03. Transitievisie Warmte Mill en Sint Hubert.docx
Tekst van het document
24
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
7. Financieringsmogelijkheden 7.1 Een betaalbare transitie De betaalbaarheid van de warmtetransitie is een belangrijk punt van aandacht. In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben’. Hoe dit er precies uit komt te zien, is echter nog onduidelijk. Mede vanwege de onduidelijkheden op dit vlak, is er voor gekozen om geen wijken aan te wijzen die voor 2030 aardgasvrij moeten worden. In plaats daarvan wordt er voornamelijk ingezet op isolatie – een maatregel waarvan we weten dat deze naast comfort vaak ook financiële voordelen met zich meebrengt. Het uiteindelijke doel is dat de warmtetransitie betaalbaar wordt voor iedereen middels subsidies en gunstige leningen. Een belangrijke rol voor deze subsidies en leningen ligt bij de Rijksoverheid. Het gaat hierbij om het vinden van een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden, zodat iedereen een vorm kan vinden die in de eigen situatie past. Een combinatie aan subsidies en duurzaamheidsleningen ligt daarom in de toekomst voor de hand. Het verschil tussen subsidies en duurzaamheidsleningen is hiernaast weergegeven.
Subsidies
Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken. Daarmee wordt het volgende bedoeld: Een nieuwe maatregel levert vaak besparing op, of meerwaarde voor de woning. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen, dan spreken we van een onrendabele top. Het kan ook een keuze zijn om subsidie in te stellen om een maatregel extra te stimuleren. Er zijn verschillende subsidies (maart 2021): Subsidies voor particulieren bij het doen van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE, SEEH) Subsidies voor energieproducenten voor het produceren van duurzame energie (SDE++) Proeftuinsubsidie aardgasvrije wijken voor gemeenten (PAW). Provinciale subsidies, zoals Brabant Geeft Energie.
Duurzaamheidsleningen
Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder: Energiebespaarfondsen voor particulieren. Deze bestaan er op nationaal (Nationaal Warmtefonds) en provinciaal niveau, maar ook op lokaal niveau. Energiefondsen voor initiatieven/organisaties. Deze bestaan er op regionaal niveau (BOM Renewable Energy). Gemeentelijke duurzaamheidslening
25
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
7.2 Betaalbaarheid van de warmtetransitie Door te werken aan verschillende financieringsconstructies werkt de overheid toe naar een situatie waarin de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven of in het geval van energiearmoede zelfs omlaag gaan. Hoe dit precies vorm wordt gegeven, gaat waarschijnlijk verschillen per wijk. Zo liggen de maatschappelijke kosten bij de aanleg van een warmtenet mogelijk hoger, omdat de straat hiervoor opengebroken moet worden. De aanschafkosten van een warmtepomp zijn hoog voor een inwoner. En het kan zo zijn dat de maandelijkse energiekosten bij duurzaam gas het hoogst zijn. Kortom er zijn veel verschillende type kosten om mee rekening te houden. Bij de keuze van een techniek wordt daarom niet alleen gekeken naar de technische haalbaarheid, maar ook naar de maatschappelijke en eindgebruikerskosten. Deze kosten zijn bij voorkeur in balans en zo laag mogelijk. De combinatie tussen technische mogelijkheden en deze verschillende kosten bepaalt uiteindelijk welke techniek het meest geschikt is voor welke woningen in welke wijken. Omdat de kosten afhankelijk zijn van veel factoren, zoals de staat van de woningen, de ruimte in de straat, het type wijk en de beschikbare bron, worden de daadwerkelijke kosten voor een techniek pas op uitvoeringsplan niveau berekend.
De investeringskosten hangen namelijk af van het type systeem en de isolatiegraad van de woning. De jaarlijkse kosten zijn weer afhankelijk van de leefstijl van de inwoners, de exploitatiekosten en de onderhoudskosten aan het systeem. Wat de kosten zijn voor het aardgasvrij worden, verschilt dan ook erg per situatie. Voor een reeds goed geïsoleerde woning waar al vloerverwarming aanwezig is, kan de overstap op een warmtepomp met de huidige subsidies zonder al te grote investering plaatsvinden. Zeker wanneer dit gebeurt op het moment dat de huidige CV ketel aan vervanging toe is. Voor woningen waarin nog veel maatregelen genomen dienen te worden,
Maatschappelijke kosten Dit zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin. In Bijlage IV zijn de maatschappelijke kosten preciezer uiteengezet.
