2. Ruimtelijke onderbouwing Hoogstraat 6-16
Tekst van het document
Hierbij worden verschillen tussen de kernen erkend. Doorstroming is essentieel om de aansluiting tussen woonwensen en woningbehoefte en het woningaanbod te bereiken. Dit wordt bereikt door: • • •
Focus op kwaliteit bij nieuwbouw. Bestaande voorraad beter benutten Instroom van nieuwe inwoners door onderscheidende kwaliteit van de gemeente
Kernen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing Vanuit het bijzondere karakter van elke kern afzonderlijk wordt gestuurd op de kwaliteit van de kern. Sturing vindt plaats vanuit kernenbeleid. De gemeente geeft met inwoners invulling aan gewenste ontwikkelingen waarbij ze actief stuurt en faciliteert. Werken Het economische beleid van de gemeente is gericht op de versterking van de economische structuur en concurrentiepositie van de gemeente. De gemeente richt zich daarnaast op het peil houden van de werkgelegenheid en consumentgerichte voorzieningen binnen de gemeentegrenzen. Doel van het economische beleid is het bieden van een goed ondernemersklimaat met een diversiteit aan vestigingslocaties, waar bedrijven met voornamelijk een lokale en deels regionale functie een plek wordt geboden. Bedrijvigheid zorgt voor dynamiek en draagt bij aan de leefbaarheid. De ruimtelijke ligging van het Groene Hart brengt een extra verantwoordelijkheid met zich mee voor intensief en duurzaam ruimtegebruik en een goede landschappelijke inpassing. Vitale dorpen en kernen Inbreiding gaat voor uitbreiding. De gemeente zet in op een toekomstbestendige woningvoorraad: het zo veel mogelijk laten aansluiten van woningen op woonwensen, woningen die energiezuinig en toegankelijk zijn en woningen die aansluiten op de vraag uit de woningmarkt.
Bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met de bestaande woningvoorraad, andere nieuwbouwinitiatieven en met de regionale positie op de woningmarkt. Woningaanbod en woonomgeving sluiten aan bij de woonwensen en behoefte van inwoners. Verschillen tussen kernen worden erkend. Doorstroming helpt om woonwensen en woningbehoefte beter op elkaar aan te laten sluiten. Concreet zet de gemeente in op: • • •
Kwaliteit bij nieuwbouw; Beter benutten bestaande woningvoorraad; Aantrekken nieuwe inwoners door inzet op de onderscheidende kwaliteiten van de gemeente.
Bij nieuwbouw staat de focus op kwaliteit voorop. Kwaliteit betekent het realiseren van duurzame woonmilieus. Woningen die energiezuinig zijn of energie opwekken en die de nodige flexibiliteit in indeling bieden en toegankelijk zijn voor specifieke doelgroepen. Woningen die op een zorgvuldige manier ingepast zijn in de omgeving en waarvan de kwaliteit wordt benut door deze beleefbaar te maken. Woningen vormen een meerwaarde ten aanzien van de huidige woningvoorraad, zodat er geen overschotten ontstaan. Op deze manier bouwt de gemeente aan woonmilieus die toekomstbestendig zijn, het milieu minder belasten en zowel betaalbaar als waardevast zijn. 3.3.1.3 Visie op Abcoude De visie op Abcoude is samengevat als volgt: •
• • •
Bescherming dorpse karakter door terughoudend om te gaan met nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen zijn anderzijds soms noodzakelijk en wenselijk om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren of om het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid op peil te houden. Ontwikkelingen blijven mogelijk mits ze qua maat en schaal passen in de omgeving. Diversiteit in architectuur en dorpse schaal zijn het uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Om de overgebleven stukjes openbaar groen te beschermen, kiest de gemeente voor minimale inbreiding. Hier en daar bestaan wel beperkte mogelijkheden voor herstructurering. Hierbij wordt eerst gekeken naar de gebieden met een landschappelijke lage kwaliteit.
3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie Met het realiseren van een woonzorgcentrum met 27 onzelfstandige zorgstudio’s, drie reguliere appartementen en twee winkelpanden wordt met voorgenomen ontwikkeling een bijdrage geleverd aan de economische sector en een toekomstbestendige woningvoorraad. Hiermee is rekening gehouden met het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing beschermde dorpsgezicht van Abcoude. In de vormgeving van de gebouwen is rekening gehouden met de bijzondere historische stedenbouwkundige vormgeving en de belangrijke cultuurlandschappelijke waarden. Ten aanzien van ‘vitale dorpen en kernen’ geldt dat de ontwikkeling past binnen de ambitie om kwaliteit te realiseren bij nieuwbouw. Immers wordt er een oud voormalig supermarktpand gesloopt en komt hiervoor een nieuw woonzorgcentrum terug die voldoet aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen. Door het opnemen van twee winkelruimten in het plan wordt er ook werkgelegenheid gecreëerd. Daarnaast wordt er bijgedragen aan het behouden en stimuleren van het voorzieningenniveau om de leefbaarheid op peil te houden. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.2
Woonvisie 2025
3.3.2.1 Algemeen In 2025 is De Ronde Venen een groene dorpse gemeente waar het goed wonen is voor alle inwoners, mensen die binnen de gemeente geboren en getogen zijn en ook nieuwe inwoners. Het dorpse karakter kenmerkt de kernen in de gemeente die verspreid liggen in het weidse landschap van het Groene Hart. Met behoud van dit landelijk karakter en dankzij de onderscheidende kernen, voorziet De Ronde Venen in een diversiteit van woonomgevingen. Hier is het wonen in het groen op een steenworp afstand van de sterkste economische regio van het land! 3.3.2.2 Dementievriendelijke gemeente Het groeiend aantal mensen met dementie vraagt om aandacht. Daarom wil De Ronde Venen een dementievriendelijke gemeente zijn. Daartoe is een project opgestart om de mogelijkheden te vergroten voor inwoners met dementie zodat zij beter kunnen meedoen in de samenleving. Voor wat betreft wonen in de gemeente betekent dit een veilige en prettige woning zolang mensen met dementie nog thuis wonen. En een beschermde woonomgeving voor als het thuis niet meer gaat, voor niet alleen mensen met dementie maar ook voor mensen met een andere beperking. 3.3.2.3 Koopmarkt Betaalbaarheid is in deze markt een aandachtspunt. Om de stap van een sociale huurwoning naar een vrije sector huur of een koopwoning is in onze gemeente te verkleinen maken we een aantal beleidskeuzes.
