25-47 142089 AP05a_ODBN_Jaarstukken_2020_DEF_1_1.pdf
Tekst van het document
Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de begroting 2020.
Deze conclusie van De Belastingdienst biedt de ODBN voldoende comfort om te stellen dat bij een ongewijzigde situatie de ODBN de komende jaren niet VPB-plichtig is. Indien de situatie of feiten veranderen, ontstaat een nieuwe situatie en moet opnieuw aangetoond worden dat VPB-plicht wel of niet van toepassing is voor de ODBN.
Inzet bedrijfsmiddelen 411.000 (N) Het nadelig saldo op de inzet van bedrijfsmiddelen in dit programma wordt veroorzaakt door de gemaakte projectkosten voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en de aanvullende verzoektaken. Deze projectkosten zijn door gefactureerd naar de deelnemers en vallen dus weg tegen de inkomsten. Deze projectkosten zijn vooraf niet begroot aan zowel de lasten als baten kant, maar per saldo neutraal. Dit betekent tevens dat het feitelijke nadeel op uren opbrengsten niet € 186.000 bedraagt, maar €598.000,-.
4.4 Toelichting op overzicht van baten en lasten 2020 In dit onderdeel van de financiële jaarverantwoording wordt op hoofdlijnen aangegeven wat de belangrijkste verschillen zijn in de programma’s tussen de bijgestelde begroting en de realisatie in 2019.
4.4.1 Programma Individuele dienstverlening Het programma individuele dienstverlening laat in de jaarrekening 2020 een positief resultaat zien van bijna 9 miljoen. Dit is € 190.000 hoger dan begroot. Dit bestaat uit een voordeel op lasten van € 376.000 en een nadeel op de opbrengsten van € 187.000. PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000 Inzet personeel
BEGROTING NA WIJZIGING 2020
BEGROTING 2020
REKENING 2020
VERSCHIL
14.641
14.778
13.991
787
0
0
411
-411
TOTAAL LASTEN
14.641
14.778
14.402
376
Basistaken (werkprogramma)
12.553
12.735
12.270
-465
Verzoektaken (werkprogramma)
8.357
9.210
9.152
-58
Aanvullende verzoektaken
2.392
1.611
1.946
335
TOTAAL BATEN
23.303
23.555
23.368
-187
SALDO
8.662
8.778
8.966
189
Inzet bedrijfsmiddelen
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Inzet personeel 787.000 (V) Organisatie breed is een voordeel ontstaan op de inzet van personeel en dit leidt ook tot een voordeel voor de inzet personeel binnen het programma individuele dienstverlening. Het voordeel op het totale personeelsbudget wordt nader toegelicht binnen het programma bedrijfsvoering.
Opbrengsten programma individuele dienstverlening 187.000 (N) In bovenstaande alinea is toegelicht dat door de door gefactureerde projectkosten het nadeel op de totale opbrengsten kleiner is geworden. Dit betekent dat het nadelig saldo op de urenopbrengst voor de uitvoering van de werkprogramma’s, de provinciale opdracht en aanvullende verzoektaken in totaal € 598.000 bedraagt en dit als volgt te verklaren is. ➜ Voor de basistaken komt de gerealiseerde omzet 465.000 euro lager uit dan begroot, exclusief gefactureerde projectkosten is dit 715.000 euro lager. Voor de provinciale opdracht is de realisatie met betrekking tot vergunningverlening voor de basistaken achtergebleven bij de begroting. In 2020 is aantal vergunningaanvragen verder gedaald. Dit was het gevolg van enerzijds de uitspraak over de Programmatisch Aanpak Stikstof (PAS), en anderzijds de onzekere economische vooruitzichten die de coronacrisis met zich brengt. Voor de gemeentelijke opdracht is de realisatie ook achtergebleven bij de begroting. Er zijn wel meer uren gemaakt dan in het werkprogramma zijn opgenomen. De reden dat we achterblijven bij de begroting is gelegen in het feit dat het gerealiseerde uurtarief lager uitvalt dan het gemiddelde uurtarief waarmee gerekend is.
Met betrekking tot toezicht & handhaving is de provinciale opdracht nagenoeg gerealiseerd maar voor de gemeentelijke opdracht is de realisatie achtergebleven. Het betrof voornamelijk het geprogrammeerde toezicht. Het geprogrammeerde en nietgeprogrammeerde toezicht op het gebied van milieu heeft in 2020 tweemaal grotendeels stilgelegen vanwege de corona-maatregelen. De achterstand op het geprogrammeerde toezicht was echter te groot dat deze, ondanks de gedane inspanningen, niet meer kon worden ingehaald.
ODBN Jaarstukken 2020
84
85
➜ De omzet voor de verzoektaken komt lager uit dan begroot (- 58.000), exclusief gefactureerde projectkosten is dit 101.000 euro lager. Er is een hogere realisatie van omzet voor de verzoektaken in het kader van de Wet natuurbescherming. De realisatie van overige verzoektaken voor Gemeenten en Toezicht & handhaving Provincie valt echter lager uit. ➜ De hogere realisatie van omzet voor de aanvullende verzoektaken wordt met name veroorzaakt door de bufferopdrachten voor de provincie en heeft in een hogere omzet van 335.000 euro geresulteerd, exclusief de gefactureerde projectkosten is dit 217.000 euro.
Het programma regionale dienstverlening laat in de jaarrekening 2020 een positief resultaat zien van 1,2 miljoen. Dit is € 695.000 hoger dan begroot. Dit bestaat uit een voordeel op lasten van € 604.000 en een voordeel op de opbrengsten van € 91.000.
