CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2020 Mill en Sint Hubert - Definitieve versie.pdf

Mill - raadsvergadering 30 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Jaarstukken 2020 Mill en Sint Hubert26.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

15

65

Nadeel

186

Beleids Toelichting lasten product 5.6 Jeugd meerkosten: Er is sprake van meerkosten jeugd als gevolg van corona. Voor deze meerkosten zijn middelen ontvangen vanuit het coronasteunpakket. Deze meerkosten maken onderdeel uit van de coronastelpost (zie Jaarrekening hoofdstuk 2.6). 5.6

5.6

Jeugd: Er is sprake van een voordeel door een lagere bijdrage aan de regionale begroting jeugdzorg Land van Cuijk i.v.m. de herverdeling op basis van financiële solidariteit. WMO materieel: Er is sprake van hogere uitgaven, met name bij de woonvoorzieningen.

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel

42

23

5.6

WMO immaterieel: Er is sprake van meerkosten binnen de WMO als gevolg van corona. Voor deze meerkosten zijn middelen ontvangen vanuit het coronasteunpakket. Deze meerkosten maken onderdeel uit van de coronastelpost (zie Jaarrekening hoofdstuk 2.6).

5.6

WMO algemene voorziening: Vanwege de doorbetaalde omzetgarantie van 80% (vanwege corona) aan vervoersbedrijf Munckhof is een voordeel op dit budget ontstaan.

19

5.6

Het restant van de niet bestede transformatiemiddelen jeugd Noord Oost Brabant wordt overgeheveld naar 2021 i.v.m. regionale invulling medio 2021.

94

5.6

De niet bestede middelen dak- en thuisloosheid worden overgeheveld naar 2021.

18

Diverse kleine verschillen

24

16

Totaal

462

Saldo

220

Beleids Toelichting baten product 5.3 BBZ: Lagere rijksvergoeding dan begroot. 5.3

Wet Buig: Voordeel i.v.m. hogere baten 2021 dan begroot.

5.5

Minimabeleid: Nadeel i.v.m. lagere baten dan begroot.

66

Nadeel 17

242

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel

Nadeel 10

12 11

Beleids Toelichting baten product 5.6 Eigen bijdrage WMO: Er vond eerder altijd een overboeking plaats vanuit het minimabudget naar het Wmo budget i.v.m. de compensatie van de eigen bijdrage Wmo voor inwoners met een inkomen onder de 115%. Gezien zowel het Wmo budget als het minimabudget binnen programma 5 vallen, is er dit jaar voor gekozen om deze overboeking niet te laten plaatsvinden. Zie ook de tabel "Toelichting lasten".

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel

Nadeel 15

5.6

Eigen bijdrage WMO: Er is compensatie ontvangen vanuit het Rijk voor het landelijke besluit om geen eigen bijdrage WMO te innen in de maanden april en mei 2020. Dit vormt op dit budget een te verklaren nadeel. Dit nadeel wordt gedekt vanuit de coronastelpost (zie Jaarrekening hoofdstuk 2.6).

5

5.6

Eigen bijdrage WMO: Lagere ontvangen eigen bijdrage dan verwacht.

16

Diverse kleine verschillen

8

Totaal

12

65

Saldo

-53

Saldo van baten en lasten

167 Voordeel

Reserves In onderstaande tabellen wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de gewijzigde begroting en de realisatie, onderverdeeld in de onttrekkingen en stortingen. Beleids Stortingen in reserves product

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel

Nadeel

Totaal

0

0

Saldo

0

Beleids Onttrekkingen aan reserves product 5.1 Dorpsplan Langenboom: In 2020 is niet het volledige budget ingezet. De werkelijk gemaakte kosten 2020 bedragen € 23K, daarom is de onttrekking uit de reserve € 77K lager. Zie ook de tabel "Toelichting lasten".

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel

Nadeel 77

Totaal

0

77

Saldo

-77

Saldo mutaties reserves

-77

67

5.10 Beleidskaders Leefbaarheid  Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)  Wet gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen (WGA)  Strategische visie voor het Land van Cuijk inclusief uitvoeringsprogramma 2015  Nota gemeenschapsaccommodaties "Op weg naar toekomstgerichte gemeenschapsaccommodaties gemeente Mill en Sint Hubert 2018-2022"  Algemene Subsidie Verordening gemeente Mill en Sint Hubert 2017 en de van toepassing zijnde nadere regels  Beleidsnotitie wijk- en dorpsbeheer gemeente Mill en Sint Hubert “Samenwerken aan een leefbare woonomgeving” 2017 en bijbehorend convenant 2017-2021 Welzijn en Gezondheidszorg  Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015  Wet publieke gezondheid (Wpg)  Drank- en Horecawet (DHW)  Gezondheidsbeleid Land van Cuijk 2017-2020  Ouderenbeleid 2013-2016 gemeente Mill en Sint Hubert ‘Nooit te oud om gehoord te worden’ Inkomensvoorziening  Participatiewet en de daarbij behorende beleidsregels  Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017  Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015  Verordening bestuurlijke boete bij recidive 2015  Wet Kinderopvang en bijbehorende beleidsregels  GR Werkvoorzieningsschap Noordoost-Brabant Werk en activering  Participatiewet en de daarbij behorende beleidsregels  WWB, IOAW, IOAZ, WSW en BBZ overgangsregelingen en de daarbij behorende beleidsregels 

Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017 en de daarbij behorende beleidsregels  Verordening Tegenprestatie 2015  GR werkvoorzieningsschap Noordoost-Brabant  Kadernotitie social return 3.0 en de daarbij behorende beleidsregels Minimabeleid  Participatiewet  Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)  Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2018  Verordening Individuele Studietoeslag 2015  Beleidsplan integrale gemeentelijke schuldhulpverlening 2016-2019 Maatschappelijke ondersteuning  Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015  Beleidsplan Transformatie van AWBZ naar Wmo deel 1 en 2 Brabant Noordoost-oost  Verordening en beleidsregels Wmo 2015  Regionaal Mantelzorgbeleid Land van Cuijk 2013  Beleidskader Beschermd Wonen Brabant Noordoost-oost  Regionale visie op welzijn Brabant Noordoost-oost 68

Jeugdhulp  Wet op de Jeugdzorg  Verordening Jeugdhulp gemeente Mill en Sint Hubert 2015 en de daarbij horende (nadere) beleidsregels 2020  Regionaal Beleidsplan Jeugdhulp Noordoost Brabant 2020-2023  Regionaal Inkoopstrategie Jeugdhulp Noordoost Brabant 2020-2024  Dienstverleningsovereenkomst jeugdwet

5.11 Verplichte BBV indicatoren Indicator Eenheid Aantal personen met een Per 10.000 inwoners bijstandsuitkering Percentage kinderen tot 18 jaar % in een uitkeringsgezin Werkloze jongeren als % percentage van 16 t/m 22 jarigen Aantal inwoners met een baan in Per 1.000 inwoners de leeftijd van 15 tot 64 jaar Percentage van de werkzame % beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking (netto arbeidsparticipatie) Lopende reper 10.000 inwoners van 15integratievoorzieningen 64 jaar Jongeren met jeugdbescherming % als percentage van alle jongeren tot 18 jaar Jongeren met jeugdreclassering % als percentage van alle jongeren van 12 tot 23 jaar Jongeren met een delict voor de % rechter in percentage van jongeren tussen 12 t/m 21 jaar Jongeren met jeugdhulp als % percentage van alle jongeren tot 18 jaar Aantal cliënten met een Per 10.000 inwoners maatwerkarrangement Wmo Bron: www.waarstaatjegemeente.nl Referentiegroep is Nederland

69

Mill 210,7

Referentiegroep 459,7

3,0

6,0

1,0

2,0

586,8

794,1

71,7

68,8

200,1

202,0

1,5

1,2

x

0,4

0,0

1,0

11,9

12,3

460

640

6 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ‘Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien’ is formeel gezien geen programma. Het heeft betrekking op een overzicht van alle baten en lasten die niet specifiek aan een programma toegerekend kunnen worden. Dit betreft bijvoorbeeld de algemene uitkering en niet-gebonden belastingen, zoals de onroerend zaakbelasting (OZB).

