05. toelichting vabp Grootvenseweg 26 Sint Hubert.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Grootvenseweg 26 Sint Hubert
Identificatiecode: NL.IMRO.0815.BPGrootvenseweg26-VA01 Status: Vastgesteld Datum: 21 oktober 2021 Projectnummer: 56 - 032
2
Van Kempen RO ir Joop van Kempen Peelkant 33 5845 EG Sint Anthonis T 06 183 363 42 E joop@vankempenro.nl I www.vankempenro.nl
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
3
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doel ....................................................................................... 5
1.2
Ligging en begrenzing plangebied ................................................................ 6
1.3
Juridische status plangebied ........................................................................ 6
1.4
Leeswijzer .................................................................................................... 7
Planvoornemen................................................................................................ 8 2.1
Gebiedsbeschrijving ..................................................................................... 8
2.2
Ruimtelijke ontwikkeling .............................................................................. 9
Beleidskader .................................................................................................. 14 3.1
Rijksbeleid .................................................................................................. 14
3.2
Provinciaal beleid ....................................................................................... 15
3.3
Ladder voor duurzame verstedelijking....................................................... 18
3.4
Waterschapsbeleid .................................................................................... 18
3.5
Gemeentelijk beleid ................................................................................... 20
Uitvoeringsaspecten ...................................................................................... 23 4.1
Milieuaspecten........................................................................................... 23
4.2
Fysieke aspecten ........................................................................................ 32
4.3
Economische aspecten .............................................................................. 41
Juridische verantwoording ............................................................................. 42 5.1
Uitgangspunt bij realisering woning........................................................... 42
5.2
Algemene opzet planregels ........................................................................ 42
5.3
Toelichting op de verbeelding .................................................................... 42
5.4
Toelichting op de regels ............................................................................. 43
5.5
Handhaafbaarheid ..................................................................................... 43
Procedure ...................................................................................................... 44 6.1
Vooroverleg en inspraak ............................................................................ 44
6.2
De te volgen procedure ............................................................................. 44
6.3
Ter inzage legging ...................................................................................... 45
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Grootvenseweg 26 2 Quickscan soortenbescherming Grootvenseweg 26
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
4
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
5
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding en doel Aanleiding In de kern Sint Hubert is aan de Grootvenseweg 26 een grote woonboerderij gelegen. De boerderij ligt aan de rand van de kern en vormt de overgang naar het aansluitende buitengebied. Achter de boerderij liggen diverse voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, deels aangebouwd, deels vrij gelegen, die als bijgebouw dienst doen. De eigenaar van de woonboerderij heeft het plan opgevat om deze te splitsen in twee woningen. Daarbij wordt een deel van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt en vervangen door nieuwe bijgebouwen met een kleiner oppervlak. De geldende bestemmingsregeling laat echter splitsing van de woonboerderij niet toe. Bovendien voorziet het planvoornemen erin dat na splitsing bij beide woningen een groter oppervlak aan bijgebouwen aanwezig is dan toegestaan. De boerderij Grootvenseweg 26 betreft een cultuurhistorisch waardevol gebouw. Door de beoogde splitsing kan voor de toekomst het behoud van de cultuurhistorische waarden beter gewaarborgd worden. De hoge kosten van het onderhoud en de instandhouding van de woonboerderij kunnen dan door twee eigenaren gedragen worden in plaats van door alleen de huidige eigenaar. Doel Door middel van een herziening van het geldende bestemmingsplan kan de splitsing van de woonboerderij mogelijk gemaakt worden.
In de toelichting bij deze bestemmingsplanherziening moet daartoe onderbouwd worden, dat de extra woning ter plaatse inpasbaar is en niet tot onaanvaardbare beperkingen voor de omgeving leidt. Daarnaast moet toegelicht worden dat op basis van de Investeringsregeling Ruimtelijke Kwaliteit (IRK-regeling), in combinatie met de sloop van een deel van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, per woning een groter oppervlak aan bijgebouwen is toegestaan. Woonboerderij Grootvenseweg 26
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
6
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de zuidrand van de bebouwde kom van Sint Hubert, aan de Grootvenseweg. De Grootvenseweg vormt de noord- en zuidwestelijke rand van de kern. Op korte afstand van het plangebied sluit deze aan op de N264 (Pastoor Jacobsstraat). Het plangebied wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Grootvenseweg. Aan de noordwestzijde grenst het plangebied aan de zijdelingse perceelsgrens van het naastgelegen woonperceel aan de Grootvenseweg. Aan de zuidwest- en zuidoostzijde grenst het plangebied aan het open buitengebied. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Mill & Sint Hubert, sectie C, nummers 1977 en 2181.
1.3 Juridische status plangebied Voor het plangebied is momenteel het bestemmingsplan “Kom Sint Hubert” van kracht. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27 september 2012. Op basis van het geldende plan zijn aan de gronden binnen het plangebied de volgende bestemmingen toegekend: ✓ bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Tuin’ en ‘Wonen’ ✓ dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ Daarnaast zijn binnen de bestemming ‘Wonen’ de volgende aanduidingen en maatvoeringen van toepassing: ✓ ‘bouwvlak’ ✓ ‘vrijstaand’ ✓ ‘maximum bouwhoogte: 11 m’ en ‘maximum goothoogte: 6 m’ Door de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ is ter plaatse splitsing van de woning niet mogelijk. Door de splitsing ontstaan twee aaneen gebouwde woningen, waardoor geen sprake meer is van een vrijstaande woning. Luchtfoto omgeving plangebied Bron: Google 2020)
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
7
1.4 Leeswijzer De voorliggende toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 is omschreven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en met welk doel. In hoofdstuk 2 zijn een gebiedsbeschrijving en een beschrijving van het planvoornemen opgenomen. Vervolgens is in hoofdstuk 3 een beleidsbeschrijving opgenomen, waarbij een korte beschrijving is gegeven van het voor het gebied relevante beleid. Aangegeven is op welke wijze het planvoornemen binnen deze beleidskaders past. In hoofdstuk 4 zijn de milieu-, fysieke en economische aspecten opgenomen. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze met zaken als bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid is omgegaan. Ook zijn zaken als archeologie, cultuurhistorie en flora en fauna aan de orde gesteld. Tot slot wordt ingegaan op zaken als kostenverhaal en planschade. Hoofdstuk 5 geeft een korte beschrijving van de juridische regeling, zoals vastgelegd op de verbeelding en in de regels. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de procedure, die het bestemmingsplan moet doorlopen, beschreven.
