CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting bestemmingsplan Dorpskernen

Politieke commissie 15 november 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Dorpskernen37.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Zo zijn bijvoorbeeld gelijkluidende bestemmingen die nu nog verspreid over de verschillende dorpskernen van toepassing zijn, daar waar mogelijk geïntegreerd in één nieuwe bestemming die voor alle 6 dorpskernen gaat gelden. Het betreft onder andere de bestemmingen ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Water’, Verkeer’ en ‘Wonen’. Specifieke functies die betrekking hebben op een bepaalde locatie zijn binnen deze bestemmingen nader aangeduid. Hiermee worden vaak ook bestaande en geldende planologische rechten geborgd. In sommige gevallen hebben specifieke functies juist een ‘eigen’ bestemming gekregen, omdat de geldende planologische rechten (zowel bestemmingsregels, alsook bouwregels en bijbehorende afwijkingsbevoegdheden) te veel afwijken om

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

48

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

deze in een generieke bestemming op te nemen. Het betreft in dit geval onder andere diverse recreatieve bestemmingen (‘Recreatie – Jachthaven’, ‘Recreatie – Stationsgebied Abcoude’, ‘Recreatie – Zeilschool’). 4.1.3

Benutten bestaande bouwmogelijkheden en beperken van planschade In dit bestemmingsplan is een grote harmonisatieslag gemaakt waarbij de vele verschillende bestemmings- en verordeningsregels zijn vervangen door één set geharmoniseerde regels die in de hele gemeente hetzelfde is. Het uitgangspunt daarbij is om de bestaande bouwmogelijkheden zoveel mogelijk te respecteren. In een aantal gevallen die hierna zijn beschreven, zou dat echter een hernieuwde voortzetting van bouwmogelijkheden betekenen met onevenredige nadelige gevolgen voor de naaste omgeving. Daarom is voor deze specifiek gevallen een zogenaamde benuttingsregeling in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen (artikel 39.5). Die komt er op neer dat de desbetreffende eigenaren hun bestaande bouwmogelijkheden nog 2 jaar lang kunnen benutten (na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan). Daarna gelden ook voor hen de nieuwe geharmoniseerde regels van dit bestemmingsplan. Het onbenut laten van deze mogelijkheden zal verder bij een eventueel verzoek om planschade aan de eigenaren worden tegengeworpen. Het stilzitten, terwijl de schade had kunnen worden beperkt door de mogelijkheden te benutten, staat dan in de weg aan het vergoeden van planschade aan de eigenaren.

Zo komen in een aantal verouderde bestemmingsplannen en beheersverordeningen bestaande bouwmogelijkheden voor om een woning zonder afwijkingstoets te splitsen in meer woningen of in bestaande gebouwen woningen toe te voegen. De gevolgen van woningsplitsing of het toevoegen van woningen kunnen voor de naaste omgeving (de buren) zo ingrijpend zijn dat het ongewenst is om deze bestaande bouwmogelijkheden tot in lengte van dagen voort te zetten. Bijvoorbeeld omdat er niet voldoende parkeergelegenheid is voor woningsplitsing, de straat het extra verkeer moeilijk aankan, de woningen niet van voldoende kwaliteit zijn of dat de woningsplitsing kan leiden tot overlast bij omwonenden en de sociale cohesie van de buurt kan aantasten. De rechtstreekse mogelijkheid om woningen te splitsen is dus niet gewenst en ruimtelijk niet aanvaardbaar. Daarom is voor deze bestaande mogelijkheden om woningen te splitsen of toe te voegen, een specifieke benuttingsregeling in het bestemmingsplan opgenomen. De desbetreffende eigenaren kunnen deze bestaande bouwmogelijkheden nog benutten tot maximaal 2 jaar nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.

Maken ze daar geen gebruik van dan vervalt de mogelijkheid om op grond van de voorheen geldende regeling een woning te splitsen en moeten ook zij, net als ieder ander in de gemeente, daarvoor een afwijking aanvragen volgens de nieuwe regels van dit bestemmingsplan. Verder zitten in de bestemmingsplannen ‘Kom Vinkeveen’ (2012), ‘Kom Mijdrecht’ (2013) en ‘Kom Mijdrecht 2’ (2014) bestaande bouwmogelijkheden voor een bedrijfswoning die ongewenst zijn. Zo kan op grond van de bestemming ‘Bedrijf’ in deze bestemmingsplannen, per bedrijf één bedrijfswoning worden gebouwd. Op een locatie met de bestemming ‘Bedrijf’ kunnen echter meer bedrijven worden gevestigd en op die manier ook steeds meer bedrijfswoningen. Dat is nooit de bedoeling geweest en voor de naaste omgeving bovendien ongewenst. Ook hebben in het verleden al enkele bedrijfswoningen een woonbestemming gekregen zonder dat de mogelijkheden voor het (opnieuw) realiseren van een bedrijfswoning zijn “weggepoetst” zijn. Het behoud van de bestaande mogelijkheid

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

49

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

zou hier dus betekenen dat bedrijven die willens en wetens afscheid hebben genomen van hun bedrijfswoning, weer een nieuwe bedrijfswoning kunnen bouwen. Tijdens de looptijd van deze bestemmingsplannen is van deze bestaande bouwmogelijkheden nooit gebruik gemaakt. Terwijl de bouw van een dergelijke bedrijfswoning grote gevolgen kan hebben voor de omgeving en ook belemmeringen kan meebrengen voor het naastgelegen bedrijf (waarvan de bedrijfswoning geen deel uit maakt). Een bedrijfswoning is namelijk niet gevoelig voor hinder van het eigen bedrijf (waarvan het deel uitmaakt), maar is wel gevoelig voor hinder van een bedrijf van de buren. Het naastgelegen bedrijf moet dan alsnog rekening houden met de nieuwe gevoelige woonfunctie. Daarom is ook voor deze bestaande mogelijkheid om een bedrijfswoning te bouwen een zogenaamde benuttingsregeling in het bestemmingsplan opgenomen. De desbetreffende eigenaren kunnen deze bestaande bouwmogelijkheden nog benutten tot maximaal 2 jaar nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Maken ze daar geen gebruik van dan vervalt hun mogelijkheid om op grond van de voorheen geldende regeling een bedrijfswoning te bouwen. Daarna gelden voor hen de bouwregels bij de bestemming ‘Bedrijf’ zoals die voor alle andere bedrijven in de gemeente gelden.

Als laatste zitten er in de ‘Beheersverordening Woongebied Abcoude’ bestaande bouwmogelijkheden op percelen met de bestemming ‘Woongebied (W)’ die zo ruim zijn geformuleerd dat ze op een aantal percelen onevenredige gevolgen kunnen hebben voor het woongenot van de buren. Ook voor deze situaties geldt dat er tijdens de looptijd van de beheersverordening (en het daaraan voorafgaande bestemmingsplan) nooit gebruik is gemaakt van deze bouwmogelijkheden. Daarom is ook voor deze bestaande bouwmogelijkheden een specifieke benuttingsregeling in het bestemmingsplan opgenomen. De desbetreffende eigenaren kunnen hun bestaande bouwmogelijkheden nog 2 jaar lang benutten nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Daarna gelden ook voor hen de bouwregels zoals die gelden voor alle woningen elders in de gemeente.

