CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 20 - Nota zienswijzen, 4 december 2024 anoniem

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 202531.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

een nieuwe AERIUSversie. Dit stikstofonderzoek vormt onderdeel van de plantoets Wnb gebiedsbescherming. De nieuwbouw kan in de toekomst mogelijk gemaakt worden via een omgevingsvergunning. Indien nieuwbouw gepleegd gaat worden, dient daar een afzonderlijk onderzoek voor overlegd te worden (projecttoets). De berekeningen bij de plantoets kunnen daar niet bij gebruikt worden. F 1250 geheel onder water (2249 t/m 2256, 8 stuks)

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

F 1366 geheel onder water (2257 t/m 2280, 24 stuks) A 4176 geheel onder water (5906 t/m 5917, 12 stuks) Het terugbrengen van verzonken legakkers die op de verbeelding van het bestemmingsplan de bestemming legakker hebben, blijft mogelijk. Al die kavels zijn meegenomen op de verkavelingskaart. Verzonken legakkers die niet op de verbeelding van het bestemmingsplan staan, zijn formeel geen legakkers meer en het terughalen van die legakkers in de vorm van vissenbossen behoort nog wel tot de mogelijkheden, maar altijd zonder bouwmogelijkheden. Dat is ook de afspraak met de provincie om maximaal 6,8 ha aan bebouwing toe te staan.

k.

Indiener verzoekt om aan de wijzigingsbevoegheid (artikel

Door de afspraak met de Deze zienswijze provincie om maximaal 6,8 leidt tot aanpassing

60

21.7) om verzonken legakkers te kunnen herstellen toe te voegen dat de legakkers verkaveld mogen worden. Het is nu namelijk financieel niet haalbaar om legakkers te herstellen, want één huisje dekt de kosten van het herstel niet, aldus de indiener.

l.

Indiener heeft het verzoek om de splitsing van het kavel F1204, dat momenteel wordt uitgevoerd, op de verkavelingskaart door te voeren

Zienswijze 26 a. Indieners maken bezwaar tegen het afwijken van de omgevingsvergunning in artikel 6.3 en 7.3. de mogelijkheid om alsnog een vergunning te verlenen is in strijd met de onderbouwing van Bijlage 1, aldus de indiener. De indieners verzoeken artikel 6.3 en 7.3 te verwijderen of de legakkers een andere bestemming te geven waarbij natuurcompensatie wordt behouden en versterkt en geen ruimte wordt geboden om binnenplans af te wijken.

ha aan bebouwing toe te staan, wordt de wijzigingsbevoegheid (art 21.7) geschrapt. Dit betekent dat de verzonken legakkers die niet de bestemming legakker hebben gekregen niet verkaveld mogen worden. Wel wordt een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de realisering van vissenbossen. F 1204 geheel onder water, 26 stuks.

van het bestemmingsplan.

Zie beantwoording zienswijze 25 j.

Zie beantwoording zienswijze 21

b.

De indieners vragen reactie op de vraag waarom legakkers die bijna geen bebouwing hebben toch als “Groen- - Legakker 2 en 3” bestemd zijn. Indieners verzoeken de legakkers met de bestemming “Groen – Legakker 2 en 3” binnen Zone X en Zone II te wijzigen naar bestemming “Natuur”.

Zie beantwoording zienswijze 21

c.

Indieners maken bezwaar tegen het onderzoek betreffende de invulling compensatie NNN (bijlage 3). De indieners vinden het rapport te gering om te kunnen concluderen of het voldoet aan natuurpunten die betrekking heeft op gebied Vinkeveense plassen. De indieners vragen of er meerdere

Zie beantwoording zienswijze 21

61

onderzoeken zijn uitgevoerd en het rapport kritisch is gelezen. d.

In artikel 6.3 en 7.3 wordt de mogelijkheid gegeven om af te wijken waarbij de mogelijkheid is om een kavel met een maximum van 30 à 40 m2 toe te passen. Uit het artikel volgt echter niet hoe de verdeling plaatsvindt per legakker in kavels en landdelen. Is er een restrictie? Hoe wordt deze regel getoetst? De indiener vragen hier verheldering over.

Zie beantwoording zienswijze 21

e.

Indieners vragen zich af of de regels voldoende handvaten biedt om handhavend op te treden. Indiener vragen om meer toelichting te geven op basis van de regels wat betreft de handhaving.

Zie beantwoording zienswijze 21

f.

Indieners maken zich zorgen over de mogelijkheid voor verhuur van de legakkers aan derden (artikel 6.1, 7.1 en 21.1). Indieners zijn bang voor veel dagelijks overlast omtrent drank en geluid en het verstoren van de natuur en omgeving.

Zie beantwoording zienswijze 21

g.

Volgende de indieners is er Zie beantwoording onvoldoende rekening gehouden zienswijze 21 met (vaar)verkeer en veiligheid. Vanwege de toename in functies moet aannemelijk worden gemaakt dat dit geborgd is, omdat dit momenteel onvoldoende blijkt uit de toelichting. Indieners ontvangen graag een onderbouwing/rapport met berekening waaruit blijkt dat dit niet leidt tot verslechtering/onveilige situaties.

Zienswijze 27 a. Indiener is het eens met de inhoud van zienswijze 26. Zienswijze 28 a. Zelfde inhoud als zienswijze 26, alleen ondertekend met een andere naam en ander adres.

Zie beantwoording zienswijze 21.

Zie beantwoording zienswijze 21.

Zienswijze 29

62

a.

Zelfde inhoud als zienswijze 26, alleen ondertekend met een. andere naam en ander adres.

Zienswijze 30. a. Indieners zijn het eens met de inhoud van zienswijze 26. Zienswijze 31. a. De indiener geeft aan dat de kennisgeving van het ontwerpbestemmingplan niet in de Staatscourant heeft plaatsgevonden. Hierdoor is er sprake van een procedurefout, aldus de indiener. Verder valt het de indiener op dat er een rectificatie heeft plaatsgevonden, waarvan de indiener de aanleiding wil weten.

Zie beantwoording zienswijze 21.

Zie beantwoording zienswijze 21.

Het ontwerpbestemmingsplan is op de juiste wijze kenbaar gemaakt in het gemeenteblad (Wet elektronische publicaties). Vroeger werden de publicaties inderdaad in de Staatscourant geplaatst. Er heeft een rectificatie (+ opschuiving van de inzagetermijn) plaatsgevonden omdat abusievelijk de publicatie niet was opgenomen in het weekblad de Groene Venen.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

b.

Indiener is het eens met zienswijze 25, bezwaar b.

Zie beantwoording zienswijze 25b.

c.

Indiener is het eens met zienswijze 25, bezwaar c.

Zie beantwoording zienswijze 25c.

d.

In artikel 9 van de regels is vastgesteld waarvoor de grond met de bestemming “legakker” zijn bestemd. In lid 1 staat dat de gronden zijn bestemd voor de instandhouding van de legakker. In het nieuwe bestemmingsplan wordt dit in artikel 6, lid 2 niet opgenomen.

In artikel 6.1 is opgenomen waarvoor de gronden bedoeld zijn. We zullen ‘de instandhouding van de legakker’ hieraan toevoegen.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

e.

Indiener is het eens met zienswijze 25, bezwaar g.

Zie beantwoording zienswijze 25g.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

f.

Indiener is het eens met zienswijze 25, bezwaar e.

