CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Raamweg Cuijk_toelichting_vastgesteld_01 - Toelichting BP Raamweg Cuijk VA.pdf

Cuijk - commissie Ruimte 31 mei 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter advisering) Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan Raamweg t.b.v. KFC15.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

restaurants, milieucategorie 1 ( aanbevolen afstand 10 meter (en 0 meter

De dichtstbijgelegen gevoelige functies zijn een aantal verspreid liggende burgerwoningen aan de Ewinkel. Deze liggen op een afstand van minimaal ca. 110 meter. Er bestaat derhalve meer dan voldoende afstand tussen het beoogde fastfoodrestaurant met parkeerplaats en de bestaande woningen in de omgeving. Door deze ruimtelijke scheiding behoeft redelijkerwijs niet gevreesd te worden dat een goed woon-en leefklimaat ter plaatse van deze woningen onaanvaardbaar wordt aangetast door dit plan.

4.6

Externe veiligheid

Het wettelijk kader voor risicovolle bedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor het transport van gevaarlijke stoffen is het vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op twee elementen: een harde norm in de vorm van het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde in de vorm van het groepsrisico (GR). De norm -6 voor het plaatsgebonden risico bedraagt één op de miljoen (10 ) per jaar, ofwel 1 op de miljoen blootgestelde personen. Het hanteren van een norm voor het plaatsgebonden risico biedt een basisveiligheidsniveau voor de individuele burger in de omgeving van een risicovolle activiteit. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als -6 grenswaarde. Dat wil zeggen dat kwetsbare objecten buiten de 10 contour moeten zijn gelegen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico-contour ook, maar daar geldt de contour alleen als richtwaarde.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 29

Het groepsrisico gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied (1 % letaliteitgrens) gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de oriënterende waarde. Dit is een richtwaarde waarvan het bevoegd gezag, voldoende gemotiveerd, kan afwijken. Met behulp van de risicokaart Limburg kan een eerste indruk van de risicobronnen in de omgeving van het plangebied worden gemaakt. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede weergegeven van de risicokaart.

uitsnede risicokaart Limburg (plangebied gearceerd)

4.6.1 Bedrijven en transport gevaarlijke stoffen Binnen dit plan wordt een KFC (fastfood)restaurant gerealiseerd. Een dergelijke horecafunctie is een beperkt kwetsbaar object in de zin van artikel 1 uit zowel het Bevi als het Bevt. Volgens de risicokaart zijn in de nabijheid van het plan twee inrichtingen met risicovolle activiteiten aanwezig. Het tankstation op het naastgelegen perceel (3) heeft geen LPG-tank en –verkooppunt en is daarom niet relevant. Inrichting (4) is een tankstation waar wel LPG verkocht wordt. De afstand tot het plan bedraagt 251 meter. Inrichting (5) is een agrarische inrichting, die op grond van de aanwezigheid van een bovengrondse propaantank met een inhoud van 5.000 liter op de risicokaart is aangegeven. De afstand tot deze inrichting bedraagt ruim 600 meter. Beide inrichtingen zijn niet relevant voor het planvoornemen. Ten westen van het plan is de Rijksweg A73 (1) gelegen. Via deze transportroute, die onderdeel uitmaakt van het Basisnet, worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het plan ligt langs wegvaknummer B84, waarover volgens het Basisnet per jaar 3.428 tankauto’s met GF3 (brandbare gassen/ LPG en propaan) passeren. De uiteindelijk PR-contour 10-6/jr bedraagt op het traject 10 meter gemeten van het midden van de weg. Het plangebied ligt op een afstand van ca. 260 meter.

Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART (paragraaf 2.1)) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 30

Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is wel aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van bepaalde stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. Voor de stofcategorie GF3 bedraagt het invloedsgebied maximaal 351 meter. Het plangebied ligt binnen dit invloedsgebied van de A73.

beperkte verantwoordingsplicht groepsrisico Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes is door Econsultancy BV een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld met betrekking tot de risico’s ten aanzien van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg. De verantwoording van het groepsrisico kan beperkt blijven tot de thema’s beheersbaarheid en zelfredzaamheid. Voor een beperkte verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de regionale brandweer/veiligheidsregio. In de omgeving van het plan vinden meerdere risicovolle activiteiten plaats. Een kwantitatieve risico-analyse is echter niet noodzakelijk. Relevante calamiteitenscenario’s zijn explosie, fakkelbrand en toxische wolk. Door het toepassen van: 1. brandwerende en –vertragende materialen in de constructie en; 2. afsluitbare ventilatievoorzieningen kan de kans op slachtoffers verder worden gereduceerd. 3. Ook wordt geadviseerd in het bedrijfsnoodplan de mogelijke scenario’s te benoemen en hoe hierop te handelen. Op 19 december 2019 heeft de regionale brandweer binnen de veiligheidsregio Brabant-Noord geadviseerd over dit plan en over de opgestelde beperkte verantwoording van het groepsrisico.

De regionale brandweer constateert geen problemen ten aanzien van de minimale tweezijdige bereikbaarheid, voldoende bluswatervoorziening, brandweerzorgnorm en zelfredzaamheid van bewoners. De uitvoering van de drie bovengenoemde maatregelen door de initiatiefnemer zal contractueel geborgd worden. Er is dan ook een positief advies afgegeven voor dit plan. Voor de volledige inhoud wordt verwezen naar de beperkte groepsrisicoverantwoording die als bijlage 7 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.6.2 Ondergrondse buisleidingen Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op een explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van het milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit vanaf 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen. Uit de risicokaart Limburg en gegevens van de Gasunie NV blijkt dat er een hogedruk aardgastransportleiding (2) nabij het plangebied is gelegen. Het betreft leiding Z-542-17 met een diameter van 8 inch en werkdruk 40 bar. De inventarisatieafstand van deze leiding bedraagt 95 meter. Het plan is gelegen op meer dan 130 meter en daarmee buiten de inventarisatieafstand. Een kwantitatieve risicoanalyse of verantwoording van het groepsrisico is niet vereist.

4.6.3 Hoogspanningsverbindingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. Op basis van de informatie van o.a. de Netkaart blijkt dat er langs de A73 hoogspanningsverbindingen zijn gelegen. Er geldt voor de aanleg, instandhouding en bescherming van deze bovengrondse hoogspanningsverbindingen een belemmeringenzone van 26 m, gemeten vanuit het hart van de verbinding.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 31

Het plangebied ligt op ca. 140 meter afstand vanaf het hart van de dichtstbijgelegen hoogspanningsverbinding. Daarmee ligt het plangebied ruim buiten de belemmeringenzone.

4.7

Niet Gesprongen Explosieven (NGE)

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers), granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Ook in Cuijk hebben delen van het gemeentelijke grondgebied in de Tweede Wereldoorlog onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden in het besluitgebied ter plaatse van gronden die sinds de Tweede Wereldoorlog niet geroerd zijn, dient uit oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid, onderzoek verricht te worden naar NGE. Explosievenonderzoek brengt de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart. Indien noodzakelijk worden deze explosieven vervolgens verwijderd en onschadelijk gemaakt. De gronden van het plangebied zijn echter sinds de Tweede Wereldoorlog veelvuldig geroerd c.q. verstoord door bebouwing die na de oorlog is opgericht en grondwerkzaamheden. Er zijn hierbij nimmer explosieven aangetroffen. Verder onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

4.8

Ecologie

4.8.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het Natura 2000-gebied‘Sint Jansberg’ ligt op circa 4,3 kilometer afstand het meest nabij het plan. In de directe omgeving op circa 6-7 km afstand liggen tevens de Natura 2000-gebieden ‘Oeffelter Meent’ en ‘De Bruuk’.

plangebied t.o.v. Natura 2000 (geel)

Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen binnen het plangebied zijn, gezien de afstand (± 4,3 km) tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied in combinatie met de aard van de plannen (nieuwbouw horecagelegenheid) niet te verwachten.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 32

Stikstofdepositie De initiatiefnemer is voornemens een nieuw filiaal van de KFC te realiseren aan de Raamweg te Cuijk. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aan-gemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast. Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het programma Aerius Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt.

Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Econsultancy BV te Boxmeer heeft een berekening uitgevoerd van de effecten van het project op de rand van de genoemde Natura 2000-gebieden.De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie ten behoeve van de realisatie van het gebouw. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plangebied. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2020 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator 2020. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Voor het volledige stikstofonderzoek wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 8 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. Het plangebied ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 100 meter ten zuidoosten van het plangebied. Het betreft droog bos met productie.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 33

plangebied t.o.v. NNN (groen)

Initiatiefnemers van ingrepen binnen of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland dienen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities te onderzoeken. De Beersebaan, welke gelegen is tussen het huidige plangebied en het natuurnetwerk, heeft door de productie van licht en geluid reeds een invloed op het nabij gelegen Natuurnetwerk. Omdat deze weg als een barrière tussen het Natuurnetwerk en het plangebied ligt, zullen bij de ontwikkeling van de horecagelegenheid de omgevingscondities ten opzichte van de oorspronkelijk situatie niet significant veranderen, waardoor effecten op de essentiële kenmerken en waarden op voorhand zijn uit te sluiten. Houtopstanden De bomen/ eiken die langs de Raamweg staan maken deel uit van de bomenhoofdstructuur en mogen alleen bij hoge uitzondering gekapt worden. Zij passen echter in het plan v.w.b. het toekomstig gebruik. Voor de overige bomen (iepen) geldt deze bescherming niet maar moeten voor een evt. kap onderzocht worden op de aanwezigheid van broedende vogels.

4.8.2 Soortenbescherming Het plangebied is volledig onbebouwd. Aan de noord- en oostzijde bevindt zich de Raamweg met aan de overzijde grasland en een kleine groenstrook. Aan de westzijde bevindt zich een onbemand tankstation. Aan de zuidzijde bevindt zich een sloot, de Beersebaan en aan de overzijde grasland. Water is binnen het plangebied zelf niet aanwezig. Econsultancy BV te Boxmeer heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd binnen het plangebied teneinde vast te stellen wat de eventuele gevolgen van dit plan zijn voor beschermende flora en fauna. De aanwezigheid van geschikt habitat binnen het plangebied voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel . In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 34

overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen

Conclusie Het plangebied biedt minimaal geschikt habitat voor de alpenwatersalamander, echter kan door de aanwezigheid van de sloot direct ten zuiden van de onderzoekslocatie een zwervend individu niet worden uitgesloten. Aangezien de vaste rust- en verblijfsplaats van de soorten niet in het geding komt is een ontheffingsaanvraag niet per definitie noodzakelijk, maar dienen er in het kader van de algemene zorgplicht wel maatregelen getroffen te worden om eventueel voorkomende individuen te beschermen gedurende de werkzaamheden. Verder kunnen overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels worden voorkomen door de te verwijderen bomen – met daarin eventuele nesten - buiten het broedseizoen te verwijderen. Daarnaast dient bij werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van onder andere algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar de quickscan flora en fauna dat als bijlage 9 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.9

Cultuurhistorie en archeologie

Binnen het plangebied zijn geen rijks -of gemeentelijke monumenten gelegen. Ook ligt het plangebied niet binnen een molenbiotoop. De gemeente Cuijk heeft een Archeologisch Beleidsplan Cuijk (2009) vastgesteld. Bij het beleidsplan hoort een archeologische beleidskaart. In het beleidsplan is aangegeven hoe in bestemmingsplannen omgegaan dient te worden met archeologie en in de bijlage van het plan zijn voorbeeldregels opgenomen. De voorbeeldregels zijn gekoppeld aan de gebieden van de archeologische beleidskaart.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 35

Volgens deze archeologische beleidskaart is het plangebied grotendeels gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting en voor een heel klein deel in een gebied met een middelhoge verwachting. Dit zijn gebieden die bestemd (moeten) worden als ‘Waarde-archeologie 5’. In gebieden met een lage verwachting behoeft niet gevreesd te worden dat bodemingrepen leiden tot verstoring van historisch relevant bodemarchief. Archeologie legt hier geen beperkingen op voor ruimtelijke (bouw) ontwikkelingen. In gebieden 2 waar ‘Waarde-archeologie 5’ geldt is archeologisch onderzoek alleen noodzakelijk indien er meer dan 2500 m oppervlak verstoord wordt met een diepte van meer dan 50 cm. In casus doet zich dat hier echter niet voor. Omdat deze waarde echter wel over een (klein) deel van het plangebied ligt, is in dit plan wel de dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie 5’ opgenomen.

