13-35 2018.0629 R.O.Hapsebaan 33 Vianen_4_wijzi.pdf
Tekst van het document
48
•
is beoogd dient er een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ingreep uitgevoerd kan worden. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op nesten en/of verblijflocaties van andere soorten op het plangebied. Er is één actief nest van een ekster en enkele slaapplaatsen van duiven en kauwen aangetroffen binnen het plangebied. Het is echter zeer aannemelijk dat er een ruime hoeveelheid actieve nesten zijn in de struiken en bomen op en rond het plangebied. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling geen negatieve effecten hebben op natuurwaarden ter plaatse. 5.4
Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In dit plan te worden dient aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op eventueel aanwezige de archeologische en/of cultuurhistorische waarden. In dit bestemmingsplan is een splitsing gemaakt tussen archeologie en cultuurhistorie. Archeologie is in de bodem aanwezig en is meestal niet beleefbaar, terwijl cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar zijn in de omgeving. De gemeente Cuijk heeft de bescherming uit haar archeologisch beleid verankerd in het ‘Archeologisch Beleidsplan Gemeente Cuijk’ en tevens in het bestemmingsplan door middel van dubbelbestemmingen. Conform deze beleidsstukken is de locatie gelegen grotendeels gelegen binnen het gebied ‘Waarde – archeologie 5’ en voor een klein deel binnen het ‘Gebied met lage archeologische verwachting. Voor dit laatste gebied geldt geen onderzoeksplicht.
Voor het gebied ‘Waarde – archeologie 5’ geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsoppervlakte van minimaal 2.500 m2 en een verstoringsdiepte van 50 centimeter. Conclusie De oppervlakte aan zonnepanelen is weliswaar circa 8 hectare, maar deze wordt niet in zijn gehaal afgegraven of verstoord. De oppervlakte blijft daardoor in principe ruim onder de 2.500 m² De kans op het aantreffen van archeologische resten is daardoor uiterst gering en kan met enige zekerheid worden gesteld dat de aantasting van archeologische resten uitgesloten kan worden. Mochten er bij graafwerkzaamheden toch archeologische relicten of grondsporen worden gevonden op de locatie, dan geldt een meldingsplicht conform artikel 53 van de Monumentenwet.
49
5.5
Landschap en cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. Om te bepalen of de planlocatie is gelegen binnen een gebied welke van cultuurhistorisch belang is, is de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart blijkt dat de planlocatie niet binnen een cultuurhistorisch gebied is gelegen. Met onderhavige ontwikkeling worden dan ook geen cultuurhistorische kenmerken aangetast. Met de landschappelijke inpassing (zie hoofdstuk 3) is rekening gehouden met gebiedskenmerken en karakteristieken, waardoor met de ontwikkeling de huidige landschapskenmerken worden gerespecteerd en juist wordt bijgedragen aan de bestaande landschappelijke waarden.
5.6
Verkeer Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.
5.6.1
Mobiliteit De realisatie van een zonneweide heeft een minimale verkeersaantrekkende werking tot gevolg. Wanneer dit wordt vergeleken met de huidige varkenshouderij vindt er zelfs een flink afname plaats van verkeersbewegingen, waardoor het aspect mobiliteit geen belemmering vormt.
5.6.2
Parkeren De parkeernormen zijn opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen auto en fiets Gemeente Cuijk’, behorende bij de ‘Parkeernota gemeente Cuijk 2016-2023’ welke op 3 augustus 2019 in werking is getreden. Uit deze nota volgt dat voor zonneweides geen parkeeropgave geldt. Sporadisch zullen controle en onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden. Het terrein heeft voldoende ruimte om te kunnen voorzien in parkeerruimte voor één of een aantal auto’s. Conclusie In de nieuwe situatie heeft tot gevolg dat het aantal verkeersbewegingen sterk verminderd. Het aspect Verkeer levert geen belemmeringen op voor voorgestane ontwikkeling.
50
51
HOOFDSTUK
6 Uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van de omgevingsvergunningsaanvraag aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven. 6.1
Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Wanneer met een omgevingsvergunning een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Er wordt een planschadeovereenkomst afgesloten en de sanering van de locatie (na 25 jaar) wordt geregeld. Daarnaast wordt parallel aan het ruimtelijke/vergunningstraject een financiële participatie traject met de omgeving op gestart.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De omgevingsvergunning wordt ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken te inzage gelegd, waarbij gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Omgevingsdialoog Op 11 oktober 2018 heeft er een informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarin de plannen voor de locatie aan de Hapsebaan 33 te Vianen zijn toegelicht. In bijlage VII is de uitnodiging voor deze informatiebijeenkomst en de presentatie weergegeven. Tijdens deze bijeenkomst is een dialoog gevoerd met de dorpsraad en alle betrokkenen. In gemeenteraad in samenhang met nemen van voorbereidingsbesluit. Er zit een groot tijdsverloop in, maar dat zijn vooral praktische redenen (sloop, onderzoeken, verkrijgen van subsidie, afspraken met netbeheerder). Het uiteindelijke doel bleef onveranderd, waardoor geen wijzigingen zijn plaatsgevonden Daarnaast heeft er op 8-7-2019 en 29-10-2019 een overleg plaatsgevonden met de initiatiefnemers en de gemeente Cuijk. Tijdens dit overleg is de planvorming, planning, procedures en het proces m.b.t. de herontwikkeling van de varkenshouderij aan Hapsebaan 33 te Vianen besproken. De verslagen van deze twee bijeenkomsten zijn weergegeven in bijlagen VIII en IX. Op woensdag 17 februari 2021 is een (digitale) presentatie gegeven aan de bewoners die in de directe omgeving van het plangebied wonen.
In de presentatie is uitgebreid toegelicht welke stappen er tussen oktober 2018 en 17 februari 2021 hebben plaatsgevonden en hoe de nieuwe situatie geregeld wordt. De presentatie en het verslag is opgenomen als bijlage VIIb en VIIc.
52
Tot slot is het aangepaste plan op 3 april 2021 via de mail gedeeld met de mensen die aanwezig zijn geweest bij de digitale presentatie.
53