CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

13-09 Cuijk Deel 1 - Introductie en uitgangspunten huisvesting arbeidsmigranten_1.pdf

Cuijk - raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (C-stuk) Voorstel 2021-09 tot vaststelling Beleid huisvesting arbeidsmigranten14.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN Deel 1 INTRODUCTIE CASUS EN UITGANGSPUNTEN Dit document bevat de introductie van de casus en de uitgangspunten voor het integrale beleidskader huisvesting arbeidsmigranten.

INTEGRAAL BELEIDSKADER HUISVESTING ARBEIDSMIGRANTEN Beleid samenwerkende gemeenten  Boxmeer

 Cuijk  Grave  Mill en Sint Hubert  Sint Anthonis

Land van Cuijk i.o. + Grave

Oktober 2020

Pagina 2 van 38

Pagina 3 van 38

Inhoud 1.

Inleiding .................................................................................................................................... 4

2.

Samenvatting: de uitgangspunten op een rij ............................................................................... 5 Lijst van gebruikte afkortingen ........................................................................................................ 7

3.

4.

5.

6.

Introductie ................................................................................................................................. 7 3.1

De arbeidsmigrant......................................................................................................................... 8

3.2

Ontwikkelingen arbeidsmarkt ....................................................................................................... 8

3.3

Arbeidsmigranten in het Land van Cuijk ....................................................................................... 9

3.4

Registratie ..................................................................................................................................... 9

3.5

Verblijfsduur................................................................................................................................ 10

3.6

Verkamering ................................................................................................................................ 10

3.7

Gemeentelijke voorzieningen ..................................................................................................... 11

3.8

Wettelijke bepalingen ................................................................................................................. 11

3.9

De huisvesting van arbeidsmigranten – deel 1 ........................................................................... 11

Aandacht voor arbeidsmigranten ............................................................................................. 13 4.1

Landelijk niveau........................................................................................................................... 13

4.2

Provinciaal ................................................................................................................................... 17

4.3

Regio Noordoost-Brabant ........................................................................................................... 18

4.4

Land van Cuijk i.o. ....................................................................................................................... 19

4.5

Lokaal: beleid per gemeente....................................................................................................... 19

Aanvullende zaken en uitgangspunten...................................................................................... 20 5.1

Behoefte van lokale bedrijven aan arbeidsmigranten ................................................................ 20

5.2

Bestaande huisvesting voor arbeidsmigranten........................................................................... 20

5.3

Huisvesting van arbeidsmigranten – deel 2 ................................................................................ 21

5.4

Economische afwegingen............................................................................................................ 23

5.5

Participatie en integratie............................................................................................................. 23

5.6

In- en uitschrijving Basisregistratie Personen (BRP) ................................................................... 23

5.7

Verblijfsbelasting......................................................................................................................... 24

5.8

Toezicht en handhaving .............................................................................................................. 24

5.9

Prestatieovereenkomsten met werkgevers en huisvesters........................................................ 24

5.10

Aanvullende uitgangspunten ...................................................................................................... 25

Communicatie.......................................................................................................................... 26 6.1

Communicatie algemeen ............................................................................................................ 26

6.2

Communicatie Achtstappenplan ................................................................................................. 26

BIJLAGE A – RIEC – Bescherming arbeidsmigranten........................................................................... 28 BIJLAGE B – PON-Cijfers arbeidsmigratie in het Land van Cuijk 2018 ................................................. 30

Pagina 4 van 38

1. Inleiding Steeds vaker wordt een tijdelijk beroep gedaan op arbeidskrachten uit voornamelijk Midden- en Oost Europa. De inschatting is dat veel van deze arbeidsmigranten binnen Het Land van Cuijk verblijven. Het is bekend dat zij niet zelden worden uitgebuit en/of huisvesting krijgen in slechte of zelfs gevaarlijke panden. Bij controles in de gemeente Cuijk is dat in sommige gevallen ook gebleken. De gevolgen zijn dat er onveilige situaties bestaan, verrommeling van de woonomgeving optreedt en dat er op sommige plaatsen sprake is van (soms aanzienlijke) overlast. Het aantal klachten en meldingen daarvan neemt dan ook toe. Omwonenden ondervinden overlast door extra geparkeerde auto’s, geluidsoverlast in combinatie met (overmatig) alcohol gebruik, het werken in ploegendiensten (ander dag-nachtritme), verkeerd aanbieden van huisvuil en het verminderen van de sociale cohesie in de buurt. Aan de andere kant is de behoefte aan arbeidsmigranten voor de Nederlandse economie erg hoog. De inzetbaarheid van deze arbeidsmigranten wordt echter beperkt door het ontbreken van adequate huisvesting. Vanuit diverse uitzendorganisaties/werkgevers en huisvesters wordt aan de gemeente Cuijk verzocht om een vorm van (al dan niet tijdelijke) grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten toe te staan.

Hierbij gaat het vooral om het goed kunnen huisvesten van arbeidsmigranten die voor ons allen dringend noodzakelijk zijn. Het integraal beleid huisvesting arbeidsmigranten bestaat uit drie delen: Deel 1.

Introductie en uitgangspunten: Voor het ontwikkelen van beleid dienen we eerst helder te hebben welke uitgangspunten we gaan hanteren om voor de arbeidsmigrant te zorgen voor goede woon- en werkomstandigheden en er voor te zorgen dat men (hopelijk) hier graag wil blijven komen en werken. We borduren daarbij voort op landelijk en provinciaal geformuleerde aandachtspunten en vertalen die naar werkbare uitgangspunten voor de gemeente Cuijk. Kern uitgangspunt:

Deel 2.

Kadernota met beleidsregels en paraplubestemmingsplan: De gemeente is geen voorstander van het huisvesten van arbeidsmigranten in verkamerde woningen, maar streeft naar grootschalige logiesvoorzieningen. De kadernota is een document dat diverse zaken met elkaar verbindt en uitlegt. Denk hierbij aan: de huisvesting arbeidsmigranten en seizoenarbeiders, verkamering van panden, beleidsregels, invoering (paraplu) bestemmingsplan en het verminderen van overlast. Kernadvies:

Deel 3.

De gemeente wil zorgen voor goede, adequate en leefbare huisvesting voor arbeidsmigranten, waar zij zich kunnen ontspannen en bovenal vrij voelen.

Het verkamering van woningen is alleen toegestaan als hiervoor een omgevingsvergunning is verleend.

Ontwikkelkader grootschalige logiesvoorzieningen: Om grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk te kunnen maken, dient een ontwikkelkader te worden vastgesteld. Dit kader dient als toetssteen om mee te werken aan een nieuw bestemmingsplan, buitenplanse afwijking van een bestemmingsplan (verklaring van geen bedenkingen), afwijkende gebruik toe te staan (kruimelgevallenregeling) of het verlenen van een omgevingsvergunning. Ook hierbij kunnen zaken als een leefbaarheidstoets en prestatiecontract voorwaarden zijn. Kernadvies:

De gemeente wil grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk maken volgens een vastgesteld ontwikkelkader.

Hiermee is een samenhangend pakket aan maatregelen beschikbaar om de problematiek adequaat aan te pakken. Het voorliggende document betreft deel 1 waarin we de casus beschrijven en uitgangspunten vaststellen ten aanzien van de goede huisvesting van arbeidsmigranten.

Pagina 5 van 38

2.

