CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2018-29b bijlage 2.MER Hoogwateraanpak Grave (079614393-B).pdf

Grave - commissie Ruimte 16 maart 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Presentatie Graafse Raam26.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE in het kader van de gebiedsaanpak Raam Waterschap Aa en Maas Gemeenten Mill & Sint Hubert, Cuijk en Grave

2 FEBRUARI 2018

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Contactpersoon FRANS DOTINGA JOLIJN POSMA

T 0627061031 M 0627061031 E Frans.Dotinga@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

2

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING MER HOOGWATERAANPAK GRAVE

1

2

3

7

Probleemstelling en doel

7

Milieueffectrapportage

7

Watersysteem Raam en Problematiek Grave

8

Alternatieven

8

Beoordelingskader

9

Effectbeoordeling

10

Voorkeursalternatief

15

INLEIDING

16

1.1

Probleemstelling en doel

16

1.1.1

Gebiedsontwikkeling Verborgen Raamvallei

16

1.1.2

Hoogwateraanpak Grave

16

1.2

Milieueffectrapportage

17

1.2.1

M.e.r. helpt in het keuzeproces

17

1.2.2

M.e.r.-procedure bij waterberging Raam

19

1.3

Leeswijzer

20

WATERSYSTEEM RAAM, PROBLEMATIEK GRAVE

21

2.1

Watersysteem

21

2.1.1

Overzicht systeem

21

2.1.2

Werking onder normale omstandigheden

21

2.1.3

Enkele onderdelen van het watersysteem Raam

23

2.2

Problematiek Grave

23

2.2.1

Kritisch waterpeil

23

2.2.2

Gemaal van Sasse en Maaswaterstanden

24

2.2.3

Wat houdt de 1/100 werknorm NBW in?

25

OPLOSRICHTINGEN, ALTERNATIEVEN, VARIANTEN

26

3.1

Achtergrond

26

3.2

Principe-aanpak waterberging: „parkeren‟ van water

26

3

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

4

5

6

7

8

3.3

Alternatief 1: één waterberging, bovenstrooms van Egweg-Rotscheweg

27

3.4

Alternatief 2: twee waterbergingen, Meulengat en Kammerberg

31

3.5

Alternatief 3: één waterberging bovenstrooms Grave

35

3.6

Afgevallen alternatieven

36

3.7

Referentiesituatie: huidige situatie + autonome ontwikkeling

39

EFFECTBEOORDELINGSKADER VOOR HET MER

40

4.1

Uitgangspunten en kenmerken van de effectbeoordeling

40

4.2

Effectbeoordelingskader

43

4.3

Beoordelingsmethodiek

43

BODEM EN WATER

46

5.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

46

5.2

Beoordeling

52

5.2.1

Tijdelijke effecten inzet - Waterstand in Grave

52

5.2.2

Tijdelijke effecten inzet – Oppervlakte- en grondwaterkwaliteit

52

5.2.3

Permanente effecten - Bodemkwaliteit (sedimentatie)

53

5.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

54

5.4

Leemten in kennis

54

NATUUR

55

6.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

55

6.2

Beoordeling

58

6.2.1

Effecten op beschermde soorten

58

6.2.2

Permanente effecten NNB-gebieden

61

6.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

64

6.4

Leemten in kennis

65

LANDSCHAP

66

7.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

66

7.2

Beoordeling

68

7.2.1

Tijdelijke effecten aanleg - Archeologie

69

7.2.2

Permanente effecten – visueel effect

70

7.2.3

Permanente effecten - Cultuurhistorische waarden

71

7.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

72

7.4

Leemten in kennis

72

GRONDGEBRUIK

73

8.1

73

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

4

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

9

8.2

Beoordeling

75

8.2.1

Tijdelijke effecten aanleg – Wonen: hinder

76

8.2.2

Tijdelijke effecten inzet – Gestremde wegen/paden

76

8.2.3

Permanente effecten – Ruimtebeslag op landbouw

77

8.2.4

Permanente effecten - Wonen: visueel effect

77

8.2.5

Permanente effecten - Meekoppelkansen

78

8.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

78

8.4

Leemten in kennis

79

KOSTEN

80

9.1

Huidige situatie en autonome ontwikkeling

80

9.2

Beoordeling

80

9.2.1

Tijdelijke effecten aanleg - Grondverwerving

80

9.2.2

Tijdelijke effecten aanleg - Aanlegkosten

81

9.2.3

Tijdelijke effecten inzet – Inundatieschade uitkeren

81

9.2.4

Permanente effecten – Planschade

82

9.2.5

Permanente effecten – Beheer- en onderhoudskosten

83

9.2.6

Permanente effecten - Baten

83

9.3

Compenserende en mitigerende maatregelen

83

9.4

Leemten in kennis

83

10 CONCLUSIES, VOORKEURSALTERNATIEF

84

10.1

Hoofdpunten uit de effectbeoordeling

84

10.2

Voorkeursalternatief

85

BIJLAGE A BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN

87

BIJLAGE B VERWERKING ADVIES COMMISSIE M.E.R. EN ZIENSWIJZEN

89

BIJLAGE C RELEVANTE BELEIDSKADERS

93

BIJLAGE D NATUUR - KAARTEN BESCHERMDE SOORTEN

96

BIJLAGE E KAARTENATLAS

99

LITERATUUR

100

LIJST VAN FIGUREN EN KAARTEN

101

5

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

COLOFON

102

6

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

SAMENVATTING MER HOOGWATERAANPAK GRAVE Probleemstelling en doel In het kader van de gebiedsontwikkeling Verborgen Raamvallei werken overheid, onderwijs, ondernemers, agrariërs en landschapsbeheerders samen om de landschappelijke en economische ontwikkelingen van het gebied te vormen en benutten. Eén van de wateropgaven voortkomend uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2008 is het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied. Het Waterschap Aa en Maas heeft hiertoe als voornaamste opgave het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied en beekherstel in combinatie met waterberging. De werknorm voor stedelijk gebied is dat er geen wateroverlast optreedt met een kans van minder dan 1/100 per jaar. De stad Grave valt onder de verantwoordelijkheid van Waterschap Aa en Maas en is kwetsbaar voor wateroverlast vanuit het regionale systeem, met name vanuit de Graafsche Raam. Bij een combinatie van hoge regionale afvoer en hoge Maasstanden loopt het peil in de Graafsche Raam op tot een niveau waarbij wateroverlast optreedt in de stad. Om wateroverlast in Grave te voorkomen is een drietal maatregelen opgesteld, te weten: 1. De renovatie van het gemaal van Sasse 2. Kleinschalige maatregelen om de kans op wateroverlast in Grave zelf te verkleinen; 3 3.

Aanleg van 600.000 m waterberging bovenstrooms van Grave De maatregelen onder 1 en 2 zijn al (gedeeltelijk) gerealiseerd waarna de werknorm net wordt gehaald. Er is echter toch een risico dat er wateroverlast optreedt in Grave waarbij de verwachte gevolgen fors zijn. Daarom heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van Waterschap Aa en Maas besloten om toe te werken naar een waterberging (maatregel 3). Het doel van de Hoogwateraanpak Grave is het realiseren van waterberging in de Raamvallei om stedelijke wateroverlast in Grave te voorkomen. De overwegingen van het DB zijn de volgende: •

• •

Het watersysteem is hydrologisch complex. De kans op wateroverlast wordt groter als bijvoorbeeld de afvoer van het landelijk gebied of de Maaswaterstand verandert. Kleine wijzigingen hebben direct grote gevolgen voor het waterpeil in de Raam; ofwel het watersysteem is gevoelig voor tegenvallende aannames of veranderingen. De mogelijke schade varieert van water op straten, schade aan brandweerkazerne en gevangenis tot het onderwaterlopen van honderden woningen met een geschat schadebedrag van € 26 miljoen. Waterberging is makkelijk te realiseren. Bovendien is waterberging te realiseren in combinatie met Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterregiem (GGOR) Landbouw en Natuur.

