08. Toelichting BP Bijlage III Archeologisch vooronderzoek.pdf
Tekst van het document
32
Berendsen 1997.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
27
V19-4352: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herinrichting van de N264 in Sint-Hubert, gemeente Mill en Sint Hubert
betreffen dus geen in situ archeologische resten, omdat deze van een andere locatie zijn meegevoerd ten tijde van het opbrengen van het eerddek (verstoorde context). Verder geldt er een hoge archeologische verwachting vanaf de Late-Middeleuwen tot de Nieuwe Tijd voor het deel van het plangebied gelegen ter hoogte/in het oude centrum van Sint Hubert (paars en lichtpaars op de archeologische beleidskaart) op basis van historisch vastgelegde continue activiteit in dit deelgebied. Wat betreft ondergrondse bouwhistorische waarden is er een verwachting op het aantreffen van resten van voorgangers van de huidige weg, en van enkele op de kadastrale minuut zichtbare gesloopte gebouwen ter hoogte Pastoor Jacobstraat 39 en 46-48a (zie afbeelding 12 en 14). Verder ligt de huidige weg in het uiterst oostelijke deel van het plangebied op een rivierdijk van zeer hoge historische waarde uit de Late Middeleeuwen.
Afbeelding 14 Specificatie van de archeologische verwachting.
Er is echter een grote kans dat de ondergrond in delen van het plangebied verstoord is geraakt als gevolg van de aanleg van de N264 en het leggen van kabels en leidingen, en op het perceel Pastoor Jacobsstraat 34 mogelijk door de huidige bebouwing. De KLIC laat zien dat er een wirwar van kabels aanwezig is binnen het plangebied, met uitzondering van een deelgebied in het uiterste westen van het plangebied dat iets verder weg is gelegen van de weg. Het is echter niet precies duidelijk waar en tot hoe diep verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel onder en naast het huidige tracé is geweest. In het oostelijke deel van het plangebied is het mogelijk dat de opgebracht heideplaggen (esdek, mogelijke dikte tot 1,00 m-mv) de mogelijke onderliggende archeologische waarden hebben beschermd.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
28
V19-4352: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herinrichting van de N264 in Sint-Hubert, gemeente Mill en Sint Hubert
4
Advies vervolgonderzoek
Voor het oostelijke deel van het plangebied geldt op basis van de aardwetenschappelijke waarden, de ligging in/nabij het oude centrum van Sint Hubert en de aanwezigheid van een laatmiddeleeuws dijklichaam een hoge archeologische verwachting (zie afbeelding 14); de overige delen hebben een middelhoge archeologische verwachting. Deze hoge/middelhoge archeologische verwachting geldt vanaf het maaiveld tot 0,75 m-mv (gooreerdgronden in het westen van het plangebied) en 1,25 m-mv (hoge zwarte enkeerdgronden in het oosten van het plangebied). Archeologische resten worden verwacht in de eerdlaag (A-horizont) en in de top van het dekzand (oorspronkelijke C-horizont). Ook kunnen resten van een oudere weg worden aangetroffen. Door sub-recente activiteiten, met nam de aanleg van bestaande kabels en leidingen, kan de ondergrond in delen van het plangebied verstoord zijn geraakt. Het is echter niet exact bekend waar en tot hoe diep, en of dit eventuele archeologische sporen of vondsten in de ondergrond heeft aangetast. Dit is mogelijk niet het geval in het deelgebied in het uiterste westen van het plangebied, dat iets verder weg is gelegen van de weg. Gezien de geplande werkzaamheden adviseert Vestigia Cultuurhistorie & Archeologie het volgende: 1.
De werkzaamheden zijn nog niet in detail bekend. Ook is in de ondergrond binnen het plangebied een wirwar aan kabels en leidingen aanwezig. Als de werkzaamheden in detail bekend zijn dient er daarom eerst een gedetailleerde verwachtingskaart opgesteld te worden. Voor deze verwachtingskaart dient er voor het gehele plangebied een nadere studie gemaakt van de bestaande verstoringen (kabels, leidingen, wegcunnet) en de diepteligging daarvan, en een nadere specificatie te worden gemaakt van de geplande vergravingen. Op basis hiervan wordt een kaart opgesteld waar vervolgonderzoek nodig is (zie opties hier beneden). Deze verwachtingskaart wordt, na goedkeuring door het bevoegd gezag, in het PVA voor een eventueel verkennend booronderzoek opgenomen, en (in een geupdate versie) in het PvE voor de uiteindelijke begeleiding onder protocol inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven – variant archeologische begeleiding. Het Plan van Aanpak voor een eventueel verkennend booronderzoek dient voorafgaand aan het veldwerk door het bevoegd gezag goedgekeurd te worden.
2.
Voor de locaties waar op basis van het definitieve bestek ontgravingen vanaf maaiveld nodig zijn geldt het volgende: A. daar waar op basis van de KLIC-melding geen kabels en leidingen in de ondergrond liggen dient er een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) te worden uitgevoerd om vast te stellen of er wel of niet een intact bodemprofiel aanwezig is. Het verkennend booronderzoek kan worden uitgevoerd door te boren met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm), in een raai met boringen om de 25 m. Deze boringen dienen te worden gezet tot een diepte van 25 cm in de C-horizont. Daar waar er uit het booronderzoek blijkt dat binnen het archeologische verwachtingsniveau (tot 0,75/1,25 m-mv) een intact bodemprofiel aanwezig is dienen de werkzaamheden in uitvoeringsfase te worden begeleid onder protocol inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven – variant archeologische begeleiding. Ook kan er voor worden gekozen om in het kader van een snelle voortgang van project, en om de hinder voor de omgeving zo veel mogelijk te beperken, het booronderzoek over te slaan en in de uitvoeringsfase op deze locaties de graafwerkzaamheden te begeleiden onder protocol inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven – variant archeologische begeleiding. Bij deze begeleiding dient
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
29
V19-4352: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herinrichting van de N264 in Sint-Hubert, gemeente Mill en Sint Hubert
rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van resten van de historische bebouwing en dijk (zie afbeelding 12 en 14). B. Voor de locaties waar ontgravingen nodig zijn en geen booronderzoek kan worden uitgevoerd vanwege de aanwezigheid van kabels, geldt het volgende: a. Waar de kabels en leidingen dieper liggen dan 0,75 (gooreerdgronden met een middelhoge archeologische verwachting) / 1,25 m-mv (hoge enkeerdgronden met een hoge archeologische verwachting) is geen vervolgonderzoek nodig. b. Waar de kabels dieper liggen dan de geplande ontgravingsdiepte is geen vervolgonderzoek nodig. c. Daar waar de bestaande kabels en leidingen niet aantoonbaar dieper liggen dan 0,75/1,25 m-mv of niet dieper liggen dan de geplande ontgravingsdiepte, dienen de graafwerkzaamheden te worden begeleid onder protocol inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven – variant archeologische begeleiding. Wat betreft het perceel Pastoor Jacobsstraat 34: c. Voor het onbebouwde deel geldt bovenstaand advies 1 / 2 (A of B). d. het bebouwde deel: een nadere studie van de bouwtekeningen van de huidige bebouwing, afgezet tegen de nieuwbouwplannen moet uitwijzen of de ondergrond hier verder/dieper verstoord wordt dan nu het geval is.
Indien dat het geval geldt bovenstaande advies 2B, waarbij men “funderingen” leest in plaats van “kabels/leidingen”) en moet worden uitgegaan van de aanwezigheid van hoge enkeerdgronden (hoge verwachting tot 1,25 m-mv). Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Mill en Sint Hubert, om op basis van dit rapport en het hierin geformuleerde advies een besluit te nemen ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek of het beëindigen van het archeologisch onderzoeksproces. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch onderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Mill en Sint Hubert, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
30
V19-4352: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herinrichting van de N264 in Sint-Hubert, gemeente Mill en Sint Hubert
Literatuur BAKKER, H. DE/J. SCHELLING, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen (Staring Centrum). BERENDSEN, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. BRANDHOF, VAN DEN , W. , 2010: Essche Stroom. Probleeminventarisatie Conventionele Explosieven. AVG Geoconsult, Heijen. BROUWER, F./M.M. VAN DER WERFF, 2012: Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen, Wageningen (Alterra-rapport 2336). CENTRAAL COLLEGE VAN DESKUNDIGEN ARCHEOLOGIE, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda: http://sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-4000. VALCKX, L., H. KREMER, D. HAGENS, 2010: Grootvenseweg te Sint Hubert gemeente Mill en Sint, Syntegrarapport 090324. VAN DE WATER, A.E.M./F.P. KORTLANG, 2012: Nota Archeologiebeleid Mill en Sint Hubert; De implementatie van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in het gemeentelijke beleid , Eindhoven. WESTERHOFF, W.E./T.E. WONG/E.F.J. DE MULDER, 2003: Opbouw van de ondergrond – Opbouw van het Neogeen en Kwartair, in: E.F.J. de Mulder/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhoff/T.E. Wong (red.), De ondergrond van Nederland, Houten.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
31
V19-4352: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herinrichting van de N264 in Sint-Hubert, gemeente Mill en Sint Hubert
Digitale bronnen -
ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ARCHEOLOGISCH INFORMATIESYSTEEM (ARCHIS): https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login BEELDBANK RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ BODEMLOKET: http://www.bodemloket.nl/ DINOLOKET: https://www.dinoloket.nl/ INDICATIEVE KAART MILITAIR ERFGOED (IKME): http://www.ikme.nl/ KADASTER, BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl/ KADASTER, TIJDREIS OVER 200 JAAR TOPOGRAFIE: http://topotijdreis.nl/ MIP-OBJECTENDATABASE: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2019/01/01/mipobjecten PUBLIEKE DIENSTVERLENING OP DE KAART (PDOK): https://www.pdok.nl/ RUIMTELIJKE PLANNEN: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ RIJKSMONUMENTENREGISTER: https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/ STHUBERT.NU: https://www.sthubert.nu/cms/pages/het-dorp-sinthubert.php VERLIESREGISTER STUDIEGROEP LUCHTOORLOG 1939-1940: https://www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ VERSTORINGSBRONNENKAART: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-enkaarten/overzicht/verstoringsbronnenkaart ZUIDFRONT HOLLAND: http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=mill
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
32
V19-4352: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herinrichting van de N264 in Sint-Hubert, gemeente Mill en Sint Hubert
Bijlagen en kaarten Bijlage 1:
Overzicht van archeologische en geologische perioden
Kaart 1: Kaart 2a: Kaart 2b: Kaart 3:
Ligging plangebied Natuurlijk landschap; geomorfologie Natuurlijk landschap, bodem Archeologie; inventarisatie
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
33
V19-4352: Archeologisch vooronderzoek in het kader van de herinrichting van de N264 in Sint-Hubert, gemeente Mill en Sint Hubert
Bijlage 1
Overzicht van archeologische en geologische perioden
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V1910, definitief, versie 2.1, d.d. 8 september 2020
34
KAART 1 - LIGGING PLANGEBIED LEGENDA 411500
Plangebied
Bebouwing Water
Overige topografie 411000
Snelweg
Hoofdweg
Regionale weg Lokale weg
410500
Mill N264
aam eR Lag
409500
410000
Sint-Hubert
N264
408500
409000
Project: Rapport: Datum: Bron:
V19-4352: BO Herinrichting N264 Sint Hubert V1910 Maart 2020 Top10NL, CC-BY Kadaster jan. 2019
Tekenaar: Schaal:
FvP 1:20.000 / A4
0 182500
183000
183500
184000
184500
185000
185500
186000
200 m
KAART 2A - NATUURLIJK LANDSCHAP, GEOMORFOLOGIE M42
M53
L51
M42
LEGENDA
Plangebied
Bebouwing
M42
410500
Water
M42
Overige topografie
M42
B53 Dekzandrug
F01 Plateau-achtige horst
M53
H01 Horstglooiing
L51 Dekzandwelvingen
L51
M42 Terrasvlakte
M53 Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss R23 Dalvormige laagte
H01 410000
L51 F01
R23
M42
M53
409500
H01
B53
L51
Project:
F01
R23 183500
B53
M53 H01 184000
Rapport: Datum: Bron:
V19-4352: BO Herinrichting N264 Sint Hubert V1910 Maart 2020 Top10NL, CC-BY Kadaster jan. 2019 PDOK augustus 2017 / Maas et al. 2017
Tekenaar: Schaal:
FvP 1:10.000 / A4
0 184500
185000
200 m
KAART 2B - NATUURLIJK LANDSCHAP, BODEMKAART pZg21g
LEGENDA
pZg21g
Plangebied
kZn30
Bebouwing Water
Overige topografie
ììì ììì
410500
Afgegraven voor delfstoffen
ëë ëë ëë ëëë
Depots
ììì ìì ìì ìì
Gemodificeerde natuur Vergravingen
Transportleidingen
Bijzonderheden bovengrond
g.., Grind in de bovengrond, ondieper dan 40 cm beginnend k.., Zavel- of klei-dek, 15 à 40 cm dik
410000
pZn21
Afwijkende ondergronden
..g, Grof zand en of grind beginnend tussen 40 en 120 cm, tenminste 40 cm dik
pZg23g
zEZ21
Associatie van meerdere bodemeenheden Y30 Holtpodzolgronden; grof zand
zEZ21 Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
zEZ21
pZg21 Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
pZg23 Beekeerdgronden; lemig fijn zand
409500
pZn21 Gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Zn30 Vlakvaaggronden; grof zand
Project:
gY30/gHd30
Rapport: Datum: Bron: zEZ21 Tekenaar: Schaal:
pZn21
0 183500
184000
184500
185000
V19-4352: BO Herinrichting N264 Sint Hubert V1910 Maart 2020 Top10NL, CC-BY Kadaster jan. 2019 Bodemkaart; PDOK juli 2017 FvP 1:10.000 / A4 200 m
KAART 3 - ARCHEOLOGIE 3122739100,000000
2402762100
LEGENDA
Plangebied
Bebouwing Water
Overige topografie
410500
Vondstlocaties (waarnemingen) Losse vondstlocatie
Vondstlocatie gekoppeld aan onderzoek
Onderzoeken
Archeologisch: opgraving of proefsleuven
2151192100
Archeologisch: booronderzoek
410000
Archeologisch: bureauonderzoek
2366904100
2243913100
2161869100
409500
2301285100
Project: Rapport: Datum: Bron:
Tekenaar: Schaal: 0 183500
184000
184500
185000
V19-4352: BO Herinrichting N264 Sint Hubert V1910 Maart 2020 Top10NL, CC-BY Kadaster jan. 2019 Onderzoeken, Vondstlocaties RCE december 2018 Monumenten, RCE juli 2014 FvP 1:10.000 / A4 200 m
Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort Nederland Telefoon 033 277 92 00 E-mail info@vestigia.nl Website www.vestigia.nl K.v.K. Gooi- en Eemland 32078894
Erfgoedingenieurs
“Engineering the past, creating the future”