Bijlage 20 - Nota zienswijzen, 4 december 2024 anoniem
Tekst van het document
32
toets onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. Het plan is hiermee in strijd met een goede ruimtelijke ordening en kan volgens de indiener om die reden niet worden vastgesteld.
geen opwoeling en effect van golfslag door boten (mits maximale snelheid wordt gehanteerd) is naar verwachting nihil. Verkeersbewegingen veroorzaken verontreiniging van het wegoppervlak. Afstromend wegwater komt via bermpassage in het oppervlaktewater, wat conform richtlijnen volstaat. • Daken en verharde oppervlakten mogen niet uitlogen. Dit is opgenomen de beleidslijn bouwmaterialen (2011). In aanvulling op de beleidslijn wordt het gebruik van uitloogbare materialen uitgesloten in het L&S plan.
• De illegale situatie is voor de KRW nadrukkelijk wél relevant, omdat de huidige ecologische en chemische toestand, zoals gerapporteerd in hoofdstuk 3 van de KRWtoets en de KRWfactsheets van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht een weergave is van de praktijksituatie. Dit is dus de toestand inclusief de illegale bebouwing en ongezuiverde lozingen. m.
Vanwege bovenstaande argumentatie, vindt de indiener het opgestelde milieueffectrapport onvoldoende en ontoereikend. Het gaat daarbij met name om de effecten voor Natura 2000gebieden (met name stikstof), de effecten voor beschermde soorten, de effecten en compensatie van het
Zie beantwoording zienswijze 4c voor stikstof, beantwoording zienswijze 4d en volgende (soorten) en beantwoording zienswijze 4h voor NNN. De informatie uit de achterliggende onderzoeken is in het MER verwerkt. Daarnaast is vervolgens nog de
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
33
n.
Natuurnetwerk Nederland en de effecten voor de waterkwaliteit.
stikstof-berekening + ecologische beoordeling stikstof geactualiseerd (nieuwste AERIUS-versie) + het Natuurkwaliteitsplan uitgewerkt.
Volgens de indiener wordt niet voldaan aan de Ladder voor duurzame ontwikkeling omdat onvoldoende is onderbouwd dat er behoefte bestaat aan de ontwikkelingen waarin het bestemmingsplan voorziet. De plantoelichting bevat een beperkte onderbouwing van de behoefte aan de voorziene ontwikkelingen in het plangebied, waarin de behoefte aan de ontwikkelingen wordt gesteld, maar niet nader wordt onderbouwd aan de hand van actuele en concrete gegevens.
De tekst ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking is geactualiseerd. Hierin werd per abuis nog verwezen naar een grote toename aan economische activiteiten. De ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt zijn specifieker opgenomen in deze paragraaf en de behoefte is zowel kwalitatief als kwantitatief onderbouwd.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
In goed overleg met de provincie is dit uitvoerig besproken en de provincie
Deze zienswijze leidt niet tot
Er wordt niet gesteld waar de behoefte (aan een groter en divers(er) aanbod van activiteiten bij de Vinkeveense Plassen) uit blijkt en daarnaast wordt gesteld dat bestaande natuur wordt beschermd en dat de biodiversiteit en ecologische waarden worden behouden dan wel versterkt. Dit is niet relevant en ook onjuist, aldus de indiener. Er wordt niet onderbouwd waarom sprake is van behoefte (zowel kwantitatief als kwalitatief) aan bebouwing op de legakkers zelf. Het toestaan van (illegale) bebouwing is daarnaast niet de enige manier om maatregelen te treffen om de legakkers te behouden. Volgens de indiener zijn er voldoende alternatieven. Gezien bovenstaande argumenten vindt de indiener de plantoelichting niet draagkrachtig gemotiveerd dat het plan voorziet in een actuele behoefte. Daarmee is het plan volgens de indiener niet in overeenstemming met artikel 3.1.6. lid 2 van het Bro. o.
Volgens de indiener kan geen toepassing worden gegeven aan artikel 9.20 van de Iov omdat er
34
niet wordt voldaan aan de voorwaarde dat nabijgelegen natuurgebieden worden ontzien. Zowel het plangebied zelf dat onderdeel uitmaakt van het NNNgebied als het nabij gelegen natura 2000-gebied Botshol wordt door het plan aangetast. Een onderbouwing dat hier wel aan wordt voldaan ontbreekt volgens de indiener, terwijl dat op grond van het tweede lid van artikel 9.20 van de Iov wel verplicht is.
heeft op 19 december 2023 de benodigde ontheffing van het verstedelijkingsverbod afgegeven. Het voorliggende bestemmingsplan voldoet daarmee aan de IOV provincie Utrecht.
aanpassing van het bestemmingsplan.
Daarnaast is de indiener van mening dat de ontheffing voor het overtreden van het verstedelijkingsverbod Landelijk gebied niet verleend kan worden. Indiener wijst in dat kader op de brief van het college van gedeputeerde staten (bijlage 17 plantoelichting). Aan de aandachtspunten waar nog aan moet worden voldaan voordat de ontheffing verleend kan worden, wordt nog niet voldaan, aldus de indiener. Het gaat daarbij om 1. De invulling van de compensatieverplichting voor de aantasting van het NNN-gebied 2. De natuurkansen in zone III 3. Het aspect handhaving Volgens de indiener is de compensatie van de aantasting van het NNN onvoldoende. Ten tweede is in zone III geen sprake van (genoeg) kansen voor de natuur (op de legakkers in zone I, II en III mag bijvoorbeeld vrijwel onbeperkt gerecreëerd worden). En ten derde is er nog geen goed handhavingsplan, wat wel vereist is. Verder is niet geborgd dat percelen niet verder verkaveld kunnen worden, wat een van de voorwaarden is (een aantal bouwmogelijkheden is gekoppeld aan percelen). Gelet op bovenstaande vindt de indiener dat de ontheffing voor het overtreden van het verstedelijkingsverbod landelijk gebied niet verleend kan worden en het plan niet vastgesteld kan
35
worden in overeenstemming met de Iov. p.
Indiener wijst op het feit dat niet alleen de bouw- en recreatiemogelijkheden op bestaande legakkers fors toenemen, maar dat met het ontwerpbestemmingsplan ook nieuwe legakkers aan het plangebied worden toegevoegd. Diverse plekken in het water hebben de bestemming ‘Groen – Legakker 2 of – 3’ gekregen. Naast dat in het algemeen, aldus de indiener, ten onrechte geen rekening is gehouden met de (negatieve) gevolgen van het toevoegen van nieuwe legakkers, zijn ook de (negatieve) gevolgen voor de indiener niet beoordeeld, in de vorm van geluid, aantasting van uitzicht en aantasting van privacy (zoals is onderbouwd in bovenstaande punten).
In goed overleg met de provincie is de situatie van 27 april 2023 als uitgangspunt genomen voor de verkavelingskaart. Dat betekent dat conform de verkavelingskaart bebouwingsmogelijkheden op de kavels zijn toegewezen. Nieuwe kavels kunnen en zullen niet worden toegestaan, behoudens kavels die volgens de coulanceregeling zijn opgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan. Alle bestaande kavels zijn meegenomen in de onderzoeken (en terug te vinden op de verkavelingskaart). Het totaal aantal kavels bedraagt 1.400 stuks en dit aantal mag niet toenemen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Verwezen wordt naar Bijlage A, themabeantwoording ‘Verkaveling’. (einde van dit document) Zienswijze 5 a. Indiener maakt zich zorgen dat de legakkers alleen nog maar zullen zijn voorbehouden aan mensen met grote budgetten. Indiener geeft aan van het gebied te houden en er goed voor te zorgen. Indiener ziet geen enkele beperking in het bestemmingsplan als het gaat om de maatvoering van toegestane schepen en vreest daarom voor de veiligheid en hoe schoon het gebied blijft.
b.
