CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

08 bijlage 03 - Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid.pdf

Cuijk - commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter bespreking) Voorstel inzake Ontwerpbestemmingsplan Bedrijvenpark Laarakker Noordwest31.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

9.3.2

Variant 2 Geurbelasting vanuit plangebied op omgeving In variant 2 zijn op bedrijvenpark Laarakker Zuid (industriële) bedrijven tot maximaal milieucategorie 5.2 voorzien. Het bedrijvenpark Laarakker Zuid is inwaarts gezoneerd, grotendeels overeenkomstig de VNGB-brochure met richtafstanden voor bedrijven tot woningen en gevoelige bestemmingen. Binnen variant 2 is voor milieucategorie 5.2 een afstand van 400 meter tot woningen aangehouden, in plaats van de richtafstand van 500 meter. Uitgaande van de richtafstand van 500 m kan worden verondersteld dat hinder (geur, maar ook stof, geluid en gevaar) ter plaatse van woningen of andere gevoelige bestemmingen wordt voorkomen. Bij de nu kleinere afstand van 400 m tussen het bedrijf en de dichtstbijzijnde woning kan sprake zijn van een geurbelasting die geurhinder veroorzaakt op omwonenden. De geurbelasting van bedrijven met milieucategorie 5.2 in het centrale gedeelte van Laarakker Zuid is geheel afhankelijk van het type bedrijf dat zich hier vestigt.

blad 79 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Bedrijven met een geurbelasting dienen te voldoen aan de landelijke geuremmissierichtlijnen en het provinciale beleid. In een aanvraag voor een omgevingsvergunning dient dit te worden aangetoond. Gezien het beperkte aantal woningen en andere gevoelige bestemmingen in het studiegebied, zal de geurbelasting en geurhinder beperkt zijn. Niettemin kan sprake zijn van een licht negatief effect. Geurbelasting vanuit omgeving op plangebied De geurbelasting vanuit de omgeving op het plangebied verschilt niet tussen variant 1 en 2.

9.4

Beoordeling van de effecten Geurbelasting vanuit plangebied op omgeving Het effect van variant 1 op de geurbelasting vanuit het plangebied naar de omgeving is vanwege de toepassing van inwaartse zonering voor industriële activiteiten en de afname van de geurbelasting van agrarische activiteiten in het plangebied zeer beperkt. Het effect is neutraal (0) beoordeeld. Het effect van variant 2 op de geurbelasting vanuit het plangebied naar de omgeving is vanwege de iets afwijkende toepassing van inwaartse zonering voor industriële activiteiten (een richtafstand van 400 m in plaats van 500 m tussen de bedrijven met categorie 5.2 en woningen) is licht negatief (-) beoordeeld, omdat de bedrijven mogelijk een geurbelasting kunnen veroorzaken op de woningen in de omgeving. Geurbelasting vanuit omgeving op plangebied De geurbelasting van variant 1 en variant 2 (geen verschileffecten) als gevolg van industriële en agrarische activiteiten vanuit de omgeving in het plangebied is beperkt. Geen van de grenswaarden voor de geurcontouren van de verschillende industriële activiteiten reikt tot het plangebied en de agrarische bedrijven liggen op voldoende afstand van het plangebied. Het effect van de geurbelasting vanuit de omgeving op het plangebied voor zowel variant 1 als variant 2 is daarom neutraal (0) beoordeeld.

De effectenbeoordeling is als volgt samen te vatten: tabel 9.2 Effectenbeoordeling voorgenomen ontwikkelingen op geur Criterium Effecten op geurbelasting vanuit plangebied op omgeving Effecten op geurbelasting vanuit omgeving op plangebied

Variant 1 0 0

Variant 2 0

blad 80 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

10

Gezondheid Dit hoofdstuk gaat in op de effecten van de ontwikkeling van Laarakker Zuid op de gezondheid van omwonenden. Gefocust wordt op de thema’s geluid en lucht (NO2).

10.1

Beoordelingskader Voor de diverse aspecten, die samen de aanwezige milieukwaliteit bepalen, bestaan normen. Bij het vaststellen van de normen speelt de bescherming van de gezondheid naast politieke en economische overwegingen een rol. Echter voor diverse milieuaspecten, zoals geluid en luchtkwaliteit, is bekend dat ook onder de vastgestelde normen gezondheidseffecten op kunnen treden. Voor deze twee aspecten wordt daarom bij dit thema verder gekeken dan de wettelijke grenswaarden. Het gezondheidsonderzoek is uitgevoerd met behulp van kwantitatieve analyses. De basis hiervoor vormen de onderzoeken verkeer, luchtkwaliteit en geluid. Met behulp van een Geografisch Informatie Systeem zijn deze analyses verder gespecificeerd voor het thema gezondheid. De te toetsen criteria voor het thema gezondheid zijn weergegeven in tabel 10.1. tabel 10.1 Beoordelingscriteria gezondheid Aspect Criterium Geluidbelasting Veranderingen in milieukwaliteit geluid Luchtkwaliteit - NO2 Veranderingen in milieukwaliteit luchtkwaliteit - NO2

