CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ruimtelijke onderbouwing Hoogstraat 6-16

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel VVGB Hoogstraat 6/1623.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Tevens is een bodemverstoring ontstaan onder de huidige bebouwing door het slaan van heipalen van 6 meter lengte in een grid van 3-3,5 m (h.o.h.). De diepte van de nieuwe verstoring is nog niet bekend, maar zal door een vorstvrije fundering dieper zijn dan 80 cm-mv. Tevens zullen er vermoedelijk opnieuw funderingspalen worden aangebracht onder de nieuwe bebouwing. Conclusie Bureauonderzoek en Bouwdossieronderzoek Archeologie 2019 De kans wordt groot geacht dat met de toekomstige bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan. Om de mate van verstoring van de ondergrond door eerdere bodemingrepen te kunnen bepalen, adviseren wij om - nadat de definitieve ontwerpen voor de nieuwbouw gereed zijn en als de bestaande bebouwing gesloopt is, een verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek dient een Plan van Aanpak opgesteld te worden dat getoetst dient te worden door het bevoegd gezag, gemeente Ronde Venen en diens archeologisch adviseur (ODRU). Situatie projectgebied Vanwege de aanwezige bebouwing kan geen zinnig vooronderzoek in de vorm van grondboringen of proefsleuven vooruitlopend op de sloop en bouw uitgevoerd worden. Hierdoor is op basis van het bureauonderzoek door de gemeente (op advies van de ODRU) het besluit genomen dat het noodzakelijke vervolgonderzoek in de vorm van een sloopbegeleiding zal plaatsvinden.

In principe is dit een gravend onderzoek middels proefsleuven waarbij het plangebied nader verkend en gewaardeerd wordt. Voor de uitvoering is een van te voren opgesteld Programma van Eisen verplicht. Op basis van de resultaten zal een beslissing genomen worden of en zo ja welke vervolgmaatregelen noodzakelijk zijn. Indien bij het onderzoek behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen worden kan het noodzakelijk zijn dat er een opgraving plaats vind. Dit kan eventueel na een beslissing van het bevoegd gezag en/of diens adviseur (ODRU) via een doorstart van het proefsleuven onderzoek. In overleg met de gemeente is er een Programma van Eisen (PvE) opgesteld om mogelijke archeologische resten in de grond te behouden. De rapportage is bijgevoegd als bijlage 11. Gezien de archeologische begeleiding tijdens de sloop en de PvE wordt geconcludeerd dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Er wordt op voldoende wijze rekening gehouden met eventuele archeologische waarden in de bodem. 4.7.2

Cultuurhistorie

4.7.2.1 Algemeen In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan/ruimtelijke onderbouwing “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken 4.7.2.2 Situatie projectgebied De gemeente De Ronde Venen heeft binnen het bestemmingsplan “Dorpskernen” verschillende waarden opgenomen. Het projectgebied is aangeduid met de waarde ‘Beschermd Dorpsgezicht Abcoude’. De voor deze waarde aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermd dorpsgezicht Abcoude. Om het dorpsgezicht te beschermen zijn er specifieke bouwregels opgesteld. Het gaat hier om regels betreffende de hellingshoeken van daken, materiaalgebruik van de zichtbare gevels en geveldelen, materiaalgebruik van de daken.

Daarnaast gelden er regels voor het plaatsen van collectoren voor warmteopwekking en panelen voor elektriciteitsopwekking. De beoogde ontwikkeling wordt in lijn met de omliggende monumentale panden ontworpen en zal qua uiterlijk goed aansluiten bij het heersende straatbeeld. Verder wordt aangesloten bij de eisen gesteld in het geldende bestemmingsplan. Met betrekking tot de omliggende cultuurhistorische waarden wordt gesteld dat het plan geen negatieve gevolgen met zich mee brengt. De omliggende cultuurhistorische waarden worden door de ontwikkeling niet aangetast. 4.7.3

Conclusie

De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.8

Besluit milieueffectrapportage

4.8.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.

•

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).

