CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

09-05 t en r_Cuijk Valuwe Mgr. Zwijssenstraat_vastgesteld.pdf - t en r_Cuijk Valuwe Mgr. Zwijssenstraa.pdf

Cuijk - raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (A-stuk) Voorstel 2021-05 tot vaststelling Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat en vaststelling het beeldkwaliteitsplan Mgr. Zwijssenstraat19.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

aantal woningen

parkeernorm*

parkeerbehoefte

Appartementen (koop, midden) Grondgebonden woningen (uitgegaan van rij- / patiowoningen)

14 10

1,9 2

26,6 20

Totaal

46,6

* rest bebouwde kom

Uit de kencijfers van het CROW blijkt dat er afgerond 47 parkeerplaatsen nodig zijn. In het plangebied worden in totaal 50 parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangeleged. Hiermee wordt aan de parkeernorm voldaan. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard

30

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In het plangebied en in de directe omgeving zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig die met de ontwikkeling aangetast zouden kunnen worden. Archeologie De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Cuijk. Hierop is te zien dat het plangebied is aangeduid als 'Waarde - Archeologie 5'. Binnen deze verwachtingswaarde geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 meter.

Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Cuijk

Met voorliggend plan is het oppervlak van de bodemingrepen groter dan 2.500 m². Daarom is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 9. Hierin wordt geconcludeerd dat in het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Op basis hiervan is een archeologisch vervolgonderzoek voorgesteld in de vorm van een

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

31

proefsleuvenonderzoek. Het rapport van dit proefsleuvenonderzoek is toegevoegd als bijlage 10. Hierin wordt geconcludeerd dat er enkele archeologische sporen en vondsten zijn aangetroffen. De bodem van het plangebied is echter grotendeels verstoord door de bouw en de sloop van de basisschool op de locatie. Door de grootschalige verstoringen en het gebrek aan samenhangende archeologische indicatoren wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkelingen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De gemeente Cuijk is initiatiefnemer van de beoogde ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling is een grondexploitatie opgesteld met een positief resultaat. Voor beide locaties heeft deze grondexploitatie een positief resultaat. Eventuele planschadekosten worden gedekt uit deze grondexploitatie. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het plan gewaarborgd.

32

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  'Groen', voor de groene inrichting van het plangebied en ten behoeve van waterberging;  'Verkeer', ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied en ten behoeve van parkeren;  'Wonen', voor het realiseren van het appartementengebouw en de woningen. Per bouwvlak is het maximaal aantal wooneenheden aangegeven. Voor het gehele plangebied gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone - funnel' en 'vrijwaringszone – radar' die voorzien in het vrijwaren van het luchtruim ten behoeve van de vliegbasis Volkel. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

33

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg toegezonden aan de provincie, het Waterschap en de brandweer. De provincie heeft aangegeven geen opmerkingen op het plan te hebben. De adviezen van het Waterschap en de brandweer zijn in het plan verwerkt.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

In het voortraject van voorliggend plan heeft op 5 september 2019 een informatieavond voor omwonenden plaatsgevonden. Als gevolg hiervan is een omgevingsvisie opgesteld voor deze locatie en de andere voormalige schoollocatie aan de Robijnlaan (zie bijlage 1). Omdat de omgeving op deze manier al bij de planvorming is betrokken, wordt voor dit plan geen formele inspraakprocedure doorlopen. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van woensdag 23 september 2020 tot en met dinsdag 3 november 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is er één zienswijze ingediend door Prorail met betrekking tot trillingen door spoorverkeer. Naar aanleiding daarvan is een trillingsonderzoek uitgevoerd en is paragraaf 4.1.7 over trillingshinder toegevoegd aan de toelichting.