Geldende bestemmingsregeling (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2020)
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
8
2
PLANVOORNEMEN
2.1 Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen aan de zuidrand van de kern Sint Hubert, op de overgang naar het buitengebied. De woonboerderij Grootvenseweg 26 is de laatste woning in de rij woningen ten zuiden van deze weg. Aan de overzijde van de weg zijn ter hoogte van het plangebied 4 bedrijfspercelen gelegen. Daarop zijn gevestigd een bouwbedrijf, een garagebedrijf, een bedrijf in aanleg en onderhoud van audiovisuele apparatuur en een bedrijf in machinebouw-constructiewerk. In de verdere omgeving van het plangebied zijn binnen de kern Sint Hubert in hoofdzaak burgerwoningen gelegen. In het aangrenzende buitengebied zijn de gronden overwegend onbebouwd en agrarisch in gebruik. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Grootvenseweg. Deze staat rechtstreeks in verbinding met de N264/Pastoor Jacobsstraat. De N264 is de verbindingsweg tussen Gennep en Uden en vormt de hoofdontsluitingsweg van Sint Hubert. In zuidoostelijke richting sluit de Grootvenseweg aan op de Lange Schoolstraat, die het aansluitende buitengebied verbindt met de kern Sint Hubert. In de directe omgeving zijn vooral vrijstaande woningen aanwezig, bestaande uit 1 tot 2 bouwlagen en afgedekt met een kap. Dit geldt voor zowel de burgerwoningen als de op de bedrijfspercelen aanwezige bedrijfswoningen. De woningen aan de Grootvensweweg liggen op min of meer vergelijkbare afstand van de weg.
Bij de woningen zijn royale voortuinen aanwezig. De bedrijfsbebouwing op de bedrijfspercelen is veelal achter de bedrijfswoningen gelegen. Alleen bij het bouwbedrijf ligt de bedrijfsbebouwing dichter bij de weg. De bouwhoogte van de bedrijfsbebouwing varieert van 4 tot 6 m. De gebouwen zijn veelal afgedekt met een (samengestelde) kap.
Plangebied met woonboerderij en tegenoverliggende bedrijfspercelen Sint Oedenrode
Veghel
Laarbeek
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
9
Het plangebied zelf betreft het perceel met de woonboerderij Grootvenseweg 26. Voorheen was hier een agrarisch bedrijf gevestigd. Achter de woonboerderij zijn nog diverse voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Deze worden nu als bijgebouw bij de woonboerderij gebruikt of staan leeg. Rondom de woonboerderij is een groot erf/grote tuin aanwezig en ligt nog een klein agrarisch perceel grasland.
2.2 Ruimtelijke ontwikkeling Extra woning aan Grootvenseweg Het planvoornemen voorziet in de splitsing van de woonboerderij Grootvenseweg 26. Daarbij blijft de bestaande woning in de woonboerderij behouden en wordt in het voormalige stalgedeelte van die woonboerderij een tweede woning gerealiseerd. De verschijningsvorm van de woonboerderij verandert daarbij slechts beperkt. De hoofdvorm van de boerderij blijft behouden. Wel worden veranderingen in de gevelopeningen aangebracht om een goede ontsluiting van de nieuwe woning te realiseren, alsmede voldoende lichttoetreding. De achterbouw aan de boerderij ter plaatse van de nieuw te realiseren woning wordt in het kader van het planvoornemen gesloopt. Dit betreft de sloop van een voormalig agrarisch bouwwerk. De achterbouw ter plaatse van de bestaande woning blijft als bijgebouw (aanbouw) bij die woning behouden. De oppervlakte van de te slopen achterbouw bedraagt ca. 260 m². Met de gemeente Mill en Sint Hubert is overeengekomen dat in ruil voor die sloop van 260 m² aan voormalige agrarische bouwwerken, 130 m² aan extra bijgebouwen gebouwd mag worden. De ontsluiting van de nieuwe woning blijft plaatsvinden via de reeds bestaande oprit aan de westzijde van de woonboerderij. De ontsluiting van de bestaande woning blijft ongewijzigd.
De inrit voor de bestaande, bij de bouw van de boerderij reeds gerealiseerde inpandige garage blijft behouden. Per saldo is hierdoor geen nieuwe oprit vanaf de Grootvenseweg noodzakelijk. Het parkeren bij de beide woningen vindt op eigen erf plaats. Bij beide woningen wordt voorzien in 2 parkeerplaatsen. Bij de bestaande woning zijn deze gelegen voor de bestaande inpandige garage, bij de nieuwe woning naast de woonboerderij, in het verlengde van de oprit. Extra oppervlak aan bijgebouwen Het planvoornemen voorziet ook in het realiseren van extra oppervlak aan bijgebouwen bij beide woningen. Bestaande woning Bij de bestaande woning is op basis van het bestemmingsplan 150 m² aan bijgebouwen toegestaan. Door middel van een investering conform de gemeentelijke Investeringsregeling Ruimtelijke Kwaliteit (IRK) wordt 100 m² aan extra bijgebouwen mogelijk. In totaal is daardoor 250 m² aan bijgebouwen bij deze woning op te richten. Grotendeels zijn deze bijgebouwen al aanwezig in de vorm van de achterbouw bij de woning. Echter wordt ook een nieuw vrijstaand bijgebouw achter op het perceel opgericht. In dit bijgebouw worden onder meer de machines benodigd bij het onderhoud van het erf/de tuin en het aangrenzende agrarische perceel gestald.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
10
Nieuwe woning Bij de nieuwe woning is op basis van het bestemmingsplan eveneens 150 m² aan bijgebouwen toegestaan. In ruil voor de sloop van de bestaande achterbouw mag daar bovendien nog 130 m² aan bijgebouwen aan toegevoegd worden. Door een investering op basis van het IRK wordt daar nog 25 m² aan bijgebouwen aan toegevoegd. In totaal is daardoor bij de nieuwe woning 305 m² aan bijgebouwen op te richten.
