15-61 Cultuurvisie Cuijk - Definitief 24 maart 2019_4 - Bijlage 5 Cultuurvisie Cuijk 2020-2024.pdf
Tekst van het document
Cultuurvisie Cuijk 2020-2024
24 maart 2019
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
INHOUD
HOOFDSTUK 1
VOORWOORD
2
DOELEN EN PROCES
3
1.1
Inleiding
3
1.2
Beoogd resultaat
3
1.3
Uitwerking
3
1.4
Definitie en reikwijdte
4
1.5
Rol en beleidsdoelen van de gemeente
4
HOOFDSTUK 2
KENMERKEN VAN LOKAAL, PROVINCIAAL EN LANDELIJK BELEID
5
2.1
Een karakteristiek van Cuijk
5
2.2
Trends en ontwikkelingen in de cultuursector
6
2.3
Landelijk cultuurbeleid: hoofdlijnen en effecten
7
2.4
Het cultuurbeleid van de provincie Noord-Brabant
8
2.5
De algemene kenmerken van gemeentelijk cultuurbeleid
8
HOOFDSTUK 3
SPEERPUNTEN EN ACTIEPUNTEN
12
3.1
Sterkte/zwakte-analyse
12
3.2
Speerpunten van beleid
13
Speerpunt 1. Het centrumgebied verder versterken (ontmoeting)
14
Speerpunt 2. De samenwerking verbeteren (ontmoeting)
17
Speerpunt 3. De schouwburg beter/gerichter inzetten (ontmoeting, ontspanning)
19
Speerpunt 4. Het verenigingsleven versterken (ontwikkeling, ontmoeting, ontspanning)
24
Speerpunt 5. Het inzetten van cultuur voor hulp- en zorgtrajecten (ontmoeting, ontplooiing)
26
Speerpunt 6. Cultuureducatie beter uitlijnen (ontwikkeling, ontplooiing)
27
(Speerpunt 7.) Het Romeins verleden aandacht geven en benutten (ontwikkeling)
29
BIJLAGE: BELANGRIJKE BELEIDSDOCUMENTEN (KADER)
30
Strategische Visie Cuijk 2030
30
Het cultuurbeleidsplan 2014: Cultuur verbindt en onderscheidt Cuijk
30
Structuurvisie sociaal domein
31
1
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Voorwoord Wat is cultuur? Het proberen te definiëren, afbakenen en duiden van wat men onder cultuur verstaat zou het onderwerp kunnen zijn van dit voorwoord voor de nieuwe Cultuurvisie van de gemeente Cuijk. Toch heb ik ervoor gekozen dat hier niet te doen, omdat cultuur zo veelzijdig is en het voor iedereen iets anders kan betekenen. Dat is juist wat cultuur zo mooi maakt: het zijn de vele uitingen van mensen op allerlei vlakken en in allerlei verbanden. In de woorden ‘uitingen van mensen’ zit voor mij wel de kern van deze gemeentelijke beleidsvisie. Vóórdat er een conceptvisie lag, waren “de vier O’s” het Leitmotiv: ontwikkeling, ontplooiing, ontmoeting en ontspanning. Deze begrippen vormen de kern van deze cultuurvisie en geven ook de beweging aan van cultuur in de samenleving. De visie heeft niet persé als doel om alle cultuuruitingen te beschrijven. Het heeft wél als doel om de gemeentelijke prioriteiten te benoemen en te beschrijven welke stappen we met onze partners en vooral de samenleving willen gaan zetten. In dit voorwoord wil ik graag de herijking van het stelsel van cultuur- en kunsteducatie, de schouwburg en de verbinding met het sociaal domein eruit lichten.
Muziekverenigingen komen in positie om zélf zorg te dragen voor het opleiden van kinderen tot muzikanten, de schouwburg wordt dé centrale motor en broedplaats van cultureel Cuijk en we proberen verenigingen en andere initiatieven te prikkelen om “inclusiever” te worden en de verbinding te maken naar inwoners die wat meer ondersteuning nodig hebben of zich in een kwetsbare positie bevinden. Het is mijn overtuiging dat culturele uitingen van dermate betekenis kunnen zijn, dat mensen er gelukkiger van worden en er bruggen geslagen kunnen worden waar anders afstanden zouden prevaleren. In de gemeente Cuijk kenmerkt zich cultuur vooral ook door een historisch sterk verenigingsleven. Het is geen geheim dat deze vorm onder druk staat. Dat is jammer, maar ook iets waarin we de kansen moet zien. De hoofdkern Cuijk heeft een aantal kleinstedelijke kenmerken, waardoor sociale cohesie en de vanzelfsprekendheid om lid te worden van een vereniging, stichting of ander initiatief er veel minder is. Mensen kiezen Cuijk niet automatisch als plek om cultuur te ervaren of eraan deel te nemen. In de dorpen is dat anders, hoewel door vergrijzing en ontgroening de druk er daar zeker ook is. De sociale structuren van de dorpen zijn sterker en het gevoel van gezamenlijkheid en eigenaarschap is daar van nature groter. Dat is iets om trots op te zijn en te behouden.
Met deze twee verschillende structuren heeft de gemeente Cuijk op cultureel gebied van doen. Ook hier zie ik de schouwburg als aanjager, motor en verbinder; ook voor de dorpen. Het (opnieuw) bereiken, binden en boeien van alle inwoners is onze uitdaging en kans tegelijk. Wij hopen met deze cultuurvisie een bijdrage te leveren aan dat mooie Cuijkse DNA: het cultuurhistorisch verleden, het religieus verleden, het industrieel verleden, het landelijke karakter en de levende cultuur! Joost Hendriks, Wethouder Cultuur
2
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Hoofdstuk 1 Doelen en proces 1.1
Inleiding Zowel het College van B&W als de gemeenteraad hebben besloten dat het hoog tijd is voor een nieuwe Cultuurvisie voor onze gemeente. Hiermee moet richting worden gegeven aan bestaande en nieuwe initiatieven in de gemeente. Daarbij moet de verbinding worden gelegd met de sociaaleconomische opgaven waarvoor Cuijk staat. Er is behoefte aan een visie die ervoor zorgt dat Cuijk de juiste keuzes maakt en ervoor zorgt dat iedereen meedoet of kan meedoen. Cultuur staat niet op zichzelf. Het laatste cultuurbeleidsplan van de gemeente dateert van 2014 en was getiteld ‘Cultuur verbindt en onderscheidt Cuijk’. Er hebben zich sindsdien allerlei ontwikkelingen voorgedaan die om een nieuw beleidsvisie vragen, zoals: De verbouwing en heropening van de schouwburg Het verschijnen van het adviesrapport ‘Promotie Romeins verleden Cuijk’ van Di-visie. De wens in zijn algemeenheid om Cuijk (nog) meer op de kaart te zetten, De relatie met andere beleidsterreinen zoals het sociaal domein.
1.2
Beoogd resultaat Deze cultuurvisie heeft betrekking op de periode 2020-2024 en heeft tot doel: a. een inventarisatie te bieden van het kunst- en cultuurleven in Cuijk anno 2018, met inbegrip van de gemeentelijke inbreng erin en de facilitering ervan; b. inzicht te geven in relevante trends en ontwikkelingen voor de komende jaren; c. een beeld te schetsen van de gedachten, opvattingen en wensen die er in de (Cuijkse) samenleving terzake leven; d. beleidsdoelen te formuleren waaraan de komende jaren kan worden gewerkt. Uiteindelijk hebben wij gestreefd naar het volgende resultaat: Een cultuurvisie die inspiratie geeft om de doelen te bereiken; Een proces waarin inwoners, instellingen en belanghebbenden worden gestimuleerd bij te dragen aan de gestelde doelen.
1.3
Uitwerking Het ontwikkelen van de visie is in stappen verlopen. Het eerste deel van het proces (november – januari 2018) richtte zich op het verzamelen van input voor de beleidsvorming. Deze input werd verzameld via gesprekken, documentenanalyse en het bijeenbrengen van feiten en cijfers. De uitkomsten van de eerste fase werden vervat in een Informatiedocument. Doel hiervan was dat iedereen die bij de visieontwikkeling betrokken was, van eenzelfde referentiekader werd voorzien. Na vaststelling van het Informatiedocument werden langs verschillende wegen ideeën opgehaald voor de uiteindelijke cultuurvisie. Ook werd een bijeenkomst met het culturele veld georganiseerd (op 21 februari 2019) waarop de thema’s uit het document werden bediscussieerd. De uitkomsten van die avond zijn samen met delen uit het Informatiedocument vertaald in deze Cultuurvisie.