4.2

RUIMTELIJKE UITGANGSPUNTEN

4.2.1 Hoofdgebouwen in bouwvlakken Om de bestaande situatie vast te leggen en daarmee te behouden, zijn op de verbeelding bouwvlakken aangewezen waarbinnen (hoofd)gebouwen en bouwwerken zijn toegelaten. Dit geldt in principe voor alle type bebouwing, zoals woningen, bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen, kantoren, winkels. Alleen als dat in de planregels is bepaald, is ook buiten het bouwvlak bebouwing toelaatbaar. In de regel gaat het om bijgebouwen/aan- en uitbouwen bij (bedrijfs)woningen. De bouwvlakken binnen de verschillende bestemmingen zijn qua omvang en situering afgestemd op de bouwvlakken uit de geldende bestemmingsplannen (de reeds vigerende situatie) en worden in voorliggend bestemmingsplan zoveel mogelijk één op één overgenomen. Indien blijkt dat de bestaande feitelijke (vergunde) situatie afwijkt van de vigerende bouwvlakken, zijn de bouwvlakken passend gemaakt. Indien er in het geldende planologisch regime geen bouwvlakken aanwezig zijn (zoals in de beheersverordeningen), zijn de bouwvlaken in het voorliggende plan afgestemd op de bestaande feitelijke (vergunde) situatie. Dit geldt onder andere voor de bestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Detailhandel’, ‘Gemengd’, ‘Kantoor’,

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

50

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

‘Maatschappelijk’. Voor het bepalen van deze bouwvlakken is onder meer gebruik gemaakt van digitale ondergronden en luchtfoto’s. Voor de woonbestemming is hierop een uitzondering gemaakt en zijn ‘standaard’ bouwvlakken opgenomen (zie ook hierna in paragraaf 4.2.3). Specifiek voor diverse bedrijfspercelen in de kern Wilnis (en deels ook in Mijdrecht) worden de geldende bouwmogelijkheden verbaal geregeld in de regels / voorschriften van de huidige bestemmingsplannen. Daarin is bepaald dat de bestaande bedrijfsgebouwen met 15% mogen worden uitgebreid en is alleen een in acht te nemen afstand tot de perceelsgrenzen benoemd. Voor deze bedrijfspercelen is in lijn met de plansystematiek voor de andere bedrijfspercelen nu ook een bouwvlak opgenomen. Omdat deze uitbreiding van bebouwing op basis van de vigerende situatie binnen nagenoeg het gehele bedrijfsperceel opgericht mag worden, is in het voorliggende bestemmingsplan een ruim bouwvlak opgenomen met daaraan gekoppeld een ‘maximum bebouwingpercentage’ (%). Het op de verbeelding aangegeven en toegestane maximum bebouwingpercentage is berekend aan de hand van de huidige bebouwing op het terrein, vermeerderd met de vigerende uitbreidingsmogelijkheden, en gerelateerd aan de omvang van het bedrijfsperceel. Ook voor de agrarische bedrijven zijn bouwvlakken (agrarische bouwblok) opgenomen.

De ligging en omvang van de agrarische bouwvlakken zijn daarbij afgestemd op de nu geldende bestemmingsplannen. Het bouwen ten behoeve van het agrarisch bedrijf is toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Alle bebouwing (bedrijfsgebouwen, de bedrijfswoning, bijgebouwen en overkappingen, etc.), dient binnen het bouwvlak te worden gesitueerd. De kassen als onderdeel van de glastuinbouwbedrijven mogen ook buiten het bouwvlak opgericht worden. Hiervoor is de aanduiding ‘glastuinbouw’ op de verbeelding opgenomen, waarbij in de regels een aanvullende bepaling is gekoppeld dat de gezamenlijke oppervlakte aan kassen per glastuinbouwbedrijf niet meer mag bedragen dan 2 hectare. Bij de bouw van nieuwe kassen is bovendien bepaald dat dit alleen is toegestaan indien voldaan wordt aan de daarvoor geldende milieuwet- en regelgeving. 4.2.2 Bouwhoogte van gebouwen De maximum toegestane goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen die binnen de weergegeven bouwvlakken zijn toegestaan, worden op de verbeelding met ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ aangeduid. De maximum toegestane hoogten voor bijgebouwen en andere bouwwerken worden in de regels van de afzonderlijke bestemmingen bepaald. De maximaal toegestane hoogten van hoofdgebouwen betreft een vertaling van de bouwregels uit de geldende planologische regimes.

Ook deze waren veelal al op een verbeelding of plankaart weergegeven. Soms ook in combinatie met een specifieke hoogtebepaling in de regels. Zo zijn voor diverse gebieden op de geldende kaarten bouwvlakken weergegeven waarbinnen de maximum toegestane goothoogte is aangeduid, bijvoorbeeld 6 meter. In de bijbehorende regels is dan vervolgens nader bepaald dat de maximale goothoogte van het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan de op de kaart aangeduide goothoogte, vermeerderd met 5 meter. In het voorliggende bestemmingsplan voor de dorpskernen is deze plansystematiek vertaald door zowel de maximale goothoogte alsook de maximale bouwhoogte op

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

51

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

de verbeelding vast te leggen, middels de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. In het bovengenoemde voorbeeld betekent dit dat de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan respectievelijk 6 en 11 meter. Deze maatvoering is dus op de verbeelding aangegeven. 4.2.3 Bouwvlak bestemming ‘Wonen’ En groot deel van de gronden binnen het plangebied voor de dorpskernen heeft de bestemming ‘Wonen’. Uitgangspunt is om binnen de woonbestemming de bestaande bouwwijze van woningen vast te leggen, zodat het karakter van het woongebied behouden en gewaarborgd blijft. Binnen de woonbestemming zijn hiervoor op de verbeelding bouwvlakken aangewezen waarbinnen de woningen (hoofdgebouwen) zijn toegestaan. Zoals reeds aangegeven zijn de bouwvlakken qua omvang en situering afgestemd op de bouwvlakken uit de geldende bestemmingsplannen (de reeds vigerende situatie) en worden in voorliggend bestemmingsplan zoveel mogelijk één op één overgenomen. Indien blijkt dat de bestaande feitelijke (vergunde) situatie afwijkt van de vigerende bouwvlakken, zijn de bouwvlakken passend gemaakt. Voor een aantal woongebieden is het niet mogelijk om de vigerende bouwvlakken over te nemen, simpelweg omdat deze in de huidige bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen niet aanwezig zijn.

Het betreft onder meer een groot aantal woongebieden in de kern Abcoude, de woonbuurt Marickenland in Wilnis, het Vinkeveld en Vinkeveen en enkele woongebieden in Baambrugge. Voor deze woongebieden is een nieuwe plansystematiek aangehouden die uitgaat van ‘standaard’ bouwvlakken voor grondgebonden woningen, met een diepte (horizontaal gemeten) van 10 meter voor aaneengebouwde woningen / rijwoningen en 12 meter voor vrijstaande en halfvrijstaande / twee-onder-één-kap woningen. De diepte van deze bouwlakken wordt bepaald aan de hand van de bestaande voorgevel van de woning en wordt recht naar achteren geprojecteerd. In veel gevallen zijn de bouwvlakken daarmee groter dan de huidige woning die op dit moment aanwezig is en is er aan de achterzijde nog een mogelijkheid aanwezig om de woning uit te breiden en tegemoet te komen aan de wensen voor meer wooncomfort. Indien het huidige hoofdgebouw (de woning) al groter is dan deze ‘standaard’ dieptemaat, dan wordt het bouwvlak afgestemd om de bestaande specifieke situatie en ‘op maat’ bestemd. Uitgangspunt is verder om binnen de woonbestemming de bestaande bouwwijze van woningen vast te leggen. In het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ is dit gedaan door in de regels te bepalen dat binnen het aangeduide bouwvlak vrijstaande woningen zijn toegestaan.