BEGROTING 2020
BEGROTING NA WIJZIGING 2020
REKENING 2020
VERSCHIL
Inzet personeel
1.707
1.634
1.547
87
Inzet bedrijfsmiddelen
815
1.132
614
517
TOTAAL LASTEN
2.522
2.765
2.161
604
Collectieve taken
997
997
997
0
Samen Sterk in Brabant (regulier)
763
763
850
87
Samen Sterk in Brabant (impuls)
1.385
1.385
1.385
0
91
129
133
4
3.236
3.274
3.365
91
714
509
1.204
695
Overige regionale programma's TOTAAL BATEN SALDO
Inzet personeel 87.000 (V) Organisatie breed is een voordeel ontstaan op de inzet van personeel en dit leidt ook tot een voordeel voor de inzet personeel binnen het programma regionale dienstverlening. Het voordeel op het totale personeelsbudget wordt nader toegelicht binnen het programma bedrijfsvoering. Inzet bedrijfsmiddelen 517.000 (V) Het voordeel op de inzet bedrijfsmiddelen wordt voornamelijk gerealiseerd door de omgevingswet en het budget van sanering verkeerslawaai.
4.4.2 Programma Regionale dienstverlening
PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING BEDRAGEN IN € 1.000
Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de begroting 2020.
➜ Omgevingswet € 327.000 (V). Door het uitstel van de invoering van de Omgevingswet naar 1 januari 2022 en herziening van het implementatieplan zal een deel van het verschikbare projectenbudget doorschuiven naar 2021. Naast het budget dat binnen de reguliere collectieve taken beschikbaar is gesteld voor de projectleider was er voor 2020 een incidenteel budget beschikbaar van 421.000 euro, bestaande uit een overheveling van 2019 (€ 71.000) en het incidenteel beschikbaar gestelde budget voor 2020 (€ 350.000). In 2020 zijn er met name uren besteed aan het in kaart brengen van de benodigde aanpassingen voor de interne werkprocessen en het voorbereiden van de organisatie op de komende veranderingen. De realisatie voor de omgevingswet in 2020 was € 94.000 wat resulteert in een restant budget van € 327.000. Voor de besluitvorming wordt voorgesteld dit bedrag over te hevelen naar 2021 voor verdere inzet van het project. ➜ Sanering verkeerslawaai €209.000 (V). Voor sanering verkeerslawaai is een bedrag van € 318.000 begroot. Hiervan is in totaal € 283.000 uitgegeven in 2020 en leidt tot een voordeel van € 31.000. Echter van de uitgaven is € 178.000 voor inzet personeel en is daardoor verantwoord onder inzet personeel. Dit leidt tot een groter voordeel op de bedrijfsmiddelen. ➜ Daarnaast is binnen de bedrijfsmiddelen een overschrijding van € 10.000 op de budgetten van Crisisbeheersing.
Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere bijdrage aan Omgevingsdienst Midden West voor de afhandeling van de klachten. Ook is een budgetoverschrijding gerealiseerd op beheer stortplaats, echter staat daar ook een onttrekking uit de voorziening tegenover. Opbrengsten programma regionale dienstverlening 91.000 (V) Het voordeel op de opbrengsten wordt voornamelijk gerealiseerd door aanvullende opbrengsten voor SSIB. In de 2e bestuursrapportage bent u hierover geïnformeerd, maar dit heeft niet geleidt tot een bijstelling van de begroting. De totale besteding van € 2.235.000 in 2020 is € 87.000 meer dan vooraf begroot. Dit komt omdat SSIB in 2020 is gevraagd om extra inzet te plegen in buitengebied. Er is extra gecontroleerd op het naleven van de coronamaatregelen in de natuurgebieden, er is extra inzet geweest bij de natuurbranden in de Peel en SSIB heeft toezicht gehouden door de komst van de wolf naar Brabant. Hierdoor is per saldo € 87.000 extra uitgegeven. Dit is € 13.000 minder
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
86
87
dan de afgesproken maximale extra inzet van € 100.000. Alle partijen zijn akkoord gegaan met de financiële consequenties van de extra inzet. De extra inzet had geen financiële consequenties voor de gemeentelijke deelnemers van SSIB.
4.4.3 Programma Bedrijfsvoering Het programma bedrijfsvoering heeft een negatief resultaat van € 8,7 miljoen. Dit is ruim 1 miljoen lager dan begroot. Dit bestaat uit een voordeel op de lasten van € 59.000 en een voordeel op de opbrengsten van €1.024.000,-.
BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN IN € 1.000
BEGROTING 2020
BEGROTING NA WIJZIGING 2020
REKENING 2020
VERSCHIL
Inzet personeel (bedrijfsvoering)
5.283
5.382
5.056
327
Opleiding en loopbaanbegeleiding
333
383
424
-41
Dienstreizen / woon-werk
420
510
346
164
Overig (personeel)
285
241
325
-84
Organisatie
190
187
121
66
Huisvesting en archief
460
506
517
-11
0
119
108
11
Kantoor
300
112
134
-22
Informatisering / automatisering
1.225
1.369
1.450
-81
Vervoermiddelen
40
40
26
14
Extern onderzoek / advies
120
120
111
9
Afschrijvingen
546
501
1.089
-588
Reguliere organisatieontwikkeling
100
100
46
54
Meerjarenontwikkelplan (MJOP)
300
300
122
178
Covid-19
0
75
43
32
Overige kosten
0
134
127
7
9.602
10.079
10.045
34
Treasury
0
0
0
0
Onvoorzien
100
25
0
25
9.702
10.104
10.045
59
0
0
48
48
Diversen
112
0
976
976
Organisatieontwikkeling
300
300
300
0
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
412
300
1.324
1.024
0
0
0
0
412
300
1.324
1.024
-9.290
-9.805
-8.721
1.083
herhuisvesting
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
TOTAAL LASTEN Bijdrage personeel
Treasury TOTAAL BATEN SALDO
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
88
89
Hieronder worden de grootste verschillen toegelicht ten opzichte van de begroting 2020. Inzet personeel 327.000 (V) Organisatie breed is een voordeel ontstaan op de inzet van personeel van € 1.200.000 en dit leidt ook tot een voordeel voor de inzet personeel binnen het programma bedrijfsvoering. Het voordeel op het totale personeelsbudget van de gehele organisatie wordt nader toegelicht binnen dit programma. Het voordeel op de loonkosten bestaat uit verschillende componenten. Het voordeel op de loonkosten wordt voor een deel veroorzaakt door een prijsverschil van € 735.000. De loonsom 2020 is begroot op basis van maximale inschaling van de toegestane formatie, echter zoals eerder vermeld wordt het steeds uitdagender om voldoende en gekwalificeerd personeel aan te trekken en zijn er bewust meer medewerkers met minder ervaring aangenomen. Dit resulteert in een lagere loonsom dan begroot, omdat nieuwe medewerkers lager ingeschaald zijn. Aan de andere kant is de gemiddelde formatie over 2020 7,2 fte lagere geweest (253,4 fte) dan begroot (260,6 fte), dit resulteert in een positief effect van € 560.000. Daarnaast wordt een deel van de formatie extern ingevuld, van de 253,4 fte in 2020 was gemiddeld 48,9 fte een externe medewerker. De kosten voor externe inhuur viel hoger uit dan begroot en had een nadelig effect van ongeveer € 95.000.
Opleiding en loopbaanbegeleiding 41.000 (N) Het budget opleiding en loopbaanbegeleiding 2020 stond grotendeels in het kader van het ontwikkelen van de organisatie. Daar hoort bij dat flankerend personeelsbeleid is toegepast en afscheid is genomen van enkele medewerkers. Hier was in de begroting nog geen rekening gehouden en leidt tot een nadeel van € 30.000, -. Daarbij geldt dat het begrote opleidingsbudget aan de lage kant was. Ondanks corona is een overschrijding van het opleidingsbudget gerealiseerd van € 11.000. Vanaf 2021 is het opleidingsbudget structureel verhoogd en is daarmee een incidenteel nadeel. Dienstreizen / Woon werk 164.000 (V) Als gevolg van de corona-maatregelen hebben in 2020 minder reisbewegingen plaatsgevonden. Dit geldt zowel voor het woon-werk verkeer als de dienstreizen. Dit zorgt voor een groot voordeel ten opzichte de begroting. Overig personeel 84.000 (N) Voor de overige personeelskosten is een nadeel gerealiseerd van € 84.000 ten opzichte van de begroting. Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door stortingen in 2 voorzieningen van per saldo € 69.000,-. In lijn met het beleid van reserves en voorzieningen wordt jaarlijks de omvang van de voorziening getoetst en ter beoordeling voorgelegd aan de accountant. Dit heeft tot een bijstelling geleidt van de in 2019 gevormd ww voorziening.
Daarnaast is als gevolg van nieuwe wetgeving per 2020 een nieuwe voorziening gevormd.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn. Het overige nadeel (€15.000) bestaat uit diverse kosten personeel, waaronder de thuiswerkfaciliteiten. In 2020 is € 25.000 uitgegeven aan de thuiswerkfaciliteiten. Organisatie 66.000 (V) Door corona-maatregelen zijn diverse bijeenkomsten en verbindende evenementen voor ons personeel niet doorgegaan. Dit heeft geleid tot een voordeel ten opzichte van de begroting. Huisvesting 11.000 (N) Voor huisvesting is in 2020 een klein nadelig resultaat gerealiseerd. Dit wordt voornamelijk gerealiseerd door incidentele lasten van de makelaar voor de verkoop van het pand in Cuijk. Herhuisvesting 11.000 (V) Het project herhuisvesting is nagenoeg afgerond. Mede door de corona maatregelen zijn enkele punten nog niet volledig afgerond. Dit zorgt voor een klein voordeel op de begroting. Echter daar staat ook een lagere onttrekking tegenover uit de reserve huisvesting en is daarmee per saldo neutraal. De verwachting is dat in het eerste kwartaal van 2021 het project volledig is afgerond.
Kantoor 22.000 (N) Voor het kantoor budget is een nadeel gerealiseerd van € 22.000 wat met name wordt met name veroorzaakt door een overschrijding van het budget abonnementen en vakliteratuur. Informatisering en automatisering € 81.000 (N) De overschrijding van het ICT budget 2020 wordt veroorzaakt door enkele factoren. De belangrijkste factor daarvan is de groei van het personeelsbestand. De groei van het personeelbestand heeft effect op de licenties en beheerlast. De kosten worden per eindgebruik doorbelast. Daarnaast wordt steeds meer gewerkt met SAAS (Sofware-as-a-Service) oplossingen. Dit is een model waarbij softwaretoepassingen via internet worden aangeleverd en wordt software niet zelfstandig aangeschaft en beheert. Dit leidt tot een voordeel op de kapitaallasten. In het algemeen is de stelling dat buiten de middelen die aan de medewerker ter beschikking worden gesteld de kosten op jaarbasis met ca. € 4.000,- stijgen. Dit geldt voor zowel vaste als tijdelijke medewerkers. Bij toename wordt opgeschaald en bij afname wordt afgeschaald. Om het budget te laten aansluiten bij de toekomstige kosten vindt een verschuiving plaats binnen het ICT budget van kapitaallasten naar licentiekosten.
