CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

05. Toelichting en regels_Wanroijseweg tussen 10 en 14 Mill_vastgesteld(1).pdf

Mill - raadsvergadering 21 oktober 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Bestemmingsplan Wanroijseweg tussen 10 en 1419.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de

•

de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen

planvorming te betrekken, en

over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan.

De digitale watertoets geeft slechts een indicatie van de waterbelangen in het gekozen gebied. De digitale watertoets is een hulpmiddel en geen vervanging van het watertoetsproces of instemming van het waterschap.

Beleid Waterschap Aa en Maas

Voor dit plan is het beleid van Waterschap Aa en Maas mede van belang. Het beleid van het waterschap is vastgelegd in de legger, Keur en het Waterbeheerplan 2016-2021. De volgende drie principes zijn

richtinggevend bij de advisering over ruimtelijke plannen: 1.

Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater;

2.

Doorlopen van de afwegingsstappen 'hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer';

3.

Hydrologisch neutraal ontwikkelen.

Het Waterschap hanteert geen verplichting tot hemelwaterberging bij een toename van het verhard oppervlakte van minder dan 500 m2 (nieuwe grens per 26 maart 2021, voorheen 2.000 m2).

Verbreed gemeentelijk rioleringsplan Gemeente Mill en Sint Hubert 2019 - 2023 De gemeente Mill en Sint Hubert heeft op 23 oktober 2018 het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan

Gemeente Mill en Sint Hubert 2019-2023 vastgesteld. Daarin heeft de gemeente opgenomen dat bij nieuwbouw, conform het Bouwbesluit, er een gescheiden afvoer/verwerking van schoon hemelwater en afvalwater dient plaats te vinden. Voor de toename van het verhard oppervlak stelt de gemeente de eis dat

een waterbergingsvoorziening over een capaciteit beschikt om minimaal 60 mm per vierkante meter nieuw verhard oppervlak op eigen terrein te kunnen verwerken.

30

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Planspecifiek

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Aa en Maas. Het waterschap is via de digitale watertoets op de hoogte gebracht van het plan, zie ook bijlage 4. Het waterschap geeft aan dat het plangebied

buiten de ruimtelijke begrensde waterbelangen valt en dat daarom de korte procedure van toepassing is. De verwachting van het waterschap is dat er op basis van het aspect water geen of weinig opmerkingen zijn op

het plan. Het plangebied is in de bestaande situatie nagenoeg volledig verhard. Een deel van deze gronden zal worden omgezet naar tuin, waardoor het verhard oppervlak afneemt. Het initiatief blijft daarmee onder de

compensatiegrens van 500 m2 die het waterschap hanteert bij een toename van het verhard oppervlak van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de omgevingsvergunningaanvraag zal een uitwerking zijn opgenomen

van de infiltratievoorzieningen die binnen eigen terrein worden aangelegd om overtollig hemelwater af te

voeren in de bodem. Bij de uitwerking van de infiltratievoozieningen wordt de gemeente eis uit het Verbreed gemeentelijke rioleringsplan 2019 - 2023 dat de waterberginsvoorziening over een inhoud beschikt om minimaal 60 mm per vierkante meter binnen eigen terrein te kunnen verwerken, in acht genomen. Bij de bouw van de woningen zullen geen uitloogbare materialen worden gebruikt. De woningen krijgen voor

het afvalwater een aansluiting op het bestaande riool onder de Wanroijseweg. Het initiatief heeft daarmee

geen negatieve effecten vanuit het aspect water. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-01­ 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet

natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het

bosopstanden in Nederland.

Gebiedsbescherming

In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat)

beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe

werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied.

Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien

van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende

maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald

aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort

geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

31

Planspecifiek Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt niet binnen het NatuurNetwerk Brabant (NNB). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Oeffelter Meent', zie ook navolgende afbeelding, ligt op ca 10 km ten oosten van het plangebied. Gelet op deze afstand in relatie tot het beperkte ruimtelijke effect van voorliggend plan op de omgeving kunnen

negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden op het gebied van licht, geluid, stikstof, etc. op voorhand worden uitgesloten. Voorliggend initiatief heeft geen negatieve effecten vanuit

gebiedsbescherming.