Zie beantwoording zienswijze 25e.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Om de legakkerstructuur in stand te houden worden bebouwingsmogelijkhede

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zienswijze 32. a. Indiener maakt bezwaar tegen de mogelijkheid voor beperkte bebouwing op de legakkers, direct gelegen achter de

63

Baambrugse Zuwe (noordkant), binnen regels van de bestemming “Groen- Legakker” onder 6.3. Het gebied staat aangegeven op een bijgevoegde kaart. De indiener wil dat er geen bebouwing toegestaan wordt, vanwege de beeldkwaliteit in de omgeving, overlast voor de aanwonenden en het voorkomen van planschade. Recreatie en het plaats van tenten, zoals vermeld onder 6.5, is volgens de indiener ook onwenselijk en dient niet mogelijk te zijn.

n op de legakkers, onder voorwaarden, toegestaan. Dat gebied met legakkers is ingedeeld in drie zones, waarbij in zone 3 (nabij Botshol) de minste bebouwing wordt toegestaan. De bebouwing is beperkt in m2 en in een percentage t.o.v. de grondoppervlakte van een legakker/ kavel. Per kavel is een steiger van maximaal 6 meter lengte (bij maximaal 1,20 het water ‘op’) toegestaan en is het niet mogelijk om meerdere schepen aan te leggen. De belangenafweging tussen natuur, legakkerstructuur en recreatie leidt tot beperkte bouw- en gebruiksmogelijkheden per kavel zonder dat dat tot overlast leidt. Door de gemeente is een scan gedaan op eventuele planschade als gevolg van het bestemmingsplan. Daaruit blijkt dat het risico op vergoedbaar nadeel zeer gering is. Het staat de indiener vrij om een eventueel verzoek om planschade in te dienen.

b.

Indiener heeft bezwaar tegen de ongelimiteerde mogelijkheid van het innemen van ligplaatsen van schepen. Volgens de indiener zijn hier regels voor nodig, zoals het aantal en formaat c.q. afmetingen van vaartuigen om te voorkomen dat er “jachthavens lite” ontstaan.

Zienswijze 33 a. Indiener uit bezorgdheid over het dijklichaam/ legakker (H2208, H1883) dat conform het nieuwe

Die ongelimiteerde mogelijkheid is er niet volgens het bestemmingsplan en ‘jachthavens ‘lite’ ontstaan dus ook niet.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zoals indiener zelf al aangeeft is het dijklichaam een mooi

Deze zienswijze leidt niet tot

64

bestemmingsplan is bestemd als Legakker 3. Het gebied staat niet op de kaart en ontbreekt in de Zonekaart Vinkeveense plassengebied. Indiener vindt dat de zonering van Legakker 3 op basis van het gebruik (intensief recreatief gebruik) niet juist is en dient te worden veranderd naar Legakker 2. Daarnaast is het perceel qua afstanden tot natuurgebieden vergelijkbaar met percelen die wel bestemd zijn als Legakker 2. Verder zijn er in 1998 bouwvergunningen verstrekt voor het oprichten van toilethuisjes (37 bouwwerken). In de stukken lijkt het alsof alle bebouwingen illegaal zijn. Vanwege de aanwezigheid van een bouwvergunning zijn deze bouwwerken wel toegestaan en kan het perceel worden bestemd als Legakker 1 en Legakker 2, aldus de indiener.

overgangsgebied met prachtige natuur en recreatiemogelijkheden. Daar hebben we in het bestemmingsplan ook rekening mee gehouden en alle belangen afgewogen. De ligging van de bewuste kavels (dijklichaam) nabij Botshol rechtvaardigt de keuze voor de bestemming Groen-Legakker 3 en de daarbij behorende bebouwings- en gebruiksmogelijkheden (onder voorwaarden).

aanpassing van het bestemmingsplan.

b.

Indiener schrijft dat het perceel is aangesloten op het riool, waar rioolheffing voor wordt betaald, terwijl in het bestemmingsplan vermeld staat dat legakkers dienen te worden aangesloten op een vuilwaterboot. Dit zou dubbel werk zijn. In het ontwerpbestemmingsplan is er geen rekening gehouden dat dit gedeelte al is aangesloten op openbare nutsvoorzieningen (water, riool en elektra). Het perceel kan daarom ook bestemd worden als Legakker 1 of Legakker 2.

Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

c.

Indiener wil de recreatieperiode verruimen naar: 1 maart tot en met 30 november.

De recreatieperiode wordt geschrapt uit het bestemmingsplan. De recreatieperiode beperkte het gebruik door recreatieve verhuur en daarmee samenhangende verkeersbewegingen. Echter kunnen dezelfde percelen jaarrond ook voor recreatief eigen gebruik worden gebruikt. De milieukundige onderzoeken (waaronder verkeer) houden rekening

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

65

met alle verkeersbewegingen (ongeacht of deze afkomstig zijn van verhuur of eigen gebruik). Daarmee is het onderscheid niet ruimtelijk relevant en zal (ambtshalve) uit het bestemmingsplan worden geschrapt. Zienswijze 34 a. De indiener heeft bezwaar tegen het maximum percentage van verharding van 10%, zoals onder artikel 6.7.3b staat, omdat personen met een lichamelijke beperking/ scootmobiel zich zo niet veilig kunnen verplaatsen. De indieners stellen een verharding van natuurmateriaal, zoals hout, voor zodat het geen nadelig effect voor de natuur en het uiterlijk van de percelen zal hebben Zienswijze 35 a. Indieners hebben bezwaar tegen de bouwregels van de eilanden legakker 2. Indieners hebben 11 jaar lang gewacht op bouwregels en geprobeerd te investeren met oog op netheid en natuur. De indieners vinden het verwerpelijk dat de nieuwe regels zouden worden gehandhaafd terwijl de bebouwing al meer dan 11 jaar oogluikend wordt toegestaan.

Zienswijze 36 a. Indiener steunt zienswijze van de Goede Vangst waarin wordt

De in het bestemmingsplan opgenomen mogelijkheid om 10%, met een maximum van 40m2, te mogen verharden (paden) is een ruime regeling die recht doet aan de afweging tussen recreatie en natuur.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De gemeente heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de legakkerstructuur, de natuur, de recreatie en de individuele belangen van de eigenaren /gebruikers. Daarin is een middenweg gevonden, waarbij iedere kavel, afhankelijk van de zone, bouw- en gebruiksrechten krijgt, waar voorwaarden/plichten tegenover staan. Het grootste gedeelte van de bestaande bebouwing is in strijd met de geldende regels. De maximale bebouwingsmogelijkheden in het nieuwe bestemmingsplan zijn dan ook de grens van het toelaatbare en bebouwing in strijd met deze regels zal worden gehandhaafd.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Dat is al mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan,

Deze zienswijze leidt tot een

66

aangegeven dat de natuurbeschoeiing optioneel is en dat houten beschoeiing ook volstaat (zoals vermeld in de regels zone 3 punt 7.3.2), en dus ook binnen de 3 meter blijven vanaf grondkavel en voldoen aan de eisen (7.3.2 sub b).

maar dat zal explicieter worden beschreven in de toelichting en het landschapsplan.

b.

Zelfde argument als zienswijze 22, bezwaar a.

Zie beantwoording zienswijze 22a.

c.

Zelfde argument als zienswijze 22, bezwaar b.

Zie beantwoording zienswijze 22b.

d.

Zelfde argument als zienswijze 22, bezwaar c.

Zie beantwoording zienswijze 22c.

Zienswijze 37 a. Indiener heeft bezwaar tegen de extra beschoeiing met palenrij en wiepen voor zone 2 en 3. In het landschaps- en stedenbouwkundig plan van zone 1 staat het woord “optioneel” erbij. De indiener vraagt daarom om het woord “optioneel” ook toe te voegen aan de beschrijving van zone 2 en 3. Een extra beschoeiing met palenrij en wiepen is volgens de indiener door de diepte van het water niet uitvoerbaar, zeer kostbaar en zeer milieu belastend. b.