ODBN Jaarstukken 2020
90
91
Vervoersmiddelen 14.000 (V) Door de corona-maatregelen heeft voor de ODBN een lagere vervoersbeweging plaatsgevonden. Dit leidt tot lagere kosten voor vervoermiddelen, zoals het brandstof verbruik als onderhoud van de voertuigen. Extern onderzoek en advies 9.000 (V) Dit voordeel wordt met name gerealiseerd op het inkoopbudget. De ODBN betaald in 2020 een lagere bijdrage een het Bureau inkoop en aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob) en de ODBN heeft een klein bedrag ontvangen over het resultaat 2019 van BIZOB. Afschrijvingen 588.000 (N) Binnen het programma bedrijfsvoering zien we een nadeel op de afschrijvingslasten. Dit wordt veroorzaakt doordat het pand in Cuijk eind 2020 is verkocht en de resterende boekwaarde van € 935.000 volledig is afgeschreven. Daar staat een opbrengst van € 950.000 tegenover en verklaart het verschil van de baten. Daarnaast zijn er, zoals ook gecommuniceerd in de 2e bestuursrapportage, ook enkele voordelen. Het gaat in totaal om € 347.000 voordeel. Dit voordeel ontstaat doordat de verwachting was dat een aantal investeringen in 2019 zouden zijn afgerond en in 2020 in gebruik werden genomen. Echter, in 2020 worden een aantal investeringen afgerond, zoals het project herhuisvesting en een aantal ICT-investeringen. Hierdoor starten de kapitaallasten een jaar later.
Daarnaast is binnen het ICT landschap een verschuiving naar SAAS (Software- as-a-Service) oplossingen. Dit is een model waarbij softwaretoepassingen via internet worden aangeleverd en wordt software niet zelfstandig aangeschaft en beheert. Hierdoor worden de licentiekosten hoger en de afschrijvingslasten lager. Ook is in de begroting rekening gehouden met een vervangingsinvestering van een aantal nieuwe voertuigen. De investering heeft echter nog niet plaatsgevonden, omdat de ODBN opnieuw wil bekijken hoe het wagenpark eruit moet zien. Tot die tijd gaan we terughoudend om met het investeren in nieuwe auto’s. Alle voordelen op de kapitaallasten zijn incidenteel van aard en kunnen als volgt gespecificeerd worden: ➜ Huisvesting € 130.000 ➜ ICT € 177.000 ➜ Vervoersmiddelen € 40.000
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Reguliere organisatieontwikkeling 54.000 (V) Het MJOP kent een tijdelijk karakter en eindigt in 2020. Dit laat onverlet dat er altijd beweging in een organisatie is (‘verandering is de enige constante’). Daarvoor is vanaf 2020 een budget van €100.000 geraamd en hiervan is in 2020 € 46.000 uitgeven. Dit is met name uitgegeven aan de evaluatie van de inrichting van de organisatieontwikkeling. Daarnaast zijn kosten gemaakt voor de herijking regionaal strategisch platform. Meerjarenontwikkelplan (MJOP) 178.000 (V) Voor het MJOP is voor 2020 in totaal € 299.500 geraamd. In totaal €121.500 uitgegeven bestaande uit €32.000 out of pocket kosten en €89.500 aan personele inzet. Het voordeel op de uitgaven MJOP bedraagt € 178.000. Daarmee is ook € 178.000 minder onttrokken uit de reserve en is het MJOP budget per saldo neutraal. Covid-19 32.000 (V) Bij de eerste bestuursrapportage is een coronabudget beschikbaar gesteld van € 75.000, gedekt uit de post onvoorzien. Om een 1,5 meter kantooromgeving te realiseren zijn in 2020 diverse aanpassingen verricht aan het gebouw en daarnaast zijn verschillende faciliteiten gerealiseerd voor collega’s en gasten. In totaal is hieraan € 43.000 uitgegeven. Naast het aanpassen en organiseren van diversen faciliteiten in de huisvesting van ODBN, heeft de ODBN ook te maken gehad met leegloop van uren.
In totaal gaat het om 155,75 uur ter waarde van € 15.000. Bij elkaar opgeteld gaat het om € 58.000. De leegloop van uren komen niet tot uitdrukking binnen de uitgaven van het programma bedrijfsvoering, maar leidt tot gemiste opbrengsten. De leegloop uren hebben effect op de gerealiseerde opbrengsten in programma individuele dienstverlening. Bijdrage personeel 48.000 (V) De ODBN heeft in 2020 diverse uitkeringen ontvangen van het UVW voor het personeel van ODBN. In totaal gaat het om € 48.000,Diversen baten 976.000 (V) Het voordeel op het onderdeel diversen baten wordt veroorzaakt door de verkoop pand Cuijk voor € 950.000. Daarnaast heeft de ODBN een bijdrage ontvangen van de andere 2 omgevingsdiensten in Brabant voor de trainingsdagen van agrarische toezichthouders voor € 25.000,-.
