03. Jaarrekening 2020 Grave - Definitieve versie.pdf
Tekst van het document
64
Grave 293,7
Referentiegroep 459,7
4,0
6,0
1,0
2,0
557,3
794,1
70,1
68,8
242,8
202,0
1,5
1,2
0,6
0,4
1,0
1,0
12,9
12,3
680
640
6 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien biedt een overzicht van alle baten en lasten die niet specifiek aan een programma toegerekend kunnen worden. Bijvoorbeeld de algemene uitkering en niet-gebonden belastingen, zoals de onroerende-zaakbelastingen.
6.1 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien In de Kadernota zijn de kaders vastgesteld voor het opstellen van de (meerjaren)begroting. Gelet op de financiële situatie geschetst in de Kadernota is er terughoudend omgegaan met het opvoeren van nieuw beleid. Na vaststelling van de Kadernota is een proces gestart om te komen tot een meerjarig structureel sluitende begroting. In een voorstel bij deze begroting worden hiervoor dekkingsvoorstellen opgenomen. Voor de financiële vertaling van keuzes is begrotings- en budgetdiscipline noodzakelijk. De uitgangspunten hiervoor zijn: Het meerjarenperspectief moet sluitend zijn Risico’s moeten in beeld zijn en er moeten voldoende middelen gereserveerd zijn om deze te kunnen dekken mochten deze zich voordoen De algemene reserve moet voldoende van omvang zijn om veerkrachtig zaken op te kunnen vangen die op dit moment nog niet te voorzien zijn Voor onvoorziene situaties zorgen we voor een solide reservepositie en een buffer voor onvoorziene lasten (€ 26.000 per jaar). Wat hebben we bereikt en wat hebben we daar voor gedaan? Het uitgangspunt is een solide financieel beleid waarbij het realiteitsgehalte groot moet zijn. De begroting moet duurzaam in evenwicht zijn. Speerpunten Een sluitende meerjarenbegroting Wat wilden we doen
Wat hebben we gedaan
Het College zal voorstellen doen om vanuit de Kadernota 2020 te komen tot een sluitende meerjarenbegroting Voldoende weerstandsvermogen
De werkzaamheden zijn conform doelstelling uitgevoerd.
Wat wilden we doen
Wat hebben we gedaan
De verhouding tussen de hoogte van de algemene reserve en de financiële risico’s
De werkzaamheden zijn conform doelstelling uitgevoerd.
6.2 Vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 zijn gemeenten vennootschapsbelastingplichtig geworden. Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte wordt gedaan over het totale (gesaldeerde) resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als een centrale post in de begroting en in de jaarrekening.
65
6.3 Verbonden partijen Brabant water Beleidsvoornemens Het leveren van drinkwater van onberispelijke kwaliteit tegen een betaalbare prijs. En maatschappelijke waarde toevoegen voor huidige en toekomstige generaties. Ontwikkelingen Bescherming bron en natuur De Brabantse natuur is de beste bescherming van ons drinkwater. Daarom staat de bescherming van onze bronnen, het grondwater, voorop. Maar Brabant Water doet bewust meer om een positieve bijdrage te leveren aan de balans tussen flora, fauna en de natuurlijke drinkwaterbronnen: het bevorderen van biodiversiteit. Duurzaam watergebruik Dit thema krijgt steeds meer aandacht, omdat onze nationale zoetwatervoorraad kwetsbaar is. Door langdurige droogte, klimaatverandering en vervuiling is slimmer omgaan met water hard nodig. Op alle fronten. Daarom ligt de focus op verlaging van het watergebruik. Zowel van onszelf als van anderen. Midden in de (Brabantse) samenleving Brabant Water is een actief maatschappelijk partner voor de Brabantse samenleving en zoekt bewust verbinding. Steeds meer mensen kiezen bewust voor kraanwater, wat Brabant Water op verschillende manieren stimuleert. Duurzaamheid Brabant Water leent het drinkwater rechtstreeks uit de natuur. Daarom behandelt zij de natuur met respect. Sinds 2013 onderneemt Brabant Water volledig klimaatneutraal, maar het kan altijd beter.
Daarom kijken ze bij alles wat ze doen naar energiebesparing, verkleining van onze CO₂ voetafdruk, hoe ze zelf meer duurzame energie kunnen opwekken en zijn ze hard op weg een zero waste bedrijf te worden.
66
6.4 Wat heeft het gekost In onderstaande tabel zijn de baten en lasten per beleidsproduct weergegeven. bedragen x € 1.000
Primitief Gewijzigd Rekening 2020 2020 2020
Saldo
6.1 Lokale heffingen, waarvan besteding niet gebonden is
-222
-222
-215
7
6.2 Overige algemene dekkingsmiddelen
475
-35
129
164
6.3 Algemene uitkering
-4
-4
-4
0
6.5 Saldo van de financieringsfunctie
163
223
23
-200
6.6 Overhead
-4.199
-4.210
-4.160
50
6.8 Onvoorzien
-26
0
0
0
Lasten
-3.813
-4.247
-4.227
20
6.1 Lokale heffingen, waarvan besteding niet gebonden is
3.031
3.111
3.134
23
0
0
40
40
18.852
19.874
19.974
100
6.5 Saldo van de financieringsfunctie
0
0
0
0
6.6 Overhead
0
0
0
0
Baten
21.884
22.985
23.148
163
Saldo van baten en lasten
18.071
18.738
18.921
183
Dekking Algemene reserve
0
909
909
0
1.569
0
0
0
0
115
115
0
1.569
1.024
1.024
0
Storting in reserves
-25
0
0
0
Stortingen in reserves
-25
0
0
0
Saldo mutaties reserves
1.545
1.024
1.024
0
Resultaat
19.616
19.763
19.946
183
6.2 Overige algemene dekkingsmiddelen 6.3 Algemene uitkering
Aanwending reserves Dekking Res. Nieuwbouw Stadhuis Onttrekkingen aan reserves
67
Exploitatie In onderstaande tabellen wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de gewijzigde begroting en de realisatie, onderverdeeld in de lasten en de baten. De verschillen zijn incidenteel, tenzij in de toelichting anders is aangegeven. Beleids Toelichting lasten product
(Bedragen x € 1.000)
Voordeel
Nadeel
6.2
In de septembercirculaire is een bedrag van € 386K ontvangen voor compensatie coronamaatregelen. In programma 6 is hiervoor een stelpost corona opgenomen. De uitgaven i.v.m. corona worden vooral op de programma's 1 t/m 5 verantwoord. Daardoor ontstaat hier een voordeel en op de andere programma's een nadeel. In hoofdstuk 2.6 van de Jaarrekening is een totaaloverzicht opgenomen van de verschillende uitgaven als gevolg van corona in relatie tot de ontvangen extra middelen van het Rijk.
386
6.2
Er heeft een BTW-correctie plaats gevonden.
71
6.2
Binnen de bijdrage CGM heeft een verschuiving plaatsgevonden tussen overhead en bijdrage op basis van uren (zie ook beleidsproduct 6.6). Daarnaast worden de kosten die niet direct aan producten kunnen worden verantwoord opgenomen in programma 6. Per saldo verloopt dit budgettair neutraal binnen de jaarrekening.
151
6.5
Er is een rente voordeel ontstaan. De aangetrokken kortlopende geldleningen zijn door een gunstige rentestand bij leningen voordeliger.
6.5
Omdat het nacalculatorische rentetarief lager is dan begroot kan er minder rente worden doorbelast aan de kapitaallasten. Per saldo verloopt dit budgettair neutraal binnen de jaarrekening, omdat er ook minder rente wordt toegerekend aan de programma’s.
6.6
Binnen de bijdrage CGM heeft een verschuiving plaatsgevonden tussen overhead en bijdrage op basis van uren (zie ook beleidsproduct 6.2). Per saldo verloopt dit budgettair neutraal.
