Bijlage 1 Omgevingsvisie De Ronde Venen (oude versie)
Tekst van het document
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
6.2.1 BEDRIJVENTERREIN MIJDRECHT Kenschets van het deelgebied Bedrijventerrein Mijdrecht is niet alleen het grootste bedrijventerrein van de gemeente, het is ook een van de grootste werklocaties van de provincie. Het bedrijventerrein is hét visitekaartje voor de sectoren (maak)industrie, vervoer, opslag en groothandel binnen de gemeente. Het is ruim 144 hectare groot en kent zowel lokaal en regionaal georiënteerde bedrijvigheid. Het terrein kenmerkt zich door een relatief goede ontsluiting via de N201. Het terrein kent verschillende gezichten en is daarom onderverdeeld in 4 deelgebieden, met elk hun eigen profiel. Overkoepelend kent het bedrijventerrein een mix aan ruimte voor lage milieucategorieën - kantoor- en dienstverlening - en hoge milieucategorieën, tot en met categorie 4. In deelgebied S.C. Johnson is het gelijknamige bedrijf de grootste speler en beeldbepaler. Het deelgebied omvat zo’n 32 hectare en richt zich primair op de chemische industrie. Daarmee opereert het bedrijf in de zware milieucategorieën en kent het grote veiligheidscontouren. Deelgebied Werkeiland en Oost beslaat zo’n 38 hectare. Hier zijn veel kleinschalige en middelgrote ondernemingen te vinden. Hier zitten relatief veel bedrijven die kantoorfuncties huisvesten.
detailhandelsvestiging. Er wordt ruimte geboden aan zwaardere milieu-activiteiten, tot en met categorie 5. Het deelgebied Industrieweg Zuid is sterk gericht op sector logistiek en groothandel en bevat eveneens perifere detailhandelsvestigingen. Het deelgebied is met circa 54 hectare het grootste deelgebied van Bedrijventerrein Mijdrecht. Er wordt ruimte geboden aan zwaardere bedrijvigheid, tot en met milieucategorie 4. Ten noorden van Bedrijventerrein Mijdrecht ligt een uitbreidingsopgave richting de toekomst. Daarnaast liggen er diverse uitdagingen met betrekking tot het verduurzamen en toekomstbestendig maken van het bestaande gebied. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld vergroenen en wateropvang op zowel het bestaande als nieuwe bedrijventerrein envooral ook het creëren van ruimte voor de circulaire economie en het verder intensiveren van het bestaande terrein om optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte. Ten slotte vormen het op peil houden van de bereikbaarheid en opwekking van duurzame energie en tegengaan van netcongestie belangrijke aandachtspunten.
In deelgebied Industrieweg Noord is relatief veel bedrijvigheid in de groothandel, industriële activiteiten en bouw te vinden. Het deelgebied is zo’n 46 hectare groot en kent daarnaast ook een perifere
58
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
59
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
RUIMTEVOLK
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
Gebiedsspecifieke keuzes voor Bedrijventerrein Mijdrecht: 1. We zetten in op versterking van Bedrijventerrein Mijdrecht tot hét economisch cluster van de gemeente met de focus op het lokale MKB. Daarbij geven we als gemeente prioriteit aan het faciliteren van (circulaire) bedrijven met een lokale binding of oorsprong en/of bedrijven die lokale ketens versterken. We stimuleren samenwerking tussen ondernemers en gebouweigenaren op het bedrijventerrein om de kansen te vergroten richting de overstap naar aardgasvrij en een circulaire economie. Ook maken we de bijdrage aan het beoogde profiel, onder andere wat betreft de beoogde types bedrijvigheid, van Bedrijventerrein Mijdrecht en de lokale meerwaarde tot onderdeel van het afwegingskader. 2. We kiezen voor uitbreiding van het bedrijventerrein met 12 hectare netto, onder de noemer De Bocht. Deze ruimte is nodig om primair te voorzien in doorgroeimogelijkheden van huidige, lokale bedrijven. Voor deze uitbreiding kijken we primair naar ruimte aan de noordzijde van het huidige bedrijventerrein. Dit betreft het deel tussen het huidige bedrijventerrein en het toekomstige tracé van de omgelegde N201(deze omlegging werken we in samenwerking met de provincie nader uit). Bij uitgifte van deze nieuwe kavels stellen we en uitgifteprotocol op.
Hierin geven we duidelijke kaders mee op het gebied van type bedrijvigheid en milieucontouren, alsook op het vlak van duurzaamheid, circulariteit, vergroening en waterberging. Dit laatste vergroot de landschappelijke kwaliteit van het
60
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
bedrijventerrein en draagt ook positief bij aan klimaatadaptatie. De uitbreiding van bedrijventerrein De Bocht wordt gekoppeld aan het strekken van de huidige bocht in de N201, wat de doorstroming, leefbaarheid en verkeersveiligheid bevordert. 3. Op Bedrijventerrein Mijdrecht zien we nog onbenutte ruimte. Dit betreft met name onbenutte bouwhoogte. Om het bedrijventerrein naar de toekomst toe beter te benutten, kiezen we voor een strategie van intensiveren. Hiertoe zullen we met ondernemers het gesprek aan gaan. 4. We koppelen het sleutelen aan Bedrijventerrein Mijdrecht (zowel qua uitbreiding als de inzet op herstructureren, revitaliseren, vergroenen en verblauwen) aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het bedrijventerrein tot aantrekkelijke entree van het dorp bij de Mijdrechtse Dwarsweg/Industrieweg. Onderdeel hiervan is ook het optimaliseren van de verkeerssituatie bij de Mijdrechtse Dwarsweg/ Industrieweg. In het Uitvoeringsplan Bedrijventerrein Mijdrecht krijgen deze wegen specifieke aandacht om te verkennen welke maatregelen hiervoor ingezet kunnen worden.
belanghebbenden, zoals de Veiligheidsregio Utrecht, op. Dit werkt 2 kanten op. Enerzijds borgen we dat bedrijven met een hoge milieucategorie zich op meer afstand van de woongebieden (gaan) bevinden. Anderzijds stimuleren we bedrijven die hun milieuruimte nu niet gebruiken - bijvoorbeeld doordat ze meer kantoorfuncties herbergen of een sportschool - te verplaatsen naar plekken in het dorpscentrum, zodat deze ruimte op het bedrijventerrein benut kan worden voor de bedrijven die die (milieu)ruimte echt nodig hebben. Daarnaast zorgt het ervoor dat publieksfuncties worden geconcentreerd in de dorpscentra in plaats van op de bedrijventerreinen en wordt zo voorkomen dat deze met elkaar gaan concurreren. 6. We maken Bedrijventerrein Mijdrecht ook energetisch klaar voor de toekomst. Om te voldoen aan onze duurzaamheidsambities en om netcongestie voor gebruikers van het bedrijventerrein tegen te gaan, zetten we in op het toevoegen van een 150KV-station bij De Bocht. Daarnaast werken we samen met de ondernemers aan het ontwikkelen van een energiehub op Bedrijventerrein Mijdrecht. Hierbij wordt een uitwisseling mogelijk gemaakt tussen lokale opwekking en opslag van duurzame energie.