Indiener vindt het percentage beplanting (minimaal 25%) te hoog. De extra toename van begroeiing op de legakkers is volgens de indiener naast extra belastend voor de waterkwaliteit (vallende bladeren in de herfst die in het water terecht komen) ook een aanslag op de beschikbare vierkante meters. Indiener stelt 10% voor.

aanpassing van het bestemmingsplan.

De tekst zal worden aangepast. De extra beschoeiing is optioneel. Doel van de regeling is om een legakker afdoende te beschermen d.m.v. beschoeiing om afkalving tegen te gaan.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Ter behoud van de natuurlijke uitstraling en de legakkerstructuur van het Vinkeveense Plassengebied (= Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebied) is een belangenafweging gemaakt tussen het behoud van natuur en de mate van bebouwing op een kavel. Daarbij is bebouwing tot op zekere hoogte toegestaan (onder voorwaarden), maar tegelijk dient er gecompenseerd te worden. Dat gebeurt in de vorm van de aangekochte 10ha in het Meertje, maar tegelijk dient elk kavel een bijdrage daaraan te leveren. Die 25% natuur per kavel is onderdeel van

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

67

de afspraak die gemaakt is met de provincie Utrecht. Onder die voorwaarde heeft de provincie de ontheffing van het verstedelijkingsverbod verleend. Het percentage wordt om die reden niet verlaagd naar 10%. c.

d.

e.

Indiener vindt de beschrijving van inheems en gebiedseigen inconsequent. Indiener stelt de beschrijving “bladverliezend” voor omdat dit beter handhaafbaar is.

Indiener maakt bezwaar tegen de huidige indeling van de kavelkaart omdat de verkaveling van perceel F328 niet ingetekend is. Op het perceel zijn 15 kavels gesitueerd (zie gewenste situatie op kaart in de bijlage) Indiener heeft bezwaar tegen de vuilwatervoorziening die per kavel moet zijn gerealiseerd. De indiener vindt dat de mogelijkheid moet worden geboden om met meerdere kavels een gezamenlijke voorziening aan te leggen. Dit voorkomt onnodige kosten en extra graaf- en installatie werkzaamheden, aldus de indiener. Daarnaast verzoekt

Bladverliezende beplanting kan ook niet inheems zijn en dat heeft niet onze voorkeur. In de Vinkeveense plassen (NNN) hechten we aan het toepassen van inheemse beplanting. Bij voorkeur authentiek uit het gebied komend. Wij houden vast aan de term Inheemse beplanting: dat zijn planten die van nature in een bepaald gebied in Nederland voorkomen. Inheemse beplanting is optimaal aangepast aan de bodem en het klimaat in dat gebied. Ze dragen bij aan de biodiversiteit (voedselbron voor Nederlandse bijen, vlinders en andere nuttige insecten), waterhuishouding, luchtkwaliteit en het klimaat in de omgeving waar ze groeien. We hebben perceel F328 gecheckt: conclusie is dat er 11 bestaande kavels zijn i.p.v.12 kavels.

Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

68

de indiener meer informatie over de mogelijke kosten en de eisen die gesteld worden aan de opslag en ophaaldienst van vuilwater, omdat het nu niet mogelijk is hier inhoudelijk op te reageren. f.

g.

Indiener verzoekt inzicht in de kosten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Omdat het nu nog onduidelijk is kan de indiener hier niet voldoende op reageren. De kosten voor de aanvraag van een vergunning zouden proportioneel tegenover de kosten voor een eventueel beoogd bouwwerk moeten zijn, aldus de indiener.

De gemeenteraad van De Ronde Venen heeft in de tarieventabel van de legesverordening 2025 vastgesteld. Verwezen wordt naar de website www.overheid.nl

De indiener maakt bezwaar tegen het overgangsrecht van artikel 35.1. omdat deze bepalingen binnen het plangebied niet van toepassing zijn op alle bouwwerken en het gebruik daarvan. Er zijn namelijk bouwwerken waarvoor een briefwisseling van en naar de gemeente bekend is, dagtekening 1993. De indiener vindt dat voor deze gevallen ook het overgangsrecht moet gelden.

In artikel 3.2.1 Bro (overgangsrecht bouwwerken) en 3.2.2 Bro (overgangsrecht gebruik) is bepaald dat deze regels van overgangsrecht moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Zienswijze 38 a. Volgens de indiener is de akker F02124 niet op de juiste manier verkaveld. De verdeelstreepjes staan niet op de juiste plekken en er ontbreken er twee. In de bijlage staan de onjuiste- en de juiste situatie weergegeven. b.

Indiener vindt de twee opties voor schoeiing heel duur. Indiener verzoekt tot het toevoegen van betaalbare (en duurzame) opties zoals vezelcementplaatjes. De indiener vraagt daarnaast of de bestaande schoeiing er direct uit moet, aangezien deze momenteel nog in goede staat is.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Alle legesbedragen voor vooroverleggen en aanvragen omgevingsvergunning zijn daarin opgenomen. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Het overgangsrecht in het bestemmingsplan (artikel 35) voldoet aan de wettelijke voorgeschreven tekst. Of een situatie onder het overgangsrecht valt, hangt van veel factoren af.

We hebben perceel F2124 nogmaals bekeken. Conclusie is dat er 1 kavel bijkomt, omdat dat de bestaande situatie is op 27 april 2023.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Belangrijkste is dat er afdoende beschoeiing is. Onze voorkeur gaat uit naar een natuurlijke/ houten beschoeiing, maar afdoende bestaande ander soortige beschoeiing hoeft niet direct te worden verwijderd. Bij de

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

69

vervanging dient echter voldaan te worden aan het bestemmingsplan (L&Splan) en de beschoeiing mag geen uitlogende materialen bevatten. c.

De indiener heeft bezwaar tegen de vuilwaterboot omdat het een grote investering is. De indiener ziet daarom graag meerdere opties die makkelijker en goedkoper zijn. Zoals één tank per twee eilanden.

Zienswijze 39 a. De indiener is kritisch over de procedure van het bestemmingsplan en verzoekt de gemeenteraad een oordeel te geven over deze procedure. Door het college van Gedupeerde Staten van Utrecht is namelijk een kritische brief ingediend waarna het plan toch ter inzage is gelegd. Volgens de indiener bestaat de kans dat na de terinzagelegging er zodanige wijzigingen worden aangebracht dat de belanghebbenden in een nadeligere positie kunnen komen te verkeren.

Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Op onderdelen is het bestemmingsplan beter onderbouwd dan ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan. De provincie heeft op alle onderdelen meegekeken en inmiddels is de benodigde ontheffing van het verstedelijkingsverbod afgegeven. Het vastgestelde bestemmingsplan is op hoofdlijnen (qua bebouwingsmogelijkheden en gebruik) niet ten nadele aangepast.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

b.

De legakkers F2194 (2 kavels) en F2178 (3 kavels) hebben de kavels de bestemming “Natuur” gekregen. De indiener maakt hier bezwaar tegen omdat de legakkers identiek zijn aan alle andere legakkers die wel de bestemming “Groen – Legakker 2” hebben gekregen. De indiener heeft het verzoek de gehele legakker de bestemming “Groen – Legakker 2 “te geven.

We hebben de situatie nogmaals bekeken en het klopt dat hier abusievelijk de natuurbestemming is toegekend aan de kavels F2178 en F2194. Beide verkavelde percelen zullen worden bestemd met Groen Legakker-2.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

c.

Indiener heeft bezwaar tegen de voorwaardelijke verplichting. Ten eerste kan geen voorwaardelijke verplichting worden opgenomen als het gaat om uitvoeringsaspecten die niet ruimtelijke relevant zijn, volgens de indiener. Het bestemmingplan neemt nu een verplichting op voor iets wat er al wel is.

