05. toelichting vabp Grootvenseweg 26 Sint Hubert.pdf
Tekst van het document
Gezien het feit dat met de voorgenomen ontwikkeling het aantal vierkante meters verhard oppervlak niet zal toenemen (dus minder dan 2.000 m²) en het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen, is de verwachting dat Waterschap Aa en Maas geen of weinig inhoudelijke opmerkingen bij het planvoornemen zal hebben. Bij mail van 2 juli 2020 is dit vanuit de Digitale Watertoets bevestigd. Beleid Waterschap Aa en Maas Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016-2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: ✓ Veilig en bewoonbaar ✓ Voldoende water en robuust watersysteem ✓ Schoon water ✓ Gezond en natuurlijk water ✓ Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap: Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
33
Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Waterparagraaf Huidige situatie Het plangebied is momenteel bebouwd met de woonboerderij met daarin 1 woning en voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en verhard met inritten, terras e.d. Grootte plangebied: ca. 5.000 m² Onverhard oppervlak: ca. 3.700 m² Verhard oppervlak: ca. 1.300 m² Hemelwater Het hemelwater is afgekoppeld en wordt deels op het eigen perceel geloosd in de tuin, waar het water infiltreert in de bodem. Deels ook wordt dit hemelwater opgevangen in een bezinkput. Afvalwater Van afvalwater wordt afgevoerd via de riolering (vrijvervalriool). Grondwater De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) bevinden zich op circa 55 cm respectievelijk circa 125 cm onder maaiveld.
Oppervlaktewater Binnen het plangebied of de directe omgeving daarvan is geen oppervlaktewater aanwezig. Waterbergingsopgave/Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is binnen het plangebied sprake van de aanwezigheid van een woonboerderij met daarin 2 woningen met bijgebouwen en erfverharding. Het verhard oppervlak zal daarbij afnemen. Grootte plangebied: ca. 5.000 m² Onverhard oppervlak: ca. 3.725 m² Verhard oppervlak: ca. 1.275 m² De afname van het verhard oppervlak bedraagt daarmee ca. 25 m².
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
34
Hemelwater Het hemelwater bij de bestaande en nieuwe woning blijft ook in de toekomstige situatie afgekoppeld. Het afgekoppelde hemelwater van beide woningen wordt naar een nieuw aan te leggen poel op het bijbehorende agrarische perceel geleid. Vanuit deze poel kan het hemelwater infiltreren in de bodem. Afvalwater Het afvalwater wordt geloosd op de onder de Grootvenseweg aanwezige riolering. Daarvoor zal een nieuwe aansluiting op dit riool gemaakt worden. De capaciteit van deze riolering is voldoende groot om het afvalwater van één extra woning te verwerken. Grondwater Het planvoornemen heeft geen invloed op de grondwaterstand en de maaiveldhoogte. Oppervlaktewater Binnen het plangebied of de directe omgeving daarvan is geen oppervlaktewater aanwezig. Bouwmaterialen Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt bij de realisering van het planvoornemen afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals zink en koper) in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen zoals goten en leidingen. Vergunningen In deze waterparagraaf is de waterbergingsopgave van het plangebied bepaald en ingevuld met een passend ontwerp voor hemelwater, grondwater en afvalwater. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen worden.
4.2.2 Archeologie Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Zo ook navolgende bepaling omtrent de archeologische monumentenzorg.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
35
De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeente Mill en Sint Hubert heeft eigen archeologiebeleid ontwikkeld. De gemeenteraad heeft in 2012 de Nota Archeologiebeleid en de archeologische beleidskaart vastgesteld. Archeologische waarden Conform beleid en bijbehorende beleidskaart archeologie ligt het plangebied in een zone van categorie 4 (met een hoge archeologische verwachting). De vrijstellingsdrempel is bij categorie 4 een bodemingreep met een oppervlakte van 250 m² en een verstoringsdiepte van 0,4 m beneden maaiveld. Vrijstelling kan worden verleend als één of beide drempels niet worden overschreden. Daarvan is in het kader van het planvoornemen sprake. Het planvoornemen voorziet enerzijds in de realisering van een extra woning in een bestaande woonboerderij. Hierbij is geen sprake van een bodemingreep. Anderzijds wordt een agrarisch bedrijfsgebouw gesloopt en worden bijgebouwen bijgebouwd. Ter plaatse van de te slopen bebouwing is in het verleden bij de bouw van die bebouwing de grond al verstoord. Naar verwachting worden hier geen waardevolle archeologische objecten meer aangetroffen.