Bij nieuwbouw moet worden ingezet op een betaalbaar segment, zijnde tussen de €150.000,- en €200.000,-. Dit is de prijsklasse die voor jonge mensen interessant is en het bouwen in deze prijsklasse zal naar verwachting bijdragen aan het behoud, de terugkeer en het uit de regio aantrekken van jonge mensen. Betaalbaar, zonder aan kwaliteit in te leveren. Het is in de koopmarkt dus noodzakelijk om kleiner te bouwen, om het betaalbaar te houden en om aan te sluiten bij de toename van eenpersoonshuishoudens. Dat gaat om appartementen en om kleinere eengezinswoningen. Ook het voortzetten van de starterslening voor jonge startende kopers in De Ronde Venen draagt bij aan de betaalbaarheid van woningen. 3.3.2.4 Toetsing van de ontwikkeling aan de Woonvisie 2025 Met het realiseren van een woonzorgcentrum met 27 onzelfstandige zorgstudio’s wordt een bijdrage geleverd aan het dementievriendelijk maken van de gemeente De Ronde Venen. Het woonzorgcentrum zal fungeren als een plek waar demente ouderen komen wanneer zij niet langer zelfstandig kunnen wonen. Gezien de omvang van de drie appartementen zullen deze vallen onder het dure segment. Echter wordt er hiermee wel gehoor gegeven aan de wens van de gemeente om kleinere koopwoningen te realiseren. Hiermee wordt er voldaan aan de toename aan eenpersoonshuishoudens en kan er een goede doorstroom plaatsvinden.
De beoogde ontwikkeling voorziet hiermee in het toevoegen van een beschermde woonomgeving voor als het thuis niet meer gaat. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Woonvisie 2025’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing 3.3.3
Woonzorgvisie De Ronde Venen 2024-2030
3.3.3.1 Algemeen De Woonzorgvisie moet ervoor zorgen dat De Ronde Venen een gemeente is en blijft met een passend woningaanbod en voorzieningenniveau voor alle inwoners. De visie voorziet inwoners en maatschappelijke partners van een duidelijke beleidsrichting. Inwoners, maatschappelijke organisaties, zorgondernemers en vertegenwoordigers van doelgroepen hebben op verschillende manieren bijgedragen aan de totstandkoming van de visie. De visie markeert een startpunt van de bouw van een nieuw maatschappelijk ‘ecosysteem’ waarin ruimte is voor bijdragen van alle partijen. Samenwerking is de sleutel in het oplossen van de opgave. 3.3.3.2 Toekomstige behoefte aan wonen met zorg in De Ronde Venen Bevolkingsprognose Als gevolg van het hoge aantal geboorten na de Tweede Wereldoorlog en de toenemende levensverwachting zal De Ronde Venen de komende jaren te maken krijgen met een sterke mate van vergrijzing. In de afgelopen twintig jaar is het aantal 55-75 jarigen sterk toegenomen. In de aankomende twintig jaar wordt een soortgelijke toename verwacht in het aantal 75-plussers, dat tot 2040 verdubbelt. Met name in deze leeftijdsklasse is de zorgvraag groot en krijgt een deel te maken met fysieke beperkingen. De vraag naar wonen en zorg zal hierdoor sterk toenemen in de aankomende jaren.
Verpleging en verzorging Ouderen die een beroep willen doen op Verpleging en verzorging (VV) krijgen een indicatie voor een zorgprofiel volgens de Wlz (Wet langdurige zorg). Zorgprofiel 4 is het lichtste zorgprofiel, zorgprofiel 5 betreft ouderen met dementie, 6, 7 en 8 betreffen de relatief zware zorg, 9 betreft herstelzorg. Met name het aantal ouderen met zorgprofiel 5 zal door de vergrijzing de komende jaren sterk toenemen. In Nederland zal het aantal ouderen met dementie dat een beroep doet op de Wlz bijna verdubbelen. De zorgprofielen worden weergegeven in de onderstaande afbeelding.
Afbeelding 3.2
Zorgprofielen (Bron: Woonzorgvisie De Ronde Venen 2024-2030)
3.3.3.3 De ‘Gap’ in intramurale verpleging en verzorging Als de vraagontwikkeling van ouderen van verpleging en verzorging af gezet wordt tegen het huidige aanbod, dan worden aard en omvang van de opgave, uitgedrukt in ‘intramurale plaatsen’ duidelijk. Intramurale plaatsen worden niet bijgebouwd. Het huidige woonaanbod in De Ronde Venen past niet bij de woon- en zorgbehoefte van ouderen die intensieve begeleiding, verzorging en verpleging behoeven. Omdat het plannen en bouwen van woningen een proces van lange adem is, en omdat hier een grote uitdaging ligt voor de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing gemeente en haar partners, wordt een aparte tabel aan de ‘gap’ in intramurale zorg die ontstaat als gevolg van de scheiding tussen wonen en zorg gewijd. De tabel is hieronder weergegeven.