Eindgebruikerskosten Eindgebruikerskosten zijn de kosten voor de bewoners en andere gebouweigenaren en kunnen worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten. Deze kosten geven weer welk deel van de kosten op de schouders van de bewoner valt. Kosten voor de bewoners worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning. De investeringskosten zijn de eenmalige kosten voor de transitie naar een duurzamere warmtetechniek. De jaarlasten zijn de kosten voor de bewoner die jaarlijks betaald moet door de bewoner. Voor meer informatie over mogelijke eindgebruikerskosten, zie de rekenvoorbeelden in Bijlage IV en V.
lopen de kosten al snel op. Het is daarom goed om de natuurlijke momenten te benutten (vervangen keuken, nieuwe ketel, nieuwe vloer) om de kosten zo laag mogelijk te houden. Wat de daadwerkelijke kosten worden en hoe dit gefinancierd gaat worden, wordt de komende jaren verder uitgewerkt.
26
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
7.3 Financiering en kosten nog onduidelijk Uit bovenstaande blijkt dat de warmtetransitie veel kosten met zich meebrengt voor verschillende partijen. Van eigenaren van woningen, woningcorporaties, bedrijven, netbeheerders tot de overheid zelf. Aan alle kant wordt nagedacht over de betaalbaarheid, er zijn allerlei financieringsconstructies in de maak maar veel moet het komend jaar en daarna nog duidelijk worden. Ook als het gaat om de kosten voor de gemeenten is nog veel onzeker. Verwacht wordt dat pas eind 2021 duidelijkheid komt welke middelen de gemeenten ontvangen van de Rijksoverheid voor het uitvoeren van het Klimaatakkoord. De warmtetransitie maakt hier onderdeel van uit. Voordat we in een wijk aan de slag gaan om de huizen van het aardgas af te halen, willen wij duidelijkheid hierover.
27
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Bijlage I – Begrippenlijst Aquathermie
Aquathermie betekent warmte uit water. Water is net als de bodem of lucht een lage temperatuurbron die gebruikt kan worden om woningen van warmte te voorzien. Door warmte uit water te halen kan een lage temperatuur warmtenet worden gerealiseerd.
Biogas
Biogas is een gas dat ontstaat door het vergisten van biomassa (organisch materiaal) zoals GFT, slib en mest. Het gas wat vervolgens ontstaat kan gebruikt worden om woningen te verwarmen, maar mag vanwege andere eigenschappen dan aardgas niet door het bestaande gasnet worden vervoerd. Biogas wordt daarom meestal opgewerkt tot groengas.
Biomassa
Biomassa bestaat uit verschillende soorten organisch materiaal. Houtachtig biomassa wordt vaak gebruikt voor houtpelletketels terwijl mest, GFT-afval, slib en mais goede grondstoffen zijn voor biogas.
Bodemlussen
Bodemlussen zijn buizen gevuld met een vloeistof die tot enkele meters diep de bodem in gaan. Ze zijn verbonden met een warmtepomp die middels de bodemlus warmte uit de bodem kan halen.
Collectieve aanpak
Met een collectieve aanpak wordt een warmtenet bedoeld.
Duurzaamheidslening
Een lening die gebruikt wordt om duurzame maatregelen te treffen die niet direct te financieren zijn. De lening moet worden terugbetaald, maar dit is in de regel met een lage rente.
Eindgebruikerskosten
De kosten die worden betaald door de uiteindelijke gebruiker. Deze zijn op te delen in investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning. De investeringskosten zijn eenmalige kosten voor de transitie naar een duurzamere warmtetechniek. Jaarlijkse kosten zijn kosten die de gebruiker jaarlijks betaald. Voorbeelden zijn kosten voor onderhoud van de techniek en/of de warmte zelf.
Energielabel
Een energielabel laat in één oogopslag zien hoe energiezuinig een woning is. Energielabels lopen van energielabel A voor een zeer energiezuinige woning tot en met energielabel G voor een woning die veel energie gebruikt.
Energietransitie
De energietransitie gaat over het vervangen van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas, olie en steenkool, voor duurzame bronnen zoals zon, wind en bodemwarmte.
Geothermie
Geothermie is warmte afkomstig uit de aarde (ook wel aardwarmte genoemd). Geothermie kan ondiep (500 tot 1500 meter), diep (1500 tot 4000 meter) en ultradiep (> 4000 meter) gewonnen worden. Hoe dieper de warmte gewonnen wordt, hoe hoger de temperatuur.
Groengas
Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Hierdoor heeft het dezelfde eigenschappen als aardgas en mag het in het bestaande aardgasnetwerk worden toegevoegd.
28
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Hoge temperatuur(HT)
Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 70-90 C ligt.
Houtpelletketels
In houtpelletketels worden speciale houtpellets verbrand om warmte te winnen. De ketels staan der discussie omdat de duurzaamheid ervan beperkt is als het hout niet uit de regio komt, het lang duurt voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer is opgenomen door de natuur en ze de luchtkwaliteit beïnvloeden. Houtpelletketels worden daarom alleen in buitengebieden ingezet.
Hybride warmtepomp
De hybride warmtepomp is een warmtepomp die naast de bestaande CV ketel wordt geplaatst en zo in een groot deel van de warmtevraag kan voorzien. Alleen als het heel koud is buiten springt de gewone CV ketel bij om de woning te verwarmen. Daarnaast blijft de CV ketel het water verwarmen.
Individuele aanpak
Met een individuele aanpak wordt een techniek op woningniveau bedoeld. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een warmtepomp. Bij een individuele aanpak kan je zelf bepalen op welk moment je overstapt op welke techniek.
Innovatieve oplossingen
Duurzame warmtetechnieken die zich nog aan het ontwikkelen zijn. Een voorbeeld is voor boerderijen warmte winnen uit melk.
Isolatiegraad
De mate van isolatie van een woning.
Lage temperatuur(LT)
Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 10-40 C ligt.
Maatschappelijke kosten
Dit zijn de totale financiële kosten die Nederland betaalt om een wijk of buurt van het aardgas te halen, ongeacht wie de kosten betaald. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van de infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin.
Meekoppelkansen
Ontwikkelingen in de omgeving waarbij de uitvoering van de warmtetransitie mee zou kunnen worden genomen. Voorbeelden zijn renovaties van corporatiewoningen en/of de openbare ruimte, vervanging van riolering, aanpassingen van het openbaar groen en klimaatadaptatie. Meekoppelkansen kunnen kosten en overlast in de uitvoering beperken.
Midden temperatuur(MT)
Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 40-70 C ligt.
No-regret maatregel
Een no-regret maatregel wordt ook wel een geen-spijtmaatregel genoemd. Dit is een maatregel die je in je woning kunt nemen om de woning te verduurzamen en die ongeacht het toekomstige alternatief voor aardgas goed is om te nemen.
Onrendabele top
Het onrendabele verschil tussen investeringskosten en besparingskosten. Investeringskosten kunnen teruggewonnen worden door besparingsmaatregelen. Echter is de besparing in kosten soms minder dan de investeringskosten. Dit verschil is de onrendabele top. 29
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Regionale Energiestrategie(RES)
De Regionale Energiestrategie wordt gemeente overstijgend opgesteld met als doel het inzichtelijk maken en vastleggen van plekken voor de opwek van zonne- of windenergie.
Restwarmte
Restwarmte is warmte die vrijkomt bij een productie of proces en waar op dit moment nog geen gebruik van wordt gemaakt. Zo komt bij bedrijven waar met behulp van hoge temperatuur dingen worden geproduceerd komt vaak restwarmte vrij, maar komt er ook restwarmte vrij bij rioolwaterzuiveringsinstallaties of bij energiecentrales. Deze restwarmte kan in sommige gevallen gebruikt worden als bron om een warmtenet van warmte te voorzien.
Thermische Energie uit Afvalwater (TEA)
TEA staat voor thermische energie uit afvalwater en is een vorm van aquathermie waarbij de warmte uit het rioolwater wordt gebruikt om een warmtenet van warmte te voorzien.
Thermische Energie uit Drinkwater (TED)
TED staat voor thermische energie uit drinkwater en is een vorm van aquathermie waarbij de warmte uit drinkwater wordt gebruikt om een warmtenet van warmte te voorzien.
Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO)
TEO staat voor thermische energie uit oppervlaktewater en is een vorm van aquathermie waarbij de warmte uit rivieren, plassen en kanalen wordt gebruikt om een warmtenet van warmte te voorzien.
Transitievisie Warmte (TVW)
De Transitievisie Warmte is een document waarin de route naar een aardgasvrije gemeente wordt beschreven. Elke gemeente moet een dergelijke visie in 2021 hebben vastgesteld en tenminste eens in de vijf jaar herzien. Op deze manier wordt de visie steeds concreter en blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of nieuwe onderzoeksinzichten.
WarmteEen WKO is een methode om warmte en koude in de bodem op te slaan. Dit gebeurt in een watervoerend pakket in de bodem. Door hier in koudeopslagsystemen de zomer koel water uit omhoog te pompen en warm water in te brengen en dit in de winter om te draaien (warm water omhoog, koud (WKO) water omlaag) kunnen woningen worden gekoeld en verwarmd.. Warmtenet
Een warmtenet is een collectieve oplossing waarbij warmte i.p.v. gas aan je woning wordt geleverd. Deze warmte is afkomstig van een bron, zoals geothermie of restwarmte, en wordt vervolgens middels een vloeistof in een buizennetwerk onder de grond naar de woningen getransporteerd.
Warmtepomp
Een warmtepomp is een alternatief voor de huidige CV ketel en maakt gebruik van warmte afkomstig uit de buitenlucht of uit de bodem. Door deze warmte middels elektriciteit verder te verhogen is deze warmte geschikt om een goed geïsoleerde woning te verwarmen.
Warmtetransitie
De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie en gaat over het verduurzamen van het energiegebruik dat we gebruiken in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie gaat over het vinden van een duurzaam alternatief voor het aardgas dat we gebruiken om ons water te verwarmen, te koken en onze woning warm te krijgen.
30
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Waterstofgas
Waterstofgas is een gas dat ontstaat door aardgas of water te splitsen. De meeste waterstof is op dit moment grijze waterstof. Dit is waterstof dat ontstaat door aardgas te kraken. Hierbij ontstaat er een waterstofdeel en een CO2 deel. Grijze waterstof is daarmee geen duurzaam alternatief. Bij groene waterstof komt er geen CO2 vrij, maar moet er veel elektriciteit worden toegevoegd om een waterdeeltje te kunnen splitsen in waterstof en zuurstof. Deze techniek is daarom alleen interessant wanneer er veel duurzame energie wordt opgewekt.
Wijkuitvoeringsplan (WUP)
Een wijkuitvoeringsplan is een document waarin concreet wordt beschreven hoe een wijk, buurt of kern van het aardgas afgaat. Oftewel: met welke middelen en op welke termijn.
31
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Bijlage II – Toelichting warmtetechnieken Individuele of collectieve technieken Afhankelijk van het woningtype liggen bepaalde systemen meer voor de hand dan andere. Bij een lage bebouwingsdichtheid en oudere woningen, zoals vaak in het buitengebied en kleine kernen het geval is, is een individuele oplossing een geschikt systeem. In het geval van een nieuwe woning bij een lage bebouwingsdichtheid kan gebruik gemaakt worden van warmte uit de lucht of bodem in combinatie met een warmtepomp. Dit is een all-electric oplossing. Ook collectieve oplossingen die gebruik maken van het bestaande aardgasnet zoals groen gas of waterstofgas kunnen een goede optie zijn, omdat er geen nieuw transportnet geplaatst hoeft te worden. De kosten voor het plaatsen van een warmtenet of gasnet lopen bij een lage bebouwingsdichtheid snel op. Daarnaast is het logistiek gezien een enorme onderneming. De straat moet namelijk open worden gebroken, het warmtenet moet aangelegd worden en de oude gasleiding moet eruit. Hieronder staat in meer detail beschreven welke type warmtebronnen er zijn en of die zich lenen voor collectieve of individuele technieken en voor welk type gebieden zij geschikt zijn.
Techniek van collectieve warmtebronnen Collectieve warmtealternatieven zijn warmtesystemen waarop meerdere gebouwen zijn aangesloten op dezelfde warmtebron (zoals het huidige gasnet of stadsverwarming). De warmte of brandstof wordt via een warmte- of gasnet getransporteerd naar de individuele panden. Een collectief systeem op een HT-systeem (> 70°C), zoals restwarmte van industrie of geothermie kan een woning direct verwarmen zonder dat daar aanpassingen voor nodig zijn zoals andere radiatoren. Een collectief systeem op MT (tussen 40°C en 70°C) verlangt wel goede isolatie. Ook is een tweede technologie nodig om warm tapwater te leveren, zoals een boiler. Een optie is om MT-warmte met een collectieve HT warmtepomp eerst centraal naar een HT te brengen en vervolgens alsnog via een warmtenet te transporteren. Bij deze HT is vergaande isolatie van de panden geen vereiste, maar rendabele isolatie wel gewenst om zoveel mogelijk energie te besparen. HT en MT zijn zeer geschikt voor oude panden waarvan isolatie zeer kostbaar is. Voor een collectief warmtesysteem is een hogere bebouwingsdichtheid nodig met een minimaal aantal aansluitingen, omdat het anders financieel niet haalbaar is.
Een HT, collectief, systeem is bij hoogbouw en voor oude dorps- en stadskernen vaak de meest geschikte keuze vanwege de beperkte ruimte rondom het pand of geluidsoverlast van andere oplossingen, zoals de luchtwarmtepompen. Er moet echter nog wel voldoende ruimte vrij zijn in de bodem voor het plaatsen van het
32
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT nieuwe net, indien dit nodig is. HT bronnen (bijvoorbeeld geothermie) in combinatie met een warmtenet vraagt vanwege de hoge investeringskosten vaak om minimaal 5000 woningen. Voorbeelden van collectieve systemen met LT zijn warmte-koudeopslag (WKO) en thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater (aquathermie). Dit zijn bronnen die warmte winnen uit de bodem en het riool- of oppervlaktewater. Vanwege de LT van de bronnen moet de temperatuur op individueel of collectief niveau met een warmtepomp omhoog gebracht worden naar ten minste 30°C. Bij deze vorm van warmtelevering is vergaande isolatie nodig. Het grootste nadeel van LT warmtenetten is dat er zowel een warmtenet, als een warmtepomp nodig is. Soms ook warmteopslag. De energielasten kunnen hierdoor hoog oplopen. Voordeel is dat LT warmtebronnen geschikt zijn voor kleinere warmtenetten van enkele honderden woningen. Daarnaast zijn er meer lage en MT beschikbaar in vergelijking tot HT restwarmte, dat schaars is. Tot slot geeft een LT warmtenet vaak de mogelijkheid tot koudelevering in de zomer.
Techniek van individuele warmtebronnen Individuele alternatieven zijn warmtesystemen die per individueel pand worden toegepast. Voorbeelden zijn warmtepompen waarbij de toevoer aanwarmte afkomstig kan zijn uit de lucht, bodem(lus), riool, warmte- koudeopslag (WKO) of oppervlaktewater uit de directe nabijheid van het gebouw. Zonneboilers zijn ook duurzame warmte alternatieven. Voor een individuele warmtepomp (LT warmte) moet een woning vergaand geïsoleerd zijn of worden, om in de wintermaanden voldoende comfort te kunnen garanderen. Is isoleren te kostbaar omdat het pand oud is? Dan is een hybride warmtepomp een optie. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp aangesloten op het bestaande gasnet. Dan worden de piekvragen (de warmtevraag op erg koude dagen) met (duurzaam) gas ingevuld. Bij LT-oplossingen zal de manier van warmteafgifte in de woning vaak moeten worden aangepast; ruimteverwarming gaat dan niet meer via traditionele radiatoren, maar met grote radiatoren, convectoren of vloerverwarming, omdat deze een groter oppervlak voor warmteafgifte hebben. Deze LT/all-electric opties lenen zich met name voor relatief nieuwe panden, van na 1992, waarbij isoleren relatief ‘eenvoudig’ is of niet nodig. Bij deze oplossingen moet er wel rekening gehouden worden met de opwek van groene energie, omdat de warmtepompen elektriciteit gebruiken.
Een houtpellet gestookte ketel is een individuele HT variant. De duurzaamheid van deze optie is omstreden wanneer de houtpellets niet geproduceerd zijn met hout uit de regio. Daarnaast duurt het tientallen jaren voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer opgenomen wordt door bomen. Op korte termijn zorgt dit daarom niet voor CO2-reductie. Tenslotte levert het discussies op over luchtkwaliteit, zeker in dichtbebouwde gebieden. Daarom wordt de houtpellet kachel gezien als een optie voor het buitengebied waar de woningdichtheid laag is.
33
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT Alle alternatieven op een rij Elektrische warmtepomp – elektriciteit Een warmtepomp maakt het elektrisch verwarmen van een goed geïsoleerde woning mogelijk. Het brengt warmte afkomstig uit lucht, bodem of grondwater middels elektriciteit naar een hogere temperatuur geschikt voor het verwarmen van een woning en het leveren van warm water. Omdat ook na het elektrisch verwarmen de warmte nog steeds een lage temperatuur betreft is een goed geïsoleerd huis noodzakelijk om onnodig veel elektriciteitsgebruik te voorkomen. Een woning moet geschikt zijn of gemaakt worden voor lage temperatuur verwarming. Dit houdt in dat je een groter oppervlak nodig hebt die warmte uitstraalt. Vloerverwarming of andere radiatoren zijn dan noodzakelijk om voldoende warmte in de woning te krijgen.
WKO – warmtenet en elektriciteit Op ondiepe schaal kan middels een warmte-koude-opslag (WKO) een kantoorpand of een woonwijk verwarmd worden. Een WKO is als het ware een opslagvat onder de grond dat warmte vast kan houden. Een WKO zorgt voor opslag van warmte in de zomer die in de winter gebruikt kan worden om te verwarmen en opslag van koude in de winter die in de zomer gebruikt kan worden om te koelen. Het in balans houden van een WKO is essentieel. Dit betekent dat een WKO alleen geschikt is voor wijken of gebieden die naast een warmtevraag ook te maken hebben met een koudevraag, waardoor een WKO niet overal toepasbaar is. Daarnaast levert een WKO lage temperatuurwarmte waardoor woningen net als bij een elektrische warmtepomp geschikt moeten zijn voor lage temperatuur verwarming of de temperatuur collectief in de wijk naar een hogere temperatuur gebracht dient te worden.
Aquathermie – warmtenet en elektriciteit Aquathermie gaat over het gebruiken van warmte uit oppervlaktewater (TEO), drinkwater (TED) en afvalwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (rivier, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze 3 bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Bij oppervlaktewater wordt hierbij vaak een koppeling gemaakt met een WKO, omdat de warmte in de winter nodig is, maar vooral in de zomer aanwezig is.
Geothermie - warmtenet Geothermie is warmte afkomstig uit de bodem en aarde en kan middels verschillende technieken een woning van warmte voorzien. Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men meestal het gebruik van warmte uit diepe aardlagen dat gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde niet langer verwarmd door de zon, maar door de kern van de aarde. Hierdoor kunnen we ‘onbeperkt’ grondwater uit deze diepe lagen oppompen en hier afgekoeld water voor terug in de plaats stoppen. Dit afgekoelde water warmt vervolgens op den duur vanzelf weer op en de warmte die vrijkomt gebruiken we om een hoge temperatuur warmtenet te realiseren. In Nederland kunnen we echter niet overal in de grond boren en niet elke aardlaag is geschikt voor geothermie. Daarnaast zijn de investeringen voor het oppompen van water uit diepe aardlagen hoog, waardoor er veel woningen dichtbij de bron nodig zijn om het betaalbaar te houden. Een warmtenet gevoed door geothermie is daarom lang niet overal mogelijk.
34
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Restwarmte – warmtenet Warmte kan ook afkomstig zijn van bedrijven. In dit geval spreken we vaak van restwarmte. Bij industriële processen ontstaat er soms warmte dat een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken en een warmtenet van warmte kan voorzien. Voordat een restwarmtebron als bron voor een warmtenet wordt gekozen moet er altijd een garantie komen dat ook als het bedrijf weg gaat een andere bron het net van warmte kan voorzien. Dit in verband met de leveringszekerheid. Daarnaast is van veel bedrijven onvoldoende bekend hoeveel restwarmte er in potentie beschikbaar is en hoe zich dat in de toekomst ontwikkelt. Restwarmte is daarom als warmtebron voor een warmtenet organisatorisch vaak complexer te realiseren, als er geen grote restwarmtebronnen aanwezig zijn, dan bijvoorbeeld aqua- of geothermie. Afhankelijk van de leveringstemperatuur kan het nodig zijn om (op wijkniveau of individueel) met warmtepompen de temperatuur van het tapwater op te hogen naar minimaal 55-60 ⁰C en ruimteverwarming van minimaal 35 ⁰C.
Biomassa – warmtenet Biomassa is plantaardig en dierlijk restmateriaal (GFT, mest, snoeiafval, etc.) dat gebruikt kan worden om warmte uit te krijgen. Door biomassa, vooral snoeiafval, in een biomassacentrale te verstoken ontstaat warmte. Doordat er bij dit proces fijnstof vrijkomt en er geen ongelimiteerde regionale biomassavoorraad is, wordt deze warmtebron minder snel gekozen.
Groen gas – gas Biogas ontstaat door het vergisten van biomassa. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van mest, GFT-afval en rioolslib. Door dit te vergisten ontstaat biogas. Biogas kunnen we echter niet zomaar in ons bestaande aardgasnet invoeren. De eigenschappen (calorische waarde) van biogas verschillen te sterk van aardgas. Daarom kan biogas worden opgewaardeerd naar groen gas. Door biogas te zuiveren en te drogen ontstaat een (groen) gas met dezelfde eigenschappen als aardgas, waardoor het in het bestaande gasnet kan worden ingevoerd. Groen gas is een hoge temperatuur warmtebron. Doordat groen gas dezelfde eigenschappen als aardgas heeft vraagt dit weinig aanpassingen aan de bestaande infrastructuur en woningen. We kunnen immers onze woning middels gas blijven verwarmen. Dit klinkt aantrekkelijk, maar de benodigde biomassa is slechts beperkt aanwezig, waardoor we zuinig om moeten gaan met de inzet van groen gas. Dit betekent dat ook woningen die aangesloten blijven op een gasnet hun warmtevraag naar beneden moeten brengen. Dit kan door goed te isoleren en door gebruik te maken van een hybride warmtepomp in combinatie met een HR ketel. Hierbij zorgt elektriciteit voor verwarming op de warme dagen en wordt alleen het groen gas gebruikt als het buiten te koud is of voor verwarming van tapwater.
Waterstofgas - gas Waterstofgas is in tegenstelling tot alle eerder genoemde warmtebronnen geen bron die van nature voorkomt. Waterstof ontstaat op dit moment vooral door een chemische reactie waarbij aardgas wordt omgezet naar waterstof en CO2. Waterstof kan echter ook duurzaam worden verkregen door met veel elektriciteit water te splitsen, waarbij waterstof en zuurstof vrijkomt. In dit laatste geval spreken we over groene waterstof, een geschikt duurzaam alternatief voor aardgas. Productie van
35
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT deze groene waterstof vindt op dit moment nog nauwelijks plaats. Of en hoe de productie en het gebruik van groene waterstof zich gaat ontwikkelen is nog onbekend. Waarschijnlijk wordt een groot deel van de groene waterstofproductie door de industrie en mobiliteitssector gebruikt. Of en hoeveel er voor de woningen overblijft en tegen welke prijs is nog onzeker. Wij houden daarom de optie voor waterstofgas in de toekomst zeker open, maar kiezen daar waar andere opties beschikbaar zijn voor andere, meer toekomst zekere alternatieven voor aardgas.
Andere alternatieven Naast bovengenoemde alternatieven zijn er nog andere alternatieven voor aardgas beschikbaar. Dit zijn veelal alternatieven die op individueel niveau en kleine schaal worden toegepast. Deze alternatieven worden daarom nooit voor een gehele wijk aangewezen, maar bieden op individueel niveau soms wel uitkomsten. Het gaat bijvoorbeeld om de pelletkachel die hoge temperatuurwarmte kan leveren aan oude panden in het buitengebied, zolang de fijnstofuitstoot wordt beperkt. Of melkveehouders die warmte uit melk kunnen halen om hun woning te verwarmen. Daarnaast is het de verwachting dat er in de toekomst meerdere alternatieven voor aardgas geschikt worden voor de woningmarkt, zoals de hoge temperatuur warmtepomp.
36
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Bijlage III – Kaart bouwjaren
Figuur 10: Kaart bouwjaren Mill en Sint Hubert
37
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Bijlage IV – Investeringen per alternatief Voor de verschillende warmteconcepten die toepasbaar zijn in het Land van Cuijk is uitgerekend wat de investeringen en kosten ongeveer kunnen worden, De bandbreedte die we hierin zien, wordt verklaard door een verschil in woningtypes: zo zijn installaties of investeringen in isolatie goedkoper voor een appartement dan voor een vrijstaande woning. De groene gekleurde vakjes zijn kosten die de bewoner moet betalen. Van de collectieve systemen komen de kosten van opwekking, jaarlijkse kapitaallasten en onderhoudskosten bij de exploitant terecht. De bewoner betaalt dit indirect terug via de BAK, vastrecht en warmtetarief. De totale kosten zijn dan niet hoger dan het huidige systeem, het Niet Meer Dan Anders principe (NMDA). Huidige systeem
Luchtwarmtepomp
bodemwarmtepomp
hybride warmtepomp
warmtenet met 70⁰C
Warmtenet met LT-bron
Warmteopwekking
€ 2.000
€ 6.500 - € 9.000
€ 13.500 - € 19.000
€ 4.000 - € 5.500
€ 26.500 - € 36.000
€ 20.000 - € 30.000
Warmteafgifte
-
€ 6.000 - € 8.000
€ 6.000 - € 8.000
-
-
€ 6.000 - € 8.000
Isolatie
-
€ 13.000 - € 23.500
€ 13.000 - € 23.500
€ 13.000 - € 23.500
-
€ 13.000 - € 23.500
Afsluiten gasnet
-
€ 700
€ 700
-
€ 700
€ 700
BAK
-
-
-
-
€ 5.000 tot € 9.000
€ 5.000 tot € 9.000
Vastrecht
€ 60
€ 150
€ 147
€ 207
€ 450
450
Totaal
€ 2.060
€ 25.850 - € 40.650
€ 33.350 - € 51.350
€ 17.200 - € 29.200
€ 32.650 - € 46.150
€ 45.150 - € 71.650
Totale kosten bewoner
€ 2.060
€ 25.850 - € 40.650
€ 33.350 - € 51.350
€ 17.200 - € 29.200
€ 6.200 - € 10.200
€ 25.200 - € 41.200
Jaarlijkse kapitaallasten Exploitatiekosten
€ 100 - € 200
€ 500 - € 600
€ 700 - € 1.200
€ 300 - € 400
€ 1.300 - € 1.900
€ 1.300 - € 1.900
Energielasten
€ 600 - € 1.200
€ 1.100 - € 1.400
€ 1.000 - € 1.300
€ 2.000 - € 2.400
€ 1.800 - € 2.300
€ 1.800 - € 2.300
Onderhoudskosten
€ 150
€ 200
€ 200 - € 300
€ 100
€ 600 - € 900
€ 600 - € 900
*Zijn geen meerkosten ivm bestaande aansluiting. **De gasprijs is geïndexeerd naar een toekomstscenario waarbij gas 15% duurder is dan nu.
38
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT De gebruikte begrippen komen veel terug in berekeningen rond warmtealternatieven. Gekeken wordt doorgaans naar de eenmalige investeringen, en we tellen daarbij op de jaarlijkse kosten. We gaan hierbij uit van een termijn van 30 jaar. Dit is doorgaans de investeringshorizon van een warmtenet. Voor reguliere vervangingsinvesteringen van en kosten voor installaties betekent dit dat er gedurende deze 30 jaar nog één keer een nieuwe ketel of installatie aangeschaft moet worden, omdat veel van dit soort onderdelen een levensduur hebben van 15 jaar. De kosten van warmteopwekking, warmteafgifte, isolatie en afsluiten gasnet zijn doorgaans voor de bewoner. Deze aanpassingen vinden eigenlijk allemaal in de woning plaats. Voor de warmtenetten zijn deze kosten iets lastiger te verdelen. De bewoner betaalt dan eenmalig een BAK (Bijdrage Aansluitkosten). Dit is een bedrag van €5.000 tot €9.000. Warmteopwekking Dit is de investering in de installatie de ‘warmte’ maakt. De (hybride) warmtepomp, of de boring of aanleg naar de warmtebron. Warmteafgifte De onderdelen die zorgen dat de warmte wordt afgegeven in de woning. Bijvoorbeeld radiatoren, convectoren of vloerverwarming in de woning. Het is een systeem waar warm water doorheen stroomt. Isolatie De benodigde isolatie om het concept te laten slagen.
Voor laagtemperatuur concepten is de huidige isolatiegraad niet toereikend om de woning comfortabel warm te krijgen. Er is gerekend met alleen noodzakelijke no-regret maatregelen. We spreken bewust niet over een energielabel, omdat die niet per se iets zegt over de isolatie. Zonnepanelen hebben bijvoorbeeld een heel gunstig effect op het energielabel, hoewel het niets toevoegt aan de mate van isolatie in de woning.
Vastrecht Een vast bedrag per jaar ongeacht het verbruik van gas, warmte of elektra. Het zijn de vaste kosten voor de aansluiting op een gasnet, warmtenet of elektriciteitsnet.
Afsluiten gasnet Wanneer de gasleiding naar de woning niet meer gebruik wordt moet deze afgesloten worden. Hier zijn kosten aan verbonden. Landelijk discussie over of dit niet afgeschaft moet worden. Vooralsnog rekenen we hier mee. Jaarlijkse kapitaallasten Exploitatiekosten De jaarlijkse lasten van de installatie over 30 jaar, inclusief herinvestering van bijvoorbeeld een warmtepomp na 15 jaar. Energielasten De energielasten voor de bewoner, wanneer het concept wordt uitgevoerd. Uitgegaan van de huidige gas- en elektra prijs.
Onderhoudskosten Jaarlijkse onderhoudskosten per woning, voor de collectieve systemen zijn deze verdeeld over het aantal aangesloten woningen.
39
TRANSITIEVISIE WARMTE MILL EN SINT HUBERT
Bijlage V – Wat levert isoleren (naast milieuwinst) op? De volgende figuren zijn afkomstig van Milieu Centraal en geven een indicatie van de te behalen financiële besparing in verschillende type huizen.
40