14
207
61
Diverse kleine verschillen
12
Totaal
461
Saldo
20
68
441
Beleids Toelichting baten product
(Bedragen x € 1.000)
Voordeel
6.1
De meeropbrengst OZB van € 17K is een combinatie van drie belangrijke oorzaken: een iets hogere waardeontwikkeling dan waarmee bij de tariefberekeningen rekening is gehouden, meer groei dan gemiddeld geraamd en minder derving door gehonoreerde waarde-bezwaren.
17
6.2
Vanwege een uitspraak van de Hoge raad inzake reintegratie is bij de belastingdienst een suppletie ingediend voor BCF over de jaren 2015 t/m 2019.
39
6.3
Het begrote bedrag voor de algemene uitkering is gebaseerd op de septembercirculaire. Het verschil wordt vooral veroorzaakt door de mutaties in decentrale uitkeringen in de decembercirculaire 2020. Hierover bent u middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Daarnaast is er een afrekening geweest over oudere jaren.
100
Diverse kleine verschillen
Nadeel
7
Totaal
163
0
Saldo
163
Saldo van baten en lasten
183 Voordeel
Reserves In onderstaande tabellen wordt een toelichting gegeven op de verschillen tussen de gewijzigde begroting en de realisatie, onderverdeeld in de onttrekkingen en stortingen. Beleids Stortingen in reserves
(Bedragen x € 1.000)
product
Voordeel
Nadeel
Totaal
0
0
Saldo
0
Beleids Onttrekkingen aan reserves product
(Bedragen x € 1.000)
Voordeel
Nadeel
Totaal
0
0
Saldo
0
Saldo mutaties reserves
0
69
6.5 Beleidskaders Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Verordening hondenbelasting Grave 2020 Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Grave 2019 Verordening onroerendezaakbelastingen Grave 2020 Financiële verordening Grave 2017 Controleverordening gemeente Grave 2014 Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Grave 2014 Beleidsnota reserves en voorzieningen 2015 Lokale lasten Bestuursakkoord 2018-2022 Diverse belastingverordeningen en bij behorende beleidsregels Beleidsnota’s en jurisprudentie Uitgangspunten Begroting 2020 Leidraad invordering gemeentelijke belastingen en incassoreglement Grave 2017 Leidraad heffing gemeentelijke belastingen Grave 2017
6.6 Verplichte BBV indicatoren Indicator Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemiddelde WOZ Functiemenging Bron: www.waarstaatjegemeente.nl Referentiegroep is Nederland
70
Eenheid €
Grave 828
Referentiegroep 772
€
818
700
x € 1.000 in %
232 44,6
270 53,2
Paragrafen
71
1 Lokale heffingen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de eisen opgenomen waaraan deze paragraaf moet voldoen. Doel van de laatste vernieuwing van het BBV was meer transparantie van het besluitvormingsproces en daarmee een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden bij dit proces. Ander doel was onder meer een betere vergelijkbaarheid van kosten en beleidsresultaten met andere gemeenten. Ook kan hiermee een versterkt inzicht in de financiële positie van de gemeenten worden bereikt.
1.1 Geraamde opbrengsten In onderstaand overzicht zijn de geraamde en gerealiseerde opbrengsten 2020 van alle lokale heffingen weergegeven. (bedragen x € 1.000)
Onroerende zaakbelasting
Begroot Verschil in na Realisatie Verschil % wijziging 2.888 2.958 2.975 17 0,6%
Rioolheffing
1.105
1.105
1.128
23
2,0%
Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht
1.032
1.163
1.189
26
2,2%
Leges omgevingsvergunningen
473
603
547
-56
-9,2%
Leges rijbewijzen/reisdocumenten
64
64
62
-2
-2,9%
Overige secretarieleges
51
78
96
18
22,6%
Hondenbelasting
92
102
107
5
5,1%
Graf- en begrafenisrechten
61
46
54
8
17,1%
Reclamebelasting
44
44
42
-2
-5,0%
Marktgelden
26
26
14
-13
-48,5%
Parkeerbelastingen
10
10
16
6
59,0%
af: Kwijtscheldingen
-80
-80
-78
2
-2,5%
5.766
6.119
6.151
32
0,5%
Soort heffing
Totaal
Primitieve begroting
Hierna volgt een analyse van de verschillen tussen geraamde en de uiteindelijk verantwoorde belastingopbrengsten in 2020. Zie de tabel hiervoor. Alleen bij afwijkingen van meer dan 10% of meer dan € 25.000 is een toelichting gegeven. Reinigingsheffingen De meeropbrengst met € 26.000 (+ 2,2%) is een resultaat van minder leegstand en een te voorzichtige raming. Leges omgevingsvergunningen De werkelijke opbrengsten leges omgevingsvergunningen zijn € 78.000 lager uitgevallen dan geraamd. Enerzijds door minder legesopbrengsten uit de transitie van de veehouderij (-/- € 123.000) en anderzijds door meer leges voor bouwactiviteiten (+ € 44.000). Tegenover de lagere legesbaten uit de transitie veehouderij staan ook lagere lasten. 72
Het is helaas op voorhand niet altijd goed in te schatten wanneer bouwplannen daadwerkelijk worden opgepakt en in welk dienstjaar deze legesbaten vervolgens kunnen worden verantwoord. Leges (overige secretarieleges) Deze meeropbrengst (+ € 18.000 / + 22,6%) is veroorzaakt door diverse plussen en minnen. De belangrijkste zijn de leges voor kabels en leidingen (+ € 18.000). Lijkbezorgingsrechten De meeropbrengst van € 8.000 / + 17,1% is veroorzaakt door een te voorzichtige raming. Marktgelden De lagere opbrengst (- € 13.000 / - 48,5%) is vooral veroorzaakt door enerzijds het vertrek van een aantal kramen, deze plekken zijn nog niet opnieuw ingevuld, en anderzijds hebben de coronamaatregelen ook invloed gehad op de opbrengsten.
1.2 Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Met betrekking tot het tarievenbeleid zijn voor 2020 de volgende maatregelen (beleidsvoornemens) daadwerkelijk doorgevoerd: Verhoging van de tarieven hondenbelasting, leges, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en reclamebelasting met 2% (inflatiecorrectie); Verhoging van de tarieven reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht) met in eerste instantie 15%. Aanvullend is door diverse kostenstijgingen een extra verhoging met 14% vastgesteld. Totaal 29% derhalve. Verhoging van de tarieven rioolheffing met 1,5%; Vaststelling van de tarieven onroerendezaakbelastingen, rekening houdend met de herwaardering WOZ en de verhoging van de ozb-opbrengsten, met in eerste instantie 3%. Er was een aanvullende verhoging met 5,6% nodig in het kader van de ombuigingsvoorstellen voor 2020 tot en met 2023. Totale verhoging 8,6%.
1.3 Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Hierin moet ook in de jaarrekening waar mogelijk en waar relevant inzichtelijk worden gemaakt hoe de verhouding is tussen de werkelijke lasten en de werkelijke baten. In onderdeel a. hiervoor staan de heffingen die in onze gemeenten worden geheven. Deze zijn gebaseerd op de Gemeentewet en verder uitgewerkt in belastingverordeningen en daarbij behorende tarieventabellen. In dit onderdeel wordt ingegaan op de rioolheffing, de reinigingsheffingen, de graf- en begrafenisrechten en de leges. Methodiek Bij het inzichtelijk maken van de kostendekkendheid van riolering, afval en grafrechten is een berekening gemaakt op basis van de volgens BBV toe te rekenen overhead. Het hierbij gehanteerde tarief is voor 2020 berekend op € 41,73.
73
Omschrijving Overhead CGM Overhead Grave Totaal
Opslag € 3.303.707 € 791.299 € 4.094.936
Aantal fte * productieve uren
98.133
Extracomptabel tarief riool/afval/grafrechten
€ 41,73
Per onderwerp wordt toegelicht vanuit welk taakveld er uren zijn toegerekend en wat voor een effect dit heeft op de totale lasten voor 2020.