3
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
1.4
Definitie en reikwijdte Bij cultuur gaat het “het domein van beelden, vormen (fysiek en ‘performatief’), geluiden en teksten die (vooral) worden voortgebracht en beoordeeld omwille van hun symbolische of vormgevende betekenis. Dat heeft dus zowel betrekking op harmonie-/fanfaremuziek als op klassieke muziek, op The Lion King als op King Lear, op mode en popmuziek als op beeldende kunst en theater.” De grens tussen kunst en cultuur is daarbij gradueel. Naarmate de waarden die samenhangen met de vormgevende of betekenisgevende oorspronkelijkheid belangrijker zijn, is er meer sprake van ‘kunst’. Worden elementen als populariteit, winstgevendheid, functionaliteit, emotionaliteit, respectabiliteit, ambachtelijkheid en sociale samenhang belangrijker, dan is er iets wat breder is aan de orde en schuiven we qua betekenis op richting “cultuur”. Het mag duidelijk zijn dat cultuur hier ook weer niet zo breed wordt opgevat dat daar alle menselijke voortbrengselen toe behoren, zoals in de antropologische betekenis van ‘de menselijke cultuur’. De cultuurvisie van de gemeente Cuijk zal betrekking hebben op het terrein van de kunst en van het roerende en immateriële erfgoed (d.w.z.
het erfgoed dat verplaatsbaar is en niet grondgebonden; zoals bibliotheken, archieven, collecties, verzamelingen, schilderijen, beeldhouwwerken en het erfgoed dat geen materiele vorm heeft, zoals dans, muziek, theater, rituelen, ambachten en tradities). Het onroerende erfgoed (landschappen, natuurerfgoed, archeologie, monumenten) valt onder ruimtelijk beleid. Hierop zijn andere wettelijke kaders en andere gemeentelijke beleidsdocumenten van toepassing. De Monumentennota van Cuijk dateert uit 2012 en wordt via een apart traject geëvalueerd en geactualiseerd.
1.5
Rol en beleidsdoelen van de gemeente Een gemeente kan verschillende rollen spelen: ze kan ontwikkelingen zelf initiëren en ten uitvoer brengen, ze kan afwachten wat er uit de samenleving komt en daarop waar nodig inspelen of reageren, ze kan maatschappelijke actoren uitnodigen om een bepaalde rol te spelen en ze kan zich beperken tot het waar nodig faciliteren van ontwikkelingen die zich voordoen. Op het gebied van cultuur is er traditioneel sprake van een wisselwerking tussen het particulier initiatief (bedrijven, stichtingen, etc) dat zaken onderneemt en een overheid die financiert en faciliteert. Wij kiezen de komende jaren voor een faciliterende en op specifieke thema’s een stimulerende rol. Niet als gemeente alles zelf doen, maar initiatieven ‘van onderop’ een kans geven en waar nodig faciliteren en ondersteunen. Goede initiatieven komen meestal ‘van onderop’, maar hebben soms de ondersteuning van de gemeente nodig om volwaardig tot realisatie te komen. Dat is een belangrijk vertrekpunt voor de cultuurvisie. Als visie voor het Cuijkse cultuurbeleid vinden wij dat het belangrijk is om ook in de toekomst het ‘Cuijkse DNA’ verder te begrijpen, te versterken en te benutten. We hanteren de volgende doelen van beleid te hanteren: • • • •
ontwikkeling ontplooiing ontmoeting ontspanning.
4
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Hoofdstuk 2 Kenmerken van lokaal, provinciaal en landelijk beleid 2.1
Een karakteristiek van Cuijk Het Romeinse Cuijk (‘Ceuclum’) was van strategische betekenis voor de Romeinen. Niet alleen omdat het castellum aan de voor de Romeinen belangrijke heerbaan van Nijmegen naar Tongeren lag, maar ook door de ligging aan de Maas. De Romeinen bouwden bij Cuijk een eigen brug, waarvan in 1989 in de Maas restanten werden gevonden. Tegenwoordig worden de opgravingen uit de Romeinse tijd permanent tentoongesteld in het Museum Ceuclum. In de moderne geschiedenis speelde de industrie een grote rol in de gemeente. Veel inwoners werkten in de agro-industrie (melk, aardappelverwerking), slachterijen en de vleesverwerkende industrie, papierfabrieken, meubelfabrieken en de metaalsector. Voor de banen was weinig opleiding nodig en ze betaalden ook minder. In deze industrie vonden ook de eerste gastarbeiders emplooi. Het industriële verleden heeft in sterke mate het sociale profiel van de gemeente Cuijk bepaald. De gemeente profileert zich als een sterke kern (Cuijk) met gemoedelijke dorpen in een landelijke setting en een aantrekkelijk watersport en natuurgebied. Het voorzieningenniveau sluit uitstekend aan op de centrale positie die de gemeente in de regio inneemt.
De sterke kern Cuijk beschikt over bovengemiddelde voorzieningen, waaronder middelbare scholen, een schouwburg (die al dateert uit 1957), een zwembad, een breed winkelaanbod en diverse recreatiemogelijkheden. De voorzieningen en de gunstige ligging ten opzichte van Nijmegen en Venlo zorgen in de zomer voor veel dagjestoeristen. In het centrum van Cuijk is een aantal bijzondere culturele voorzieningen geconcentreerd met (deels) regionale aantrekkingskracht. Naast de schouwburg en het museum zijn dit de Sint Martinuskerk (met zijn bijzondere Severijn-orgel), de beeldentuin, het Toeristisch Informatie Punt en de Fotoarchiefdienst die in feite een combinatie is van een gemeente-archief en een historische kring. In het centrum zijn jaarlijkse meerdere evenementen. Met ‘Cultuur aan de Maas’ presenteert het culturele aanbod zich aan het begin van het culturele seizoen aan het publiek in de regio. Grote publieksstromen treden op tijdens carnaval, de Nijmeegse Vierdaagse en de kermis. Het horeca-aanbod in het centrum betreft de grootste concentratie van restaurants en cafés in het Land van Cuijk. De overige kernen van de gemeente (Beers, Haps, Katwijk, Linden, Sint Agatha en Vianen) hebben een landelijk karakter. Haps is het grootste dorp: vanwege haar omvang en afstand tot Cuijk zijn er relatief veel voorzieningen. In de dorpen is de samenhang en het verenigingsleven nog sterk.
Wie bovenstaande karakteristiek leest, herkent hierin de gedachtegang van professor Fons Asselbergs, die de DNA van Cuijk in 2010 schetste tijdens een voordracht voor Burgemeester en Wethouders. Asselbergs onderscheidde vijf elementen in het Cuijkse DNA: het
5
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
cultuurhistorisch verleden, het religieus verleden, het industrieel verleden, het landelijk karakter en de levende cultuur. 2.2
Trends en ontwikkelingen in de cultuursector Op basis van onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) alsmede andere publicaties en ontwikkelingen elders in het land zijn de trends te signaleren die actueel zijn voor de culturele sector. Deze trends bepalen de richting waarin de sector zich beweegt. Trends De opkomst van de media-maatschappij: interactiviteit en mobiel bereik worden steeds belangrijker. Het publiek is door de audiovisuele media gewend geraakt aan een hoog kwaliteitsniveau en is daarom kritischer geworden als het gaat om levende kunstuitingen. De vrijetijdsmarkt kent grote concurrentie tussen de aanbieders; deze concurrentie zal de komende jaren verder toenemen, mede omdat de hoeveelheid vrije tijd van de Nederlanders beperkt is (gemiddeld 45 uur per week). Cultuurconsumenten vertonen zapgedrag en zoeken in het aanbod naar (uitingen van) identiteit en authenticiteit. Mensen worden minder makkelijk lid van een vereniging en blijven niet meer automatisch voor langere tijd lid. De verworvenheden van de ‘verzorgingsstaat’ nemen af en de eigen verantwoordelijkheid voor burgers neemt dientengevolge toe. Deze algemene trends vertalen zich naar concrete ontwikkelingen die dagelijks in gemeenten te zien zijn: Clustering van culturele voorzieningen in één gebouw of complex (cultuurhuizen, kunstclusters).
Ambitie: programmatische, ruimtelijke en organisatorische meerwaarde bereiken door clustering van functies. En: voor minder geld meer publiek bereiken. Nadrukkelijker onderscheid tussen stedelijke culturele functies (uitgaan, levendigheid, profilering/aantrekkelijkheid binnenstad) versus culturele functies in de wijk. Culturele functies op het gebied van educatie en informatie (bibliotheken, centra voor de kunsten) worden steeds vaker geïntegreerd in multifunctionele centra en brede scholen, terwijl theaters, festivals en musea over het algemeen beter gedijen in een (binnen-)stedelijke context. Cultuurinstellingen worden door de steden in toenemende mate benut voor stadspromotie en citybranding. Regionalisering. In het licht van bezuinigingen proberen gemeenten hun basisvoorzieningen (bibliotheken, theaters, kunstencentra) overeind te houden door in de regio samen te werken en zo de vaste kosten te delen. Er is een groeiend besef bij overheden dat we veel geld in gebouwen steken waardoor we maar weinig budget hebben voor het gebruik daarvan. Wat betreft de culturele infrastructuur (het geheel aan culturele organisaties en cultuurgebouwen), zijn de volgende trends waarneembaar: In samenhang met clustering van accommodaties, zien we ook bundeling van organisaties.
Soms in de vorm van samenwerkingsverbanden waarin backoffice-taken worden gebundeld, bijvoorbeeld ten aanzien van gebouwbeheer, inkoop, systeembeheer en administratieve taken; soms ook verdergaand.
6
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
2.3
Onder druk van bezuinigingen worden culturele organisaties gedwongen minder afhankelijk te worden van subsidies en meer draagvlak te zoeken bij bedrijfsleven (sponsoring) en de bevolking (hogere particuliere bijdragen, meer vrijwilligerswerk). Er is sprake van stijgende marketingbudgetten in de strijd om de gunst van het publiek. Flexibilisering van de organisatie. Veel organisaties proberen toe te groeien naar een kleine(re) kern van vaste professionals, met daaromheen een flexibele schil van freelancers, vrijwilligers en samenwerkingspartners. De toekomst lijkt te zijn aan flexibele netwerkorganisaties. Nieuwe werkvormen op het snijvlak van publiek en privaat, zoals horeca-ondernemers die film- of podiumvoorstellingen verzorgen, particulieren die een museum starten, zzp-ers die vanuit een collectief onderwijs aanbieden.
Landelijk cultuurbeleid: hoofdlijnen en effecten De doelen van het landelijke cultuurbeleid zijn al tientallen jaren tamelijk constant, hoewel er regelmatig accentverschuivingen voorkwamen. De doelen voor het cultuurbeleid zijn met drie termen te duiden: kwaliteit, pluriformiteit en participatie. De overheid heeft decennia lang de condities geschapen voor de creatie van een hoogwaardig, pluriform aanbod van cultuuruitingen, dat mensen de gelegenheid biedt cultureel te participeren. Kenmerkend voor het Nederlandse cultuurbeleid is een vrij scherpe taakverdeling tussen de overheden: - de rijksoverheid subsidieert het culturele aanbod dat van (inter)nationale betekenis is (theatergezelschappen, orkesten, musea), - de provincies ondersteunen erfgoed, gebiedsontwikkeling, cultuureducatie en vernieuwingsprojecten, en; - de gemeenten ondersteunen de ‘afname’ van het culturele aanbod hetgeen plaatsvindt via culturele accommodaties (oa podia, bibliotheken, cultuur-educatief aanbod, kleinere musea) en het verenigingsleven. Voor Cuijk betekent dit dat er geen rijksgeld voor cultuur wordt ontvangen. De door de landelijke overheid gesubsidieerde organisaties zijn immers bijna allemaal gevestigd in de 10 grootste gemeenten. Ook van de provincie kan maar incidenteel steun worden verkregen: dat verloopt via provinciale steunorganisaties (zie hierna) en speciale projecten.
Het kenmerk van gemeentelijk cultuurbeleid is dat het gefinancierd moet worden uit de eigen middelen van de gemeenten, dat wil zeggen uit de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en het eigen belastinggebied. Wel heeft een gemeente als Cuijk te maken met de effecten van rijks- en provinciaal beleid. Een goed voorbeeld daarvan is de landelijke bezuiniging op de subsidies aan podiumkunstaanbieders die in 2012 heeft plaatsgevonden. Tot op de dag van vandaag ijlt dat effect nog na op de exploitaties van de (altijd door de gemeentelijke overheid gesubsidieerde) theaters en concertzalen. Waar kunst en cultuur ook de gevolgen van heeft ondervonden, dat zijn de kortingen op het Gemeentefonds tijdens de recessie en de Decentralisatieoperatie met betrekking tot (jeugd)zorg, arbeid en participatie. In de periode 20010-2015 grepen veel van deze effecten in elkaar: krimpende budgetten, meer taken voor de gemeenten, consumenten die de vinger op de knip hielden en bedrijven die bezuinigden op hun sponsoruitgaven. 7
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Het gevolg was, dat voor de cultuurproducenten, de cultuurpodia en de overige cultuurinstellingen tijdens de recessie de inkomsten behoorlijk daalden. Voor het eerst sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw namen het aantal bezoekers, het ledental, het aantal inschrijvingen voor cultuurcursussen en -opleidingen en het aantal cultuurproducties in de periode 2012-2016 af. Daarna herstelde de sector zich weer enigszins. Daartegenover stegen de uitgaven (lonen, energielasten, onderhoudslasten en afschrijvingen et cetera). Behalve de podia hebben vooral de bibliotheken en kunstencentra hiervan last gehad: vooral bij deze organisaties zijn de inkomsten de afgelopen jaren teruggelopen. 2.4
Het cultuurbeleid van de provincie Noord-Brabant De Noord-Brabant heeft een cultuuragenda opgesteld met de belangrijkste doelen voor de komende jaren. Hoe de provincie deze doelen wil realiseren, staat in een uitvoeringsprogramma. Daarin staan drie programmalijnen centraal: 1. Provinciale culturele infrastructuur (zie hieronder) 2. Beweging, experiment en verbinding: ter ondersteuning van initiatieven rond cultuur en sociale veerkracht, taalvaardigheid en mediawijsheid en de verbinding van kunst en cultuur onderling en met erfgoed, samenleving, economie en ruimte. 3. Kennis en onderzoek, dialoog en zichtbaarheid. Wat betekent dit concreet voor Cuijk? Het betekent dat Biblioplus ondersteund wordt door de Provinciale Ondersteuningsinstelling Cubiss. En dat culturele organisaties voor ondersteuning een beroep kunnen doen op Kunstloc Brabant, wat een fusieorganisatie is van BKKC en Kunstbalie. Kunstloc is een provinciaal kennis- en expertisecentrum op het brede terrein van de kunsten, de cultuureducatie en het overheidsbeleid. Het is een organisatie die met advies en geld de Brabantse culturele sector probeert verder te helpen. Er worden door Kunstloc ook subsidies gegeven voor bijzondere projecten.
Op het terrein van erfgoed biedt de provincie diverse organisaties aan ter ondersteuning van het lokale werk: Erfgoed Brabant (ondersteuning van het erfgoedveld en verzamelen en overdragen van inhoudelijke erfgoedkennis aan een breed publiek), de Monumentenwacht Noord-Brabant (gericht op het tegengaan van verval van bijzonder monumentale bouwwerken, historische interieurs en archeologische monumenten), het Monumentenhuis Brabant (versterking en verbetering van de gemeentelijke monumentenzorg), het Provincaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (behoud en beheer van het archeologisch erfgoed) en de Stichting Brabants Heem, een koepelorganisatie voor alle Brabantse heemkundekringen
2.5
De algemene kenmerken van gemeentelijk cultuurbeleid Gemeentelijke culturele infrastructuur Om handvatten te bieden voor gemeentelijk cultuurbeleid heeft de VNG in samenspraak met Cor Wijn een ringenmodel ontwikkeld dat door veel gemeenten gebruikt wordt als richtlijn voor de inrichting van de culturele infrastructuur (zie onderstaande figuur uit 2014). In dit model is een indeling beschreven in drie ‘stappen’: kernachtig gemeentelijk cultuurbeleid, uitgebreid gemeentelijk cultuurbeleid en alomvattend gemeentelijk cultuurbeleid. Het model geeft daarmee een overzicht van de basisinfrastructuur voor gemeenten van verschillende grootte. Het model kan als toetsingskader worden gebruikt voor de culturele infrastructuur en het opsporen van eventuele hiaten of juist de aanwezigheid van extra voorzieningen. Die extra voorzieningen, die in principe buiten het ringenmodel vallen, dragen bij aan het onderscheidend vermogen van de gemeente. 8
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
In het model is het aantal inwoners het uitgangspunt, waarbij een minimaal takenpakket van de gemeente wordt aangegeven. De grenzen liggen respectievelijk bij tot circa 25.000-30.000 inwoners, tot circa 90.000-100.000 inwoners en meer dan circa 90.000-100.000 inwoners. De vier grote steden worden daarnaast nog als aparte categorie gezien. Cuijk zit met bijna 25.000 inwoners qua inwonertal in de kleinste ring. Het takenpakket behorende bij deze schaalgrootte is dat van het ‘kernachtige cultuurbeleid’. Het voorzieningenpakket behorende bij deze schaalgrootte is dat van het ‘kernachtige cultuurbeleid’. Dit beleid heeft overal in Nederland min of meer dezelfde elementen: 9
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
-
Een openbare bibliotheekvoorziening Enkele lokale omroep Enkele boven- en ondergrondse monumenten Een oudheidkamer of ander typisch lokaal museum Een tentoonstellingsruimte Aandacht voor welstand (architectuur) Zorg voor de openbare ruimte Amateurkunstverenigingen Cultuureducatie in het onderwijs Mogelijkheden om buitenschools lessen en cursussen te volgen Uitvoeringen voor de jeugd Kamermuziek (in kerken, scholen, buurtcentra ed) Oefen- en repetitieplekken Een plek waar soms films worden vertoond Festivals en evenementen.