•

Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 4.8.2

Situatie projectgebied

4.8.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het projectgebied ligt nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Botshol’ ligt op een afstand van circa 3 kilometer. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling in combinatie met de afstand tot het Natura 2000-gebied, is er een stikstofberekening uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten ontstaan er in de aanleg- en de gebruiksfase geen nadelige gevolgen voor het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied. 4.8.2.2 Drempelwaarde Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele projectgebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is er sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht.

Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor deze onderbouwing geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Voorliggend project voorziet in een kleinschalige ontwikkeling. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r..

Er is daarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, hierin worden de verschillende milieuaspecten en hun eventuele impact op de omgeving doorgenomen. Hieronder worden de resultaten kort benoemd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 12.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een milieueffectrapportage noodzakelijk maakt. 4.8.3

Conclusie

Voorliggend project is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten. Er hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld.

4.9

Water

4.9.1

Vigerend beleid

4.9.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kunstwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.9.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 20222027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009).

In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 4.9.1.3 Provinciaal beleid ‘Bodem- en Waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027’ Water en bodem vormen letterlijk de basis van de leefomgeving en zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Een dichtbevolkte provincie vraagt veel van het bodem- en watersysteem. De bodem is een bron voor het drinkwater. Schoon en voldoende water is cruciaal voor natuur en landbouw. De bodem is ook steeds vaker een bron voor duurzame energie. Hoe de provincie werkt aan een duurzaam bodem- en watersysteem en hoe bodem en water bijdragen aan een veilige, vitale en leefbare provincie, is beschreven in het Bodem- en waterprogramma 2022-2027. De thema’s die worden behandeld in het programma zijn: • • • • • •

Schoon oppervlaktewater Schone bodem en grondwater Bodem: kwaliteit, vruchtbaarheid, aardkundige waarden, ontgrondingen Voldoende water en voorkomen wateroverlast Waterveiligheid Energie uit bodem en water

Daarnaast worden er opgaven gegeven per gebied. Er zijn vijf verschillende gebieden te onderscheiden. Het projectgebied bevindt zich in het gebied ‘Veenweidegebied’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing Veenweidegebied Het Veenweidegebied, gelegen in het westelijk deel van onze provincie en in het Eemland, is een waterrijk gebied met een weids en open karakter en een kenmerkende historische verkavelingsstructuur. Het is een belangrijk gebied voor landbouw, natuur, rust en recreatie. Het typische patroon van smalle weiden en sloten laat de geschiedenis van de ontwatering en veenontginning zien. De bodem bestaat voor een groot deel uit veen en lokaal komt ook klei en zand voor. In combinatie met de lage ligging van het landschap spelen in dit landschap specifieke opgaven. 4.9.1.4 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft het beleid vervat in het waterbeheersplan 2022-2027. Met het waterbeheerplan legt het waterschap vast hoe het invulling geeft aan de zorg voor de kerntaken. Het waterschap werkt samen met maatschappelijke partners aan een toekomstbestendige leefomgeving. De focus voor het Waterschap - en de rode draad in het WBP - ligt daarbij op samen werken aan een toekomstbestendig watersysteem. Het Waterschap doet dit vanuit: • • •

De wettelijke taken van het waterschap om te zorgen voor waterveiligheid, voldoende water, gezond water en gezuiverd afvalwater en de maatschappelijke taken voor recreatie, cultuurhistorie en varen. Het besef dat de wereld snel verandert en de urgentie groot is om nú te handelen, om op tijd een toekomstbestendig watersysteem te hebben. De overtuiging dat een toekomstbestendig watersysteem alleen mogelijk is, als het waterschap samen optrekt met haar maatschappelijke partners.

In de planperiode richten de maatregelen van het waterschap zich op: • het voorkomen van overstromingen en het beperken van de gevolgen van een overstroming; • het op orde houden van het polder-, boezem- en grondwatersysteem, in samenwerking met andere betrokkenen, ook met het oog op klimaatverandering en goede waterkwaliteit en het feit dat het huidige watersysteem zijn grenzen bereikt. • het realiseren van een goede ecologische kwaliteit en een grote biodiversiteit. • op schoon effluent uit de zuiveringsinstallaties, duurzaam en veilig verwerken van reststoffen uit afvalwater en zoveel mogelijk nuttig hergebruiken van vrijkomende stoffen en energie. het onderhouden en toegankelijk maken van het watererfgoed, het faciliteren van recreatie op en om het water in goede balans is met de natuurdoelen en het zorgen voor een goed onderhouden en veilig vaarwegennet. 4.9.1.4 Gemeentelijk beleid ‘Water- en rioleringsplan 2023-2027’ Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Ook willen we geen wateroverlast, genoeg en schoon water in onze gemeente hebben. Deze doelen hebben gevolgen voor de leefomgeving en alle andere vakgebieden die in de leefomgeving werken. Stedelijk afvalwater (vuil water) zamelt de gemeente in en transporteren zij naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI).

