25-47 142089 AP05a_ODBN_Jaarstukken_2020_DEF_1_1.pdf
Tekst van het document
Door alle ontwikkelingen die het afgelopen jaar gespeeld hebben, schatten we de financiële impact die deze uren op onze organisatie kunnen hebben hoger in.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
39
40
41
Hoger ziekteverzuim dan begroot In de begroting van de ODBN houden we rekening met een gemiddeld ziekteverzuim van 5,5%. Wanneer dit ziekteverzuim hoger wordt, leidt dat tot minder facturabele uren en kan er een probleem met de dekking van de overhead ontstaan. Door alle maatschappelijke ontwikkelingen, o.a. het Corona-virus schatten we het risico op een hoger ziekteverzuim dan begroot iets hoger in dan bij de vorige inventarisatie. Door goede monitoring en inzet van coaches om mensen te helpen bij de nieuwe werkomstandigheden, verwachten we de financiële impact te kunnen beperken. Per saldo neemt het risico in de inventarisatie met circa 36.000 euro toe. Eigen risicodrager personeel De afgelopen jaren heeft de ODBN gewerkt aan het verder ontwikkelen van de organisatie. Daarbij is ook flankerend personeelsbeleid toegepast en afscheid genomen van enkele medewerkers. Indien de ODBN, afscheid neemt van medewerkers die hierdoor in de WW terecht komen, is de ODBN als eigen risicodrager verantwoordelijk voor de uitkering van deze medewerkers. Een dergelijke situatie kan zich ook in de toekomst voor doen. Bijvoorbeeld door afname van het opdrachtvolume, de markt vraagt andere vaardigheden of simpelweg door onvoldoende functioneren.
Om dit risico te beperken werkt de ODBN enerzijds met een flexibele schil en daarnaast blijft de ODBN investeren in het opleiden en ontwikkelen van medewerkers en wordt een goed werving en selectiebeleid toegepast. Afgenomen risico’s Uitstel Omgevingswet In 2020 is duidelijk geworden dat de Omgevingswet uitgesteld is met de nieuwe invoeringsdatum van 1 januari 2022. Op dit moment schatten we de kans dat de invoering van deze wet weer uitgesteld wordt, lager in dan de vorige keer. Daarmee verkleint de impact van dit risico naar 75.000 euro. Niet realiseren van (aanvullende) verzoektaken In de begroting heeft de ODBN, naast de opdrachten van haar deelnemers, aanvullende inkomsten uit extra opdrachten van deelnemers of andere partijen in het maatschappelijk domein. Deze uren dienen ook ter dekking van de organisatiekosten. Wanneer deze uren niet afgenomen worden, leidt dit tot een tekort in de begroting van de ODBN. Omdat het volume van deze aanvullende verzoektaken verkleind is in de begroting 2021 en verder, is de financiële impact van dit risico ook afgenomen. Krapte op de arbeidsmarkt We zien de omstandigheden op de arbeidsmarkt deels veranderen. Het blijft onverminderd lastig om goede (seniore) medewerkers te vinden voor het primaire proces. Maar voor de bedrijfsvoeringsfuncties lijkt de beschikbaarheid van goede mensen toe te nemen.
Daarom de impact van dit risico’s verlaagd in deze inventarisatie.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Verdwenen risico’s Ontvlechting ODBN BCA In 2020 is de BCA overgegaan naar een zelfstandige organisatie. De ontvlechting hiervan is volledig afgerond, waardoor dit geen risico meer is voor de ODBN en maakt daarom ook geen deel meer uit van het risicoprofiel. Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
Totale omvang Netto-risico's
Weerstandsratio
Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit
ODBN Jaarstukken 2020
42
43
In onderstaande tabel wordt gepresenteerd hoe het er uit ziet als de maximale bandbreedte wordt benut. RATIO VOOR JAARREKENING 2020 BEDRAGEN IN EURO'S NAAM
BEGROTING 2021
2021
Algemene reserve op 01-01
1.191.000,00
1.153.237,62
Risicoprofiel stand jaarrekening 2020
1.415.000,00
1.234.000,00
0,84
0,93
WEERSTANDSRATIO
Jaarrekening resultaat 2020
1.799.000,00
WEERSTANDSRATIO INCL. RESULTAAT VOOR BESTEMMING
2,39
Mutaties algemene reserve
1.191.000,00
1.153.237,62
- storting jaarrekeningresultaat 2020
400.200,00
- storting restant reserve herhuisvesting
299.000,00
In het nieuwe risicomanagementbeleid van de ODBN is vastgelegd dat we streven naar een ratio van 1,0, maar dat door specifieke omstandigheden de ratio zou kunnen fluctueren tussen een bandbreedte van 0,75 en 1,5.
ALGEMENE RESERVE OP 31-12
1.191.000,00
1.852.437,62
Risicoprofiel stand jaarrekening 2020
1.415.000,00
1.234.000,00
0,84
1,50
In de bijlage ‘Geactualiseerde risicoanalyse’ is het geactualiseerde risicoprofiel van de ODBN opgenomen. Afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit komt de weerstandsratio uit op 0,93 voor mutatie van de algemene reserve. Hiermee voldoet de weerstandsratio nog niet helemaal aan de streefwaarde van 1,0, maar is de ratio wel ruim binnen de vastgestelde bandbreedte van 0,75 en 1,5.
Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten.
Als het resultaat volledig ten gunste gebracht komt aan de Algemene reserve leidt dat tot een forse toename van de Algemene reserve. De algemene reserve is dan € 2.952.000 dit heeft een weerstandsratio van 2,39 tot gevolg. Dit betekent een overdekking van de risico’s en een weerstandsratio die buiten de vastgestelde bandbreedte valt. Daarnaast heeft de ODBN reserve huisvesting die grotendeels als dekking diende om een eventueel boekverlies bij de verkoop pand Cuijk op te vangen. Het pand is eind 2020 verkocht en € 299.000 uit de reserve blijkt niet nodig te zijn. Het ligt voor de hand om € 299.000 uit de reserve huisvesting te laten vrijvallen ten gunste van de algemene reserve. Mocht gelijk met het vaststellen van de jaarrekening de maximale bandbreedte van de weerstandsratio worden benut dan betekent dit dat maximaal € 400.200 van het jaarrekeningresultaat gestort kan worden in de algemene reserve.
