CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsvisie De Ronde Venen (oude versie)

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie De Ronde Venen 204030.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

RUIMTEVOLK

6.3.5 BOTSHOL Kenschets van het deelgebied Botshol is een typisch Hollands laagveengebied aan de noordwestzijde van de Vinkeveense plassen tussen Vinkeveen en Abcoude. Het is een afwisselend natuurgebied met veenplassen, smalle sloten, rietlanden en moerasbos en omvat 2 grotere plassen, de Grote Wije en de Kleine Wije. Het beschikt over veel karakteristieke flora en fauna, waaronder veel zeldzame soorten, met name vele bijzondere waterplanten. Het oppervlaktewater is aangewezen als KRW-oppervlaktewaterlichaam. Daarnaast geniet het gebied een Natura2000 bescherming en wordt beheerd door Natuurmonumenten en enkele andere landeigenaren.

De voornaamste opgave in Botshol is de bescherming van de natuur, die ondanks reeds genomen maatregelen onder druk staat. Zo moet de stikstofdepositie worden verlaagd en de wegzijging van water uit het gebied worden verminderd. Hoewel het werken aan de opgaven in het gebied zelf niet bij gemeente De Ronde Venen ligt, zijn we wel vertegenwoordigd in gebiedsprocessen omtrent Botshol en vinden hierin de stem van onze inwoners belangrijk. Daarnaast hebben maatregelen of ontwikkelingen in aangrenzende gebieden mogelijk impact op de natuurwaarden van Botshol. Hiermee goed rekening houden in de aangrenzende gebieden vormt daarom een belangrijke opgave.

Gezien de bijzondere natuurwaarden heeft Botshol een aanzienlijke recreatieve aantrekkingskracht. De balans tussen recreatie en natuur is zeer belangrijk voor het gebied: het is daarom niet toegankelijk tijdens het broedseizoen en tevens aangewezen als stiltegebied. Buiten het broedseizoen is het gebied enkel toegankelijk voor wandelaars, met bootjes die op 2 plekken gehuurd kunnen worden of tijdens vaarexcursies georganiseerd door Natuurmonumenten.

Gebiedsspecifieke keuzes voor Botshol: 1. Gezien de grote natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in Botshol, zijn ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied niet mogelijk. De Natura 2000-bescherming die Botshol geniet, bestendigt dit. In de gebieden die aan Botshol grenzen houden we rekening met de aanwezigheid van het natuurgebied en zorgen we dat ontwikkelingen op deze plekken de natuurwaarden van Botshol bij voorkeur ten goede komen, of op zijn minst niet schaden. 2. We herkennen de recreatieve aantrekkingskracht van Botshol en werken nauw samen met Natuurmonumenten om ervoor te zorgen dat de recreatieve druk op het gebied niet te groot wordt. Dit uit zich onder andere in de ambitie om de recreatieve waarden in de andere deelgebieden te vergroten en zo de recreatie in de gemeente beter te spreiden. Daarnaast monitoren we met Natuurmonumenten of ruimtelijke ontwikkelingen of recreatieve druk in de directe omgeving van Botshol geen negatieve effecten teweegbrengen op de natuurwaarden.

Ten slotte behoort ook het Fort in de Botshol, onderdeel van de Hollandse Waterlinies, tot het natuurgebied. De betonnen verdedigingswerken zijn hier nooit gebouwd, maar de ophogingen met zand zijn goed zichtbaar. Ook dit historische terrein valt binnen het Natura2000 gebied en wordt beheerd door Natuurmonumenten.

83

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

84

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

RUIMTEVOLK

► DNA VAN DE RONDE VENEN

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

7 UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

RUIMTEVOLK

Met deze omgevingsvisie zetten we samen met inwoners, ondernemers, partners en organisaties koers naar de toekomstige leefomgeving van De Ronde Venen. We brachten in beeld welke kansen en opgaven we zien voor 2040, en hoe we hier nu en in de toekomst op willen anticiperen. Het uitvoeren van onze visie kunnen we niet alleen. In dit hoofdstuk beschrijven we onze rol als gemeente en formuleren we de uitgangspunten voor samenwerking met andere partijen. Ook gaan we in op het instrumentarium van de Omgevingswet, de afspraken die we maken over monitoring en evaluatie en de bekostiging van de ambities.

