07 Ontwerpbestemmingsplan Cuijk Centrum Grotestraat Zuid
Tekst van het document
bestemmingsplan
CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID ontwerp 30 juli 2021
bestemmingsplan
CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID
documentstatus
ontwerp
documentversie
2
IMRO-code
NL.IMRO.1684. BPCuPGrotestrZ-
IMRO-publicatieversie
ON01
datum
30 juli 2021
projectnummer
05218091
CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID 24 augustus 2021
2
INHOUDSOPGAVE Toelichting
7
Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding en doel
9
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
11
1.3
Vigerend bestemmingsplan
13
1.4
Relevante plannen
16
Huidige situatie
17
2.1
Wijdere omgeving
17
2.2
Directe omgeving en plangebied
18
Planbeschrijving
21
3.1
Bebouwing en functies
22
3.2
Verkeer en Parkeren
26
3.3
Groen en water
28
3.4
Beeldkwaliteit
29
Beleid
31
4.1
Nationaal niveau
31
4.2
Provinciaal niveau
34
4.3
Gemeentelijk niveau
39
Uitvoeringsaspecten
47
5.1
Bodemkwaliteit
47
5.2
Bedrijven en milieuzonering
49
5.3
Externe veiligheid
51
5.4
Geurhinder veehouderijen
56
5.5
Volksgezondheid
58
5.6
Geluid
62
5.7
Luchtkwaliteit
66
5.8
Archeologie
67
5.9
Cultuurhistorie
73
5.10
Natuurwaarden
75
5.11
Waterparagraaf
77
5.12
Niet-gesprongen explosieven
81
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
3
5.13
Trillingen
81
5.14
Milieueffectrapportage
83
5.15
Beperkingen in verband met militair vliegveld Volkel
84
Economische uitvoerbaarheid
87
6.1
Behoefte
87
6.2
Financiële uitvoerbaarheid
87
6.3
Conclusie
88
Juridische aspecten
89
7.1
Algemeen
89
7.2
Planregels
89
Procedure
95
8.1
Inspraakavond stedenbouwkundige visie
95
8.2
Inspraak voorontwerpbestemmingsplan
95
8.3
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
96
8.4
Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
96
8.5
Vaststelling bestemmingsplan
96
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8
Bijlagen toelichting
97
Bijlage 1
Inrichtingstekening
97
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan Merletcollege
97
Bijlage 3
Handreiking duurzaam bouwen Cuijk
97
Bijlage 4
Bodemonderzoek Merletcollege
97
Bijlage 5
Externe veiligheidsonderzoek
97
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
97
Bijlage 7
Ontwerpbesluit Hogere Waarde
97
Bijlage 8
Archeologisch bureauonderzoek
97
Bijlage 9
Verkennend archeologisch onderzoek Merletcollege
97
Bijlage 10
PVE Proefsleuvenonderzoek Merletcollege
97
Bijlage 11
Proefsleuvenonderzoek Merletcollege
97
Bijlage 12
Selectiebesluit Merletcollege
97
Bijlage 13
Quickscan Merletcollege
98
Bijlage 14
Nader onderzoek vleermuizen Merletcollege
98
Bijlage 15
Activiteitenplan gewone dwergvleermuis
98
Bijlage 16
Ontheffingsbesluit vleermuizen
98
Bijlage 17
Ecologisch onderzoek Nutriciaterrein
98
4
Bijlage 18
Boomeffectanalyse
98
Bijlage 19
Watertoets
98
Bijlage 20
Inspraaknota
98
Bijlage 21
Notitie Stikstofdepositie
98
Regels
99
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
101
Artikel 1
Begrippen
101
Artikel 2
Wijze van meten
111
Bestemmingsregels
113
Artikel 3
Groen
113
Artikel 4
Verkeer
115
Artikel 5
Woongebied
117
Artikel 6
Woongebied - Uit te werken
125
Artikel 7
Leiding - Gas
132
Artikel 8
Waarde - Archeologie 4
135
Artikel 9
Waarde - Archeologie 5
139
Artikel 10
Waarde - Archeologie Merlet
143
Artikel 11
Waterstaat - Waterkering
147
Algemene regels
149
Artikel 12
Anti-dubbeltelregel
149
Artikel 13
Algemene bouwregels
149
Artikel 14
Algemene gebruiksregels
150
Artikel 15
Algemene aanduidingsregels
151
Artikel 16
Algemene afwijkingsregels
154
Artikel 17
Algemene wijzigingsregels
155
Artikel 18
Overige regels
155
Overgangs- en slotregels
157
Artikel 19
Overgangsrecht
157
Artikel 20
Slotregel
158
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
5
6
TOELICHTING
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
7
8
HOOFDSTUK 1 INLEIDING Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Cuijk Centrum, Grotestraat Zuid" van de gemeente Cuijk.
1.1
Aanleiding en doel
De gemeenteraad van Cuijk heeft in 2018 het uitgangspuntenkader voor de ontwikkeling van een aantal percelen rond de Grotestraat te Cuijk vastgesteld. Directe aanleiding hiervoor was enerzijds de verplaatsing van Nutricia naar bedrijventerrein Laarakker en anderzijds de verhuizing van het Merletcollege van de Grotestraat naar de Groenendijkse Kampen. Door deze ontwikkeling is een unieke kans ontstaan om het gebied te herontwikkelen, waarmee realisatie van onze centrumvisie nog meer gestalte kan gaan krijgen. Omdat de nieuwe ontwikkelingen niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan 'Cuijk Centrum' wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het doel van dit bestemmingsplan is het bieden van een actueel bestemmingsplan voor de herontwikkeling van het gebied 'Grotestraat Zuid' op basis van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan biedt de ruimte voor de verwachtingen in de komende tien jaar. Opzet bestemmingsplan Binnen het bestemmingsplan zijn drie deelgebieden opgenomen, waarvan er twee liggen binnen de gronden van Nutricia en één binnen de gronden van het voormalige Merletcollege. Omdat de bedrijfsactiviteiten van Nutricia nog tot en met 31 december 2022 doorlopen kan er tot dan geen bouwactiviteiten op deze gronden plaatsvinden. De gronden van het voormalige Merletcollege zijn wel beschikbaar.
Om de ontwikkeling van de woningen in de Merletbuurt op korte termijn mogelijk te maken is het noodzakelijk de gewenste omzetting van de bedrijfslocatie Nutricia naar een woongebied vast te leggen in dit bestemmingsplan, omdat anders (nieuwe) bedrijfsactiviteiten het gebruik van de woningen zou kunnen belemmeren. Op dit moment zijn de gronden van Nutricia echter nog niet beschikbaar voor verschillende grondgebonden onderzoeken zoals bodem en archeologie. Deze onderzoeken zouden gevolgen kunnen hebben voor de definitieve inrichting van deze gronden.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
9
Omdat er nog geen definitieve invulling van de Nutricia gronden kan worden vastgelegd is ervoor gekozen om deze gronden later uit te werken en daarom de bestemming "Woongebied - Uit te werken' te geven. Hiermee wordt de omzetting van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming geregeld, zodat de bedrijfsactiviteiten beëindigd moeten worden. In deze uit te werken bestemming worden wel de randvoorwaarden vastgelegd, zoals het aantal woningen en maximale goot- en bouwhoogtes maar nog niet de definitieve ligging van de woningen. In hoofdstuk 3 wordt daarom de huidige stedenbouwkundige visie beschreven omdat dit plan de onderlegger is voor de randvoorwaarden van de uit te werken bestemmingen. Tevens zal de uitvoer van de noodzakelijke onderzoeken middels voorwaardelijke verplichtingen worden geborgd.
10
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
11
Het plangebied ligt ten zuiden van het hart van Cuijk. Het plangebied wordt begrensd door de Maasboulevard, Het Zand, de Hapsebaan, de woningen aan de Kouwenberg en het kerkhof aan het Kerkhofpad. Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
De gronden zijn kadastraal bekend bij de gemeente Cuijk; sectie C; nummers 3806, 3953, 4199, 4704, 4706 (gedeeltelijk), 5112 (gedeeltelijk), 5521 (gedeeltelijk) en 5947 (gedeeltelijk). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 71.290 m² (inclusief doorgaande weg Grotestraat).
12
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigerende bestemmingsplan "Cuijk Centrum", onherroepelijk door de uitspraak van de Raad van State op 10 juli 2013 en Paraplubestemmingsplan Parkeren', vastgesteld 03-02-2020 en onherroepelijk in werking getreden. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
13
Ter plaatse van het plangebied gelden de enkelbestemmingen 'Bedrijventerrein', 'Bedrijf', 'Maatschappelijk', 'Groen' en 'Verkeer'. Binnen deze enkelbestemmingen is de realisatie van woningbouw niet mogelijk. Het bestemmingsplan dient voor onderhavig initiatief herzien te worden. Het plangebied bevat de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4', 'Waarde Archeologie 5', 'Waterstaat - Waterkering' en 'Leiding - Gas'; die hieronder verder worden beschreven: 1. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden verplichten een archeologisch onderzoek uit te voeren bij bodemwerkzaamheden met een diepte van 50 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m². 2. De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden verplichten een archeologisch onderzoek uit te voeren bij bodemwerkzaamheden met een diepte van 50 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m². 3. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangegeven gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor de directe en indirecte kering van het water; aanleg, instandhouding en/of bescherming van de waterkering met bijbehorende taluds, bermen en waterhuishoudkundige voorzieningen; behoud en bescherming van de kazematten; verhardingen; en groenvoorzieningen. 4.
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van ondergrondse gasleiding(en) met bijbehorende belemmeringenzone met een breedte van 4 meter, gemeten vanuit het hart van de leiding. Bovenstaande betekent dat er een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden omdat de vrijgestelde oppervlakten worden overschreden. Daarnaast dient aangetoond te worden dat de waterkering in stand wordt gehouden en niet binnen de beschermingszone van de gasleiding wordt gebouwd. De gasleiding wordt echter alleen gebruikt door Nutricia. Deze wordt na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten afgesloten en vormt daarmee geen belemmering.
14
Het plangebied bevat hiernaast de relevante gebiedsaanduidingen 'geluidszone industrie', 'geluidzone – industrieterrein', 'funnel', 'vrijwaringszone - radar', 'monumentale boom' en 'karakteristiek'; die hieronder worden beschreven: 1. Binnen de gebiedsaanduidingen 'geluidszone - industrie' en 'geluidzone industrieterrein Wet geluidhinder' geldt dat er geen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige objecten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, mogen worden gebouwd. 2. Voor de gebiedsaanduiding 'funnel' geldt ten behoeve van het obstakelvrije start- en landingsvlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 150 m boven NAP, in verband met het beschermingsgebied van een in- en uitvliegfunnel voor vliegtuigen. 3. Voor de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' geldt een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 65 m boven NAP, in verband met het obstakelvrij kunnen functioneren van een radarinstallatie voor vliegbewegingen. 4. Voor de gebiedsaanduiding 'monumentale boom' geldt dat het verboden is bouwwerken te bouwen, met uitzondering van herbouw van bestaande bouwwerken en hekwerken met een maximale hoogte van 2 meter. 5. Voor de bouwaanduiding 'karakteristiek' geldt dat het verboden is om een bouwwerk te slopen of te laten slopen zonder omgevingsvergunning.
Het verlenen van de omgevingsvergunning is alleen toelaatbaar in specifiek benoemde gevallen. De geluidszone zal met de verhuizing van Nutricia verdwijnen. Uiteindelijk vormt deze dus geen belemmering. De gebouwen zullen de maximale hoogten niet bereiken en met de monumentale bomen en de karakteristieke gevels en kantoorvilla is rekening gehouden in de stedenbouwkundige visie. Conclusie Het initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ''Cuijk Centrum''. Om de betreffende wijzigingen mogelijk te maken is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
15
1.4
Relevante plannen
In de 'Centrumvisie Cuijk - Hart voor ontmoetingen', vastgesteld door de gemeenteraad op 27 januari 2015, wordt vooruitgelopen op het creëren van een woonmilieu bestemd voor diverse doelgroepen in de Grotestraat-Zuid. Daarnaast wordt in de 'Structuurvisie Cuijk 2030', vastgesteld in maart 2017, gesteld dat het centrum van Cuijk een verdere 'woonversterking' zal ondergaan door herstructurering en inbreiding. Deze beide visies vormen de basis voor het uitgangspuntenkader, vastgesteld op 28 februari 2018 en dit bestemmingsplan ''Cuijk Centrum, Grotestraat Zuid''.
16
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied.
2.1
Wijdere omgeving
De Grotestraat-Zuid loopt van de kerk in het centrum tot aan de Hapsebaan. Het verschil in bebouwing, functies en straatprofiel en daarmee het karakter van de straat verkleurt van noord naar zuid, zoals te zien is in de onderstaande afbeeldingen. In het noorden bevinden zich met name grote, aaneengebouwde, stadse panden direct aan de stoep met overwegend detailhandel, horeca en overige centrumfuncties. In het deel tussen de Maasveld en Het Zand is het een echte woonstraat met overwegend vrijstaande woningen met een variatie aan tuindiepte, kapvorm, materialisatie en architectuur. In het zuidelijk deel, tot aan de Hapsebaan, overheerst een beeld van grootschalige (bedrijfs)panden met de bebouwing van de Nutriciafabriek, het detailhandelcluster en voorheen het Merletcollege.
VERLOOP VAN DE GROTESTRAAT ZUID
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
17
Naast haar ligging aan de Grotestraat-Zuid, is de Nutricia fabriek ook over een grote lengte aan de Maasboulevard gesitueerd. De Maasboulevard wordt verder gekenmerkt door een grote variatie aan bebouwing op, tegen en achter de dijk. De bouwvolumes variëren van vrijstaande woningen tot grootschalige appartementengebouwen in zowel breedte als hoogte. Ook de kerk is aan de dijk gelegen en vormt met zijn spitse torens een belangrijk onderdeel van de huidige skyline van Cuijk aan de Maas.
2.2
Directe omgeving en plangebied
Onderstaande afbeelding en de foto's geven de bestaande toestand van de directe omgeving en het plangebied weer.
DIRECTE OMGEVING
18
2.2.1
Bebouwing en functies
Het plangebied behelsd grotendeels het Nutriciacomplex. Ruim honderd jaar lang domineert het Nutriciacomplex al de Grotestraat-Zuid. Het complex heeft naast een beeldbepalende waarde ook een belevingswaarde, omdat vele generaties in Cuijk hier hun werkkring vonden en omdat vele boeren uit de wijde omgeving aan deze fabriek hun melk leverden. Naast het Nutriciacomplex kent de Grotestraat-Zuid ook de bebouwing van het voormalige en inmiddels gesloopte Merletcollege. Deze schoolbebouwing was gelegen tussen de Grotestraat, Hapsebaan, het Kerkhofpad en het kerkhof. Direct tegenover het voormalige Merletcollege is een detailhandelcluster gelegen (die tevens behouden blijft) die een regionale functie kent. Het detailhandelcluster wordt mogelijk in kleinere vorm herbouwd in combinatie met woningbouw. Momenteel zijn alleen nog de supermarkt (blijft) en de fietsenmaker in bedrijf.
2.2.2
Ontsluiting
Het plangebied wordt ontsloten en doorkruist door de Grotestraat. Deze straat is nu een brede aanrijstraat naar het centrum met een overheersende bedrijfsfunctie. Via de aansluiting met de Hapsebaan wordt het verkeer naar de A73 geleid.
2.2.3
Groen en water
Het groen binnen het plangebied en omgeving ligt aan de Grotestraat. De Grotestraat wordt begeleid door aan beide zijden een bomenrij. Daarnaast zijn er 5 monumentale bomen aanwezig. Het parkeerterrein aan de Grotestraat wordt omzoomd door bomen en het Kerkhofpad kent een grasveld. Aan de Maasboulevard is een groene berm met een rij bomen die de dijk begeleidt. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel ligt het plangebied tegen de dijk van de Maas aan. Bij de ontwikkeling van bebouwing in/tegen de dijk dient hier nadrukkelijk rekening mee gehouden te worden.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
19
20
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING Na voorgaande analyse volgt in dit hoofdstuk de beschrijving van het feitelijke plan. Aan de orde komen achtereenvolgens de bebouwing en functies, verkeer en parkeren, groen en water, het beeldkwaliteitplan en duurzaamheid.
STEDENBOUWKUNDIG VISIE
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
21
3.1
Bebouwing en functies
De plannen voor de Grotestraat-Zuid hebben tot doel te voorzien in voldoende geschikte woningen, waarbij wordt aangesloten op de reeds bestaande woonpercelen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de ligging aan de dijk, het bestaande kerkhof, de perceelsgrenzen van de omliggende woonpercelen, het behouden van de monumentale bomen en karakteristieke bebouwing op het Nutriciaterrein en ligt het accent op de bebouwing bij de rotonde Hapsebaan/Grotestraat. Uitgangspunten De gemeenteraad van Cuijk heeft in 2018 het uitgangspuntenkader voor de herontwikkeling van de Grotestraat-Zuid te Cuijk vastgesteld. Door deze herontwikkeling is een unieke kans ontstaan om het gebied te herontwikkelen, waarmee realisatie van onze centrumvisie nog meer gestalte kan gaan krijgen. Hier speelt de stedenbouwkundig visie op in, waarbij het vastgestelde uitgangspuntenkader de basis vormde voor de ontwerpkeuzes. 1.
Grotestraat - aanrijroute centrum: - Gevarieerde dorpse bebouwing - korte rijtjes, twee-onder-een kap, vrijstaand - 1-2 bouwlaag met kap
UITGANGSPUNTENKADER GROTESTRAAT-ZUID
22
2.
Inpassen 'brug' onderzoeken
3.
Herbestemmen gevels
4.
Inpassen bestaande villa
5.
Wonen in het Maaspark
Stedenbouwkundige visie Het initiatief betreft de aanleg van circa 165 woningen inclusief voldoende parkeergelegenheid. In bijlage 1 is een voorbeeldverkaveling opgenomen op de inrichtingstekening. Het woningbouwprogramma is opgedeeld in een drietal clusters. Die ieder ook een eigen sfeer kennen: 1. Nutriciabuurt 2. Maasboulevard 3. Merletbuurt
Nutriciabuurt en Maasboulevard Voor de deelgebieden gelegen op de gronden van Nutricia is een voorbeeld verkaveling opgesteld om te onderzoeken hoeveel en welk type woningen mogelijk gerealiseerd kunnen worden op deze gronden, maar omdat de realisatie pas kan plaatsvinden na vertrek van Nutricia zijn de plannen niet verder uitgewerkt.
Een nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan na het beschikbaar komen van het Nutriciaterrein worden opgesteld waarbij rekening wordt gehouden met de meest recente woningbehoefte, parkeerbehoefte, openbare ruimte en groen. In deze paragraaf is daarom geen verder beschrijving van de Nutriciabuurt en de Maasboulevard opgenomen.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
23
Het deelgebied Merletbuurt zal als eerst ontwikkeld gaan worden nu het Merletcollege reeds gesloopt is en is daarom in onderstaande paragrafen verder uitgewerkt. Merletbuurt
INRICHTINGSVOORSTEL MERLETBUURT
Het derde cluster bevindt zich ten westen van de Grotestraat op het voormalige terrein van het Merletcollege. De woningen zijn gesitueerd aan een groenvoorziening midden in het gebied Ook hier wordt het groen vrij gehouden van auto's en is aan de noordzijde van het cluster een parkeervoorziening aangelegd.
24
Er worden 3 typen woningen gerealiseerd:
13 gestapelde en 1 vrijstaande CPO-woningen
5 vrijstaande woningen Hapsebaan
5 vrijstaande woningen Grotestraat
CPO-woningen De CPO-woningen liggen in het binnengebied en grenzen aan de groenzone aan de westzijde van het plangebied. Het betreffen aaneengesloten gestapelde woningen in 2 lagen met een kap en één vrijstaande woning.
EERSTE CONCEPT CPO-WONINGEN (D.D. 29-09-2020)
Vrijstaande woningen Hapsebaan De woningen aan de Hapsebaan zijn ook op het binnengebied gericht. De woningen bestaan uit 1 laag met een kap De bouwstijl is lager gehouden vanwege het wegverkeergeluid vanaf de Hapsebaan. Vrijstaande woningen Grotestraat De woning op de hoek Grotestraat-Hapsebaan vormt een ruimtelijk accent met zowel een oriëntatie naar de Hapsebaan als de Grotestraat. Samen met een (nog te ontwikkelen) accent aan de andere zijde van de Grotestraat markeert de woning het begin c.q. het einde van de Grotestraat. De accentwerking komt tot uitdrukking in bouwvolume, architectuur en/of kleur- en materiaalgebruik. De woning heeft een maximale bouwhoogte van 13 meter. Aan de Grotestraat komen daarnaast 4 vrijstaande woningen met 2 lagen en een kap, maximaal 13 meter hoog. Deze woningen zijn allen op de Grotestraat gericht. De achtertuinen liggen aan het binnengebied.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
25
3.2
Verkeer en Parkeren
3.2.1
Ontsluiting
In de nieuwe situatie zal het plangebied gebruik blijven maken van de bestaande ontsluiting via de Grotestraat. De capaciteit van de Grotestraat en omliggende straten is voldoende om het verkeer te kunnen verwerken.
3.2.2
Verkeersgeneratie
De realisatie van dit woningbouwprogramma heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie ''ASVV 2012'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente Cuijk wordt aangeduid als matig stedelijk gebied, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Cuijk tot de rest van de bebouwde kom behoort.
3.2.2.1 Bestaande situatie Binnen het plangebied bestaat in de bestaande situatie de verkeersaantrekkende werking uit een tweetal onderdelen: de Nutriciafabriek (arbeidsintensief/bezoekersextensief) en het Merletcollege. In de tabel hieronder is de berekening van de verkeersaantrekkende werking per onderdeel uiteengezet. Onderdeel
Verkeersaantrekkende werking Aantal / oppervlakte
Nutriciafabriek
9,1 - 10,9 per 100 m² bvo
Merletcollege
12,8 19,4 per 100 leerlingen
Totaal
18.300 m² 1.665,3 - 1.994,7 908 leerlingen
Totaal
116,2 - 176,2 1.781,5 - 2.170,9
3.2.2.2 Nieuwe situatie Binnen het plangebied bestaat in de nieuwe situatie de verkeersaantrekkende werking uit de verschillende woning typen. In de tabel hieronder is de berekening van de verkeersaantrekkende werking per woningtype uiteengezet.
26
Nutriciaterrein
(stedenbouwkundige visie)
Woningtypen
Verkeersaantrekkende werking
Aantal
Totaal
Koop, vrijstaand
7,8 - 8,6 per woning
4
31,2 - 34,4
Koop, 2-onder-1 kap
7,4 - 8,2 per woning
34
251,6 - 278.8
Koop, tussen/hoek
6,7 - 7,5 per woning
43
288,1 - 322,5
Koop, etage, duur
6,7 - 7,5 per woning
39
261,3 - 292,5
Huur, sociale huur
4,5 - 5,3 per woning
21
94,5 - 111,3
141
926,7 - 1.039,5
Totaal
Nutriciaterrein
(Worstcase alleen vrijstaand)
Woningtypen
Verkeersaantrekkende werking
Aantal
Totaal
7,8 - 8,6 per woning
141
1.099,8 – 1.212,6
141
1.099,8 – 1.212,6
Verkeersaantrekkende werking
Aantal
Totaal
Koop, vrijstaand
7,8 - 8,6 per woning
11
83,6 – 94,6
Koop, etage, duur
6,7 - 7,5 per woning
13
87,1 – 97,5
24
170,7 – 192,1
Koop, vrijstaand Totaal
Merletbuurt
(stedenbouwkundige visie)
Woningtypen
Totaal
NB. Tevens worstcase-scenario, want als alleen vrijstaande woningen zouden worden gerealiseerd, dan worden in de Merletbuurt in totaal minder woningen worden gerealiseerd: vrijstaande woningen hebben een groter ruimtebeslag dan appartementen. Conclusie De nieuwe situatie zorgt in een worst-case scenario, voor een verkeersdalende werking van 376,8 verkeersbewegingen per etmaal. Bij uitvoering van de stedenbouwkundige visie komt de verkeersdalende werking op 549,9 verkeersbewegingen per etmaal. Dit komt overeen met wat de 'Centrumvisie Cuijk - Hart voor ontmoetingen' beoogd. Deze visie beoogd dat de autoverkeersfunctie in de Grotestraat wordt teruggedrongen naar een situatie waarin de auto te gast is.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
27
3.2.3
Parkeren
Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor het goed functioneren van het plangebied en voorkomt overlast voor de omgeving. De gemeente Cuijk heeft hiertoe de ''Parkeernota Gemeente Cuijk 2016-2023" van toepassing verklaard op het gehele grondgebied van Cuijk. Voor de berekening wordt uitgegaan van ligging van het plangebied in het gebied 'Rest bebouwde kom'. Omdat voor de Nutriciabuurt en de Maasboulevard nog geen verder uitwerking is gemaakt kan er nu nog geen goede parkeerberekening worden opgesteld. In de regels bij dit bestemmingsplan is opgenomen dat elke ontwikkeling dient te voldoen aan de parkeernormen. Bij de uitwerking van de plannen zal hier dan ook mee ontworpen worden. Hierna is wel de parkeerberekening voor de Merletbuurt opgenomen. Woningtypen
Benodigd aantal parkeerplaatsen
Aantal
Totaal
Koop, vrijstaand
2,3 per woning
11
25,3
Koop, etage, duur
2,1 per woning
13
27,3
24
52,6
Totaal
Op basis van bovenstaande tabel valt te concluderen dat ten minste moet worden voorzien in totaal 53 parkeerplaatsen. Rekening houdend met de parkeernorm bij de vrijstaande woningen van 1,8, bij appartementen begane grond (1,0) en 7 parkeerplaatsen achter de CPO-woningen zijn er in het stedenbouwkundig plan 33 pp op eigen terrein aangelegd. In de openbare ruimte liggen 20 parkeerplaatsen rond de groenzone in het binnengebied en aan de noordzijde van de Merletbuurt in de vorm van een parkeerterrein. In totaal worden er in de Merletbuurt dan 53 pp aangelegd. Hiermee wordt voor dit deelgebied voldaan aan de parkeernorm.
3.3
Groen en water
Uitgangspunt is dat de bestaande laanbomen aan Het Zand en de Grotestraat zoveel mogelijk worden behouden, waarbij de monumentale bomen beschermd worden en een prominente plek hebben gekregen. Binnen het initiatief is daarnaast een tweetal grote groene ruimten tussen de woningen in de Merletbuurt en Nutriciabuurt en één vóór de karakteristieke villa Ulperhof gepland. Hierdoor krijgen de nieuwe woonbuurten een groene uitstraling.
28
Daarnaast wordt de reeds bestaande parkeervoorziening (naast het Merletcollege) groen ingericht. Ook de dijkwoningen zullen worden aangesloten op de groenstructuren op de dijk. Dit alles leidt tot een goed woon- en leefklimaat. Het initiatief omvat geen aanleg van oppervlaktewater. De Grotestraat en Maasboulevard behouden de laanbeplanting.
SFEERIMPRESSIES TOEKOMSTIGE GROTESTRAAT EN MAASBOULEVARD
In de Merletbuurt is in het binnengebied een centrale groenzone aanwezig waar de CPOwoningen en woningen aan de Hapsebaan op gericht zijn. Daarnaast wordt de bestaande groenvoorziening achter de CPO-woningen als structurerend groenelement gehandhaafd en ook als groen bestemd en daarmee beschermd. Deze groenzone krijgt aan de zuidzijde tussen de buurt Kouwenberg en de nieuwe woningen een voorzetting naar de Hapsebaan. Aan de Hapsebaan wordt in de achtertuinen van de woningen een groenvoorziening aangelegd die tevens een geluidwerend karakter heeft. Aan de noordzijde zal het parkeerterrein ook een groene uitstraling behouden.
3.4
Beeldkwaliteit
Een beeldkwaliteitplan dient als leidraad voor het bereiken van de gewenste stedenbouwkundige ruimtelijke samenhang en kwaliteit. Een beeldkwaliteitplan is een stedenbouwkundig instrument en blijft beperkt tot die elementen en aspecten die het beeld van de openbare ruimte inclusief de verschijningsvorm van aangrenzende percelen en bebouwing bepalen. De kwaliteit van een stedenbouwkundige ruimte wordt bepaald door de samenhang van de inrichting van de openbare ruimte en de inrichting van de aangrenzende particuliere percelen. Een kwalitatief goede gemeenschappelijke ruimte is ook winst voor het individu. Een mooi huis in een fraaie straat heeft meerwaarde.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
29
Omdat het deelgebied Merletcollege direct bestemd wordt is nu al een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld voor dit deelgebied (zie bijlage 2). De deelgebieden Nutriciabuurt en Maasboulevard zijn opgenomen in een uitwerkingsverplichting. Het opstellen van een beeldkwaliteitsplan is opgenomen in de voorwaarden van de uitwerkingsplicht. Merletbuurt De Merletbuurt krijgt een statige uitstraling met grotere statige woningen van twee bouwlagen met een kap. Ook hier is gekozen voor de kleurstelling roodbruin en wit, en een diversiteit aan metselwerk. Maar door het aantal kleuren en materialen beperkt te houden ontstaat er toch een rustig straatbeeld. Zoals genoemd is voor dit gebied een separaat beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin de ruimtelijke en architectonische criteria voor de bouwplannen en inrichting van de openbare ruimte staan opgenomen. Dit beeldkwaliteitplan is opgenomen als bijlage 2.
MERLETBUURT
30
HOOFDSTUK 4 BELEID In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:
nationaal niveau;
provinciaal niveau;
gemeentelijk niveau.
4.1
Nationaal niveau
4.1.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is één integrale visie, waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. Het uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ingrepen niet afzonderlijk van elkaar kunnen plaatsvinden, maar dat ze van elkaar afhankelijk zijn. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en inmiddels in werking treden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de maatschappelijke opgaven en de rol van het Rijk in het uitvoeren van deze opgaven. De maatschappelijke opgaven zijn in vier prioriteiten samengevat: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovendien is de druk op de fysieke leefomgeving in Nederland groot, waardoor verschillende belangen betreft ruimtelijke ontwikkelingen nu en dan botsen. Hoewel wordt gestreefd het implementeren van de diverse belangen, is dit niet altijd mogelijk. Soms dienen scherpe keuzes gemaakt worden en moeten belangen afgewogen worden. Om dit te bewerkstelligen omvat de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan vóór enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Voorliggend plan voorziet in een nieuwe ruimtelijke kwaliteit op het voormalig Merletterrein en Nutriciaterrein en draagt daarmee bij aan een goede woon-en leefomgeving in Cuijk.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
31
Het initiatief draagt onder meer bij aan de energietransitie en de klimaatadaptieve aanpak en sluit aan bij het beleid omtrent 'Sterke en gezonde steden en regio's'.
4.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. De SVIR geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van het Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving. De reeds ingezette trend om aan de provincies en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR. De SVIR bevat 13 nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om militaire objecten en terreinen, de grote rivieren en het Natuurnetwerk Nederland. Voor onderhavig plan zijn de belangen "Militaire terreinen en objecten" en ''Bescherming van de (overige) primaire waterkeringen'' aan de orde. Deze belangen zijn beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie paragraaf 4.1.3). Als aan dat besluit wordt voldaan, wordt tevens aan de SVIR voldaan.
4.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
De in de SVIR opgenomen nationale belangen krijgen een wettelijke grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De werking van het Barro is naar plaats beperkt.
4.1.3.1 Defensie Het plangebied ligt op minder dan 15 kilometer van het militaire vliegveld Volkel. Derhalve gelden bepaalde hoogtebeperkingen. In paragraaf 5.15 vindt hiervan een nadere uitwerking plaats. Daaruit wordt geconcludeerd dat het bouwplan ruim onder de maximaal toegestane hoogten blijft. Het project vormt daardoor geen belemmering voor het nationale belang "Militaire terreinen en objecten".
32
4.1.3.2 Bescherming van de (overige) primaire waterkeringen Een deel van het plangebied is gelegen binnen de beschermingszone die is aangewezen voor de bescherming van de (overige) primaire waterkeringen. Hiervoor is de aanduiding 'vrijwaringszone – waterstaat' opgenomen. In paragraaf 5.11 (waterparagraaf) is opgenomen op welke wijze waarop met de beschermingszone wordt omgegaan. Het project vormt daardoor geen belemmering voor het nationale belang ''Bescherming van de (overige) primaire waterkeringen''. Conclusie Het project vormt geen belemmering voor de nationale belangen die middels het Barro beschermd zijn.
4.1.4
Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plan ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Cuijk en is opgenomen in het basiswoningbouwprogramma 2018-2030. Daarin is de behoefte onderbouwd. In paragraaf 4.3.3 is het woningbouwbeleid verder uitgewerkt. Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
4.1.5
Beleidsregels grote rivieren
Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft met ingang van 27 mei 2020 een update gegeven aan de 'Beleidsregels grote rivieren'. Dit document stelt bindende regels voor de grote rivieren die Nederland kent. Binnen dit initiatief gelden geen beleidsregels vastgesteld door dit document. In de onderstaande afbeelding is te zien dat Maasboulevard de grens is voor het 'stroomvoerend regime' (blauw) van de Maas. Het 'bergend regime' (groen) van de rivier bevindt zich aan de overzijde van de Maas.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
33
KAARTBLAD 24, BELEIDSREGELS GROTE RIVIEREN
Conclusie Het initiatief valt buiten de gestelde beleidsregels en voldoet hiermee aan de 'Beleidsregels grote rivieren'.
4.1.6
Overig nationaal beleid
Het overige nationale beleid is niet specifiek van toepassing op onderhavig plan.
4.2
Provinciaal niveau
Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:
Omgevingsvisie Noord-Brabant;
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Het plan wordt aan deze nota's getoetst.
4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen.
34
De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Analyse Onderhavig plan betreft de bouw van maximaal 165 woningen op het voormalige Nutriciaterrein en het Merletcollege. Deze relatief kleinschalige ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de 'grote' hoofdopgaven. ad 1.
De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan voor de wooneenheden. Daar komt dan ook de verduurzaming van de energie aan bod, bijvoorbeeld door het aanleggen van een eigen energievoorziening.
ad 2.
Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavig plan wordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt. Het ontwerp van de wooneenheden kan voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Dit wordt in het bouwplan nader uitgewerkt.
ad 3.
Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Het is zaak om bij woningbouw eerst te onderzoeken of dit kan gebeuren binnen bestaand stedelijk gebied. Hieraan wordt voldaan binnen dit planvoornemen. De 165 wooneenheden worden namelijk gerealiseerd op een herontwikkelingslocatie wat inhoudt dat het bestaand stedelijk gebied niet wordt vergroot.
ad 4.
Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige inpassing van de wooneenheden inclusief de sloop van een verouderde bebouwing wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
35
Conclusie Het plan geeft invulling aan bij de opgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
4.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim Omgevingsverordening bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking zal treden. De Interim omgevingsverordening (IOV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid):
afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies;
afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken;
afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.
4.2.2.1 De toedeling van functies Het plangebied is onderdeel van het stedelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 IOV woningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst. ''Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Onderhavig planvoornemen past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4.
36
b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Onderhavig planvoornemen heeft als doel het voorzien in voldoende geschikte woningen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de gronden van het Nutriciaterrein en het voormalige Merletcollege. Deze ontwikkeling zal minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Daarnaast wordt deze woonlocatie gerealiseerd als stedelijke inbreiding, waardoor binnen het concentratiegebied van de gemeente Cuijk de stedelijke opgaven worden verwezenlijkt. Dit sluit aan bij de omgeving. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Onderhavig planvoornemen voldoet aan alle uitvoeringsaspecten. Deze worden nader toegelicht in hoofdstuk 5. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Onderhavig planvoornemen zorgt voor de sloop het voormalige Merletcollege en de opstallen van het Nutriciaterrein en de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie binnen de kern van Cuijk. Hiermee draagt dit planvoornemen bij aan de transformatie van verouderde stedelijke gebieden en verhuizing van zware bedrijfsactiviteiten naar buiten het centrum. c.
geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Onderhavig planvoornemen voorziet met de sloop van verouderde opstallen van het voormalige Merletcollege en Nutriciaterrein in de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie in mogelijkheden voor duurzaam gebruik van de bebouwing. Dit wordt verder uitgewerkt in het bouwplan behorende bij dit planvoornemen.
d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Onderhavig planvoornemen voldoet aan de in hoofdstuk 5 benoemde eisen voor de opvang en afvoer van hemelwater. Hiermee wordt voldaan aan dit sublid. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een verandering/aanpassing met betrekking tot duurzame mobiliteit. Dit sublid is niet van toepassing. f.
draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig planvoornemen draagt met de realisatie van circa 165 woningen bij aan de continuïteit van Cuijk als woon-/verblijfskern. Daarnaast wordt de gemeentelijke economie gestimuleerd doordat de bewoners van
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
37
deze locatie normaliter uitgaven binnen de gemeentegrens doen.
4.2.2.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied geldt het gebiedskenmerk 'Stalderingsgebied'. Het artikel 3.52 IOV stelt regels aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Onderhavig plan omvat geen veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden.
4.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, omdat de nieuwe woningen/appartementen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijke gebied van Cuijk op een voormalige bedrijfslocatie. Hiermee ontstaat tevens een logische afronding van dit gedeelte van Cuijk, waarbij verloedering van het plangebied wordt tegengegaan. De situering van de woningen sluit aan bij de verkavelingsstructuur in directe omgeving. Er wordt hierin aansluiting gezocht bij de omliggende percelen. Het planvoornemen leidt tot de toevoeging van circa 165 extra woningen binnen de kern Cuijk, waarbij de woningen aansluiten bij de doelstellingen geformuleerd in de woonvisie (paragraaf 4.3.3). Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang.
4.2.2.4 Conclusie Het plan past binnen het beleid van de Interim Omgevingsverordening.
4.2.3
Provinciaal milieu- en waterplan 2016 - 2021
Op 18 december 2015 is het Provinciaal milieu- en waterplan 2016-2021 in werking getreden. Het waterplan bevat het strategische waterbeleid van de provincie voor de periode tussen 2016 en 2021. Het waterplan heeft de status van structuurvisie. De structuurvisie zet in op een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving, het inbrengen van duurzaamheidsaspecten binnen nieuwe grotere projecten en programma's door middel van een duurzaamheidsscan.
38
Conclusie Het plan past binnen c.q. is niet in strijd met het Provinciaal milieu- en waterplan 2016 tot 2021.
4.2.4
Overig provinciaal beleid
Het overige provinciale beleid is niet specifiek van toepassing op onderhavig plan.
4.3
Gemeentelijk niveau
4.3.1
Centrumvisie - Hart voor ontmoetingen
Door de gemeente Cuijk is op 27 januari 2015 de ''Centrumvisie - Hart voor ontmoetingen'' vastgesteld. Binnen deze visie valt het noordelijke deel van de Grotestraat in de centrumschil. Voor dit gedeelte van het plangebied bevat deze visie de volgende relevante beleidsuitgangsunten: 1. in de centrumschil kan de woonfunctie verder toenemen; 2. in de Grotestraat wordt ingezet op versterking van de woonfunctie; 3. toename van de winkelfunctie is minder kansrijk en ongewenst; 4. de verkeersfunctie moet worden teruggedrongen. ad 1 + 2. Het plan omvat de nieuwbouw van 165 woningen in het gebied rondom de Grotestraat. Het plan sluit hiermee aan bij de beleidsuitgangspunten 1 en 2 van de Centrumvisie. ad 3.
Binnen het plan is geen ruimte voor extra winkelfuncties. Dit sluit aan bij het derde beleidsuitgangspunt van de Centrumvisie.
ad 4.
Het nieuwe plan zorgt in een worst-case scenario, voor een verkeersdalende werking van 376,8 verkeersbewegingen per etmaal. Dit sluit aan bij het vierde beleidsuitgangspunt van de Centrumvisie.
4.3.2
Structuurvisie Cuijk
Door de gemeente Cuijk is op 25 september 2017 de ''Structuurvisie Cuijk'' vastgesteld. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. De ligging van het plangebied is aangegeven.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
39
UITSNEDE PLANKAART STRUCTUURVISIE
Voor het plangebied bevat de Structuurvisie de volgende relevante beleidsuitgangspunten: 1. De aanloopstraten laten floreren door een optimale mix van wonen en werkfuncties, in combinatie met een aantrekkelijke en groene openbare ruimte; 2. Voor de gemeente Cuijk ligt er tot en met 2030 een bouwopgave van circa 1500 woningen; 3. De gemeente wil inzetten op kwaliteitswoningen die bijdraagt aan de sociale binding van mensen met de gemeente.
40
ad 1. Het plan omvat de nieuwbouw van 165 woningen in het gebied rondom de Grotestraat-Zuid, waarbij voldoende groen wordt aangeplant. Het plan sluit hiermee aan bij de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie inzake het beleid rondom de aanloopstraten. ad 2. Het plan omvat de nieuwbouw van 165 woningen wat past binnen de bouwopgave van circa 1500 woningen in de gemeente Cuijk. Het plan sluit hiermee aan bij de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie inzake het beleid rondom de bouwopgave. ad 3. Het plan laat een lichte mix zien van woningtypen, waarbij 165 woningen in hoge mate bijdragen aan het inzetten van de gemeente op kwaliteitswoningen. Het plan sluit hiermee aan bij de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie inzake het beleid rondom de kwaliteitswoningen. Conclusie Het plan past binnen de ''Structuurvisie Cuijk'' van de gemeente Cuijk.
4.3.3
Woningbouwbeleid
Het gemeentelijke woningbouwbeleid is vastgelegd in het ''Woningbouwprogramma Cuijk 2018-2030'', ''Regionale Woningmarktstrategie van het land van Cuijk 2018'' en ''Woningmarktonderzoek Centrum Cuijk''. Voor het plangebied bevatten deze beleidsstukken de volgende uitgangspunten: 1. 518 woningen te bouwen in de periode 2018-2030 in het centrum van Cuijk, waarin binnen het plangebied specifiek wordt ingezet op 165 woningen, wat samenhangt met het vrijkomen van het terrein van Nutricia aan de Grotestraat; 2. Er is sprake van een vraagdruk, met name bij de categorie huurwoningen, zowel bij appartementen als bij eengezinswoningen; 3. Het centrum van Cuijk is gelet op de ruimtelijke opgaven die er liggen alsook de geschiktheid van deze ruimte voor woningbouw te beschouwen als een nieuwe uitbreidingswijk. ad 1. Het plan past binnen het aantal woningen dat gebouwd mag worden binnen het centrum. ad 2. Het plan sluit gedeeltelijk aan bij het oplossen van de vraagdruk door een tiental huurwoningen op te nemen binnen de bestemming 'Woongebied - uit te werken'. ad 3. Het plan krijgt de vorm van een uitbreidingswijk binnen het centrum. Het initiatief past binnen en geeft vorm aan het gemeentelijke woningbouwbeleid.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
41
Het plangebied is opgebouwd uit drie delen waarvan de verwachte volgorde van uitvoering/realisatie als volgt in de tijd is geplaatst: - 2022 plandeel voormalig Merletcollege (Merletbuurt) - 2024 plandeel voormalig Nutriciaterrein - landzijde (Nutriciabuurt) - 2025 plandeel voormalig Nutriciaterrein - waterzijde (Maasboulevard) Het project-/plangebied wordt daarmee dan ook niet in keer op de markt gezet, maar de realisatie vindt verspreid plaats over een periode 8 jaar (2022-2029), waarbij de navolgende aantallen woningen in productie worden genomen: 2022
14 woningen
2026
24 woningen
2023
10 woningen
2027
24 woningen
2024
24 woningen
2028
24 woningen
2025
24 woningen
2029
21 woningen
Er is dus sprake van een duidelijke geleidelijke toevoeging van de woningen over een langere periode. Gelet op de noodzakelijke bouwtijd wordt volledigheidshalve opgemerkt dat oplevering van de laatste woningen zal plaatsvinden in 2030 en 2031. Het aantal woningen dat in tot en met 2026 ('eerste vijf jaar') gerealiseerd wordt is naar verwachting gelijk aan de aantallen die tot en met 2025 (72) in productie worden genomen. Voor de periode daarna ligt dat aantal naar verwachting op 93. Daarmee wordt dus een behoedzame koers gevaren waarbij de woningen niet in een keer op de markt gebracht worden, al zou dat –gelet op de grote investeringen die gepleegd zijn om de verplaatsing van met name Nutricia mogelijk te makenplaneconomisch wel wenselijk zijn. Conclusie Het plan past binnen de het woningbouwbeleid van de gemeente Cuijk en voldoet daarmee ook aan de Ladder duurzame verstedelijking.
4.3.4
Monumentale Bomennota gemeente Cuijk 2009-2019
In de Monumentale Bommennota Cuijk 2009-2019 zijn de uitgangspunten vastgelegd voor het opstellen van een lijst met monumentale bomen die bescherming behoeven ter voorkoming van het verstoren van de groeimogelijkheden en waarbij ontwikkelingen die de standplaats van monumentale bomen verstoren, tegen dienen te worden gegaan.
42
In het onderhavige plangebied bevinden zich 4 monumentale bomen geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied en bevindt zich 1 monumentale boom nabij het plangebied. Op de afbeelding van het vigerende bestemmingsplan in paragraaf 1.3 zijn de vier bomen in het plangebied weergegeven met de aanduiding 'monumentale boom'. Deze cirkels betreffen de maximale kruindiameter van de bomen, met inbegrip van een extra afstand van 2 meter. De twee meest noordelijk gelegen bomen worden doorsneden door het bouwvlak van de Nutriciafabriek. De meest zuidelijk gelegen monumentale boom wordt doorkruist door het bouwvlak van een woning. De doorkruising is echter minimaal. Bij de realisatie van de woningbouwopgave is rekening gehouden met de aanwezigheid van deze monumentale bomen. Conclusie Het plan past binnen de 'Monumentale Bomennota gemeente Cuijk 2009-2019' van de gemeente Cuijk.
4.3.5
Uitgangspuntenkader herontwikkeling Grotestraat Zuid
In het 'Uitgangspuntenkader herontwikkeling Grotestraat Zuid', vastgesteld op 24 januari 2018, zijn diverse uitgangspunten vastgelegd voor dit herontwikkelingsplan. Voor onderhavig plangebied zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: 1. De Grotestraat laten aansluiten op het bestaande profiel (tussen Maasveld en Het Zand) waarbij fietsen op een bredere rijbaan onderzocht wordt; 2. De historische ligging Grotestraat (Via Romana) zichtbaar maken in de herontwikkeling; 3. De bebouwing laten aansluiten op het organisch gegroeide straatbeeld met gevarieerde, overwegend losse bebouwing op ruime percelen; 4. Onderzoeken of de gevel van het Nutriciagebouw (met het waardevolle deel van het gebouw), bijvoorbeeld als aanleiding voor een 'industrieel kwartier' tussen Grotestraat en dijk, een nieuwe betekenis kan krijgen aan de Grotestraat; 5. De locatie Nutricia-west en Merletcollege is een geschikte plek voor een groen, ruim opgezet woonmilieu met een variatie aan grondgebonden woningen waarbij de samenhang van beide buurtjes middels de architectuur wordt verkregen; 6. De Maasboulevard wordt ontwikkeld tot een woongebied aan het Maaspark waarbij de 'bakens aan de Maas' in architectonische zin worden uitgewerkt en een betekenis moeten krijgen in de skyline van Cuijk. Binnen het plan is met alle uitgangspunten rekening gehouden en wordt hiermee ook aan alle uitgangspunten voldaan.
Binnen uitgangspunt 4, blijft bijvoorbeeld de gevel van het Nutriciagebouw behouden op de manier zoals is weergegeven in paragraaf 3.1.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
43
Conclusie Het plan past binnen het 'Uitgangspuntenkader herontwikkeling Grotestraat Zuid' van de gemeente Cuijk.