Het bestemmingsplan staat bij recht geen bebouwing toe. Bij afwijking is bebouwing slechts toegestaan als voldaan wordt aan enkele voorwaarden (beschoeiing, natuuraanleg en ‘vuilwatervoorziening’). Deze voorwaarden zijn belangrijk voor de

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

70

d.

Verder heeft de indiener bezwaar tegen de verplichting van beschoeiing en beplanting waaraan voldaan moet worden om bouwwerken op de legakkers en het gebruik toe te staan. De indiener maakt bezwaar op de volgende punten: • Het afkalven van legakkers is gevolg van de structuur van het gebied en niet het gevolg van handeling door de eigenaar. De eigenaar kan hier dus niet tegen doen. • Het afdwingen van de waarborg om de legakkers in stand te houden past niet in het bestemmingplan omdat het de verantwoordelijkheid van de eigenaar zelf is. • Het koppelen van een voorwaardelijke verplichting aan het achteraf verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwwerk dat er al jaren staat draagt kenmerken van misbruik van bevoegdheid, aldus de indiener • Volgens de indiener is er geen omgevingsvergunning nodig voor de aanleg en onderhoud van de beschoeiing op grond van het Besluit omgevingsrecht. • Er is niet voldaan aan het beginsel dat de inspanningen die moeten worden gepleegd door de eigenaren in verhouding staan totdat de belangen die de gemeente met deze constructie wil behartigen. Indiener heeft bezwaar tegen de vuilwaterbootregeling. Volgens de indiener kan dit niet in het bestemmingsplan opgenomen worden omdat het hierbij niet gaat om invulling te geven aan een goede ruimtelijke ordening.

Volgens de indiener is de waterkwaliteit geregeld in andere sectorale wetgeving en is het waterschap verantwoordelijk voor de waterkwaliteit, niet de gemeente.

instandhouding van het gebied. Deze manier van regelen in het bestemmingplan hebben wij juridisch gecheckt en voldoet aan de regels.

Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Het waterschap is inderdaad verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. De inzet van de vuilwaterboot is afgestemd met het waterschap en is voorwaardelijk voor nieuw

71

op te richten bebouwing in het plangebied. e.

De indiener vreest dat de regels die nu opgenomen zijn een grote belasting zullen betekenen voor de handhaving. De indiener vreest dat handhaven een onmogelijke opgave wordt en het plan daarom niet wordt goedgekeurd door de Raad van State.

Zienswijze 40 a. Indiener heeft bezwaar tegen de minimale afstand tussen de plaatsing van een bouwwerk en de erfgrens van 1 meter. Volgens de indiener leidt dit bij kleine kavels tot onpraktische indelingen en beperkt het gebruiksgenot. De indiener stelt een ontheffing voor mits er geschreven afstemming en overeenstemming is met aanpalende kaveleigenaren/ er minimaal 1 meter tussen twee blokhutten is.

b.

Indiener heeft bezwaar tegen de maximale lengte van een steiger boven water van 6 meter. Met deze regel wordt het aanmeren en vastleggen van een grote boot onveilig. Indiener stelt voor de steigerlengte boven water te beperken tot 1 meter vanaf de erfgrens en de lengte vrij te laten.

Wij hebben een uitvoeringsplan Toezicht& Handhaving opgesteld, welke tegelijk met het bestemmingsplan is aangeboden aan de gemeenteraad.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

In het bestemmingsplan is een afstand van 1 meter tot de naastgelegen kavel opgenomen. Hieraan zal worden toegevoegd dat er van deze 1-meter eis kan worden afgeweken en een kleinere afstand tot de erfgrens kan worden gehanteerd, met als voorwaarde dat beide eigenaren (beide kanten van de kavelgrens) schriftelijk akkoord moeten gaan met een kleinere afstand dan die 1 meter.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De maatvoering van steigers (in de waterbestemming) van 1,20 x 6,00 meter is de maximale maatvoering en wordt niet aangepast. Het is ook een belangenafweging tussen de grootte van een bouwwerk en de openheid van het gebied qua bebouwing. Een steiger van max 6 meter lengte betekent niet dat een boot van maximaal 6 meter kan aanleggen. En op een kavel kan ook met vlonders een afmeermogelijkheid gecreëerd worden. Voor de vlonders geldt ook een maximale oppervlakte (10% van een landoppervlakte van een

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

72

kavel met een maximum van 40m2). c.

Indiener vraagt om opheldering over de term “lokale” beplanting. Indiener stelt voor om een bredere toepassing van hedendaags aanbod aan beplanting toe te staan, met de beperking van extremen zoals palmbomen, etc.

In de toelichting van het bestemmingsplan is de lijst met inheemse beplanting uitgebreid en toegelicht.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

d.

Indiener heeft bezwaar tegen het niet toestaan van schuttingen. Indiener stelt voor om schuttingen toe te staan mits deze begroeid zijn met een klimplant of afgeschermd zijn voor begroeiing.

Schuttingen (bouwwerken) zijn toegestaan. De hoogte van schuttingen wordt niet aangepast. Een natuurlijke afscheiding is altijd een mogelijkheid. Elke perceel dient minimaal voor 25% met inheemse beplanting te worden uitgevoerd.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

e.

Indiener vindt de vuilwatervoorziening als eis overdreven als gebruikers beschikken over een reeds beschikbare voorziening. Indiener stelt voor dit expliciet te maken in de gebruiksvergunning en om bij eventuele verdere invoering te kijken naar de marktstandaarden zoals bijvoorbeeld die van de watersport.

Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

f.

Indiener stelt voor de seizoensbeperking van oktober tot april te schrappen omdat de indiener van mening is voldoende te kunnen genieten van het gebied zonder dat het leidt tot overmatige aanwezigheid en verstoring van de natuur.

De recreatieperiode wordt geschrapt uit het bestemmingsplan. De recreatieperiode beperkte het gebruik door recreatieve verhuur en daarmee samenhangende verkeersbewegingen. Echter kunnen dezelfde percelen jaarrond ook voor recreatief eigen gebruik worden gebruikt. De milieukundige onderzoeken (waaronder verkeer) houden rekening met alle verkeersbewegingen (ongeacht of deze afkomstig zijn van verhuur of eigen gebruik). Daarmee is het onderscheid niet ruimtelijk

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

73

relevant en zal uit het bestemmingsplan worden geschrapt. Zienswijze 41 a. Indiener vindt het niet eerlijk jaren te hebben gewacht met bouwen terwijl illegale bouwwerken nu gelegaliseerd worden. Indiener stelt voor om het maximum van 40m2 op te heffen omdat dit voor de kosten van het onderhoud van de legakker niet rendabel is op lange termijn. Indiener stelt daarom voor om 20% van het totale perceel te mogen bebouwen omdat dit meer zekerheid biedt. Indiener is in het bezit van perceel F2021.

Zienswijze 42 a. Indieners hebben bezwaar tegen de dubbele beschoeiing vanwege de hoge kosten. Daarnaast is een dubbele palenrij met wiepen niet haalbaar voor de situatie van de indieners omdat recreëren in het water vanaf het eiland onmogelijk wordt.

Om in het gebied überhaupt te mogen bouwen zijn met de provincie Utrecht afspraken gemaakt en daarbij is een maximaal aantal hectare aan mogelijke bebouwing vastgelegd. Dat is per zone onderverdeeld. Dat heeft voor zone 2 geleid tot een maximale hoeveelheid bebouwing per kavel van 20% met een maximum van 40m2. De maatvoering past in de belangenafweging tussen natuur en recreatie (bebouwing) en zal om die reden niet worden aangepast. Voor grote onbebouwde percelen die ‘gewacht hebben met bouwen ‘is speciale regeling opgetuigd (in overleg met de provincie, binnen de genoemde maximaal. Uw perceel is zo’n 3000m2. We hebben gezien dat u uw perceel in 16 kavels heeft geknipt in december 2023. Omdat dat na 27 april 2023 is, leidt die verkaveling niet tot bouwrechten per kavel. Conform de coulanceregeling wordt uw legakker opgeknipt in 4 gelijke stukken van 750m2. We hebben dit toegelicht in een gesprek (eind maart 2024) en u heeft daarmee ingestemd.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan gaat niet uit van een verplichting van een dubbele beschoeiing. De enige voorwaarde die geldt, is dat er een afdoende beschoeiing plaatsvindt om afkalving

Het bestemmingsplan (L&S-plan) wordt tekstueel verduidelijkt.