Splitsing woonboerderij en perceel Grootvenseweg 26 en situering bijgebouwen
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
11
Te vervangen bestaande vrijstaande bijgebouw Het bestaande vrijstaande bijgebouw op het achterterrein wordt vanwege de niet al te beste staat van dit bijgebouw gesloopt. Daarvoor in de plaats wordt een nieuw bijgebouw opgericht met een oppervlakte van ca. 250 m². Dit nieuwe bijgebouw wordt zodanig geplaatst dat ca. 83 m² valt binnen het toekomstige perceel van de bestaande woning en ca. 172 m² binnen het perceel van de nieuwe woning. Nieuw vrijstaand bijgebouw Aan de westzijde wordt een nieuw bijgebouw naast de woonboerderij gebouwd op ruime afstand achter de voorgevelrooilijn van de boerderij. Dit bijgebouw betreft de garage bij de nieuwe woning. De oppervlakte van dit bijgebouw bedraagt ca. 80 m². Dit bijgebouw is geheel gelegen op het perceel van de nieuwe woning. Ten behoeve van dit bijgebouw worden enkele bestaande bomen langs de noordwestrand van het perceel gerooid. De staat van deze bomen is door ziekte matig tot slecht. Ter compensatie worden binnen het plangebied nieuwe bomen aangeplant.
Situering parkeerplaatsen bij bestaande en nieuwe woning
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
12
Landschappelijke inpassing Om een goede landschappelijke inpassing van de toekomstige situatie te bewerkstelligen is het inpassingsplan “Landschappelijke inpassing Grootvenseweg 26, St. Hubert” (Areal, 2020) opgesteld. Belangrijkste doelen van dit inpassingsplan zijn het versterken van de dorpsrand en het groene karakter ter plaatse. Het inpassingsplan voorziet daartoe in de aanleg van de volgende landschappelijke elementen : ✓ Bomenrij De nog aanwezige naaldbomen in het zuidoosten van het plangebied worden vervangen door een bomenrij. Hierdoor ontstaat een mooie groene inpassing van het erf en blijft het zicht op het landschap toch behouden. Deze opgaande beplanting geeft de gewenste groene dorpsafronding vorm. Twee eiken in de aanwezige bomenrij ten noordwesten van de boerderij zullen moeten worden gerooid ten behoeve van het nieuwe bijgebouw. Hiervoor zullen twee nieuwe eiken worden geplant ✓ Leibomen Aan de noordoostkant zijn afgelopen jaar al drie leibomen aangeplant, deze worden nog aangevuld met een vierde leiboom.
Leibomen worden traditioneel bij boerderijen geplant en passen hierdoor bij het agrarische karakter van de historische boerderij ✓ Solitaire bomen Een aantal verspreid geplante solitaire bomen verfraaien de inrichting ✓ Poel Een nieuw te graven poel (amfibieën), met een grootste diepte van minimaal 1,50 m, zorgt voor een natuurlijke waterberging op het terrein. Dit is een meerwaarde voor de waterhuishouding, het landschap en de ecologie. De poel wordt aan de noordzijde voorzien van een flauw talud van minimaal 1:5 In het inpassingsplan wordt behalve de aanleg ook ingegaan op het beheer van de landschappelijke elementen. Het plan laat zien hoe het plangebied en de boerderij op een landschappelijke manier ingepast kunnen worden in het landschap. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied bevorderd en wordt aangesloten bij de structuurvisie en het groenstructuurplan van de gemeente Mill en Sint Hubert. Door de opgaande beplanting krijgt de dorpsrand vorm. Het inpassingsplan “Landschappelijke inpassing Grootvenseweg 26, St. Hubert” is als bijlage bij de toelichting beschikbaar. De kaart bij het inpassingsplan is op de volgende pagina weergegeven.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
13
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
14
3
BELEIDSKADER
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk een nieuwe integrale kijk op het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid tot 2040. In de SVIR staan drie hoofddoelen centraal om Nederland voor de middellange termijn tot 2028 concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Om de concurrentiekracht van Nederland te vergroten is het van belang de ruimtelijk-economische structuur in Nederland te versterken. Een goed vestigingsklimaat staat centraal en vereist een hoogwaardig werk- en woonmilieu en een goede bereikbaarheid (1). Het versterken van de concurrentiekracht en het verbeteren van de bereikbaarheid zal gepaard gaan met het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving (2). Het behouden en waar nodig versterken van unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden is hierbij van groot belang (3). Dit alles dient tot stand te komen door middel van zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Indien er binnen een regio ontwikkelingen plaats zullen gaan vinden, dient conform de SVIR de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking', die tevens is opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), gevolgd te worden.
Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Voor het planvoornemen zijn beperkt de hoofddoelen gericht op een hoogwaardig woonmilieu en het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving relevant. Daarbinnen zijn onder meer de volgende belangen benoemd: ✓ Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. ✓ Radarverstoringsgebied. ✓ Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Planvoornemen in relatie tot structuurvisie Ten behoeve van het planvoornemen is bekeken in hoeverre bij de extra woning sprake is van een voldoende milieukwaliteit en in hoeverre sprake is van externe veiligheidsrisico’s. Hieruit is gebleken dat ook de extra woning, net zo goed als de bestaande woning, over een goed woon- en leefmilieu beschikt en er geen onaanvaardbare risico’s zijn. In hoofdstuk 4 is dit nader toegelicht. Defensie heeft zeven radarstations in gebruik. Deze vervullen taken voor zowel het militaire apparaat (verkeers- en gevechtsleiding) als voor de nationale veiligheid. Om de werking van deze radarstations niet te beperken, zijn om deze stations radarverstoringsgebieden aangewezen waarbinnen windmolens en hoge gebouwen beperkt mogelijk zijn.