Indiener ziet liever niet de regeling voor het georganiseerd afvoeren van afval. In plaats daarvan zou indiener willen dat mensen beboet worden als zij
De Vinkeveense Plassen is naast een natuurgebied ook een recreatiegebied. Dat gaat hand in hand. In het bestemmingsplan zijn keuzes en een belangenafweging gemaakt voor beide functies, om ervoor te zorgen dat de legakkerstructuur tot in de lengte der dagen behouden blijft. Echter, het bestemmingsplan reguleert de scheepvaart (en de maatvoering van schepen) niet. Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document). Vooralsnog
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
36
afval dumpen of toiletten lozen, dan betaalt de misdrager en niet de mensen met goed gedrag. Indiener wijst er namelijk op dat hij zijn afval netjes achterlaat en dat een regeling waarin een commercieel bedrijf het afval ophaalt zal leiden tot hogere kosten voor indiener.
c.
Indiener vindt het geen goed idee om bestaande beschoeiingen te vervangen door natuurlijke beschoeiingen als deze nog niet aan vervanging toe zijn. Dit is volgens indiener niet duurzaam. Daarnaast wijst indiener op een strijdigheid hierover tussen bijlage 1 (zone 2 en 3) en de basisregels en vraagt zich af waarom dit strijdig is.
wordt de toepassing van droogtoiletten en chemische toiletten als vuilwatervoorziening opgenomen. Dit wordt als voorwaarde bij de vergunning opgenomen. Dit wordt ook opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Handhaving valt niet onder de scope van een bestemmingsplan. Wel is een uitvoeringsplan handhaving opgesteld, mede op verzoek van de provincie, waarin deze aspecten aan bod komen. Bestaande (goed functionerende) beschoeiing hoeft niet vervangen te worden. Bij vervanging dient echter wel voldaan te worden aan de gestelde eisen. Het blijft dan echter ook de keus om een natuurlijke beschoeiing te realiseren (i.p.v. harde beschoeiing).
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
d.
Indiener begrijpt niet dat zijn legakker en die van andere kleine particulieren in zijn directe omgeving zijn ingedeeld in zone 2 en het commercieel uitgebate deel ervan tot zone 1. Dit laatste deel is volgens indiener slecht onderhouden.
Het verschil tussen zone 1 en zone 2 is marginaal. In zone 1 zijn zeer weinig kavels (legakker) opgenomen. De huidige zonering voldoet voor het behoud van de legakkerstructuur.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
e.
Indiener vindt het een slecht plan om zijn terrein in te delen in zone 2, omdat hij overpad biedt aan anderen en omdat er aanlegplekken zijn in zijn zone, waardoor onnodig vervuilend heen en weer varen tussen wal en legakker kan worden voorkomen.
Zie beantwoording zienswijze 5d.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
f.
Indiener vindt dat de commerciële uitbaters rond de plas het meest profijt lijken te hebben van het bestemmingsplan. Volgens indiener krijgen zij meer ruimte en vrijheid. Indiener vindt dat hij te veel geld betaalt voor een parking en recht van overpad (van
Voor de Vinkeveense Plassen is een belangafweging gemaakt, met als hoofddoel het behoud van de legakkerstructuur. We mengen ons als gemeente niet in afspraken tussen
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
37
grondeigenaar) terwijl er geen onderhoud wordt gepleegd.
gebruikers (huurders) en eigenaren van de gronden. Iedereen moet voldoen aan de eisen zoals vastgelegd in het bestemmingsplan. Van iedere gebruiker en eigenaar worden verwacht dat ze hun kavel goed onderhouden. Bij het bestemmingplan wordt ook een Uitvoeringsplan Toezicht en Handhaving gevoegd. Daarin wordt concreter ingegaan op ongewenst gedrag. Het onteigenen van legakkers is juridisch ingewikkeld.
g.
Indiener vindt dat er geëist moet worden dat legakkers goed worden onderhouden en er ruimte is voor natuur, dier en mens. Indiener vindt ook dat eigenaren moeten worden aangesproken op ongewenst gedrag en moeten worden beboet bij het niet opvolgen van afspraken. Indiener vindt tot slot ook dat vervallen legakkers mogen worden onteigend en verkocht aan particulieren die er wel mee om gaan.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
h.
Indiener begrijpt niet waarom er geen solitaire bomen op legakkers mogen staan. Indiener wijst er op dat er solitaire bomen op zijn legakker stonden bij aankoop en ziet dit als een kenmerk van het gebied. Indiener suggereert om de regel aan te scherpen zodat duidelijker wordt wat er mee bereikt wordt.
Een bestaande boom is prima, mits niet hoger dan 4,5 meter. Het nadeel van hoge(re) bomen is dat het enorme wortelstelsel bij harde wind ervoor kunnen zorgen dat de boom omwaait en daarmee de legakker teniet gaat.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
i.
Indiener stelt voor om na te denken over gezamenlijk hergebruik van materialen van de plas (kap- snoeiwerk) en stelt voor of de overheid verzamelplaatsen kan aanwijzen voor herbruikbaar materiaal.
De gemeente is voornemens om vissenbossen te realiseren in zone 3, waarbij gebruik gemaakt wordt van kapen snoeimateriaal.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Uitgangspunt bij de verkaveling was de ‘logische/ natuurlijke indeling van een kavel. De juridische grenzen (A 4235, A 4594, F 1214 en A 5366) zijn niet door ons gewijzigd. De percelen A 5367, A5574 en F 1203 zijn illegaal gesplitst. Voor deze percelen hebben we nogmaals naar de verkaveling gekeken. De conclusie is dat perceel
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de verbeelding van het bestemmingsplan.
Zienswijze 6 - ingetrokken Zienswijze 7 a. Indiener stelt dat het alle schijn van heeft dat het College de bestaande bouwwerken als leidend heeft beschouwd bij het trekken van de rode kavellijnen in Bijlage 4. Als de lijnen strak langs de bouwwerken getrokken zijn, dan zou dat maken dat een zeer significant deel van de gebouwen en bouwwerken illegaal zou worden of blijven. Indiener vindt dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschaad. Er is geen onderzoek
38
gedaan naar de minst bezwarende oplossing, noch zijn burgers gewaarschuwd of gemeld dat de grenzen op die bijzondere wijze zouden worden vastgesteld, noch wordt recht gedaan aan de daadwerkelijke feitelijke situatie. Ook vertrouwensbeginsel wordt volgens indiener geschaad. Uit de communicatie van de gemeente volgt de verwachting dat de gemeente streeft naar de legalisatie van bestaande bouwwerken. Door de kavellijnen zó te trekken dat deze strijdig zijn met het bestemmingsplan zou de gemeente het vertrouwen niet honoreren. Het plan doorstaat volgens indiener ook niet de marginale toetsing van het beginsel van evenwichtige evenredige besluitvorming.
A5367 en F1203 correct zijn opgenomen op de verkavelingskaart. Voor perceel A5574 geldt dat er één kavel te veel is ingetekend en er 15 kavels ingetekend worden op de definitieve verkavelingskaart.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder a.