Het oppervlak van de nieuw te realiseren bijgebouwen bedraagt ca. 190 m². De oppervlakte van de bodemingreep ligt daarmee onder de vrijstellingsdrempel. Archeologisch onderzoek kan in het kader van het planvoornemen dan ook achterwege blijven. In het vigerende bestemmingsplan zijn de archeologische categorieën vertaald in 3 dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’. Gebieden uit categorie 4 met een hoge archeologische verwachting vallen daarbij binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Deze dubbelbestemming wordt in voorliggend bestemmingsplan gecontinueerd. 4.2.3 Cultuurhistorie Kader Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. De CHW geeft verder de meest recente erfgoedinformatie van het rijk, met archeologische en bouwkundige monumenten, met archeologische verwachtingswaarden en met beschermde stads- en dorpsgezichten.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
36
Cultuurhistorische waarden Het plangebied is onderdeel van regio ‘Peelrand’. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Enkele kastelen, diverse kloosters en de Peel-Raamstelling verlenen het gebied extra cultuurhistorische betekenis. De ontwikkelingsstrategie voor de regio is gericht op: ✓ behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio ✓ de cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Het landschap bestaat uit een ensemble van landgoederen. Bijzonder voor dit gebied zijn de grootschalige, jonge ontginningen waarvan de landgoederen deel uitmaken. De lange rechte lijnen worden grotendeels bepaald door laatmiddeleeuwse dorpsgrenzen. De laanbeplantingen zijn vaak monumentaal.
De ontwikkelingsstrategie voorziet in het behoud en beter beleefbaar maken van het monumentaal ontginningslandschap met grote lijnen, zoals lanen, natuurontwikkeling, waterberging en economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit en het vergroten van de cultuurhistorische waardering door het vergroten van de beleving. Het planvoornemen is dermate beperkt van aard en omvang dat dit niet van invloed is op bovengenoemde cultuurhistorische waarden. Het planvoornemen betreft de realisering van een extra woning binnen een bestaande woonboerderij binnen bestaand bebouwd gebied en heeft daarmee geen invloed op de structuur van landgoederen in het omliggende buitengebied. De boerderij Grootvenseweg 26 is als overige bouwkunst aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. Bij de realisering van de extra woning in de boerderij zal rekening worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De vorm en uitstraling van de boerderij worden niet aangetast. Ten behoeve van een voldoende lichttoetreding worden wel enkele gevelopeningen aangepast. De verder in de omgeving van het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden beperken zich tot de molenbiotoop rond de Heimolen. Binnen deze molenbiotoop gelden beperkingen ter bescherming van de functie van de molen als werktuig en van zijn waarde als landschapsbepalend element.
De molenbiotoop reikt over het achterste gedeelte van het plangebied, waar alleen bijgebouwen mogen worden opgericht. De maximum bouwhoogte van deze bijgebouwen vormt geen beperking voor het functioneren van de molen.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
37
4.2.4 Flora en fauna Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Daarmee is de integratie van de Natuurbeschermingswet (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet een feit. In de Wnb is zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming geregeld. Bij gebiedsbescherming gaat het om aangewezen natuurgebieden en bij soortenbescherming gaat het om de bescherming van vogels en andere diersoorten en planten. In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en dan met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Er mogen geen mogelijkheden worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand redelijkerwijs kan worden ingezien dat in het kader van de Wnb geen ontheffing zal worden verleend. In het kader van de gebiedsbescherming moet getoetst worden in hoeverre het planvoornemen significante effecten heeft op natuurgebieden in de omgeving. In ieder geval moet daarbij gekeken worden naar de effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Op basis van de geldende bestemmingsregeling zijn de gronden binnen het gehele plangebied al te benutten voor de woonfunctie.
Bij het opstellen van de geldende bestemmingsregeling is reeds geoordeeld dat geen soorten aanwezig zijn die het gebruik voor de woonfunctie in de weg staan. Ten behoeve van de woningsplitsing treden er nauwelijks of geen wijzigingen op in de bestaande ruimtelijke situatie. De extra woning wordt gerealiseerd binnen de bestaande woonboerderij. Daarbij vinden slechts beperkte ingrepen plaats in de verschijningsvorm van de boerderij. De hoofdmassa blijft ongewijzigd. Dit gegeven, gevoegd bij de ligging in bebouwd gebied, rechtvaardigt de aanname dat nog steeds geen soorten aanwezig zijn, die de realisering van een extra woonfunctie in de weg staan. Onderdeel van het planvoornemen is ook de sloop van een deel van de agrarische bedrijfsbebouwing, de bouw van nieuwe bijgebouwen en de gedeeltelijke herinrichting van het onderliggende perceel. In dat kader heeft onderzoek naar aanwezige beschermde soorten flora en fauna in het plangebied plaatsgevonden. In de “Quickscan soortenbescherming Grootvenseweg 26 te Sint Hubert” (AgrifirmExlan, 2021) zijn de effecten op beschermde soorten onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. De effecten van de ingreep luiden als volgt. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats.