74

van een kavel tegen te gaan. De tekst van het L&S-plan zal hierop verduidelijkt worden. b.

Indieners hebben bezwaar tegen het maximale aantal huisjes op een kavel. De indieners hadden niet zien aankomen dat ze de kavels hadden moeten splitsen.

Zienswijze 43 Zelfde inhoud als zienswijze 33 Zienswijze 44 a. De indiener heeft bezwaar tegen het splitsen/ verkavelen van het perceel VKV-F-2025 voor commerciële doeleinden en deze stukjes te verhuren aan meerdere seizoensrecreanten. Volgens de indiener zal het financieel gewin prevaleren aan dat van de natuur.

Zienswijze 45 a. Indiener heeft bezwaar tegen artikel 6.3.1 lid d. waarin vermeld staat dat de bebouwing tot de

De bebouwing op een kavel is niet gemaximeerd in het aantal, maar in een totaal aantal m2 per kavel. Splitsen van kavels is niet meer toegestaan. Er kavel wordt in het bestemmingsplan 1 steiger toegestaan van maximaal 6 meter breed bij maximaal 1,20 meter vanuit de kavelgrens.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zie beantwoording zienswijze 33 De gemeente heeft een belangenafweging te maken tussen het belang van de legakkerstructuur, de natuur, de recreatie en de individuele belangen van de eigenaren /gebruikers. Daarin is een middenweg gevonden, waarbij iedere kavel bouwrechten krijgt, waar plichten tegenover staan. Het belangrijkste is dat de legakkerstructuur behouden blijft. Met deze belangafweging wordt dit gewaarborgd. Voor de behandeling van de zienswijze tegen perceel F 2025 wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijzen 151. Daar wordt geconcludeerd dat het perceel opgeknipt kan worden in 5 kavels, conform de coulanceregeling. Het verder opknippen van de kavels is niet meer toegestaan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

In het bestemmingsplan is een afstand van 1 meter tot de naastgelegen kavel

Deze zienswijze leidt tot aanpassing

75

onderlinge perceelgrens ten minste 1 meter moet bedragen. In het geval van de indiener moet de bestaande bebouwing in zin geheel worden verplaatst. De indiener stelt daarom voor dat bebouwing van voor 2018 onder een andere regeling valt waarin hier niet aan hoeft te voldoen.

b.

Indiener heeft bezwaar tegen de beschoeiing voor zone 2 (blz. 10 landschaps- en stedenbouwkundigplan) omdat deze vorm veel onderhoud vergt en niet geschikt is voor gebieden waar het water relatief diep is en vrij veel scheepvaart is.

c.

Voor een duurzaam behoud van de legakkers ziet de indiener graag dat alle zone 2 gebieden omgezet worden naar zone 1 gebieden. De recreatiewaarde zal bepalend moeten zijn.

d.

Indiener heeft bezwaar tegen de kadastrale indeling op ruimtelijkeplannen.nl. Indien deze indeling over de luchtfoto wordt gelegd dat geldt dat de grenzen niet met elkaar in overeenstemming zijn. Dit geldt ook voor het perceel van de indiener (A4769: zie bijlage voor screenshots).

Zienswijze 46

opgenomen. Hieraan zal worden toegevoegd dat er van deze 1-meter eis kan worden afgeweken en een kleinere afstand tot de erfgrens kan worden gehanteerd, met als voorwaarde dat beide eigenaren (beide kanten van de kavelgrens) schriftelijk akkoord moeten gaan met een kleinere afstand dan die 1 meter. Het bestemmingsplan gaat niet uit van een verplichting van een dubbele beschoeiing. De enige voorwaarde die geldt, is dat er een afdoende beschoeiing plaatsvindt om afkalving van een kavel tegen te gaan. De tekst van het L&S-plan zal hierop verduidelijkt worden. We hebben het plassengebied ingedeeld in 3 zones: - Zone 1 is het gebied met permanente recreatie - Zone 2 is de overgangszone, waarbij er een balans is tussen natuur en recreatie - Zone 3 ligt het dichtst bij Botshol (en geniet de meeste bescherming. Deze zonering is werkbaar en zal niet worden aangepast. Er zal altijd enig verschil zitten in digitale kaarten die over elkaar liggen. Uitgangspunt is duidelijk, de kadastrale grenzen zijn leidend.

van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan (L&S-plan) wordt tekstueel verduidelijkt.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

76

a.

Indiener heeft het verzoek om een recreatie-ark, waar de indiener gebruik van maakt in de periode april – oktober, te behouden tijdens het seizoen. De indiener is in het bezit van legakker F1428.

Zienswijze 47 a. Het perceel van de indieners heeft bestemming legakker X gekregen, waar de indieners bezwaar tegen hebben vanwege de sterke waardedaling van de grond en het historisch, agrarisch gebruik conform het bestemmingplan van het perceel. Indieners zijn in het bezit van perceel F1543. b.

Het verlengde van het huis van de indieners heeft momenteel de bestemming “tuin” en heeft in het ontwerpbestemmingplan de bestemming “legakker X” gekregen. Dit betekent een ernstige beperking in gebruik en toekomstige mogelijkheden, aldus de indieners.

Zienswijze 48 a. Indieners zijn het oneens met een kleiner bouwvlak op het perceel (Botsholsedijk 14). Daarnaast zijn de bouwvlakken van het botenhuis en de werkschuur (voormalige zomerhuis) niet ingetekend. Indieners verzoeken dat het bouwvlak op het perceel ongewijzigd blijft.

Voor het plassengebied is een maximaal aantal recreatiearken toegestaan en op de verbeelding aangeduid. Die rechten zijn vanuit het verleden (met vergunning) ontstaan en er mogen er niet meer bij komen. Voor uw kavel is er geen aanduiding opgenomen voor een recreatieark-ligplaats en er zijn geen rechten vanuit het verleden.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De bewuste gronden zijn inmiddels aangekocht door de gemeente.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zie beantwoording zienswijze 47a.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De regels in het bestemmingsplan geven aan hoe groot een recreatiewoning mag zijn en hoeveel m2 aan bijgebouwen zijn toegestaan. De grootte van het bouwvlak doet daar niks aan af. Vergeleken met beheersverordening (oude regels) vindt er geen beperking van rechten plaats. Daar komt bij dat niet alle bebouwing op de ondergrond staat opgenomen, dat is een momentopname vanuit de Grootschalige Basis Kaart Nederland. Mogelijke

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

77

bestaande vergunningen voor andere bouwwerken op het perceel worden natuurlijk gerespecteerd. b.

Indieners hebben bezwaar tegen de bestemming ‘recreatie’ en verzoeken een wijziging naar de bestemming ‘wonen’. De bijgebouwen van de indieners hebben een afmeting die enkel mogelijk is bij de bestemming ‘wonen’. Verder zijn de indieners van plan de bestaande schuur te verbouwen en in te richten met ondersteunende faciliteiten. Daarnaast is eenzelfde bestemmingswijziging doorgevoerd op de percelen Botsholsedijk 16 en 18a. De indieners beroepen zich op het gelijkheidsbeginsel.