Milieueffectrapportage1 Voor maatregel 3 is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Omwille van de zorgvuldigheid, om de betrokkenheid vanuit het gebied te stimuleren en vanuit juridische zekerheid, is besloten om een m.e.r. te doorlopen. Er wordt één MER opgesteld voor het projectplan Waterwet en de bestemmingsplannen. Het MER brengt structuur in de definiëring van problematiek en oplossingsmogelijkheden, geobjectiveerde informatie over de gevolgen van deze oplossingsmogelijkheden, voeding van de discussie en transparantie in het keuzeproces. Naar alle waarschijnlijkheid zal de hoogwateraanpak de vorm van een waterberging krijgen. Hiervoor zullen gemeenten voor de arealen die te maken krijgen met inundatie gedurende de waterberging, een dubbelbestemming waterberging op moeten nemen in hun respectievelijke bestemmingsplannen. Waterschap Aa en Maas stelt voor de inrichting en toepassing van de waterberging een projectplan Waterwet op. De bestemmingsplanwijzigingen en het projectplan Waterwet zijn de juridische besluiten waarop ook rechtsbescherming van toepassing is. Hierop kan bezwaar en beroep worden aangetekend. Een MER ter onderbouwing van de bestemmingsplanwijzigingen wordt een plan-MER genoemd. Een MER voor een projectplan Waterwet is een project-MER.

Het MER dat zal worden opgesteld dient voor de onderbouwing van beide typen besluiten, en is dus een combinatie van een plan-MER en een project-MER. 1

Bij milieueffectrapportages zijn twee afkortingen van belang: De afkorting „MER‟ staat voor „milieueffectrapport‟. Dit is het openbare document, waarin de onderzoeksresultaten van de milieueffectrapportage gebundeld worden. De afkorting „m.e.r.‟ staat voor „milieueffectrapportage‟ en verwijst naar de procedure. 7

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Watersysteem Raam en Problematiek Grave Het watersysteem Raam in de Raamvallei heeft als hoofd waterloop de Raam, welke benedenstrooms van Grave mondt in de Maas. De Raamvallei bestaat uit drie stroomgebieden: de Raam, de Hoge Raam en het Peelkanaal. Zie de schematische weergave in Figuur S.1. Het kritische waterpeil bij Grave ligt op 8,10 meter +NAP van de Maas.

Figuur S.1: Watersysteem van de Raamvallei

Alternatieven Er zijn drie alternatieven voor hoogwateraanpak Grave geselecteerd die zijn beoordeeld in dit MER. Voor ieder alternatief is eerst een basisalternatief gemaakt, dat tot MER-alternatief is gemaakt aan de hand van een optimaliseringsslag. De alternatieven zijn allen gericht op het tijdelijk kunnen parkeren van water, dit houdt in dat er enkele kaden worden gelegd en er een ruimtelijke reservering moet worden gemaakt. Daarnaast wordt er een stuw geplaatst in de beek/waterloop. De optimalisatie had betrekking op: • • • • •

Kwetsbare natuur wordt door beschermende maatregelen tegen inundatie beschermd. Intensieve agrarische activiteiten worden ontzien van inundatie. Verspreide woningen in worden gevrijwaard van inundatie. Het gebied van de Tochtsloot zal niet worden ingezet voor inundatie. Ten oosten van Escharen is inundatie van een groot, maar weinig waterbergend oppervlak, uitgesloten.

Alternatief 1 Er komt ter plaatse van Egweg-Rotscheweg een kade dwars op de beek. In de beek zelf komt een stuw, die kan worden opgetrokken tot een bepaald peil. In dit alternatief is een combinatie gezocht met de gewenste structurele waterstandsverhoging in NNB, waarmee een duidelijke koppeling ontstaat met de gebiedsontwikkeling Verborgen Raamvallei. Deze NNB begrenzing ligt ten zuiden van het dorp Escharen, direct bovenstrooms van de plek waar de dam is ingetekend.

8

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

In dit relatief lage deel van de Raam kan in verhouding veel waterberging plaatsvinden, voldoende voor de 3 benodigde waterberging, die is becijferd op 600.000 m . Het totaal oppervlak dat inundeert is 127 ha. Alternatief 2 Er komen op twee locaties kaden dwars op de beek, met twee stuwen in de beek (zie Figuur 3-6). Doordat er twee stuwen zijn, is dit mogelijk een beter stuurbare optie dan alternatief 1: er kan een keuze worden gemaakt of en wanneer compartimenten in te zetten. Er inundeert 192 ha. Het totale bergend vermogen in 3 alternatief 2 is 600.000 m . Ook de Hooge Raam en directe omgeving zullen inunderen, bij alternatief 1 is dat niet het geval. Variant 2a Door de werkgroep waterberging (MGA-groep) is voorgesteld om nog een nadere analyse uit te voeren naar een variant op alternatief 2, variant 2a genoemd. Variant 2a behelst dezelfde kade/stuw bij Meulengat, maar dan zonder de bovenstroomse inzet van stuw Kammerberg. Het voordeel van een dergelijke variant zou kunnen liggen in het niet inunderen van natuurgebied. Bij variant 2a zijn dezelfde verbeteringen ten aanzien van natuur doorgevoerd als bij alternatief 2. Het aantal ha dat inundeert is in plaats van 192 ha bij alternatief 2 nu 135 ha bij variant 2a. Dit leidt met name tot een vermindering van inundatie van het oppervlak natuur.

Alternatief 3 Deze waterberging is vergelijkbaar met de waterberging alternatief 1, maar komt te liggen direct ten zuiden van Grave. De waterberging functioneert bij alternatief 3 op dezelfde wijze als alternatief 1, doch het gebied 3 waar inundatie optreedt verschilt. Het totale bergend vermogen van alternatief 3 is 600.000 m . Het gebied dat inundeert heeft een oppervlak van 132 hectare.

Beoordelingskader In het MER staat de waterberging centraal. Er is sprake van drie typen effecten: • • •

Tijdelijke effecten door aanleg waterstaatswerken (kades en stuwen), lokaal optredend. Mogelijke voorbeelden zijn geluid en verstoring. Tijdelijke inzet van de waterberging eens per 100 jaar, in een ruimer gebied optredend. Permanente effecten door de kades, de stuw en de benodigde aanpassingen om overlast te voorkomen bij inzet, die vooral lokaal kunnen optreden.

Tijdelijke effecten door de aanleg van kades en stuwen De aanleg is in feite alleen de aanleg van enkele kaden en de stuw. Dit vergt grondverzet en de aanleg van voorzieningen als fundament, installatie en bekabeling. De maatvoering is onder permanente effecten toegelicht. Tijdelijke effecten door de inzet van waterberging Wanneer de berging ingezet wordt, kunnen er tijdelijke effecten optreden door inundatie. De berging wordt alleen bij uitzondering ingezet (ieder jaar een kans op 1/100 jaar). Effecten van tijdelijke inundatie op bijvoorbeeld de natuur kunnen echter langere tijd doorwerken (STOWA, 2004; van Zoest, Maessen, & van der pouw Kraan, 2011). Daarnaast is aangenomen dat de waterberging plaatsvindt in de winter en dat de inundatieperiode maximaal een week duurt (worst case benadering). Deze aannames zijn gedaan op basis van Maasstanden uit het verleden. Na een analyse van de maasstanden hoger dan 8 meter +NAP blijkt dat deze enkel voorkomen in de maanden november tot en met maart, waarbij de hoogste Maasstanden in januari en februari plaatsvinden. Permanente effecten Permanente effecten treden op door de kades, de stuw en de benodigde aanpassingen om overlast te voorkomen. Deze effecten treden met name lokaal op. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • • •

De kades hebben een talud van 1:3. De hoogte van de kade is maximaal 2,10 meter (inclusief 0,30 meter overhoogte ten opzichte van het waterpeil van de waterberging). De kade mag niet begroeien met bos. 9

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

• •

De detailinrichting van de kades wordt in een vervolgproces nader besproken met de desbetreffende grondeigenaren. Het ruimtebeslag van de kades op de NNB moet gecompenseerd worden of waar mogelijk geïntegreerd worden in de kade. Per alternatief is aangegeven wat het ruimtebeslag is.

Onderstaande tabel geeft het effectbeoordelingskader weer dat gebruikt is.

2

Thema

Criteria: tijdelijke effecten - aanleg

Criteria: tijdelijke effecten - inzet

Criteria: permanente effecten

Bodem en water

n.v.t

• •

Waterstand in Grave Oppervlakte- en grondwaterkwaliteit

•

Bodemkwaliteit (sedimentatie)

Natuur

Beschermde soorten

•

Beschermde soorten

•

•

NNB: natuurbeheertypen ambitie Wet natuurbescherming: Beschermde soorten Natura 2000

3

•

Landschap

Archeologie

•

n.v.t.