ODBN Jaarstukken 2020
92
93
4.5 Incidentele baten en lasten Hieronder treft u de grootste verschillen aan in de incidentele baten en lasten. Deze zijn verdeeld naar de programma’s. INCIDENTELE LASTEN BEDRAGEN IN € 1.000
LASTEN / BATEN
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING
BEGROTING 2020
REALISATIE 2020
INCIDENTELE BATEN BEDRAGEN IN € 1.000
VERSCHIL
2.887
2.612
275
V
PROGRAMMA: REGIONALE DIENST VERLENING
LASTEN / BATEN
BEGROTING 2020
REALISATIE 2020
VERSCHIL
2.498
2.585
87
Omgevingswet
Lasten
421
94
327
V
Omgevingswet
Baten
350
350
0
SSiB
Lasten
2.148
2.235
-87
N
SSiB
Baten
2.148
2.235
87
Sanering verkeerslawaai
Lasten
318
283
35
V
PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING
300
300
0
562
410
152
V
300
300
0
876
652
-224
PROGRAMMA: BEDRIJFSVOERING Meerjarig Ontwikkel Plan (MJOP)
Lasten
300
122
178
DIV project
Lasten
68
68
0
Herhuisvesting
Lasten
119
108
11
V
Corona
Lasten
75
43
32
V
Actualiseren voorzieningen
Lasten
0
69
-69
N
300
300
0
300
300
0
3.749
3.322
427
STORTING IN RESERVES Meerjarig Ontwikkel Plan (MJOP)
Lasten
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
V
Meerjarig Ontwikkel Plan (MJOP)
Baten
ONT TREKKINGEN RESERVES
V
V
N
Omgevingswet
Baten
71
71
0
DIV project
Baten
68
68
0
Meerjarig Ontwikkel Plan (MJOP)
Baten
300
122
-178
N
Sanering verkeerslawaai
Baten
318
283
-35
N
Herhuisvesting
Baten
119
108
-11
N
3.674
3.537
-137
N
V
ODBN Jaarstukken 2020
94
95
4.6 Financieel overzicht per taakveld BBV OVERZICHT PER TAAKVELD BEDRAGEN IN € 1.000
4.8 Declarabiliteit
REKENING UITGAVEN 2020
REKENING INKOMSTEN 2020
REKENING SALDO 2020
TAAKVELD
OMSCHRIJVING TAAKVELD
0.1
Bestuur
45
0
-45
0.10
Mutaties reserves
586
937
351
0.4
Overhead
9.935
48
-9.888
0.8
Overige baten en lasten
65
1.275
1.211
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
102
95
-7
7.3
Afval
38
33
-5
7.4
Milieubeheer
16.423
26.605
10.182
TOTAAL
27.195
28.994
1.799
De programmabegroting 2020 heeft naast een programma’s Individuele dienstverlening, Regionale dienstverlening de posten Bedrijfsvoering (Overhead) en Onvoorzien. De programma’s zijn onderverdeeld in meerdere budgetten uitgesplitst in unieke grootboeknummers. Deze unieke grootboeknummers zijn vervolgens toebedeeld aan de taakvelden, conform de regeling van Ministerie van BZK en Iv3- informatievoorschrift 2017. De uitvoeringsinformatie is een overzicht van toedeling van de gerealiseerde baten en lasten van programma’s naar de betreffende taakvelden. Op basis van de indeling in deze structuur in het financiële informatiesysteem worden de rapportages ten behoeve van regeling Iv3 gevuld.
4.7 Overzicht aanwending post onvoorzien In het boekjaar 2020 is de post onvoorzien aangewend om maatregelen te kunnen treffen als gevolg van het corona virus. Bij de behandeling van de eerste bestuursrapportage is een voorstel aan het algemeen bestuur gedaan om van de € 100.000 onvoorzien een budget van € 75.000 beschikbaar te stellen. Op 31 december is €58.000 van het budget besteed.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
In de geactualiseerde begroting zijn de uren uit de definitieve gemeentelijke werkprogramma’s 2020, de provinciale opdracht 2020 en de regionale afspraken opgenomen. In onderstaande tabel staan de geraamde uren in vergelijking met de daadwerkelijk gerealiseerde uren in 2020.
PROGRAMMA'S 2020
UREN GEACTUALISEERDE BEGROTING
REALISATIE EINDE JAAR
REALISATIE
Vergunningverlening
57.364
55.386
97%
Toezicht & handhaving
73.421
71.042
97%
130.784
126.428
97%
Vergunningverlening
47.418
52.308
110%
Toezicht & handhaving
21.118
19.948
94%
Overige verzoektaken
26.046
26.126
100%
TOTAAL VERZOEKTAKEN
94.582
98.382
104%
Aanvullende opdrachten
16.235
18.682
115%
TOTAAL AANVULLENDE OPDRACHTEN
16.235
18.682
115%
TOTAAL INDIVIDUELE DIENST VERLENING
241.601
243.492
101%
Collectieve taken
6.000
6.195
103%
SSiB
7.118
7.683
108%
SSiB Impuls
13.930
15.904
114%
Klachtenregeling
70
20
29%
MJOP
0
1.067
Sanering verkeerslawaai
0
1.773
Vereniging van Contractanten
300
443
148%
Beheer en Nazorg stortplaatsen
200
85
43%
TOTAAL REGIONALE DIENST VERLENING
27.618
33.169
120%
TOTAAL ODBN
269.219
276.661
103%
TOTAAL BASISTAKEN
ODBN Jaarstukken 2020
96
97
In dit overzicht wordt zichtbaar dat binnen het programma individuele dienstverlening onder de geraamde uren is uitgekomen. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door lagere uren dan geraamd voor vergunningverlening binnen de provinciale opdracht (ongeveer -3.500 uren) door minder aanvragen. Anderzijds door minder uren voor toezicht & handhaving voor het geprogrammeerd toezicht binnen de gemeentelijke opdracht (ongeveer -1.800 uren) wegens het stilliggen van werkzaamheden in verband met corona maatregelen. Voor de verzoektaken zijn er aanzienlijk meer uren gemaakt voor vergunningverlening Provincie door uitvoering van taken in het kader van de Wet natuurbescherming (ongeveer 4.500 uren). Voor de aanvullende opdrachten (opdrachten buiten het reguliere werkprogramma om) zijn 2.446 uren meer gemaakt dan geraamd, met name voor de provincie zijn er meer bufferopdrachten gerealiseerd dan begroot. Binnen de regionale dienstverlening zijn er meer uren gemaakt dan begroot. Voor SSiB is het aantal werkelijke uren hoger dan geraamd. Dit komt doordat in de ramingen rekening gehouden is met de standaardnorm van 1.350 uren per FTE, In de praktijk zien we dat deze collega’s vooral actief zijn in het buitengebied en maar zeer beperkt indirecte taken hebben waardoor er per FTE ruim meer declarabele uren gemaakt worden dan de standaardnorm.