uitsnede archeologische beleidskaart

4.10 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt in directe zin ontsloten via de Raamweg. De Raamweg loopt parallel aan de A73 en heeft verkeerskundig vooral een functie als erftoegangsweg. Ter hoogte van het plangebied geldt een maximumsnelheid van 80 km/u-regime. Het bestaande profiel is op deze functie afgestemd. De Raamweg sluit aan op c.q. gaat over in de Beersebaan (N321). Via de Beersebaan is het plangebied zowel vanuit het centrum van Cuijk als vanaf de A73 binnen enkele minuten voor autoverkeer bereikbaar. Zowel langs de Raamweg als langs de Beersebaan ligt een afgescheiden fietspad, zodat het plangebied met het KFC restaurant ook goed en veilig bereikbaar is voor fietsers. De verkeersgeneratie van de exploitatie van de KFC zal circa 337 personenauto’s per weekdag bedragen. Ten behoeve van de bevoorrading zullen er per week 5 vrachtwagens aan en af rijden. Uitgaande van deze gegevens genereert het plan in totaal 675 verkeersbewegingen per weekdag, waarvan 0,21% vrachtverkeer. Deze verkeersgeneratie is zeer beperkt t.o.v. het bestaande verkeersaanbod op beide wegen en t.o.v. de autonome verkeersontwikkeling op deze wegen tot 2030. Het project zorgt ook voor het grootste deel niet voor meer verkeersaanbod, maar realiseert een extra horecavoorziening waar het verkeer dat nu al gebruik maakt van de Beersebaan, de Raamweg en de A73, een beroep op kan doen.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 36

De interne verkeersstructuur leidt het verkeer via de nabijgelegen carpoolplaats of het naastgelegen tankstation naar de parkeerplaats van de KFC-vestiging. Het verkeer kan dan of via dezelfde carpoolplaats dan wel via een centrale uitrit het terrein weer verlaten. Het parkeerterrein is qua profiel/dimensionering zodanig ontworpen dat tweerichtingsverkeer veilig en efficiënt kan plaatsvinden. Verwezen wordt hier naar de inrichtingstekening die in paragraaf 2.2.2 van deze plantoelichting is opgenomen. Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de 'Parkeernota Cuijk 2016-2023, bijlage ‘Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Cuijk 2016 – 2023’ (d.d. 3 augustus 2019). In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW voor auto’s en fietsen vertaald naar parkeernormen voor de gemeente Cuijk. De ligging van een gebied bepaalt mede de parkeernorm. Cuijk is daarom ingedeeld in vier deelgebieden: 1. Centrum; 2. Schil/overloopgebied; 3. Rest bebouwde kom; 4. Buitengebied. Binnen de kern Cuijk bevindt zich het centrumgebied en het zogenaamde schil/overloopgebied. De overige wijken van Cuijk en de bebouwde kom van de overige kernen behoren tot de rest bebouwde kom. De overige gebieden behoren dan tot het buitengebied. Het plangebied valt onder het deelgebied ‘rest bebouwde kom’.

In de tabellen 1.6 en 3.4 van de bijlage ‘Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Cuijk 2016 – 2023’ staan parkeernormen voor auto’s respectievelijk fietsen ten behoeve van horecafuncties. Voor fastfoodrestaurants zijn (nog) geen ‘harde’ parkeerkencijfers bekend, maar hanteert de gemeente Cuijk een algemenere normering met een bandbreedte. Zie hiervoor onderstaande tabel 1.6.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 37

Het plan zal gaan voorzien in 45 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm in het 2 2 gemeentelijke parkeerbeleid (uitgangspunt restaurant: 400 m BVO/11 parkeerplaatsen(pp)/100 m BVO = 4 x 11 pp= 44 pp). Hierbij wordt nog opgemerkt dat niet alle gasten en personeelsleden per auto zullen komen. Een deel zal ook per fiets, scooter e.d. komen. Toepassing gevend aan de fietsparkeernormen uit tabel 3.4 zal voorzien worden in 10 fietsrekken.