Rioolheffing De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c van het BBV): De rioolheffing is een bestemmingsheffing. Met de rioolheffing kan de gemeente, naast de zorg voor het riool, tevens voorzieningen bekostigen die het mogelijk maken in te spelen op de zorg voor het hemelwater en grondwater. Deze zorgtaken zijn opgenomen in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP 2019-2023). Via storting en aanwending van de gevormde voorziening kunnen de tarieven gelijkmatig worden ingezet. Het VGRP 2019-2023 is verwerkt in de taakvelden in de jaarrekening 2020. De BTW en de rente zijn extracomptabel toegerekend. Berekening toe te rekenen overhead Taakveld 7.2 Riolering
Aantal uren Toerekenen aan taakveld riolering 923 100%
Tarief overhead
Totaal
€ 41,73
38.517
2.1 Verkeer en vervoer (straatreiniging) 6.3 Inkomensregelingen
1.323 416
50% 33%
€ 41,73 € 41,73
27.604 5.787
0.64 Belastingen overig Totaal
1.666
33%
€ 41,73
23.174 95.082
Effect boekjaar 2020 Omschrijving Totaal uitgaven* Totaal inkomsten
Lasten
Baten
Saldo
1.127.809
968.632 1.127.809
968.632
Storting voorziening** Kostendekkendheid *Inclusief toe te rekenen overhead **Onderdeel van totaal kosten en na storting voorziening is de kostendekkendheid 100%
74
159.177 116%
Reinigingsheffingen De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c van het BBV): Afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen; Reinigingsrecht voor het ophalen van klein bedrijfsafval. Beoordeeld is welke kosten van activiteiten toerekenbaar zijn en daarmee zijn verhaald via de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht. Berekening toe te rekenen overhead Taakveld 7.3 Afval 6.3 Inkomensregelingen 0.64 Belastingen overig 2.1 Verkeer en vervoer (straatreiniging) Totaal Effect boekjaar 2020 Omschrijving Totaal uitgaven* Totaal inkomsten Storting voorziening** Kostendekkendheid
Aantal uren Toerekenen aan taakveld afval 1.474 100% 416 50% 1.666 50% 1.323
Tarief overhead
Totaal
€ 41,73 € 41,73 € 41,73
61.510 8.680 34.761
€ 41,73
18.403 123.354
33%
Lasten 1.217.812
Baten 1.394.132
Saldo 1.217.812 1.394.132 176.320 114%
*Inclusief toe te rekenen overhead **Onderdeel van totale kosten en na storting voorziening is de kostendekkendheid 100%
Lijkbezorgingsrechten De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c van het BBV): De rechten worden geheven voor diensten die verband houden met het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen. De maatschappelijke tendens is dat het aantal begravingen afneemt ten opzichte van het aantal crematies. Extra verhoging van de tarieven kan leiden tot nog minder begravingen. Beoordeeld is welke kosten van activiteiten toerekenbaar zijn en daarmee zijn verhaald via de lijkbezorgingsrechten. De BTW is, waar van toepassing, extracomptabel toegerekend.
75
Berekening toe te rekenen overhead
Taakveld
7.5 Begraafplaatsen Totaal Effect boekjaar 2020 Omschrijving Totaal uitgaven* Totaal inkomsten Kostendekkendheid
Aantal uren Toerekenen aan taakveld begraafplaatsen 608 100%
Lasten 101.162
Tarief overhead
Totaal
€ 41,73
25.372 25.372
Baten 54.034
Saldo 101.162 54.034 53%
*Inclusief toe te rekenen overhead
Leges Voor de leges zijn aanvullende eisen in het BBV opgenomen (artikel 10, onderdeel c van het BBV). Dat blijkt met name uit de toelichting. Volgens de toelichting op het BBV moet per hoofdstuk van de legestarieventabel de mate van kostendekking worden vermeld. Dat moet volgens de Commissie BBV ook in de jaarrekening. Dat hebben wij daarom ook uitgewerkt in de tabellen hierna. Uitgangspunten die hierbij zijn gehanteerd zijn: Voor wat betreft de berekening van de overhead zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd zoals die bij de rioolheffing en reinigingsheffingen. Vaak gaat het in een aantal hoofdstukken om heel geringe aantallen. Sommige diensten worden soms maar enkele keren per jaar aangevraagd. Een gemiddelde tijdsbesteding is dan niet te meten. Door de Rijksoverheid zijn wettelijke legestarieven voorgeschreven, zoals die voor akten burgerlijke stand, eigen verklaring rijbewijs, verstrekkingen aan BRP-afnemers, naturalisatie, persoonslijsten, verklaring omtrent personen (VOG) en speelautomaten. Die zijn daarom qua tariefstelling niet beïnvloedbaar door eigen gemeentelijke kostenberekeningen, maar maken wel deel uit van de lasten en baten. De Rijksoverheid heeft voor rijbewijzen en reisdocumenten wettelijke maximumtarieven vastgesteld. De werkelijke opbrengsten leges omgevingsvergunningen zijn op voorhand niet altijd goed in te schatten.
In deze paragraaf moet zoals opgemerkt een overzicht van baten en lasten (2020) worden opgenomen per hoofdstuk van de tarieventabel. De hoofdstukken waarop geen legesopbrengsten zijn verantwoord, zijn niet in de tabel hierna opgenomen.
76
Hoofdstuk legestarieventabel
Lasten
Baten
% kostendekking
Nr. Titel 1 Algemene dienstverlening 1 2
Burgerlijke stand Paspoorten en identiteitskaarten
11.843 20.877
10.659 19.625
90% 94%
3 4
Rijbewijzen Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
45.692 6.661
42.494 6.461
93% 97%
9 17
Overige publiekszaken Kabels en leidingen
6.806 67.242
6.534 63.880
96% 95%
18
Verkeer en vervoer Totaal Titel 1
17.722 176.843
16.836 166.489
95% 94%
Nr. Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 3 8
Omgevingsvergunning Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
523.541 5.750
502.600 5.520
96% 96%
11
In deze titel niet benoemde beschikking Totaal Titel 2
21.958 551.249
16.908 525.028
77% 95%
Nr. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 1 Horeca 1.650 2 Evenementen en overige APV-vergunningen 17.927 Totaal Titel 3 19.577
594 5.916 6.510
36% 33% 33%
698.027
93%
Totaal Titel 1 tot en met 3
747.669
1.4 Lokale lastendruk De gemiddelde lastendruk in 2020 ten opzichte van 2019 is, door de eerder genoemde belastingmaatregelen, als volgt gewijzigd: voor een huurder € 52,50 of 13,6% hoger; voor een eigenaar/bewoner € 82,50 of 11,2% hoger.
1.5 Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingplichtige over te weinig financiële middelen beschikt, kan kwijtschelding worden verleend. De kwijtscheldingsnormen in Grave zijn zo ruim als wettelijk is toegestaan. Vermogensbestanddelen en onverantwoord bestedingsgedrag kunnen kwijtschelding in de weg staan. Het aanvragen van kwijtschelding is in de meeste gevallen veel eenvoudiger geworden. Dat kan desgewenst zelfs digitaal en men kan volstaan met aanmelding via DigiD.
1.6 Actuele ontwikkelingen In de paragraaf lokale heffingen van de Programmabegroting 2020 is een aantal (beleids)ontwikkelingen op het lokale belastinggebied opgesomd. In deze jaarrekening gaan wij kort nog even in op de stand van zaken.
77
Benchmark woonlasten vervangt de macronorm OZB. Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt gebruikt om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Dat is inmiddels gedaan. Met de benchmark is afgestapt van de afspraak dat de ontwikkeling van de lokale lasten jaarlijks wordt gemonitord met de macronorm onroerende zaakbelasting (macronorm OZB). De benchmark past goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) heeft de benchmark 2020 samengesteld en opgenomen in de Atlas van de lokale heffingen. Die is in het voorjaar van 2020 uitgebracht. Verruiming lokaal belastinggebied De bouwstenen voor een toekomstig lokaal belastingstelsel zijn inmiddels gepresenteerd. In mei 2020 is het ambtelijke rapport Herziening gemeentelijk belastinggebied aan de Tweede Kamer aangeboden als onderdeel van het bouwstenentraject voor een beter belastingstelsel (geïnitieerd door de Staatssecretaris van Financiën). Het rapport presenteert beleidsopties voor het gemeentelijk belastinggebied die elk uit verschillende bouwstenen bestaan.