WEERSTANDSRATIO
VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
REKENING 2019
BEGROTING 2020
REKENING 2020
Netto schuldquote
-42%
-38%
-48%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-42%
-38%
-48%
Solvabiliteitsratio in %
46%
45%
54%
Structurele exploitatieruimte
0%
0%
4%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Gelijk met het aanbieden van deze jaarrekening zal het Algemeen Bestuur voorgesteld worden hoe het jaarrekeningresultaat te bestemmen.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
44
Toelichting per kengetal 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de ODBN in relatie ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft daarbij een indicatie van de druk van alle rentelasten en aflossingen op de reguliere exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Aangezien de ODBN geen gelden doorgeleend heeft aan derden is de gecorrigeerde netto schuldquote voor de ODBN gelijk aan de netto schuldquote.
Bij de jaarrekening 2020 komt het kengetal van de structurele exploitatieruimte voor de ODBN uit op 4%. Hiermee wordt duidelijk dat de ODBN in 2019 alle structurele lasten heeft kunnen afdekken met structurele baten en dat er ruimte overblijft om eventuele structurele stijgingen van lasten op te vangen. 4. Grondexploitatie ODBN heeft geen grondexploitaties en daarmee is dit kengetal niet van toepassing. 5. Belastingcapaciteit ODBN heeft geen belastinginkomsten en daarmee is dit kengetal niet van toepassing.
De netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) bedraagt bij de jaarrekening ongeveer -48%. Dat wil zeggen dat ODBN meer eigen middelen heeft dan schulden en dat op de exploitatie geen rentelasten en aflossingen drukken. 2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin ODBN in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Als er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van ODBN. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin ODBN in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Bij de jaarrekening 2020 komt de solvabiliteitsratio uit op ongeveer 54%. Door het positieve resultaat van 1,799 mln in 2020 is het eigen vermogen toegenomen ten opzichte van 2019 en hoger dan was begroot. 3. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten.
Het kengetal van de structurele exploitatieruimte kijkt naar de verhouding tussen structurele baten en lasten in vergelijking tot de totale baten. Een percentage van 0 of hoger betekent dat de structurele baten van de organisatie toereikend zijn om alle structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Hoe hoger het percentage, hoe meer structurele ruimte een organisatie heeft en hoe financieel wendbaarder de organisatie wordt
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
45
46
2.2 Financiering Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de ODBN wordt gevormd door het in het Algemeen Bestuur d.d. 25 april 2013 vastgestelde treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen. Treasurybeleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: ➜ Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. ➜ Het tegengaan van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s.
➜ Het minimaliseren van externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. ➜ Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen. Kasgeldlimiet Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt.
Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,5%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Op de volgende bladzijde is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld.
Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van de ODBN een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
47
48
UIT VOERINGSREGELING FINANCIERING DECENTRALE OVERHEDEN
VLOT TENDE SCHULD
A. Gemiddeld vlottend overschot
VLOT TENDE MIDDELEN
2.3 Bedrijfsvoering
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
-
3.566.216
3.566.216
Ultimo 1e kwartaal
-
14.524.017
14.524.017
Ultimo 2e kwartaal
-
4.664.055
4.664.055
Ultimo 3e kwartaal
-
1.329.031
1.329.031
Ultimo 4e kwartaal
-
-6.252.240
-6.252.240
B. Berekening kasgeldlimiet
2.350.019
Begrotingstotaal
27.647.288
Percentage regeling
8,50%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
5.916.235
Gemiddeld vlottend overschot (A)
3.566.216
KASGELDLIMIET (B)
2.350.019
Volgens deze berekening bedraagt de kasgeldlimiet in 2020 totaal € 2.350.019 voor de ODBN. Het gemiddelde vlottend financieringsoverschot bedraagt gemiddeld over 2020 € 3.566.216. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde. Renteresultaat treasury In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in deze paragraaf ook inzicht gegeven moet worden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen. De ODBN heeft op dit moment geen leningen afgesloten waarover rente wordt betaald en gedurende 2019 zijn geen rente baten ontvangen. Dit betekent dat ook geen rente kan worden toegerekend aan de investeringen en daarmee is er geen renteresultaat. OMSCHRIJVING
BEDRAG
a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
0
b
Externe rentebaten
0
SALDO EXTERNE RENTELASTEN
0
d
Interne eigen rente
0
e
Toerekening rente via renteomslag
0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
0
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
49
In deze paragraaf wordt beschreven welke ontwikkelingen het verslagjaar belangrijk zijn geweest voor de bedrijfsvoering van de ODBN. Dit doen we aan de hand van onderstaande sub onderwerpen.
2.3.1 HRM Met ingang van 2019 stellen we jaarlijks een sociaal jaarverslag op. Gedetailleerde gegevens over ons personeelsopbouw verloop e.d. wordt hierin gepresenteerd en toegelicht. Deze verschijnt in het tweede kwartaal van het nieuwe jaar. Formatieomvang De gemiddelde bezetting in 2020 bedroeg 253,4 waarvan 48,9 fte werd ingehuurd. Daarmee was de flexschil 19,3 %. Opleidingen en loopbaanbeleid Ondanks de uitbraak van Covid-19 is het volledige opleidingsbudget benut. We hebben wel gezien dat in de beginperiode van Corona, opleidingen werden verschoven naar een tijdstip later in het jaar. Veel opleidingen zijn omgezet naar digitale opleidingen. Naar aanleiding van een evaluatie kunnen we stellen dat er in 2020 voldoende mogelijkheden zijn geweest voor medewerkers om opleidingen te volgen. Ontwikkeling en het opdoen of actueel houden van kennis en vaardigheden is en blijft een speerpunt voor de ODBN. Ziekteverzuim Het gemiddeld verzuim in 2020 bedroeg 5,75%. Dit is iets hoger dan de maximale norm van 5.5% die we als kengetal hanteren. Het is vergelijkbaar met het verzuim in 2019 en iets lager dan het verzuim in 2018. Er is een intensieve begeleiding van zieke medewerkers in overleg met de arbodienst. Intensieve begeleiding houdt in dat we maatwerkafspraken maken om het verzuim tegen te gaan (preventie) of re-integratie z.s.m.
vorm te geven waardoor medewerkers zo snel als mogelijk weer terugkeren binnen of buiten de organisatie. Bij maatwerkafspraken valt te denken aan (tijdelijk) aangepaste werkzaamheden of werktijden, coaching of andere vormen van hulp zoals een psycholoog, bedrijfsmaatschappelijk werker e.d., training en opleiding zoals bijvoorbeeld een effectiviteitstraining, omgaan met stress e.d. Dit zijn enkele voorbeelden van interventies die toegepast worden om ziekteverzuim te voorkomen of te verlagen.