4.11 Waterhuishouding 4.11.1 Algemeen Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is derhalve de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Het plangebied is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Aa en Maas en de gemeente Cuijk. Vanuit de gemeente Cuijk wordt afvoer van schoon hemelwater van nieuwe verhardingen naar het rioolstelsel niet meer toegestaan. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is wordt daarin een watertoets verricht.

4.11.2

Waterhuishoudkundige situatie en afvoerend verhard oppervlak

Econsultancy BV te Boxmeer heeft een watertoets voor deze planontwikkeling uitgevoerd. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland en is volledig onbebouwd en onverhard. Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van een horecagelegenheid in combinatie met de realisatie van de ontsluiting en de openbare ruimte. Geohydrologisch onderzoek naar de bodemdoorlatenheid (K-waarde) binnen het plangebied wijst uit dat de K-waarde 0,1 m/dag bedraagt. Hierdoor is de bodemdoorlatendheid als ‘slecht’ te kwalificeren.

K-waarden plangebied (bron: Econsultancy BV)

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 38

2

Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlak toenemen met 2.225 m . Het waterschap Aa en 2 2 Maas stelt dat bij een toename van het verhard oppervlak tussen 2.000 m en 10.000 m compenserende maatregelen moeten worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Op basis van de toekomstig en af te koppelen verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave in totaal 3 2 circa 134 m (2.225 m x 0,06 m).

4.11.3 Randvoorwaarden en uitgangspunten In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan een groot effect heeft (groot waterbelang). Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:          

100% afkoppeling van verhard oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is 2 uitgegaan van 2.225 m . Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over 2 het aantal m . 3 Waterbergingsopgave 134 m . GHG is ingeschat op 9,0 m +NAP (1,3m -mv). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.

4.11.4 Hemelwaterafvoersysteem In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar worden verwerkt conform de uitgangspunten en beleid van het bevoegd gezag. Het planvoornemen biedt de mogelijkheid om hemelwater bovengronds te bergen door de aanleg van een wadi aan de oostzijde van het plan. Wanneer over een lengte van 40 m een wadi wordt aangelegd met een diepte van 1,0 meter zal, uitgaande van een talud van 1 op 1,5, de wadi een breedte moeten hebben van 6,5 meter om de totale wateropgave te kunnen bergen. In een dergelijke situatie is in het systeem nog en waking aanwezig van 0,2 meter.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 39

De kengetallen van de wadi zijn opgenomen de onderstaande tabel.

Op de onderstaande afbeelding is een globale situering van de bergingsvoorziening weergegeven.

Het vullen van de voorziening kan via maaiveld, op conventionele wijze middels kolken en verbuizing, permeoblokken en/of lijn,- molgoten. Met deze invulling wordt bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en wordt hemelwater op een duurzame wijze verwerkt. De ontwikkeling is daarmee hydrologisch neutraal.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 40

4.11.5 Lediging Op basis van de bodemopbouw, textuur als ook de onderzoeksresultaten van het uitgevoerde doorlatendheidsonderzoek zal de voorziening naar verwachting zeer traag ledigen. Om een snellere lediging van het systeem te waarborgen zal tijdens de verder planvorming onderzocht moeten worden welke maatregelen de infiltratiecapaciteit kunnen verbeteren. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen van grindpaden dan wel verticale infiltratie units of door lokaal de aanwezige storende lagen weg te graven en aan te vullen met goed doorlatend materiaal.

4.11.6 Calamiteit Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen. De technische mogelijkheid hiertoe zullen tijdens het verdere planproces in overleg met het bevoegd gezag bekeken moeten worden.

4.11.7 Riolering Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving.

4.11.8 Keur De planlocatie wordt aan de zuidzijde begrensd door een primaire (A)- watergang en bijbehorende beschermingszone. De ligging en begrenzing van de beschermingszones zijn vastgelegd in de Legger Oppervlaktewater van het Waterschap Aa en Maas. Op basis van de huidige planinvulling, ligging watergang en beschermingszone is de ontwikkeling niet gelegen binnen deze beschermingszone.

4.11.9 Kwaliteit In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijk gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.

