26. Toelichting bijlage 17 CE-Bodembelastingkaart.pdf
Tekst van het document
De volgende parameters zijn nodig om tot een betrouwbare horizontale afbakening van een verdacht gebied te komen: • • • • •
Gegevens over de gebruikte toestellen (typen, aantallen); Informatie over de afgeworpen bommenlading (soorten, aantallen); Gegevens over het te treffen doelwit; Beschikbaarheid van luchtfoto’s van voldoende kwaliteit en de juiste datum; Duidelijke aanwijzingen op de luchtfoto dat niet alle afgeworpen bommen zijn ontploft.
Indien een of meerdere van deze parameters niet bekend is (zijn), is er geen verdacht gebied afgebakend. Voorbeeld: op de luchtfoto’s van 12 tot en met 27 september 1944 zijn meerdere kraters waargenomen in de gemeente Mill en Sint Hubert. In de literatuur en archieven zijn echter geen gegevens aangetroffen over bombardementen in deze periode. Er zijn geen gegevens dat er meer bommen zijn afgeworpen en dat er eventueel blindgangers zijn achtergebleven. De waargenomen kraters konden niet afgebakend worden. Bovenstaande betekent overigens niet dat er geen explosieven aangetroffen kunnen worden, zie §3.8.1. 3.8.3 Beschikbaarheid en kwaliteit luchtfoto’s Voor het opstellen van de gemeentelijke CE-Bodembelastingkaart zijn niet alle beschikbare luchtfoto’s opgevraagd. In totaal zijn er vijfenveertig luchtfoto’s gebruikt voor dit onderzoek. De keuze van de luchtfoto’s is voornamelijk gebaseerd op de data van de oorlogshandelingen die in Mill en Sint Hubert hebben plaatsgevonden. Voor het gebruik van de luchtfoto’s gelden een aantal beperkingen, die voornamelijk te maken hebben met kwaliteit en beschikbaarheid: •
In de eerste jaren van de oorlog was de luchtfotografie nog weinig ontwikkeld. De kwaliteit van de beschikbare luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog is
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
46
•
daardoor matig, omdat de foto’s van grote hoogte zijn genomen of met kleine lenzen; Veel luchtfoto’s zijn (naoorlogs) vernietigd en niet meer beschikbaar. Dit geldt voor foto’s uit de gehele oorlog. Hierdoor was het niet mogelijk om voor alle oorlogshandelingen de juiste luchtfotodekking te verkrijgen. Met name van de eerste jaren van de oorlog zijn weinig luchtfoto’s beschikbaar.
Door deze beperkingen was het niet altijd mogelijk om de locatie van oorlogshandelingen nauwkeurig te kunnen vaststellen. Bovendien kon door de matige kwaliteit niet altijd worden vastgesteld waardoor een op de luchtfoto zichtbare verstoring in het landschap is veroorzaakt. Deze zijn verstoringen zijn daarom aangemerkt als ‘niet-definieerbare verstoringen’. Daar niet kon worden vastgesteld dat deze verstoringen zijn veroorzaakt door CE, zijn deze verstoringen niet meegenomen in de afbakening van de verdachte gebieden. 3.8.4 Ruiming explosieven Mill en Sint Hubert De stukken over de aanwezigheid en/of ruiming van explosieven ontbreken in het gemeentearchief van de gemeente Mill en Sint Hubert. Het is onbekend waarom deze ontbreken. Mogelijk zijn deze verloren gegaan tijdens de Tweede Wereldoorlog of na de oorlog vernietigd. In de archieven van de MMOD en EODD zijn wel stukken bewaard gebleven over munitieruiming. 3.8.5 Ontbrekend kaartmateriaal In verschillende archieven wordt in brieven, rapporten en verslagen verwezen naar kaarten die als bijlage waren bijgevoegd. In de meeste gevallen zijn deze kaarten echter niet aanwezig. De reden hiervan is onbekend. Hierdoor kan van sommige gebeurtenissen de (exacte) locatie niet vastgesteld worden. Dit was met name het geval door het ontbreken van kadastrale kaarten van de gemeente Mill en Sint Hubert.
Hierdoor was het vaak niet mogelijk de locatie te achterhalen van verschillende panden met oorlogsschade: in de schaderapporten is vrijwel alleen maar verwezen naar de kadastrale aanduidingen en wijksgewijze nummering. 3.8.6 Actualiteit van gegevens Enkele informatiebronnen worden nog altijd geactualiseerd. Zo is de digitale database van de SGLO geraadpleegd in september 2017, mogelijk is hier bij het opleveren van de definitieve rapportage nieuwe informatie aan toegevoegd. 3.8.7 Schaderapporten Het is niet altijd duidelijk hoe de in de rapporten gemelde schade is ontstaan, de omschrijving is in veel gevallen beperkt tot ‘oorlogsschade’. Het is bekend dat er werd gefraudeerd met schademeldingen, ook kan het zijn dat er sprake is van bezettingsschade (bijvoorbeeld door inkwartiering van Duitse of geallieerde soldaten in huis). Alleen wanneer expliciet is aangegeven dat de schade is ontstaan door oorlogshandelingen waarbij CE zijn ingezet of wanneer de schade gestaafd kon worden door andere bronnen (bijvoorbeeld luchtfoto’s) is de schademelding gebruikt voor de analyse. 3.8.8 Aangetroffen niet-gesprongen explosieven De meldingen van vondsten van niet-gesprongen explosieven (blindgangers) in de periode 1945-1970 en met name ook de periode 1940-1945 zijn niet compleet. Pas vanaf 1970 zijn de vondsten structureel bijgehouden door de huidige EODD.
Van de overzichten van de geruimde munitie tot 1970 is niet altijd bekend of er daadwerkelijk een ruiming heeft plaatsgevonden. Indien een ruiming heeft plaatsgevonden kon niet altijd worden vastgesteld of daadwerkelijk alle munitie is geruimd. Bovendien is in de meeste gevallen onbekend waar de geruimde munitie naar toe is verplaatst. 3.8.9 MORA’s Alle MORA’s van de huidige gemeente Mill en sint Hubert (inclusief de voormalige gemeenten) zijn opgevraagd bij de EODD geraadpleegd voor het onderzoek. Niet alle opgevraagde MORA’s konden worden geleverd. De reden hiervoor is onbekend.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
47
Bovendien kon niet van alle MORA’s een exacte locatie worden vastgesteld door het ontbreken van een huisnummer. 3.9
Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op meerdere inventarisatiekaarten in GIS, waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. Op de onderstaande inventarisatiekaarten, waarin de indicaties afkomstig uit de literatuur- en archiefgegevens en de indicaties afkomstig uit de luchtfoto-analyse zijn gescheiden, zijn de volgende gegevens ingetekend: • •
• •
Mangaten (lijn); Mijnenveld (punt en lijn);
•
Artilleriebeschieting (punt en lijn); Beschieting met boordwapens (punt, lijn en vlak); Blindganger (lijn);
•
• • • • •
Bombardement (punt en lijn); Bominslag (punt en lijn); Crash (punt, lijn en vlak); Explosie (punt en lijn); Geruimd explosief (punt);
• • • • •
• • • • •
Geschutstelling (punt); Grondgevechten (punt en lijn); Inslag V-wapen (lijn); Krater (punt); Loopgraaf (lijn);
• • • •
Militaire aanwezigheid (punt, lijn en vlak); Mogelijke krater (punt); MORA (punt en lijn); Munitiedump (punt); Munitieopslag (punt); Niet-definieerbare verstoring (punt en vlak); Overig (punt); Prikkeldraad (lijn); Raketbeschieting (lijn en vlak); Schade (punt en lijn).