Indien andere woningtypen zijn toegestaan, dan zijn deze op de verbeelding aangeduid in de vorm van twee-aaneen [tae] en aaneengebouwd [aeg]). Het aantal woningen dat binnen een afzonderlijk bouwvlak is toegestaan, is eveneens op de verbeelding weergegeven. Hiervoor geldt de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’. Voor de gestapelde woningen / appartementen is overigens een afzonderlijke bestemming ‘Wonen – Woongebouw’ opgenomen. Dit omdat de ruimtelijke uitstraling en bijbehorende bouwregels voor gestapelde woningen te veel afwijken van de grondgebonden woningen.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

52

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

4.2.4 Erfbebouwing bij woningen In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor het oprichten van erfbebouwing bij de woningen in de vorm van bijgebouwen en overkappingen. Onder bijgebouwen worden zowel aan- en uitbouwen als aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen gerekend. Dit betreft regels voor de situering, oppervlakte, hoogte en bouwvorm van erfbebouwing, alsmede regels om een zekere verhouding bebouwd-onbebouwd zeker te stellen bij woonpercelen. De bijgebouwen en overkappingen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’ toegestaan. Voor de bijgebouwenregeling is aangesloten bij de algemene regeling voor bijgebouwen in De Ronde Venen. Op de voorzijde van het bouwperceel zijn geen bijgebouwen toegelaten. Dit geldt tot drie meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw, de zogenaamde voorgevelrooilijn. Voor het bepalen van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen wordt niet het gehele bouwperceel in aanmerking genomen. De zone aan de voorzijde en de oppervlakte van het hoofdgebouw worden niet meegerekend. De maximale oppervlakte van bijgebouwen is afhankelijk van de omvang van het bouwperceel. De omvang van het bouwperceel wordt bepaald vanaf 3 meter achter de voorgevelrooilijn (zone zijtuin en achtertuin), met dien verstande dat bij deze berekening het oppervlak van het (bestaande) hoofdgebouw niet wordt meegerekend.

Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in bouwpercelen die: • kleiner zijn dan 200 m²; • groter zijn dan 200 m², maar kleiner dan 250 m²; • groter zijn dan 250 m². Voor percelen kleiner dan 200 m² geldt dat niet meer dan 50% van het erf mag worden bebouwd, en ook niet meer dan 50 m² aan bijgebouwen mag worden gerealiseerd. Voor de bouwpercelen tussen 200 m² en 250 m² geldt dat het bebouwde oppervlak aan bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 75 m² mag bedragen. Voor de bouwpercelen van 250 m² of groter geldt dat 75 m2 is toegestaan, vermeerderd met 5% van het gedeelte van het bouwperceel dat groter is dan 250 m², tot een absoluut maximum van 90 m². Ook zijn goot- en bouwhoogten voor de bijgebouwen in de regels vastgelegd, waarbij onderscheid is gemaakt in maximum toegestane goot- en bouwhoogten voor vrijstaande bijgebouwen en maximum toegestane goot- en bouwhoogten voor aaneengebouwde bijgebouwen. Op grote kavels is dus meer mogelijk dan op kleinere kavels. Bij kleine kavels ondervinden de buren namelijk doorgaans eerder hinder van de bebouwing op het naastgelegen erf dan bij grote kavels en voorkomen moet worden dat kleine achtererven helemaal dichtslibben met bebouwing. Vermeldenswaardig is dat conform de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (Wabo) diverse bouwwerken vergunningsvrij kunnen worden opgericht.

Echter, bij vergunningsvrij bouwen is de initiatiefnemer wel aan regels gebonden. Deze regels omvatten vooral maximale oppervlakten en maximale afmetingen. In ieder geval gelden altijd de regels uit het Bouwbesluit (onder meer voor veiligheid en gezondheid) en het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

53

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

4.2.5 Dakopbouwen bij woningen In het voorliggende bestemmingsplan zijn (onder voorwaarden) dakopbouwen bij woningen mogelijk gemaakt, via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Er is sprake van een dakopbouw wanneer boven de goot de gevel wordt voortgezet, waardoor een hogere goothoogte ontstaat. De gemeente heeft beleid ontwikkeld (‘Leidraad dakopbouwen’) om in bepaalde gevallen dakopbouwen toe te laten, indien daarbij de maximale goothoogte wordt overschreden. Hierbij wordt het voornemen altijd getoetst aan het straat- en bebouwingsbeeld. Verder geldt voor schuine daken dat het verschil tussen de nieuwe goothoogte en de maximaal toegestane goothoogte niet meer mag bedragen dan 2,10 meter en de dakhelling niet meer mag bedragen dan 40˚. Bovendien moet het gaan om aaneengebouwde woningen (rijwoningen) en twee-aaneengebouwde woningen (twee-onder-één-kap woningen). Ook mag de afstand van de bestaande goothoogte tot de onderkant van de dakopbouw niet minder zijn dan anderhalve meter. Voor platafgedekte gebouwen kan een dakopbouw worden toegestaan, mits het verschil tussen de nieuwe bouwhoogte en de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer bedraagt dan drie meter. De bovenstaande voorwaarden maken deel uit van de afwijkingsbevoegdheid.

4.2.6 Verkeer en parkeren De huidige verkeersstructuur binnen het plangebied voor de dorpskernen vormt het uitgangspunt voor de bestemming ‘Verkeer’. De herinrichtingen van wegen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden zijn hierbij meegenomen. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdwegen, (wijk)ontsluitingswegen, woonstraten en/of verblijfsgebieden, aangezien er in de bestemmingsomschrijving nauwelijks significante verschillen zijn aan te geven die relevant zijn. Binnen de verkeersbestemming is herinrichting van de openbare ruimte mogelijk, bijvoorbeeld ten behoeve van verkeerskundige maatregelen. De bestemming ‘Verkeer’ biedt daarbij de nodige flexibiliteit om verschillende doeleinden toe te kunnen staan (bijvoorbeeld ook water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, bermen, oevers en taluds, speelvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen, maar ook terrassen ten behoeve van horecavoorzieningen). 4.2.7 Groen- en waterstructuur Zoals uit paragraaf 2.3 blijkt zijn er diverse groengebieden/structuren die vermeldenswaardig en het behouden waard zijn. Net als in de momenteel vigerende bestemmingsplannen is het uitgangspunt om deze groenstructuren (ringdijken, oevers van watergangen, parken, plantsoenen, etc.) ook als zodanig te bestemmen en te beschermen. Hiervoor is de bestemming ‘Groen’ opgenomen.

De huidige groenstructuur in de verschillende dorpskernen, uit te splitsen in hoofd-, wijk- en buurtgroen, vormt daarbij het uitgangpunt. De dorpskernen liggen bovendien in een waterrijk gebied. De bestaande waterlopen in de dorpskernen, zoals de ontwaterende sloten van het (vroegere) veenweidegebied, de ringvaarten, maar ook de watergangen langs wegen en vijverpartijen in de parken, hebben de bestemming ‘Water’ gekregen. Het betreft in dit geval vooral het open water in het plangebied. Vanwege het waterrijke karakter is water ook opgenomen in de bestemmingsomschrijving van de meeste andere

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

54

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

bestemmingen. Kleine slootjes, waterlopen of kleine aanpassingen van de oeverlijn zijn daarom mogelijk op gronden met andere bestemmingen. 4.2.8 Snippergroen Een vorm van groen die nadere aandacht en toelichting behoeft, zijn diverse stukken gemeentegrond die voorheen een openbare groenfunctie hadden maar die in de loop der tijd zijn uitgegeven; het zogenaamde ‘snippergroen’. Deze gronden zijn verkocht, dan wel verhuurd aan bewoners van aangrenzende percelen. Voordat wordt overgegaan tot verkoop of verhuur wordt een aanvraag getoetst aan het gemeentelijk Groenuitgiftebeleid. Het huidige beleid, genaamd ‘Groenuitgiftebeleid 2019-2024’, is vastgesteld op 23 april 2019. Gronden die voor verkoop / verhuur in aanmerking zijn gekomen, hebben veelal een groen- of verkeersbestemming. En in sommige gevallen zijn de gronden al voorzien van een woonbestemming. Bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan voor de dorpskernen is gekeken wat een passende bestemming is voor deze gronden. Ligging, (legaal) gebruik en de huidige bestemming zijn bepalend Gekozen is om op een zo transparant mogelijke wijze de gronden te bestemmen.

De toe te kennen bestemming is afhankelijk van een aantal factoren: • De geldende bestemming in het bestemmingsplan / beheersverordening; • Verkoop, verhuur of illegale ingebruikname van de gronden; • Ligging van de gronden; o aan de voorzijde van de woning; o aan de zijkant van de woning; o in het verlengde achter de woning (achtererfgebied). Uitgangspunt is om te harmoniseren en waar mogelijk bestaande rechten te behouden. Deze uitgangspunten resulteren in onderstaand schema. Hieruit blijkt dat waar nu een woonbestemming is, deze in het nieuwe bestemmingsplan weer wordt opgenomen, ongeacht de ligging en de eigendomssituatie. Voor de percelen waar nu een bestemming met een openbaar karakter op zit, is afhankelijk van de situatie, gekozen voor de volgende bestemmingen: 1. Opnieuw een openbare bestemming (als Groen of Verkeer), in gevallen waar géén sprake is van verkoop of verhuur, 2. Een bestemming ‘Tuin-Onbebouwd’, voor gronden waar instandhouding van het groene, onbebouwde karakter van belang is maar die in privé gebruik zijn. Dit geldt voor gronden die middels een huurovereenkomst zijn uitgegeven (zij-erf en achtererf) en verkochte gronden, voor zover deze een zij-erf betreffen. 3. Een woonbestemming, voor gronden die in het verlengde achter de woning gelegen zijn en die in eigendom zijn van de aangrenzende woning.

De impact op de omgeving, bij een eventuele toename van bebouwing, zal in deze gevallen in het algemeen beperkt zijn. Ook gronden die zijn gelegen in het voorerf krijgen een woonbestemming. Hiervoor is gekozen omdat dit aansluit bij de huidige wijze van bestemmen en de impact op de omgeving hiervan beperkt is. Dit omdat er slechts heel beperkt bouwmogelijkheden zijn in het voorerf. In onderstaande tabel is schematisch weergegeven wanneer welke bestemming wordt toegepast voor snippergronden die in gebruik zijn bij een woning:

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

55

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Eigendom:

Gemeente

Gemeente

Bewoner

Geen verhuur

Grond verhuurd

-

Nu woonbestemming Voorerf

Wonen

Wonen

Wonen

Zij-erf

Wonen

Wonen

Wonen

Achtererfgebied

Wonen

Wonen

Wonen

Nu bestemming groen / verkeer Vigerende bestemming Wonen Wonen overnemen Vigerende bestemming Zij-erf Tuin - Onbebouwd Tuin - Onbebouwd overnemen Vigerende bestemming Achtererfgebied Tuin - Onbebouwd Wonen overnemen Let op: Agrarische gronden die bij de tuin worden getrokken: mits niet te groot: tuin onbebouwd. Tabel 3 – Bestemming snippergroen Voorerf

Het behoud van het groene karakter van de gronden is van belang 2 Dit geldt óók wanneer besloten is over te gaan tot verkoop van het groen. Daarom neemt de gemeente hierover voorwaarden op in de koopovereenkomsten. Deze voorwaarden hebben voornamelijk betrekking op het plaatsen van groene beplanting en groene erfafscheidingen. En hierbij wordt ook verwezen naar het geldende planologische regime. Verkochte stukken snippergroen hebben geen toename van bebouwing beoogd. Het uitgangspunt bij verkoop en verhuur is dan ook geweest dat gronden wel privé in gebruik kunnen worden genomen. Maar, dat de bebouwingsmogelijkheden daar niet door wijzigen. Oftewel: het is bij verkoop van gronden met een groen- of verkeersbestemming niet de intentie geweest om het bebouwen van de gronden mogelijk te maken. Voor behoud van het groene karakter wordt de bestemming Tuin-Onbebouwd toegepast In relatie tot snippergroen, wordt de bestemming ‘Tuin – Onbebouwd’ enkel toegekend aan gronden die door de gemeente verkocht of langdurig verhuurd worden aan particulieren, waarmee een langdurig privégebruik van gronden is ontstaan. Het idee achter deze bestemming is dat het behoud van het groene, onbebouwde karakter centraal staat. De gemeente beoogt deze waarde zorgvuldig te beschermen. Het gebruiken van de gronden als tuin (voor gazon, beplanting ed.) is echter wel verantwoord.

Om die reden is voor de betreffende stroken grond een specifieke tuinbestemming opgenomen, waarmee wel het gebruik als zodanig wordt toegestaan maar waarmee bebouwing tegelijkertijd slechts zeer beperkt mogelijk wordt gemaakt. Gezien deze landschappelijke afweging is in de betreffende bestemming ook vastgelegd dat deze gronden niet als erf aangemerkt kunnen worden in het kader van vergunningsvrij bouwen. De bestemming ‘Tuin – Onbebouwd’ wordt toegekend aan gronden die in de oude plannen een groen- of verkeersbestemming hebben en die middels een

2

Bron: Groenuitgiftebeleid 2019-2024: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR624815/2

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

56

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

huurovereenkomst zijn uitgegeven (zij-erf en achtererf) en verkochte gronden, voor zover deze een zij-erf betreffen. In bepaalde gevallen is het denkbaar dat de bebouwingsmogelijkheden worden uitgebreid Buurtgroen grenzend aan woningen is belangrijk om kop- en/of zijgevels en tuinen af te schermen. Dit bepaalt de groene aankleding van een straat. Het bebouwen van deze gronden is in principe dan ook ongewenst. Echter, wanneer snippergroen aan de achterzijde van de woning is gelegen, en het geen stedenbouwkundige gevolgen heeft voor het ontwerp en de uitstraling van de buurt, is het voorstelbaar dat de woonbestemming op deze gronden wordt uitgebreid. De impact van een (beperkte) toename van de bebouwingsmogelijkheden op de omgeving zal, gezien de ligging aan de achterzijde, over het algemeen beperkt zijn. 4.3

FUNCTIONELE UITGANGSPUNTEN

4.3.1 Wonen Uitgangspunt is dat de bestaande woningen een passende woonbestemming krijgen. In de verschillende woonbuurten wordt daartoe een bestemming ‘Wonen’ opgenomen waarbinnen de diverse woningtypen (vrijstaand, twee-aaneen en aaneengebouwd) zijn vastgelegd. Specifiek voor de gestapelde woningen (appartementen) is een eigen bestemming ‘Wonen – Woongebouw’ opgenomen. In paragraaf 4.2.3 is hier reeds op ingegaan. Naast de verschillende woonbuurten, waarin logischerwijs de nadruk ligt op de woonfunctie, wordt er ook in de dorpscentra en aangrenzende (gemengde) gebieden gewoond. Veelal gaat het daarbij om woningen boven winkels. Derhalve wordt de woonfunctie ook in onder meer de bestemmingen ‘Centrum’, en ‘Gemengd’ mogelijk gemaakt. Om de aaneengesloten, publiekgerichte functies in het dorpscentrum te beschermen is wel een aantal voorwaarden gesteld. Zo is het bestaande aantal woningen het uitgangspunt en wordt in de gebieden die als ‘Gemend’ zijn bestemd nadere aanduidingen opgenomen waar juist wel of geen woningen zijn toegestaan ('specifieke vorm van wonen - verdieping', ‘wonenuitgesloten’). Verder is er ook in de bestemmingen ‘Detailhandel’, ‘Kantoor’, ‘Horeca’ en ‘Maatschappelijk’ een woonfunctie toegestaan. Binnen deze bestemmingen is dit met de aanduiding ‘wonen’ aangeduid en is eveneens het bestaande aantal woningen toegestaan.

Deze systematiek is vertaald vanuit de nu nog geldende planologische regimes. Daarnaast wordt er soms gewoond bij een bedrijf. Het beleid van de gemeente is erop gericht om terughoudend met bedrijfs- en/of dienstwoningen om te gaan, zie ook paragraaf 4.3.4. In dit kader zijn uitsluitend de bestaande bedrijfswoningen toegestaan, ter plaatse van de desbetreffende aanduiding op de verbeelding. In z’n algemeenheid wordt nogmaals opgemerkt dat nieuwe woningen niet zonder meer zijn toegestaan, omdat het voorliggende bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ in hoofdzaak conserverend van aard is. Wel is in lijn met de geldende planologische regimes de mogelijkheid geboden om via een (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheid nieuwe woningen binnen zowel de woonbestemming als diverse niet-woonbestemmingen (o.a. Centrum en Gemengd) toe te voegen. Hieraan zijn diverse voorwaarden verbonden en medewerking aan dergelijke initiatieven kan alleen na een zorgvuldige belangenafweging.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

57

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Standplaatsen (stacaravan/chalets) en drijvende woningen / woonschepen Er wordt in de gemeente De Ronde Venen niet alleen gewoond in reguliere woningen, maar ook in meer bijzondere objecten, zoals op standplaatsen (stacaravan/chalets) en drijvende woningen / woonschepen. Voor wonen in een stacaravan/chalet is een ‘eigen’ bestemming opgenomen, te weten 'Wonen - Standplaats'. Het betreft bestaande standplaatsen, waarvoor in de regels van dit bestemmingsplan bouwregels zijn opgenomen. Zo mag de maximale oppervlakte van de wooneenheid niet meer dan 50 m2 bedragen en is op iedere standplaats één bijbehorend bouwwerk toegestaan van maximaal 15 m 2. Verder wordt er in de gemeente De Ronde Venen onderscheid gemaakt tussen drijvende woningen en woonschepen (varend). Het verschil hierin is dat drijvende woningen niet gebruikt worden voor de vaart en woonschepen wel. Een woonschip wordt alleen als zodanig aangemerkt wanneer het ook als varend schip gebruikt kan worden. Woonschepen komen binnen het plangebied van de Dorpskernen niet voor. Dit in tegenstelling tot drijvende woningen (woonarken). De bestaande drijvende woningen binnen het plangebied krijgen de bestemming ‘Wonen – Drijvende woningen’. Deze drijvende woningen zijn er op gericht ter plaatse te functioneren en worden om die reden ook als bouwwerk aangemerkt en zijn op de verbeelding voorzien van een bouwvlak.

Ook zijn bouwregels opgenomen, waaronder een maximale lengte en breedte (respectievelijk 20 en 6 meter). Bij de drijvende woningen bestaat de mogelijkheid voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken. De maximale oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt 33 m2. Hiervoor wordt aangesloten op de vigerende rechten. 4.3.2 Maatschappelijke voorzieningen De in het gebied aanwezige maatschappelijke voorzieningen, zoals diverse kerkgebouwen en begraafplaatsen, scholen, verzorgingshuizen en brandweerkazernes krijgen een maatschappelijke bestemming. Dit komt overeen met de bestaande gebruiksfunctie. De bestemming ‘Maatschappelijk’ is een ruime bestemming waarbinnen een uitwisseling tussen de verschillende maatschappelijke functies kan plaatsvinden. Daarbij kunnen verschuivingen binnen de maatschappelijke voorzieningen worden opgevangen zonder dat het bestemmingsplan moet worden herzien. De grotere maatschappelijke voorzieningen (zoals de begraafplaatsen) en voorzieningen die in het algemeen meer potentiële hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen (zoals een brandweerkazerne en een ambulancepost) worden wel specifiek aangeduid. Deze functies kunnen alleen op die plek uitgeoefend worden. Mantelzorg bij woningen In Nederland en dus ook binnen de gemeente De Ronde Venen, is sprake van vergrijzing.

Het is daarom redelijk te veronderstellen dat er behoefte is aan het creëren van tijdelijke woonruimte bij een bestaande woning ten behoeve van mantelzorg. Daarbij wordt mantelzorg gedefinieerd als zijnde zorg, die wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening voortvloeit uit de sociale relatie en niet in het kader van een hulpverlenend beroep.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

58

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Tot een aantal jaren geleden werd in bestemmingsplannen voor het gebruik van mantelzorg bij woningen vaak ook een regeling opgenomen. De regeling voor het gebruik van gebouwen voor mantelzorg is echter niet in voorliggend bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ opgenomen, omdat hiervoor de wettelijke regeling in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) geldt. 4.3.3 Centrumvoorzieningen en gemengde functies Elke kern in de gemeente De Ronde Venen heeft haar eigen voorzieningenstructuur, waarbij de ene kern wel een sterker voorzieningenniveau heeft dan de andere kern. In het bestemmingsplan voor de dorpskernen is hiervoor op hoofdlijn onderscheid gemaakt in enerzijds de bestemming ‘Centrum’, en anderzijds de bestemming ‘Gemengd’. Voor beide bestemmingen geldt dat een breed scala aan functies is toegestaan, zoals detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren, en wonen. Daarmee zijn beide bestemmingen inhoudelijk zoveel mogelijk afgestemd op de verschillende geldende planologische regimes. Ook de bestaande en vergunde (horeca)bedrijven zijn toegestaan. De verschillende toegelaten functies kunnen hiermee elkaar versterken, waardoor de menging van de verschillende functies hier aanvaardbaar wordt geacht.

De bestemming ‘Centrum’ is echter gebruikt voor de concentratie van diverse voorzieningen in de dorpscentra van Abcoude en Mijdrecht, de zogenaamde kernwinkelgebieden. De bestemming ‘Gemengd’ is in hoofdzaak gebruikt voor de gebieden en locaties waar nu ook al meerdere (combinaties van) functies toegestaan en mogelijk zijn. Hoewel beide bestemmingen qua toegelaten functies niet heel veel van elkaar afwijken is er inhoudelijk wel een verschil. Om de kernwinkelgebieden ook na winkelsluitingstijd leefbaar te houden is er binnen de bestemming ‘Centrum’ namelijk onderscheid aangebracht in functies die rechtstreeks op de begane grond zijn toegestaan en functies die op de verdiepingen zijn toegestaan. Uitgangspunt is dat de publiekgerichte functies op de begane grond te vinden zijn en de verdiepingen in beginsel juist bedoeld zijn voor woningen. In het voorliggende bestemmingsplan is hierbij aangesloten door de publiekgerichte functies sowieso toe te staan op de begane grond, en alleen de bestaande niet-woonfuncties op de verdiepingen positief te bestemmen. En ook alleen maar voor zover deze functies ook op de begane grond zijn toegestaan. Op deze wijze wordt ingezet op een concentratie van voorzieningen en tegelijkertijd een verspreiding van de verschillende functies over het plangebied tegengegaan en daardoor een verminderde levensvatbaarheid van de voorzieningen.