Beschikbare declarabele uren Gemiddeld over het jaar 2020 is er een bezetting geweest van 253,4 FTE, waarvan 195,0 FTE ingezet is geweest voor het primaire proces. De formatie voor het primaire proces is declarabel inzetbaar. De overige 58,4 fte betreft medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces. Deze formatie bestaat uit de directie, management, medewerkers bedrijfsvoering en ondersteuning. Hiermee bedroeg de personele overhead 23% van de totale formatie.
GEACTUALISEERDE BEGROTING
REALISATIE ODBN INCL. SSiB
REALISATIE ODBN EXCL. SSiB
Primair proces
200
195
181
Overhead
61
58
58
TOTAAL AANTAL FTE
261
253
238
270.000
276.661
253.074
1.350
1.419
1.398
Aantal declarabele uren Aantal declarabele uren per FTE
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Facturabiliteit Naast de gemiddelde declarabiliteit wordt er ook een analyse gemaakt in hoeverre de declarabele uren in rekening zijn gebracht. Voor een deel van de declarabele uren wordt een vaste bijdrage ontvangen wat betekent dat de uren die meer worden gemaakt niet in rekening worden gebracht. Dit is aan de orde voor een aantal opdrachten binnen de regionale dienstverlening. In 2020 is 88,8% van alle declarabele uren in rekening is gebracht ten opzichte van 89,9% begroot. Het verschil wordt veroorzaakt door de uren die meer zijn gemaakt van SSiB, SSiB impuls en collectieve taken.
4.9 EMU saldo
De declarabele uren over 2020 geven het volgende beeld:
AANTAL FTE
In de tabel is te zien dat de declarabele uren per persoon voor ODBN 1.419 uur is (+ 5,1%). Bovenstaand beeld wordt enigszins vertroebeld door het hoge aantal declarabele uren van SSiB en SSiB Impuls. Deze twee onderdelen worden middels een vaste bijdragen in rekening gebracht en daarom worden deze uren buiten de tariefsbepaling gehouden. Wanneer de formatie en de uren die betrekking hebben op SSiB en SSiB Impuls buiten de vergelijking gehouden worden, dan is het gemiddeld aantal declarabele uren per medewerker 1.398 (+ 3,5%). De gemiddeld hogere declarabiliteit ten opzichte van de norm is vermoedelijk gedeeltelijk gerelateerd aan Corona. Hierdoor hebben medewerkers minder tijd hebben besteed aan bijeenkomsten, overleggen, trainingen en interne projecten. Allen activiteiten die normaal gesproken leiden tot een lagere declarabiliteit. Daar tegenover staat dat er ook extra uren zijn besteed om door de Corona medewerkers aan het werk te houden. Er zijn in 2020 ook andere maatregelen genomen zoals de het beter declarabel maken van medewerkers en het concentreren van coördinatietaken. Hierdoor is dus niet met zekerheid te zeggen welk deel van deze hogere declarabiliteit structureel van aard is.
OMSCHRIJVING
BEGROTING 2020
REKENING 2020
Exploitatiesaldo voor mutatie reserves
85
1.448
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
606
1.089
Dotaties aan voorzieningen
0
69
In- en des-investeringen
0
814
Onttrekkingen aan voorzieningen
34
263
EMU SALDO
725
1.530
Totale lasten
26.865
26.609
EMU SALDO ALS % TOTALE LASTEN
2,70%
5,75%
ODBN Jaarstukken 2020
98
99
4.10 Wet Normering Topinkomens (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi) publieke sector dienen wettelijke genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd over de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publiek en semipublieke sector. De ODBN is verplicht om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionarissen op persoonsnaam op te nemen, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. 1. Bezoldiging topfunctionaris 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling De WNT is van toepassing op J.A.J. Lenssen. Het voor de Omgevingsdienst Brabant Noord toepasselijk bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000 (voor 2019 was dit € 194.000. Naast de vermelde topfunctionaris zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen).
BEDRAGEN X € 1 FUNCTIEGEGEVENS Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
J.A.J. LENSSEN ALGEMEEN DIRECTEUR 01/01 - 31/12 1,0 fte
Dienstbetrekking?
ja
BEZOLDIGING Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 116.089
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 27.239
Subtotaal
€ 143.328
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 201.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag TOTALE BEZOLDIGING
€0 € 143.328
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
GEGEVENS 2019 FUNCTIEGEGEVENS Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?
ALGEMEEN DIRECTEUR 01/01 - 31/12 1,0 fte ja
BEZOLDIGING
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€ 122.899
Beloningen betaalbaar op termijn
€ 18.713
Subtotaal
€ 141.612
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 194.000
TOTALE BEZOLDIGING
€ 141.612
ODBN Jaarstukken 2020
100
101
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing.