4.3.6
Duurzaamheid
Inleiding Het begrip duurzaamheid is een container begrip. De basis van het begrip duurzaamheid is in 1987 gelegd in het VN-rapport 'Our common future' van de commissie Brundlandt. In 1998 zijn de begrippen People, Planet, Profit hieraan toegevoegd, waarmee verwezen wordt naar de sociaal-culturele, de natuurlijk-ecologische en de economische aspecten. Een ontwikkeling is duurzaam wanneer de drie P's in balans zijn. Duurzame ruimtelijke ontwikkeling De gemeente Cuijk heeft in samenwerking met de Cuijkse samenleving, de Raad en belangenorganisaties haar eigen 'Cuijks Duurzaamheidsplan, 2017-2020' opgesteld, waarin rekening is gehouden met het landelijke, provinciale en regionale beleid. Dit duurzaamheidsplan heeft als doel te bouwen aan een 'duurzaam Cuijk', wat in 2045 behaald moet zijn. Via een achttal thema's wordt aangegeven welke concrete maatregelen genomen kunnen worden. De volgende thema's worden onderscheiden: 1. Natuurlijk Cuijk; 2. Energiek Cuijk; 3. Klimaatbestendig Cuijk; 4. Duurzaam mobiel Cuijk; 5. Circulair Cuijk; 6. Collectief Cuijk; 7. Gezond Cuijk; 8. Voorbeeldig Cuijk. In voorliggend plan zijn op basis van dit duurzaamheidsplan een aantal concrete maatregelen opgenomen om tot een duurzame ruimtelijke ontwikkeling te komen. Deze worden beschreven in de volgende subparagrafen.
Natuurlijk Cuijk Natuurlijk Cuijk staat voor een optimaal leefgebied voor mens en natuur, in 2027, waarbij zij samen kunnen leven zonder elkaar te beperken. Dit wordt concreet gedaan door het groen dicht bij de mensen te brengen.
44
Binnen voorliggend plan wordt dit concreet gedaan door de zogenaamde 'groene oases'. Dit zijn miniparkjes met diverse invullingen, zoals fruitbomen, laanbeplanting, wadi's en verschillende vormen van openbaar groen. Deze oases maken Cuijk natuurlijker, klimaatbestendiger, biodiverser, schoner, gezonder en vooral mooier. Klimaatbestendig Cuijk Klimaatbestendig Cuijk staat voor het klimaatbestendig inrichten van het gehele Land van Cuijk in 2030. Cuijk is een van de gemeenten die al duidelijk last heeft gehad van extreme regenval, droogte en hitte waardoor het noodzaak is snel aan de slag te gaan. Voor een duurzame bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten:
Te nat: de opvang en afvoer van regenwater, om wateroverlast in de gebouwde en landelijke omgeving te voorkomen of te beperken;
Te warm: de gezondheid van de bewoners van de stad, door tegengaan van hittestress tijdens hittegolven;
Te droog: het inspelen op mogelijke verdroging van de bodem.
Binnen voorliggend plan wordt concreet rekening gehouden met klimaatbestendige openbare ruimten. Middels een klimaatbestendigheidstoets in ieder ruimtelijk project wordt geborgd dat er altijd nagedacht wordt over het thema in de meest brede zin van het woord: water, maar ook droogte en hitte. Hiernaast moet rekening gehouden worden met mooie, groene (gevel)tuinen. De gemeente blijft aandacht vragen voor het belang van groene, ontsteende particuliere tuinen. Dat doet zij met hulp van voorlichting, de (mede)organisatie van open tuindagen, maar ook door middel van het stimuleren én faciliteren van geveltuinen in sterk versteende straten en periodieke tuinvergroeningsacties. Handreiking duurzaam bouwen Cuijk De gemeente Cuijk heeft een handreiking in de vorm van een brochure opgesteld waarin 17 tips zijn opgenomen voor slimme duurzame maatregelen op het gebied van energie, bouwmaterialen en natuur voor gebouwen. De genoemde maatregelen worden ook als inspiratie meegenomen in de bouwplannen voor voorliggend plan. In bijlage 3 is de handreiking opgenomen.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
45
Conclusie Concluderend geldt dat binnen dit initiatief op een drietal punten wordt bijgedragen aan de duurzaamheidsvisie van de gemeente: 1. het realiseren van klimaatbestendige openbare ruimten; 2. het realiseren van 'groene oases'; 3. het stimuleren van groene (gevel)tuinen.
4.3.7
Overig gemeentelijk beleid
Het overige gemeentelijke beleid is niet specifiek van toepassing op onderhavig plan.
46
HOOFDSTUK 5 UITVOERINGSASPECTEN In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst op de milieuplanologische aspecten. Omdat de deelgebieden Nutriciabuurt en Maasboulevard door de bedrijfsactiviteiten van Nutricia nog niet voor alle onderzoeken beschikbaar zijn zullen deze onderzoeken uitgevoerd worden bij het opstellen van het Uitwerkingsplan voor deze gebieden. Hiervoor wordt een regeling opgenomen in de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' (artikel 6.2.6).
5.1
Bodemkwaliteit
5.1.1
Inleiding
Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.
5.1.2
Analyse
Merletbuurt Door Lankelma is een verkennend bodemonderzoek voor dit deelgebied uitgevoerd. De rapportage is opgenomen als bijlage 4 ('Verkennend bodemonderzoek Grotestraat Cuijk', 18 mei 2021, kenmerk 2002441). Hierna zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 5,0 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de bodemlaag 1,5 tot 1,7 m-mv is een kleilaag aangetroffen. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In het grondmengmonster MM1 (bovengrond) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met lood en zink aangetoond. De gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet. In de grondmengmonsters MM2 en MM3 (bovengrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden.
BESTEMMINGSPLAN CUIJK CENTRUM, GROTESTRAAT ZUID | ONTWERP
47
In de grondmengmonsters MM4 en MM5 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. PFAS In de grondmengmonsters MM6 t/m MM8 zijn analytisch geen significant verhoogde gehalten met PFAS aangetoond. De grond wordt geclassificeerd als klasse 'Landbouw/natuur' voor toepassing op landbodem. Toepassing mag alleen plaatsvinden op landbodems met soortgelijke gehalten aan PFAS (standstill-principe). Grondwater In het grondwater uit peilbuis pb01 is analytisch een licht verhoogd gehalte met cadmium aangetoond. In het grondwater uit de peilbuizen pb02 en pb03 zijn analytisch licht verhoogde gehalten met cadmium en barium aangetoond. Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
Toetsing hypothese De hypothese ‘heterogeen diffuus verdacht’ dient op basis van de resultaten, licht verhoogde gehalten in grond en grondwater, formeel te worden aanvaard. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde. Nutriciabuurt en Maasboulevard Omdat de gronden van deze twee deelgebied nog niet beschikbaar zijn voor onderzoek is nog geen onderzoek uitgevoerd. In de uitwerkingsregels van de bestemming 'Woongebied - Uit te werken' is een verplichting voor een verkennend bodemonderzoek en eventuele maatregelen opgenomen.