Zienswijze 49 a. Indieners hebben bezwaar tegen de tekening op ruimtelijkeplannen.nl omdat deze onvolledig en te vrijblijvend is. Indieners vragen om verduidelijking waar wel en niet gebouwd mag worden en aan welke eisen dit bouwsel moet voldoen.

Het omzetten naar een woonbestemming is in strijd met de provinciale regels. Ook vanuit de gemeente is de omzetting ongewenst omdat er voldaan moet worden aan een goede ruimtelijke ordening (evenwichtige toedeling van de functie aan een locatie) en dat is niet aangetoond.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Permanente bewoning van en recreatiewoning is en blijft niet toegestaan (in is in strijd met gemeentelijke en provinciale regelgeving). Op de verbeelding van het bestemmingplan is de bestaande planologische situatie opgenomen, waarbij bouwvlakken aan het perceel zijn toegekend. Binnen deze bouwvlakken gelden regels ten aanzien van gebouwen en bouwwerken en gebruik. Op het perceel is een aanduiding ‘horeca’ aanwezig, waarbij in artikel 11.4.1 de mogelijkheid wordt geboden om af te wijken van het bestemmingsplan voor een uitbreiding van het bestaande horecagebouw met maximaal 700 m2, inclusief terras van maximaal 250 m2 onder voorwaarden. Verder geldt de dubbelbestemming Waarde - Schootsveld, vanwege de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden. Er zal moeten worden aangetoond dat er geen sprake is van aantasting van deze waarden. Voor specifieke inhoud wordt verwezen

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. Actie KC, bouwvlak vergroten.

78

naar de regels van het bestemmingsplan. b.

c.

Indieners zien graag de volgende toevoeging bij Zandeiland 1 vanwege de geluidsoverlast van de horecagelegenheid. • Verbod op geluidsboxen buiten op het zandeiland • Eisen terras met geluidswerende schermen • Het pand moet beter geïsoleerd worden • Tijdens de 12 incidentele feesten mag er buiten geen versterkt geluid geproduceerd worden • Tijdens bovenstaande feesten moeten ramen en deuren gesloten blijven • Er mag tijdens besloten feesten niet meer ruimte van het Zandeiland in gebruik genomen worden wat de openbare ruimte voor dagrecreatie beperkt. Volgens de indieners staan er momenteel veel extra illegale bouwwerken bij de horecagelegenheid. In artikel 11.4.1. Horeca staat dat het oppervlakte van het bestaande horecagebouw uit te breiden met maximaal 700 m2, inclusief terras van maximaal 250m2. De indiener heeft diverse opmerkingen en wijzigingen benoemd voor Zandeiland 1 op basis van dit artikel: 1. Verduidelijken 700 m2 als maximum, geen uitbreiding 2. Uitbreiding is niet conform artikel 11.3 A en levert overlast 3. Bouwregels A onder 11.2 past niet bij artikel 11.3 A, B en D. 4. De planologische mogelijkheid tot uitbreiding van het huidige restaurant uit BP Winkelpolder levert potentiële geluidsoverlast op. 5. Op zandeiland 1 is nog steeds verontreinigde grond aanwezig. 6.

De uitbreiding die in het OBP is genoemd is groter dan op de tekening weergegeven en past niet in het bouwvlak.

Het bestemmingsplan regelt de functie horeca. De regels voor geluid zijn geregeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Daarnaast kunnen via een exploitatievergunning en/of een evenementenvergunning uitvoeringsregels opgelegd worden. De door u aangegeven punten kunnen worden afgewogen via een exploitatievergunning/ evenementenvergunning en via de basisregels in de VFL.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zie antwoord 49a en 49b.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor bebouwing is een bodemonderzoek (waaruit blijkt dat de grond voor de functie te gebruiken is) noodzakelijk. Ook qua cultuurhistorie is hier extra onderbouwing noodzakelijk. Op basis van artikel 21.2 zijn uitsluitend bestaande bruggen, steigers, openbare aanlegplaatsen, sluizen en andere waterstaatkundige kunstwerken zijn toegestaan en mogen niet worden uitgebreid. Omdat de uitbreiding van bebouwing in een schootsveld ligt, zal hiervoor nader onderzoek moeten plaatsvinden.

79

7. De kiosk op het zandeiland 1 staat niet als bouwvlak op de kaart: deze meters moeten meegeteld worden in totaaloppervlak aan horeca. Verduidelijking in BP gewenst. 8. Conform artikel 26 Waarde – Schootsveld mag er in Zandeiland 1 niet extra gebouwd worden in het gebied, dus ook geen vergroting van het gebouw. 9. Toekomstige extra steigers op de hoek bij de brug Zandeiland 1 zijn levensgevaarlijk, graag uitsluiten. 10. Zandeiland 1 heeft een aanduiding ‘Cultuurhistorische Waarden’, waardoor er geen mogelijkheid tot bebouwing is. Ook geen klimtoestellen, toiletgebouw en bouwvlak zoals nu aanwezig. Indiener heeft ook opmerkingen op Zandeiland 2 (zie hieronder) d.

Indieners hebben bezwaar tegen de tekening op ruimtelijkeplannen.nl omdat deze onvolledig en te vrijblijvend is. Indieners vragen wat de definitie van een “leisure eiland” is en om verduidelijking waar wel en niet gebouwd mag worden/ aan welke eisen dit bouwsel moet voldoen.

Het bestemmingsplan staat geen grootschalige ‘leisure’- bebouwing toe. Sowieso is voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde een maximale hoogte opgenomen van 2,5 meter. Eventuele bouwwerken moeten ook weer voldoen aan het Bouwbesluit/ BBL. De paar bestaande bouwwerken zijn niet in strijd met artikel 11.2.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

e.

Er zijn bouwwerken aanwezig die in strijd zijn met artikel 11.2

f.

Inspreker wil graag dat het bestemmingsplan omschrijft dat er geen evenementen op Zandeiland 2 gegeven mogen worden.

Zandeiland twee heeft geen aanduiding van een structureel evenemententerrein gekregen. Een incidenteel evenement zal via een evenementenvergunning aangevraagd moeten worden.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

g.

Inspreker wil graag dat het bestemmingsplan omschrijft dat er geen mechanische

Zie antwoord 49d.

Deze zienswijze leidt niet tot

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

80

constructies op het eiland zijn toegestaan.

aanpassing van het bestemmingsplan.

h.

Inspreker wil dat in het artikel 11.2 Nadere eisen alleen de voor omwonenden acceptabele bouwwerken worden opgenomen.

De in artikel 11.3 opgenomen nadere eisen die het college kan stellen, zijn voldoende.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

i.

Zandeiland 2 heeft een aanduiding ‘Cultuurhistorische Waarden’, waardoor er geen mogelijkheid tot bebouwing is. Ook geen klimtoestellen, toiletgebouw en bouwvlak zoals nu aanwezig.

Binnen het bouwvlak op zandeiland 2 is het toegestaan om een gebouw op te richten. Verder is het op de rest van zandeiland 2 toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen op te richten. Dit is niet in strijd met de cultuurhistorische waarden. De openheid van het gebeid is hiermee niet in het geding.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De gemeente heeft een belangenafweging te maken tussen het belang van de legakkerstructuur, de natuur, de recreatie en de individuele belangen van de eigenaren /gebruikers. Daarin is een middenweg gevonden, waarbij iedere kavel bouwrechten krijgt, waar plichten tegenover staan. Met de provincie is afgesproken hoeveel m2 er maximaal bebouwd mag worden in het plassengebied. Daar is een maximum van 40m2 per kavel uit voortgekomen. We gaan dit maximum niet verhogen. De opgenomen bouwhoogte is tevens een maximale waarde, minder hoog bouwen mag ook.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Beantwoording

Conclusie

Zienswijze 50 a. Indiener heeft bezwaar op het maximale bebouwingspercentage van 20% van het oppervlak met een maximum van 40m2. Indiener stelt voor dat voor percelen groter dan 200m2 een staffeling wordt gehanteerd waarbij de maximale grootte van de bebouwing naar 50m2 gaat. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de bouwhoogten (bebouwing van 2m hoog heeft een kleine impact dan een gebouw van 3,5m). hierbij zou meer flexibiliteit in de benoemde maximale m2 moeten worden gehanteerd, aldus de indiener.