Figuur 14. Zicht over de Vinkeveense Plassen.

86

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

7.1

RUIMTEVOLK

SAMENWERKING

Deze visie hebben we opgesteld met uitgebreide participatie met de samenleving. Met de omgevingsvisie nodigen we de samenleving en onze partners uit om samen de geschetste ambities tot uitvoering te brengen. Als gemeente willen wij ruimte bieden voor initiatiefnemers die investeren in een toekomstbestendige leefomgeving en verantwoordelijkheid nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling. De omgevingsvisie vormt hierbij het afwegingskader. Dit kan betekenen dat we kritisch zijn op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdragen aan de gestelde doelen en dat we initiatieven die goed passen binnen onze visie extra kracht bij willen zetten. Hierbij zullen we als gemeente De Ronde Venen denken en handelen vanuit mogelijkheden, vertrouwen en verbinding en kiezen we voor een houding vanuit het uitgangspunt ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.

DE OMGEVINGSVISIE ALS AFWEGINGSKADER VOOR INITIATIEVEN De omgevingsvisie geeft overzicht en inzicht in de vele uitdagingen en opgaven waar we in gemeente De Ronde Venen voor staan. Het vormt een uitnodiging aan iedere inwoner, ondernemer en organisatie om hierover mee te denken en de ambities samen te brengen met eigen acties en keuzes. De leefomgeving van 2040 maken we samen. Deze omgevingsvisie verduidelijkt welke thema’s we meewegen in ons gemeentelijk beleid en onze beslissingen. Op de besluitvorming over initiatieven die zijn voorzien in de voormalige regelgeving onder de Wro, zoals de bestemmingsplannen, heeft deze visie geen directe gevolgen. We bieden ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en nodigen initiatiefnemers uit om met hun ruimtelijke plannen actief bij te dragen aan de gestelde doelen. Hierbij staan de kenmerken en identiteit van onze gemeente altijd voorop. Bij een initiatief of ontwikkeling stellen we onszelf en de initiatiefnemer de volgende 3 vragen: 1. Draagt de ontwikkeling of het initiatief bij aan de geformuleerde kernambities en sluit het aan op de gebiedsgerichte uitwerkingen en in welke mate? 2. Is er sprake van een negatieve en/of positieve impact op de kwaliteiten van de leefomgeving, zoals verwoord in deze omgevingsvisie? 3. In welke mate wordt het initiatief of de ontwikkeling gedragen door de directe omgeving en wat zijn daarvoor de redenen?

87

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

88

RUIMTEVOLK

SAMENWERKING IN DE REGIO

SAMENWERKING MET DE KETENPARTNERS

REGIE WAAR NODIG OF GEWENST

Veel van de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven die op ons afkomen, overstijgen onze gemeentegrenzen. Regionale afstemming en samenwerking is daarom van groot belang. Dit is niet nieuw voor De Ronde Venen. Zo is de gemeente onderdeel van verschillende regionale samenwerkingsverbanden, zoals de Metropoolregio Utrecht en de U10-regio; zie voor een volledig overzicht hoofdstuk 2.2. Als gemeente dragen we actief bij aan het integraal oppakken van opgaven en kansen. In de toekomst zal deze regionale samenwerking naar verwachting verder toenemen, bijvoorbeeld in de doorvertaling van regionale visies en programma’s. Denk aan een de regionale Woondeal, het Integraal Ruimtelijk Perspectief, de Regionale Energiestrategie en op thema’s zoals vitaal landelijk gebied en bereikbaarheid. Als De Ronde Venen zoeken we zowel afstemming met de regio Utrecht als met de Metropoolregio Amsterdam, waarmee onze gemeente veel verhuis- en woonwerkrelaties heeft. Als gemeente brengen we in regionale samenwerkingsprocessen actief de belangen van onze inwoners, bedrijven en organisaties in.

Met de invoering van de Omgevingswet is de samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners geïntensiveerd. De vernieuwing ligt met name in de toepassing van de wet in de omgangsvormen tussen (samenwerkende) gemeenten en ketenpartners. We vinden het van groot belang om bij de totstandkoming van beleid en regelgeving van andere overheden mee te kunnen denken als gemeente. Dit om problemen bij lokale toepassing van hogere regelgeving te voorkomen. Bij conflicterende visies van andere overheden gaan we vroegtijdig het gesprek aan. Tegelijkertijd hebben we als gemeente de rol om bij te dragen aan ontwikkelingen ‘van bovenaf’. We kunnen hier naar de lokale context invulling aan geven. We zien meerwaarde in nauwe samenwerking en afstemming met onze ketenpartners, waarbij we onze krachten bundelen als het gaat om het vinden van slimme oplossingen voor complexe, gebiedsoverstijgende opgaven.

Als gemeente De Ronde Venen werken we – zoals we al gewend zijn – samen met inwoners, organisaties en andere overheden aan onze fysieke leefomgeving. We vinden het belangrijk om ruimte te bieden aan initiatief van onderop, om zo ook betrokkenheid van onze inwoners en medeverantwoordelijkheid voor onze leefomgeving te stimuleren. Dat betekent ook dat we als gemeente De Ronde Venen zaken soms wat meer zullen loslaten en meer in een faciliterende rol komen. Daarbij staan we partijen bij met onze kennis, bijvoorbeeld ruimtelijke ontwerpexpertise, wanneer dit gevraagd of nodig is. Tegelijkertijd dragen wij als overheid de verantwoordelijkheid voor het algemeen belang. Wanneer (maatschappelijke) partijen niet in staat blijken een oplossing te vinden voor opgaven, vraagt dit van ons als gemeente een meer sturende of regisserende rol. Ook zien we op bepaalde onderwerpen een belangrijke taak weggelegd voor de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan grote opgaven als regie op de woningbouwopgave, bereikbaarheid en de gezonde en inclusieve samenleving. Zo kennen we als gemeente meerdere rollen, afhankelijk van de onderwerpen en opgaven. Kortom, in de basis stellen we onszelf op als samenwerkingspartner en facilitator, maar als het nodig is nemen we ook de regie.

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

7.2

RUIMTEVOLK

INSTRUMENTEN VOOR UITVOERING

Deze omgevingsvisie zien wij als als een dynamisch document, omdat de wereld om ons heen voortdurend in beweging is. Want maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en we weten niet hoe de wereld er over 5 of 10 jaar uitziet. We kunnen uitvoering geven aan de omgevingsvisie door de inzet van verschillende instrumenten. In de Omgevingswet zijn voor onze gemeente 3 andere relevante beleidsinstrumenten geformuleerd, elk met hun eigen rol: het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. We lichten deze instrumenten op de volgende pagina toe.

Figuur 15. Schematische weergave van de beleidscyclus van de Omgevingswet. De figuur toont ook de relatie van de omgevingsvisie met bestaande beleids- en visie documenten en de onderlinge doorwerking van de beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet.

89

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

RUIMTEVOLK

OMGEVINGSPROGRAMMA’S In een omgevingsprogramma worden ambities en keuzes die in de omgevingsvisie zijn vastgelegd nader uitgewerkt voor specifieke thema’s of gebieden. Het omgevingsprogramma is het instrument van het college van burgemeester en wethouders, waarin zij de globale beleidslijnen uit de omgevingsvisie verder uitwerken. Een programma bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. In een programma worden de ambities uitgewerkt in concrete maatregelen. Er staat ook in welke middelen nodig zijn om het doel te behalen en op welke manier we als gemeente gaan sturen (sturingsfilosofie). Daarbij gaat het om aspecten zoals financiering en benodigde ruimtelijke en juridische instrumenten. Hoewel omgevingsprogramma’s dus in beginsel een bevoegdheid zijn van het college van burgemeester en wethouders, gaan we met omgevingsprogramma’s waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die op de ‘lijst van bindend advies’ staan, altijd naar de gemeenteraad. Zo houdt zij haar sturende rol. Er zijn in feite 2 soorten omgevingsprogramma’s: verplichte en onverplichte (vrijwillige) programma’s. Gemeente De Ronde Venen kent op dit moment (nog) geen wettelijk verplichte omgevingsprogramma’s.

Dit zal de komende jaren wel aan de orde zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een volkshuisvestingsprogramma, in het kader van de voorgenomen Wet versterking regie volkshuisvesting, en het warmteprogramma dat eind 2026 wordt vastgesteld in het kader van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.

90

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

Vrijwillige programma’s zijn gericht op de nadere uitwerking en uitvoering van de omgevingsvisie. Die kunnen themagericht zijn (bijvoorbeeld gericht op mobiliteit, wonen of omgevingsveiligheid) of gebiedsgericht (bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk of de herstructurering van een bedrijventerrein). Of en hoe we de komende tijd omgaan met het gebruik van het instrument omgevingsprogramma leggen we nu nog niet vast. Die keuze maken we op het moment dat we met de uitwerking van de visie aan de slag gaan of een nieuwe gebiedsontwikkeling gaan oppakken.

op bepaalde thema’s strengere eisen worden gesteld dan de in rijks- of provinciaal beleid vastgelegde waarden. Deze omgevingswaarden bieden de mogelijkheid om differentiatie in doelen aan te brengen voor verschillende gebieden/thema’s. OMGEVINGSVERGUNNING Initiatiefnemers die met de fysieke leefomgeving aan de slag willen, hebben in veel gevallen een omgevingsvergunning nodig. In het gemeentelijke omgevingsplan leggen we vast voor welke activiteiten een omgevingsvergunning vereist is.

OMGEVINGSPLAN OVERIGE BELEIDSINSTRUMENTEN De juridische verankering van deze omgevingsvisie vindt plaats in het omgevingsplan. Dit omgevingsplan vertaalt de ambities uit beleid naar concrete regels en voorschriften. In tegenstelling tot de omgevingsvisie, die bindend is voor de gemeente, is het omgevingsplan bindend voor inwoners, ondernemers en initiatiefnemers. Het omgevingsplan is de opvolger van de huidige bestemmingsplannen, beheers- en gemeentelijke verordeningen. Er komt uiteindelijk 1 omgevingsplan voor de hele gemeente. Het omzetten en samenvoegen van de bestemmingsplannen tot een omgevingsplan is een omvangrijke taak. Daarom zal gemeente De Ronde Venen dit stapsgewijs oppakken. Als gemeente zijn we van plan om dit voor 2032 (de wettelijk verplichte datum) af te ronden.

Naast de instrumenten uit de Omgevingswet kunnen we ook op andere manieren uitwerking geven aan de omgevingsvisie. Denk hierbij aan (sectorale) beleidsvisies, beleidskaders en beleidsregels. Bestaande en toekomstige (sectorale) beleidsdocumenten en uitvoeringsagenda’s blijven dus naast de omgevingsvisie bestaan. Deze documenten bevatten in principe geen nieuw beleid: ze zijn een uitwerking van de strategische hoofdlijnen uit de omgevingsvisie. Mocht het toch gebeuren dat er sprake is van botsende belangen tussen beleidsnota’s en de omgevingsvisie, dan is de omgevingsvisie leidend.

De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om voor bepaalde onderwerpen omgevingswaarden op te nemen in het omgevingsplan. Met de omgevingswaarden kunnen in bepaalde gebieden of

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

7.3

RUIMTEVOLK

UITVOERINGSPROGRAMMA’S

In deze omgevingsvisie hebben we bij een aantal thema’s en gebieden aangegeven dat ze nog nadere uitwerking behoeven. In onderstaand overzicht geven we aan welke onderwerpen opgepakt gaan worden. Hierbij wordt telkens de afweging gemaakt welk instrument hiervoor ingezet wordt, denk hierbij aan een omgevingsprogramma of een thematisch of gebiedsgericht beleidskader.

91

→

Visie Vrijkomende Agrarische Bebouwing (Q4 2025)

→

Ruimtelijk kwaliteitskader (2026)

→

Uitvoeringsplan mobiliteit

→

Herijking beleidsplan kleinschalige en grootschalige zonnevelden

→

Uitvoeringsplan Bedrijventerrein Mijdrecht

→

Nota Kostenverhaal

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

De uitwerkingen in het overzicht zijn niet limitatief. Op het moment dat de actualiteit hierom vraagt, kunnen er ook andere gebieden en thema’s opgepakt worden als uitwerking van de omgevingsvisie. Zoals eerder al gezegd, blijven bestaande en toekomstige beleidsdocumenten en uitvoeringskaders dus naast de omgevingsvisie bestaan. Zij bevatten geen nieuwe beleidskeuzes, maar zijn een uitwerking van de strategische hoofdlijnen uit de omgevingsvisie om hieraan uitvoering te geven.

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

7.4

RUIMTEVOLK

EVALUATIE

Onze omgevingsvisie De Ronde Venen 2040 is nu klaar, maar in feite nooit af. We kijken regelmatig of we nog op de juiste weg zitten. Nieuwe inzichten en opgaven vragen ons steeds opnieuw te kijken naar de relevantie van ons beleid en de rol die we spelen als gemeente. Om onszelf snel aan te kunnen passen vormen monitoring en evaluatie een belangrijke pijler. Zo kunnen we controleren of we onze ambities nog steeds kunnen halen of dat we ze moeten aanpassen. We gebruiken hiervoor een beleidscyclus. Op deze manier zorgen we ervoor dat onze visie blijft aansluiten bij de behoeften en ontwikkelingen in onze gemeente. Om onze omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden, kiezen we ervoor om deze periodiek te evalueren. Het tempo waarin we de visie aanpassen hangt af van de ervaringen die we opdoen met andere instrumenten en de monitoring van onze doelen. En van de staat van onze fysieke leefomgeving. We evalueren de omgevingsvisie in ieder geval elke 4 jaar, in het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen, en starten hiermee in 2030. Dit leidt mogelijk tot een herijking. Daarnaast is het mogelijk om de visie van een herijking te voorzien wanneer (maatschappelijke) opgaven in de fysieke leefomgeving daar aanleiding toe geven.

92

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

Om te borgen dat de omgevingsvisie binnen gemeente De Ronde Venen blijft leven en functioneren als spil tussen verschillende beleidsdomeinen wordt verkend of de rol van een aanjager omgevingsvisie belegd kan worden binnen de ambtelijke organisatie. Deze rol borgt dat er uitwisseling tussen de verschillende beleidsdomeinen blijft plaatsvinden, zoals gebeurd is tijdens het opstellen van deze omgevingsvisie. Daarnaast zorgt deze rol ervoor dat er structurele ‘voelsprieten’ zijn in de ambtelijke organisatie om te signaleren of er nieuwe of aangescherpte programma’s of beleidslijnen nodig zijn om doelen te verwezenlijken of dat er tussentijds aanleiding is om de omgevingsvisie te herijken. MONITORING OP PROGRAMMANIVEAU

BIJSTELLEN VAN DE OMGEVINGSVISIE In de toekomst kan blijken dat bepaalde ontwikkelingen ertoe leiden dat onderdelen van de omgevingsvisie onvoldoende uitwerking kennen of onvoldoende te handhaven zijn en bijstelling eerder nodig is. Bijvoorbeeld door ontwikkeling van nieuw nationaal, provinciaal en/of lokaal beleid. Het is dan mogelijk dat we de huidige omgevingsvisie op onderdelen moeten aanpassen of aanscherpen. Wanneer er sprake is van ingrijpende aanpassingen, dan kunnen wij als gemeente de omgevingsvisie bijstellen. Hierbij betrekken we de samenleving actief. De wijze waarop we dit doen wordt vooraf met de gemeenteraad afgestemd. De gemeenteraad stelt uiteindelijk een (herijkte) omgevingsvisie vast.

Op programmaniveau zal monitoring van de doelen van de omgevingsvisie plaatsvinden. In de programma’s worden de doelen, de realisatie met tijdspad en de monitoring concreter uitgewerkt. Getracht wordt om zoveel mogelijk de monitoring van de omgevingsvisie te laten voeden door de monitoring die in het kader van een programma wordt uitgevoerd. Doelstellingen worden zoveel mogelijk vertaald naar concrete beleidsindicatoren.

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

7.5

RUIMTEVOLK

BEKOSTIGING

De omvang van de gemeentelijke opgaven en ambities die we in deze omgevingsvisie beschrijven, is groot. Voor veel van deze ambities ligt de verantwoordelijkheid en het initiatief bij ons als gemeente De Ronde Venen, zoals de bereikbaarheid, de inrichting van de openbare ruimte en het voorzien in voldoende voorzieningen zoals scholen en groen. Het geheel aan aanpassingen om onze leefomgeving klaar te maken voor de toekomst is kostbaar. Een deel van deze investeringen is toe te rekenen aan specifieke delen van het omgevingsplan en zijn rechtstreeks verhaalbaar. Een ander deel van de kosten wordt veroorzaakt door meerdere plannen en zullen breder worden verhaald, bijvoorbeeld binnen specifieke programma’s. Ten slotte is een deel van de investeringen niet zomaar langs de lat van de PTP-criteria (profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit) te leggen, maar zijn wel van toegevoegde waarde voor iedereen op het grondgebied van gemeente De Ronde Venen. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken en maatregelen die bij een ontwikkeling horen, proportioneel te verhalen op de initiatiefnemers die profiteren van de aanleg van openbare voorzieningen in het ontwikkelde gebied. Dit noemen we ook wel verplicht kostenverhaal. De Omgevingswet biedt daarbij een wettelijke grondslag

93

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

voor een (anterieure) overeenkomst tussen de gemeente en een initiatiefnemer. Denk bij ontwikkelingen aan woningbouwprojecten, realisatie of transformatie van bedrijventerreinen en maatschappelijke voorzieningen. Naast het verplichte kostenverhaal biedt de Omgevingswet de gemeente ook de mogelijkheid om zogenaamde financiële bijdragen voor de ontwikkeling van een gebied te vragen. Vrijwillige financiële bijdragen kunnen op grond van artikel 13.22 Omgevingswet worden overeengekomen in een overeenkomst, als daarvoor een grondslag is in een omgevingsvisie of omgevingsprogramma. In de artikelen 8.13 en 8.20 Omgevingsbesluit staan de activiteiten opgenomen waarvoor bij overeenkomst een vrijwillige financiële bijdrage kan worden gevraagd. • Afdwingbare financiële bijdragen op grond van artikel 13.23 Omgevingswet worden opgenomen in het omgevingsplan. In artikel 8.22 Omgevingsbesluit staan categorieën ontwikkelingen opgenomen waarvoor in een omgevingsplan een afdwingbare financiële bijdrage kan worden verhaald. Op 10 maart 2022 is de Verordening sociale woningbouw De Ronde Venen 2022 vastgesteld voor bouwactiviteiten voor meer dan 3 en minder dan 30 •

► UITDAGINGEN EN KANSEN

zelfstandige woningen, die niet mogelijk zijn binnen het omgevingsplan. Met de verordening is een vereveningsfonds geïntroduceerd als instrument om de voorwaarde van 30% sociale huurwoningen in ieder project te waarborgen. In de eerste plaats door deze woningen fysiek te realiseren en als het niet anders kan door middel van een eenmalige volgens de verordening te bepalen afkoopsom, alsmede het stimuleren van de realisatie van meer dan 30% sociale huurwoningen op een andere plaats door een subsidieaanvraag uit het vereveningsfonds. Een afdracht aan het vereveningsfonds kan gezien worden als een financiële bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen als bedoeld in artikel 13.22 Omgevingswet. Bij vaststelling van deze omgevingsvisie blijft de Verordening sociale woningbouw De Ronde Venen 2022 van kracht. Vanaf dat moment zal deze omgevingsvisie de basis vormen op grond waarvan met een initiatiefnemer een afdracht aan het vereveningsfonds als vrijwillige financiële bijdrage overeengekomen kan worden. Mocht het wenselijk zijn dat de gemeente ook voor andere doeleinden een vrijwillige fondsenafdracht met initiatiefnemers van ontwikkelingen in het fysiek domein kan overeenkomen (bijvoorbeeld een fondsenafdracht revitalisering industrieterrein), dan zal dit uitgewerkt worden in een omgevingsprogramma. Het omgevingsprogramma moet in dat geval:

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

•

•

• • •

RUIMTEVOLK

Het gebied omschrijven of aangeven dat ontwikkeld wordt; Het verband aangeven tussen de activiteit en de ontwikkeling waaraan wordt bijgedragen; Ingaan op de financiering van de ontwikkeling; Een indicatie geven van de gewenste bijdrage; Ingaan op planning en realisatie van de ontwikkeling.

De ambitie van gemeente De Ronde Venen is om het kostenverhaal en de financiële bijdragen zoveel mogelijk - in goed overleg - via anterieure overeenkomsten te regelen met ontwikkelaars. Mocht dit niet tot gewenste uitkomsten leiden, dan loopt het daadwerkelijk opleggen van kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg via een beschikking. Een kostenverhaalbeschikking moet worden aangevraagd wanneer sprake is van: 1. Door de gemeente vastgestelde kostenverhaalregels in het omgevingsplan als activiteiten worden toegelaten door wijziging van het omgevingsplan; of 2. Door de gemeente vastgestelde kostenverhaalvoorschriften als activiteiten worden toegelaten door verlening van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan (een buitenplanse omgevingsplanactiviteit oftewel bopa).

94

► INLEIDING

► TOEKOMSTVERHAAL

► DNA VAN DE RONDE VENEN

► UITDAGINGEN EN KANSEN

► DRIE INTEGRALE STRATEGISCHE KERNAMBITIES

► GEBIEDSGERICHTE UITWERKINGEN

► UITVOERING

8 BIJLAGEN

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

RUIMTEVOLK

BEGRIPPENLIJST

BIODIVERSITEIT

DEELMOBILITEIT

Alle verschillende soorten van leven (dieren en planten) die we op aarde hebben. Een hoge biodiversiteit betekent dat er in een gebied veel verschillende soorten dieren en planten leven.

Het systeem waarbij personen uit verschillende huishoudens een voertuig delen.

dijken en sluizen. Dit is de Stelling van Amsterdam. De stelling staat, samen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, op de lijst van UNESCO Werelderfgoed onder de noemer Hollandse Waterlinies.

EXTENSIVERING

KLIMAATADAPTATIE

BLAUWE KRANS

Het proces waarbij agrarische bedrijven in omvang afnemen, oftewel een kleiner aantal dieren per hectare, bijvoorbeeld ten behoeve van natuur en milieu.

Het aanpassen van de omgeving om zo voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering, zoals droge perioden, extreme regenbuien en hete zomerdagen.

INNOVATIEVE AGRARIËRS

KLIMAATROBUUSTE EN TOEKOMSTBESTENDIGE LANDBOUW

De landschappelijke zone rond de Hollandse Waterlinies (Stelling van Amsterdam) met inbegrip van de Vinkeveense en Loosdrechtse Plassen en met de Vecht als regionale groen-blauwe verbinding ontwikkelt zich tot een landschapspark. - U16 Integraal Ruimtelijk Perspectief 2021-2040 CIRCULAIRE BEDRIJVIGHEID Alle economische activiteiten die aantoonbaar een substantiële bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire economie, door middel van vermindering van primair grondstoffengebruik, substitutie van primaire grondstoffen door circulaire alternatieven (secundaire materialen of duurzame biogrondstoffen), verlenging van de levensduur van producten en materialen, of hoogwaardige verwerking en recycling van materialen en afvalstromen.

Innovatieve agrariërs zijn boeren en tuinders die actief op zoek gaan naar nieuwe methoden en technologieën om hun bedrijfsvoering te verbeteren. Ze passen creatieve oplossingen toe, zoals precisielandbouw en duurzame teeltmethoden om de impact op het milieu te verkleinen en hun efficiëntie te verbeteren. Deze ondernemers lopen voorop in de agrarische sector en dragen bij aan een klimaatrobuuste en toekomstbestendige landbouw. HOLLANDSE WATERLINIES / STELLING VAN AMSTERDAM Rondom Amsterdam ligt een verdedigingsring van 46 forten en batterijen en een grote hoeveelheid aan

96

Het aanpassen van de omgeving om zo voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering, zoals droge perioden, extreme regenbuien en hete zomerdagen. MULTIMODALE BEREIKBAARHEID Klimaatrobuuste en toekomstbestendige landbouw omvat een reeks aanpassingen in de landbouwpraktijk die de sector weerbaarder maken tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte, wateroverlast en hittestress. Het doel is om de landbouwproductie op lange termijn te garanderen en tegelijkertijd de

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

leefbaarheid en de biodiversiteit in het landelijke gebied te verbeteren. SCHAALVERGROTING Het proces waarbij agrarische bedrijven in omvang toenemen, oftewel een groter aantal dieren per hectare, bijvoorbeeld ten behoeve van economische efficiëntie.

RUIMTEVOLK

VOORZIENINGEN Een voorziening zijn alle zaken waar je gebruik van kunt maken in een stad of dorp. Denk aan onderwijs, medische zorg, winkels, sport of ontspanning. Er zijn verschillende soorten voorzieningen, openbare voorzieningen, bijzondere voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen. VRIJKOMENDE AGRARISCHE BEBOUWING

SLUIPVERKEER Verkeersstromen die een alternatieve lokale route zoeken als het (te) druk is op snelwegen of belangrijke regionale wegen.

Bij vrijkomende agrarische bebouwing gaat het om een grote hoeveelheid landelijke bedrijfsruimte die leeg komt te staan. - VNG WATERPEIL

SOCIALE COHESIE Mate waarin inwoners verbondenheid ervaren en zich medeverantwoordelijk voelen voor het welzijn van de gemeenschap.

Door middel van het waterpeil zorgt het waterschap voor de juiste hoeveelheid water voor natuur, landbouw en scheepvaart. Zodat het water niet te hoog, maar ook niet te laag staat. – Waterschap AVG

STIKSTOFDEPOSITIE

WATERBERGING

Het op de grond of in het water neerkomen van stikstofdeeltjes uit de lucht.

Het tijdelijk opvangen van (regen)water in de bodem, sloten, beekjes rivieren, meren, plassen en overige waterbergingsgebieden.

STRAATJE ERBIJ WATER EN BODEM STUREND Kleinschalige woningbouwlocatie aan de randen van dorpen of steden.

97

Water en bodem sturend is een integrale benadering voor ruimtelijke ordening waarbij de fysieke kenmerken en grenzen van het water- en bodemsysteem het leidende principe zijn bij het maken van ruimtelijke keuzes in de fysieke

leefomgeving. Dit betekent dat menselijke functies (zoals woningbouw, landbouw en infrastructuur) zich zoveel mogelijk aanpassen aan de natuurlijke draagkracht van een gebied en in ieder geval de juiste maatregelen worden genomen om aan te sluiten bij deze natuurlijke condities. Het doel is om te werken aan een veerkrachtige en toekomstbestendige gemeente in het licht van klimaatverandering en te werken aan opgaven als droogte, wateroverlast en bodemdaling.

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

OVERZICHT LOSSE BIJLAGEN

LOS BIJGEVOEGD:

98

→

Bijlage 1: Raamwerk De Ronde Venen 2040

→

Bijlage 2: Nota van Participatie omgevingsvisie De Ronde Venen

→

Bijlage 3: Plan-MER omgevingsvisie De Ronde Venen

→

Bijlage 4: Commissie mer toetsingsadvies over het milieueffectrapport omgevingsvisie De Ronde Venen

RUIMTEVOLK

OMGEVINGSVISIE DE RONDE VENEN

99

RUIMTEVOLK

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16217773/2