Samenvatting: de uitgangspunten op een rij

De uitgangspunten in deze nota hebben wij zo willen formuleren dat het beleid voor een lange periode houdbaar is. In de uitgangspunten zullen wij nader ingaan op de risico's en beheersmaatregelen die wij naar aanleiding daarvan nemen. Nr. Uitgangspunt 1 Iedere arbeidsmigrant dient zich in te schrijven bij de BRP. Er dient hierbij extra aandacht te zijn voor adreswijzigingen en uitschrijving. 2 Cuijk streeft naar een scheiding van werkgever en huisvester, zodat bij wisseling van werkgever (behoudens bij een agrarisch bedrijf dat zijn eigen werknemers huisvest), de werknemer voor 30 dagen kan blijven wonen op hetzelfde adres en dus direct niet uit huis kan worden gezet. 3 We streven naar locaties voor grootschalige logiesvoorziening. Een grootschalige logiesvoorziening is beter beheersbaar (24/7), zorgt voor minder vervoersbewegingen en kan alle benodigde faciliteiten bieden in één gebouw/complex. 4 De arbeidsmigranten dienen dichtbij de werkplek worden gehuisvest. Hierdoor kunnen ook alternatieve vervoermiddelen worden ingezet zoals de fiets. 5 Een nieuw bedrijf of distributiecentrum is verplicht in kaart te brengen hoeveel arbeidsmigranten er naar verwachting zullen gaan werken en wat dit betekent voor huisvesting, vervoer, leefomgeving en zorg.

6 Uitzendbureaus en werkgevers dienen een arbeidsmigrant die vanwege ziekte niet in zijn/haar woonruimte kan blijven, een gelijkwaardig alternatief aan te bieden. 7 De initiatiefnemer van huisvesting arbeidsmigranten gaat in overleg met de huisartsen over de toenemende zorgvraag. 8 Het Uitvoerings- en Interventieteam (UIT!) voert controle uit in verkamerde panden die bijvoorbeeld door politie, vuilophaaldienst, sociale wijkteams en verontruste burgers zijn aangedragen. 9 In het logiesverblijf worden arbeidsmigranten gehuisvest die hoofdzakelijk werkzaam zijn in de gemeente of in de directe nabijheid. 10 Grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten is qua aard en inrichting niet geschikt voor personen onder de 18 jaar en daarmee is het ook niet toegestaan personen onder deze leeftijdsgrens te huisvesten. 11 De bezetting dient te worden bijgehouden in een nachtregister, waarin minimaal opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting en datum beëindiging huisvesting.. 12 Voor de huisvesting zijn minimaal de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) of - voor huisvesting van eigen personeel bij agrarische bedrijven - Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF). De norm kent de onderdelen ruimte en privacy, sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening en overige eisen, en brandveiligheid.

13 Voor iedere huisvestingslocatie dient een beheerder te zijn aangewezen. Deze zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is altijd (24 uur per dag en 7 dagen per week) bereikbaar voor de huurders/gebruikers, omwonenden, politie en/of de gemeente. 14 De gemeente streeft naar (grotere) logiesvoorzieningen in gemengde (overgangs)zones; dus niet ver van de kernen in het buitengebied tenzij ten behoeve van eigen agrarische bedrijfsvoering. 15 (grotere) logiesvoorzieningen op (randen van) bedrijventerreinen is een optie op basis van maatwerk. 16 Vanuit de integratiegedachte en de afstand tot voorzieningen geniet huisvesting in het buitengebied uitdrukkelijk niet de voorkeur; uitzondering: huisvesten van

Verwijzing H 4 par. 4.1 blz. 14 H 4 par. 4.1 blz. 14

H 4 par. 4.1 blz. 15

H 4 par. 4.1 blz. 15 H 4 par. 4.1 blz. 15

H 4 par. 4.1 e blz. 16 H 4 par. 4.1 f blz. 16 H 4 par. 4.1 f blz. 16

H 4 par. 4.2 blz. 18 H 4 par. 4.2 blz. 18

H 4 par. 4.2 blz. 18

H 4 par. 4.2 blz. 18

H 4 par. 4.2 blz. 18

H 4 par. 4.3 blz. 19

H 4 par. 4.3 blz. 19 H 4 par. 4.3 blz. 19

Pagina 6 van 38

17 18

19 20

21

22

23

24 25

26 27 28

29

30

31

32

33

seizoenarbeiders ten behoeve van de eigen agrarische bedrijfsvoering. Het huisvesten van arbeidsmigranten op recreatieterreinen geniet uitdrukkelijk niet de voorkeur. Op basis van maatwerk: mogelijkheden in leegstaand vastgoed, zoals VAB’s , kloosters e.d., afhankelijk van de ligging en ontsluiting. Let wel, liefst dus alleen in gemengde overgangszones. Het aantal verblijfplaatsen voor arbeidsmigranten sluit aan bij de behoefte van bedrijven aan arbeidsmigranten. Pensions en logiesgebouwen kunnen worden gerealiseerd op vrijkomende bedrijfslocaties in de kern en het buitengebied op die locaties waar hergebruik voor bedrijfsdoeleinden niet voor de hand ligt dan wel ongewenst is. Let wel: nieuwbouw is ook mogelijk. Nieuwe en bestaande huisvestingslocaties moeten aantoonbaar inspelen op de behoefte aan huisvesting van arbeidsmigranten, werkzaam bij bedrijven in Land van Cuijk en directe omgeving. Huisvesting van arbeidsmigranten is primair de verantwoordelijkheid van de werkgever. Ook projectontwikkelaars/ huisvesters kunnen een initiatief indienen, mits er een relatie is met de behoefte aan huisvesting van lokale werknemers. De gemeente heeft een faciliterende en verbindende rol. Woningen in de kern en in het buitengebied moeten worden bewoond door een huishouden behoudens als er een omzettingsvergunning is verstrekt voor verkamering.

Voor bestaande (illegale) situaties gaat een overgangsperiode van maximaal 6 maanden gelden. Arbeidsmigranten die zich voor langere tijd of permanent in onze gemeenten vestigen, wonen met hun gezin of huishouden in een reguliere woning. Zij kunnen een beroep doen op de reguliere voorzieningen en zich inschrijven bij een woningcorporatie. We willen toestaan dat er ruimte voor maatschappelijk verantwoorde huisvesting op het agrarisch bedrijf komt waar men werkt. Middels maatwerk wordt aansluiting gezocht bij de arbeidsbehoefte van het desbetreffende agrarisch bedrijf. Pensions en logiesgebouwen kunnen worden gerealiseerd in vrijkomende gebouwen in de kern en het buitengebied op die locaties waar hergebruik voor de oorspronkelijke doeleinden niet voor de hand ligt dan wel ongewenst is. Bij uitgifte van bedrijfskavels of bij uitbreiding van bedrijven maakt de gemeente, indien van toepassing, afspraken met werkgevers over de huisvesting van arbeidsmigranten. We zetten in op een goede informatievoorziening voor arbeidsmigranten. De gemeente neemt hierin in regioverband een actieve rol in en laat de werkgevers hierbij betrekken. We onderzoeken de mogelijkheden voor een (digitaal) informatieloket waar arbeidsmigranten terecht kunnen. We gaan hierover in gesprek met andere gemeenten in We bevorderen contacten tussen inwoners en arbeidsmigranten.

We leggen in- en uitschrijvingsformulieren voor de BRP bij de huisvester / werkgever/ uitzendbureau. We maken afspraken over het proces rondom in- en uitschrijven en leggen deze vast in een prestatiecontract.

H 4 par. 4.3 blz. 19 H 4 par. 4.3 blz. 19

H 5 par. 5.10 blz. 25 H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25 H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25 H 5 par. 5.6 onderdeel: Convenanten H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25

H 5 par. 5.10 blz. 25

Na vaststelling van het beleid zullen we handhaven op kamerverhuur aan H 5 par. 5.10 blz. 26 arbeidsmigranten. Voor bestaande situaties gaat een overgangsperiode van maximaal 6 maanden gelden waarin werkgevers/huisvesters inzichtelijk kunnen

Pagina 7 van 38

34 35

maken hoe zij arbeidsmigranten na de overgangsperiode gaan huisvesten conform het nieuwe huisvestingsbeleid voor arbeidsmigranten gemeente Cuijk. H 5 par. 5.10 blz. 26 De gemeenten zetten in op een duurzame relatie met werkgevers en huisvesters. Er zullen prestatieovereenkomsten c.q. convenanten worden afgesloten met H 5 par. 5.10 blz. 26 werkgevers / huisvesters.

Lijst van gebruikte afkortingen AKF ABU AOV-er APV BBHA Boa BRP BSN Btw CBS EU FIOD FNV LIEC RIEC NBBU NEN Nimby Nivea NOB RIVM RNI SNA SEO SNF SZW VAB WABO WW

3.

= Agrarische Keurmerk Flexwonen = Algemene Bond Uitzendondernemingen = Adviseur openbare orde en veiligheid = Algemeen Plaatselijke verordening = Beheerstichting Bescherming en Huisvesting Arbeidsmigranten = Buitengewoon opsporingsambtenaar = Basis Registratie Personen = Burger Service Nummer = Belasting toegevoegde waarde = Centraal Bureau voor de Statistiek = Europese Unie = Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst = Federatie Nederlandse Vakbeweging = Landelijk Informatie- en Expertise Centrum = Regionaal Informatie- en Expertise Centrum = Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen = NEderlandse Norm = Not in my back yard = Niet in voor en achtertuin = Noord Oost Brabant = Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu = Registratie niet ingezetenen = Stichting Normering Arbeid = Sociaal Economisch onderzoek = Stichting Normering Flexwonen = Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid = Vrijkomende agrarische bebouwing = Wet algemene bepalingen omgevingsrecht = Werkloosheidwet

Introductie

Het wonen van arbeidsmigranten is regelmatig onderwerp van gesprek. In de media is een negatief beeld ontstaan met vervelende gevolgen voor de arbeidsmigranten, voor Het Land van Cuijk1 en voor de uitzendbureaus/werkgevers en huisvesters.

1 Overal waar het Land van Cuijk staat geschreven wordt bedoeld de vijf huidige gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en St

Anthonis, danwel ‘Land van Cuijk i.o. én Grave’. (zie 5.4)

Pagina 8 van 38 Nederland heeft een lange traditie van het aantrekken van arbeidskrachten uit het buitenland om tekorten op de binnenlandse arbeidsmarkt op te vangen. Deze arbeidskrachten worden vaak aangeduid als arbeidsmigranten of seizoenarbeiders. In deze beleidsregel wordt de term arbeidsmigranten gehanteerd. 3.1 De arbeidsmigrant Arbeidsmigranten zijn personen die voor kortere of langere tijd naar Nederland komen om hier te werken en te wonen. In het Land van Cuijk gaat het vooral om arbeidsmigranten uit EU landen, met name uit Midden- en OostEuropese landen, die hier komen om ongeschoold of laaggeschoold werk te verrichten. Als EU burgers hebben zij vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt, met de aantekening dat ze voorzien in eigen onderhoud tijdens hun verblijf in Nederland. Zij bouwen verder dezelfde arbeidsrechten op als Nederlandse werknemers en hebben bijvoorbeeld recht op het minimumloon en de opbouw van WW rechten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen arbeidsmigranten en kennismigranten / expats. Deze laatste groep zijn niet-Nederlanders, vaak van buiten de EU, die hier hooggeschoold werk doen. Dit beleidsdocument gaat niet over kennismigranten / expats. De groep arbeidsmigranten is divers qua herkomst en qua inzet.

Daarnaast levert het vraagstukken op met betrekking tot de regionale en Nederlandse arbeidsmarkt, de financiële en rechtspositie van de arbeidsmigranten zelf en last but not least de huisvesting en inburgering van de arbeidsmigranten. Met name een verantwoorde en humane huisvesting die aansluit op de behoefte en verblijfsduur van de verschillende arbeidsmigranten en die een goede integratie niet in de weg staat is een belangrijk vraagstuk. 3.2 Ontwikkelingen arbeidsmarkt De werkloosheid in Oost-Europa daalt hard. De krapte op de arbeidsmarkt stuwt de lonen flink op. In 2018 gingen de lonen in Polen en Roemenië met respectievelijk 6 procent en 30 procent omhoog. Daarnaast moet Nederland concurreren met landen als Duitsland en Denemarken. De verwachting is daarom dat het in de toekomst steeds moeilijker zal worden om voldoende arbeidsmigranten uit (Oost-) Europa te halen. Momenteel zien we dat echter nog niet terug in de statistieken. Volgens het CBS groeide de Nederlandse bevolking sneller in de eerste helft van 2019 dan in dezelfde periode in 2018, vooral door de komst van arbeidsmigranten uit onder andere Polen2. In de media wordt het beeld neergezet dat er in de toekomst steeds meer arbeidsmigranten van buiten de EU zullen worden aangetrokken. Dit is echter nog niet zo gemakkelijk.

Er moet namelijk een tewerkstellingsvergunning aan worden gevraagd om personeel uit niet EU-landen werk te kunnen bieden in Nederland. Een dergelijke vergunning is vrijwel niet te verkrijgen voor ongeschoold werk omdat er sprake moet zijn van een 'wezenlijk Nederlands belang'. Dat wil zeggen dat de werkgever in Nederland en elders in Europa geen geschikt personeel heeft kunnen vinden. De werkloosheidscijfers in Europa zijn hoe (voorlopig) dermate hoog dat dit belang niet bewezen kan worden voor het veelal ongeschoolde werk dat in onze gemeenten wordt aangeboden. In de toekomst moet rekening gehouden worden met een toename van arbeidsmigranten van buiten de EU voor specifieke beroepen in bijvoorbeeld de zorg. Precieze cijfers zijn onbekend maar naar schatting gaat het momenteel nog maar om kleine aantallen. Automatisering en robotisering zijn belangrijke ontwikkelingen waarmee rekening moet worden gehouden in het beleid. Ook is de inzet van arbeidskrachten voorlopig goedkoper dan het investeren in robots. Het is niet duidelijk wanneer het omslagpunt zal plaatsvinden. Toch is het niet ondenkbaar dat over 10 jaar minder arbeidskrachten nodig zijn omdat een deel van het werk door robots wordt overgenomen. Tegelijkertijd zal door automatisering en robotisering de vraag naar middelbaar en hoger opgeleide arbeidskrachten toenemen.

Uit enquêtes uitgezet onder arbeidsmigranten blijkt dat 44% momenteel werk verricht dat op een lager niveau is dan de opleiding die ze hebben genoten. De werkzaamheden die arbeidsmigranten in Nederland uitvoeren zijn zeer divers en variëren van seizoensarbeid tot arbeid gedurende het hele jaar en van agrarisch tot industrieel, bouw, logistiek en dienstverlenend. Door het verder open gaan van de grenzen is de toestroom van arbeidsmigranten in de afgelopen jaren vanuit Midden- en Oost-Europa sterk toegenomen. In Nederland heerst in verschillende sectoren een tekort aan arbeidskrachten, waardoor arbeidsmigranten, aangetrokken door de relatief hogere lonen, tijdelijke werkzaamheden verrichten en 2

Volkskrant, 31 juli 2019. 'Nederlandse bevolking groeide sneller in eerste helft van 2019 dan vorig jaar, vooral door komst arbeidsmigranten'

Pagina 9 van 38 van belang zijn voor het functioneren van de nationale en lokale economie. Naar verwachting zal Nederland voor arbeidsmigranten aantrekkelijk blijven, zeker ook gezien de verbeterde economische vooruitzichten. In 2016 droegen arbeidsmigranten uit Midden- en Oost Europa ongeveer 11 miljard euro bij aan het nationaal inkomen van Nederland. Na aftrek van de daarvan uitgekeerde beloning aan arbeidsmigranten blijft ruim 5 miljard euro over, ongeveer 300 euro per Nederlander3. Ook in het Land van Cuijk hebben arbeidsmigranten een belangrijk aandeel in de economie. Bedrijven in de land- en tuinbouwsector geven aan dat zij zonder arbeidsmigranten niet kunnen blijven bestaan. Ook de komende jaren zal deze behoefte aan arbeidsmigranten blijven bestaan, doordat de beroepsbevolking vanaf 2021 zal krimpen. De keerzijde is dat arbeidsmigranten over het algemeen een laag inkomen hebben. Gemiddeld verdienen zij tot een maximum van 130% van minimum loon. Een stijging van het aantal arbeidsmigranten leidt tot stijging van het aantal laag opgeleiden en weinig kapitaal krachtige inwoners. Tegelijkertijd geven arbeidsmigranten ook weer geld uit in onze gemeenten, wat weer bijdraagt aan de economie en de instandhouding van voorzieningen.