34

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlagen bij de toelichting

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

35

36

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 1

Omgevingsvisie Robijnlaan en Mgr. Zwijssenstraat, Cuijk

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

37

38

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 2

Vooronderzoek bodem

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

39

40

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

41

42

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 4

Vooronderzoek/verkennend bodemonderzoek

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

43

44

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

45

46

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 6

Voortoets stikstofdepositie

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

47

48

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

49

50

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 8

Memo water

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

51

52

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 9

Archeologisch onderzoek

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

53

54

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 10

Proefsleuvenonderzoek

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

55

56

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 11

Beeldkwaliteitsplan

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

57

58

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijlage 12

Onderzoek trillingen

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

59

60

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Regels

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

61

62

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat met identificatienummer NL.IMRO.1684.BPCuMgrZwijssenstr-VA01 van de gemeente Cuijk. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 ondergrond de informatie die gebruikt is om de geometrische planobjecten te bepalen als vervat in het bestand NL.IMRO.1684.BPCuMgrZwijssenstr-VA01. 1.4 plankaart de analoge weergave van het bestemmingsplan Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat, bestaande uit kaart(en) met tekeningnummer NL.IMRO.1684.BPCuMgrZwijssenstr-VA01 met legenda.

de

1.5 verbeelding de digitale weergave van het bestemmingsplan Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat, gewaarmerkt als NL.IMRO.1684.BPCuMgrZwijssenstr-VA01 en elektronisch beschikbaar gesteld op de daarvoor aangewezen landelijke voorziening. 1.6 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.8 aaneengebouwd minimaal drie hoofdgebouwen die aan elkaar zijn gebouwd en geen interne verbindingen hebben. 1.9 aangebouwd minimaal twee bouwwerken die aan elkaar zijn gebouwd en al dan niet een interne verbinding hebben. 1.10 afhankelijke woonruimte een bijbehorend bouwwerk bij een woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze (bedrijfs)woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

63

1.12 bedrijf / bedrijfsmatige activiteiten een inrichting gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel bedrijfsmatige dienstverlening, aan-huis-verbonden-beroep/-bedrijf niet meegerekend. 1.13 bedrijf, ambachtelijkeen bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van ter plaatse vervaardigde goederen verband houdend met het ambacht. 1.14 bedrijf, escortde natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in een seksinrichting wordt uitgeoefend. 1.15 bedrijf, prostitutieeen bedrijf waarin het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding uitgeoefend wordt. 1.16 bedrijf-aan-huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunen worden uitgeoefend. 1.17 begane grond de eerste bouwlaag volledig gelegen boven het peil.

1.18 bergbezinkbassin een bijzondere vorm van een riooloverstort, om het onder bepaalde omstandigheden geloosde afvalwater te verminderen en/of de samenstelling van dit afvalwater te wijzigen. 1.19 beroep het uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit waarmee in het levensonderhoud wordt voorzien. 1.20 beroep-aan-huis een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner(s) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals juridische, administratieve, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen. 1.21 bestaand a. de bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; b. het gebruik van grond en bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. 1.22 bestemming / bestemmen het hoofdgebruik van gronden en bouwwerken dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel.

64

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Bijvoorbeeld bij een woning is het hoofdgebruik herkenbaar aan een woonkamer, slaapkamer, keuken, serre, studeerkamer, ruimte voor een beroep/bedrijf-aan-huis et cetera. 1.23 bestemming, mede- / medebestemmen het medegebruik van gronden ten behoeve van het hoofdgebruik en/of de openbare ruimte. 1.24 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.25 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.26 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.27 bingohal een gebouw dat gedeeltelijk is ingericht of gebruikt voor het beoefenen van het bingospel of een daarmee vergelijkbaar spel. 1.28 bouwen / bebouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.29 bouwen, ondergrondshet plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastbepaalde peil. 1.30 bouwgrens de grens van een bouwvlak.

1.31 bouwgrens, voorstede naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte grens van een bouwvlak of, indien meerdere bouwgrenzen naar een openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen bouwgrens. 1.32 bouwlaag of verdieping(slaag) een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijk of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren en balklagen/plafonds, met inbegrip van de begane grond, en met uitsluiting van kruipruimte, zolder en vliering. 1.33 bouwmassa een complex van aaneengebouwde bouwwerken. 1.34 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

65

1.35 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.36 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.37 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct steun vindt in of op de grond. 1.38 bouwwerk geen gebouw zijnde (ander bouwwerk) elk bouwwerk, dat of ontoegankelijk is, of onoverdekt is, of geen wanden heeft. 1.39 bouwwerk, bijbehorenduitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of bouwwerk geen gebouw zijnde, met een dak. 1.40 dak elke bovenbeëindiging van een gebouw. 1.41 dakvlak een vlak van het dak. 1.42 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor gebruik ter plaatse. 1.43 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden.

