaardige grondgebonden agrarische bedrijven toe te staan met inachtneming van het volgende: a. de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt na uitbreiding ten hoogste 1,5 ha; b. het huidige bestemmingsvlak biedt, ook in geval van vormverandering, geen ruimte voor de beoogde uitbreiding; c. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; d. het agrarisch bedrijf kent een mate van grondgebondenheid van ten hoogste 2,5 GVE per hectare; e. de voorwaarde onder d kan buiten beschouwing gelaten worden indien het bedrijf niet voldoet aan het maximum van 2,5 GVE per hectare maar: 1. het bedrijf kan aantonen dat sprake is van een grondgebonden veehouderij en het bedrijf op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage levert aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied, of 2. het bedrijf met een bedrijfsplan aantoont dat het bedrijf binnen 3 jaar door aankoop of pachten van grond naar maximaal 2,5 GVE per ha toegroeit; f. de uitbreiding van het bouwvlak niet is toegestaan ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen; g.

het agrarisch bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; h. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; i. de in lid 3.1 genoemde landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; j. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. 3.7.4 Uitbreiding kassen buiten glastuinbouwconcentratiegebied Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om buiten de aanduiding 'overige zone ‐ glastuinbouwconcentratiegebied' de uitbreiding van kassen bij volwaardige bestaande glastuinbouwbedrijven toe te staan met inachtneming van het volgende: a. de oppervlakte van het aanduidingsvlak na uitbreiding ten hoogste 1,5 ha bedraagt; b. het huidige aanduidingsvlak biedt, ook in geval van vormverandering, geen ruimte voor de beoogde uitbreiding van kassen; c. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; d. het glastuinbouwbedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; e. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het aanduidingsvlak; f. de in lid 3.1 genoemde landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; g.

ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast.

63/166

3.7.5 Vervolgfuncties bij bedrijfsbeëindiging Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om in geval van algehele beëindiging van een agrarisch bedrijf de volgende vervolgfuncties toe te staan: a Wonen deze vervolgfunctie is toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. door de initiatiefnemer is aangetoond dat het agrarisch gebruik is beëindigd; 2. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het aantal voormalige bedrijfswoningen; 3. voormalige bedrijfsgebouwen mogen als bijgebouw behouden blijven. In geval van herbouw of nieuwbouw van bijgebouwen, bedraagt de oppervlakte aan bijgebouwen ten hoogste 50 m2, vermeerderd met 50% van het meerdere van 50 m2 aan bedrijfsgebouwen dat wordt gesloopt; 4. de inhoud van een voormalige bedrijfswoning kan worden verruimd tot 900 m3 in geval van sloop van tenminste 500 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen van het bedrijf en uit een beeldkwaliteitsparagraaf en op basis van een adequate landschappelijke inpassing blijkt dat sprake is van een op de betreffende locatie passende ontwikkeling; 5. het toegestane aantal woningen als bedoeld bij sub 2 kan worden vermeerderd in geval van sloop van alle bedrijfsgebouwen met de volgende oppervlakte: aantal extra woningen bedrijfsgebouwen, geen kassen zijnde = of > 1.000 m2 en < 2.500 m2

1

= of > 2.500 m2 en < 4.000 m2

2

2

3

= of > 4.000 m

kassen, uitgezonderd kassen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone ‐ glastuinbouwconcentratiegebied' per 5.000 m2

1

6. oppervlakte van te slopen bedrijfsgebouwen die eenmaal is aangewend bij sub 3, sub 4 of sub 5 komt niet meer in aanmerking voor toepassing bij de twee andere genoemde bepalingen; 7. de vervolgfunctie is milieuhygiënisch inpasbaar; 8. in het geval van toevoeging van woningen, als bedoeld onder e, dient er te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; 9. de in lid 3.1 genoemde landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

64/166

b Overige vervolgfuncties Vervolgfuncties anders dan wonen zijn toegestaan met inachtneming van het volgende: a. door de initiatiefnemer is aangetoond dat het agrarisch gebruik is beëindigd; b. met uitzondering van monumenten, karakteristieke bebouwing en de bedrijfswoning, wordt de oppervlakte van de overige bedrijfsgebouwen gereduceerd met ten minste 50%, tenzij: 1. het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening en er geen nieuwe bebouwing wordt opgericht anders dan ter vervanging van bestaande bebouwing. Verdere nieuwe bebouwing is alleen mogelijk wanneer de nieuwe bebouwing ruimtelijk aanvaardbaar is en deze noodzakelijk is voor een goede zorgverlening; 2. het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve belevingsmogelijkheden waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; 3. het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; 4. het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied; 5. extra natuur wordt gerealiseerd binnen de Groene contour van de provincie. c.

bij de uitzonderingssituaties als bedoeld bij sub a onder 1 t/m 5 dient per saldo sprake te zijn van verhoging van de ruimtelijke kwaliteit: d. het bestaande aantal bedrijfswoningen is toegestaan; e. de vervolgfunctie is milieuhygiënisch inpasbaar; f. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; g. de in lid 3.1 genoemde landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; h. de vervolgfuncties zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan. 3.7.6 Realisatie nieuwe natuur Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om de aanleg van nieuwe natuur mogelijk te maken met inachtneming van het volgende: a. een besluit tot planwijziging wordt niet eerder genomen dan nadat de betrokken gronden in eigendom zijn overgedragen aan een terreinbeherende instantie dan wel via particulier natuurbeheerschap worden gerealiseerd; b. verwerving dient op vrijwillige basis te geschieden; c. de bestemmingswijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