6.1 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien In de Kadernota zijn de kaders vastgesteld voor het opstellen van de (meerjaren)begroting. Gelet op de financiële situatie zoals geschetst in de Kadernota, is er terughoudend omgegaan met het opvoeren van nieuw beleid. Voor de financiële vertaling van keuzes is begrotings- en budgetdiscipline noodzakelijk. De uitgangspunten hiervoor zijn:  Het meerjarenperspectief moet sluitend zijn.  Risico’s moeten in beeld zijn en er moeten voldoende middelen gereserveerd zijn om deze te kunnen dekken mochten deze zich voordoen.  De algemene reserve moet voldoende van omvang zijn om veerkrachtig zaken op te kunnen vangen die op dit moment nog niet te voorzien zijn.  Voor onvoorziene situaties zorgen we voor een solide reservepositie en een buffer voor onvoorziene lasten (€ 25.000 per jaar). De risico’s voor onze begroting vloeien vooral voort uit de gevolgen van de mutaties van de rijksfinanciën. Bezuinigingen van de rijksoverheid kunnen gevolgen hebben voor onze inkomsten via het gemeentefonds. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daar voor gedaan? Een verantwoord financieel beleid voeren dat onder andere leidt tot een begroting die structureel in evenwicht is. Speerpunten Voldoende weerstandsvermogen Wat wilden we doen

Wat hebben we gedaan

De verhouding tussen de hoogte van de algemene reserve en de financiële risico’s. Een sluitende meerjarenbegroting

De werkzaamheden zijn conform doelstelling uitgevoerd.

Wat wilden we doen

Wat hebben we gedaan

Het College zal voorstellen doen om vanuit de Kadernota 2020 te komen tot een sluitende meerjarenbegroting.

De werkzaamheden zijn conform doelstelling uitgevoerd.

70

6.2 Vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 zijn gemeenten Vennootschapsbelastingplichtig geworden. Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte wordt gedaan over het totale (gesaldeerde) resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als een centrale post in de begroting en in de jaarrekening.

6.3 Verbonden partijen Brabant water Beleidsvoornemens Het leveren van drinkwater van onberispelijke kwaliteit tegen een betaalbare prijs. En maatschappelijke waarde toevoegen voor huidige en toekomstige generaties. Ontwikkelingen Bescherming bron en natuur De Brabantse natuur is de beste bescherming van ons drinkwater. Daarom staat de bescherming van onze bronnen, het grondwater, voorop. Maar Brabant Water doet bewust meer om een positieve bijdrage te leveren aan de balans tussen flora, fauna en de natuurlijke drinkwaterbronnen: het bevorderen van biodiversiteit. Duurzaam watergebruik Dit thema krijgt steeds meer aandacht, omdat onze nationale zoetwatervoorraad kwetsbaar is. Door langdurige droogte, klimaatverandering en vervuiling is slimmer omgaan met water hard nodig. Op alle fronten. Daarom ligt de focus op verlaging van het watergebruik. Zowel van onszelf als van anderen. Midden in de (Brabantse) samenleving Brabant Water is een actief maatschappelijk partner voor de Brabantse samenleving en zoekt bewust verbinding. Steeds meer mensen kiezen bewust voor kraanwater, wat Brabant Water op verschillende manieren stimuleert. Duurzaamheid Brabant Water leent het drinkwater rechtstreeks uit de natuur. Daarom behandelt zij de natuur met respect. Sinds 2013 onderneemt Brabant Water volledig klimaatneutraal, maar het kan altijd beter.

Daarom kijken ze bij alles wat ze doen naar energiebesparing, verkleining van onze CO₂ voetafdruk, hoe ze zelf meer duurzame energie kunnen opwekken en zijn ze hard op weg een zero waste bedrijf te worden. Bank Nederlandse Gemeenten Beleidsvoornemens In de periode tot 2023 versterkt BNG haar klantrelaties door haar focus te vergroten, door betere klantpartnerschappen op te bouwen en door haar interne processen te optimaliseren. Deze bewuste keuzes zal de BNG in staat stellen om haar ambities te verwezenlijken: de promotionele geldschieter zijn die sociale impact levert en die door haar klanten en andere belanghebbenden wordt beschouwd als hun natuurlijke partner voor het aanpakken van de maatschappelijke uitdagingen waarmee ze te maken hebben.

71

Ontwikkelingen

BNG Bank verwacht in 2021 voor € 11,5 miljard aan nieuwe langlopende leningen te verstrekken aan haar publieke klanten. Klanten ondervinden ook in 2021 de gevolgen van de coronapandemie. BNG Bank zal blijven doen wat mogelijk is om haar klanten waar nodig te ondersteunen. Het financieringsbeleid van BNG Bank blijft onveranderd gericht op permanente toegang tot de geld- en kapitaalmarkt voor de gewenste looptijden en volumes tegen zo laag mogelijke kosten. De volatiliteit op de financiële markten zal dit jaar naar verwachting groot blijven.

6.4 Wat heeft het gekost In onderstaande tabel zijn de baten en lasten per beleidsproduct weergegeven. bedragen x € 1.000

Primitief Gewijzigd Rekening 2020 2020 2020

Saldo

6.1 Lokale heffingen, waarvan besteding niet gebonden is

-239

-231

-228

3

6.2 Overige algemene dekkingsmiddelen

192

-329

-114

215

6.3 Algemene uitkering

-3

-3

-3

0

-206

79

9

-70

-3.247

-3.289

-3.266

23

0

0

0

0

-51

-51

0

51

Lasten

-3.553

-3.824

-3.603

221

6.1 Lokale heffingen, waarvan besteding niet gebonden is

2.964

2.924

2.945

21

0

0

46

46

17.018

17.992

18.053

61

6.4 Dividend

10

7

7

0

6.6 Overhead

63

63

54

-9

Baten

20.055

20.986

21.105

119

Saldo van baten en lasten

16.502

17.162

17.503

341

742

0

0

0

Dekking Res. klimaatinstallatie gemeentehuis

0

9

9

0

Dekking Res. renovatie/verbouw gemeentehuis

0

49

49

0

Dekking Reserve Onderhoud Gemeentegebouwen

0

25

0

-25

Dekking Reserve realisatie publieksbalies

0

5

5

0

Dekking Reserve zero-couponlening BNG inzake HNG

0

52

52

0

Onttrekkingen aan reserves

742

141

116

-25

Saldo mutaties reserves

742

141

116

-25

17.244

17.303

17.619

316

6.5 Saldo van de financieringsfunctie 6.6 Overhead 6.7 Vennootschapsbelasting 6.8 Onvoorzien

6.2 Overige algemene dekkingsmiddelen 6.3 Algemene uitkering

Aanwending reserves

Resultaat

72

Exploitatie In onderstaande tabellen wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de gewijzigde begroting en de realisatie, onderverdeeld in de lasten en de baten. De verschillen zijn incidenteel, tenzij in de toelichting anders is aangegeven. Beleids Toelichting lasten product 6.2 In de septembercirculaire is een bedrag van € 403K ontvangen voor compensatie coronamaatregelen. In programma 6 is hiervoor een stelpost corona opgenomen. De uitgaven i.v.m. corona worden vooral op de programma's 1 t/m 5 verantwoord. Daardoor ontstaat hier een voordeel en op de andere programma's een nadeel. In hoofdstuk 2.6 van de Jaarrekening is een totaaloverzicht opgenomen van de verschillende uitgaven als gevolg van corona in relatie tot de ontvangen extra middelen van het Rijk.

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel 403

Nadeel

6.2

Er heeft een BTW-correctie plaats gevonden.

60

6.2

Binnen de bijdrage CGM heeft een verschuiving plaatsgevonden tussen overhead en bijdrage op basis van uren (zie ook beleidsproduct 6.6). Daarnaast worden de kosten die niet direct aan producten kunnen worden verantwoord opgenomen in programma 6. Per saldo verloopt dit budgettair neutraal binnen de jaarrekening.