• •

Visueel effect Cultuurhistorische waarden

Grondgebruik

Wonen: hinder

• •

Landbouw: effect inzet Gestremde wegen/paden

• •

Landbouw: ruimtebeslag Wonen: visueel effect

Overige gebruikers

n.v.t.

•

n.v.t.

•

Meekoppelkansen

•

Inundatieschade uitkeren

• • •

Planschade Beheer-/onderhoudskosten Baten

Financiële criteria Financieel

• •

Grondverwerving Aanlegkosten

Effectbeoordeling In de onderstaande tabel zijn de effectbeoordelingen samengevat. Wanneer er punten worden toegekend, bijvoorbeeld 0 voor - -, 1 voor -, 2 voor 0, 3 voor + en 4 voor ++, dan scoren de alternatieven als volgt: • • • •

Alternatief 1: 35 punten; Alternatief 2: 31 punten; Variant 2a: 32 punten; Alternatief 3: 27 punten.

2

Door de Commissie voor de m.e.r. is n.a.v. de NRD gesignaleerd dat de tijdelijke effecten door slib en de permanente effecten van sedimentatie in wezen hetzelfde zijn. De tijdelijke effecten zijn niet relevant en dit criterium is daarom komen te vervallen. 3 Dit is een „knock out‟-criterium, en om die reden geaccentueerd in de tabel. Als een alternatief niet voldoet aan de maximale waterstand in Grave van 8,10 meter +NAP, dan valt dit af. 10

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Thema

Criterium

Alternatief 1

Alternatief 2

Variant 2a

Alternatief 3

Bodem en water

Tijdelijke effecten inzet Waterstand in Grave

Voldoet

Voldoet

Voldoet

Voldoet

Tijdelijke effecten inzet – Oppervlakte- en grondwaterkwaliteit

0

0

0

0

Permanente effecten – bodemkwaliteit (sedimentatie)

0

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg Beschermde soorten

-

-

-

-

Tijdelijke effecten inzet Beschermde soorten

-

-

-

0

Permanente effecten – Beschermde soorten

0

0

0

0

Permanente effecten – NNB

-

--

-

-

Permanente effecten – Natura 2000

0

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg Archeologie

0

0

0

0

Permanente effecten – visueel effect

0

0

0

-

Permanente effecten – cultuurhistorische waarden

0

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg – wonen: hinder

0

0

0

-

Tijdelijke effecten inzet – Gestremde wegen/paden

0

-

-

-

Permanente effecten – ruimtebeslag op landbouw

0

-

-

-

Permanente effecten – wonen: visueel effect

0

0

0

-

Permanente effecten – meekoppelkansen

+

0

0

0

Tijdelijke effecten aanleg Grondverwerving

0

0

0

-

Tijdelijke effecten aanleg Aanlegkosten

0

0

0

-

Tijdelijke effecten inzet – Inundatieschade uitkeren

-

-

-

--

Permanente effecten – Planschade uitkeren

-

-

-

0

Permanente effecten – Beheer-/ onderhoudskosten

-

-

-

--

Natuur

Landschap

Grondgebruik

Overige gebruikers

Financiële criteria Financieel

11

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Bodem en water Bij inzet van de bergingsgebieden geldt dat voor alle alternatieven de waterstand in Grave op 8,10 meter +NAP wordt gehouden. Alle alternatieven zorgen voor een verlaagd risico van (te) hoge waterstand in Grave en voldoen aan de projectdoelstelling. Bij de kwelgebieden geldt voor alle alternatieven dat de tijdelijke effecten op de grondwaterkwaliteit verwaarloosbaar zijn. De alternatieven zijn daarmee als neutraal (0) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Permanente effecten - bodemkwaliteit De voorgenomen activiteit leidt niet tot bodemsanering of afgraving ten behoeve van het verminderen van bodemverontreiniging. De mogelijke effecten op de bodemkwaliteit worden dus enkel veroorzaakt door sedimentatie. Landbouwgronden zullen worden blootgesteld aan slib door reguliere baggerwerkzaamheden aan de waterlopen. Slechts een beperkte hoeveelheid additionele afzetting van slib is te verwachten. De kwetsbare natuurgronden worden in de plusalternatieven voor inundatie beschermd De verwachte permanente effecten op de bodemkwaliteit zijn voor alle alternatieven te verwaarlozen waardoor geen compenserende en mitigerende maatregelen nodig zijn. De alternatieven zijn als neutraal (0) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

Er is een aantal locaties waarvan de bodemverontreiniging onbekend is en waar mogelijk meekoppelkansen zijn bij de aanleg van kades voor alternatieven 2 en 3.

Natuur Een groot gedeelte van het plangebied is onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) waarbinnen De Hooge Raam is aangewezen als natuurparel. De belangrijkste autonome ontwikkeling met effect op natuur is het Gewenst Grond- en OppervlaktewaterRegime (GGOR) welke wordt nagestreefd in de gebiedsontwikkeling Raamvallei. Vooral de natuurambitietypen op de landgoederen zijn sterk afhankelijk van hoge grondwaterstanden en een goede waterkwaliteit. Beschermde soorten Er komen verschillende beschermde planten- en diersoorten voor in het gebied. Effecten kunnen optreden in drie fases: tijdens de aanleg van de kades en stuwen, tijdens de inzet van de waterberging, en permanente effecten. Tijdelijke effecten door de aanleg van kades en stuwen hebben mogelijk negatieve effecten op de das en worden daarom bij alle alternatieven negatief (-) beoordeeld. Tijdelijke effecten door de inzet van waterberging kan bij alternatieven 1 en 2 leiden tot negatieve effecten op het leefgebied van de beschermde diersoorten knollathyrus en kamsalamander. Deze alternatieven worden daarom als negatief (-) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 3 krijgt een neutrale (0) score, omdat in dit alternatief het inundatiegebied met name op landbouwgronden ligt. Voor alle alternatieven geldt dat de permanente effecten op beschermde soorten verwaarloosbaar klein zijn.

Permanente effecten NNB-gebieden Er is nog een aanzienlijke optimalisatie mogelijk wat betreft ruimtebeslag op het NNB, die in het kader van het projectplan Waterwet doorgevoerd zal worden. Het effect van alle alternatieven is neutraal, aangezien er compensatie verplicht voor aantasting door ruimtebeslag op NNB. Er treedt bij de alternatieven met name inundatie op bij natuurgronden die niet gevoelig zijn voor slib en inundatie. Voor de enkele hectares die nog wél inunderen en die inundatie-intolerant zijn geldt de volgende beoordeling: alternatief 1 en 3 leiden tot een negatief effect, en alternatief 2 is beoordeeld als sterk negatief. Effecten op Natura 2000 gebieden zijn uitgesloten aangezien er geen in de nabije omgeving liggen. Landschap Er zijn vier aspecten bepalend voor de cultuurhistorische kwaliteiten in het gebied: • • •

Middeleeuwse ontginningen Kastelen en landgoederen Het systeem van de Beerse Maas 12

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

•

De Peel-Raamstelling

Er vindt voor de aanleg van de kade geen verstoring van de bodem plaats en er treden dus ook geen effecten op archeologische waarden op. Alternatieven 2 en 3 krijgen daarom een neutrale (0) beoordeling ten opzichte van de referentiesituatie. De kades worden zoveel mogelijk ingepast in het landschap. Bij alternatieven 1 en 2 wordt er één kade aangelegd (de kade bij Kammerberg bestaat al bij alternatief 2, dus is geen nieuwe kade). Deze hebben een vergelijkbare lengte. Voor beide alternatieven geldt ook dat de kades in een relatief begroeid gebied liggen. De kades kunnen daarmee makkelijker ingepast worden in het landschap. Het visuele effect voor alternatief 1 en 2 is neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 3 geldt dat er twee kades aangelegd worden. Deze kades komen rond het westen van Escharen te liggen en direct ten zuiden van Grave. Het landschap is hier meer open en er zijn meer woningen in de nabijheid. Omdat het een groter aantal en lengte kade betreft en de kades meer opvallen in het landschap wordt het zicht vanuit woningen verminderd. Dit resulteert in een negatief (-) visueel effect voor alternatief 3 ten opzichte van de referentiesituatie. De aanleg van de kades heeft geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in het landschap, omdat er geen cultuurhistorische lijnen en complexen doorkruist worden.