65/166

Artikel 4

Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarden

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarden aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. niet‐grondgebonden agrarische bedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'niet grondgebonden'; c. glastuinbouwbedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'; d. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; e. het wonen in een plattelandswoning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ plattelandswoning'; alsmede voor: f. extensief recreatief medegebruik; g. de volgende vormen van nevengebruik: 1. bestaande, legale nevenfuncties; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch ‐ nevenfunctie niet‐grondgebonden veehouderij': niet‐grondgebonden veehouderij ; 3. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal nachtverblijven': het genoemde aantal eenheden voor recreatief nachtverblijf; 4. ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf': een kinderdagverblijf; 5. een kampeerterrein van ten hoogste 15 kampeermiddelen voor de locaties zoals opgenomen in Bijlage 11 van de regels. h. behoud, versterking en ontwikkeling van natuurwaarden in de vorm van: 1. grote open wateren, sloten en slootkanten, oevers, moeras en natte voedselarme graslanden; 2. houtkades, bos en struweel en droge zandgronden; 3.

weidevogelgebied; i. behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden in de vorm van: 1. openheid; 2. verkavelingspatronen; j. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad‐ en losvoorzieningen en toegangswegen. 4.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1 Binnen bouwvlak Binnen het bouwvlak gelden de volgende bouwregels: a. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met het voorbehoud dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'kas' uitsluitend kassen zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ kuilvoerplaat' uitsluitend kuilvoerplaten zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie ‐ recreatief nachtverblijf' uitsluitend bebouwing ten behoeve van de nevenfunctie recreatief nachtverblijf is toegestaan;

66/166

4. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' uitsluitend bebouwing ten behoeve van de nevenfunctie restaurant is toegestaan; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ veldschuur' uitsluitend de bestaande gebouwen met de bestaande maatvoering zijn toegestaan; b. de afstand van gebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m, met uitzondering van de afstand van kassen tot zijdelingse perceelsgrenzen, deze bedraagt ten minste 1 m; c. voorts geldt het volgende: type bouwwerk

maximaal aantal per maximale bouwvlak goothoogte

maximale bouwhoogte

maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak

hoofdgebouw bedrijfswoning

1 3,5 m tenzij anders aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'

*

700 m3

bijgebouwen bij de bedrijfswoning

‐

3m

5m

50 m2

overkappingen bij de bedrijfswoning

‐

‐

3m

30 m2

kassen ter plaatse van de ‐ aanduiding 'glastuinbouw'

5,5 m

8m

volledig bouwvlak

(ondersteunende) kassen elders

‐

5,5 m

8m

500 m2

overige bedrijfsgebouwen en ‐overkappingen

‐

5,5 m

8m

volledig bouwvlak

bedrijfswoning

bedrijfsgebouwen

*een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt; d. voor de eenheden voor recreatief nachtverblijf ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal nachtverblijven' geldt de bestaande maatvoering als ten hoogste toelaatbaar; e. paardenbakken zijn toegestaan; f. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste: 1. 1 m voor zover voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; 2. 2 m voor zover achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; g. de bouwhoogte van damwanden bedraagt ten hoogste 4 m; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 12 m.

67/166

4.2.2 Buiten bouwvlak Buiten het bouwvlak is uitsluitend de volgende bebouwing toegestaan: a. veekerende afrasteringen met een bouwhoogte van ten hoogste 1,5 m; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van extensief recreatief medegebruik met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; c. bruggen met een breedte van ten hoogste 4 m en een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; d. permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'fruitteelt', met een bouwhoogte van ten hoogste 6 m; e. paardenbakken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding ‐ paardenbak', waarbij de hoogte van de omheining ten hoogste 1,5 mag bedragen en lichtmasten uitsluitend zijn toegestaan met de bestaande maatvoering. 4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Paardenbakken buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 om paardenbakken buiten het bouwvlak toe te staan, met dien verstande dat deze afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is op hobbymatige paardenbakken en met inachtneming van het volgende: a. de afstand tussen de paardenbak en (bedrijfs)woningen van derden bedraagt ten minste 25 m; b. de paardenbak dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; c. de hoogte van de omheining bedraagt ten hoogste 1,5 m; d. de hoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 6 m; e. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; f. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. g. de paardenbak dient op landschappelijk adequate wijze te worden ingepast. 4.3.2 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 om tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van tijdelijke, teeltondersteunende voorzieningen bedraagt ten hoogste 7 m; b. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; c.

ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast.

