CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2018-29b bijlage 2.MER Hoogwateraanpak Grave (079614393-B).pdf

Grave - commissie Ruimte 16 maart 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Presentatie Graafse Raam26.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7.2.3

Permanente effecten - Cultuurhistorische waarden

Figuur 7-1 laat een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) zien van de provincie NoordBrabant. Te zien is dat Escharen en Grave in cultuurhistorische landschappen liggen. Het gebied ten zuiden van Escharen (beoogde waterbergingsgebieden voor alle alternatieven) is een cultuurhistorisch vlak. Tussen Grave en Escharen liggen enkele archeologische landschappen. Er liggen geen complexen van cultuurhistorisch belang in het plangebied. De aanleg van de kades heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in het landschap, omdat er geen cultuurhistorische lijnen en complexen doorkruist worden. De alternatieven scoren daarom neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie.

71

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

7.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

Er zijn geen compenserende en mitigerende maatregelen nodig.

7.4

Leemten in kennis

Er zijn geen leemten in kennis geconstateerd die de verdere besluitvorming over het bestemmingsplan in de weg staan.

72

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

8

GRONDGEBRUIK

8.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

In het Raamgebied ligt een aantal dorpen en kernen behorende bij drie gemeenten; Grave, Cuijk en Mill en St Hubert. Dit zijn het vestingstadje Grave, ten zuiden daarvan het dorp Escharen, en andere dorpen/kernen in en om het gebied zijn Mill, Beers, Vilheide en Gassel. Vanuit Grave lopen twee provinciale wegen richting Beers (de N321) en Schaijk (de N324). Deze wegen lopen niet door het plangebied. In het plangebied lopen gemeentelijke wegen, waarvan de grootste de Hogeweg, Graafseweg, Beerschemaasweg en Rotschweg zijn (zie Figuur 8-1). Daarnaast lopen er onverharde paden en wandelpaden (zie Figuur 8-2) door het gebied.

Figuur 8-1 Overzicht van wegen.

73

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Figuur 8-2: Wandelknooppunten in het gebied. Bron: https://www.visitbrabant.nl/nl/routes/wandelen

Figuur 8-3 presenteert het grondgebruik in de huidige situatie (volgens de LGN5). Te zien is dat met name de bergingsgebieden van alternatief 1 en 2 in natuur- en bosgebieden liggen. Het bergingsgebied direct ten zuiden van Grave (alternatief 3) is in het huidig gebruik agrarisch gebied. Het landbouwkundig gebruik kan worden onderverdeeld in grasland, maïs en overige akkerbouw. Onder overige akkerbouw vallen onder andere aardappels en suikerbieten. Melkveehouderij is prominent aanwezig in het stroomgebied van de Hooge Raam (Waterschap Aa en Maas, 2017a).

74

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Figuur 8-3: Landgebruik in de huidige situatie. In de huidige situatie zijn de gronden van het Brabants Landschap, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten al natuur. Bron: LGN5.

8.2

Beoordeling

De onderstaande tabel geeft de effectbeoordeling van alternatief 1, 2 en 3 weer. De alternatieven zijn met de referentiesituatie vergeleken. Na de tabel wordt de effectbeoordeling per criterium toegelicht. Thema

Beoordelingscriteria

Alternatief 1: Berging bovenstrooms van EgwegRotscheweg

Alternatief 2: Bergingen Kammerberg en Meulengat

Variant 2a: Berging Meulengat

Alternatief 3: Berging bovenstrooms Grave

Grondgebruik

Tijdelijke effecten aanleg – wonen: hinder

0

0

0

-

Tijdelijke effecten inzet – Gestremde 0 wegen/paden

-

-

-

Permanente effecten – ruimtebeslag 0 op landbouw

-

-

-

Permanente effecten – wonen: visueel effect

0

0

0

-

Permanente effecten – meekoppelkansen

+

0

0

0

Overige gebruikers

75

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

8.2.1

Tijdelijke effecten aanleg – Wonen: hinder

Tijdens de aanleg van de kades kunnen omliggende woningen hinder ondervinden. Dit geldt echter alleen voor alternatief 3, omdat de afstand tot woningen bij alternatief 1 en 2 relatief groot is. De kades die aangelegd worden bij alternatief 3 liggen relatief dicht bij woningen in het zuiden van Grave en in het oosten van Escharen. Alternatief 3 scoort daarom negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 1 en 2 scoren neutraal (0), omdat er door de relatief grote afstand tot woningen geen hinder verwacht wordt.

8.2.2

Tijdelijke effecten inzet – Gestremde wegen/paden

Het inzetten van de waterberging leidt voor alternatief 1 niet tot stremmingen van wegen en/of paden. Alternatief 1 scoort daarom neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatieven 2 en 3 geldt dat er een woning is waarbij de oprijlaan mogelijk hinder ondervindt van de inzet van het waterbergingsgebied (zie bovenste gele vlak in Figuur 8-4). Alternatieven 2 en 3 scoren derhalve negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie. De overige gele vlakken zijn woningen waarbij nader onderzocht wordt of oprijlanen mogelijk hinder ondervinden van de inzet van waterberging. Wanneer dit het geval is, worden er passende maatregelen getroffen.

Figuur 8-4: Woning waarbij de oprijlaan opgehoogd dient te worden (zie bovenste gele vlak)

76

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

8.2.3

Permanente effecten – Ruimtebeslag op landbouw

De kade van alternatief 1 ligt in zijn geheel in (te verwerven) natuurgebieden, zie de natuurbeheertypenkaart in

Figuur 6-2. Er is dus geen ruimtebeslag op landbouwgronden. Alternatief 1 scoort derhalve neutraal (0) ten

opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 2 geldt dat het grootste deel van het waterbergingsgebied in (te verwerven) natuurgebied ligt. Het noordelijke deel bestaat uit landbouwgronden. De aanleg van de kade heeft mogelijk een klein ruimtebeslag op landbouw. Voor alternatief 3 geldt dat dit ruimtebeslag groter is. Het ruimtebeslag kan nog niet precies vastgesteld worden, omdat de exacte locatie van de kade in een nader ontwerp bepaald wordt. Wel kan gesteld worden dat voor alternatieven 2 en 3 een negatief (-) effect optreedt ten opzichte van de referentiesituatie.

8.2.4

Permanente effecten - Wonen: visueel effect

Voor alle alternatieven geldt dat door de aanleg van keringen de zichtlijnen vanuit woningen beïnvloed kunnen worden. De kades hebben een werkpad van minimaal 4 meter en een talud van 1:3. De hoogte van de kade is maximaal 2,10 meter (inclusief 0,30 meter overhoogte). De exacte benodigde hoogte verschilt per locatie. De verwachte hoogtes van de kades zijn weergegeven in onderstaand figuur. Te zien is dat met name rondom Grave en Escharen de kades hoger zijn, en dus zichtbaarder zijn in het landschap.

77

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Figuur 8-5 Hoogtes van de kades per alternatief

Er liggen nauwelijks woningen in de buurt van de aan te leggen kades voor alternatief 1 en 2. Het visuele effect vanuit woningen is voor deze alternatieven daarom als neutraal (0) beoordeeld. De kades bij alternatief 3 liggen bij Escharen en direct ten zuiden van Grave. Hier liggen wel woningen vlakbij de kade. Vanuit deze woningen kan een visueel effect ervaren worden. Alternatief 3 is daarom als negatief (-) beoordeeld. Het effect is echter marginaal, vanwege de beperkte hoogte van de kade.

8.2.5

Permanente effecten - Meekoppelkansen

Het aanleggen van de stuw bij alternatief 1 leidt tot meerwaarde voor natuurbeheer, omdat de stuw ook ingezet kan worden wanneer er een hoger peil gewenst is in de omliggende natuurgebieden. Door inzet van een stuw kan water zo lang mogelijk vastgehouden worden in de bodem en in het oppervlaktewater als nodig is, om wateroverlast en overstromingen te voorkomen en in droge periodes zo lang mogelijk te beschikken over gebiedseigen water. Zo nodig wordt water tijdelijk geborgen. De stuw heeft daarmee een dubbele functie; waterberging en peilbeheer voor de omliggende natuurgebieden. Alternatief 1 scoort daarom positief (+) ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatieven 2 en 3 leiden niet tot relevante meekoppelkansen. Deze alternatieven zijn daarom als neutraal (0) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

8.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

Tijdens de inzet van waterberging is er een oprijlaan die tijdelijk gestremd worden. Deze mogelijke hinder kan gemitigeerd worden door de oprijlaan te verhogen. Deze mitigerende maatregel leidt tot aan aanpassing aan de effectscore van het criterium “Tijdelijke effecten inzet – Gestremde wegen/paden” van negatief voor alternatief 2 en 3 naar neutraal (0). 78

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

8.4

Leemten in kennis

De referentiesituatie is gebaseerd op de autonome ontwikkeling van het plangebied indien het voornemen niet wordt gerealiseerd, dus niets doen. Het peiljaar voor de autonome ontwikkeling is 2028. Dit is tien jaar nadat de bestemmingsplanwijziging en het projectplan Waterwet naar verwachting gereed zijn. Op dit moment (winter 2017-2018) zijn diverse percelen waar natuur ontwikkeld zou moeten worden nog in agrarisch gebruik. Maar in 2027 dienen deze alle omgezet te zijn naar natuur. Dit betekent dat er in dit MER voor peiljaar 2028 aangenomen is dat de natuurpercelen zoals opgenomen in de NNB de bestemming natuur hebben en er geen landbouw plaatsvindt. Er is een risico dat vóór 2027 de waterberging al een keer ingezet zal moeten worden, en in dat geval zijn er mogelijk gronden die nog niet zijn omgezet van landbouw naar natuur. Het waterschap zal de compensatie bepalen voor inundatie van toekomstige natuurpercelen die nu nog in landbouwkundig gebruik zijn. Er zijn geen leemten in kennis geconstateerd die de verdere besluitvorming over het bestemmingsplan in de weg staan.

79

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

9

KOSTEN

9.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

In de huidige situatie vindt geen gestuurde waterberging plaats. Dit betekent dat er ook geen inundatieschade uitgekeerd wordt in de huidige situatie. Hetzelfde geldt voor planschade door waterberging. In de autonome ontwikkeling worden er geen waterbergingsmaatregelen ingezet om schade te voorkomen in Grave. De mogelijke schade varieert van water op straten, schade aan brandweerkazerne en gevangenis tot het onderwaterlopen van honderden woningen met een geschat schadebedrag van € 26 miljoen. Overige kosten die in de huidige situatie gemaakt worden zijn de kosten voor de renovatie van het gemaal van Sasse. In juni 2015 werd de renovatie van het gemaal afgerond. In samenhang met deze renovatie is de pompcapaciteit van het gemaal met 20% verbeterd.

9.2

Beoordeling

De onderstaande tabel geeft de effectbeoordeling van alternatief 1, 2 en 3 weer. De alternatieven zijn met de referentiesituatie vergeleken. Na de tabel wordt de effectbeoordeling per criterium toegelicht. Thema

Beoordelingscriteria

Alternatief 1: Berging bovenstrooms van EgwegRotscheweg

Alternatief 2: Bergingen Kammerberg en Meulengat

Variant 2a: Berging Meulengat

Alternatief 3: Berging bovenstrooms Grave

Financieel

Tijdelijke effecten aanleg Grondverwerving

0

0

0

-

Tijdelijke effecten aanleg Aanlegkosten

0

0

0

-

Tijdelijke effecten inzet – Inundatieschade uitkeren

-

-

-

--

Permanente effecten – Planschade uitkeren

-

-

-

0

Permanente effecten – Beheer-/ onderhoudskosten

-

-

-

--

Permanente effecten – Baten

0

0

0

0

9.2.1

Tijdelijke effecten aanleg - Grondverwerving

Niet alle gronden waarop de kades van de verschillende alternatieven aangelegd dienen te worden zijn in eigendom van het waterschap. Voor de realisatie en instandhouding van de kade is vanuit het Waterschap een volledige eigendomsbeschikking niet per se vereist. Middels een tijdelijke gebruiksovereenkomst voor de aanlegwerkzaamheden en een recht van opstal voor de instandhouding van de kade kan deze aangelegd en duurzaam in stand worden gehouden. Aanvullend kunnen beheerafspraken voor de kade worden gemaakt met de eigenaar van de gronden. Voor het aangaan van een zakelijk recht ontvangt de grondeigenaar een vergoeding. De LTO-Gasunienormen kunnen daarin maatgevend zijn. Indien op vrijwillige basis/in minnelijk overleg geen overeenkomst kan worden bereikt tussen grondeigenaar en het waterschap, voorziet de Waterwet in een gedoogplicht voor waterbeschermingsprojecten in het algemeen belang. Voor alternatieven 1 en 2 geldt dat de meeste gronden voor de kaden al wel in eigendom zijn van het waterschap. Enkele gronden zijn in eigendom van de gemeente of het Brabants Landschap. Deze 80

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

alternatieven scoren derhalve neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. De meeste grondbehoefte ligt bij de aanleg van de noordelijke kade (direct ten zuiden van Grave) van alternatief 3. Dit alternatief scoort daarom negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie.

9.2.2

Tijdelijke effecten aanleg - Aanlegkosten

De aanlegkosten bestaan met name uit het aanleggen van de stuw en het aanleggen van de kades. Voor alle alternatieven geldt dat er één stuw aangelegd wordt. De maat van de stuw kan wel variëren tussen de alternatieven. Stroomafwaarts is de stuw waarschijnlijk het breedste en zijn de kosten dus hoger. Volgens deze redenatie gaat alternatief 3 gepaard met de hoogste aanlegkosten voor de stuw. Bij alternatief 3 is de lengte van de kades ook het langste. De totale aanlegkosten van alternatief 3 zijn dus het meeste, vergeleken met de overige alternatieven. Alternatieven 1 en 2 hebben lagere aanlegkosten dan alternatief 3, omdat deze alternatieven een korter aan te leggen dijktraject en een waarschijnlijk kleinere stuw nodig hebben. Alternatief 3 scoort negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie en de alternatieven 1 en 2 scoren neutraal (0).

9.2.3

Tijdelijke effecten inzet – Inundatieschade uitkeren

Wanneer de waterberging ingezet wordt, dan keert het waterschap inundatieschade uit aan agrariërs binnen het bergingsgebied. Er wordt ook inundatieschade uitgekeerd aan natuurgronden. Het peiljaar voor de autonome ontwikkeling is 2028. In 2028 zijn percelen die nu nog in agrarisch gebruik zijn ontwikkeld naar natuur volgens de natuurbeheertypekaart. Deze percelen worden in dit MER beschouwd als percelen met dubbelfunctie (landbouw en natuur). Het waterschap keert inundatieschade ook voor deze percelen uit, ongeacht of deze al ontwikkeld zijn tot natuurgronden. Tabel 9-1 geeft per alternatief het totaal aantal hectaren aan gronden dat inundeert wanneer de waterberging ingezet wordt. Inundatieschade wordt ook uitgekeerd aan gronden met een natuurbeheertype. Deze uitkering is echter lager dan voor landbouwgrond.

Tabel 9-1 Inunderende gronden naar functie

Alternatief 1

Alternatief 2

Variant 2a

Alternatief 3

127

192

135

132

Inundatie van natuurbeheertypen (ha)

102.9

139.6

92.5

79.3

Inundatie van landbouwgrond (ha)

64.1

126.2

76.4

81.5

40

73,8

33,9

28,8

Totaal aantal ha inundatieschade uitkering landbouwgronden

24,1

52,4

42,5

52,7

Totaal aantal ha inundatieschade uitkering natuurgronden

102,9

139,6

92,5

79,3

Totaal inundatie (ha)

(waarvan) Percelen met landbouwgrond volgens LGN en natuur volgens de natuurbeheertypekaart (ha) Uitkeringen inundatieschade

Uitgaande van een worst case scenario, en uitgaande van inzet van de waterberging in het winterseizoen, worden voor landbouwgronden de volgende normbedragen gehanteerd: • •

Grasland vijfde snede verloren: 800 euro/ha, 40% van areaal Maïsland (niet bemest): 550 euro/ha: 30% van het areaal 81

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

• • •

Suikerbieten (niet geoogst): 3000 euro/ha: 10% van het areaal Consumptieaardappelen (niet bemest): 1200 euro/ha: 10% van het areaal Wintertarwe (gezaaid): 1200 euro/ha: 10% van het areaal

Onderstaande tabel presenteert de inundatieschade per alternatief die uitgekeerd wordt aan landbouwgronden. Het aantal hectare inundatieschade op landbouwgronden is voor alternatief 1 het kleinste en voor alternatief 3 het grootste. Bij alternatief 3 dient dan ook de meeste inundatieschade uitgekeerd te worden. Alternatief 3 scoort derhalve zeer negatief (- -) en alternatieven 1 en 2 scoren negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie.

Alternatief 1 Totaal ha landbouwgrond dat inundatieschade uitgekeerd krijgt

Alternatief 2

Variant 2a

Alternatief 3

127

192

Grasland

€ 7.712,00

€ 16.768,00

€ 13.600,00

€ 16.864,00

Maïsland

€ 3.976,50

€ 8.646,00

€ 7.012,50

€ 8.695,50

Suikerbieten

€ 7.230,00

€ 15.720,00

€ 12.750,00

€ 15.810,00

Consumptieaardappelen

€ 2.892,00

€ 6.288,00

€ 5.100,00

€ 6.324,00

Wintertarwe

€ 2.892,00

€ 6.288,00

€ 5.100,00

€ 6.324,00

Totaal euro’s

€ 24.702,50

€ 53.710,00

€ 43.562,50

€ 54.017,50

9.2.4

135

132

Permanente effecten – Planschade

De boomteeltvisie en het bestemmingsplan zijn relevant in het kader van planschade dan wel potentiële compensatieschade naar aanleiding van de waterberging van de Hoogwateraanpak Grave. De schade op intensieve landbouw (boomteelt en tuinbouw) door tijdelijke waterberging is groter dan op grasland/akkerbouw/natuur. De planschade/compensatieschade is afhankelijk van de hoeveelheid areaal dat in aanmerking komt voor intensivering naar intensieve landbouw. De gemeente Grave heeft kaarten met daarop gebieden/arealen die zijn uitgesloten voor boomteelt en waar 13 afweging/vergunningsplicht geldt opgenomen in het bestemmingplan boomteelt vastgesteld . De afweging/vergunningsplicht geldt voor gebieden die zijn aangemerkt als Cultuurhistorisch waardevol gebied, Aardkundig waardevol gebied, Groenblauwe mantel, Leefgebied dassen, Ecologische hoofdstructuur. Open agrarisch landschap. Gebieden waar boomteelt is uitgesloten zijn: Oude terrasrugontginning, Historische uiterwaarden, Waardevol kleinschalig, Bosrandligging, Oude kampontginning, open akkers, Stroomrugontginning, Oude percelering en Oude bouwlanden. In het potentiële inundatiegebied liggen redelijk wat arealen die in aanmerking komen voor boomteelt op basis van afweging/vergunningsplicht. Deze informatie is niet aanwezig voor de gemeente Mill en St. Hubert en de gemeente Cuijk.

Met name de inundatiegebieden van alternatieven 1 en 2 resulteren in de grootste kans op planschade. Alternatieven 1 en 2 scoren daarom negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 3 scoort neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie, vanwege de beperkte potentie voor boomteelt en daarmee laag risico op planschade.

13

Vastgesteld op 2017-06-06 82

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

9.2.5

Permanente effecten – Beheer- en onderhoudskosten

De nieuwe kades en stuwen leiden tot additionele beheer- en onderhoudskosten. De beheer- en onderhoudskosten van alternatief 3 zijn het hoogste, omdat dit alternatief het langste dijktraject omvat. Alternatief 3 scoort daarom zeer negatief (- -) ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatieven 1 en 2 hebben lagere beheer- en onderhoudskosten dan alternatief 3 door een korter aan te leggen dijktraject en scoren daarmee negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie.

9.2.6

Permanente effecten - Baten

De alternatieven leiden niet tot nevenbaten. Alle alternatieven zijn daarom als neutraal (0) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

9.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

Er zijn geen compenserende en mitigerende maatregelen nodig.

9.4

Leemten in kennis

Er zijn geen leemten in kennis geconstateerd die de verdere besluitvorming over het bestemmingsplan in de weg staan.

83

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

10

CONCLUSIES, VOORKEURSALTERNATIEF

10.1

Hoofdpunten uit de effectbeoordeling

In Tabel 10-1 zijn de effectbeoordelingen samengevat. Wanneer er punten worden toegekend, bijvoorbeeld 0 voor - -, 1 voor -, 2 voor 0, 3 voor + en 4 voor ++, dan scoren de alternatieven als volgt: • • • •

Alternatief 1: 35 punten; Alternatief 2: 31 punten; Variant 2a: 32 punten; Alternatief 3: 27 punten.

Tabel 10-1: Samenvattende tabel effectbeoordeling

Thema

Criterium

Alternatief 1

Alternatief 2

Variant 2a

Alternatief 3

Bodem en water

Tijdelijke effecten inzet Waterstand in Grave

Voldoet

Voldoet

Voldoet

Voldoet

Tijdelijke effecten inzet – Oppervlakte- en grondwaterkwaliteit

0

0

0

0

Permanente effecten – 0 bodemkwaliteit (sedimentatie)

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg Beschermde soorten

-

-

-

-

Tijdelijke effecten inzet Beschermde soorten

-

-

-

0

Permanente effecten – Beschermde soorten

0

0

0

0

Permanente effecten – NNB

-

--

-

-

Permanente effecten – Natura 2000

0

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg Archeologie

0

0

0

0

Permanente effecten – visueel effect

0

0

0

-

Permanente effecten – cultuurhistorische waarden

0

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg – wonen: hinder

0

0

0

-

Tijdelijke effecten inzet – Gestremde wegen/paden

0

-

-

-

Permanente effecten – ruimtebeslag op landbouw

0

-

-

-

Permanente effecten – wonen: visueel effect

0

0

0

-

Natuur

Landschap

Grondgebruik

84

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Permanente effecten – meekoppelkansen

Overige gebruikers

+

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg Grondverwerving

0

0

0

-

Tijdelijke effecten aanleg Aanlegkosten

0

0

0

-

Tijdelijke effecten inzet – Inundatieschade uitkeren

-

-

-

--

Permanente effecten – Planschade uitkeren

-

-

-

0

Permanente effecten – Beheer-/ onderhoudskosten

-

-

-

--

Financiële criteria Financieel

10.2

Voorkeursalternatief

De MGA-groep heeft besloten tot een voorlopig voorkeursalternatief (VKA): alternatief 1. Dit alternatief 14 scoort relatief het beste op alle beoordelingscriteria van de beoordeelde alternatieven. De enige effecten die optreden bij het VKA zijn tijdelijke effecten ten aanzien van beschermde soorten en financiële effecten. Deze effecten treden echter ook op bij alternatief 2 en 3. Daarnaast is het VKA het enige alternatief dat mogelijkheden biedt tot meekoppelen. De stuw die aangelegd wordt bij het VKA kan ook ingezet worden wanneer er een hoger peil gewenst is in de omliggende natuurgebieden. Water kan zo lang mogelijk vastgehouden worden als nodig is en in droge periodes kan het gebied dan zo lang mogelijk beschikken over gebiedseigen water. De stuw heeft daarmee een dubbele functie; waterberging en peilbeheer voor de omliggende natuurgebieden.

Tabel 10-2 Effectscores van het voorlopig VKA (alternatief 1) Thema

Bodem en water

Natuur

Landschap

Criterium

VKA (Alternatief 1)

Tijdelijke effecten inzet - Waterstand in Grave

Voldoet

Tijdelijke effecten inzet – Oppervlakte- en grondwaterkwaliteit

0

Permanente effecten – bodemkwaliteit (sedimentatie)

0

Tijdelijke effecten aanleg - Beschermde soorten

-

Tijdelijke effecten inzet - Beschermde soorten

-

Permanente effecten – Beschermde soorten

0

Permanente effecten – NNB

0

Permanente effecten – Natura 2000

0

Tijdelijke effecten aanleg - Archeologie

0

14

Aan de oostzijde van de Raam is nog niet besloten waar de kade komt te lopen. Dit kan over een landbouwperceel plaatsvinden of over een natuurperceel. Bij de laatste zal er natuurcompensatie moeten plaatsvinden. Op de effectbeoordeling van het VKA heeft dit nihil invloed, omdat het om een klein ruimtebeslag gaat. 85

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Permanente effecten – visueel effect

0

Permanente effecten – cultuurhistorische waarden

0

Tijdelijke effecten aanleg – wonen: hinder

0

Tijdelijke effecten inzet – Gestremde wegen/paden

0

Permanente effecten – ruimtebeslag op landbouw

0

Permanente effecten – wonen: visueel effect

0

Permanente effecten – meekoppelkansen

+

Tijdelijke effecten aanleg - Grondverwerving

0

Tijdelijke effecten aanleg - Aanlegkosten

0

Tijdelijke effecten inzet – Inundatieschade uitkeren

-

Permanente effecten – Planschade uitkeren

-

Permanente effecten – Beheer-/ onderhoudskosten

-

Grondgebruik

Overige gebruikers Financiële criteria

Financieel

86

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

BIJLAGE A BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN Autonome ontwikkeling

De (ruimtelijke) situatie zoals die in de toekomst aanwezig zal zijn, als er van wordt uitgegaan dat het nu vastgestelde overheidsbeleid wordt uitgevoerd. Dit houdt onder andere in dat ruimtelijke plannen (zoals over de aanleg van wegen, woonwijken of bedrijventerreinen), waarover nu besluiten zijn genomen, zijn gerealiseerd.

AMK

Archeologische Monumenten Kaart

Barrièrewerking

De mate waarin een weg of andere infrastructuur voor dieren een obstakel vormt om zich te verplaatsen. Door barrièrewerking kunnen leefgebieden van dieren van elkaar geïsoleerd raken.

Bemaling

Het kunstmatig (tijdelijk) verlagen van de grondwaterstand met behulp van een pomp. Dit is bijvoorbeeld nodig voor het uitvoeren van bouwconstructies onder het grondwaterniveau. Door het wegpompen van water (bemalen) wordt de grondwaterstand plaatselijk verlaagd tot onder het niveau van de bouwput.

Beoordelingscriteria

Beoordelingscriteria zijn de criteria aan de hand waarvan de milieueffecten worden beschreven en beoordeeld.

Broedseizoen

De periode waarin vogels broeden. De meeste broedvogelsoorten broeden in Nederland ergens binnen de periode circa 15 maart tot circa 15 augustus, daarbuiten kunnen incidenteel ook vogels broeden.

Compenserende maatregel

Maatregel die de nadelige invloed van een ingreep/ activiteit compenseert door elders een positief effect te genereren. Zoals het verleggen van een watergang of het aanplanten van nieuwe bomen.

Cultuurhistorie

„De zichtbare sporen van menselijk handelen in het landschap‟. Hierbij gaat het om de kenmerken in het landschap die de historische relatie tussen mens en landschap laten zien. Onder cultuurhistorie worden de vakgebieden historische geografie en bouwhistorie verstaan.

Foerageergebied

Gebied waar dieren naar voedsel zoeken.

GHG

Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand

GLG

Gemiddelde Laagste Grondwaterstand

Grondwatertrap

Grondwatertrappen duiden de diepte en dynamiek van de grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld aan. Dit wordt weergegeven door klasses, die bestaan uit het traject tussen de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) en de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG).

Hoge verwachtingswaarde

De aanwezigheid van archeologische waarden moet nog worden vastgesteld door middel van archeologisch onderzoek, de verwachting dat waarden worden aangetroffen is hoog op basis van archeologische verwachtingskaart.

IKAW

Indicatieve Kaart Archeologische Waarden

KRW

Kaderrichtlijn Water

Lage verwachtingswaarde

De aanwezigheid van archeologische waarden moet nog worden vastgesteld door middel van archeologisch onderzoek, de verwachting dat waarden worden aangetroffen is laag op basis van archeologische verwachtingskaart.

MER

Het Milieueffectrapport

m.e.r.-procedure

De procedure voor de milieueffectrapportage.

Mitigerende maatregel

Maatregel die de nadelige gevolgen voor het milieu voorkomt of beperkt. Zoals het ophangen van markeringen in de bliksemdraden, zodat vogels de hoogspanningsverbinding beter kunnen zien. 87

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Natura 2000

Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Het doel van dit netwerk is om de achteruitgang van de biodiversiteit met alle lidstaten tegen te gaan. Deze gebieden zijn aangewezen omdat ze van internationaal belang zijn, bijvoorbeeld als overwinteringsplaats voor vogels. In Nederland zijn 166 gebieden aangemeld. Natura 2000 komt voort uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. In Nederland is deze vertaald in de Wet Natuurbescherming.

NNB

Natuur Netwerk Brabant

NNN

Natuur Netwerk Nederland

PAS

Programmatische Aanpak Stikstof

Richtlijnen m.e.r.

Het bevoegd gezag geeft door middel van de richtlijnen aan welke milieuinformatie het MER dient te bevatten om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen.

VKA

Voorkeursalternatief

88

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

BIJLAGE B VERWERKING ADVIES COMMISSIE M.E.R. EN ZIENSWIJZEN Essentie opmerking

Wijze van verwerking

Locatie in het MER

8.2.5

De Commissie vindt het belangrijk dat het MER straks de volgende informatie bevat: •

De samenhang van de waterberging met de totale gebiedsontwikkeling Verborgen Raam-vallei en waarom de waterberging los kan worden beschouwd.

De voorzieningen van de waterberging zijn een betrekkelijk lokale uitwerking, die los kan worden gezien van de gebiedsontwikkeling. Er is gekeken naar meekoppelkansen bij de waterberging.

•

Een variant van de waterberging die zoveel mogelijk: • Aansluit bij de natuurlijke hoogteverschillen in het landschap. • Bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van het Natuurnetwerk Brabant.

Alle alternatieven maken zoveel mogelijk Hst. 3 gebruik van de natuurlijke hoogten, waardoor zo weinig mogelijk kaden nodig zijn. 6.2.2 De permanente effecten op NNB zijn beoordeeld.

Besluitvormers en insprekers lezen in de eerste plaats de samenvatting van het MER. Daarom verdient dit onderdeel bijzondere aandacht. De samenvatting moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER.

Er is een samenvatting opgesteld

Samenvatting

Geef in het MER duidelijk aan in hoeverre sprake is van samenhang van dit project met de overige onderdelen van de gebiedsontwikkeling van de Raamvallei. Geef, waar sprake is van samenhang, aan op welke aspecten de uitkomst van dit project van invloed zal zijn op de besluitvorming over de totale gebiedsontwikkeling en vice versa.

De voorzieningen van de waterberging zijn een betrekkelijk lokale uitwerking, die los kan worden gezien van de gebiedsontwikkeling. Er is gekeken naar meekoppelkansen bij de waterberging.

8.2.5

Specifiek vraagt de Commissie aandacht voor de invloed Dit effect is niet aanwezig. Als er een van het gewenste grond- en oppervlaktewaterregime hoogwatersituatie is, dan is de bodem al (GGOR) op de waterbergingsopgave. Mogelijk leidt een lang verzadigd. De GGOR verandert verandering in het GGOR tot een verandering in de vooral de situatie in niet-hoogwater mogelijkheid om water vast te houden in de bodem of sloten, omstandigheden. en daarmee tot een andere bergingsopgave of ruimtebeslag Omdat er geen relatie is, die de van de berging. Onderzoek of hiervan sprake is. Omgekeerd Commissie wel veronderstelt, is er geen moet worden voorkomen dat de zeldzame bergingsinvloed van de waterberging op het gebeurtenissen sturend worden voor het GGOR. GGOR-proces. Tijdens het bezoek aan de locatie is door de initiatiefnemer aangegeven dat dit nadrukkelijk niet de bedoeling is en dat het GGOR het uitgangspunt vormt. Geef aan hoe u deze hiërarchie in de planvorming uitwerkt.

Uit een bezoek van de Commissie aan het plangebied kwam naar voren dat de mogelijke wateroverlast ontstaat bij een hoge Maasstand in combinatie met een hoge afvoer uit het Raamgebied, en dat het grote hoeveelheden te bergen water betreft. Ook werd bij het bezoek duidelijk dat het waterschap in zijn afweging de prioriteiten (eerst) vasthouden, (dan) bergen en (pas als laatste) afvoeren

-

Het watersysteem is uitgebreid Hst. 2 behandeld. Er is gerekend met een T100 Hst. 3 Maas en T25 Raam. In de nadere uitwerking en opzet van alternatieven is nogmaals bekeken of afvoer via Hertogswetering mogelijk is, dit blijkt niet zo te zijn.

89

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

hanteert. Maak in het MER aan de hand van deze volgorde het afwegingsproces om te komen tot de oplossing van waterberging inzichtelijk. Er bestaan meerdere mogelijkheden om te berekenen hoeveel water wordt geborgen en met welke frequentie. Onderbouw daarom in het MER hoe de waterhuishoudkundig maatgevend geachte situatie(s) (inclusief frequentie van optreden) op basis waarvan de alternatieven worden beoordeeld op doelbereik, zijn berekend.

Zie antwoord hierboven.

Hst. 2

Geef in het MER aan welke wet- en regelgeving en welk beleid verder relevant is voor de Hoogwateraanpak Grave en of het voornemen kan voldoen aan de randvoorwaarden die hieruit voortkomen. Ga daarbij in ieder geval in op: • De provinciale verordening en het Natuurnetwerk Brabant (ruimtelijk). • De doelen en ambities voor het Natuurnetwerk zoals vastgelegd in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant. • Het Brabantse beleid voor verdrogingsbestrijding, waaronder natte natuurparels en GGOR. • Kaderrichtlijn Water. • Het Deltaprogramma en de actuele stand van de Voorkeursstrategie voor de Maas die in dat kader is opgesteld. • Waterbeheerplan Aa en Maas 2016-2021.

Verwerkt.

Bijlage C

De m.e.r.-procedure wordt doorlopen voor het projectplan Waterwet en de bestemmingsplannen van de betrokken gemeenten. Daarnaast zullen andere besluiten genomen worden voor de realisatie van het voornemen, zoals het GGOR en het gebiedsplan. Geef aan welke besluiten dit zijn, wie daarvoor het bevoegde gezag is en wat globaal de tijdsplanning is.

Het GGOR zal in het algemeen bestuur van het waterschap worden vastgesteld. Het gebiedsplan zal door het waterschap en de betrokken gemeenten worden vastgesteld.

Uit het proces zijn vier oplossingsrichtingen gedefinieerd die Verwerkt. in principe in het MER zullen worden uitgewerkt, tenzij ze geen redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven blijken te zijn. Daarbij zal voor ieder alternatief worden gekeken hoe negatieve effecten kunnen worden gemitigeerd. Licht in het MER de totstandkoming en de samenstelling van de alternatieven toe. Maak duidelijk welke aannames daarbij zijn gehanteerd. Ga in het MER in op de verschillen tussen de alternatieven.

Hst. 3

Vanuit milieuoogpunt is het gunstig om zowel een alternatief Alle alternatieven sluiten aan op de uit te werken dat zoveel mogelijk aansluit bij de natuurlijke hoogteverschillen. Verder is samen met hoogteverschillen van het landschap als een alternatief dat de terreinbeheerder een plus zoveel mogelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelen aangebracht door de meest kwetsbare van het Natuurnetwerk Brabant. In de uitwerking kan blijken percelen natuur „uit te hoeken‟. dat deze twee benaderingen tot nagenoeg hetzelfde alternatief leiden, temeer daar de functieverandering van landbouw naar natuur nog niet in het gehele natuur-netwerk gerealiseerd is en er mogelijk nog enige schuifruimte bestaat tússen deze functies. Geef aan of en hoe de alternatieven inspelen op deze ruimte.

Hst. 2

Werk de referentiesituatie uit zoals deze in de notitie R&D is beschreven. Ga bij de beschrijving van de autonome ontwikkelingen uit van ontwikkelingen van de huidige

3.8 Hst. 5 t/m 9

De referentie is op hoofdlijnen beschreven, en vervolgens per thema.