4.11.10 Advies waterschap Aa en Maas Vooroverleg met en advies van het waterschap Aa en Maas maakt onderdeel uit van de watertoets. Het waterschap heeft via een e-mailbericht d.d. 22 december 2020 gereageerd. Het plan geeft het waterschap geen aanleiding tot het indienen van een zienswijze. Wel vraagt het waterschap aandacht voor het volgende. Nabij het plangebied ligt een A-watergang. Rondom een dergelijk watergang geldt aan weerszijde een beschermingszone van 5 meter. Deze zone dient vrijgehouden te worden van obstakels. Dit is beschreven in de watertoets (bijlage 10), maar niet in de toelichting. Vandaar het verzoek om de A-watergang inclusief de beschermingszone expliciet te benoemen in de plantoelichting. De toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is daarop aangepast. Voor de volledige watertoets wordt verwezen naar de rapportage die als bijlage 10 integraal deel uitmaakt van deze plantoelichting.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 41

HOOFDSTUK 5 5.1

JURIDISCHE VORMGEVING

Algemeen

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen:  plantoelichting  planregels;  verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. Verder voldoet dit bestemmingsplan aan de (digitale eisen) uit de 'Bijlage opstellen ruimtelijke plannen in de gemeente Cuijk (versie 1 -januari 2013)' en aan de volgende RO-standaarden 2012:  Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012)  Informatiemodel Ruimtelijke Ordening Planteksten (IMROPT2012)  Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012  SVBP2012 Functielijst (Bijlage)  PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012;  Praktijkrichtlijn Analoge Bestemmingsplankaart (PRABPK2012)  Praktijkrichtlijn Planteksten (PRPT2012)  Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012 

5.2

Praktijkrichtlijn Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (PRTRI2012)

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik.

5.3

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen op de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een kadastrale ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. De verbeelding is opgezet volgens de schaal 1:1000. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn er echter geen verschillen te vinden.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 42

5.4

Toelichting op de regels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de Wijze van meten (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd. De bestemmingsregels van een bestemmingsplan bevatten regels omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en bebouwing. Per onderscheiden bestemming is een apart artikel gemaakt. In het onderhavige bestemmingsplan zijn drie bestemmingen gebruikt: ‘Groen’, ‘Horeca’ en ‘Waarde-Archeologie 5’ (artikelen 3 t/m 5). Per bestemming is in de bestemmingsomschrijving aangegeven welke doeleinden binnen die bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt verder aangegeven welke bebouwing mogelijk is binnen de betreffende bestemming. Tevens kunnen Burgemeester en Wethouders nadere eisen stellen aan de situering van gebouwen en de inrichting van gronden.

Daarnaast zijn in de voorkomende gevallen per bestemming flexibiliteitsregels opgenomen, in de vorm van een afwijkingsmogelijkheid voor het bevoegd gezag om in nader aangegeven gevallen van de bouw-of gebruiksregels te kunnen afwijken. Groen Het stedelijk groen heeft de bestemming 'Groen' en is gericht op de stedelijke groenstructuren van enige omvang. De kleinere groenelementen zijn binnen de overige bestemming ‘Horeca’ toegestaan als ondergeschikt gebruik. Horeca De bestemming 'Horeca' kent bouw- en gebruiksregels om het concrete project (dat wil zeggen het fastfoodrestaurant en de reclamezuil) te bouwen en te gebruiken. Zo wordt er via een set specifieke bouwregels concreet gestuurd op de ligging en maximale omvang van het restaurant (via het bouwvlak afstanden tot perceelgrenzen), de (goot)hoogte en afdekking alsmede de ligging en hoogte van de reclamezuil. Waarde - Archeologie 5 De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

Onder andere dient voor het bouwen de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,50 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. In de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling (artikel 6), de algemene bouwregels (artikel 7) en de algemene gebruiksregels (artikel 8). In de algemene gebruiksregels (artikel 8.2) zijn de nieuwe parkeerregels opgenomen. De parkeerregels hebben zowel betrekking op bouwplannen als het veranderen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken. Bij bouwplannen gaat het om de toe- of afname van bebouwing, waardoor de benodigde capaciteit aan parkeervoorzieningen kan veranderen. In de parkeerregels wordt verwezen naar de ‘Nota Parkeernormen Auto en fiets Gemeente Cuijk 2016 -2023’, waarin de parkeernormen zijn opgenomen. Daarbij is aangegeven dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening gehouden dient te worden met het gewijzigde beleid. De ‘Nota Parkeernormen Auto en fiets Gemeente Cuijk 2016 -2023’ is niet opgenomen in de bijlage van de regels, omdat deze gedurende de planperiode (10 jaar) aan verandering onderhevig kan zijn.