130

6.5

Omdat het nacalculatorische rentetarief lager is dan begroot kan er minder rente worden doorbelast aan de kapitaallasten. Per saldo verloopt dit budgettair neutraal binnen de jaarrekening, omdat er ook minder rente wordt toegerekend aan de programma’s.

66

6.5

Door de lagere betaalde rente op leningen kan er minder rente worden toegerekend aan de grondexploitaties.

12

6.6

Binnen de bijdrage CGM heeft een verschuiving plaatsgevonden tussen overhead en bijdrage op basis van uren (zie ook beleidsproduct 6.2). Per saldo verloopt dit budgettair neutraal.

6.6

In 2020 zijn er zaken geweest waarvoor externe expertise nodig was.

6.6

Restant saldo onvoorzien.

25

6.6

Er is een budget begroot van € 25K voor onvoorzien planmatig onderhoud voor gebouwen op programma 6. De feitelijke kosten komen op het desbetreffende programma.

25

Diverse kleine verschillen

13

37

14

Totaal

503

Saldo

221

73

282

Beleids Toelichting baten product 6.1 De meeropbrengst OZB van € 27K is een combinatie van drie belangrijke oorzaken: een iets hogere waardeontwikkeling dan waarmee bij de tariefberekeningen rekening is gehouden, meer groei dan gemiddeld geraamd en minder derving door gehonoreerde waarde-bezwaren.

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel 27

6.1

Door corona zijn de opbrengsten toeristenbelasting lager dan begroot. Dit nadeel wordt gedekt vanuit de coronastelpost (zie Jaarrekening hoofdstuk 2.6).

6.2

Vanwege een uitspraak van de Hoge raad inzake reintegratie is bij de belastingdienst een suppletie ingediend voor BCF over de jaren 2015 t/m 2019.

46

6.3

Het begrote bedrag voor de algemene uitkering is gebaseerd op de septembercirculaire. Het verschil wordt vooral veroorzaakt door de mutaties in decentrale uitkeringen in de decembercirculaire 2020. Hierover bent u middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Daarnaast is er een afrekening geweest over oudere jaren.

61

Nadeel

6

Diverse kleine verschillen

9

Totaal

134

15

Saldo

119

Saldo van baten en lasten

341 Voordeel

Reserves In onderstaande tabellen wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de gewijzigde begroting en de realisatie, onderverdeeld in de onttrekkingen en stortingen. Beleids Stortingen in reserves product

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel

Nadeel

Totaal

0

0

Saldo

0

Beleids Onttrekkingen aan reserves product De post Onvoorzien onderhoud is in 2020 niet gebruikt. Om die reden is ook de onttrekking uit de reserve niet nodig.

(Bedragen x € 1.000)

Voordeel

Nadeel 25

Totaal

0

25

Saldo

-25

Saldo mutaties reserves

-25

74

6.5 Beleidskaders Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien  Financiële verordening Mill en Sint Hubert 2017  Controleverordening gemeente Mill en Sint Hubert 2014  Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Mill en Sint Hubert 2014  Beleidsnota reserves en voorzieningen 2015 Het beleid op het gebied van de lokale lasten is opgenomen in de navolgende stukken en beleidsnota’s:  Wettelijk kader  Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Mill en Sint Hubert 2018  Verordening onroerendezaakbelastingen Mill en Sint Hubert 2020  Coalitieprogramma 2018-2022  Beleidsnota’s en jurisprudentie  Uitgangspunten Begroting 2020  Leidraad invordering gemeentelijke belastingen en incassoreglement Mill en Sint Hubert 2017  Leidraad heffing gemeentelijke belastingen Mill en Sint Hubert 2017

6.6 Verplichte BBV indicatoren Indicator Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemiddelde WOZ Functiemenging Bron: www.waarstaatjegemeente.nl Referentiegroep is Nederland

75

Eenheid €

Mill 901

Referentiegroep 772

€

744

700

x € 1.000 in %

272 47,4

270 53,2

Paragrafen

76

1 Lokale heffingen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de eisen opgenomen waaraan deze paragraaf moet voldoen. Doel van de laatste vernieuwing van het BBV was meer transparantie van het besluitvormingsproces en daarmee een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden bij dit proces. Ander doel was onder meer een betere vergelijkbaarheid van kosten en beleidsresultaten met andere gemeenten. Ook kan hiermee een versterkt inzicht in de financiële positie van de gemeenten worden bereikt.

1.1 Geraamde opbrengsten In onderstaand overzicht zijn de geraamde en gerealiseerde opbrengsten 2020 van alle lokale heffingen weergegeven. (bedragen x € 1.000)

Onroerende zaakbelasting

Begroot Verschil in na Realisatie Verschil % wijziging 2.922 2.872 2.899 27 1,0%

Rioolheffing

1.065

1.065

1.127

63

5,9%

Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht

759

868

862

-6

-0,7%

Leges omgevingsvergunningen

844

751

459

-292

-38,9%

Leges rijbewijzen/reisdocumenten

59

59

58

-1

-1,0%

Overige secretarieleges

75

118

115

-3

-2,5%

Toeristenbelasting

38

48

43

-6

-12,0%

af: Kwijtscheldingen

-4

-4

-3

1

-19,7%

5.758

5.777

5.560

-217

-3,8%

Soort heffing

Totaal

Primitieve begroting

Hierna volgt een analyse van de verschillen tussen geraamde en de uiteindelijk verantwoorde belastingopbrengsten in 2020. Zie de tabel hiervoor. Alleen bij afwijkingen van meer dan 10% of meer dan € 25.000 is een toelichting gegeven. Onroerendezaakbelastingen De meeropbrengst van € 27.000 (+ 1,0%) heeft diverse oorzaken. Met name door minder derving door waarde-bezwaren en iets meer groei van het objectenbestand. Rioolheffing De meeropbrengst van € 63.000 (+ 5,9%) is een resultaat van een te voorzichtige raming, minder leegstand en hoger waterverbruik. Leges omgevingsvergunningen De werkelijke opbrengsten leges omgevingsvergunningen zijn € 292.000 lager uitgevallen dan geraamd. Enerzijds door minder legesopbrengsten uit de transitie van de veehouderij (-/- € 312.000) en anderzijds door meer leges voor bouwactiviteiten (+ € 28.000). Tegenover de lagere legesbaten uit de transitie veehouderij staan ook lagere lasten. Het is helaas op voorhand niet altijd goed in te

77

schatten wanneer bouwplannen daadwerkelijk worden opgepakt en in welk dienstjaar deze legesbaten vervolgens kunnen worden verantwoord.

1.2 Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Met betrekking tot het tarievenbeleid zijn voor 2020 de volgende maatregelen (beleidsvoornemens) daadwerkelijk doorgevoerd:  Verhoging van de legestarieven met 2% (inflatiecorrectie);  Vaststelling van de tarieven onroerendezaakbelastingen 2020, rekening houdend met de herwaardering en de verhoging van de OZB-opbrengsten, met 3%;  Verhoging van het vaste jaartarieven van de reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht) met 21% (afwijking van Kadernota 2020 en Begroting 2020 in verband met kostenstijgingen);  Verhoging van de tarieven rioolheffing met 2,9% op grond van het doorgerekende rioleringsplan (VGRP 2019-2023).

1.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Hierin moet ook in de jaarrekening waar mogelijk en waar relevant inzichtelijk worden gemaakt hoe de verhouding is tussen de werkelijke lasten en de werkelijke baten. In onderdeel a. hiervoor staan de heffingen die in onze gemeenten worden geheven. Deze zijn gebaseerd op de Gemeentewet en verder uitgewerkt in belastingverordeningen en daarbij behorende tarieventabellen. In dit onderdeel wordt ingegaan op de rioolheffing, de reinigingsheffingen en de leges. Methodiek Bij het inzichtelijk maken van de kostendekkendheid van riolering en afval is een berekening gemaakt op basis van de volgens BBV toe te rekenen overhead. Het hierbij gehanteerde tarief is voor 2020 berekend op € 39,75. Omschrijving Overhead CGM Overhead Mill en Sint Hubert Totaal

Opslag € 2.814.269 € 393.318 € 3.207.587

Aantal fte * productieve uren

80.700

Extracomptabel tarief riool/afval/grafrechten

€ 39,75

Per onderwerp wordt toegelicht vanuit welk taakveld er uren zijn toegerekend en wat voor een effect dit heeft op de totale lasten voor 2020. Rioolheffing De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c van het BBV):  De rioolheffing is een bestemmingsheffing.  Met de rioolheffing kan de gemeente, naast de zorg voor het riool, tevens voorzieningen bekostigen die het mogelijk maken in te spelen op de zorg voor het hemelwater en grondwater.