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
48
Afbeelding 15: Legenda inventarisatiekaart literatuur- en archiefgegevens gemeente Mill en Sint Hubert.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
49
Afbeelding 16: Inventarisatiekaart literatuur- en archiefgegevens gemeente Mill en Sint Hubert.
Afbeelding 17: Inventarisatiekaart luchtfoto-analyse gemeente Mill en Sint Hubert.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
50
4 ANALYSE GEGEVENS 4.1
Indicaties In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat de gemeente Mill en Sint Hubert tijdens de Tweede Wereldoorlog is getroffen door oorlogshandelingen waarbij CE zijn ingezet. Hierdoor zijn verspreid over de gemeente CE in/op de (water)bodem achtergebleven. Op basis van de analyse van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat er binnen de gemeente Mill en Sint Hubert gebieden zijn die verdacht zijn op het aantreffen van CE in/op de (water)bodem. In paragrafen 4.2 en 4.3 is een nadere uitleg gegeven over het vaststellen respectievelijk van de verdachte en onverdachte gebieden. In §4.4 is de invloed van de naoorlogse ontwikkelingen beschreven. In §4.5 en §4.6 worden respectievelijk de verdachte en onverdachte gebieden uiteengezet aan de hand van de indicaties uit de geraadpleegde bronnen
4.2
Verdachte gebieden Op basis van de geraadpleegde gegevens is vastgesteld dat er in de gemeente Mill en Sint Hubert oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor CE in/op de (water)bodem zijn achtergebleven. De gebieden die getroffen zijn door deze oorlogshandelingen zijn verdacht op het aantreffen van CE. Conform WSCS-OCE zijn voor elk van de op CE verdacht gebieden de volgende zaken vastgesteld: • • • • • •
De (sub)soort aan te treffen CE; De kalibers van de aan te treffen CE; De hoeveelheid aan te treffen CE; De verschijningsvorm van de aan te treffen CE; De horizontale afbakening van het verdachte gebied; De verticale afbakening van het verdachte gebied.
In paragrafen 4.2.1 tot en met 4.2.6 worden deze zaken toegelicht. VG-nummer Ter identificatie heeft elk verdacht gebied een unieke codering (een VG-nummer) gekregen. Hierbij is/zijn tevens de RAP-nummer(s) van de oorlogshandeling(en) waardoor CE in/op de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven (zie §3.1) vermeld. Het VG-nummer bestaat uit de volgende drie onderdelen: • •
•
De aanduiding VG: verdacht gebied; Een letter als aanduiding voor de oorlogshandeling: o G = geschutstelling en luchtafweerstelling; o I = inslag geschutmunitie/artilleriebeschieting; o O= munitieopslag; o S = schietbaan; o V = vliegtuigcrash. Een nummer met drie cijfers.
VG-paragrafen Elk verdacht gebied met een VG-nummer heeft een eigen paragraaf, waarin alle relevante gegevens uit de geraadpleegde bronnen zijn vermeld, namelijk de indicatie van de oorlogshandeling inclusief bronvermelding, de gegevens over de aan te treffen CE (hoofdsoort, subsoort, kaliber (nationaliteit), verschijningsvorm en hoeveelheid) en de horizontale en verticale afbakening. Tevens is een uitsnede van een geraadpleegde luchtfoto (indien relevant voor de indicatie) bijgevoegd.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
51
4.2.1 Hoofd- en subsoorten CE Er zijn in totaal zestien hoofdsoorten CE, namelijk: kleinkalibermunitie (KKM), geschutmunitie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten, afwerpmunitie, submunitie, onderwatermunitie, landmijnen, valstrikken, explosieve stoffen, vuurwerken, vernielingsmiddelen, ontstekingsinrichtingen en munitietoebehoren. Op basis van de geraadpleegde gegevens kon in de meeste gevallen een hoofdsoort worden vastgesteld. Naast de hoofdsoorten zijn er verschillende subsoorten. De subsoort van CE hangt af van het doel waarvoor de CE werden gebruikt. Op basis van de geraadpleegde gegevens kon niet altijd een subsoort worden vastgesteld. 4.2.2 Kalibers CE De kalibers van CE worden weergegeven in gewicht (pdr., lbs. en kilo) of op basis van de grootte (inch, cm en mm). Op basis van de geraadpleegde gegevens kon niet altijd het kaliber worden vastgesteld. 4.2.3 Hoeveelheden CE De hoeveelheden ingezette CE zijn op basis van de geraadpleegde gegevens niet altijd bekend. In dergelijke gevallen zijn de hoeveelheden CE indicatief vastgesteld op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. 4.2.4 Verschijningsvorm CE De verschijningsvorm is de wijze waarop CE in het verleden op/in de (water)bodem terecht zijn gekomen.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restanten uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen. Op basis van de geraadpleegde gegevens kon de verschijningsvorm niet altijd worden vastgesteld. 4.2.5 Horizontale afbakening De verdachte gebieden in het onderzoeksgebied zijn horizontaal vastgesteld en afgebakend in meters aan de hand van de richtlijnen zoals die zijn geformuleerd in de WSCS-OCE. Per oorlogshandeling zijn in het WSCS-OCE richtlijnen weergegeven hoe het op CE verdachte gebied afgebakend dient te worden (zie bijlage 1 en 2). Situationeel mag er, mits voldoende onderbouwd, worden afgeweken van de richtlijnen. Aanvullend op de richtlijnen voor de horizontale afbakening, is bij elk verdacht gebied een extra buffer aan de afbakening toegevoegd. De toevoeging van een buffer is noodzakelijk vanwege het gebruik van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog om de horizontale afbakening vast te stellen. Luchtfoto’s wijken af van de daadwerkelijke situatie op de grond om de volgende redenen: • • •
Een luchtfoto is een vlakke weergave van de bolling van de aarde; De lens van de camera was niet altijd loodrecht op het aardoppervlak gericht; De (veranderende) positie van het vliegtuig ten opzichte van het aardoppervlak.