De alternatieven scoren daarom neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie.

Grondgebruik In het Raamgebied ligt een aantal dorpen en kernen behorende bij drie gemeenten; Grave, Cuijk en Mill en St Hubert. Dit zijn het vestingstadje Grave, ten zuiden daarvan het dorp Escharen, en andere dorpen/kernen in en om het gebied zijn Mill, Beers, Vilheide en Gassel. Te zien is dat met name de bergingsgebieden van alternatief 1 en 2 in natuur- en bosgebieden liggen. Het bergingsgebied direct ten zuiden van Grave (alternatief 3) is in het huidig gebruik agrarisch gebied. Het landbouwkundig gebruik kan worden onderverdeeld in grasland, maïs en overige akkerbouw. Onder overige akkerbouw vallen onder andere aardappels en suikerbieten. Melkveehouderij is prominent aanwezig in het stroomgebied van de Hooge Raam. Tijdelijke effecten – wonen: hinder Tijdens de aanleg van de kades kunnen omliggende woningen hinder ondervinden. Dit geldt echter alleen voor alternatief 3, omdat de afstand tot woningen bij alternatief 1 en 2 relatief groot is. De kades die aangelegd worden bij alternatief 3 liggen relatief dicht bij woningen in het zuiden van Grave en in het oosten van Escharen. Alternatief 3 scoort daarom negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie. Tijdelijke effecten – gestremde wegen/paden Het inzetten van de waterberging leidt voor alternatief 1 niet tot stremmingen van wegen en/of paden.

Alternatief 1 scoort daarom neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatieven 2 en 3 geldt dat er een woning is waarbij de oprijlaan mogelijk hinder ondervindt van de inzet van het waterbergingsgebied. Voor alle gestremde wegen en paden geldt dat er passende maatregelen getroffen worden om hinder te voorkomen. Permanente effecten – ruimtebeslag op landbouw De kade van alternatief 1 ligt niet op landbouwgronden. Er is dus geen ruimtebeslag op landbouwgrond. Voor alternatief 2 geldt dat het grootste deel van het waterbergingsgebied in (te verwerven) natuurgebied ligt. Het noordelijke deel bestaat uit landbouwgronden. De aanleg van de kade heeft mogelijk een klein ruimtebeslag op landbouw. Voor alternatief 3 geldt dat dit ruimtebeslag groter is. Het ruimtebeslag kan nog niet precies vastgesteld worden, omdat de exacte locatie van de kade in een nader ontwerp bepaald wordt. Permanente effecten – wonen: visueel effect Voor alle alternatieven geldt dat door de aanleg van keringen de zichtlijnen vanuit woningen beïnvloed kunnen worden. De exacte benodigde hoogte van de kades verschilt per locatie. Te zien is dat met name rondom Grave en Escharen de kades hoger zijn, en dus zichtbaarder zijn in het landschap. Er liggen nauwelijks woningen in de buurt van de aan te leggen kades voor alternatief 1 en 2.

Het visuele effect vanuit woningen is voor deze alternatieven daarom als neutraal (0) beoordeeld. De kades bij alternatief 3 liggen bij Escharen en direct ten zuiden van Grave. Hier liggen wel woningen vlakbij de kade. 13

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Vanuit deze woningen kan een visueel effect ervaren worden. Alternatief 3 is daarom als negatief (-) beoordeeld. Het effect is echter marginaal, vanwege de beperkte hoogte van de kade. Permanente effecten - Meekoppelkansen Het aanleggen van de stuw bij alternatief 1 leidt tot meerwaarde voor natuurbeheer, omdat de stuw ook ingezet kan worden wanneer er een hoger peil gewenst is in de omliggende natuurgebieden. Door inzet van een stuw kan water zo lang mogelijk vastgehouden worden in de bodem en in het oppervlaktewater als nodig is, om wateroverlast en overstromingen te voorkomen en in droge periodes zo lang mogelijk te beschikken over gebiedseigen water. Zo nodig wordt water tijdelijk geborgen. De stuw heeft daarmee een dubbele functie; waterberging en peilbeheer voor de omliggende natuurgebieden. Alternatief 1 scoort daarom positief (+) ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatieven 2 en 3 leiden niet tot relevante meekoppelkansen. Deze alternatieven zijn daarom als neutraal (0) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

Kosten In de huidige situatie vindt geen gestuurde waterberging plaats. Dit betekent dat er ook geen inundatieschade uitgekeerd wordt in de huidige situatie. Hetzelfde geldt voor planschade door waterberging. In de autonome ontwikkeling worden er geen waterbergingsmaatregelen ingezet om schade te voorkomen in Grave. De mogelijke schade varieert van water op straten, schade aan brandweerkazerne en gevangenis tot het onderwaterlopen van honderden woningen met een geschat schadebedrag van € 26 miljoen. Er treedt een aantal financiële effecten op: •

•

•

• •

Grondverwevingskosten: Niet alle gronden waarop de kades van de verschillende alternatieven aangelegd dienen te worden zijn in eigendom van het waterschap. Voor alternatieven 1 en 2 geldt dat de meeste gronden voor de kaden al wel in eigendom zijn van het waterschap. Enkele gronden zijn in eigendom van de gemeente of het Brabants Landschap. Deze alternatieven scoren derhalve neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. De meeste grondbehoefte ligt bij de aanleg van de noordelijke kade (direct ten zuiden van Grave) van alternatief 3. Dit alternatief scoort daarom negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie. Aanlegkosten: Alternatief 3 heeft de hoogste aanlegkosten van de stuw en de lengte van de kades zijn ook het langste. Alternatieven 1 en 2 hebben lagere aanlegkosten dan alternatief 3, omdat deze alternatieven een korter aan te leggen dijktraject en een waarschijnlijk kleinere stuw nodig hebben. Alternatief 3 scoort negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie en de alternatieven 1 en 2 scoren neutraal (0). Inundatieschade: Wanneer de waterberging ingezet wordt, dan keert het waterschap inundatieschade uit aan agrariërs binnen het bergingsgebied. Er wordt ook inundatieschade uitgekeerd aan natuurgronden. Het aantal hectare inundatieschade op landbouwgronden is voor alternatief 1 het kleinste en voor alternatief 3 het grootste.

Bij alternatief 3 dient dan ook de meeste inundatieschade uitgekeerd te worden. Alternatief 3 scoort derhalve zeer negatief (- -) en alternatieven 1 en 2 scoren negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie. Planschade: De alternatieven 1 en 2 hebben de grootste kans op planschade, omdat hier in het huidige bestemmingsplan de meeste ruimte is voor intensieve landbouw. Beheer- en onderhoudskosten: De beheer- en onderhoudskosten van alternatief 3 zijn het hoogste, omdat dit alternatief het langste dijktraject omvat. Alternatief 3 scoort daarom zeer negatief (- -) ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatieven 1 en 2 hebben lagere beheer- en onderhoudskosten dan alternatief 3 door een korter aan te leggen dijktraject en scoren daarmee negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie.

14

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Voorkeursalternatief De MGA-groep heeft besloten tot een voorlopig voorkeursalternatief (VKA): alternatief 1. Dit alternatief scoort relatief het beste op alle beoordelingscriteria van de beoordeelde alternatieven. De enige effecten die optreden bij het VKA zijn tijdelijke effecten ten aanzien van beschermde soorten en financiële effecten. Deze effecten treden echter ook op bij alternatief 2 en 3. Daarnaast is het VKA het enige alternatief dat mogelijkheden biedt tot meekoppelen. De stuw die aangelegd wordt bij het VKA kan ook ingezet worden wanneer er een hoger peil gewenst is in de omliggende natuurgebieden. Water kan zo lang mogelijk vastgehouden worden als nodig is en in droge periodes kan het gebied dan zo lang mogelijk beschikken over gebiedseigen water. De stuw heeft daarmee een dubbele functie; waterberging en peilbeheer voor de omliggende natuurgebieden.