De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
38
De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. De instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang. Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie en aanbevelingen Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3.
Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het planvoornemen en de daarbij behorende werkzaamheden, zullen naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
39
Gebiedsbescherming Het plangebied of de directe omgeving daarvan maakt geen deel uit van het NNN of Natura 2000-gebieden. De bospercelen rond de Wanroijseweg zijn wel onderdeel van het NNN, maar liggen op circa 220 m of meer van het plangebied. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied, de Oeffelter Meent, is gelegen op een afstand van ca. 10 km of meer. Omdat het planvoornemen daarnaast ook niet voorziet in het opstarten van activiteiten, die een grotere impact kunnen hebben op natuurgebieden in de wijdere omgeving (binnen een bestaand woongebied wordt één extra woning toegevoegd), mag aangenomen worden dat het planvoornemen geen nadelige gevolgen heeft voor de gebiedsbescherming. Stikstofdepositie Voor veel projecten geldt een vergunningsplicht (gebiedsbescherming Natura 2000) of een uitgebreidere motivatieplicht om aan te tonen dat een project geen effect heeft op Natura 2000 gebieden. Een omgevingsvergunning kan alleen verleend worden als er aangetoond is dat van de bijbehorende stikstofemissie geen effect te verwachten valt op Natura 2000 gebieden. De depositie van stikstof in het natuurgebied mag niet boven de 0,00 mol N/ha/jaar uitkomen. Het planvoornemen betreft de toevoeging van een extra woning in een bestaande woonboerderij. Door de Rijksoverheid is de “Handreiking woningbouw en AERIUS” uitgegeven.
In deze handreiking is een overzicht van de ‘Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied’ opgenomen. Uit dit overzicht blijkt onder meer dat de indicatieve depositie van 50 woningen op een afstand van 10 km tot het natuurgebied 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Daar vanuit gaande kan worden gesteld dat ook de depositie van 1 woning op een afstand van 10 km tot het natuurgebied niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. 4.2.5 Verkeer en parkeren De extra woning wordt ontsloten via de Grootvenseweg. Op basis van CROW-publicatie “Toekomstbestendig parkeren” bedraagt de verkeersgeneratie van 1 burgerwoning circa 8 motorvoertuigbewegingen/weekdagetmaal. De capaciteit van de Grootvenseweg is voldoende groot om deze beperkte hoeveelheid extra verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Conform de parkeernorm, zoals die is vastgelegd in het bestemmingsplan “Kom Sint Hubert”, zijn bij een extra woning onder verwijzing naar de meest recente CROWparkeerkencijfers ten minste 2,2 parkeerplaatsen noodzakelijk. Op eigen terrein wordt voorzien in de realisering van 2 parkeerplaatsen op een verbrede oprit (naast elkaar), zodat daarvoor geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de openbare ruimte.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
40
4.2.6 Duurzaamheid Duurzaam ontwikkelen Duurzame ontwikkeling is te zien als een ontwikkelingsproces, waarbij gestreefd wordt naar het tot stand brengen van een duurzame samenleving. Dit gebeurt door in alle stadia van een planproces kansen en mogelijkheden te benutten voor het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een zo laag mogelijke milieubelasting, en deze in de tijd weten te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Ook de gemeente Mill en Sint Hubert heeft in haar beleidsdoelstellingen duurzaamheid opgenomen en wenst deze structureel in ontwikkelingsplannen op te nemen. Met het planvoornemen wordt nauw aangesloten bij voorgaande uitgangspunt. Er is geen sprake van onnodig nieuw ruimtebeslag. Het planvoornemen wordt binnen de bestaande woonboerderij op een bestaand woonperceel gerealiseerd. Daarnaast zal bij de realisering van de extra woning, de (her-)bouw van bijgebouwen en de herinrichting van het perceel zoveel mogelijk gebruikt worden gemaakt van duurzame materialen en technieken. 4.2.7 Conclusie Vanuit de fysieke aspecten bestaan geen bezwaren tegen het planvoornemen. Door de uitvoering van de voorgestelde maatregelen voor de afkoppeling van het hemelwater en de inachtneming van de zorgplicht met betrekking tot flora en fauna heeft het planvoornemen geen negatieve effecten op de fysieke aspecten.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
41
4.3 Economische aspecten 4.3.1 Kostenverhaal Voor het doorlopen van de planologische procedure worden door de gemeente Mill en Sint Hubert kosten in rekening gebracht op basis van de gemeentelijke legesverordening. Omdat er meer vierkante meters aan bijgebouwen worden gebouwd dan in het bestemmingsplan “Kom Sint Hubert” is toegestaan, wordt een bijdrage op grond van de Investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit in rekening gebracht. Hiervoor wordt tussen de betrokken initiatiefnemer en de gemeente Mill en Sint Hubert een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten van de daadwerkelijke uitvoering van het planvoornemen worden door de initiatiefnemer gedragen. Voor de gemeente Mill en Sint Hubert zijn aan het planvoornemen verder geen kosten verbonden. 4.3.2 Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen Burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd. Naar verwachting zal in onderhavig geval geen sprake zijn van planschade.