Het wonen is met name van belang om de verdiepingen van de gebouwen een goede invulling te geven en draagt bij aan de levendigheid en sociale veiligheid in het centrumgebied. 4.3.4 Bedrijven en kantoren In het plangebied liggen meerdere bedrijventerreinen, vooral geconcentreerd in stationsgebied Abcoude, aan de Wilgenlaan in Vinkeveen en aan de Amstelkade in Amstelhoek. Maar ook verspreid liggende bedrijfspercelen in woongebieden, danwel bedrijfsfuncties in de meer gemengde gebieden (o.a. dorpscentra) komen voor. De zelfstandige kantoren / kantoorgebouwen zijn hoofdzakelijk gevestigd in de kern Vinkeveen. Uitgangspunt is dat de bestaande bedrijven en kantoren hun functie behouden.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

59

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Bedrijven en bedrijventerrein De bestaande bedrijven in het plangebied zijn mede op basis van het geldende planologische regime, ingeschaald naar bedrijfscategorieën op grond van een zogenaamde ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. Zie hiervoor ook paragraaf 5.4 van deze plantoelichting. Hierdoor is sprake van de nodige flexibiliteit, omdat een vrijkomende bedrijfskavel dan ook kan worden ingenomen door een ander type bedrijf, zonder dat een bestemmingsplan wijziging nodig is. Hierbij geldt uiteraard wel dat een ander bedrijf moet passen binnen de toegestane milieucategorie. De vestiging van bedrijven die zwaarder zijn dan de nu toegestane categorieën is dus niet mogelijk. Voorkomen moet immers worden dat indien een bedrijf verdwijnt, er op de bedrijfslocatie een nieuw bedrijf gevestigd wordt dat meer overlast gaat veroorzaken voor de omgeving. Daarbij is wel onderscheid gemaakt in de bestemming ‘Bedrijventerrein’ enerzijds en de bestemming ‘Bedrijf’ anderzijds. De bestemming ‘Bedrijventerrein’ is opgenomen voor de bestaande geclusterde bedrijfspercelen bij het stationsgebied Abcoude, terwijl de bestemming ‘Bedrijf’ is gehanteerd voor de individuele bedrijven temidden van een woon- of gemengde omgeving. Ook de clusters van bedrijven aan de Wilgenlaan in Vinkeveen en aan de Amstelkade in Amstelhoek hebben de bestemming ‘Bedrijf’.

Hoewel de bestemming ‘Bedrijventerrein’ qua naamgeving wellicht ook voor deze locaties passend zou zijn, is bewust gekozen om alleen voor de bedrijfspercelen bij het stationsgebied Abcoude de bestemming ‘Bedrijventerrein’ op te nemen, omdat de vigerende bestemmings- en bouwregels voor dit gebied te veel afwijken om deze samen te voegen. Bovendien geldt dat indien er bedrijfsactiviteiten aanwezig zijn op percelen waar ook andere functies mogelijk zijn, deze specifiek zijn aangeduid. Bijvoorbeeld met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Dit is onder meer binnen de bestemming ‘Centrum’, ‘Gemengd’ en ‘Wonen’ het geval. Bedrijfswoningen Zoals reeds in paragraaf 4.3.1 is opgemerkt is het beleid van de gemeente erop gericht om terughoudend met bedrijfs- en/of dienstwoningen bij bedrijven om te gaan. De noodzaak van huisvesting op of bij een bedrijf is in de huidige tijd immers niet zonder meer aantoonbaar. De bedrijfsvoering noopt daar nog maar in uitzonderlijke gevallen toe; zaken als bewaking, beveiliging, enz., geschieden op andere wijzen. Ook bedrijfsprocessen maken huisvesting op het bedrijf niet meer nodig; controle e.d. gebeurt óf door de (nacht)ploeg ter plaatse óf op afstand via bijvoorbeeld internet. In dit kader zijn uitsluitend de bestaande bedrijfswoningen toegestaan.

Deze bestaande bedrijfswoningen worden op de verbeelding specifiek aangeduid, middels de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Voor de bedrijfspercelen waar nu geen bedrijfswoning aanwezig is maar waar op grond van het huidige bestemmingsplan dat wel mogelijk is, geldt de zogenaamde benuttingsregeling; de desbetreffende eigenaren kunnen deze bestaande bouwmogelijkheden nog benutten tot maximaal 2 jaar nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Zie hiervoor ook paragraaf 4.1.3.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

60

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Beroep- of bedrijf aan huis In en bij de (bedrijfs)woningen is ook de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan.Om te voorkomen dat de beroeps- of bedrijfsuitoefening de woonfunctie zou kunnen overheersen, is deze aan een maximale vloeroppervlakte gebonden binnen de woning en de bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen (niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen, tot een maximum van 50 m²). Een en ander is geregeld binnen de specifieke gebruiksregels van bestemmingen waarbinnen ook woningen zijn toegestaan. Wat onder een ‘beroep en bedrijf aan huis’ moet worden verstaan, is gedefinieerd in de begrippen die als onderdeel van de planregels zijn opgenomen. Welke soort ‘bedrijfsactiviteiten’ zijn toegestaan, is vastgelegd in een zogenaamde 'Staat van bedrijfsactiviteiten'. Deze lijst met bedrijfsactiviteiten is een onderdeel van de regels en is als bijlage 1 toegevoegd. Daarbij geldt dat alleen bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 en 2 van de lijst zijn toegestaan. Dit zijn in de regel bedrijfsactiviteiten die goed zijn in te passen in een woonomgeving. Detailhandel, groothandel en horeca zijn uitgesloten, met uitzondering van het uitoefenen van een ‘bed en breakfast’. Met inachtneming van een paar aanvullende voorwaarden is ook deze functie als onderdeel van de ‘Beroep of bedrijf aan huis’ regeling toegestaan.

Kantoren Voorts zijn met name in Vinkeveen enkele solitair gelegen kantoorgebouwen gelegen, waarvoor de bestemming ‘Kantoor’ is opgenomen. In lijn met het geldende bestemmingsplan is het beleid van de gemeente erop gericht om het bestaande gebruik voort te zetten. Voor wat betreft de kantoorfunctie wordt nog het volgende opgemerkt. Er is al een tijd een (landelijke) discussie gaande om te bezien wat de mogelijkheden zijn om de bestaande kantoorgebouwen zodanig te transformeren zodat het gebouw ook geschikt is voor andere functies, bijvoorbeeld een woonfunctie. Reden is (langdurige) leegstand van kantoren. De provincie Utrecht heeft hiervoor ook beleid opgesteld. In het voorliggende bestemmingsplan wordt hier niet actief invulling aan gegeven, te meer omdat een zorgvuldige afweging voor dergelijke transformaties nodig en gewenst is. Vanwege het conserverende karakter van dit bestemmingsplan is alleen een woonfunctie mogelijk gemaakt als dat in het geldende planologische regime ook al is toegestaan. Ook zijn de kantoorgebouwen veelal niet in eigendom van de gemeente en is het derhalve aan particuliere initiatiefnemers om een verzoek voor functiewijziging in te dienen. Als een dergelijk verzoek wordt ingediend is de gemeente evenwel bereid om mee te denken naar de mogelijkheden voor functieverandering.

Met andere woorden, de functiewijziging van kantoorgebouwen wordt bij voorbaat niet in voorliggend bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt, maar zal per situatie (afzonderlijk) beoordeeld worden. 4.3.5 Horeca Uitgangspunt in het bestemmingsplan is het handhaven van de bestaande horecavestigingen in de dorpskernen. Bij de aanwezigheid van horecavoorzieningen is het van belang dat ter plaatste van nabijgelegen woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd en dat horecavoorzieningen op een gewenste locatie hun bedrijf kunnen uitoefenen. Daarbij wordt gewerkt met een zogenaamde ‘Staat van Horeca-activiteiten’, die als bijlage bij de regels is gevoegd.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

61

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

In de gemeente De Ronde Vene wordt onderscheid gemaakt in diverse typen horeca, te weten: • Lichte horeca (categorie 1); Bedrijven die in beginsel alleen overdag en ’s avonds geopend zijn (vooral voor verstrekking van etenswaren en maaltijden) en waarbij het hoofddoel niet is gericht op het schenken van alcoholhoudende dranken, zoals lunchroom, cafetaria en restaurant. Binnen deze categorie wordt nader onderscheid gemaakt tussen 3 subcategorieën a. aan detailhandel verwante horeca; b. overige lichte horeca; c. horeca bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking. • Middelzware horeca (categorie 2); Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht zijn geopend en met een accent op het schenken van alcohol, zoals een café en zalenverhuur. • Zware horeca (categorie 3). Bedrijven die voor een goed functioneren ook ’s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken (grote verkeersaantrekkende werking), zoals een discotheek en partycentrum. In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting. De bestaande horecavestigingen in de dorpskernen zijn geïnventariseerd en ingeschaald volgens de bovengenoemde indeling. Het beleid van de gemeente De Ronde Venen is er op gericht is om nieuwe horecavestigingen in de dorpskernen niet zonder meer toe te staan.

Daarom is er voor gekozen om alle bestaande (en vergunde) horeca één op één te bestemmen. Aanvullend is de toegestane horecacategorie aangeduid. Horecavoorzieningen zijn mogelijk binnen de bestemmingen Horeca, maar ook binnen andere bestemmingen waar een aanduiding ‘horeca tot met categorie …’ is voorzien. Met name in de centrum- en gemengde bestemmingen is dat laatste het geval, maar ook op enkele plekken in recreatieve, maatschappelijke of sportbestemmingen waar in de huidige situatie een horecavoorziening is vergund. 4.3.6 Recreatie Gezien de nabijheid van (onder andere) de Vinkeveense Plassen en historische structuren, zoals het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, is recreatie een belangrijke ruimtelijke én economische drager voor de gemeente De Ronde Venen. Met name in de kom Vinkeveen zijn een groot aantal voorzieningen en bedrijven aanwezig in de recreatieve sector, veelal gerelateerd aan verschillende vormen van (water)recreatie op en rond de Vinkeveense Plassen. Maar ook in andere dorpskernen zijn recreatieve functies. Vanwege de uiteenlopende en specifieke gebruiks- en bouwregels, is gekozen om met verschillende maatwerk-bestemmingen een passend planologisch-juridisch kader te bieden. Om die reden is onderscheid gemaakt tussen de volgende bestemmingen: • Recreatie - Dagrecreatie

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

62

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

• • • • •

Recreatie - Dagrecreatie volkstuin Recreatie - Jachthaven Recreatie - Stationsgebied Abcoude Recreatie - Verblijfsrecreatie Recreatie - Zeilschool

4.3.7 Agrarisch gebruik Hoewel het grootste gedeelte van de agrarische functies in de gemeente De Ronde Venen buiten het plangebied van voorliggend bestemmingsplan zijn gelegen, hebben enkele percelen aan de rand van de dorpskernen een agrarische functie. Deze zijn bestemd als ‘Agrarisch’ en is het gebruik ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. Daarnaast is tevens het gebruik ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en het behoud, versterking en ontwikkeling van landschapswaarden toegestaan. Het gaat slechts om enkele percelen binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. In enkele gevallen is een (agrarisch) bouwvlak aangeduid, waarbinnen de bedrijfsgebouwen van het bewuste agrarische bedrijf toegestaan zijn. Eveneens zijn aan de rand van de kern Vinkeveen een aantal glastuinbouwbedrijven gelegen, welke specifiek zijn aangeduid. 4.4

BESCHERMING VAN DIVERSE WAARDEN

Het grondgebied van De Ronde Venen wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van grote landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Deze waarden hebben te maken met het ontstaan van het landschap, het grondgebruik en (militaire) structuren op grotere schaal. Hoewel deze waarden vooral nog betrekking hebben op het gebied buiten de dorpskernen (het buitengebied) zijn er ook binnen de dorpskernen diverse gebiedseigen karakteristieken en waarden te onderscheiden. 4.4.1 Landschapswaarden De gemeente De Ronde Venen heeft een ‘Landschapsnota De Ronde Venen 2030’ opgestelde, met als doel om een ruimtelijk toetsingskader te creëren voor een zorgvuldige afweging van ruimtelijke initiatieven met landschappelijke impact (zie ook paragraaf 3.4.3 van deze plantoelichting).

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

63

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Figuur 9 – Uitsnede van de landschapsbeleidskaart voor het plangebied

In de landschapsnota is een landschapsbeleidskaart opgenomen (zie ook Fout! V erwijzingsbron niet gevonden.), waarop de waarden en kenmerken van De Ronde Venen per deelgebied zijn opgenomen. In de bijbehorende deelgebiedsbeschrijvingen zijn deze kenmerken en waarden verder toegelicht. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan maakt deel uit van ‘Deelgebied 9, Kernen’. In de Structuurvisie is aangegeven dat nadere uitwerking van de Landschapsnota nodig is om het beleid op het gebied van landschap, cultuurhistorie, landbouw, natuur en recreatie te implementeren. Het hoofddoel van de Landschapsnota, vastgesteld door de gemeenteraad op 5 juni 2014, is het creëren van een ruimtelijk toetsingskader voor een zorgvuldige afweging van ruimtelijke initiatieven met landschappelijke impact die niet passen in het bestemmingsplan. Het streven is dat het aspect landschap dusdanig zorgvuldig wordt afgewogen bij ontwikkelingen en initiatieven dat dit tot wederzijdse versterking leidt. Bij deze toetsing dienen initiatiefnemers een stappenplan te doorlopen - de Landschapstoets - waarbij er gebruik wordt gemaakt van een Landschapsbeleidskaart, een Deelgebiedenkaart en Deelgebied- beschrijvingen.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

64

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Binnen de contouren van voorliggend bestemmingsplan zijn enkele zones uit de Landschapsnota van belang, met name de historische verkavelingsstructuren. Zowel de rationele als de middeleeuwse verkaveling zijn van grote invloed op de structuur van het landschap. Bovendien vertellen ze over de (ontstaans)geschiedenis van het landschap. Deze structuren hebben daarom een belangrijke landschappelijke waarde. Middeleeuwse verkaveling Het oudste type verkaveling is de middeleeuwse verkaveling. Deze is tot stand gekomen tijdens de ontginning van het veenweidegebied van De Ronde Venen in de vroege middeleeuwen. In het westen van De Ronde Venen is dat een opstrekkende, of sterverkaveling, gericht op een middelpunt, nu liggend nabij de kruising N212Mijdrechtsedwarsweg. Nadat de bebouwingslinten waren gerealiseerd is er ook vanuit deze linten ontgonnen. In het gebied rond Abcoude is veelal sprake van middeleeuwse blokverkaveling, in plaats van een opstrekkende verkaveling, wat mede te maken heeft met de (voormalige) ligging van de rivieren daar. Deze structuren zijn nog herkenbaar binnen de kommen Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen, waar de kavelstructuur en waterlopen nog een duidelijke relatie met deze ontginning hebben. Juridisch gezien is de Landschapsnota een zogeheten 'beleidsregel', waarin de gemeente vastlegt hoe ze met bepaalde bevoegdheden omgaat.

Het ruimtelijk kader uit de Landschapsnota zal derhalve worden vastgelegd in bestemmingsplannen. Dit kader is zowel leidend voor initiatieven die een beperkte omgevingsvergunning vragen (binnenplanse afwijkingsmogelijkheid), als voor initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan, maar passen binnen ander of hoger ruimtelijk beleid. Het te volgen stappenplan van de landschapstoets geeft een onderbouwing, die moet aantonen of er al dan niet een (uitgebreide) omgevingsvergunning kan worden verleend. Een verdere toelichting hoe de landschapsnota in de regels van dit plan is doorvertaald is opgenomen in paragraaf 5.11. 4.4.2 Hollandse Waterlinies Op 15 tot 20 kilometer afstand van Amsterdam ligt een bijzondere verdedigingsring van forten, batterijen, een kasteelvesting, vestingsteden en een grote hoeveelheid aan dijken en sluizen. Deze verdedigingslinie is tussen 1883 en 1914 aangelegd en maakt deel uit van de Hollandse Waterlinies met een uitgebreid en ingenieus systeem van militaire verdediging door inundatie; het opzettelijk onder water zetten van een gebied met als doel het tegenhouden/ vertragen van de vijand. Zoals al in paragraaf 3.3.2 (Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht) van deze plantoelichting is aangegeven kunnen de kernkwaliteiten van dit gebied als volgt worden omschreven: 1.

het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiendeeeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijk geheel, bestaande uit: a. een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; b. sluizen en voor- en achterkanalen; c. de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; d. inundatiegebieden;

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

65

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

e.

2. 3.

voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); en f. de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; de relatief grote openheid; en de groene en relatief stille ring rond Amsterdam.

Binnen de gemeente De Ronde Venen zijn 6 forten aanwezig die deel uitmaken van de Hollandse Waterlinies, te weten: 1. Fort bij Uithoorn (in de volksmond Fort Amstelhoek); 1. Fort Waver-Amstel; 2. Fort in de Botshol; 3. Fort aan de Winkel; 4. Fort bij Abcoude; 5. Fort bij Nigtevecht. Alhoewel deze forten niet binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ gesitueerd zijn, vallen delen van de bijbehorende beschermde landschappelijke structuren wel binnen het plangebied. Zoals uit figuur 9 blijkt vallen de schootsveldenzones van het Fort bij Uithoorn (nabij Amstelhoek) en Fort bij Abcoude (nabij Abcoude) namelijk over een deel van het plangebied. Deze schootsvelden worden gekenmerkt door een grote mate van openheid welke nog herkenbaar is in het (onbebouwde deel van het) landschap. Aanwijzing UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies Vanaf de jaren negentig wordt in de Nederlandse samenleving het belang van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als uniek Nederlands erfgoed steeds meer onderkend. Sindsdien zijn concrete programma's opgezet en uitgevoerd voor behoud, herstel en ontwikkeling van het Nationaal Landschap 'Nieuwe Hollandse Waterlinie' (verder NHW). De NWH doorkruist de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant.

Om Werelderfgoed te worden moet iets uniek en van Uitzonderlijke Universele Waarde zijn; Outstanding Universal Value. Hiervoor heeft UNESCO criteria en de Hollandse Waterlinies voldoet aan 3 van deze criteria. De Uitzonderlijke Universele Waarde van de Hollandse Waterlinies is: • Een buitengewoon voorbeeld van een Europees verdedigingssysteem van de moderne tijd dat intact is gebleven; • Een ingenieus systeem van militaire verdediging door inundatie dat gebruik maakt van eigenschappen en elementen van het aanwezige landschap; • Uniek in de Europese architectuurgeschiedenis; • Een illustratie van Nederlandse inventiviteit in land- en waterbeheersing. In januari 2019 heeft het Rijk de Nieuwe Hollandse Waterlinie ingediend bij het World Heritage Centre van UNESCO in Parijs. In 2019 is het dossier beoordeeld door enkele adviescommissies van UNESCO. De Werelderfgoed Commissie heeft in de zomer van 2021 het besluit genomen de Nieuwe Hollandse Waterlinie, als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam3, toe te voegen als Werelderfgoed. Vanaf 2021 geldt de nieuwe naam “UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies”.

3

De Stelling van Amsterdam staat sinds 1996 op de lijst van UNESCO Werelderfgoed.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

66

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

Figuur 10 – Begrenzing van het “UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies” in relatie tot de kernen Abcoude en Amstelhoek (bron: webkaart.provincie-utrecht.nl)

Zoals uit bijgaande figuur 10 blijkt ligt de kern Amstelhoek binnen de begrenzing van het “UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies”. Dit geldt ook voor een klein deel in het zuiden van de kern Abcoude. Voor een nadere toelichting hoe de kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinies in de regels van dit plan zijn beschermd, wordt verwezen naar paragraaf 5.11 van deze plantoelichting. 4.4.3 Molenbiotoop In het oosten van kern Wilnis, aan de Uitweg, is de bestaande korenmolen ‘De Veenmolen’ gelegen. Ter bescherming van het zicht op de molen en de vrije windtoetreding, zijn de bouwmogelijkheden wat bouwhoogte betreft aan nadere regels gebonden en beperkt binnen een straal van 400 meter rondom de molen. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is hiervoor de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ voorzien. 4.4.4 Beschermde dorpsgezichten Delen van het historische centrum van Abcoude en Baambrugge zijn aanwezen als beschermd dorpsgezicht. De voormalige gemeente Abcoude heeft in april 1983 besloten het historische centrum van Baambrugge aan te wijzen als beschermd dorpsgezicht. In mei 1987 is besloten om ook de historische kern van Abcoude aan te wijzen als beschermd

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

67

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

dorpsgezicht. Deze aanwijzingen zijn voornamelijk gericht op de bescherming van de ruimtelijke structuur van de oude nederzetting. In navolgende afbeelding is in beeld gebracht welk gedeelte van de kom Abcoude en de kom Baambrugge onder de aanwijzing valt.

Figuur 11 - Beschermde dorpsgezichten (oranje) in het bestemmingsplan ‘Dorpskernen, met links Abcoude en rechts Baambrugge

De toelichtingen op de aanwijzingsbesluiten bevatten een uitgebreide omschrijving van het te beschermen karakter van het beschermde dorpsgezicht. Deze zijn als bijlage bij de regels van voorliggend bestemmingsplan gevoegd. Voor een volledige beschrijving van de ligging en de te beschermen karakteristieken, wordt naar deze bijlages verwezen. 4.4.5 Cultuurhistorische objecten In de dorpskernen van Abcoude, Baambrugge, Vinkeveen, Wilnis, Mijdrecht en Amstelhoek zijn diverse rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. De rijksmonumenten staan ingeschreven in het rijksmonumentenregister en worden beschermd door de regelingen uit de Erfgoedwet. De gemeentelijke monumenten staan ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister en zijn beschermd door het beschermingsregime in de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen’ (2021). Omdat de bescherming van deze objecten vanuit andere wet- en regelgeving is vastgelegd, is er voor de rijks- en gemeentelijke monumenten geen aparte regeling opgenomen in dit bestemmingsplan. Wel zijn de monumenten ter signalering op de verbeelding aangeduid. Daarnaast kent de gemeente beeldbepalende panden, die ook verspreid over de kernen aanwezig zijn. Voor deze panden is in het voorliggende plan de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - beeldbepalend pand' opgenomen.

Anders dan de monumenten is voor deze panden in het voorliggende bestemmingsplan wél een beschermingsregeling opgenomen omdat ze anders geen nadere bescherming zouden hebben.

Gemeente De Ronde Venen Bestemmingsplan Dorpskernen mRO b.v. / TOE / 92.04 – v3 / 22 dec. 2022

68

NL.IMRO.0736.BP022dorpskernen-ow01 Ontwerp

In bijlage 1 is een overzicht van de beeldbepalende panden binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan opgenomen. 4.4.6 Archeologie De gemeente De Ronde Venen heeft op 6 april 2021 de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen’ vastgesteld. In deze verordening is onder meer het archeologisch beleid nader uitgewerkt, aan de hand van de kaarten met archeologische waarden en verwachtingswaarden. In dit beleid wordt een onderscheid gemaakt tussen landbodems en waterbodems, elk met een eigen categorisering. De gebieden op de beleidskaart worden in de gemeentelijke bestemmingsplannen opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Op basis daarvan kan de gemeente in vergunningen voorwaarden opnemen voor het veiligstellen van (verwachte) archeologische waarden. De categorieën, op de verbeelding onderscheiden door middel van aanduidingen, hebben elk een eigen onderzoeksdrempel. Wanneer een ontwikkeling deze drempel overschrijdt, is het noodzakelijk om aan te tonen dat de ontwikkeling de eventueel aanwezige archeologische waarden niet schaadt. Een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek vormen hier de eerste stappen. In paragraaf 5.10 wordt nader ingegaan op deze categorieën en de borging in voorliggend bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13445820/1