In de onderbouwing van de horizontale afbakening van de verdachte gebieden worden steeds de richtlijnen voor afbakening uit de WSCS-OCE genoemd, met daarachter tussen haakjes de afbakening inclusief de gekozen buffer. Deze buffer is niet altijd hetzelfde, want deze is afhankelijk van de vastgestelde afwijking tijdens het georefereren van de luchtfoto’s. In enkele gevallen was het noodzakelijk om van de richtlijnen van het WSCS-OCE af te wijken. Indien dit het geval was, dan is de reden hiervoor beargumenteerd. In andere gevallen was er sprake van een situatie waarvoor in het WSCS-OCE geen richtlijnen zijn weergegeven. Hier is op basis van ervaringen en de situatie ter plaatse een onderbouwde horizontale afbakening van het verdachte gebied vastgesteld.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
52
4.2.6 Verticale afbakening De diepteligging van CE is van een aantal factoren afhankelijk, waaronder de soort CE en de verschijningsvorm van de CE. De verticale afbakening van de verdachte gebieden is vastgesteld op basis van ervaringen in het veld met betrekking tot de diepteligging van deze CE. 4.3
Onverdachte gebieden Delen van de gemeente Mill en Sint Hubert zijn onverdacht op het aantreffen van CE in/op de (water)bodem. Voor de onverdachte gebieden geldt: • •
•
•
Er zijn in de geraadpleegde gegevens geen aanwijzingen aangetroffen dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor CE in/op de (water)bodem zijn achtergebleven; Er zijn in de geraadpleegde gegevens onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor CE in/op de (water)bodem zijn achtergebleven: de aard van de oorlogshandeling kon niet worden vastgesteld of de exacte locatie van de oorlogshandeling kon niet worden vastgesteld; Er zijn in de geraadpleegde gegevens aanwijzingen aangetroffen dat er tijdens en na de oorlogshandeling geen CE in/op de (water)bodem zijn achtergebleven: alle gebruikte CE zijn gedetoneerd of er hebben ruimingen plaatsgevonden waarbij alle CE zijn verwijderd; Er zijn in de geraadpleegde gegevens aanwijzingen aangetroffen dat er oorlogshandelingen in de buurt van het onderzoeksgebied waardoor in het onderzoeksgebied CE in/op de (water)bodem achtergebleven kunnen zijn. Op basis van de luchtfoto-analyse is vastgesteld dat deze oorlogshandelingen niet van invloed zijn op het onderzoeksgebied.
Ter plaatse van onverdachte gebieden kunnen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden waarbij het niet noodzakelijk is om verdere stappen in de explosievenopsporing (zoals detectie) te nemen. De conclusie onverdacht gebied staat echter niet gelijk aan een vrijwaring van explosieven (VvE). Er kan niet worden uitgesloten dat er in de onverdachte gebieden CE worden aangetroffen. 4.4
Naoorlogse ontwikkelingen Naoorlogse (water)bodemroerende ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van CE. Het uitgangspunt is dat in naoorlogs geroerde grond geen CE meer aanwezig zijn tot de diepte waarop de bodem is geroerd, omdat deze bij de bodemroerende werkzaamheden zullen zijn aangetroffen en verwijderd. Voor de waterbodem geldt in het algemeen dat er tot de diepte waarop (onderhouds)baggerwerkzaamheden hebben plaatsgevonden geen CE meer zijn te verwachten.
4.5
Indicaties en verdachte gebieden In de onderstaande paragrafen zijn de indicaties weergegeven aan de hand waarvan een verdacht gebied kon worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde gegevens. De genoemde RAP-nummers komen terug in het overzicht van gebeurtenissen dat losbladig is bijgevoegd. Hierbij zijn de hoofdsoort, de subsoort, de hoeveelheden, de verschijningsvorm en de horizontale en verticale afbakening weergegeven (zie §4.2). Tevens is aandacht besteed aan de naoorlogse ontwikkelingen, om te kunnen vaststellen in welke mate er nog CE kunnen worden aangetroffen in de verdachte gebieden. Voor een aantal indicaties van oorlogshandelingen waarbij CE zijn ingezet geldt dat de indicaties zijn samengevoegd in één analyse en dus één paragraaf omvatten. Het gaat om: •
De Duitse artilleriebeschietingen van de kazematten in de gemeente Mill en Sint Hubert van 10 mei 1940. Bij deze indicaties is er sprake van een gelijke horizontale afbakening en verticale afbakening, en zijn de aan te treffen hoofdsoorten, subsoorten, hoeveelheden en verschijningsvorm hetzelfde;
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
53
•
De militaire aanwezigheid in de gemeente Mill en Sint Hubert in de vorm van geschutstellingen. In de gemeente lagen vijf geschutstellingen. Bij al deze indicaties is er sprake van een gelijke horizontale afbakening en verticale afbakening, en zijn de aan te treffen hoofdsoorten, subsoorten, hoeveelheden en verschijningsvorm hetzelfde.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
54
4.5.1 VGG_001: Duitse geschutstellingen RAP-nummer Geen
Bron Luchtfoto’s
Vindplaats Diversen
Gebeurtenis/analyse Op de geraadpleegde luchtfoto’s is in de gemeente Mill en Sint Hubert zijn twee geschutstellingen waargenomen.
Luchtfoto-analyse
Afbeelding 18: Twee geschutstellingen te Mill en Sint Hubert. Bij de geschutstelling is ook een munitieopslagplaats aanwezig. Bron: KAD (821), sortieref: 106G-3002, fotonummer: 4150, d.d. 19 september 1944. Hoofdsoort Geschutmunitie Ontstekingsinrichtingen
Munitietoebehoren
Subsoort Brisant, antitankbrisant, rook, springrook, pantser, brisantpantser, brand n.v.t.
n.v.t.
Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)
Hoeveelheid Tientallen
Verschijningsvorm Gedumpt/ achtergebleven
Schokbuis, tijdschokbuis, tijdbuis, mechanische tijdbuis, mechanische tijdschokbuis, nabijheidsbuis (Duits) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits)
Tientallen
Gedumpt/ achtergebleven
Tientallen
Gedumpt/ achtergebleven
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
55
Horizontale afbakening Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE is rondom de op de luchtfoto’s waargenomen stellingen een cirkelvormig gebied met een straal van 25 meter, gemeten vanuit het hart van de stelling, verdacht op het aantreffen van diverse soorten CE. Dit is exclusief de gehanteerde 5 meter georeferentieafwijking. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de Nederlandse kazematten in de Peel-Raamstelling, die actief waren tijdens de meidagen van 1940, niet verdacht zijn verklaard. Uit de literatuur- en archiefgegevens is gebleken dat de Duitse troepen, welke gelegerd waren in de gemeente Mill en Sint Hubert, de kazematten hebben leeggehaald na 10 mei 1940.
Verticale afbakening De minimale diepte is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepte is 2 meter minus maaiveld, dit was de maximale diepte van de geschutstelling.
Verdacht(e) gebied(en)
Afbeelding 19: Verdacht gebied VGG_001. Verdacht gebied VGO_ komt verderop aan bod.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
56
Naoorlogse ontwikkelingen
Afbeelding 20: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGG_001. Er hebben in het verdachte gebied VGG_001 weinig zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden. Het is nog steeds een onbebouwd gebied. Er is enkel sprake van agrarische activiteiten. Daarnaast zijn de gebouwen in de buurt van het verdachte gebied naoorlogs weggehaald. Bijzonderheden Er was sprake van twee geschutstellingen in de gemeente Mill en St. Hubert tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aangezien deze geschutstellingen in een groep van twee stonden opgesteld, is het verdachte gebieden samengevoegd tot een verdachte gebieden. Deze is VGG_001 genoemd.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
57
4.5.2 VGI_001 t/m VGI_009: Duitse artilleriebeschietingen 10 mei 1940 RAP-nummer RAP_400510C09
Bron NIMH
Vindplaats NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 521053.
RAP_400510C10
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 73.
RAP_400510C13
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C14
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C15
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C16
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C17
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C18
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C20
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C22
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 74.
RAP_400510C23
Literatuur
Claassens & De Kruijf, 89.
Gebeurtenis/analyse Kazemat 38 te Mill werd constant beschoten. Toen de kazemat werd geraakt, ontplofte alle munitie die hier lag opgeslagen. De meest noordelijke kazemat te Mill die is beschoten met mitrailleurs, pantserafweergeschut en artillerie, is kazemat 34. De kazemat 36 te Mill is beschadigd door pantserafweergeschut en mitrailleurvuur. De kazemat 542 te Mill is beschadigd door pantserafweergeschut en mitrailleurvuur. De kazemat 37 te Mill is beschadigd door een serie pantserafweergeschut treffers door het schietgatraam. De kazemat 38 te Mill is beschadigd door vier voltreffers door het schietgatraam. De kazemat 545 te Mill is beschadigd door twee voltreffers door het schietgatraam. De kazemat 540 te Mill is beschadigd door een voltreffer van pantserafweergeschut door het schietgatraam. De binnenzijde is tevens zwaar beschadigd, waarschijnlijk door handgranaten. De kazemat 538 te Mill is beschadigd door drie voltreffers van pantserafweergeschut door het schietgatraam. De kazemat 534 te Mill is beschadigd door voltreffers van pantserafweergeschut door het schietgatraam. Tevens is de kazemat aangevallen met handgranaten. Toen kazemat 38 te Mill werd geraakt door een voltreffer, vloog de munitie die aanwezig was in de kazemat in brand en spoot naar alle kanten.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
58
Luchtfoto-analyse
Afbeelding 21: Enkele kazematten van de Peel-Raamstelling te Mill en Sint Hubert. Bron: KAD (832), sortieref: 106G-3002, fotonummer: 3045, d.d. 19 september 1944. Foto
Afbeelding 22: Kazemat 538 te Mill, welke getroffen. Bron: www.beeldbankwo2.nl, beeldnummer 162150.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
59
Hoofdsoort Geschutmunitie
Subsoort Brisant, antitankbrisant en pantser
Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)
Horizontale afbakening Op 10 mei 1940 hebben in de Peel-Raamstelling gevechten plaatsgevonden. Nederlandse en Duitse troepen beschoten elkaar met artillerie. Rondom alle beschoten doelen, zoals die zijn vastgesteld op basis van literatuur en archiefgegevens, is een cirkelvormig gebied met een straal van 50 meter, gemeten vanuit het hart van het doelwit, verdacht verklaard op CE. Dit is exclusief de gehanteerde georeferentieafwijking van 5 meter.
Hoeveelheid Enkele
Verschijningsvorm Verschoten
Verticale afbakening De minimale diepte is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepte is 2,5 meter minus maaiveld. Op basis van ervaringen in het veld is vastgesteld dat verschoten geschutmunitie niet dieper doordringt in de bodem. Het is niet bekend hoe diep de verschoten geschutmunitie in de waterbodem van het Defensiekanaal terecht is gekomen, omdat de hoogte van de waterkolom ten tijde van de beschietingen niet bekend is.
Verdacht(e) gebied(en)
Afbeelding 23: Verdacht gebied VGI_001.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
60
Afbeelding 24: Verdacht gebied VGI_002.
Afbeelding 25: Verdacht gebied VGI_003.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
61
Afbeelding 26: Verdacht gebied VGI_004.
Afbeelding 27: Verdacht gebied VGI_005.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
62
Afbeelding 28: Verdacht gebied VGI_006.
Afbeelding 29: Verdacht gebied VGI_007.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
63
Afbeelding 30: Verdacht gebied VGI_008.
Afbeelding 31: Verdacht gebied VGI_009.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
64
Naoorlogse ontwikkelingen
Afbeelding 32: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_001. Er hebben geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden.
Afbeelding 33: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_002. Er hebben geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
65
Afbeelding 34: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_003. Er hebben geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden.
Afbeelding 35: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_004. Er hebben geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
66
Afbeelding 36: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_005. In het verdachte gebied zijn een aantal gebouwen gebouwd. Het is niet bekend tot welke diepte de bodem is geroerd.
Afbeelding 37: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_006. Door het verdachte gebied is een weg aangelegd of is een bestaande weg verbreed. Het is niet bekend tot welke diepte de bodem is geroerd.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
67
Afbeelding 38: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_007. Door het verdachte gebied is een weg aangelegd of is een bestaande weg verbreed en is een waterpartij aangeleged. Het is niet bekend tot welke diepte de bodem is geroerd.
Afbeelding 39: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_008. In het verdachte gebied hebben naoorlogs veel roeringen plaatsgevonden in de vorm van de aanleg van de Langenboomseweg enkele gebouwen en een parkeerplaats. Het is niet bekend tot welke diepte de bodem is geroerd.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
68
Afbeelding 40: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_009. Er hebben geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden. Bijzonderheden De kazematten zijn, naast de artilleriebeschietingen, tevens beschadigd door aanvallen met handgranaten. Het gebied is echter niet verdacht verklaard op het aantreffen van handgranaten, aangezien ervan uit gegaan kan worden dat alle handgranaten ofwel zijn ontploft, ofwel zijn geruimd na de gevechten, omdat ze niet in de bodem zijn ingedrongen.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
69
4.5.3 VGI_010: Nederlandse artilleriebeschietingen 10 mei 1940 RAP-nummer RAP_400510C54
Bron Literatuur
Vindplaats Claassens & de Kruijf (1980), 45.
RAP_400510C60
Literatuur
Nierstrasz (1953), 215.
RAP_400510C65
Historische vereniging
Documentatie Museum Traditiekamer Typhoon, bezocht op 19 september 2017.
RAP_400510C66
Literatuur
Stichting Myllesheem (1990), 51.
Gebeurtenis/analyse De kerktoren van Mill is beschoten door een stuk 6 veld. Er waren 28 schoten, waarvan 23 treffers waren. De zware mitrailleur die stond opgesteld in de kerktoren van Mill werd het zwijgen opgelegd door een stuk 6 veld. Duitse militairen vestigden een observatiepost en een mitrailleur in de kerktoren van Mill. Aangestuurd door de waarnemingen vanuit overvliegende Duitse Henschel Hs 126B verkenningsvliegtuigen werd deze mitrailleur uitermate lastig voor de Nederlandse militairen. De toren werd daarop onder vuur genomen door een stuk 6-Veld van 2-I-6 Regiment Infanterie. In totaal werden dertig brisantgranaten afgevuurd, waarvan er drieëntwintig de toren troffen. Door dit vuur vlogen tevens de houtfabriek van Van Hout en een woning in brand. Een Duitse mitrailleur die in de kerktoren van Mill stond opgesteld is onschadelijk gemaakt door een 6-veld kanon, dat vanuit het gehucht De Bruggen op de kerk schoot. Na achtentwintig schoten, waarvan drieëntwintig treffers, was de mitrailleur uitgeschakeld.
Luchtfoto-analyse Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de gevolgen van de beschietingen van de kerk te Mill en Sint Hubert konden worden waargenomen. Hoofdsoort Geschutmunitie
Subsoort Brisant, brisantpantser
Kaliber (nationaliteit) 6 Veld (Oud-Hollands)
Horizontale afbakening Op 10 mei 1940 hebben in de Peel-Raamstelling gevechten plaatsgevonden. Nederlandse en Duitse troepen beschoten elkaar met artillerie. Rondom het beschoten doel, de kerk van Mill en Sint Hubert, is een cirkelvormig gebied met een straal van 50 meter, gemeten vanuit het hart van het doelwit, verdacht verklaard op CE. Dit is exclusief de gehanteerde georeferentieafwijking van 5 meter.
Hoeveelheid Enkele
Verschijningsvorm Verschoten
Verticale afbakening De minimale diepte is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepte is 2,5 meter minus maaiveld. Op basis van ervaringen in het veld is vastgesteld dat verschoten geschutmunitie niet dieper doordringt in de bodem.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
70
Verdacht(e) gebied(en)
Afbeelding 41: Verdacht gebied VGI_010. Naoorlogse ontwikkelingen
Afbeelding 42: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGI_010. Er hebben in het verdachte gebied VGI_010 enkele zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden. Het gebied ligt in het centrum van het dorp Mill en hier hebben,
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
71
voornamelijk in het westelijke gedeelte van het verdachte gebied, grote verbouwingen plaatsgevonden. De kerk is na de oorlog daarnaast enkele malen gerestaureerd. Bijzonderheden Geen
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
72
4.5.4 VGO_: Duitse munitieopslagplaats RAP-nummer Geen
Bron Luchtfoto
Vindplaats KAD (821), sortieref: 106G-3002, fotonummer: 4150, d.d. 19 september 1944.
Gebeurtenis/analyse Op de geraadpleegde luchtfoto’s is in de gemeente Mill en Sint Hubert één munitieopslagplaats waargenomen, gevestigd bij twee geschutstellingen.
Luchtfoto-analyse
Afbeelding 43: Munitieopslagplaats bij de twee geschutstelling in de gemeente Mill en Sint Hubert. Bron: KAD (821), sortieref: 106G-3002, fotonummer: 4150, d.d. 19 september 1944. Hoofdsoort Geschutmunitie Ontstekingsinrichtingen
Munitietoebehoren
Subsoort Brisant, antitankbrisant, rook, springrook, pantser, brisantpantser, brand n.v.t.
n.v.t.
Kaliber (nationaliteit) Tot en met 15 cm (Duits)
Hoeveelheid Tientallen
Verschijningsvorm Gedumpt/ achtergebleven
Schokbuis, tijdschokbuis, tijdbuis, mechanische tijdbuis, mechanische tijdschokbuis, nabijheidsbuis (Duits) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits)
Tientallen
Gedumpt/ achtergebleven
Tientallen
Gedumpt/ achtergebleven
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
73
Horizontale afbakening Conform de richtlijnen van het WSCS-OCE is rondom de op luchtfoto’s waargenomen munitieopslagplaats op dezelfde CE verdacht als de nabij gelegen geschutstellingen. Het verdachte gebied is vastgesteld op de contouren van de munitieopslagplaats (+ 5 meter georeferentieafwijking).
Verticale afbakening De minimale diepte is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepte is 2 meter minus maaiveld, dit was de maximale diepte van de munitieopslagplaats.
Verdacht(e) gebied(en)
Afbeelding 44: Verdacht gebied VGO_.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
74
Naoorlogse ontwikkelingen
Afbeelding 45: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGO_. Er hebben in het verdachte gebied VGO_ weinig zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden. Het is nog steeds een onbebouwd gebied. Er is enkel sprake van agrarische activiteiten. Bijzonderheden Geen
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
75
4.5.5
VGS_: Nederlands schiet- en oefenterrein
RAP-nummer RAP_390426A01
Bron Gemeentearchief
Vindplaats BHIC, toeg. nr. 7027, inv. nr. 800.236.
RAP_390426A02
Gemeentearchief
BHIC, toeg. nr. 7027, inv. nr. 911.
RAP_560519A01
Provinciaal archief Luchtfoto
BHIC, toeg. nr. HWV.299, inv. nr. 226. KAD (820), sortieref: 106G-2816, fotonummer 3442, d.d. 12 september 1944.
Geen
Gebeurtenis/analyse Er wordt een aanvraag om vergunning tot bouwen van een schietbaan en een schijvenen schuilloods ingediend, op de Langenboomse Heide te Escharen. De aanvraag betreft vijf verschillende soorten schietbanen: twaalf mitrailleurbanen van 25 meter, dubbele geweerpoortbaan van 300 meter, dubbele geweerpoortbaan van 200 meter, zes dubbele geweerpoortbaan van 100 meter en dubbele pistoolpoortbaan van 20 meter. Op het terrein zijn nog meer kogelvangers aanwezig, behorend bij niet meer in gebruik zijnde schietbanen. Er wordt een schietbaan gebouwd op de Langenboomse Heide, op de percelen kadastraal bekend als D nummers 293, 297, 302, 569, 624, 298, 708, 957 en 296, te Escharen. Er wordt een handgranaatbaan op een schieten oefenterrein te Langenboom gebouwd. Op de geraadpleegde luchtfoto van 12 september 1944 is een Nederlandse schietbaan waargenomen.