Voor het bepalen van de gezondheidseffecten is gebruik gemaakt van de kwantiatieve methodiek van de Gezondheidseffectscreening (GES). Dit betreffen de milieuaspecten geluid en stikstofdioxide (NO2). Bij een GES is ervoor gekozen de blootstelling aan een milieufactor te kwantificeren op basis van de dosiseffectrelatie en de daarbij horende gezondheidsrisico’s. Deze blootstelling wordt uitgedrukt in GESscores. De onderbouwing verschilt per milieufactor. De GES-score loopt van score 0 tot en met 8, al zijn voor lucht niet alle GES-scores van toepassing (zie tabel 10.2). De scores 6 t/m 8 worden als 'onvoldoende milieukwaliteit' beschouwd. Iedere milieufactor dient hierbij op zich beoordeeld te worden. In dit hoofdstuk gezondheid zijn alleen de rekenkundige gezondheidseffecten in beeld gebracht. Eventuele positieve effecten, bijvoorbeeld door groen en water, zijn niet beschouwd. tabel 10.2 Indeling van de GES-scores GESscore*

Luchtverontreiniging** NO2 μg/m

3

PM10 μg/m

3

Geluid (wegverkeer)

PM2,5 μg/m

3

0

< 43

1

* **

Lden 43 - 47

2

0,04 – 3

<4

<2

3

4 – 19

4 – 19

2–9

48 - 52

4

20 – 29

20 – 29

10 – 14

53 - 57

5

30 – 39

30 – 34

15 – 19

58 - 62

6

40 – 49

35 – 39

20 – 24

63 - 67

7

50 – 59

40 – 49

25 – 29

68 - 72

8

≥ 60

≥ 50

≥ 30

≥ 73

Sommige GES-scores zijn niet voor alle milieufactoren van toepassing. Voor luchtverontreiniging (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) wordt met jaargemiddelde concentraties gewerkt.

Om inzicht te geven in de relatie tussen de GES-klassen en de gezondheidseffecten zijn tabel 10.3 voor geluid en tabel 10.4 voor lucht toegevoegd. Hierin is tevens de dosis-effectrelatie voor geluid en lucht weergegeven.

blad 81 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

tabel 10.3 Geluid: Relatie GES-scores, milieugezondheidskwaliteit en geluidbelasting GESMilieugezondheidsKleurGeluidbelasting score kwaliteit codering 0 1 2 3 4 5 6 7 8

Zeer goed Goed Redelijk Vrij matig Matig Zeer matig Onvoldoende Ruim onvoldoende Zeer onvoldoende

Groen Geel Oranje

Rood

< 45 dB 45 - 49 dB 50 - 54 dB 55 - 59 dB 60 - 64 dB 65 - 69 dB 70 - 75 dB > 75 dB

tabel 10.4 Lucht: relatie GES-scores, milieugezondheidskwaliteit en concentraties luchtverontreinigende stoffen GESMilieugezondheidsKleurConcentraties per luchtverontreinigende stof score kwaliteit codering 0 1 2 3 4 5

Zeer goed Goed Redelijk Vrij matig Matig Zeer matig

6

7

8

Onvoldoende

Ruim onvoldoende

Zeer onvoldoende

Groen Geel

Oranje

Rood

PM10: Overschrijding streefwaarde (voorstel EU voor 2010) PM10: Een bijdrage van verkeer tot circa 10 μg/m3. Een toename van luchtwegsymptomen, ziekenhuisopnamen en vroegtijdige sterfte (geschat wordt een toename van vroegtijdige sterfte van circa 0,3%-0,4% per 10 μg/m3) NO2: Overschrijding grenswaarde. Toename luchtwegklachten en verlaging longfunctie PM10: Overschrijding grenswaarde voor het daggemiddelde. Een bijdrage van verkeer tot circa 15 μg/m3. Een toename van luchtwegsymptomen, ziekenhuisopnamen en vroegtijdige sterfte (geschat wordt een toename van vroegtijdige sterfte van circa 0,45%-0,6% voor een toename van 15 μg/m3) NO2: Sterke toename luchtwegklachten en verlaging longfunctie PM10: Overschrijding grenswaarde voor het daggemiddelde. Een bijdrage van verkeer tot circa 25 μg/m3. Een toename van luchtwegsymptomen, ziekenhuisopnamen en vroegtijdige sterfte (geschat wordt een toename van vroegtijdige sterfte van circa 0,75%-1,0% voor een toename van 25 μg/m3) PM10: Een bijdrage van verkeer van meer dan circa 25 μg/m3. Een toename van luchtwegsymptomen, ziekenhuisopnamen en vroegtijdige sterfte (geschat wordt een toename van vroegtijdige sterfte van meer dan 0,75% 1,0% voor een toename van meer dan 25 μg/m3).

De verschillende aard van de gezondheidskundige effecten maakt het onmogelijk om de gezondheidsrisico’s van de verschillende milieufactoren in absolute zin met elkaar te vergelijken. Dat betekent dat deze niet gecumuleerd mogen worden. Echter, ondanks het niet rekenkundig kunnen cumuleren van een belasting van diverse gezondheidrisico's, kan wel gesproken worden van een versterkt negatief effect op de gezondheid indien bij diverse gezondheidsaspecten sprake is van een matig of onvoldoende gezondheidsklimaat.