68/166

4.3.3 Permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 om bij bestaande fruitteeltbedrijven de permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak uit te breiden, met inachtneming van het volgende: a. de permanente teeltondersteunende voorzieningen worden uitgebreid vanuit en in aansluiting op een aanduidingsvlak met de aanduiding 'fruitteelt'; b. de bouwhoogte van permanente teeltondersteunende voorzieningen bedraagt ten hoogte 6 m; c. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast; e. de permanente teeltondersteunende voorzieningen dienen op landschappelijk adequate wijze te worden ingepast. 4.3.4 Overschrijding toegestane bouwhoogte voor bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 sub c om een hogere bouwhoogte voor bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. het bijgebouw moet visueel en voor wat betreft het gebruik ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw; b.

een grotere hoogte wordt uitsluitend toegestaan voor bijgebouwen op minimaal 2,5 m uit de perceelsgrens; c. belangen van derden (inval van licht en uitzicht) mogen niet in onevenredige mate worden geschaad; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen. 4.3.5 Overschrijding toegestane goot‐ en bouwhoogte voor kassen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder c, om de maximale goot‐ en/of bouwhoogte voor kassen ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' te overschrijden, met inachtneming van het volgende: a. de goothoogte van kassen mag ten hoogste 7 m bedragen; b. de bouwhoogte van kassen mag ten hoogste 10 m bedragen; c. de kassen dienen op landschappelijk adequate wijze te worden ingepast; d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. 4.3.6 Overschrijding toegestane goot‐ en bouwhoogte voor overige bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder c om de voor overige bedrijfsgebouwen bepaalde maximale goot‐ en/of bouwhoogte te overschrijden, met inachtneming van het volgende: a. het gebouw mag niet meer dan één bouwlaag hebben; b. de goothoogte van overige bedrijfsgebouwen mag ten hoogste 8 m bedragen; c.

de bouwhoogte van overige bedrijfsgebouwen mag ten hoogste 12 m bedragen; d. de overschrijding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; e. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; f. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast.

69/166

4.3.7 Tijdelijke woongelegenheid rustende boer Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 om toe te staan dat de bestaande bedrijfswoning bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt verbouwd of uitgebreid voor het toevoegen van een extra wooneenheid, met dien verstande dat: a. dit noodzakelijk is om tijdelijke woongelegenheid te scheppen voor een rustende boer; b. de woongelegenheid inpandig wordt gerealiseerd of door middel van een uitbreiding die beperkt blijft tot 10% van de bestaande vloeroppervlakte van de bedrijfswoning; c. in afwijking van het bepaalde onder b, de uitbreiding maximaal 200 m3 mag bedragen, indien kan worden aangetoond dat een uitbreiding met 10% niet voldoende is; d. de afwijking voor de extra wooneenheid strikt persoonsgebonden is: de extra wooneenheid mag, na het beëindigen van de bewoning door de rustende boer, geen zelfstandige wooneenheid gaan vormen; e. de tijdelijke woonvoorziening milieuhygiënisch inpasbaar is; f. de omgevingsvergunning niet wordt verleend indien op het perceel reeds twee of meer woningen aanwezig zijn. 4.3.8 Kleinschalige windenergievoorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalige windenergievoorzieningen, met dien verstande dat: a.

de hoogte van kleinschalige windenergievoorzieningen niet meer dan 20 m mag bedragen; b. de hoogte van kleinschalige windenergievoorzieningen op gebouwen niet meer dan 7,5 m mag bedragen; c. kleinschalige windenergievoorzieningen waarvoor een milieuvergunning noodzakelijk is niet zijn toegestaan; d. de windenergievoorziening wordt gebruikt ten dienste van de hoofdbestemming; e. de windenergievoorziening wordt geplaatst binnen het geldende bouwvlak van de hoofdbestemming; f. de aanwezige natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; g. de landschappelijke waarden, zoals benoemd in 4.1, niet onevenredig mogen worden aangetast. h. indien de windenergievoorziening wordt geplaatst op of bij een monument, er een positief advies dient te zijn van de gemeentelijke monumentencommissie. 4.3.9 Schuilstallen en agrarische hulpgebouwen buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 ten behoeve van het toestaan van schuilgelegenheden en andere agrarische hulpgebouwen buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²; b. de hoogte maximaal 2,5 m bedraagt; c. bedoelde bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van een binnen een bouwvlak gevestigd, volwaardig agrarisch bedrijf en deze bebouwing noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering; d.

de rijafstand van het gebouwtje tot het bouwvlak minimaal 500 m bedraagt; e. de aanwezige natuur‐ en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast; f. de bebouwing landschappelijk wordt ingepast.

70/166

4.4

Specifieke gebruiksregels

Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende specifieke gebruiksregels: Bedrijfsvoering a. per bouwvlak is ten hoogste 1 agrarisch bedrijf toegestaan, met dien verstande dat bouwvlakken die middels een koppelteken op de verbeelding aan elkaar gekoppeld zijn gezamenlijk als één bouwvlak worden aangemerkt; b. omschakeling naar een grondgebonden veehouderij is uitsluitend toegestaan voor niet‐grondgebonden veehouderijen. Ter verduidelijking zijn de bestaande grondgebonden veehouderijen opgenomen in Bijlage 1 en de bestaande niet‐grondgebonden veehouderijen in Bijlage 2; c. omschakeling naar een niet‐grondgebonden veehouderij is niet toegestaan. Ter verduidelijking zijn de bestaande niet‐ grondgebonden veehouderijen opgenomen in Bijlage 2; d. wijziging van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen is uitsluitend toegestaan indien aan één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: 1. de wijziging is op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan reeds vergund door middel van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (of diens voorganger: de Natuurbeschermingswet 1998); 2. de wijziging leidt niet tot een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000; 3.