Foto
Afbeelding 46: Detectieonderzoek schietbaan Langenboom, gemeente Mill en Sint Hubert. Bron: Rapport Bodemonderzoek ter plaatse van voormalige schietbanen oefenterrein Langenboom bij Mill zoals opgesteld door IGN b.v. met kenmerk M 31.424U.2, d.d. 11 april 1994.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
76
Hoofdsoort Kleinkalibermunitie
Subsoort Diversen
Kaliber (nationaliteit) Kalibers tot en met .50.
Horizontale afbakening De verdachte gebieden zijn afgebakend aan de hand van de concentraties gevonden kogels tijdens de detectiewerkzaamheden in 1994 (zie afbeelding 51).
Hoeveelheid Honderdtallen
Verschijningsvorm Gedumpt, verschoten
Verticale afbakening De minimale diepte is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepte is 0,5 meter minus m maaiveld Tweede Wereldoorlog.
Verdacht(e) gebied(en)
Afbeelding 47: Verdacht gebied VGS_.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
77
Afbeelding 48: Verdacht gebied VGS_.
Afbeelding 49: Verdacht gebied VGS_.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
78
Afbeelding 50: Verdacht gebied VGS_.
Afbeelding 51: Verdacht gebied VGS_.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
79
Afbeelding 52: Verdacht gebied VGS_. Naoorlogse ontwikkelingen
Afbeelding 53: Naoorlogse ontwikkelingen VGS_. Er zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
80
Afbeelding 54: Naoorlogse ontwikkelingen VGS_. Er zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen.
Afbeelding 55: Naoorlogse ontwikkelingen VGS_. Er zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
81
Afbeelding 56: Naoorlogse ontwikkelingen VGS_. Er zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen.
Afbeelding 57: Naoorlogse ontwikkelingen VGS_. Er zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
82
Afbeelding 58: Naoorlogse ontwikkelingen VGS_. Er zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen. Bijzonderheden De gebieden zijn verdacht op het aantreffen van kleinkalibermunitie. In het verleden heeft reeds onderzoek plaatsgevonden waarbij CE zijn geruimd.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
83
4.5.6 VGV_001: Vliegtuigcrash 12 juni 1943 RAP-nummer RAP_430612A01
Bron Literatuur
Vindplaats Zwanenburg II (1991-1993), 15.
RAP_430612A02
Website
SGLO, T2429.
RAP_430612A03
Website
'Neergestorte vliegtuigen in Mill en Sint Hubert 1940-1945', geraadpleegd op 13 september 2017, https://www.bhic.nl/ontdekken/ verhalen/neergestorte-vliegtuigen-in-millen-sint-hubert-1940-1945.
RAP_430612A04
Gemeentearchief
BHIC, toeg. nr. 1475, inv. nr. 322.
RAP_430612A05
Gemeentearchief
BHIC, toeg. nr. 1475, inv. nr. 1357.
RAP_430612A06
Gemeentearchief
BHIC, toeg. nr. 1475, inv. nr. 424.
RAP_430612A07
Historische vereniging
Documentatie Museum Traditiekamer Typhoon, bezocht op 19 september 2017.
Geen
Luchtfoto
KAD (831), sortieref: 106G-3001, fotonummer: 3378, d.d. 19 september 1944.
Gebeurtenis/analyse Om 02:16 uur werd een Britse Lancaster bommenwerper neergeschoten bij Mill door een Duitse Heinkel He-219 jachtvliegtuig. De Lancaster was uitgestuurd voor aanvallen op een Duitse stad (Düsseldorf of Münster). Op 12 juni 1943 om 02:16 werd een Britse Lancaster bommenwerper neergeschoten door een Duits I/NJG 1 in de Oranjeboomstraat in Mill. In de nacht, rond 02:15 uur, stortte een Britse Lancaster II DS647 bommenwerper van het 115 Squadron neer in de Oranjeboomstraat te Mill. Het toestel was op weg naar Düsseldorf. Omstreeks 02:30 uur is na een luchtgevecht een Brits viermotorig vliegtuig brandend neergestort op een onbewoond huis aan de Oranjeboomstraat. Omstreeks 02:30 uur viel te Mill een viermotorig Brits vliegtuig brandend neer. Een luchtgevecht was daaraan vooraf gegaan. In Mill Is er omstreeks 02:30 uur een viermotorige bommenwerper neergestort. Om 02:16 uur is een Britse viermotorige bommenwerper neergestort in de kom van het dorp Mill. Het ging om een Britse Lancaster bommenwerper van het 115 Squadron. Op de luchtfoto van 19 september 1944 zijn sporen zichtbaar van de vliegtuigcrash bij de Oranjeboomstraat te Mill en Sint Hubert.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
84
Luchtfoto-analyse
Afbeelding 59: Uitsnede van een geallieerde luchtfoto, waarop de vliegtuigcrash is waargenomen. Bron: KAD (831), sortieref: 106G-3001, fotonummer: 3378, d.d. 19 september 1944. Hoofdsoort Kleinkalibermunitie Munitietoebehoren
Subsoort Onbekend n.v.t.
Kaliber (nationaliteit) Tot 20 mm (geallieerd) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (geallieerd)
Horizontale afbakening Op de geraadpleegde luchtfoto is in de woonwijk aan de Oranjeboomstraat waargenomen waar de Britse Lancaster bommenwerper is neergestort. Het gebied binnen de contouren van de op de uchtfoto waargenomen schade die door de crash is ontstaan (+5 meter), is verdacht verklaard op het aantreffen van geallieerde kleinkalibermunitie en munitietoebehoren. Het vliegtuig had vermoedelijk geen bommen aan boord (zie bij bijzonderheden). Daarnaast is het verdacht op het aantreffen van vliegtuigonderdelen. Deze behoren echter niet tot een officiële hoofdsoort CE.
Hoeveelheid Honderdtallen Tientallen
Verschijningsvorm Onderdeel vliegtuigwrak Onderdeel vliegtuigwrak
Verticale afbakening De minimale diepte is net onder het maaiveld, indien de bodem sinds 1940-1945 niet geroerd is. Indien de bodem wel geroerd is, dan kan worden aangenomen dat er in de bodem vanaf het maaiveld tot de diepte waar de bodemroerende activiteiten hebben plaatsgevonden zich geen CE meer bevinden. De maximale diepte is vastgesteld op basis van ervaringen in het veld. Indien restanten aanwezig zijn, betreft dit zware onderdelen van het toestel zoals de motor, het landingsgestel en boordmitrailleurs op 5 meter minus maaiveld.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
85
Verdacht(e) gebied(en)
Afbeelding 60: Verdacht gebied VGV_001. Naoorlogse ontwikkelingen
Afbeelding 61: Naoorlogse ontwikkelingen verdacht gebied VGV_001. Er hebben in het verdachte gebied VGV_001 enkele zichtbare naoorlogse ontwikkelingen plaatsgevonden. Het gebied ligt in het centrum van het dorp Mill en hier is veel
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
86
nieuwbouw gerealiseerd. Zo is er ten zuidoosten van het verdachte gebied het gemeentehuis van de gemeente Mill en Sint Hubert gebouwd. Bijzonderheden De vliegtuigcrash is niet verdacht verklaard op het aantreffen van afwerpmunitie, omdat het toestel terugkwam van een bombardement op Düsseldorf. Om deze reden is het zeer aannemelijk dat het toestel geen afwerpmunitie meer bij zich droeg. De laatste bombardementen op Düsseldorf werden uitgevoerd tussen 02:15 en 02:19 uur. Het feit dat het toestel is neergeschoten om 02:16 uur boven Mill en Sint Hubert, leidt tot de conclusie dat de Lancaster al op de terugweg was. Onderstaande afbeeldingen laten uitsneden zien van de Operation Records Book, geraadpleegd in The National Archives (TNA), waarin het bombardement op Düsseldorf staat beschreven.