10.2

Referentiesituatie Geluid Voor het bepalen van de GES-score voor de referentiesituatie zijn de geluidsoorten industrie en verkeer gecumuleerd. In figuur 10.1 zijn de geluidcontouren van deze gecumuleerde geluidbelasting

blad 82 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

weergegeven. Op basis van de contourenplot kan geconstateerd worden dat in een straal van 500 meter rond Regionaal Bedrijventerrein Laarakker de woningen aan de westkant voornamelijk (zeer) goed (GES klasse 0-1) scoren. Langs de Oeffeltseweg en nabij de A73 scoren de woningen redelijk tot (zeer) matig (GES klasse 2-5). In de referentiesituatie 2025 zijn er geen woningen die onvoldoende (GES klasse 6-8) scoren. Dit is ook weergegeven in tabel 10.5.

figuur 10.1 Gecumuleerde geluidbelasting in GES-scores voor de referentiesituatie tabel 10.5 Aantal geluidbelaste woningen referentiesituatie Geluidbelasting Letm GES score [dB(A)] 0 1 2/3 4 5 6 7 8

<= 44 45 - 49 50 - 54 55 - 59 60 - 64 65 - 69 70 - 74 >= 75 Totaal:

Referentiesituatie 2025 aantal woningen 11 137 40 16 12 0 0 0 216

blad 83 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Luchtkwaliteit Voor het bepalen van de GES-score voor de referentiesituatie zijn de concentraties industrie en verkeer gecumuleerd. In de referentiesituatie 2025 zijn er geen woningen die onvoldoende (GES klasse 6-8) scoren. De scores zijn redelijk tot matig (GES-klassen 3 en 4). Dit komt door de aanwezigheid van Laarakker Noord en de diverse grote wegen (A73 en Randweg Haps, die leiden tot een matige kwaliteit over een groot gebied. Daarnaast zijn voor luchtkwaliteit nergens in Nederland GES-scores lager dan GES-klasse 3 waar te nemen, zie ook tabel 10.6. Dit komt doordat het achtergrondniveau (waaronder belasting uit het buitenland) al hoger ligt dan de waarden die maximaal voor GES-klasse 2 gelden. tabel 10.6 Aantal woningen per GES-klasse voor NO2 en PM10 in de referentiesituatie Klasse 0 1 2 3

Concentratie

0,04 - 3 4 - 19

4

20 - 29

5 6 7 8

30 - 39 40 - 49 50 - 59 ≥ 60

10.3

Effecten

10.3.1

Variant 1

Referentie

20 - 21 22 - 23 24 - 25 26 - 27 28 - 29 30 - 31 32 - 33 34 - 35 36 - 37 38 - 39

NO2 0 0 0 213 1 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

PM10 0 0 0 0 161 52 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Geluid In tabel 10.7 zijn de GES-scores voor de gecumuleerde geluidbelasting van industrie en wegen in de plansituatie (variant 1) weergegeven. Hieruit blijkt dat er slechts kleine verschillen zijn tussen variant 1 en de referentiesituatie. Dit heeft deels ook te maken met de relatief grote stappen qua geluidbelasting bij de verschillende GES-klassen. Er is sprake van een netto toename van het aantal objecten met een redelijke (GES klasse 2) en onvoldoende leefkwaliteit (GES klasse 6). Het verschil in GES-score is vooral van toepassing op de woningen die nabij het nieuwe bedrijventerrein zijn gelegen. Op grotere afstand van het nieuwe bedrijventerrein zijn geen verschillen meer zichtbaar tussen de referentiesituatie en de plansituatie. In figuur 10.2 is ook terug te zien. Het verschil in GES-scores tussen de referentiesituatie en variant 1 wordt niet als significant gezien en daarmee als neutraal (0) beoordeeld.

blad 84 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

tabel 10.7 Aantal geluidbelaste woningen plansituatie, variant 1 GES score 0 1 2 4 5 6 7 8

Geluidbelasting Letm [dB(A)] <= 44 45 - 49 50 - 54 55 - 59 60 - 64 65 - 69 70 - 74 >= 75 Totaal:

Referentiesituatie 2025 aantal woningen

Variant 1 2025 aantal woningen

Verschil

11 137 40 16 12 0 0 0 216

8 139 41 16 11 1 0 0 216

- 3 (2%) + 2 (1%) + 1 (0%) 0 - 1 (0%) + 1 (0%) 0 0 0

figuur 10.2 Gecumuleerde geluidbelasting GES plansituatie 2025 variant 1

Luchtkwaliteit In tabel 10.8 zijn de GES-scores voor de gecumuleerde concentraties industrie en wegen voor NO2 en PM10 voor variant 1 weergegeven. Hieruit blijkt dat er slechts een kleine verschuiving plaatsvindt binnen GES-klasse 3. Deze verschuiving, is net als bij geluid, vindt plaats bij de woningen die het dichtst bij het bedrijventerrein gelegen zijn. Deze kleine verschuivingen hebben geen verslechtering van het gezondheidsklimaat tot gevolg. Daarom wordt een neutrale score (0) toegekend.

blad 85 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

tabel 10.8 Aantal woningen per GES-klasse voor NO2 en PM10 in de plansituatie, variant 1 Variant 1 Klasse Concentratie Referentie 0 1 2 3

0,04 - 3 4 - 19

4

20 - 29

5 6 7 8

10.3.2

30 - 39 40 - 49 50 - 59 ≥ 60

20 - 21 22 - 23 24 - 25 26 - 27 28 - 29 30 - 31 32 - 33 34 - 35 36 - 37 38 - 39

NO2 0 0 0 213 1 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

PM10 0 0 0 0 161 52 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

NO2

PM10

0

0

0

0

0

0

213

0

0

150

1

63

0

3

2

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Variant 2 Geluid In tabel 10.9 zijn de GES-scores voor de gecumuleerde geluidbelasting van industrie en wegen in de plansituatie (variant 2) weergegeven. Hieruit blijkt dat er slechts zeer geringe verschillen zijn tussen variant 2 en de referentiesituatie. De resultaten zijn identiek met die van variant 1. Ook hier is sprake van een netto toename van het aantal objecten met een redelijke (GES klasse 2) en onvoldoende leefkwaliteit (GES klasse 6). Het verschil in GES-scores tussen de referentiesituatie en variant 2 wordt niet als significant gezien en daarmee als neutraal (0) beoordeeld. tabel 10.9 Aantal geluidbelaste woningen plansituatie, variant 2 GES score 0 1 2 4 5 6 7 8

Geluidbelasting Letm [dB(A)] <= 44 45 - 49 50 - 54 55 - 59 60 - 64 65 - 69 70 - 74 >= 75 Totaal:

Referentiesituatie 2025 aantal woningen

Variant 2 2025 aantal woningen

Verschil

11 137 40 16 12 0 0 0 11

8 139 41 16 11 1 0 0 216

- 3 (2%) + 2 (1%) + 1 (0%) 0 - 1 (0%) + 1 (0%) 0 0 0

blad 86 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

figuur 10.3 Gecumuleerde geluidbelasting GES plansituatie 2025 variant 2

Luchtkwaliteit In tabel 10.10 zijn de GES-scores voor de gecumuleerde concentraties industrie en wegen voor NO2 en PM10 voor variant 2 weergegeven. De resultaten zijn gelijk aan variant 1. Daarom wordt ook voor variant 2 een neutrale score (0) toegekend. tabel 10.10 Aantal woningen per GES-klasse voor NO2 en PM10 in de plansituatie, variant 1 Variant 1 Klasse Concentratie Referentie 0 1 2 3

4

5 6 7 8

0,04 - 3 4 - 19

20 - 29

30 - 39 40 - 49 50 - 59 ≥ 60

20 - 21 22 - 23 24 - 25 26 - 27 28 - 29 30 - 31 32 - 33 34 - 35 36 - 37 38 - 39

NO2 0 0 0 213 1 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

PM10 0 0 0 0 161 52 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

NO2

PM10

0

0

0

0

0

0

213

0

0

150

1

63

0

3

2

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

blad 87 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

10.4

Beoordeling van de effecten De effectenbeoordeling is als volgt samen te vatten: tabel 10.11 Effectenbeoordeling voorgenomen ontwikkelingen op gezondheid Criterium Variant 1 Veranderingen in milieugezondheidskwaliteit geluid 0 Veranderingen in milieugezondheidskwaliteit luchtkwaliteit - NO2 0

Variant 2 0 0

blad 88 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

11

Archeologie, cultuurhistorie en landschap In dit hoofdstuk worden de thema's landschap, cultuurhistorie en archeologie behandeld. Het hoofdstuk gaat in op de effecten van de ontwikkeling van Laarakker Zuid op de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden van het gebied. De effectenanalyse is op kwalitatieve wijze uitgevoerd.

11.1

Beoordelingskader Gemeenten zijn verplicht meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Dit betekent dat een analyse moet worden verricht naar de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en dat daar conclusies aan moeten worden verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Noord-Brabant vormt daarbij een belangrijk leidraad. In de CHS zijn de kenmerken en waarden van landschap, nederzettingen en archeologie aangegeven. Gemeente hebben ook de taak om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezige en te verwachten archeologische waarden. In het Archeologisch Beleidsplan Gemeente Cuijk geeft de gemeente Cuijk aan hoe zij zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Cuijkse ondergrond. De gemeente Cuijk beschikt over het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Cuijk. In het LOP is de gewenste ontwikkeling van het landschap voor de periode tot 2021 verbeeld en beschreven. Het LOP dient enerzijds als toetsingskader voor ontwikkelingen in het landschap en geeft anderzijds richting aan de wijze waarop de kwaliteit van de omgeving kan worden versterkt of verbeterd. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om ontwikkelingen als herstel van het kleinschalige landschap of de ontwikkeling van aantrekkelijke dorpsentrees.

De effectenanalyse van het thema archeologie gaat in op bekende archeologische waarden (archeologische monumenten) en de archeologische verwachtingswaarde. De analyse van de cultuurhistorische waarden gaat in op de gebouwde aspecten. De analyse van het thema landschap gaat in op landschappelijke waarden. Landschappelijke waarde richt zich op niet bebouwde aspecten, zoals de (historische) verkavelingstructuur en landschappelijk waardevolle elementen, bijvoorbeeld terpen, dijken, e.d. De ruimtelijk visuele kwaliteit richt zich op de beleving van het plangebied, zoals de beleving en zichtbaarheid in het plangebied, maar ook de zichtbaarheid vanuit de omgeving. De te toetsen criteria voor de thema’s archeologie, cultuurhistorie/landschappelijke waarden en ruimtelijk visuele kwaliteit zijn weergegeven in tabel 11.1. tabel 11.1 Beoordelingscriteria archeologie, cultuurhistorie en landschap Aspect Criterium Archeologie Cultuurhistorie Landschappelijke waarden Ruimtelijk visuele kwaliteit

Effecten op bekende en verwachte archeologische waarden Effecten op cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Effecten op (historische) verkaveling en landschappelijke elementen Effecten op beleving en zichtbaarheid vanuit de omgeving

11.2

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen

11.2.1

Huidige situatie Bekende archeologische waarden Op grond van de archeologische beleidskaart, die onderdeel uitmaakt van het Archeologisch Beleidsplan Gemeente Cuijk, blijkt dat binnen het plangebied van dit bestemmingsplan geen archeologische monumenten voorkomen. Verwachte archeologische waarden

blad 89 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

In figuur 11.1 is een uitsnede van de archeologische beleidskaart opgenomen. De gronden in deelgebied Noordwest liggen grotendeels in een gebied dat op de beleidskaart is aangeduid als 'Waarde Archeologie 5' (hoge archeologische verwachting), de gronden in deelgebied Laarakker Zuid liggen grotendeels in een gebied met een lage archeologische verwachting.

Duits lijntje

figuur 11.1 Uitsnede Archeologische Beleidskaart gemeente Cuijk

Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing In het ontwikkelingsgebied bevinden zich geen monumentale of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Cultuurhistorisch-landschappelijke verkaveling en elementen Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant zijn binnen het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen aangeduid. Het Duits Lijntje, dat ten zuiden van deelgebied Laarakker Zuid ligt, is aangeduid als historisch geografische lijn met een zeer hoge waarde, met daaromheen een historische groenstructuur, die bestaat uit de dijkbeplanting (hakhout, houtwal) rond de spoorlijn. De gronden in het plangebied maken deels (voor zover gelegen ten westen van de Stokvoortsestraat) deel uit van het historische akkercomplex rond Haps. Het noordelijk deel van het plangebied (Bedrijvenpark Laarakker Noordwest) staat onder invloed van de molenbiotoop van de Mariamolen. Om de windvang van deze molen te beschermen, gelden hoogtebeperkingen voor het bouwen. Deze kunnen worden bepaald met behulp van de formule:

blad 90 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

Hx = x/n+c*z waarin: Hx = hoogte obstakel x = afstand obstakel tot molen n = constante voor de ruwheidscategorie: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied (bij realisering van een bedrijventerrein wordt uitgegaan van een bebouwde situatie, n = 50) c = constante = 0,2 z = askophoogte (15,3 meter = helft vlucht + hoogte belt) De afstand tussen de molen en de bouwgrens van de te bebouwen delen van het bedrijventerrein bedraagt 85 meter. Uitgaande van bovenstaande formule geldt hier een maximale bouwhoogte van ruim 4,5 meter. Naarmate de afstand tot de molen toeneemt, neemt de bouwhoogte toe. De maximale bouwhoogte is in deelgebied Laarakker Noordwest echter gesteld op 10 meter. Om de invloed van Laarakker Noordwest op de windvang van de molen te bepalen, is een onderzoek uitgevoerd. Omdat de bebouwing op Laarakker Noordwest op enige afstand van de molen én aan de noordoostzijde van de molen is geprojecteerd, blijkt de invloed van de bebouwing op de windvang beperkt te zijn. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de reeds aanwezige bebouwing en begroeiing aan de oostzijde van de Cuijkseweg, waardoor in de huidige situatie al geen sprake is van een onbelemmerde situatie aan deze zijde van de molen. Geconcludeerd is dat de invloed van Laarakker Noordwest op de windvang van de Mariamolen beperkt is.

figuur 11.2 Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant

Ruimtelijk-visuele kwaliteit Het plangebied Laarakker Noordwest en Zuid bestaat momenteel uit agrarisch landschap met akkerlanden en een aantal (opgekochte) agrarische bedrijven. De deelgebieden hebben vanwege het functionele agrarisch gebruik een zeer open karakter. Tussen de deelgebieden ligt Laarakker Noord, waar een transportbedrijf is gevestigd. Ten oosten van het plangebied ligt de A73 die beeldbepalend is in het agrarisch landschap. De ruimtelijk-visuele kwaliteit van het studiegebied is vanwege het overheersende agrarische karakter van het landschap redelijk hoog.

blad 91 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

11.2.2

Autonome ontwikkeling Cultuurhistorische en landschappelijke waarden Door de aanleg van Bedrijvenpark Laarakker Noord wordt het deel van het historische akkercomplex rond Haps dat is gelegen ten noorden van de Oeffeltseweg aangetast. De aanleg van de randweg Haps doorsnijdt eveneens het historisch akkercomplex. Door de ontwikkeling van het Bedrijvenpark Laarakker Noord en de randweg zal het kenmerkende onderscheid tussen akkers (veelal gelegen op de hoger gelegen terrassen) en weidegronden (gelegen langs de lager gelegen waterlopen) verdwijnen, mocht dit niet al zijn gebeurd in het kader van de ruilverkaveling van 1995. Ruimtelijk-visuele kwaliteit Door de ontwikkeling van Laarakker Noord wordt het nu grotendeels open, agrarische landschap ontwikkeld met bedrijfsgebouwen en -terreinen. Het huidige zicht vanuit de omgeving op Laarakker Noord verandert daardoor; de huidige openheid van het gebied krijgt een stedelijk en bedrijfsmatig karakter dat wordt gedomineerd door bedrijfsbebouwing (gebouwen, installaties, e.d.).

11.3

Effecten

11.3.1

Archeologie De effecten op archeologische waarden van de bedrijventerreinontwikkeling op deelgebied Laarakker Zuid zijn vanwege de grotendeels lage archeologische verwachting beperkt. Voor deze gronden me teen lage verwachting is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Verstoring van gronden vindt waarschijnlijk plaats door de mogelijke plaatsing van paalfunderingen en eventuele onderkeldering ter plaatse van de nieuwbouw. Deze werkzaamheden kunnen, mede afhankelijk van het feit in hoeverre in de grond wordt geroerd, negatieve effecten hebben op de hoge archeologische verwachtingswaarden in met name deelgebied Laarakker Noordwest. Voor de gronden die vallen binnen het gebied, dat is aangeduid als 'Waarde - Archeologie 5', is archeologisch onderzoek nodig als bodemingrepen groter zijn dan 2.500 m 2 en de gronden dieper worden geroerd dan 0,5 m-mv. Op dit moment is niet inzichtelijk op welke locaties in het plangebied precies bodemingrepen zullen plaatsvinden en hoe groot en diep die ingrepen zijn. Dit is voor een belangrijk deel afhankelijk van de uiteindelijke verkaveling en de definitieve inrichting/bebouwing van de gronden. Om die reden is het uitvoeren van archeologisch onderzoek nu niet zinvol. In het bestemmingsplan is voor de gronden die binnen de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5' vallen een dubbelbestemming opgenomen.

Op grond van die dubbelbestemming, dient in het kader van een bouwaanvraag archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd voor bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte groter dan 0,5 meter. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Deze voorwaarden kunnen bestaan uit het treffen van technische maatregelen (bijvoorbeeld een andere wijze van funderen), het doen van een archeologische opgraving of de begeleiding van bodemverstorende werkzaamheden door een archeologisch deskundige.

11.3.2

Cultuurhistorie Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Vanwege het ontbreken van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in het plangebied, heeft de voorgenomen ontwikkeling geen effecten op dit aspect.

blad 92 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

11.3.3

Landschappelijke waarden Historisch akkercomplex Het gebied ten westen van de Stokvoortsestraat maakt deel uit van het historische akkercomplex rond Haps. De karakteristieken van dit akkercomplex zijn door de ruilverkaveling van 1995 echter al grotendeels verdwenen en vervangen door een grootschalige blokverkaveling. Het kenmerkende onderscheid tussen akkers (veelal gelegen op de hoger gelegen terrassen) en weidegronden (gelegen langs de lager gelegen waterlopen) is daarmee verdwenen. Waardevolle resterende elementen (met name de watergang WL-108088 met steilrand ten zuidwesten van Laarakker Zuid) (zie figuur 11.2) zijn gerespecteerd in de stedenbouwkundige opzet van het bedrijventerrein. Ook het Duits Lijntje met aangrenzende groenstructuur is in de plannen voor de realisering van het bedrijventerrein gerespecteerd, doordat een 25 meter brede groene/ecologische zone wordt gevrijwaard van ontwikkeling. Dit laat onverlet dat de bestaande patronen van waterlopen, wegen, bebouwing en beplanting, die gezamenlijk de landschappelijke samenhang bepalen, door verwijdering van bestaande en toevoeging van nieuwe elementen worden beïnvloed. Molenbiotoop Er is onderzoek uitgevoerd naar de invloed van Laarakker Noordwest op het functioneren van de Mariamolen.

Omdat de bebouwing op Laarakker Noordwest op enige afstand van de molen én aan de noordoostzijde van de molen is geprojecteerd, blijkt de invloed van de bebouwing op de windvang van de molen beperkt te zijn. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de reeds aanwezige bebouwing en begroeiing aan de oostzijde van de Cuijkseweg, waardoor in de huidige situatie al geen sprake is van een onbelemmerde situatie aan deze zijde van de molen. Geconcludeerd is dat de invloed van Laarakker Noordwest op de windvang van de Mariamolen beperkt is.

11.3.4

Ruimtelijk visuele kwaliteit Het bestemmingsplan Laarakker Zuid kent een minimaal bebouwingspercentage van 30% en een maximale bebouwingspercentage 80%, met toepassing van een afwijkingsbevoegdheid bedraagt deze 90%. De maximale bouwhoogte van gebouwen op Laarakker Zuid bedraagt 20 meter. Voor silo's en bedrijfsinstallaties geldt een maximale bouwhoogte van 25 meter. Met afwijkingsbevoegdheden in het bestemmingsplan kunnen voor gebouwen en silo's hoogtes worden toegestaan tot respectievelijk 25 en 45 meter. Op basis van de bestemmingsplanregeling kan worden afgeleid dat het plangebied intensief bebouwd kan worden en dat - in vergelijking met de huidige bebouwing in de omgeving - hoge bouwhoogtes zijn toegestaan. De aanleg van het Bedrijvenpark Laarakker Zuid leidt tot aantasting van de openheid van het gebied. Doordat de openheid van het landschap permanent verloren gaat, heeft dit een negatief, onomkeerbaar effect op de ruimtelijk-visuele kwaliteit. De mate waarin dit (permanente) effect negatief te waarderen is, hangt sterk af van de invulling van de randzones van het bedrijvenpark. De groene invulling van de randen aan de west-, zuid- en oostzijde van deelgebied Laarakker Zuid draagt bij aan de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein. In ieder geval zal de blik op het agrarische gebied verloren gaan.

De uiteindelijke hoogte van de bedrijfsbebouwing op het perceel zal het effect van de ingreep sterk bepalen.

11.4

Beoordeling van de effecten Bekende en verwachte archeologische waarden Op basis van de effectenbeschrijving kan worden geconcludeerd dat de realisatie van Bedrijvenpark Laarakker Zuid mogelijk effecten heeft op archeologische waarden. Effecten op bekende archeologische waarden kunnen, vanwege het ontbreken hiervan, worden uitgesloten. Omdat effecten op mogelijke onbekende archeologische waarden in het gebied niet kunnen worden uitgesloten, is het effect licht negatief (-) beoordeeld. Dit geldt voor beide varianten (geen verschileffect). Cultuurhistorische waarden

blad 93 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

De bedrijventerreinontwikkeling heeft geen effect op cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Dit effect is neutraal (0) beoordeeld. Dit geldt voor beide varianten (geen verschileffect). (Historische) verkaveling en landschappelijke elementen De bedrijventerreinontwikkeling leidt tot een permanente en deels niet te mitigeren beïnvloeding van de landschappelijke verkaveling. Vanwege de ruilverkaveling in 1995 zijn de voormalige karakteristieken van het betreffende akkercomplex echter al grotendeels verdwenen. De waardevolle resterende elementen zijn gerespecteerd in de stedenbouwkundige opzet van het bedrijventerrein. Het effect is licht negatief (-) beoordeeld. Dit geldt voor beide varianten (geen verschileffect). Ruimtelijk-visuele kwaliteit Er is sprake van een verlies van schaaluitersten doordat de openheid in plangebied verloren gaat. Het zicht op het bedrijventerrein wordt verzacht door begroeiing aan te planten aan de oost-, west- en zuidzijde. Het effect op de aantasting van de landschappelijke beleving en openheid is negatief (- - ) beoordeeld. Dit geldt voor beide varianten (geen verschileffect). In het kader van de effectbeoordeling voor archeologie, cultuurhistorie en landschap geldt dat de waarden niet worden beïnvloed door de verschillen tussen de varianten, met name omdat ze ruimtelijk gezien niet of nauwelijks van elkaar verschillen.

De effectenbeoordeling is als volgt samen te vatten: tabel 11.2 Effectenbeoordeling voorgenomen ontwikkelingen op archeologie, cultuur en landschap Criterium Variant 1 Variant 2 Effecten op bekende en verwachte archeologische waarden Effecten op cultuurhistorisch waardevolle bebouwing 0 0 Effecten op (historische) verkaveling en landschappelijke elementen Effecten op beleving en zichtbaarheid vanuit de omgeving ---

blad 94 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

12

Bodem en water Dit hoofdstuk gaat in op de effecten van de ontwikkeling van Laarakker Zuid op bodem en water. De effectenbeoordeling voor het thema bodem zijn op kwalitatieve wijze uitgevoerd. Op basis van de watertoets en overige beschikbare gegevens zijn de effecten van de voorgenomen ontwikkeling kwalitatief getoetst op wateraspecten. De watertoets is als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd.

12.1

Beoordelingskader Voor het thema bodem is de Wet bodembescherming van belang. Conform deze wet is het verplicht lokale bodemverontreinigingen op te pakken of functiegericht te saneren. Dit houdt in dat het niet meer altijd nodig is de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Wanneer economische of maatschappelijke omstandigheden rond de vervuilde locatie uitstel vragen, kunnen tijdelijke maatregelen worden genomen, op voorwaarde dat risico's voldoende worden beheerst. Beoordeeld wordt of de varianten invloed hebben op de bodemopbouw. Voor het aspect bodemkwaliteit wordt gekeken naar de invloed van de varianten op de bodemkwaliteit, alsook naar de gebieden waar verontreiniging aanwezig is. Voor het thema water is de uitvoering van de watertoets ten behoeve van het bestemmingsplan van belang. De watertoets (Waterparagraaf bestemmingsplan bedrijventerrein Laarakker te Cuijk, Antea Group, 6 augustus 2014) omvat een beschrijving van het effect van het plan op de waterhuishoudingen op welke wijze eventuele negatieve effecten worden gecompenseerd. In het kader van het bestemmingsplan zijn op hoofdlijnen de effecten bepaald. In de diverse vergunningen per bouwblok worden de exacte effecten bepaald. De te toetsen criteria voor de thema's bodem en water zijn weergegeven in tabel 12.1.

tabel 12.1 Beoordelingscriteria bodem en water Aspect Bodem Grondwater Oppervlaktewater Vuilwater

Criterium

Effecten op bodemopbouw Effecten op bodemkwaliteit Effecten op grondwaterkwantiteit Effecten op grondwaterkwaliteit Effecten op oppervlaktewaterkwantiteit Effecten op oppervlaktewaterkwaliteit Effecten op vuilwaterstromen

12.2

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen

12.2.1

Bodem Maaiveldhoogte De maaiveldhoogte binnen het plangebied Bedrijvenpark Laarakker Zuid (deellocaties Noordwest en Zuid) varieert van circa NAP +10,7 m tot circa NAP +12,1 m. Deellocatie Noordwest ligt wat hoger dan deellocatie Zuid. In figuur 12.1 is een uitsnede opgenomen van de Algemene Hoogtekaart van Nederland (www.ahn.nl).