5. We zetten op Bedrijventerrein Mijdrecht in op het behouden van de huidige milieuruimte. We stimuleren dat het juiste bedrijf op de juiste locatie terecht komt. Hiervoor zoeken we de samenwerking met ondernemers en andere
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
6.2.2 LOKALE BEDRIJVENTERREINEN Kenschets van het deelgebied Abcoude kent 2 bedrijventerreinen. Bedrijventerrein Bovenkamp is een klein bedrijventerrein van circa 2 hectare. Het terrein is met name geschikt voor lokale, kleinschalige bedrijvigheid in lage milieucategorieën. Het terrein heeft een gunstige ligging nabij station Abcoude. Ook bedrijventerrein Hollandse Kade ligt dicht bij het station. Dit terrein is ruim 2 keer zo groot als het terrein Bovenkamp. Het kent eveneens veel lokaal gebonden, kleinschalige bedrijvigheid, met het zwaartepunt op de ICT en dienstverlening.
Op de lokale bedrijventerreinen liggen diverse opgaven, met op ieder terrein een eigen accent. Op sommige terreinen wordt ingezet op het toewerken naar een gemixt woon-werk gebied, op andere terreinen moet op termijn gezocht worden naar een nieuw, toekomstbestendig profiel. Voor alle terreinen geldt dat er uitdagingen liggen op het gebied van opwekking van duurzame energie en het tegengaan van netcongestie.
Bedrijventerrein Baambrugge Noord is een particulier bedrijventerrein van zo’n 3 hectare. Het terrein leent zich goed voor lokaal gebonden, relatief kleinschalige bedrijvigheid met een milieucategorie tot maximaal 3.1. Bedrijventerrein Spoorlaan in Vinkeveen heeft een omvang van circa 4 hectare. Er bevinden zich vooral lokale, kleinschalige bedrijven, met een nadruk op de sectoren industrie, groothandel en bouw. Daarnaast ligt in Vinkeveen ook het bedrijventerrein Voorbancken van eveneens zo’n 4 hectare. Ook hier is veel kleinschalige bedrijvigheid te vinden, met een zeer divers profiel. Bedrijventerrein Amstelhoek wordt herontwikkeld ten behoeve van woningbouw, waarmee op termijn de functie als werklocatie komt te vervallen.
61
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
62
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
RUIMTEVOLK
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
Gebiedsspecifieke keuzes voor de lokale bedrijventerreinen: 1. Voor de lokale bedrijventerreinen kiezen we voor het verder uitbouwen van een eigen profiel, passend bij de context, maat en schaal van het terrein. • Voor bedrijventerrein Baambrugge Noord zetten we richting de toekomst in op het vasthouden van de huidige ruimte en het huidige profiel van het terrein. • Op bedrijventerrein Bovenkamp in Abcoude zetten we in op de transformatie tot een gemixt woon-werkgebied. De ligging nabij het station maakt het een aantrekkelijke locatie voor woningbouw. Menging met functies zoals sport, maatschappelijke voorzieningen en lichte bedrijvigheid zonder omgevingshinder zijn hier goed denkbaar. Richting de toekomst kijken we samen met bedrijven die niet goed binnen dit profiel passen of een alternatieve locatie te vinden is. • Voor het bedrijventerrein Hollandse Kade in Abcoude kiezen we voor het behouden en vasthouden van de huidige ruimte voor en profiel van bedrijvigheid. • Voor het bedrijventerrein Spoorlaan geldt dat de toekomstbestendigheid onder druk staat. Het voorzetten van het huidige profiel lijkt lastig haalbaar. We zetten daarom in op transformatie om zo ook ruimte te maken voor woningen. • Het Vinkeveense bedrijventerrein Voorbancken functioneert momenteel naar behoren. Wel geldt dat de toekomstbestendigheid aandacht vraagt. Op
63
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
de lange termijn willen we samen met de ondernemers het toekomstbeeld opnieuw bepalen en, bijvoorbeeld op basis van milieu- en gezondheidaspecten, de mogelijkheden voor transformatie en functiemenging verkennen. 2. Ook op de lokale bedrijventerreinen zetten we in op het ontwikkelen van (kleinschaligere) energiehubs - als daar vanuit ondernemers vraag naar is - om te voldoen aan onze duurzaamheidsambities en om netcongestie voor gebruikers van het bedrijventerrein tegen te gaan.
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
6.3
RUIMTEVOLK
BUITENGEBIED
Kenschets van het deelgebied Het buitengebied van De Ronde Venen is zeer divers en rijk aan landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Zo maakt een groot deel van het buitengebied van De Ronde Venen deel uit van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de provincie Utrecht: zowel vanuit agrarisch cultuurlandschap, de historische buitenplaatsen en het UNESCO Werelderfgoed De Hollandse Waterlinies. Het buitengebied bestaat uit meerdere deelgebieden met ieder een eigen historie en karakter: de verschillende tijdslagen en het onderling functioneren zijn goed afleesbaar in de verschillende deelgebieden. Het buitengebied van De Ronde Venen is een uniek samenspel van landbouw, natuur en recreatie die in ieder deelgebied een eigen plek innemen in het landschap. In het landschap zijn de randen, linten en andere lijnelementen het belangrijkste onderdeel en de basis van (de beleefbaarheid van) het landschap.
toekomstbestendige, duurzame landbouw tegelijkertijd meerdere doelen te dienen, zoals het bijdragen aan de natuurversterkingsopgave, het beter vasthouden van water, het versterken van de biodiversiteit. Ook ligt er een uitdaging om het vertrekpunt ’water en bodem sturend’ te koppelen aan het behoud en versterken van het agrarische cultuurlandschap en het Werelderfgoed van de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam). Een andere belangrijke ruimtevrager in het buitengebied is duurzame energieopwekking; richting de toekomst zal in ieder geval voor zonnevelden ruimte gevonden moeten worden. Ten slotte is het van belang om voldoende richting te geven aan de mogelijkheden voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) in De Ronde Venen. Mogelijke nieuwe functies moeten in samenhang worden bezien met de bereikbaarheid van voorzieningen en belastbaarheid van de aanwezige infrastructuur.
In het buitengebied van De Ronde Venen ligt een belangrijke opgave om de transitie naar een duurzamere en toekomstbestendige landbouw een plek te geven. Zoals eerder gesteld, zien we de landbouw in De Ronde Venen ook in de toekomst een drager van de kwaliteit van het buitengebied, waarin de agrarische sector haar belangrijke rol in het beheer en onderhoud hiervan behoudt. Daarbij ligt er een opgave om met het werken aan een
64
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
Gebiedsspecifieke keuzes voor het gehele buitengebied: 1. We kiezen voor een toekomstbestendig, robuust buitengebied, waarin zowel water en bodem als het (agrarisch) cultuurhistorisch landschap leidend zijn bij ruimtelijke keuzes. Dit betekent een indeling met gebiedsspecifieke keuzes voor de 5 deelgebieden in het buitengebied met ieder een eigen ontstaansgeschiedenis, karakter en waarden: de droogmakerijen, het veenweidelandschap, het Angstel- en Geinlandschap, het plassengebied en Botshol. Zo sluiten we aan op het bestaande karakter en versterken we het onderscheid tussen de deelgebieden. Eventuele ruimtelijke ontwikkelingen sluiten hierbij aan. 2. In het gehele buitengebied geldt dat we met onze ondernemers, inwoners, grondeigenaren, lokale verenigingen/stichtingen en ketenpartners samen aan de slag gaan met de in dit hoofdstuk beschreven ruimtelijke opgaven die er spelen. We zoeken nadrukkelijk de samenwerking op, omdat we ons bewust zijn dat we veel keuzes niet alleen (kunnen) maken. 3. In meerdere deelgebieden van het buitengebied liggen gebieden die binnen de begrenzing van de Hollandse Waterlinies (dus inclusief de inundatiegebieden) zijn gelegen. We kiezen hier voor beperkte ontwikkelruimte. We kiezen nadrukkelijk voor de bescherming van de unieke cultuurhistorische waarden van het gebied.
Ontwikkelingen in het gebied mogen alleen doorgang vinden wanneer deze geen afbreuk doen
65
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
(of, bij voorkeur, ten goede komen) aan de zogeheten Outstanding Universal Values (OUV) van de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam), zoals beschreven in het kader van de UNESCO werelderfgoedstatus. Bij ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de cultuurhistorische waarden wordt een Heritage Impact Assessment (HIA) uitgevoerd. 4. We werken samen met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in het kader van de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) aan het verbeteren van de waterkwaliteit in de aangewezen KRW-oppervlaktewaterlichamen. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al stappen gezet, onder andere in de Vinkeveense Plassen. Om schoon en gezond water voor mens, dier en natuur te (blijven) waarborgen, zetten we samen met het waterschap deze positieve ontwikkeling graag voort om te werken aan de resultaatverplichting richting 2027. 5. Voor de klimaatopgave (CO2-uitstoot/bodemdaling) en vanuit het principe ‘water en bodem sturend’ verkennen we in samenwerking met de provincie de mogelijkheden voor vernatting en waterberging op plekken waar dat het hardste nodig is. Op deze plekken zoeken we koppelkansen met natuurontwikkeling, recreatie, duurzame energieopwekking het tegengaan van verzilting.
6. We dragen zorg voor de zorgvuldige bescherming van onze NNN-gebieden en weidevogelkerngebieden. We ondersteunen hierbij initiatieven in het buitengebied voor extensivering en weidevogelbeheer. 7. Voor de opwekking van duurzame energie in de vorm van zonnevelden volgen we de redeneerlijn van het Beleidsplan grootschalige zonnevelden De Ronde Venen en het Beleidsplan kleinschalige zonnevelden De Ronde Venen. Voor grootschalige zonnevelden schrijft het beleidsplan voor waar deze wel en niet ingepast mogen worden, met weidevogelgebieden en NNN-gebieden als bijzondere aandachtsgebieden. Voor zowel kleinschalige als grootschalige zonnevelden worden richtlijnen voor de inpassing gegeven: bij grootschalige zonnevelden zijn deze specifiek gemaakt voor verschillende landschapstypen. Daarnaast geldt voor zoekgebieden binnen de contour van de Hollandse Waterlinies dat het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies als leidraad dient. Voor grootschalige zonnevelden zullen we op termijn de mogelijkheden onderzoeken om ze te clusteren en goed te borgen dat de landschappelijke structuur altijd de basis vormt voor goede inpassing. Dit zullen we nader uitwerken in de herijking van ons zonneveldenbeleid. 8. Voor opwek van duurzame energie in de vorm van boerderijmolens (ook wel erfmolens, dit zijn windturbines met een ashoogte tot maximaal circa
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
20 meter) geldt dat deze zijn toegestaan, mits ze voldoen aan de regels zoals beschreven in Bestemmingsplan Buitengebied West. 9. We streven in het buitengebied naar meer ontwikkelmogelijkheden voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Gezien de verschillende karakters van de deelgebieden van het buitengebied, zien we voor de droogmakerijen, het veenweidelandschap en het Angstel- en Geinlandschap accentverschillen en worden voor elk deelgebied uitspraken gedaan welke ruimtelijke ontwikkelingen we hier het meest geschikt achten. Verdere uitspraken hierover, bijvoorbeeld m.b.t. de toegestane omvang van ontwikkelingen en richtlijnen voor passende functies, zullen worden gedaan in de komende VAB-visie. 10.We zoeken naar mogelijkheden om sluipverkeer in het buitengebied zo veel mogelijk te voorkomen. 11. We zetten in op een veilige en gezonde leefomgeving. In het buitengebied nemen we (op plekken waar dit speelt) extra maatregelen om de bestaande loodverontreiniging aan te pakken.
66
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
6.3.1 DROOGMAKERIJEN Kenschets van het deelgebied De droogmakerijen van De Ronde Venen zijn gelegen aan de westzijde van de gemeente en worden globaal begrensd door De Vinkeveense Plassen, Vinkeveen en de N212 aan de oostzijde en de Ringdijk en de Amstel aan de zuid-, west- en noordzijde. De droogmakerijen omvatten voormalig zeer waterrijke gebieden die tussen 1791 en 1926 één voor één werden drooggemalen. Dit resulteerde in de 5 diepe polders die we vandaag de dag onderscheiden: de Eerste, Tweede en Derde Bedijking, Groot Mijdrecht-West, Groot Mijdrecht-Oost en Wilnis Veldzijde. Kenmerkend voor de droogmakerijen is de zeer rationele, open blokverkaveling met vaste maten van percelen, wegen en watergangen. Hoewel de vorm kenmerkend is voor meerdere Noord-Hollandse polders uit deze tijd, onderscheiden de droogmakerijen in De Ronde Venen zich door de beperktere omvang en maatvoering. In algemene zin hebben alle droogmakerijen een eigen karakter, bijvoorbeeld wat betreft verschillen in openheid. Polder Wilnis Veldzijde onderscheidt zich echter sterker van de andere 4 polders: het is als laatste drooggemalen en wijkt wat betreft inrichting af. De rationele verkaveling is hier minder rigide toegepast met meer verschillen in grootte tussen de afzonderlijke percelen en het ontbreken van wegen in deze polder, waardoor het kenmerken heeft van een strokenverkaveling.
67
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
Het huidige gebruik en inrichting van de droogmakerijen is divers. Het merendeel van het buitengebied van de droogmakerijen is in gebruik als grasland. Er komt ook glastuinbouw (in de Derde Bedijking tussen Mijdrecht Proostdijland en de Oude Spoorbaan), natuurontwikkeling (Marickenland ten oosten van Mijdrecht en Groot Mijdrecht-Noordoost) en recreatie voor. Ook komen verschillen voor tussen de droogmakerijen wat betreft de aanwezigheid en herkenbaarheid van de rationele ontginningsstructuur en openheid. Daarnaast liggen in de droogmakerijen oude, hoger gelegen kreekruggen die herinneren aan de historische ligging nabij de kust en de kreken die bij dit toenmalige waddengebied hoorden.
gebied, experiment en technologie, verbreding van de verdienmodellen en ruimte voor water en natuur.
Ten slotte liggen aan de noordwestrand, nabij de Amstel forten en batterijen met bijbehorende schootscirkels en inundatievelden die onderdeel uitmaken van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam). De droogmakerijen kennen een sterk agrarisch gebruik. Hier ligt een grote opgave om ruimte te bieden aan de omslag naar duurzamere, toekomstbestendige landbouw. Dit is mede uitdagend doordat in de diepe droogmakerijen bodemdaling als opgave speelt. Het tegengaan hiervan door hogere waterpeilen levert, hoewel op sommige locaties zeer wenselijk, uitdagingen op in combinatie met het (historische) agrarische gebruik van het gebied. Kortom, er dient een goede balans gevonden te worden tussen de landbouw als drager van het
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
68
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
RUIMTEVOLK
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
Gebiedsspecifieke keuzes voor de droogmakerijen: 1. Gezien de relatief gunstige condities en historische rol van de landbouw in de droogmakerij, kiezen we voor een voortzetting van de landbouw als voornaamste drager van het landschap, met de veehouderijen en haar graslanden als grootste sector. 2. We bieden agrariërs de (planologische) ruimte om te werken aan een meer toekomstbestendig, duurzaam buitengebied. We ondersteunen het verbreden van verdienmodellen, innovatie en experiment. We kijken hierbij wel goed naar hoe zich dit verhoudt tot de landbouw in de omgeving. • Schaalvergroting in de droogmakerijen is mogelijk wanneer de landschappelijke en milieu-impact beperkt blijven en de functionele noodzaak aantoonbaar is. Schaalvergroting moet daarnaast gepaard gaan met een verduurzamingsslag en mag niet leiden tot een grotere milieu-impact. • Er wordt gestreefd naar een goede balans tussen eventuele nieuwe activiteiten en het voorkomen van eventuele overlast hiervan voor de agrariërs in het gebied en vice versa.