Afbeelding 62: Uitsnede van de bombardementsgegevens. Bron: TNA UK, AIR14/3410.
Afbeelding 63: Uitsnede van de bombardementsgegevens. Bron: TNA UK, AIR14/3410.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
87
4.6
Indicaties en onverdachte gebieden Naast de indicaties waarbij er sprake is van een op CE verdacht gebied, zijn er in de geraadpleegde bronnen ook indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen waarbij geen verdacht gebied is afgebakend. Dit geldt voor de bestudering van de literatuur en archieven enerzijds en voor de luchfoto-analyse anderzijds.3 4.6.1 Onverdachte gebieden: literatuur en archieven De indicaties van oorlogshandelingen die zijn aangetroffen in de geraadpleegde literatuur en archieven leidden niet altijd tot een op CE verdacht gebied. Dit heeft de volgende redenen: • Schade: de melding betreft oorlogsschade. Indien deze schade niet gekoppeld kan worden aan een concrete oorlogshandeling waarbij CE zijn ingezet, is het perceel waar schade is gemeld niet als verdacht aangemerkt. In enkele gevallen was daarnaast de schadeoorzaak zelfs onbekend of ging het om bezettingsschade van Duitse en/of geallieerde strijdkrachten (inkwartiering e.d.); • Te veel leemten: er zijn in de geraadpleegde bronnen onvoldoende aanwijzingen aangetroffen omtrent de betreffende oorlogshandeling(en).
Hierdoor kon bijvoorbeeld niet achterhaald worden wat de aard van de oorlogshandeling was, waren zaken als het doelwit en/of het aantal ingezette CE onbekend of kon de exacte locatie van de oorlogshandeling niet worden vastgesteld; • Historische context: de betreffende melding is enkel opgenomen vanwege de historische context. Er is geen sprake van een duidelijke indicatie van een oorlogshandeling waarbij CE zijn ingezet, maar de melding was enkel van toevoeging voor de algehele kennis over gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Mill en Sint Hubert; • Geen resultaten luchtfoto’s: er zijn in de geraadpleegde gegevens aanwijzingen aangetroffen dat er oorlogshandelingen in (de buurt van) het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, waardoor in het onderzoeksgebied CE in/op de (water)bodem achtergebleven kunnen zijn. Er zijn bij de luchtfotoanalyse echter geen sporen waargenomen van deze oorlogshandeling(en); • Contra-indicatie: er zijn in de geraadpleegde bronnen aanwijzingen aangetroffen waaruit blijkt dat de ingezette CE reeds zijn geruimd; • Exacte locatie onbekend: er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de exacte locatie van de oorlogshandeling(en).
Wanneer de locatie dusdanig onduidelijk was, is deze tevens niet ingetekend op de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4); • Buiten onderzoeksgebied: bij nadere bestudering van de betreffende oorlogshandeling(en) is gebleken dat deze buiten het onderzoeksgebied Mill en Sint Hubert heeft (hebben) plaatsgevonden. In enkele gevallen is de indicatie wel ingetekend op de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4), maar deze heeft niet geleid tot de afbakening van een verdacht gebied. De oorlogshandeling(en) heeft/hebben buiten de horizontale scope van het onderzoeksgebied plaatsgevonden. • Alle CE gedetoneerd: er zijn in de geraadpleegde bronnen aanwijzingen aangetroffen dat alle ingezette CE zijn gedetoneerd. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat er CE zijn achtergebleven in/op de (water)bodem. In de onderstaande tabellen zijn alle RAP-nummers van onverdachte gebieden gekoppeld aan één van de redenen waarom de melding niet leidt tot de afbakening van een verdacht gebied. Indien er bijzonderheden zijn, staat dit vermeld in de meest rechtse kolom. De RAP-nummers van 10 mei 1940 zijn allemaal volledig in de tabel vermeld. Zoals toegelicht staat in §3.1, is er op een andere manier met de RAP-nummers van deze datum gewerkt. De letter is namelijk verbonden met de indicatie en niet met de locatie van de oorlogshandeling(en).
Om deze reden zijn alle RAP-nummers van 10 mei 1940, die onverdacht zijn verklaard, afzonderlijk behandeld in onderstaande tabel. De overige RAP-nummers zijn daarentegen allemaal ingekort: indien er bijvoorbeeld uit drie geraadpleegde bronnen is gebleken dat er een crash heeft plaatsgevonden op 1 januari
3
In de GIS-bestanden zijn al deze indicaties aangemerkt met een “O”, van onverdacht.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
88
1945 (zie RAP_ 450101B01, RAP_ 450101B02 en RAP_ 450101B03) in de Koestraat te Mill en Sint Hubert, dan is de reden voor het onverdacht verklaren enkel één keer vermeld (onder RAP_450101B). RAP-nummer RAP_400500A_ RAP_400500B
Indicatie Schade Mijnenveld
Reden Schade Te veel leemten
RAP_400500C
Militaire aanwezigheid
Te veel leemten
RAP_400510A_
Schade
Schade
Bijzonderheden Geen. Er zijn geen indicaties aangetroffen in de geraadpleegde bronnen die de informatie van de getuige Dhr. Albert van der Cruijsen onderbouwen. Er zijn onvoldoende aanwijzingen aangetroffen in de geraadpleegde bronnen over de exacte locatie van de geschutstelling. Tevens waren er geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de geschutstelling zichtbaar was. Geen.
RAP_400510B_
Schade
Schade
Geen.