Nr.

Zienswijze

Zienswijze 51. Kavel 1535 a. Indiener wijst er op dat in het Dat klopt. We zullen dat landschaps- en stedenbouwkundig aanpassen in het L&S-plan

Deze zienswijze leidt tot aanpassing

81

plan (blz 16, en blz 14) aangegeven zou moeten worden dat natuurbeschoeiing optioneel is.

van het bestemmingsplan.

Dit is in de regels wel al juist aangegeven volgens indiener. b.

Indiener geeft aan gevaarlijke Er zijn in de huidige situatie situaties te vrezen doordat al diverse plekken waar het natuurbeschoeiing mag worden zicht vanaf het water aangebracht tot 3 meter buiten de belemmerd is, en op kavel. Indiener wijst er op dat de sommige plekken is de doorvaart daarmee verkleind wordt doorvaarbaarheid van het en gevaarlijke situaties kunnen gebied minder goed. In ontstaan, doordat in het donker, veel gevallen is de schemer of in de mist niet beschoeiing ruimer dan 3 zichtbaar is. De indiener vraagt meter. Door deze te zich af wie er verantwoordelijk is begrenzen op maximaal 3 als er bij een aanvaring schade meter kan hierop worden wordt opgelopen? gehandhaafd. Deze maatvoering leidt niet tot problemen. Indien nodig zullen verkeersborden of waarschuwingsborden geplaatst worden. Als vaarweggebruiker heeft men te maken met de vaarreglementen. Vanaf het water is het verboden om de eilanden en de begroeiing te beschadigen. De eigenaar is verantwoordelijk voor de bouwwerken op zijn perceel/kavel, bijvoorbeeld als gevolg van storm. Er kunnen geen uitspraken worden gedaan over verantwoordelijkheid bij een hypothetisch geval van aanvaring. Dit valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. Indiener vraagt zich af wat de Verwezen wordt naar kosten zijn voor een poepboot per Bijlage B, jaar. themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

d.

Indiener vraagt zich af wat de legeskosten zijn voor een kavel.

Verwezen wordt naar de tarieventabel van de legesverordening De Ronde Venen 2025. De leges wordt berekend (percentage) aan de hand van de bouwkosten.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

e.

Indiener vraagt zich af of de poepboot loost op het riool en

Zie beantwoording zienswijze 51c

c.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

82

stelt dat via de rioolzuivering in Mijdrecht, de medicijnresten alsnog in het oppervlaktewater terecht kunnen komen. Indiener denkt ook dat dagjesmensen het water meer zouden kunnen vervuilen dan de bewoners via een septictank en helofytenfilter doen. f.

Indiener stelt voor de verplichte beplanting te verlagen naar 10%.

Ter behoud van de natuurlijke uitstraling en de legakkerstructuur van het Vinkeveense Plassengebied (= Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebied) is een belangenafweging gemaakt tussen het behoud van natuur en de mate van bebouwing op een kavel. Daarbij is bebouwing tot op zekere hoogte toegestaan (onder voorwaarden), maar tegelijk dient er gecompenseerd te worden. Dat gebeurt in de vorm van de aangekochte 10ha in het Meertje, maar tegelijk dient elk kavel een bijdrage daaraan te leveren. Die 25% natuur per kavel is onderdeel van de afspraak die gemaakt is met de provincie Utrecht. Onder die voorwaarde heeft de provincie de ontheffing van het verstedelijkingsverbod verleend. Het percentage wordt om die reden niet verlaagd naar 10%.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

g.

Indiener vindt dat “inheems” vervangen zou moeten worden door “bladverliezend”

Bladverliezende beplanting kan ook niet inheemse beplanting zijn. In de Vinkeveense plassen (NNN) hechten we aan het toepassen van inheemse beplanting. Bij voorkeur authentiek uit het gebied komend!

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Inheemse beplanting: planten die van nature in een bepaald gebied in Nederland voorkomen.

83

Inheemse beplanting is optimaal aangepast aan de bodem en het klimaat in dat gebied. Ze dragen bij aan de biodiversiteit (voedselbron voor Nederlandse bijen, vlinders en andere nuttige insecten), waterhuishouding, luchtkwaliteit en het klimaat in de omgeving waar ze groeien. h.

Indiener vindt dat er sprake is van schending van artikel 1 van de Nederlandse Grondwet, omdat nieuwe verkavelingen worden verboden met het ontwerpbestemmingsplan, maar de bestaande illegale verkaveling wel wordt toegestaan.

Iedereen die een kavel heeft, ten tijde van het ijkpunt 27 april 2023, krijgt de mogelijkheid om een gebouwtje, onder voorwaarden, te plaatsen. Het klopt dat een verdere verkaveling is uitgesloten, m.u.v. enkele percelen die Indiener vindt daarom dat verdere expliciet gewacht hebben verkaveling mogelijk moet blijven met bouwen op hun en dat daarvoor compensatie perceel. wordt geregeld. Dat is de afspraak met de provincie Utrecht om Indiener vindt dat de angst dat het überhaupt enige gehele plassengebied vol komt te bebouwing in het gebied staan met hutten niet reëel omdat te mogen plaatsen. er op dit momenten onvoldoende Er is dan ook geen strijd parkeerplaatsen en met artikel 1 van de aanlegplaatsen zijn en de Grondwet. jachthaven al jaren vol is. Ook zijn de kosten te hoog voor veel mensen om een hut te plaatsen.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

i.

Indiener heeft een afbeelding van de kavel meegestuurd waarop de verdeling van de kavel in 2 delen zichtbaar moet worden gemaakt in het bestemmingsplan.

Op de verkavelingskaart is perceel F1535 al gesplitst in twee delen.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

j.

Indiener vindt het vreemd om bomen in te korten tot 4,5 meter en stelt dat vogels hierin veilig hun nesten kunnen maken. Bomen gaan rotten en sterven als ze worden ingekort.

De wens van de gemeente is om bomen relatief laag (max 4,5 meter hoogte) te houden om de schade bij een mogelijke storm te minimaliseren. Als bomen omwaaien leidt dat al snel tot grote schade aan een legakker. Een eigenaar is zelf verantwoordelijk voor z’n kavel (inclusief inheemse beplanting).

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Volgens indiener zullen eigenaren zelf bomen snoeien. Indiener vindt wel dat de regel moet gelden voor de eilanden die in het bezit van Staatsbosbeheer en de legakkers die te smal zijn om op te recreëren. Deze worden

84

volgens indiener nu niet voldoende onderhouden en zullen in de toekomst verdwijnen. k.

Indiener vindt dat de bepaling 35.1 sub c en 35.2 sub d niet zouden moeten gelden voor alle bouwwerken en het gebruik daarvan, in het plangebied. Indiener geeft aan dat hij een briefwisseling uit 1993 kent over een bouwwerk dat mag blijven staan tot dat er beleid is gemaakt. Indiener geeft aan dat de gemeente al 30 jaar lang niet handhaaft binnen het plangebied en bebouwing gedoogt. Het is volgens indiener dan ook niet realistisch en rechtvaardig om bij de regels te stellen dat er ‘zonder een afgegeven vergunning geen overgangsrecht is/ hier geen gebruik van gemaakt kan worden’.