blad 95 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

figuur 12.1 Maaiveldhoogtes plangebied (bron: www.ahn.nl)

Bodemopbouw Op basis van de boringen uitgevoerd in Laarakker Noord (waaronder Laarakker Noordwest) kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven:  Teelaardelaag tot circa 0,5 m beneden maaiveld;  Tot circa 3,5 m beneden maaiveld (maximale boordiepte) matig fijn tot matig grof, zwak siltig zand;  Verdeeld over het terrein komen plaatselijk lagen met zandige klei voor in de boven- en ondergrond;  Op dieptes van circa 2 tot 18 m beneden maaiveld komt volgens de regionale bodemopbouw, uiterst grof en grindhoudend zand voor. Boringen uitgevoerd in Laarakker Zuid geven de volgende bodemopbouw:  Deklaag bestaat overwegend uit zand;  Over een groot deel van de locatie bestaat de toplaag uit slecht doorlatende zavel (kleiig-zand);  Onder de toplaag bevinden zich matig tot goed doorlatende zanden;  De diepere zandlagen worden groffer (hoge doorlatendheid) en lokaal wordt binnen de eerste meter grind aangetroffen. Doorlatendheid In Laarakker Noordwest is een infiltratieonderzoek uitgevoerd om de doorlatendheid van de bodem te bepalen. De gemeten k-waarde varieerden van 0,07 m/dag (klei in de ondergrond) tot 7,4 m/dag (zand).

In Laarakker Zuid variëren de gemeten k-waarden (verticale doorlatendheid) van 0,2 m/dag (zavel) tot 1,6 m/dag (matig grof, zwak siltig zand) en de k-waarde (horizontale doorlatendheid) varieert van 3,8 m/dag (matig grof, zwak siltig zand) tot 11,3 m/dag (matig grof, zwak siltig zand, zwak grindig). Bodemkwaliteit In het plangebied zijn de afgelopen jaren diverse bodem- en asbestonderzoeken verricht. De bodem in het plangebied is grotendeels geschikt voor herontwikkeling als bedrijventerrein. Op enkele locaties is sprake van een verontreiniging. Op die locaties zal aanvullend onderzoek worden gedaan en zullen indien noodzakelijk - maatregelen worden getroffen, bijvoorbeeld in de vorm van een bodemsanering. De verontreinigingen zijn beperkt en staan de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.

blad 96 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

12.2.2

Grondwater Grondwaterstand Het freatisch grondwater stroomt in noordelijke richting. Volgens de Bodemkaart van Nederland bedraagt de grondwatertrap in het noordwestelijk deel van het plangebied overwegend VII. Bij deze grondwatertrap liggen de hoogste standen (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand; GHG) dieper dan 0,8 m beneden maaiveld en de laagste grondwaterstanden (Gemiddeld Laagste Grondwaterstanden; GLG) dieper dan 1,6 m beneden maaiveld. Een deel van Laarakker Noordwest heeft grondwatertrap VI (GHG tussen 0,4 en 0,8 m beneden maaiveld en GLG dieper dan 1,2 m). In het zuidelijke deel van het plangebied komen hoofdzakelijk grondwatertrappen IV en VI voor. De delen waar grondwatertrap IV geldt, zijn de nattere gebieden.

figuur 12.2 Grondwatertrappen binnen plangebied

Grondwaterbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.

12.2.3

Oppervlaktewater Oppervlaktewatersysteem Langs de rand en ook binnen het plangebied stromen de A-watergangen Laarakkerse Waterleiding en WL-108088. De watergangen wateren af in noord(west)elijke richting. Langs de zuidgrens van het plangebied loopt de watergang WL-108088 (een zijtak van de Laarakkerse Waterleiding). Ten westen van het plangebied gaat deze overkluisd onder de Oefeltseweg door richting het noorden. Voor beide Awatergangen geldt dat er een beschermingszone aanwezig is met een breedte van 5 meter uit de

blad 97 van 136

Milieueffectrapport Bedrijvenpark Laarakker Zuid te Haps Projectnr. 275207 18 maart 2015 , revisie 04

insteek van de watergang. Verder is aan de noordzijde van het plangebied een B-watergang aanwezig. De afvoer van deze watergangen dient gewaarborgd te blijven. In de huidige situatie treedt de Laarakkerse Waterleiding, WL-108088 en op deze watergangen aangesloten sloten bij bepaalde waterstanden buiten de oevers waardoor een deel van het plangebied inundeert. Door het Waterschap Aa en Maas zijn modelberekeningen uitgevoerd binnen het stroomgebied van de Laarakkerse Waterleiding. De handbediende stuw in de noordoost hoek van het plan wordt op de volgende stuwhoogte ingesteld:  zomerpeil: NAP +9,80 m;  winterpeil: NAP +9,50 m. De waterstand in het plan zal met de stuw op zomerpeil op circa NAP +9,90 m liggen. Door het waterschap is aangegeven dat bij een afvoersituatie van T=100+10% in de Laarakkerse Waterleiding een peil voorkomt van tussen de NAP +10,60 m en NAP + 10,70 m. Een uitsnede van de leggerkaart met daarop de tracés van de watergangen ter hoogte van het plan is opgenomen in figuur 12.3.

figuur 12.3 Overzicht watergangen (uitsnede legger waterschap Aa en Maas)

blad 98 van 136

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=bd96a1a1-68ad-43bd-bbf2-e7465f6a4896