De gemeente streeft naar een waterrobuust systeem, waarbij zij zoveel mogelijk hemelwater kunnen verwerken in de openbare ruimte zonder dat er wateroverlast ontstaat in woningen en bedrijven. Ook particulieren hebben hier een rol in. Nieuwbouw moet voldoen aan nieuwe eisen om meer hemelwater te kunnen verwerken binnen het plangebied. Deze waterberging moet deels in de openbare ruimte en deels op het terrein van bewoners en bedrijven worden gerealiseerd. De gemeente sluit aan bij de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen van Provincie Utrecht. De gemeente heeft richtlijnen opgesteld over de gewenste diepte van het grondwater. Zij nemen maatregelen tegen structureel nadelige gevolgen van grondwater mits dat doelmatig kan en aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing 4.9.2

Waterparagraaf

4.9.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.9.2.2 Situatie projectgebied Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft een advies uitgebracht ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Hierna worden de van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten nader toegelicht. Waterhuishoudkundige aspecten plangebied Algemeen Het projectgebied is gelegen in de bebouwde kom van Abcoude. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied.

Wel is het projectgebied gelegen in de buitenste beschermingszone van de secundaire kering. Er dient een vrije zone van 50 cm aangehouden te worden ten opzichte van het leggerprofiel. Hier wordt rekening mee gehouden in de bouwfase. Verder bevindt zich aan de westkant van het projectgebied een secundaire kering. De grens van de beschermingszone ligt op een kleine afstand van het projectgebied. Grondwater Binnen het projectgebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. In het Water- en rioleringsplan 2023-2027 zijn grondwaternormen vastgelegd: Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen hanteert de gemeente de volgende grondwaternormen- en richtlijnen: •

•

Gestreefd wordt naar volledig grondwaterneutrale ingrepen in het systeem. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied tot gevolg hebben, ten opzichte van de huidige situatie. De te hanteren grondwaternorm is afhankelijk van de functie van het gebied.

Ten tijde van de bouwvergunningsaanvraag wordt aangetoond dat er wordt voldaan aan de gestelde normen met betrekking tot het grondwater. Oppervlaktewater In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig en het plan voorziet niet in de aanleg van nieuw oppervlaktewater. Hemelwater Het schoonhemelwater wordt zoveel mogelijk in het projectgebied vastgehouden. De definitieve uitwerking van de omgang met het hemelwater wordt bij de uitvoering nader uitgewerkt. Afvalwater Het afvalwater wordt net als in de huidige situatie afgevoerd naar de riolering. Het rioolstelsel wordt dusdanig uitgevoerd dat het afvalwater van het toekomstige aantal vervuilingseenheden kan worden afgevoerd. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing temeer doordat ter plaatse van het projectgebied tevens functies bijkomen. Het vuilwaterriool ligt ten westen van het projectgebied. Het vuilwaterriool van de beoogde ontwikkeling zal ook hierop aangesloten worden. Klimaatadaptatie/ waterberging De binnentuin wordt op het terras na niet verhard en in het tuinontwerp wordt in voldoende mate rekening gehouden met voldoende waterberging. Daarnaast wordt opgemerkt dat er minder verhard oppervlak zal zijn in de gewenste situatie ten opzichte van de huidige bebouwing. 4.9.3

Conclusie

Bij de uitvoering zal rekening worden gehouden met voldoende waterberging. Geconcludeerd wordt dat het aspect ‘water’ geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Duurzaamheid