Zienswijze 52. kavels F 1237 F158, F 2177 en F 1916 a. Indieners laten weten in principe blij te zijn met het ontwerpbestemmingsplan, aangezien dit het behoud van de legakkers in stand kan houden. b.

Indiener geeft aan het perceel F 1237 158 in 2016 te hebben gekocht en hier niks te hebben ontwikkeld, om aan te sluiten bij het nieuwe bestemmingsplan. Het perceel was onderverdeeld in 5 kavels, maar de indiener heeft daar niets meer mee gedaan. Indiener geeft aan dat op de verkavelingskaart 1 kavel is aangegeven en voelt zich nu gestraft doordat ze zich aan de regels heeft gehouden door niet iets met het perceel te doen, terwijl de kosten om te beschoeien, steigers aan te brengen etc. zijn gestegen. Indiener verzoekt dan ook de legakker in 5 kavels te verdelen waarbij bebouwing wordt toegestaan. De indiener heeft ook een foto van de verkavelingskaart

In artikel 3.2.1 Bro (overgangsrecht bouwwerken) en 3.2.2 Bro (overgangsrecht gebruik) is bepaald dat deze regels van overgangsrecht moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Het overgangsrecht in het bestemmingsplan (artikel 35) voldoet aan de wettelijke voorgeschreven tekst. Of een situatie onder het overgangsrecht valt, hangt van veel factoren af.

Voor kennisgeving aangenomen

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Uit de zienwijze blijkt dat de eigenaar heeft gewacht met bouwen totdat de gemeente met een regeling (bestemmingsplan) zou komen. Deze situaties zijn nauwkeurig bekeken en tevens besproken met de provincie Utrecht (het bestemmingsplan moet voldoen aan de interim provinciale verordening en daarmee dus goedkeuring krijgen van de provincie). De provincie stemt, ondanks het verkavelingsverbod, toch in met een regeling voor deze situatie(s). Hierbij is max 0,4ha toegewezen. Dat komt er in de praktijk op neer dat een kavel minimaal 750m2 moet

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

85

c.

en van de bestaande situatie bijgevoegd.

bedragen om voor een extra bouwrecht in aanmerking te komen en dat de overige eisen voor gebruik/bebouwing moeten worden gerespecteerd. Uw kavel heeft een oppervlakte van 600m2 en komt derhalve niet in aanmerking voor verkaveling. Zie bijlage A.

Indiener bezit ook perceel Vinkeveen F02177.

We hebben de situatie nogmaals bekeken en het klopt dat hier abusievelijk de natuurbestemming is toegekend aan kavel F2177. Het perceel wordt bestemd met Groen Legakker-2.

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

We hebben de situatie op de luchtfoto bekeken (F2177) en zien inderdaad dat de verkavelingskaart niet conform de realiteit is opgenomen. De verkavelingskaart wordt hierop aangepast (1 kavel worden 3 kavels).

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Indiener laat weten dat dit perceel deel is van een legakker en in 2021 is gekocht. Indiener vraagt zich af waarom dit perceel de enkelbestemming Natuur heeft gekregen, omdat de aard van dit perceel/legakker identiek is aan alle legakkers in de omgeving die de bestemming Groen-Legakker 2 hebben gekregen, zoals ook het aansluitende perceel F01916 heeft gekregen. Indiener verzoekt dan ook dat dit perceel, maar ook de totale legakker gewijzigd wordt in de enkelbestemming GroenLegakker 2. Indiener geeft nog aan dat dit perceel al jaren verhuurd wordt voor recreatief gebruik en dat hier al jaren een aanlegvergunning voor afgegeven wordt door het Recreatieschap Vinkeveense Plassen. Indiener heeft hier ook foto’s van opgenomen in bijlage 2. d.

Indiener geeft aan dat op het bij c. genoemde perceel (Vinkeveen F 02177) is aangegeven dat er geen sprake is geweest van verkaveling, maar dat het al vanaf de jaren 80 met hagen/groen is verkaveld in 3 kavels. Indiener verzoekt dit kavel in 3 kavels te verdelen zoals ze heeft afgebeeld in de bijlage 3, waarbij ook bebouwing wordt toegestaan.

86

e.

Indiener vindt bouwregels 6.2. B uit artikel 6 Groen-Legakker 2 te klein (4m2), tenzij de verkaveling wordt aangepast aan de wensen van de indiener.

De verkavelingskaart wordt aangepast conform beantwoording 52d. De bouwrechten worden mogelijk gemaakt via een afwijking van het bestemmingsplan, omdat ook nog voldaan moet worden aan de voorwaarden.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

f.

Indiener geeft aan zich te kunnen vinden in het onder 6.3 Afwijken van de bouwregels gestelde (specifiek 6.3.1.a) indien de percelen verkaveld worden zoals zij hierboven wenst.

Zoals hierboven beantwoord, wordt perceel F1237 niet verkaveld en perceel F2177 wel verkaveld. De bouwmogelijkheden per kavel zijn zorgvuldig afgewogen en worden niet meer aangepast.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

g.

Indiener vraagt zich af wat de kosten zijn voor de vuilwaterbootregeling en hoe dit gerealiseerd wordt, en voor wie dit van toepassing is

Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)

Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

h.

Indiener vindt dat 5m2 aan tent per kavel, zoals genoemd in 6.5. niet realistisch als hier gezinnen willen verblijven, en stelt dan ook voor om de maximale totale oppervlakte te verruimen naar 35m2. Indiener wijst er nogmaals op dat ze de kavels op de verkavelingskaart gewijzigd wil zien zoals zij voorstelt.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

i.

Indiener vraagt zich af waarom de kavels worden vastgelegd middels een verkavelingskaart. Indiener vindt dat zij als eigenaar van de percelen vrij zou moeten zijn om te bepalen hoe deze percelen verkaveld worden en met welke afmetingen.

De bouw- en gebruiksmogelijkheden per kavel zijn duidelijk. Daarnaast is voor incidenteel (niet structureel) gebruik een klein tentje (max 5m2) toegestaan. Die maximale afmeting wordt niet aangepast, omdat er een belangenafweging heeft plaatsgevonden tussen het gebruik van de kavel en de belangen van de natuur in het gebied. We hebben een belangenafweging gemaakt tussen recreatie en natuur. Het gehele gebied ligt in het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Hierover zijn afspraken gemaakt met de provincie. Daar is een maximum bebouwing per kavel uit voortgekomen. Dat heeft geleid tot voorliggend bestemmingsplan, de bebouwingregels en een

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

87

verbod op verdere verkaveling. Zienswijze 53. Kavel VKV00 H-02153 G 0000 a. Indiener steunt de zienswijze van de Goede Vangst (nummer…) waarin wordt aangegeven dat de natuurbeschoeiing optioneel zou moeten zijn en dat houten beschoeiing ook volstaat zoals vermeld in de regels zone 3 punt 7.3.2. Indiener geeft aan dat er bij zijn eilanden voldoende ruimte is voor de doorvaart.

Dat is al mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan, maar dat zal explicieter worden beschreven.

Deze zienswijze leidt tot een tekstuele aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan.

Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

b.

Indiener geeft aan de eis van 25% verplichte beplanting niet redelijk te vinden en deze (net als de zienswijze van de Goede Vangst) 10% te laten zijn. De indiener geeft aan dat het eiland is voorzien van een grasmat en natuurlijk is ingedeeld als compensatie.

Zie beantwoording zienswijze 22a

c.

Indiener geeft aan dat veel punten uit de zienswijze van de Goede Vangst ook op hem van toepassing zijn, met nadruk op de vragen: Wat zijn de te verwachten leges kosten voor een kavel? Wat zijn de verwachte kosten van de boot die de septictank jaarlijks komt legen? (nogmaals argument 25% verplichte beplanting terug naar 10%)

Zie beantwoording zienswijzen 22a, 22b en 22c

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14963492/1