Het planvoornemen voorziet niet in de bouw hiervan. In paragraaf 3.3 wordt verder ingegaan op de ladder van duurzame verstedelijking en de toetsing hieraan.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
15
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Inmiddels zijn meerdere wijzigingen van het Barro in werking getreden, waarvan de laatste op 1 juli 2016. In het Barro zijn de nationale belangen, die juridische borging vereisen, opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. In totaal gaat het om dertien nationale belangen, waarvan er echter geen enkele concreet betrekking heeft op het plangebied. Planvoornemen in relatie tot besluit Door het ontbreken van concrete nationale belangen, die ruimtelijke voorwaarden met zich meebrengen voor het plangebied, legt het Barro geen beperkingen op aan het planvoornemen. 3.1.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid, zoals vastgelegd in de SVIR en het Barro.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. In deze omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving vastgelegd en daarmee de basisopgave en de hoofdopgaven voor de toekomst geformuleerd. Waarbij de basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Waarbij de hoofdopgaven betrekking hebben op het werken aan de Brabantse energietransitie, het werken aan klimaat proof worden, het werken aan de slimme netwerkstad en het werken aan een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie sluit met de hoofdopgaven aan bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De provincie streeft ernaar, dat deze visie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Brabant samenbindt. De kernwaarden voor het handelen van de provincie vallen onder de noemer ‘verbinden in vertrouwen’. De kernwaarden gaan voor meerwaarde-creatie, technische en sociale innovatie, kwaliteit boven kwantiteit, steeds beter en proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. Concrete aanwijzingen voor de locatie Grootvenseweg 26 in Sint Hubert bevat de Brabantse Omgevingsvisie niet. Deze zijn en worden vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.
3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Met visies, agenda’s en plannen geeft de provincie haar ruimtelijk beleid voor Noord-Brabant vorm. Daarvoor gelden soms ook regels. Die staan in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De gemeente moet rekening houden met deze instructieregels bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Binnen het plangebied zijn navolgende instructieregels relevant voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
16
Duurzame stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Stedelijk gebied en regionale afspraken Het gedeelte van het plangebied met de woonboerderij is gelegen binnen het ‘stedelijk gebied’ van de kern Sint Hubert. In de “Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, Actualisering 2017” wordt de woningbehoefte voor NoordBrabant voor de komende 10 jaar ingeschat op ruim 10.000 woningen (netto) per jaar. Per gemeente is een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren.
Deze ‘programma-indicatie’ is richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Gemeentelijke bestemmingsplannen, die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Voor de gemeente Mill en Sint Hubert bedraagt de prognose voor de periode van 2017 tot en met 2029 een toename van in totaal tussen de 365 en 490 woningen. In de “Regionale Agenda Wonen” zijn afspraken vastgelegd over de wijze waarop regionaal invulling wordt gegeven aan de woningbehoefte. Eén van de actiepunten daaruit betreft de blijvende aandacht voor kwaliteitsverbeteringen in de ‘bestaande voorraad’. Over kwaliteitsverbetering in relatie tot de Ladder voor Duurzame Verstedelijking is het volgende uitgangspunt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid zouden woningen vooral in bestaand vastgoed en bestaand stedelijk gebied gerealiseerd moeten worden. Te denken valt daarbij aan herbestemming van gebouwen die leeg staan dan wel leeg komen en woningsplitsing (komt tegemoet aan wensen tot bijvoorbeeld zelfstandig wonen, meer vraag naar kleinere betaalbare woningen door de toename van kleine huishoudens en leefbaarheid platteland).
Met het planvoornemen wordt bijgedragen aan het voorzien in de benodigde woningen voor de komende periode in de gemeente Mill en Sint Hubert en wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt om deze met name ook door woningsplitsing binnen ‘bestaand stedelijk gebied’ te realiseren. Het planvoornemen sluit daarmee aan bij het provinciaal en regionaal beleid hieromtrent.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
17
Goede omgevingskwaliteit De woonboerderij is in de huidige situatie al goed ingepast in de directe omgeving. Door middel van bomenrijen, groensingels en hagen en het omliggende grasland is sprake van een groene overgang naar het buitengebied. De landschappelijke inpassing ondergaat als gevolg van de boerderijsplitsing geen wijzigingen. Daarnaast wordt: ✓ een deel van de verouderde agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Maximaal 50 % van het oppervlak van de gesloopte bebouwing mag als extra oppervlak aan bijgebouwen bij de extra woning worden teruggebouwd. Per saldo is sprake van minder bebouwing met een betere kwaliteit ✓ een bijdrage gedaan op grond van de “Investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit” gedaan, waarmee er meer vierkante meters aan bijgebouwen bij beide woningen zijn toegestaan ✓ het verouderde bijgebouw op het achterterrein opnieuw opgebouwd ✓ bij de situering van de nieuwe bijgebouwen ook rekening gehouden met de landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 4 zijn de aspecten die de aanwezigheid van een veilige, gezonde leefomgeving bepalen nader beschreven. Uit dit hoofdstuk blijkt dat sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Zorgvuldig ruimtegebruik Per saldo is met het planvoornemen geen nieuw ruimtebeslag gemoeid. De woning wordt gerealiseerd binnen een bestaande woonboerderij op een bestaand woonperceel. Het woonperceel heeft reeds een woonbestemming.
Er is derhalve sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Productie en gebruik van duurzame energie Bij de nieuw te realiseren woning zal nadrukkelijk naar de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie gekeken worden. De situering van de woonboerderij met een groot hellend dakvlak op het zuidwesten biedt in elk geval de mogelijkheid tot het benutten van zonne-energie. Klimaatverandering De woning is gelegen op een royaal perceel, met voldoende mogelijkheden om door een groene inrichting hittestress tegen te gaan en om hemelwater op te vangen. Duurzame mobiliteit Voor de bereikbaarheid van het woonperceel blijft enerzijds het gebruik van de auto van belang (inherent aan de ligging in een kleine kern als Sint Hubert in het landelijk gebied). Anderzijds biedt de ligging nabij het centrum van Sint Hubert de mogelijkheid om de voorziening in de kern te voet of per fiets te bereiken en gebruik te maken van openbaar vervoer (bushaltes aan doorgaande weg N264). Duurzame, concurrerende economie Het planvoornemen staat de ontwikkeling van een duurzame, concurrerende economie in de kern Sint Hubert niet in de weg.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
18
3.2.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de SVIR, vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro. Het Barro verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld bedrijfslocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In casu is sprake van de realisering van één extra woning op een perceel van circa 4.997 m² binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op jurisprudentie rond de ladder voor duurzame verstedelijking is dan geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.
Eerder zijn woningbouwprojecten met acht en tien woningen niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling gekwalificeerd. De ladder hoeft in dit geval niet doorlopen te worden.