90

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

activiteiten in het studiegebied en van nieuwe activiteiten waarover reeds is besloten. De Commissie adviseert daarom onderscheid te maken Verwerkt. tussen effecten van inrichtingsmaatregelen (zowel de aanleg als daarna) enerzijds en de inundatie anderzijds.

Hst. 5 t/m 9

Beschrijf in het MER de bodemopbouw, hoogteligging en (geo-)hydrologische gesteldheid van het studiegebied. Ga hierbij met name in op de: • grond- en oppervlaktewaterpeilen; • grondwaterstromingssituatie (herkomst, kwel/infiltratie); • eventuele bodem- en grondwaterverontreinigingen en verontreinigd slib; • waterkwaliteit.

Hst. 5

Verwerkt.

Geef in het MER aan in hoeverre de plek van de te plaatsen Zie opmerking boven: er zijn kwetsbare stuwen en aanvullende voorzieningen van invloed is op de natuurpercelen „uitgehoekt‟. hoeveelheid en de verbreiding van slib dat tijdens hoogwater sedimenteert. Maak inzichtelijk in hoeverre dit te combineren is met de functies in het gebied, zoals eventueel aanwezige of te herstellen schraallandnatuur.

Hst. 3

Onderbouw de keuze van de rekenregels/-modellen en van Voor de waterbergingsopgave is een de gegevens waarmee de gevolgen van het voornemen voor systeembeschrijving opgenomen. water- en bodemkwaliteit worden bepaald. Ga ook in op de Voor de overige effectbeoordelingen is onzekerheden in deze bepaling. Onderscheid daarbij zoveel mogelijk gebruik gemaakt van onzekerheden in de kwaliteit van de gegevens (bron, gis-informatie en overige beschikbare ouderdom, betrouwbaarheid, e.d.) en in de gehanteerde informatie van overheden. rekenregels/-modellen (afleiding en bandbreedte van kritische parameterwaarden, modelkalibratie, e.d.). Vertaal dit zo mogelijk in een bandbreedte voor de genoemde gevolgen en geef aan wat dit betekent voor de vergelijking van de alternatieven.

Hst. 2 Hst. 5 t/m 9

Geef aan of er een monitoringprogramma wordt opgezet en welke gegevens hierin als uitgangspunt worden genomen (nulsituatie en situatie waarin inundatie heeft plaatsgevonden) om de uiteindelijke geohydrologische effecten te kunnen kwantificeren.

Er is nog niet voorzien in een specifiek monitoringsprogramma, los van de algemene monitoring die de terreinbeheerders uitvoeren voor de subsidieregeling van de provincie. In het projectplan Waterwet komt hier expliciet aandacht voor.

-

Geef in het MER aan welke kenmerkende habitats en soorten aanwezig zijn in het studiegebied die door de (aanleg van de) waterberging beïnvloed kunnen worden. Beschrijf de autonome ontwikkeling van de natuur in het gebied. Ga daarna in op de ingreep-effectrelatie tussen de beoogde ingrepen en de in het studiegebied aanwezige natuurwaarden. Geef aan welke dieren en planten schade ondervinden, wat de aard van de gevolgen is, wat deze gevolgen voor de populaties betekenen en welke mitigerende en/of compenserende maatregelen die eventuele aantasting kunnen beperken of voorkomen. Ga tevens in op de ecologische meerwaarde van de nieuwe maatregelen.

Verwerkt.

Hst. 6

Beschrijf in het MER de doelen van het Natuurnetwerk Verwerkt. Brabant en de mate waarin deze doelen in het studiegebied al zijn bereikt. Geef aan of het project er ook toe kan leiden dat nieuwe biotopen tot ontwikkeling komen, die aanpassing van de doelen of (op onderdelen) de ligging van het Natuurnetwerk Brabant tot gevolg kunnen hebben.

Hst 6

91

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Beschrijf welke door de Wet natuurbescherming Verwerkt. beschermde soorten te verwachten zijn in het plangebied, waar zij voorkomen en welk beschermingsregime voor de betreffende soort geldt. Ga in op de mogelijke gevolgen van het voornemen voor deze beschermde soorten en bepaal of verbodsbepalingen overtreden kunnen worden, zoals het verbod op het verstoren van een vaste rust- of verblijfplaats. Geef indien verbodsbepalingen overtreden kunnen worden aan welke invloed dit heeft op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Ga tevens in op mitigerende en compenserende maatregelen en positieve effecten voor beschermde soorten die als gevolg van het initiatief kunnen worden verwacht.

Hst. 6

Woon en leefmilieu: Werk dit aspect uit conform de notitie De infrastructuur kan gebruikt worden. 8.2.2 R&D. Geef daarnaast aan welke maatregelen worden om de toegankelijkheid te waarborgen genomen om wateroverlast in het bergingsgebied zelf te zal bij een enkel alternatief ophoging van voorkomen. Beschrijf bijvoorbeeld of en hoe het functioneren een erfweg nodig zijn. van de infrastructuur en het rioolstelsel door de inundatie wordt beïnvloed. Maak in het MER duidelijk met welke maatregelen uit het Hiermee is rekening gehouden in de Deltaprogramma rekening wordt gehouden, en welke (typen) opgaveberekeningen. maatregelen nog niet worden meegenomen (omdat deze bijvoorbeeld nog te onzeker zijn). Beschouw in dit kader in ieder geval de invloed van de actuele stand van de Voorkeursstrategie voor de Maas op de maatgevende Maaswaterstanden.

Hst. 1 en 2

In het plangebied bevinden zich landschappelijke en cultuurhistorisch waardevolle elementen als onderdelen van de Peel-Raamstelling en verschillende landgoederen. Beschrijf en geef op kaarten aan de archeologische, aardkundige en historisch geografische waarden (historisch landschap) en historische bebouwing, waaronder monumenten. Maak in het MER inzichtelijk in hoeverre waarden als gevolg van het project verloren gaan. Ga bij de aanleg van kades ook in op mogelijke effecten op archeologische en aardkundige waarden.

Hst. 7

Verwerkt.

92

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

BIJLAGE C RELEVANTE BELEIDSKADERS Beleidskaders Europees beleid Kaderrichtlijn Water (KRW)

De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa op orde is. Om dit te bereiken wordt de kwaliteit van de 'eigen' wateren op peil gebracht. De Kaderrichtlijn stelt eisen aan de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater. De KRW geeft bijvoorbeeld aan wat het zuurstofgehalte moet zijn, hoeveel zware metalen een bepaald type water maximaal mag bevatten en welke vissen er behoren voor te komen. Het uiteindelijk doel is om te komen tot 'een goede chemische en ecologische toestand' van het water. De Hoogwateraanpak Grave moet rekening houden met de normen van de KRW wat betreft verontreinigende stoffen, algemeen fysische-chemische parameters (zoals zuurstofgehalte, nutriënten, zuurgraad, temperatuur, fosfor en stikstof concentraties), concentratie zware metalen.

Vogel en habitatrichtlijn

De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vereisen dat speciale beschermingszones worden aangewezen ten behoeve van het Europese Natura 2000-netwerk. Voor vogels moeten deze speciale beschermingszones worden. Voor gebieden die deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk gelden strikte beschermingsvereisten van de Habitatrichtlijn, waarin Artikel 6 leidend is. Artikel 6 heeft in de praktijk veel invloed. Daarin staat dat voor alle plannen en projecten, die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor een beschermd gebied, een 'passende beoordeling' moet worden gemaakt. Zijn de plannen schadelijk, dan mogen ze niet doorgaan. Of er moet sprake zijn van een reden van groot openbaar belang en er moet natuurcompensatie tegenover staan. Het gebied waar de Hoogwateraanpak Grave invloed op heeft is niet onderdeel van het Natura 2000netwerk. Daarnaast heeft het geen gevolgen voor de dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden zoals Sint Jansberg en Oeffertelmeent.

Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk hoe op nationaal niveau het land eruit komt te zien. Zo wordt het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Voor toekomstig beleid wordt de aanwezige infrastructuur en ruimtes nader gedefinieerd door toepassing van SVIR door provincies en gemeenten.

Deltaprogramma

Via de „Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening' heeft het Deltaprogramma een plek gekregen in de Waterwet. Doel van het deltaprogramma is om Nederland te blijven beschermen tegen hoog water en om de zoetwatervoorziening op orde te houden. Relevant voor het Waterschap Aa en Maas is de deltabeslissing Waterveiligheid, waarin het benodigde beschermingsniveau tegen overstromingen is vastgelegd. Onderdeel van het deltaprogramma zijn rivier verruimende maatregelen langs de lengte-as van de Maas. Hiervoor zijn bovenstrooms van Grave gebieden langs de Maas geselecteerd met hoog potentieel om rivier verruimende maatregelen te starten, gebaseerd op aspecten als beschikbare ruimte, doelmatigheid van de maatregel en meekoppelkansen. Dit heeft mogelijk een verlaging van hoogwaterstanden in de Maas tot gevolg welke vervolgens invloed kan hebben op de frequentie van het in werking stellen van de waterberging. Daarnaast is de Hoogwateraanpak Grave gericht op het bevorderen van de waterveiligheid.

Nationaal Waterplan 20162021

In het Nationaal Waterplan zijn strategische doelstellingen voor het waterbeheer vastgesteld. De waterbeheerprogramma‟s hebben invloed op het operationeel beheer van het gebied Raam. De volgende onderdelen zijn van toepassing op het gebied Raam: •

•

• •

Vasthouden-bergen-afvoeren. Water zo lang mogelijk vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater, om wateroverlast en overstromingen te voorkomen en in droge periodes zo lang mogelijk te beschikken over gebiedseigen water. Zo nodig wordt water tijdelijk geborgen. Belangrijke meekoppelkans voor waterberging ten behoeve van hoogwaterveiligheid in de gebiedsontwikkeling Raam, is de beschikking over gebiedseigen water in perioden van droogte. Ruimte en water verbinden. Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Dit is in het kader van de integrale gebiedsontwikkeling van de Verborgen Raamvallei om doelen op het gebied van Natuurnetwerk Brabant, wateropgaven, recreatie, cultuurhistorie en landbouw te behalen. De Hoogwateraanpak Grave maakt een integraal onderdeel uit van deze gebiedsontwikkeling. Adaptieve aanpak. De waterpartners anticiperen met een adaptieve aanpak op toekomstige ontwikkelingen: gefaseerde besluitvorming, flexibele strategieën en een integrale benadering. Informeren-stimuleren-acteren. Watergebruikers mogen de volgende rollen verwachten van de overheid: overheden informeren de gebruiker, stimuleren de gebruikers om zelf de eigen verantwoordelijkheid te nemen en nemen zelf maatregelen.

93

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)

Het nationaal bestuursakkoord water heeft tot doel om het watersysteem op orde te hebben en daarna op orde te houden anticiperend op veranderende omstandigheden. In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2008 zijn afspraken opgesteld waarvan één van de wateropgaven het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied is. In het kader van het NBW is het watersysteem van Grave getoetst op de normen van wateroverlast. Naar aanleiding hiervan is de Hoogwateraanpak Grave opgesteld.

Monumentenwet 1988 Dit verdrag bevat een aantal belangrijke uitgangspunten: archeologische waarden zoveel mogelijk in (Verdrag van Valletta [Malta] de bodem bewaren; vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie; is hierin verwerkt) bodemverstoorders betalen de kosten voor archeologisch vooronderzoek en indien nodig ook voor opgravingen. Het verdrag omvat tevens een aantal algemene bepalingen over de opsporing en bescherming van het archeologisch erfgoed, het zorgen voor behoud en conservering, het toezicht op opgravingen, het gebruik van metaaldetectors, het tegengaan van illegale handel in en verspreiding van archeologische voorwerpen en het toegankelijk maken van archeologische informatie. Hiertoe is in de MER een analyse van mogelijke gebieden met archeologische waarde opgenomen. Dit is gedaan aan de hand van de AMK (Archeologische Monumenten Kaart) en de IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarden).

Waterwet

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Waterwet omvat het waterbesluit en waterregeling. In het waterbesluit regelt o.a. inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn overstromingsrisico's. De waterregeling bevat regels over de organisatie van het waterbeheer en de begrenzing van oppervlaktewaterlichamen en de aanwijzing van de drogere oevergebieden. Verder regelt de Waterregeling een enkel inhoudelijk aspect van het regionaal waterplan en de beheerplannen.

Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bevat alle regels rondom de bescherming van natuurgebieden en soorten. De wet regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor de leefgebieden van vogels en voor de natuurlijke habitats of habitats van soorten. De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. De Wet natuurbescherming bevat o.a. regels over de bescherming van vogels (Vogelrichtlijn) en van soorten dieren en planten onder de Habitatrichtlijn en onder de voormalige Flora- en faunawet.

Rijksstructuurvisie Ondergrond

De Rijksstructuurvisie ondergrond heeft als doel ondergrondse milieugevolgen van de Structuurvisie in kaart te brengen. Tevens brengt de Rijksstructuurvisie ondergrond voor beheer en bescherming van nationale belangen in de ondergrond, namelijk de drinkwatervoorziening en mijnbouwactiviteiten. Doel is een afwegingskader op te stellen voor de besluitvorming hierover. Desgewenst kan daarmee voorrang aan functies in de ondergrond gegeven worden, of aan bovengrondse belangen.

Wet bodembescherming [Wbb], Besluit bodemkwaliteit

In de Wbb is het wettelijke kader voor het Nederlandse bodembeleid vastgelegd. De Wet bodembescherming heeft de bescherming van de kwaliteit van de bodem en een beter ecologisch beheer van de bodem tot doel. Tevens regelt het Besluit bodemkwaliteit regelt de toepassing van bouwstoffen, grond en bagger. Bovendien is in het besluit de regelgeving in verband met Kwalibo geïntegreerd. Maatregelen ten behoeve van de Wbb staan los van de Hoogwateraanpak Grave. De verschillende alternatieven in het kader van de Hoogwateraanpak Grave hebben geen effect op de bodemkwaliteit. Wanneer inundatie door waterberging voorkomt, gaat het om een tijdelijke inundatie (op een tijdschaal van dagen) met geringe aanvoer van slib en overige sedimentatie waardoor er weinig tot geen gevolgen voor de bodemkwaliteit zullen zijn.

Natuurnetwerk Nederland (voormalig EHS)

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd, landbouwgebieden welke worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, wateren en kustzones, alle Natura 2000-gebieden. Vanuit de provincie Brabant is er het Natuurnetwerk Brabant (NNB, voorheen EHS) in kaart gebracht. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. In het potentiele inundatiegebied bij de Raam liggen veel bestaande natuurgebieden en daarnaast nieuwe nog te ontwikkelen natuurgebieden welke het netwerk van aaneengesloten natuur bevorderen. Zie ook: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/

Besluit m.e.r.

Het Besluit m.e.r. is een AMvB onder de Wet milieubeheer, waarin onder andere is aangegeven in 94

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

welke gevallen een milieueffectrapportage verplicht is. Omgevingswet

Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten.

Regionaal beleid Provinciaal milieu- en waterplan 2016 - 2021

“In het nieuwe Provinciale Milieu- en Waterplan leest u hoe de provincie Noord-Brabant de komende jaren gaat werken aan een veilig en gezond milieu. Hiermee maken wij een slag naar een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. In de provinciale Omgevingsvisie, die naar verwachting in 2018 gereed is (als ook de Omgevingswet van kracht wordt), worden lucht, water en bodem samen met natuur, cultuurhistorie, ruimtelijke ordening en mobiliteit in één plan geïntegreerd.”

Waterbeheerplan Aa en Maas Het Waterbeheerplan Aa en Maas 2016-2021 heeft dezelfde periode als het provinciaal milieu- en 2016-2021 waterplan. Voor het Waterbeheerplan liggen grote uitdagingen rond de KRW en verdrogingsbestrijding en komen er nieuwe opgaven vanuit het Deltaprogramma. Een onderdeel van het Waterbeheerplan is de doelstelling voor voldoende water en robuuste watersystemen. Zoals omschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021 wordt er gestreefd naar: “een gezond, robuust en veerkrachtig watersysteem dat kan omgaan met de gevolgen van klimaatverandering (piekbuien en extreme droogte) en dat flexibel kan worden ingezet om voldoende water voor verschillende functies te leveren. In de periode 2016 - 2021 pakt Aa en Maas een zeer groot deel van de verdrogingsopgave in het gebied aan en zet in op het conserveren van water in het systeem. Via GGOR-trajecten (Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime) gaat het waterschap in gesprek met de gebruikers waarbij afspraken worden gemaakt over het peilbeheer en over optimalisatie van het watersysteem.” De Hoogwateraanpak Grave draagt bij aan deze doelstelling. Daarnaast wordt in het Waterbeheerplan gesteld: “De urgente knelpunten lossen we samen met de eigenaren en gebruikers in zo‟n gebied op.

Dit doen we zoveel mogelijk door maatregelen ter voorkoming van wateroverlast integraal onderdeel te maken van GGOR-projecten (Gewenste Gronden Oppervlaktewater Regime) of herinrichtingsmaatregelen zoals beekherstel.” Hier moet rekening mee worden gehouden bij de Hoogwateraanpak Grave. Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR)

Het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) is van belang voor de besluitvorming over de alternatieven binnen deze MER. “Het Waterschap maakt afspraken over de GGOR met de omgeving en stemmen inrichting en het beheer van het watersysteem hierop af.” Hoogwateraanpak Grave dient rekening te houden met de afspraken gemaakt in het kader van GGOR. Deze kunnen gerelateerd zijn aan landbouw, natuur en andere landgebruikstypen. De gekozen variant moet gecombineerd worden met de GGOR.

Lokaal beleid

GEMEENTE GRAVE Boomteeltvisie

In de boomteeltvisie van de gemeente Grave wordt “een balans wordt gevonden tussen de ontwikkelingsmogelijkheden voor duurzame boomteelt en de bescherming van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de te onderscheiden gebieden” (GEMEENTE GRAVE Bestemmingsplan Boomteelt Boomteeltvisie). In het beheerplan van het Waterschap Aa en Maas wordt de trend van verandering van type landbouw opgemerkt: “in de akkerbouw is schaalvergroting aan de orde en neemt intensivering toe, zoals richting opengrondstuinbouw en boomteelt” (Beheersplan Aa en Maas). Gemeente Grave heeft kaarten met daarop gebieden/arealen die zijn uitgesloten voor boomteelt en waar afweging/vergunningsplicht geldt opgenomen in het bestemmingplan boomteelt vastgesteld op 2017-06-06 (identificatie: , uit het dossier ). Voor Gemeente Mill & Sint Hubert en Cuijk zijn er geen bestemmingsplannen specifiek voor boomteelt opgenomen. De boomteeltvisie en bestemmingsplan is relevant in het kader van planschade dan wel potentiele compensatieschade naar aanleiding van de waterberging van de Hoogwateraanpak Grave. De schade op boomteelt door tijdelijke waterberging is groter dan op grasland/akkerbouw/natuur. De planschade/compensatieschade is afhankelijk van de hoeveelheid areaal dat in aanmerking komt voor intensivering naar boomteelt.

In het bestemmingsplan boomteelt zijn richtlijnen opgenomen voor strijdig gebruik boomteelt en in welke gebieden boomteelt reeds is uitgesloten.

95

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

BIJLAGE D NATUUR - KAARTEN BESCHERMDE SOORTEN Beschermde soorten

96

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Grondgebonden beschermde soorten

97

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Beschermde plantensoorten

98

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

BIJLAGE E KAARTENATLAS

99

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

LITERATUUR B en W Gemeente Grave. (2014). Boomteelvisie. Opgehaald van Ruimtelijke plannen: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0786.BPBoomteelton01/b_NL.IMRO.0786.BPBoomteelt-on01_bijlage5.pdf Besselink, D., Logemann, D., van de Werfhorst, H., Jansen, A., & Reeze, B. (2017). Handboek ecohydrologische systeemanalyse beekdallandschappen. Bureau Lantschap. (2010). Cultuurhistorische analyse Graafsche Raam van St.-Hubert tot Grave. Gemeente Grave. (2014). Structuurvisie gemeente Grave 2025: Vitale vestinggemeente aan de Maas. Provincie Noord-Brabant. (2010). Cultuurhistorisch Waardenkaart (CHW). Opgehaald van http://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (2017). Archeologische MonumentenKaart (AMK) en Indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW). Opgehaald van https://archeologieinnederland.nl/bronnenen-kaarten/amk-en-ikaw. Runhaar, H. J., & Jalink, M. M. (2007). Overstroming en Natuur: een natuurlijk samengaan? Werkgroep Waterberging en Natuur Noord-Brabant. Nieuwegein: Waterschap De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta. STOWA. (2004). Waterberging en natuur; kennisoverzicht ten behoeve van regionale waterbeheerders. van Zoest, R., Maessen, M., & van der pouw Kraan, E. (2011). Beïnvloedt waterberging de bodem van natuur-en landbouwgebieden? Grontmij Nederland BV.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Unie van Waterschappen. (2008). Nationaal Bestuursakkoord Water. Rijk, Interprovinciaal Overleg. Waterschap Aa en Maas. (2015). Projectplan Maatregelen ter voorkoming wateroverlast Grave. Waterschap Aa en Maas. (2015a). Waterbeheerplan 2016-2021. Opgehaald van https://www.cuijk.nl/inwoners-en-ondernemers/overzicht-inwoners-en-ondernemers/projecten/5963de-verborgen-raamvallei Waterschap Aa en Maas. (2015b). Projectplan Maatregelen ter voorkoming wateroverlast Grave. Waterschap Aa en Maas. (2017a). Watersysteemanalyse versie 9.0. Waterschap Aa en Maas. (2017b). Renovatie gemaal van Sasse. Opgehaald van Waterschap Aa en Maas: https://www.aaenmaas.nl/pagina/bij-u-in-de-buurt/werk-in-uitvoering/grave/renovatie-gemaal-vansasse.html

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=25d39101-f8a1-459b-ad95-8362a99e43bf