Cuijk

\

Misbeek

Zeeland

Hapt

Mill

Wanroij

Boxmeer

Sint Anthoms

Uitsnede van de Natura 2000-gebieden kaart (bron: Natura2000.nl)

Soortbescherming Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom langs een doorgaande weg. Het plangebied is nagenoeg volledig verhard. Door het ontbreken van gebouwen en bouwwerken bevinden zich binnen het plangebied geen schuillocaties voor (beschermde) soorten. Ook ligt er geen oppervlaktewater binnen- of in directe omgeving

van het plangebied. Op basis van deze omgevingsfactoren kan op voorhand worden gesteld dat het plangebied

geen functie heeft als schuil- en of verblijfplaats voor (beschermde) soorten. Negatieve effecten vanuit soortbescherming kunnen daarmee op voorhand worden uitgesloten. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect Ecologie.

32

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. De halfvrijstaande woningen krijgen via één gezamenlijke inrit een ontsluiting op de Wanroijseweg. Hiervoor is mede gekozen om de verkeersveiligheid van de weg en het aangrenzende fietspad te waarborgen. De verkeersaantrekkende werking van het plangebied neemt na de ingebruikname van de woningen zeer beperkt toe. De Wanroijseweg en het aangrenzende wegennet kunnen deze toename goed aan. Voor het berekenen

van de parkeerbalans is gebruik gemaakt van de publicatie 'CROW, Publicatie 317). Voor een halfvrijstaande woning binnen een weinig stedelijke omgeving in 'rest bebouwde kom' is een minimale parkeernorm van 1,8

parkeerplaats per woning opgenomen. Zoals ook op de inrichtingstekening uit paragraaf 2.2 is te zien, is er binnen eigen terrein per woning ruimte om twee parkeerplaatsen te realiseren. Daarmee wordt er voldaan

aan de parkeernormen. In de regels is via een voorwaardelijke verplichting geborgd dat de woningen pas

mogen worden gebouwd als binnen eigen terrein voldoende parkeerplaatsen zijn aangelegd conform de

geldende parkeernormen.

Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer)

rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie.

Cultuurhistorie

Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de

grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op

gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De

essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn

om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden

en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente.

Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.

Planspecifiek

Cultuurhistorie

Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen rijks- en of gemeentelijke monumenten gelegen. Het plangebied ligt ook niet in een landschap met cultuurhistorische waarden. In het vigerende

bestemmingsplan Mill-Zuid zijn ter plaatse van het plangebied ook geen nadere cultuurhistorische beschermingsregels opgenomen. De realisatie van de halfvrijstaande woningen leidt niet tot een negatief effect vanuit cultuurhistorie.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

33

Archeologie Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Mill en Sint

Hubert. Daarop is te zien dat binnen het plangebied twee verschillende archeologische verwachtingswaarden van toepassing zijn: een hoge verwachting voor de gronden aan de noordkant van het plangebied en een middelhoge verwachting voor de zuidelijke gronden van het plangebied. Archeologische beleidskaan gemeente Wen9Hubert. schaal 1 12500 vastgestetó door de gemeenteraad op 10 n* 2012

legenda

van hoge artheotogsche verwachbng kggen Onderróetapfcht bq een ventohngsdepte van mee» dan 40 an en een venkrogeoppervtaMe van meer dan 2500 m>

Uitsnede archeologische beleidskaart, waarop de ligging van het plangebied is aangegeven met de rode doorbroken lijnen (bron: arch. beleidskaart gemeente Mill en Sint Hubert, 2012)

Deze verwachtingswaarden zijn in het vigerende bestemmingsplan 'Mill-Zuid' doorvertaald in de

dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' (noordkant, hoge waarde) en 'Waarde - Archeologie 3' (zuidkant, middelhoge waarde). In de regels van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is een onderzoeksplicht opgenomen als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bodemverstoring tot gevolg heeft met

een oppervlak groter dan 250 m2 en dieper dan 40 cm onder maaiveld. Het merendeel van de bodemwerkzaamheden in het kader van de realisatie van de nieuwe woningen vindt plaats binnen de gronden

met een middelhoge verwachting (2.500 m2). Deze ruime onderzoeksgrens wordt door de bouwwerkzaamheden van voorliggend plan niet overschreden. De bouwwerkzaamheden van de nieuwe woningen vinden slechts voor een beperkt deel plaats binnen de gronden met een hoge verwachting, maar de werkzaamheden zullen daar een bodemverstoring tot gevolg hebben ver beneden de onderzoeksgrens van

250 m2. Een vervolgonderzoek in het kader van archeologie is daarmee niet aan de orde. De bestaande dubbelbestemmingen zullen in voorliggend plan worden overgenomen.

Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect cultuurhistorie en archeologie.

34

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

4.6

Kabels en leidingen

Binnen of in de omgeving van het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die in het vigerende

bestemmingsplan 'Mill-Zuid' bescherming genieten. Voordat de grondwerkzaamheden binnen het plangebied plaatsvinden, zal er een klic-melding worden uitgevoerd om de bodem te controleren op de aanwezigheid van

kabels en leidingen zodat eventuele maatregelen kunnen worden getroffen om negatieve effecten op kabels en leidingen te voorkomen.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

4.7.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro,

onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. Er is in dit geval geen sprake

van een bouwplan in de zin van artikel 6.12, lid 2 van de Wro. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de realisatie van het plan

hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het

voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de plankosten. Daarnaast wordt voor het plan een bijdrage gedaan aan het IRK (Investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit), zoals beschreven in paragraaf 3.4.2. Dit wordt vastgelegd in de te sluiten anterieure overeenkomst.

Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens

geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Deze overeenkomst zal als een separate rapportage worden opgenomen.

Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

4.7.2

Handhaafbaarheid

Voorliggend bestemmingsplan is opgezet conform de structuurbepalingen van de SVBP 2012 en is daardoor gemakkelijk te lezen. Voorts voldoet dit plan aan het gemeentelijk handboek bestemmingsplannen, wat

de leesbaarheid, raadpleegbaarheid en de uniformiteit ten goede komt. Daardoor is ook de handhaafbaarheid gemakkelijk vorm te geven. De regels zijn eenduidig zodat rechtsgelijkheid en -

zekerheid zo groot mogelijk is. Op basis van de Wro zijn belangrijke overgangsbepalingen en strafbepalingen wettelijk vastgelegd, waardoor de handhaafbaarheid vanuit dit bestemmingsplan goed is geregeld.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

35

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de

planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen

aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft

een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

Verbeelding

De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen

worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc.

Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels

De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.

• •

Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.

•

Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.

•

Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op de systematiek van het vigerende bestemmingsplan 'Mill-Zuid' en bevat de volgende bestemmingen: 'Tuin' Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de gronden tussen de woonbestemming en de

verkeersbestemming van de Wanroijseweg. Binnen deze bestemming zijn, naast de inrichting van de gronden

als tuin, bijbehorende gebouwen en bouwwerken toegestaan, evenals het aanleggen van parkeerplaatsen. Om te voorkomen dat de verder van de weg afgelegen woning aan de Wanroijseweg 14 teveel wegvalt in het

straatbeeld, is de bestemming tuin tevens opgenomen op een deel van de gronden langs de zijdelingse grens

van het bouwvlak. Deze gronden, met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' dienen niet als erf te

worden beschouwd in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht.

Vergunningvrij bouwen is daar niet toegestaan. Om eenheid in het aanzien van de nieuwe woningen te

bewerkstelligen, is deze aanduiding ook langs de andere zijdelingse grens van het bouwvlak opgenomen.

36

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

'Wonen' Het bestaande bouwvlak is vergroot in westelijke richting. Daarbinnen zijn maximaal twee woningen in een 'twee-aaneen' variant toegestaan. Bijgebouwen zijn toegestaan binnen de aanduiding 'bijgebouwen'. Bij het opnemen van deze aanduiding is rekening gehouden dat bijgebouwen niet voor het verlengde van de

voorgevel van de naastgelegen woning aan de Wanroijseweg 14 komen te liggen.

In navolging van deze enkelbestemmingen worden de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan:

• • • • • • •

'Waarde - Archeologie 2'; 'Waarde - Archeologie 3';

geluidzone - luchtvaart 35 - 40 Ke; luchtvaartverkeerzone - funnel 3; luchtvaartverkeerzone - ihcs-zone; luchtvaartverkeerzone - ils-zone 6; luchtvaartverkeerzone - radarverstoringsgebied.

Voorwaardelijke verplichting parkeren & inrichting plangebied

In de regels van dit plan is middels een voorwaardelijke verplichting geregeld dat, tijdens de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen aangetoond dient te worden dat bij de inrichting van het eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen dient gebruik te worden gemaakt van de Parkeernormen, publicatie 317 van het CROW.

Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de inrichting van het plangebied. Het plangebied dient te worden ingericht volgens de inrichtingsprincipes uit de inrichtingstekening uit bijlage 3 van de regels. Deze inrichting dient vervolgens in stand te worden gehouden.

Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

37

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in

artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt dit vooroverleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de

ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke

inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te

worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling

door het college wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het

bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige

voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de belanghebbende instanties.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

In het kader van de omgevingsdialoog heeft de initiatiefnemer de omwonenden van het plangebied op de

hoogte gesteld van het initiatief. De bewoners van de volgende adressen zijn op de hoogte gesteld:

þÿ " Wanroijseweg þÿ " Wanroijseweg þÿ " Bakhuisweg þÿ " Wanroijseweg þÿ " Wanroijseweg þÿ " Wanroijseweg

;

Alle bewoners van voorgaande adressen hebben aangegeven positief aan te kijken tegen de ontwikkelingen

binnen het plangebied, met uitzondering van de bewoner van de woning aan de Bakhuisweg

Deze

bewoner heeft aangegeven niet akkoord te kunnen gaan met de plannen. Gedurende de zienswijzenperiode wordt deze bewoner de gelegenheid geboden zienswijzen op het bestemmingsplan in te dienen. Voor alle overige adressen is in bijlage 5 in het omgevingsdialoog aangegeven dat deze bewoners geen bezwaar hebben tegen de bouw van de twee nieuwe woningen binnen het plangebied. Gelet op voorgaande is het omgevingsdialoog volledig doorlopen. Het bestemmingsplan zal direct als ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.

38

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heef voor een periode van zes weken, van zaterdag 17 juli tot en met vrijdag 27 augustus 2021, voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is er één zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. De zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het

bestemmingsplan. De zienswijze en bijbehorende beantwoording van de gemeente is te raadplegen in de bijlage van het vaststellingsbesluit van voorliggend bestemmingsplan.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

39

40

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Bijlagen bij de toelichting

42

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Bijlage 1

Inrichtingstekening met maatvoering

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

43

44

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

45

46

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

47

48

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Bijlage 4

Watertoets

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

49

50

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Bijlage 5

Omgevingsdialoog

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

51

52

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Regels

54

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill met identificatienummer

NL.IMRO.0815.BPMiWanroijwg1014-VA01 van de gemeente Mill en Sint Hubert.

1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen.

1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels

worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

aaneengebouwde woning

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning.

1.6

achtergevel

een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel.

1.7

afhaalpunt

een locatie waar de consument uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij

geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten.

1.8

afhankelijke woonruimte

een (gedeelte) van een bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.

1.9

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.

1.10

archeologische waarden

waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke

bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.

1.11

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

55

1.12

bedrijf

een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen, bewerken en/of verwerken van producten zoals genoemd in de

als Bijlage 1 in deze regels opgenomen Lijst van bedrijfsactiviteiten, niet zijnde detailhandel, kantoor,

maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en horeca.

1.13

bedrijf aan huis

een bedrijf van maximaal milieucategorie 2, dat in een woning en de daarbij behorende bebouwing door de bewoner wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten zoals genoemd in de als Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten: Bedrijf aan huis, waarbij de woning in

overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.14

bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Hieronder wordt mede verstaan een bedrijfsverzamelgebouw. 1.15

bedrijfsverzamelgebouw

een bedrijfsgebouw dat in gebruik is door meer dan één bedrijf.

1.16

bedrijfswoning

een woning, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op

de bestemming, noodzakelijk is.

1.17

beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlak

de totale oppervlakte van de voor beroep- of bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de opslag­ en administratieruimten en dergelijke.

1.18

beroep aan huis

een dienstverlenend beroep dat in een woning en de daarbij behorende bebouwing door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke

uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.19

bestaande situatie

de bebouwing en het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.20

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.21

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.22

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een

dak.

1.23

bijbehorende voorzieningen

voorzieningen, die horen bij de betreffende bedrijfsvoering of functie en/of bouwvlakken.

56

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

1.24

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25

bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.26

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren

of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

1.27

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten

1.28

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel. 1.29

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten

1.30

bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.31

carport

een bouwwerk, vrijstaand of aangebouwd aan een gebouw, ter vergroting van het woongenot, ondersteund

door palen of kolommen, dat maximaal aan twee zijden gesloten is. Indien de carport wordt gebouwd tegen een gebouw op het aangrenzend perceel zijn er maximaal drie gesloten zijden toegestaan.

1.32

cultuurhistorische waarde en kenmerken

waarden en kernmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig

erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en

de bekende en verwachte archeologische waarden.

1.33

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen, verhuren en leveren van goederen geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.34

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 1.35

detailhandel volumineus

detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de

uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, keukens en sanitair, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen, alsmede bouwmarkten.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

57

1.36

erker

hoekige of ronde uitbouw aan gevel.

1.37

eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond.

1.38

evenement categorie 1

een evenement met onversterkte (straat)muziek, achtergrondmuziek en beperkte spreekinstallaties, waarbij

het evenement per dag maximaal 5.000 bezoekers trekt. 1.39

evenement categorie 2

een evenement met spreekinstallaties, versterkte (live) muziek, orkest, taptoe, etc, waarbij het evenement per dag maximaal 5.000 bezoekers trekt.

1.40

evenement categorie 3

een evenement zoals popconcerten, live optredens, houseparty, DJ's, rap, dance-event en muziekprogramma's van radio en TV-omroepen, etc, waarbij het evenement per dag maximaal 5.000 bezoekers trekt. 1.41

functie

doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is

toegestaan. 1.42

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten

ruimte vormt.

1.43

gebruiken

gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.

1.44

geluidszoneringsplichtige inrichting

een inrichting, zoals genoemd in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden

vastgesteld. 1.45

gestapelde woningen

boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is.

1.46

grondgebonden woning

een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau.

1.47

herbouw

reconstructie, wederopbouw, opnieuw bouwen.

1.48

hogere grenswaarde

een maximum waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder. 1.49

hoofdfunctie

een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt.

58

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

1.50

hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken.

horeca

1.51

het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. Onder te verdelen in drie

categorieën. a.

Categorie 1 'lichte horeca': Bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken zoals:

b.

1.

aan de detailhandelsfunctie verwante horeca;

2.

overige lichte horeca;

3.

bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking.

Categorie 2 'middelzware horeca': Bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken zoals:

c.

1.

bar;

2.

bierhuis;

3.

biljartcentrum;

4.

café;

5.

proeflokaal;

6.

shoarma/grillroom;

7.

zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).

Categorie 3 'zware horeca': Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal

bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen zoals:

1.52

1.

dancing;

2.

discotheek;

3.

nachtclub;

4.

partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen).

huishouden

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding

voeren of willen voeren.

1.53

internethandel

het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en waarbij geen sprake is van publieksgerichte activiteiten, zoals afhaalpunten, voor publiek toegankelijke winkelruimtes of showrooms. 1.54

Investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit Mill en Sint Hubert

De op het moment van de aanvraag omgevingsvergunning geldende versie van de beleidsregel

'Investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit Mill en Sint Hubert' of opvolger daarvan. 1.55

inwoning

wonen in een ondergeschikt deel van een woning als medegebruiker van het pand.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

59

1.56

kantoor

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.57

karakterisitiek

herkenbaar, markant, wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van belang.

1.58

lokaal bedrijf

Een bedrijf met een qua herkomst, afzetmarkt en/of werknemers overwegend lokale binding met de gemeente Mill en Sint Hubert, het Land van Cuijk en/of de overige omliggende landelijke gemeenten.

1.59

maatschappelijke diensten/ voorzieningen

voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, onderwijs, openbare orde en veiligheid en

daarmee gelijk te stellen sectoren.

1.60

mantelzorg

het bieden van zorg in een woning aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.61

mestbewerking

de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygienisatie of

indamping van mest.

1.62

normaal onderhoud, gebruik en beheer

een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.

1.63

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations,

schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor

telecommunicatie. 1.64

ondergeschikte detailhandel

detailhandel, die ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de hoofdbestemming. 1.65

ondergeschikte horeca

een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van

drank en etenswaren, zoals een kantine in een verenigingsgebouw of sportvoorziening.

1.66

ondergeschikte nevenfunctie

een activiteit met een zodanige beperkte omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm als hoofdfunctie herkenbaar blijft.

1.67

ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden

werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden.

60

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

1.68

ondergronds bouwwerk

een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil. 1.69

onderkomen

een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als bouwwerk is aan te merken, alsook een tent.

1.70

ontmoetingsplek

een geformaliseerde hangplek voor groepen mensen in de vorm van een overkapping al dan niet met zitgelegenheid. 1.71

perceelsgrens

grens van een bouwperceel.

1.72

productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.73

prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen

vergoeding. 1.74

recreatief medegebruik

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit

recreatieve gebruik is toegestaan. 1.75

risicovolle inrichting

inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals dit geldt op het

tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.76

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater,

een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.77

sportvoorziening

faciliteit, bijvoorbeeld een sportveld, sporthal of soortgelijke accommodatie, waar lichamelijke activiteiten kunnen worden beoefend.

1.78

straatmeubilair

bouwwerken, bedoeld als voorziening in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter

verfraaiing van de openbare ruimte, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, informatieborden, zitbanken,

hekken, speeltoestellen en hondentoiletten. 1.79

uitvoeren

uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

61

1.80

twee-aaneen woning

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen. 1.81

VNG-lijst

de richtafstandenlijsten voor milieubelastende activiteiten zoals opgenomen in de uitgave Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 2009.

1.82

voorgevel

de gevel van een gebouw, die is gekeerd naar de weg of het openbaar gebied waarop het bouwperceel overwegend georiënteerd is (bij een hoekperceel met een grondgebonden woning is er slechts sprake van één voorgevel).

1.83

voorgevellijn

de gevel van een gebouw, die is gekeerd naar de weg of het openbaar gebied waarop het bouwperceel overwegend georiënteerd is (bij een hoekperceel met een grondgebonden woning is er slechts sprake van één voorgevel). 1.84

vrijstaande woning

een woning waarvan het hoofdgebouw vrijstaat van andere hoofdgebouwen. 1.85

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken,

onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop.

1.86

woning

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

1.87

zijgevel

een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel.

62

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

Definitiebepaling

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. bebouwingspercentage

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met

uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

lengte, diepte c.q. breedte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken langs) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).

ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

peil voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van

die hoofdtoegang vermeerderd met 0,25 m; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein ter

hoogte van de hoofdtoegang vermeerderd met 0,25 m.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

63

2.2

Dakkapel en goothoogte

Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing

gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte

van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel. 2.3

Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen als

plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, zonnecollectoren, gevel- en kroonlijsten, balkons, loggia's en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens of de bouwhoogte met niet meer dan 1 m wordt overschreden.

64

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen met bijbehorende gebouwen en bouwwerken,

geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede lid 3.2), water en voorzieningen voor de waterhuishouding en erven; waarbij tevens geldt dat, voor de ontsluiting van de woningen er gebruik dient te worden gemaakt van één gezamenlijke inrit.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt dat alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd. Erfafscheidingen dienen te worden uitgevoerd met een open constructie en

een maximale hoogte van 1 m, voor alle overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een bouwhoogte van maximaal 2 m. Deze gronden dienen verder niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van de

inwerkingtreding van dit plan. Hierdoor kan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' niet vergunningsvrij worden gebouwd.

3.2.2

Erkers

Voor het bouwen van een erker aan het hoofdgebouw van de op de aangrenzende gronden gelegen woning

gelden de volgende regels: a.

De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.

b.

De horizontale diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m.

c.

De ligging uit de voorste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2 m.

d.

De breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van

hoofdgebouw. 3.2.3

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m, waarbij tevens geldt

dat terreinafscheidingen dienen te worden uitgevoerd met een open constructie;

b.

De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m.

c.

De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

65

Artikel 4

Wonen

Bestemmingsomschrijving

4.1

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen;

b.

een beroep aan huis;

met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede 4.3) , water, voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a.

Gebouwd binnen het bouwvlak;

b.

Binnen het bouwvlak zijn twee woningen toegestaan;

c.

Ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen uitsluitend woningen van het type 'twee-aaneen'

worden gebouwd; d.

e.

De afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 m. De goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;

f.

De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;

g.

De minimum en maximum breedte van het hoofdgebouw bedraagt respectievelijk 5 en 9 m;

h.

De dakhelling dient minimaal 20° en maximaal 65° te zijn;

i.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nokrichting evenwijdig aan de weg' dient de nokrichting van de woning evenwijdig aan de weg te worden gerealiseerd.

Bijbehorende bouwwerken

4.2.2

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.

Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen het bouwvlak, dan wel ter plaatse van de aanduiding

'bijgebouwen';

b. c.

De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m, met dien verstande dat:

1.

tot 1 m uit de perceelsgrens de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m en,

2.

tot 2 m uit de perceelsgrens de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m.

3.

een uitzondering geldt voor die situaties waarin de kapconstructie in het verlengde ligt van het hoofdgebouw. In dat geval geldt als maximum bouwhoogte de hoogte van het hoofdgebouw minus 1,5 m. De eisen als hiervoor gegeven over de afstand uit de perceelsgrens blijven hierbij wel van

kracht. d.

De maximum gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is per hoofdgebouw op bouwpercelen met een oppervlakte van:_____________________________________________________

66

oppervlakte bouwperceel

maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken

0 m2 tot 125 m2

50 m2

125 m2 tot 250 m2

70 m2

250 m2 tot 500 m2

100 m2

500 m2 tot 1.000 m2

125 m2

vanaf 1.000 m2

150 m2

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het

hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 2 m.

b. c.

De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m.

Reclame-uitingen bij een beroep aan huis en een bedrijf aan huis mogen uitsluitend aan de gevel worden geplaatst tot een oppervlakte van 0,2 m2.

d.

De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,5 m.

4.2.4

Ondergronds bouwen

Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a.

Ondergronds bouwen mag uitsluitend plaatsvinden onder gebouwen.

b.

De verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer bedragen dan 4 m onder peil.

4.2.5

Voorwaardelijke verplichting besluit hogere grenswaarde

In aanvulling op het bepaalde in artikel 4.2.1 is het ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaarde bouwen' alleen toegestaan een woning te bouwen, in gebruik te nemen en in stand te

houden onder de voorwaardelijke verplichting dat er voldaan wordt aan de eisen zoals gesteld in het besluit hogere grenswaarde zoals opgenomen in bijlage 2.

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Beroep aan huis

De uitoefening van een beroep aan huis is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

De vloeroppervlakte van een beroep aan huis mag niet meer bedragen dan 40% van de vloeroppervlakte

van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van in totaal 75 m2.

b. c.

Degene die de activiteiten uitoefent, is bewoner van de woning. Er is geen horeca en detailhandel toegestaan, uitgezonderd beperkte detailhandel via internet en

beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met die activiteit. d.

Buitenopslag is niet toegestaan.

e.

De activiteiten moeten milieuhygiënisch inpasbaar zijn in de omgeving.

4.3.2

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken gelegen binnen voor 'Wonen' aangewezen gronden, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van: a.

een deel van het hoofdgebouw als afhankelijke woonruimte;

b.

(vrijstaande) bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woonruimte en als afhankelijke woonruimte.

4.3.3 a.

Voorwaardelijke verplichting inrichting plangebied

Voorwaarde

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de voor 'Wonen' aangewezen gronden, zoals nader bepaald in 4.1, is alleen toegestaan als de bomen en hagen zoals aangegeven op de inrichtingstekening uit bijlage 3 zijn

aangelegd en als zodanig in stand worden gehouden.

b.

Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3.3 onder a voor een andere inrichting met dien verstande dat het inrichtingsplan dient te voldoen aan de basisprincipes

van de inrichtingstekening uit bijlage 3.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

67

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Afwijking bedrijf aan huis, detailhandel of dienstverlening van ondergeschikte aard

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.1 en 4.3.2 ten behoeve van het gebruik van de gronden en bouwwerken behorende bij een woning voor een bedrijf

aan huis, detailhandel of dienstverlening van ondergeschikte aard in een gedeelte van het hoofdgebouw en/of

een bijbehorend bouwwerk mits: a.

het geen volumineuze detailhandel of een supermarkt betreft;

b.

het qua aard en omvang past in de omgeving;

c.

het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op

de openbare ruimten; d.

de oppervlakte ten behoeve van het bedrijf aan huis, detailhandel of dienstverlening van ondergeschikte

aard gezamenlijk niet meer dan 75 m2 bedraagt. 4.4.2

Afwijking mantelzorg

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.3.2

onder a en b, ten behoeve van het gebruik als afhankelijke woonruimte in een gedeelte van het hoofdgebouw en/of bijbehorend bouwwerk, mits: a.

aangetoond wordt dat inwoning in de woning of bijbehorend bouwwerk redelijkerwijs niet mogelijk is;

b.

mantelzorg een tijdelijke situatie is en aangegeven wordt tot welk moment de afwijking noodzakelijk is;

c.

de afhankelijke woonruimte zich op de begane grond bevindt en niet groter is dan 80 m2;

d.

de afhankelijke woonruimte een functionele en visuele relatie heeft met de op het perceel aanwezige woning.

4.4.3

Voorwaarden voor afwijken

Afwijkingen als bedoeld in lid 4.4.1en 4.4.2 kunnen slechts worden verleend, mits:

a.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;

b.

het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;

c.

het milieuhygiënisch inpasbaar is in de omgeving;

d.

de afwijking voorzien wordt van een goede ruimtelijke onderbouwing.

68

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de (te verwachten archeologische) waarden van de gronden.

Bouwregels

5.2 a.

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende

bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m2 en de bodemingrepen dieper gaan dan 0,4 m beneden maaiveld,

een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

b.

Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of

meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:

1.

De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.

2. 3.

De verplichting tot het doen van opgravingen. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden

door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

c.

Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing ter plaatse van het bouwvlak.

Afwijken van de bouwregels

5.3

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub a

indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van

5.4

werkzaamheden

5.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken

zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.

het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 250 m2 en met meer dan 0,4 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd;

b.

het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,4 m onder maaiveld;

c.

het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;

d.

het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergings-capaciteit van)

oppervlaktewateren; e.

het verwijderen of rooien van bos;

f.

het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;

g.

het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;

h.

het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,4 m onder maaiveld wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie;

i.

het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 250 m2.

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

69

5.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, overeenkomstig de overige bestemmingen van deze

gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik

overeenkomstig de bestemming;

b.

reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

5.4.3 a.

Toelaatbaarheid

De in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige

afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

b.

Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van

het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c.

Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde

van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als

een rapport beschouwd.

70

Wanroijseweg tussen 10 en 14, Mill

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de (te verwachten archeologische) waarden van de gronden.

Bouwregels

6.2 a.

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende

bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en de bodemingrepen dieper gaan dan 0,4 m beneden maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de

aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

b.

Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of

meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:

1.

De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.

2.

De verplichting tot het doen van opgravingen.

3.

De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden

door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

c.

Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing ter plaatse van het bouwvlak.

Afwijken van de bouwregels

6.3

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.2 sub a

indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van

6.4

werkzaamheden 6.4.1

Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken

zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.

het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 2.500 m2 en met meer dan 0,4

m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd;

b.

het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,4 m onder maaiveld;

c.

het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling;

d.

het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergings-capaciteit van)

oppervlaktewateren; e.

het verwijderen of rooien van bos; het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder

f.

agrarische productiefunctie; g.

het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;

h.

het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand of dieper dan 0,4 m onder maaiveld wortelend houtgewas met agrarische productiefunctie;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=49e73740-cd7a-44a9-b5dc-3051ed520f02