ODBN Jaarstukken 2020
50
Arbo In 2020 zijn de taken die betrekking hebben op arbeidsomstandigheden, waaronder de aanpak van agressie en geweld, die eerder versnipperd in de organisatie waren belegd samengebracht in 1 nieuwe functie. In 2020 is een Arbo beleidsplan opgesteld en een TRA (Taak Risico Analyse) uitgevoerd voor SSiB. In het kader van de COVID-19 pandemie zijn aanvullende maatregelen getroffen om binnen het kantoor Den Bosch veilig te kunnen werken. Daarnaast zijn ook aanvullende maatregelen getroffen om het thuiswerken te faciliteren. Zoals een thuiswerkvergoeding en een budget per medewerker voor een arbo-verantwoorde werkplek. En op aanvraag worden medewerkers begeleid door zogenaamde thuiswerkcoaches.
2.3.2 Informatisering en automatisering Beleidsontwikkeling In 2020 is de IV-Visie 2020-2022 door het DB vastgesteld. De IV visie is vertaald in een -Uitvoeringsplan 2020-2021. Focus blijft om de leverbetrouwbaarheid te versterken en te consolideren en het in balans brengen van interne kantoortoepassingen met de tools die buiten de organisatie worden gebruikt (platforms, kennisdeling, interactieve communicatie, samenwerkingsvormen, etc.).
2.3.4 Planning en Control
51
In 2020 is de ingestoken lijn om het P&C-instrumentarium te professionaliseren verder doorgezet. Zo is in 2020 vooral verder gewerkt aan het automatisch beschikbaar krijgen, analyseren van en sturen met beschikbare managementinformatie. Ook zijn in 2020 een aantal financiële beleidsstukken vernieuwd en ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. De herijking was nodig om de inhoud van het financiële beleid weer aan te laten sluiten bij alle ontwikkelingen van de organisatie en van wet- en regelgeving. In de Nota Reserves en voorzieningen zijn de doelen van de reserves en voorzieningen die de ODBN heeft gevormd toegelicht. Door o.a. de uittreding van de Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel, besluitvorming door het Algemeen Bestuur op aanwijzing van de accountant zijn er op onderdelen reserves en voorzieningen verschoven of opnieuw ingesteld. Deze wijzigingen en verschuivingen zijn in de nota toegelicht. In de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen is de visie van de ODBN op risicomanagement weergegeven. We blijven streven naar een weerstandsratio van minimaal 1,0, waarin de algemene reserve van de ODBN groot genoeg is om het risicoprofiel van de organisatie af te dekken. Omdat het risicoprofiel van de organisatie kan fluctueren is afgesproken dat de bandbreedte waarbinnen de ratio mag fluctueren tussen 0,75 en 1,5.
De Financiële verordening van de ODBN is geactualiseerd zodat diverse wijzigingen in wet- en regelgeving, zoals de nieuwe wet Houdbare Overheidsfinanciën en de wet Financiële decentralisatie overheden, in de verordening verwerkt zijn.
Nu de randvoorwaarden zijn ingevuld is in 2020 getart met het professionaliseren en dus ook verdere digitaliseren van sturingsinformatie. De eerste dashboards (Ziekteverzuim, Projecten en Uren) zijn intern gepresenteerd. Informatieveiligheid Intussen is ook de adoptie van de Basisinformatie Beveiliging Overheid (BIO) in volle gang. De directie heeft het Informatiebeveiligingsbeleid en -plan vastgesteld. In 2020 is een GAP-Analyse gestart. Hier kwamen nog enkele aandachtspunten uit voort. In de loop 2021 verwachten we volledig compliant te zijn. Information Security System Software (ISMS) is in gebruik genomen en de opleidingen voor i-Bewustzijn en Privacy zijn in 2020 door iedereen doorlopen. In 2020 hebben alle medewerkers van de ODBN deelgenomen aan een training Privacybescherming. In deze training is onder andere aan de orde gekomen hoe je datalekken kunt voorkomen en hoe je datalekken meldt. In 2020 is negen keer melding gemaakt van een datalek. Ten opzichte van 2019 (dertien keer) is dit een teruggang. Geen van de datalekken had grote gevolgen voor de bescherming van de privacy voor de direct betrokkenen. Er is van deze datalekken dan ook geen melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), geheel volgens de richtlijnen van de AP zelf.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
52
2.3.5 MJOP
2.3.6 Overig
Van de 3 projecten die bij het opstellen van de evaluatie nog niet waren afgerond is bij het opmaken van dit document het laatste deelproject in de afrondende fase. Het betreft de uniformering van werkafspraken. Het informatiebeleidsplan (zie 3.2.3.) en de actualisatie van het inrichtingenbestand zijn inmiddels afgerond. Met betrekking tot het project actualiseren inrichtingenbestand hebben de deelnemers een eindrapportage ontvangen.
Fysiek archief Het fysieke archief van rechtsvoorganger RMB was nog altijd opgeslagen in het Pand aan de Gildekamp in Cuijk. De ODBN heeft zorgplicht over dit archief. Met de sluiting van het pand in Cuijk was er geen fysieke ruimte meer beschikbaar voor opslag van dit archief. In 2020 zijn de achterstanden m.b.t. het opschonen van dit archief weggewerkt en is het resterende archief overgedragen aan het BHIC.
53
Er is destijds in totaal ruim 2 miljoen vrijgemaakt, verdeeld over de jaren 2018, 2019 en 2020. OMSCHRIJVING
2018
2019
TOTAAL
2020
Algemeen
306.500
164.152
12.806
483.458
Project Z
187.100
351.393
9.876
548.369
IBP
23.900
0
0
23.900
CPB
0
0
0
0
Werving en selectie
5.600
339.292
21.804
366.696
Inrichtingenbestand
0
0
0
0
Organisatieontwikkeling
153.200
137.560
617
291.377
Begroting 2018/2018
130.500
0
0
130.500
Nieuwe GR
22.100
2.328
1.680
26.108
Doorontwikkeling P&C
0
8.330
0
8.330
Uniformeren werkafspraken
0
24.022
74.707
98.729
REALISATIE 2018, 2019 EN 2020
828.900
1.027.077
121.490
1.977.467
FINANCIERING UITGAVEN*
828.900
926.000
299.500
2.054.400
Klachtenregeling De ODBN kent sinds 2019 een klachtenregeling, waarin is geregeld hoe wordt omgegaan met klachten van burgers over de ODBN of onze medewerkers. In 2020 zijn 6 klachten ingediend. Het is 5 keer gelukt om de klacht – na goed overleg met klager – informeel af te handelen. Een keer is dit niet gelukt en is de klacht formeel afgehandeld, waarna klager zijn klacht heeft voorgelegd aan de Nationale Ombudsman en de Autoriteit Persoonsgegevens. Zijn klacht is daar nog in behandeling.
* De uitgaven in 2018 heeft de ODBN gedekt uit de eigen middelen en voor 2019 en 2020 zijn de uitgaven voor MJOP gedekt uit bijdragen van de deelnemers. Per saldo resteert in 2020 een bedrag van 178.010 in de reserve MJOP. Voorgesteld wordt om dit uit te keren aan de deelnemers. Als eindverslag is een filmpje gemaakt wat in het AB van februari 2021 is getoond.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
54
2.4 Paragraaf Verbonden Partijen Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij Bizob. Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
55
PROGRAMMA 3 | BEDRIJFSVOERING 1. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT
Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisatie hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in het bestuur van Bizob.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van BIZOB via een bedrag per afgenomen dag. De bijdragen voor 2019 bedraagt € 72.700. Dit is gebaseerd op het aantal afgenomen dagen. In 2019 zijn 110 dagen afgenomen tegen een gemiddeld uurtarief van € 657 Eigen vermogen: per 1-1-2018 € 666.144,85 per 31-12-2018 € 786.115,99
Financiële informatie
Vreemd vermogen: per 1-1-2018 € 575.175,68 per 31-12-2018 € 633.621,26 Resultaat 2018: € 382.095,23
Eventuele risico's
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Niet van toepassing
ODBN Jaarstukken 2020
2.5 Niet van toepassing zijnde paragrafen
56
57
Voor de ODBN zijn de onderstaande paragrafen, in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording, niet van toepassing: ➜ Paragraaf lokale heffingen ➜ Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid
Daarnaast heeft de ODBN een aantal intensieve samenwerkingsrelaties die we ook benoemen in deze paragraaf. Hierbij gaat het om: ➜ Vereniging van contractanten Afvalsturing Brabant: De VvC behartigt de belangen van de Brabantse gemeenten (via samenwerkingsverbanden in de VvC vertegenwoordigd) met betrekking tot de verwerking van huishoudelijk restafval en gft-afval. Het ambtelijk secretariaat en de financiële administratie van de vereniging wordt verzorgd door de ODBN. ➜ De deelnemers van ODBN zijn de 16 gemeenten in de regio Brabant-Noord en de provincie Noord-Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. ➜ Per 1 januari 2020 is de BCA een zelfstandig gemeenschappelijke regeling geworden, genaamd Gr Afvalinzameling Land van Cuijk en Boekel. Hiermee vervalt de intensieve samenwerkingsrelatie met de ODBN.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
58
II Jaarrekening 2020
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
59
ODBN Jaarstukken 2020
60
3 Overzichten
61
3.1 Balans per 31 december 220 ACTIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2019
31-12-2020
VASTE ACTIVA
PASSIVA | BEDRAGEN IN € 1.000
31-12-2020
31-12-2019
VASTE PASSIVA
Materiële vaste activa
1.842
2.247
Eigen vermogen
9.844
8.575
Investeringen met economisch nut
1.842
2.247
Algemene reserves
1.153
867
TOTAAL VASTE ACTIVA
1.842
2.247
Bestemmingsreserves
6.891
7.541
Rekening resultaat
1.799
168
5.401
5.594
VLOT TENDE ACTIVA Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan een jaar
16.527
17.329
VOORZIENINGEN
Vorderingen op openbare lichamen
1.320
5.565
LANGLOPENDE SCHULDEN
0
0
Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
14.265
11.492
Onderhandse leningen BWS
0
0
Overige vorderingen
942
272
TOTAAL VASTE PASSIVA
15.245
14.169
LIQUIDE MIDDELEN
0
0
VLOT TENDE PASSIVA
Kassaldi
0
0
1.600
4.668
Banksaldi
0
0
SCHULDEN MET EEN RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN EEN JAAR
OVERLOPENDE ACTIVA
103
518
Overige schulden (Crediteuren)
1.437
4.656
Overige schulden (rekening couranten) 18
393
149
0
Nog te ontvangen bedragen
Vooruitbetaalde bedragen
Tussenrekeningen Salarissen 125
14
12
86
Te verrekenen bedragen
0
OVERLOPENDE PASSIVA
1.627
1.256
0
TOTAAL VLOT TENDE ACTIVA
16.630
17.847
Verplichtingen
1.434
939
TOTAAL GENERAAL
18.472
20.093
Vooruit ontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen
193
317
Overige vooruit ontvangen bedragen
0
0
TOTAAL VLOT TENDE PASSIVA
3.227
5.924
TOTAAL GENERAAL
18.472
20.093
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
62
63
3.2 Baten en lasten OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
3.3 Recapitulatie resultaat REKENING 2019
BIJGESTELDE BEGROTING 2020
BEGROTING 2020
REKENING 2020
REKENING 2019
BEGROTING 2020
BEGROTING NA WIJZIGING 2020
REKENING 2020
VERSCHIL
Totale lasten
29.911
26.865
27.647
26.609
1.039
V V
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
LASTEN Individuele dienstverlening
14.176
14.641
14.778
14.402
Totale baten
28.743
26.950
27.129
28.057
927
Regionale dienstverlening
2.363
2.522
2.765
2.161
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
-1.168
85
-518
1.448
1.966
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
16.540
17.163
17.543
16.563
Storting in reserves
15.710
300
586
586
0
Overhead
13.371
9.602
10.079
10.045
Onttrekking uit reserves
17.302
300
1.162
937
-224
Treasury
0
0
0
0
RESULTAAT VÓÓR BELASTING
425
85
57
1.799
1.742
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
100
25
0
RESULTAAT NA BELASTING
425
85
57
1.799
1.742
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
13.371
9.702
10.104
10.045
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
29.911
26.865
27.647
26.609
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2019
BEGROTING 2020
HERZIENE BEGROTING 2020
REKENING 2020
Individuele dienstverlening
21.332
23.303
23.555
23.368
Regionale dienstverlening
3.171
3.236
3.274
3.365
24.503
26.539
26.830
26.733
Overhead
4.240
412
300
1.324
Treasury
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
4.240
412
300
1.324
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
28.743
26.950
27.129
28.057
RESULTAAT VOOR BESTEMMING
-1.168
85
-518
1.448
Onttrekkingen aan reserves
17.302
300
1.162
937
Toevoegingen aan reserves
15.710
300
586
586
425
85
57
1.799
BATEN
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
RESULTAAT NA BESTEMMING
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
N
64
65
3.4 Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s
De kosten die betrekking hebben op het primaire proces, zoals salariskosten, moeten, indien mogelijk, worden opgenomen in de programma’s. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma’s, zoals kosten van het MT, financiën, ICT, P&O, blijven staan op overhead.
REKENING 2019
BEGROTING 2020
HERZIENE BEGROTING 2020
TOTAAL
PROGRAMMA’S
OVERHEAD
Inzet personeel
19.981
21.632
21.794
20.594
15.538
5.056
Opleidingen
425
662
733
518
94
424
Dienstreizen / woon-werk
424
420
510
346
0
346
Overig (personeel)
1.526
323
271
349
24
325
Organisatie
147
190
187
121
0
121
Huisvesting en archief
478
460
625
625
0
625
Kantoor
136
300
112
134
0
134
Informatisering / automatisering
1.234
1.225
1.369
1.450
0
1.450
Vervoermiddelen
165
188
188
151
125
26
Extern onderzoek / advies
857
120
120
111
0
111
Afschrijvingen
402
606
561
1.089
0
1.089
Reguliere organisatieontwikkeling
11
100
100
46
0
46
Meerjarenontwikkelplan (MJOP)
851
300
300
122
0
122
0
0
75
43
0
43
Overige kosten
3.273
241
678
910
783
127
SUBTOTAAL
29.911
26.765
27.622
26.609
16.563
10.045
Treasury
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
100
25
0
0
0
29.911
26.865
27.647
26.609
16.563
10.045
TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
Covid-19
TOTAAL LASTEN
REKENING 2020
Als we overhead uitdrukken in cijfers kunnen we het volgende onderscheid maken: ➜ Voor 2020 betekent dit dat 33% van de totale uitgaven ODBN bestond uit overheaduitgaven. In 2019 was dit 31%. ➜ Voor de inzet van personeel in euro’s geldt dat 24,5% van ons personeel bestond uit overhead. In 2019 was dit bijna 22%. ➜ Voor de inzet van personeel in FTE’s geldt dat 23% van het totaal aan FTE’s bestond uit overhead. In 2019 was dit 21%.
Om het algemeen bestuur meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie is vanaf 2017 in de BBV voorgeschreven om overhead apart te verantwoorden en niet meer als integrale kostprijs op te nemen in de programma’s.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
66
4 Toelichtingen
4.1 Waardering grondslagen jaarrekening Algemeen De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met het ‘Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV). Vergelijking met voorgaand boekjaar Per 1 januari 2020 is de BCA een zelfstandige gemeenschappelijke regeling en maakt hierdoor geen onderdeel meer uit van de jaarrekening 2020 van de ODBN. In de balans 2020 is de overbrengen van de balanswaarden BCA apart gepresenteerd, waardoor zowel het balanssaldo per 31 december 2019 en het balanssaldo per 1 januari 2020 is opgenomen. Corona-pandemie In 2020 is de Corona-pandemie begonnen met een grote impact in de gehele wereld. Op basis van de ontwikkelingen in 2020 en hebben wij de eventuele risico’s beoordeeld. Hieruit concluderen wij dat het totaal aan risico’s voor ons niet heel veel toeneemt, maar zijn we ons wel bewust van de nog grotere noodzaak tot het voortdurend monitoren van de risico’s. Het dagelijks bestuur schat op basis van de uitgevoerde analyse dat het doorvoeren van een duurzame waardevermindering op de activa van de gemeenschappelijke regeling niet van toepassing is. De in de jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op een continuïteitsveronderstelling.
Hoewel de toekomstige financiële impact van de uitbraak van COVID-19 ten tijde van het opmaken van deze jaarrekening niet duidelijk is, is het dagelijks bestuur van mening dat op basis van de thans beschikbare informatie, de inmiddels genomen maatregelen en de huidige liquiditeitspositie de bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerde continuïteitsveronderstelling niet materieel wordt beïnvloed. Waardering van activa en passiva De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf het boekjaar na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiële vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel, daar wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
67
De volgende afschrijvingstermijnen zijn gehanteerd: TYPE ACTIVA
AFSCHRIJVINGSTERMIJN
Kantoorpand
30 jaar
Parkeerterrein (inrichting)
15 jaar
Kantoormeubilair
10 jaar
Straalverbinding
10 jaar
ICT hardware
5 jaar
ICT software
3 jaar
Bedrijfsauto’s
5 jaar
Vaste Activa De activa zijn onder te verdelen in immateriële, materiële en financiële vaste activa. Immateriële vaste activa De ODBN bezit geen immateriële vaste activa. Materiële vaste Activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de van derden ontvangen investeringsbijdragen en afschrijvingen. De verkrijgingprijs bestaat uit de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van het product of dienst en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegekend. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de geschatte economische levensduur. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Financiële vaste activa De ODBN bezit geen financiële vaste activa. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde.
Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort.
ODBN Jaarstukken 2020
68
69
Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroom genererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies.
In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord.’
Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd (rekening resultaat). Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen en verliezen die niet exact bekend zijn, maar redelijkerwijs geschat kunnen worden en worden gevormd voor risico's die hierop van toepassing zijn. Daarnaast kunnen voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van lasten. Langlopende schulden Langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van een jaar of langer. Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De ODBN heeft geen “eigen” langlopende schulden. Vanuit de uitvoering van taken van het voormalig RMB zijn hier de onderhandse leningen, i.v.m. het Besluit Woninggebonden Subsidies (BWS), opgenomen.
Per ultimo boekjaar 2017 bestaan deze schulden niet meer.
Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in, uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen.
Uitzettingen met een looptijd < 1jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Schulden met een rente typische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde.
Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste passiva De vaste passiva zijn eigen vermogen, voorzieningen, en langlopende schulden (met een rente typische looptijd van 1 jaar of langer). Vaste passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Baten en lasten algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden verwerkt indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. In de presentatie van de baten en lasten wordt voldaan aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording. Door gewijzigde regelgeving wordt de overhead vanaf 2017 apart in beeld gebracht onder hoofdstuk bedrijfsvoering. De overhead is bepaald op basis van de notitie overhead van het BBV. ODBN Jaarstukken 2020
70
71
Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering vormen overlopende posten uit hoofde van de aan de jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Een voorbeeld daarvan is de verplichting wegens verlofdagen. Indien echter de verplichting sterk fluctueert, zal de last (of bate) die gerelateerd is aan deze fluctuatie in het jaar van ontstaan opgevoerd worden en zal de toename van de verplichting op de balans opgevoerd worden.
Eind 2020 is het pand Cuijk verkocht. Hierdoor is de boekwaarde op dat moment volledig afgeschreven. De boekwaarde bestond uit 2 componenten, namelijk de boekwaarde van de grond a € 225.529 en de boekwaarde van het pand € 710.000. De totale boekwaarde bedroeg op moment van verkoop € 935.529. De verkoop van het pand in Cuijk heeft niet geleidt tot een boekverlies.
4.2.1.2 Uitzettingen korter dan één jaar
€
16.527.000
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar is als volgt te specificeren. Omschrijving
4.2 Toelichting op de balans per 31 december 2020 4.2.1 Activa 4.2.1.1 Materiële vaste activa
€
1.842.000
In onderstaande tabel is het verloop van de materiële vaste activa weergegeven, onderverdeeld naar de verplicht voorgeschreven hoofdgroepen. Binnen de administratie is een gedetailleerde specificatie van de betreffende materiële activa aanwezig. OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
STAND PER 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
Grond Kantoor Cuijk
226
0
226
0
Bedrijfsgebouwen
1.057
0
1.057
Inrichting en inventaris kantoorgebouwen
383
0
Automatisering
451
Vervoermiddelen Inventaris Milieustraat Haps TOTAAL MATERIËLE VASTE ACTIVA
AFSCHRIJVING IN 2020
BOEKWAARDE 31-12-2020
0
226
0
361
0
781
638
383
236
0
1
619
0
451
216
0
82
585
0
0
0
0
0
0
0
130
130
0
0
0
0
0
2.247
BOEKWAARDE 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
STAND PER 1-1-2020
STAND PER 31-12-2020
VOORZIENING ONINBAAR
BOEKWAARDE 31-12-2020
Vorderingen op openbare lichamen
5.565
1.539
4.026
1.369
50
1.320
Overige vorderingen
272
148
123
942
942
Rekening-courant verhoudingen met het Rijk
11.492
724
10.768
14.265
14.265
TOTAAL UITZET TINGEN
17.329
2.411
14.917
16.576
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
130
STAND PER 1-1-2020
VERMEERDERING
2.117
814
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
VERMINDERING
0
1.089
1.842
50
Schatkistbankieren Onder rekening-courant verhouding met het Rijk wordt begrepen het saldo als gevolg van het schatkistbankieren. Op grond van de regeling ‘schatkistbankieren decentrale overheden’ is de ODBN verplicht hieraan deel te nemen. Dit heeft tot gevolg dat alle saldi van de ODBN geregistreerde bankrekeningen worden afgeroomd tot een vastgesteld drempelbedrag. Drempelbedrag Alle overtollige middelen dienen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is het maximumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Dit drempelbedrag is afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid en bedraagt voor de ODBN € 250.000 over 2020. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2020 hebben geen overschrijdingen plaatsgevonden van het drempelbedrag. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkist bankieren gedurende de vier kwartalen 2020 is geweest.
ODBN Jaarstukken 2020
16.527
72
73
4.2.1.3 Liquide middelen
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN, VERSLAGJAAR 2020
a
Begrotingstotaal verslagjaar
26.647
b
Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
26.647
c
Drempel is 7,5% van begrotingstotaal onder sub b
1
DREMPELBEDRAG (MINIMAAL € 250,000)
250
BEREKENING KWARTAALCIJFERS BUITEN RIJKSSCHATKIST
KWART 1
KWART 2
KWART 3
KWART 4
4.2.1.4 Overlopende activa
€
103.000
De in de balans opgenomen post overlopende activa is op het eind van 2020 als volgt te specificeren:
d
Som van de buiten Rijksschatkist aangehouden middelen
162
95
82
46
e
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
2
KWARTAALCIJFERS OP DAGBASIS BUITEN SCHATKIST = D/E
2
1
1
0
KWART 1
KWART 2
KWART 3
KWART 4
250
250
250
250
=1
Drempelbedrag voor de ODBN
=2
Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijksschatkist
2
1
1
0
3
RUIMTE ONDER HET DREMPELBEDRAG
248
249
249
250
4
OVERSCHRIJDING VAN HET DREMPELBEDRAG
0
0
0
0
Vorderingen De totale omvang van de nog te vorderen bedragen is € 2.311.000. Van de nog openstaande vorderingen is een bedrag van € 49.500 als dubieus te beschouwen. Dit is ongeveer € 60.000 lager dan in 2019. Uit een analyse in 2019 is gebleken dat een aantal openstaande facturen mogelijk oninbaar zijn, waardoor in overleg met de accountant de voorziening dubieuze debiteuren in 2019 met € 60.000 opgehoogd is. In 2020 bleken deze facturen daadwerkelijk oninbaar en zijn ten laste van de voorziening gebracht. Binnen de administratie is een specificatie van het bedrag van de openstaande vorderingen aanwezig.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
0
Op 31 december 2020 was het saldo op de bankrekening van de ODBN nihil. In het kader van het schatkist bankieren wordt het banksaldo op het eind van iedere dag volledig afgeroomd en overgeboekt naar de schatkist.
BEREKENING DREMPELBEDRAG ( X € 1.000)
BEREKENING BENUT TING DREMPELBEDRAG SCHATKISTBANKIEREN
€
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
Nog te ontvangen bedragen
393
153
240
18
Vooruitbetaalde bedragen
125
9
115
86
Ter verrekenen bedragen
0
0
0
0
518
162
355
103
TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA
STAND PER 1-1-2020
BOEKWAARDE 31-12-2020
Nog te ontvangen bedragen Onderstaande tabel betreft het verloopoverzicht 2020 van de nog te ontvangen bedragen Omschrijving BOEKWAARDE 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
STAND PER 1-1-2020
TOEVOEGING
ONT VANGEN BEDRAGEN
BOEKWAARDE 31-12-2020
Diverse opbrengsten BCA
153
153
0
0
0
0
Diverse opbrengsten ODBN
7
0
7
0
0
18
Rekeningcourant Vereniging van contractanten
233
0
233
0
233
0
TOTAAL NOG TE ONT VANGEN BEDRAGEN
393
153
240
0
233
18
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
ODBN Jaarstukken 2020
74
75
4.2.2 Passiva
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2020.
4.2.2.1 Eigen vermogen
€
STAND 31-12-2019
RESULTAAT 2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
STAND PER 1-1-2020
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2020
Algemene reserve ODBN
867
425
0
1.291
0
138
1.153
TOTAAL ALGEMENE RESERVE
867
425
0
1.291
0
138
1.153
Bestemmingsreserve vakantiedagen
249
0
0
249
0
0
249
Bestemmingsreserve organisatieontwikkeling
0
0
0
0
300
121
178
6.437
0
0
6.437
0
283
6.154
419
0
0
419
0
108
311
7.105
0
0
7.105
300
513
6.891
Totaal reserves
436
-257
179
0
0
0
0
TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES BCA
436
-257
179
0
0
0
0
TOTAAL RESERVES
8.407
168
179
8.396
300
651
8.045
VERLOOP RESERVES BEDRAGEN IN € 1.000
9.844.000
De in de balans opgenomen post eigen vermogen is op het eind van 2020 als volgt te specificeren: OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
BOEKWAARDE 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
Algemene reserve
867
0
867
1.153
Bestemmingsreserves
7.541
436
7.105
6.891
Rekeningresultaat
168
-257
425
1.799
TOTAAL EIGEN VERMOGEN
8.575
179
STAND PER 1-1-2020
8.396
BOEKWAARDE 31-12-2020
9.844
4.2.2.2 Reserves Alle reserves samen geven het totale eigen vermogen van de dienst weer en zijn onder te verdelen in algemene reserves en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve kan geen negatieve stand kennen. Als een reserve geen concrete bestemming heeft wordt het beschouwd als een algemene reserve.
Reserves
Bestemmingsreserve ISV Bestemmingsreserve huisvesting TOTAAL BESTEMMINGSRESERVES ODBN
Algemene reserves De reserve betreft het weerstandscapaciteit van de ODBN. Dit is de enige reserve van de organisatie die niet met een specifieke beleidsdoelstelling beklemd is. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om risico’s zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. In basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de weerstandsratio bepaalt op een streven van 1,0.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
76
77
Het risicoprofiel van de ODBN kan door de vele ontwikkelingen per jaar fluctueren. Vanuit het principe zelf financieel duurzaam, zonder onnodig ‘oppotten’ van overheidsgelden, wordt een bandbreedte gehanteerd waarin de weerstansratio van de ODBN kan fluctueren. Deze bandbreedte voor de weerstandsratio bedraagt tussen de 0,75 en 1,5. Binnen deze bandbreedte is niet direct noodzakelijk om mutaties door te voeren om de algemene reserve op hetzelfde niveau te krijgen als de streefwaarde. Wanneer de weerstandsratio boven de bandbreedte uit komt, wordt aan het Algemeen Bestuur een besluit voorgelegd wat met de middelen in de algemene reserve moet gebeuren. Onder deze bandbreedte worden concrete maatregelen aan het Algemeen Bestuur ter besluitvorming voorgelegd hoe te groeien naar de streefwaarde van 1,0 en wat dit betekent voor de algemene reserve. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen met een bestedingsfunctie, waarbij de middelen zijn weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Het staat het Algemeen bestuur vrij om voor een bestemmingsreserve een heroverweging van de besteding te doen. Binnen de ODBN zijn verschillende soorten bestemmingsreserves gevormd. Onderstaand is per bestemmingsreserve een korte toelichting gegeven over de noodzaak, de mutaties en de omvang en van de bestemmingsreserves.
Reserve vakantiedagen De reserve heeft ten doel om eventuele tegenvallende opbrengsten te egaliseren die ontstaan door fluctuaties in de opname van vakantiedagen door de medewerkers die werkzaam zijn in het primaire proces. Het HR-beleid van de ODBN is erop gericht om de ‘verlofberg’ binnen de organisatie verder terug te brengen tot reguliere proporties. Reserve Organisatieontwikkeling Om uitvoering te geven aan de destijds vastgestelde notitie “Samenwerken aan een schone en veilige werkomgeving, nu en in de toekomst” is een bestemmingsreserve gevormd. Voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie is deze reserve nodig. De financiering van het Meer Jaren Ontwikkel Plan (MJOP) gaat via deze reserve. De toevoeging aan de reserve betreft de geplande toevoeging van de bijdrage over 2020. De onttrekking zijn de kosten die extra gemaakt zijn voor het Meer Jaren Ontwikkel Plan.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
Bestemmingsreserve ISV De middelen zijn bestemd voor de uitvoering van saneringswerkzaamheden ten behoeve van geluidswerende maatregelen. Bij de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat voorgesteld de vrijval voorziening om te zetten naar een bestemmingsreserve. Het grootste deel van de te saneren woningen is de afgelopen jaren daadwerkelijk aangepakt. Er resteert echter nog een aantal woningen waar eveneens geluidsanering dient plaats te vinden. In de 2019 is besloten om 2,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de sanering van de restant van de A-lijst woningen en voor de op zet van een projectorganisatie. Tot dusver is van de € 2,5 miljoen € 572.489 onttrokken. In 2019 is € 289.460 onttrokken en in 2020 € 283.029. Reserve huisvesting In de besluitvorming van de jaarrekening 2018 is bij bestemming van het resultaat besloten om een reserve huisvesting te vormen ter dekking van de incidentele kosten als gevolg van de verhuizing. Daarbij is een bedrag van € 299.000 voor een eventueel boekverlies bij de verkoop van het pand Cuijk. Het pand Cuijk is in 2020 verkocht en daarmee is het risico vervallen. Structurele toevoegingen en onttrekkingen uit reserves In 2020 vonden er geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan of van de reserves plaats. De onttrekkingen en toevoegingen waren incidenteel van aard.
4.2.2.3 Rekeningresultaat 2020 Als gevolg van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (art. 42) wordt het resultaat van het lopende jaar afzonderlijk opgenomen in de balans als onderdeel van het eigen vermogen. Over de besteding van dit resultaat dient door uw Algemeen Bestuur een afzonderlijk besluit te worden genomen. De jaarrekening 2020 van de ODBN sluit met een voordelig resultaat van € 1.799.000. Voor een nadere toelichting van de totstandkoming van dit resultaat wordt kortheidshalve verwezen naar de toelichting op de baten en lasten over 2020 (onderdeel II 2 van deze jaarstukken).
ODBN Jaarstukken 2020
78
79
4.2.2.4 Voorzieningen
€
5.401.000
De in de balans opgenomen post voorzieningen op het eind van 2020 is als volgt te specificeren: VERLOOP VOORZIENINGEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
STAND PER 1-1-2020
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2020
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
4.2.2.5 Langlopende schulden
Voorziening nazorg Voorste Heide
4.367
0
4.367
0
33
4.334
Voorziening wachtgeldverplichting
1.227
0
1.227
55
229
1.053
0
0
0
14
0
14
Voorziening transitievergoeding TOTAAL VOORZIENINGEN ODBN
Voorziening transitievergoeding Als gevolg van nieuwe wetgeving per 2020 is een nieuwe voorziening gevormd. Per 2020 is de nieuwe Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. Dit heeft als gevolg dat ODBN een transitievergoeding moet betalen indien tijdelijke contracten van medewerkers niet wordt verlengd. Voor alle tijdelijke contracten is een transitievergoeding in beeld gebracht en op grond hiervan is een inschatting gemaakt hoe groot de omvang van de voorziening moet zijn.
5.594
0
5.594
69
263
5.401
Voorziening nazorg Voorste Heide De voorziening dient ter financiering van de kosten van de eeuwigdurende nazorg van de voormalige stortplaats Voorste Heide in Oss. De omvang van deze voorziening is gebaseerd op een zogenaamde ‘Rinas’ berekening. De omvang van de voorziening is gebaseerd op inzichten van de geactualiseerde calculatie en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden, die periodiek wordt herzien en waarbij de omvang in de komende jaren zowel positief als negatief kan afwijken. Het bestuur is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de omvang van de voorziening. Voorziening wachtgeldverplichting Als gevolg van de reorganisatie van 2016 lopen in 2019 de ‘Van Werk naar Werk’ Trajecten af. Dit heeft voor een aantal medewerkers niet het gewenste resultaat gehad en is afscheid van hen genomen. Deze medewerkers hebben recht op een WW uitkering. Conform de BBV voorschriften is deze voorziening in 2019 getroffen en wordt jaarlijks geactualiseerd.
0
De ODBN heeft geen langlopende leningen afgesloten. VERLOOP LANGLOPENDE SCHULDEN BEDRAGEN IN € 1.000
STAND 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
STAND PER 1-1-2020
TOEVOEGING
ONTTREKKING
STAND 31-12-2020
Onderhandse lening van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
0
0
0
0
0
0
Waarborgsommen
0
0
0
0
0
0
TOTAAL LANGLOPENDE SCHULDEN
0
0
0
0
0
0
4.2.2.6 Kortlopende schulden
€
1.600.000
De in de balans opgenomen post kortlopende schulden eind 2020 is als volgt te specificeren: Omschrijving
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
STAND PER 1-1-2020
OVERBRENGEN BALANS BCA
BOEKWAARDE 31-12-2019
BOEKWAARDE 31-12-2020
Overige schulden (Crediteuren)
4.656
1.768
2.887
1.437
Overige schulden (Vereniging van contractanten)
0
0
0
149
Tussenrekening salarissen
12
0
12
14
4.668
1.768
2.900
1.600
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
€
ODBN Jaarstukken 2020
80
81
4.2.2.7 Overlopende passiva
€
1.627.000
Vooruitontvangen bedragen EU en NL overheidslichamen De post vooruitontvangen bedragen op het eind van 2020 is als volgt te specificeren:
De in de balans opgenomen post overlopende passiva op het eind van 2020 is als volgt te specificeren:
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde Verplichtingen van vergelijkbaar volume
BOEKWAARDE 31-12-2019
OVERBRENGEN BALANS BCA
939
689
STAND PER 1-1-2020
BOEKWAARDE 31-12-2020
250
1.434
OVERBRENGEN BALANS BCA
STAND PER 1-1-2020
TOEVOEGING
0
0
0
0
Vooruitontvangen SSIB 3.0
201.500
0
201.500
24.800
176.700
Voortuitontvangen Pfas project
48.500
0
48.500
48.500
0
Project zwerfafval
67.200
67.200
0
0
0
0
0
0
0
16.300
0
16.300
317.200
67.200
250.000
16.300
73.300
193.000
Bijdrage provinciale opdracht
Vooruitontvangst ontvlechting gemeente Haaren
De van De Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot-bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
317
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
0
0
0
0
TOTAAL OVERLOPENDE PASSIVA
1.256
756
500
1.627
67
250
193
BOEKWAARDE 31-12-2020
BOEKWAARDE 31-12-2019
OMSCHRIJVING BEDRAGEN IN € 1.000
TOTAAL VOORUITONT VANGEN BEDRAGEN
AFNAME
0
4.3 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen De niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen kunnen betrekking hebben op langlopende overeenkomsten alsook op verplichtingen die slechts voor een jaar of korter zijn aangegaan en ultimo jaar nog voortduren. In verband met de relevantie zijn in dit overzicht uitsluitend de belangrijkste contracten opgenomen, waarbij de verplichting een totale waarde van € 25.000 overstijgt. Het gaat daarbij om de volgende posten: Huisvesting Voor de huisvesting Victorialaan 1b-g te ’s-Hertogenbosch is een meerjarig huurovereenkomst afgesloten. De resterende looptijd is 43 maanden en daarmee bedraagt de verplichting voor de komende periode per einde balansdatum 2020 betreft € 800.000. Leaseauto´s De ODBN heeft de beschikking over 9 leaseauto’s. De resterende looptijd is 15 maanden en daarmee bedraagt de verplichting per einde balansdatum 2019 € 84.000.
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Jaarstukken 2020
82
83
Vennootschapsbelasting In 2020 heeft nadere afstemming plaatsgevonden met de belastingdienst over een eventuele VPB plicht van de ODBN. De belastingdienst is tot de volgende conclusie gekomen: “Op grond van de geschetste feiten en omstandigheden ziet de Belastingdienst geen reden om een aangiftebiljet Vpb uit te reiken, met dien verstande dat als de situatie wijzigt waardoor Vpb-plicht ontstaat de ODBN zelf moet verzoeken om een aangiftebiljet uitgereikt te krijgen.”