De WNT normen gelden ook voor ingehuurde topfunctionarissen. De ODBN kende in 2020 geen interim bestuurder welke onder de WNT dient te worden verantwoord. In de eerste 4 maanden van 2019 was dit nog wel het geval. BEDRAGEN X € 1
P VAN VUGT
FUNCTIEGEGEVENS
TOEGEVOEGD DB LID
KALENDERJAAR
2020
2019
Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde)
-
01/01 - 30/04
Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar
0
4
€ 193
€ 187
€0
€ 8.633
INDIVIDUEEL TOEPASSELIJKE BEZOLDIGINGSMAXIMUM Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
€0
BEZOLDIGING (ALLE BEDRAGEN EXCLUSIEF BT W) Werkelijk uurtarief lager dan het (gemiddeld) maximum uurtarief? Bezoldiging in de betreffende periode
Ja €0
Totale bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
€0
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
TOTALE BEZOLDIGING, EXCLUSIEF BT W
€0
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
€ 23.508
ODBN Jaarstukken 2020
102
103
1d. Topfunctionaris met een bezoldiging van € 1.700 of minder Topfunctionarissen inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder. In onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks en Algemeen bestuur weergegeven. De DB en AB leden van de ODBN ontvangen geen bezoldiging c.q. vergoeding.
FUNCTIE
*
NAAM
DIENST VERBAND
DUUR FUNCTIE IN BOEK JAAR*
➔
OMVANG DIENST VERBAND
BELONING
VASTE EN VARIABELE ONKOSTEN VERGOEDING
VOORZIENING BETALING
BEZOLDIGING 2020
BEZOLDIGING 2019
Bestuurslid DB+AB, tevens voorzitter
Dhr. M.C. Bakermans
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. P.F.W.M. Pennings
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. R. Grashoff
Nee
6 mnd*
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. J.L.E.M.H. van der Schoot
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. G.W. Bollen
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. C.H.C. van Rooij
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. P. Smit
Nee
6 mnd**
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. J.W.F. Hoskam
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. M.R.G. Buijsse
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. J.G.M. van den Boogaart
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. M. Vromans
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. E.H.J.M. Mathijssen
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid DB+AB
Dhr. F.J.H. van Lankvelt
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. P.I.M.H. Stevens
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. H. van Wanrooij
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. M.A.W.J.M. Wijdeven
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. D. Solez
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Bestuurslid AB
Dhr. T. Lemmen
Nee
12 mnd
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
bestuur 1e half jaar | ** bestuur 2e half jaar
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
104
105
1e. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 De totale bezoldiging van een topfunctionaris inclusief degene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt, voor al zijn/haar functies bij één WNT-instelling en eventuele aan deze WNT-instelling gelieerde rechtspersonen (uitsluitend te verantwoorden indien en voor zover er sprake is bij een topfunctionaris van bezoldiging voor andere werkzaamheden dan die als topfunctionaris bij de WNT-instelling en/of bezoldiging uit hoofde van werkzaamheden bij gelieerde rechtspersonen. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing. 1f. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is
2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Voor 2020 is dit voor de ODBN niet van toepassing. 3. Overige rapportage verplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing. Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1a. Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van meer dan € 1.700. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing 1g. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van minder dan € 1.700 waarop de anticumulatie bepaling van toepassing is In het geval een leidinggevende topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder, op of na 1-1-2018 met een WNT-instelling een dienstbetrekking aangaat en hij/zij bij een of meer andere WNT-instellingen reeds een dienstbetrekking heeft als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, zijn bepaalde of alle onderdelen van deze tabel van toepassing.
Indien van toepassing kan het betreffende tabelonderdeel dienen als aanvulling op tabel 1d, Dit geldt in voorkomende gevallen ook voor diegene die op grond van zijn/haar voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris wordt aangemerkt met een totale bezoldiging van € 1.700 of minder. Voor ODBN is deze tabel niet van toepassing.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
106
107
4.11 Bijdrage deelnemers
DEELNEMER
PROGRAMMA 1 BASISTAKEN
PROGRAMMA 1 VERZOEKTAKEN
PROGRAMMA 1 AANVULLENDE VERZOEKTAKEN
➔
PROGRAMMA 2 COLLECTIEVE TAKEN
PROGRAMMA 2 KLACHTENREGELING
PROGRAMMA 2 SSiB
PROGRAMMA 3 ORGANISATIE ONT WIKKELING
TOTAAL BIJDRAGE 2020
Provincie Noord Brabant
1.727.700
7.143.100
1.269.200
247.100
13.000
1.473.600
76.300
11.950.000
Gemeente Bernheze
901.900
234.400
13.500
36.100
4.100
7.700
11.100
1.208.800
Gemeente Boekel
377.900
33.000
20.500
12.400
1.400
7.700
3.800
456.700
Gemeente Boxmeer
668.000
84.100
23.500
34.100
3.900
7.700
10.500
831.800
Gemeente Boxtel
409.800
27.100
10.800
36.600
4.100
7.700
11.300
507.400
Gemeente Cuijk
520.300
32.400
6.000
29.400
3.300
7.700
9.100
608.200
Gemeente Grave
226.800
17.000
4.800
14.700
1.700
7.700
4.500
277.200
Gemeente Haaren
369.900
209.800
4.500
16.500
1.900
7.700
5.100
615.400
Gemeente Landerd
443.500
144.800
6.100
18.200
2.100
7.700
5.600
628.000
Gemeente Meierijstad
1.606.900
486.300
23.700
95.100
10.800
7.700
29.300
2.259.800
Gemeente Mill & Sint Hubert
362.800
27.900
4.500
12.900
1.400
7.700
4.000
421.200
Gemeente Oss
1.728.300
317.500
117.200
107.700
12.200
7.700
33.200
2.323.800
Gemeente ’s-Hertogenbosch
1.165.900
12.500
58.500
181.600
20.600
7.700
56.100
1.502.900
Gemeente Sint Anthonis
623.700
85.800
6.000
13.800
1.500
7.700
4.300
742.800
Gemeente Sint Michielsgestel
313.600
22.800
11.300
34.000
3.900
7.700
10.500
403.800
Gemeente Uden
703.600
264.600
24.400
49.300
5.600
7.700
15.200
1.070.400
Gemeente Vught
116.800
8.800
4.400
31.100
3.500
7.700
9.600
181.900
Diversen
2.400
0
337.400
26.800
0
638.200
0
1.004.800
TOTAAL
12.269.800
9.151.900
1.946.300
997.400
95.000
2.235.000
299.500
26.994.900
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
108
5 Overige gegevens
5.1 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan:
het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)
A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel Wij hebben de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) te 's-Hertogenbosch gecontroleerd. Naar ons oordeel: ➜ geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); ➜ zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2020; 2. het overzicht van baten en lasten over 2020; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
109
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2020 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatie-bepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 271.950. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2020. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 50.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwantitatieve of WNT-redenen relevant zijn.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
110
111
B. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie
C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening
Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit:
Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020.