15

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

1

INLEIDING

1.1

Probleemstelling en doel

1.1.1

Gebiedsontwikkeling Verborgen Raamvallei

De Verborgen Raamvallei is een integrale gebiedsontwikkeling (Waterschap Aa en Maas, 2015a). Binnen de gebiedsontwikkeling Verborgen Raamvallei werken verschillende organisaties samen aan een integrale gebiedsontwikkeling om doelen op het gebied van het Natuurnetwerk Brabant (NNB, voorheen EHS), wateropgaven, recreatie, cultuurhistorie en landbouw te realiseren. Eén van de wateropgaven is het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied, dat ontleend is aan afspraken in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2008. In de Verborgen Raamvallei geven de overheid, onderwijs, ondernemers, agrariërs en landschapsbeheerders samen vorm aan de ontwikkeling van het gebied. Deze invulling aan de landschappelijke en economische ontwikkeling van het gebied wordt middels een viertal ontwikkelperspectieven vormgegeven: 1. „Robuuste Landbouw en een ondernemend NNB‟ 2. „Verborgen onthaasting‟ en „Erbij zijn is meemaken‟ 3. „CO2-footprint: duurzaam en klimaatbestendig‟ 4. „Het verscholen verleden‟ Ondernemers krijgen in de gebiedsontwikkeling nadrukkelijk de ruimte om invulling te geven aan bovengenoemde perspectieven. Overheden hanteren het principe van uitnodigingsplanologie; zij stellen kaders en faciliteren privaat initiatief. De gebiedsontwikkeling Verborgen Raamvallei is het overkoepelend gebiedsproces waarbinnen gebiedsplan Raam een van de projecten is.

Binnen het gebiedsplan Raam ligt een waterbergingsopgave, waarvoor voorliggend milieueffectrapportage (MER) geschreven is. Binnen het gebiedsplan wordt gewerkt volgens de Mutual Gains Approach (MGA). Er is dan een MGA-groep opgesteld. Samen met de omgeving wordt binnen de MGA-groep gekeken hoe de waterveiligheidsopgave integraal met de andere opgaven in het gebied (beekherstel, GGOR natuur, GGOR landbouw) ingepast kan worden.

1.1.2

Hoogwateraanpak Grave

Aanleiding Binnen het gebiedsplan Raam heeft Waterschap Aa en Maas als opgave het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied en beekontwikkeling in combinatie met waterberging. Het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied is ontleend aan afspraken in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (Rijk, Interprovinciaal Overleg, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Unie van Waterschappen, 25 juni 2008). In het NBW is onder andere afgesproken dat de waterschappen een programma van maatregelen opstellen in van het waterbeheerplan, dat uitgaat van werknormen. Voor stedelijk gebied houdt de werknorm in dat er geen wateroverlast optreedt in stedelijk gebied met een kans van 1/100 per jaar. De stad Grave is kwetsbaar voor wateroverlast vanuit het regionale systeem, met name vanuit de Graafsche Raam. Bij een combinatie van hoge regionale afvoer en hoge Maasstanden loopt het peil in de Graafsche Raam op tot een niveau waarbij wateroverlast optreedt in de stad. Het Waterschap Aa en Maas en de gemeenten Mill & Sint Hubert, Grave en Cuijk willen wateroverlast van de beek de Raam in de stad Grave voorkomen door een set van maatregelen. Een van de maatregelen betreft de renovatie van het gemaal van Sasse: Dit gemaal staat benedenstrooms van Grave en pompt het water van de Graafsche Raam in de Maas. Daarnaast gaat het om de volgende maatregelen: 1.

Renovatie van het gemaal van Sasse 2. Kleinschalige maatregelen om de kans op wateroverlast in Grave zelf te verkleinen; 3 3. Aanleg 600.000 m waterberging bovenstrooms van Grave. De maatregel onder 1 is al uitgevoerd. En de maatregelen onder 2 worden momenteel gerealiseerd:

16

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Ad 1. In juni 2015 werd de renovatie van het gemaal afgerond. In samenhang met deze renovatie is de pompcapaciteit van het gemaal met 20% verbeterd (Waterschap Aa en Maas, 2017a). Ad 2. Binnen het stedelijk gebied van Grave zijn op drie locaties schuifafsluiters op bestaande duikers gemonteerd, om ongewenste instroom vanuit de Graafsche Raam bij hoge peilen te voorkomen. Verder is een pompput aangelegd voor het faciliteren van een mobiele pomp. Door deze maatregelen is het kritische peil in de Graafsche Raam voor wateroverlast in Grave verhoogd naar 8,10 meter +NAP (Nieuw Amsterdams Peil) (Waterschap Aa en Maas, 2015b). Ad 3. Wanneer de maatregelen onder 1 en 2 gerealiseerd zijn, is de stedelijke wateropgave voor Grave bij een situatie ééns in de 100 jaar nihil. Oftewel, het waterschap voldoet in Grave dus net aan de werknorm van 1/100 uit het NBW. Daarin zijn de nieuwste klimaatinzichten (tot 2050) toegepast op zowel de Maaswaterstanden als de lokale gebiedsafvoer. Echter, er is een bepaalde mate van onzekerheid over Maaswaterstanden en verder is er ook geen eenduidig antwoord op wat moet worden verstaan onder een 1/100 beschermingsniveau. Daarnaast zijn de gevolgen fors wanneer het mis gaat. Daarom heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van Waterschap Aa en Maas besloten om toe te werken naar een waterberging.

Hiermee streeft het waterschap dus naar meer zekerheid rondom vermindering van het risico op wateroverlast in Grave en het halen van de 1/100 werknorm van het NBW.

Doel Het doel van de Hoogwateraanpak Grave is het realiseren van waterberging in de Raamvallei om stedelijke wateroverlast in Grave te voorkomen. De overwegingen van het DB zijn de volgende: •

Het watersysteem is hydrologisch complex. De kans op wateroverlast wordt groter als bijvoorbeeld de afvoer van het landelijk gebied of de Maaswaterstand verandert. Kleine wijzigingen hebben direct grote gevolgen voor het waterpeil in de Raam; ofwel het watersysteem is gevoelig voor tegenvallende aannames of veranderingen. • De mogelijke schade varieert van water op straten, schade aan brandweerkazerne en gevangenis tot het onderwaterlopen van honderden woningen met een geschat schadebedrag van € 26 miljoen. • Waterberging is makkelijk te realiseren. Bovendien is waterberging te realiseren in combinatie met Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterregiem (GGOR) Landbouw en Natuur. Het besluit van het DB luidde: “[…] dat in het gebiedsplan Raam, gezien de mogelijkheden vanuit het gebied, 3 gezien de klimaatopdracht, wordt gestreefd naar de realisering van een waterberging van max. 600.000 m als meest effectieve en efficiënte waterveiligheidsopgave, waarbij sober en doelmatig eveneens uitgangspunt is.” Voor een beter begrip van de problematiek in Grave volgt in hoofdstuk 2 van dit MER meer uitleg over het systeem.

1.2

Milieueffectrapportage4

1.2.1

M.e.r. helpt in het keuzeproces

Om de Hoogwateraanpak Grave juridisch te borgen dienen, afhankelijk van de gekozen locatie, enkele gemeenten (Grave, Cuijk en Mill & St Hubert) op bepaalde arealen een dubbelbestemming waterberging vast te leggen door middel van een bestemmingsplanwijziging. Voor het project zelf stelt Waterschap Aa en Maas een projectplan Waterwet vast. Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.), moet bij initiatieven voor (het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. In de bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. staat aangegeven voor welke activiteiten een m.e.r. (bijlage C) of een m.e.r.beoordeling (bijlage D) verplicht is.

4

Bij milieueffectrapportages zijn twee afkortingen van belang: De afkorting „MER‟ staat voor „milieueffectrapport‟. Dit is het openbare document, waarin de onderzoeksresultaten van de milieueffectrapportage gebundeld worden. De afkorting „m.e.r.‟ staat voor „milieueffectrapportage‟ en verwijst naar de procedure. 17

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Daarnaast kan een m.e.r.-plicht ontstaan wanneer voor de vaststelling van een plan een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming moet worden uitgevoerd. Dit is aan de orde wanneer op voorhand niet kan worden uitgesloten dat significant negatieve gevolgen optreden in Natura 2000-gebieden die liggen binnen de invloedssfeer van het plan. De exacte vormgeving van de hoogwateraanpak Grave is op dit moment (november 2017) niet rond en is in het gebiedsproces nog onderhevig aan discussie. Op grond van de voorgestelde waterberging en waterstaatkundige ingrepen die hiermee samenhangen is al wel getoetst aan het Besluit m.e.r. Hieruit blijkt dat het project waarschijnlijk valt onder de m.e.r.-categorieën in Tabel 1-1. Er lijkt geen sprake te zijn van m.e.r.-plichtige activiteiten, maar wel van m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Omwille van de zorgvuldigheid, om de betrokkenheid vanuit het gebied te stimuleren en vanuit juridische zekerheid, is besloten om een m.e.r. te doorlopen. Voor het projectplan Waterwet en de 5 bestemmingsplannen wordt één MER opgesteld . De eerste stap in de m.e.r.-procedure is het uitbrengen van een kennisgeving inzake milieueffectrapportage. Een dergelijke kennisgeving gaat meestal gepaard met een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Het MER helpt bij het keuzeproces, want het brengt: • • • •

Structuur in de definiëring van problematiek en oplossingsmogelijkheden, Geobjectiveerde informatie over de gevolgen van deze oplossingsmogelijkheden, Voeding van de discussie en Transparantie in het keuzeproces.