Volgens de laatste cijfers van het Sociaal Economisch onderzoek (SEO) uit 2018 droegen arbeidsmigranten ongeveer 11 miljard euro bij aan het nationaal inkomen4. Daarnaast besteedt een arbeidsmigrant jaarlijks minimaal 2600 euro in zijn woonplaats. 3.3 Arbeidsmigranten in het Land van Cuijk Arbeidsmigranten wonen, werken en leven al jaren in het Land van Cuijk. In het Land van Cuijk is naar schatting 5% van de inwoners arbeidsmigrant. Vanuit de economische concurrentiepositie van lokale en regionale bedrijven is het van evident belang dat huisvesting voor arbeidsmigranten op een goede manier is geregeld. Wanneer dit niet het geval is, zullen arbeidsmigranten wegblijven en opteren voor andere landen of regio’s. Dit heeft direct gevolgen voor het rendement van de bedrijven door het ontstaan van een tekort aan arbeidskrachten. Hierdoor zal dit op een gegeven moment ook een negatief effect hebben op de lokale en regionale economie. De vraag naar werknemers in de regio blijft groot. De concurrentie met andere gebieden en landen om voldoende arbeidskrachten en dus arbeidsmigranten te vinden, neemt toe. Het kunnen aantrekken en binden van arbeidsmigranten door goede huisvesting aan te bieden, is een onmisbaar onderdeel van de modernisering van de agrarische sector, foodindustrie, logistiek en andere sectoren.

De verwachting is dat in de toekomst deze inzet zich zal uitbreiden richting de zorg. Goede huisvesting van arbeidsmigranten is daarom belangrijk niet alleen voor hen zelf, maar ook voor de werkgevers en inleners in voornoemde branches. Bedrijven in Land van Cuijk geven aan dat ze arbeidsmigranten graag aan zich willen binden,: zodat ze niet telkens opnieuw op zoek hoeven naar goed personeel. Veel arbeidsmigranten keren jaarlijks terug bij hetzelfde bedrijf. Ook zetten zij hun netwerk in en introduceren vrienden en familieleden bij het bedrijf. Meerdere bedrijven geven aan dat goed werkgeverschap en kwalitatief goede huisvesting steeds belangrijker is om aan voldoende personeel te komen. De laatste jaren is dus er sprake van een verdere toename van het aantal arbeidsmigranten. Deze groei brengt nieuwe vraagstukken met zich mee. Waar huisvesten we deze mensen? Hoe beschermen we deze mensen? Hoe gaan we om met integratie en participatie van arbeidsmigranten? Hoe houden we evenwicht tussen economische belangen, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de druk op de huizenmarkt? En hoe zorgen we ervoor dat de sociale cohesie in onze kernen blijft bestaan? 3.4 Registratie Personen die tijdelijk komen werken in Nederland dienen zich in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP).

In de BRP staan de persoonsgegevens van inwoners van Nederland (ingezetenen) en van personen die Nederland hebben verlaten (niet ingezetenen). Personen die korter dan 4 maanden in Nederland wonen kunnen ook als niet-ingezetenen in de BRP zijn opgenomen. Dat is de zogenaamde Registratie Niet Ingezetenen (RNI). Door zich in te schrijven ontvang deze onder andere een BSI-nummer. Ondanks het feit dat de RNI een onderdeel is van de landelijke BRP, zijn de RNI-ers niet automatisch ingeschreven bij de gemeente ingeschreven waar zij gaan wonen. Dit vergt een separate inschrijving c.q. handeling. 3 SEO Economisch Onderzoek, 2018. 'De economische waarde van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa voor Nederland'. 4 SEO-onderzoek, De economische waarde uit Midden- en Oost- Europa voor Nederland, 2018.

Pagina 10 van 38 3.5 Verblijfsduur De verblijfsduur en de woonwensen van arbeidsmigranten zijn aan elkaar verbonden en kunnen worden onderverdeeld in de categorieën shortstay, midstay en longstay. Qua verblijfsduur wordt er onderscheid gemaakt tussen:  short stay officieel tot 4 maanden, maar kan uitlopen tot een jaar Shortstayers zijn arbeidsmigranten die maximaal tot een jaar in Nederland gaan verblijven, hierdoor is een logiesvorm met minimale kosten het meest ideale voor deze groep.  midstay:

tot 1 - 3 jaar Midstayers zijn arbeidsmigranten die minimaal een jaar en maximaal drie jaar in Nederland gaan verblijven. Deze groep stelt hogere eisen wat betreft privacy en eigen voorzieningen. Qua woonvorm zijn studentenkamers of andere vormen van flexwonen het meest passend bij deze groep.

 long stay:

langer dan 3 jaar Longstayers zijn arbeidsmigranten die langer dan drie jaar in Nederland gaan verblijven. Het gaat vaak om mensen die zich hier definitief willen vestigen en dezelfde woonbehoeftes hebben als reguliere woningbehoeftigen.

De krapte en de problematiek liggen vooral in de short en midstay. Diverse onderzoeken wijzen uit dat 30% van de arbeidsmigranten behoort tot de short stayers, 40% tot de midstayers en tenslotte behoort de overige 30% van de arbeidsmigranten tot de long stayers5. Qua omvang van huisvesting wordt er onderscheid gemaakt tussen:  kleinschalige huisvesting: t/m 20 arbeidsmigranten  middelgrote huisvesting: van 21 t/m 50 arbeidsmigranten  grootschalige huisvesting: vanaf 51 arbeidsmigranten 3.6 Verkamering We zien dat de arbeidsmigranten vaak wonen in woningen die ‘verkamerd’ zijn. Dat betekent dat een woning veel intensiever wordt bewoond dan wanneer er één huishouden woont. Het is anders of iemand naast een gezin woont of naast een huis waar bijvoorbeeld acht of meer mensen wonen. Vooral als die niet in gezinsverband samenwonen. Voor de woning betekent dit feitelijk dat deze is verworden tot “onzelfstandige woonruimten” en dat deze is onttrokken aan de gemeentelijk woningvoorraad. Als verkamering vaak voorkomt in een wijk of straat legt dat een druk op de leefbaarheid en veroorzaakt dit op den duur sociale erosie. De afgelopen jaren hebben diverse vastgoedbedrijven en uitzendbureaus panden opgekocht en ‘verkamerd’ om de huisvesting van arbeidsmigranten te regelen.

De ervaring leert dat de realisatie van deze onzelfstandige wooneenheden niet altijd leidt tot deugdelijke huisvesting, omdat de leefomstandigheden en de veiligheid van de bewoners van onvoldoende niveau is. Tevens zorgen de onzelfstandige wooneenheden voor ruimtelijke effecten waar de gemeente Cuijk graag op wil sturen. Hierbij kan gedacht worden aan het aspect parkeren. Ook heeft de toevoeging van de onzelfstandige wooneenheden geleid tot een druk op woonruimtes in het goedkope segment. Deze woonruimtes zijn namelijk veelal gerealiseerd in woningen binnen dit goedkope segment, waardoor het aanbod goedkope woningen onder druk is komen te staan. Dit tezamen maakt dat De gemeente Cuijk behoefte heeft om te kunnen sturen op de ruimtelijke gevolgen van het omzetten van een woning in onzelfstandige wooneenheden. De voorgestelde regels (zie DEEL 2) hebben niet alleen betrekking op de huisvesting van arbeidsmigranten, ook de realisatie van studentenhuisvesting in de vorm van onzelfstandige wooneenheden is enkel onder voorwaarden toegestaan. Met het vaststellen van een nieuw paraplubestemmingsplan zal een eenduidige regeling voor De gemeente Cuijk worden opgesteld en de gewenste regulering vorm worden gegeven. Binnen deze kaders willen we clustering van verkamerde woningen, bijvoorbeeld voor arbeidsmigranten, tegengaan.

We normeren dit op maximaal 10 % van de woningen in een straat en geen twee woningen naast elkaar. Voor wat betreft zorgwoningen kan in overleg in bijzondere situaties hiervan worden afgeweken.

5 Routekaart naar goede huisvesting voor EU-arbeidsmigranten, Expertisecentrum Flexwonen,2019

Pagina 11 van 38 Daarnaast willen we verkamering van reguliere woningen beperken tot maximaal 4 per woning. In uitzonderingsgevallen kan in overleg bij grotere woningen bekeken worden of huisvesting van meer personen mogelijk is. We willen zorgdragen dat er een goede balans komt tussen woningen en verkamerde woningen. De woningen zijn in de basis voor de huisvesting van één huishouden. Samenwonende arbeidsmigranten worden juridisch niet als één huishouden gezien. Verkamering van een woning kan alleen middels vergunning toegestaan worden. De huisvesting van grotere aantallen is (mits voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets etc.) mogelijk. Hiervoor dient dan de zogenaamde ‘kruimelregeling’ te worden gebruikt. In verband met actuele ontwikkelingen heeft de gemeenteraad in september 2020 een voorbereidingsbesluit genomen, om verkamering van woningen per direct te reguleren. 3.7 Gemeentelijke voorzieningen De arbeidsmigranten maken daarnaast gebruik van de gemeentelijke voorzieningen, maar dragen hierin financieel niet bij doordat ze vaak niet staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP). De gemeente mist daardoor inkomsten in relatie tot het werkelijke inwoneraantal; ook de in de gemeente Cuijk woonachtige arbeidsmigranten dienen bij te dragen aan het in stand houden van het voorzieningenniveau dat de gemeente(n) biedt.

Vanuit diverse uitzendorganisaties/werkgevers en huisvesters wordt aan de gemeenten in het Land van Cuijk verzocht om een vorm van (al dan niet tijdelijke) centrale huisvesting voor arbeidsmigranten toe te staan. Hierbij gaat het vooral om het kunnen huisvesten van (extra) arbeidsmigranten die dringend noodzakelijk zijn. 3.8 Wettelijke bepalingen Met betrekking tot de problematiek van arbeidsmigranten is een scala aan wettelijke kaders en regelingen van toepassing. In DEEL 2, bijlage 2 (blz. 14) vindt u deze uitgebreid omschreven. Ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en veiligheid lopen hier door elkaar. Bepalingen zijn te vinden in de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet milieubeheer, Huisvestingswet, Bouwbesluit, Wet aanpak woonoverlast, de (provinciale) Verordening ruimte, bestemmingsplannen, Bouwverordening en de APV. Er is een aantal mogelijkheden binnen de relevante wetgeving op het gebied van het huisvesten van arbeidsmigranten. Veel van deze wetgeving is rechtstreeks van toepassing. Ze legt beperkingen op aan huisvesters. Er worden eisen gesteld op het gebied van veiligheid, overlast en locaties. Ten aanzien van het reguleren van de woningvoorraad en de aan woningen te stellen eisen met betrekking tot bewoning, bieden bovenstaande regelingen geen directe oplossing.

Daarvoor is het nodig om onder andere een huisvestingsverordening en een (paraplu) bestemmingsplan op te stellen. 3.9 De huisvesting van arbeidsmigranten – deel 1 De krapte op de woningmarkt maakt dat de schaarste aan ontwikkelruimte steeds meer wordt gevoeld. Er zijn ook andere urgente groepen die passende huisvesting behoeven. Dit vraagt om een specifieke Cuijkse ontwikkelstrategie die realiseerbare huisvestingsoplossingen biedt met passende kwaliteit. Een goede samenwerking met ontwikkelende partners is cruciaal, de gemeente alleen lost het tekort aan goede huisvesting niet op.

De huisvesting van arbeidsmigranten heeft ook raakvlakken met handhaving en openbare orde en met zorg en welzijn. Deze aspecten worden belicht voor zover van belang in relatie tot de realisatie van een grootschalige huisvesting. In dit ontwikkelkader wordt aangegeven dat het vraagstuk van huisvesting arbeidsmigranten zich verder strekt dan de realisatie van grootschalige huisvesting. Vanuit de markt zijn er initiatieven om arbeidsmigranten in grootschalige logiesvoorzieningen te huisvesten. Er is behoefte aan een afweegkader om dergelijke initiatieven te beoordelen en af te wegen, of en waar een dergelijke initiatief gerealiseerd kan worden en binnen welke randvoorwaarden. Het ontwikkelkader grootschalige

Pagina 12 van 38 logiesvoorzieningen voor arbeidsmigranten (zie DEEL 3) geeft daarvoor handvatten en sluit aan op provinciale en regionale kaders. In juni 2020 zijn in de gemeente Cuijk de regels omtrent kamerverhuur ingetrokken met als doel het evenwicht terug te brengen in de wijk. In de nieuwe regels (zie DEEL 2), staat onder andere dat een onttrekkingsvergunning benodigd is om een woning te gebruiken voor kamerverhuur. Onderdeel van het onderzoek of deze vergunning kan worden afgegeven, is een leefbaarheidstoets. Is het advies hiervan negatief, dan wordt de vergunning niet verstrekt. De gemeente streeft er tevens naar om (een deel van) de verkamerde woningen voor arbeidsmigranten terug te krijgen in de gemeentelijke woningvoorraad (als zelfstandige woning). Hiertoe wordt grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten mogelijk gemaakt.

Doel integraal beleidskader huisvesting arbeidsmigranten 1. Het huisvesten van arbeidsmigranten in verkamerde woningen is voor de gemeente niet de goede oplossing. Het omzetten van woningen voor verkamering is alleen nog toegestaan na het verkrijgen van een omzettings-vergunning; hierbij moet voldaan worden aan alle beleidsregels, de huisvestingsverordening en een positieve leefbaarheidstoets. 2. Het ontwikkelkader geeft aan hoe grootschalige logiesvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd en waarom dit voor alle partijen de betere oplossing is.

Pagina 13 van 38

4.

Aandacht voor arbeidsmigranten

Aangezien dit beleidsdocument ernaar streeft om een goed inzicht te geven in de situatie rondom arbeidsmigratie en de woon- en werkomstandigheden van deze broodnodige mensen, zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste beleidsdocumenten op landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal niveau onder de loep genomen en samengevat. Veel van de adviezen, uitgangspunten, en beleidsvoornemens uit deze beleidsdocumenten kunnen alleen verwezenlijkt worden op het desbetreffende niveau. Staan er echter uitgangspunten in die ook op lokaal niveau ‘uitvoerbaar’ zijn, dan worden deze apart benoemd in een kader en genummerd. = Een extra aandachtspunt of aanvullende informatie = Een uitgangspunt voor beleid op het schaalniveau van het Land van Cuijk 4.1

Landelijk niveau

A. Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten NB: Voor diverse van de door het Aanjaagteam gedane aanbevelingen geldt dat deze bij diverse gemeenten reeds in beleid waren opgenomen; onder andere de gemeente Tiel, alwaar uw beleidsmedewerker Wonen tevens actief is. De uitgangspunten komen daarbij dus van beide kanten en sluiten op elkaar aan. De teksten in deze paragraaf zijn grotendeels overgenomen uit de rapportage met de eerste aanbevelingen van het Aanjaagteam. Aangezien deze goede informatie geven over de woon-, leef- en werkomstandigheden van de arbeidsmigranten in het algemeen, zijn deze overgenomen. Hier komen op het niveau van het Land van Cuijk ook belangrijke uitgangspunten uit voort. Deze staan apart omkaderd benoemd. Het kabinet heeft het ‘Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten’ onder aanvoering van Emile Roemer ingesteld om voorstellen te doen om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Doel hiervan is dat het risico op coronabesmetting voor arbeidsmigranten op de korte termijn afneemt en dat de positie van arbeidsmigranten in Nederland ook op de langere termijn wordt versterkt. Het aanjaagteam constateert dat de afhankelijkheid van de arbeidsmigrant van het uitzendbureau en de inlener het grootste knelpunt is, die slecht willende partijen de kans geven daar misbruik van te maken.

Arbeidsmigranten werken vaak tegen minimale arbeidsvoorwaarden (zo’n 70 tot 80% werkt voor een uurloon lager dan 15 euro) en wonen zij in veel gevallen in door de werkgever, vaak het uitzendbureau, beschikbaar gestelde huisvesting, met veel mensen dicht op elkaar, met een geregeld wisselende samenstelling, weinig privacy en geen mogelijkheden om afstand te houden tot elkaar en zijn daarmee extra kwetsbaar voor besmetting met het coronavirus.. Aanvullend geldt dat huisvesting en vervoer vaak worden geregeld door het uitzendbureau; dit zorgt ervoor dat arbeidsmigranten voor hun werk, huisvesting, vervoer en zorgverzekering afhankelijk zijn van één en dezelfde instantie. De afhankelijkheid leidt ertoe dat verlies van werk ook verlies van huisvesting en de zorgverzekering kan betekenen, en dat huisvesters arbeidsmigranten boetes op kunnen leggen voor het naleven van (soms discutabele) huishoudelijke reglementen. a. Registratie Omdat het bij arbeidsmigranten in de meeste gevallen gaat om EU- burgers valt dit onder het principe van vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal en hoeft men zich de eerste vier maanden zich niet in te schrijven bij een gemeente.

In principe is iemand die voor een periode van vier maanden of langer in Nederland verblijf zal houden, een ingezetene en elke ingezetene is verplicht zich in te schrijven in de basisregistratie van zijn of haar woonplaats. Wanneer we spreken over niet-ingezetenen dan hebben we het over personen die niet of korter dan vier maanden in Nederland verblijf zullen houden. Zij kunnen zich inschrijven als niet- ingezeten bij een van de 19 Registratie niet ingezetenen-loketten (RNI).

Pagina 14 van 38 Beter zou het zijn als men zich ook direct inschrijft bij de BRP van de gemeente waar men verblijft, zodat de gemeente van hun aanwezigheid op de hoogte is en hier rekening mee kan houden in bijvoorbeeld haar volkshuisvestelijk beleid. Redenen waarom men zich niet registreert zijn de vier maanden termijn, maar ook dat zij onder andere geen toestemming krijgen van de huiseigenaar om zichzelf te registreren, het wonen in een huis van het uitzendbureau en het ontbreken van kennis hoe men zich moet inschrijven bij de gemeente. De RNI (Registratie Niet-Ingezetenen) schiet op dit moment tekort6. Vanuit gemeentelijk beleid zou het aanbevelingswaardig zijn dat de RNI-gemeente (het dichtbij gelegen zijn Venlo, Eindhoven en Nijmegen) niet alleen een BSN-nummer geven, maar ook de inschrijver vragen of zij bereid zijn een formulier in te vullen met hun NAW-gegevens, telefoonnummer, e-mailadres, e.d., zodat zij veel meer controle kan uitoefenen c.q. weet waar men werkelijk verblijft. Vanuit de regio willen we de arbeidsmigranten kunnen volgen en zo snel mogelijk zien te bewegen zich in te schrijven bij de BRP waar men woont. Het is belangrijk dat iedereen is geregistreerd bij de BRP (= Basis Registratie Personen) om te kunnen weten waar hij/zij woont. De uitschrijving en herinschrijving bij verandering van woonadres, heeft ook nadrukkelijk onze aandacht.

Let op De ervaring in de gemeente Tiel heeft geleerd dat als een arbeidsmigrant zich inschrijft op bijvoorbeeld het adres Appelstraat 24, en hij gaat na een aantal maanden voor drie weken op vakantie naar zijn thuisland, dan zal hij bij terugkomst op een ander adres worden gehuisvest. Zijn ‘bed’ is gedurende zijn afwezigheid allang weer opgevuld door een ander. Hij woont nu op een ander adres, maar zal zich echter niet opnieuw inschrijven bij de BRP (‘hij is immers al ingeschreven’) of een adreswijziging doorgeven. Hierdoor ontstaat op den duur een stapeling van personen die op de Appelstraat 24 staan ingeschreven, terwijl zij er allang niet meer wonen. Dit is iets om goed in de gaten te houden. Daarnaast geldt de verplichting voor inleners en uitzendbureaus om direct de beschikking te hebben over het BSN-nummer, woonadres en telefoonnummer of e-mailadres van de arbeidsmigranten die voor de inlener of het uitzendbureau werken. Uitgangspunt 1. Iedere arbeidsmigrant dient zich in te schrijven bij de BRP. Er dient hierbij extra aandacht te zijn voor adreswijzigingen en uitschrijving. b. Wonen Er mag niet getornd worden aan de (minimum)normen voor kwaliteit van huisvesting. De SNF-norm (= Stichting Normering Flexwonen) geldt als minimum (= 12 m2 per persoon)7.

Arbeidsmigranten dienen in de regel altijd een regulier, schriftelijk huurcontract krijgen, zodat zij daarmee ook volledige huurbescherming genieten. Hiervoor is echter wetgeving vanuit het Rijk benodigd. De gemeente Tiel heeft als eis opgenomen dat er 18 m2 per persoon beschikbaar dient te zijn. Dit kan bereikt middels een tweepersoonsappartement met elk een eigen slaapkamer, maar gedeelde faciliteiten. Vaak wordt de huisvesting geregeld door de uitzendorganisatie/werkgever. Dit zorgt voor een te grote afhankelijkheid van werknemer van de werkgever. De woonvoorzieningen vormen een belangrijk onderdeel van hun businessmodel. Werkgevers zijn mede verantwoordelijkheid voor goede en veilige Uitgangspunt huisvesting en vervoer. Landelijke regelgeving is hierbij benodigd. 2. Cuijk streeft naar een scheiding van werkgever en huisvester, zodat bij wisseling van werkgever (behoudens bij een agrarisch bedrijf dat zijn eigen werknemers huisvest), de werknemer voor 30 dagen kan blijven wonen op hetzelfde adres en dus direct niet uit huis kan worden gezet.

6 Dit op basis van de ervaring van de beleidsmedewerker Wonen en diverse krantenartikelen. 7 Zie ook uitgangspunt 12.

Pagina 15 van 38 Het doel is tevens om verkamering te reguleren met behulp van een verplicht vergunningstelsel om ongewenste effecten van verkamering terug te dringen8. Een gevolg kan zijn dat het aantal verkamerde woningen vermindert, maar is niet het primaire doel. Centrale huisvesting c.q. grootschalige logiesvoorzieningen willen we faciliteren vanwege de voordelen die dat biedt voor de arbeidsmigrant, voor de huisvester, voor de werkgever, voor de overheid en voor de omgeving. Om de huisvesting in verkamerde woningen/panden te verminderen, willen we locaties voor grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk maken. Een grootschalige logiesvoorziening is beter beheersbaar, zorgt voor minder vervoersbewegingen en kan alle benodigde faciliteiten bieden in één gebouw/complex. Het opzetten van grootschalig georganiseerd huisvesting met beheer is volgens de werkgevers en huisvesters een van de oplossingen om de problematiek rondom het huisvesten van arbeidsmigranten op te lossen. Door het grootschalig op te zetten is er volgens hun een mogelijkheid om voor 24 uur per dag beheer en onderhoud toe te passen tegen een rendabele prijs9. Uitgangspunt 3. We streven naar locaties voor grootschalige logiesvoorziening. Een grootschalige logiesvoorziening is beter beheersbaar (24/7), zorgt voor minder vervoersbewegingen en kan alle benodigde faciliteiten bieden in één gebouw/complex. c.

Vervoer Arbeidsmigranten reizen dagelijks van hun huisvestinglocatie naar hun werk en terug. Door arbeidsmigranten dichterbij de werkplek te huisvesten, kunnen ook alternatieve vervoermiddelen worden ingezet zoals de fiets. Uitgangspunt 4. De arbeidsmigranten dienen dichtbij de werkplek worden gehuisvest. Hierdoor kunnen ook alternatieve vervoermiddelen worden ingezet zoals de fiets. d. Werken Een nieuw bedrijf of nieuw distributiecentrum dat zich in onze gemeente wil vestigen, dient in kaart te brengen hoeveel arbeidsmigranten er naar verwachting zullen gaan werken en wat dit betekent voor huisvesting, vervoer, leefomgeving, zorg. Uitgangspunt 5. Een nieuw bedrijf of distributiecentrum is verplicht in kaart te brengen hoeveel arbeidsmigranten er naar verwachting zullen gaan werken en wat dit betekent voor huisvesting, vervoer, leefomgeving en zorg. Een uitzendbureau c.q. werkgever dient zich ervan te overtuigen dat de inlener voldoende maatregelen heeft genomen om te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Erik Pentenga van vakbond FNV: “Nederland heeft zo’n 14.000 uitzendbureaus. Ongeveer 600 zijn lid van de ABU, 1200 van de NBBU. Als wij die bonden ergens van op de hoogte brengen, spreken zij hun leden aan.” Blijft over: zo’n 12.000 uitzendbureaus die nergens lid van zijn. Niet alle kleine uitzendbureaus zijn fout, nuanceert Pentenga.

“Maar elke idioot kan nu een uitzendbureau beginnen. En soms lijkt het erop alsof elke idioot dat ook gedaan heeft.” e. Zorg De coronacrisis maakt dat de knelpunten rondom huisvesting nog zichtbaarder worden en hebben meer impact. De arbeidsmigranten worden nog kwetsbaarder. Naast dreigend baan- en inkomstenverlies, zijn

8 Zie DEEL 2 van de drie beleidsdocumenten om te komen tot integraal beleid. 9 Vanuit ervaringscijfers van de projectleider zou een maximale huur €395,- per persoon per maand afdoende moeten kunnen zijn.

Pagina 16 van 38 veel arbeidsmigranten onvoldoende beschermd tegen coronabesmetting door hun woon-, werk- en/of vervoersomstandigheden. Als een arbeidsmigrant ziek wordt, dan mag hij/zij niet uit huis gezet worden. Het is belangrijk dat uitzendbureaus en werkgevers zich committeren aan dat uitgangspunt. Indien een arbeidsmigrant vanwege ziekte niet in zijn woonruimte kan blijven, dient hij/zij een gelijkwaardig alternatief aangeboden te krijgen. Voor de huisartsen komt wellicht de zorg in het geding door komst van de arbeidsmigranten; men houdt vaak geen rekening met de toegenomen zorgvraag die de komst van veel arbeidsmigranten met zich meebrengt. Het is belangrijk ook hier nadrukkelijk oog voor te hebben. Uitgangspunten 6. Uitzendbureaus en werkgevers dienen een arbeidsmigrant die vanwege ziekte niet in zijn/haar woonruimte kan blijven, een gelijkwaardig alternatief aan te bieden. 7. De initiatiefnemer van huisvesting arbeidsmigranten gaat in overleg met de huisartsen over de toenemende zorgvraag. f. Regionale samenwerking De samenwerkende gemeenten zien het als hun verantwoordelijkheid om ook aan arbeidsmigranten een prettig leef- en werkklimaat en goede huisvesting te bieden. Het Land van Cuijk heeft hoge prioriteit gegeven aan het creëren van structurele huisvestingsoplossingen. Samen ontwikkelen de gemeenten een visie voor de bouw van huisvesting voor arbeidsmigranten.

Op gemeentelijk niveau zijn er al verschillende initiatieven op het gebied van huisvesting, toezicht en handhaving. Het Land van Cuijk werkt met het Uitvoerings- en Interventieteam (UIT!). Zij voeren controles uit in panden die door bijvoorbeeld door politie, vuilophaaldienst, sociale wijkteams en verontruste burgers zijn aangedragen. De inschatting is dat bij tijd en wijle ook panden gesloten zullen worden wegens overbewoning, brandonveilige situaties, e.d. Uitgangspunt 8. Het Uitvoerings- en Interventieteam (UIT!) voert controle uit in verkamerde panden die bijvoorbeeld door politie, vuilophaaldienst, sociale wijkteams en verontruste burgers zijn aangedragen.

Het zou goed zijn als er in de Regio Noord Oost Brabant een Kenniscentrum Arbeidsmigratie NO Brabant (KANOB) komt, die de veiligheid, het woongenot en leefbaarheid voor arbeidsmigranten gaat nastreven, mede door intensieve controles en overleg met uitzendorganisaties, inlenende bedrijven, huisvesters en, niet in de laatste plaats, de arbeidsmigranten zelf. Het doel is van een dergelijke beheerstichting is tevens de regionale samenwerking en kennisuitwisseling versterken, registratie van arbeidsmigranten verbeteren, kwaliteit van de huisvesting verbeteren en de positie van de arbeidsmigranten versterken (o.a. door minder afhankelijkheid van de werkgever als huisvester). De KANOB kan ook gaan functioneren als centraal informatieknooppunt c.q. centraal meldpunt / servicepunt, waar arbeidsmigranten met vragen ook in hun eigen taal terecht kunnen. Hiervoor is het dan wel noodzakelijk om een interactieve website operationeel te hebben. NB: De Regio Rivierenland heeft via de Regiodeal een subsidie toegezegd gekregen van € 245.000 voor de inrichting van een dergelijke beheerstichting en de inrichting van een interactieve website met meldpunt en informatiepunt voor de arbeidsmigrant. In 2021 zou de regio Noordoost Brabant (onder aanvoering van het Land van Cuijk) ook een dergelijke subsidie kunnen aanvragen.

Pagina 17 van 38 4.2

Provinciaal

De provincie Noord-Brabant heeft een kwalitatief onderzoek laten uitvoeren door onderzoeksbureau het PON, waarin wordt ingegaan op de algemene omstandigheden van de arbeidsmigranten in Noord-Brabant. De provincie kiest voor het organiseren van regiotafels waarin verschillende stakeholders met elkaar in gesprek gaan over diverse aspecten binnen het thema. Verder speelt de provincie een coördinerende en verbindende rol. Via een brede en integrale aanpak met urgentie op het huisvestingsvraagstuk wordt per regio gekeken welk beleid passend is. Hiervoor is binnen de provincie een kernteam opgericht dat zich specifiek bezighoudt met het thema arbeidsmigranten dat op 19 juni 2019 de ‘Brabantse aanpak arbeidsmigratie 2019-2020’ lanceerde. Met regelmaat verschijnen er nieuwe publicaties van hun hand. Voor de provincie staat voldoende, goede en veilige huisvesting voorop, waarbij er (ruimtelijk) veel mogelijk is op basis van maatwerk. Daarnaast hecht zij veel belang aan draagvlak. Zij ondersteunt dan ook graag bij beeldvormingssessies.

Het PON-rapport (november 2018) Het PON heeft voor de Provincie Noord-Brabant een inventarisatie gemaakt van de stand van zaken en knelpunten ten aanzien van arbeidsmigratie in Noord-Brabant: Situatie:  Diffuse cijfers door gebrekkige registratie;  Handhaving arbeid en wonen nog altijd nodig;  Precaire arbeidspositie (met name flexwerkers);  Tekort aan (kwalitatief goede) huisvestingsplekken;  Ervaren weerstand van omwonenden (met name rond huisvesting);  Onvoldoende kennis van de Nederlandse taal en gebrek aan informatie bij arbeidsmigranten;  Segregatie: arbeidsmigranten en andere inwoners leiden vaak parallelle levens;  Ontbreken van opvang en ondersteuning bij sociale problemen. Positie van actoren/stakeholders:  Onvoldoende regierol en realisatiemacht gemeenten;  Afhankelijkheidspositie arbeidsmigranten (wonen en werken via werkgever);  Centrale positie van uitzendbureaus aangaande huisvesting. Voor een integrale benadering waarin werken, wonen en samen leven in samenhang wordt bezien, is overheidsondersteuning noodzakelijk. Overheidsregie is nodig om het publieke belang te borgen in een context waarin veel marktpartijen opereren. Het PON onderscheidt zowel beleidsvormende als uitvoeringsgerichte aanbevelingen voor de provinciale rol bij dit vraagstuk.

Op het gebied van beleidsvorming kan de provincie ondersteunend en stimulerend zijn aan gemeenten in het integraal oppakken van dit vraagstuk. Daarbij is het ontwikkelen van een lange termijn perspectief en visie noodzakelijk. Op het gebied van huisvestingsbeleid is harmonisering nodig. De provincie is nodig als regisseur en verbinder tussen de verschillende stakeholders en betrokken partijen. Geef arbeidsmigranten ook een plek aan de gesprekstafels. Deze samenwerking is nodig ten behoeve van het borgen van publieke waarden, bovenregionale agendering en bovenlokale organisatiekracht. Uitvoeringsgerichte aanbevelingen  Ontwikkel een mobiel expertteam arbeidsmigratie dat lokaal en op maat gemeenten ondersteunt in het toepassen en ontwikkelen van best practices op het gebied van werken, wonen, samenleven en handhaving/controle.  Faciliteer regionale informatie- en adviespunten. Het is van belang dat hier niet alleen juridische en administratieve informatie kan worden ingewonnen maar ook vragen rond zorg en welzijn kunnen worden gesteld.  Organiseer een Brabant brede bewustwordingscampagne arbeidsmigratie voor Brabanders, opgepakt in de regio’s. Daarmee investeer je in sociale samenhang.

Pagina 18 van 38  Ontwikkel een handreiking communicatiestrategie richting bewoners voor betrokken partijen (stakeholders huisvesting). Vanuit een handreiking van de provincie Noord-Brabant Uitgangspunten 9.

In het logiesverblijf worden arbeidsmigranten gehuisvest die hoofdzakelijk werkzaam zijn in de gemeente of in de directe nabijheid;

10. Grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten is qua aard en inrichting niet geschikt voor personen onder de 18 jaar en daarmee is het ook niet toegestaan personen onder deze leeftijdsgrens te huisvesten; 11. De bezetting dient te worden bijgehouden in een nachtregister, waarin minimaal opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting en datum beëindiging huisvesting. 12. Voor de huisvesting zijn minimaal de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) of - voor huisvesting van eigen personeel bij agrarische bedrijven - Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF). De norm kent de onderdelen ruimte en privacy, sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening en overige eisen, en brandveiligheid. 13. Voor iedere huisvestingslocatie dient een beheerder te zijn aangewezen. Deze zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is altijd (24 uur per dag en 7 dagen per week) bereikbaar voor de huurders/gebruikers, omwonenden, politie en/of de gemeente. 4.3

Regio Noordoost-Brabant

De regio Noordoost-Brabant is mede onder leiding van de provincie en een aantal portefeuillehouders uit de regio (waaronder wethouder Wouter Bollen namens het Land van Cuijk) bezig met de opstelling van een regionaal kader huisvesting arbeidsmigranten. De regio voelt zich namelijk verantwoordelijkheid voor de arbeidsmigranten die voor bedrijven in de regio werken. De regio wil een aantrekkelijke omgeving zijn voor bedrijven om te kunnen ondernemen; daarbij kunnen bedrijven in de regio niet zonder arbeidsmigranten. De regio Noordoost-Brabant stelt dat arbeidsmigratie primair een economisch vraagstuk is. Huisvesting is daarvan een afgeleid vraagstuk, maar vraagt veelal wel om de meeste aandacht en heeft daarmee een hoge prioriteit. Dit zowel vanwege het tekort aan kwalitatief goede en humane huisvesting in veel gemeenten, als vanwege de veelal ervaren maatschappelijke weerstand. Zij zien als kern van hun opgave het verbeteren van de politieke en maatschappelijke beeldvorming en het creëren van draagvlak. Als opmaat naar regionale afspraken zijn een aantal kwalitatieve uitgangspunten geformuleerd: 1. Huisvesting moet veilig en humaan zijn en daarvoor willen we een gezamenlijke norm hanteren; 2. Beperken woon/werk verkeer voor arbeidsmigranten; 3. Beperken relatie tussen wonen en werken voor arbeidsmigranten; 4. Belang gezamenlijk beeldopgave; 5.

Geen contingenten, maar bijdragen aan opgave naar rato van mate waarin vraagstuk speelt; 6. Regio en gemeenten geven kaders en faciliteren; uitvoering ligt bij marktpartijen; 7. Creëer begrip en acceptatie door met oplossingen voor arbeidsmigranten ook kansen te creëren voor andere woningzoekenden. Het PON, Arbeidsmigratiecijfers in Noordoost Brabant (januari 2020) Werken: 20.291 arbeidsmigranten waren in 2018 werkzaam voor een in NOB gevestigde werkgever. Verblijven: 9.924 arbeidsmigranten waren in 2018 BRP-ingeschreven in een NOB-gemeente. Verblijven is geen deelverzameling van werken. Veel arbeidsmigranten die hier werken zijn niet ingeschreven in de BRP. De cijfers geven een indicatie op basis van bekende gegevens. De regio NOB neemt verantwoordelijkheid voor de huisvesting van (afgerond) 20.000 arbeidsmigranten die in haar regio werkzaam zijn.

Pagina 19 van 38 Oplossingsrichtingen: geclusterde huisvesting of flexwonen Huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten zijn mogelijk op verschillende soorten locaties en in verschillende vormen en omvang. Omdat de aard, omvang en (ruimtelijke) eigenschappen per gemeente verschillen is er geen sprake van een blauwdruk voor huisvestingsvoorzieningen, maar is deze afhankelijk van de kenmerken van de gemeente. Veelal is een mix van typen huisvesting wenselijk. Vanuit de (omvang van de) opgave, vanuit beheer en vanuit begrip en acceptatie geniet geclusterde huisvesting of flexwonen de voorkeur. Geclusterde huisvesting in de vorm van logies kan:  kleinschalig zijn (10 tot 25 personen)  middelgroot (tot 100 personen)  grootschalig (vanaf 100 personen) Flexwonen is een snelle, tijdelijke en flexibele vorm van wonen voor verschillende doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten, en bij uitstek ook geschikt voor mensen die op zoek zijn naar een snelle (en betaalbare) oplossing voor een urgente woonsituatie. Uitgangspunten 14. De gemeente streeft naar (grotere) logiesvoorzieningen in gemengde (overgangs)zones; dus niet ver van de kernen in het buitengebied tenzij ten behoeve van eigen agrarische bedrijfsvoering; 15. (grotere) logiesvoorzieningen op (randen van) bedrijventerreinen is een optie op basis van maatwerk; 16.

Vanuit de integratiegedachte en de afstand tot voorzieningen geniet huisvesting in het buitengebied uitdrukkelijk niet de voorkeur; uitzondering: huisvesten van seizoenarbeiders ten behoeve van de eigen agrarische bedrijfsvoering; 17. Het huisvesten van arbeidsmigranten op recreatieterreinen geniet uitdrukkelijk niet de voorkeur1; 18. Op basis van maatwerk: mogelijkheden in leegstaand vastgoed, zoals VAB’s1, kloosters e.d., afhankelijk van de ligging en ontsluiting. Let wel, liefst dus alleen in gemengde overgangszones. 4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=c76a7f58-b4d6-46a1-9a72-aa05821d07a0