➜ het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen; ➜ de bijlagen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.
In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
112
113
Onze verantwoordelijkheid voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 16 december 2020 en het Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
Onze controle bestond onder andere uit: ➜ het identificeren en inschatten van de risico’s - dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, - dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; ➜ het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling.
➜ het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
➜ het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; ➜ het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen. ➜ Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Zoetermeer, 18 maart 2021 Astrium Overheidsaccountants BV Was getekend, drs. R.A.D. Knoester RA
ODBN Jaarstukken 2020
114
III
Bijlage
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
115
ODBN Jaarstukken 2020
116
1 Geactualiseerde risicoanalyse per 31 december '20
OMSCHRIJVING
BEHEERSMAATREGELEN
117
➔
KARAKTER
RISICO BEDRAG
KANS
IMPACT*
Onevenredige stijgende inhuur tarieven
Goede afspraken maken met onze leveranciers van externe krachten over de indexering van tarieven etc.
Structureel
€ 67.500
25%
€
33.750,00
Externe ontwikkelingen
– Intensieve monitoring van externe ontwikkelingen zodat hier tijdig op geacteerd kan worden. – Tijdig gebruik maken van de flexibele schil van de organisatie waar mogelijk – Duidelijke afspraken maken met opdrachtgevers bij externe ontwikkelingen
Structureel
€ 273.000
50%
€
273.000,00
Hoger ziekteverzuim dan begroot
Monitoring en sturing op ziekteverzuim
Incidenteel
€ 273.000
50%
€
136.500,00
Uitstel van invoerdatum Omgevingswet
Monitoring van ontwikkelingen op de ontwikkelingen mbt de Omgevingswet
Incidenteel
€ 150.000
50%
€
75.000,00
Niet realiseren van (aanvullend) opdrachtvolume
Monitoring en sturing op uitvoering van de opdracht
Structureel
€ 400.000
25%
€
200.000,00
Krappe arbeidsmarkt
– Extra inzet op wervingsactiviteiten – Actieve arbeidsmarktcommunicatie
Structureel
€ 300.000
50%
€
300.000,00
Niet-toegankelijke ICT-omgeving
– Outsourcing bij professionele partij – Intensieve inzet en scholing op databeveiliging/ informatiebeveiliging zodat kans op beveiligingsprobleem beperkt wordt. – Plan opstellen ter beveiliging systemen tegen hacks, virusaanvallen en datalekken
Incidenteel
€ 100.000
50%
€
50.000,00
Gemeentelijke werkprogramma's 2021 worden lager vastgesteld
Intensief overleg met onze deelnemers
Incidenteel
€ 164.000
25%
€
41.000,00
Eigen risicodrager personeel
Het toepassen van een goed werving en selectiebeleid, het blijven investeren in het opleiden en ontwikkelen van medewerkers en daarnaast werkt de ODBN met een flexibele schil.
Incidenteel
€ 500.000
25%
€
125.000,00
TOTAAL RISICOPROFIEL ODBN OP PEILDATUM
JAARREKENING 2020
€ 1.234.250,00
* Daar waar een risico mogelijk een meerjarig effect heeft, is uitgegaan van het principe dat de financiële impact vermenigvuldigd is met 2, vanuit het principe dat 2 jaar doorgaans voldoende is om maatregelen te nemen om de financiële impact van het risico te beperken of te verwerken in de begroting.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
118
2 Overzicht investeringen
119
In onderstaand overzicht worden de investeringen over 2020 weergeven. In het overzicht wordt de stand van zaken per 31 december 2020 gepresenteerd waarbij wordt aangegeven of het gewenst is dat de investering overgeheveld wordt naar 2021 of afgesloten kan worden per 31 december 2020.
NAAM KREDIET
OORSPRONKELIJK KREDIET
OPENSTAAND 2020
WERKELIJK 2020
RESTANT 2020
AFSLUITEN OF OVERHEVELEN?
Aanschaf laptops
125.000
26.423
25.911
512
Afsluiten
Aanschaf smartphones
130.000
27.402
15.244
12.158
Afsluiten
Aanschaf Thin Clients
175.000
88.841
63.075
25.766
Afsluiten
Herhuisvesting
1.300.000
642.494
597.408
45.086
Overhevelen
Warmtebeeldcamera's
19.000
19.000
18.362
638
Afsluiten
Uitbreiding ICT faciliteiten n.a.v. Covid-19 omgeving
100.000
100.000
93.568
6.432
Afsluiten
Nieuwe website
45.000
45.000
0
45.000
Overhevelen
1.894.000
949.160
813.569
135.591
TOTAAL INVESTERINGEN
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
120
Vragen over de jaarstukken 2020? Neem gerust contact op met de ODBN
www.ODBN.nl Victorialaan 1 5213 JG ‘s-Hertogenbosch Telefoon: 088 7430 000 E-mail: info@odbn.nl
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst