07 Bijlagen toelichting_Bijlage 20 Inspraaknota
Tekst van het document
Dhr.
Voorletter(s)
M.
Achternaam
Brugman
Telefoonnummer 06-58713359 E-mailadres
mattijs.brugman@cgm.nl
Plan toevoegen Is het bestemmingsplan beschikbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl? Ja
Documenten toevoegen Voeg hier de volgende documenten toe:
Alle daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling kunt u hieronder bijvoegen. Bestanden die op ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar zijn hoeft u hieronder niet als bijlage toe te voegen Maximaal 20 bijlagen (geen .zip-bestanden) Let op! Alleen zichtbare(dus aangevinkte bijlagen worden opgeslagen) Omschrijving
Selecteer bijlage
Bekendmaking Gemeenteblad
79962761_6311440_publicatietekst_VOBP_Grotestraat_Zuid_Cuijk.DOCX
Dit formulier is verstuurd op 15-03-2021
Regel toevoegen
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Gemeente Cuijk Postbus 7 5360 AA GRAVE
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Datum
1 april 2021 Ons kenmerk Onderwerp
C2277990/4867121
Voorontwerp-bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Grotestraat Zuid, Cuijk’
Uw kenmerk
Contactpersoon
T. (Thom) Jongen Telefoon
Geacht college,
(06) 55 68 66 78 Email
In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft u ons om een reactie gevraagd op het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Grotestraat Zuid, Cuijk’. In onze reactie gaan wij in op onderwerpen die op basis van het provinciaal ruimtelijk beleid relevant zijn. Planbeschrijving
Het voorontwerp-bestemmingsplan voorziet in de herbestemming van een tweetal binnenstedelijke locaties in de kern Cuijk. Hierbij een voormalige schoollocatie voor middelbaar onderwijs een bestemming ‘Wonen’. Binnen deze woonbestemming worden 24 woningen mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt het gebied waar de huidige Nutriciafabriek tot ‘Wonen – uit te werken’ bestemd. In deze uit te werken bestemming is ruimte voor 150 woningen. Het plangebied is op de verbeelding van de Interim omgevingsverordening gelegen in het werkingsgebied stedelijk gebied. Provinciaal beleidskader
Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie. De te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen zijn vertaald in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) die op 5 november 2019 in werking is getreden. Onze reactie is gebaseerd op deze documenten. Zowel de omgevingsvisie als de IOV zijn te raadplegen via omgevingswetinbrabant.nl
tjongen@brabant.nl Bijlage(n)
-
Inhoudelijk standpunt
Datum
Dit bestemmingsplan voorziet in de herbestemming van twee binnenstedelijke locaties in de kern Cuijk. Beide locaties worden ingezet voor woningbouw. In algemeenheid onderschrijven wij binnenstedelijke locaties voor woningbouw.. Wij hebben nog wel onze vraagtekens bij de omvang, en termijn, van de woningbouw op deze locaties. Dit lichten wij hieronder toe.
1 april 2021 Ons kenmerk
C2277990/4867121
Woningbouwprognoses In artikel 3.42 van de IOV staat onder lid 1 sub a benoemd dat een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorziening ligt binnen stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. In de plantoelichting wordt uitgegaan van de woningbehoefte over de middellange termijn (5-10 jaar), terwijl dit plan in de woningbouwmatrix benoemd staat voor realisatie binnen 5 jaar. In de 5-jaren termijn heeft uw gemeente geen ruimte meer in de plancapaciteit voor het toevoegen van de aantallen woningen zoals beoogd. Op de middellange termijn is die ruimte wel aanwezig, maar dan dient duidelijk te zijn dat dit plan ook in die periode wordt gerealiseerd. In de regionale woningmarktstrategie Land van Cuijk staat hierover beschreven: "Indien op enig moment in Land van Cuijk te veel woningen tegelijk op de markt worden gebracht ontstaan afzetproblemen. Dit is van belang, omdat tussen de gemeenten een bepaalde mate van concurrentie zit." In de (sub)regio Land van Cuijk is in de regionale afspraken opgenomen dat plancapaciteit toevoegen meer en meer maatwerk wordt. Het vraagt een nieuwe manier van sturen, monitoren en bijsturen. Dicht op de vraag, flexibel en adaptief.
Aangezien niet duidelijk is op welke termijn de 150-175 woningen worden gerealiseerd vragen wij hier aandacht voor bij u en voorzien wij mogelijke strijdigheid met de IOV indien u besluit deze woningen op de korte termijn mogelijk te maken.
2/3
Datum
Conclusie
1 april 2021
Wij verzoeken u om het onderdeel van het bestemmingsplan dat nog niet in overeenstemming is met de Interim omgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg.
Ons kenmerk
C2277990/4867121
Provincie Noord-Brabant,
P.M.A. van Beek, projectleider uitvoering Wet RO In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
3/3
Mattijs Brugman Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp: Bijlagen:
Watertoets <watertoets@aaenmaas.nl> donderdag 8 april 2021 14:38 Mattijs Brugman Dobber, Patrick RE: Wettelijk vooroverleg Bestemmingsplan Cuijk, Grotestraat Zuid Waterkering uitleg.png; Uitgangspunten watertoets.pdf; Voorbeeld tekst beleid.pdf
Beste Mattijs, Bedankt voor het toesturen van het voorontwerpbestemmingsplan Cuijk, Grotestraat Zuid. Naar aanleiding van de gepubliceerde documenten zouden wij graag enkele opmerkingen willen maken. Plantoelichting – Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 gaat in op een stedenbouwkundig plan. Dit plan bestaat uit drie deelgebieden. Deelgebied 3 ‘Maasboulevard’ ligt in het invloedsgebied van de primaire kering. Dit deelgebied is in het bestemmingsplan opgenomen als ‘Woongebied – Uit te werken’. Toch is dit deelgebied onderdeel van het stedenbouwkundig plan. In dit plan staan woningen ingetekend in de kering en keringszone, deels op eigendom van het waterschap. De gesprekken met de projectontwikkelaar over dit planvoornemen lopen nog en bevinden zich in een verkennende fase. Hoofdstuk 3 en het stedenbouwkundig plan wekken een andere indruk. Plantoelichting – Hoofdstuk 4 In paragraaf 4.1.2.2. wordt kort het Barro benoemt. De conclusie van de paragraaf is dat het plan is opgesteld in samenspraak met het waterschap en het project geen belemmeringen vormt voor de nationale belangen die middels het Barro beschermd zijn. Dit wekt de indruk dat er overeenstemming met het waterschap is m.b.t. de bouw van de woningen in de kering, beschermingszone van de kering en eigendom van het waterschap. Zoals hierboven is aangegeven lopen deze gesprekken nog en is een dergelijk akkoord nog niet gegeven.
Plantoelichting – Hoofdstuk 5 Paragraaf 5.11 is de waterparagraaf behorend bij deze ontwikkeling. Inhoudelijk wordt hierin niet ingegaan op de waterbelangen die spelen in het gebied en ontbreekt er een toetsing aan de beleidskaders. Naast locatie specifieke waterbelangen, zoals in dit geval bijvoorbeeld de primaire waterkering, beoordelen wij ieder plan tenminste aan 8 uitgangspunten. Deze zijn opgenomen in de bijlage. Daarnaast ontbreekt in de waterparagraaf een uiteenzetting van het beleid van het waterschap. In de bijlage staat een kort tekstvoorstel dat als aanzet kan dienen hiervoor. Als laatste wordt er in de waterparagraaf verwezen naar de bijlage ‘Waterhuishoudkundig plan’. Deze is niet gepubliceerd op ruimtelijke plannen, dus deze hebben we niet van feedback kunnen voorzien. Planregels Primaire keringen kennen twee beschermingszones, ter verduidelijking staat in de bijlage een afbeelding. In het voorliggende bestemmingsplan lijken zowel de kering als de beschermingszones bestemd te zijn met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is opgenomen dat er een onderscheid moet worden gemaakt in de daadwerkelijke kering en de beschermingszones. Waterkering: Het is verplicht o.g.v. artikel 2.3.3 lid 1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) om waterkeringen in een bestemmingsplan op te nemen.
Een primaire kering zal als ‘waterkering’ bestemd moeten worden, zodat de gronden waarop de kering rust, ook daadwerkelijk gebruikt mogen worden als waterkering. Een kering bestemmen middels een vrijwaringszone is onvoldoende, omdat een vrijwaringszone uitsluitend werend van karakter is en naar zijn aard niet kan worden gerealiseerd. Beschermingszones A en B waterkering: Deze zijn o.g.v. artikel 2.3.3 lid 2 Barro verplicht om op te nemen in een bestemmingsplan. Voor beschermingszones rondom primaire keringen geldt dat deze moeten worden opgenomen als ‘vrijwaringszone – waterstaatswerk’. Alleen de beschermingszones mogen als zodanig worden opgenomen. 1
Samengevat Het bestemmingsplan heeft als voornaamste doel om de ontwikkeling van deelgebied 3 ‘Merletbuurt’ mogelijk te maken. Desalniettemin wordt er in het bestemmingsplan vooruitgelopen op de ontwikkeling van deelgebieden 1 en 2. Deelgebied 2 ‘Maasboulevard’ valt binnen het invloedsgebied van de kering, de primaire kering zelf en eigendom van het waterschap. Dit waterbelang is onvoldoende meegenomen in het bestemmingsplan. Daarnaast is de waterparagraaf erg summier. Als laatste lijken de planregels niet overeen te komen met het Barro. Vandaar dat wij de bovengenoemde opmerkingen hebben gemaakt. In de onderstaande mail wordt al aangegeven dat het aspect water in dit bestemmingsplan nog uitwerking behoeft. Wellicht is het mogelijk om het bestemmingsplan te beperken tot enkel deelgebied 3 in afwachting van de gesprekken tussen het waterschap, gemeente en projectontwikkelaar m.b.t. de voorgenomen ontwikkelingen nabij de waterkering. Mochten er vragen of opmerkingen zijn, neem gerust contact op. Met vriendelijke groet, Esther Rappard adviseur ruimtelijke plannen T 073 61 56 717 W www.aaenmaas.nl/contact
Van: Mattijs Brugman Verzonden: maandag 15 maart 2021 14:26 Aan: Watertoets Onderwerp: Wettelijk vooroverleg Bestemmingsplan Cuijk, Grotestraat Zuid Beste Esther, De gemeente Cuijk is bezig met de ontwikkeling van een woonwijk aan de zuidkant van de Grotestraat te Cuijk. Specifiek ter plaatse van de locaties van de fabriek van Nutricia/Danone en het voormalige Merletcollege. Het plan heeft inmiddels de status van voorontwerpbestemmingsplan en in paragraaf 2.2.3 Groen en Water, paragraaf 3.3 Groen en water en paragraaf 5.11.1 Waterparagraaf wordt aandacht besteed aan de waterhuiskundige situatie. Een deel van het plangebied ligt binnen de primaire waterkering van de Maas. Er zijn gesprekken gaande met het Waterschap Aa en Maas, ik weet alleen niet met wie precies; dat loopt via de projectleider. De waterparagraaf voldoet dan ook nog niet aan de norm, dat proberen we in de komende weken te rectificeren. Ik wil je vragen om de paragraven en de dubbelbestemming te lezen en een reactie te geven op de inhoud. Je reactie wordt meegenomen in het besluitvormingstraject. De publicatietekst is bijgevoegd, daar vind je meer informatie. Vanwege een strakke bestuurlijke planning, zie ik je reactie graag uiterlijk 13 april 2021 tegemoet. Middels onderstaande link kom je direct bij het voorontwerpbestemmingsplan terecht.
2
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/?planidn=NL.IMRO.1684.BPCuGrotestrZ-VO01
Met vriendelijke groet, Mattijs Brugman Specialist Ruimtelijk Beleid Cuijk 0485 396 600 | Grave 0486 477 277 | Mill en Sint Hubert 0485 460 300
De gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert werken samen in de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie CGM www.cuijk.nl | www.grave.nl | www.gemeente-mill.nl
3
Uitgangspunten watertoets waterschap Aa en Maas Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient de initiatiefnemer hier invulling aan te geven: 1. Wateroverlastvrij bestemmen Bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de norm uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). In eerste instantie zal bij de locatiekeuze van een ontwikkeling gezocht moeten worden naar een plek „die hoog en droog genoeg‟ is. Mocht dit echter niet mogelijk of wenselijk zijn, dan zal in de compenserende of mitigerende sfeer gezocht moeten worden naar maatregelen die het gewenste beschermingsniveau tegen wateroverlast helpen realiseren. Liever nog dan mitigeren of compenseren, wordt bij voorkeur gebouwd op locaties die als gevolg van hun ligging nú al voldoen aan de NBW-norm voor de toekomstige functie. 2. Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater Het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en het binnen het plangebied verwerken van het schone hemelwater.
Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse kan een compromis gesloten worden, waarbij de minimale inzet (in bestaand bebouwd gebied) is om het vuile en het schone water gescheiden aan te bieden op het (reeds aanwezige) gemengde rioolstelsel. Het waterschap zal echter niet akkoord gaan met de aanleg van nieuwe gemengde rioolstelsels. 3. Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie - buffering -afvoer” In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden - bergen - afvoeren”) doorlopen. Hergebruik van hemelwater wordt voornamelijk overwogen bij grootschalige voorzieningen als scholen, kantoorgebouwen ed. Voor particuliere woningen wordt dit, ook gezien de landelijke ervaringen met grijswatersystemen, niet gestimuleerd. Binnen grondwaterbeschermingsgebieden kunnen door de grondwaterbeheerder (provincie) aanvullende kwalitatieve eisen gesteld worden in de Provinciale Milieu Verordening. Ook kan een vergunning nodig zijn van de grondwaterbeheerder. 4.
Hydrologisch neutraal ontwikkelen Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij mag de natuurlijke GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) niet verlaagd worden en mag bijvoorbeeld bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied de oorspronkelijke landelijke afvoer in de normale situatie niet overschreden worden. Het waterpeil sluit aan bij optimale grondwaterstanden en in poldergebieden worden seizoensfluctuaties toegestaan. 5. Water als kans ”Water” wordt door stedenbouwkundigen bij inrichtingsvraagstukken vaak benaderd als een probleem 2 (“er moet ook ruimte voor water gecreëerd worden, en m zijn duur”). Dat is erg jammer, want “water” kan ook een meerwaarde geven aan het plan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de belevingswaarde van water. Zo is „wonen aan het water‟ erg gewild, een mooie waterpartij met bijbehorend groen wordt door vele inwoners gewaardeerd etc.
6. Meervoudig ruimtegebruik 2 “Er moet ruimte voor water gecreëerd worden, en m zijn duur”. Maar door bij de inrichting van een 2 plangebied ruimte voor twee of meer doeleinden te gebruiken, is het “verlies” van m als gevolg van de toegenomen ruimtevraag vanuit water te beperken. Zo is het in bepaalde gevallen mogelijk om het flauwe talud ook te gebruiken als onderhoudsstrook. Flauwe taluds geven veel ruimte voor buffering van water, maar zijn ook te gebruiken voor recreatieve doeleinden (een fietspad dat af en toe niet te gebruiken is). 7. Voorkomen van vervuiling Bij de inrichting, het bouwen en het beheer van gebieden wordt het milieu belast. Vanuit zijn wettelijke taak ten aanzien van het waterkwaliteitsbeheer streeft het waterschap ernaar om nieuwe bronnen van verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen. Deze bronaanpak is ook verwoord in het Emissiebeheersplan. Het waterschap besteedt hier reeds aandacht aan in de fase van de watertoets, zodat dit aspect als randvoorwaarde kan worden meegenomen in het verdere ontwerpproces. 8. Waterschapsbelangen Er zijn „waterschapsbelangen‟ met een ruimtelijke component.
Dit betreft het volgende: a) ruimteclaims voor waterberging b) ruimteclaims voor de aanleg van natte EVZ‟s en beekherstel c) aanwezigheid en ligging watersysteem d) aanwezigheid en ligging waterkeringen e) aanwezigheid en ligging van infrastructuur en ruimteclaims tbv de afvalwaterketen in beheer van het waterschap. Indien deze belangen een rol spelen in het ruimtelijke plan dan zou hieraan in de toelichting, de voorschriften en de plankaart aandacht besteed moeten worden.
Pagina 2 van 2
Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water NoordBrabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: • Veilig en bewoonbaar; • Voldoende water en robuust watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied.
Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.
Mattijs Brugman Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp: Bijlagen:
Schilder A. (Aart) <A.Schilder@gasunie.nl> woensdag 24 maart 2021 11:31 Mattijs Brugman Schilder A. (Aart) RE: Wettelijk vooroverleg Bestemmingsplan Cuijk, Grotestraat Zuid Standaard artikel Leiding-Gas.docx
Geachte heer Brugman, Bij onderstaand e-mailbericht hebben wij het bovengenoemd concept-ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ontvangen. Het voornoemde plan is door ons getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid. Het voorontwerp geeft ons aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen. Aan artikel 7 Leiding-Gas zouden wij graag een paar zaken toegevoegd zien. In het stadium van het vooroverleg adviseren wij meestal om ons standaard artikel Leiding-Gas integraal over te nemen; dat is het minste werk en dan is het zeker dat dit artikel compleet is. U hoeft dan alleen nog onderdeel 7.5 Wijzigingsbevoegdheid toe te voegen en dan zouden wij daar graag aan toegevoegd hebben dat de dubbelbestemming niet eerder vervalt dan dat er schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Als er nog vragen zijn over dit bericht, dan hoor ik het graag. Met vriendelijke groeten, Aart Schilder Adviseur Omgevingsmanagement Juridische Zaken E: A.Schilder@gasunie.nl T: +31 6 1100 5248 M: +31 6 1100 5248 Van: Mattijs Brugman Verzonden: maandag 15 maart 2021 14:14 Aan: Schilder A. (Aart) Onderwerp: Wettelijk vooroverleg Bestemmingsplan Cuijk, Grotestraat Zuid Geachte heer Schilder, Ik benader u omdat we in 2017-2018 samen hebben gewerkt aan een bestemmingsplan over de N324 te Grave.
Mocht u niet langer de juiste contactpersoon zijn, dan hoor ik graag aan wie ik deze e-mail kan sturen. De gemeente Cuijk is bezig met de ontwikkeling van een woonwijk aan de zuidkant van de Grotestraat te Cuijk. Specifiek ter plaatse van de locaties van de fabriek van Nutricia/Danone en het voormalige Merletcollege. Het plan heeft inmiddels de status van voorontwerpbestemmingsplan en in paragraaf 5.3 Externe veiligheid en bijbehorende notitie wordt aandacht besteed aan de aanwezige gasbuisleiding naar melkpoederfabriek van Nutricia/Danone. De fabriek zal op 31-12-2022 de deuren definitief sluiten waardoor de gasbuisleiding overbodig wordt. In onderhavig plan is daar dan ook rekening mee gehouden. De dubbelbestemming Leiding – Gas is opgenomen om de huidige beschermingszone te handhaven. In de uitwerkingsregels voor de woonwijk is opgenomen dat na het definitief sluiten van de fabriek (die dan ook definitief gemeente-eigendom wordt) de dubbelbestemming mag worden verwijderd. 1
Ik wil u vragen om paragraaf 5.3 en de dubbelbestemming te lezen en een reactie te geven op de inhoud. Uw reactie wordt meegenomen in het besluitvormingstraject. De publicatietekst is bijgevoegd, daar vindt u meer informatie. Vanwege een strakke bestuurlijke planning, zie ik uw reactie graag uiterlijk 13 april 2021 tegemoet. Middels onderstaande link komt u direct bij het voorontwerpbestemmingsplan terecht. https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/?planidn=NL.IMRO.1684.BPCuGrotestrZ-VO01
Met vriendelijke groet, Mattijs Brugman Specialist Ruimtelijk Beleid Cuijk 0485 396 600 | Grave 0486 477 277 | Mill en Sint Hubert 0485 460 300
De gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert werken samen in de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie CGM www.cuijk.nl | www.grave.nl | www.gemeente-mill.nl
This communication is intended only for use by the addressee. It may contain confidential or privileged information. If you receive this communication unintentionally, please let us know by replying immediately. N.V. Nederlandse Gasunie does not guarantee that the information sent with this E-mail is correct and does not accept any liability for damages related thereto.
2
Tekstvoorstel Artikel XX
Dubbelbestemming ‘Leiding-Gas’
x.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding als zodanig aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. x.2
Voorrangsbepaling
De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. x.3
Bouwregels
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in x.1. bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. x.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. x.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: -
het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding.
-
het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
x.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
x.6.1
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding – Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
x.6.2
Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
b.
x.6.3
die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende
c.
bestemming(en) betreffen; zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling
d.
bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden.
x.6.4
Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in x.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
D/21/272280 - Z/19/241155
D/21/272280 - Z/19/241155
D/21/272280 - Z/19/241155
D/21/272280 - Z/19/241155
D/21/272280 - Z/19/241155
D/21/272280 - Z/19/241155
D/21/272280 - Z/19/241155