3.3.3.4 Verpleeghuis / Instellingen van de toekomst De gemeente heeft als ambitie om circa 115 zorggeschikte woningen te bouwen tot 2030 als noodzakelijke opvang van de groei van de vraag naar wonen met een zware zorgvraag. Dit kunnen verschillende woonconcepten zijn (bijv. een knarrenhof). Deze woningen zijn nodig voor mensen voor wie een gewone woning geen mogelijkheid meer is. Toewijzing is gerelateerd aan Wlz-indicatie. Met zorgorganisaties worden prestatie-afspraken gemaakt omtrent de levering van het volledig pakket thuis (VPT). De zorgcomponent is immers nodig om de zorggeschikte woningen daadwerkelijk geschikt te maken voor inwoners met een zware zorgvraag. 3.3.3.5 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonzorgvisie De Ronde Venen 2024-2030 De beoogde ontwikkeling voorziet in een woonzorg-complex met 27 onzelfstandige studio’s voor demente ouderen, drie reguliere appartementen en twee winkelpanden. Volgens de Woonzorgvisie kampt de gemeente De Ronde Venen in 2030 met een Gap van 101 woningen voor onder andere demente ouderen. Voorliggend plan voorziet in woningen voor deze doelgroep en sluit daarbij goed aan bij de visie. Verder is de gemeente van plan om 115 zorggeschikte woningen te bouwen tot 2030, voorliggend plan draagt hieraan bij.
Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met hetgeen beschreven in de ‘Woonzorgvisie De Ronde Venen 2024-2030’. 3.3.4
Nota detailhandelsstructuur 2023-2035
3.3.4.1 Algemeen Het aantrekkelijk blijven van het winkelaanbod in de gemeente is geen zekerheid. Dat heeft de coronacrisis duidelijk laten zien. Er is behoefte aan nieuw toekomstperspectief. De nota detailhandelsstructuur geeft helderheid over de ontwikkelmogelijkheden binnen de gemeente voor winkels. Dit biedt een nieuw, actueel toetsingskader voor de gemeente voor nieuwe detailhandelsinitiatieven, waarbij rekening is gehouden met de actuele stand van de verwachte ontwikkelingen voor de detailhandel. Tegelijkertijd geeft het marktpartijen duidelijkheid over de initiatieven waar de gemeente wel en niet aan zal meewerken. Door die duidelijkheid kunnen marktpartijen met gerichte initiatieven komen die de leefbaarheid in de gemeente bestendigen. 3.3.4.2 Vertrekpunt en ambities De druk op de detailhandel neemt toe door trends als online winkelen. De coronacrisis heeft dit versterkt. Gelijktijdig neemt de behoefte aan fysieke winkelmeters landelijk af. Voor dit beleidskader waarmee vergunningaanvragen worden getoetst, is het vertrekpunt dus een kritische houding over de toevoeging van winkelmogelijkheden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing Met grote steden op korte afstand en het feit dat de winkelgebieden voornamelijk lokaalverzorgd zijn zet de gemeente in op het behoeden van het huidige aanbod in onze dorpen. Het vergroten van oppervlakte draagt niet bij aan een grotere aantrekking van buiten. De detailhandel moet een kwalitatief hoogwaardige verzorging bieden voor de eigen inwoners. Ambities: • • • • •
Een zo divers en compleet mogelijk winkelaanbod; Leefbare gemeente; Duurzaam ondernemersklimaat; Aantrekkelijke, vitale winkelgebieden; Een rol voor voorzieningen langs ‘het lint’.
3.3.4.3 Ruimtelijke hoofdkeuze: hoofdstructuur vitaal houden Het beleid van de gemeente is erop gericht om de bestaande hoofdstructuur te versterken. Elk winkelgebied heeft daarin een eigen functie. Vanwege de bepalende rol van winkels in de voorzieningenstructuur wordt bij afwegingen naar de invloed op de gehele voorzieningenstructuur gekeken. Geen winkelgebied staat op zichzelf. Ontwikkelwensen worden dus getoetst op de gewenste positie, zowel binnen de betreffende kern als in de totale winkelstructuur van de gemeente. Marktpartijen worden zo uitgedaagd om met nieuwe initiatieven te komen die bijdragen aan het verstevigen van de detailhandelsstructuur. Dit vraagt om: • • •
Waar mogelijk clustering van winkels in compacte gebieden; Inzetten op onderling complementaire winkelgebieden die zich verhouden tot hun verzorgingsgebied; Het terugbrengen van de beschikbare winkelruimte binnen de gewenste structuur
3.3.4.4 Abcoude Dorp Abcoude Dorp is de aankoop-, verblijfs- en ontmoetingsplek in het bijzondere dorp Abcoude. De historische kwaliteiten onderscheiden het centrum van veel andere winkelgebieden. Naast de winkelfunctie speelt horeca hier een belangrijke rol, en daarmee is er naast het doelgerichte aankoopmotief een duidelijk recreatief karakter. Dat multifunctionele karakter van het centrum moet behouden blijven. De invulling van de oude plus en het beter aansluiten van de supermarktlocatie in het noorden van het centrum op de rest van het centrum blijft een aandachtspunt. 3.3.4.5 Leidend principe: winkels in complementaire winkelgebieden Winkels horen in winkelgebieden. Naast de gewenste functie en positie van een winkelgebied worden initiatieven getoetst op de inpasbaarheid op de beoogde locatie. De toetsing vindt plaats op fysieke ruimte, parkeercapaciteit en de bereikbaarheid. 3.3.4.6 Toetsing van het initiatief aan de Nota Detailhandelsstructuur 2023-2035 Voorliggende ontwikkeling voorziet in onder andere twee winkelpanden aan de Hoogstraat in Abcoude. De Hoogstraat behoort tot het centrum van Abcoude waarin voorheen altijd winkels hebben gezeten. Het projectgebied omvat een oud supermarktpand. Gezien de landelijke trends waarin online winkelen populairder is geworden is het niet realistisch om de gehele locatie te voorzien van winkelpanden.