Dit MER schetst de te volgende procedure, geeft de problematiek weer, kadert de scope van mogelijke alternatieven in en duidt het type effecten dat beschreven is.

Tabel 1-1 Categorieën Besluit m.e.r. die van toepassing zijn op Hoogwateraanpak Grave

5

Een zogenoemd gecombineerd plan-/project-MER. 18

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

1.2.2

M.e.r.-procedure bij waterberging Raam

In een m.e.r.-procedure doorloop je een aantal stappen. In Figuur 1-1 zijn deze stappen voor hoogwateraanpak Grave specifiek gemaakt en schematisch weergegeven. Daarbij moet gezegd dat een aanzienlijk deel van de procedure door de overheden zelf kan worden bepaald. Er is een wettelijke minimumvereiste, maar extra‟s kunnen altijd. Bij hoogwateraanpak Grave is een aantal bovenwettelijke stappen ingebouwd om te zorgen dat het proces zorgvuldig verloopt, zoals het uitbrengen van een NRD in aanvulling op de wettelijk verplichte kennisgeving, vroegtijdige inschakeling van de Commissie voor de milieueffectrapportage, een informatieavond over de NRD én nog één over de conceptresultaten van het MER.

Figuur 1-1 Schematisch overzicht procedures en proces Hoogwateraanpak Grave, in samenhang met gebiedsproces gebiedsplan en GGOR binnen Verborgen Raamvallei

Juridische besluiten De hoogwateraanpak zal zeer waarschijnlijk in de vorm van een waterberging vastgelegd worden. Hiervoor zullen de gemeenten voor die arealen waar inundatie plaatsvindt een dubbelbestemming waterberging op moeten nemen in hun respectievelijke bestemmingsplannen. Waterschap Aa en Maas stelt voor de inrichting en toepassing van de waterberging een projectplan Waterwet op. De bestemmingsplanwijzigingen en het projectplan Waterwet zijn de juridische besluiten, waarop ook rechtsbescherming van toepassing is. Hierop kan bezwaar en beroep worden aangetekend.

Combinatie plan-MER en project-MER Een MER ter onderbouwing van de bestemmingsplanwijzigingen heet een plan-MER. Een MER voor een projectplan Waterwet heet een project-MER. Het MER dat zal worden opgesteld dient voor de onderbouwing van beide typen besluiten, en is dus een combinatie van plan-MER en project-MER. Onderdeel van het MER is dat een voorkeursalternatief (VKA) wordt gekozen, dat dient als basis voor het bestemmingsplan. Het MER zal tezamen met het ontwerpbestemmingsplan ter visie worden gelegd. Daarbij wordt het gebiedsplan Raam ook ter informatie neergelegd. Dit is een niet formeel juridisch document met een visie op de integrale ontwikkeling in de Raamvallei. Na deze tervisielegging, zo snel mogelijk, wordt het concept-projectplan Waterwet en vastgesteld bestemmingsplan ter visie gelegd. Deze worden gezamenlijk met het MER, de ingediende zienswijzen op het MER en de toetsing van het MER door de Commissie voor de m.e.r. ter visie gelegd. 19

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Bevoegdheden In de m.e.r.-procedure zullen de colleges van B&W en het Dagelijks Bestuur van het waterschap als bevoegd gezag (BG) optreden, waarbij het waterschap de coördinatie van het MER op zich neemt. Uiteindelijk zijn de gemeenteraden van de drie gemeenten en het Algemeen Bestuur van Waterschap Aa en Maas de entiteiten die bestemmingsplanwijzigingen resp. projectplan Waterwet vaststellen. Het waterschap is tevens initiatiefnemer voor de m.e.r.

1.3

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk 2 legt het watersysteem uit van de Raamvallei en de Maas en de problematiek in en rond Grave. In hoofdstuk 3 worden de mogelijke oplossingsrichtingen beschreven. Hierin wordt ook onderbouwd welke oplossingsrichtingen in het verleden zijn bekeken, maar om verschillende redenen zijn afgevallen. Hieruit volgt een set alternatieven en varianten die we in het MER zullen behandelen. De effecten van deze alternatieven en varianten worden afgezet tegen de referentiesituatie. Hoofdstuk 4 geeft het effectbeoordelingskader Het bevat onder andere een lijst met criteria, waarop de alternatieven en varianten beoordeeld zijn. Dit hoofdstuk sluit af met de beoordelingsmethodiek en de gebruikte bronnen. In hoofdstuk 5 t/m 9 staan de effectbeoordelingen voor de onderzochte alternatieven, voor de thema‟s Bodem& Water, Natuur, Landschap, Grondgebruik en Kosten. En hoofdstuk 10 presenteert hoofdpunten uit de effectbeoordelingen, trekt conclusies en geeft het gekozen voorkeursalternatief dat in de bestemmingsplannen vastgelegd zal worden. In de bijlagen staan Begrippen en afkortingen, het advies van de Commissie voor de m.e.r. en hoe dat verwerkt is en relevante beleidskaders, de literatuurlijst, een kaartenbijlage en een lijst met figuren en kaarten.

20

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

2

WATERSYSTEEM RAAM, PROBLEMATIEK GRAVE

2.1

Watersysteem

2.1.1

Overzicht systeem

De Raam stroomt door de Raamvallei en mondt benedenstrooms van Grave uit in de Maas. De Raamvallei, welke schematisch is weergegeven in Figuur 2-1, bestaat uit drie stroomgebieden: de Raam zelf, de Hoge Raam en het Peelkanaal. Hiervan vormt de Raam de hoofdafwatering in de „vallei‟. Het benedenstroomse deel van de Raam bij Grave wordt Graafsche Raam genoemd en het bovenstrooms gelegen deel wordt Lage Raam genoemd. De Lage en Graafsche Raam en de oostelijke waterlopen liggen in natuurlijke oude geulen van het voormalige vlechtende systeem van de Maas. Ook de (benedenstroomse delen van) Hooge Raam, Halsche beek die zich bij de Hooge Raam voegt, Peelkanaal en Laarakkerse waterleiding vormen natuurlijke afwateringen gelegen in laagtes (dalen met beekdalkenmerken). De bovenlopen van deze beken zijn veelal gegraven. Door de grindafzettingen is de ondergrond vaak goed doorlatend. Dit zorgt voor een sterke relatie tussen het grond- en het oppervlaktewatersysteem.

Figuur 2-1: Schematische weergave watersysteem Grave en Raamvallei

2.1.2

Werking onder normale omstandigheden

De Graafsche Raam voert het water af van de Lage Raam (waarop de Sint Anthonisloop, het Peelkanaal en de Laarakkerse Waterleiding afwateren) en de zijwateren Biestgraaf en de Hooge Raam. In droge perioden is het gebiedseigen water vermengd met inlaatwater vanuit Limburg, dat via verdeelwerken over de stroomgebieden van de de Oeffeltse Raam, het Peelkanaal en de Raam wordt verdeeld. Op de Laarakkerse Waterleiding wordt in droge periode water vanuit de RWZI Land van Cuijk ingelaten. Uiteindelijk mondt de Graafsche Raam bij Grave uit in de Maas, waar het water via gemaal Sasse of via vrije afwatering op de Maas wordt gezet. In drogere perioden wordt bij de oude haven van Grave water ingelaten, 21

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

waarmee het peilvak tussen het gemaal van Sasse en stuw Kammerberg op peil wordt gehouden en waarmee ook de Hertogswetering wordt gevoed.

Figuur 2-2 Graafsche Raam, met rechts de kerktoren van Escharen (foto Arcadis)

Figuur 2-3 Hooge Raam (foto Arcadis)

22

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

2.1.3

Enkele onderdelen van het watersysteem Raam

Verbinding Tochtsloot - Raam Het stroomgebied van de Sluisgraaf bestaat uit 3 afwateringseenheden. De Sluisgraaf is vooral van belang voor de afwatering van het stedelijk gebied van Cuijk en loost via gemaal Sluisgraaf op de Maas. De Tochtsloot verzorgt de afwatering van het middengebied ten noorden van de Graafsedijk en loost onder vrij verval op de Maas. Bij hoge Maassstanden gaat de kering in de dijk dicht en loost het water van de Tochtsloot via een koppelleiding op de Biestgraaf (zie nummer 8 in Figuur 2-1). De verbinding bestaat uit een schuif (108A20) en staat altijd open, tenzij het stroomgebied van de Raam volledig vol staat en ervoor gekozen wordt om de klep te sluiten (gestremde lozing). Dan zorgt dit water voor lokale overstromingen. De afvoer van de Tochtsloot varieert van 0,3 tot 0,6 m3/sec. De Gasselse Loop voert tenslotte het water af van het gebiedje ten noorden van Gassel. Deze Gasselse Loop loost onder vrij verval en ook hier gaat de kering in de dijk dicht bij hoge Maasstanden, waardoor gemiddeld enkele dagen per jaar wateroverlast ontstaat. Verbinding Oeffeltse Raam – Raam Ook de Oeffeltse Raam kan tijdens hoogwater op de Maas geen water onder vrij verval afvoeren. Daar wordt de kering gesloten en een gemaal ontbreekt.

Het water van de Oeffeltse Raam wordt gedurende hoogwater op de Maas omgeleid naar de Balkloop, zodat het via de Sint Anthonisloop en de Lage Raam in Grave uitkomt. Deze kering wordt gemiddeld 1 keer per 2 jaar enkele dagen gesloten. De afvoer van de Oeffeltse 3 Raam varieert van 1 tot 1,8 m /sec.

Lozingen Tijdens heftige neerslag lozen rioolstelsels op de Raam via overstorten. In totaal bevinden zich ca. 85 constructies met betrekking tot uitlaten en overstorten in bebouwd gebied, waarvan de meeste zich in Cuijk bevinden. De overstorten van Cuijk lozen via gemaal Sluisgraaf op de Maas. Van de overige overstorten leveren die van Wanroij, Mill en Grave een belangrijke bijdrage aan de waterafvoer. De rioolwaterzuivering Land van Cuijk loost in perioden van hoog water (= wintermaanden) geen water meer op de Laarakkerse Waterleiding. Dan wordt al het effluent naar de Maas gepompt.

2.2

Problematiek Grave

2.2.1

Kritisch waterpeil

De hoogwaterproblematiek bij Grave wordt bepaald door het waterpeil, dat binnen het stedelijk gebied nog net niet leidt tot wateroverlast. Zoals in paragraaf 1.1.2 is aangegeven ligt dit kritische waterpeil, mede dankzij al uitgevoerde maatregelen, momenteel op 8,10 meter +NAP (Figuur 2-4 illustreert bijvoorbeeld wat gebeurt bij een hogere waterstand dan 8,10 meter +NAP). Ook is vastgesteld dat met huidige inzichten Grave met een kans van 1/100 per jaar beschermd is.

23

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Figuur 2-4 Wateroverlast Grave bij peil 8,20, 8,30 en 8,40 meter +NAP

2.2.2

Gemaal van Sasse en Maaswaterstanden

In 1929 werd gemaal Van Sasse in gebruik genomen (Bureau Lantschap, 2010). Tevens zijn toen de Raam en enkele zijbeken rechtgetrokken, verruimd en van stuwen voorzien. Het water van de Graafsche Raam wordt bij gemaal van Sasse op de Maas gezet. Als dit niet onder vrij verval geloosd kan worden, dan pompen vier elektrische pompen het water op de Maas. De renovatie van dit gemaal is in 2015 afgerond, waarbij de maximale opvoerhoogte is vergroot naar 3,00 m. Gezien het kritische punt in Grave van 8,10 meter +NAP en de 3,00 meter die het gemaal van Sasse kan overbruggen, is de kritische Maas-waterstand bij Grave derhalve 11,10 meter +NAP (= 8,10 meter NAP + 3,00 meter). Een bijkomstig gegeven is dat het gemaal beperkte tijd (hoogstens 48 uur) op maximale opvoerhoogte mag draaien, daarna zakt de maximale opvoerhoogte naar 2,55 meter. In Figuur 2-5 is een berekening van de hoogwater-Maasgolf weergegeven. Hieruit blijkt dat de maximaal berekende Maas-waterstand (1/100) net onder de kritische Maas-waterstand van 11,10 meter + NAP blijft. Er zijn eventuele onzekerheden met betrekking tot klimaatontwikkeling, die invloed hebben op het afvoerpatroon van de Maas. Overigens treden deze hoogste waterstanden in de Maas alleen op in de winter en niet in de zomer. Dit blijkt uit beschikbare gegevens van de Maaswaterstanden bij Grave.

De hoge Maaswaterstanden, en mogelijke waterberging die dan nodig is in de Raamvallei, vinden alle plaats in de winter (ruim buiten het groeiseizoen). In 2001 is de laatste in het jaar optredende hoge Maaswaterstand te vinden, maar dit is een niveau dat gedurende drie dagen ruim onder de kritische waarde van 11,10 meter + NAP blijft, namelijk tot hoogstens 8,36 m +NAP.

24

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Figuur 2-5 Maasgolf met en zonder klimaatcorrectie (bron: Rijkswaterstaat)

2.2.3

Wat houdt de 1/100 werknorm NBW in?

In paragraaf 2.2.2 is ingegaan op de kritieke situatie waarbij het gemaal van Sasse bij hogere opvoerhoogten moeite heeft om water uit de Raam naar de Maas te pompen. Voor een hoog rendement van het gemaal van Sasse moet het verschil tussen het peil op de Raam en het peil op de Maas zo klein mogelijk zijn. Het stijgen van de waterstanden in de Raam verbetert het rendement van het gemaal. Het is dus gunstig om de waterstanden in de Raam te verhogen (tot max. 8.10 m NAP). Maar dit is wel afhankelijk van de afvoer uit het gebied van de Raamvallei: Is de ruimte in het Raam-systeem al volledig benut en staat het peil in Grave al hoog, en is ieder moment dat er niet gepompt wordt kritisch? Of is er nog ruimte in het Raam-systeem zelf om het tijdelijk niet kunnen pompen vanuit het gemaal naar de Maas te overbruggen zonder gevolgen voor Grave? In het NBW is de werknorm vastgelegd op 1/100 kans op wateroverlast in stedelijk gebied (zie paragraaf 1.1.2). De situatie bij Grave is vrij uniek. Er komen twee aparte watersystemen samen, namelijk dat vanuit de Raamvallei en dat van de Maas. De kans op overlast wordt bepaald door de kans van samenvallen van hoge Maaspeilen en een grote afvoer van de Lage Raam. Er is een risicoanalyse gedaan, waarbij de effecten van verschillende combinaties van hoge Maaspeilen en afvoer van de Lage Raam, in beeld zijn gebracht.

Het waterschap heeft deze analyse niet uitgevoerd voor de situatie waarin beide systemen een watervracht van 1/100 verwerken. Het samenvallen van 1/100 situaties in twee afzonderlijke watersystemen treedt namelijk minder frequent op dan 1/100. Om die reden zijn de berekeningen ter onderbouwing van de 6 hoogwateraanpak Grave opgesteld voor een Maassituatie van 1/100 en een Raamsituatie van 1/25 .

6

Dit is een wijziging ten opzichte van de NRD, waar nog was uitgegaan van een T=10 voor het Raamdal. Bij het ontwerp van het beekdal gaan we nu echter uit van een beschermingsniveau van T25 en dus is ook de afvoercapaciteit is hier op afgestemd. 25

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

3

OPLOSRICHTINGEN, ALTERNATIEVEN, VARIANTEN

3.1

Achtergrond

Binnen het Waterschap is een aantal studies verricht en er zijn al maatregelen doorgevoerd (zie hoofdstuk 1). Deze hebben de onzekerheid of Grave voldoende is beschermd tegen wateroverlast niet weggenomen. Om die onzekerheid toch weg te nemen, is een aantal oplossingsrichtingen gedefinieerd, die we in dit MER onderzoeken. Er zijn verschillende mogelijkheden verkend. De meest serieuze is waterberging bovenstrooms van Grave, eventueel gecombineerd met afvoer via Hertogswetering. In dit hoofdstuk presenteren we drie in beschouwing te nemen alternatieven voor hoogwateraanpak Grave. 7 Dit zijn alle alternatieven die in het MGA-proces naar voren zijn gekomen, met uitzondering van 8 gedeeltelijke afvoer via de Hertogswetering . Voor ieder van de drie alternatieven is een basisalternatief en een plusalternatief beschreven. De plusalternatieven bevatten enkele optimaliseringssuggesties. De plusalternatieven worden daarom beoordeeld in het MER. In paragraaf 3.6 staat welke andere mogelijkheden ook al bekeken zijn, maar af zijn gevallen.

3.2

Principe-aanpak waterberging: ‘parkeren’ van water

Alvorens de alternatieven te presenteren, komt hier eerst kort de werking aan bod, die de waterbeheerder toepast. Een waterberging betekent vooral de aanleg van enkele kaden en een ruimtelijke reservering. Een waterberging in het stroomgebied van de Raam zal bestaan uit het tijdelijk „parkeren‟ van water. In de beek/waterloop komt een stuw, waarschijnlijk een klepstuw (zie Figuur 3-1). Deze klepstuw kan worden opgetrokken tot een bepaald niveau. Hierdoor stroomt er tijdelijk minder of geen water meer naar benedenstrooms. Het gebied bovenstrooms van de stuw vult zich geleidelijk op tot iets boven het peil van de stuw (zie Figuur 3-2 voor een voorbeeld van een waterbergingsgebied dat inundeert). Natuurlijke verschillen in het reliëf zorgen ervoor dat het water binnen een bepaald gebied blijft. Eventueel kunnen plaatselijk kaden gemaakt worden en kunnen tijdelijke pompen ingezet worden. Bijvoorbeeld om woningen, boomteeltarealen e.d. vrij te houden van inundatie. Bij een waterberging in het Raamgebied kan na afloop de stuw worden gestreken en loopt het water vanzelf benedenstrooms, richting gemaal van Sasse/Maas.

Figuur 3-1 Schema klepstuw (links) en foto stuw (rechts)

7

MGA: Mutual Gains Approach In de NRD stond gedeeltelijke afvoer in combinatie met een waterberging aangegeven als serieus alternatief. In paragraaf 3.6 is onderbouwd waarom dit alternatief geen redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatief is voor het waterschap. 8

26

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Figuur 3-2 Foto van waterberging bij de Regge (foto Jan Dijkema)

3.3

Alternatief 1: één waterberging, bovenstrooms van EgwegRotscheweg

Er komt ter plaatse van Egweg-Rotscheweg een kade dwars op de beek. In de beek zelf komt een stuw, die kan worden opgetrokken tot een bepaald peil. In dit alternatief is een combinatie gezocht met de gewenste structurele waterstandsverhoging in het Natuurnetwerk Brabant (NNB), waarmee een duidelijke koppeling ontstaat met de gebiedsontwikkeling Verborgen Raamvallei. Deze NNB begrenzing ligt ten zuiden van het dorp Escharen, direct bovenstrooms van de plek waar de dam is ingetekend. In dit relatief lage deel van de Raam kan in verhouding veel 3 waterberging plaatsvinden, voldoende voor de benodigde waterberging, die is becijferd op 617.000 m . Het totaal oppervlak dat inundeert is 222 ha. In alternatief 1 zijn enkele verbeteringen doorgevoerd ten aanzien van natuur en de inundatiegebieden: •

•

• •

Kwetsbare natuur zal door beschermende maatregelen tegen inundatie worden beschermd. Dit is op advies van Brabants Landschap doorgevoerd voor het natuurgebied ten zuiden van het Peelkanaal en het natuurgebied bovenstrooms van Meisevoort. De overwegingen en maatregelen staan in de kadertekst hierna. Intensieve agrarische activiteiten worden ontzien van inundatie: dit geldt voor tuinbouw en boomteeltactiviteiten, voor zover dat blijkt uit de bekende landgebruiksvorm (LGN5). Deze bleken echter niet in het inundatiegebied aanwezig te zijn (zie Figuur 3-3). De verspreide woningen in het berekende inundatiegebied zullen met maatwerk-maatregelen per bouwkavel worden gevrijwaard van inundatie. Eventueel moeten ook opritten naar woningen worden verhoogd, om deze bereikbaar te houden tijdens inundatie. Het gebied van de Tochtsloot zal niet worden ingezet voor inundatie. Dit kan eenvoudig door het loskoppelen van het gebied door een stuw op te trekken. Het inundatieoppervlak gaat terug naar 127 hectare. Als gevolg hiervan moet het peil bij de stuw 1,5 cm omhoog of dient er minder water geborgen te worden.

27

MILIEUEFFECTRAPPORT HOOGWATERAANPAK GRAVE

Verbeteringen van alle alternatieven ten gunste van natuur

De eerste resultaten van de berekende inundaties zijn besproken met het Brabants Landschap (MGA-groep). Er is door Brabants Landschap aangegeven waar de voor inundatie kwetsbare natuurlocaties liggen. Vervolgens is voor de plusalternatieven een aantal maatregelen uitgewerkt om eventuele negatieve effecten op o.a. natuur te voorkomen (zie de getallen in de figuur voor de oriëntatie): Deelgebied 1 ten westen van het Peelkanaal: Dit deelgebied zou bij ieder alternatief in meer of mindere mate inunderen. In dit deelgebied liggen hoge potenties voor hoogwaardige natuur. Het grondwater van de centrale slenk kwelt hier op en de fosfaatbelasting blijkt beperkt te zijn tot de bovenste zone (B-Ware). Ook speelt in dit deelgebied niet het effect dat elders wel optreedt, namelijk dat de grotere waterlopen in het Raamsysteem de kwel afvangen. Als plus worden bij ieder alternatief (1, 2, 3) maatregelen getroffen. De kade langs het Peelkanaal wordt waar nodig hersteld en de duikers worden voorzien van een voorziening die inundatie voorkomt (bv. terugslagkleppen). Naast het positieve effect dat dit deelgebied wordt gevrijwaard van inundatie, is het kadeherstel positief vanuit cultuurhistorisch perspectief van de PeelRaamstelling.

Deelgebied 2 bovenstrooms van Meisevoort (Ottersgraaf-Biestgraaf): In dit deelgebied is sprake van het natuurbeheertype bloemrijk grasland, oftewel grondwaterafhankelijke natuur. Het deelgebied staat plas-dras in de wintersituatie. Bij iedere inundatie zou, omwille van de na te streven natuur, extra verschralingsbeheer nodig zijn. Als plus worden bij ieder alternatief (1, 2, 3) maatregelen getroffen. De Meisevoorde ligt al op een voort (verhoogde weg in het landschap) die het water bij een inundatie kan keren. De stuw die er ligt kan worden aangepast om inundatie van benedenstrooms tegen te gaan. Met een dergelijke aanpassing zou het deelgebied wel gevuld kunnen raken van bovenstrooms, maar dat is niet problematisch omdat bovenstrooms geen overstorten liggen. Tot slot dient in de zuidnoord-watergang ten oosten van kasteel Tongelaar een klepstuw geplaatst te worden om te voorkomen dat via die route toch inundatiewater van benedenstrooms in dit deelgebied terecht komt. Deelgebied 3 ten zuidwesten van kasteel Tongelaar: Op de percelen ten noorden van de toegangsweg wil Brabants Landschap het maaiveld verlagen. Dit betekent dat hier in de toekomst waarschijnlijk een lichte toename van waterbergingsvolume realiseerbaar is. De toegangsweg is mogelijk te laag en dient op hoogte te worden gebracht, aansluitend op een grotere renovatie in de toekomst.

Dit is van belang voor de toegang tot de drie woonhuizen en de twee bedrijven op het landgoed. Deelgebied 4 ten zuiden van de Raam: Hier dient in het kader van het projectplan Waterwet nader onderzocht te worden of de inundatie een substantiële bijdrage levert aan de waterberging. Indien dat niet het geval is, dan is het voorstel om het deelgebied los te koppelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=25d39101-f8a1-459b-ad95-8362a99e43bf