3.4 Waterschapsbeleid 3.4.1 Watertoets voor ruimtelijke plannen De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit bij ruimtelijke plannen. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. Bij het ruimtelijk plan wordt daartoe voorzien van een waterparagraaf, waarin wordt uitgelegd hoe wordt omgegaan met water. Hierover brengt het waterschap een ‘wateradvies' uit. De initiatiefnemer van het plan moet hier rekening mee houden en eventueel het planvoornemen daarop aanpassen. Het waterschap Aa en Maas toetst de waterparagraaf op onderstaande punten 1. Voorkomen van vervuiling Bouw en renovatie belast het milieu. Het waterschap streeft ernaar om verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen. Het voorkomen van vervuiling is een randvoorwaarde voor de watertoets. Bij de realisering van de nieuwe woning, de sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing, de bouw van de nieuwe bijgebouwen en bij de inrichting van de onbebouwde ruimte worden maatregelen genomen om vervuiling te voorkomen. Afvalproducten worden op de daarvoor geëigende wijze verwerkt en afgevoerd.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
19
2. Wateroverlastvrij bestemmen Bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt gezocht naar een plek die hoog en droog genoeg is. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn, dan is compenseren noodzakelijk. Daarbij worden maatregelen genomen om het gebied voldoende tegen wateroverlast te beschermen. De ruimtelijke ontwikkeling vindt plaats op een bestaand woonperceel. Het bestaande woonperceel is voldoende hoog en droog gelegen, van wateroverlast is hier tot op heden geen sprake geweest. 3. Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen Het waterschap hanteert het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO): de nieuwe watersituatie moet minimaal gelijk blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij mag de grondwaterstand niet worden verlaagd. Bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied mag de oorspronkelijke landelijke afvoer niet worden overschreden. Het waterpeil moet aansluiten bij de optimale grondwaterstanden. 4. Vuil water en hemelwater scheiden Vuil water hoort thuis in het riool. Schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem of watergang. 5. Hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer Bij de afvoer van schoon hemelwater moeten de stappen hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer gehanteerd worden. Hergebruik van regenwater is interessant bij grootschalige voorzieningen als scholen en kantoorgebouwen.
Het verzamelde regenwater dient voor de spoeling van de toiletten, voor de tuin of voor wasmachines. Bij kleinere percelen is infiltratie in de bodem de beste oplossing. Dit kan bijvoorbeeld via de natuurlijke weg bij heel grof zand en een lage grondwaterstand, via kiezels of een infiltratiesysteem. Als dit geen optie is, valt de keuze op buffering van het water in een waterberging, om overstroming tijdens zware regenval te vermijden. Een laatste mogelijkheid is het vertraagd afvoeren van een neerslagpiek naar een leggerwatergang. Bij de bouw van de nieuwe woning wordt het principe van HNO gehanteerd. Doordat de nieuwe woning inpandig in de bestaande woonboerderij wordt gerealiseerd en door de sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing is per saldo sprake van een afname van de hoeveelheid verharding. Het extra oppervlak aan verharding ten gevolge van de extra bijgebouwen bedraagt minder dan het oppervlak van de te slopen bebouwing. Het hemelwater zal in de toekomstige situatie niet anders worden behandeld dan in de bestaande situatie. Per saldo zal de afvoer vanaf het woonperceel niet toenemen. Het vuil water zal worden afgevoerd via het bestaande rioolstelsel. 6. Waterschapsbelangen Bij een bouwproject kunnen verschillende waterschapsbelangen spelen, zoals: ruimteclaims voor de aanleg van natte ecologische verbindingszones; aanwezigheid en ligging watersysteem.
Voor het plangebied gelden geen specifieke waterschapsbelangen. 7. Meervoudig ruimtegebruik
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
20
Gebruiksfuncties kunnen worden gecombineerd. Een wadi kan bovengronds ook worden ingericht en beheerd als speelterrein voor kinderen. 8. Water als kans Water kan meerwaarde geven aan een plan, gebruikmakend van de belevingswaarde van water. Meervoudige ruimtegebruiksmogelijkheden zijn gelet op de beperkte omvang van het planvoornemen binnen het plangebied nauwelijks of niet aanwezig. Ook ontbreekt de ruimte om water in te zetten om de belevingswaarde te vergroten. 3.4.2 Conclusie Het planvoornemen past binnen het beleid, zoals het waterschap dat hanteert in het kader van de watertoets.
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 In duurzaam perspectief – Structuurvisie Mill en Sint Hubert De Structuurvisie Mill en Sint Hubert: In duurzaam perspectief is in 2011 vastgesteld. Behalve dat de structuurvisie een ‘ruimtelijke vertaling op hoofdlijnen’ is van de thema’s verduurzaming, sociale én economische vitaliteit (bijzondere woon- en leefmilieus; nieuwe economie), hoogwaardige omgevingskwaliteit (landelijkheid versterken; biodiversiteit; ‘groene gemeente’; natuur en landschap; schaalverkleining in plaats van schaalvergroting) en gastvrijheid (prettige leefomgeving voor inwoners maar ook voor recreanten en toeristen), laat de visie vooral ook de samenhang zien, dat wil zeggen dat de visie de integrale verbanden tussen de gewenste ontwikkelingen in de verschillende delen van het gebied in beeld brengt. In de Structuurvisie is de kern Sint Hubert gelegen binnen de zone ‘Maasterras’. Het plangebied maakt deel uit van de bestaand bebouwing van het dorpslandschap van Sint Hubert. Voor de locatie Grootvenseweg zijn geen specifieke aanduidingen opgenomen. In de directe omgeving is het gebied ten zuidoosten van de Lange Schoolstraat aangeduid als ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’. Op termijn vindt hier mogelijk de verdere uitbreiding van de kern Sint Hubert plaats. Uitsnede kaart bij Structuurvisie Mill en Sint Hubert
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
21
Met de Structuurvisie heeft de gemeente ook kenbaar gemaakt, dat zij ten behoeve van de uitvoering van het beleid ‘bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen’ gaat vragen. De gemeente doet dit vanuit de redenering dat ieder bouwproject een toegevoegde waarde moet hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en/of leefbaarheid van de kernen. De bijdrage vormt een tegenprestatie voor de verdere verdichting en verstening van locaties in de kernen. In de Structuurvisie is per deelgebied en per kern beschreven welke specifieke opgaven er voor de komende jaren liggen op het vlak van ruimtelijke kwaliteitsverbetering en leefbaarheid. Winstgevende (particuliere) ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de bouw van extra bijgebouwen, kunnen hun ‘bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen’ leveren door invulling te geven aan deze opgaven. Maatwerk per project/locatie is hier mogelijk. In gevallen waar ‘zelfrealisatie’ van een evenredige bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit en/of leefbaarheid niet mogelijk blijkt, zal de gemeente deze tegenprestatie leveren. De hiervoor gevraagde financiële bijdrage wordt gestort in een fonds van waaruit de gemeente vooraf kenbaar gemaakte projecten van algemeen nut zal (mede)financieren. In onderhavig geval wordt in de noodzakelijke bijdrage voorzien door een storting in het fonds ‘ruimtelijke ontwikkelingen kernen’.