1.44 dienstverlenend bedrijf/instelling bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij direct contact met de klant centraal staat, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.45 discotheek/dancing een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen. 1.46 erf al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw, voor zover de regels van dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbieden.

66

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

1.47 erf, achterhet erf dat 1 meter achter de voorgevelrooilijn ligt. 1.48 erf, voorhet erf dat geen achtererf is. 1.49 extensief recreatief medegebruik extensieve vormen van dagrecreatie die ondergeschikt zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, die een kortstondig karakter hebben en in de openlucht plaatsvinden, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, paramotorvliegen en kleinschalige recreatieve luchtvaart voor zover het starten en landen betreft. 1.50 funnel obstakelvrije zone rond een start- en landingsbaan voor de vliegveiligheid. 1.51 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.52 geluidhinder gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid. 1.53 geluidsgevoelige functies geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen, zoals woningen, onderwijsgebouwen (met uitzondering van gymnastieklokalen), ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken of medische kleuterdagverblijven.

1.54 geluidsgevoelige objecten gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.55 gestapeld minimaal twee hoofdgebouwen die op elkaar zijn gebouwd en geen interne verbindingen hebben, anders dan gemeenschappelijke voorzieningen en -ruimten. 1.56 grond(en) de onder- en bovengrond op verschillende niveaus, alsmede water, de territoriale zee en de exclusieve economische zone daaronder begrepen. 1.57 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

67

1.58 hoofdverblijf de woning waar:  naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen door een huishouden overnacht wordt, en  als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van dat huishouden aan te merken is, en  waar dat huishouden staat ingeschreven in de BAG. 1.59 huishouden, huisgenoten personen (of persoon) die ieder het hoofdverblijf in een woning hebben en blijk geven duurzaam zorg te dragen voor elkaar door middel van een bijdrage in de kosten te leveren van de huishouding dan wel anderszins, en waarbij geen sprake is van intensieve therapeutische of medische verzorging/behandeling anders dan voor mantelzorg. 1.60 inrichting elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. 1.61 inrichting, sekseen bedrijf met een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.62 installatie één of een aantal bij elkaar behorende technische en/of mechanische hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een hijsinstallatie, antenneinstallatie, waterzuiveringsinstallatie en dergelijke. 1.63 instelling organisatie met niet-economische doelen (sociaal, politiek, ecologisch) met als juridische vorm de vereniging of de stichting, of met een bestuursrechtelijk karakter, zoals instellingen voor liefdadigheid, hoger onderwijs en wetenschap en kunst. 1.64 kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.65 kap een dak met een helling. 1.66 maaiveld het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht. 1.67 mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.

68

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

1.68 milieusituatie ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van milieuaspecten c.q. belasting van het milieu, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking, niet gewenst is, dient rekening te worden gehouden met:  de toegelaten gebruiksmogelijkheden in de bestemmingen;  strijdigheid met de regels, voortvloeiend uit wettelijke bepalingen, zoals de Wet milieubeheer dan wel een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Wet milieubeheer. 1.69 NAP Normaal Amsterdams Peil. 1.70 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening. 1.71 omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.72 onderbouw een geheel of grotendeels onder peil gelegen deel van een gebouw. 1.73 ondergeschikt bouwdeel bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk uitsteekt en niet gericht is op vergroting van het oppervlakte, zoals dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftopbouwen, lichtkappen, gevel- en kroonlijsten, luifels en balkons.

1.74 onderkomen voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, als ook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.75 onevenredige aantasting de situatie dat een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een afbreuk van bestaande ruimtelijke belangen en waarden, die redelijkerwijs niet in verhouding staat tot de ruimtelijke belangen en waarden van de ontwikkeling. 1.76 openbaar toegankelijk gebied weg, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van bouwpercelen door langzaam verkeer; 1.77 overkapping een bouwwerk geen gebouw zijnde toegankelijk voor mensen, voorzien van een dak maar zonder wanden. 1.78 paardenbak een onoverdekte voorziening bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden (Cuijk). 1.79