Het is echter wel belangrijk om de hoofdstructuur vitaal te houden. De winkelpanden dragen bij aan het vitaal houden van het centrum van Abcoude. Door de combinatie van woonzorgwoningen, reguliere appartementen en de winkelpanden wordt er een duurzame vervolgfunctie toegekend aan de supermarktlocatie. De winkelpanden zijn goed bereikbaar gezien de ligging aan de Hoogstraat. Verder is ervoor gekozen de winkelpanden aan de noordoostzijde van het pand te realiseren, dit om een goede doorloop te creëren ten opzichte van de omliggende winkels. Bezoekers kunnen elders in het centrum parkeren, dit is ook beschreven in paragraaf 2.3.2. Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Nota Detailhandelsstructuur 2023-2035.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing 3.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er aandacht is om de plint zoveel mogelijk levendig te houden. Daarnaast draagt het initiatief bij aan het welzijn van de aankoop, verblijfs- en ontmoetingsplek voor Abcoude. Voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met het gemeentelijk ruimtelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 20 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en water.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van weg-, railverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2
Situatie projectgebied
In voorliggend geval zijn de aspecten rail- en industrielawaai niet van belang aangezien het projectgebied niet ligt binnen de invloedssfeer van een spoorweg of industriegebied. Door BJZ.nu is op 14 april 2023 een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd. Het projectgebied ligt aan de Hoogstraat, dit betreft een weg met een 30 km/u regime. Aangezien het in voorliggend geval gaat om een weg met een maximum snelheid van 30 km/u, geldt het hogere waarde beleid van de gemeente als leidraad voor de beoordeling of wordt voldaan aan het criterium ‘goede ruimtelijke ordening’. Daarnaast moet altijd worden voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit stelt ten aanzien van het binnenniveau. Hieronder worden kort de resultaten van het onderzoek samengevat, voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 1. De geluidbelasting ten gevolge van de Hoogstraat bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 63 dB ter plaatse van de voorgevels. Met behulp van deze aftrek (conform art. 110g Wet geluidhinder) wordt rekening gehouden met de verwachting dat voertuigen op termijn stiller worden. Het gaat dan om een aftrek op de berekende geluidbelastingen in het kader van de Wet geluidhinder.’ Met de 63 dB ter plaatse van de voorgevels wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB.
De geluidbelasting ten gevolge van de Stationsstraat bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 34 dB ter plaatse van de voorgevels. De cumulatieve geluidbelasting, exclusief reductie, bedraagt hoogstens 68 dB. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gevels aan de zijde van de binnentuin geluidluw zijn. Meer dan 50% van de wooneenheden grenst aan deze kant. De tuin zelf is een geluidluwe buitenruimte. Ook het dakterras op de tweede verdieping is een geluidluwe buitenruimte en hetzelfde geldt voor de daktuin op de eerste verdieping. Dit betekent dat, mits natuurlijk bij een afdoende geluidwering van de voorgevel (zijde Hoogstraat), er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het verkeersgeluid. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Het huidige wegdek van de Hoogstraat betreft elementverharding in keperverband. Met stille klinkers is het mogelijk om de geluidbelasting te reduceren met circa 5 dB. De kosten bedragen circa €30,- per m2 waarbij de totale kosten circa €12.000,- bedragen wanneer het wegdeel tussen ’t Markvelt en de Stationsstraat vervangen wordt. Met deze maatregel zal er nog steeds niet voldaan worden aan de voorkeurswaarde. De kosten zijn in verhouding te hoog vergeleken met de baten. De wegbeheerder zal BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing bovendien niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt. Vanuit civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus eveneens niet haalbaar. Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. In voorliggend geval is het stedenbouwkundig niet mogelijk om het perceel anders in te richten om de afstand met een dergelijke afstand te vergroten. Met een geluidsscherm is het mogelijk om de geluidsreductie te verlagen zodat de geluidsbelasting gereduceerd wordt. Er is echter geen ruimte in het stedelijk gebied voor een dergelijk scherm. Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 68 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 68 – 33 = 35 dB. Om dit te bereiken zijn aanvullende gevelmaatregelen zoals HR+++ glas, spouwmuren, kierdichting etc. benodigd.
Tijdens het verlenen van de bouwvergunning dient aangetoond te worden dat voldaan kan worden aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. Met het realiseren van een geluidswering ter plaatse van de voorgevels van 35 dB (40 dB indien er verblijfsruimten met slaapplekken gerealiseerd worden) kan worden voldaan aan het Bouwbesluit. Ten tijde van de bouwvergunningsaanvraag zal een bouwfysica rapport worden opgesteld waarin wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan het Bouwbesluit. 4.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering in het kader van voorliggende ontwikkeling.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een verkennend bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In voorliggend geval is in 2019 door OrtaGeo een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 en aanvullend onderzoek uitgevoerd aan de Hoogstraat 6 – 16 in Abcoude. De belangrijkste resultaten zijn genoemd in de volgende subparagraaf. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 2 en 3 bij deze onderbouwing 4.2.2
Situatie projectgebied
Op basis van de resultaten van het onderzoek uitgevoerd door OrtaGeo blijkt dat: • •
•
Er geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen en geen asbest is aangetoond; Er sprake is van een sterke verontreiniging in de grond met lood, zink en/of koper over vrijwel de gehele locatie met een omvang van minimaal 1.500 m³. De verontreiniging is in horizontale richting afdoende afgeperkt. In verticale richting is de verontreiniging niet volledig afgeperkt; Er sprake is van een onderdeel van een geval van ernstige bodemverontreiniging (ophooglaag door slib vanuit Amsterdam).
Op basis van de resultaten van het aanvullende onderzoek uitgevoerd door OrtaGeo blijkt dat: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing •
• • • • •
•
Op vrijwel het gehele perceel is de grond vanaf maaiveld en onder de kruipruimte matig tot sterk verontreinigd met zware metalen. Op het noordoostelijke deel is de grond vanaf 1,5 m -mv licht verontreinigd. Op het overige deel is de grond vanaf 2,0 à 2,5 m -mv licht verontreinigd. De verspreiding van de sterke verontreiniging met zware metalen is binnen de onderzoekslocatie horizontaal en verticaal voldoende in beeld. De interventiewaardecontour voor de laag 0,0 m -mv tot maximaal 0,9 m -mv bedraagt circa 600 m2. In deze grondlaag is sprake van een sterke verontreiniging met een omvang van minimaal 550 m3. De interventiewaardecontour voor de laag circa 0,9 m -mv tot 2,6 m -mv bedraagt circa 1.070 m2. In deze grondlaag is sprake van een sterke verontreiniging met een omvang van minimaal 1.400 m3. De totale omvang van de sterke verontreiniging met zware metalen van beide grondlagen bedraagt minimaal 1.950 m3. De sterk verontreinigde grond is op basis van het Besluit bodemkwaliteit indicatief beoordeeld als ‘niet toepasbaar’. De grond met een tussenwaarde-overschrijding is beoordeeld als klasse ‘industrie’. Ter plaatse van de achtergrondwaarde-overschrijdingen wordt de grond indicatief beoordeeld als ‘altijd toepasbaar’ of klasse ‘wonen’ en in één punt klasse ‘industrie’. Er zijn geen gehalten aan PFAS gemeten die de voorlopige achtergrondwaarde overschrijden.
Voor de functie ‘wonen met tuin’ is in het Utrechtse handelingskader voor diffuus lood in de bovengrond een maximaal gehalte lood aangegeven van 370 mg/kg d.s. In de bovengrond van de locatie waar geen kruipruimte aanwezig is, is de bodemkwaliteit op basis van dit handelingskader gezondheidskundig als “onvoldoende” geclassificeerd aangezien gehalten aan lood zijn aangetoond welke hoger zijn 370 mg/kg d.s. De verontreiniging is waarschijnlijk te relateren aan opgebracht slib uit de Amsterdamse grachten en daarmee historisch van aard. Op basis van resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken in de directe omgeving, waarbij de ophooglaag ook aanwezig bleek, wordt aangenomen dat de verontreiniging onderdeel is van een groter geval van een bodemverontreiniging. Omdat het volumecriterium van 25 m3 boven interventiewaarde verontreinigde grond wordt overschreden, is conform de Wet bodembescherming sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Uitgaande van de huidige bodemgebruiksvorm (nagenoeg volledige bebouwing) is de conclusie van de risicobeoordeling dat er géén sprake is van actuele humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Een bodemsanering hoeft op grond van de Wet bodembescherming niet met spoed te worden uitgevoerd.
Omdat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging en vanwege de voorgenomen bouwwerkzaamheden handelingen worden verricht in de verontreinigde bodem, wordt aanbevolen een melding onder de Omgevingswet te doen. Gezien de in werking getreden Omgevingswet vallen ‘nieuwe’ activiteiten standaard onder de Omgevingswet. De bodemsanering vindt plaats onder de Omgevingswet en zal daarom ook volgens de geldende wet- en regelgeving vallen. Bodemsanering Er is rekening gehouden met saneringskosten. Mede gezien de geplande ontwikkeling is uitgegaan dat de verontreinigde grond ter plaatse van toekomstige bebouwing niet wordt ontgraven. Ter plaatse van de tuin en overig groen is rekening gehouden met het ontgraven tot 1,0 m -mv (leeflaag). De vrijgekomen grond kan worden herschikt op de locatie. Vanuit gegaan is dat het bevoegd gezag akkoord gaat met het herschikken van de grond. Naar aanleiding van de bodemonderzoeken heeft Ortageo een indicatieve raming opgesteld voor de saneringskosten Hoogstraat 6-16 in Abcoude (herschikken). Op basis van deze raming is vervolgens met een ruimere marge rekening gehouden voor de saneringskosten in de exploitatie. Deze marge is aangehouden vanwege onder andere onvoorziene omstandigheden en prijsveranderingen door inflatie in de toekomst.
De saneringskosten vormen, onder de gestelde uitgangspunten in de raming, geen risico voor de financiële haalbaarheid van het plan. 4.2.3
Conclusie
Er wordt geconcludeerd dat voor de beoogde ontwikkeling een saneringsopgave geldt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van Rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij Rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.1.3 WHO advieswaarden Als aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan, is er nog steeds kans op gezondheidsschade door luchtverontreiniging. De WHO hanteert daarom advieswaarden die lager zijn dan de wettelijke grenswaarden. Bovendien is gebleken dat NO2 en fijn stof schadelijker zijn dan gedacht. De WHO heeft daarom op 22 september 2021 de advieswaarden voor zowel NO2, PM10 en PM2,5 verlaagt naar respectievelijk 10, 15 en 5 microgram per m³.
Hoewel naar verwachting de komende jaren de lucht een stuk schoner wordt, wordt nog geen van deze WHO-advieswaarden in de nabije toekomst gehaald. 4.3.2
Situatie projectgebied
Zoals in paragraaf 2.3.3 is aangegeven, zorgt de sloop van het supermarkt pand en de realisatie van een woonzorgcentrum, drie reguliere appartementen en twee winkelruimtes tot een zeer geringe toename aan BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing extra verkeersbewegingen. Daarnaast wordt opgemerkt dat de beoogde ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een ontwikkeling die in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Via Atlas leefomgeving is de luchtkwaliteit in de huidige en in de toekomstige periode bepaald. In afbeelding 4.1 is de huidige luchtkwaliteit weergegeven.