5.10.1 Wettelijk kader Bij nieuwbouw van woningen zijn er vanuit het rijk, de provincie en de gemeente wetten en beleid opgesteld ten aanzien van duurzaam bouwen. De wettelijke eisen voor duurzaamheid zijn, onder andere, te vinden in het Bouwbesluit. Om hieraan te toetsen is bij de daadwerkelijke aanvraag omgevingsvergunning een BENG-berekening en een MPGberekening toegevoegd. De BENG-berekening gaat over de energieprestatie van de woning en de MPG-berekening over de milieu impact van gebruikte materialen. Binnen het gemeentelijke beleid worden ook doelen gesteld met betrekking tot duurzaamheid. Zo beschrijft de gemeente De Ronde Venen in de ‘Woonvisie 2025’ te willen veranderen naar een klimaat neutrale gemeente. Verder worden de volgende uitgangspunten gebruikt voor het klimaat neutraal bouwen. • • • •

Vanaf nu gasloos bouwen; Vanaf nu energieneutraal bouwen indien mogelijk binnen bestaande projecten; Vanaf nu nul-op-de-meter woningen bouwen bij projecten waar nog geen overeenkomst is gesloten; Bij vergunningsaanvraag gesprek aangaan omtrent duurzaamheid met de aanvrager.

Daarnaast heeft de gemeente De Ronde Venen het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw met een ambitieniveau brons getekend. Dit houdt in dat er aanvullende eisen aan de BENG-1, BENG-3 en de MPG zijn gesteld. Brons niveau betekent een BENG-1 van maximaal 55kWh/m²/jaar (gestapeld 65), een BENG-3 van 100% (gestapeld minimaal 80%) hernieuwbare energie en een MPG van maximaal 0,75 €/m² BVO/jaar. Tevens dient er bij nieuwe bouwprojecten nagedacht te worden over circulariteit. Dit kan zijn op basis van het hergebruik van materialen of bouwcomponenten of hoe bouwcomponenten herwonnen kunnen worden. Maar ook om te kijken naar hoe bijvoorbeeld het gebouw in de toekomst een andere invullen kan krijgen. Verder dient beschreven te worden hoe het project op een klimaatadaptieve manier invulling geeft aan de toenemende uitdagingen hitte, droogte en wateroverlast.

5.10.2 Situatie projectgebied 5.10.2.1 Toetsing aan het Rijksbeleid Voor woonfuncties wordt in afdeling 5.1 artikel 5.2 van het Bouwbesluit een eis gesteld aan ‘bijna energieneutrale gebouwen’, ook wel BENG. BENG moet volgens NTA8800 worden bepaald en bestaat uit drie verschillende eisen, te weten: • • •

BENG1: maximum toegestane waarde voor de energiebehoefte. BENG2: maximum toegestane waarde voor het primair fossiel energiegebruik. BENG3: minimum vereiste waarde voor het aandeel hernieuwbare energie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing BENG2 en BENG3 is een vaste waarde per gebruiksfunctie, terwijl BENG1 afhankelijk is van de verhouding tussen de verliesoppervlakte en gebruiksoppervlakte. Volgens NTA8800 moet een aparte berekening voor de woonfuncties gemaakt worden, zowel op gebouwniveau als op woningniveau. In onderstaande tabel zijn de van toepassing zijnde eisen aangegeven. Er is voor de beoogde ontwikkeling een BENG-berekening uitgevoerd. Hieronder wordt kort ingegaan op de belangrijkste resultaten, voor de volledige berekening wordt verwezen naar bijlage 13.

Daarnaast geldt voor woonfuncties ten aanzien van het risico op oververhitting nog een eis aan de TOjuli, die aan BENG gerelateerd is. Deze eis is niet van toepassing wanneer sprake is van een koelsysteem in de woonfunctie. In dit project is sprake van een koelsysteem. De winkelfunctie wordt casco opgeleverd. Voor een casco oplevering is geen labelplicht. De resultaten zijn samengevat in de onderstaande tabel.

Uit de resultaten blijkt dat met de genoemde uitgangspunten het woongebouw aan de BENG-eisen voldoet. In afdeling 5.2 van het Bouwbesluit 2012 zijn eisen opgenomen ten aanzien van de milieuprestatie van gebouwen. Voor een woonfunctie bedraagt de milieuprestatie ten hoogste 0,80 €/m2 BVO per jaar bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. De milieuprestatie van het gebouw dient bepaald te worden voor de constructieonderdelen en materialen waarvoor in het Bouwbesluit voorschriften zijn opgenomen. Voor het woongebouw is een MPG-berekening uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van GPR-materiaal versie 5 en de Nationale Milieudatabase versie 3.0. De resultaten van de MPG-berekeningen worden weergegeven in onderstaande tabel.

Op basis van de resultaten uit de tabel blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde eis van een MPG-score van ten hoogste 0,80 €/m² BVO per jaar. Voor de volledige berekening wordt verwezen naar bijlage 13. 5.10.2.2 Toetsing gemeentelijk beleid Het beoogde woonzorggebouw zal gasloos worden opgeleverd, daarnaast zal het nieuwe gebouw opgeleverd worden met een energielabel A+++. Verder zullen er ook zonnepanelen geplaatst worden zodat er ook voorzien wordt in (een deel van) de benodigde elektriciteit.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing Het voornemen voldoet in grote mate ook aan het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw. De eisen gesteld aan de BENG-1 en MPG worden gehaald. Deze zitten beide in de categorie brons, MPG zelfs op het randje van zilver. Wat betreft de BENG-3 wordt gewerkt met PV panelen, met deze panelen wordt naar alle waarschijnlijkheid ook categorie brons en zilver gehaald. Wat betreft circulariteit kan het gebouw door de stramienindeling makkelijk omgezet worden naar een permanente woonfunctie of zelfs naar winkels aan de voorzijde. Mocht na verloop van tijd de behoefte naar een woonzorgvoorziening binnen het centrum afnemen kan er op deze manier redelijk eenvoudig een vervolgfunctie aan het gebouw toegewezen worden. Wat betreft de klimaatadaptieve invulling van het projectgebied wordt opgemerkt dat het nu een jaren 70 gebouw betreft, welke wordt gesloopt en nieuwbouw voor in de plaats komt. Het bebouwingspercentage van het perceel gaat van 100% naar 60% in het nieuwe plan. Door de afname aan bebouwing is vanzelfsprekend meer ruimte voor de infiltratie van water in de grond en door de buitenruimte groen in te richten wordt ook hittestress aangepakt. Verder wordt ingezet op een gebouw dat een minimale levensduur heeft van 100 tot 200 jaar, er wordt gebouwd met hoogwaardige materialen wat de levensduur van het gebouw bevorderd.

Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in voldoende mate rekening houdt met duurzaamheid. 5.10.3 Conclusie Bij de uitvoering zal rekening worden gehouden met duurzaamheid. Geconcludeerd wordt dat het aspect ‘Duurzaamheid’ geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

CONCLUSIE

Het slopen van het supermarkt pand en het realiseren van een woonzorgcentrum met 27 onzelfstandige woningen, drie reguliere appartementen en twee winkelpanden past binnen het relevante beleid op Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verder gaat de ontwikkeling niet gepaard met significante milieugevolgen, gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omliggende woonfuncties of de gebruiksmogelijkheden van omliggende bedrijven. Aan de ontwikkeling kan via een aanvraag omgevingsvergunning conform artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure) medewerking worden verleend.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 6

VOOROVERLEG

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is bij bestemmingsplannen vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Aangezien het in voorliggend geval niet gaat om een bestemmingsplanprocedure is vooroverleg niet vereist. Desondanks is het plan wel voorgelegd aan de vooroverlegpartners.

6.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

6.2

Provincie Utrecht

De ontwerp-omgevingsvergunning wordt voor advies naar de provincie Utrecht gestuurd.

6.3

Gemeente De Ronde Venen

Op voorhand heeft met betrekking tot de beoogde ontwikkeling overleg plaatsgevonden tussen initiatiefnemer en de gemeente De Ronde Venen. Op 20 oktober 2022 heeft initiatiefnemer een presentatie gehouden aan circa 30 genodigden via de Ondernemers Vereniging Abcoude Baambrugge (OVAB). Diverse belanghebbende waaronder buren, lokale ondernemers en de gemeente waren aanwezig. Daarnaast is op 21 januari 2025 een informatieavond aan de Hoogstraat 14 in Abcoude. Bewoners en geïnteresseerde hadden de mogelijkheid langs de panelen te lopen en vragen te stellen. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met de directe buurt en de winkeliers in de Hoogstraat. Hieronder worden de belangrijkste resultaten kort benoemd. Over het algemeen kan gezegd worden dat er voortdurend contact is geweest met de omgeving en belanghebbenden. Voor de verschillende participatievormen is bewust gekozen voor direct contact met de directe buren en een presentatie voor een grotere groep indirect belanghebbenden en geïnteresseerden. De reacties op de functies van de ontwikkeling en hoe het eruit komt te zien zijn uitsluitend positief te noemen. Als belangrijk punt uit de participatie is naar voren gekomen de zorgen van overlast tijdens de sloopperiode en in iets mindere mate de bouwperiode. Communicatie blijft daarin het belangrijkste aandachtspunt.

Er zal overlast plaatst gaan vinden maar geprobeerd wordt om dat goed te coördineren en te communiceren om uiteindelijk overlast zo beperkt mogelijk te houden. In dat kader zal een BLVC-plan opgesteld worden.

6.4

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de het waterschap advies heeft uitgebracht. Dit advies is verwerkt in de waterparagraaf.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Hoogstraat 6-16, Abcoude Ruimtelijke onderbouwing

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Bijlage 1

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Hoogstraat 6-16, Abcoude

27-05-2024

Status: Definitief

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI HOOGSTRAAT 6-16, ABCOUDE

Status: Datum: Plannummer: Versie:

Definitief 27-05-2024 2023-124 1

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Zone langs wegen .................................................................................................................................. 5 Grenswaarden ....................................................................................................................................... 5 Berekenen geluidsbelasting ................................................................................................................... 6 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 8 3.1 3.2

Situatie plangebied ................................................................................................................................ 8 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 9

Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4

Berekeningen ....................................................................................................................................... 10 Geluidsbelasting .................................................................................................................................. 10 Hogere waarde .................................................................................................................................... 11 Maatregelen reductie geluidbelasting ................................................................................................. 11

Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 12 Bijlagen

.................................................................................................................. 13

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Verkeersgegevens ....................................................................................................................... 13 Rekenmodel ................................................................................................................................ 14 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 16 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 17

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hoogstraat 6-16, Abcoude Definitief •

• •

indien sprake is van meerdere soorten geluidsbronnen (weg, spoor en/of industrie), ligt de geluidbelasting voor elke bron onder de betreffende voorkeurswaarde (op cumulatie van verschillende bronnen wordt hieronder apart ingegaan); een geluidluwe zijde kan ook bestaan uit een bouwkundige maatregel zoals een loggia of een serre. Ook andere geluidsgevoelige gebouwen krijgen een geluidsluwe zijde.

Geluidluwe buitenruimte • een woning met één of meerdere buitenruimtes heeft ten minste één geluidluwe buitenruimte. • het geluidsniveau in deze buitenruimte van de woning mag (indien gelegen aan de bronzijde) niet meer dan 5 dB hoger zijn dan de geluidbelasting op de als geluidsluw aangemerkte gevel. • indien geen geluidluwe buitenruimte mogelijk is, kunnen serres of afsluitbare balkons (loggia’s) worden toegepast. • ook bij andere geluidsgevoelige gebouwen wordt naar een geluidsluwe buitenruimte gestreefd.. Woningindeling en gebruik van de woningen elke woning bevat ten minste 1 slaapkamer aan de geluidluwe zijde. Deze regel geldt ook voor andere geluidsgevoelige bebouwing. Minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden tezamen wordt aan de geluidluwe gevel gesitueerd. 30 km/uur wegen Op basis van deze jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de aanvaardbaarheid van het akoestisch klimaat ook bij 30 km/uur wegen te worden onderbouwd: Als er in dergelijke gevallen verwacht mag worden dat er sprake kan zijn van een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare waarde, dan moet dit worden meegewogen in de ruimtelijke onderbouwing. In deze gevallen geldt deze beleidsregel als leidraad voor de beoordeling of wordt voldaan aan het criterium “goede ruimtelijke ordening”.

Er moet altijd worden voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit stelt ten aanzien van het binnenniveau.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hoogstraat 6-16, Abcoude Definitief De geluidbelasting ten gevolge van de Stationsstraat bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 41 dB. Hiermee wordt voor alle toetspunten voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De cumulatieve geluidbelasting, exclusief reductie, bedraagt hoogstens 68 dB.

4.3

Hogere waarde

Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai is in voorliggend geval niet benodigd, aangezien de Hoogstraat geen wettelijke geluidszone kent. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel van belang om te onderzoeken welke bron- en overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn om de geluidsbelasting te kunnen reduceren. Daarnaast dient aangetoond worden dat een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.

4.4

Maatregelen reductie geluidbelasting

Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.4.1

Bronmaatregelen

Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. De initiatiefnemer van het bouwplan heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Het huidige wegdek van de Hoogstraat betreft elementverharding in keperverband. Met stille klinkers is het mogelijk om de geluidbelasting te reduceren met circa 5 dB. De kosten bedragen circa €30,- per m2 waarbij de totale kosten circa €12.000,- bedragen wanneer het wegdeel tussen ’t Markvelt en de Stationsstraat vervangen wordt. Met deze maatregel zal er nog steeds niet voldaan worden aan de voorkeurswaarde. De kosten zijn in verhouding te hoog vergeleken met de baten. De wegbeheerder zal bovendien niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt.

Vanuit civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus eveneens niet haalbaar. 4.4.2

Overdrachtsmaatregelen

Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Om een lagere geluidsbelasting van 2 dB te realiseren moet de afstand tussen de gevel en de weg met 50% worden vergroot. In voorliggend geval is het stedenbouwkundig niet mogelijk om het perceel anders in te richten om de afstand met een dergelijke afstand te vergroten. Met een geluidsscherm is het mogelijk om de geluidsreductie te verlagen zodat de geluidsbelasting gereduceerd wordt. Er is echter geen ruimte in het stedelijk gebied voor een dergelijk scherm. 4.4.3

Gevelmaatregelen

Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 68 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 68 – 33 = 35 dB.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hoogstraat 6-16, Abcoude Definitief Om dit te bereiken zijn aanvullende gevelmaatregelen zoals HR+++ glas, spouwmuren, kierdichting etc. benodigd. Tijdens het verlenen van de bouwvergunning dient aangetoond te worden dat voldaan kan worden aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit.

HOOFDSTUK 5

CONCLUSIE

Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Hoogstraat 6-16 te Abcoude (gemeente De Ronde Venen). Initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen en een woon-zorgcomplex te realiseren. Specifiek gaat het om 27 zorgstudio’s en gemeenschappelijke ruimten, daarnaast worden er ruimte gecreëerd voor vier winkels. De geluidbelasting ten gevolge van de Hoogstraat bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 63 dB ter plaatse van de voorgevels. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Stationsstraat bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 34 dB ter plaatse van de voorgevels. De cumulatieve geluidbelasting, exclusief reductie, bedraagt hoogstens 68 dB. Uit de rekenresultaten blijkt dat de gevels aan de zijde van de binnentuin geluidluw zijn. Meer dan 50% van de wooneenheden grenst aan deze kant. De tuin zelf is een geluidluwe buitenruimte. Ook het dakterras op de tweede verdieping is een geluidluwe buitenruimte en hetzelfde geldt voor de daktuin op de eerste verdieping. Dit betekent dat, mits natuurlijk bij een afdoende geluidwering van de voorgevel (zijde Hoogstraat), er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het verkeersgeluid.

Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. Met het realiseren van een geluidswering ter plaatse van de voorgevels van 35 dB kan worden voldaan aan het Bouwbesluit. Tijdens het verlenen van de bouwvergunning dient aangetoond te worden dat voldaan kan worden aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit. Geconcludeerd wordt dat er ter plaatse van de te realiseren woningen sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat, aangaande het aspect wegverkeerslawaai.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hoogstraat 6-16, Abcoude Definitief

BIJLAGEN Bijlage 1

Verkeersgegevens

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hoogstraat 6-16, Abcoude Definitief

Bijlage 2

Rekenmodel

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15806976/1