Indiener stelt dat de kavellijnen slechts virtuele, denkbeeldige lijnen zijn. De kavellijnen zijn getrokken waar meerdere naast elkaar gelegen feitelijke kavels aan 1 eigenaar toebehoren. Daarmee is er volgens indiener geen reden om de kavellijnen te trekken dat bestaande gebouwen en bouwwerken in strijd komen met het bestemmingsplan. Indiener verplichtte zijn huurders bij bouw van gebouwen/bouwwerken voldoende afstand te houden van naastgelegen kavels. Indien het college daadwerkelijk de lijnen strak langs bouwwerken heeft getrokken, dan stelt indiener dat het College niet heeft kunnen menen dat er sprake was van een evenredige belangenafweging, omdat de lijnen enkel een stuk verdelen dat volledig het eigendom is van indiener. Volgens indiener zou het trekken van lijnen op redelijke afstand van de bebouwing geen derden raken of andere belangen trekken.
39
Indiener stelt dat voorgaande interpretatie van de lijnen in strijd zou komen met het beginsel van kenbare motivering en het beginsel van draagkrachtige motivering. Er is volgens indiener niet gemotiveerd waarom voor deze manier van kavellijnen zou zijn gekozen en een motivering zou ook niet dat besluit kunnen dragen, aangezien zo’n invulling direct in strijd zou zijn met het bestemmingsplan, en ook met het gehanteerde uitgangspunt dat zo veel mogelijk bebouwing gelegaliseerd zou worden. Indiener wijst er op dat de een verschil van 1 meter op een kaart nauwelijks zichtbaar is. Het zou daarom goed mogelijk kunnen zijn dat de gemeente wel recht geeft gedaan aan de feitelijke situatie en de kavellijnen op 1 meter afstand van de bouwwerken heeft getrokken. Voor zover dat niet is gebeurd verzoekt indiener het bestemmingsplan te verbeteren en de lijnen conform de huidige situatie te trekken. Indiener vindt de verplichting niet te bouwen (vlak) naast de (kadastrale) kavelgrens in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Volgens indiener heeft de gemeente de verwachting gewekt dat een significant deel van de gebouwen/bebouwing zal worden gelegaliseerd. Door de verplichting zal echter een deel van de gebouwen en bebouwing moeten worden afgebroken en vervolgens 1 meter verderop herbouwd moeten worden.
Dit levert volgens indiener geen voordelen op en is zeer vervuilend, daarom wordt volgens indiener het evenredigheidbeginsel geschonden.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder a.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder a.
Verwezen wordt naar de beantwoording onder a.
Indiener vindt ook dat deze keuze niet is gemotiveerd of gemotiveerd zou kunnen komen. De gevolgen van deze verplichting komen ook niet terug
40
b.
in de onderzoeken, er lijkt niet gezocht naar de minst bezwarende oplossing en burgers zijn niet gewaarschuwd dat een significant deel van de bouwwerken afgebroken zou moeten worden. Het zorgvuldigheidsbeginsel wordt dan ook geschonden volgens indiener. Indiener heeft twijfels bij de vuilwaterbootregeling. Indiener vindt de huidige verplichting in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Indiener vindt dat alternatieven zoals het gebruik van een helofytenfilter, het gebruik van een vuilwatertank in een boot met een overeenkomst met een derde partij voor de leging, of de aanleg van algemene toiletvoorzieningen niet lijken te zijn onderzocht. Volgens indiener is dat in strijd met artikel 3:2 awb.
Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De gemeente heeft een belangenafweging te maken tussen het belang van de legakkerstructuur, de natuur, de recreatie en de individuele belangen van de eigenaren /gebruikers. Daarin is een middenweg gevonden, waarbij iedere kavel bouwrechten krijgt, waar plichten tegenover staan. Daar komt bij dat er maar één legakker/kavel ligt voor uw perceel (op ongeveer 40 meter van uw woning) en bewoning van de kavels niet is toegestaan. Het verder opsplitsen van de kavel is ook niet toegestaan in het bestemmingsplan. Bij elke kavel kan één steiger van maximaal 6 meter breedte worden gerealiseerd. Daaraan kan één vaartuig worden
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Daarnaast is volgens indiener niet voldoende gemotiveerd door het College waarom deze alternatieven niet mogelijk zijn. Zienswijze 8 a. Indiener verwijst naar hoofdstuk 6 van de Regels: “Groen-Legakker 2” onder 6.3. Hier wordt beperkte bebouwing op de legakkers achter de Baambrugse Zuwe mogelijk gemaakt. Indiener vindt dat op deze legakkers helemaal geen bebouwing toegestaan zou mogen worden, om de beeldkwaliteit van de naaste omgeving en de overlast voor aanwonenden en planschade te voorkomen. Ook recreatie en het plaatsen van tenten, zoals vermeld onder 6.5 is onwenselijk voor indiener en dient niet mogelijk te zijn. b.
Indiener verwijst naar de bovenstaande argumenten en vindt deze ook van toepassing op de ongelimiteerde mogelijkheid van het innemen van ligplaatsen
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
41
van schepen. Hier zijn volgens indiener regels wat betreft het aantal en het formaat voor nodig om te voorkomen dat er ”jachthavens lite” ontstaan aan de legakkers. Zienswijze 9 a. Indiener vraagt zich af of het gehele gebied Zuidwestzijde van Achterbos wordt aangeduid als “het Meertje”
afgemeerd langs de steiger (niet haaks aan de steiger). Het bestemmingsplan reguleert niet de (afmeting van de) schepen.
Het gebied dat behoort tot het bestemmingsplan ten zuiden van de Herenweg/ Achterbos wordt aangeduid als het Meertje. Het klopt dat de natuurbestemming nog niet helemaal juist is opgenomen op de verbeelding. Dat wordt bij vaststelling van het bestemmingsplan gecorrigeerd. De gronden die zijn aangekocht door de gemeente krijgen de natuurbestemming. De gronden die al in ons bezit waren worden deels als natuurbestemming opgenomen, deels blijft de functie van parkeerplaats gelden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
b.
Indiener geeft aan dat een deel van het perceel van indiener valt binnen de bestemming “natuurcompensatie”. Indiener vraagt zich af hoe de gebieden voor “natuurcompensatie” gekozen zijn en waarom de akker tussen Achterbos 71 en 73 niet onder “natuurcompensatie” valt, terwijl deze van de gemeente is.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
c.
Indiener verneemt graag wat de consequenties zijn voor de inrichting van deze gebieden voor de aangrenzende percelen. Welke gevolgen heeft de bestemming “natuur” voor de activiteiten die daar plaatsvinden?
Er zijn geen gevolgen voor de omliggende gronden. Conform de geldende bestemming (bestemming legakker) mag er ook niet gebouwd worden op deze gronden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
d.
Indiener vraagt zich af of er met het nieuwe BP toezicht komt in het beschreven deel van het Achterbos. Dit is volgens indiener noodzakelijk. Er is sprake van sluipverkeer, geluidsoverlast en hard varen.
Het bestemmingsplan regelt niet de vaarbewegingen (en sluipverkeer). Natuurlijk zal de gemeente toezicht houden op overlast door gebruikers.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Over de uitbreiding van een parkeervoorziening (specifiek voor drukke
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de verbeelding
Indiener vraagt zich af of er rekening wordt gehouden met deze sluiproute en of vaarbewegingen hier beperkt of verboden kunnen worden binnen bepaalde tijden. e.
Indiener geeft aan last en overlast van parkeren en foutparkeren te ondervinden van het gemeentelijke parkeerterrein aan
42
f.
Achterbos, waaraan het perceel van indiener grenst. Indiener wenst het parkeren te beperken en niet uit te breiden. Uitbreiding is volgens indiener niet opgenomen in het plan, maar ziet graag bevestiging. Ook vraagt indiener zich af of het parkeerterrein opnieuw aangelegd/ingericht gaat worden. Komen er parkeervakken? Indiener wijst ook op een defecte parkeermeter en wenst handhaving.
dagen) is op dit moment nog niet voldoende duidelijkheid. Indien dit aan de orde is, zal hiertoe een separate procedure worden doorlopen. Het perceel heeft in dit bestemmingsplan een GL-X bestemming.
