CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2018-29c bijlage 3.Concept GGOR-voorstel Raam v7.pdf

Grave - commissie Ruimte 16 maart 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Presentatie Graafse Raam14.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerp GGOR-visie Raam Gewenst Grond en Oppervlaktewater Regime

Documenttitel

Verkorte documenttitel

Ontwerp GGOR-visie Raam Gewenst Grond en Oppervlaktewater Regime

GGOR visie Raam

Status

Ontwerp

Datum

23 mei 2018

Projectnummer

7239.07.09

Auteur Opdrachtgever

A.Raaijmakers Waterschap Aa en Maas

Inhoudsopgave 1 Samenvatting ................................................................................................................................................................................... 3 1

2

3

Inleiding .................................................................................................................................................................................. 5 1.1

Aanleiding............................................................................................................................................................................................................... 5

1.2

Wat is GGOR?......................................................................................................................................................................................................... 6

1.3

Deelgebieden ........................................................................................................................................................................................................ 8

1.5

Probleemstelling ..............................................................................................................................................................................................10

1.6

Doelstelling ..........................................................................................................................................................................................................13

1.7

Aanpak ....................................................................................................................................................................................................................14

GGOR Raam ............................................................................................................................................................................. 19 2.1

Visie ..........................................................................................................................................................................................................................19

2.2

Naar een jaarrond streefpeil met beheermarges .........................................................................................................................23

2.3

Gewenste streefpeil (GGOR) ......................................................................................................................................................................25

2.4

Reeds uitgevoerde maatregelen .............................................................................................................................................................27

2.5

Quick wins ............................................................................................................................................................................................................28

2.6

Projectplanplichtige maatregelen .........................................................................................................................................................29

2.7

Nadere uitwerking en variantenkeuze ...............................................................................................................................................30

2.8

Taakverantwoordelijkheid derden ......................................................................................................................................................33

Vervolg .................................................................................................................................................................................... 35 3.1

Gebiedsplan Raam ...........................................................................................................................................................................................35

3.2

Vaststellingsprocedure GGOR Raam ....................................................................................................................................................35

3.3

Projectplan Waterwet en Streefpeilbesluit .....................................................................................................................................35

3.4

Uitvoering GGOR Raam .................................................................................................................................................................................36

3.5

LOP-stuwen ..........................................................................................................................................................................................................36

3.6

Stedelijk waterbeheer ...................................................................................................................................................................................37

3.7

Niet-GGOR-knelpunten .................................................................................................................................................................................37

3.8

GGOR-proces .......................................................................................................................................................................................................37

Bijlage 1

Tabel GGOR Raam .................................................................................................................................................... 39

Bijlage 2

Factsheets .................................................................................................................................................................. 42

Bijlage 3

GGOR-kaarten ........................................................................................................................................................... 43

De GGOR Raam bestaat uit voorliggend document en uit een Achtergronddocument. Het Achtergronddocument bevat detailinformatie waaronder de Gebiedsanalyse met themakaarten, het Wensen- en knelpuntenoverzicht en de AGOR-OGOR-analyses Landbouw en Natuur.

2

Samenvatting Tussen Cuijk, Grave en Mill ligt het gebied ‘De Verborgen Raamvallei’. Voor de ontwikkeling van dit gebied werken 21 partijen samen aan het Gebiedsplan Raam. In dit gebiedsplan wordt uitgewerkt hoe de verschillende opgaven voor water, natuur, landbouw, recreatie, infrastructuur en cultuurhistorie bijdragen aan de ambitie om ‘De Verborgen Raamvallei’ uit te laten groeien tot een gebied met allure. Binnen het gebiedsplan Raam heeft waterschap Aa en Maas een aantal wateropgaven te vervullen. Eén van die opgaven is de realisatie van het Gewenste Grond- en Oppervlaktewaterregime (GGOR) voor het stroomgebied van de Raam. Voorliggend GGOR-voorstel geeft invulling aan deze opgave. In dit GGORvoorstel is aangegeven hoe en waar het waterschap de waterpeilen, het onderhoud en de inrichting van het watersysteem nog beter gaat afstemmen op de gebruiksfuncties en belangen binnen het betreffende stroomgebied. Daarbij wordt ook op de klimaatverandering geanticipeerd: meer zware buien en meer drogere periodes, waardoor het watersysteem veerkrachtiger moet worden en het beheer dynamischer. Voor de lange termijn wordt naar een robuust watersysteem toegewerkt, waarin de extreme situaties die vaker gaan voorkomen, het hoofd kan worden geboden. Het GGOR-voorstel is tot stand gekomen via een gebiedsproces.

In dit GGOR-proces zijn, uitgaande van de lokale kennis en ervaring van ingelanden en waterschapmedewerkers, via informatiebijeenkomsten, 139 wensen en knelpunten met betrekking tot het watersysteem in beeld gebracht. Vervolgens zijn aan de hand van een nadere probleem- en oplossingsanalyse in het veld en de nodige hydrologische doorrekeningen, de mogelijke maatregelen aangegeven of is aangegeven welk nader onderzoek nog nodig is om de maatregelen te bepalen. Daarbij kan een maatregel een peilaanpassing omvatten en/of een ingreep in het watersysteem. Bij de maatregelkeuze zijn de belangen van bewoners en grondeigenaren meegenomen en zijn de beleidsmatige, technische en financiële aspecten afgewogen. Verder is een indicatieve kostenbegroting gemaakt en een globale planning voor de uitvoering. Het resultaat van het doorlopen GGOR-proces is per stuw(vak) een voorstel voor een jaarrond streefpeil met beheermarges. Daarnaast een overzicht van voorgestelde aanpassingen in het watersysteem om het streefpeil te realiseren en/of om de aangegeven wensen en knelpunten in te vullen dan wel op te lossen. De voorgesteld streefpeilen met beheermarges doorlopen na vaststelling van het GGOR, nog een separate informatie en formele inspraakronde, alvorens te worden vastgesteld in een apart streefpeilbesluit.

Wat betreft de aanpassingen in het watersysteem is een aantal maatregelen tijdens het GGOR-proces al uitgevoerd of kunnen de komende tijd in het reguliere werk worden opgepakt. Deze zogenaamde ‘quick wins’ betreffen maatregelen in het kader van beheer en onderhoud of zijn administratieve en communicatieve acties. Voor een aantal maatregelen dient een projectplanprocedure Waterwet, eveneens nog met een separate informatie en formele inspraakronde te worden doorlopen. Dit is het geval als door of (mede) in opdracht van het waterschap een waterstaatswerk naar ligging, vorm, afmeting en constructie wordt gewijzigd (bijvoorbeeld als een stuw wordt aangelegd of een duiker wordt verwijderd). Bij enkel wensen en knelpunten en stuwen kan het streefpeil en of ingreep in het watersysteem nog niet definitief worden aangegeven. Hier is vanwege de complexiteit en samenhang nog nader onderzoek nodig of is dit nog in uitvoering, moet eerst nog een variantenkeuze worden gemaakt en/of moeten eerst nog de voorwaarden worden gerealiseerd om maatregelen mogelijk te maken (bijvoorbeeld aankoop of ruil van 3

grond) danwel moet de financiering nog worden georganiseerd. Waar dit het geval is, is dit uitgewerkt in een zogenaamde factsheet. Voor de realisatie van deze maatregelen is extra voorbereiding nodig, alvorens een projectplanprocedure Waterwet kan worden doorlopen. Voorliggend GGOR-voorstel heeft betrekking op zaken waarvoor Waterschap Aa en Maas een taakverantwoordelijkheid heeft. Dit is niet het geval bij LOP-stuwen: deze stuwen zijn eigendom van derden en worden ook bediend door derden. Het waterschap heeft hier slechts een adviserend en faciliterende rol. LOP-stuwen kunnen voor de gewenste waterconservering zorgen, maar worden niet overal en altijd optimaal ingezet. Om het algemeen belang hiervan onder de aandacht van de eigenaren te brengen en om nog eens de eerder gemaakte beheerafspraken in herinnering te roepen, gaat het waterschap een communicatieactie richting de doelgroep LOP-stuwen uitvoeren. Ook bij het gemeentelijk waterbeheer heeft het waterschap een adviserende en faciliterende rol. Wateroverlast door rioolwateroverstorten en de gemeentelijke ambitie om het hemelwater in de bebouwde omgeving af te koppelen, heeft namelijk invloed op de afwatering en het peilbeheer in het buitengebied.

Daarom wordt ingezet op het verantwoord afkoppelen en het realiseren van voorzieningen om water ter plaatse te infiltreren en te bergen ten behoeve van waterconservering en om piekafvoeren op te vangen. Een belangrijke afweging daarbij is de doelmatigheid en kostenefficiëntie. Kortom, met voorliggend GGOR-voorstel geven waterschap en de streek aan wat de ambitie is bij het optimaliseren van het watersysteem binnen het projectgebied van de Raam en hoe wordt toegewerkt naar een robuust watersysteem, dat voor de gebruiksfuncties landbouw, bebouwing, infrastructuur én natuur is voorbereid op de toekomst.

4

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Tussen Cuijk, Grave en Mill ligt het gebied ‘De Verborgen Raamvallei’. Een plek met een grote verscheidenheid aan flora en fauna. Met waardevolle cultuurhistorische objecten, kastelen en landgoederen. Waar agrarische bedrijven ontwikkelkansen hebben in een samenspel met natuur en water. Met de idyllische Raam die als een blauwe ader het gebied doorkruist en daarmee de verbindende schakel is. In het gebied liggen nog veel kansen voor verdere ontwikkeling, zoals mogelijkheden voor toerisme en recreatie, kansen op het gebied van duurzaamheid en de agrarische sector. Daarnaast ligt er een noodzakelijke waterbergingsopgave en de behoefte om het watersysteem te optimaliseren. Voor de ontwikkeling van het gebied is onder de noemer van de Verborgen Raamvallei een netwerkorganisatie gevormd waarin 21 partijen actief zijn en samenwerken aan het gebiedsplan Raam. Met het gebiedsplan geven de stakeholders invulling aan de ambitie om het gebied van de Raam uit te laten groeien tot een gebied met allure. In dit gebiedsplan wordt uitgewerkt hoe de verschillende opgaven voor water, natuur, landbouw, recreatie, infra en cultuurhistorie aan deze ambitie kunnen bijdragen. Binnen het gebiedsplan Raam heeft waterschap Aa en Maas een aantal wateropgaven te vervullen.

Eén van die opgaven is de realisatie van het Gewenste Grond- en Oppervlaktewaterregime (GGOR) voor het stroomgebied van de Raam. Geen overbodige luxe, want ons klimaat verandert. We gaan meer drogere periodes meemaken en meer zware buien, waardoor het watersysteem veerkrachtiger moet worden en het beheer dynamischer. Voor de landbouw betekent dit dat de potentiële opbrengst kan toenemen door een langer groeiseizoen en een hogere luchttemperatuur. Maar er is ook meer risico op vochttekorten en wateroverlast. Daarom optimaliseren we samen met de grondeigenaren het peilbeheer om tot een gewenste situatie te komen. Het GGOR is echter niet alleen een beschrijving van wat deze gewenste situatie moet zijn met een pakket van maatregelen om dit te bereiken. Het is ook een methode om het waterbeheer in een stroomgebied beter af te stemmen op de verschillende gebruiksfuncties. Maar het is vooral een proces om dit samen met belanghebbenden te doen. In voorliggende GGOR Raam is de methode, het proces en het resultaat beschreven. Met deze GGOR Raam geeft het waterschap uitvoering aan het programma ‘Voldoende water en Robuust watersysteem’ zoals staat omschreven in het WaterBeheerPlan 2016 – 2021. Dit GGOR-proces is gericht op de optimalisatie van het waterbeheer ten behoeve van de gebruiksfuncties landbouw, bebouwing, infrastructuur en natuur binnen het stroomgebied van de Raam.

5

1.2 Wat is GGOR? Waterschap Aa en Maas heeft als taak om de waterpeilen, het onderhoud en de inrichting van het watersysteem af te stemmen op de gebruiksfuncties en belangen binnen het betreffende stroomgebied. Daarnaast wil ze deze gewenste situatie zo optimaal en doelmatig mogelijk handhaven. Dit is een continue proces dat afhankelijk is van de gebieds- en watersysteemkenmerken, het landgebruik en de wateropgaven in een gebied, maar ook van de periode van het jaar, het weer en van klimaatverandering. Door een verandering in de omstandigheden kan het nodig zijn het waterbeheer aan te passen. Bijvoorbeeld doordat ruimtelijke functies wijzigen of het landgebruik binnen gebruiksfuncties verandert. Maar ook door nieuwe inzichten over waterbeheer, gewijzigde waterdoelen, wateroverlast of watertekort en bij klachten van aanliggende grondeigenaren. In dat geval wordt gekeken in hoeverre het actuele grond- en oppervlaktewaterregime (AGOR) nog overeenkomt met het optimale grond- en oppervlaktewaterregime (OGOR). Via een gebiedsproces wordt vervolgens het gewenste grond- en oppervlaktewaterregime (GGOR) bepaald. Daarbij wordt de kennis vanuit het gebied optimaal benut, worden de belangen van bewoners en grondeigenaren meegenomen en worden de beleidsmatige, technische en financiële aspecten van de noodzakelijke maatregelen afgewogen.

Inzet is om in samenspraak met de streek te werken aan structurele oplossingen: het bedenken, ontwerpen, afspraken maken over en uitvoeren van deze maatregelen. Daarbij is een GGORproces per definitie cyclisch en terugkerend (ongeveer elke 10 jaar). Simpelweg omdat de (economische) omstandigheden en het landgebruik blijven veranderen, maar bijvoorbeeld ook omdat het waterschapsbeleid zich verder ontwikkelt. In een GGOR wordt ook op de toekomst geanticipeerd. Zo voorspellen scenario’s voor klimaatverandering een stijging van de jaarlijkse hoeveelheid neerslag en van het aantal extreme buien. Neerslaggegevens en voorbeelden in de afgelopen periode laten dit duidelijk zien. Er worden langere periodes van watertekort voorspeld, waarbij de beschikbaarheid van zoet water in de zomer onder druk komt te staan en grondwaterstanden erg uitzakken en watergangen droog vallen. In de afweging waarin gekomen wordt tot de GGOR, wordt daarom ook rekening gehouden met wateroverlast en watertekort. Daarbij wordt specifiek gekeken naar wateroverlast bij een reguliere afvoer en bij een piekafvoer. Bij watertekort wordt gekeken naar droogte in de landbouw en kwantitatieve en kwalitatieve verdroging van natuur (zie §1.5). Op de lange termijn wordt naar een robuust watersysteem toegewerkt, waarin de extreme situaties die vaker gaan voorkomen, het hoofd kan worden geboden.

Niet alle maatregelen kunnen overal tegelijk en op korte termijn worden gerealiseerd. Maatregelen die wel op korte termijn uitvoerbaar zijn, worden getoetst aan het streefbeeld van een robuust watersysteem. Alleen maatregelen die passend zijn binnen dit streefbeeld worden op korte termijn uitgevoerd (de zogenaamde “geen spijt maatregelen”). Anticiperen op een toekomst met meer hevige neerslag en langere perioden van droogte betekent ook dat ruimtelijke ontwikkelingen en landgebruik moeten worden afgestemd op de beperkingen van het (natuurlijk) watersysteem. Conform de nota peilbeheer wordt meer gestuurd op grondwatervoorraad. Deze grondwatervoorraad moet zo goed mogelijk beheerd worden waarbij een te grote drooglegging moet worden beperkt. 6

Samenvattend is GGOR: -

een (cyclisch) proces: raadpleging van belanghebbenden, afweging binnen de mogelijkheden en anticiperen op de toekomst; een methode: AGOR vergelijken met OGOR en optimalisatie naar GGOR; een resultaat: een afgewogen maatregelenpakket en het best haalbare peilbeheer in een gebied met een zo robuust mogelijk watersysteem.

Het GGOR resultaat wordt voor wat betreft het peilbeheer, per stuwvak, vastgelegd in een streefpeilbesluit: dit zijn de oppervlaktewaterpeilen onder normale (weers)omstandigheden. Een streefpeilbesluit kent ook een beheermarge waarbinnen de peilbeheerder het peil kan instellen dat hoort bij de tijd van het jaar en kan inspelen op de actuele weersomstandigheden (zie figuur 1).

Figuur 1

Streefpeil met beheermarge

7

1.3 Deelgebieden De GGOR Raam heeft betrekking op de volgende deelgebieden binnen het stroomgebied van de Raam (zie kaart 1): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Laarakkerse Waterleiding Tochtsloot/Sluisgraaf Balkloop/St. Anthonisloop Graafsche/Lage Raam Peelkanaal Hooge Raam Hertogswetering (oost)

Deze deelgebieden omvatten het grondgebied van de gemeenten Cuijk, Grave, Landerd en Mill & St. Hubert en delen van de gemeenten Boxmeer, St. Anthonis en Uden.

Kaart 1

Deelgebieden GGOR Raam 8

1.4

Wensbeeld toekomstig watersysteem

In een GGOR worden keuzes gemaakt voor de toekomst. Het is daarom belangrijk dat de gekozen maatregelen ook invulling geven aan het toekomstig watersysteem. Het wensbeeld voor een toekomstig watersysteem is beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021. Voor de GGOR plannen zijn onderstaande beelden van belang. Zorgen voor voldoende water en een robuust watersysteem De komende jaren levert waterschap Aa en Maas extra inspanningen op het baggeren van sloten en verbreden van te krappe watergangen. Voor de landbouw en de natuur is het van groot belang om problemen met droogte te beperken. Het accent ligt op het conserveren van water en het optimaliseren van het watersysteem. Met betrokkenen gaat het waterschap bekijken hoe het watersysteem verder te verbeteren. Denk hierbij aan andere waterpeilen, nieuwe of een ander soort stuwen en het verleggen of dempen van sloten. Samen met belanghebbenden worden de problemen die droogte oplevert voor de landbouw en de natuur aangepakt. Zo zal een robuust watersysteem ontstaan waarin de gevolgen van zowel piekbuien als extreme droogte kunnen worden opgevangen. Er is echter wel een grens aan wat wel en niet kan. De komende jaren wordt het voorzieningenniveau in ons werkgebied goed in beeld gebracht, zodat gemeenten, industriële en agrarische ondernemers en natuurverenigingen weten wat van het waterschap mag worden verwacht.

Zorgen voor gezond en natuurlijk water Een gezond en natuurlijk watersysteem is een systeem waarin veel verschillende soorten planten en dieren kunnen leven, waar vee uit kan drinken en dat geen gevaren oplevert voor recreatie. Dit vraagt om een natuurlijke inrichting van de sloten en beken en een goed beheer, met veel afwisseling (biodiversiteit). Door beken meer te laten kronkelen, oevers te verflauwen en verbindingen tussen natuurgebieden te realiseren, zorgt waterschap Aa en Maas voor gezond en natuurlijk water. Ook moet de waterkwaliteit nog verder verbeterd worden. Daarvoor neemt waterschap Aa en Maas maatregelen bij de afvalwaterzuiveringen, maar wordt er ook in gesprek gegaan met bedrijven en boeren om afspraken te maken over hoe samen te zorgen voor een goede waterkwaliteit. Leveren van maatschappelijke meerwaarde Waterschap Aa en Maas wil door het “werken aan water” maatschappelijke meerwaarde leveren en van betekenis zijn voor bedrijven en inwoners. De waterprojecten van waterschap Aa en Maas moeten er aan bijdragen dat het prettig wonen en werken is in Oost-Brabant. Dat doet waterschap Aa en Maas bijvoorbeeld door recreatiemogelijkheden te bieden in de natuur en te werken aan een verbeterde leefomgeving in stad of dorp.

9

De komende jaren wil waterschap Aa en Maas extra aandacht geven aan hoe problemen in bebouwd gebied, zoals het omgaan met hemelwater in en op percelen van burgers en bedrijven, aangepakt kunnen worden. Tegelijkertijd wil waterschap Aa en Maas een steentje bijdragen aan een duurzame toekomst, door verstandig om te gaan met grondstoffen en energie én in te zetten op innovatie en slimme nieuwe concepten. Bouwen aan slimme samenwerkingen Voordat waterschap Aa en Maas aan de slag gaat in het gebied, wordt eerst gekeken of kan worden opgetrokken met andere partijen. Vaak zijn dit agrariërs en bedrijven, maar ook gemeenten, provincie, natuur- en landbouworganisaties of lokale netwerken en samenwerkingsverbanden. Door gebiedsgericht samen te werken, worden opgaven efficiënter uitgevoerd en dienen direct ieders belang. Met andere woorden: er kan meer worden gedaan met hetzelfde geld. Slimmer opereren, samen met derden en buiten de gebaande paden treden is noodzakelijk voor het bereiken van de doelstellingen binnen de gewenste kostenontwikkeling. Waterschap Aa en Maas is zich ervan bewust dat een goede waterkwaliteit en een gezonde leefomgeving betaald wordt met geld van de burger. Hier is het waterschap kritisch op.

1.5 Probleemstelling Bij het GGOR gaat het om de vraag in hoeverre het actuele grond- en oppervlaktewaterpeil (AGOR) afwijkt van het optimale grond en oppervlaktewaterpeil (OGOR) en in hoeverre dit als een probleem wordt beoordeeld. Elke ruimtelijke functie (landbouw, natuur, stedelijk gebied) heeft zijn eigen OGOR en zelfs per grondgebruiksvorm en gewas (grasland, akkerbouw, tuinbouw, boomkwekerij, etc.) kan dit verschillen. Zo ook per natuurdoeltype en vegetatietype (beekbegeleidend bos, kruiden- en faunarijk grasland, droog schraalland, etc.). Knelpunten in het watersysteem, dat wil zeggen een (groot) verschil tussen AGOR en OGOR, uiten zich in de vorm van teveel water, te weinig water en/of door water van de verkeerde kwaliteit. Bij teveel water geeft dit wateroverlast en dit kan al bij een normale afvoer het geval zijn, maar kan ook (alleen) bij piekafvoeren optreden. Bij te weinig water gaat het in de landbouw om droogteschade (minder gewasproductie) en in de natuur om verdroging. Bij natuur kan er ook sprake zijn van een kwalitatieve verdroging, dat wil zeggen dat er voldoende water is, maar van de verkeerde kwaliteit (het water is veelal te voedselrijk). Bij de waterkwaliteit gaat het om de fysisch-chemische en ecologisch kwaliteit. Chemisch betreft het structureel de probleemstoffen stikstof, fosfaat, zware metalen en bestrijdingsmiddelen.

Lokaal en tijdelijk kan het gaan om stank, drijfvuil, zuurstofdips, slibaanwas en bacteriële belasting. Toenemende aandacht hebben medicijnresten en hormoon verstorende stoffen. De ecologische kwaliteit heeft betrekking op de aanwezige flora en fauna (algen, insecten, waterplanten, vissen) en de migratiemogelijkheden (bijvoorbeeld vispasseerbaarheid van stuwen), maar gaat het ook om de natuurlijkheid van waterlopen (erosie en sedimentatie, habitatvariatie, etc.). De oorzaak van een verschil tussen AGOR en OGOR kan liggen in de kenmerken van het gebied (bijvoorbeeld wateroverlast door kwel of hoge grondwaterstanden, droogtegevoeligheid afhankelijk van de bodemeigenschappen, snelheid waterafvoer onder invloed van het verhang). Ook de kenmerken 10

van het watersysteem zijn van invloed (bijvoorbeeld een begrensde afvoercapaciteit door te kleine waterlopen, te snelle afvoer door te weinig stuwen, noodzakelijke inlaat van gebiedsvreemd water, wel/geen sturingsmogelijkheden in de waterverdeling, niet verwachte uitstralingseffecten door maatregelen of juist effecten door stopzetting van een activiteit). Maar het kan ook een afgewogen keuze zijn een ruimtelijke functie voorrang te geven en uitstralingseffecten op andere functies zoveel mogelijk te mitigeren en te compenseren (bijvoorbeeld in het kader van de wateropgaven beekdalontwikkeling, aanleg ecologische verbindingszone (EVZ) en waterberging). Of om lokaal negatieve effecten te accepteren ten gunste van een groter gebied. Wat betreft de waterkwaliteit: deze wordt beïnvloed door uit- en afspoeling vanuit de landbouw, door waterinlaat, door rioolwateroverstorten uit stedelijk gebied en/of door effluentlozing vanuit een RWZI. Welke aandachtspunten in de deelgebieden van de Raam aan de orde zijn, is in de tabel samengevat (tabel 1). Dit overzicht is gebaseerd op de ingebrachte knelpunten door klankbordgroepen, grondeigenaren en medewerkers van waterschap Aa en Maas.

Tabel 1 Aandachtspunten deelgebieden Probleem Wateroverlast (geen piekafvoer) Wateroverlast bij piekafvoer Droogteschade landbouw Verdroging natuur Waterkwaliteit landbouw (uit/afspoeling) Waterkwaliteit natuur (kwalitatieve verdroging) Waterkwaliteit riooloverstorten/RWZI Waterkwaliteit waterinlaat LW = Laarakkerse Waterleiding TS = Tochtsloot/Sluisgraaf HR = Hooge Raam HW = Hertogswetering

LW X X X X X X X

TS X X X X X X X

BA = Balkloop/St. Anthonisloop

BA X X X X X

GLR X X X X X X

PK X X X X X X

X GLR = Graafsche /Lage Raam

HR X X X X X X

HW X X X X X

X PK = Peelkanaal

Wateroverlast (geen piekafvoer) Er is sprake van wateroverlast bij reguliere afvoer wanneer het lokaal toch te nat is bij een streefwaterpeil. Dit zijn de zogenaamde GGOR-knelpunten. Deze vorm van wateroverlast is in alle deelgebieden aan de orde. De oorzaak zit meestal in een groot waterbezwaar in combinatie met een krap gedimensioneerde ontwatering. Ook kunnen gebiedskenmerken aan de orde zijn: overlast nabij breuklijnen/wijstverschijnselen (bijvoorbeeld in deelgebied Hooge Raam), in kwelgebieden en in de lage delen van een stroomgebied (bijvoorbeeld in het deelgebied Lage Raam). Maar ook (een combinatie van) de kenmerken van het watersysteem zijn aan de orde: lokale wateroverlast langs een waterloop of door hoge grondwaterstanden tijdens hoogwaterperioden in de Maas. Ook het stopzetten van grondwaterwinning kan aanleiding zijn tot lokaal hogere grondwaterstanden. Wateroverlast bij reguliere afvoer is veelal op te lossen met 11

lokale aanpassingen in het watersysteem. Daarbij is het steeds een afweging tussen het belang van de individuele grondeigenaar met wateroverlast en de consequenties voor de andere percelen in het betreffende stuwvak. Bijvoorbeeld een grotere drooglegging voor een individueel perceel kan de vochtvoorziening van landbouw-, landgoed- en natuurpercelen in de omgeving negatief beïnvloeden. Wateroverlast bij piekafvoer Ook wateroverlast bij piekafvoer komt in alle deelgebieden voor. De wateroverlast kan verschillende oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld een beperking van het afvoersysteem en consequenties van het gevoerde onderhoud. De afvoercapaciteit kan overschreden worden door een te grote toevoer vanuit stedelijk gebied of van buiten het stroomgebied. Het gaat dan om de begrensde capaciteit van duikers, waterlopen en gemalen, en de gestremde afvoer tijdens hoogwater van de Maas of hoogwaterpeil in de beekdalen zoals van de Raam. Plaatselijk zit de oorzaak in piekafvoer van verhard gebied. Gebiedskenmerken die van invloed zijn, zijn de beperkte bergingsmogelijkheid in de bodem door van nature hoge grondwaterstanden.

Overall is met betrekking tot de wateroverlast bij piekafvoer de vraag welke piekafvoeren het watersysteem moet aankunnen, welk risico bij de grondgebruiker mag worden neergelegd en waar een functiewijziging doelmatiger is dan een wijziging/technische voorziening in het watersysteem. Droogte landbouw In alle deelgebieden is aangegeven dat de landbouwgebieden last hebben van droogte. Het betreft locaties in enkele bovenlopen, bij een aantal stuwen en langs enkele waterlopen. Het lijkt vooral een lokaal probleem te zijn dat met conserveringsmaatregelen en beregening kan worden aangepakt als er water beschikbaar is. Daarbij is wel het uitgangspunt dat hierdoor geen nieuwe wateroverlast mag ontstaan. De droogtegevoeligheid van een aantal landbouwpercelen hangt ook samen met de bodemeigenschappen en de gebiedskenmerken (grofzandige ondergrond). Droogte wordt in de landbouw minder als probleem ervaren, omdat via beregening uit grondwater water kan worden aangevoerd. Verdroging natuur Ook de verdroging van natuur speelt in alle deelgebieden. Het probleem zit vooral in het gevoerde peilbeheer dat veelal is afgestemd op de landbouwgebieden. In de meeste gevallen is ook de kwalitatieve verdroging een probleem zoals bijvoorbeeld op Tongelaar door de afvoer via Biestgraaf en Laarakkersche Waterleiding.

De afvoer van voedselrijk landbouwwater gaat door het natuurgebied, waardoor het natuurlijk aanwezige (voedselarme) kwelen wijstwater niet optimaal door de natuur kan worden benut. Ook bij de wateropgave beekdalontwikkeling bij zowel de Hoge en de Lage Raam is er een spanningsveld tussen het zo natuurlijk mogelijk inrichten van beken (met een groot verhang) in relatie tot het streven om natte omstandigheden voor natuur te realiseren (wel of geen aanleg van stuwen). Waterkwaliteit Wat betreft de fysisch-chemische waterkwaliteit wordt in het GGOR-gebied nog niet voldaan aan de normen. Daarbij gaat het met name om stikstof, fosfaat 12

en de zware metalen nikkel en zink. De fysisch-chemische waterkwaliteit (P-tot en N-tot) blijkt in grote mate te relateren aan de landbouwkundige belasting. De transportroute oppervlakkige afstroming levert hierbij de belangrijkste bijdrage in de vrachten N en P in de zomer. Plaatselijk is dit een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Overstorten vormen geen groot aandeel voor wat betreft de genoemde probleemstoffen (P-totaal, N-totaal, ammonium, nikkel en zink) qua jaargemiddelde. Overstorten kunnen wel voor lokale en tijdelijke problematiek zorgen vanwege zuurstofdips, ammoniumpieken en slibaanwas. Er komen geen duidelijke knelpunten naar voren in relatie tot stank, drijfvuil e.d. Voor bacteriën is een zorg geuit met betrekking tot veedrenking uit oppervlaktewater. Er zijn echter geen incidenten bekend van ziektes veroorzaakt door bacteriologische verontreinigingen. Een nieuw aandachtspunt is de zorg omtrent medicijnresten en hormoon verstorende stoffen. Volgens de Kader Richtlijn Water maatlatten voldoet de ecologische kwaliteit in het stroomgebied van de Raam nergens aan de goede toestand. De meeste waterlopen scoren ontoereikend op de biologische toestand (fytoplankton, macrofauna, waterplanten, vissen). Macrofauna en vissen scoren bijna overal ontoereikend en zijn daarmee het meest bepalend voor de lage score.

De biologische toestand is een resultante van de samenstelling van ondergrond en werking van het watersysteem. In beken is de meest bepalende factor de stromingsdynamiek. Deze is ‘piekerig’ (grote verschillen tussen hoge en lage afvoer). Bij veel beken is er grote delen van het jaar nauwelijks of zelfs geen stroming. Dat past niet bij het beoogde ecosysteem voor de als ‘beek’ getypeerde wateren (te weten Halsche beek, Graafsche en Lage Raam, Sint Anthonisloop, Laarakkerse Waterleidingwaterleiding en Tochtsloot). Ook is de nutriëntenbelasting, die zich vooral uit in relatief hoge stikstofgehaltes in het oppervlaktewater een bepalende factor. Ook nalevering van voedingsstoffen vanuit slib speelt mogelijk een rol. Het tot uiting komen van hoge concentraties nutriënten in bijvoorbeeld plantengroei is het sterkst bij (bijna) stilstaand water. Deze factor heeft dus relatie met de eerst genoemde stromingsdynamiek. Per waterloop liggen accenten verschillend. Dat heeft deels te maken met bodem- en watersysteemkenmerken.

1.6 Doelstelling In het GGOR-proces wordt beoordeeld of en welke verschillen er bestaan tussen het Optimale Grond- en Oppervlaktewaterregime (OGOR) en het Actuele Grond- en Oppervlaktewaterregime (AGOR). Daar waar verschillen zijn geconstateerd én deze als probleem worden benoemd, worden maatregelen uitgewerkt om deze waterstanden meer in balans (de AGOR meer richting OGOR) te brengen. Deze maatregelen kunnen een wijziging in het streefpeil betekenen (hoger of lager oppervlaktewaterpeil) en/of een aanpassing in het watersysteem (bijvoorbeeld de aanleg van een stuw). Het maatregelenpakket wordt in overleg met belanghebbenden bepaald en getoetst aan de relevante beleidsdoelen, doelmatigheid en haalbaarheid/draagvlak. Het afgewogen maatregelenpakket vormt het GGOR-voorstel Raam dat ter besluitvorming wordt voorgelegd. Hieruit is het volgende doel voor de GGOR benoemd: “In samenspraak met de streek werken aan structurele en integrale oplossingen die bijdragen aan een doelmatige optimalisatie van het peilbeheer in het stroomgebied van de Raam” 13

Concreet moet de GGOR Raam leiden tot:        

Duidelijkheid over het te voeren streefpeilbeheer. Vermindering van wateroverlast. Vermindering van watertekort. Verbetering van de waterkwaliteit. Een betere balans tussen de mogelijkheden voor wateraanvoer en de lokale waterbehoefte. Positieve effecten op de ecologische opgaven in het gebied. Een betere balans tussen de gebiedskenmerken, het watersysteem en het grondgebruik. Positieve effecten op de ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en landschappelijke opgaven in het gebied.

Binnen de ruimtelijke functie landbouw staat de waterhuishouding ten behoeve van de landbouw voorop, maar mag dit niet ten koste gaan van de natuur. Bij de ruimtelijke functie natuur is het ecologisch peilbeheer leidend, waarbij uitstralingseffecten naar de landbouw zo veel mogelijk worden beperkt. Andere waterdoelen zullen, daar waar mogelijk, meegenomen worden. Het te voeren peilbeheer wordt vastgesteld in een streefpeilbesluit. Tegelijkertijd heeft het GGOR-proces tot doel om de communicatie met de streek te versterken.

1.7 Aanpak Om te komen tot de GGOR Raam zijn de volgende drie stappen gevolgd (conform Nota Peilbeheer 2015): 1) In beeld brengen van de huidige situatie en de knelpunten: deze stap omvat een gebiedsanalyse, de inventarisatie van de wensen en knelpunten en een AGOR-OGOR-analyse. 2) Het uitwerken van een maatregelenpakket om waar nodig en mogelijk de AGOR meer richting OGOR te brengen: op basis van een nadere probleemen oplossingsanalyse is het resultaat van deze stap een voorstel voor een streefpeil en/of aanpassingen in het watersysteem. 3) De integrale afweging: het maatregelenpakket is getoetst aan het relevante beleid, een kosten/batenanalyse is uitgevoerd en de haalbaarheid/draagvlak is ingeschat.

14

Het resultaat is een GGOR Raam dat ter goedkeuring is voorgelegd aan de streek, ter besluitvorming aan het bestuur en ter uitvoering aan de taakverantwoordelijken (waterschap, gemeenten en derden). Gebiedsanalyse Vertrekpunt voor het GGOR zijn de kenmerken van het gebied en van het watersysteem. Ook zijn de wateropgaven relevant: moet bij het peilbeheer rekening worden gehouden met de Kader Richtlijn Water (KRW), Ecologische Verbindingszone (EVZ), beekherstel en/of waterberging of moet er een vismigratieknelpunt worden opgelost. In de gebiedsanalyse is dit per deelgebied beschreven aan de hand van de volgende onderwerpen: gebiedskenmerken en ruimtelijke functies, peilbeheer, wateraanvoer en verdeling, waterkwaliteit, huidig grondgebruik en wateropgaven. De relevante informatie is per deelgebied op themakaarten aangegeven. Inventarisatie wensen en knelpunten De wensen en knelpunten zijn in een eerste ronde via de klankbordgroepen en medewerkers van het waterschap per deelgebied ingebracht. In een tweede ronde is via een drietal informatiebijeenkomsten in de streek, de wensen en knelpunten lijst door ingelanden aangevuld met nieuwe wensen en knelpunten en met verbetersuggesties. In totaal zijn op deze manier 139 wensen en knelpunten opgehaald.

Alle wensen en knelpunten zijn per deelgebied op een kaart gezet en gecategoriseerd naar de probleemvelden uit tabel 1 (wateroverlast bij reguliere afvoer, wateroverlast bij piekafvoer, te droog, waterkwaliteit onvoldoende, etc.). AGOR-OGOR-analyse Voor alle deelgebieden is een AGOR-OGOR-analyse uitgevoerd. In deze analyse is het Actuele Grond- en Oppervlaktewater Regime (AGOR) vergeleken met het Optimale Grond- en Oppervlaktewater Regime (OGOR). Deze analyse is separaat uitgevoerd voor de ruimtelijke functies landbouw en natuur. Voor de ruimtelijke functie stedelijk gebied wordt het GGOR door de gemeenten uitgewerkt in het kader van de stedelijke wateropgave. Daarbij wordt rekening gehouden met de uitstralingseffecten op andere ruimtelijke functies, bijvoorbeeld het afkoppelen van verhard oppervlak, mag niet leiden tot extra wateroverlast voor de landbouw bij piekafvoeren. Zo ook mag verhoging van een streefpeil geen wateroverlast veroorzaken bij woningen. Het resultaat van de AGOR-OGOR-analyse is per stuwvak een voorstel voor een gewenst streefpeil met peilwijziging en/of voor een set van aanpassingen in het watersysteem (bijvoorbeeld stuw verplaatsen of automatiseren). Daar waar in eenzelfde stuwvak het voorgestelde streefpeil voor landbouw en natuur conflicteren, is dit in beeld gebracht en is een nadere afweging gemaakt.

Maatregelenpakket Naast de maatregelen die volgen uit de AGOR-OGOR-analyse (zie hiervoor), zijn ook voor de ingebrachte wensen en knelpunten maatregelen voorgesteld door belanghebbende of deskundigen. Bij een aantal wensen of knelpunten was de situatie zo onduidelijk, complex en/of omvangrijk, dat nog nader onderzoek is gedaan of eerst een variantenkeuze moest worden gemaakt. Een aantal GGOR-knelpunten hangen namelijk dusdanig met elkaar samen of zijn 15

qua maatregelen zodanig gerelateerd aan andere wateropgaven (onder andere aan beekdalontwikkeling), dat eerst een nadere uitwerking nodig was. Deze wensen en knelpunten zijn uitgewerkt in zogenaamde factsheets. In deze factsheets (te vinden in bijlage 2) zijn de resultaten van het nader onderzoek en eventuele maatregelenvarianten vertaald in een voorkeursvariant met maatregelenpakket. Integrale afweging Bij de integrale afweging van de voorgestelde maatregelen is allereerst gecheckt of het een GGOR-knelpunt betreft. Voor de GGOR-knelpunten is vervolgens beoordeeld of de voorgestelde maatregelen (het voorgestelde streefpeil en/of de aanpassing in het watersysteem) akkoord is. Hierbij is getoetst aan de gebiedskennis, het relevante beleid, is een kosten/batenanalyse uitgevoerd en is de haalbaarheid/draagvlak ingeschat. De integrale afweging is uitgevoerd op basis van expert judgement door waterschap Aa en Maas. Daarbij is gemotiveerd waarom een voorgesteld streefpeil of aanpassing in het watersysteem wel of niet akkoord is. Daar waar de maatregel(en) nog nader onderzoek of een variantenkeuze vraagt, is getoetst aan een specifieke set criteria en is dit uitgewerkt in de eerder genoemde factsheets. Het relevante beleid waar de streefpeilen aan getoetst zijn, komt samen in de Nota Peilbeheer (vastgesteld 22 juni 2015).

Uitgaande van de nota zijn de voorgestelde maatregelen getoetst aan de binnen het stuwvak vastgestelde ruimtelijke functies en het feitelijk landgebruik. Als ruimtelijke functies worden onderscheiden: Natuur Netwerk Brabant (vroegere Ecologische Hoofdstructuur– EHS), Groenblauwe mantel, Gemengd landelijk gebied, Accentgebieden agrarische ontwikkeling en Kernen in landelijk gebied/Stedelijk concentratiegebied. Bij het feitelijk landgebruik gaat het om natte of droge natuur, grasland, akkerbouw, hoogwaardige land- en tuinbouw (incl. glastuinbouw) en bebouwd gebied. In de afweging is de ruimtelijke functie leidend voor het te kiezen peilbeheer, maar is er rekening gehouden met het feitelijk landgebruik. Bijvoorbeeld bij landbouw binnen de NNB, wordt het streefpeil niet ingesteld op natuur, maar wordt zo mogelijk rekening gehouden met de aanwezige landbouw. Indien dit niet mogelijk is, is bekeken of ander landgebruik (bijvoorbeeld grasland), agrarisch natuurbeheer of aankoop voor natuur een optie is. Daarvoor zijn diverse opties mogelijk zoals de groenblauwe diensten van de ANV, afkoop gebruiksbeperking op landbouwgrond, natuur inclusieve landbouw, omvormen van akker naar extensief gras, compenseren van grondwateroverlast, technische maatregelen zoals peilgestuurde drainage , kavelruil en herbegrenzing NNB. Deze opties kunnen op vrijwillige basis worden ingezet.

Betreft het een agrarische functie met uitstralingseffecten op aangrenzende natuur of omgekeerd, dan is verlaging van de natuurambitie een mogelijkheid, maar kan ook wijziging van landgebruik naar grasland of agrarisch natuurbeheer, of kan een functiewijziging naar natuur worden overwogen. GGOR Raam Het gehele pakket van maatregelen, dat wil zeggen alle streefpeilen en aanpassingen in het watersysteem die akkoord zijn bevonden, vormen gezamenlijk het concept GGOR-voorstel. Het concept GGOR-voorstel is in een in een drietal bijeenkomsten teruggelegd in de streek. Ook zijn de voorkeursvarianten van de complexere ingrepen, zoals deze in de factsheets zijn uitgewerkt, vergeleken met de overige ontwikkelingen in het gebied die vallen onder het gebiedsplan

16

Raam. Daarvoor hebben voor een aantal deelgebieden ook schetssessies plaatsgevonden. De reacties uit de bijeenkomsten en van het MGA op het concept GGOR-voorstel zijn verwerkt in het ontwerp GGOR Raam. Het ontwerp doorloopt de verdere vaststellingsprocedure (zie §3.2). Gaandeweg het traject van het concept GGOR-voorstel naar het definitieve GGOR ontwerp lopen er ten behoeve van een aantal wensen en knelpunten nog onderzoeken en overleggen met belanghebbenden. De resultaten hiervan komen geleidelijk beschikbaar en worden dan in het GGOR-document verwerkt. Mochten de resultaten niet beschikbaar zijn of kan er nog niet worden besloten over een voorkeursvariant voordat het ontwerp ter besluitvorming aan het waterschapsbestuur wordt aangeboden, dan worden de betreffende wensen en knelpunten en/of streefpeilen, als nog nader uit te werken aangemerkt. De hier uit volgende maatregelen worden dan zo nodig in het nog te nemen streefpeilbesluit of te doorlopen projectplanprocedure Waterwet, meegenomen (zie §3.3). Het resultaat van voornoemde stappen is in hoofdstuk 2 samengevat. Nader informatie is in de bijlagen en in een separaat achtergronddocument opgenomen.

Bijlage 1 omvat een overzichtstabel met per deelgebied, stuwvak en knelpunt: - de resultaten van de AGOR-OGOR-analyse Landbouw en Natuur; - de voorgestelde maatregel(en) per wens of knelpunt; - de integrale afweging met motivatie of een voorgesteld streefpeil of maatregel wel of niet akkoord is; - het GGOR-voorstel met per stuw het GGOR-peil met peilwijziging en eventuele aanpassing aan de stuw. Ook is (zijn) per wens/knelpunt de voorgestelde maatregel(en) aangegeven. - de vervolgactie, met bij de stuwen en knelpunten waar nog geen streefpeil en/of maatregel kon worden voorgesteld, een verwijzing naar de betreffende factsheet waarin dit nader is uitgewerkt. - de verwachte termijn van uitvoering (reeds uitgevoerd/in voorbereiding of uitvoering, quick win oftewel kan in het reguliere werk mee, middellange termijn als er nog een streefpeil besluit of projectplanprocedure Waterwet nodig is, nog ter afweging ingeval nog uitgewerkt in een factsheet of taakverantwoordelijkheid derden als het waterschap geen zeggenschap over de uitvoering heeft). In bijlage 2 zijn de factsheets opgenomen van die wensen en knelpunten waarvoor nog een nadere afweging nodig was, alvorens de voorkeursmaatregel(en) en het streefpeil te kunnen bepalen. Bijlage 3 bevat een drietal kaarten:

17

- Kaart 1 met de Analyse waarop per stuwvak het resultaat van de AGOR-OGOR-analyse is aangegeven en waarop de wensen en knelpunten zijn aangegeven en getypeerd (te nat, te droog, waterkwaliteit is issue, etc. en combinaties hiervan). - Kaart 2 met het GGOR-voorstel, dat wil zeggen de streefpeilen met de peilwijziging na integrale afweging. Ook is aangegeven bij welke stuwen het streefpeil nog in een factsheet nader is afgewogen. - Kaart 3 met Planning uitvoering. Deze kaart geeft een indicatie van de doorlooptijd tot uitvoering van de maatregelen. Detailinformatie over de gebiedsanalyse en de bijbehorende themakaarten, de ingebrachte wensen en knelpunten en de AGOR-OGOR-analyse Landbouw en Natuur, is opgenomen in het separate Achtergronddocument.

18

2 GGOR Raam 2.1 Visie Om het wensbeeld van het toekomstig watersysteem (zie §1.4) te realiseren, is de volgende GGOR-visie voor het stroomgebied van de Raam en haar deelgebieden uitgangspunt. Onderstaand is per deelgebied of onderwerp de huidige situatie omschreven en vervolgens is in algemene zin een visie uitgewerkt die de te nemen maatregelen omvat. In de daarop volgende tabellen staan de specifieke maatregelen per locatie. Bij alle deelgebieden geldt als uitgangspunt, dat de knelpunten binnen het eigen stroomgebied worden opgelost. Er wordt alleen afgewenteld op een ander stroomgebied als binnen het eigen stroomgebied geen maatschappelijk verantwoorde oplossing mogelijk is. Ook wordt bij de keuze van de maatregelen, zoveel mogelijk aangesloten bij het natuurlijke watersysteem. Laarakkerse Waterleiding Dit deelgebied kent benedenstrooms verweven landbouw en een landgoederenzone met natuur. Het bovenstrooms deel heeft vooral een landbouwfunctie. Ondanks inspanningen in het verleden, is in de landgoederenzone de verdroging nog niet volledig verholpen en is de waterkwaliteit voor de natuurfunctie benedenstrooms matig. Het peilbeheer is afgestemd op de landbouwkundige functie. Daardoor hebben de meeste waterlopen een lager peil dan voor natuurlijke vegetaties wenselijk is.

In dit deelgebied wordt ingezet op verhoging van het waterpeil voor natuur benedenstrooms op Tongelaar en in de landgoederenzone. Om het grondwater op Tongelaar een kans te geven om tot in de wortelzone van waardevolle natuur te komen (potentieel waardevolle kwelgebieden, al dan niet afgeplagd), wordt de combinatie van omleiden van het debiet van bovenstrooms landbouwwater, goed stuwbeheer afgestemd op de OGOR, herprofilering van de Laarakkersche Waterleiding en Biestgraaf en sturen met extensief onderhoud onderzocht. Voor de bovenstrooms gelegen landbouw wordt gekeken welke compenserende maatregelen goed inpasbaar zijn in de bedrijfsvoering. Dit biedt hier de mogelijkheid om gebruik te maken van de betere waterkwaliteit door natuurlijke kwel en om meer water te conserveren voor de landgoederen. Om de afvoer en het peil van de bovenstroomse landbouw te garanderen wordt deze afgekoppeld en omgeleid via een noordelijke (Tochtsloot) en zuidelijke route. Bovenstrooms wordt de aanvoer in droge tijden zo lang mogelijk behouden door maximaal te conserveren. Daarmee wordt de inlaat vanuit de rioolwaterzuivering minder noodzakelijk. Zolang dat toch noodzakelijk blijft wordt blijvend ingezet op verdere waterkwaliteitsverbetering.

19

Tochtsloot/Sluisgraaf Het knelpunt in dit gebied is dat bij een hoog waterpeil van de Maas de vrije afwatering van de Gasselse Loop en Tochtsloot is gestremd. Hierdoor ontstaat mede door de hoge grondwaterstanden, wateroverlast op landbouwpercelen en in de woonkernen. Er is weinig sturing in het systeem: het peil wordt voornamelijk beïnvloed door de neerslag en door de Maas. Om snel extreme situaties te kunnen opvangen wordt op strategische plekken waterberging gerealiseerd. In het NNB-gebied Tochtsloot wordt hiervoor het watersysteem aangepast. Het grondgebruik dient afgestemd te zijn op de natuurlijke (water)situatie en bodemgesteldheid. Relatief laaggelegen gebieden zijn daarin kwetsbaar en vooral geschikt voor grasland of natuur en minder geschikt voor kapitaalintensieve activiteiten. Om de afvoer bij een hoog waterpeil van de Maas te garanderen, worden voorzieningen gerealiseerd in de Tochtsloot en/of wordt de afvoerroute naar de Raam bij Meisevoort aangepast, zodat de beoogde waterconservering op Landgoed Tongelaar (deelgebied Laarakkerse Waterleiding) mogelijk blijft. Onderzoek en een integrale afweging zal moeten uitwijzen of een alternatief, namelijk de inzet van een nieuw te plaatsen gemaal die water kan uitslaan vanuit de Tochtsloot naar de (hoge) Maas, wenselijk is op basis van effectiviteit en maatschappelijke kosten en baten. Balkloop/St.

Anthonisloop In dit deelgebied is vooral wateroverlast door piekafvoer en is er plaatselijk droogteschade in de landbouw en verdroging van natuur. Het gebied ligt aan het einde van de wateraanvoerroute. De focus ligt hier op het (voor zover nodig) aanpassen van bestaande stuwen om sneller en beter te kunnen sturen bij piekafvoeren (verbreden, automatiseren). Met het peilbeheer wordt meer geanticipeerd op variaties in de verzadiging van bodems en weersomstandigheden. Ook wordt de waterverdeling bij Raam – St. Anthonisloop aangepast, zowel met het oog op wateroverlast als op watertekort. Verder wordt ingezet op maximaal conserveren. Figuur 2

Maximaal en optimaal conserveren

Graafsche Lage Raam In het beekdal van de Graafsche en de Lage Raam komen de wensen voor het peilbeheer vanuit verschillende ruimtelijke functies en wateropgaven samen. Langs de Lage Raam is de functie bovenstrooms vooral landbouw, in het midden gemengd en benedenstrooms natuur. Aansluitend is het bij de Graafsche 20

Raam bovenstrooms de functie natuur en benedenstrooms landbouw en stedelijk gebied. Voor de landbouw en bebouwing is voldoende drooglegging nodig, maar voor de natuur is een hoger waterpeil gewenst. Daarnaast is de hoogwaterbescherming van Grave van belang (waterberging) en speelt er de wateropgave beekdalontwikkeling om naast afvoer en peilbeheer ook invulling te geven aan de eisen die vanuit de KRW gesteld zijn aan de ecologische kwaliteit van de beek. Aan al deze functies en opgaven wordt invulling gegeven door grotere (seizoens)fluctuatie toe te staan dan nu het geval is. In de winter en vroeg voorjaar, als meer (grond)water beschikbaar is, is de afvoer hoger en daarmee ook de waterpeilen hoger. In de zomer (of droge winter) is minder water beschikbaar, zal de afvoer afnemen en daarmee ook de waterpeilen dalen. Daarmee ontstaat in drogere tijden een natuurlijke buffer in zowel oppervlakte- als grondwater. Deze is nodig om piekbelasting door intense regenbuien op te kunnen vangen. Dit natuurlijke verloop is voor de ecologische ontwikkeling positief. Voor deze fluctuatie wordt een bandbreedte aangegeven die past bij de functies van de directe omgeving, zodat voor alle ruimtelijke functies voldoende drooglegging wordt gerealiseerd. De beek wordt plaatselijk verondiept en verbreedt.

Er wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van stuwen, of indien toch noodzakelijk zullen deze minimaal vispasseerbaar moeten zijn en een natuurlijk peilregime volgen. De combinatie van robuuste inrichting en goed afgestemd beheer maak de beek minder kwetsbaar voor grote fluctuaties bij piekbuien. In de zijwaterlopen worden voorzieningen (bijvoorbeeld extra stuwen of gemaal) aangelegd die moeten voorkomen dat de fluctuaties op de Raam niet tot vernatting of verdroging leidt voor de ruimtelijke functies op de flanken. Op de flanken wordt ingezet op het optimaal conserveren (figuur 2). Peelkanaal Door het grote hoogteverschil en bodemopbouw (diepe grondwaterstand) is dit deelgebied erg droogtegevoelig. Het Peelkanaal is een gegraven antitankgracht met cultuurhistorische waarde en heeft in de huidige situatie een aanvoer- en afwateringsfunctie. Het benedenstroomse gedeelte is in het oorspronkelijk beekdal van de Groote Beek gegraven. In droge periodes wordt water aangevoerd vanuit Limburg. In de praktijk is het echter moeilijk om aan de gewenste aanvoer te voldoen. Het peilbeheer is primair ingesteld op het landbouwkundig grondgebruik. Mede door het hoogteverschil is er een grote dichtheid aan stuwen die vooral handmatig worden bediend. De aanvoer op het Peelkanaal wordt in de toekomst verhoogd, wat nieuwe kansen bied voor conservering en waterverdeling.

De stuwen in het kanaal worden geautomatiseerd en voorzien van een gebiedsregeling. Ook wordt het Peelkanaal voor een deel gebaggerd. De maatregelen zorgen voor meer stuurbaarheid, waardoor meer water geconserveerd kan worden in droge periodes en water beter afgevoerd kan worden in extreme situaties. In de zijwaterlopen wordt het watersysteem geoptimaliseerd met als doel maximale conservering. Binnen dit deelgebied lopen enkele initiatieven waarbij veel effluent vrij kan komen: bezien wordt of dit in droge periodes als extra bron van water kan worden gebruikt.

21

Hooge Raam Door het grote en gevarieerde verval in dit deelgebied, hebben waterlopen deels een flauw verhang zoals Graspeelloop en deels een flinke helling zoals de Hooge Raam en de Halsche Beek. De Halsche Beek valt elke zomer grotendeels langdurig droog en in de Hooge Raam is er in de zomer weinig tot nauwelijks waterstroming. Bij beide beken is de wateropgave beekdalontwikkeling aan de orde. Het benedenstroomse deel van het gebied is een Natte Natuurparel ‘De Hooge Raam en Halsche Beek’. Ook een groot deel van de bovenlopen valt droog in de zomer. De droogtegevoeligheid is heel verschillend in het gebied. Dit komt door de aanwezige bodemeigenschappen (grof of fijn zand) en de aanwezigheid van enkele kwelgebieden. Er is wateroverlast nabij breuklijnen/wijstverschijnselen. Voor het bovenstroomse landbouwgebied wordt ingezet op maximaal conserveren (figuur 2). Laaggelegen locaties met wateroverlast worden minder kwetsbaar gemaakt door functiewijziging of wijziging van het landgebruik. Voor de Hooge Raam en de Halsche Beek wordt in het kader van de beekdalontwikkeling een aangepast watersysteem ontwikkeld ten behoeve van de natuurdoelen (daarbij rekening houdend met de cultuurhistorische waarden). Voor de aanwezige landbouw wordt een alternatieve afvoerroute gerealiseerd en worden voorzieningen getroffen om maximaal te conserveren.

Hertogswetering Dit deelgebied bestaat deels uit een relatief sterk hellend gebied met hoge zandgronden dat overgaat naar een vlak benedenstroomse deel met het karakter van een polder. Een groot deel van de bovenlopen valt droog in de zomer. Het vlakke deel heeft relatief hoge grondwaterstanden tijdens hoogwaterperioden in de Maas en er is vooral wateroverlast bij piekafvoeren. Water wordt ingelaten via de Hertogswetering en is alleen beschikbaar voor de lage delen. Bij piekafvoeren krijgt de Hertogswetering grote debieten te verwerken die alleen via stuw Hamelspoel kunnen worden afgevoerd. In dit gebied wordt op de hogere delen ingezet op maximaal conserveren door de aanleg van stuwen of lokale verondieping van waterlopen en wordt in het lage deel optimaal geconserveerd. Verder wordt er een meer anticiperend peilbeheer gevoerd, afhankelijk van de weersomstandigheden en de bergingscapaciteit van de bodems. LOP-stuwen In de kleinere waterlopen in veel deelgebieden zijn LOP-stuwen aanwezig die bediend en beheerd worden door derden. Het blijkt dat deze stuwen niet overal en altijd optimaal worden ingezet, ondanks dat hierover afspraken zijn gemaakt. Bij een goede inzet van de LOP-stuwen kan een bijdrage worden geleverd aan de gewenste waterconservering.

Via een communicatieactie worden de eigenaren op het belang hiervan geattendeerd, met als doel een optimale inzet van deze stuwen. 22

Stedelijke waterafvoer Rondom stedelijk gebied treedt er regelmatig wateroverlast op door rioolwateroverstorten. Ook hebben gemeenten de ambitie om het hemelwater in de bebouwde omgeving af te koppelen. Deze afvoer van verhard oppervlak heeft invloed op de afwatering en het peilbeheer in het buitengebied. Het waterschap adviseert gemeenten bij het vormgeven van hun stedelijk waterplan. Inzet is het verantwoord afkoppelen en het realiseren van voorzieningen om water ter plaatse te infiltreren en/of te bergen ten behoeve van waterconservering en om piekafvoeren op te vangen. Een belangrijke afweging daarbij is de doelmatigheid en kostenefficiëntie. Opvang/berging van water in landelijk gebied is veelal goedkoper en doelmatiger dan in stedelijk gebied. Ook is het grondwaterregime van invloed op de mogelijkheden: als het grondwater hoog staat, is de ruimte om te infiltreren en te bergen beperkt.

2.2 Naar een jaarrond streefpeil met beheermarges Beleidslijn Met voorliggende GGOR Raam geeft waterschap Aa en Maas uitvoering aan de Nota Peilbeheer. Met deze nota laat waterschap Aa en Maas het traditionele peilbeheer van een laag winterpeil en hoog zomerpeil, achter zich. In plaats daarvan geldt als uitgangspunt een jaarrond vast streefpeil met minimale schommelingen waarbij de flexibiliteit in de beheermarges zit. De peilbeheerder heeft met de beheermarges de mogelijkheid om in te kunnen spelen op droge en natte omstandigheden en op de weersvoorspellingen. Met behulp van technologische hulpmiddelen is het steeds beter mogelijk het peilbeheer te sturen, te monitoren en te evalueren. Dit stelt de peilbeheerder in staat om vanuit zijn vakmanschap, snel en adequaat te handelen. En in samenspraak met de streek worden de genomen streefpeilen en beheermarges continu getoetst aan de actualiteit. Jaarrond streefpeil Om het gewenste jaarrond vaste streefpeil te kunnen bepalen, is het huidige streefpeil (AGOR) vergeleken met het optimale streefpeil (OGOR). Voor de AGOR is uitgegaan van het stuwpeil zoals dat in het beheerregister is vastgelegd. Voor de OGOR-Landbouw is daarbij uitgegaan van het perceel met het laagste maaiveld dat in het beïnvloedingsgebied van een stuw ligt. Volgens de Nota Peilbeheer wordt alleen de drooglegging van grasland gefaciliteerd.

Afhankelijk van de grondsoort is daarvoor uitgegaan van 0,40 m (zand) of 0,50 m (zavel) drooglegging. De OGOR is dan laagste maaiveld minus drooglegging. Voor de OGOR-Natuur is daarbij uitgegaan van de natte natuurtypen. Dit zijn de kwelafhankelijke natuur (beekbegeleidend bos, natte schraallanden, vochtige hooilanden) en vochtige tot natte natuur (kruiden- en faunarijkgrasland, weidevogelgrasland, haagbeuken-essenbos). Het betreft dan de ecologisch vereiste drooglegging in winter/voorjaar, die afhankelijk van het natuurtype tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld ligt. Per perceel met natuurpotentie is voor het laagste deel de OGOR van het maaiveld minus de voor het betreffende natuurtype benodigde drooglegging bepaald. Dit is dus niet altijd het laagste perceel. 23

Het natte natuurtype moeras kan dan door inundatie pleksgewijs ontstaan op de zeer lage plekken. In beken is de dynamiek van het afvoerregime van invloed. Deze hebben van nature een grotere fluctuatie. Met behulp van profielaanpassing, stroombaanverlenging (meandering) en zo nodig drempels of stuwen (die meestal gestreken zijn), zal het beekpeil zo natuurlijk mogelijk verlopen. Bij het herinrichten zullen de boven- en ondergrenzen van deze peilen leidend zijn. Voor de OGOR-bebouwing is uitgegaan van het maaiveld ter plaatse van de bebouwing minus 1,0 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=9cef06cf-46e1-4442-9b22-5d1d74d176e7