Samengevat gaat het om: Verruimen van het gemeentelijk belastinggebied door een belastingschuif van Rijk naar gemeenten (indicatieve omvang: € 4 tot € 6 miljard). Daarbij neemt het gemeentefonds met hetzelfde bedrag af en worden inwoners gecompenseerd door lagere inkomstenbelasting. Invullen van deze belastingschuif kan via herinvoering van de OZB-gebruikers woningen en/of een nieuwe ingezetenenheffing. Verbreden van de belastinggrondslag door het afschaffen van één of meer waarderingsuitzonderingen voor de WOZ/OZB. Moderniseren van de belastingmix door de toeristenbelasting anders vorm te geven en de hondenbelasting af te schaffen. In Grave zijn plannen om de hondenbelasting in 2024 af te schaffen. De bouwstenen voor herziening van het gemeentelijk belastinggebied zijn bedoeld voor het volgende kabinet. Politieke weging ervan zal tijdens de formatiefase moeten gebeuren. In de komende periode zal de VNG in samenspraak met de leden - mede op basis van dit rapport - de koers uitzetten om een kleinere financiële afhankelijkheid te realiseren.
78
2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.1 Beleid weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-structurele financiële tegenvallers op te kunnen vangen teneinde haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn gesloten. In schema: Weerstandsvermogen:
Risico’s
Relatie
Weerstandscapaciteit
Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente voor het begrotingsjaar zelf, maar ook voor de meerjarenramingen. Beleid weerstandsvermogen Wettelijk gezien moet de algemene reserve minimaal de benodigde weerstandscapaciteit bedragen. Analyse van het gevoerde beleid voor het weerstandsvermogen vindt twee keer per jaar plaats; bij de begroting en bij de jaarrekening. Beleid reserves en voorzieningen Op 17 november 2015 is de beleidsnota reserves en voorzieningen 2015 vastgesteld. De beleidsnota geeft de spelregels weer hoe om te gaan met de reserves en voorzieningen. Hierbij zijn de volgende beleidsuitgangspunten vastgesteld: 1. Het aantal reserves en voorzieningen wordt zo beperkt mogelijk gehouden. 2. Voldoen aan eisen bij instellen nieuwe voorzieningen. 3. Voldoen aan eisen bij instellen nieuwe reserves. 4. Op reserves wordt geen rente bijgeschreven. 5. Resterend saldo (bij opheffing) reserves vloeit terug naar de algemene reserve. 6. De reserves worden jaarlijks kritisch beoordeeld. 7. Minimale startbedrag van een reserve bedraagt € 25.000. 8. Reserve heroverwegen en eventueel opheffen indien gedurende twee jaar geen mutatie heeft plaats gevonden en/of lager is dan € 10.000. Bij alle uitgangspunten geldt dat de gemeenteraad hiervan af kan wijken en middels een raadsbesluit anders kan besluiten.
2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit: middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet voorziene financiële tegenvallers te dekken. De hoogte van de weerstandscapaciteit wordt bepaald door de gehele of gedeeltelijke sommatie van reservecomponenten op de balans, zoals: De in de begroting opgenomen ruimte in de stelpost onvoorziene uitgaven. Het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve. 79
De onbenutte belastingcapaciteit. De stille reserves, zijnde die activa waarvan de boekwaarde lager is dan de werkelijke waarde en die direct verkoopbaar zijn.
Weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000) Weerstandscapaciteit exploitatie: Onbenutte belastingcapaciteit Onvoorzien Totaal structureel Weerstandscapaciteit vermogen: Resultaat Vrij aanwendbare reserves Stille reserves Totaal incidenteel Totaal weerstandscapaciteit
Jaarrekening
Begroting
598 0 598
415 26 441
2.483 5.339 2.940 10.762
0 8.236 3.535 11.771
11.360
12.212
Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is de capaciteit ten opzichte van de zogenaamde Artikel 12normen. Uitgangspunt voor de tarieven rioolrechten, reinigingsheffingen en leges is dat ze 100%kostendekkend zijn. Wanneer de OZB-capaciteit berekend wordt op basis van redelijk peil – dat wil zeggen de Artikel 12-norm (120% van het gemiddelde tarief voor de OZB) – dan bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit maximaal € 598.000 op basis van de jaarrekening 2020. Stelpost onvoorziene uitgaven In de begroting 2020 is de hoogte van deze post vastgesteld op € 26.000. Dit bedrag is in 2020 ingezet voor de inwonersraadpleging gemeente Grave. Vrij aanwendbare deel van de algemene reserve De stand van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2020 € 5.339.000. Zie voor een toelichting van deze stand de toelichting op balans. Stille reserves Men spreekt van een stille reserve als de actuele waarde van een actief hoger is dan de boekwaarde. Het gaat hierbij om alle activa niet voor de openbare dienst bestemd die een hogere waarde hebben dan de boekwaarde. Voorbeelden hiervan zijn landbouw- en overige gronden, die (nog) niet in bouwgrondexploitaties zijn opgenomen en gebouwen, waaronder woningen, waarvan de te verwachten opbrengstwaarde aanzienlijk uitgaat boven de (eventueel aanwezige) boekwaarde. Het opgenomen bedrag van € 2.940.000 is indicatief.
Deze bezittingen zijn in principe verkoopbaar maar niet à la minute. Deze bieden wel een mate van zekerheid voor de toekomst, maar zijn niet inzetbaar om directe risico’s / lasten op te vangen.
80
2.3 Risico's Hieronder wordt een overzicht gegeven van de risico’s die de financiële positie van onze gemeente kunnen beïnvloeden. Het inzicht in de potentiële risico’s geeft een beter fundament voor het oordeel over de financiële positie. Een risico kan worden omschreven als: Het gevaar voor schade of verlies door interne en/of externe omstandigheden. Omstandigheden waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen omdat het niet mogelijk is een redelijke inschatting van de omvang van de schade of het verlies te maken. Om een evenwichtig financieel beleid te voeren is het van belang dat periodiek een zo breed mogelijke analyse wordt opgesteld van de gevaren die kunnen leiden tot verstoringen van het (meerjarige) budgettaire beeld. Een risicoanalyse, onderdeel van risicomanagement, is hiervoor een geschikte methode. De risico’s kunnen worden ingedeeld in: Risico’s voortvloeiend uit het eigen beleid. Risico’s voortvloeiend uit het beleid van een andere overheid. Risico’s voortvloeiend uit de samenwerking met andere gemeenten of instanties. Risico’s voortvloeiend uit het doen/nalaten van derden. Voortvloeiend uit eigen beleid Onderwerp Gemeentelijke bouwgrondexploitaties
Maximaal risico Op basis van de scenarioanalyse is berekend dat geen risicoreserve bouwgrondexploitatie noodzakelijk is (zie paragraaf grondbeleid). Onderwerp Gewaarborgde geldleningen en andere garantieverplichtingen
81
Risicobeschrijving In deze jaarrekening is de grondexploitatie geactualiseerd. Bij alle lopende projecten zijn de risico’s geanalyseerd. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf grondbeleid en het vertrouwelijke scenario-overzicht. Daarin staat ook de berekening van de hoogte van de benodigde risicoreserve. Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%)
Risicobeschrijving De geldleningen in het kader van de sociale woningbouw worden primair gewaarborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het bedrag voor de achtervang is op 31-12-2020 € 8.642.609. De risico's van de gemeente als achtervang zijn gering. Het WSW kent een triple A-rating en er zijn een aantal andere zekerheden voordat de gemeente in beeld komt. Als laatste zekerheid kan dan een beroep worden gedaan op achtervang van Rijk en gemeenten. Het Rijk wordt dan voor 50%
Onderwerp
Maximaal risico € 210.000 Onderwerp Arbeidsongeschiktheid bestuurders
Maximaal risico € 250.000 Onderwerp Wachtgeld college van burgemeester en wethouders
Maximaal risico € 475.000 Onderwerp Minimabeleid
82
Risicobeschrijving aangesproken en de gemeenten voor de andere 50%, met dien verstande dat daarvan weer 25% wordt opgebracht door alle gemeenten in Nederland met WSW-leencontracten en de andere 25% door de ‘schadegemeenten’. Laatstgenoemde gemeenten moeten dan een renteloze lening aan het WSW verstrekken. Het verlies is dan de gemiste rente. De gemeente staat ook garant voor een aantal leningen op grond van de publieke taak. In dat kader wordt borg gestaan voor een drietal leningen. Het restant van deze leningen is op 31-12-2020 € 210.240 waarbij de risico’s moeilijk zijn in te schatten. Van voornoemd bedrag staat de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) ultimo 2020 voor € 51.333 als medeborg garant. Kans Zelden (Kans: 0 - 20%) Risicobeschrijving Een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor bestuurders is duur. Daarom is er voor gekozen geen verzekering af te sluiten. Hierdoor ligt het risico van de kosten bij arbeidsongeschiktheid van bestuurders bij de gemeente. Kans Zelden (Kans: 0 - 20%) Risicobeschrijving Het lijkt aannemelijk dat in verband met de aanstaande herindeling het aantal wethouders en burgemeesters voor het Land van Cuijk in aantal zal afnemen en daardoor extra wachtgelden dienen te worden uit betaald. Kans Waarschijnlijk (Kans: 60 - 80%) Risicobeschrijving De laatste jaren zien we bij een aantal minimaregelingen een stijging van het gebruik en de kosten.
De coronacrisis kan tevens tot gevolg hebben dat meer mensen een beroep zullen doen op de minimaregelingen.
Maximaal risico € 65.000
Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%)
Onderwerp Faillissement Scheepswerf
Risicobeschrijving In de cassatieprocedure is de scheepswerf in het gelijk gesteld. Nu wordt een schadestaatprocedure gevoerd; de termijn en de uitkomst is nog onduidelijk. Het totale faillissementstekort beloopt ca. € 2 miljoen; de verzekering van Grave dekt een deel van deze schade. Het is echter nog ter discussie voor welk deel Grave verantwoordelijk gehouden wordt, aangezien de jaarcijfers van de scheepswerf al enkele jaren voorafgaand aan het faillissement verliezen hebben laten zien. Om die reden zijn wij van mening dat de maximale exposure beduidend lager zal zijn dan alleen het tekort verminderd met de dekking van de verzekering. Kans Bijna zeker (Kans: 80 - 100%)
Maximaal risico Op dit moment nog niet in te schatten; is afhankelijk van schadestaatprocedure. Voortvloeiend uit beleid van andere overheden Onderwerp Gevolgen invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging op de gemeentelijke legesinkomsten met ingang van 2022
Maximaal risico € 168.000
83
Risicobeschrijving Op basis van de huidige meerjarenraming rekent de gemeente vanaf 2021 op € 336.946 aan baten voor WABO-vergunningen. De implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging hebben mogelijk gevolgen voor de kostendekking en leges. Voorlopige schattingen wijzen uit dat de legesinkomsten zullen teruglopen. Daar zal naar alle waarschijnlijkheid een toename van duurzaamheidsinkomsten tegenover komen te staan. De exacte impact wordt tijdens de uitvoering van het Programma Implementatie Omgevingswet duidelijk. Het legesmodel wordt voor 01-01-2022 aangepast en aan de raad voorgelegd. Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%)
Onderwerp Omgevingswet
Maximaal risico Op dit moment nog niet in te schatten Onderwerp Stikstof
Maximaal risico Op dit moment nog niet in te schatten Onderwerp Zeer zorgwekkende stoffen
84
Risicobeschrijving De datum inwerkingtreding van de Omgevingswet valt samen met de startdatum van de nieuwe gemeente Land van Cuijk. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer en op welke wijze Grave aansluit bij de herindeling. De inrichting van de nieuwe gemeentelijke organisatie is nog niet vastgesteld, evenals de nieuwe processen die vanaf januari onder de vlag van de Omgevingswet worden uitgevoerd. Tevens zijn de exacte ICT kosten nog niet beschikbaar. Dit maakt de implementatie van de Omgevingswet uitdagend. Het programma (PIO) ligt op koers, maar de hierboven beschreven context zou kunnen leiden tot (financiële) risico’s. Kans Onwaarschijnlijk (Kans: 20 - 40%) Risicobeschrijving Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State in de zomer van 2019, waardoor het Programma Aanpak Stikstof niet meer kan worden toegepast, is een nieuwe situatie ontstaan. Bij projecten moet voortaan ook worden onderzocht of als gevolg van aanleg en gebruik een toename van stikstofemissie zal plaatsvinden. Wanneer dat het geval is moeten ‘stikstofrechten’ worden aangekocht en kan bovendien sprake zijn van vertraging. Naarmate het project dichterbij Natura 2000 is gelegen en groter is van omvang, is de kans hierop groter. De relevante Natura 2000 gebieden Sint Jansberg en Oefeltermeent liggen op relatief grote afstand, maar het risico op meerkosten kan niet worden uitgesloten.
Kans Zelden (Kans: 0 - 20%) Risicobeschrijving Bodemverontreinigingen kunnen veroorzaakt worden door verschillende stoffen. In de afgelopen decennia is ervaring opgedaan met stoffen die niet van nature in de bodem thuishoren en humane en ecologische risico’s
Onderwerp
Maximaal risico Op dit moment nog niet in te schatten Onderwerp Jeugd Maximaal risico € 200.000 Onderwerp Wmo (oud en nieuw)
Maximaal risico € 100.000 immateriële ondersteuning € 80.000 grote woning aanpassing Onderwerp Participatiebudget
85
Risicobeschrijving opleveren. Er is ervaring met een standaard pakket aan stoffen, maar in de laatste jaren worden steeds meer bodemvreemde stoffen aangetroffen die potentieel grote risico’s opleveren. Zo is er een grote groep stoffen (>6.000) waarvan zorgen zijn over de stofeigenschappen, aangeduid als Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Er zijn nog veel onduidelijkheden over de stofeigenschappen en verspreiding, waardoor nieuwe inzichten vrij abrupt op kunnen komen. Bij deze groep horen de bekende PFAS verbindingen die afgelopen jaar veel problemen hebben opgeleverd. Uit de groep van ZZS zouden mogelijk nieuwe stoffen kunnen komen die een vergelijkbaar probleem opleveren. Kans Zelden (Kans: 0 - 20%) Risicobeschrijving We zien al een aantal jaren een stijging van de uitgaven jeugdzorg. Kans Bijna zeker (Kans: 80 - 100%) Risicobeschrijving We zien de laatste jaren een toename in met name het gebruik van immateriële ondersteuning (begeleiding en dagbesteding). Dit zien we ook bij grote woningaanpassingen. Dit heeft onder andere te maken met een toename van de omvang van de doelgroep en het feit dat deze doelgroep langer zelfstandig thuis blijft wonen. Kans Mogelijk (Kans: 40 - 60%)
Risicobeschrijving Het budget is krap, maar ook voor 2020 kan verrekening met AGR-middelen van IBN plaatsvinden. Daardoor resteert slechts een gering risico op overschrijding van maximaal € 40.000.
Maximaal risico € 40.000
Kans Onwaarschijnlijk (Kans: 20 - 40%)
Onderwerp Corona-crisis
Risicobeschrijving Het coronavirus en de brede impact op de samenleving heeft grote gevolgen voor de gemeente. Er wordt een breed beroep gedaan op de gemeenten om te ondersteunen op bijna alle beleidsvelden. De realiteit van de ontwikkelingen rondom het coronavirus leert op dit moment ook dat niemand precies weet wat er gaat gebeuren. De gemeente richt zich er op dit moment op om alle vragen die op haar afkomen te kanaliseren en daar waar mogelijk te beantwoorden. Daarnaast bereid de gemeente zich voor om de taken die vanuit de rijksoverheid haar worden toebedeeld uit te kunnen voeren. Het beroep dat gedaan wordt op de gemeente vanuit het maatschappelijk veld en ondernemers om financiële steun is groot en zal de komende tijd naar verwachting verder toenemen. De gevolgen voor de gemeentelijke financiën zijn op dit moment zeer divers en niet in te schatten. Op basis van de huidige inzichten kunnen de extra lasten gedekt worden door de ontvangen coronacompensatie van het Rijk. Kans Bijna zeker (kans: 80 - 100%)
Maximaal risico Kosten kunnen naar alle waarschijnlijkheid gedekt worden door de ontvangen coronacompensatie van het Rijk Voortvloeiend uit samenwerking Onderwerp Deelnemingen in overige gemeenschappelijke regelingen.
Maximaal risico € 80.000 Voortvloeiend uit doen/nalaten van derden Onderwerp Schade door natuurgeweld
86
Risicobeschrijving De gemeente loopt financiële risico’s in gemeenschappelijke regelingen. Voor zover daarvan sprake is worden deze toegelicht in de paragraaf ‘verbonden partijen’. Kans Onwaarschijnlijk (Kans: 20 - 40%)
Risicobeschrijving Bij natuurrampen en/of extreem weer kunnen in de openbare ruimte grote schades ontstaan
Onderwerp
Maximaal risico € 15.000
Risicobeschrijving door wateroverlast, storm en droogte die niet door de verzekering worden gedekt. Kans Waarschijnlijk (Kans: 60 - 80%)
2.4 Inschatting risico's Kans en gevolg Voor wat betreft de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet, wordt uitgegaan van de volgende tabel: Kans Waarde tussen is gemiddeld 1. Zelden 0 – 20% 10% 2. Onwaarschijnlijk 20 – 40% 30% 3. Mogelijk 40 – 60% 50% 4. Waarschijnlijk 60 – 80% 70% 5. Bijna zeker 80 – 100% 90% Door toetsing met de beschikbare middelen en het aanwezig financieel weerstandsvermogen kan een evenwichtiger beeld worden gevormd van de financiële positie van een gemeente en de ontwikkeling daarvan. Risicoanalyse Bij de analyse van de risico’s is rekening gehouden met het maximale bedrag van het risico en de kans dat het risico zich voor doet. De inschatting van de hiervoor genoemde risico’s levert het onderstaande beeld op. Omschrijving risico I/S Max.risico Kans Berekend in € risico Gewaarborgde geldleningen Arbeidsongeschiktheid bestuurders
I I
210.000 250.000
10% 10%
21.000 25.000
Wachtgeld college van burgemeester en wethouders Minimabeleid Participatiebudget
I I
475.000 65.000
70% 50%
332.500 32.500
I I
40.000 180.000
30% 50%
12.000 90.000
Deelnemingen in gemeenschappelijke regelingen Schade door natuurgeweld Totaal incidentele risico's
I I
80.000 15.000 1.315.000
30% 70%
24.000 10.500 547.500
Jeugd Gevolgen invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (miv 2022)
S S
200.000 168.000
90% 50%
180.000 84.000
Wmo (oud en nieuw)
Totaal structurele risico's Benodigde weerstandscapaciteit 87
368.000
264.000 811.500
2.5 Ratio weerstandsvermogen Conclusie Op basis van de geïnventariseerde risico’s en de kansberekening dat deze zich daadwerkelijk voor zullen doen is berekend dat de benodigde weerstandscapaciteit € 811.500 bedraagt. Er is per 31 december 2020 in de algemene reserve € 5.339.000 beschikbaar en het totale weerstandsvermogen is berekend op € 11.360.000 (zie berekening onder kopje weerstandscapaciteit). Het weerstandsvermogen is daarmee ruim voldoende voor de opvang van de nu bekende risico’s. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen = --------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit Voor Grave betekent dit voor 31 december 2020 een ratio van € 11.360.000 / € 811.500 = 14,0. Indien we alleen van de algemene reserve uitgaan als beschikbare weerstandscapaciteit, dan is de ratio weerstandsvermogen € 5.339.000 / € 811.500 = 6,6. Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van onderstaande waarderingstabel die in samenwerking tussen de Universiteit van Twente en het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is opgesteld.
Waardering A B C D E F
Ratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Gegeven de ratio van 14,0 betekent dit voor gemeente Grave dat het weerstandsvermogen uitstekend is. Let wel: De rapportage omtrent het weerstandsvermogen is een momentopname. Nieuwe projecten, economische ontwikkelingen en investeringsbeslissingen kunnen het risicoprofiel negatief of positief beïnvloeden waardoor het weerstandsvermogen een andere waardering krijgt.
88
2.6 Kengetallen financiële positie Conform BBV worden in de paragraaf weerstandsvermogen de volgende 5 kengetallen opgenomen: 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit De onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie wordt in deze paragraaf beoordeeld. Beoordeling kengetallen De genoemde kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen in onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. Rekening 2020
Begroting 2020
Rekening 2019
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
63% 61%
106% 105%
65% 63%
Solvabiliteit
32%
29%
33%
Grondexploitatie
3,4%
4,0%
3,6%
6%
-1%
-2%
100%
105%
99%
Kengetal
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Netto-schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast (schulden zijn grotendeels gebaseerd op de extrapolatie van de langlopende geldleningen) ten opzichte van de eigen middelen (de eigen middelen bestaan uit de overtollige middelen, anders gezegd het positief banksaldo) en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De berekening gaat ongeveer als volgt: trek de geldelijke bezittingen af van de schulden, het bedrag onder de streep is de netto schuld. Deel deze netto schuld vervolgens door de inkomsten. De uitkomst hiervan wordt uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote bedraagt voor het jaar 2020: 63%.
89
Zie hieronder het verloop van de netto schuldquote:
Netto-schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bedraagt voor het jaar 2020: 61%. Hieronder het verloop van de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen:
De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor de netto schuldquote zijn de volgende: Voldoende Tot 100% Gezien de percentages van 63 en 61 procent vallen deze in de categorie “voldoende”. De schuld als aandeel van de Matig 100% tot 130% inkomsten is op orde. Onvoldoende Hoger dan 130%
Solvabiliteit De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit bedraagt voor het jaar 2020: 32%.
90
Zie hieronder het verloop van de solvabiliteitsratio:
De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor de solvabiliteitsratio zijn de volgende: Voldoende Hoger dan 50% Deze ratio geeft aan in hoeverre de gemeente aan haar lange termijn financiële verplichtingen kan voldoen. Voor gemeente Matig 20% tot 50% Grave is deze matig. Onvoldoende Lager dan 20%
Grondexploitatie Op de boekwaarde van alle gronden, dus zowel onderhanden werk en niet in exploitatie genomen gronden, is de verliesvoorziening in mindering gebracht. Daarmee wordt de economische waarde als balanswaarde getoond. Een hoog percentage duidt er op hoeveel van de jaarlijkse ontvangsten nodig zijn om de boekwaarde af te lossen. Het kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie bedraagt voor het jaar 2020: 3,4%. Hieronder het verloop van het kengetal grondexploitatie:
91
Er bestaat geen landelijke norm voor het kengetal grondexploitatie. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2 bedrijventerrein. Voldoende Lager dan 20% Gezien het percentage van 3,4% in het jaar 2020 valt deze in de categorie “voldoende”. De waarde van de grond ten Matig 20% - 35% opzicht van de totale baten is relatief klein. Onvoldoende Hoger dan 35%
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. De structurele exploitatieruimte bedraagt voor het jaar 2020: 6% Hieronder het verloop van het kengetal structurele exploitatieruimte:
De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor het kengetal structurele exploitatieruimte zijn de volgende: Voldoende Hoger dan 0% Voor 2020 is de structurele exploitatieruimte voldoende. Het percentage van 6% geeft aan dat de structurele lasten lager zijn Matig 0% dan de structurele baten. Onvoldoende Lager dan 0%
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit laat zien of een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen. Ook toont het de ruimte voor nieuw beleid doordat het laat zien waarmee de belastingen verhoogd kunnen worden (ruimte voor verhoging). Voor gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde landelijke woonlasten. Het kengetal belastingcapaciteit bedraagt voor het jaar 2020: 100%. De ruimte voor verhoging van de woonlasten bedraagt voor 2020: 20%
92
Hieronder het verloop van het kengetal belastingcapaciteit:
In de volgende tabel zien we de ontwikkeling in ruimte voor verhoging van de woonlasten:
De algemene landelijke normen die worden gehanteerd voor het kengetal belastingcapaciteit zijn de volgende: Voldoende Lager dan 95% De gemeente Grave zit in de categorie matig en kan op basis van de jaarrekening 2020 haar woonlasten met 20% Matig Van 95% t/m 105% laten stijgen voordat de Artikel 12-norm bereikt wordt. Onvoldoende Hoger dan 105% Grave hanteert een woonlastendruk rond het Nederlands gemiddelde.
93
3 Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf treft u een overzicht aan van alle actuele beheerplannen. Hierin worden de beleidsuitgangspunten en de financiële consequenties voor het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen weergegeven. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Daarbij is gekozen voor een voldoende onderhoudsniveau en bijbehorend budget om de voorzieningen in stand te kunnen te houden. Het beleid over deze kapitaalgoederen is verwerkt in beheerplannen die voor verschillende kapitaalgoederen worden opgesteld. In de diverse tabellen staat een * bij Exploitatie; dit betekent dat de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen.
3.1 Beleidskaders en financiële consequenties Het VGRP is in 2018 vastgesteld. Het overgrote deel van de beheerplannen zijn in het 1e kwartaal van 2019 vastgesteld. In de begrotingsbrief van de provincie (december 2018) heeft de provincie aangegeven dat de beheerplannen civiele objecten en wegbeheer opnieuw moesten worden vastgesteld voor een periode van 10 jaar. Dit is in 2020 gerealiseerd.
Wegen
raadsbesluit
Datum vaststelling dec-20
Openbare verlichting Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
raadsbesluit raadsbesluit
feb-19 dec-18
4 jaar 5 jaar
2023 2023
Civiele Objecten Beheerkwaliteitsplan Groen, 2019 - 2023 Speelruimteplan, 2019 - 2023 Evaluatie en Uitvoeringsprogramma gemeentelijke gebouwen
raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit raadsbesluit
dec-20 feb-19 feb-19 dec-19
10 jaar 5 jaar 5 jaar 1 jaar
2030 2023 2023 2020
Beheerplan
10 jaar
Jaar herziening 2030
Cyclus
3.2 Wegen Uit het gegevensbestand van de gemeente Grave (stand juli 2019) blijkt dat de gemeente circa 774.800 m2 verhardingen in beheer heeft. Dit totaal is onder te verdelen in: 343.750 m2 asfaltverhardingen 414.700 m2 elementverhardingen 16.350 m2 betonverhardingen Naast deze verhardingen heeft de gemeente ook nog 77.600 m2 halfverhardingen in beheer. Wat is gerealiseerd in 2020 Wegenbeheerplan In december 2020 is door de raad het Beheerplan Wegen 2021-2030 vastgesteld. Er is gekozen voor minimumvariant kwaliteitsniveau C. Dit kwaliteitsniveau betreft ook de actuele onderhoudstoestand van de wegen in de gemeente. Met het kiezen van de minimumvariant wordt voldaan aan de
94
minimale eisen voor een verantwoord wegbeheer, blijft de veiligheid gewaarborgd en wordt kapitaalvernietiging voorkomen. Bestekken In 2020 zijn de volgende bestekken opgesteld en aanbesteed: Groot onderhoud van wegen voor periode 2020-2021 met twee keer een mogelijke verlenging van een jaar; Onderhoud van bermen voor periode 2020-2021 met twee keer een mogelijke verlenging van een jaar. Daarnaast is een bestek opgesteld voor het onderhoud van wegmarkeringen. Dit bestek wordt in het eerste kwartaal van 2021 aanbesteed. Zoveel als mogelijk zijn de diverse bestekken in samenwerking met de gemeenten die deel uitmaken van de gemeente Land van Cuijk opgesteld en aanbesteed. Regulier onderhoud wegen In 2020 is nog een resterend deel van de groot onderhoudswerkzaamheden van 2019 uitgevoerd. Daarnaast zijn aan de volgende wegen groot onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd: Escharen: Bordscheweg, Kranenhofscheweg en Lage Heiweg; Gassel: Wijnroemer, Broekstraat en Heihoekseweg; Velp: Steegschenhofseweg, Grippensteinschestraat, Marsstraat, Hanenstraat, Wolfschestraat en Hoogveldseweg. Buiten het regulier groot onderhoudsbudget is het volgende uitgevoerd: Aanbrengen fietsstroken en vernieuwen plateaus in de Steegschenhofseweg in Grave (ca. € 55.000); Herstraten elementenverhardingen binnenstad Grave. Aanleiding hiervan is het vervangen van de gas- en waterleidingen.
Echter mede door de doorlooptijd van de aanbestedingsprocedure van het nieuwe bestek voor groot onderhoudswerkzaamheden aan wegen en de niet juiste weersomstandigheden in het laatste kwartaal van 2020 (risico op afbreuk kwaliteit) zijn niet alle geplande werkzaamheden uitgevoerd. De werkzaamheden voor het resterende budget (ca. € 350.000) zijn uitgezet en worden in 2021 uitgevoerd. Naast het groot onderhoud zijn er her en der schades in het asfalt gerepareerd en is aan diverse wegen in de gemeente klein onderhoud uitgevoerd aan bestratingen. Dit betreft voornamelijk het herstellen van de verhardingen als gevolg van verzakkingen, schade en wortelopdruk. Reconstructies wegen Reconstructie wegen 2018 - Reconstructie Trompetterstraat in Grave: Werkzaamheden zijn in 2020 in uitvoering gegaan en worden in 2021 afgerond. Reconstructie wegen 2019 en 2020 - Reconstructie Beerschemaasweg e.o. in Escharen Werkzaamheden worden in 2021 uitgevoerd.
95
Omschrijving beheerplan wegbeheer Uitvoeringsprogramma wegbeheer 2019
Budget € 234.294
Realisatie Dekking uit € 214.263 Voorziening onderhoud wegen
Uitvoeringsprogramma wegbeheer 2020
€ 348.177
€ 0 Voorziening onderhoud wegen
Reconstructie wegen 2018 Trompetterstraat Reconstructie wegen 2019 Beerschemaasweg e.o.
€ 435.000 € 435.000
€ 0 Exploitatie* € 26.491 Exploitatie*
Reconstructie wegen 2020 Beerschemaasweg e.o. Reconstructie N324
€ 435.000 € 740.099
€ 5.433 Exploitatie* € 0 Exploitatie*
Aanvullend krediet N324 Klein onderhoud wegen
-€ 164.913 € 80.094
€ 0 Exploitatie* € 76.818 Exploitatie
3.3 Openbare verlichting De beleidskaders zijn vastgelegd in het vastgestelde Beheerplan Openbare Verlichting 2019-2023. Het doel van de openbare verlichting is om bij duisternis het openbare leven duurzaam en zo goed mogelijk te laten functioneren: Waarbij men geen gevoel van onveiligheid ervaart. Waarbij de weggebruiker zich op een veilige wijze moet kunnen verplaatsen. Waarbij verlichting de leefbaarheid (herkenbaarheid, sfeer) vergroot en de ruimtelijke inrichting wordt versterkt. Waarbij onnodige lichtvervuiling wordt voorkomen. Wat is gerealiseerd in 2020 Het investeringskrediet is ingezet voor het vervangen van conventionele verlichtingsarmaturen door energiezuinige led-armaturen. Dit is uitgevoerd in de wijk Estersveld fase 3 en 4 en de bebouwde kom van Gassel. Hiermee is bereikt dat we eind 2020 voldoen aan ijkpunt 2020 uit het energieakkoord (SER). Er is een overschrijding bij de onderhoudskosten als gevolg van schades. Dit kan gedekt worden door de inkomsten van de verhaalde schades en de lagere energiekosten. Omschrijving beheerplan openbare verlichting Vervanging lichtmasten
Budget € 24.000
Realisatie Dekking uit € 24.000 Exploitatie*
Vervanging armaturen SER-energieakkoord
€ 96.000 € 110.000
€ 102.300 Exploitatie* € 110.000 Exploitatie*
Openbare verlichting investering 2020 Onderhoudskosten openbare verlichting
€ 82.000 € 31.067
€ 82.000 Exploitatie* € 49.923 Exploitatie*
96
3.4 Riolering en water Het beleidskader is vastgelegd in het vastgestelde Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP). Riolering wordt aangelegd en in stand gehouden om drie redenen: Het beschermen van de volksgezondheid. Het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater. Het inzamelen en verwerken van het afvloeiende hemelwater. Het beschermen van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu. In het VGRP staat hoe de gemeente Grave de komende jaren invulling wil geven aan haar wettelijk opgelegde zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. In december 2018 is het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan in samenwerking binnen het Land van Cuijk herzien voor de periode 2019-2023. De kosten van de riolering komen voor rekening van onze burgers. Hiervoor wordt rioolheffing geheven. Het product “Rioolbeheer” is budgettair neutraal. Maatregelen wateroverlast In 2017 heeft de gemeenteraad besloten aanvullende maatregelen te nemen om wateroverlast in de gemeente Grave tegen te gaan. In 2020 is gestart met de aanleg van een extra hemelwaterriool in de Trompetterstraat om de afvoercapaciteit van het centrum van Grave te vergroten. Ook worden er in Escharen maatregelen genomen tegen de wateroverlast.
Wat is gerealiseerd in 2020 Naast de jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden is in 2020 gestart met de maatregelen tegen wateroverlast in de Trompetterstraat te Grave zodat we de kans op wateroverlast in de binnenstad van Grave kunnen beperken. Daarnaast hebben we 12 bewoners geholpen met de afkoppelsubsidie. Financiële consequenties beleidskader Hieronder staat een tabel met de uitvoeringskredieten en de financiële voortgang. Doordat een gedeelte van de werkzaamheden aan de Trompetterstraat en de geplande maatregelen tegen wateroverlast in Escharen zijn doorgeschoven naar 2021 vallen de daadwerkelijke lasten lager uit. Deze projecten zijn doorgeschoven omdat er meer tijd benodigd is geweest voor een goed communicatietraject. Dit overschot wordt overgeheveld naar 2021 om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Omschrijving beheerplan riolering Uitloop maatregelen VGRP 2015-2018
Budget € 320.907
Realisatie Dekking uit € 233.921 Rioolheffing en voorziening
Uitvoeringsmaatregelen VGRP 2019-2023
€ 1.361.200
Maatregelen voortkomend uit onderzoek “Stedelijke wateropgave gemeente Grave”
€ 2.114.686
€ 9.801 Rioolheffing en voorziening € 335.003 Rioolheffing en voorziening
97
3.5 Civiele objecten De beleidskaders zijn vastgelegd in het Beheerplan Civiele Objecten 2021-2030. Voor het opstellen van het Beheerplan Civiele Objecten 2021-2030 is een overzicht gemaakt van de hoeveelheid, de omvang, de vervangingswaarde en de onderhoudsbehoefte van de diverse geïnspecteerde objecten. In de onderhoudsopzet wordt prioriteit gegeven aan de technische en constructieve instandhouding van kunstwerken en het borgen van de publieke veiligheid van de overige objecten. Hierbij is het van belang dat het achterstallig onderhoud uitgevoerd wordt in de planperiode om de basiskwaliteit van het areaal te bereiken. Wat is gerealiseerd in 2020 In 2020 is het geactualiseerde Beheerplan Civiele Objecten 2021-2030 vastgesteld. Daarnaast zijn in 2020 de onderhoudswerkzaamheden 2019 afgerond. De werkzaamheden 2020 zijn in uitvoering en worden in het voorjaar 2021 afgerond. Er zijn onder andere werkzaamheden uitgevoerd aan het kunstwerk aan het Bikkelkampplein, de loopbrug aan de Oude haven, de gemetselde poort aan de Elisabethstraat en aan de pomp op de Markt. Omschrijving civiele objecten Uitvoeringsprogramma Beheerplan Civiele Objecten 2020
Budget € 59.450
Realisatie Dekking uit € 22.870 Voorziening openbare ruimte en civiele objecten
3.6 Openbaar groen Het Beheerkwaliteitsplan Groen is in december 2018 vastgesteld. Per gebiedstype is een kwaliteitsniveau A, B of C vastgesteld. Er is gekozen voor het kwaliteit A in het centrumgebied en de begraafplaatsen en niveau B in de overige gebieden. Dit komt veelal overeen met het huidige beheer. In het budget voor regulier onderhoud is geen geld opgenomen voor vervanging van afgeschreven groen. De kosten van het beheer van het groen in de gemeente Grave moeten binnen de exploitatiebegroting worden opgevangen. Kengetallen bij benadering (op basis van beheerkwaliteitsplan 2019): Bomen binnen bebouwde kom Bomen buiten de bebouwde kom Onderhoud gras binnen de bebouwde kom Onderhoud bermgras buiten de bebouwde kom Onderhoud heestervakken binnen de bebouwde kom Onderhoud (blok)hagen binnen de bebouwde kom Onderhoud bosplantsoen binnen de bebouwde kom
3.450 stuks 6.615 stuks 765.400 m² 468.700 m² 67.150 m² 18.480 m² 228.140 m²
Wat is gerealiseerd in 2020 Het reguliere boombeheer is uitgevoerd met visuele controles, snoeiwerkzaamheden en de bestrijding van de eikenprocessierups. Gedurende het jaar zijn in diverse woonstraten de 98
onderhoudsintensieve bomen vervangen en zijn de bijbehorende vakbeplantingen tevens heringericht. Voorbeelden zijn de straten Hogenakker en de Anna van Burenweg. De vervangingsplannen zijn in samenspraak met de aanwonenden tot stand gekomen. Ook zijn de betreffende wijk- en dorpsraden geïnformeerd. Hiermee is een onderhoudsvriendelijker groen tot stand gekomen. Er zijn nieuwe, duurzame en zo ruim mogelijke plantplaatsen ingericht. Hierbij is gebruik gemaakt van een gevarieerd assortiment en toekomstbestendige bomen. In de bezuinigingsopgave is het kwaliteitsniveau van het openbaar groen ook onderzocht. Het resultaat is dat het onderhoudsniveau in 2021 naar beneden wordt bijgesteld. Hiervoor volgt nog een apart raadsvoorstel. Omschrijving beheerplan openbaar groen en bomen Vta bomen snoeien/rooien, eikenprocessierups Omvormingen groen 2018 (restant van oorspronkelijk krediet van € 287.000)
Budget € 70.099 € 79.000
Realisatie Dekking uit € 73.678 Exploitatie € 54.953 Exploitatie*
Investeringen groen (2020)
€ 30.000
€ 30.445 Exploitatie*
Drie-eenheid aanleg groenvoorziening 2018 Vervangen bomen Escharen i.h.k.v. verv. riool in 2020 Herplantplicht a.g.v. natuurbeschermingswet 2018 2019 Herplantplicht a.g.v. natuurbeschermingswet 2020
€ 130.000 € 100.000 € 40.000
€ 0 Exploitatie* € 0 Exploitatie* € 40.381 Exploitatie*
€ 20.000
€ 3.256 Exploitatie*
3.7 Spelen Het Speelruimteplan is in december 2018 vastgesteld. Voor het beheerplan zijn de actuele bevolkingsgegevens, leeftijd huidige toestellen en ondergronden en de inspectiegegevens geanalyseerd. Het maatregelenplan voor de komende jaren stuurt aan op centrale speellandschappen met enkele kleine speelplekken. De kosten van het beheer van de speelplekken in de gemeente Grave moeten binnen de exploitatiebegroting worden opgevangen. Kengetallen bij benadering (op basis van Speelruimteplan 2019): Speelplekken Speeltoestellen Sporttoestellen