Mocht toch sprake zijn van planschade, dan komt deze op basis van de overeenkomst voor rekening van de initiatiefnemer. 4.3.3 Conclusie Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd. Het planvoornemen leidt niet tot extra kosten voor de gemeente Mill en Sint Hubert.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
42
5
JURIDISCHE VERANTWOORDING
5.1 Uitgangspunt bij realisering woning Voor de door middel van de woningsplitsing te realiseren woning is nog geen concreet bouwplan beschikbaar. In dit bestemmingsplan worden de kaders vastgelegd, waaraan de extra woning moet voldoen. Belangrijkste uitgangspunt is dat de cultuurhistorische waarden van de boerderij behouden blijven.
5.2 Algemene opzet planregels Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaalt een drietal zaken de opzet en inrichting van de planregels, te weten: ✓ de digitale raadpleegbaarheid; ✓ de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012); ✓ de Woningwet. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels teruggelezen worden welke gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn toegestaan.
5.3 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding zijn aangegeven: ✓ de grens van het plangebied; ✓ de bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden: ‘Agrarisch’, ‘Tuin’ en ‘Wonen’; ✓ de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’; ✓ de aanduiding ‘bouwvlak’; ✓ de aanduidingen ‘twee-aaneen’, ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ en ‘maximum bebouwd oppervlak bijbehorende bouwwerken (m2)’. Het bouwvlak geeft de begrenzing weer waarbinnen hoofdgebouwen opgericht mogen worden. Daarbuiten mogen bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd. In verband met een groter toegestaan oppervlak aan bijbehorende bouwwerken, door de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing en een bijdrage op grond van de “Investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit”, wordt op de verbeelding de per woning toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken vastgelegd.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
43
5.4 Toelichting op de regels De regels zijn conform de SVBP 2012 als volgt opgebouwd: ✓ inleidende regels, met de gebruikte ‘begrippen’ en ‘wijze van meten’; ✓ bestemmingsregels, met de regels voor de binnen het plangebied gelegen bestemmingen en dubbelbestemming; ✓ algemene regels, met een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de algemene aanduidingsregels, de algemene afwijkingsregels en de algemene nadere eisen; ✓ overgangs- en slotregels, met de regels over het overgangsrecht en de wijze van aanhalen van het plan.
5.5 Handhaafbaarheid In onderhavig bestemmingsplan wordt het planvoornemen van een bestemmingsregeling voorzien, die is afgestemd op de bestemmingsregeling voor de bebouwde kom van Sint Hubert van de gemeente Mill en Sint Hubert. Bij het opstellen van die regeling is reeds de nodige aandacht besteed aan de handhaafbaarheid daarvan. Door voor het plangebied aan te sluiten bij deze regels, is de handhaafbaarheid van de regeling voldoende gewaarborgd.
Te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
44
6
PROCEDURE
6.1 Vooroverleg en inspraak Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten, zoals naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Gelet op de beperkte impact van het planvoornemen op de omgeving, de ligging binnen bestaand stedelijk gebied en de uitgevoerde omgevingsdialoog, is voor dit bestemmingsplan de fase van voorontwerp ten behoeve van vooroverleg en inspraak overgeslagen.
6.2 De te volgen procedure Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: Ontwerp: ✓ publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro. Een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad Vaststelling: ✓ vaststelling door de Raad ✓ mogelijkheid reactieve aanwijzing ✓ publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn Inwerkingtreding: ▪ na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) Beroep: ▪ beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
45
6.3 Ter inzage legging Het ontwerpbestemmingsplan is conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd in het gemeentehuis en digitaal raadpleegbaar gesteld (van 2 juli tot en met 12 augustus 2021). Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen tegen het plan ingekomen.
Achterzijde woonboerderij
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
46
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting