CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programmabegroting 2025 - 2028

Gemeenteraad 23 oktober 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2025-202822.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Programma 1 | Verbonden partijen Recreatieschap Stichtse Groenlanden Het recreatieschap beheert en onderhoud de recreatieterreinen op en aan de Vinkeveense Plassen en zorgt voor toezicht en handhaving. Het recreatieschap Stichtse Groenlanden is aan het einde van een transitieperiode en de taakuitvoering is overgenomen door Staatsbosbeheer. Zij hebben de gebieden in kaart gebracht en in 2025 worden de toekomstvisie en het 4-jarig uitvoeringsplan met bijbehorend vierjarig financieel perspectief opgeleverd en vastgesteld. In deze stukken wordt voor de Vinkeveense Plassen de focus gelegd op het op orde brengen van beheer en onderhoud en toezicht en handhaving.

Stichting Mooisticht MooiSticht is zowel de welstandscommissie als de monumentencommissie van onder andere De Ronde Venen en valt samen onder de noemer 'Commissie Ruimtelijke Kwaliteit'. Bij vergunningsaanvragen wordt het advies vanuit de monumentencommissie doorgerekend naar cultuurhistorie.

Afvalverwijdering Utrecht De gemeenschappelijke regeling AVU zorgt voor een goede, reguliere en milieuverantwoordelijke overslag en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. De AVU adviseert en ondersteunt gemeenten bij afvalstoffenplannen, aanbestedingen en andere vraagstukken, tevens voorziet de AVU de gemeenten van informatie met betrekking tot sorteeranalyses en ontwikkelingen in de markt.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 46 van 195

Omgevingsdienst regio Utrecht De Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) ondersteunt de gemeente De Ronde Venen bij de uitvoering van milieu- en omgevingszaken. Dit doet de ODRU door middel van advisering, vergunningverlening op het gebied van milieubelastende en bouwtechnische activiteiten, en milieutoezicht en -handhaving. Samen dragen we bij aan een veilige en gezonde fysieke

leefomgeving om in te wonen. Marickenland Alle vergunningen (provincie, waterschap, gemeente) voor het nieuwe natuurgebied Marickenland (inclusief recreatieve voorzieningen zoals natuurspeelpaats, paden en bruggetjes) zijn inmiddels verleend en onherroepelijk. De aanbestedingsprocedure is in augustus 2024 afgerond. Afhankelijk van de planning van de aannemer aan wie het werk wordt gegund, start de feitelijke uitvoering van het werk einde 2024 of begin 2025.

Gebiedsprogramma Utrecht-West Per 1 januari 2024 is de samenwerking binnen het Gebiedsprogramma Utrecht-West opgehouden te bestaan. Vanuit het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied (UPLG) is Utrecht ingedeeld in 2 deelgebieden Utrecht-Oost en Utrecht-West. In vervolg hierop zijn de Regionale Stuurgroep Oost en Regionale Stuurgroep West opgericht. De gemeente neemt deel aan de Regionale Stuurgroep West. Hieraan zijn geen financiële verplichtingen verbonden.

Programma 1 | Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000 Exploitatie

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Lasten

43.021

42.840

41.685

41.740

Baten

20.150

26.361

27.620

21.694

Saldo van programma 1

-22.871

-16.479

-14.065

-20.045

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 47 van 195

Programma 1 | Wat zijn de financiële risico's?

In onderstaande tabel is opgenomen de top vijf van risico's behorend bij dit programma. Een totaaloverzicht van alle risico's is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

1.

Achterstallig

Op basis van voorgaande gevallen waarbij

onderhoud

wegen schade opliepen die direct

wegen.

gerepareerd moest worden, is dit bedrag

Risico x € 1.000 250

opgenomen in de risicoparagraaf. 2.

3.

Stormschade aan

Op basis van de stormschades van

de

afgelopen jaren, is dit bedrag opgenomen in

groenvoorziening.

de risicoparagraaf.

Door financiële

De gemeente staat garant voor borgstelling

problemen wordt

voor Cazas Wonen. De financiële impact

een afgegeven

(€ 203 mln.) x kans (0,1%) wordt

borg- of

opgenomen in de risicoparagraaf.

250

203

garantstelling opgeëist Stichting Cazas wonen. 4.

Terugvallende

Leges zijn afhankelijk van de voortgang (en

inkomsten

omvang) van de grote bouwprojecten. Het

bouwleges door:

risico is dat we dat geld missen in de

terugclaimen,

geprognotiseerde periode. Dit risico wordt

recessie,

geschat op een terugloop van circa 10% van

stagnatie of

de omzet van de bouwleges.

200

wijziging wet- en regelgeving of veranderende aantal aanvragen. 5.

Overige risico's

Overige risico's die behoren in programma

programma 1.

1.

Totaal

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 48 van 195

530

1.433

Programma 2 | Samenleven Programma 2 | Welk maatschappelijk effect willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.1 Inwoners worden ondersteund om deel te nemen aan de arbeidsmarkt

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.1.1 We voeren de herijkte Participatiekoers (arbeid) uit Eind 2024 is de herijkte Participatiekoers (arbeid) vastgesteld voor 2024-2028

B25 | 2.1.2 We zetten in op participatieprojecten om inwoners naar werk te geleiden en trekken hierin zowel lokaal als met de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam op In 2025 wordt verder uitvoering gegeven aan de Regionale Uitvoeringsagenda. Hierbij richten we ons op de thema's: krapte op de arbeidsmarkt, mismatch arbeidsmarkt, inclusieve arbeidsmarkt en het programma Leven Lang Ontwikkelen. Daarnaast worden diverse lokale projecten ingezet om onze inwoners werkfit te krijgen.

B25 | 2.1.3 We stimuleren mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt om naar vermogen te participeren in de samenleving Er worden verschillende instrumenten ingezet om inwoners naar vermogen te laten participeren in de samenleving. Dit doen we ook als betaald werk (nog) niet haalbaar is.

B25 | 2.1.4 We voeren de visie op de aanpak van jeugdwerkloosheid, voortijdig schoolverlaters en kwetsbare jongeren uit Van voortijdig schoolverlaten wordt gesproken als een jongere tussen de 18 en 23 jaar is en nog geen startkwalificatie heeft gehaald (havo/vwo-diploma of mbo-niveau 2). We hebben hierin zowel een monitorrol als begeleidingsrol om jongeren te begeleiden richting onderwijs of de arbeidsmarkt.

B25 | 2.1.5 We werken naar één scenario voor de uitvoering van de Wsw en Participatiewet en nemen hierin de (toekomstige) inzet van Kansis mee Landelijke trends en ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de gemeente haar visie op de uitvoering van de Wsw en Participatiewet en de inzet van het sociaal ontwikkelbedrijf (Kansis) heeft herzien. Aan de hand van deze visie wordt één scenario uitgewerkt in 2025.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 49 van 195

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.2 Voorzieningen zijn voor alle inwoners laagdrempelig en dichtbij huis toegankelijk

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.2.1 We geven uitvoering aan de Visie Maatschappelijk Vastgoed In 2024 is de visie in de gemeenteraad vastgesteld. Hierin wordt een aantal actiepunten benoemd die vanaf 2025 worden uitgevoerd.

B25 | 2.2.2 We zorgen ervoor dat de uitvoering van het dorpshuizenbeleid plaatsvindt in samenhang met de Maatschappelijke Agenda Samen met de exploitant van het maatschappelijk vastgoed wordt het vastgoed zo veel mogelijk ingezet om de gemeentelijke doelstellingen op het terrein van sport, zorg, cultuur, veiligheid en vrije tijd te bereiken.

B25 | 2.2.3 We zetten de beschikbare capaciteit van dorpshuizen maximaal multifunctioneel in We streven naar een zo hoog mogelijke bezetting van het maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bij voorkeur drie dagdelen per dag en zeven dagen per week in gebruik. Alleen indien wettelijk noodzakelijk worden monofunctionele ruimten ter beschikking gesteld.

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.3 Een gezonde omgeving en gezonde en vitale leefstijl met voldoende ruimte voor sport en bewegen

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.3.1 We realiseren groene speelpleinen bij onderwijsgebouwen Op basis van de wens van de raad is een budget beschikbaar van 300.000 euro voor het realiseren van groene speelpleinen. Scholen kunnen een bedrag van maximaal 30.000 euro ontvangen als zij kiezen voor het vergroenen van hun speelplein en het speelplein openstellen voor de buurt.

B25 | 2.3.2 We verlenen medewerking aan de vervanging van de accommodatie van CSW Het clubgebouw van CSW is verouderd en is aan vernieuwing toe. Het vernieuwen van het clubgebouw en kleedruimtes wordt gerealiseerd in combinatie met de bouw van een supermarkt op het parkeerterrein.

B25 | 2.3.3 We realiseren een netwerk van organisaties dat actief bezig is met Gezonde Jeugd, Gezonde Toekomst (JOGG) Het netwerk maakt de omgevingen waar de kinderen en jongeren vaak komen (thuis, school, opvang, sport, buurt, werk, vrije tijd en media) gezonder. Door op deze plekken te beginnen wordt de gezonde keuze, de gewone keuze. Met als doel een jeugd die gezond opgroeit in een omgeving waarin aandacht is voor gezonde voeding, voldoende beweging, ontspanning en slaap.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 50 van 195

B25 | 2.3.4 We bieden valpreventieve interventies aan inwoners om de kans op vallen te verkleinen De gemeente heeft de taak gekregen om de Ketenaanpak Valpreventie in te richten voor haar inwoners van 65 jaar en ouder met een valrisico. Dit is vastgelegd is het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).

B25 | 2.3.5 We voeren de ambities uit die zijn opgenomen in het Lokaal Sportakkoord In 2023 is het Sportakkoord II De Ronde Venen 2023-2026 vastgesteld. We geven uitvoering aan het Lokaal Sportakkoord II. We richten ons op de volgende thema's: 1. Inclusie en diversiteit 2. Vaardig in bewegen 3. Ruimte om te sporten 4. Vitale sport-/beweegaanbieders &Veilig sportklimaat

B25 | 2.3.6 We zorgen voor een dekkend AED-netwerk In 2025 worden de laatste 'witte vlekken' (waar AED’s een te grote afstand van elkaar hebben) opgelost en worden de oudste AED’s vervangen. Daarnaast vindt er regulier onderhoud plaats.

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.4 Een inclusieve gemeente waar iedereen mee kan doen

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.4.1We voeren de Groene Hart Pas in om minimaregelingen laagdrempelig toegankelijk te maken De Groene Hart Pas wordt ingevoerd om de toegang tot de minimaregelingen te vereenvoudigen, zodat inwoners actief en laagdrempelig gebruik kunnen maken van de minimaregelingen.

B25 | 2.4.2 We ondersteunen en begeleiden inburgeraars vanaf het begin van het inburgeringstraject We voeren ook in 2025 de Wet inburgering 2021 uit en zorgen ervoor dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in de samenleving. We bieden taalonderwijs aan voor het leren van de Nederlandse taal. Hierdoor hebben zij betere kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt.

B25 | 2.4.3 We voeren de inclusie-agenda uit en zorgen ervoor dat de inclusie-doelstellingen zoveel mogelijk geborgd worden We organiseren laagdrempelige en toegankelijke ontmoetingsplekken en activiteiten voor inwoners. Daarnaast worden trainingen en bijeenkomsten georganiseerd om het bewustzijn te vergroten bij medewerkers van de gemeente, vrijwilligers en inwoners. Per inclusie-doelstelling beoordelen we hoe en waar de inzet (gemeente, maatschappelijke partners) geborgd kan worden.

B25 | 2.4.4 We voeren het nieuwe beleidsplan Armoede en Schulden uit Eind 2024 wordt het beleidsplan Armoede en Schulden vastgesteld voor 2025 tot en met 2028. Hier wordt uitvoering aan gegeven in 2025.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 51 van 195

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.5 Toekomstbestendige (maatschappelijke) voorzieningen

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.5.1 We bereiden ons voor op de zorgplicht voor bibliotheken en stellen daarvoor een aanpak op Gemeenten moeten zorgen voor voldoende en volwaardige bibliotheken. Dit wordt nader geconcretiseerd. Als dat nodig is wordt een plan van aanpak opgesteld.

B25 | 2.5.2 We sluiten vraag en aanbod op het gebied van wonen, welzijn en zorg op elkaar aan op basis van de Woonzorgvisie We werken aan deze actie door het opstellen van een uitvoeringsagenda in samenwerking met maatschappelijke partners, inwonersgroepen en bedrijven. De uitvoeringsagenda bestaat uit concrete samenwerkingsafspraken

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.6 Culturele activiteiten dragen bij aan onze maatschappelijke doelen

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.6.1 We voeren het beleidsplan Kunst en Cultuur uit In 2024 is het nieuwe beleidsplan Kunst en Cultuur vastgesteld. De ambities in het plan worden in 2025 uitgevoerd.

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.7 Een versterkt opvoedklimaat rond gezinnen, in wijken en op scholen

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.7.1 We voeren het programma Kansrijke Start uit. We maken in 2025 een regionale ketenaanpak Kansrijke Start en we versterken de samenwerking tussen professionals door netwerkoverleggen en bijeenkomsten te organiseren die zorgen voor deskundigheidsbevordering. Door integraal samen te werken ondersteunen we (aanstaande) ouders op de ontwikkeling van het kind tijdens de zwangerschap en de periode daarna.

B25 | 2.7.2 We zorgen voor kennis en ondersteuning van (eenouder) gezinnen bij opvoedingszaken in alle leeftijdsfases We zetten in 2025 verder in op ondersteuning, begeleiding en deskundigheidsbevordering van ouders. Dit met als doel hen zelfredzaam en sterk te maken als opvoeder. Ouders kunnen hiervoor terecht bij onze maatschappelijke partners (in het voorveld).

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 52 van 195

B25 | 2.7.3 We signaleren problemen vroegtijdig door een sterk netwerk van vrij toegankelijke zorg, waardoor hulp tijdig kan worden ingezet We zetten in op vroegsignalering doordat er een screening door onze logopedisten op de voorschoolse opvang en basisschool wordt uitgevoerd. Daarnaast zetten wij jeugdconsultenten in het onderwijs in zodat ouders en onderwijs makkelijk contact met de gemeente kunnen leggen. Verder is door inzet van de praktijkondersteuner GGZ Jeugd bij de huisarts de stap naar gesprekken en informatie laagdrempeliger gemaakt

B25 | 2.7.4 We zetten in op het verminderen van overlastgevend gedrag door jongeren door hangjongeren, risicogroepen en vroegtijdig schoolverlaters mogelijkheden en activiteiten te bieden. Wij zetten in op jongerenwerk voor ondersteuning en voorlichting voor begeleiding naar werk of terug naar school. Om overlast op straat te voorkomen en het risico te verminderen dat er aanwas komt van jongeren die strafbare feiten plegen, zetten wij in op jongerenwerkers op straat en wordt er samengewerkt met Boa's en wijkagenten.

B25 | 2.7.5 We zetten in op praktijkondersteuning bij alle huisartsenpraktijken in de gemeente Door de inzet van praktijkondersteuning GGZ Jeugd bij de huisartsen zorgen we voor verlengstuk van het Lokale team bij de huisartsen. Hiermee versterken we de samenwerking met de huisartsen en zorgen voor laagdrempelige GGZ Jeugd zorg wat ook beter aansluit bij de hulpvragen van jeugdigen.

B25 | 2.7.6 We hebben meer grip op de kosten voor het uitvoeren van de Jeugdwet Voor de zomer 2024 is een plan van aanpak gepresenteerd met (financiële) maatregelen. Hierin worden de mogelijkheden en acties toegelicht om meer inzicht en grip te krijgen op de kosten binnen de Jeugdzorg.

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 2.8 Kinderen ontwikkelen hun talenten optimaal

Actie(s) voor 2025 B25 | 2.8.1 We voeren het uitvoeringsprogramma van de Regionaal Educatieve Agenda (REA) uit In het najaar van 2024 is er meer duidelijkheid over de actiepunten voor 2025 op basis van de REA.

B25 | 2.8.2 We zetten in op het verlagen van motorische achterstanden bij kinderen Motorische remedial teaching (MRT) is toegankelijk voor kinderen met zeer lage motorische ontwikkeling.

B25 | 2.8.3 We voeren de samenwerkingsagenda Onderwijs 2023-2026 uit In samenwerking met de schoolbesturen voeren wij de samenwerkingsagenda Onderwijs uit. De speerpunten voor de uitvoering in 2025 worden in de loop van 2024 samen met de schoolbesturen geformuleerd.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 53 van 195

B25 | 2.8.4 We versterken de toezichthoudende rol van onze gemeente waar het gaat om onderwijs en kinderopvang Wij maken hiervoor afspraken met onderwijs en kinderopvang, die vooral gericht zijn op onderwijsachterstanden, VVE, integratie, segregatie, inschrijvings- en toelatingsbeleid en de spreiding van nieuwkomers.

Programma 2 | Indicatoren

Bij dit programma horen de volgende landelijke indicatoren: •

•

Onderwijs: o

Absoluut verzuim.

o

Relatief verzuim.

o

Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers).

Sport, cultuur en recreatie: o

•

Niet-sporters.

Sociaal domein: o

Banen.

o

Jongeren met een delict voor de rechter.

o

Kinderen in uitkeringsgezin.

o

Netto arbeidsparticipatie.

o

Werkloze jongeren.

o

Personen met een bijstandsuitkering.

o

Lopende re-integratievoorzieningen.

o

Jongeren met jeugdhulp.

o

Jongeren met jeugdbescherming.

o

Jongeren met jeugdreclassering.

o

Cliënten met een maatwerkarrangement Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Deze indicatoren, samen met die van andere programma's, zijn opgenomen in de financiële begroting.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 54 van 195

Programma 2 | Verbonden partijen Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU) GGD regio Utrecht (GGDrU) is de gemeentelijke gezondheidsdienst van de 26 gemeenten in de regio Utrecht De GGD voert de volgende taken uit: •

De organisatie van gezondheidszorg bij rampen, in samenwerking met andere veiligheidsorganisaties.

•

Het voorkomen en bestrijden van ziektes en epidemieën.

•

De jeugdgezondheidszorg 0 tot 18 jaar.

•

Het monitoren van de lokale en regionale gezondheidstoestand.

•

Inspectie van de Kindercentra en Wmo-toezicht.

Kansis (Stichting Beschut Werk) Bij Kansis werken mensen die onder de Participatiewet vallen of die zijn aangewezen op een beschutte werkomgeving en mensen die een opstap naar de arbeidsmarkt nodig hebben. Bij Kansis werken circa15 inwoners van onze gemeente met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Werkzaamheden die zij verrichten zijn onder andere: in- en ompakwerkzaamheden, montage- en assemblagewerkzaamheden, magazijnwerkzaamheden, catering- en schoonmaakwerkzaamheden.

Kansis Groen (Stichting Groenwerk) Bij Kansis Groen werken circa 7 inwoners van onze gemeente met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Zij verrichten werkzaamheden in de openbare groenvoorziening. Inwoners met een Participatiewet-uitkering kunnen re-integratie trajecten volgen bij Kansis en Kansis Groen waardoor zij een stap kunnen zetten op de participatieladder.

Stichting Ons Dorpshuis (sociaal cultureel centrum De Boei) Stichting Ons Dorpshuis (De Boei) verzorgt de huisvesting van activiteiten in het Sociaal Domein, met name ten behoeve van de kern Vinkeveen. In 2025 wordt een plan ontwikkeld waarin de capaciteit van De Boei maximaal multifunctioneel wordt ingezet. Concreet betekent dit dat instellingen die nu eigen accommodaties hebben in De Boei zullen worden gehuisvest.

Programma 2 | Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000

Exploitatie

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Lasten

64.338

59.488

58.669

59.347

Baten

16.819

11.764

11.489

11.485

Saldo van

-47.519

-47.723

-47.180

-47.861

programma 2

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 55 van 195

Programma 2 | Wat zijn de financiële risico's?

In onderstaande tabel is opgenomen de top vijf van risico's behorend bij dit programma. Een totaaloverzicht van alle risico's is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

Risico x € 1.000

1.

Openeinderegelingen

In totaal wordt er voor circa € 16 mln. aan

sociaal domein -

beschikkingen per jaar verleend in de

Jeugdwet.

jeugdwet. De ervaring leert dat er voor circa

800

80% van de afgegeven beschikkingen daadwerkelijk zorg wordt geleverd en wordt gefactureerd (reden: minder lange trajecten nodig dan verwacht, wachtlijsten, verhuizingen, enz.). In de risicoparagraaf houden we rekening met het scenario dat 85% van de beschikte zorg daadwerkelijk wordt verleend van de afgegeven beschikkingen. 2.

Door financiële

De gemeente staat garant voor twee

problemen wordt een

bankleningen die zijn gesloten voor een

afgegeven borg- of

sporthuis. Als uitgangspunt is genomen, dat

garantstelling

10% van de borgstelling wordt opgenomen in

opgeëist - Stichting

de risicoparagraaf.

480

Sporthuis Abcoude. 3.

Openeinderegelingen

Van de openeinderegeling wordt een stijging

sociaal domein -

van 5% van het aantal inwoners in de bijstand

Regeling

opgenomen als risico op overschrijding.

287

Participatiewet/werk en inkomen. 4.

Openeinderegelingen

Vanwege de vergrijzing en het langer thuis

sociaal domein - Wet

wonen nemen de kosten voor WMO toe. Het

WMO.

kan voorkomen dat er onverwacht meer maatwerkvoorzieningen worden aangevraagd dan andere jaren en dan begroot (bijvoorbeeld meer aanvragen voor woningaanpassingen). In de risicoparagraaf is een onverwachte overschrijding van 5% van het budget als uitgangspunt genomen.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 56 van 195

280

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

Risico x € 1.000

5.

Overige risico's

Overige risico's die behoren in programma 2.

1.144

programma 2. Totaal

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 57 van 195

2.991

Programma 3 | Veiligheid Programma 3 | Welk maatschappelijk effect willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 3.1 Inwoners, ondernemers en bezoekers voelen zich veilig Met het vaststellen van het Integraal Veiligheidsplan aan het begin van de bestuursperiode zijn de autonome- en beleidsontwikkelingen vastgelegd voor het programma Veiligheid.

Actie(s) voor 2025 B25 | 3.1.1 We onderzoeken vaartoezicht op de Vinkeveense Plassen in eigen beheer We doen onderzoek naar de mogelijkheid om het vaartoezicht op de Vinkeveense Plassen (VVP) in eigen beheer van de gemeente te brengen. Per 1 januari 2023 is het vaartoezicht overgegaan van Recreatieschap Midden Nederland naar Staatsbosbeheer. Gelet op de daarin gemaakte afspraken zal dit onderzoek uiterlijk in 2025 van start gaan.

B25 | 3.1.2 We doen onderzoek naar een gezamenlijk gebouw aan de Vinkeveense Plassen We onderzoeken of een centraal gebouw voor handhaving, toezicht en incidentbestrijding voor de VVP (eiland 4) toegevoegde waarde kan hebben.

B25 | 3.1.3 We houden een veiligheidsscan en belevingsmonitor We houden een veiligheidsscan en onderzoeken de veiligheidsbeleving onder inwoners en ondernemers te vergelijken met de resultaten van de vorige meting. De uitkomsten van dit onderzoek die eind 2025 bekend zijn, gebruiken we als input voor het nieuw op te stellen Integraal Veiligheidsplan in 2026.

Programma 3 | Indicatoren

Bij dit programma horen de volgende landelijke indicatoren: •

Veiligheid: o

Verwijzingen Halt.

o

Winkeldiefstallen.

o

Geweldsmisdrijven.

o

Diefstallen uit woning.

o

Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte).

Deze indicatoren, samen met die van andere programma's, zijn opgenomen in de financiële begroting.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 58 van 195

Programma 3 | Verbonden partijen Veiligheidsregio Utrecht (VRU) De Veiligheidsregio Utrecht is een samenwerkingsverband van en voor alle 26 Utrechtse gemeenten in de provincie Utrecht. De VRU draagt zorg voor een adequate brandweerzorg en een goed voorbereide crisisbeheersingsorganisatie.

Het Zorg- en Veiligheidshuis Regio Utrecht (ZVHRU) In het Veiligheidshuis werken de aangesloten organisaties (politie, gemeente, reclassering, raad voor de kinderbescherming etc.) op één fysieke plek samen om preventie, repressie en nazorg naadloos op elkaar te laten aansluiten. Het doel daarbij is om recidive voorkomen, leefomstandigheden te verbeteren en het structureel aanpakken van achterliggende problemen bij de verdachte.

Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen (SBB) De Stichting Beveiliging Bedrijventerrein De Ronde Venen staat voor het bevorderen van het ongestoorde gebruik van goederen en zaken op het bedrijventerrein De Ronde Venen door de bij de stichting aangesloten ondernemingen.

Programma 3 | Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000

Exploitatie

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Lasten

4.996

5.202

5.207

5.228

Baten

79

79

79

79

-4.917

-5.122

-5.127

-5.149

Saldo van programma 3

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 59 van 195

Programma 3 | Wat zijn de financiële risico's?

In onderstaande tabel is opgenomen de top vijf van risico's behorend bij dit programma. Een totaaloverzicht van alle risico's is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

Risico x € 1.000

1.

Revitalisering en

Bij verliezen van de rechtszaak moet de

huurkwestie woonwagens.

gemeente een bedrag aan de winnende partij

500

betalen. De omvang van dit bedrag is uiterst onzeker. 2.

3.

4.

5.

Het moeten bij financieren

Gemeenschappelijke regelingen kunnen te

bij een niet sluitende

maken krijgen met onverwachte

begroting van de

kostenstijgingen, die worden verhaald op de

Gemeenschappelijke

gemeente. Als uitgangspunt wordt 10% van de

Regeling - VRU.

deelnemersbijdrage genomen.

Juridische procedures

Dit is nieuw en opkomend in de juridische

volgend uit de nieuwe

wereld. De kosten voor de gemeente als

omgevingswet/participatie.

iemand een zaak aanvecht wordt geschat

"Right to Challenge".

tussen de € 50.000 en € 75.000.

Juridische procedures

Bij verliezen van de rechtszaak moet de

volgend uit de wet

gemeente een bedrag aan de winnende partij

"openbaarheid van

betalen. De omvang van dit bedrag is uiterst

wegen"

onzeker.

Overige risico's

Overige risico's die behoren in programma 3.

300

62,5

50

125

programma 3. Totaal

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 60 van 195

1.037

Programma 4 | Bestuur en bedrijfsvoering Programma 4 | Welk maatschappelijk effect willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 4.1 Inwoners praten mee

Actie(s) voor 2025 B25 | 4.1.1 We evalueren het inwonerparticipatiebeleid We starten met de evaluatie van het inwonerparticipatiebeleid in het laatste kwartaal van 2024. Begin 2025 presenteren we de uitkomsten van de evaluatie van het inwonerparticipatiebeleid en bepalen we op basis van deze evaluatie de inzet voor 2025.

Maatschappelijk effect voor 2025 B25 | 4.2 Een moderne en klantgerichte gemeente

Actie(s) voor 2025 B25 | 4.2.1 We vergroten de efficiëntie en effectiviteit van de dienstverlening We starten met een verbeterteam. Het verbeterteam herkent knelpunten in werkprocessen en verbetert de samenwerking. We maken werkprocessen efficiënter en kwalitatief beter.

B25 | 4.2.2 We evalueren de komst van De Luistertafel In 2024 zijn we gestart met De Luistertafel. Soms hebben inwoners het gevoel dat ze geen antwoord krijgen op hun vraag of van het kastje naar de muur worden gestuurd. De Luistertafel is de plek om het te bespreken. Het hoofddoel is dat inwoners zich gehoord en gezien voelen, daarbij ontvangen inwoners snel een duidelijke reactie van de gemeente. We verbeteren continue door inwoners die langskomen bij De Luistertafel te vragen naar hun ervaring. In 2025 presenteren we de evaluatie van De Luistertafel.

B25 | 4.2.3 We organiseren onze dienstverlening dicht(er)bij We willen dat de gemeentelijke dienstverlening dichtbij, laagdrempelig en toegankelijk is. Om die reden verkennen we de mogelijkheden om op 2 locaties in de gemeente (een deel van) de dienstverlening dicht(er)bij te organiseren.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 61 van 195

Programma 4 | Indicatoren

Bij dit programma horen de volgende landelijke indicatoren: •

Bestuur en ondersteuning: o

Formatie.

o

Bezetting.

o

Apparaatskosten.

o

Externe inhuur.

o

Overhead.

Deze indicatoren zijn opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.

Programma 4 | Verbonden partijen Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHC VV) Het gezamenlijk uitvoeren van de Archiefwet 1995 en het adequaat aanleggen, beheren en bewaren van een zo compleet mogelijk archief is de opdracht voor het RHC VV. In het kader van de digitale overheid richt het RHC zich ook op de digitalisering van de archieffunctie; een duurzame opslag en toegankelijkheid van het digitale archief. In 2019 is de beleidsvisie 2020 - 2024 vastgesteld. De uitgangspunten zijn taakuitvoering op basisniveau, soberheid, maatwerk en de erfgoedtaak meer in balans brengen. Speerpunt in de periode 2025-2028 blijft het verder ontwikkelen van het toezicht, digitaal informatiebeheer en de digitale dienstverlening.

Stichting Regionaal Inkoopbureau IJmond & Kennemerland (RIJK) Door samenwerking en ondersteuning bij inkoop en aanbesteding worden kwalitatief en kwantitatief goede resultaten behaald. Dit gebeurt met behulp van de Nota Inkoopbeleid van de gemeente De Ronde Venen voor de periode 2024 - 2030.

Amstelland-Meerlandenoverleg Via de samenwerking Amstelland-Meerlandenoverleg (AM)wordt de relatie met de buurgemeenten in de provincie Noord-Holland versterkt op onder andere de thema’s verkeer (incl. openbaar vervoer), ruimte, wonen, economie en recreatie. Bijkomend voordeel van deze samenwerking is, dat de AMregio onderdeel is van de Metropool Regio Amsterdam (MRA), waardoor De Ronde Venen, alhoewel wij geen deelnemer zijn van de MRA, als buurgemeenten van de MRA meer bestuurlijke contacten met de MRA heeft en ook meer bekendheid heeft met hetgeen in de MRA speelt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Bij de samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) functioneert de VNG als een vraagbaak voor de gemeente en faciliteert met bijvoorbeeld modelverordeningen. Daarnaast is zij gesprekspartner voor de Rijksoverheid op onderwerpen die alle gemeenten aangaan. Daarnaast zet de VNG zich in voor de financiële verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten. We trekken hierin

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 62 van 195

gezamenlijk op om te zorgen dat de uitvoeringskracht en financiële slagkracht van de gemeenten in beeld blijft bij het Rijk.

Gemeentebelastingen Amstelland In een dienstverleningsovereenkomst is vastgelegd dat via een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, genaamd Gemeentebelastingen Amstelland, de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) tijdig en rechtmatig plaatsvinden.

BNG Bank De BNG Bank is de huisbankier van de gemeente.

N.V. Vitens Vitens draagt bij aan de drinkwatervoorziening en –kwaliteit. Zij leveren drinkwater aan bijna 6 miljoen klanten in de provincies Flevoland, Friesland, Gelderland, Utrecht en Overijssel en enkele gemeenten in Drenthe en Noord-Holland.

U10 De U10 werkt als een bestuurlijk netwerk. Ook werkt de U10 samen met andere overheden en private partners. Wij werken samen in U10-verband aan het realiseren van lokale opgaven door gemeenschappelijke onderwerpen en belangen te verkennen en op basis hiervan gemeenschappelijke ambities te formuleren en activiteiten te ondernemen.

Programma 4 | Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000

Exploitatie

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Lasten

25.169

25.118

25.385

25.693

Baten

969

1.119

1.200

1.135

-24.200

-23.998

-24.185

-24.558

Saldo van programma 4

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 63 van 195

Programma 4 | Wat zijn de financiële risico's?

In onderstaande tabel is opgenomen de top vijf van risico's behorend bij dit programma. Een totaaloverzicht van alle risico's is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

Risico x € 1.000

1

Extra onvoorziene

Als gemeente heb je continue te

personele uitgaven

maken met veranderende complexiteit

600

(bijvoorbeeld omgevingswet) verzuim (zwangerschap, ziekte, sabattical) en verloop (andere baan of pensionering). Dit zorgt ervoor, dat er op korte termijn meer ingehuurd moet worden dan voorzien. Als uitgangspunt is 2% v/d loonsom genomen. 2

Toegang tot informatie

Bedrijven en organisaties worden

wordt geblokkeerd door

continue aangevallen met phisingmails

malware cyberaanval.

en andere pogingen om de

500

bedrijfsvoering te verstoren. Indien een aanval succes is, dient de gemeente kosten te maken voor herstel van de systemen. De kosten hiervan zijn uiterst onzeker. Voor een geslaagde cybercrime aanval wordt € 500.000 meegenomen in de risicoparagraaf. 3

Cybercrime (aanvallen) en

Er worden op het gebied van

verstoring of uitval bij

informatieveiligheid afspraken gemaakt

derden zoals

en periodiek gecontroleerd of de

ketenpartners,

afspraken op papier in de praktijk

leveranciers en

worden nagekomen. We laten

samenwerkingsverbanden,

samenwerkingsverbanden niet alleen

waardoor ons

verantwoording afleggen over de

bedrijfsvoeringsproces

doelen en de middelen, maar ook over

wordt verstoord.

informatiebeveiliging en privacy. We maken gebruik van de kracht van het collectief en standaardiseren wat mogelijk is. Voor een verstoring van ons bedrijfsproces dat via een ketenpartner of leverancier loopt wordt geschat op € 250.000.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 64 van 195

250

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

Risico x € 1.000

4

inkopen/aanbesteding

Bij het opnieuw aanbesteden van

risico overstappen andere

software, is de kans aanwezig dat bij

leverancier waardoor er

een huidige leverancier gebleven kan

hogere kosten zijn dan

worden of dat we dienen over te

voorheen.

stappen naar een nieuwe

200

softwareleverancier. Een overstap naar een nieuwe leverancier brengt hogere kosten voor training en implementatie met zich mee. De extra kosten worden geschat op € 200.000 per jaar. 5

Overige Risico's

Financiële impact ingeschat.

1.012

Programma 4. Totaal

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 65 van 195

2.562

Programma 5 | Financiën Programma 5 | Wat mag het kosten? Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen is opgenomen in de financiële begroting. Bedragen x €1.000

Exploitatie

Begroting 2025

Raming 2026

Raming 2027

Raming 2028

Lasten

1.528

1.621

1.569

1.590

Baten

94.160

91.250

92.410

93.300

Saldo van baten en

92.632

89.629

90.841

91.710

0

4.000

6.049

943

Onttrekkingen

4.355

1.037

469

419

Mutaties reserves

4.355

-2.963

-5.580

-524

Saldo van

96.987

86.666

85.262

91.187

lasten Stortingen

programma 5

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 66 van 195

Programma 5 | Wat zijn de financiële risico's?

In onderstaande tabel is opgenomen de top vijf van risico's behorend bij dit programma. Een totaaloverzicht van alle risico's is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

Risico x € 1.000

1.

Onzekerheden

Onvoorspelbaarheid van het overheidsbeleid

uitkeringen van het

neemt toe. We zien steeds meer gelden

Rijk.

geoormerkt worden in SPUKs. Daarnaast zijn er

3.000

nog geen aanwijzingen dat vanaf 2026 e.v. iets geregeld gaat worden om lokale overheden te compenseren. Hiervoor is een bedrag gereserveerd voor deze onzekerheden. 2.

3

Terugbetaling na

De gemeente heeft in 2023 circa 25 specifieke

verantwoording

uitkeringen van het Rijk en circa 16 van de

doeluitkeringen

provincie. Elke regeling heeft zijn eigen

vanwege fouten,

verantwoordingseisen, zijn eigen voorwaarden en

ziekte, nalatigheid,

zijn eigen administratie. Het onjuist, onvolledig of

niet behalen van het

niet tijdig verantwoorden van 1 van deze ruim 40

doel of andere

regelingen heeft financiële impact. Hiervoor wordt

omstandigheden.

€ 500.000 meegenomen als risico.

Financieringsrisico

Om de toekomstige investeringen te financieren

benodigde

lenen we als gemeente geld. De totale omvang

geldleningen.

van benodigde geldleningen hebben we goed in

500

300

beeld. Echter hangt de omvang van de leningsbehoefte sterk af van de betaalmomenten. Hierdoor kan het voorkomen dat betaalmomenten later of eerder dan gepland plaatsvinden. Voor de stijging van de rente is rekening gehouden met een risico van € 300.000. 4

Risico door

Het belastinglandschap van een gemeente is

onvoldoende fiscale

behoorlijk complex. Hierdoor wordt fiscale kennis

kennis die kan leiden

ingehuurd bij een gespecialiseerde partij.

tot fouten in

Desalniettemin hangen aan het maken van fouten

belastingaangiftes en

in de administratie, facturering of de aangifte

verkeerde

consequenties. De financiële impact van een

belastingconstructies.

consequentie wordt geschat op circa € 100.000.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 67 van 195

100

Nr.

Onderwerp

Uitgangspunten

Risico x € 1.000

5

Er zijn geen overige

-

-

risico's meer in programma 5. Totaal

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 68 van 195

3.900

Paragrafen

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 69 van 195

1 | Lokale heffingen Het doel van deze paragraaf is om de gemeenteraad, de inwoners en de provincie inzicht te geven in de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingen en heffingen. •

Lokale heffingen hebben als doel middelen te verwerven waarmee de gemeente uitgaven kan doen om gemeentelijke taken uit te voeren. Ze vormen daarmee een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. De lokale lasten worden vooral door inwoners maar ook door bedrijven opgebracht.

•

De invoering, wijziging of intrekking van een lokale heffing vindt plaats via een door de gemeenteraad vast te stellen verordening. De lokale heffingen bestaan uit gemeentelijke belastingen, rechten en retributies.

•

Gemeentelijke belastingen kunnen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding ongebonden dan wel gebonden is. Ongebonden lokale heffingen, zoals de onroerendzaakbelasting (OZB) en forensenbelasting, rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij niet aan een inhoudelijk begrotingsprogramma zijn gerelateerd. De besteding ervan is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Hiervoor geldt het uitgangspunt dat ze kostendekkend zijn.

•

Rechten en retributies zijn vergoedingen voor door de gemeente verrichte diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in deze rechten en retributies. Het beleid is gericht op een rechtvaardige verdeling van deze kosten.

•

De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat wordt gestreefd naar 100% kostendekking.

•

Volgens de Kadernota 2025 zullen de inkomsten uit lokale heffingen met € 1.500.000 toenemen, wat is deels doorberekend in de onroerendezaakbelastingen en deels in de toeristenbelasting.

•

De voor 2025 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stijgen met een inflatiecorrectie van 3,5%, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het Rijk heeft vastgesteld of gemaximeerd. De overige uitzonderingen worden toegelicht in het voorstel tot vaststelling van de belasting- en legesverordeningen 2025. Hiermee wordt de beslisboom van het coalitieakkoord gevolgd.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 70 van 195

Meerjarig overzicht van de opbrengst van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

Heffing

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Ongebonden heffingen 01 | Onroerendezaakbelasting: •

Woningen

6.476

6.596

7.805

7.805

7.805

7.805

•

Niet-woningen

4.412

4.507

5.295

5.295

5.295

5.295

02 | Forensenbelasting

440

351

455

455

455

455

03 | Roerende zaakbelasting

78

88

80

80

80

80

04 | Parkeerbelasting

34

6

36

6

6

6

05 | Afvalstoffenheffing

6.361

6.202

6.515

6.579

6.643

6.708

06 | Riool- en waterzorgheffing

5.055

5.314

5.364

5.415

6.257

6.511

07 | Leges wonen en bouwen

965

1.892

2.159

3.757

3.901

3.470

08 | Leges burgerzaken (incl. rijksleges)

564

901

899

1.049

1.130

1.065

Gebonden heffingen

09 | Toeristenbelasting: •

Landtoeristenbelasting

511

598

693

693

693

693

•

Watertoeristenbelasting

97

97

112

112

112

112

10 | Begraafplaatsrechten

311

416

431

431

431

431

11 | Overige leges

172

261

371

372

372

372

12 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ)

111

110

110

110

110

110

8

58

58

59

59

59

13 | Marktgelden

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 71 van 195

01 | Onroerendezaakbelasting voor woningen en niet-woningen •

Algemeen De onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast. Daarbij wordt de opbrengst van 2023 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2024 voor de begroting 2025). Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager tarief en bij daling van de WOZwaarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Als de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats. Deze werkwijze geldt voor zowel woningen als nietwoningen.

•

Woningen | Indicatie tarief Ter verduidelijking van de berekening van de OZB-inkomsten en de bijbehorende tarieven, is de berekening in de onderstaande tabel weergegeven. Het belastingtarief hangt af van de ontwikkeling van de WOZ-waarden, die voortdurend worden bijgewerkt. Aan het einde van 2024 zal een tariefvoorstel worden gedaan, waarin de meest recente WOZ-waarden worden meegenomen.

Berekening OZB voor woningen (bedrag x € 1.000) •

Basis opbrengst meerjarenraming

•

Areaaluitbreiding (167 woningen in 2023)

54

•

Kadernota 2025 (Verhogen inkomsten)

891

•

Indexering 3,5%

264

Gewenste opbrengst Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2024 Indicatie tarief 2025

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 72 van 195

6.596

7.805 10.745.000 0,0726%

•

Woningen | Onroerendezaakbelasting voor woningen en de relatie met de algemene uitkering o

Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. De hoogte van de rijksbijdrage bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB-inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.

o

Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. De aftrekpost voor 2025 is € 7,9 miljoen. Het tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZB-aftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZB-tarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.

•

Woningen | Onroerendezaakbelasting voor woningen in vergelijking met omliggende gemeenten De grafiek hieronder toont de onroerendezaakbelastingtarieven voor woningen in 2024, vergeleken met die in omliggende gemeenten in de provincie Utrecht, gebruikmakend van de 'Atlas van de lokale lasten 2024'. Deze atlas is opgesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. De 'Atlas van de lokale lasten 2025' zal in het voorjaar van 2025 verschijnen, en de bevindingen zullen worden meegenomen in de volgende begroting.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 73 van 195

•

Niet-woningen | Indicatie tarief niet-woningen De onderstaande tabel geeft inzicht in de berekening van de OZB-inkomsten voor nietwoningen en de daarmee samenhangende tariefstelling. Het heffingstarief hangt af van de ontwikkeling van de WOZ-waarden, die voortdurend worden bijgewerkt. Aan het einde van 2024 zal een tariefvoorstel worden gepresenteerd dat de meest recente WOZ-waarden omvat.

Berekening OZB voor niet-woningen (bedrag x € 1.000) Gebruikers

Samen

2.705

1.802

4.507

•

Basis opbrengst meerjarenraming

•

Kadernota 2025 (Verhogen inkomsten)

366

243

609

•

Indexering 3,5%

107

72

179

3.178

2.117

5.295

Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2024

1.059.500

1.043.000

Indicatie tarief 2025

0,3000%

0,2029%

Gewenste opbrengst

•

Eigenaren

0,5029%

Niet-woningen | Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen en de relatie met de algemene uitkering o

Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. De hoogte van de rijksbijdrage bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB-inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc.

o

Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. De aftrekpost voor 2025 is € 4,0 miljoen. Het tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZB-aftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZB-tarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.

•

Niet-woningen | Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen in vergelijking met omliggende gemeenten Zowel de eigenaar als de gebruiker van een niet-woning betaalt onroerendezaakbelasting. De afzonderlijke tarieven voor de eigenaar en voor de gebruiker zijn niet erg interessant voor de

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 74 van 195

lastenontwikkeling. Die zeggen namelijk niets over de vraag welk deel de eigenaar of de gebruiker uiteindelijk betaalt. Zo zal de verhuurder van een bedrijfspand de OZB die hij moet betalen zoveel mogelijk doorberekenen in de huur. Daarom zijn de tarieven voor niet-woningen gebundeld weergegeven. Hierbij is gebruik gemaakt van de 'Atlas van de lokale lasten 2023'. Deze atlas is samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut die verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voorjaar van 2024 wordt de Atlas van de lokale lasten 2024 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.

02 | Forensenbelasting De forensenbelasting is bedoeld om mensen die veel tijd doorbrengen in een gemeente, maar er niet wonen, bij te laten dragen aan de gemeentelijke voorzieningen. Het doel is niet om de kosten van deze voorzieningen rechtstreeks door te berekenen, maar om een bijdrage te leveren aan het algemene niveau van voorzieningen in de gemeente. De inkomsten uit de forensenbelasting zijn over het algemeen laag vergeleken met andere gemeentelijke belastingen. Echter, in gemeenten met veel tweede woningen kan de forensenbelasting een aanzienlijk deel van de begroting uitmaken. Deze belasting wordt geïnd op basis van de waarderingsmaatstaf die ook voor de onroerendezaakbelasting woningen wordt gebruikt.

03 | Roerende zaakbelasting Roerende zaakbelasting betreft een gemeentelijke heffing op verplaatsbare woon- en bedrijfsruimten, zoals woonboten, woonarken en woonwagens. Deze belasting is opgesplitst in twee componenten: de eigenarenbelasting en de gebruikersbelasting.

04 | Parkeerbelasting De parkeerbelasting betreft het betaald parkeren in Vinkeveen en het verstrekken van vrijstellingen voor 'blauwe zones', welke vijf jaar geldig zijn. In 2025 wordt een piek verwacht door de introductie van een meerjarige vrijstelling. Vanaf dat jaar worden ook leges geheven voor een gehandicaptenparkeerkaart, medische keuringen en de aanleg van parkeerplaatsen.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 75 van 195

05 | Afvalstoffenheffing Uitgangspunten: 1. Herijking grondstoffenbeleid 2020 (oktober 2022). 2. De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend. 3. Vanaf 1 januari 2024 betaalt iedereen in De Ronde Venen afvalstoffenheffing op basis van een kleine of grote restafvalcontainer. Op deze manier beloont de gemeente inwoners als ze afval goed scheiden en zo min mogelijk restafval aanbieden. 4. Via de voorziening afvalstoffenheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van afval opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel 08 | De stand en het verloop van voorzieningen.

Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000) 2025

2026

2027

2028

Opbrengsten: •

Afvalstoffenheffing

6.515

6.579

6.643

6.708

•

Overige opbrengsten

545

515

515

515

7.060

7.094

7.158

7.223

Totaal opbrengsten Kosten: •

Directe kosten

5.467

5.447

5.484

5.489

•

Verrekening met voorziening afvalstoffenheffing

-160

-99

-79

-27

•

Toegerekende kosten overhead

694

687

694

702

•

Toegerekende kosten straatreiniging

186

186

186

186

•

Toegerekende kosten heffing en invordering

148

148

148

148

•

Toegerekende BTW

725

725

725

725

Totaal kosten

7.060

7.094

7.158

7.223

Dekkingspercentage

100%

100%

100%

100%

288,00

288,00

288,00

288,00

Indicatie tarieven: 140 liter container

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 76 van 195

Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

240 liter container

2025

2026

2027

2028

388,00

388,00

388,00

388,00

06 | Riool- en waterzorgheffing Uitgangspunten: •

Water- en Rioleringsplan De Ronde Venen 2023 - 2027.

•

De rioolheffing is 100% kostendekkend.

•

De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen.

•

De verordening op de heffing en invordering rioolheffing is zo opgebouwd dat alle eigenaren van panden met een WOZ-waarde hoger dan € 30.000 rioolheffing moeten betalen om de gemeentelijke watertaken te kunnen bekostigen. Deze watertaken zijn het inzamelen van afvalwater, verwerken van hemelwater en het treffen van maatregelen om structureel grondwateroverlast te voorkomen. Dus het gaat niet alleen om het object maar over de waterhuishouding binnen de gehele gemeente.

•

Bij een waterverbruik boven de 300 kuub ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik.

•

Via de voorziening rioolheffing worden incidentele tegenvallers in de kosten en de opbrengsten van riool opgevangen zonder dat er tariefsaanpassingen nodig zijn. Zie voor de ontwikkeling van deze voorziening de 'Financiële begroting' bij het onderdeel 08 | De stand en het verloop van voorzieningen.

•

De stijging van onderhoudskosten van riool in de periode 2025 - 2028 werken door in de tarieven.

Rioolheffing (bedragen x € 1.000) 2025

2026

2027

2028

Rioolheffing

5.759

6.006

6.257

6.510

Totaal opbrengsten

5.759

6.006

6.257

6.510

Opbrengsten: •

Kosten: •

Directe kosten

4.761

4.672

4.711

4.835

•

Verrekening met voorziening rioolheffing

-386

-43

162

285

•

Toegerekende kosten overhead

655

648

655

662

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 77 van 195

Rioolheffing (bedragen x € 1.000) 2025

2026

2027

2028

•

Toegerekende kosten straatreiniging

59

59

59

59

•

Toegerekende kosten van baggeren

82

82

82

82

•

Toegerekende kosten heffing en invordering

148

148

148

148

•

Toegerekende BTW

440

440

440

440

Totaal kosten

5.759

6.006

6.257

6.510

Dekkingspercentage

100%

100%

100%

100%

244,20

253,20

262,20

271,20

Indicatie tarieven: •

Woningen en niet-woningen

07 | Leges bouwen en wonen Dit onderdeel omvat de leges voor de fysieke leefomgeving en de omgevingsvergunning. Een deel hiervan hangt af van de bouw van woningen op locaties die eigendom zijn van derden, wat leidt tot variatie in de opbrengst van leges binnen het financiële meerjarenperspectief.

08 | Leges burgerzaken Voor de uitgifte van een paspoort, rijbewijs of identiteitskaart worden leges geheven. De tarieven voor akten van de burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen en de verklaring omtrent het gedrag worden door het Rijk vastgesteld. In de schattingen wordt ervan uitgegaan dat burgers elke tien jaar een paspoort en elke vijf jaar een rijbewijs aanvragen.

09 | Toeristenbelasting Er bestaan twee typen toeristenbelasting: landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting. Voor landtoeristenbelasting zijn er verschillende tarieven voor permanente accommodaties en mobiele kampeeronderkomens. In de provincie Utrecht heft het merendeel van de gemeenten toeristenbelasting. De bijgevoegde grafiek toont de kosten per hotelovernachting in een gemeente binnen de provincie Utrecht.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 78 van 195

10 | Begraafplaatsen Er zijn drie gemeentelijke begraafplaatsen: aan de Bijdorplaan in Abcoude, aan de Rijksstraatweg in Baambrugge en aan de Ringdijk in Wilnis. Voor het gebruik van de begraafplaats en de diensten die de gemeente verleent bij een begrafenis, worden heffingen in rekening gebracht. De tarieven voor eigen graven, grafkelders, kindergraven, urnen en het kopen en plaatsen van een blaadje aan de gedenkboom zijn vastgelegd in de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten.

11 | Overige leges In de overige leges is opgenomen de verstrekte vergunningen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en toezicht op kinderopvang.

12 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ) De BIZ-bijdrage vormt geen inkomsten voor de gemeente; deze wordt geïnd en als subsidie doorgegeven aan Stichting Koopcentrum Mijdrecht. De regeling is van toepassing voor de periode 2020 tot en met 2024. In de begroting wordt uitgegaan van de voortzetting van deze regeling.

13 | Marktgelden Voor het gebruik van standplaatsen op de wekelijkse markten wordt 'marktgeld' in rekening gebracht. Dit is vastgelegd in de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden.

Ontwikkeling woonlasten voor inwoners De tabel hieronder toont de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een grote restafvalcontainer. De onroerendezaakbelasting (OZB),

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 79 van 195

rioolheffing en afvalstoffenheffing samen bepalen de gemeentelijke woonlasten voor deze huishoudens. Voor de vergelijking zijn de woonlasten voor het jaar 2024 inbegrepen.

2024

2025

376

454

Afvalstoffenheffing (240 liter container)

378

388

Rioolheffing

235

244

990

1.086

OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde (2024: € 605.000 en 2025: € 625.000)

Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZwaarde van een koopwoning Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO)

Landelijk gemiddelde (Bron: COELO)

1.103

994

Nog niet bekend Nog niet bekend

In het voorjaar van 2025 wordt de Atlas van de lokale lasten 2025 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.

Ontwikkeling lokale lasten voor ondernemers Bij het vaststellen van de programmabegroting 2021 is de motie “Ondernemers in beeld” aangenomen. Op basis van deze motie zijn de lasten voor de ondernemer in De Ronde Venen (zoveel mogelijk) in beeld gebracht. De lokale heffingen voor ondernemers bestaan uit OZB niet-woningen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, marktgelden en Bedrijven investeringszone (BIZ)-bijdrage. De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Er zijn ook lokale heffingen die niet ten laste komen van de ondernemers maar wel via de ondernemer worden geheven, dat zijn land- en watertoeristenbelasting. Ondernemers worden ingedeeld naar winkel, kantoor, hotel, agrarisch bedrijf, groothandel en productiebedrijf. Door de variatie in ondernemers ontstaan verschillen in de gemiddelde WOZwaarden, waterverbruik en afval. Hierdoor is er geen benchmark beschikbaar op gemeentelijk niveau. Van de lokale lasten is de onroerendezaakbelasting de belangrijkste voor ondernemers. Uit de vergelijking met omliggende gemeenten blijkt dat we een laag tarief hanteren.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 80 van 195

Kwijtscheldingsbeleid Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, waardoor zij deze niet of slechts gedeeltelijk hoeven te betalen. Voor het jaar 2025 is er € 151.000 gereserveerd voor kwijtscheldingen. Deze uitgaven zijn onderdeel van het gemeentelijke minimabeleid.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 81 van 195

2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Samenvatting De bijgewerkte verhouding tussen risico's en de capaciteit om deze op te vangen vanuit het weerstandsvermogen is gewijzigd van "uitstekend" in 2024 naar "ruim voldoende" in 2025. Meer informatie over de financiële situatie vindt u in het 'financieel dashboard' onder het onderdeel Bestuurlijke Hoofdlijnen.

Beleidskader Deze paragraaf gaat over hoe we onze financiën gezond houden. We kijken naar onze inkomsten en uitgaven, maar ook naar ons spaargeld (reserves) en risico’s. We gebruiken kengetallen om onze financiële positie te beoordelen. Die kengetallen laten zien hoeveel schuld we hebben, hoeveel eigen vermogen we hebben, hoeveel ruimte we hebben om meer of minder uit te geven, hoeveel geld we hebben voor de grond, en hoeveel belasting we kunnen heffen. We hebben ook een lijst opgenomen van de risico’s die onze financiën kunnen bedreigen. We proberen die risico’s zo goed mogelijk te beheersen.

Financiële kengetallen Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Deze kengetallen zijn opgenomen in het Financieel dashboard in het onderdeel Bestuurlijke hoofdlijnen.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de weerstandscapaciteit en de risico's. Een ratio hoger dan 2 wordt bestempeld als 'uitstekend' en boven de 1 als 'voldoende'.

De middelen en mogelijkheden waarover de Weerstandscapaciteit

gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.

Weerstandsvermogen

Een risico is een kans op het optreden van een Risico's

positieve of negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet is voorzien in de begroting. Beleidswensen vallen niet onder risico's.

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 82 van 195

Weerstandsvermogen 2023 tot en met 2028

1

Beschikbare weerstandscapaciteit

2023

2024

2025

2026

2027

2028

30.268

24.292

17.897

14.623

15.328

9.845

10.812

10.963

11.924

11.924

11.924

11.924

2,8

2,2

1,6

1,3

1,4

0,9

(x € 1.000) 2

Risico's (x € 1.000)

3

Weerstandsvermogen

Weerstandscapaciteit De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Weerstandscapaciteit 2023 tot en met 2028

1

Begrotings- of rekeningresultaat

2

Post onvoorzien

3

Algemene reserve

4

5

Onbenutte belastingcapaciteit Stille reserves

Totaal

2023

2024

2025

2026

2027

2028

-4.098

-1.980

-2.519

-6.657

-5.295

-6.427

0

130

134

135

136

137

22.013

12.889

7.029

7.892

7.234

2.882

7.700

8.600

8.600

8.600

8.600

8.600

4.653

4.653

4.653

4.653

4.653

4.653

30.268

24.292

17.897

14.623

15.328

9.845

Toelichting: 1. Hierin zijn opgenomen het rekeningresultaat van 2023 en de te verwachte begrotingsresultaten 2024 - 2028. Hierbij geldt de kanttekening dat de begrotingsresultaten van 2024 - 2028 nog aan verandering onderhevig zijn. 2. Dit betreft een budget om onvoorziene uitgaven op te vangen. 3. De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente. 4. De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de

Bijlage 2 Programmabegroting 2025 - 2028 - pagina 83 van 195

Weerstandscapaciteit 2023 tot en met 2028 2023

2024

2025

2026

2027

2028

onroerendezaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing. De onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor 2024 hanteert voor het aanvragen van financiële steun. De berekening voor de jaren 2025 - 2028 is afhankelijk van de gegevens van alle 342 gemeenten, waardoor het laatst bekende bedrag voor 2024 gebruikt wordt. 5. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2024 € 4.653.000. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van BNG Bank en Vitens. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14543778/1