Afbeelding 4.1
Huidige situatie luchtkwaliteit (Bron: Atlas leefomgeving)
In afbeelding 4.1 is te zien dat de luchtkwaliteit als matig wordt gecategoriseerd. Zoals beschreven onder 4.3.1.3 wordt de lucht naar verwachting de komende jaren een stuk schoner. Hierdoor wordt gesteld dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied in de komende jaren zal toenemen en uiteindelijk als goed wordt gecategoriseerd. De beoogde ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een woon-zorgcentrum voor demente ouderen. Deze functie wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. De dichtstbijzijnde Rijks- of provinciale weg betreft de A2. De A2 ligt op circa 900 meter afstand van het projectgebied. Er wordt hiermee ruimschoots voldaan aan de minimale richtafstand van 300 meter. De ontwikkeling voldoet hiermee aan het Besluit gevoelige bestemmingen. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2
Situatie in en bij het projectgebied
Aan de hand van de Risicokaart van Atlas Leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede met betrekking tot het projectgebied en omgeving weergegeven. De ligging van het projectgebied is met een rode omlijning in afbeelding 4.2 weergegeven.
Afbeelding 4.2
Uitsnede Risicokaart Externe veiligheid (Bron: EV-signaleringskaart, bewerkt)
Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het projectgebied ligt op circa 230 meter van het gifwolkaandachtsgebied behorende bij de spoorlijn Amsterdam-Breukelen. Daarnaast ligt het projectgebied op circa 640 meter van het gifwolkaandachtsgebied van de A2. Deze spoorlijn en weg behoren bij de basisnetroutes, waarover onder andere giftige stoffen worden vervoerd. Gezien de ten opzichte van deze invloedsgebieden kan de voorgenomen ontwikkeling wijzigingen in
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing het groeprisico met zich meebrengen. Echter, gezien de daadwerkelijke afstand tot het invloedsgebied (230 en 640 meter) kan het groepsrisico beperkt verantwoord worden. Beperkte verantwoording groepsrisico In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling waarbij 27 woonzorg studio’s, twee winkelpanden en drie reguliere appartementen worden toegevoegd. Doordat extra (zorg) woningen worden toegevoegd neemt het gemiddeld aantal personen dat aanwezig is binnen het plangebied gedurende de dag, avond en nacht, en hiermee de personendichtheid, in beginsel toe. Het gaat echter om een zeer beperkte toename van de personendichtheid. Bij het verantwoorden van het groepsrisico zijn er zowel locatie-specifieke als ontwikkelingsspecifieke aspecten die dienen te worden onderbouwd. De volgende locatie-specifieke aspecten zijn daarbij van belang: opkomsttijd, dekking waarschuwingsinstallatie en nabijheid bluswatervoorzieningen. Deze worden hierna onderbouwd. •
Opkomsttijd: De brandweer dient binnen zes minuten ter plaatse te zijn. In voorliggend geval kan de brandweer in theorie binnen zes minuten ter plaatse zijn. De dichtstbijzijnde brandweerpost bevindt zich ten zuiden van het projectgebied aan het Brandweerplein 5 in Abcoude. Op een afstand van 500 meter tot het projectgebied;
•
Dekking waarschuwingsinstallatie: In geval van calamiteiten worden de aanwezige personen in bedreigd gebied gewaarschuwd middels NL-Alert. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. In het bericht wordt tevens het handelingsperspectief vermeld, zodat de personen die in het bedreigde gebied bevinden weten hoe te handelen
•
Nabijheid bluswatervoorziening: Er zijn in en rondom het projectgebied voldoende mogelijkheden voor bluswatervoorzieningen aanwezig.
Eveneens dient in voorliggend geval aan de ontwikkelingsspecifieke aspecten te worden getoetst. Dit betreffen de volgende aspecten: bereikbaarheid van hulpdiensten ter plaatse, vluchtmogelijkheden en (zelf)redzaamheid van de aanwezige personen. Hierna worden de voorgenoemde aspecten nader onderbouwd: •
Bereikbaarheid: Huldiensten dienen bij een calamiteit, een gebied/object goed te kunnen bereiken. In het voorliggend geval wordt het woonzorgcomplex goed ontsloten op de omliggende wegen. Het complex is via de Hoogstraat te bereiken. Er is tevens sprake van voldoende ruimte voor de huldiensten om de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren
•
Ontvluchten van het gebied: Het projectgebied is goed te ontvluchten via de Hoogstraat in de richting van de risicobron(nen) af.
•
(Zelf)redzaamheid: (Zelf)redzaamheid houdt in dat personen zichzelf en eventueel anderen, binnen een bepaald tijdsbestek, kunnen veiligstellen (bijv. schuilen of vluchten) bij dreigend gevaar. Hierbij wordt van de persoon zelf uitgegaan zonder de hulp van hulpverlenersdiensten. In voorliggend geval zijn bewoners van de woonzorgvoorziening in mindere mate zelfredzaam. Het gaat in dit geval om ouderen met geheugenproblemen. In het gebouw zijn echter 24 uur per dag zorgverleners aanwezig. Deze mensen zijn volledig zelfredzaam en in staat bewoners tijdig in veiligheid te brengen. Bij een dergelijke calamiteit zijn geen bijzondere voorzieningen nodig om de omvang van een ramp te beperken en om de aanwezige personen veiligheid te bieden. Het sluiten van ramen, deuren en ventilatieroosters, en zoveel mogelijk uitschakelen van ventilatiesystemen na alarmering door de sirene van de Veiligheidsregio of bericht van NL-Alert is daarvoor voldoende. De toekomstige bewoners (volwassenen) van de drie reguliere appartementen kan over het algemeen worden verwacht dat deze (zelf)redzaam zijn. Dit geldt tevens voor de personen werkzaam in de winkelpanden.
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet resulteert in onevenredige toename van het groepsrisico ter plaatse.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing 4.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het voornemen in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
4.5
Milieuzonering
4.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.5.2
Gebiedstypen
Volgens Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zoals gesteld in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten'. Hierbij wordt uitgegaan van het principe van functiescheiding, waarbij twee gebiedstypen te onderscheiden zijn, namelijk: 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Voor gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), kunnen de gebieden worden aangemerkt als 'functiemengingsgebied'. Bij 'functiemengingsgebieden' moet gedacht worden aan: • • • •
stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid.
De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing 4.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In voorliggend geval wordt er een woonzorgcentrum, drie appartementen en twee winkelpanden toegevoegd. Het woonzorgcentrum is te vergelijken met een verpleeghuis. Een verpleeghuis betreft een functie met een categorie B. Voor deze functie geldt dat er bouwkundig een afscheiding moet komen om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Het woonzorgcentrum zal beschikken over een dergelijke afscheiding zodat het woon- en leefklimaat van omwonenden niet in ernstige mate wordt aangetast. Daarnaast worden er twee winkelruimten gerealiseerd, deze zullen geschikt zijn voor kleinschalige detailhandel, deze functie betreft een categorie A functie. Voor de winkelruimten gelden daarom geen aanvullende eisen wat betreft milieuzonering. 4.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het projectgebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In het projectgebied worden milieugevoelige objecten (zorgstudio’s en woningen) toegevoegd.
In de omgeving van het projectgebied zijn zowel woningen als centrum-, horeca- en maatschappelijke functies aanwezig. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Het projectgebied grenst aan de bestemming ‘Centrum’, deze gronden zijn bestemd voor detailhandel, lichte horeca, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. Dit betreffen voornamelijk categorie A functies. Voor deze milieucategorie geldt dat ze zodanig weinig milieubelastend zijn voor hun omgeving dat ze inpandig aan wonen kunnen worden uitgevoerd. Ook wordt, gezien de openingstijden (8.00 – 20.00) van de omliggende functies, gesteld dat eventuele laad- en losactiviteiten gedurende de dagperiode plaatsvinden en daardoor als acceptabel worden beschouwd. Daarnaast is hiervoor aangegeven dat een woonzorgcentrum gezien kan worden als een categorie B functie. De drie woningen zijn gesitueerd op de bovenste verdieping. De vloeren van de woningen worden gerealiseerd volgens de daarvoor geldende wetgeving. Hiervoor wordt gesteld dat deze volstaan als voldoende bouwkundige afscheiding. Verder is tegenover het projectgebied een hotel gevestigd. Dit hotel beschikt over een bar en een restaurant. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is er horeca toegestaan met een maximale milieucategorie 2. Het restaurant is geopend tot 22.00 uur en zal daarom niet tot onredelijke hinder zorgen.
De bar is geopend tot 2.00 uur en er is tevens een terras aan de zijkant van het hotel, dit terras is niet overdekt en/of verwarmd. Het is daarom niet aannemelijk dat gasten tot 2.00 uur op het terras zitten. Gezien de openingstijden van het hotel en de afwezigheid van een verwarmd/overdekt terras is het niet aannemelijk dat het hotel, restaurant of terras hinder zal veroorzaken. Verder vallen de functies hotel, restaurant en bar onder categorie A functies en is het binnen het gebied ‘functiemening’ voldoende om een bouwkundige afscheiding te hebben tot overige functies. In voorliggend geval zijn de functies gescheiden door middel van een weg. Hiermee wordt er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. 4.5.3
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
4.6
Ecologie
4.6.1
Inleiding
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming is vastgelegd in de Wet
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.6.2
Gebiedsbescherming
4.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het projectgebied bevindt zich op circa 3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, namelijk ‘Botshol’. Op circa 5 kilometer afstand ligt het tevens stikstofgevoelige Natura 2000gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’. Ten behoeve van het voornemen zijn, in het kader van de stikstofdepositie als gevolg van het project, twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase (realisatie voornemen) en een berekening voor de gebruiksfase (gebruik voornemen). Hierna worden de belangrijkste resultaten weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze onderbouwing. Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 4.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 300 meter van het projectgebied. Gezien de onderlinge afstand (het NNN kent geen externe werking) en de aard en omvang van de ontwikkeling, wordt gesteld dat geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 4.6.3
Soortenbescherming
4.6.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 4.6.3.2 Situatie projectgebied In voorliggend geval gaat het om het slopen van een oud supermarktpand en het herbouwen van een woonzorgcentrum. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de werkzaamheden negatieve effecten hebben op de aanwezige natuurwaarden. Hierom is door TEIA op 22 mei 2023 een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd. De belangrijkste resultaten worden hieronder kort benoemd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 5.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing Op grond van de mogelijke effecten die op kunnen treden ten gevolge van de ingreep blijkt dat nader onderzoek noodzakelijk is om vast te kunnen stellen of de ingreep wel of niet door de Wet natuurbescherming wordt verhinderd. Voor marterachtigen dient er onderzoek naar verblijf- en rustplaatsen gedaan te worden. Voor gebouwbewonende vleermuizen dient er onderzoek naar kraam-, zomer-, paar- en winterverblijfplaatsen uitgevoerd te worden. Voor vogels dient er onderzoek naar gierzwaluwen en huismussen gedaan te worden. Het is ook noodzakelijk rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten andere vogels: deze kunnen immers na schrijven van het rapport toch nog gebouwd worden. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden dient daarnaast in alle gevallen rekening gehouden te worden met het broedseizoenen en de algemene zorgplicht. Los van de ruimtelijke procedure wordt nader onderzoek uitgevoerd naar de bovenstaande beschermde soorten. Hieronder worden de belangrijkste resultaten benoemd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 6 tot en met 9. Resultaten aanvullend onderzoek Huismus • • • • •
Huismus is niet aanwezig; Plangebied is functioneel niet in gebruik als foerageergebied; Geen schadelijke effecten functionaliteit leefgebied; Geen effect gunstige staat van instandhouding; Maatregelen niet noodzakelijk.
Gierzwaluw Bij de sanering van de opstallen wordt geen schadelijke handeling flora- en fauna-activiteit verricht ten aanzien van de gierzwaluw. Er gaan namelijk geen nesten verloren. Door de ingreep blijft de functie van het leefgebied behouden. Vleermuis • Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de (te slopen) bebouwing; • Er zijn geen essentiële vliegroutes dan wel zwermlocaties van vleermuizen aangetroffen in en nabij de (te slopen) bebouwing; • Er zijn geen paarroepjes en baltsgedrag waargenomen, waardoor er ook geen opnames zijn gemaakt; • Het plangebied zelf heeft geen belangrijke waarde als jachtgebied of onderdeel van een vliegroute: Het plangebied wordt in de toekomstige situatie niet veranderd waardoor er geen essentiële lijnelementen verloren gaan; • Er gaan geen verblijfplaatsen verloren door of tijdens de geplande ingreep; • Een vergunning schadelijke handelingen flora en fauna activiteit wordt niet noodzakelijk geacht. Marterachtigen Het bureau-onderzoek, habitatgeschiktheidsonderzoek en de cameravallen geven geen aanleiding om aan te nemen dat de kleine marterachtigen gebruik maken van de planlocatie. Derhalve blijft een groot deel van het habitat intact.
Het ontbreken van hits op de wildcamera’s in combinatie met het ontbreken van overige aanwijzingen (verblijfplaatsen, krabsporen, prooiresten of uitwerpselen) heeft opdrachtgever alles gedaan wat redelijkerwijs van hen verwacht mag worden om te voorkomen dat de Omgevingswet betreffende de steenmarter (en kleine marterachtigen) niet wordt overtreden. 4.6.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing
4.7
Archeologie & cultuurhistorie
4.7.1
Archeologie
4.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.7.1.2 Situatie projectgebied Op basis van het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ geldt er binnen het projectgebied de waarde ‘Archeologisch waardevol (verwachtings)gebied landbodem categorie 2b’. Op de gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1.
2.
3.
De aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; De betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; Aanvragers naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende kunnen aantonen dat er al werkzaamheden tot de betreffende diepte van het bouwplan hebben plaatsgevonden. In dat geval is er geen archeologisch onderzoek meer nodig.
Het bepaalde in lid 1 en 2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende situaties: 1.
2.
Vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil , niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; Een bouwplan waarbij geen heiwerkzaamheden plaatsvinden en waarbij de graafwerkzaamheden of niet dieper reiken, of niet over een grotere oppervlakte plaatsvinden, of geen grotere lente hebben dan voor de betreffende zone is aangegeven.
In voorliggend geval valt het projectgebied onder zone 2b. Hiervoor geldt een maximale dieptemaat van 30 centimeter en een oppervlakte van maximaal 100 m². De beoogde ontwikkeling overschrijdt deze grenzen. Er moet daarom worden aangetoond wat de archeologische waarde van de bodem is. Er is in 2019 een ‘Bureauonderzoek en Bouwdossieronderzoek Archeologie’ uitgevoerd aan de Hoogstraat 6-16 in Abcoude. Hieronder worden de belangrijkste resultaten kort samengevat. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 10. Resultaten Bureauonderzoek en Bouwdossieronderzoek Archeologie 2019 Het bureauonderzoek toont aan dat het projectgebied een hoge archeologische verwachting heeft voor alle perioden, met uitzondering van de periode waarin het laagje basisveen in het vroeg Holoceen is gevormd. Vondsten gerelateerd aan de Stelling van Amsterdam en De Tweede Wereldoorlog worden niet verwacht, omdat het gehele projectgebied al bebouwd was ten tijde van de aanleg van de Stelling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing De top van het pleistocene zand wordt op grond van de beschikbare gegevens in het projectgebied op een diepte van circa 7,75 m-mv verwacht. Op deze afzettingen kunnen prehistorische vindplaatsen aanwezig zijn, die echter buiten het bereik van de nieuwe verstoring liggen, met uitzondering van de eventuele verstoring door funderingspalen. De stroomrug van de Vecht/Angstel bevind zich op een diepte vanaf 80 cm-mv in de vorm van oeverafzettingen. De beddingafzettingen worden vanaf 170 cm-mv verwacht. In deze stroomrugafzettingen kunnen sporen van menselijke bewoning vanaf de Bronstijd-IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen mogelijk zijn. In de antropogene ophoging, die vanaf 40 cm-mv verwacht wordt, zijn bewoningsactiviteiten en vondsten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd mogelijk. Het projectgebied ligt in de historische middeleeuwse kern van Abcoude en is reeds vele eeuwen bebouwd. In de 20e eeuw is het gehele projectgebied bebouwd geraakt. Hierdoor zijn in de ondergrond bodemverstoringen opgetreden. In het totaal is er in het projectgebied een bodemverstoring opgetreden van 1.442 m² met een diepte van 0,80 m-mv als gevolg van eerdere bouwactiviteiten en een verstoring van 200 m² tot 3 m-mv als gevolg van een bodemsanering.