patiowoning

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

69

een woning met een geheel of een gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door gevels van belendende, dan wel op het perceel aanwezige bebouwing. 1.80 peil een denkbeeldig horizontaal vlak dat gebruikt wordt om de verticale maatvoering mee te bepalen. 1.81 plangebied alle gronden gelegen binnen de aanduiding 'plangebied' op de verbeelding. 1.82 prostituee degene (v/m) die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.83 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.84 prostitutie, raameen seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.85 prostitutie, straathet in openbaar toegankelijk gebied door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.86 radarverstoringsgebied gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen ten behoeve van een goede werking van de radar op een radarstation. 1.87 recreatie / recreatieve activiteit alle activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning als doel hebben. 1.88 ruimtelijke eenheid complex van bij elkaar behorende bouwwerken.

1.89 sociale veiligheid het instandhouden c.q. tot stand brengen van een ruimtelijke situatie die overzichtelijk, herkenbaar en sociaal controleerbaar is. 1.90 speelautomatenhal een (gedeelte van een) gebouw dat gebruikt wordt voor of is ingericht om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen. 1.91 stedenbouwkundig beeld ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen.

70

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

1.92 straat- en bebouwingsbeeld het instandhouden c.q. tot standbrengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, waarbij gelet wordt op de volgende aspecten:  een goede verhouding tussen bouwmassa, gevelbeeld en openbare ruimte;  een goede hoogte/breedte verhouding tussen de bebouwing onderling;  een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;  de hoogtedifferentatie. 1.93 twee-aaneen twee hoofdgebouwen die aan elkaar zijn gebouwd en geen interne verbindingen hebben. 1.94 verkeersveiligheid het instandhouden c.q. tot stand brengen van een goede verkeersveilige situatie, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen. 1.95 vliering het gedeelte van een gebouw gelegen onder het hellende dak en dat niet voor bewoning te gebruiken is. 1.96 voorgevel de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien meerdere gevels naar het openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door het bevoegd gezag aan te wijzen gevel. 1.97 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn waarin de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan voor zover gelegen binnen het bouwperceel.

1.98 voorkeursgrenswaarde de bij het bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.99 voorziening, groenvoorziening voor de inrichting, het onderhoud en het beheer van flora en fauna, zoals boomgeleiders, wortelkratten, bloembakken, drainage- en sproeisystemen, faunatunnels, nestkastjes en dergelijke. 1.100 voorziening, nutsvoorziening voor de distributie en ontsluiting van producten en diensten van openbaar nut, zoals bushokjes, kleine pompgemalen, verkeersregelinstallaties, verdeelstations voor stroom, water en gas, telefooncellen en dergelijke.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

71

1.101 voorziening, verkeersvoorziening voor de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, zoals bankjes, verkeersremmers, brughoofden, lichtmasten, bewegwijzering, plantenbakken, parkeerautomaten, parkeerplaatsen, fietsklemmen, fietsenstallingen en dergelijke. 1.102 voorzieningen, waterhuishoudkundigevoorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratieen transportriolen), dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen, gemalen, inlaten en dergelijke. 1.103 vrijstaand bouwwerk dat geheel los staat van andere bouwwerken. 1.104 vrijwaringszone gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen en/of gebruik ten behoeve van een goed functioneren van bijvoorbeeld een weg of molen. 1.105 waarden, aardkundigelandschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, steilranden, grondwaterhuishouding (kwelgebieden), bodemtypen/bodemopbouw/bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.

1.106 waarden, archeologischeactuele waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 1.107 waarden, cultuurhistorischewaarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. 1.108 waarden, hydrologischegronden met een betekenis binnen het watersysteem van het plangebied als infiltratiegebied, intermediar gebied en/of kwelgebied. 1.109 waarden, landschappelijkehet geheel van waarden in verband met bijzonder landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.110 waarden, natuurwaarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid, natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied.

72

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

1.111 water alle water dat zichtbaar (oppervlaktewater) aanwezig is in bijvoorbeeld waterlopen, poelen, vijvers, meren en zeeën, of onzichtbaar (grondwater) aanwezig is zoals freatisch grondwater direct beneden het maaiveld. 1.112 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.113 werk een constructie geen bouwwerk zijnde, zoals bestrating, drainage, kabels en leidingen en dergelijke. 1.114 werkzaamheid op zich staande activiteiten al dan niet ter uitvoering van een werk, zoals bestraten, beplanten, dempen van sloten, ploegen, heien en dergelijke. 1.115 woning een voor het wonen bestemd (gedeelte van een) hoofdgebouw, bestaande uit ruimtes met primair aan het wonen verbonden functies, zoals een woonkamer, slaapkamer, keuken en natte cel. Aan het wonen ondergeschikte functies worden niet tot de woning gerekend. 1.116 woonsituatie het instandhouden c.q. garanderen van een goede woonomgeving, in het bijzonder met het oog op:  de lichttoetreding/bezonning ten opzcihte van (bebouwing op) aangrenzende gronden;  het uitzicht;  de aanwezigheid van voldoende privacy.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

73

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 Meten a. Bij de toepassing van deze regels wordt loodrecht gemeten tot of vanuit het hart van de lijn, tenzij anders aangegeven. b. De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 Maatvoering Alle maten zijn, tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m²); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); d. voor verhoudingen in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (°). 2.3 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal, respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden; b. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid a. alleen van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 2.4 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van de bouwregels worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, onder voorwaarde dat: a.

de overschrijding van de bouwregels in het horizontale vlak maximaal 1,5 m is; b. de overschrijding van de bouwregels in het verticale vlak maximaal 3 m is; c. de oppervlakte mag maximaal 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak zijn. 2.5 Bouwwerken de bepaling van het peil  op droge grond is het peil: de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,5 m van de hoogte van de weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt, dan wel de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het bestaande hoofdgebouw;  op of in het water is het peil: het gemiddeld jaarlijks waterpeil ter plaatse van het bouwperceel. de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee te vergelijken constructiedeel. de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

74

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

de bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het laagste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals rioleringen, kabels, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren. de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. de afstand tot de bouwperceelgrens vanaf de bouwperceelgrens tot aan het gevelvlak van een bouwwerk. het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

75

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bedoeld voor: a. openbaar groen en groenvoorzieningen; b. openbare speelplaatsen en speelvoorzieningen; en mede bestemd voor: c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. verkeersvoorzieningen voor langzaam verkeer; f. de ontsluiting van aanliggende percelen; g. parkeren en parkeervoorzieningen; h. culturele uitingen zoals beeldende kunstwerken, heiligenhuisjes en dergelijke; i. hondenuitlaatplaatsen; j. extensief recreatief medegebruik; en de daarbij behorende bouwwerken geen gebouw zijnde, werken en werkzaamheden. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde is toegestaan, onder voorwaarde dat de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag zijn, met uitzondering van: a. erf- en perceelsafscheidingen waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m mag zijn; b. verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 10 m mag zijn. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, met inachtneming van de regels en het bepaalde in lid 12.1 nadere eisen te stellen aan: a. de bouw- en goothoogte van bouwwerken; b. de afmetingen van bouwwerken; c. de situering van bouwwerken; d. het aantal en de situering van parkeerplaatsen.

3.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. het plaatsen van kampeermiddelen, andere onderkomens of als dagcamping; b. de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het inrichten en gebruiken van gronden als erf bij een woning of als volkstuin.

76

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

3.5 Afwijking van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in lid 13.1 bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het geheel of gedeeltelijk gebruiken van gronden als erf bij een woning, onder voorwaarde dat: a. de gronden aansluiten op een bouwperceel met een woonbestemming; b. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de openbare groenstructuur in de directe omgeving; c. de bebouwing beperkt blijft tot een perceelsafscheiding met een maximale hoogte van 1 m ter hoogte van het voorerf van de woning en maximaal 2 m ter hoogte van het achtererf van de woning. 3.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn, met inachtneming van het bepaalde in lid 13.1 bevoegd om het plan te wijzigen in die zin dat de bestemming 'Groen' in het kader van de uitgifte van openbaar groen geheel of gedeeltelijk gewijzigd wordt naar: a. de bestemming 'Verkeer', onder voorwaarde dat: 1. de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de openbare groenstructuur in de directe omgeving; 2. de nieuwe verkeersfunctie noodzakelijk wordt geacht om een goede geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen te waarborgen binnen het plangebied; b. de bestemming 'Wonen', onder voorwaarde dat: 1. de te wijzigen gronden worden toegevoegd aan een aangrenzend bouwperceel met een woonbestemming; 2.

de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de openbare groenstructuur in de directe omgeving.

Artikel 4

Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, met uitzondering van railverkeer; b. de ontsluiting van de aanliggende percelen; c. parkeren; en medebestemd voor: d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. openbare speelplaatsen en speelvoorzieningen; h. culturele uitingen zoals beeldende kunstwerken, heiligenhuisjes en dergelijke; en de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, werken en werkzaamheden. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde is toegestaan, onder voorwaarde dat de inhoud maximaal

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

77

25 m³ mag zijn en de bouwhoogte maximaal 3 m mag zijn, met uitzondering van: a. verlichting, palen, masten en portalen, waarvan de bouwhoogte maximaal 15 m mag zijn; b. signalerings- en telecommunicatiemasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 40 m mag zijn. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, met inachtneming van de regels en het bepaalde in lid 12.1 nadere eisen te stellen aan: a. de bouw- en goothoogte van bouwwerken; b. de afmetingen van bouwwerken; c. de situering van bouwwerken; d. het aantal en de situering van parkeerplaatsen. 4.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de vestiging van een huishouden; b. tuinen, erven en verhardingen, en mede bestemd voor: c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. paden, wegen en verkeersvoorzieningen in de vorm van inritten, parkeer- en ontsluitingsvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen, en de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, werken en werkzaamheden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het maximum aantal woningen in het plangebied bedraagt 24; c. de voorgevel dient in of maximaal 2 m vanaf de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; d. hoofdgebouwen mogen worden gebouwd als aaneengebouwde woningen en patio-woningen en dienen aan de volgende kenmerken te voldoen: 1. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; 2. de goothoogte van een woning moet minimaal 2,5 m en mag maximaal 7 m bedragen; 3. de bouwhoogte van een woning mag maximaal 9 m bedragen; e. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn tevens gestapelde woningen toegestaan; voor gestapelde woningen gelden de volgende regels: 1. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; 2. het aantal bouwlagen van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 bedragen; 3.

de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag maximaal 15 m bedragen; 4. de dakhelling mag maximaal 60 graden bedragen.

78

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

5.2.2 Bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw mag maximaal 60 m2 bedragen, met dien verstande dat: 1. een functionele uitbreiding van een hoofdgebouw binnen het bouwvlak niet wordt meegerekend bij de gezamenlijke oppervlakte; 2. de gezamenlijke oppervlakte van het achtererf, exclusief het hoofdgebouw voor zover gelegen binnen het bouwvlak, voor maximaal 50% mag worden bebouwd; 3. indien de gezamenlijke oppervlakte van het achtererf, exclusief het hoofdgebouw, groter is dan 120 m², de norm van 60 m² verhoogd mag worden met 10% van het meerdere tot een maximum van 90 m², onverlet het bepaalde onder 2.; b. de bijgebouwen en overkappingen dienen minimaal 2,5 m achter de voorgevel van de woning te worden gesitueerd, met uitzondering van: 1. eindwoningen van een rij aangebouwde woningen, waar bijgebouwen en overkappingen minimaal 3 m achter de voorgevel van de woning dienen te worden gesitueerd; 2.

aangebouwde bijgebouwen aan de voorgevel, onder voorwaarde dat:  de breedte maximaal 40% van de breedte van de voorgevel mag zijn;  de diepte maximaal 1/3 van de breedte mag zijn, met een maximum van 1 m;  de bouwhoogte minimaal de kozijnhoogte van de entreepui moet zijn en maximaal de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag mag zijn, onder voorwaarde dat de bouwhoogte minimaal 0,5 meter onder de goothoogte van de woning blijft; c. de onderlinge afstand tussen vrijstaande bijgebouwen op een perceel dient minimaal 3 m te zijn; d. de oppervlakte van een vrijstaand bijgebouw mag maximaal 45 m² bedragen; e. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag maximaal 3 m bedragen; f. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag maximaal 5 m bedragen; g. de goothoogte van een niet-vrijstaand bijgebouw mag maximaal 3,25 m bedragen, met uitzondering van aangebouwde bijgebouwen binnen het bouwvlak, waarvan de goothoogte maximaal gelijk mag zijn aan de goothoogte van het hoofdgebouw; h. de bouwhoogte van een niet-vrijstaand bijgebouw mag maximaal 6 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte nooit meer dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag bedragen, met uitzondering van aangebouwde bijgebouwen binnen het bouwvlak, waarvan de bouwhoogte maximaal gelijk mag zijn aan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; i.

de bouwhoogte van een overkapping mag maximaal 3 m bedragen; j. de bouwgrenzen mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke; k. voor gestapelde woningen geldt dat bijgebouwen en overkappingen onderdeel dienen te zijn van het hoofdgebouw. 5.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen, met uitzondering van de bouwwerken bedoeld onder b. en c.; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de bouwgrens niet meer dan 1 m bedragen; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag achter de bouwgrens maximaal 2 m bedragen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', waar, wanneer gestapelde woningen worden gebouwd, de bouwhoogte van terrasafscheidingen op de begane grond minimaal 0,5 m moet en maximaal 1 m mag bedragen.

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

79

5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 5.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 5.2.1 onder a. en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits: 1. de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde; 2. het hoofdgebouw geheel binnen de bestemmingsgrens wordt gebouwd; 3. het gezamenlijke oppervlak van de gebouwen ten hoogste gelijk is aan de oppervlakte van het bouwblok; 4. het hoofdgebouw niet meer dan 3 m buiten het bouwvlak mag worden gebouwd; 5. de stedenbouwkundige structuur in acht wordt genomen; b. voor het bouwen van de voorgevel van het hoofdgebouw tot maximaal 5 m achter de voorste bouwgrens, waarbij de achterste bouwgrens in gelijke mate mag worden overschreden, onder voorwaarde dat de verschuiving op stedenbouwkundige gronden verantwoord is; c. voor het verhogen van de goothoogte van het hoofdgebouw tot maximaal 10 m; d.

voor het verhogen van de bouwhoogte van het hoofdgebouw tot maximaal 11 m, onder voorwaarde dat de afstand tot de aangrenzende hoofdgebouwen minimaal 6 m moet bedragen; e. artikel 5.2.2 onder a. voor het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen tot maximaal 75 m², onder voorwaarde dat een onbebouwde en onoverdekte aaneengesloten ruimte van minimaal 25 m² overblijft. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een prostitutiebedrijf; b. opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. detailhandel of andere handels- en/of bedrijfsdoeleinden; e. zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft (vrijstaande) bijgebouwen; f. horeca-activiteiten.

5.5.2 Beroep of bedrijf aan huis De uitoefening van een beroep aan huis of een bedrijf aan huis toegestaan als ondergeschikt medegebruik van de woning is toegestaan, onder voorwaarde dat: a. het een dienstverlenend of ambachtelijk beroep of bedrijf is met een ruimtelijke uitwerking en uitstraling in overeenstemming met de functie wonen, zoals administratieve, juridische, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen en bedrijven;

80

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

b. c. d. e. f. g. h. i. j.

het medegebruik van ondergeschikte betekenis blijft en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; het medegebruik niet is toegestaan in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; het geen beroep of bedrijf betreft met een milieucomponent waarvoor een omgevingsvergunning vereist is; er geen sprake is van detailhandel, waaronder in ieder geval begrepen de verkoop over de toonbank en het ophalen van goederen na elektronische betaling; het beroep of bedrijf alleen incidentele en geen structurele verkeersbewegingen tot gevolg heeft, veroorzaakt door bezoekers en het laden en lossen; de benodigde parkeervoorzieningen voor de woning en het beroep of bedrijf op eigen terrein worden gerealiseerd; het medegebruik beperkt blijft tot de bewoners van de woning; het medegebruik beperkt blijft tot maximaal 35% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m²; de reclame-uitingen onverlicht zijn, een maximale oppervlakte van 0,2 m² en een maximale bouwhoogte hebben van 1,2 m.

5.6 Afwijken van de gebruiksregels 5.6.1 Afwijken ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.5.1 en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk bij een woning als afhankelijke woonruimte wordt gebruikt, onder voorwaarde dat: a. door de aanvrager aangetoond wordt dat inwoning in het hoofdgebouw redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort; b. bewoning van een bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen onder andere dient te blijken uit een positief advies van de onafhankelijke deskundige instantie; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; d. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken wordt ingepast met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 80 m²; e. de afhankelijke woonruimte wordt gerealiseerd in een bestaand bijbehorend bouwwerk dat op maximaal 20 m afstand is gelegen van de achtergevel van het hoofdgebouw; f. nieuwbouw of plaatsing van een verplaatsbaar bouwwerk is alleen toegestaan als op het erf van het hoofdgebouw geen sprake is van reeds aanwezige bijbehorende bouwwerken die zonder ingrijpende verbouwingen geschikt kunnen worden gemaakt voor het bieden van mantelzorg; g.

bij nieuwbouw of plaatsing van een verplaatsbaar bouwwerk mag de afstand tot de achtergevel van het hoofdgebouw maximaal 10 m zijn; h. de afwijking, verleend op grond van lid a, wordt ingetrokken, indien de bij het verlenen van de afwijking bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. Het gebruik van het bijbehorende bouwwerk moet vervolgens worden teruggebracht naar de gebruiksituatie van voor verlening van de afwijking en tijdelijke bouwwerken moeten worden verwijderd van het bouwperceel. 5.6.2 Afwijken ten behoeve van beroep of bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.5.2 ten behoeve van: a. een beroep of bedrijf met een milieucomponent waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, onder voorwaarde dat de milieucomponent van de omgevingsvergunning verleend kan worden; b. detailhandel, onder voorwaarde dat:

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

81

1.

c.

d.

het om producten gaat die specifiek ten dienste staan of voortkomen uit het beroep of bedrijf en daarmee direct verband houden; 2. de detailhandel in economische en ruimtelijke zin ondergeschikt is aan het beroep of bedrijf; parkeren op de openbare weg ten behoeve van het beroep of bedrijf, onder voorwaarde dat: 1. het fysiek niet mogelijk is te parkeren op eigen terrein; 2. het stedenbouwkundig niet verantwoord is te parkeren op eigen terrein; 3. uit de verkeerssituatie ter plaatse is af te leiden dat de verkeersaantrekkende werking en het parkeren niet tot structurele problemen in de verkeersafwikkeling zal leiden; maximaal één personeelslid die niet als bewoner staat ingeschreven.

5.7 Wijzigingsbevoegdheid 5.7.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de situering en de vorm van bouwvlakken worden gewijzigd dan wel bouwvlakken worden toegevoegd of komen te vervallen, mits a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de woonsituatie; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. de stedenbouwkundige structuur in acht wordt genomen.

82

Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Ondergronds bouwen a. Ondergronds bouwen in combinatie met een bovengronds gebouw is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. de onderbouw binnen het bouwvlak moet liggen; 2. de onderbouw niet groter is dan de maatvoering van de buitenzijde van de gevels op de begane grond; 3. de bovenzijde van de begane grondvloer maximaal 0,5 m boven peil mag liggen; 4. de bouwdiepte maximaal 4 m onder peil mag zijn, met uitzondering van ondergrondse parkeergarages waarvan de bouwdiepte maximaal 7 m mag zijn; 5. inritten en andere toegangspartijen naar de ondergrondse bouwlaag zijn vrijgesteld van de punten 1 tot en met 3. b. Ondergronds bouwen van een zwembad of vergelijkbare constructie is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. het achter de achtergevel of het verlengde daarvan moet worden gebouwd; 2. de afstand tot de perceelgrenzen minimaal 3 m moet zijn; 3. de bouwdiepte maximaal 2,5 m mag zijn en de bouwhoogte maximaal 1 m mag zijn; 4. de oppervlakte maximaal 100 m² mag zijn; 5. het bouwwerk niet overdekt is, tenzij de overdekking voldoet wordt aan de regeling voor bijbehorende bouwwerken bij een woning; 6. per bouwperceel maximaal één zwembad mag worden gebouwd. c. Ondergronds bouwen van bergbezinkbassins, infiltratiebakken en vergelijkbare waterhuishoudkundige voorzieningen in alle bestemmingen is toegestaan, tenzij in een (dubbel)bestemming specifieke regels zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=7657c707-6208-4a2d-8f29-8eb310055883