RAP_400510B01
Explosie
Te veel leemten
RAP_400510B02
Explosie
Exacte locatie onbekend
RAP_400510B03
Explosie
Te veel leemten
RAP_400510B04
Explosie
Exacte locatie onbekend
RAP_400510B05
Explosie
Te veel leemten
RAP_400510C_ RAP_400510C01 RAP_400510C02
Schade Militaire aanwezigheid Militaire aanwezigheid
Schade Historische context Te veel leemten
RAP_400510C03
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C04
Overig
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C05
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C06
Grondgevechten
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C07
Grondgevechten
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C08
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen dat er (delen van) de vernielingsladingen zijn achtergebleven. De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen dat er (delen van) de vernielingsladingen zijn achtergebleven. De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen dat er (delen van) de vernielingsladingen zijn achtergebleven. Geen. Geen. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het exacte doel van de artilleriebeschietingen. Tevens waren er geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de geschutstelling zichtbaar was. De exacte locatie van de Nederlandse en Duitse troepen is onbekend. Hierdoor is het tevens onduidelijk waar de artilleriebeschietingen precies plaatsvonden. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschieting zichtbaar waren. De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over de plaatsen waar de afgeketste projectielen terecht zijn gekomen. Het is tevens onbekend waar de Nederlandse geschutstelling stond opgesteld en of de verschoten geschutmunitie is gedetoneerd.
De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
89
RAP_400510C11
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C12
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C19
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C21
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C24
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C25
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C26
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C27
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C28
Grondgevechten
Te veel leemten
exacte locatie van de Nederlandse geschutstelling. Tevens is de locatie van de getroffen Nederlandse troepen onbekend. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschieting zichtbaar waren. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal verschoten patronen, waar deze terecht zijn gekomen en of patronen zijn achtergebleven. Mitrailleurvuur wordt om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal verschoten patronen, waar deze terecht zijn gekomen en of patronen zijn achtergebleven. Mitrailleurvuur wordt om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal geworpen handgranaten, waar deze terecht zijn gekomen en of er handgranaten zijn achtergebleven. Doelwitten van handgranaten worden om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal geworpen handgranaten, waar deze terecht zijn gekomen en of er handgranaten zijn achtergebleven. Doelwitten van handgranaten worden om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de exacte locatie van de Nederlandse geschutstelling. Tevens is het exacte doel van de artilleriebeschietingen onbekend.
Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschieting zichtbaar waren. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal verschoten patronen, waar deze terecht zijn gekomen en of patronen zijn achtergebleven. Mitrailleurvuur wordt om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal verschoten patronen, waar deze terecht zijn gekomen en of patronen zijn achtergebleven. Mitrailleurvuur wordt om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de exacte gevechtshandelingen die hebben plaatsgevonden bij de verovering van de brug. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschietingen zichtbaar waren. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal geworpen handgranaten, waar deze terecht zijn gekomen en of er handgranaten zijn achtergebleven. Doelwitten van handgranaten worden
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
90
RAP_400510C29
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C30
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C31
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C32 RAP_400510C33 RAP_400510C34
Grondgevechten Grondgevechten Grondgevechten
Historische context Historische context Te veel leemten
RAP_400510C35 RAP_400510C36 RAP_400510C37
Grondgevechten Grondgevechten Grondgevechten
Historische context Historische context Te veel leemten
RAP_400510C38 RAP_400510C39 RAP_400510C40
Grondgevechten Grondgevechten Grondgevechten
Historische context Historische context Te veel leemten
RAP_400510C41 RAP_400510C42 RAP_400510C43
Grondgevechten Grondgevechten Grondgevechten
Historische context Historische context Exacte locatie onbekend
RAP_400510C44
Grondgevechten
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C45
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C46 RAP_400510C47
Grondgevechten Grondgevechten
Historische context Historische context
om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal verschoten patronen, waar deze terecht zijn gekomen en of patronen zijn achtergebleven. Mitrailleurvuur wordt om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de exacte locatie van de Nederlandse troepen. Tevens is het onbekend vanuit waar de artillerie werd verschoten. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschietingen zichtbaar waren. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de exacte locatie van de Nederlandse troepen. Tevens is het onbekend vanuit waar de artillerie werd verschoten. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschietingen zichtbaar waren. Geen. Geen. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de landmijnen die zijn gelegd onder de spoorrails. Het is onduidelijk hoeveel landmijnen er zijn gelegd en of deze zijn achtergebleven. Tevens is de exacte locatie onbekend. Geen. Geen. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de volgende zaken omtrent de beschietingen van de trein: het is onbekend vanuit waar de Nederlandse troepen de pantsertrein beschoten, welke CE hierbij werden ingezet en wat de resultaten waren van de beschietingen.
Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de beschietingen zichtbaar waren. Geen. Geen. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de landmijnen die zijn gelegd onder de spoorrails. Het is onduidelijk hoeveel landmijnen er zijn gelegd en of deze zijn achtergebleven. Tevens is de exacte locatie onbekend. Geen. Geen. De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de ingezette CE bij de Nederlandse tegenaanval. Geen. Geen.
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
91
RAP_400510C48
Grondgevechten
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C49
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C50
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C51 RAP_400510C52
Grondgevechten Grondgevechten
Historische context Te veel leemten
RAP_400510C53
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C55 RAP_400510C56
Grondgevechten Grondgevechten
Historische context Te veel leemten
RAP_400510C57
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C58
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C59
Grondgevechten
Te veel leemten
RAP_400510C61
Grondgevechten
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C62
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C63
Artilleriebeschieting
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C64
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal verschoten patronen, waar deze terecht zijn gekomen en of patronen zijn achtergebleven. Mitrailleurvuur wordt om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over het exacte doelwit van de Duitse artilleriebeschietingen. Mogelijk betreft de melding kazematten buiten de gemeentegrenzen van Mill en Sint Hubert. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschieting zichtbaar waren. Geen. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal verschoten patronen, waar deze terecht zijn gekomen en of patronen zijn achtergebleven. Mitrailleurvuur wordt om deze reden niet verdacht verklaard. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen aangetroffen over het aantal geworpen handgranaten, waar deze terecht zijn gekomen en of er handgranaten zijn achtergebleven. Doelwitten van handgranaten worden om deze reden niet verdacht verklaard. Geen. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over het exacte doelwit van de Duitse artilleriebeschietingen. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschieting zichtbaar waren.
Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over het exacte doelwit van de Duitse artilleriebeschietingen. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschieting zichtbaar waren. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de ingezette CE bij de Duitse aanval. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de ingezette CE bij de Duitse aanval. De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over het exacte doelwit van de Duitse artilleriebeschietingen. Er waren geen luchtfoto’s beschikbaar waarop de resultaten van de artilleriebeschieting zichtbaar waren. De indicatie is niet ingetekend in de inventarisatiekaart (zie §3.9 en bijlage 4). Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden over de resultaten van de Nederlandse artilleriebeschietingen. Er waren
17P037 definitief rapport CE-Bodembelastingkaart gemeente Mill en Sint Hubert versie 1.0 d.d. 23 februari 2018
92
RAP_400510C67
Artilleriebeschieting
Te veel leemten
RAP_400510C68
Militaire aanwezigheid
Exacte locatie onbekend
RAP_400510C69 RAP_400510C70
Militaire aanwezigheid Granaatinslag
Historische context Te veel leemten
RAP_400510D_ RAP_400510D01
Schade Bominslag
Schade Exacte locatie onbekend
RAP_400510D02