• In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) betekent dit dat we in de eerste plaats activiteiten toestaan die goed samengaan met agrarisch gebruik, zoals activiteiten die direct gekoppeld kunnen worden aan agrarische activiteiten (zoals boerderijwinkels), herenboeren, (kleinschalige) transformatie tot woonfunctie of
69
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
•
woon-zorgconcepten dichterbij Mijdrecht, Wilnis of Vinkeveen. Ook de productie van duurzame energie behoort hierbij tot de mogelijkheden wanneer dit landschappelijk goed wordt ingepast, bijvoorbeeld om bij te dragen aan het (financieel) mogelijk maken van extensivering. Om onze agrariërs genoeg mogelijkheden te geven wat betreft alternatieve verdienmodellen, zijn we in dit deelgebied bereid om landschappelijke consequenties, tot op bepaalde hoogte, te accepteren. Op locaties nabij de dorpen met goede bereikbaarheid ten opzichte van de voorzieningen liggen mogelijkheden voor transformatie naar woon-zorgconcepten. Bij het afwegen of een VAB-initiatief passend is, wordt de toename van het aantal verkeersbewegingen, de impact hiervan op de verkeersveiligheid en de actuele ontwikkeling van vraag en aanbod met betrekking tot zorgvoorzieningen meegenomen. In het gebied komt bodemdaling voor. Maatregelen die dit tegengaan, zoals vernatting, worden aangemoedigd en waar mogelijk (met subsidies van de Provincie Utrecht) ondersteund.
3. De kreekruggen in de droogmakerijen zijn van hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Daarom kiezen we ervoor ze te (blijven) beschermen zoals dit reeds in onder andere het Bestemmingsplan Buitengebied-West is vastgelegd. Dit betekent onder andere dat we
► UITDAGINGEN EN KANSEN
op deze ruggen terughoudend zijn met nieuwbouw. Bij ontwikkelingen dient deskundig aangetoond te worden dat dit de landschappelijke kwaliteit niet onevenredig schaadt. Daarnaast zijn activiteiten als vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen omgevingsvergunningplichtig. 4. Aan de noord- en oostrand van de droogmakerijen werken we, in samenwerking met andere overheden en partijen, aan natuurontwikkeling en wateropvang. • In het oosten van polder Groot Mijdrecht werken we samen met de provincie Utrecht aan de ontwikkeling van natuurgebied Marickenland. Het vormt een nieuwe ecologische verbinding in het natuurnetwerk tussen de Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop) en ons eigen Natura2000 gebied Botshol, onder andere via de Wilnisse Bovenlanden. Met de provincie werken we hier zowel aan biodiversiteit als aan verbetering van de waterkwaliteit. Ook wordt bij deze natuurontwikkeling een hoger waterpeil gehanteerd, om zo ook bodemdaling en verzilting tegen te gaan. Dit alles gaat hand in hand met (deels reeds gerealiseerde) uitbreiding van recreatieve mogelijkheden in het gebied. We voeren de ontwikkeling gefaseerd uit in 2 deelgebieden, waarbij deelgebied 1 in 2025 wordt gestart met de uitvoering. Deelgebied 2 volgt later wanneer er voldoende aangesloten oppervlakte kan
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
•
•
70
RUIMTEVOLK
worden heringericht. Met de provincie, huidige agrariërs en grondbezitters in het gebied kijken we naar de mogelijkheden voor deze herinrichting en hoe dit zich verhoudt tot het doelbereik van de natuuropgaves zoals geformuleerd in het UPLG. In Groot Mijdrecht-Noordoost, een circa 400 hectare groot gebied grenzend aan natuurgebieden Waverhoek en Natura2000gebied Botshol, werken we met de Provincie Utrecht aan nieuwe natuurinrichting. Dit heeft meerdere doelen: het vergroten van de biodiversiteit, verbeteren van de waterkwaliteit, voorkomen van verdere bodemdaling en het verbinden van waardevolle natuurgebieden. Dit gebeurt door de aanleg van 3 moerasgebieden (‘moerasblokken’) met daaromheen bloemrijk (weidevogel) grasland. In de toekomst zal het areaal weidevogelgrasland worden uitgebreid. Aan de noordrand van polders Tweede Bedijking, Derde Bedijking en Groot Mijdrecht West werken we aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam) waar in de voormalige inundatiegebieden van de Stelling kansen worden aangegrepen om agrarische activiteiten op geschikte locaties te combineren met waterberging, recreatie en vergroten van natuurwaarden. Dit draagt eveneens bij aan het ontwikkelen van een natuurverbinding tussen de Loosdrechtse Plassen (gemeente Wijdemeren) en de Vinkeveense Plassen.
Hierbij worden ook de recreatieve verbindingen in het gebied
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
•
uitgebreid, zoals door het koppelen van de hoofdverdedigingslijn van de Hollandse Waterlinie aan een fietsverbinding, en de beleefbaarheid van de historische verdedigingslinie vergroot. In deze gebieden verkennen we samen met agrariërs, grondeigenaren en de andere betrokken gemeenten de mogelijkheden om concreter vorm te geven aan de Blauwe Krans. In en rond deze natuurontwikkelingszones zien we in het kader van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) meer mogelijkheden voor omschakeling naar recreatieve functies of natuur en bieden daarvoor de (planologische) ruimte.
meewerken en wordt samen met de provincie Utrecht de mogelijkheden onderzocht.
5. We kiezen voor een duidelijke clustering van kassen in het glastuinbouwconcentratiegebied in Polder Derde Bedijking. Binnen het concentratiegebied bieden we mogelijkheden aan uitbreiding en nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, door ze te clusteren kunnen zowel economische als milieutechnische voordelen ontstaan. • Dit betekent dat buiten de concentratiegebieden geen mogelijkheden worden geboden voor uitbreiding of nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven, met oog op de landschappelijke kwaliteit en de genoemde voordelen van clustering. • Wanneer de behoefte ontstaat om het economisch profiel van het glastuinbouwconcentratiegebied te verbreden en verruiming van de activiteiten in het gebied toe te staan, willen we daaraan
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
6.3.1 VEENWEIDELANDSCHAP Kenschets van het deelgebied Het veenweidelandschap bevindt zich langs de zuid- en westzijde van de gemeente, tussen de randen van de linten Demmerik, Donkereind en Oudhuijzen, Geerkade, Veenkade, Demmeriksekade en Geuzensloot. Het is op te delen in de gebieden Groot Wilnis-Vinkeveen, de Wilnisse Bovenlanden, de Mijdrechtse Bovenlanden en Blokland. Het zijn gebieden die aanzienlijk hoger liggen (3 à 4 meter) dan de omringende polders. Dit komt doordat het omringende land tijdens de vroegere ontginningen van het veen is afgegraven en drooggemalen, en dit deel niet. Hier dankt (een deel van) het veenweidelandschap de naam Bovenland aan: het ligt ‘boven’ de omliggende droogmakerijen. Hoewel de verschillende gebieden binnen het veenweidelandschap verschillend zijn qua gebruik, zijn enkele centrale karakteristieken zeer herkenbaar voor het gehele veenweidelandschap. Het gaat hierbij met name om de openheid van het landschap, gegarandeerd door het gebruik als grasland, het smalle, langwerpige verkavelingspatroon en kenmerkende zichtlijnen die over de watergangen ‘meedraaien’ in de richting van de ronde verkaveling.