Middels een anterieure overeenkomst is deze bijdrage verzekerd. 3.5.2 Investeringsregeling Ruimtelijke Kwaliteit (IRK) Mill en Sint Hubert De IRK is een uitwerking van het instrumentarium van de structuurvisie inzake het vragen van ‘bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen’. Uitgangspunten blijft dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Dit geldt zowel voor het buitengebied als voor de kernen. In de regeling zijn voor verschillende categorieën de toekomstige grondwaardes per m²vastgelegd. Daarnaast is bepaald dat binnen de kernen 20% van de totale waardevermeerdering op basis van genoemde grondwaardes als tegenprestatie moet worden ingebracht. Voor het planvoornemen van belang is enkel het extra oppervlak aan bijgebouwen / bijbehorende bouwwerken. De boerderijsplitsing heeft geen uitbreiding van de bestemming ‘Wonen’ tot gevolg en daardoor ook geen waardevermeerdering door een extra oppervlak aan woonpercelen. Wel geldt voor extra oppervlak aan bijgebouwen, boven het oppervlak toelaatbaar op basis van het bestemmingsplan en op basis van sloop van bestaande bedrijfsgebouwen, dat sprake is van waardevermeerdering. De exacte hoogte van de waardevermeerdering en de daaruit voorvloeiende te storten bijdrage zijn in het kader van de te sluiten anterieure overeenkomst nader bepaald en vastgelegd.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
22
3.5.3 Welstandsnota Mill In 2013 is de Welstandsnota voor de gemeente Mill en Sint Hubert (als onderdeel van de Welstandsnota’s Land van Cuijk) vastgesteld. De welstandsnota kent drie verschillende beleidsgebieden, te weten ‘beheergebied’, ‘aandachtsgebieden’ en ‘ontwikkelingsgebieden’. Op de bijbehorende Welstandsbeleidskaart is te zien dat de boerderij Grootvenseweg 26 als ‘cultuurhistorisch waardevol gebouw’ is gelegen binnen een ‘aandachtsgebied’. Bij de welstandstoetsing van bouwplannen die behoren tot een specifiek object of aandachtsgebied gelden de volgende criteria: ✓ de bestaande bebouwingkarakteristiek dient behouden te blijven ✓ kleur- en materiaalgebruik dient afgestemd te zijn op de bestaande bebouwing ✓ details dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden Bij de uitwerking van de plannen voor de splitsing wordt met bovenstaande criteria rekening gehouden.
Welstandsbeleidskaart Sint Hubert
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
23
4
UITVOERINGSASPECTEN
4.1 Milieuaspecten 4.1.1 Bodemkwaliteit Besluit ruimtelijke ordening Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de onderbouwing van een nieuwe ontwikkeling een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. In het kader van het planvoornemen is sprake van het verbouwen van een bestaand pand, waarbij er geen ontgravingen op het perceel plaats hoeven te vinden. Het pand en onderliggend perceel hebben in het geldende bestemmingsplan reeds een woonbestemming en zijn dus al eerder als geschikt beoordeeld voor de vestiging van de woonfunctie. Dit wordt bevestigd door informatie uit het omgevingsrapport. Dit betreft een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het betreffende perceel. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminformatiesysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Voor het plangebied zelf is geen informatie uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken aanwezig.
Echter uit bodemonderzoeken voor locaties in de directe omgeving zijn geen bodemverontreinigingen gebleken, die de realisering van een extra woning op de locatie Grootvenseweg 26 in de weg staan. Op basis van bovenstaande gegevens van het omgevingsrapport en het feit dat er geen sprake is van ontgravingen van het perceel buiten de contouren van het bestaande gebouw kan worden geconcludeerd dat de bodem op dit moment geschikt is voor het voorgestane gebruik en kan worden afgezien van een nader bodemonderzoek. Onderdeel van het planvoornemen is ook de sloop van een deel van de aanwezige agrarische bedrijfsbebouwing. Na de sloop van die bebouwing zal wel een bodemonderzoek plaatsvinden om aan te tonen dat geen onaanvaardbare verontreinigingen aanwezig zijn. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is voldoende aannemelijk gemaakt dat het planvoornemen realiseerbaar is.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
24
4.1.2 Geluid Wet geluidhinder Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet in onderzoekszones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van geluidsbronnen. Indien een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een nieuw geluidsgevoelig object binnen de onderzoekszone van een geluidsbron of een verandering aan een bestaande geluidsbron, waarbij binnen de geluidszone daarvan een geluidsgevoelig object aanwezig is, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden. Wegverkeerslawaai Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone (onderzoeksgebied) van de wegen Pastoor Jacobsstraat en Grootvenseweg. De geluidzone rond de Pastoor Jacobsstraat kent een breedte van 200 m uit de as van de weg. Het gedeelte van de woonboerderij, waarin de extra woning is voorzien, ligt op circa 85 m uit de as van de Pastoor Jacobsstraat. In principe zou dit aanleiding zijn om een akoestisch onderzoek uit te voeren.
Echter omdat: ✓ de woonboerderij reeds geheel de bestemming ‘Wonen’ heeft en daarmee voor de woonfunctie geschikt is bevonden en gebruikt mag worden, ✓ de woonboerderij niet direct is gelegen aan de Pastoor Jacobsstraat, maar op 80 m of meer, ✓ in het tussenliggende gebied sprake is van afscherming door een grote hoeveelheid bebouwing en ✓ tot op heden bij de woningen aan de Grootvenseweg geen sprake is geweest van geluidhinder, is de verwachting gerechtvaardigd dat aan de geluidsnormen kan worden en daarmee het uitvoeren van akoestisch onderzoek naar het wegverkeerslawaai van deze straat achterwege kan blijven. Voor de Grootvenseweg geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. Daarmee geldt voor deze weg niet de geluidzone, zoals hiervoor benoemd en kan ook voor deze weg het akoestisch onderzoek achterwege blijven. Gelet op de aard van de weg: ✓ met een geringe wegbreedte (met in feite ‘één rijstrook), ✓ met een beperkte lengte en daarmee een gering aantal aanliggende functies en daaraan gerelateerde verkeersbewegingen en ✓ zonder doorgaande functie, in combinatie met het gegeven dat bij de bestaande woningen aan de Grootvenseweg sprake is van een goed woon- en leefmilieu, is de verwachting gerechtvaardigd dat ook bij de extra woning een goed woon- en leefmilieu gerealiseerd kan worden.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
25
4.1.3 Luchtkwaliteit Wet luchtkwaliteit, Wet milieubeheer In de Wet luchtkwaliteit is bepaald dat de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Hoofdstuk 5 van de Wm maakt onderscheid tussen projecten die 'Niet in betekenende mate' (NIBM) en 'In betekenende mate' (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Als een project in betekenende mate bijdraagt aan luchtvervuiling, dient er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. Bron luchtverontreiniging In het geval een planvoornemen strekt tot het realiseren of wijzigen van bronnen van luchtverontreiniging, die leiden tot een toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging, dient onderzoek naar de exacte gevolgen voor de luchtkwaliteit uitgevoerd te worden. Echter als het planvoornemen ervoor zorgt dat de concentratie fijn stof of NO2 met minder dan 3% van de grenswaarde wordt verhoogd, draagt het project niet in betekenende mate bij aan luchtvervuiling en hoeft er geen luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die per definitie niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Daartoe behoren woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 1000 woningen omvat. In het planvoornemen is sprake van een locatie waarop één extra woning wordt toegevoegd. Gelet op het gestelde in de Regeling NIBM zal deze zeker niet in betekende mate bijdragen aan luchtvervuiling. Een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Luchtkwaliteit omgeving Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Voor een aantal stoffen in de lucht gelden luchtkwaliteitsnormen op leefniveau (de buitenlucht). Veel van de wettelijke normen komen direct uit Europese richtlijnen. Ze zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (titel 5.2 en bijlage 2). De normen zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid van de mens. Het ontstaan van nieuwe knelpunten moet worden voorkomen. De geldende luchtkwaliteit nabij het plangebied kan globaal afgeleid worden uit beschikbare informatie aan de hand van: ✓ de grenswaarde voor het jaargemiddelde van de fijnstofconcentratie van 40 μg/m3; ✓ de grenswaarde voor het jaargemiddelde van de concentratie van stikstofdioxide van 40 μg NO2/m3).
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
26
Uit de gegevens van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten is navolgende informatie af te leiden: ✓ de jaargemiddelde fijnstofconcentratie in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen de 18 en 20 μg/m3 (ca. 18,1). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3; ✓ de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in 2020 (gegevens 2020) ligt tussen de 10 en 15 μg NO2/m3 (ca. 14,4). Deze blijft daarmee onder de norm van 40 μg/m3. Daarmee kan gesteld worden dat ter plaatse sprake is van een voldoende tot goede luchtkwaliteit.
4.1.4 Geur Wet geurhinder en veehouderij Het geurbeleid voor bedrijven in de agrarische sector is bepaald in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). In deze wet worden normen gesteld voor de geurbelasting die een veehouderij (het dierenverblijf, niet de opslag van bijproducten e.d.) mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze belasting wordt berekend en getoetst aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks model). Dit geldt echter alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder emissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Voor zover het planvoornemen voorziet in de realisering van een geurgevoelig object (zoals een woning) dient in het kader van het aspect geurhinder nagegaan te worden of het plangebied geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen de invloedssfeer van geurbronnen. In de omgeving van de Grootvenseweg zijn op korte afstand van het plangebied geen veehouderijen aanwezig. De dichtstbij gelegen veehouderij is op ca. 350 m van het plangebied gelegen, in het buitengebied van de gemeente Mill en Sint Hubert aan de Kievitsdwarsweg 6. Verder wordt het plangebied reeds omgeven door een grote hoeveelheid bestaande woningen.
Om qua geur een goed woon- en leefklimaat bij deze woningen te garanderen gelden voor de op grotere afstand gelegen veehouderijen, zoals aan de Kievitsdwarsweg 6, al beperkingen, waardoor ook voor de nieuwe woning aan de Grootvenseweg sprake zal zijn van een vergelijkbaar goed woon- en leefklimaat.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
27
4.1.5 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering draagt er zorg voor dat nieuwe bedrijven of inrichtingen een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven en/of inrichtingen gesitueerd worden. In de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering” zijn na te streven richtafstanden opgenomen tussen bedrijven/inrichtingen en burgerwoningen. Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern Sint Hubert. Ter plaatse is aan de Grootvenseweg een klein bedrijventerrein aanwezig. Op basis daarvan kan de omgeving van het plangebied getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. In navolgende tabel zijn de daarmee corresponderende richtafstanden weergegeven voor de aanwezige bedrijfsfuncties, alsmede de daadwerkelijke afstanden tot het plangebied. Locatie
Milieucategorie
Pastoor Jacobsstraat 22-24: bouwbedrijf Grootvenseweg 27: garagebedrijf Grootvenseweg 29(a): audiovisuele apparatuur Grootvenseweg 31: maatschappelijk machinebouw constructiewerk
2
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 10 m
Minimaal aanwezige daadwerkelijke afstand 16 m
2
10 m
14 m
2
10 m
44 m
2
10 m
80 m
Uit de tabel mag geconcludeerd worden dat bij de nieuwe woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Aan de richtafstanden wordt in alle gevallen voldaan. Naast bovengenoemde bedrijven en/of inrichtingen zijn aan de Lange Schoolstraat nog enkele glastuinbouwbedrijven gevestigd. Deze bedrijven vallen onder milieucategorie 2. Gelet op de daadwerkelijk aanwezige afstand van 200 m en meer zullen deze bedrijven geen nadelige invloed hebben op het woon- en leefklimaat van de extra woning aan de Grootvenseweg.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
28
4.1.6 Externe veiligheid Kwantitatieve risicoanalyse Bij ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen. BEVI-inrichtingen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bronnen in de zin van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) aanwezig. De aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormt geen belemmering voor de bouw van de nieuwe woning. Transport van gevaarlijke stoffen via (spoor/water)wegen Transport van gevaarlijke stoffen over één van de wegen in de omgeving van het plangebied vindt niet plaats. Buisleiding Transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen vindt op enige afstand van het plangebied plaats. Dit betreft de aardgastransportleiding van de Gasunie, die leidt naar het gasontvangststation aan de Wanroijseweg 2 nabij Sint Hubert.
De aardgasleiding kent met een diameter van 4 inch en een druk van 4000 kpa, een veiligheidsafstand (1%-letaliteitsgrens) voor groepsrisico van 45 m. Rond het gasontvangststation geldt bij een druk van 4000 kpa een veiligheidsafstand van 15 m. De afstand van het plangebied tot leiding en station bedraagt ten minste ca. 415 m. Het plangebied is ruimschoots buiten de veiligheidsafstanden gelegen.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
29
4.1.7 Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bloottelling heeft betrekking op de hoeveelheid ziekteverwekker, die een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD ten aanzien van het aspect volksgezondheid wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Stappenplan 2.0: 1. Aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 is beoordeeld in hoeverre het planvoornemen voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en een gevoelige bestemming.
Uit deze beoordeling blijkt dat de locatie Grootvenseweg 26 zich niet binnen de richtafstanden van veehouderijen (200 m bij varkenshouderijen en 500 m bij pluimveehouderijen) in de omgeving bevindt. 2. Het planvoornemen voorziet in de realisering van een extra woning binnen een bestaande woonboerderij. Daarbij is geen sprake van een toename van de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak, die kan leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. 3. a. Qua geur wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, waarbij er geen sprake is van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en achtergrond). De afstand tot veehouderijen met dieren zonder emissiefactor is groter dan 100 m (in een kern). b. De voor- en achtergrondbelasting is niet hoger dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. De afstand tot veehouderijen met dieren zonder emissiefactor is groter dan 100 m. 4. a. Het planvoornemen betreft niet een veehouderij. Rondom het plangebied zijn in de omgeving geen veehouderijen gelegen. b. Niet van toepassing, zie onder 4a. 5. Er is geen sprake van de ontwikkeling van een nieuwe geitenhouderij, pluimveebedrijf of overige veehouderij. Het plangebied is niet gelegen binnen de straal van 2 km van geitenhouderijen (stap 5a).
Het plangebied is verder ook niet gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf (stap 5b) of binnen 250 meter van overige veehouderijen (stap 5c). 6. Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. 7. Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Advisering door de GGD wordt derhalve niet geadviseerd en is ook niet noodzakelijk. bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
30
4.1.8 Luchtvaartverkeerzone Wet luchtvaart Op basis van de Wet luchtvaart zijn rond luchthavens zogenaamde beperkingengebieden aanwezig. Het beperkingengebied van een luchthaven is een zone waar planologische beperkingen van kracht zijn, zoals ten aanzien van de maximale bouwhoogten in de aan- en uitvliegroutes. Daarnaast kunnen, met name ter beperking van de geluidhinder, beperkingen worden opgelegd ten aanzien van de bestemmingen van gebouwen in een ruimere zone rond de luchthaven. De omvang van het beperkingengebied en de planologische beperkingen daarin zijn onderdeel van het luchthavenindelingsbesluit dat ten aanzien van een luchthaven is genomen. De gemeente is verplicht hier in bestemmingsplannen rekening mee te houden. IHCS Het plangebied ligt binnen de zogenaamde Inner Horizontal and Conical Surface (IHCS) van de vliegbasis Volkel. Dit gebied is vastgesteld ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid. Rondom de gehele luchthaven ligt een obstakelvrij vlak van 45 meter hoog met een straal van 4 kilometer rond de landingsdrempels, dat overgaat in een conisch vlak met een helling van 5% tot 145 meter over een afstand van 2 kilometer. Voor het plangebied geldt een maximale bouwhoogte van 64 meter boven NAP. Het planvoornemen voldoet aan deze hoogtebeperking.
ILS De militaire vliegbasis Volkel beschikt over een Instrument Landing System (ILS) ten behoeve van het nauwkeurig uitvoeren van naderingen door vliegverkeer. Het plangebied is gelegen in het oplopende gebied met een zonder meer toelaatbare hoogte van 78,9 meter boven NAP. Het planvoornemen voldoet aan deze hoogtebeperking. Radarverstoringsgebied Het plangebied is eveneens gelegen in het radarverstoringsgebied behorende bij de radar die is gepositioneerd op de vliegbasis Volkel. Ter bescherming van eventuele verstoring van radarbeelden bedraagt de maximale bouwhoogte binnen dit verstoringsgebied maximaal 65 meter boven NAP. Het planvoornemen voldoet aan deze hoogtebeperking. Luchtvaartverkeer Het planvoornemen wordt niet belemmerd door beperkingen in verband met het luchtvaartverkeer.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
31
4.1.9 Mer(beoordelings)plicht Besluit milieueffectrapportage Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet worden getoetst of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De specifieke activiteiten, die plaatsvinden binnen het plangebied, zijn niet opgenomen op de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.
Ook gezien de in deze toelichting beschreven aspecten in de paragrafen Milieuaspecten en Fysieke aspecten, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van significante effecten, die een m.e.r.(beoordelings)plicht noodzakelijk maken. 4.1.10 Conclusie Vanuit het aspect milieu bestaan geen bezwaren tegen het planvoornemen. Ook behoeven geen randvoorwaarden bij het planvoornemen in acht te worden genomen.
bestemmingsplan Grootvenseweg 26 Sint Hubert - toelichting
32
4.2 Fysieke aspecten 4.2.1 Waterhuishouding Watertoets Water vormt een steeds belangrijker aspect bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Belangrijke thema's zijn: het vasthouden in plaats van direct afvoeren van hemelwater, het hergebruik van water, het zuinig omgaan met drinkwater en het beperken van de onttrekking van grondwater. Het is dan ook verplicht om in de toelichting bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de watertoets genoemd. De watertoets vraagt niet alleen een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Het planvoornemen betreft de realisering van een extra woning binnen een bestaande woonboerderij. Daarbij vindt sloop van een deel van de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing plaats en worden extra bijgebouwen opgericht.