Indiener voorziet beperkingen in het deel van het perceel dat in het BP ligt. Indiener vraagt zich af of er rekening wordt gehouden met het feit dat er geen verdienmodel meer mogelijk is voor dit perceel, en of hier compensatie voor geldt.
Conform de huidige bestemming zijn er geen bouwrechten op uw perceel. In het nieuwe bestemmingplan krijgt uw perceel de bestemming GL-X, waarop ook geen bouwrechten worden opgenomen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan geeft een afwijkingsmogelijkheid van 10%. Uw plannen zien op herinrichting van het bestaande terrein. We zullen in goed overleg met u moeten kijken of uw plannen (per saldo) haalbaar zijn binnen de maximaal toegestane 10% uitbreiding. Via een in te dienen vooroverleg bekijken we waar de mogelijkheden liggen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 10 a. Indiener dient een zienswijze in voor artikel 13 van Hoofdstuk 6. Indiener geeft aan dat de uitgangspunten uit de Visie Verblijfsrecreatie 2020 goed aansluiten bij de plannen die indiener heeft en dat de gemeente eerder positief op plannen van de indiener heeft gereageerd. Echter kunnen deze met de huidige bestemmingen niet worden gerealiseerd. Indiener verzoekt dan ook dat de vergroting van de bedrijfsgebouwen/ centrale voorzieningen wordt vergroot van 10% naar 25% + mogelijkheid om het huidige bouwvlak uit te breiden naar de westkant van het terrein, om op die manier in de toekomst een zaal te kunnen realiseren voor zakelijke groepen. Om de waarde van het bedrijf voor de Ronde Venen te kunnen behouden is de indiener voornemens een zaal van circa 300m2 te realiseren. Aangezien
van het bestemmingsplan.
De gemeente zal (als eigenaar van het bestaande parkeerterrein) het huidige parkeerterrein opknappen. Dit valt buiten het proces van dit bestemmingsplan.
43
het aantal stacaravans in de toekomst zal verminderen ziet indiener mogelijkheden voor meer groen bij deze mogelijkheid. b.
Indiener leest in het BP niets over afmetingen van recreatiehuisjes, maar wenst daarin te kunnen afwijken om de diverse doelgroep goed te kunnen voorzien.
Zienswijze 11 a. Indiener vindt dat het onduidelijk is wat de mogelijke impact van de nieuwe regels voor individuele huurders of eigenaren van legakkers is.
b.
c.
Indiener stelt dat de huidige situatie niet correct in kaart is gebracht en dat er foutieve aanduidingen op de nieuwe verkavelingskaart staan, zoals bijvoorbeeld de herbestemming van kavel 2145 (buren van indiener) naar natuur. Indiener verzoekt aan te geven: - Welke bebouwing of delen er van illegaal zijn - Wat de geregistreerde oppervlaktes van de legakkers zijn Hoeveel en welke akkers en bouwwerken moeten worden aangepast.
Volgens indiener is het plan niet expliciet over de gevolgen van het handhaven van nieuwe bouwregels. Er is geen enkele analyse over benodigde investeringen voor het behoud van de eilanden en de gevolgen voor de waterkwaliteit. Indiener vraagt zich af in hoeverre de kwaliteit verbeterd kan worden met dit plan.
De regels bevatten veel afwijkingsmogelijkheden om flexibel te blijven.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De verkavelingskaart hebben we nogmaals bekeken. Dat heeft voor uw perceel geen veranderingen opgeleverd. Voor het perceel van uw buren is de ‘her’ bestemming naar natuur teruggedraaid. Zie ook de beantwoording van de zienswijzen van uw buurman (zienswijze 161).
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Op uw kavel (uw eiland) is alle bebouwing illegaal. Uw kavel krijgt in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming GL-3. Daarin mag 15% van uw gronddeel van de kavel tot een maximum van 30m2 bebouwd worden. Daarbij mag er 1 steiger worden gerealiseerd van 6 meter bij 1.20 meter. De overige voorwaarden zoals beschoeiing, deelname aan vuilwaterboot en 25% inheemse beplanting moeten blijken bij de aanvraag omgevingsvergunning.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De waterkwaliteit mag niet afnemen door de nieuwe bouwregels. Daarover hebben we consensus met waternet en provincie.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De kosten voor beschoeiing en inheemse/ gebiedseigen beplanting zijn afhankelijk van de ligging en de grootte van een kavel. De kosten komen geheel voor
44
Indiener vraagt zich af wat de kosten zijn voor de vereiste beschoeiing en beplanting? Indiener vraagt zich af wat de kosten zijn voor het aanvragen van een vergunning voor ‘binnenplanse afwijking’ en voor wie die kosten zijn.
d.
Indiener vindt dat de uitvoerbaarheid van de verplichting tot beschoeiing niet wordt behandeld en is bang dat eigenaar geen onderhoud plegen of melding maken omdat het proces ingewikkeld is en onduidelijk is welke kosten er zullen zijn. Indiener verwacht serieuze problemen.
rekening van de eigenaar van de kavel. De kosten van een omgevingsvergunning zijn opgenomen in de tarieventabel van de legesverordening 2025 van de gemeente De Ronde Venen. Ook deze kosten komen voor rekening van de indiener. De gemeente start, na vaststelling door de gemeenteraad van het bestemmingsplan een communicatiecampagne om duidelijk te maken hoe een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden en hoe eventuele vragen op voorhand kunnen worden gesteld.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Indiener verzoekt dan ook om in het plan aan te geven: -
-
-
e.
Welke vergunningen moeten wanneer en aan wie zijn afgegeven voor bebouwing, beschoeiing, beplanting etc. van private legakkers. Wat is er nodig voor deze vergunningen (in detail)? Verwachte kosten van aanpassen van akkers en bouwwerken Voor wie zijn die kosten? Zijn er subsidies en hoe kun je hier aanspraak op maken?
Indiener vindt het jammer dat er geen onderzoek is gedaan naar vervuiling en schade door de pleziervaart. Indiener geeft verschillende voorbeelden, o.a. een drukke vaarroute in zone 3. Indiener verzoekt in het plan voor zone 3 een voorziening te maken voor: a. het geleidelijk aan verbieden van diesel- en benzinemotoren b. invoeren, communiceren en handhaven van een maximum snelheid van 6 km per uur. c. Invoeren van max afmetingen voor motorboten (max 1m diep, 2
Het bestemmingsplan gaat niet over de regulering van de door u aangeven punten a t/m g.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Op dit punt wordt verwezen naar de Verordening Plassengebied. Deze verordening zal worden toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan.
45
m hoog, 3m breed en 6m lang, bijvoorbeeld) d. verbod op jetski’s en waterscooters en handhaving. e. verplicht geven van informatie over regels op de plassen bij de sluizen f. Aanleggen van borden met regels (verbod aanmeren, max snelheden, waarschuwing zwemmers etc.) g. gesubsidieerde verzekering of een schadefonds voor (eigenaren van) privé eilanden die geen commerciële recreatie beoefenen. Zienswijze 12. a. De zienswijze heeft betrekking op Artikel 11 dagrecreatie voorziening R.DR1 onder punt 22.2 punt 3 eiland 12. Indiener verzoekt om eiland 12 te laten zoals het is. Indiener vreest meer geluidsoverlast doordat het toegestaan wordt om 10 tenten op het eiland te plaatsen. Eiland 12 is nu nog één van de weinige open eilanden. Commerciële tenten zouden ten koste gaan van de huidige gebruikers. Indiener vindt het al druk genoeg in dit stuk van de plas en wijst op alle activiteiten bij eiland 1, Buitenborgh en Jachthaven Bon en Winkeloord bij Zwier.
Het toestaan van maximaal 10 tenten leidt niet tot de overlast die indiener aangeeft. Het eiland is op dit moment reeds bestemd voor dagrecreatie en wordt in de feitelijke situatie regelmatig gebruikt voor het plaatsen van tenten. Door de tenten in dit bestemmingsplan toe te staan, ook voor nachtverblijf, kunnen de tenten in beheer en onder toezicht van het recreatieschap worden geëxploiteerd. Dit leidt tot meer toezicht en regulatie.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
In het bestemmingsplan is met extra aandacht gekeken naar de locatie van de tenten. Uitgangspunt is daarbij om de tenten zoveel mogelijk aan de zuidkant (plassenkant) te plaatsen. De locatie van de tenten is dan ook specifiek aangeduid op de verbeelding van het bestemmingsplan. De uitbater van het eiland en de eigenaar van het eiland (Recreatieschap Midden Nederland) zijn
46
verantwoordelijk voor het gebruik van het eiland. Regulering van de overige overlast die wordt genoemd is een kwestie van handhaving en valt buiten de scope van dit bestemmingsplan. b.
Indiener vraagt zich af wat er wordt bedoeld met horeca op eiland 12 en wijst naar de horeca mogelijkheden op eiland 1, die volgens indiener zelfs wordt uitgebreid.
Zienswijze 13 a. Indiener heeft bezwaar tegen de (fictieve) kavellijnen die op de verkavelingstekening in bijlage 4 van het bestemmingsplan zijn getrokken. De indiener kan onderbouwen wat de feitelijke situatie is en wil dit graag nader aanleveren. Het gaat om de percelen: A4765, A4768, A4770, A4772, A4775, A4777, A4779 en A4595
Zienswijze 14 a. De locatie van het chalet van de indiener staat in het huidige bestemmingsplan bestempeld als Chalet plek, in het nieuwe bestemmingsplan valt dit perceel er net buiten. De indiener vraagt daarom om het opnieuw intekenen van het chalet op de verbeelding. Het gaat om perceel A028. Zienswijze 15 a. Indiener is zeer ontevreden over het plan, met name vanwege de grote impact op de natuur.
De regels op dit punt zullen aangepast worden. Er zat per abuis geen enter tussen de bepaling over eiland 12 en de aanduiding horeca. Er komt geen horeca op eiland 12 (er is dan ook geen aanduiding opgenomen). De aanduiding horeca zit enkel opgenomen op twee plekken op zandeiland 1.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Een afgevaardigde van de zienswijze indienster heeft de zienswijze toegelicht. We hebben de werkelijke situatie nogmaals bekeken. Daar blijkt dat bij perceel A4765 er een rode lijn teveel was opgenomen en bij kavel A4770 een rode lijn te weinig was opgenomen. De overige aangevoerde percelen leidden niet tot aanpassing.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de verkavelingskaart.
Op de verbeelding wordt dat aangepast naar uw situatie, het krijgt de bestemming R-VR1.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de verbeelding.
Er heeft een integrale belangenafweging plaatsgevonden. In het voorliggende bestemmingsplan is een goede balans gevonden
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
47
b.
Indiener wil graag weten waarom het bestemmingsplan in de basis een bouwverbod heeft, met afwijkingsmogelijkheden voor bebouwing maar niet voor functies in belang van de natuur.
c.
Indiener wil graag weten hoe het bestemmingsplan zich verhoudt tot het provinciaal verstedelijkingsverbod, waarom de gemeente verstedelijking toestaat en hoe de kwaliteit van natuur- en recreatiegebied behouden blijft. De indiener is bang dat natuur verloren gaat. De balans tussen natuur en recreatie ontbreekt.
tussen de functies natuur, recreatie en het behoud van de legakkerstructuur. In het bestemmingsplan wordt voor sommige zones een bouwmogelijkheid opgenomen. Aan de bouwrechten zitten voorwaarden. Zoals daar zijn: vuilwaterboot, 25% van de grondoppervlakte van de kavel inrichten met inheemse beplanting, maximale bebouwingspercentages en het verplicht beschoeien van de kavel. De bouwrechten zijn via een afwijkingsmogelijkheid mogelijk, om deze voorwaarden af te dwingen bij de omgevingsvergunningsaa nvraag, die voor eenieder verplicht is. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad is de afspraak met de provincie Utrecht dat er een verkavelingsverbod optreedt voor op de legakkers. Op 19 december 2023 heeft de provincie de ontheffing van het verstedelijkingsverbod verleend aan de gemeente DRV. In goed overleg met de provincie hebben we een Natuurkwaliteitsplan overlegd en aangegeven dat een uitvoeringsplan Toezicht & handhaving wordt opgesteld. Voor zone 3 hebben we veel overleg gehad met eigenaren. Met die eigenaren zijn we overeengekomen dat op meerdere kavels de natuurbestemming wordt opgenomen (zonder bouwrechten) en dat de legakkerstructuur (in het ontstane water) verbeterd
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
48
wordt door de aanleg van vissenbossen. d.
De indiener spreekt van onbehoorlijk bestuur door opschuiven van de peildatum en opstellen van een nieuw bestemmingsplan en zeer selectief toelaten van ‘stakeholders’.
Voor de verkaveling van legakkers is gekozen voor de datum (27 april 2023) van de luchtfoto, voorafgaand aan de inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De gemeenteraad bekrachtigd bij vaststelling van het bestemmingsplan welke rechten en plichten gaan gelden. Voor de instandhouding van het mooie gebied is ook van belang dat de vele eigenaren mogelijkheden krijgen om hun kavel goed te (kunnen) onderhouden. Als sinds 2016 zijn we met stakeholders in goed overleg. Die groep is een doorsnede van alle belanghebbenden in het gebied.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
e
Natuurbestemming op percelen: 1779, 1778 en 2761
Voor het gedeelte van het perceel waar de loswal is toegestaan is een aparte aanduiding opgenomen in het bestemmingsplan (binnen de bestemming Verkeer).
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Bijlage 6 is tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Als onderdeel van het bestemmingsplan is een Natuurkwaliteitsplan opgesteld. Dat is onder andere ook de basis geweest voor de provincie om de ontheffing van het verstedelijkingsverbod te verlenen (op 19 december 2023)
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 16 a. De indiener maakt bezwaar tegen het ontbreken van bijlage 6 van de toelichting, de ecologische beoordeling stikstofdepositie van Antea Group. Volgens de indiener is het vanwege het ontbreken van dit onderzoek niet mogelijk om te achterhalen of de bijdrage in stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen niet tot significante gevolgen leidt. b.
Volgens de indiener is het onduidelijk wat de daadwerkelijke gevolgen zijn van het bestemmingsplan op de natuur. De indiener vraagt hoe er is onderzocht wat de concrete effecten zijn van verstoringen op de dier- en plantensoorten en of de uitkomsten hiervan gedeeld kunnen worden.
49
c.
Daarnaast vraagt de indiener hoe er op concrete verstoringen gehandhaafd gaat worden en welke financiële middelen hiervoor vrijgemaakt worden
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal ook een uitvoeringsplan Toezicht en Handhaving (inclusief communicatieplan en financiële middelen) worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
d.
De indiener vraagt wat de extra emissie ten opzichte van de huidige legale situatie is met betrekking tot het stikstofdepositie onderzoek. In het onderzoek wordt er nu namelijk een referentiesituatie gebruikt die verschilt van de huidige legale situatie. De indiener vraagt ook om de extra emissie te berekenen bij nieuwbouw en verbouw.
Er zijn ook Aeriusberekeningen uitgevoerd ten opzichte van de planologisch legale situatie; dus de stikstofeffecten van de bebouwing die illegaal aanwezig is, wordt als planeffect beschouwd (in de referentiesituatie is uitgegaan van afwezigheid van die bebouwing). Zie par 6.1 in het stikstofonderzoek voor de extra stikstofdepositie als gevolg van het plan. Het onderzoek is geactualiseerd tussen de ontwerp- en vaststellingsfase, ook naar aanleiding van release nieuwe versie van AERIUS.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de opzet van het stikstofonderzoek en de toelichting van het bestemmingsplan.
In het stikstofonderzoek is het emissie verschil nieuwbouw ten opzichte van de legale situatie (dus in referentie geen bebouwing aanwezig), ook als dat via een vergunning geregeld dient te worden. e.
De indiener vraagt om een overzicht van de legakkers die momenteel géén bebouwing hebben, niet in het bezit zijn van het recreatieschap en die aan het afkalven zijn/ niet onderhouden worden. Daarnaast vraagt de indiener welke percentage van de legakkers in deze categorie, de eigenaren wel de financiële middelen hebben om hun akker te
We stellen een bestemmingsplan vast om ervoor te zorgen dat iedereen weet wat zijn/haar mogelijkheden zijn en onder welke voorwaarden dit gerealiseerd kan worden. Het hoofddoel blijft het in standhouden van de legakkerstructuur.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
50
beschoeien maar wachten tot bebouwen legaal wordt. Zienswijze 17 a. Volgens de indiener loopt een klein deel van de plangrens niet juist. Het betreft een klein gedeelte ter hoogte van de Groenlandsekade 91-a. De indiener heeft middels een tekening aangegeven hoe de grens wel zou moeten lopen. De indiener verzoekt de grens aan te passen zodat hij aansluit bij het huis van de indiener, en het oude stukje t.z.t. bij de herziening van het bestemmingsplan Lintbebouwing te trekken. Zienswijze 18 a. De indiener heeft het verzoek tot het verkavelen van een gedeelte van de legakkers, dit gebied is in figuur 2 van de zienswijze weergegeven. Motivering is het dekken van de exploitatie.
b.
De indiener is voornemen om in de toekomst te wonen in de recreatiewoning waar al lange tijd de ouders van de indiener wonen. Een herbestemming naar permanent wonen is hiervoor noodzakelijk. Indiener heeft daarom het verzoek om de recreatiewoning aan de Vinkenkade 27a tot permanente woning te herbestemmen.
Zienswijze 19 a. Indiener maakt bezwaar tegen artikel 11, eerste alinea, punt c-3. Deze regel maakt tien permanente tenten mogelijk op eiland 12, waar voorheen maximaal 3 dagen aangelegd mocht worden. De indiener maakt zich zorgen om de natuur (de paaiplekken en de bomen waar vogels en vleermuizen verblijven) en het uitzicht van bewoners op de plas gelegen direct achter eiland 12. De indiener heeft daarom het verzoek om af te zien van de permanente tenten op
De verbeelding van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassen zal zo worden aangepast dat het perceel Groenlandse Kade 91a buiten het voorliggende bestemmingsplan valt zodat het gehele perceel blijft behoren tot het bestemmingsplan 1e herziening lintbebouwing Vinkeveen.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
In goed overleg met reclamant wordt ongeveer 1,4 ha natuur opgenomen op de verbeelding en 10 kavels met bestemming GL-3. De verbeelding is aangepast met betrekking tot de Natuur- en GL-3 bestemming.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan staat binnen de recreatieve bestemming geen permanente bewoning toe. Hierop worden geen uitzonderingen gemaakt.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Het toestaan van maximaal 10 tenten leidt niet tot de overlast die indiener aangeeft. In het bestemmingsplan zal met extra aandacht worden gekeken naar de locatie van de tenten. Uitgangspunt is daarbij om de tenten zoveel mogelijk aan de zuidkant (plassenkant) te plaatsen. De uitbater van het eiland en de eigenaar van het eiland (Recreatieschap
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
51
eiland 12 en de exploitatie van eiland 12 op deze schaal te heroverwegen.
Midden Nederland) zijn daarbij ook verantwoordelijk voor het gebruik van het eiland.
b.
De indiener wijst op een potentiële tekstuele fout: bij het parkeeronderzoek van H6 wordt er gesproken over eiland 13. De indiener denk dat hier eiland 1 en 2 wordt bedoeld in plaats van eiland 12.
Het klopt dat zandeiland 13 niet bestaat. Dit wordt aangepast in de tekst van het rapport.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
c.
De indiener zegt dat de zin in artikel 11.1 onder c sub 3 niet klopt omdat er naar horeca wordt verwezen. Tijdens het gesprek met de heer Schutte werd aangegeven dat dit een opmaakfout is in het document.
De zinsnede in artikel 11.1 onder c sub 3 en de daaropvolgende zinsnede over horeca zijn per abuis achter elkaar gezet en dat had niet gemoeten. De redactie zal worden aangepast.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. De zinsnede in artikel 11.1 onder c sub 3 (‘horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca') is in een apart lid gezet.
In goed overleg met reclamant worden de kavels goed opgenomen op de verkavelingskaart. Het gaat om enkele percelen binnen de bestemming jachthaven en de GL-2 bestemming.
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De bedoeling van het bestemmingsplan is het behoud van legakkerstructuur en de samenhang tussen recreatie, bebouwing en
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 20 a. De indiener maakt bezwaar tegen de verkavelingskaart. De indiener telt meer kavels dan er daadwerkelijk zijn en ziet dat lijnen niet op de juiste plek ingetekend zijn. Er wordt geen suggestie gedaan door de indiener over hoe de kavels wel ingetekend zouden moeten worden. b. De indiener maakt bezwaar tegen de vuilwatervoorziening voor de kavels op F1792 omdat deze kavels geen stromend water of andere watervoorzieningen, en dus geen afvalwater hebben. Het betreffen kavels waar men met een boot aan- en afmeert. De indiener vraagt daarom om een uitzondering gezien de al aanwezige voorzieningen in de haven. Zienswijze 21 a. De indiener stelt voor om artikel 6.3 en 7.3 te verwijderen in het bestemmingsplan of de legakkers een andere bestemming te geven waarbij natuurcompensatie wordt behouden en versterkt. Daarbij
52
vraagt de indiener om geen ruimte te geven om binnenplans af te wijken.
natuur. Daarbij wordt voor het behoud van de legakkers toegestaan dat bouwwerken (onder voorwaarden) worden toegestaan. Dat gebeurt via een afwijkingsmogelijkheid (art 6.3 en 7.3) om de voorwaarden te kunnen afdwingen. We gaan niet mee in uw redenering om geen afwijking van het bestemmingsplan toe te staan.
b.
De indiener vraagt om de legakkers achter de woning van de indiener (indiener woont aan de [adres geanonimiseerd] en kijkt uit op zone II) met de bestemming “Groen – Legakker 2 en 3” te wijzigen naar “Natuur” omdat de zones gericht zijn om geen bebouwing toe te staan en bedoeld is om rust te geven voor de natuur.
Zie ook antwoord a. De bedoelde zone met legakkers achter de bebouwing op de Baambrugse Zuwe heeft de bestemming GL-2 en daarbij horen ook bouwrechten. Het opnemen van de bestemming Natuur strookt niet met onze gedachte om de legakkerstructuur te behouden.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
c.
De indiener vindt het rapport over de invulling compensatie NNN te gering en wil graag weten of er meerdere onderzoeken zijn uitgevoerd en het rapport kritisch is gelezen. In artikel 6.3 en 7.3 wordt de mogelijkheid geboden om af te wijken waarbij de mogelijkheid is om een kavel met een maximum van 30-40 m2 toe te passen. De indiener wil graag weten hoe de verdeling plaatsvindt per legakker in kavels en landdelen. De indiener vraagt hoe deze regel wordt getoetst en of er een restrictie is. De indiener ontvangt graag het stedenbouwkundige rapport over de landschappelijke inpassing van het plan.
Bij het bestemmingsplan is ook een Natuurkwaliteitsplan opgenomen, waarin dieper ingegaan wordt op de mate van compensatie. Het Vinkeveense plassengebied is opgedeeld in 3 zones. Per zone is gekeken naar de impact op het gebied. Per zone heeft dit geleid tot een maximum hoeveelheid bebouwing op een kavel, maar wel onder voorwaarden. Verder is een landschapen stedenbouwkundig plan opgesteld. Deze is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Bij het bestemmingsplan is ook een uitvoeringsplan Toezicht & Handhaving opgenomen. Hierin wordt toegelicht hoe het proces van vergunningverlening,
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
d.
e.
De indiener is van mening dat er weinig juridische regels zijn gewijd om handhavend op te treden. De indiener vraagt om toelichting te geven op basis van de regels en of de gemeente de
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
53
Ronde Venen de regels goed heeft beoordeeld.
toezicht en handhaving de komende tien jaar wordt ingestoken.
f.
De indiener maakt bezwaar tegen de mogelijkheid voor verhuur van de legakkers aan derden voorkomend in artikel 6.1, 7.1 en 21.1 van de planvoorschriften van het bestemmingsplan. De indiener vreest ervoor dat de rust van de natuur en de omgeving hiermee verstoord wordt.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
g.
Volgens de indiener is er in de parkeerverordening van de gemeente onvoldoende rekening gehouden met (vaar)verkeer en veiligheid. De indiener ontvangt graag een onderbouwing/rapport met berekening waaruit blijkt dat het voldoende aannemelijk gemaakt is de veiligheid te borgen. De indiener stelt voor om dit planologisch vast te leggen in de regels.
Het bestemmingsplan regelt niet de verhuur van privaatrechtelijke eigendommen. Daar komt bij dat het plassengebied een bovenregionaal recreatiegebied is, waarbij er een balans is tussen recreatie en natuur. De indiener spreekt van “parkeerverordening”. De parkeerverordening heeft betrekking op betaald parkeren. Er is geen relatie met dit bestemmingsplan. Goudappel heeft in het kader van het bestemmingsplan een verkeersonderzoek uitgevoerd. Daarin is onderbouwd dat er bij realisatie van de ontwikkelingsmogelijkhede n in het bestemmingsplan sprake is van een goede verkeers- en parkeersituatie.
Ter behoud van de natuurlijke uitstraling en de legakkerstructuur van het Vinkeveense Plassengebied (= Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebied) is een belangenafweging gemaakt tussen het behoud van natuur en de mate van bebouwing op een kavel. Daarbij is bebouwing tot op zekere hoogte toegestaan (onder voorwaarden), maar tegelijk dient er gecompenseerd te worden. Dat gebeurt in de vorm van de aangekochte 10ha in het Meertje, maar tegelijk dient elk kavel een bijdrage daaraan te leveren. Die 25% natuur per kavel is onderdeel van
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 22 a. Indiener maakt bezwaar tegen de eis van 25% verplichte beplanting omdat dit niet in verhouding staat tot de beschikbare m2. De indiener stelt daarom voor om dit te veranderen naar 10%.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
54
de afspraak die gemaakt is met de provincie Utrecht. Onder die voorwaarde heeft de provincie de ontheffing van het verstedelijkingsverbod verleend. Het percentage wordt om die reden niet verlaagd naar 10%. b.
De indiener vraagt wat de te verwachten leges kosten voor een kavel zijn
c.
De indiener vraagt wat de verwachte kosten van de boot die de septic tank jaarlijks komt legen zijn
Zienswijze 23 De indiener maakt bezwaar tegen het ingetekende bouwvlak op perceel 1582. Op dit perceel zouden twee bouwvlakken worden ingetekend, maar dit is er maar één. In 2010 is het bestemmingsplan “recreatiewoning R114A” vastgesteld waar een 2e bouwvlak mogelijk werd gemaakt. In 2015 zijn er twee bouwvergunningen afgegeven voor de bouw van twee recreatiewoningen, deze zijn niet gebruikt. De indiener verzoekt daarom nu om het in 2010 toegekende bouwvlak op te nemen op de verbeelding. Zienswijze 24 a. De indieners vragen om een aanpassing zodat de regeling omtrent steigers verruimd wordt (het aantal en de grootte van de steigers moet proportioneel worden gemaakt aan de hand van de lengte en grootte van de legakker) of waarbij de huidige reeds aanwezige steigers behouden mogen blijven. Indien dit niet mogelijk is vragen de indieners om, aan de hand van
De gemeenteraad heeft de tarieventabel voor 2025 vastgesteld. Deze tabel is op de website van de gemeente terug te vinden. Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’ (einde van dit document). Voor de vuilwaterboot wordt in het bestemmingsplan een alternatieve oplossing voorzien.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De bestaande rechten zijn overgenomen uit het oude bestemmingsplan. De afgegeven vergunning voor een recreatiewoning is ingetrokken op 14 februari 2023 (ons kenmerk: 0059267/OMGEV). Op het perceel wordt en blijft maar 1 bouwvlak opgenomen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Per kavel mag in de waterbestemming één steiger worden gerealiseerd van 6 meter breed en 1,20 meter diep (het water op). De bedoeling van een steiger is het bereiken van een kavel. Een grotere (dan wel meerdere) steiger is
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
55
33.3, een afwijking en uitzondering voor de situatie van de indieners te maken.
om die reden niet noodzakelijk. Meer steigers leidt tot meer bebouwing wat tot meer aantasting van het NNN-gebied leidt. Daarover hebben we strakke afspraken met de provincie Utrecht gemaakt. De maximaal 6,8 hectare is een harde grens en kan en mag niet worden overschreden. We zien dan ook geen redenen om af te wijken van de huidige regels omtrent aantal en grootte voor steigers. Artikel 33.3 wordt ambtshalve uit de afwijkingsregels geschrapt, waardoor het toepassen van dit artikel niet langer mogelijk is.
b.
De indieners maken bezwaar tegen de afvalwaterboot en vragen om het bestemmingsplan aan te passen zodat bewoners van legakkers ofwel aan de afvalbootregeling moeten voldoen, of op het eigen perceel ecologische voorzieningen treffen zodat zelfstandig aan de gebruiksverplichtingen kan worden voldaan. Indien dit niet mogelijk is vragen de indieners om een afwijking en uitzondering voor de situatie van de indieners te maken
Zienswijze 25 a. De indiener maakt bezwaar tegen de toekenning van drie van de vier legakkers in zone III. De indiener heeft deze kavels gekocht met de informatie dat de kavels tot zone II behoorden. Volgens de indiener zorgen de bebouwingsmogelijkheden van zone II ervoor dat deze kavels opgeknapt en weer boven water komen.
Verwezen wordt naar Bijlage B, themabeantwoording ‘Vuilwaterboot’. (einde van dit document)
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.
We hebben het plassengebied ingedeeld in 3 zones:
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
- Zone 1 is het gebied met veel permanente recreatie - Zone 2 is de overgangszone, waarbij er een balans is tussen natuur en recreatie
56
- Zone 3 ligt het dichtst bij Botshol (en/of geniet de meeste bescherming) Deze zonering is werkbaar en zal niet worden aangepast. Voor zowel Zone 2 als Zone 3 geldt dat verzonken legakkers kunnen worden hersteld, voor zover het legakkers met de bestemming legakker betreft. Al deze kavels zijn opgenomen op de verkavelingskaart. Voor overige verzonken legakkers geldt dat ze alleen kunnen worden teruggebracht in de vorm van vissenbossen (maar altijd zonder bouwmogelijkheden voor recreatie).
b.
De indiener heeft een aantal legakkers gesplitst. Nietkadastrale verkavelingen zijn in rood aangegeven op de kaart, omdat de huurders nog niet mogen bouwen zijn de legakkers die de indiener verhuurt nog niet zichtbaar. De indiener heeft het verzoek om deze kavelsplitsingen toch op de verkavelingskaart weer te geven om verwarring in de toekomst te voorkomen.
De splitsing heeft te laat plaatsgevonden (mei en juni 2023) -
-
-
-
-
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
F 2114 te laat verkaveld (8/6/23), verkavelingskaart is correct (geen extra kavel dus) F 2116 te laat verkaveld (8/6/23), verkavelingskaart is correct (geen extra kavel dus) F 2117 te laat verkaveld (8/6/23), verkavelingskaart is correct (geen extra kavel dus) F 2119 te laat verkaveld (8/6/23), verkavelingskaart is correct (geen extra kavel dus) F 2120 te laat verkaveld (8/6/23), verkavelingskaart is correct (geen extra kavel dus)
Uitgangspunt voor het toekennen van
57
bouwrechten aan kavels is als ijkpunt 27 april 2023 opgenomen. Alle kavels die daarna kadastraal gesplitst zijn, krijgen geen bouwrechten.
c.
De indiener wil nieuwe beschoeiing laten aanbrengen om verschillende legakkers. De indiener deze aanbrengen om de kavelgrens zoals die is aangegeven op kaarten die bij de veiling en de notariële overdracht zijn gehanteerd omdat de indiener erop is gewezen dat de begrenzingen van de legakkers niet op alle kaarten exact op dezelfde plaats liggen. De indiener vraagt hierom om bevestiging.
De grenzen van de kavels/ percelen zijn opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Dat is het uitgangspunt voor de benodigde beschoeiing.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
d.
In zone III geldt een maximale hoogte van 3 meter. Verzoek van de indiener is een nokhoogte van minstens 3,5 meter vanwege: • Duurzaamheid: met deze nokhoogte is er weinig ruimte voor een dik pakket isolatie/ zonnepanelen of een sedumdak • Architectuur: de huisjes worden containerachtige bouwsels en er is nauwelijks ontwerpvrijheid • Bouwfysisch: platte daken zijn kwetsbaar
Voor zone 3 is beperkte bouwmogelijkheid opgenomen (in oppervlakte en bouwhoogte). De hoofdreden daarvoor is de ligging nabij Botshol (Natura 2000 gebied). Uw aangegeven punten zijn ook realiseerbaar met een bouwhoogte van 3 meter. Wij zien geen reden om de bouwhoogte te verhogen.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
e.
Indiener stelt voor om “peil” op te nemen in de definities. Deze definitie ontbreekt nu waardoor onduidelijk is ten opzichte waarvan wordt gemeten Indiener stelt voor om “inrichtingsplan” op te nemen in de definities. Deze definitie ontbreekt nu waardoor onduidelijk is waaraan een inrichtingsplan moet voldoen
Het begrip peil is opgenomen in de begripsbepalingen. Zie artikel 1.69.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Een inrichtingsplan houdt in dat voor een gehele kavel (integraal) alle vergunningplichtige bouwwerken en (het voldoen aan) de voorwaardelijke verplichtingen duidelijk
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
f.
58
worden. Daarbij dient een inrichtingsplan voorzien te zijn van een goede maatvoering (hoogte/breedte/diepte en oppervlakte). g.
In de artikelen 5.3, 6.3 en 7.3 staat dat “het bevoegd gezag hiervan af kan wijken”. De indiener maakt bezwaar tegen de keuze voor het woord kan en stelt voor om het woord zal te gebruiken. Het woord impliceert momenteel namelijk dat het geen zekerheid betreft wanneer de vergunningsaanvrager aan alle voorwaarden voldoet, aldus de indiener.
We hebben gekozen voor deze manier van vergunnen, omdat er pas duidelijkheid is over het voldoen aan de voorwaarden als dat expliciet uit de aanvraag blijkt (inclusief voorwaardelijke verplichtingen). Daar komt bij dat als we de bebouwing bij recht zouden gaan toestaan, er veel bouwwerken vergunningsvrij geplaatst zouden kunnen worden, waarbij de voorwaardelijke verplichtingen niet afdwingbaar zouden zijn.
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
h.
In artikel 7.3.1.b. staat dat het bouwwerk milieuhygiënisch inpasbaar moet zijn. De indiener vraagt wat hieronder wordt verstaan. Daarnaast is onduidelijk welke aspecten relevant zijn voor welke bestemming en zonering. De indiener vreest dat vergunningsaanvragers ten onrechte dure onderzoeken zullen laten uitvoeren, vanwege deze onduidelijkheid, wat leidt tot inefficiëntie en kosten en frustraties.
Met milieuhygiënisch inpasbaar wordt onder meer bedoeld dat de beoogde activiteit passend is in de omgeving en dat de omgeving niet onevenredig wordt aangetast. een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst op de materialen die worden gebruikt in relatie tot de omgeving (natuur/water).
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
i.
Indiener vraagt wat er wordt verstaan onder het aantonen dat er geen sprake zal zijn van significante negatieve effecten op natura 2000 gebieden, onder milieuhygiënische inpasbaarheid.
In het stikstofonderzoek is de (de te legaliseren) bebouwing meegenomen. Ook de mogelijke nieuwe bebouwing is meegenomen in het stikstofonderzoek (extra verkeersbewegingen en bouwemissies).
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De indiener heeft gekeken naar het uitgevoerde stikstofdepositieonderzoek van het bestemmingsplan (d.d. 24 maart), maar ook hier lijkt niet duidelijk hoe de beoordeling heeft plaatsgevonden en wat daarbij wel en niet is meegenomen. De nieuwe legakkerbebouwing is niet meegenomen wat leidt tot een
Daarnaast is het stikstofonderzoek geactualiseerd naar aanleiding van het beschikbaar komen van
59
risico voor legakkereigenaren die willen aantonen dat hun aanvraag op dit punt voldoet. De indiener maakt daarom bezwaar op het voldoen van de vergunning op het aspect “negatieve effecten op Natura2000 gebieden”. Het toetsen hierop is onuitvoerbaar en leidt tot willekeur, aldus de indiener. De indiener heeft het verzoek om een aanvullende stikstofberekening toe te voegen aan het onderzoek voor de beoogde situatie, waarin wel alle nieuw te bouwen recreatiewoningen op de lege legakkers worden meegenomen.
j.
Indiener maakt bezwaar tegen de verkavelingskaart omdat drie kavels niet zijn verkaveld in percelen. Het betreft de waterkavels F1250, F1366 en A4176. De kavels zijn ruim voor 1 april 2023 verkaveld (zie bijlagen zienswijzen), maar dit was enkel op papier te zien.