de wijziging leidt wel tot een overschrijding dan wel verdere overschrijding van de kritische depositiewaarden voor verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000, maar de depositietoename, in cumulatie met andere projecten of handeling binnen dezelfde inrichting in de periode waarvoor het PAS‐programma geldt, overschrijdt de PAS‐grenswaarde niet; e. dierenverblijven zijn uitsluitend toegestaan op één en dezelfde bouwlaag; f. opslag van goederen is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Nevenfuncties g. een niet‐grondgebonden veehouderij bij wijze van nevenfunctie als bedoeld in lid 4.1 onder g is uitsluitend toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. de oppervlakte van (delen van) gebouwen in gebruik voor niet‐grondgebonden veehouderij als nevenfunctie bedraagt per bedrijf ten hoogste de oppervlaktemaat als in onderstaande tabel weergegeven; type niet‐grondgebonden veehouderij als nevenfunctie

maximum oppervlakte

vleesvarkens

2.240 m2

zeugen

1.050 m2

leghennen (legbatterij)

700 m2

leghennen (volièrestal)

600 m2

leghennen (scharrelstal)

1.625 m2

vleeskuikens (grondstal)

2.240 m2

vleeskalveren, uitsluitend toegestaan ter plaatse van de 2.240 m2 aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch ‐ vleeskalveren' 2. per bedrijf is slechts een nevenfunctie in één van de genoemde diersoorten als genoemd onder 1. toegestaan met de daarbij behorende oppervlaktemaat; h. nevenfuncties anders dan genoemd in lid 4.1 zijn niet toegestaan.

71/166

Beroep of bedrijf aan huis i. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden:  de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2;  een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Plattelandswoning Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 om het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning toe te staan met inachtneming van het volgende: a. het bedrijf waartoe de bedrijfswoning behoort heeft de bedrijfsactiviteiten niet beëindigd; b. de plattelandswoning dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; c. op het agrarisch bouwvlak komt de mogelijkheid voor een (extra) bedrijfswoning te vervallen; d. de bouwregels voor een bedrijfswoning zoals opgenomen in lid 4.2.1 blijven van toepassing. 4.5.2 Nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.4 onder h om overige nevenfuncties bij het agrarisch bedrijf toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de nevenfunctie dient ruimtelijk ondergeschikt te zijn aan de agrarische bedrijfsactiviteiten; b. er dient sprake te zijn van een toekomstbestendig agrarisch bedrijf; c. de nevenfunctie dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; d. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; e. voor zover sprake is van nieuwe bebouwing ten behoeve van de nevenfunctie of van gebruik van onbebouwde gronden, dient dit op landschappelijk adequate wijze te worden ingepast; f.

voor intensieve veehouderij als nevenfunctie blijft het bepaalde in lid 4.4 onverkort van toepassing.

72/166

4.5.3 Tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 om de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders in (al dan niet tijdelijke) gebouwen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. de tijdelijke huisvesting kan voor een periode van ten hoogste 5 jaar worden toegestaan; b. de tijdelijke huisvesting mag per jaar voor een periode van ten hoogste 6 maanden plaatsvinden; c. de huisvesting is uitsluitend toegestaan voor seizoensarbeiders van het eigen bedrijf; d. de tijdelijke huisvesting dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het omvormen van grasland naar bouwgrond, uitgezonderd ten behoeve van de teelt van ruwvoeder als onderdeel van een veehouderijbedrijf tot een oppervlakte van ten hoogste 20 % van de gronden van het betreffende bedrijf; b. het omvormen van grasland naar boom‐, fruit‐ of sierteelt; c. het aanbrengen van een ondergrond ten behoeve van containerteelt; d.

het vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem; f. het draineren van gronden; g. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. de aanleg van harde oeverbeschoeiingen, dammen of, stuwen; i. het verwijderen, kappen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het in werking treden van het plan aanwezig zijn; j. het planten van bomen of andere houtige gewassen, ter plaatse waar gronden hiermee niet beplant waren ten tijde van het in werking treden van het plan; k. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 200 m2, kavelpaden uitgezonderd; l. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.6.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 4.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; d. worden uitgevoerd binnen een bouwvlak.

4.6.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur‐ en landschapswaarden zoals bedoeld in lid 4.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

73/166

4.7

Wijzigingsbevoegdheden

4.7.1 Vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen de vorm van het bouwvlak wijzigen met inachtneming van het volgende: a. de oppervlakte van het bouwvlak mag niet toenemen; b. de vormverandering is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. de vormverandering van het bouwvlak dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; d. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; e. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. 4.7.2 Vergroten bouwvlak grondgebonden agrarische bedrijven tot 1 ha met gelijkblijvend aantal dieren Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om binnen de aanduidingen 'overige zone ‐ landbouwgebied' en 'overige zone ‐ landbouwkerngebied' de uitbreiding van het bouwvlak van volwaardige grondgebonden agrarische bedrijven toe te staan met inachtneming van het volgende: a. de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt na uitbreiding ten hoogste 1 ha; b. het huidige bestemmingsvlak biedt, ook in geval van vormverandering, geen ruimte voor de beoogde uitbreiding; c. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; d.

het bestaande aantal dierplaatsen blijft ook na uitbreiding van het bouwvlak ten hoogste het bestaande aantal; e. het aantal GVE/ha mag niet groter worden dan in de bestaande situatie; f. de uitbreiding van het bouwvlak is niet toegestaan ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen; g. het agrarisch bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; h. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; i. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; j. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. 4.7.3 Vergroting bouwvlak grondgebonden agrarische bedrijven Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om binnen de aanduidingen 'overige zone ‐ landbouwgebied' en 'overige zone ‐ landbouwkerngebied' de uitbreiding van het bouwvlak van volwaardige grondgebonden agrarische bedrijven toe te staan met inachtneming van het volgende: a. de oppervlakte van het bouwvlak bedraagt na uitbreiding ten hoogste 1,5 ha; b. het huidige bestemmingsvlak biedt, ook in geval van vormverandering, geen ruimte voor de beoogde uitbreiding; c. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; d.

het agrarisch bedrijf kent een mate van grondgebondenheid van ten hoogste 2,5 GVE per hectare; e. de voorwaarde onder d kan buiten beschouwing gelaten worden indien het bedrijf niet voldoet aan het maximum van 2,5 GVE per hectare maar: 1. het bedrijf kan aantonen dat sprake is van een grondgebonden veehouderij en het bedrijf op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage levert aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied, of 2. het bedrijf met een bedrijfsplan aantoont dat het bedrijf binnen 3 jaar door aankoop of pachten van grond naar maximaal 2,5 GVE per ha toegroeit; f. de uitbreiding van het bouwvlak niet is toegestaan ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen; g. het agrarisch bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn;

74/166

h. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; i. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; j. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. 4.7.4 Uitbreiding kassen buiten glastuinbouwconcentratiegebied Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om buiten de aanduiding 'overige zone ‐ glastuinbouwconcentratiegebied' de uitbreiding van kassen bij volwaardige bestaande glastuinbouwbedrijven toe te staan met inachtneming van het volgende: a. de oppervlakte van het aanduidingsvlak na uitbreiding ten hoogste 2 ha bedraagt; b. het huidige aanduidingsvlak biedt, ook in geval van vormverandering, geen ruimte voor de beoogde uitbreiding van kassen; c. de uitbreiding is noodzakelijk voor de continuïteit van het agrarisch bedrijf; d. het glastuinbouwbedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; e. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het aanduidingsvlak; f. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; g.

ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone ‐ stelling van Amsterdam' mag de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Stelling van Amsterdam niet onevenredig worden aangetast. 4.7.5 Vervolgfuncties bij bedrijfsbeëindiging Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om in geval van algehele beëindiging van een agrarisch bedrijf de volgende vervolgfuncties toe te staan: a. Wonen deze vervolgfunctie is toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. door de initiatiefnemer is aangetoond dat het agrarisch gebruik is beëindigd; 2. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het aantal voormalige bedrijfswoningen; 3. voormalige bedrijfsgebouwen mogen als bijgebouw behouden blijven. In geval van herbouw of nieuwbouw van bijgebouwen, bedraagt de oppervlakte aan bijgebouwen ten hoogste 50 m2, vermeerderd met 50% van het meerdere van 50 m2 aan bedrijfsgebouwen dat wordt gesloopt; 4. de inhoud van een voormalige bedrijfswoning kan worden verruimd tot 900 m3 in geval van sloop van tenminste 500 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen van het bedrijf en uit een beeldkwaliteitsparagraaf en op basis van een adequate landschappelijke inpassing blijkt dat sprake is van een op de betreffende locatie passende ontwikkeling; 5.

het toegestane aantal woningen als bedoeld bij sub 2 kan worden vermeerderd in geval van sloop van alle bedrijfsgebouwen met de volgende oppervlakte: aantal extra woningen bedrijfsgebouwen, geen kassen zijnde = of > 1.000 m2 en < 2.500 m2

1

= of > 2.500 m2 en < 4.000 m2

2

2

3

= of > 4.000 m kassen per 5.000 m2

75/166

1

6. de oppervlakte van te slopen bedrijfsgebouwen die eenmaal is aangewend bij sub 3, sub 4 of sub 5 komt niet meer in aanmerking voor toepassing bij de twee andere genoemde bepalingen; 7. de vervolgfunctie is milieuhygiënisch inpasbaar; 8. in het geval van toevoeging van woningen, als bedoeld onder e, dient er te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; 9. de in lid 4.1 genoemde natuur‐ en landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast. b. Overige vervolgfuncties Vervolgfuncties anders dan wonen zijn toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. door de initiatiefnemer is aangetoond dat het agrarisch gebruik is beëindigd; 2. met uitzondering van monumenten, karakteristieke bebouwing en de bedrijfswoning, wordt de oppervlakte van de overige bedrijfsgebouwen gereduceerd met ten minste 50%, tenzij:  het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening en er geen nieuwe bebouwing wordt opgericht anders dan ter vervanging van bestaande bebouwing.

Verdere nieuwe bebouwing is alleen mogelijk wanneer de nieuwe bebouwing ruimtelijk aanvaardbaar is en deze noodzakelijk is voor een goede zorgverlening;  het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve belevingsmogelijkheden waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat;  het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn;  het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied;  extra natuur wordt gerealiseerd binnen de Groene contour van de provincie. 3. bij de uitzonderingssituaties als bedoeld bij sub b onder 1 t/m 5 dient per saldo sprake te zijn van verhoging van de ruimtelijke kwaliteit: 4. het bestaande aantal bedrijfswoningen is toegestaan; 5. de vervolgfunctie is milieuhygiënisch inpasbaar; 6. er dient te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak; 7. de in lid 4.1 genoemde landschapswaarden mogen niet onevenredig worden aangetast; 8. de vervolgfuncties zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan.

4.7.6 Realisatie nieuwe natuur Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen om de aanleg van nieuwe natuur mogelijk te maken met inachtneming van het volgende: a. een besluit tot planwijziging wordt niet eerder genomen dan nadat de betrokken gronden in eigendom zijn overgedragen aan een terreinbeherende instantie dan wel via particulier natuurbeheerschap worden gerealiseerd; b. verwerving dient op vrijwillige basis te geschieden; c. de bestemmingswijziging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

76/166

Artikel 5

Bedrijf

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven van categorie 1 en 2 zoals genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 3); b. alsmede: ter plaatse van de aanduiding:

toegestaan type bedrijf:

ten hoogste toelaatbare milieucategorie1:

baggerspeciedepot

baggerspeciedepot

3.1

dierenpension

dierenpension

3.2

hovenier

hovenier

3.1

verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

verkooppunt motorbrandstoffen met lpg

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ autosloperij

autosloperij

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ bouw‐aannemersbedrijf

bouw‐aannemersbedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ compostbedrijf

compostbedrijf

specifieke vorm van bedrijf ‐ gemeentewerf

gemeentewerf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ grondverzetbedrijf grondverzetbedrijf

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ groothandel in zuivelproducten e.d.

groothandel in zuivelproducten e.d.

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ groothandel voor tuincentra e.d.

groothandel voor tuincentra e.d.

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ handels‐ en transportbedrijf en fouragebedrijf

handels‐ en transportbedrijf en fouragebedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ kraanverhuurbedrijf kraanverhuurbedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ heibedrijf

heibedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ lasbedrijf

lasbedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ handel in en reparatie van landbouwmachines

handel in en reparatie van landbouwmachines

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ (landbouw)mechanisatiebedrijf

(landbouw)mechanisatiebedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ loonbedrijf

loonbedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ machinefabriek en machinefabriek en constructiebedrijf constructiebedrijf

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ metaalbewerkingsbedrijf

3.2

77/166

metaalbewerkingsbedrijf

specifieke vorm van bedrijf ‐ opslag machines en opslag machines en verkoop en verhuur 3.2 verkoop en verhuur en reparatie van en reparatie van compressoren compressoren

1

specifieke vorm van bedrijf ‐ scheepsbouw‐ en reparatie 1

scheepsbouw‐ en reparatie

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ scheepsbouw‐ en reparatie 2

scheepsbouw‐ en reparatie

4.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ slachterij

slachterij

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ sloopbedrijf en ijzermetaalhandel

sloopbedrijf en ijzermetaalhandel

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ timmerbedrijf

timmerbedrijf

3.1

specifieke vorm van bedrijf ‐ transport‐ en sloop‐ transport‐ en sloop‐ en en demontagebedrijf demontagebedrijf

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ veehandel

veehandel

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ zand‐ en grindhandel 1

zand‐ en grindhandel

3.2

specifieke vorm van bedrijf ‐ zand‐ en grindhandel 2

zand‐ en grindhandel, verhuur vrachtauto's en verkoop sierstenen

3.2

zoals genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 3)

c. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; d. een loswal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ loswal'; alsmede voor: e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad‐ en losvoorzieningen en toegangswegen. 5.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – bijgebouw' uitsluitend een bijgebouw voor de bijbehorende bedrijfswoning is toegestaan; b. de afstand van gebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m;

78/166

c. voorts geldt het volgende: type bouwwerk

binnen / buiten maximaal aantal bouwvlak per bouwvlak

hoofdgebouw bedrijfswoning

binnen

bijgebouwen bij de bedrijfswoning

maximale goothoogte

maximale bouwhoogte

maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak

3,5 m 1 tenzij anders aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'

*

700 m3

binnen

‐

3m

5m

50 m2

overkappingen bij de binnen bedrijfswoning

‐

‐

3m

30 m2

bedrijfsgebouwen en binnen ‐overkappingen

‐

4,5 m

8m

zoals aangegeven met de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak'

*een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt; d. bestaande bedrijfswoningen die in de bedrijfsgebouwen zijn gesitueerd hoeven niet te voldoen in de onder c genoemde maatvoeringen voor bedrijfswoningen, zolang voldaan wordt aan de maatvoering voor bedrijfsgebouwen, waarbij het maximum aantal bedrijfswoningen uit de tabel onder c wel van toepassing blijft; e. de bouwhoogte van erf‐ en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste: 1. 1 m voor zover voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; 2. 2 m voor zover achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; f. de bouwhoogte van keerwanden bedraagt ten hoogste 4 m; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 9 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Uitbreiding bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder c om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en ‐overkappingen te vergroten, met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 20% van de oppervlakte die op grond van lid 5.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding wordt gerealiseerd binnen het bouwvlak; c. de uitbreiding is noodzakelijk is voor de continuïteit van het bedrijf d. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

79/166

5.3.2 Overschrijding toegestane bouwhoogte voor bijgebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub c om een hogere bouwhoogte voor bijgebouwen bij (bedrijfs)woningen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. het bijgebouw moet visueel en voor wat betreft het gebruik ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw; b. een grotere hoogte wordt uitsluitend toegestaan voor bijgebouwen op minimaal 2,5 m uit de perceelsgrens; c. belangen van derden (inval van licht en uitzicht) mogen niet in onevenredige mate worden geschaad; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Bedrijfsvoering a. per bouwvlak is ten hoogste 1 bedrijf toegestaan, met dien verstande dat bouwvlakken die middels een koppelteken op de verbeelding aan elkaar gekoppeld zijn gezamenlijk als één bouwvlak worden aangemerkt; b. uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg', zijn risicovolle inrichtingen niet toegestaan; c. Wgh‐inrichtingen zijn niet toegestaan; d. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; e. activiteiten uit kolom 1 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage; f.

buitenopslag is toegestaan, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'opslag uitgesloten'; g. per bedrijf is kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte niet toegestaan; kantoorvloeroppervlakte van meer dan 2.000 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan; h. internetwinkels zijnverkoop is niet toegestaan, internetverkoop iswinkels zijn wel toegestaan. 5.4.2 Beroep of bedrijf aan huis a. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4.

in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden:  de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2;  een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.

80/166

5.4.3 Voorwaardelijke verplichting ‐ Provincialeweg 17 Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ voorwaardelijke verplichting 1' zijn bedrijfsgebouwen en overkappingen met een gezamenlijk oppervlak groter dan 1.305 m2 uitsluitend toegestaan indien: a. de bedrijfswoning aan de voorzijde van het perceel blijvend is gesloopt voor de ingebruikname van de nieuw toegestane bebouwing; b. ten hoogste 1 jaar na de ingebruikname van de nieuwe bebouwing uitvoering is gegeven aan de landschapsmaatregelen conform de in Bijlage 8 opgenomen inrichtingsschets, en deze nadien als zodanig in stand worden gehouden. 5.4.4 Voorwaardelijke verplichting ‐ Uitweg 15 Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ voorwaardelijke verplichting 2' is de ingebruikname van gronden en bebouwing ten behoeve van bedrijfsactiviteiten als bedoeld in lid 5.1 uitsluitend toegestaan indien ten hoogste 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de kassen in het verlengde achter dit perceel blijvend zijn gesloopt. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Toestaan andere typen bedrijven Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.1 om een ander type bedrijf toe te staan, voor zover: a. het bedrijf voorkomt in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 3; b. de bedrijfsactiviteiten naar aard en omvang vergelijkbaar zijn met ten hoogste de ter plaatse toegestane milieucategorie als bedoeld in lid 5.1; c. de bedrijfsactiviteiten milieuhygiënisch inpasbaar zijn; 5.6

Wijzigingsbevoegdheden

5.6.1 Zwaardere bedrijfscategorie Amstelkade 118 Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf' ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied Amstelkade 118' wijzigen zodat een ander type bedrijvigheid is toegestaan hoger dan milieucategorie 1 en 2, met inachtneming van het volgende: a. het bedrijfstype dient voor te komen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in Bijlage 3; b. de bedrijfsactiviteiten dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 5.6.2 Vervolgfunctie bij bedrijfsbeëindiging De vervolgfunctie 'Wonen' is toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. door de initiatiefnemer is aangetoond dat het gebruik is beëindigd; 2. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het aantal voormalige bedrijfswoningen; 3. voormalige bedrijfsgebouwen mogen als bijgebouw behouden blijven. In geval van herbouw of nieuwbouw van bijgebouwen, bedraagt de oppervlakte aan bijgebouwen ten hoogste 50 m2, vermeerderd met 50% van het meerdere van 50 m2 aan bedrijfsgebouwen dat wordt gesloopt; 4. de inhoud van een voormalige bedrijfswoning kan worden verruimd tot 900 m3 in geval van sloop van tenminste 500 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen van het bedrijf en uit een beeldkwaliteitsparagraaf en op basis van een adequate landschappelijke inpassing blijkt dat sprake is van een op de betreffende locatie passende ontwikkeling;

81/166

5. het toegestane aantal woningen als bedoeld bij sub 2 kan worden vermeerderd in geval van sloop van alle bedrijfsgebouwen met de volgende oppervlakte: aantal extra woningen bedrijfsgebouwen = of > 1.000 m2 en < 2.500 m2

1

= of > 2.500 m2 en < 4.000 m2

2

2

3

= of > 4.000 m

6. de oppervlakte van te slopen bedrijfsgebouwen die eenmaal is aangewend bij sub 3, sub 4 of sub 5 komt niet meer in aanmerking voor toepassing bij de twee andere genoemde bepalingen; 7. de vervolgfunctie is milieuhygiënisch inpasbaar; 8. in het geval van toevoeging van woningen, als bedoeld onder e, dient er te worden voorzien in een adequate landschappelijke inpassing van het bouwvlak.

82/166

Artikel 6

Bedrijf ‐ Nutsvoorziening

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf ‐ Nutsvoorziening aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf ‐ gasdrukmeet‐ en regelstation': een gasdrukmeet‐ en regelstation; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ reinwaterkelder': een reinwaterkelder; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ defosfateringsinstallatie': een defosfateringsinstallatie; d. ter plaatse van de aanduiding 'gemaal': een gemaal; alsmede voor: e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, parkeervoorzieningen en toegangswegen. 6.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de goothoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; c. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 4,5 m; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, bedraagt ten hoogste 8 m; in afwijking van het bepaalde onder b t/m d, geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ‐ defosfateringsinstallatie' het volgende: e. de bouwhoogte van het dak bedraagt ten hoogste 4,5 m; f. de goten worden gevormd door keerwanden op maaiveldhoogte; g. de goten zijn ten hoogste 90 m lang en ten hoogste 3 m breed; h. de bezinkkanalen zijn ten hoogste 1,5 m lang en ten hoogste 0,6 m breed.

83/166

Artikel 7

Bos

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bos aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de instandhouding van het bos met de daarop afgestemde bosbouw; b. de instandhouding van aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden; alsmede voor: c. extensief recreatief medegebruik. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van natuuronderhoud en ‐beheer, met een bouwhoogte van ten hoogste 2,5 m en een oppervlakte van ten hoogste 25 m2 per gebouw of overkapping; b. overige bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, zijn uitsluitend toegestaan: 1. ten behoeve van extensief recreatief medegebruik , met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; 2. in de vorm van veekerende afrasteringen, met een bouwhoogte van ten hoogste 1,5 m. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. het draineren van gronden; c. het aanleggen, veranderen of dempen van wateren en waterlopen, alsmede het verwijderen van oevervegetaties; d.

de aanleg van harde oeverbeschoeiingen, dammen of, stuwen; e. het verwijderen, kappen, rooien of beschadigen van bomen of andere houtgewassen die ten tijde van het in werking treden van het plan aanwezig zijn; f. het aanleggen van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte groter dan 200 m2, kavelpaden uitgezonderd; g. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 7.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. 7.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur‐ en landschapswaarden zoals in lid 7.1 bedoeld niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

84/166

Artikel 8

Detailhandel

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor Detailhandel aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, niet zijnde een supermarkt of detailhandel in volumineuze goederen; b. ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum': uitsluitend een tuincentrum; c. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad‐ en losvoorzieningen en toegangswegen. 8.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum' kassen ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan; b. de afstand van gebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; c. voorts geldt het volgende: type bouwwerk

binnen / buiten maximaal aantal bouwvlak per bouwvlak

hoofdgebouw bedrijfswoning

binnen

bijgebouwen bij de bedrijfswoning

maximale goothoogte

maximale bouwhoogte

maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak

3,5 m 1 tenzij anders aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'

*

700 m3

binnen

‐

3m

5m

50 m2

overkappingen bij de binnen bedrijfswoning

‐

‐

3m

30 m2

bedrijfsgebouwen en binnen ‐overkappingen

‐

4,5 m

8m

bestaande, gezamenlijke oppervlakte

*een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt;

85/166

d. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste: 1. 1 m voor zover voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; 2. 2 m voor zover achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 8.3 Afwijken van de bouwregels 8.3.1 Uitbreiding bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 onder c om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en ‐overkappingen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 8.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 8.4 Specifieke gebruiksregels Bedrijfsvoering a. internetwinkels zijn niet toegestaan, internetverkoop is wel toegestaan. Beroep en bedrijf aan huis b. bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2.

het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3. bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan voor zover voorkomend in categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten; 4. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 3 is horeca in de vorm van een bed en breakfast wel toegestaan met inachtneming van de volgende aanvullende voorwaarden:  de gebruiksvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bijgebouwen, met een maximum van 100 m2;  een bed en breakfast biedt plaats aan ten hoogste 6 gasten tegelijkertijd. 5. het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis mag niet leiden tot een onevenredige verkeers‐ en parkeerdruk gelet op de capaciteit van de bestaande infrastructuur en parkeervoorzieningen.

86/166

Artikel 9

Groen

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen; b. water; c. instandhouding van de openheid; alsmede voor: d. extensief recreatief medegebruik. 9.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en zijn uitsluitend de volgende bouwwerken toegestaan: a. bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, ten behoeve van extensief recreatief medegebruik , met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. overig bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde, met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;

87/166

Artikel 10

Horeca

10.1 Bestemmingsomschrijving De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'hotel': een hotel; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca ‐ restaurant': een restaurant; c. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; alsmede voor: d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad‐ en losvoorzieningen en toegangswegen. 10.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. bebouwing is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. de afstand van gebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2,5 m; c. voorts geldt het volgende: type bouwwerk

binnen / buiten maximaal aantal bouwvlak per bouwvlak

hoofdgebouw bedrijfswoning

binnen

bijgebouwen bij de bedrijfswoning

maximale goothoogte

maximale bouwhoogte

maximale inhoud / oppervlakte per bouwvlak

1 3,5 m tenzij anders aangegeven met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'

*

700 m3

binnen

‐

3m

5m

50 m2

overkappingen bij de binnen bedrijfswoning

‐

‐

3m

30 m2

bedrijfsgebouwen en binnen ‐overkappingen

‐

4,5 m

8m

bestaande, gezamenlijke oppervlakte

*een bedrijfswoning is afgedekt met een kap waarvan de hellingshoek ten minste 30° en ten hoogste 50° bedraagt;

88/166

d. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste: 1. 1 m voor zover voor de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; 2. 2 m voor zover achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 10.3 Afwijken van de bouwregels 10.3.1 Uitbreiding bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 onder c om de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen en ‐overkappingen te vergroten met inachtneming van het volgende: a. de uitbreiding bedraagt ten hoogste 15% van de oppervlakte die op grond van lid 10.2 reeds is toegestaan; b. de uitbreiding is noodzakelijk uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling; c. het bedrijf dient ook na uitbreiding milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. 10.4 Specifieke gebruiksregels Beroep en bedrijf aan huis a. Bij bedrijfswoningen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. de gebruiksvloeroppervlakte in gebruik voor een beroep of bedrijf aan huis bedraagt ten hoogste 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende bijgebouwen met een maximum van 50 m2; 2. het beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning; 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12333079/1