Zie onderstaande íngezoomde’ afbeelding:
Cuijk voldoet niet helemaal aan het ‘ideaaltype’ van een gemeente met ‘kernachtig cultuurbeleid’: dit komt vooral door de aanwezigheid van de schouwburg. Er zijn weinig gemeenten kleiner dan 30.000 inwoners die een schouwburg hebben met een grote zaal met 660 stoelen en daarnaast ook nog een middenzaal en een kleine zaal. Een overzicht van enkele jaren terug laat zien dat er toen maar 14 podia waren in gemeenten kleiner dan 30.000 inwoners (14 van in totaal toen ca. 260 podia): Gemeente Winterswijk Veendam Delfzijl Culemborg Zaltbommel Oisterwijk
Inwonertal 29.249 28.117 27.653 27.178 26.194 25.743
Podium Schouwburg de Storm Theater van Berensteyn CC de Molenberg Fransche school Theater de Poorterij Theater Tiliander 10
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Vught Hendrik-Ido-Ambacht Baarn Cuijk Franekeradeel Winschoten Bergeijk Laren
25.239 24.825 24.375 24.249 20.571 18.476 18.094 10.979
Theater de Speeldoos Theater Cascade Theater Speeldoos Schouwburg Cuijk Theater Koornbeurs Theater de Klinker Theater Kattendans Singer concertzaal
Overigens valt op dat onze gemeente ook nog andere ‘voorzieningen’ heeft die je meestal aantreft in gemeenten groter dan 30.000 inwoners: denk aan de kunstuitleen en de binnenkort te realiseren servicebioscoop aan de Maasstraat.
11
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Hoofdstuk 3 Speerpunten en actiepunten In dit hoofdstuk gaan wij in op de speerpunten die in de afgelopen tijd naar voren zijn gekomen. De culturele organisaties hebben zich hierover uitgesproken tijdens de bijeenkomst met het culturele veld op 21 februari en in de interviewronde die de opsteller van het Informatiedocument heeft gehouden.
intern
Sterkte/zwakte-analyse In de gesprekken met sleutelpersonen in het lokale culturele leven kwamen diverse problemen en vraagstukken aan de orde. Op basis van de interviews is onderstaande sterkte/zwakteanalyse gemaakt met betrekking tot het culturele leven en de culturele voorzieningen in Cuijk: Positief Negatief
Extern
3.1
Kracht Aantrekkelijk, historisch ‘geladen’ centrum met veel horeca. Romeins verleden, boeiende archeologische vondsten. Basisvoorzieningen aanwezig alsmede een hoogwaardige regiovoorziening in de vorm van de schouwburg. Breed en divers cultureel aanbod, vooral dankzij de aanwezigheid van de schouwburg. Breed verenigingsleven (muziek, toneel, dans, carnaval, etc.) Gemeente vindt cultuur belangrijk (zie Coalitieprogramma).
Kansen De samenwerking van organisaties in het kader van de Cultuurstraat. De cultuurstraat als fysieke uiting in het centrum. Cultuur als middel om participatie te stimuleren en om de kwaliteit van leven van ouderen en andere kwetsbare groepen te bevorderen. Cultuur als middel om historische locaties beter & vaker te benutten (denk ook aan evenementen). Het plan van Di-visie voor het Romeins verleden heeft veel potentie. De mix van water, landschap en goede voorzieningen biedt een aantrekkelijk woonklimaat. Groeiend toerisme (dagjesmensen)
Zwakke punten Samenwerking schiet vaak tekort. Er zijn relatief weinig professionals die de kar kunnen trekken. Er is weinig organisatiekracht. Culturele initiatiefnemers ondervinden weinig steun vanuit de gemeente. Het ontbrak binnen de gemeente enige tijd aan een ambtelijk aanspreekpunt. Het gebied dat is bestempeld als cultuur- en uitgaansgebied (Centrumvisie) kan sterker. De ‘opdracht’ aan de schouwburg is niet helder. Welke rol moet zij spelen? Zowel qua gebouw als qua programmering. De schouwburg legt een relatief groot beslag op de financiële middelen. Cultuurhistorisch potentieel wordt niet optimaal benut. Relatief weinig culturele evenementen. Bedreigingen De concurrentie op de vrije tijdsmarkt. Ontwikkelingen in de podiumkunstsector. Relatief weinig mensen die als drijvende kracht van nieuwe ontwikkelingen kunnen functioneren. Onderlinge rivaliteit en kinnesinne. Detailhandel in het centrumgebied onder druk Te veel focus bij de gemeente op de bouw en exploitatie van de schouwburg In het Primair Onderwijs ligt de prioriteit niet automatisch bij cultuureducatie. Dit kan snel in de aandacht wegzakken.
12
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
3.2
Speerpunten van beleid Wanneer de zwakke punten en de kansen worden geordend en verbonden aan de geformuleerde doelen van beleid (i.e. ontwikkeling, ontplooiing, ontmoeting, ontspanning), dan ontstaat een overzicht van speerpunten in het beleid. In de onderstaande paragraaf gaan we daarop nader in. Daaraan voorafgaand markeren we echter dat we al een aantal belangrijke zaken die wij in de afgelopen tijd in gang hebben gezet: Actiepunten Ondersteunen van de schouwburg bij het overgangstraject na de verbouwing (2017, 2018) Onderzoeken of en hoe uitvoering kan worden gegeven aan het adviesrapport Promotie Romeins verleden Cuijk van D-visie (2019) Stevig accent op het de maatschappelijke rol van de bibliotheek (vanaf 2017). Openen van een Taalhuis in de Bibliotheek Cuijk (november 2018). Aanbrengen van een doek in de Grote Zaal van de schouwburg om de ruimte te kunnen verkleinen (veranderen in een middenzaal, o.a. beter geschikt voor jeugdtheater).
Actoren Gemeente Gemeente Openbare bibliotheek Gemeente en openbare bibliotheek Schouwburg (eenmalige investering)
In de komende periode willen we werken aan de volgende speerpunten van beleid: Speerpunten 1. Het centrumgebied verder versterken
3. De schouwburg beter/gerichter inzetten
Doelgroep(en) Gericht op inwoners en ondernemers binden aan Cuijk; toeristen langer vasthouden. Gericht op alle inwoners en organisaties in de gemeente. Inwoners binden en boeien.
4. Culturele verenigingen versterken
Inwoners binden en boeien.
5. Het inzetten van cultuur voor hulp- en zorgtrajecten
Ouderen en kwetsbare groepen ondersteunen.
6. Cultuureducatie beter uitlijnen
Jong en oud zich laten ontwikkelen.
(7. Het Romeins verleden aandacht geven en benutten)
Toeristen aantrekken en inwoners binden
2. De samenwerking verbeteren.
Thema’s Ontmoeting
Ontmoeting Ontmoeting, Ontspanning. Ontwikkeling, Ontmoeting, Ontspanning. Ontmoeting, ontplooiing Ontwikkeling, Ontplooiing. Ontwikkeling
Per speerpunt stellen wij een aantal actiepunten voor. Deze worden in het vervolg van deze paragraaf beschreven. Sommige actiepunten hebben raakvlakken met meerdere speerpunten. Het speerpunt ‘Het Romeins verleden aandacht geven en benutten’ hebben we buiten deze Cultuurvisie gehouden: hiervoor wordt een ander (besluitvormings)traject doorlopen.
13
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Speerpunt 1. Het centrumgebied verder versterken (ontmoeting) In de Centrumvisie ‘Hart voor ontmoetingen’ uit 2015 is vastgesteld dat de publieksgerichte functies in het centrum van Cuijk gevestigd zijn in een zeer ruim gebied, eigenlijk te ruim voor het aanwezige aanbod. Voor de toekomst wordt in de centrumvisie onderscheid gemaakt in twee delen: het concentratiegebied en de centrumschil. In de centrumvisie staat dat het programma van publieksgerichte centrumfuncties (detailhandel, horeca en cultuur) vraagt om een compact gebied waar de passantenstromen kunnen worden geconcentreerd en de straten aantrekkelijk kunnen worden ingevuld. Het idee hier achter is dat alle motieven voor mensen om het centrum te bezoeken op die manier zo optimaal mogelijk worden bediend. Het concentratiegebied is ‘het hart voor ontmoetingen’. Daarbij moeten goede parkeerfaciliteiten, aantrekkelijke bestrating en goed straatmeubilair de attractiviteit van het gebied vergroten. In de centrumschil rond het concentratiegebied kan de woonfunctie domineren. De straten zijn daarop ook ingericht.
In de centrumvisie signaleren wij dat de Kaneelstraat, Molenstraat en het zuidelijk deel van de Grotestraat deels ‘in transitie’ zijn naar straten met een minder publieksgericht functieprofiel (door afname van de detailhandel aldaar). In de centrumvisie worden meerdere deelgebieden onderscheiden met elk een eigen profiel. Per deelgebied streven we ernaar om de ruimtelijk-functionele structuur (o.a. looproutes en de ligging van publiekstrekkers) te optimaliseren. De gewenste ontwikkelingen zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma van de centrumvisie. Met betrekking tot cultuur en uitgaan is gesteld dat dit de ruimte moet krijgen in het deelgebied dat bestaat uit Grotestraat, Kerkstraat en tussenliggende verbindingen Maasstraat, kerkplein en ’t Tuigleerstraatje. De kwaliteit van de openbare ruimte in dit gebied moet worden verbeterd en daaraan wordt inmiddels ook gewerkt. 14
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Een punt dat samenhangt met de kwaliteit van de openbare ruimte is de zorg voor de kunstwerken die daar staan, overigens ook buiten het centrum. De kunstadvies-commissie die lange tijd heeft gefunctioneerd heeft haar werkzaamheden inmiddels beëindigd, onder meer omdat er geen zicht was op de realisatie van nieuwe kunstwerken. We stellen voor met de voormalige kunstadviescommissie opnieuw naar de levensvatbaarheid van een dergelijke commissie te kijken en nemen dit als actiepunt op in de uitvoeringsagenda. Het onderhoud aan de bestaande kunst is een zorg: er is geen budget voor beschikbaar en de verantwoordelijkheid voor het onderhoud is in de gemeentelijke organisatie niet duidelijk belegd. Een aspect dat samenhangt met het versterken van het centrumgebied kan zijn het vergroten van het aantal culturele evenementen om de aantrekkelijkheid en levendigheid van het gebied te versterken om zo bezoekers van buiten en toeristen aan te trekken (denk op termijn wellicht ook aan reizigers van riviercruiseschepen die de Maas bevaren). Dit vergt meer samenwerking tussen private initiatiefnemers (denk o.a. aan de organisaties die zijn verenigd in de Cultuurstraat), gerichter beleid van de gemeente en inventieve manieren om budget te genereren.
Onderzocht zal worden of een lokaal evenementenfonds in het leven kan worden geroepen van waaruit ook culturele manifestaties en activiteiten kunnen worden gefinancierd. Belangrijk voor de werking van zo’n fonds is de manier waarop het wordt gevoed. Wij onderzoeken verschillende vormen, waaronder het bekende voorbeeld van het Leids Ondernemersfonds, dat speciaal is ontwikkeld om free rider-gedrag tegen te gaan.1 Een ander interessant idee is de suggestie om de openbare bibliotheek te verhuizen naar het centrumgebied, in het bijzonder de schouwburg. Een hiertoe strekkende raadsmotie werd in het najaar van 2018 ingediend door D66 (MOBA-06 121118). In Nederland zijn inmiddels diverse voorbeelden van bibliotheken die zijn gesitueerd in de foyer en/of in de horeca- en break out-ruimten van een theater. Dit is mogelijk omdat het gebruik van de bibliotheek is veranderd: de collecties waarop een beroep wordt gedaan zijn kleiner geworden (veel bibliotheken hebben voornamelijk materialen voor twee doelgroepen: jeugdigen tot 12 jaar en oudere veellezers – vooral vrouwen). Hierdoor hebben bibliotheken tegenwoordig minder vierkante meters nodig dan vroeger. Bovendien vergt de maatschappelijke functie van de moderne bibliotheek dat er ontmoetings- en vergaderruimten zijn, iets waarin veel theaters kunnen voorzien.
Mede omdat theaters vooral ’s avonds zijn geopend en bibliotheken vooral overdag, zien we tegenwoordig bibliotheken in de foyers van de theaters van gemeenten zoals Amstelveen, Boxmeer, Ede, Etten-Leur, Hellevoetsluis, Kerkrade en Osterhout. Het is de moeite waard om te (laten) onderzoeken of dit ook in Cuijk mogelijk zou zijn. Daarmee zou een belangrijke publiekstrekker verhuizen naar het hart van het stedelijke concentratiegebied en zou de functie van de schouwburg-accommodatie worden versterkt. Wij zijn over het idee in gesprek gegaan met schouwburg, horecapartner LaVie Catering Cuijk BV en de directie van Biblioplus. Genoemde actoren hebben aangegeven open te staan voor
1 Dit model houdt in dat een klein percentage van de OZB (in Leiden is dat 5,3%) wordt bestemd voor een
evenementenfonds. Inning gebeurt door de gemeente op postcode (niet alle postcodegebieden hoeven hierbij te worden betrokken). De ondernemers denken mee over de besteding. Eventueel kan de opbrengst van parkeergelden op evenementendagen aan het fonds worden toegevoegd.
15
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
het idee, mits dit op een goede manier ruimtelijk kan worden vormgegeven (zowel qua meervoudig gebruik van vierkante meters als qua beoogde uitstraling naar publieksgroepen). De horecapartner van de schouwburg wil de implicaties van dit scenario voor zijn verdienmodel nader in beeld gebracht zien en wijst erop dat mogelijk andere of nieuwe afspraken nodig zullen zijn. De conclusie voor dit moment is dat de betrokkenen de verhuizing goed onderzocht willen zien op de aspecten (a) ruimtelijke vormgeving (incl. eventuele benodigde aanpassingen), (b) beleving/uitstraling, (c) gevolgen voor de bedrijfsvoering van schouwburg, horecapartner en bibliotheek en (d) samenhang met de andere veranderingen binnen de schouwburg (integrale benadering). Alles overziend stellen wij wat betreft het versterken van het centrumgebied de volgende actiepunten voor. Actiepunten 1 Haalbaarheidsonderzoek
Actoren
Instrumenten
Gemeente i.o.m.
Haalbaarheidsonderzoek
verhuizing bibliotheek
schouwburg,
naar schouwburg. (Zie
horecapartner en
ook speerpunt 3).
bibliotheek
2 Onderzoeken of kan
Gemeente i.o. met de
worden gekomen tot een
ondernemers in het
‘Cuijks
centrum
Haalbaarheidsonderzoek
Evenementenfonds’ 3 Thematiseren Romeins
Gemeente i.o.m.
Project in het kader van het
verleden: zichtbaar
private partijen
nog vast te stellen Plan van
maken in de openbare
Aanpak Promotie Romeins
ruimte
verleden Cuijk
4 Budget voor onderhoud
Gemeente
aan de kunstwerken. 5 Onderzoeken of het
Reserveren binnen gemeentebegroting.
Gemeente i.o.m.
opnieuw instellen van
voormalige
een
kunstadviescommissie
n.t.b.
kunstadviescommissie zinvol kan zijn 6 Aanbrengen van goede
Gemeente
Aandachtspunt in de
bewegwijzering naar
beheerplannen van
culturele organisaties en
Openbare Werken
locaties
16
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Speerpunt 2. De samenwerking verbeteren (ontmoeting) Het volgende speerpunt vloeit eigenlijk automatisch uit de vorige voort. Aan de buitenstaander valt op dat er matig wordt samengewerkt in Cuijk als het om cultuur gaat. De samenwerking op het vlak van culturele evenementen is zeer matig. Niet alleen tussen de culturele organisaties onderling en van de culturele organisaties met de stichting Cultureel Hart Cuijk, maar ook tussen Cultureel Hart Cuijk, het platform Cultuur, Recreatie en Toerisme (CRT)2, het platform Cuijk Doet (marketing), het Bureau Regionaal Toerisme, het Centrummanagement en de gemeente. Dit manifesteert zich onder meer in het feit dat de organisatie van ‘Cultuur aan de Maas’ steeds moeilijker wordt, het noodlijdende bestaan van de Open Monumentendag en het ontbreken in zijn algemeenheid van een aantrekkelijke festivalprogrammering in de openbare ruimte van Cuijk. Ook op andere vlakken kan de samenwerking worden geïntensiveerd. Zo deden de schouwburg en de bibliotheek tot voor kort weinig samen, hoewel de activiteiten meer en meer in elkaars verlengde komen te liggen (lezingen, theatercolleges). De schouwburg als ‘trekker’ en grootste professionele cultuurorganisatie in de gemeente manifesteert zich evenmin als aanjager in meer algemene zin van het culturele veld (door het voortouw te nemen in zaken, organisatiekracht te leveren, etc.).
De samenwerking in de amateurkunst kan ook verbeterd. Binnen de “Cultuurstraat” wordt voorts eveneens maar mondjesmaat samengewerkt, ook al is er wel een samenwerkingsverband dat dit beoogt. Vergroting van synergie kan ook worden nagestreefd waar het de cultuureducatie betreft. Hierop wordt nader ingegaan bij speerpunt 6. Als een belangrijk instrument op de samenwerking te verbeteren zien wij het aanstellen van een ‘culturele aanjager’. Zo’n aanjager kan samen met alle organisaties (en in het bijzonder met schouwburg en bibliotheek als motoren) bijvoorbeeld plannen ontwikkelen voor een aantrekkelijke ’s zomerse festivalprogrammering in de openbare ruimte van Cuijk. En hij/zij kan ook de vraag en het aanbod naar buitenschoolse cultuureducatie bij elkaar brengen voor de muziekverenigingen. Of de samenwerking binnen de Cultuurstraat met gerichte projecten stimuleren. Dit type functionaris zien we ook in andere steden, waar hij of zij ook wel wordt aangeduid als cultuurcoach, cultuurmakelaar e.d. Meestal wordt deze aanjager geheel of gedeeltelijk gefinancierd uit de rijksregeling voor combinatiefuncties. Wij denken dat de culturele aanjager de schouwburg als uitvalsbasis zou moeten hebben vanuit de gedacht dat de schouwburg zich moet ontpoppen als de culturele motor van Cuijk. De culturele aanjager is als volgt nader te typeren.
Letterlijke definitie: Opdrachtgever: Opdracht: Taken:
Koppelaar en tussenpersoon Gemeente Adviseren, verbinden en versterken van het culturele leven. Bij elkaar brengen van instellingen en initiatieven. Lokale evenementen stimuleren en coördineren (waaronder een vernieuwde versie van ‘Cultuur aan de Maas’), vraag en aanbod wat betreft de buitenschoolse cultuureducatie bij elkaar
2 Gekoppeld aan de promotie-activiteiten van ‘Cuijk Verrassend’. 17
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Rol: Positie:
Looptijd: Kennisniveau: Competenties:
brengen, samenwerking binnen (en promotie van) de Cultuurstraat bevorderen. Initiëren, begeleiden, ontwikkelen, programmeren Binnen de culturele sector en bij voorkeur bij een grote instelling (bv schouwburg), maar met verbindingen naar andere werkvelden en naar ondernemers in het centrumgebied. Nader te bepalen. HBO. Netwerk, coördinator, overzicht, samenbindende visie, bruggenbouwer.
Wij denken dat met een culturele aanjager in belangrijke mate gevolg kan worden gegeven aan de roep die ook op 21 februari jl. te horen viel om iemand die – gesteund vanuit de gemeente – nieuw elan in de culturele sector van Cuijk weet te brengen. Hieronder vatten wij de voornaamste actiepunten samen. Overigens: ook bij de andere speerpunten komen nog actiepunten aan de orde die erop zijn gericht de samenwerking te bevorderen.
1
Actiepunten
Actoren
Instrumenten
Bevorderen samenwerking.
Alle
Subsidievoorwaarde wordt: kom tot gezamenlijke project(en).
3
Aanstellen Culturele Aanjager.
Schouwburg,
Culturele Aanjager vervult
bibliotheek,
rol van ‘culturele
verenigingen
opbouwwerker’
e.a. 3
Nieuwe opzet voor de start
Gemeente,
Nader overleg;
van het Cultureel Seizoen.
Cultureel Hart
Herschikking subsidie.
Cuijk,
.
Schouwburg ea. Ook: ondernemers, horeca 4
Cultuurstraat aanmoedigen
Gemeente en
Stimuleringsbeleid met
om met een goed gezamenlijk
organisaties in
gerichte inzet van subsidies
programma te komen.
de
voor gezamenlijk
Cultuurstraat
programma. Culturele aanjager.
5
Onderzoeken van de
Gemeente,
Intern management:
mogelijkheid van introductie
schouwburg,
opdrachtverlening
van een cultureel
bibliotheek,
kennismakingsprogramma
andere
voor nieuwe bewoners.
culturele organisaties (verenigingen!) 18
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Speerpunt 3. De schouwburg beter/gerichter inzetten (ontmoeting, ontspanning) Al een aantal jaren blijkt overal in het land dat de schouwburgen in de middelgrote gemeenten het moeilijk hebben. Hiervoor zijn diverse redenen: Stagnerende exploitatiesubsidies. Concurrentie op de vrijetijdsmarkt: Nederlanders hebben het druk (zie recent SCPonderzoek) en er is maar weinig tijd voor uitgaan. Minder gesubsidieerd aanbod door de landelijke bezuinigingen. Alleen ouder publiek gaat nog “uit gewoonte” naar de schouwburg. Jongeren zoeken ‘beleving’. Dat vinden ze vooral bij festivals en op unieke locaties. De schouwburg heeft zijn ‘gidsfunctie’ verloren. Het publiek laat zich minder leiden door het seizoensprogramma van een instelling en het vanzelfsprekende gezag van kenners en instituties. De musicals reizen niet meer. Bekende cabaretiers zijn kieskeurig en kiezen liefst voor grotere zalen in grote steden. Er is minder intrinsieke interesse. Al enkele jaren loopt de belangstelling terug voor amateurverenigingen en voor lessen bij kunstencentra. Het is mogelijk dat de geleidelijke terugloop demografische oorzaken heeft (ontgroening en vergrijzing). Bevolkingskrimp in diverse regio’s (bv. ook in het Land van Cuijk). Op diverse plekken in het land heeft dit geleid tot een herpositionering van de schouwburg (programmering én gebouw).
Verschillende wegen worden ingeslagen, soms in de ene regio geheel anders dan in een andere regio. Wij hebben vier bekende modellen voor de exploitatie van een schouwburg vergeleken en hierbij de opdracht van de raad betrokken om privatisering als serieuze optie te onderzoeken (Motienr. M05-06 121118). Omdat de schouwburg al in private handen is (namelijk van de stichting die het gebouw langjarig exploiteert), wordt de bedoelde vorm (i.e. een meer commerciële aanpak) hieronder aangeduid als het model ‘evenementenlocatie’. a. Model: evenementenlocatie. Kenmerken: Accent op zaalverhuur, commerciële programmering. Uitwerking: In dit model wordt de schouwburg ontdaan van zijn culturele opdracht en voortaan als evenementencomplex gebruikt. Dit vergt een ander type exploitant (voorheen heeft bv de firma Van der Valk dit wel geprobeerd, o.a. in Roermond en Almelo). Randvoorwaarde: Er moet een marktpartij worden gevonden die dit wil oppakken. Dat blijkt in de praktijk zeer moeilijk. Nadelen: De praktijk wijst uit dat dit de gemeente nog steeds aanzienlijke subsidie zal kosten, vooral voor de gebouwexploitatie. Ook kan de gemeente al snel de vraag krijgen om financieel bij te dragen om het programma toch iets ‘cultureler’ te maken. Marktpartijen (commerciële evenementenorganisaties) zullen vermoedelijk niet zitten te wachten op een gesubsidieerde concurrent.
Het gevaar is dat het gebouw vaak ongebruikt blijft en leeg staat. Voordelen: Amper. De gemeente houdt sowieso de zorg over het gebouw (geen enkele partij zal dit willen overnemen). 19
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
b. Model: cultuurcluster Kenmerken: Intensiever gebruik van vierkante meters; maximale openstelling (de hele dag), inzet van vrijwilligers voor de exploitatie, extra inspanningen om nieuwe publieksgroepen binnen te halen. Uitwerking: Bij dit model gaat het om integratie van schouwburg en andere culturele voorzieningen zoals de bibliotheek, jongerencentrum/poppodium, een filmhuisfunctie (voor het draaien van arhousefilms, in afstemming met de nieuwe bioscoop), amateurverenigingen en liefst ook een goede, laagdrempelige horecavoorziening die tevens kan dienstdoen als muziekcafé. Het huis moet het karakter krijgen van een gemeenschapshuis (community centre) waar in cultureel opzicht altijd iets is te doen. Dit vanuit het aloude ideaal om zoveel mogelijk mensen bij cultuur te betrekken en met cultuur te bereiken. Randvoorwaarde: Het gebouw moet worden ervaren als laagdrempelig. Zo moet het ook worden ingericht en vormgegeven: sociaal toegankelijk, met ruimten en functies die soepel in elkaar overlopen. De bibliotheek zou zo ingepast moeten worden dat zij vanaf de voorkant zichtbaar en toegankelijk is. Nadelen: Schouwburg, bibliotheek en eventuele andere betrokkenen verliezen wat aan ‘eigen identiteit’. De programmering wordt wellicht wat minder cultuur met een ‘grote C’. Professionals moeten accepteren dat ze samenwerken met aanzienlijke groepen vrijwilligers.
Het aanpassen van het gebouw kan een eenmalige investering vergen. Voordelen: Deze opzet waarborgt een brede(re) inbedding in de lokale samenleving. De inzet van vrijwilligers maakt het mogelijk om met hetzelfde geld meer te doen. Het gebouw wordt optimaal benut. c. Model: Brede Maatschappelijke Voorziening. Kenmerken: Maximaal gebruik van vierkante meters; maximale openstelling (de hele dag), Uitwerking: Dit is een uitbreiding van de cultuurcluster-variant met aanvullende functies in het sociaal-maatschappelijke domein. Veel cultuurhuizen en bibliotheken in den lande hebben dit traject doorlopen. Vooral de bibliotheek blijkt een goede basis om andere (loket)functies aan te koppelen. Het geheel kan dan uitgroeien tot een centrum voor lezen, leren, informeren en beleven. Partners uit de non-profit hoek zouden kunnen welzijnsorganisaties, UWV, gemeente (WMO-loket), Vrijwilligerspunt, Centrum Jeugd & Gezin. Ook zijn partners/huurders uit de profitsector denkbaar: kinderopvangorganisaties, huiswerkbegeleidingsinstituut, artsen en fysiotherapeuten (gezondheidscentrum). Randvoorwaarde: Genoemde organisaties moeten interesse hebben en een ruimtebehoefte kennen. Dit is een conditio sine qua non. Misschien is een nog verdergaande restyling van het gebouw nodig. Nadelen: Idem als bij b.
Schouwburg, bibliotheek en eventuele andere betrokkenen verliezen nog meer ‘eigen identiteit’: het gebouw zal minder als een cultureel centrum worden ervaren. De restyling van het gebouw kan een eenmalige investering vergen. Voordelen: Idem als bij b. Deze opzet waarborgt een maximale benutting van het 20
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
schouwburggebouw en een brede inbedding in de lokale samenleving.
d. Model: cultuurtempel Kenmerken: Positionering van de schouwburg als icoon en kloppend cultureel hart van de gemeente en de regio. Uitwerking: De schouwburg krijgt heel nadrukkelijk een culturele opdracht en moet zich richten op het binnenhalen van kwaliteitsvoorstellingen en bijzondere producties (denk aan grootschalige musicals en dansproducties). Er wordt op gemikt om publiek uit het gehele Land van Cuijk en zelfs daarbuiten aan te trekken met bijzondere voorstellingen. Randvoorwaarde: Gezien de trends die zijn geschetst, zal dit een stevige opdracht zijn. Sowieso zijn fors extra marketinginspanningen nodig en daarnaast ook een hoger programmeringsbudget. De exploitatie zal m.a.w. een forse extra impuls van de gemeente vergen. Nadelen: Het is onzeker of de opzet slaagt. Zal er inderdaad een toestroom van meer publiek optreden? De markt is moeilijk. De structurele exploitatielasten gaan aanzienlijk omhoog. Voordelen: Het zet Cuijk op de kaart als een cultureel knooppunt. Het kan mensen uit de regio een reden geven om Cuijk te bezoeken. De voor- en nadelen vatten wij als volgt samen: Lokale inbedding
Basis voor Samenwerking
Cultureel gehalte
Mate van besparing
-
Intensiteit van het gebouwgebruik -
Modellen Evenementenlocatie
+/-
+
Cultuurcluster
+++
+++
++
+++
+/-
Brede Maatschappelijke Voorziening Cultuurtempel
+++
+++
+
++
?
+
+
+++
+
-
+/-
Ter aanvulling hierop kunnen wij nog vermelden dat het model dat wordt gehanteerd bij ’t Spant in Bussum grote gelijkenissen vertoont met de schouwburg zoals hij thans Cuijk functioneert. Het concept dat onder meer in Bussum en Huizen (De Boerderij) wordt toegepast is ontwikkeld door Coulissen podiumexploitatie. Een vergelijkbare benadering treffen we aan in Zeeland waar Frans Lievens (TheaterBV) de schouwburgen van Goes en Terneuzen exploiteert. Belangrijk om te onderkennen is dat er in alle gevallen nog aanzienlijke subsidie (> € 500.000) door de gemeente wordt toegekend. De sleutel van hun formule is dat: 1. gebouw en exploitatie van elkaar worden losgekoppeld. De gemeente subsidieert enkel nog het gebouw, de voorstellingen alles bij elkaar moeten tenminste kostendekkend zijn; 2. de theaterexploitant regelt zelf het klein onderhoud aan het gebouw; 3. backoffice-taken (administratie, inkoop, marketing etc.) worden zoveel mogelijk gebundeld; 4. er zwaar wordt ingezet op congressen en andere evenementen (commerciële verhuur); 21
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
5. de horeca is een belangrijke inkomstenbron; 6. er sprake blijft van een lokaal gewortelde directeur; 7. het podium wordt sterk ingezet voor het tonen van lokaal talent. 8. voorstellingen waarmee financieel risico wordt gelopen worden vermeden. Als we de huidige exploitatie en werkwijze van schouwburg afzetten tegen die van Coulissen, dan is er weinig verschil: - de voorstellingen in Cuijk laten per saldo wat betreft de directe kosten en opbrengsten al een kleine plus zien; - voor congressen en evenementen is Bussum aantrekkelijker dan Cuijk. Bovendien is in Cuijk ook een andere goede evenementenlocatie voor handen (Ebben Inspyrium); - de horeca is in Cuijk al op een goede manier commercieel uitbesteed; - de organisatie in Cuijk is al extreem klein en doelmatig, zo blijkt uit de benchmark.3 “Winst” kan ik Cuijk nog worden geboekt door (1) anders om te gaan met het onderhoud aan de schouwburg (het klein onderhoud kan bij de schouwburg worden belegd), (2) meer te streven naar het laten zien en samenwerken met lokaal en regionaal talent en (3) de programmamix wat aan te passen (minder cultuur met een grote C). Om deze veranderingen te bewerkstelligen is het naar onze mening niet nodig om een exploitant vanuit de Randstad naar Cuijk te halen: wij denken dat de schouwburgstichting zelf mans genoeg is om – in samenwerking met ons – de benodigde veranderingen door te voeren.
Op basis van de voor- en nadelen van de modellen en de uitspraken die zijn gedaan door de bezoekers aan de bijeenkomst van 21 februari zien wij als het meest passende toekomstmodel voor de schouwburg het cultuurcluster. De geraadpleegde voorbeelden van het model ‘evenementenlocatie’ laten zien dat de sociaal-culturele functie verder onder druk komt te staan en dat – teneinde dit te compenseren – eenzelfde aanvullende subsidie aan de betreffende gemeente wordt gevraagd om de voorziening te laten functioneren. Het in het amendement genoemde voorbeeld van ’t Spant in Bussum is geen “huis voor de gemeenschap” zoals de Cuijkse schouwburg én biedt geen financieel gunstiger perspectief dan de huidige schouwburg in Cuijk. Wij hebben de schouwburgstichting gevraagd een nieuw bedrijfsplan op te stellen dat ervoor zorgt dat wordt geanticipeerd op vorengenoemde punten. In het bedrijfsplan zal rekening worden gehouden met de veranderde opdracht die wij voor de schouwburg zien en zal worden voorgesorteerd op de nieuwe elementen die wij aan de exploitatie toegevoegd zouden willen zien. Ook zal in het bedrijfsplan rekening moeten worden gehouden met het hernieuwde onderzoek dat dat wij hebben laten doen naar de inhoud en structuur van het MeerJaren OnderhoudsPlan (MJOP) voor het gebouw.
Het huidige plan vertoonde zo bleek in de afgelopen jaren veel gebreken, vandaar dat wij tot herijking hebben besloten. De verwachting is dat het nieuwe MJOP en het nieuwe bedrijfsplan zullen laten zien dat de subsidiebehoefte van de schouwburg groter is dan kort na de heropening werd gedacht. Een eerste inschatting is dat er voor het model cultuurcluster rekening gehouden moet worden met een verhoging van de subsidie. De uitwerking hiervan komt terug in het op te stellen bedrijfsplan, dat als
3 Dit is ook de reden dat de formule van Coulissen, dat nu al bijna 10 jaar bestaat, niet verder komt dan
Bussum en Huizen: veel meer theaters werken al op deze manier. In onder meer Gorinchem en Zutphen is actief gekeken of Coulissen de exploitatie kon overnemen, maar bleek dat dit niet tot substantiële kostenreductie leidde. 22
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
ultiem doel heeft voor een langere periode de subsidiebehoefte van de schouwburg vast te stellen. Om het door ons beoogde cultuurcluster te realiseren willen wij de volgende actiepunten in gang zetten:
1
Actiepunten
Actoren
Instrumenten
Andere opdracht aan de schouwburg:
Gemeente
Inhoud subsidie-
meer sociaal-culturele activiteiten en
en
beschikking
minder programmering met een grote
schouwburg
C. Belangrijk is om veel verschillende (ook nieuwe) publieksgroepen te bereiken en het gebouw maximaal te benutten, niet om persé alle podiumkunstgenres te tonen. Nijmegen is dichtbij. 2
Andere oriëntatie schouwburg: meer op
Schouwburg
gezamenlijk programmeren en
Inhoud subsidiebeschikking
coproduceren, minder op het inkopen van professionele voorstellingen. 3
Bevorderen van intensiever gebruik
Gemeente
Haalbaarheidsonderzoek.
van de vierkante meters. Onderzoeken
i.s.m.
op welke wijze de bibliotheek kan
schouwburg
Op termijn:
worden ingepast in de schouwburg.
en
subsidiebeleid
bibliotheek 4
Onderzoeken of het jongerencentrum
Gemeente
Nader verkennend
domicilie zou willen kiezen in de
en
overleg gemeente met
schouwburg
schouwburg
schouwburg en Sociom Op termijn: subsidiebeleid
5
Stimuleren dat de schouwburg ook
Gemeente
Culturele Aanjager
buiten haar muren activiteiten gaat
i.s.m. de
aanstellen en situeren bij
ontplooien om het centrumgebied te
schouwburg
de schouwburg
Schouwburg
Vrijwilligersbeleid
verlevendigen (denk aan concerten, festivals ed). De Culturele Aanjager (zie speerpunt 1) een plek geven bij/in de schouwburg. 6
Zorgen voor een grotere betrokkenheid van vrijwilligers.
formuleren. Vrijwilligerscoördinator aanwijzen (omkatten bestaande functie bij de schouwburg) Wervingsactie starten Benutten Brede Regeling 23
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
Combinatiefuncties (2019- )! 7
Zoeken naar bemensing (vrijwilligers)
Schouwburg
Gericht enkele
voor het doen functioneren van een
geïnteresseerden
filmclub en een poppodium, beide met
benaderen om hierin een
een actieve programmering.
rol te spelen als voortrekker.
8
9
Herijken subsidie-overeenkomst. De
Gemeente
Besluit in kader
basis hiervoor vormt het nieuwe
Gemeentebegroting 2020
Bedrijfsplan van de schouwburg.
ev
Herijken MeerJaren OnderhoudsPlan
Bureau
Nadere afspraken
(MJOP) Schouwburg, onder meer op
Volantis
gemeente en
volledigheid en taakverdeling
schouwburg
gemeente/schouwburg 9
Investeren in het geschikt maken van
Gemeente
Bouwkundig onderzoek
de schouwburg voor nieuwe bewoners
i.o.m.
op basis van
schouwburg
programma’s van eisen
en nieuwe
en wensen.
bewoners 10
Onderzoeken of bij vestiging van de
Bibliotheek
Haalbaarheidsonderzoek
Cursusaanbod tot stand brengen dat
Bibliotheek
Inzet bibliotheek.
wordt aangeboden in de schouwburg:
en
eigentijdse vorm van Volksuniversiteit
schouwburg
bibliotheek in de schouwburg de openingstijden van de bibliotheek kunnen worden verruimd en of er tot een (nog) groter activiteiten-aanbod kan worden gekomen. 11
Inhoudelijk en qua kosten
(concept van KennisMakers).
bezien in samenhang
Bibliotheek kan leidend zijn, de
met de herhuisvesting.
schouwburg kan de accommodatie bieden. Zie speerpunt 6, punt 4. 12
Onderzoeken of een TechLab kan
Gemeente
worden gerealiseerd in de schouwburg-
i.o.m
accommodatie. Zie speerpunt 6, punt 5
schouwburg
Eenmalige investering.
en bibliotheek.
NB: dit toekomstmodel laat zich niet van de ene op de andere dag realiseren. Schouwburg, bibliotheek en jongerenorganisatie hebben tijd nodig om dit perspectief te realiseren. Hiermee zullen naar verwachting enkele jaren zijn gemoeid.
Speerpunt 4. Het verenigingsleven versterken (ontwikkeling, ontmoeting, ontspanning) De gemeente kent een bloeiend verenigingsleven. Op het gebied van cultuur zijn diverse van muziek- zang en dansverenigingen actief. Een knelpunt is wel dat bij sommige verenigingen het ledental terugloopt door ontgroening en vergrijzing. Vanuit de muziekverenigingen is de 24
CULTUURVISIE CUIJK 2020-2024
concrete suggestie gedaan om hieraan wat te doen door het opleiden van nieuwe musici in eigen beheer te nemen. Concreet staat de muziekverenigingen het model voor ogen dat ook in Mill wordt gehanteerd. Dit houdt in dat de docenten die het muziekonderwijs verzorgen voor de harmonie- en fanfare-instrumenten (hafa) voortaan via de verenigingen hun lessen aanbieden. De docenten komen dan hierbij niet in dienst van de muziekverenigingen, maar werken als zzp-er. Het model houdt in dat er wordt gewerkt met een coördinator die is belast met de afstemming tussen docenten, verenigingen en leerlingen (ouders) wat betreft de lessen en het ontwikkelen van activiteiten. De docent moet te allen tijde in het belang van de vereniging, onder andere door (a) de leerlingen (en ouders) blijvend te motiveren richting de harmonie of de fanfare en (b) goede contacten te onderhouden met ouders, leerlingenbegeleiders, coördinator en het bestuur van de verenigingen. De leslocatie is in principe de door de vereniging gehuurde locatie. Het lesgeld wordt aan de verenigingen voldaan. De gehanteerde lesgelden zijn hierbij beduidend lager zijn dan in de huidige opzet om de lessen financieel beter toegankelijk te maken. Een voordeel van deze benadering is dat de beginnende muzikanten (meestal, maar niet altijd jongeren) meteen verbonden worden aan een vereniging.