Om te voorkomen dat per ongeluk een verouderde nota wordt gebruikt, is de geldende nota alleen terug te vinden op de overheidswebsite https://www.officielebekendmakingen.nl.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 43

Verder bevatten de Algemene regels nog de algemene aanduidingsregels (artikel 9) waarin de belangen van Defensie zijn veiliggesteld door middel van regelingen die de bouwhoogten binnen zowel de funnel als het radarverstoringsgebied van de militaire vliegbasis Volkel beperken. Ook bevat dit hoofdstuk algemene afwijkingsregels (artikel 10), algemene wijzigingsregels (artikel 11), procedureregels (artikel 12) en overige regels (artikel 13). In de Overgangs- en slotregels zijn het overgangsrecht (artikel 14) en de slotregel (artikel 15) opgenomen.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 44

HOOFDSTUK 6 6.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid: kostenverhaal en planschade

De realisatie van het project geschiedt voor rekening van JP Real Estate I. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. Verder zijn de gronden toekomstig eigendom van JP Real Estate I. Deze gronden zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. Kostenverhaal is geregeld in een tussen de gemeente Cuijk en JP Real Estate I gesloten verkoop-en anterieure-overeenkomst. Door de vaststelling van deze overeenkomst is het verhaal van de gemeentelijke kosten van de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden afdoende verzekerd. Hierdoor behoeft een exploitatieplan door de gemeenteraad niet vastgesteld te worden (artikel 6.12 leden 1 en 2, onder a Wro). Hierdoor is dit plan economisch uitvoerbaar. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de vergoeding voor eventuele planschade, als bedoeld in artikel 6.1 lid 1 Wro, die voortvloeit uit de vaststelling van het bestemmingsplan voor de realisatie van het project.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid: omgevingsdialoog

Als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening verzoekt de gemeente Cuijk aan de initiatiefnemers met betrekking tot dit project een zorgvuldige omgevingsdialoog te voeren met omwonenden en andere belanghebbenden. Hierbij geldt dat de uitkomst van de omgevingsdialoog geen toetsingsgrond vormt voor het wel of niet meewerken aan de vaststelling van het bestemmingsplan. De gemeente beoordeelt uitsluitend of de omgevingsdialoog op een (voldoende) zorgvuldige wijze is gevoerd. Op dinsdagavond 15 september 2020 heeft de omgevingsdialoog met omwonenden plaatsgevonden. Van deze dialoog is een verslag gemaakt dat als bijlage 11 bij deze plantoelichting is gevoegd.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 45

HOOFDSTUK 7 7.1

HANDHAVING

Algemeen

Een belangrijk aspect in de uitvoering van het bestemmingsplan is van juridische aard. Het betreft hier handhaving en toezicht op de naleving van de voorschriften in het bestemmingsplan. Handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Handhaving is bovendien van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. Een goede handhaving begint al bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. Indien bij het maken van het bestemmingsplan met een aantal factoren rekening wordt gehouden, kan de handhaving van het plan na inwerkingtreding worden vereenvoudigd. Het betreft hier de volgende factoren:  Voldoende kenbaarheid van het plan.  Voldoende maatschappelijk draagvlak.  Een inzichtelijke en realistische regeling.  Actief handhavingsbeleid. Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de voorschriften worden overtreden. Indien deze maatregelen achterwege blijven, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.

Uiteraard draagt het gemeentebestuur de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan. Temeer waar deze regels uitsluitend betrekking hebben op hoofdzaken, zal op de naleving van het bestemmingsplan met stiptheid worden toegezien.

7.2

Visie handhaving plangebied

Handhaving kan preventief en repressief gebeuren. De gemeente staat een actief handhavingsbeleid voor, waarbij net principe “handhaven, tenzij” leidend is. Illegale situaties worden niet gedoogd. Handhaving van de gewenste situatie staat voorop. Onder “tenzij” wordt verstaan dat er bestuurlijk verantwoording wordt genomen voor een expliciet genomen afwijkend gedoogbesluit. Dit afwijkende besluit moet en zal als zodanig ook naar buiten kenbaar worden gemaakt, zodat hierover democratisch verantwoording kan worden afgelegd. Uitgangspunt in de actieve handhaving is: 'Niet alles hoeft en kan tegelijkertijd en in dezelfde mate worden gehandhaafd'. Er zullen jaarlijks keuzes moeten worden gemaakt omtrent prioritering in norm en tijdsvolgorde. Hieruit volgt de volgende werkwijze: stellen van prioriteiten, actief onderzoeken en controleren, en snel ten uitvoer leggen van handhavingsbesluiten.

7.3

Middelen

Voor het actieve handhaven heeft de gemeente de volgende middelen tot haar beschikking:  voorlichting;  treffen van (fysieke) maatregelen die gewenst gedrag bevorderen;  toezicht;  sanctionering;  tenuitvoerlegging sancties.

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 46

HOOFDSTUK 8

8.1

PROCEDURE

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan digitaal toegezonden aan: 1. Waterschap Aa en Maas; 2. Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant; Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hadden geen opmerkingen over dit plan. Het waterschap heeft via een e-mailbericht d.d. 22 december 2020 gereageerd. Het plan geeft het waterschap geen aanleiding tot het indienen van een zienswijze. Wel vraagt het waterschap aandacht voor het volgende. Nabij het plangebied ligt een A-watergang. Rondom een dergelijk watergang geldt aan weerszijde een beschermingszone van 5 meter. Deze zone dient vrijgehouden te worden van obstakels. Dit is beschreven in de watertoets (bijlage 10), maar niet in de toelichting. Vandaar het verzoek om de A-watergang inclusief de beschermingszone expliciet te benoemen in de plantoelichting. De toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is daarop aangepast.

8.2

Inspraak voorontwerpbestemmingsplan

In verband met dit bestemmingsplan heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden. Derhalve behoefte er daarnaast geen inspraak meer te worden opgesteld tegen het voorontwerpbestemmingsplan.

8.3

Procedure ontwerpbestemmingsplan

Overeenkomstig artikel 3.8 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf woensdag 9 december 2020 tot en met dinsdag 19 januari 2021 ter inzage gelegen bij de publieksbalie in het gemeentehuis en op www.ruimtelijkeplannen.nl, onder ID-nummer: NL.IMRO.1684.BPCuRaamwegCuijk-ON01. Bekendgemaakt is dat eenieder gedurende deze termijn zowel schriftelijk als mondeling zijn zienswijze omtrent het ontwerpplan kenbaar kon maken bij de gemeenteraad. Op 5 januari 2021 heeft er verder nog een digitale informatie-avond vanuit de gemeente plaatsgevonden. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn er diverse zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijzen is het definitieve bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De oorspronkelijke regeling om een reclamemast van maximaal 51 meter hoog te bouwen is uit het definitieve bestemmingsplan gehaald en is vervangen door een reclamezuil van maximaal 8 meter. Voor de volledige reactie op alle zienswijzen wordt verwezen naar de Nota van Zienswijzen die als bijlage 12 bij deze plantoelichting is gevoegd.

| bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

Pagina | 47

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1: Behoefteonderzoek en LDV Bijlage 2: Situatietekening Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Verkennend asbestonderzoek Bijlage 5: Nader asbestonderzoek Bijlage 6: Onderzoek luchtkwaliteit Bijlage 7: Quickscan externe veiligheid en beperkte groepsrisicoverantwoording Bijlage 8: Stikstofonderzoek Bijlage 9: Quickscan flora en fauna Bijlage 10: Wateronderzoek/watertoets Bijlage 11: Omgevingsdialoog Bijlage 12: Nota van Zienswijzen

|bestemmingsplan Raamweg Cuijk | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=c89081f9-e4e1-4689-aded-cd2e2df000fc