03. Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert.docx
Tekst van het document
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert Allemaal opvoeders
Door:
Marieke Bosch en Arjan van Peer
Datum: november 2020
Voorwoord
Voorwoord Erik, komt nog
Erik van Daal Wethouder Sociaal Domein
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
1
Inhoudsopgave Voorwoord ..............................................................................................................................................1 Inleiding...................................................................................................................................................4 Begripsbepaling, doel en doelgroep........................................................................................................5 De situatie in Mill en Sint Hubert ............................................................................................................7 Wat gaan we doen?.................................................................................................................................9 Pijler 1: Het gezin als thuisbasis – een kansrijke start ..............................................................10 Pijler 2: Kinderopvang en school – kansrijk leren en opgroeien...............................................12 Pijler 3: Buiten - een b(l)oeiende omgeving .............................................................................14 Pijler 4: Samenwerking en communicatie - Centraal en helder ...............................................16 Monitoring, evaluatie en financiën .......................................................................................................17 Bijlage 1
Theoretisch/wetenschappelijk kader - een positieve benadering..........................................18 Bijlage 2: De Preventiematrix ................................................................................................................20 Bijlage 3: De Millse Cijfers .....................................................................................................................23 Bijlage 4: De Sociaal-Maatschappelijke context ...................................................................................25 Bijlage 5: Betrokken ketenpartners.......................................................................................................30
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
2
Inleiding
Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de gehele jeugdhulp. In het kader van deze transitie is in het Land van Cuijk door de 5 gemeenten gezamenlijk het Centrum voor Jeugd en gezin opgezet. Daarnaast zijn er in de grotere jeugdzorgregio beleidsplannen opgesteld en inkoopafspraken gemaakt voor de specialistische jeugdhulp. Er is in de evaluatie op het regionale beleidsplan Jeugd in 2018 geconcludeerd dat we erin geslaagd zijn om de Jeugdwet op een goede manier te implementeren. Echter, is er ook een transformatie noodzakelijk. Hiertoe zijn, door het Nederlands Jeugdinstituut, de volgende transformatiedoelen opgesteld:
Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jongeren en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk; De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen; Eerder de juiste hulp op maat bieden om dure gespecialiseerde hulp te verminderen; Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt 'één gezin, één plan, één regisseur'. Door ontschotting van budgetten ontstaan meer mogelijkheden voor betere samenwerking en innovaties in hulp aan jongeren; Meer ruimte voor professionals door vermindering van regeldruk1.
Deels wordt dit in regionaal verband gedaan; door nieuwe inkoopafspraken te maken met zorgaanbieders en hen uit te dagen meer samen te werken. Maar om de transformatie écht vorm te kunnen geven, is het noodzakelijk om ook de sociale basisinfrastructuur op orde te hebben. Zoals in de Structuurvisie Sociaal Domein is beschreven, streven we naar een vitale gemeenschap waarin iedereen mee kan doen. Door te bouwen aan een stevige sociale basisinfrastructuur gaan we er vanuit dat er een verschuiving gaat plaatsvinden van de formele naar informele zorg. Dit doen we met name door ervoor te zorgen dat er voldoende mogelijkheden geboden worden om jezelf te ontwikkelen (school, werk, verenigingen), maar ook door ervoor te zorgen dat het normaal is om vragen te stellen, dat het bekend is waar je terecht kunt met vragen of signalen en daarmee eerder laagdrempelige hulp ingezet kan worden. Op deze manier wordt voorkomen dat problemen complex worden.
Een pedagogische gemeenschap In onze gemeente willen we onze jeugd alle mogelijkheden bieden om zich optimaal te ontwikkelen. Het bieden van een veilige en stimulerende omgeving is voor de ontwikkeling van een kind essentieel. Op deze manier kan een kind zich op sociaal-emotioneel, cognitief, lichamelijk, cultureel, creatief en sportief gebied optimaal ontwikkelen. Deze ontwikkeling moet zowel thuis, op school, als in de vrije tijd gestimuleerd worden. Hoewel ouders de primaire opvoeders zijn, ligt de verantwoordelijkheid voor een optimale ontwikkeling van kinderen niet alleen bij hen. De sociale omgeving waarvan het gezin deel uitmaakt, is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van opvoeding die de ouders kunnen bieden. Denk hierbij aan familie, vrienden, docenten, sportclubs en kinderopvang: allemaal opvoeders. Samen met alle partners in de dorpen en wijken van de gemeente Mill en Sint Hubert willen we het opvoedkundig klimaat versterken. Daarbinnen is het een verantwoordelijkheid van de gemeente om de voorwaarden te scheppen waarbinnen ouders hun kinderen in makkelijke en moeilijke tijden een goede opvoeding en veilige en stimulerende omgeving te kunnen bieden.
Dit is al voor een zeer groot deel geregeld: we hebben voldoende basisscholen en peuterspeelzalen, er is een consultatiebureau en huisartspraktijk voor de medische ondersteuning, er is een jongerencentrum en in alle kernen zijn diverse verenigingen en clubs voor jongeren. Binnen dit preventief jeugdbeleid hebben we alle lijnen die er al lopen op het gebied van preventie gestroomlijnd. Op deze manier is namelijk inzichtelijk te maken, wat we allemaal al goed doen, maar ook waar verbeteringen mogelijk zijn. Dit hebben we niet alleen gedaan. Hiervoor hebben we een werksessie georganiseerd met de belangrijkste partners binnen het jeugdveld (denk bijvoorbeeld aan het Centrum voor Jeugd en Gezin, onderwijs, jongerenwerkers van Sociom, de GGD en de kinderopvang) en zijn kinderen via het kidscongres betrokken. In dit preventieplan is te lezen hoe we deze verbeterpunten, samen met de partners, willen gaan aanpakken.
1 Zie Transformatiedoelen Nederlands Jeugdinstituut
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
3
Begripsbepaling, doel en doelgroep Begripsbepaling Jeugdpreventie is een breed begrip. Om duidelijk te maken waar dit preventief jeugdbeleid over gaat, en ook waar het geen betrekking op heeft, brengen we focus aan. Op grond van artikel 2.2 van de Jeugdwet is de gemeente gehouden mede beleid te voeren op het gebied van preventie. Uitgangspunt van de Jeugdwet is namelijk dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderdagverblijven. Doel volgens de jeugdwet is het voorkomen van problemen en vroegtijdige inzet hulp en zorg om zo (zwaardere) vormen van jeugdhulp te voorkomen. Door de overheveling van zowel preventie als jeugdhulp naar gemeenten, kan een gemeente een samenhangend aanbod van ondersteuning en zorg leveren, zo dicht mogelijk bij de leefwereld van de jeugdige.
Doel Met dit preventief jeugdbeleid richten we als gemeente de omgeving van het kind zodanig in, dat ieder kind een zo optimaal mogelijke kans krijgt om gezond en veilig op te groeien en talenten te ontwikkelen op weg naar een zelfstandig leven. We faciliteren de versterking van het opvoedkundig klimaat om problemen en (zware) hulpverlening zoveel als mogelijk te voorkomen. We zetten in op het bevorderen van de positieve en beschermende factoren van jeugdigen, het gericht nemen van beschermende maatregelen en het voorkomen, signaleren, verkleinen en waar nodig bestrijden van belemmerende en risicovolle factoren. Onze insteek is om níet vanuit risico’s en problemen te denken en handelen, maar vanuit positiviteit, liefde en mogelijkheden. We sluiten hierbij aan op het gedachtegoed van positieve gezondheid. Opvoeden is een leuke uitdaging maar heeft ook zijn minder leuke kanten, evenals opgroeien. Laten we elkaar helpen om de leuke aspecten te versterken en de minder leuke kanten leuker te maken. Hoe we dit doel willen bereiken, staat beschreven in het hoofdstuk ‘Wat gaan we doen?’. Op strategisch niveau zijn onze uitgangspunten:
Verbinden wat goed gaat Het verbinden van de expertise van kinderen, ouders en mede-opvoeders over het kind, optimaliseert de kansen voor het positief opgroeien van het kind.
Versterken wat goed gaat We beginnen niet opnieuw met ontwerpen en bouwen, maar maken gebruik van de wereld van het kind zoals die er nu uitziet. We sluiten aan op dat wat er al gedaan wordt, goed werkt en verlagen de drempel naar het maken van contact. We beschouwen hierbij het gezin als liefdevolle basis en de kern van het opgroeien. Daarmee is de leefwereld van het kind en de ouders leidraad. We willen elk kind de kansen bieden voor een zo optimaal mogelijke en positieve ontplooiing en talentontwikkeling.
Faciliteren wat nodig is Het is een verantwoordelijkheid van de gemeente om de voorwaarden te scheppen waarbinnen ouders hun kinderen in makkelijke en moeilijke tijden een goede opvoeding en veilige en stimulerende omgeving kunnen bieden. Daar waar ouders en kinderen wat extra aandacht kunnen gebruiken en dat (nog) niet kunnen vinden in hun eigen directe omgeving, zijn er tal van enthousiaste en betrokken mede-opvoeders die zich daar graag voor in willen zetten. Dat gebeurt in wijken, op scholen, bij de opvang, bij jongerenwerk en ga zo door. Kortom, als gemeente kunnen we de dit hele sociale netwerk van kind, ouders en medeopvoeders ondersteunen om hun ideeën en werk zo goed mogelijk vorm te geven.
Doelgroep In onze gemeente is binnen diverse beleidsterreinen al specifieke aandacht voor kinderen en jongeren. Soms omdat dat logischerwijs de doelgroep is van het betreffende beleidskader (denk aan het VVE-beleid, jeugdgezondheidszorg en (passend) onderwijs). Maar daarnaast wordt er ook in diverse andere
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
4
beleidsterreinen specifieke aandacht gegeven aan jeugd en jongeren. Zo richt het beleidsplan armoedebestrijding en schuldpreventie zich ook op jongeren om er voor te zorgen dat kinderen geen financiële belemmeringen ervaren om aan de ‘normale dingen van het leven’ mee te kunnen doen. En wordt ook in het beleidsplan eenzaamheid ingezoomd op jeugd en jongeren.2 Om deze reden omvat dit preventief jeugdbeleid alle jeugdpreventieve inzet die niet al in een ander beleidsplan van deze gemeente is geregeld. Het preventief jeugdbeleid richt zich op een veilige, gezonde en kansrijke opvoed- en opgroeiklimaat voor de in gemeente Mill en Sint Hubert woonachtige jeugdigen. Het gaat in beginsel om jeugdigen (in relatie met ouders en omgeving) in de leeftijd vanaf de conceptie (-9 maanden) tot 18 jaar oud.
Kanttekening
De kanttekening wordt geplaatst dat meer inzet op preventie tot meer aanvragen voor zorg en ondersteuning kan leiden. De signalering en het aanbod worden immers verruimd en laagdrempeliger. Waar we streven naar meer zelfredzaamheid, zorgt deze insteek er ook voor dat er eerder beroep wordt gedaan op het aanbod. Echter zijn we er van overtuigd dat meer laagdrempelige signalering en ondersteuning ervoor zorgt dat zaken eerder worden opgepakt en daarmee minder vaak escaleren (en dus de inzet van dure zorg niet nodig is).
2 Om een beeld te geven van de maatschappelijke context waarbinnen dit preventief jeugdbeleid zich afspeelt, is een overzicht van de
diverse beleidsterreinen en hun link met jeugd weergegeven in bijlage 4.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
5
De situatie in Mill en Sint Hubert
Om te kunnen bepalen waar extra inzet op nodig is, is het in eerste instantie belangrijk om te weten hoe het met de jeugd in onze gemeente gaat. Wat gaat goed? En wat kan beter? Samen met de ketenpartners3 is geïnventariseerd wat er allemaal al aan preventief aanbod is in onze gemeente. Dit is samengevat in de preventiematrix in bijlage 2. Deze preventiematrix gaat uit van drie doelgroepen binnen jeugdpreventie:
Universele preventie4 Dit zijn maatregelen en interventies die gericht zijn op alle kinderen en ouders om het alledaagse leven en de positieve ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Denk hierbij aan voldoende speeltuintjes in de wijk, het consultatiebureau, algemene voorlichtingsavonden en de huisarts.
Selectieve preventie Dit betreft maatregelen en interventies gericht op individuen of groepen met een verhoogd risico. Denk hierbij aan vroeg signalering en advies, vroeghulp, het inzetten van jongerenwerk
Geïndiceerde preventie Dit wordt ingezet bij individuen met (beginnende) problemen en betreft eerstelijns ondersteuning en hulp. Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan de ondersteuning die door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG LvC) wordt geboden en de inzet van trainingen.
Geïndiceerd voor individuen met (beginnend) probleem Selectief Voor individuen/groepen met verhoogd risico
Universeel Voor alle kinderen en ouders
Preventieve interventies, eerstelijns ondersteuning en hulp
Vroegsignalering en advies, vroeghulp, preventieve interventies
Maatregelen in de omgeving die het normale leven en de positieve ontwikkeling van kinderen bevorderen, voorlichting, bewustwording
Figuur 1: Preventiepiramide van het Nederlands Jeugd Instituut (2018)
3 In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van alle partners die hebben meegedacht in de totstandkoming van dit beleidsplan. 4 Met universele preventieve activiteiten die op scholen geboden wordt (bijvoorbeeld het project STORM) worden ook jongeren bereikt
die naar de scholen in onze gemeente gaan, maar zelf niet in de gemeente wonen.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
6
Cijfers gemeente Mill en Sint Hubert Naast de preventiematrix waarin vermeld staat welke interventies er allemaal in Mill en Sint Hubert ontwikkeld zijn op het gebied van jeugdpreventie, is ook gekeken hoe het met de jeugd uit de gemeente gaat. Hiervoor hebben we diverse onderzoeken geraadpleegd5. In het tweede half jaar van 2019 ontving 9,9% van de jeugdigen uit de gemeente Mill en Sint Hubert jeugdzorg, ten opzichte van een landelijk gemiddelde van 10,5%. Uit de screening in de 2e klas van de middelbare school die de GGD jaarlijks uitvoert, blijkt het volgende. Met het grootste gedeelte van de jongeren uit Mill en Sint Hubert (gemiddeld 93%) gaat het “normaal” en daarmee goed. Bij verdere vragen over de psychosociale problemen komt naar voren dat 18% van de jongeren moeilijkheden (rondom emoties, gedrag, concentratie of vermogen om met andere mensen op te schieten) ervaart in de thuissituatie. 14% ervaart deze moeilijkheden (ook) bij vriendschappen. Ook activiteiten in de vrije tijd worden door 11% van de jongeren uit Mill en Sint Hubert soms lastig gevonden door hun psychosociale problemen. Tevens ervaart 30% problemen (bij leren) in de klas. Met name dit laatste is een vrij fors aantal en dient zich hoofdzakelijk op het VMBO Basis/Kader voor. In bijlage 3 wordt verder ingegaan op de belangrijkste cijfers en signalen binnen de gemeente Mill en Sint Hubert.
Deze cijfers geven veel bruikbare informatie voor dit preventief jeugdbeleidsplan. Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij wat er in onze gemeente speelt, hebben we in samenspraak met onze ketenpartners een viertal pijlers geformuleerd. In het volgende hoofdstuk worden deze gepresenteerd, uitgediept en wordt er aangegeven welke acties hierop uitgezet gaan worden.
5 O.a. de GGD-monitor onder 2 VO in de periode 2017 – 2018, de GGD jongerenmonitor 2019 12-18 jaar, waarstaatjegemeente.nl en de
nieuwsbief sociaal domein Mill en Sint Hubert
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
7
Wat gaan we doen? Het preventief jeugdbeleid rust op vier pijlers. De eerste drie pijlers zijn gebaseerd op de verschillende leeftijden en leefomgevingen van een kind, om zo goed mogelijk aan te sluiten op de ontwikkeling van het kind. Immers, een jonge moeder met baby heeft andere behoeften dan een tiener. De vierde pijler is gericht op de algemene samenwerking en de communicatie en vormt een randvoorwaarde voor de effectiviteit van dit preventieplan.
Werkgroepen – uitgaan van de experts Kinderen, ouders en mede-opvoeders (onder andere op de werkvloer) zijn degenen die het meest zicht hebben op wat er nodig is. Omdat daar de expertise ligt, is het model ingericht op het faciliteren van deze experts zodat zij kunnen initiëren wat het kind op dat moment nodig heeft. Om deze reden gaan we binnen elk van de vier pijlers aan de slag met een werkgroep waar deze experts in vertegenwoordigd zijn, waarbij wenselijk is dat de professionals ook ouders/cliënten en waar mogelijk kinderen betrekken. De werkgroepen zijn verantwoordelijk om te werken vanuit behoefte, expertise, relevante quick-wins en nieuwe paden. Hiermee werken we van onderop, en steken we in daar waar de energie zit (en vaak de problemen het grootst zijn). Tevens wordt er in de werkgroepen ingegaan op de wijze van monitoring / evaluatie.
1. Het gezin als thuisbasis Een kansrijke start
2. Kinderopvang en school Kansrijk leren en opgroeien
3. Buiten Een b(l)oeiende omgeving
4. Samenwerking en communicatie Centraal en helder
Het optimaliseren van de ontwikkelbasis van het kind.
Het faciliteren van de scholen en opvang om deze omgeving te optimaliseren.
Het optimaliseren van de kansen op sociale binding, betrokkenheid en een constructieve tijdsbesteding.
Het faciliteren van de verbinding tussen kind, ouders, mede-opvoeders en preventief aanbod.
Figuur 2: De 4 pijlers van het preventief jeugdbeleid
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
8
Pijler 1: Het gezin als thuisbasis – een kansrijke start Context
Zoals in de inleiding al is aangegeven, heeft de omgeving een belangrijke invloed op de ontwikkeling van een kind. Bij een kind dat opgroeit in een liefdevolle, stabiele en stimulerende omgeving, is de kans groter dat het zich goed ontwikkelt dan bij een kind dat opgroeit in een minder ondersteunende omgeving. Hierbij wordt het gezin als centraal uitgangspunt genomen. Immers, het gezin is de belangrijkste context waarin het kind opgroeit. Het bieden van deze thuisbasis gaat echter niet zonder slag of stoot. Alle ouders maken zich wel eens zorgen over de opvoeding of ontwikkeling van hun kind. Hierbij kunnen zij hulp of advies vragen bij familie of vrienden, maar daarnaast kan men ook altijd terugvallen op het consultatiebureau, de huisarts of het Centrum voor Jeugd en Gezin. Het Centrum voor Jeugd en Gezin Land van Cuijk (CJG) is dé plek voor alle vragen, tips, ondersteuning, jeugdhulp en -zorg voor kinderen en jongeren (0 tot 23 jaar) en hun opvoeders. Naast de expertise die het CJG zelf heeft, fungeert het CJG ook als spin in het web om specifieke problematieken te verbinden aan de juiste ketenpartners. Doel van het inzetten van hulp, advies of de doorverwijzing naar een ketenpartner is altijd gericht op het weer in eigen kracht zetten van het gezin.
Het (opnieuw) zelfvertrouwen geven aan de ouders, zodat zij, eventueel met ondersteuning of handvatten, weer verder kunnen met de opvoeding van hun kind. Het kunnen aanbieden van (collectieve) preventieve activiteiten, wordt binnen deze pijler vormgegeven. Binnen deze pijler richten we ons dus op het gezin en daarbij krijgen de eerste 1000 dagen van een kind specifieke aandacht. De eerste 1000 dagen van een kind zijn namelijk cruciaal voor een goede start en daarmee een optimale kans op een goede toekomst. In de periode vóór, tijdens en na de zwangerschap wordt de basis gelegd voor vaardigheden en vermogens voor een gezond leven (lichamelijk, mentaal en sociaal-emotioneel). De ontwikkeling die we doormaken van de eerste cel tot aan een tweejarige peuter is fenomenaal en vormt ons voor een belangrijk deel tot wie we zijn. Op dit fundament bouwen we de rest van ons leven. Deze periode is dan ook cruciaal voor een goede ontwikkeling van jongere kinderen, hun gezondheid op volwassen leeftijd en de gezondheid van volgende generaties. Als deze periode niet goed doorlopen wordt, kan dit gezien worden als een valse start. Als een kind in deze vormende fase bloot staat aan stress, rook, slechte voeding, mishandeling of andere risicofactoren, dan is dat de wortel voor gezondheidsverschillen.
De grote verschillen in kansen op een lang en gezond leven hebben veel minder te maken met erfelijke factoren, maar alles met de omstandigheden waarin kinderen zich ontwikkelen en opgroeien. Op dit moment heeft ongeveer 14% van de kinderen (landelijk) geen goede start bij de geboorte door vroeggeboorte, een te laag geboortegewicht of een combinatie daarvan. De oorzaak hiervan ligt voornamelijk bij sociale risicofactoren en het gebrek aan beschermingsfactoren6. In economische termen van investeren in ‘menselijk kapitaal’ geldt: hoe eerder in het leven de investering, hoe hoger het rendement. Dit is terug te zien in onderstaande grafiek.
Figuur 3: investering in 'human capital' door James Heckman, nobelprijs voor economie
6
Zie ook het Actieprogramma Kansrijke Start van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2019)
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
9
Aansluiting landelijk actieprogramma Kansrijke Start
Rondom het thema van de eerste 1000 dagen is er in 2020 aangesloten op het landelijke actieprogramma Kansrijke Start. Dit actieprogramma levert landelijke maatregelen om te verankeren in het gemeentelijk domein en stelt van 2020 tot en met 2022 gelden beschikbaar om lokale coalities te bouwen. De focus ligt hierbij op het maken van een goede koppeling tussen het medische en sociaal domein inclusief publieke gezondheid, zodat meer kinderen een kansrijke start krijgen.
Partners en samenwerking
De gemeente Mill en Sint Hubert valt onder het verloskundig samenwerkingsband (VSV) ‘geboortezorg Boxmeer’, waarin alle zorgverleners binnen de geboortezorg in regio Land van Cuijk en Noord-Limburg zijn vertegenwoordigd. Er kan dus vanuit deze bestaande structuur, samen met GGD en Sociom, verder worden gebouwd aan deze lokale coalities. De uitdaging op dit gebied ligt op de verbinding tussen het medisch domein van de geboortezorg en het sociaal domein. Welke partijen er vanuit het sociaal domein, naast Sociom, aan kunnen sluiten, zal gaandeweg moeten blijken. Ervaringen van (oud)patiënten/cliënten dienen in elke stap meegenomen te worden.
Actie
Het aanbieden en ontwikkelen en financieel ondersteunen van preventief collectief aanbod, in samenwerking met partijen die preventief aanbod hebben zoals de GGD. Het CJG heeft hier een centrale plek in zodat wanneer (mede-) opvoeders het CJG weten te vinden met vragen, het CJG collectieve vragen kan signaleren en daar aanbod op kan afstemmen, partijen kan benaderen en aanbod kan doen. Meer over het ontwikkelen van het preventief aanbod is beschreven bij pijler 4.
Het vormen van een lokale coalitie tussen geboortezorg en het sociaal domein. In overleg met het verloskundig samenwerkingsverband en de GGD (ook onderdeel van het VSV) zijn de eerste schetsen voor de werkgroep gemaakt. Acties die opgepakt gaan worden in deze lokale coalitie / werkgroep zijn: o Het bestaande prenatale zorgpad optimaliseren; Het verloskundig samenwerkingsverband heeft het prenatale zorgpad reeds in kaart gebracht, waar alle contactmomenten tussen instanties (aangesloten bij het VSV) en de patiënt in omschreven staan. Deze willen we graag uitbreiden met contactmomenten / mogelijkheden in het sociaal domein. o Het organiseren van een brede bijeenkomst met alle relevante partners. Doel van deze bijeenkomst is, naast het elkaar leren kennen, het bepalen van de prioriteiten voor de gemeente Mill en Sint Hubert.
Inzetten van het programma ‘Nu Niet Zwanger’ Met het programma Nu Niet Zwanger worden kwetsbare (potentiële) ouders ondersteund om de regie te nemen over hun kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Dit wordt gedaan door het gesprek aan te gaan, bij hun leefwereld aan te sluiten en te kijken naar hun vragen, behoeften, barrières en mogelijkheden bij kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. In 2020 is gestart met het inzetten van deze interventie. Het effect van deze interventie wordt in 2021/ 2022 gemonitord.
Inzetten van het programma ‘Stevig Ouderschap’ Dit is een preventief programma voor opvoedondersteuning dat bestaat uit zes huisbezoeken van een speciaal opgeleide jeugdverpleegkundige. Tijdens deze bezoeken bepaalt de (aanstaande) ouders waarover hij/zij wil praten. Dat kan zijn over de opvoeding, extra ondersteuning bij de rol als ouder, of het verhaal kwijt willen over de eigen jeugd of huidige omstandigheden. De jeugdverpleegkundige luistert en denkt mee. Ze geeft eventueel advies en kijkt samen naar oplossingen voor mogelijke problemen. Ze heeft even alle tijd voor de (aanstaande) ouder en biedt een steuntje in de rug. Stevig ouderschap wordt aangeboden in 153 gemeenten in Nederland en laat goede resultaten zien ten aanzien van steun uit sociaal netwerk, risico op opvoedproblemen, een positievere kijk op de ontwikkeling van een kind en het gevoel van ouders de opvoedingstaak goed aan te kunnen. Zonder Stevig Ouderschap heeft de risicogroep 5x meer kans op een melding bij Veilig Thuis, 4x meer kans op gezinsconflicten en stress, 2x meer kans op hyperactiviteit van een kind, 1,7x meer kans op gedragsproblemen van een kind en 1,4x meer kans op sociale problemen bij een kind. In 2021 wordt gestart met het inzetten van deze interventie. Gedurende dit jaar wordt deze inzet gemonitord en geëvalueerd op het gebruik en effect van de interventie.
Dit gebeurt in nauwe samenwerking tussen Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert CJG en GGD.
10
Pijler 2: Kinderopvang en school – kansrijk leren en opgroeien Context
Scholen zijn bij uitstek een plek waar álle kinderen in de gemeente een groot deel van hun jeugd besteden. Het is, na de thuisomgeving, de eerste plek van talentontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling en een plek om op te groeien tot een gelukkige en goede inwoner. De kinderopvang (kinderdagverblijven en peuterspeelzalen) biedt voor kinderen een plek naast de thuisomgeving om te spelen, leren en groeien. Op school en op de kinderopvang wordt gesignaleerd hoe het met een kind gaat en het is voor ouders en kinderen een vertrouwde plek. Scholen en opvang beschikken over een pedagogisch beleid waarin staat beschreven hoe zij een omgeving creëren waarin kinderen zich zo optimaal als mogelijk kunnen ontwikkelen. De gemeente wil scholen en opvang hierin faciliteren. In overleg met scholen en opvang is bekeken wat zij nog nodig hebben om kinderen en ouders een kansrijke leer- en opgroeiomgeving te kunnen bieden. Gezien de vertrouwdheid voor kind en ouder, de intensiteit van het contact en het bereik, zijn de scholen en kinderopvang een belangrijke plek voor preventief werken.
Partners en samenwerking
De gemeente Mill en Sint Hubert beschikt over vijf scholen voor primair onderwijs. Daarnaast is er één school voor voortgezet onderwijs. De gemeente Mill en Sint Hubert beschikt over 3 locaties voor kinderopvang en 37 gastouders. De buitenschoolse opvang wordt in deze pijler niet meegenomen omdat kinderen die op een buitenschoolse opvang zitten, ook op school zitten. De scholen en kinderopvangorganisaties hebben onderlinge contacten en banden en alle scholen hebben een contactpersoon bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Een andere belangrijke partner in dit kader zijn de samenwerkingsverbanden passend onderwijs Primair Onderwijs (Stromenland) en Voortgezet Onderwijs (VO). Binnen de samenwerkingsverband werken scholen en schoolbesturen met elkaar samen om elk kind een passende onderwijsplek te bieden en om voor een kind te organiseren wat nodig is om onderwijs te kunnen volgen. Dit is sinds 2014 zo georganiseerd. Ook speelt de GGD een rol in het bieden van preventief aanbod. Alle genoemde partijen nemen deel aan de Regionaal Educatieve Agenda (REA, Land van Cuijk), waarin de ontwikkelingen op dit onderwerp besproken worden. Daarnaast spelen Sociom (jongerenwerk) en leerplicht nog een rol in dit verband.
Actie
Intensievere integrale aanpak op scholen: een interprofessioneel team dat elkaar kent. Concreet betekent dit in aanvulling op het (zorg)team van de school eenzelfde bekend gezicht vanuit het CJG dat als spin in het web rondom (preventieve) hulpverlening fungeert en eenzelfde bekend gezicht vanuit het samenwerkingsverband. De uren van de contactpersoon van het CJG op elke school worden uitgebreid om optimaal en integraal met het onderwijs te kunnen samenwerken. Om deze samenwerking te versterken is het belangrijk dat de contactpersoon van het CJG nauw betrokken is bij de school, weet wat er speelt in de school, weet wat voor preventief aanbod ketenpartners bieden en wat men van elkaar nodig kan hebben. Er zal een concrete invulling gegeven worden aan deze intensievere aansluiting door met elke school, samen met het CJG en het samenwerkingsverband, de nodige werkzaamheden van de betrokken partijen vast te stellen en uit te voeren op de volgende gebieden: o Signalering (bij kind, bij ouders/gezin, in de klas/op de school en in breder verband zoals de wijk) o Preventie (voor kind, voor ouders/gezin, voor klassen, voor leerkrachten en IB’ers en in breder verband zoals de wijk: voorlichting vanuit school, preventieve programma’s, advies- en consultatie). Dit kan zich richten op alcohol/drugs, psychisch welzijn, opvoeding, gedrag, social media en vele andere gebieden.
o Organiseren van (integrale) hulp (regiefunctie, begeleiding op school toegang hulp en verbinding met het hulptraject) o Doorgaande lijnen (continuïteit ondersteuning en hulpverlening en mogelijke extra aandacht bij overgangsmomenten)
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
11
In deze intensievere samenwerking wordt meegenomen het stroomlijnen van het grijze gebied tussen de verantwoordelijkheden van de scholen zelf, het samenwerkingsverband, ouders, leerplicht, jeugdhulp en de GGD. Ook de samenwerking tussen de kinderopvang, GGD, CJG en (de overgang naar) de basisschool wordt beter gestroomlijnd in het kader van de doorgaande ontwikkellijn van het kind.
•
Het jongerenwerk een aantal uur in de week aanwezig op het Merletcollege. Dit betekent dat er een plus gezet wordt op het bestaande jongerenwerk, waarmee er uren beschikbaar worden gesteld om op school een bijdrage te leveren aan een positief pedagogisch klimaat. In overleg tussen jongerenwerk en het Merletcollege wordt de concrete invulling gedaan. Deze invulling past binnen de omschrijving van het jongerenwerk zoals benoemd in pijler 3.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
12
Pijler 3: Buiten - een b(l)oeiende omgeving Context
De context van de pijler is breed, namelijk de leefwereld van het kind die niet valt onder pijler 1 of 2. Het gaat hier om de pedagogische kwaliteit van de buurt/de wijk/het sociale netwerk rondom het kind. De sociale binding of emotionele band en commitment die een kind heeft met zijn of haar leefomgeving, vergroot de kansen op een positieve ontwikkeling aanzienlijk. Kinderen moeten de kans krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan verbanden waarvan zij deel uitmaken. Dit kan vormgegeven worden in een constructieve vrijetijdsbesteding, waarvan aangetoond is dat in combinatie met positieve relaties met leeftijdsgenoten en volwassenen dat het een buffer vormt tegen risico’s. Zoals te lezen is in het theoretisch kader (zie bijlage 1), gaat het dan om kansen die geboden worden vanuit het gezin en de gemeenschap om in de vrije tijd deel te kunnen nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprogramma’s (zoals sport, clubs of verenigingen). Talentontwikkeling kan risicojongeren motiveren om het beste uit zichzelf te halen, successen te boeken, daarop trots te zijn en zo de smaak te pakken te krijgen om hun prestaties te verbeteren. Talentontwikkeling kan de handelingsmogelijkheden vergroten, er ontstaan sociale contacten en het kan een positieve invloed hebben op het verdere leven.
Hierbij willen we benadrukken dat die b(l)oeiende omgeving geen gestructureerde (schoolse) omgeving is, maar juist een omgeving om te spelen, te vervelen en om te ontdekken. In deze context speelt ook jongerenwerk een belangrijke rol. Naar de definitie van Metz (2017) is jongerenwerk een beroep dat zich bezighoudt met de begeleiding van jongeren bij het volwassen worden in de samenleving. Hierbij richt het jongerenwerk zich op jongeren tussen 10 en 27 jaar, waarbij de nadruk ligt op 15 tot 24 jaar. Een jongerenwerker komt in de leefwereld van jongeren (werkt outreachend) en maakt contact, signaleert, motiveert, voedt op, activeert en leidt waar nodig door naar zorg. Hierin werkt jongerenwerk samen met de omgeving: ouders, school, buurt, vrijetijdsbesteding, zorg en politie. Door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is aangetoond dat het investeren in jongerenwerk loont: jongerenwerk levert namelijk een belangrijke bijdrage aan het beheersen van de kosten van zorg en welzijn door het voorkomen of verkleinen van inzet van zorg. Door preventieve inzet van jongerenwerk is zorg niet (meteen) nodig en jongerenwerk biedt een mogelijkheid tot afschalen van zorg en het normaliseren van problemen. Middels jongerenwerk groeien jongeren op tot zelfredzame inwoners7.
Partners en samenwerking
Het jongerenwerk is belegd bij Sociom. Jongerencentrum de Wissel is een belangrijke ontmoetingsplek. Deze pijler richt zich op het sociale netwerk rondom het kind. Dat kan zijn de buurt/wijk, een sporttrainer, een scoutingleider of een buitenschoolse opvang (BSO). Omdat dit beleid zich richt op de versterking van het opvoedkundig klimaat om problemen en (zware) hulpverlening zoveel als mogelijk te voorkomen, is het betrekken van deze partners met dit doel relevant. De ‘reguliere’ vrijetijdsbesteding van kinderen valt buiten de focus van dit beleidsplan.
Actie
Een plus op (het bestaande) jongerenwerk. Zoals genoemd in de vorige pijler, zal een deel hiervan worden ingezet op het Merletcollege. Een ander deel zal worden ingezet voor individuele trajecten op doorverwijzing van het CJG. Het jongerenwerk is al aanwezig op straat en in jongerencentrum de Wissel. De plus op het jongerenwerk kan mede gebruikt worden om een betere verbinding te maken tussen de opdracht die loopt aan de Wissel en het bredere jongerenwerk. Het jongerenwerk begeleidt jongeren voor wie het lastig is om zijn/haar weg te bewandelen in de maatschappij bij het volwassen worden in de samenleving. Doelen van het jongerenwerk zijn: o versterken van eigen kracht van jongeren o het bevorderen van participatie van jongeren o het vinden van hulp en het normaliseren en ontzorgen van problemen
7 Zie ook De maatschappelijke Business Case jongerenwerk voor gemeenten – Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
13
De leefwereld van jongeren vormt het vertrekpunt: jongerenwerkers leggen contact met jongeren op straat, op school, in het jongerencentrum, op sociale media en op andere plekken waar jongeren (samen)komen. Zij slaan van daaruit een brug naar de pedagogische civil society (de ouders/familie buurtbewoners en informele netwerken in de wijk), naar verenigingen, de arbeidsmarkt en naar de andere basisvoorzieningen. Zo nodig haalt de jongerenwerker er tijdig iemand bij uit de eerste- of tweedelijnsvoorzieningen in de leefomgeving van jongeren en ouders middels de verbinding met het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) et cetera). De jongerenwerker kent de jongeren en hun omgeving. Het werkgebied van de jongerenwerker is breed: actief burgerschap, straatcultuur, weerbaarheid, seksualiteit, talentontwikkeling, netwerkontwikkeling, naast de jongere staan in trajecten van toeleiding naar school/stage/dagbesteding/werk/geïndiceerde hulpverlening, positieve vrijetijdsbesteding etc.
Binnen de eerder (en in bijlage 4) beschreven Regionaal Educatieve Agenda (REA) zal het netwerk van sterke pedagogische basisvoorzieningen een thema zijn. De REA zit in de ontwikkelingsfase tijdens de aanloop naar vaststelling van dit beleidsplan. Samen met de relevante partners (de beroepspraktijk van kinderopvang/BSO activiteiten, onderwijs, jongerenwerk en de vrijetijdssector) wordt antwoord gegeven op de centrale vraag hoe we als (nieuwe) gemeente een bijdrage kunnen leveren aan de versterking van de kwaliteit van het sociale netwerk rondom het kind (ouders, familie, leeftijdsgenoten, buurtbewoners, geloofsgemeenschap etc.). Hiermee is er dus aandacht voor jeugdpreventie binnen de REA en wordt er nu hier nog geen concreet actiepunt geformuleerd.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
14
Pijler 4: Samenwerking en communicatie - Centraal en helder Context
Organisaties en aanbieders rond het kind zijn er in veelvoud in de gemeente Mill en Sint Hubert. Deze rijke omgeving is volop in ontwikkeling en wil zo goed mogelijk aansluiten bij de behoefte van kind en ouders. De gemeente Mill en Sint Hubert heeft als multidisciplinaire toegangspoort voor jeugdhulp het Centrum voor Jeugd en Gezin. Dit is de plek waar de toegang rondom jeugdvragen centraal georganiseerd is en waar ouders terecht kunnen voor advies en informatie op het gebied van opvoeden en opgroeien. Die centrale positie willen we verstevigen door het CJG ook dé centrale plek te maken voor (het ontwikkelen van) collectieve preventieve activiteiten en aanpakken, in samenwerking met alle partners en organisaties genoemd in dit beleidsplan.
Actie
Het CJG heeft zicht op alle preventieve activiteiten in het Land van Cuijk en fungeert hierbij als spin in het web. Dit vraagt om een nauwe samenwerking met andere partijen zoals de GGD. Dit uit zich in: o Het zichtbaar maken en inzetten van preventieve activiteiten van alle organisaties in het Land van Cuijk o Het verbinden van preventieactiviteiten / organisaties.
Signaleren en ontwikkelen nieuw preventief aanbod & het versterken van het netwerk. Het in gezamenlijkheid preventief aanbod vormgeven en leren van elkaars expertise is een behoefte van organisaties. Ook speelt mee dat de behoeften onderhevig zijn aan trends. Bijvoorbeeld rondom gevaarlijke spellen, sociale media en middelengebruik kunnen ineens nieuwe risico’s ontstaan door de creativiteit en nieuwsgierigheid van de jeugd. Gezamenlijk optrekken om deze thema’s te signaleren en op in te spelen, vraagt erom dat organisaties en aanbieders elkaar kunnen vinden. Hier zal continu actief aandacht voor gevraagd moeten worden. In 2021 wordt een start gemaakt met het opzetten van een kennismarkt. Het idee is deze markt 2x per jaar te organiseren zodat organisaties, los van de casus, nader kennismaken en bekend raken met elkaars aanbod.
Het uitdragen / communiceren van preventief aanbod Het belang van en het enthousiasme over alles dat in dit veld gebeurt, dient verbonden te worden aan de mensen voor wie het bedoeld is: alle ouders en kinderen in de gemeente Mill en Sint Hubert. Dit wordt mede vormgegeven middels de nieuw ingerichte website van het CJG. Op deze website zullen alle preventieve activiteiten van alle actieve organisaties in het Land van Cuijk zichtbaar gemaakt worden.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
15
Monitoring, evaluatie en financiën Monitoring en evaluatie
Elke werkgroep monitort binnen de eigen pijler. Hier is ambtelijke zorg voor en de monitoring wordt teruggekoppeld aan de portefeuillehouder. Eind 2021 worden alle evaluatie gebundeld en toegelicht in de nieuwsbrief Sociaal Domein.
Financiën Pijler 1: Het gezin als thuisbasis – een kansrijke start
De gemeente Mill en Sint Hubert ontvangt in het kader van het landelijke programma Kansrijke Start een rijksbijdrage. De hoogte van dit bedrag is € 4.290,- voor een periode van drie jaar. Het bedrag is gericht op het bouwen aan en versterken van de ‘lokale coalities’ en niet bestemd voor de inkoop van preventieve interventies. Er wordt uitgegaan van één op één dekking van de rijksbijdrage voor dit doel en dit budget valt dus niet onder het budget benodigd voor dit beleidsplan. De interventie ‘Nu Niet Zwanger’ (€3.800 per jaar) wordt voor de helft bekostigd uit middelen voor gezondheidszorg. Het resterende bedrag zal ten laste komen van het preventief jeugdbeleid. De interventie ‘Stevig Ouderschap’ (kosten variëren per casus) wordt bekostigd vanuit bestaande middelen voor jeugdzorg, met daarbij de opmerking dat we gezien het preventieve karakter een inverdieneffect beogen.
Pijler 2: Kinderopvang en school – kansrijk leren en opgroeien
Er wordt per basisschool 2 uur en voor de middelbare school 4 uur per week inzet van medewerker van het CJG gevraagd voor een vorm van schoolmaatschappelijk werk (naar rato verdeeld over leerlingaantal). De helft daarvan willen we bekostigen vanuit de bestaande inzet van het CJG voor scholen. De andere helft vragen we binnen dit preventief jeugdbeleid.
Pijler 3: Buiten - een b(l)oeiende omgeving
Binnen deze pijler wordt budget gevraagd voor de plus op jongerenwerk. Voor een bedrag van €20.000 kan 251 uur jongerenwerk ingekocht worden voor 2021.
Pijler 4: Samenwerking en communicatie - Centraal en helder
Voor de activiteiten binnen deze pijler wordt vooralsnog uitgegaan van een kostenneutrale post. Pijler 1 Pijler 2 Pijler 3 Pijler 4 Totaal
Aanbieden (collectieve) preventieve interventies Inzet CJG op school Plus op jongerenwerk Samenwerking en communicatie Preventief jeugdbeleid
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
€10.000 €20.000 €20.000 €50.000
16
Bijlage 1 Theoretisch/wetenschappelijk kader - een positieve benadering
Vanuit wetenschappelijk literatuuronderzoek, komt een top tien van beschermende factoren naar boven die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen en die tegenwicht bieden aan risico’s waaraan jeugdigen worden blootgesteld (Nederlands Jeugdinstituut 2018). De factoren worden hier kort omschreven, die het theoretisch kader bieden voor dit beleidsplan.
1. Sociale binding Bij sociale binding gaat het om de emotionele band en commitment die een kind heeft met sociale relaties in het gezin, zijn vriendengroep, school en wijk. Concreet gaat het om warme, ondersteunende, affectieve relaties met het gezin en andere volwassenen in de omgeving. De basis hiervoor wordt gelegd in de relaties en interacties die een kind heeft met zijn opvoeders. De binding/hechting die op jonge leeftijd met ouders en andere verzorgers ontstaat, vormt de basis voor banden die later vorm krijgen met vrienden, school en gemeenschap. De kwaliteit van de relaties met deze andere domeinen speelt een essentiële rol in het zich ontwikkelen en opgroeien tot een gezonde volwassene.
2. Kansen voor betrokkenheid Kinderen en jongeren moeten kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan verbanden waarvan zij deel uitmaken (familie, school, gemeenschap). Om interpersoonlijke vaardigheden te kunnen ontwikkelen, moeten kansen voor interactie en participatie beschikbaar zijn. Dit moet gebeuren op een manier die aansluit bij hun ontwikkelingsniveau. Kinderen en jongeren moeten de benodigde (cognitieve, sociale en motorische) vaardigheden kunnen ontwikkelen die ze nodig hebben om optimaal gebruik te kunnen maken van deze kansen.
3. Pro-sociale normen Voor een gezonde ontwikkeling van jeugdigen is het nodig dat kinderen opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden. Regels en grenzen moeten voor kinderen duidelijk zijn.
4. Erkenning en waardering voor positief gedrag Om hun sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat kinderen erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag. Positieve bekrachtiging bepaalt de motivatie van de jeugdigen om het gedrag in de toekomst te herhalen. Sociale bekrachtigers zijn essentieel voor het ontwikkelen van positief gedrag en kunnen afkomstig zijn uit het gezin, de school, de vriendengroep en de gemeenschap waartoe de jeugdige behoort.
5. Steun van belangrijke volwassenen en voorzieningen in de omgeving Steun van ouders en andere volwassenen in de omgeving van jeugdigen, zoals pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, leerkrachten, jongerenwerkers en volwassenen in de buurt, is van belang voor het welbevinden en voorspoedige ontwikkeling van kinderen. Daarnaast blijkt ook toegankelijkheid van voorzieningen medebepalend te zijn voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Ouders zijn de eerst verantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen. Daarnaast zijn er medeopvoeders die in te delen zijn in twee groepen: 1. Beroepsopvoeders: Volwassenen die een formele taak hebben in de opvoeding, zoals pedagogisch medewerkers, leerkrachten, jongerenwerkers en professionele opvoedondersteuners. 2. Volwassenen die vanuit een informeel rol deelnemen in de opvoeding, zoals familieleden, buren, vrienden en vrijwilligers in bijvoorbeeld verenigingen. Kinderen met ondersteunende netwerken zijn veerkrachtiger, zijn beter bestand tegen stresserende omstandigheden en hebben meer kans op te groeien tot gezonde volwassenen. Ook ouders zijn gebaat bij een goed sociaal netwerk. Ouders met een goed sociaal netwerk zijn meer ontspannen in de opvoeding, hebben meer zelfvertrouwen en gaan positievere relaties met hun kinderen aan.
Een belangrijk deel van deze volwassenen vinden we bij voorzieningen in de omgeving van jeugdigen, zoals de kinderopvang, het jongerenwerk of de sportclub. De toegankelijkheid van deze voorzieningen voor jeugdigen (direct of via hun opvoeders) vormt een belangrijke beschermende factor, ook waar het gaat om het verkrijgen van steun van informele of professionele hulpverleners. Daarnaast
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
17
vormen deze voorzieningen een bron voor onder meer sociale binding (bijvoorbeeld de mogelijkheid om vrienden te maken) en van constructieve tijdsbesteding.
6. Constructieve tijdsbesteding Constructieve tijdsbesteding van jeugdigen gaat om kansen die geboden worden vanuit het gezin en de gemeenschap om in hun vrije tijd deel te kunnen nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprogramma’s (zoals sport, clubs of verenigingen). Idealiter gaat het om activiteiten die jongeren in contact brengen met volwassenen die hen aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden. Diverse studies tonen aan dat constructieve tijdsbesteding gecombineerd met positieve relaties met leeftijdsgenoten en volwassenen (inclusief een goede vorm van toezicht) een buffer vormt tegen risico’s en de kans op risicovol gedrag vermindert.
7. Competenties (sociale, emotionele en gedragsmatige) Sociale competentie omvat een scala aan interpersoonlijke vaardigheden die jeugdigen helpen gevoelens, gedachtes en gedrag te integreren om zo bepaalde sociale doelen te bereiken. Het gaat om vaardigheden zoals het opvangen en interpreteren van sociale signalen, vaardigheden om interpersoonlijke problemen op te lossen en het anticiperen op gevolgen van eigen gedrag. Emotionele competentie is het vermogen om gevoelens en emotionele reacties van zichzelf en anderen te kunnen identificeren en er adequaat op te kunnen reageren. Sociale en emotionele competenties blijken bij te dragen aan schoolsucces, pro-sociaal gedrag, goede relaties met vrienden en volwassenen en minder probleemgedrag. Gedragsmatige competentie refereert aan effectief gedrag. Er kunnen drie dimensies van gedragsmatige competentie onderscheiden worden: non-verbale communicatie (gezichtsuitdrukkingen, intonatie e.d.), verbale communicatie (duidelijke vragen formuleren, effectief reageren op kritiek, gevoelens duidelijk verwoorden) en in actie komen (anderen helpen, weglopen van negatieve situaties, participeren in positieve activiteiten).
8. Cognitieve vaardigheden Bij cognitieve vaardigheden kan onderscheid gemaakt worden tussen algemene cognitieve vaardigeden, zoals logisch en analytisch denken en abstract redeneren en specifiek cognitieve vaardigheden, zoals lees- en rekenvaardigheden, die belangrijk zijn voor schoolsucces.
9. Schoolmotivatie (commitment to learning) Het gaat om betrokkenheid bij leeractiviteiten, binding met school, prestatiemotivatie en positieve verwachtingen ten aanzien van eigen succes. Schoolmotivatie wordt beïnvloed door onder meer ouderlijke attitudes, ouderbetrokkenheid en aanmoediging. Daarnaast zijn normen en waarden uitgedragen door de gemeenschap en de vriendengroep van groot belang.
10. Positieve identiteit Positieve identiteit gaat om hoe jongeren zichzelf zien in relatie tot de toekomst, eigenwaarde en gevoel van persoonlijke effectiviteit. Persoonlijke effectiviteit (self-efficacy) is de overtuiging dat je met je eigen gedrag persoonlijke doelen kan bereiken. Geloof in persoonlijke effectiviteit fungeert als een determinant voor motivatie, affect en gedrag. Hoe meer geloof in persoonlijke effectiviteit, hoe hoger de doelen zijn die mensen voor zichzelf stellen en hoe groter de motivatie is om deze doelen te bereiken.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
18
Bijlage 2: De Preventiematrix De preventiematrix In navolging van het NJI is voor de gemeente Mill en Sint Hubert, samen met de ketenpartners, een preventiematrix ingevuld.
Gewenste situatie
Gezondheid
Gezond gewicht
Universeel Iedereen
Selectief Groepen met verhoogd risico
Gezonde School, Smaakcentrum, Sjors Sportief Voedingsbeleid onderwijs en KDV Consultatiebureau (afspraak en inloopspreekuur)
JOGG Ketenaanpak overgewicht Consultatiebureau Simpel Fit
Geïndiceerd Individuen met (een verhoogd risico op) een probleem Ketenaanpak overgewicht Consultatiebureau Simpel Fit
Probleem
Obesitas
Voorlichting GGD (alcohol, drugs etc) Vragenlijst 2 VO Ouderkamer Sense SOVA training Halt Flexibilisering JGZ 2022
Mentaal welbevinden
SOVA training Schoolmaatschappelijk
Project STORM
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
Project STORM
GGZ problematiek / depressie / angst
19
Gezondheid
Gezonde leefstijl
Veiligheid
Veilige hechting Positief ouderschap / veilige thuissituatie Veilige school / internetomgeving
Kansrijk
Positief opvoedklimaat
Opgroeien met voldoende materiële middelen Optimale schoolloopbaan
Sociale cohesie / participatie kwetsbare
werk Voorlichting GGD (alcohol & Drugs) Jeugdgezondheidszorg Sense Halt
Jong in de Buurt
Inzet Novadic Kentron Halt
Middelen / drugs / verslaving / beeldschermgebruik / slaap
Consultatiebureau Meldcode huiselijk geweld Consultatiebureau
ZAT-overleg Consultatiebureau
ZAT-overleg
Kindermishandeling / huiselijk geweld Vechtscheidingen
Ouderkamer Diverse pestprogramma’s op school Consultatiebureau APPke Ouderbijeenkomsten over opvoeding jongerencentrum
ZAT-overleg Jong in de buurt
ORO (ouderschapsreorganisatie) KIES-groepen ZAT-overleg Jong in de buurt Consultatiebureau Korte gesprekken door CJG bij opvoedvragen
Tekortschietend opvoedklimaat
Maatregelen uit armoedebeleid
Opgroeien in armoede
VVE-beleid ZAT-overleg Voorlees express
Schoolverzuim / schooluitval
Leerlingvolgsysteem Lokaal Educatieve Agenda Boekstart Leerplicht Inzet op voortijdig schoolverlaten Activiteiten Sociom SOVA-training
Stichting Leergeld Kinderfonds Samen Goed Eten (koken voor minima) VVE-beleid ZAT-overleg Consultatiebureau Taalhuis SOVA-trainingen
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
Pesten
Sociale uitsluiting
20
groepen
Samenwerking
LEA Warme overdracht 4-/4+ en 12-/12+ Kennisdeling
Anders…
Chatten met jongeren Appke Leerlingvolgsysteem Jongerencentrum Activiteiten Sociom Wijkcoach Proeftuin
consultatie, advies en desk bevordering KOPPKOV en brussen
Overdracht 18-/18+ Gebrek aan contact met gastouderbureaus/andere aanbieders kinderopvang
Aan de hand van deze preventiematrix en de gesprekken met het veld die hierover zijn gevoerd, kan geconcludeerd worden dat we op alle voor jeugdigen belangrijke leefgebieden een aanbod hebben. Daarnaast dienen enkele interventies tegelijkertijd meerdere doelen. Zo is het consultatiebureau er voor iedereen. Hier komen alle kinderen op regelmatige basis langs voor o.a. rijksvaccinaties. Maar, omdat zij alle kinderen zien en volgen, zijn zij ook uitermate belangrijk voor het vroegtijdig signaleren van problemen. Daarmee is het consultatiebureau bijvoorbeeld bevoegd om kinderen te indiceren voor deelname aan het VVE-programma, waarmee wordt geborgd dat kinderen een goede start kunnen maken op het onderwijs.
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
21
Bijlage 3: De Millse Cijfers Rondom de zwangerschap en geboorte In de gemeente Mill en Sint Hubert start gemiddeld 79% van de vrouwen met zwangerschapsbegeleiding voor het moment van 10 weken zwangerschap. Dit ligt hoger dan het landelijk gemiddelde (72.1%). Hieruit kan geconstateerd worden dat interventies die worden ingezet (of geïndiceerd) door zwangerschapsbegeleiding, een relatief groot bereik hebben. 79% van de vrouwen start hiermee nog vóór de 10 weken zwangerschap, waardoor preventieve interventies een goede kans van slagen kunnen hebben8. Welbevinden Gezondheidsonderzoek 2VO: In schooljaar 2017-2018 is een screeningslijst uitgezet door de GGD Hart voor Brabant onder alle 2e klassers van het voortgezet onderwijs. Hierbij wordt ingegaan op een tal van indicatoren, gericht op (psycho)sociaal welbevinden en op leefstijl. Deze vragenlijst is door 122 leerlingen uit de gemeente Mill en Sint Hubert ingevuld.
Uit deze grafiek is allereerst te halen dat het met het grootste gedeelte van de jongeren uit Mill en Sint Hubert (gemiddeld 93%) het “normaal” en daarmee goed gaat. Bij verdere vragen over de psychosociale problemen komt naar voren dat 18% van de jongeren moeilijkheden (rondom emoties, gedrag, concentratie of vermogen om met andere mensen op te schieten) ervaart in de thuissituatie. 14% ervaart deze moeilijkheden (ook) bij vriendschappen. Ook activiteiten in de vrije tijd worden door 11% van de jongeren uit Mill en Sint Hubert soms lastig gevonden door hun psychosociale problemen. Tevens ervaart 30% problemen (bij leren) in de klas. Met name dit laatste is een vrij fors aantal en dient zich hoofdzakelijk op het VMBO Basis/Kader voor. Jeugdmonitor 0-11 jaar10: In 2017 heeft de GGD Hart voor Brabant de Jeugdmonitor 0 t/m 11 jaar uitgezet, een vragenlijst rondom de leefstijl en gezondheid van kinderen in de leeftijd van 0 t/m 11 jaar. Uit de jeugdmonitor komt naar voren dat 11% van de kinderen (van 4 t/m 11 jaar) verhoogd risico heeft op psychosociale problematiek. 9% van de kinderen kampt met emotionele problemen en 4% met gedragsproblemen. Daarnaast blijkt dat 13% problemen ervaart door hyperactiviteit en 5% problemen ervaart met leeftijdsgenoten.
5% heeft moeite met pro-sociaal gedrag (een vorm van sociaal gedrag waarin je iets voor mensen doet zonder hier iets voor terug te willen).
8 Bron: waarstaatjegemeente.nl
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
22
Sport, bewegen en vrijetijdsbesteding9 Jongerenmonitor 12-18 jaar: De GGD Hart voor Brabant heeft in 2019 de Jongerenmonitor 12-18 jaar uitgezet, waarin jongeren vragen hebben beantwoord over hun gezondheid, welzijn en leefgewoonten. Uit de jongerenmonitor komt naar voren dat 22% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar in de gemeente voldoet aan de Nederlandse norm Gezond Bewegen (sport en/of beweegt 7 dagen per week minimaal 1 uur per dag). 68% van de jongeren sport en/of beweegt wel minimaal 5 dagen per week minimaal 1 uur per dag. 81% is lid van een club, organisatie en/of (sport)vereniging. 25% speelt (bijna) dagelijks games, 1% loopt risico op problematisch gamen. 3% loopt risico op problematisch gebruik van sociale media. Jeugdmonitor 0-11 jaar: 93% van de kinderen tussen de 1-11 jaar beweegt 7 uur (of meer) per week (buiten spelen, lopend/fietsend naar school, gym/sport op en buiten school). 54% sport minstens 2 keer per week minimaal een uur (buiten school). Van de kinderen tussen de 4-11 jaar is 90% lid van een club of (sport)vereniging. 52% van de kinderen in deze leeftijdscategorie is in het bezit van een smartphone en/of tablet. 14% van de kinderen tussen de 1-11 jaar kijkt meer dan 2 uur per dag tv/computer/tablet/smartphone. Middelengebruik10 Jongerenmonitor 12-18 jaar: 2% van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar in de gemeente is dagelijks roker.
10% van de jongeren heeft weleens drugs gebruikt, waarvan het gros softdrugs. 2% heeft drugs gebruikt in de afgelopen 4 weken. 39% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar drinkt wel eens alcohol, waarvan het gros het eerste glas rond de 14-15 jaar drinkt. Overig10 Jongerenmonitor 12-18 jaar: 7% van de jongeren is de afgelopen 3 maanden op school gepest, 4% minstens 2 keer per maand. 6% is via internet of mobiele telefoon gepest, 1% minstens 2 keer per maand en 0% wekelijks. 14% heeft weleens onveilig gevreeën. 5% heeft weleens een seksuele ervaring tegen zijn/haar zin gehad. Jeugdmonitor 0-11 jaar: 3% van de ouders van kinderen tussen de 0-11 jaar ervaart opvoedproblemen rondom het thema pesten/gepest worden van hun kinderen. 8% van de kinderen van 4 t/m 11 jaar heeft in het afgelopen jaar een vervelende ervaring gehad op het internet.
9
Bron: GGD Hart voor Brabant screening 2VO 2017-2018 Bron: GGD Hart voor Brabant Jeugdmonitor 0-11 jaar 2017
10
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
23
Sport, bewegen en vrijetijdsbesteding 22% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar in de gemeente voldoet aan de Nederlandse norm Gezond Bewegen (sport en/of beweegt 7 dagen per week minimaal 1 uur per dag). 68% van de jongeren sport en/of beweegt wel minimaal 5 dagen per week minimaal 1 uur per dag. 81% is lid van een club, organisatie en/of (sport)vereniging. 25% speelt (bijna) dagelijks games, 1% loopt risico op problematisch gamen. 3% loopt risico op problematisch gebruik van sociale media. Middelengebruik10 2% van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar in de gemeente is dagelijks roker. 10% van de jongeren heeft weleens drugs gebruikt, waarvan het gros softdrugs. 2% heeft drugs gebruikt in de afgelopen 4 weken. 39% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar drinkt wel eens alcohol, waarvan het gros het eerste glas rond de 14-15 jaar drinkt. Overig 7% van de jongeren is de afgelopen 3 maanden op school gepest, 4% minstens 2 keer per maand. 6% is via internet of mobiele telefoon gepest, 1% minstens 2 keer per maand en 0% wekelijks. 14% heeft weleens onveilig gevreeën. 5% heeft weleens een seksuele ervaring tegen de zin gehad. Jeugdzorg Op dit moment ontvangen 171 jeugdigen jeugdzorg11. Dit betreft kinderen en jongeren tussen de 0 en 18 jaar oud, met een enkele keer een jeugdige tot 23 jaar (dit is namelijk mogelijk in het kader van de verlengde jeugdzorg).
Naast deze 481 jeugdigen, biedt ook het Centrum voor Jeugd en Gezin soms hulp en ondersteuning, die hier niet onder valt. Zo kan het voorkomen dat er een training gevolgd wordt die gegeven wordt door iemand van het CJG, of voert de professional van het CJG enkele gesprekjes met de jeugdigen om hem of haar weer op weg te helpen, en blijkt dat voldoende te zijn.
10 Bron: GGD Hart voor Brabant screening jongerenmonitor 2019, GGD Hart voor Brabant jeugdmonitor 0-11 jaar 2017 11 Bron: KPI’s BJG Q1 2020
Preventief Jeugdbeleid gemeente Mill en Sint Hubert
24
Bijlage 4: De Sociaal-Maatschappelijke context
Met de ambitie van de gemeente Mill en Sint Hubert om integraal te werken, is het niet mogelijk om een beleidsplan te schrijven zonder te kijken naar de sociaal-maatschappelijke context. Bijna alle beleidsnota’s die geschreven worden in het kader van Sociaal Domein, hebben linksom of rechtsom een link met het preventief jeugdbeleid. In deze bijlage staan we kort stil bij een aantal belangrijke ontwikkelingen en beleidsplannen die aanhaken op het Preventief jeugdbeleid. Hiermee wordt aangetoond op welke wijze jeugdpreventie al vorm krijgt in de gemeente Mill en Sint Hubert.