met een divers palet aan reguliere en meer natuurlijke graslanden die een waardevolle combinatie vormen voor verschillende soorten weidevogels. In natuurgebied Wilnisse Bovenlanden is een rijke afwisseling van weidevogelgrasland, kruiden- en faunarijk grasland en nat schraalland, wat een diversiteit van diersoorten aantrekt, van grutto tot otter. Ten slotte ligt aan de noordzijde van dit deelgebied de Stelling van Amsterdam die onderdeel uitmaakt van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Ook in de veenweidegebieden ligt een opgave om ruimte te bieden aan de omslag naar duurzamere, toekomstbestendige landbouw. Ook hier vormt bodemdaling, en de vernatting om dit tegen te gaan, een grote opgave. Om veenoxidatie te voorkomen in deze hogere delen dient zoveel mogelijk water te worden vastgehouden, vooral voor tijdens (langdurige) droge periodes. Er liggen kansen om dit te koppelen aan natuurontwikkeling en recreatie. Een goede inpassing hiervan in combinatie met agrarisch gebruik is hierbij een belangrijk vraagstuk.
Het veenweidelandschap wordt zowel gebruikt als natuur- en landbouwgebied. Hierbij komt zowel een op zichzelf staand natuurgebied (Wilnisse Bovenlanden) voor als gecombineerde landbouw- en natuurgebieden (Groot Wilnis-Vinkeveen, Mijdrechtse Bovenlanden en Blokland). De gecombineerde gebieden zijn hoofdzakelijk in gebruik als grasland,
71
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
72
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
RUIMTEVOLK
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
Gebiedsspecifieke keuzes voor het veenweidelandschap: 1. We kiezen voor een veenweidelandschap waarvan de karakteristiek nadrukkelijk wordt bepaald door de afwisseling van en symbiose tussen natuur en landbouw. Gezamenlijk vormen zij de drager van het landschap, waarbij we op strategische plekken, zoals de zogeheten Groene Contourpercelen van de Provincie Utrecht, kiezen voor iets meer nadruk op natuur om robuuste natuurlijke verbindingen te realiseren. • In de Wilnisse Bovenlanden werken we samen met de provincie Utrecht, Staatsbosbeheer, agrariërs en grondeigenaren aan natuurontwikkeling om de ecologische verbinding tussen de Vinkeveense Plassen en Nieuwkoopse Plassen (gemeente Nieuwkoop). Eerder werd 330 hectare getransformeerd naar natuur: we kiezen voor de verdere aanleg van de resterende 100 hectare in het gebied. • In Groot Wilnis-Vinkeveen wordt samen met gemeente Stichtse Vecht en de provincie Utrecht gewerkt aan schoon water, het beperken van bodemdaling, veelzijdige natuur, vitale landbouw en weidse recreatie. Deelproject Demmerik is reeds uitgevoerd en heeft geresulteerd in een uitgebreid reservaat voor vogels, vissen en diverse andere fauna. Over deelproject 2 (natuurverbinding Gagel-Bijleveld) is momenteel met gebiedspartners in gesprek om alle initiatieven en belangen bij elkaar te brengen en toe te werken naar een inrichtingsplan. Deelproject 3
73
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
•
(veenweide-infiltratiesysteem Groot Wilnis-Vinkeveen) is momenteel in uitvoering. In het gebied komt bodemdaling voor. Natuurontwikkeling wordt daarom, waar zinvol, gekoppeld aan vernatting om een bijdrage te leveren aan het tegengaan hiervan.
2. We zetten in op een zorgvuldige bescherming van het karakteristieke landschap van het veenweidelandschap. Dit betekent dat ontwikkelingen, waaronder ook natuurontwikkeling, alleen worden toegelaten wanneer deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit. Dit betekent ook dat we agrariërs (planologische) ruimte bieden om te werken aan een toekomstbestendig en duurzaam buitengebied, mits binnen de landschappelijke kaders. • Schaalvergroting en nieuwvestiging zijn daarom in beginsel niet mogelijk in het veenweidelandschap. Uitzonderingen en maatwerk zijn uitsluitend mogelijk wanneer een andere agrariër in het gebied stopt. Hierbij ligt echter de voorkeur voor grondovername bij de huidige agrarische ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld om extensivering van de veehouderijen in dit gebied te faciliteren. • In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt alleen medewerking verleend voor activiteiten die geen afbreuk doen aan het landschappelijk karakter en bij voorkeur bevorderlijk zijn voor de
► UITDAGINGEN EN KANSEN
•
natuurwaarden en/of klimaatopgaven (zoals bodemdaling) in het gebied. Ook de productie van duurzame energie behoort hierbij tot de mogelijkheden wanneer dit landschappelijk goed wordt ingepast, bijvoorbeeld om bij te dragen aan het (financieel) mogelijk maken van extensivering. Daarnaast liggen er in het gebied veel kansen voor recreatieve nevenfuncties en landschappelijk wonen. Op locaties nabij de dorpen met goede bereikbaarheid ten opzichte van de voorzieningen liggen mogelijkheden voor transformatie naar woon-zorgconcepten. Bij het afwegen of een VAB-initiatief passend is, wordt de toename van het aantal verkeersbewegingen en de impact hiervan op de verkeersveiligheid meegenomen. In het gebied komt bodemdaling voor. Maatregelen die dit tegengaan, zoals vernatting of innovatieve maatregelen als onderwaterdrainage worden op passende locaties aangemoedigd en waar mogelijk (met subsidies van de Provincie Utrecht) ondersteund.
3. In het gebied kiezen we voor het beter benutten van de recreatieve potentie. De natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten in het gebied maken het een aantrekkelijk gebied om te recreëren. We zetten ons daarom in op het verbeteren van de recreatieve verbindingen in het gebied, bijvoorbeeld van en naar het Plassengebied. Ook zien we kansen voor het aanleggen van
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
wandel- en fietsroutes in (nieuwe) natuurgebieden als de Wilnisse Bovenlanden, de polder Groot Wilnis-Vinkeveen en de polders Groot Mijdrecht Noord en Zuid. Denk hierbij ook aan het koppelen van de hoofdverdedigingslijn van de Hollandse Waterlinie aan een fietsverbinding. Zo bieden we de mogelijkheden om de recreatie beter te spreiden over de gemeente en bieden we agrariërs mogelijkheden om als alternatief verdienmodel (zie ook hierboven) recreatieve activiteiten te ontplooien. Dit is in het bijzonder kansrijk in de directe nabijheid van het Plassengebied, maar zeker ook rond de Wilnisse Bovenlanden en de Kromme Mijdrecht. Ook voor recreatieve voorzieningen geldt dat dit dient te passen binnen het landschappelijk karakter en dat een goede balans tussen rust en reuring, voor inwoner, agrariër en recreant, wordt bewaakt.
goede kwaliteit van leven en een gezonde omgeving waarin men rustig kan wonen. We werken dit nader uit in een (nieuwe) lintenvisie, als onderdeel van het op te stellen Ruimtelijk Kwaliteitskader.
4. We kiezen in de bebouwingslinten in het veenweidelandschap (Demmerik (zuidelijk deel), Donkereind en Oudhuijzen, Geerkade, Veenkade, Demmeriksekade en Geuzensloot) voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, het veenweidelandschap en de nabijgelegen grotere dorpen. Dit betekent het voorkomen van verdere verdichting van de linten en het beschermen van de zichtlijnen over de watergangen naar het omliggend landschap, een zorgvuldige inpassing van eventuele nieuwe bebouwing en functies zodat deze geen afbreuk doet aan deze kwaliteiten en het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in grotere dorpen Vinkeveen en Wilnis. Daarnaast wordt in het lint ingezet op een
74
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
6.3.3 ANGSTEL- EN GEINLANDSCHAP Kenschets van het deelgebied Het Angstel- en Geinlandschap bevindt zich aan de oostzijde van de gemeente, begrensd door de rivier de Winkel en bijbehorende Winkeldijk, en vanaf de kruising met de Winkel begrensd door de A2. De Winkel vormt, net als het Gein, een aftakking van de bredere rivier de Angstel. De Angstel ontspringt nabij de Oukoper Molen nabij Loenen (gemeente Stichtse Vecht) en meandert bij Loenersloot de gemeente binnen. In Abcoude splitst de Angstel zich in de Winkel (westwaarts) en het Gein (oostwaarts). Doordat deze rivieren door de eeuwen heen verschillende stroomrichtingen hebben gehad, zijn in het landschap door afzettingen van de rivier stroomruggen ontstaan die ruim 2 meter hoger liggen dan het omringende landschap en zorgen daarmee voor opvallend reliëf. Het deelgebied kenmerkt zich door de (half)open ruimten van het weidegebied en de (woon)linten op de stroomruggen en langs de dijken. Van oudsher was dit gebied vrij leeg, enkel begrensd door de linten langs de Angstel, Gein, Winkel, Holendrecht en Oude Waver. Met de komst van grootschalige infrastructuur – het Amsterdam-Rijnkanaal, de spoorlijn en de A2 – werd het landschap langzamerhand op meerdere plaatsen doorsneden. Deze infrastructuur vormt vandaag de dag enerzijds een forse barrière in het landschap.
Toch maakt het ook dat het landschap ertussen nog altijd open en rustig voelt en vooral wordt gedomineerd door grasland en veehouderijen.
75
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
In de 17e eeuw ontstond langs de Angstel en het Gein een landgoederenzone van diverse buitenplaatsen van rijke kooplieden die zich hier vestigden. De buitenplaatsen werden met name in de buitenbochten van de rivier gebouwd met de landhuizen en koepels dicht bij de oever, ten behoeve van het zicht over het water. Hoewel inmiddels de meeste buitenplaatsen zijn verdwenen, zijn er nog altijd bijna 30 buitenplaatsen overgebleven binnen De Ronde Venen, waarvan het hoofdhuis nog wisselend aanwezig is. Met name het aanzien van Baambrugge is voor een groot deel bepaald door de aanwezigheid van de landgoederen. Langs het Gein zijn ook diverse boerderijen te vinden die oorspronkelijk als buitenplaats werden ontwikkeld en door de jaren zijn ‘teruggevallen’ tot boerderijen. De combinatie van kronkelende riviertjes, charmante dorpen en historische buitenplaatsen en boerderijen maken het Angstel- en Geinlandschap een aantrekkelijk recreatief landschap.
beleefbaarheid van de landgoederenzone, het rivierlint en de Hollandse Waterlinies. Daarnaast liggen in het gebied opgaven met betrekking tot (lichte) bodemdaling, het werken aan een toekomstbestendige agrarische sector en het versterken van de recreatieve sector en verbindingen.
Ten slotte liggen langs de Winkel, Angstel en het Gein forten en batterijen met bijbehorende schootscirkels en inundatievelden die onderdeel uitmaken van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam). In het Angstel-en Geinlandschap liggen veel cultuurhistorische waarden. Het behouden en versterken hiervan vormt een belangrijke opgave in het gebied, bijvoorbeeld in het beschermen van de landschappelijk waardevolle stroomruggen en de
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
76
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
RUIMTEVOLK
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
Gebiedsspecifieke keuzes voor het Angstel- en Geinlandschap: 1. We kiezen voor een Angstel-en Geinlandschap waarin landbouw, cultuurhistorie en recreatie hand in hand gaan. De rivieren en stroomruggen zijn de belangrijkste aders en landschappelijke dragers van het gebied, vanaf waar historische linten met een rijkdom aan historische buitenplaatsen, boerderijen, molens en forten. Vanuit de halfopen linten kan het omliggende open weidelandschap goed beleefd worden. • We kiezen in de rivierlinten in het Angstel-en Geinlandschap (langs de Angstel en het Gein) voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, het weidegebied en de nabijgelegen grotere dorpen. Dit betekent het voorkomen van verdere verdichting van de linten en het beschermen van de zichtlijnen vanaf de stroomruggen en dijken naar het omliggend landschap, een zorgvuldige inpassing van eventuele nieuwe bebouwing en functies zodat deze geen afbreuk doet aan deze kwaliteiten en het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in grotere dorpen Abcoude en Baambrugge. Daarnaast wordt in het lint ingezet op een goede kwaliteit van leven en een gezonde omgeving waarin men rustig kan wonen. We werken dit nader uit in een (nieuwe) lintenvisie, als onderdeel van het op te stellen Ruimtelijk Kwaliteitskader.
77
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
2. We zetten in op een zorgvuldige bescherming van het karakteristieke landschap van het Angstelen Geinlandschap. Dit betekent dat ontwikkelingen alleen worden toegelaten wanneer deze een aantoonbare bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit. Dit betekent ook dat we agrariërs (planologische) ruimte bieden om te werken aan een toekomstbestendig en duurzaam buitengebied, mits binnen de landschappelijke kaders. • Schaalvergroting en nieuwvestiging zijn daarom in beginsel niet mogelijk in het Angstel- en Geinlandschap. Uitzonderingen en maatwerk zijn uitsluitend mogelijk wanneer een andere agrariër in het gebied stopt. Hierbij ligt echter de voorkeur voor grondovername bij de huidige agrarische ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld om extensivering van de veehouderijen in dit gebied te faciliteren. • In het kader van alternatieve of aanvullende verdienmodellen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) wordt alleen medewerking verleend voor activiteiten die geen afbreuk doen aan het landschappelijk karakter en bij voorkeur bevorderlijk zijn voor de cultuurhistorische en recreatieve waarden van het gebied, zoals kleinschalige verblijfsmogelijkheden, horecafaciliteiten of bijvoorbeeld vergaderlocaties. Ook de productie van duurzame energie behoort hierbij tot de mogelijkheden wanneer dit landschappelijk goed wordt ingepast, bijvoorbeeld om bij te dragen aan het
► UITDAGINGEN EN KANSEN
•
(financieel) mogelijk maken van extensivering. Daarnaast leent het gebied zich goed voor VAB-transformatie naar landschappelijk wonen en liggen op locaties nabij de dorpen met goede bereikbaarheid ten opzichte van de voorzieningen mogelijkheden voor transformatie naar woon-zorgconcepten. Bij het afwegen of een VAB-initiatief passend is, wordt de toename van het aantal verkeersbewegingen en de impact hiervan op de verkeersveiligheid meegenomen. In het gebied komt (lichte) bodemdaling voor. Maatregelen die dit tegengaan, zoals vernatting, worden aangemoedigd en waar mogelijk (door middel van subsidies van de Provincie Utrecht) ondersteund.
3. We zetten ons in om in het Angstel-en Geinlandschap waar mogelijk de natuurwaarden te vergroten. • In het gebied ten zuiden van Abcoude en rond het Gein werken we aan de Blauwe Krans, een landschappelijke zone rond de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam) waar in de voormalige inundatiegebieden van de Stelling kansen worden aangegrepen om agrarische activiteiten te combineren met waterberging, recreatie en vergroten van natuurwaarden. Dit draagt eveneens bij aan het ontwikkelen van een natuurverbinding tussen de Loosdrechtse Plassen (gemeente Wijdemeren) en de Vinkeveense Plassen. Hierbij worden ook de recreatieve verbindingen
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
•
RUIMTEVOLK
in het gebied uitgebreid, zoals door het koppelen van de hoofdverdedigingslijn van de Hollandse Waterlinie aan een fietsverbinding, en de beleefbaarheid van de historische verdedigingslinie vergroot. In deze gebieden verkennen we samen met agrariërs, grondeigenaren en de andere betrokken gemeenten de mogelijkheden om concreter vorm te geven aan de Blauwe Krans. Daarnaast zien we kansen om de stroomruggen en dijken in het gebied (verder) te benutten als ecologische verbindingen. We faciliteren initiatieven op dit vlak en werken hiervoor samen met bijvoorbeeld Waterschap Amstel, Gooi en Vecht of particuliere initiatiefnemers.
4. De cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten maken het Angstel- en Geinlandschap een aantrekkelijk gebied om in te recreëren. We zetten daarom in op het vergroten van de recreatieve potentie. • We zetten ons in op het verbeteren van de recreatieve verbindingen in het gebied ten behoeve van zowel de eigen inwoner als recreanten van buiten de gemeente. De aantrekkelijkste recreatieve routes lopen parallel aan de rivieren en worden gedeeld met automobilisten. We zetten ons in om de veiligheid voor fietsers en wandelaars te vergroten: waar mogelijk en nodig zetten we daarom in op losliggende fietspaden of verkeersremmende maatregelen. Hierbij vormt met name de verkeersdruk op Gein Noord en Gein Zuid een aandachtspunt.
78
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
•
•
Rond station Abcoude wordt ingezet op het ontwikkelen van een buitenpoort: een ov-knooppunt met verschillende vervoersopties vanuit waar men makkelijk toegang heeft tot het Angstel-en Geinlandschap. Hiermee moedigen we bezoekers aan om met het ov naar het gebied te komen en het vervolgens per fiets te verkennen. Daarnaast zetten we in op het verbeteren van de parkeermogelijkheden van de bestaande TOP (Toeristisch Overstappunt) in Abcoude. We bieden meer ruimte voor (kleinschalige) recreatieve voorzieningen wanneer dit past binnen het landschappelijk karakter en een goede balans tussen rust en reuring voor inwoner, agrariër en recreant wordt bewaakt. We zien in het bijzonder kansen voor het verbinden van meer recreatieve functies aan de (voormalige) buitenplaatsen.
afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarden in het gebied en deze waarden bij voorkeur versterken. Hierbij gaat het om monumentale waarden van historische bebouwing en bijvoorbeeld het behoud van historische zichtlijnen.
5. In het gebied liggen veel cultuurhistorische waarden. We kiezen nadrukkelijk voor de bescherming hiervan en dragen waar dit kan de bijzondere historie van het gebied nadrukkelijker uit. • Voor de landgoederenzone geldt dat deze wisselend herkenbaar is in het Angstel- en Geinlandschap. We kiezen daarom voor het versterken van de herkenbaarheid en allure van de landgoederenzone en faciliteren (recreatieve) initiatieven die ervoor zorgen dat (voormalige) buitenplaatsen beter zichtbaar worden in het landschap of weer publiek toegankelijk worden. Ruimtelijke ontwikkelingen in deze zone mogen geen
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
6.3.4 PLASSENGEBIED Kenschets van het deelgebied De Vinkeveense Plassen liggen ten noordoosten van Vinkeveen, begrensd door de Geuzensloot, Vinkekade/Groenlandsekade, Polder Nellestein, Botshol en de Botsholsedijk. Het natuur, recreatieen watersportgebied is verbonden met de rivier de Amstel en ontstond vanaf de Gouden Eeuw door afgravingen ten behoeve van de turfwinning. De huidige langwerpige eilanden zijn zogeheten legakkers waar de turf te drogen werd gelegd, er tussenin werd het veen op grote schaal weggebaggerd. Door afslag van de oevers werden de plassen alsmaar groter tot de huidige omvang. Veel later werd in de plassen ook veel zand gewonnen voor de aanleg van de A2 en Amsterdam-Zuidoost: hierdoor heeft de plas een enorme diepte van zo’n 50 meter. Daarnaast werden met het zand twaalf zandeilanden aangelegd om de legakkers te beschermen tegen golfslag. De Vinkeveense Plassen vormen een belangrijke recreatieve parel van de gemeente en een van de kenmerkende dragers van de identiteit. De plassen hebben een enorme aantrekkingskracht op lokale inwoners en bezoekers uit Amsterdam, Utrecht en de rest van Nederland. Bezoekers komen in grote getale naar de plassen om te genieten van de natuur en om te varen, zwemmen, duiken, waterskiën en meer.
Hierdoor hebben de plassen een grote rol in de economie van de gemeente: zowel door de activiteiten op de plas zelf als door de verblijfsrecreatie en horeca die hieraan gelieerd zijn. De plassen hebben een zonering, waarbij de
79
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
recreatieve mogelijkheden beperkter zijn nabij Natura2000-gebied Botshol. Dit zorgt ervoor dat voorzieningen veelal op enkele plekken zijn geconcentreerd. Het gebied herbergt daarnaast grote natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De Vinkeveense Plassen zijn een KRW-oppervlaktewaterlichaam en maken vrijwel geheel deel uit van Natuur Netwerk Nederland, hebben een belangrijke ecologische verbindingsrol en herbergen diverse bijzondere plant- en diersoorten. Door meerdere oorzaken staan deze waarden momenteel onder druk, zoals pleziervaart, dag-en verblijfsrecreatie, verkeer, lozingen in het water en stikstofdepositie. Door golfslag, een gebrek aan beschoeiing en een teveel aan bosvegetatie het zinken van legakkers en vormen de N201 en (in mindere mate) de Baambrugse Zuwe een barrière voor faunasoorten. Ook de beeldkwaliteit van de legakkers staat onder druk door het regelmatig voorkomen van bebouwing met achterstallig onderhoud. De voornaamste opgave in het Plassengebied is het creëren van een goede balans tussen de recreatieve aantrekkingskracht van de plassen en het beschermen van de cultuurhistorische en natuurlijke waarden van het gebied. Dit betekent dat gezocht dient te worden in een balans tussen rust en reuring, behoud en ontwikkeling en (jaarrond) aanbod voor zowel eigen inwoner als recreant van buitenaf.
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
80
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
RUIMTEVOLK
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
Gebiedsspecifieke keuzes voor het plassengebied: 1. We zetten in op het in stand houden van de karakteristieken, de landschappelijke kwaliteit en de natuurwaarden van het KRW-oppervlaktewater en het (NNN-) plassengebied richting de toekomst. Hiertoe gaan we in samenwerking met Recreatieschap Stichtse Groenlanden en de provincie Utrecht actief aan de slag met het beschermen van de legakkers tegen afkalving en het naar boven halen van verzonken legakkers ten behoeve van vissenbossen. Ook gaan we als gemeente aan de slag met de natuurontwikkeling van ‘t Meertje in Vinkeveen, als compensatie voor de bebouwing op de legakkers op de Plassen. De bouwregels en bijbehorende voorwaarden in het plassengebied zijn opgenomen in het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. 2. Richting de toekomst versterken we het diverse recreatieve profiel van de Vinkeveense Plassen. • We spannen ons ervoor in om de kwaliteit in het aanbod aan recreatieve voorzieningen (dag- en verblijfsrecreatie) te behouden en versterken. Hierbij gaat het om het verbeteren van de kwaliteit van verblijfsaccommodaties en het toevoegen van kwalitatieve dagrecreatie. Hiermee bedoelen we bijvoorbeeld recreatieve functies met maatschappelijke betekenis, zoals de verkoop van lokale souvenirs en streekproducten. • Bij horeca zetten we ons in voor meer jaarrond aanbod dat ook aantrekkelijk is voor
81
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
•
•
•
onze inwoners. Hierbij zien we kansen om dit te koppelen aan versterking van het voorzieningenniveau van Vinkeveen. We maken werk van promotie en marketing van de Vinkeveense Plassen om daarmee ook nieuwe doelgroepen recreanten en toeristen aan te trekken. We positioneren de Vinkeveense Plassen als als veelzijdig recreatief gebied waar het goed toeven is voor diverse doelgroepen: de stijlzoeker, de rustzoeker, inzichtzoeker en de zakelijke bezoeker zoals beschreven in de Visie Recreatie en Toerisme 2025-2035. Dit betekent een aantrekkelijk plassengebied voor zowel waterrecreatie, als voor natuur, cultuurhistorie en erfgoed. We zetten in op het verbeteren kleine toervaartroutes vanuit Vinkeveense Plassen richting Amstel en Loosdrechtse Plassen. Voor zowel de gebiedsmarketing als het versterken van de recreatieve voorzieningen werken we onder andere samen met 8 andere ‘Hollandse Plassengemeenten’ in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst Hollandse Plassen.
3. We zetten in op het verbeteren van de bereikbaarheid van de Vinkeveense Plassen, waarbij we expliciet kijken naar mogelijkheden om de recreatiedruk te spreiden. Hiervan profiteren uiteindelijk ook onze eigen inwoners. We zetten in op het versterken van verschillende ‘bronpunten’. Zo verleiden we bezoekers om met
► UITDAGINGEN EN KANSEN
het openbaar vervoer en de fiets te komen. Hiertoe richten we ons op het opwaarderen van de ov-halte in Vinkeveen tot mobiliteitshub en vooral ook de ontwikkeling van 2 volwaardige buitenpoorten als aantrekkelijke visitekaartjes van het gebied aan de oostzijde van de plas: een bij The Harbour Club en een bij Zandeiland 1. • De buitenpoort bij The Harbour Club ligt aan de gestrekte ov-as tussen Mijdrecht, Wilnis, Vinkeveen en Breukelen en vormt daarmee dé buitenpoort voor reizigers die met het ov naar de plassen komen. We onderzoeken of het mogelijk is om in het hoogseizoen vanaf deze buitenpoort bezoekers per pendelboot verder het gebied in te brengen, bijvoorbeeld naar een van de Zandeilanden. • Zandeiland 1 is juist goed bereikbaar per auto dankzij de parkeervoorzieningen in de Winkelpolder, waar zich ook al een Toeristisch Overstap Punt bevindt. Vanaf hier kunnen Zandeilanden 1 en 2 gemakkelijk per voet bereikt worden en takt de locatie aan op diverse wandel-en fietsroutes. We koesteren deze goede ontsluiting en breiden deze waar nodig uit, bijvoorbeeld door vervoersvormen als deelmobiliteit toe te voegen. We hebben hierbij oog voor het waar mogelijk minimaliseren van overlast voor de bewoners van de Vinkekade en Plaswijk. 4. Om de balans tussen rust en reuring richting de toekomst te bewaken, kiezen we op en rond de Vinkeveense Plassen voor een zonering in
► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES
► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN
► UITVOERING
OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN
RUIMTEVOLK
intensievere recreatie en meer rustzoekende recreatie, in lijn met het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. Voor intensievere recreatie zien we mogelijkheden op het noordoostelijk deel van de Noordplas (rond de zandeilanden en de recreatieparken en havens ten noorden hiervan), het oostelijk deel van de Zuidplas en rond Vinkeveen. Rustzoekende recreatie, met respect voor flora, fauna en cultuurhistorie, zien we vooral op de meer westelijke delen van de plassen, tussen Vinkeveen en Botshol, in het westelijk deel van de Zuidplas. De exacte (recreatieve) mogelijkheden in het plassengebied zijn terug te vinden in het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. 5. Om de instandhouding van de cultuurhistorische legakkerstructuur te borgen, kiezen we ervoor op basis van het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen een beperkte mate van ruimte te bieden wat betreft bebouwing en het gebruik van de legakkers, om ervoor te zorgen dat eigenaren de legakkers goed beheren en instandhouden. Hiervoor gelden op basis van het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen gebiedsspecifieke regels voor de zones I, II en III om ervoor te zorgen dat de bebouwing passend is bij het karakter van de legakkers en er kwaliteit aan toevoegt.
beschreven in het Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen. Dit betekent onder andere dat elk kavel dat een omgevingsvergunning krijgt om te bouwen, moet voldoen aan de eis van 25% inheemse beplanting op de kavel. Langs de Baambrugse Zuwe en de N201 zetten we daarnaast in op het minimaliseren van de barrièrewerking voor fauna, met name door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het mogelijk maken van dubbele rijen oeverbescherming. 7. We kiezen in de linten in het plassengebied (Baambrugse Zuwe, Vinkekade en Groenlandsekade) voor het behouden en versterken van de relatie tussen het bebouwingslint, de plassen en de nabijgelegen grotere dorpen. Dit betekent het voorkomen van verdere verdichting van de linten en het beschermen van de zichtlijnen naar de plassen, een zorgvuldige inpassing van eventuele nieuwe bebouwing en functies zodat deze geen afbreuk doet aan deze kwaliteiten en het inzetten op goede, veilige verbindingen van de linten naar de voorzieningen in Vinkeveen. Daarnaast wordt in het lint ingezet op een goede kwaliteit van leven en een gezonde omgeving waarin men rustig kan wonen. We werken dit nader uit in een (nieuwe) lintenvisie, als onderdeel van het op te stellen Ruimtelijk Kwaliteitskader.
6. We zetten in op het versterken en uitbreiden van de natuurwaarden van de Vinkeveense Plassen. Dit betekent op de legakkers het inzetten op meer inheemse beplantingssoorten en het verminderen van de hoeveelheid bomen, zoals
82
► INLEIDING
► TOEKOMSTVERHAAL
► DNA VAN DE RONDE VENEN
► UITDAGINGEN EN KANSEN