78

   

Deze zorgtaken zijn opgenomen in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP 2019-2023). Via storting en aanwending van de gevormde voorziening kunnen de tarieven gelijkmatig worden ingezet. Het VGRP 2019-2023 is verwerkt in de taakvelden in de jaarrekening 2020. De BTW en de rente zijn extracomptabel toegerekend.

Berekening toe te rekenen overhead Taakveld 7.2 Riolering 2.1 Verkeer en vervoer (straatreiniging) 6.3 Inkomensregelingen 0.64 Belastingen overig Totaal Effect boekjaar 2020 Omschrijving Totaal uitgaven* Totaal inkomsten Storting voorziening** Kostendekkendheid

Aantal uren Toerekenen aan taakveld riolering 1.713 100%

Tarief overhead

Totaal

€ 39,75

68.092

858 191

50% 33%

€ 39,75 € 39,75

17.053 2.531

1.456

33%

€ 39,75

19.292 106.967

Lasten 1.059.813

Baten 1.133.164

Saldo 1.059.813 1.133.164 73.351 107%

*Inclusief toe te rekenen overhead **Onderdeel van totale kosten en na storting in de voorziening is de kostendekkendheid 100%

Reinigingsheffingen De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c van het BBV):  Afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen;  Reinigingsrecht voor het ophalen van klein bedrijfsafval.  Beoordeeld is welke kosten van activiteiten toerekenbaar zijn en daarmee zijn verhaald via de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht. Berekening toe te rekenen overhead Taakveld 7.3 Afval 6.3 Inkomensregelingen 0.64 Belastingen overig 2.1 Verkeer en vervoer (straatreiniging) Totaal

79

Aantal uren Toerekenen aan taakveld afval 415 100% 191 50% 1.456 50% 858 33%

Tarief overhead

Totaal

€ 39,75 € 39,75 € 39,75 € 39,75

16.496 3.796 28.938 11.368 60.599

Effect boekjaar 2020 Omschrijving Totaal uitgaven* Totaal inkomsten Onttrekking voorziening**

Lasten 1.010.176

Baten

Saldo 1.010.176

1.036.078

1.036.078 25.902

Kostendekkendheid

103%

*Inclusief toe te rekenen overhead **Onderdeel van totale kosten en na storting voorziening is de kostendekkendheid 100%

Leges Voor de leges zijn aanvullende eisen in het BBV opgenomen (artikel 10, onderdeel c van het BBV). Dat blijkt met name uit de toelichting. Volgens de toelichting op het BBV moet per hoofdstuk van de legestarieventabel de mate van kostendekking worden vermeld. Dat moet volgens de Commissie BBV ook in de jaarrekening. Dat hebben wij daarom ook uitgewerkt in de tabellen hierna. Uitgangspunten die hierbij zijn gehanteerd zijn:  Voor wat betreft de berekening van de overhead zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd zoals die bij de rioolheffing en reinigingsheffingen.  Vaak gaat het in een aantal hoofdstukken om heel geringe aantallen. Sommige diensten worden soms maar enkele keren per jaar aangevraagd. Een gemiddelde tijdsbesteding is dan niet te meten.  Door de Rijksoverheid zijn wettelijke legestarieven voorgeschreven, zoals die voor akten burgerlijke stand, eigen verklaring rijbewijs, verstrekkingen aan BRP-afnemers, naturalisatie, persoonslijsten, verklaring omtrent personen (VOG) en speelautomaten. Die zijn daarom qua tariefstelling niet beïnvloedbaar door eigen gemeentelijke kostenberekeningen, maar maken wel deel uit van de lasten en baten.  De Rijksoverheid heeft voor rijbewijzen en reisdocumenten wettelijke maximumtarieven vastgesteld.  De werkelijke opbrengsten leges omgevingsvergunningen zijn op voorhand niet altijd goed in te schatten.

In deze paragraaf moet zoals opgemerkt een overzicht van baten en lasten (2020) worden opgenomen per hoofdstuk van de tarieventabel. De hoofdstukken waarop geen legesopbrengsten zijn verantwoord, zijn niet in de tabel hierna opgenomen.

80

Hoofdstuk legestarieventabel

Lasten

Baten

% kosten dekking

Nr. Titel 1 Algemene dienstverlening 1 2

Burgerlijke stand Paspoorten en identiteitskaarten

48.084 15.738

44.719 15.109

93% 96%

3 4

Rijbewijzen Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

46.828 6.084

43.082 5.476

92% 90%

9 16

Overige publiekszaken Kabels en leidingen

2.110 59.976

2.068 58.777

98% 98%

Totaal Titel 1

178.820

169.231

95%

Nr. Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 3 Omgevingsvergunning 459.670 436.687 9

Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten Totaal Titel 2

95%

30.138 489.808

26.522 463.209

88% 95%

Nr. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 1 Horeca 9.105 2 Evenementen c.a. 10.910 Totaal Titel 3 20.015

1.821 2.291 4.112

20% 21% 21%

636.552

92%

Totaal Titel 1 tot en met 3

688.643

1.4 Lokale lastendruk De gemiddelde lastendruk in 2020 ten opzichte van 2019 is, door de eerder genoemde belastingmaatregelen, als volgt gewijzigd: voor een huurder € 42,25 of 9,4% hoger; voor een eigenaar/bewoner € 54,00 of 6,4% hoger.

1.5 Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingplichtige over te weinig financiële middelen beschikt, kan kwijtschelding worden verleend. De kwijtscheldingsnormen in Mill en Sint Hubert zijn zo ruim als wettelijk is toegestaan. Vermogensbestanddelen en onverantwoord bestedingsgedrag kunnen kwijtschelding in de weg staan. Het aanvragen van kwijtschelding is in de meeste gevallen veel eenvoudiger geworden. Dat kan desgewenst zelfs digitaal en men kan volstaan met aanmelding via DigiD.

1.6 Actuele ontwikkelingen In de paragraaf lokale heffingen van de Programmabegroting 2020 is een aantal (beleids)ontwikkelingen op het lokale belastinggebied opgesomd. In deze jaarrekening gaan wij kort nog even in op de stand van zaken.

81

Benchmark woonlasten vervangt de macronorm OZB. Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt gebruikt om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Dat is inmiddels gedaan. Met de benchmark is afgestapt van de afspraak dat de ontwikkeling van de lokale lasten jaarlijks wordt gemonitord met de macronorm onroerende zaakbelasting (macronorm OZB). De benchmark past goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) heeft de benchmark 2020 samengesteld en opgenomen in de Atlas van de lokale heffingen. Die is in het voorjaar van 2020 uitgebracht. Verruiming lokaal belastinggebied De bouwstenen voor een toekomstig lokaal belastingstelsel zijn inmiddels gepresenteerd. In mei 2020 is het ambtelijke rapport Herziening gemeentelijk belastinggebied aan de Tweede Kamer aangeboden als onderdeel van het bouwstenentraject voor een beter belastingstelsel (geïnitieerd door de Staatssecretaris van Financiën). Het rapport presenteert beleidsopties voor het gemeentelijk belastinggebied die elk uit verschillende bouwstenen bestaan.

Samengevat gaat het om:  Verruimen van het gemeentelijk belastinggebied door een belastingschuif van Rijk naar gemeenten (indicatieve omvang: € 4 tot € 6 miljard). Daarbij neemt het gemeentefonds met hetzelfde bedrag af en worden inwoners gecompenseerd door lagere inkomstenbelasting. Invullen van deze belastingschuif kan via herinvoering van de OZB-gebruikers woningen en/of een nieuwe ingezetenenheffing.  Verbreden van de belastinggrondslag door het afschaffen van één of meer waarderingsuitzonderingen voor de WOZ/OZB.  Moderniseren van de belastingmix door de toeristenbelasting anders vorm te geven en de hondenbelasting af te schaffen. In Mill en Sint Hubert wordt overigens geen hondenbelasting geheven. De bouwstenen voor herziening van het gemeentelijk belastinggebied zijn bedoeld voor het volgende kabinet. Politieke weging ervan zal tijdens de formatiefase moeten gebeuren. In de komende periode zal de VNG in samenspraak met de leden - mede op basis van dit rapport - de koers uitzetten om een kleinere financiële afhankelijkheid te realiseren.

82

2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.1 Beleid weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-structurele financiële tegenvallers op te kunnen vangen om haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn gesloten. In schema: Weerstandsvermogen: Risico’s

Relatie

Weerstandscapaciteit

Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente voor het begrotingsjaar zelf, maar ook voor de meerjarenramingen. Beleid weerstandsvermogen Wettelijk gezien moet de algemene reserve minimaal de benodigde weerstandscapaciteit bedragen. Analyse van het gevoerde beleid ten aanzien van het weerstandsvermogen vind twee keer per jaar plaats; bij de begroting en bij de jaarrekening. Beleid reserves en voorzieningen Op 14 december 2015 is de beleidsnota reserves en voorzieningen 2015 vastgesteld. De beleidsnota geeft de spelregels weer hoe om te gaan met de reserves en voorzieningen. Hierbij zijn de volgende beleidsuitgangspunten vastgesteld: 1. Het aantal reserves en voorzieningen wordt zo beperkt mogelijk gehouden 2. Voldoen aan eisen bij instellen nieuwe voorzieningen 3. Voldoen aan eisen bij instellen nieuwe reserves 4. Op reserves wordt geen rente bijgeschreven 5. Resterend saldo (bij opheffing) reserves vloeit terug naar de algemene reserve 6. De reserves worden jaarlijks kritisch beoordeeld 7. Minimale startbedrag van een reserve bedraagt € 25.000 8. Reserve heroverwegen en eventueel opheffen indien gedurende 2 jaar geen mutatie heeft plaats gevonden en/of lager is dan € 10.000 Bij alle uitgangspunten geldt dat de gemeenteraad hier van af kan wijken en middels een raadsbesluit anders kan besluiten.

2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit: middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet voorziene financiële tegenvallers te dekken. De hoogte van de weerstandscapaciteit wordt bepaald door de reservecomponenten op de balans:  De in de begroting opgenomen ruimte in de stelpost onvoorziene uitgaven.  Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve.  De onbenutte belastingcapaciteit.

83

De stille reserves, zijnde die activa waarvan de boekwaarde lager is dan de werkelijke waarde en die direct verkoopbaar zijn.

Weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening Begroting

Weerstandscapaciteit exploitatie: Onbenutte belastingcapaciteit

196

71

Onvoorzien Totaal structureel

25 221

25 96

Weerstandscapaciteit vermogen: Resultaat

1.984

0

Vrij aanwendbare reserves Stille reserves

2.500 4.766

1.062 4.766

Totaal incidenteel

9.250

5.828

Totaal weerstandscapaciteit

9.471

5.924

Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is de capaciteit ten opzichte van de zogenaamde Artikel 12normen. Uitgangspunt voor de tarieven rioolrechten, reinigingsheffingen en leges is dat ze 100% kostendekkend zijn. Wanneer de OZB-capaciteit berekend wordt op basis van redelijk peil – dat wil zeggen de Artikel 12-norm (120% van het gemiddelde tarief voor de OZB) – dan bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit maximaal € 196.000 op basis van de jaarrekening 2020. Stelpost onvoorziene uitgaven In de begroting 2020 is de hoogte van deze post vastgesteld op € 25.000. De post onvoorzien is in 2020 niet ingezet. Vrij aanwendbare deel van de algemene reserve De stand van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2020 € 2.500.000. Stille reserves Men spreekt van een stille reserve als de actuele waarde van een actief hoger is dan de boekwaarde. Het gaat hierbij om alle activa niet voor de openbare dienst bestemd die een hogere waarde hebben dan de boekwaarde. Voorbeelden hiervan zijn landbouw- en overige gronden, die (nog) niet in bouwgrondexploitaties zijn opgenomen en gebouwen, waaronder woningen, waarvan de te verwachten opbrengstwaarde aanzienlijk uitgaat boven de (eventueel aanwezige) boekwaarde. Het opgenomen bedrag van € 4.766.000 is indicatief. Deze bezittingen zijn in principe verkoopbaar maar niet à la minute.

Deze bieden wel een mate van zekerheid voor de toekomst, maar zijn niet inzetbaar om directe risico’s / lasten op te vangen.

84

2.3 Risico's Hieronder wordt een overzicht gegeven van de risico’s, die de financiële positie van onze gemeente kunnen beïnvloeden. Het inzicht in de potentiële risico’s geeft een beter fundament voor het oordeel over de financiële positie. Een risico kan worden omschreven als: Het gevaar voor schade of verlies door interne en/of externe omstandigheden waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, omdat het niet mogelijk is een redelijke inschatting van het bedrag van de schade of het verlies te maken. Om een evenwichtig financieel beleid te kunnen voeren is het van belang dat periodiek een zo breed mogelijke analyse wordt opgesteld van de gevaren die kunnen leiden tot verstoringen van het (meerjarige) budgettaire beeld. Een risicoanalyse, onderdeel van risicomanagement, is hiervoor een geschikte methode. De risico’s kunnen worden ingedeeld in:  Risico’s voortvloeiend uit het eigen beleid  Risico’s voortvloeiend uit het beleid van een andere overheid  Risico’s voortvloeiend uit de samenwerking met andere gemeenten of instanties  Risico’s voortvloeiend uit het doen/nalaten van derden  Risico’s voortvloeiend uit voor de gemeente niet te beïnvloeden (autonome) ontwikkelingen. Voortvloeiend uit eigen beleid Onderwerp Gemeentelijke bouwgrondexploitaties (BGE)

Maximaal risico Deze risico’s kunnen worden opgevangen binnen de algemene reserve (zie paragraaf grondbeleid) Onderwerp Gewaarborgde geldleningen en andere garantieverplichtingen

85

Risicobeschrijving Bij gelegenheid van deze jaarrekening zijn alle grondexploitaties geactualiseerd. De met het beleidsproduct bouwgrondexploitatie gepaard gaande risico’s zijn geanalyseerd voor de lopende projecten. Voor een nadere uiteenzetting van de risico’s wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid en het vertrouwelijke scenario-overzicht waarin per grondexploitatie de uitkomsten van het meest realistische, een pessimistisch en een optimistisch scenario zijn gepresenteerd. De scenario-analyse is de basis voor het berekenen van de hoogte van de benodigde risicoreserve. Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%)

Risicobeschrijving De geldleningen in het kader van de sociale woningbouw worden primair gewaarborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het bedrag voor de achtervang is op 31-12-2020 € 4.165.000. De risico’s van de

Onderwerp

Maximaal risico € 408.000 Onderwerp Arbeidsongeschiktheid bestuurders

Maximaal risico € 150.000 Onderwerp Wachtgeld college van burgemeester en wethouders

Maximaal risico € 1.070.000

86

Risicobeschrijving gemeente als achtervang zijn gering. Het WSW kent een triple A-rating en er zijn een aantal andere zekerheden voordat de gemeente in beeld komt. Als laatste stap in de zekerheden kan dan een beroep worden gedaan op achtervang van Rijk en gemeenten. Het Rijk wordt dan voor 50% aangesproken en de gemeenten voor de andere 50%, met dien verstande dat daarvan weer 25% wordt opgebracht door alle gemeenten in Nederland met WSW-leencontracten en de andere 25% door de ‘schadegemeenten’. Laatstgenoemde gemeenten moeten dan een renteloze lening aan het WSW verstrekken. Het verlies is dan de gemiste rente. De gemeente staat ook garant voor leningen op grond van de publieke taak. In dat kader werd in 2020 voor 1 lening borg gestaan in het kader van de Zorg. Het restant van deze lening is op 31-12-2020 € 408.402 waarbij het risico moeilijk is in te schatten. Kans Zelden (Kans: 0 - 20%) Risicobeschrijving Vanwege de hoge kosten die met een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor bestuurders gepaard gaan is er voor gekozen geen verzekering af te sluiten. Hierdoor ligt het risico van de kosten bij arbeidsongeschiktheid van bestuurders bij de gemeente.

Kans Zelden (Kans: 0 - 20%) Risicobeschrijving Het lijkt aannemelijk dat in verband met de aanstaande herindeling het aantal wethouders en burgemeesters voor het Land van Cuijk in aantal zal afnemen en daardoor extra wachtgelden dienen te worden uit betaald. Kans Bijna zeker (Kans: 80 – 100%)

Onderwerp Minimabeleid

Maximaal risico € 60.000 Voortvloeiend uit beleid van andere overheden Onderwerp Gevolgen invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging op de gemeentelijke legesinkomsten met ingang van 2022

Maximaal risico € 261.000 Onderwerp Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

Maximaal risico Op dit moment nog niet in te schatten Onderwerp Corona crisis

87

Risicobeschrijving De laatste jaren zien we bij een aantal minimaregelingen een stijging van het gebruik en de kosten. De coronacrisis kan tevens tot gevolg hebben dat meer mensen een beroep zullen doen op de minimaregelingen. Kans Onwaarschijnlijk (Kans: 20 - 40%)

Risicobeschrijving Op basis van de huidige meerjarenraming rekent de gemeente vanaf 2021 op € 521.536 aan baten voor WABO-vergunningen. De implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging hebben mogelijk gevolgen voor de kostendekking en leges. Voorlopige schattingen wijzen uit dat de legesinkomsten zullen teruglopen. Daar zal naar alle waarschijnlijkheid een toename van duurzaamheidsinkomsten tegenover komen te staan. De exacte impact wordt tijdens de uitvoering van het Programma Implementatie Omgevingswet duidelijk. Het legesmodel wordt voor 01-01-2022 aangepast en aan de raad voorgelegd. Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%) Risicobeschrijving Uit de groep van ZZS zouden mogelijk nieuwe stoffen kunnen komen die een probleem opleveren. Kans Zelden (Kans: 0 - 20%) Risicobeschrijving Het coronavirus en de brede impact op de samenleving heeft grote gevolgen voor de gemeente. Er wordt een breed beroep gedaan op de gemeenten om te ondersteunen op bijna alle beleidsvelden. De realiteit van de ontwikkelingen rondom het coronavirus leert op dit moment ook dat niemand precies weet wat er gaat gebeuren. De gemeente richt zich

Onderwerp

Maximaal risico Kosten kunnen naar alle waarschijnlijkheid gedekt worden door de ontvangen coronacompensatie van het Rijk Onderwerp Jeugd Maximaal risico € 140.000 Onderwerp Wmo (oud en nieuw)

Maximaal risico € 80.000 immateriële ondersteuning € 80.000 grote woning aanpassing Onderwerp BUIG-budget Maximaal risico € 70.000

88

Risicobeschrijving er op dit moment op om alle vragen die op haar afkomen te kanaliseren en daar waar mogelijk te beantwoorden. Daarnaast bereid de gemeente zich voor om de taken die vanuit de rijksoverheid haar worden toebedeeld uit te kunnen voeren. Het beroep wat gedaan wordt op de gemeente vanuit het maatschappelijk veld en ondernemers om financiële steun is groot en zal de komende tijd naar verwachting verder toenemen. De gevolgen voor de gemeentelijke financiën zijn op dit moment zeer divers en niet in te schatten. Op basis van de huidige inzichten kunnen de extra lasten gedekt worden door de ontvangen coronacompensatie van het Rijk. Kans Bijna zeker (Kans: 80 - 100%)

Risicobeschrijving We zien al een aantal jaren een stijging van de uitgaven jeugdzorg. Kans Bijna zeker (Kans: 80 - 100%) Risicobeschrijving We zien de laatste jaren een toename in met name het gebruik van immateriële ondersteuning (begeleiding en dagbesteding). Dit zien we ook bij grote woningaanpassingen. Dit heeft onder andere te maken met een toename van de omvang van de doelgroep en het feit dat deze doelgroep langer zelfstandig thuis blijft wonen. Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%)

Risicobeschrijving Op het BUIG budget van ongeveer € 1,4 mln. lopen we een risico van € 70.000. Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%)

Onderwerp Participatiebudget

Maximaal risico € 40.000 Onderwerp Omgevingswet

Maximaal risico Op dit moment nog niet in te schatten Voortvloeiend uit samenwerking Onderwerp Deelnemingen in overige gemeenschappelijke regelingen

Maximaal risico € 90.000 Onderwerp ODBN Maximaal risico € 13.000

89

Risicobeschrijving Het budget is krap, maar ook voor 2020 kan verrekening met AGR-middelen van IBN plaatsvinden. Daardoor resteert slechts een gering risico op overschrijding van maximaal € 40.000. Kans Onwaarschijnlijk (Kans: 20 - 40%) Risicobeschrijving De datum inwerkingtreding van de Omgevingswet valt samen met de startdatum van de nieuwe gemeente Land van Cuijk. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer en op welke wijze Grave aansluit bij de herindeling. De inrichting van de nieuwe gemeentelijke organisatie is nog niet vastgesteld, evenals de nieuwe processen die vanaf januari onder de vlag van de Omgevingswet worden uitgevoerd. Tevens zijn de exacte ICT kosten nog niet beschikbaar. Dit maakt de implementatie van de Omgevingswet uitdagend. Het programma (PIO) ligt op koers, maar de hierboven beschreven context zou kunnen leiden tot (financiële) risico’s. Kans Onwaarschijnlijk (Kans: 20 - 40%)

Risicobeschrijving De gemeente loopt financiële risico’s in gemeenschappelijke regelingen. Voor zover daarvan sprake is worden deze toegelicht in de paragraaf ‘verbonden partijen’. Kans Onwaarschijnlijk (Kans: 20 - 40%) Risicobeschrijving Het toezicht op asbestsloop is conservatief geraamd. Kans Mogelijk (Kans: 40 – 60%)

Voortvloeiend uit doen/nalaten van derden Onderwerp Schade door natuurgeweld

Maximaal risico € 15.000

Risicobeschrijving Bij natuurrampen en/of extreem weer kunnen in de openbare ruimte grote schades ontstaan door wateroverlast, storm en droogte die niet door de verzekering worden gedekt. Kans Waarschijnlijk (Kans: 60 - 80%)

2.4 Inschatting risico's Kans en gevolg Voor wat betreft de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet, wordt uitgegaan van de volgende tabel:

1. 2. 3. 4. 5.

Kans Zelden Onwaarschijnlijk Mogelijk Waarschijnlijk Bijna zeker

Waarde tussen 0 – 20% 20 – 40% 40 – 60% 60 – 80% 80 – 100%

is gemiddeld 10% 30% 50% 70% 90%

Door middel van een toetsing met de beschikbare middelen en het aanwezig financieel weerstandsvermogen kan een evenwichtiger beeld wordt gevormd van de financiële positie van een gemeente en de ontwikkeling daarvan. Risicoanalyse Bij de analyse van de risico’s is rekening gehouden met het maximale bedrag van het risico en de kans dat het risico zich voor doet. De inschatting van de hiervoor genoemde risico’s levert het onderstaande beeld op. Omschrijving risico

I/S

Max.risico in €

Kans

Berekend risico

Gewaarborgde geldleningen Arbeidsongeschiktheid bestuurders Wachtgeld college van burgemeester en wethouders

I I I

408.000 150.000 1.070.000

10% 10% 70%

40.800 15.000 749.000

Minimabeleid Wmo (oud en nieuw) BUIG-budget Participatiebudget Deelnemingen in gemeenschappelijke regelingen ODBN

I I I I I I

60.000 160.000 70.000 40.000 90.000 13.000

30% 50% 50% 30% 30% 50%

18.000 80.000 35.000 12.000 27.000 6.500

90

Omschrijving risico

I/S

Max.risico in €

Kans

Berekend risico

Schade door natuurgeweld Totaal incidentele risico's Jeugd Gevolgen invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (miv 2022)

I

15.000 2.076.000

70%

10.500 993.800

S S

140.000 261.000

90% 50%

126.000 130.500

401.000

Totaal structurele risico's Benodigde weerstandscapaciteit

256.500 1.250.300

2.5 Ratio weerstandsvermogen Conclusie Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de kansberekening dat deze risico’s zich daadwerkelijk voor doen, is berekend dat de benodigde weerstandscapaciteit € 1.250.300 bedraagt. Er is op dit moment in de algemene reserve € 2.500.000 beschikbaar en de weerstandscapaciteit is berekend op € 9.471.000 (zie berekening onder kopje weerstandscapaciteit). Het weerstandsvermogen wordt daarmee voldoende geacht voor de opvang van de nu bekende risico’s. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen = --------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit Voor Mill en St Hubert betekent dit voor 31 december 2020 een ratio van € 9.471.000 / € 1.250.300 = 7,6. Indien we alleen van de algemene reserve uitgaan als beschikbare weerstandscapaciteit dan is de ratio weerstandsvermogen € 2.500.000 / € 1.250.300 = 2. Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen de Universiteit van Twente en het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is opgesteld.

Waardering A B C D E F

91

Ratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Gegeven de ratio van 7,6 betekent dit voor gemeente Mill en Sint Hubert dat het weerstandsvermogen uitstekend is per 31 december 2020. Let wel: De rapportage omtrent het weerstandsvermogen is een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel negatief of positief beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen een andere waardering krijgt.

2.6 Kengetallen financiële positie Conform BBV worden in de paragraaf weerstandsvermogen de volgende 5 kengetallen opgenomen: 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit De onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie wordt in deze paragraaf beoordeeld. Beoordeling kengetallen De genoemde kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen in onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. Rekening 2020

Begroting 2020

Rekening 2019

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

38% 36%

63% 61%

35% 33%

Solvabiliteit

40%

30%

38%

Grondexploitatie

2,2%

1,4%

3,9%

Structurele exploitatieruimte

3,5%

0,3%

1,7%

Belastingcapaciteit

112%

118%

114%

Kengetal

Netto-schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast (schulden zijn grotendeels gebaseerd op de extrapolatie van de langlopende geldleningen) ten opzichte van de eigen middelen (de eigen middelen bestaan uit de overtollige middelen, anders gezegd het positief banksaldo) en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De berekening gaat ongeveer als volgt: trek de geldelijke bezittingen af van de schulden, het bedrag onder de streep is de netto schuld. Deel deze netto schuld vervolgens door de inkomsten. De uitkomst hiervan wordt uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote bedraagt voor het jaar 2020: 38%.

92

Zie hieronder het verloop van de netto schuldquote:

Netto-schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bedraagt voor het jaar 2020: 36%. Hieronder het verloop van de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen:

De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor de netto schuldquote zijn de volgende: Voldoende Tot 100% Gezien de percentages van 38% en 36% in het jaar 2020 valt deze in de categorie “voldoende”. De schuld als aandeel van de Matig 100% tot 130% Onvoldoende Hoger dan 130% inkomsten is op orde en er is geen aanleiding om de schuld te verlagen.

Solvabiliteit De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit bedraagt voor het jaar 2020: 40%.

93

Zie hieronder het verloop van de solvabiliteitsratio:

De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor de solvabiliteitsratio zijn de volgende: Voldoende Hoger dan 50% De ratio geeft aan in hoeverre de gemeente aan haar lange termijn financiële verplichtingen kan voldoen. Matig 20% tot 50% Op basis van de ontwikkeling is de conclusie dat het eigen Onvoldoende Lager dan 20% vermogen van Mill en Sint Hubert in 2020 matig is.

Grondexploitatie Op de boekwaarde van alle gronden, dus zowel onderhanden werk en niet in exploitatie genomen gronden, is de verliesvoorziening in mindering gebracht. Daarmee wordt de economische waarde als balanswaarde getoond. Een hoog percentage duidt er op hoeveel van de jaarlijkse ontvangsten nodig zijn om de boekwaarde af te lossen. Het kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie bedraagt voor het jaar 2020: 2,2%. Hieronder het verloop van het kengetal grondexploitatie:

De boekwaarde van de gronden in bezit zegt niets over de relatie tussen vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2 bedrijventerrein.

94

Voldoende Matig Onvoldoende

Lager dan 20% 20% tot 35% Hoger dan 35%

Gezien het percentages van 2,2% in het jaar 2020 valt deze in de categorie “voldoende”. De waarde van de grond ten opzichte van de totale baten is klein.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. De structurele exploitatieruimte bedraagt voor het jaar 2020: 3,5%. Hieronder het verloop van het kengetal structurele exploitatieruimte:

De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor het kengetal structurele exploitatieruimte zijn de volgende: Voldoende Hoger dan 0% Het percentage van 3,5% in 2020 geeft aan dat de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. Volgens de algemene Matig 0% landelijke normen valt dit in de categorie voldoende. Onvoldoende Lager dan 0%

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit laat zien of een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen. Ook toont het de ruimte voor nieuw beleid doordat het laat zien waarmee de belastingen verhoogd kunnen worden (ruimte voor verhoging). Voor gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde landelijke woonlasten. Het kengetal belastingcapaciteit bedraagt voor het jaar 2020: 112%. De ruimte voor verhoging van de woonlasten bedraagt voor 2019: 7%.

95

Hieronder het verloop van het kengetal belastingcapaciteit:

In de volgende tabel zien we de ontwikkeling in ruimte voor verhoging van de woonlasten:

De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor het kengetal belastingcapaciteit zijn de volgende: Voldoende Lager dan 95% De gemeente Mill en Sint Hubert kan haar woonlasten met Matig Van 95% t/m 105% 7% laten stijgen voordat de artikel 12-norm bereikt wordt. Mill en Sint Hubert hanteert een woon-lastendruk boven het Onvoldoende Hoger dan 105% Nederlands gemiddelde en valt hiermee in de categorie ‘onvoldoende’.

96

3 Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf treft u een overzicht aan van alle actuele beheerplannen. Hierin worden de beleidsuitgangspunten en de financiële consequenties voor het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen weergegeven. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Daarbij is gekozen voor een voldoende onderhoudsniveau en bijbehorend budget om de voorzieningen in stand te kunnen te houden. Het beleid over deze kapitaalgoederen is verwerkt in beheerplannen die voor verschillende kapitaalgoederen worden opgesteld. In de diverse tabellen staat een * bij Exploitatie; dit betekent dat de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen.

3.1 Beleidskaders en financiële consequenties Het VGRP is in 2018 vastgesteld. Het overgrote deel van de beheerplannen zijn in het 1e kwartaal van 2019 vastgesteld. In de begrotingsbrief van de provincie (december 2018) heeft de provincie aangegeven dat de beheerplannen civiele objecten en wegbeheer opnieuw moesten worden vastgesteld voor een periode van 10 jaar. Dit is in 2020 gerealiseerd.

Beheerplan

Datum vaststelling

Cyclus

Jaar herziening

Beheerplan wegen Beheerplan openbare verlichting

raadsbesluit raadsbesluit

dec-20 febr-2019

10 jaar 4 jaar

2030 2023

Verbreed gemeentelijk rioleringsplan Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Beheerplan Civiele objecten Beheerkwaliteitsplan groen Speelruimteplan Groenstructuurplan Groenbeleidsplan Evaluatie en uitvoeringsprogamma gemeentelijke gebouwen

raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit

dec-2018 dec-2012 dec-20 febr. 2019 febr. 2019 febr. 2014 febr. 2014 dec-2019

4 jaar 10 jaar 10 jaar 4 jaar

2023 2022 2030 2023

4 jaar 10 jaar 10 jaar 1 jaar

2023 2024 2024 2020

3.2 Wegen Uit het gegevensbestand van de gemeente Mill en Sint Hubert (stand juli 2019) blijkt dat de gemeente circa 998.000 m2 verhardingen in beheer heeft. Dit totaal is onder te verdelen in:  592.500 m2 asfaltverhardingen  360.250 m2 elementverhardingen  45.250 m2 betonverhardingen Naast deze verhardingen heeft de gemeente ook nog 132.000 m2 halfverhardingen in beheer.

97

Wat is gerealiseerd in 2020 Wegenbeheerplan In december 2020 is door de raad het Beheerplan Wegen 2021-2030 vastgesteld. Er is gekozen voor minimumvariant kwaliteitsniveau C. Dit kwaliteitsniveau betreft ook de actuele onderhoudstoestand van de wegen in de gemeente. Met het kiezen van de minimumvariant wordt voldaan aan de minimale eisen voor een verantwoord wegbeheer, blijft de veiligheid gewaarborgd en wordt kapitaalvernietiging voorkomen. Bestekken In 2020 zijn de volgende bestekken opgesteld en aanbesteed:  Groot onderhoud van wegen voor periode 2020-2021 met twee keer een mogelijke verlenging van een jaar;  Onderhoud van bermen voor periode 2020-2021 met twee keer een mogelijke verlenging van een jaar. Daarnaast is een bestek opgesteld voor het onderhoud van wegmarkeringen. Dit bestek wordt in het eerste kwartaal van 2021 aanbesteed. Zoveel als mogelijk zijn de diverse bestekken in samenwerking met de gemeenten die deel uitmaken van de gemeente Land van Cuijk opgesteld en aanbesteed. Regulier onderhoud wegen In 2020 is nog een resterend deel van de groot onderhoudswerkzaamheden van 2019 uitgevoerd.

Daarnaast zijn aan de volgende wegen groot onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd:  Mill: Achterdijk, Arubaweg, Antillenweg, Surinameweg, Frederikweg, Bergseweg, Brandsestraat, Eksterstraat, Zwaluwstraat, Gagelweg, Schippersdijk, Rodenweg, Roijenweg, Hoogedijk, Heufseweg, Koestraat, Lochtjesweg en Sint Huberse Binnenweg;  Langenboom: Dorpsstraat, Schoenmakersweg, Zandvoortsestraat, Russendaalweg en Hogesteenweg;  Sint Hubert: De Witweg, Ericaweg, Wanroijseweg, Noordelijke Hoefseweg, Boersestraat, Kromme Bergweg, Ijzerbroekseweg;  Wilbertoord: Amansweg, Beelenweg en Willemsweg Mede door de doorlooptijd van de aanbestedingsprocedure van het nieuwe bestek voor groot onderhoudswerkzaamheden aan wegen en de niet juiste weersomstandigheden in het laatste kwartaal van 2020 (risico op afbreuk kwaliteit) zijn niet alle geplande werkzaamheden uitgevoerd. De werkzaamheden voor het resterende budget (ca. € 290.000) zijn uitgezet en worden in 2021 uitgevoerd. Naast het groot onderhoud zijn er her en der schades in het asfalt gerepareerd en is aan diverse wegen in de gemeente klein onderhoud uitgevoerd aan bestratingen. Dit betreft voornamelijk het herstellen van de verhardingen als gevolg van verzakkingen, schade en wortelopdruk.

98

Omschrijving beheerplan wegbeheer Uitvoeringsprogramma wegbeheer 2019

Budget € 167.639

Realisatie Dekking uit € 167.572 Voorziening onderhoud wegen

Uitvoeringsprogramma wegbeheer 2020

€ 657.515

€ 366.946 Voorziening onderhoud wegen

Reconstructie Stationstraat 1e fase 2018

€ 25.000

€ 498 Exploitatie*

Reconstructie Stationstraat 2e fase 2019 Reconstructie Vorleweg 2e fase 2016

€ 200.000 € 226.391

€ 0 Exploitatie* € 227.951 Exploitatie*

Reconstructie Vorleweg 2018

€ 506.050

€ 506.358 Exploitatie*

3.3 Openbare verlichting Het doel van de openbare verlichting is om bij duisternis het openbare leven duurzaam en zo goed mogelijk te laten functioneren:  Waarbij men geen gevoel van onveiligheid ervaart.  Waarbij de weggebruiker zich op een veilige wijze moet kunnen verplaatsen.  Waarbij verlichting de leefbaarheid (herkenbaarheid, sfeer) vergroot en de ruimtelijke inrichting wordt versterkt.  Waarbij onnodige lichtvervuiling wordt voorkomen. Wat is gerealiseerd in 2020 Het investeringskrediet is ingezet voor het vervangen van conventionele verlichtingsarmaturen door energiezuinige led-armaturen. Dit is uitgevoerd in de wijk Brugseberg fase 2 en 3. Hiermee is bereikt dat we eind 2020 voldoen aan ijkpunt 2020 uit het energieakkoord (SER). Er is een kleine overschrijding bij de onderhoudskosten als gevolg van schades. Dit kan worden gedekt uit de opbrengsten van de verhaalbare schades. Omschrijving beheerplan openbare verlichting Vervangen lichtmasten Vervangen armaturen Openbare verlichting 2020 SER-energieakkoord Onderhoud openbare verlichting

Budget € 32.000 € 48.000 € 109.000 € 80.000 € 26.943

Realisatie Dekking uit € 32.000 Exploitatie* € 47.750 Exploitatie* € 109.000 Exploitatie* € 80.000 Exploitatie* € 30.608 Exploitatie*

3.4 Riolering en water In 2018 is het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) herzien voor de periode 2019-2023. Wettelijk kader  Het hebben van een actueel en geldig gemeentelijk rioleringsplan is een wettelijke verplichting vanuit onder andere de Wet Milieubeheer.

99

Sinds 1 januari 2008 heeft de Rijksoverheid de zorgplicht ten aanzien van riolering uitgebreid naar drie zorgplichten:  Zorgen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater naar een geschikt lozingspunt.  Zorgen voor de inzameling, het transport en de verwerking van hemelwater, voor zover dit niet van particulieren kan worden verwacht.  Zorgen voor het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van deze maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.

In het VGRP is opgeschreven hoe de gemeente Mill en Sint Hubert de komende jaren invulling wil geven aan haar zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast wordt het huidige stelsel onderhouden; bij benadering bestaande uit:  Vrijverval riolering 67 km  Drukriolering 81 km  Drukrioolgemalen 352 stuks  Hoofdgemalen 15 stuks  Bergbezinkbassins 4 stuks  Straatkolken 4.368 stuks  Berm- en kavelsloten 78 km  Wadi’s 4 stuks Wat is gerealiseerd in 2020 In 2020 is uitvoering gegevens aan de jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden zoals omschreven in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan. Daarnaast is de omgevingscommunicatie opgestart voor de aanleg van een zonnepark aan de Groespeelweg voor het behalen van een energie neutraal rioolbeheer. Verder is een deel van de gemeentelijke gebouwen afgekoppeld. Ook zijn er 6 woningen afgekoppeld waarbij gebruik is gemaakt van de gemeentelijke afkoppelsubsidie. De geplande werkzaamheden in Sint Hubert behorend bij de aanpak van wateroverlast zijn vanwege haar samenloop met de provinciale werkzaamheden doorgeschoven naar 2021. De hiervoor beschikbaar gestelde kredieten zijn doorgeschoven. Omschrijving beheerplan riolering Uitvoeringsprogramma VGRP 2019-2023 Riool/regenwater centrumplan Mill

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=56bc87a6-93b7-4985-951e-1f605d33e02d