03. Inrichting omgevingsfonds.pdf
Tekst van het document
Inrichting omgevingsfonds Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert Gemeente Mill en Sint Hubert Definitief | v2.0 18/05/2021
Inrichting omgevingsfonds Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert Gemeente Mill en Sint Hubert Definitief v2.0 18/05/2021
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Inrichting omgevingsfonds
Postadres
Versienummer
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
Projectnaam Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert
v2.0
Datum 18-5-2021
Project nummer Definitief
Opdrachtgever Gemeente Mill en Sint Hubert
Auteur Anne de Boer
Nagekeken door Annemarie Kristen
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Inhoudsopgave 1 Introductie 1.1
2 Het omgevingsfonds 2.1 2.2 2.3
2
Voorbereiding van het omgevingsfonds ______________________________________________ 2 Oprichting omgevingsfonds _______________________________________________________ 5 Het omgevingsfonds in werking ____________________________________________________ 7
3 Advies Mill en Sint Hubert 3.1 3.2
1
Leeswijzer _____________________________________________________________________ 1
8
Situatie Mill en Sint Hubert ________________________________________________________ 8 Omgevingsfondsen in de gemeente Mill & Sint Hubert___________________________________ 9
Bijlage 1 Toelichting financiële participatie in de anterieure overeenkomst 2 De gewenste rol van de gemeente bij andere omgevingsfondsen 3 De representatie van het omgevingsfonds 4 Categorieën voor financiële tegemoetkoming 5 Tegengestelde belangen 6 Mogelijke invulling voor het omgevingsfonds dat in werking is
13 13 17 18 19 21 23
1 Introductie De gemeente Mill en Sint Hubert wil vormgeven aan participatie rondom duurzame energieprojecten in haar gemeente. Participatie is een belangrijk middel om draagvlak voor projecten te realiseren. Voor de initiatiefnemers betekent participatie het bieden van mogelijkheid voor omwonenden om mee te doen aan en mee te profiteren van het initiatief. Verschillende vormen van participatie kunnen worden toegepast. De wijze waarop participatie vorm kan krijgen is voor iedere project anders en wordt bepaald door de aard en omvang van het project, de wensen vanuit de omgeving, de wensen (en eisen) van het bevoegd gezag en de randvoorwaarden, mogelijkheden en ambities van initiatiefnemers. Wanneer het gaat over participatie, kan er een onderscheid gemaakt worden tussen proces participatie en financiële participatie. Proces participatie gaat over inspraak in verschillende fases vóór en tijdens een project. Financiële participatie kan worden onderverdeeld in financiële deelneming, lokaal (mede-) eigenaarschap, omgevingsfonds en omwonenden regeling (zie Figuur 1.1). Elk van deze vormen hebben eigen doelen, uitgangspunten en kenmerken. Figuur 1.1 Schematische weergave van verschillende vormen van participatie
Dit rapport beschrijft de verschillende opties en mogelijkheden voor onderdelen van (de totstandkoming van) een omgevingsfonds en de mogelijke rollen die de gemeente hierin kan aannemen. We beschrijven ter inspiratie voorbeelden van omgevingsfondsen van reeds gerealiseerde parken. We benoemen kenmerken en de voor- en nadelen. Op die manier krijgt de gemeente Mill en Sint Hubert inzicht in en gevoel bij de mogelijkheden en de insteek voor het (laten) inrichten van een omgevingsfonds.
1.1 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft het algemene doel van een omgevingsfonds en de stappen en keuzes die nodig zijn voor: 1.
De voorbereiding van het omgevingsfonds;
2.
De oprichting van het omgevingsfonds;
3.
Het in werking stellen van het omgevingsfonds.
Figuur 1.2 geeft de verschillende stappen weer waarbij ook de deelstappen zijn aangegeven. Deze structuur vormt de basis van hoofdstuk 2 en voor de duidelijkheid zal dit figuur zich ook herhalen.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 1
Figuur 1.2 Stappen die gezet moeten worden voor een omgevingsfonds
In hoofdstuk 3 geven wij een concreet advies voor de gemeente Mill en Sint Hubert. Hierbij gaan wij in op de specifieke situatie van de gemeente, zoals de aanname dat er vooralsnog geen kansen voor windenergie zijn. Tenslotte hebben wij ter verdieping diverse bijlagen toegevoegd waarin wij ook ter inspiratie veel voorbeelden van bestaande fondsen hebben opgenomen.
2 Het omgevingsfonds Een omgevingsfonds is een manier om (directe) omwonenden van een duurzaam energieproject een voordeel te laten ondervinden van het project dat zich in hun omgeving bevindt. Hiermee zullen bewoners die de lasten (in de vorm van mogelijke hinder) ondervinden, ook de lusten ervan hebben. Het fonds kan worden gebruikt voor duurzame of sociale projecten in de omgeving. De middelen uit het omgevingsfonds kunnen ook worden ingezet voor de versterking van natuur en landschap in de omgeving. Er zijn ook situaties denkbaar waarbij middelen uit het omgevingsfonds worden gebruikt om de kosten van maatregelen om hinder, boven op de maatregelen die getroffen moeten worden om te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving, verder te beperken. Dit zijn slechts voorbeelden. De bedoeling van het omgevingsfonds komt het meest tot recht wanneer de omgeving een belangrijke stem heeft in de besteding van de middelen. De betrokkenheid van de omgeving bij een omgevingsfonds is anders dan financiële deelneming of lokaal (mede-) eigenaarschap. Om te kunnen profiteren van het energieproject via het omgevingsfonds hoeven omwonenden niet te investeren in het duurzame energieproject. Hierdoor dragen de omwonende geen financiële risico’s. Hierdoor is het omgevingsfonds toegankelijk voor alle omwonenden en niet voor alleen omwonenden met mogelijkheden tot investeren.
Op die manier komt het voordeel bij de gehele omgeving terecht. Het is inmiddels gebruikelijk dat de ontwikkeling van duurzame energie gepaard gaat met afdrachten aan een omgevingsfonds. Bij de ontwikkeling van windenergie wordt voor de bepaling van de hoogte van de afdracht over het algemeen de NWEA1 gedragscode gebruikt. Een gebruikelijke afdracht is € 0,50 per MWh. De omvang van het omgevingsfonds is dus afhankelijk van de grootte van een park. Ook de branchevereniging Holland Solar heeft een gedragscode ontwikkeld, hierin zijn echter geen richtbedragen opgenomen. De omvang van een afdracht zal afhangen van de ruimte in de businesscase.
2.1 Voorbereiding van het omgevingsfonds
Voor de voorbereiding van het omgevingsfonds moet allereest bepaald worden wat de omgeving is waarvoor het fonds bedoeld is. Vervolgens sluit de gemeente een (anterieure) overeenkomst met de 1
Nederlandse Wind Energie Associatie
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 2
projectontwikkelaar. In deze overeenkomst neemt de gemeente de randvoorwaarden op en maakt afspraken over de afdracht aan het omgevingsfonds. Bij deze twee onderdelen heeft de gemeente naast de initiatiefnemer een actieve rol. Bij de verdere oprichting van het omgevingsfonds, en wanneer het omgevingsfonds in werking is, adviseren wij vooral een faciliterende rol van de gemeente. De verschillende fasen (omgevingsanalyse) werken we in de onderstaande paragrafen verder uit.
2.1.1 Wie maakt onderdeel uit van de omgeving: voor wie is het omgevingsfonds? Het idee van een omgevingsfonds is dat initiatiefnemers uit de opbrengsten van het park middelen beschikbaar stellen ten gunste van de omgeving. Door omwonenden van een duurzaam energieproject zoveel mogelijk zelf te laten bepalen waaraan de middelen worden besteed, wordt maximaal invulling gegeven aan het gevoel van tegemoetkoming. Inventarisatie van de omgeving van een energieproject; omgevingsanalyse De initiatiefnemer zal op projectniveau de omgeving en het gebied waarbinnen het energieproject is voorzien inventariseren. Hierdoor ontstaat inzicht in welke omwonenden als belanghebbend of betrokken kunnen worden beschouwd en welke maatschappelijke organisaties zich in het gebied bevinden. Ook levert deze inventarisatie een overzicht van het lokale dorpsraden of andere vormen van georganiseerd burgerbelang. In deze fase spreekt de initiatiefnemer bijvoorbeeld ook energiecoöperaties om te onderzoeken of een initiatief in gezamenlijkheid kan worden ontwikkeld. Energiecoöperaties kennen de omgeving goed en kunnen de inventarisatie verrijken.
De initiatiefnemer kan met alle ingewonnen informatie een voorstel voor participatie, waarin het omgevingsfonds een onderdeel is, bespreken met de gemeente Een omgevingsfonds van een zonnepark anders inrichten dan een omgevingsfonds van een windpark De impact van een zonnepark op de omgeving is anders dan de impact van windpark op haar omgeving. Zonneparken kunnen landschappelijk worden ingepast. De ontwikkelaar kan maatregelen nemen die het zicht op het park ontneemt, de kwaliteit van het landschap verbetert en treft bijvoorbeeld maatregelen die de biodiversiteit laat toenemen. De mogelijke hinder van het zonnepark zal zich uitstrekken tot maximaal enkele honderden meters afstand van een zonnepark. Juridisch gezien worden omwonenden binnen een omtrek van 250 meter als belanghebbende gezien. Voor windparken is dit anders. Windturbines zijn niet in te passen in een Nederlands landschap. Windturbines voegen letterlijk een laag aan het landschap toe en zijn tot op grote afstand zichtbaar. Daarnaast kunnen omwonenden, ondanks dat een windpark voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, hinder ondervinden door de toename van geluid en slagschaduw. Zo kan bijvoorbeeld slagschaduw zich voordoen tot 12 keer de rotordiameter (bij moderne windturbines is deze afstand al gauw 1,5 kilometer).
Voor het bepalen van de omgeving van een windpark kan worden aangesloten bij de definitie van het begrip belanghebbende in de zin van de wet. Uit jurisprudentie blijkt dat mensen die wonen binnen een straal van 10 keer de tiphoogte van een windturbine als belanghebbend worden beschouwd. Bij een moderne windturbine gaat het dan al snel over ruim 2 kilometer. Omgevingsfonds zonnepark vooral ten goede laten komen aan algemeen maatschappelijke doelen Een zonnepark heeft, mist goed ingepast, een geringe impact voor directe omwonenden (binnen 250 meter van het zonnepark). In zijn algemeenheid geldt daarom dat slechts een gering deel van de middelen uit het omgevingsfonds van het zonnepark direct nodig zijn om rechtstreeks gehinderde tegemoet te komen. Het omgevingsfonds kan daarom waarschijnlijk voor het grootste worden benut om algemeen maatschappelijke doelen te steunen. De initiatiefnemer doet op basis van een omgevingsanalyse een voorstel voor het inrichten van een omgevingsfonds dat zij, na afstemming met de omgeving, bespreekt met de gemeente. De gemeente kan in haar beleid opnemen waaraan een voorstel moet voldoen. Omgevingsfonds windpark vooral ten goede laten komen aan de directe omgeving van het park De impact van een windpark op omwonenden en de directe omgeving is groter dan de impact van een zonnepark.
Om die reden is het te verdedigen dat een aanzienlijk gedeelte van de afdracht van een windpark ten goede moet komen aan de directe omgeving: straal van ongeveer 2 kilometer om een windturbine. De
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 3
middelen kunnen bijvoorbeeld worden ingezet voor projectverbetering die vooral invloed heeft op het verminderen van de hinderbeleving van omwonenden, Daarnaast kunnen ook algemeen maatschappelijke doelen in de directe omgeving van het park worden gesteund via een omgevingsfonds.
2.1.2 Rol gemeente De gemeente kan verschillende rollen aannemen bij de ontwikkeling en totstandkoming van het omgevingsfonds, deze zijn weergegeven in Tabel 2.1. Tabel 2.1 Mogelijke taken en rollen van de gemeente Inhoudelijk
Organisatorisch
Voorbereidend
Kaders en uitgangspunten in beleid opnemen Voorbeelden mogelijkheden aandragen Enquête houden in de omgeving om te pijlen wat de wensen zijn
Bekendmaken van het idee van een omgevingsfonds; Ondersteunen (financieel) bij het oprichten van statuten, contracten en inschrijving KvK Helpen met werven van een bestuur
Doorlopend
Meebeslissen in de keuzes van het fonds
Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en stimuleren aanvragen en bekendheid waar nodig
Bij de voorbereiding van het tot stand komen van een omgevingsfonds wordt een actieve rol van de gemeente (en initiatiefnemers) gevraagd. De gemeente kan de algemenen kaders en uitgangspunten vastleggen. De regie op het omgevingsfonds moet echter in handen blijven van de initiatiefnemer en de omgeving zelf. In sommige gevallen wordt het duidelijk dat er actieve promotie nodig is voor de bekendheid van het omgevingsfonds en voor het stimuleren van aanvragen. Hier kan een taak voor de gemeente liggen. In bijlage 2: De gewenste rol van de gemeente bij andere omgevingsfondsen, wordt hier dieper op ingegaan met voorbeelden uit andere omgevingsfondsen. Financiële participatie niet afdwingbaar, inspanningsverplichting in beleid opnemen De gemeente kan in een (ruimtelijk) beleidsdocument de opties van financiële participatie opnemen. Hiermee laat de gemeente zien hoe zij financiële participatie ziet en geeft zij richting aan het gesprek met de initiatiefnemer voorafgaand aan de formele besluitvormingsprocedure over het project. Het beleid moet concreet beschrijven welke inspanningen de initiatiefnemer moet leveren om draagvlak voor het energieproject te creëren of te vergroten. Het inrichten van een omgevingsfonds is één van deze instrumenten. Omdat het juridisch niet mogelijk is om financiële participatie af te dwingen gaat het om een inspanningsverplichting.
De initiatiefnemer heeft geen resultaatsverplichting om financiële participatie van de omgeving in een project voor hernieuwbaar energie te bereiken. In de praktijk zijn er provincies en gemeenten die wel zo te werk gaan (in bijlage 1: Toelichting financiële participatie in de anterieure overeenkomst zijn enkele voorbeelden opgenomen en is een verdere toelichting geven over de wettelijke grondslag voor financiële participatie). Bij een eventueel beroep tegen een beslissing om vanwege het ontbreken van een door de gemeente goedgekeurd financieel participatieplan geen planologische medewerking te verlenen, lopen deze overheden het risico dat de rechter het besluit zal vernietigen. Er bestaat namelijk geen publiekrechtelijke bevoegdheid om (het aanbieden of realiseren van) financiële participatie in het project door de omgeving via beleid van een initiatiefnemer te eisen in het traject voorafgaand aan formele besluitvorming .
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 4
De gemeente stelt voorwaarden, is faciliterend en soms richtinggevend De voorwaarden waaronder de gemeente medewerking verleent aan het mogelijk maken van de ontwikkeling van duurzame energieprojecten zal in beleid moeten worden vastgelegd. De initiatiefnemer komt met een passend voorstel voor participatie dat in samenspraak met de omgeving is opgesteld. De gemeente kan ervoor kiezen om het gesprek met de omgeving te ondersteunen door bijvoorbeeld bekendmaking, het in verbinding brengen van partijen of deel te nemen aan gesprekken.
2.2 Oprichting omgevingsfonds
Voor de oprichting van het omgevingsfonds, moet er eerst bepaald worden wie het omgevingsfonds gaan beheren. Vervolgens moet de financiële structuur van het omgevingsfonds bepaald worden. Er zijn verschillende manieren om de omgeving mee te laten profiteren van een duurzaam energieproject, welke worden toegelicht, eveneens als de tegengestelde belangen die hiertussen kunnen optreden. De rol van de gemeente tijdens de oprichting is beperkt.
2.2.1 Aanstellen van het ‘omgevingsfonds bestuur’ De eerste stap is het aanstellen van mensen die het fonds gaan beheren. Hier moet de keuze gemaakt worden of dit enkel bewoners van de (directe) omgeving zijn, of bewoners aangevuld met gemeenteambtenaren en/of mensen betrokken bij de projectontwikkeling. Daarna moet de er gekozen worden welke bestuursvorm hierbij past. Hiervoor zou bijvoorbeeld een omgevingsraad kunnen worden opgericht. In eerste instantie zal de initiatiefnemer/projectontwikkelaar samen met de omgeving beslissen hoe het fonds wordt beheerd en welke bestuursvorm men wil inrichten. De gemeente kan hierin een ondersteunende rol pakken door bijvoorbeeld kennis in te brengen en deel te nemen aan gesprekken. Om het omgevingsfonds van de omgeving te laten zijn, is het logisch om als gemeente geen formeel onderdeel van het bestuur van het omgevingsfonds te zijn. Om enige betrokkenheid te houden zou de gemeente kunnen verzoeken om als agenda lid te mogen deelnemen. Voorbeelden van de invulling van een omgevingsfondsvertegenwoordiging zijn beschrijven in bijlage 2: De representatie van het omgevingsfonds.
2.2.2 Bepaling financiële structuur van het omgevingsfonds In samenspraak met het bestuur moet vervolgens de financiële structuur bepaald worden. Er zijn hier een aantal opties voor. •
Het oprichten van een nieuwe stichting. Deze keuze hebben Windpark Krammer, Windpark Nijmegen-Betuwe, Windpark Fryslân gemaakt. Vrijwel alle bestaande omgevingsfondsen zijn opgericht als een stichting. De stichting en haar bestuurders schrijven zich in bij de Kamer van Koophandel. Het is een keuze om de stichting aan te melden als een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Dit is fiscaal aantrekkelijk. Zo hoeft er geen schenkbelasting betaald te worden door de ontvanger van de schenkingen, als dit in het algemeen belang is. Ook mogen donateurs van een ANBI hun giften aftrekken van de inkomsten of vennootschapsbelasting. Hiervoor moeten de giften wel vastgelegd worden in een
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 5
overeenkomst. In dat geval moet de stichting zich nagenoeg geheel inzetten voor het algemene belang. Hier zijn wel strenge eisen aan verbonden. •
Een bestaande instantie, zoals een dorpsraad, een centrale rol laten in nemen bij het beheren van het omgevingsfonds. Het voordeel van deze toepassing is dat er geen afzonderlijke statuten hoeven te worden opgericht. Bovendien is de fiscale status al geregeld en hoeft er geen KvK inschrijving gedaan te worden. Daarnaast zijn er al bestuurders in de dorpsraad die het fonds kunnen beheren. Een voorwaarde van deze invulling is wel dat de omgeving waarvoor het omgevingsfonds bedoeld is, overlapt met het gebied waar de dorpsraad over gaat. Er moet gewaakt worden dat de gelden die bedoeld zijn voor de omwonenden niet besteed worden aan het grotere (en andere) geheel. De besteding moeten namelijk ten goede komen aan (de direct) omwonenden van de zonneweide. Zonnepark de Eendracht heeft deze keuze gemaakt. Het was in dit geval mogelijk om de taken van het beheer en het uitkeren van de financiële middelen te laten vallen binnen de huidige statuten. Wel is er een regelement opgesteld waarin beschreven is op welke manier het fonds besteed kan worden, hoe aanvragen gedaan moeten worden, welke criteria gelden en hoe de gelden worden toegekend.
•
De gelden gereserveerd te laten bij de projectontwikkelaar, terwijl een omgevingsbestuur de aanvragen behandeld. Wij duurzaam Staphorst (WDS) heeft voor een dergelijke constructie gekozen. In hun geval is er een coöperatie betrokken die mee investeert aan het windpark naast het waterschap en andere particulieren en bedrijven. Via een afzonderlijke overeenkomst die gekoppeld is aan de winst- en verliesrekening van de WDS B.V wordt het omgevingsfonds gefinancierd.
•
Het rechtstreeks uitkeren van de gelden aan een plaatselijk belang. Het voordeel van een dergelijke constructie is dat er geen stichting opgericht hoeft te worden en dat de constructie niet complex is. Organisatorisch hoeft er ook minder geregeld te worden als eenmaal de beslissing gemaakt is om het volledige bedrag aan een belang uit te keren. Het grootste nadeel is echter dat door deze keuze andere (toekomstige) belangen niet behartigd kunnen worden. Er is bovendien een grote kans dat er hierdoor tegengestelde belangen zijn. Het doel van het omgevingsfonds is om de omwonenden van een duurzaam energieproject mee te laten profiteren. Indien een gezamenlijk belang de keuze is van (het merendeel) van de omwonenden, zou een dergelijke constructie hieraan voldoen. Het is wel belangrijk om ervoor te zorgen dat de belangen van de gehele omgeving gewaarborgd worden door de instantie die een betreffende keuze maakt. Deze keuze heeft Zonnepark Onder Ons gemaakt. Op verzoek van het Plaatselijk Belang De Krim is afgesproken de jaarlijkse bijdrage van het omgevingsfonds in één keer uit te keren. Op die manier kan het omgevingsfonds een financiële bijdrage leveren aan de realisatie van een nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) in het dorp.
2.2.3 Mogelijkheden om omwonenden tegemoet te komen Een omgevingsfonds is een manier om directe omwonenden van een duurzaam energieproject een voordeel te laten ondervinden voor het project dat zich in hun omgeving bevindt. Dit voordeel kan op verschillende manieren invulling krijgen. Een belangrijk onderscheid kan gemaakt worden of het een voordeel is voor:
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 6
•
Het algemeen belang van de omgeving;
•
Op individueel- of woningniveau;
•
Op projectniveau.
Gezien de beperkte hinder van zonnevelden, is het verdedigbaar dat het merendeel van het fonds beschikbaar komt voor het algemene belang van de omgeving, of een verbetering op projectniveau. De verschillen categorieën en voorbeelden per categorie worden toegelicht in bijlage 4: Categorieën voor financiële tegemoetkoming.
Tegengestelde belangen Het is mogelijk dat er tegengestelde belangen zijn tussen de verschillende ingediende initiatieven. Er zijn slechts beperkte gelden beschikbaar in het fonds en indien de hoogte van de aanvragen de beschikbaarheid van het fonds overstijgt, moeten er keuzes gemaakt worden. Tegengestelde belangen kunnen plaatsvinden binnen één van deze categorieën, of tussen de verschillende categorieën onderling. Er zijn verschillende mogelijkheden om met tegengestelde belangen om te gaan. De gemeente moet zich afvragen of het haar rol is om scheidrechter (te willen) spelen, of dat ze deze keuzes aan de omgeving zelf overlaat. Voorbeelden van mogelijke situaties, en mogelijke manieren om hiermee om te gaan zijn ter illustratie beschreven bijlage 5: Tegengestelde belangen.
2.3 Het omgevingsfonds in werking
Omwonenden moeten een aantal stappen doorlopen om gebruik te kunnen maken van het omgevingsfonds. Er zijn verschillende opties voor de invulling van deze stappen waar het omgevingsfonds een beslissing over moet maken. Zo moet er bepaald worden hoe en hoe vaak er aanvragen gedaan kunnen worden, wie er aanvragen mogen doen, de criteria waaraan de aanvragen moeten voldoen en hoe er geprioriteerd wordt in het geval van te veel aanvragen. In bijlage 6: Mogelijke invulling voor het omgevingsfonds dat in werking is, staan voorbeelden van bestaande omgevingsfondsen hoe zij deze stappen ingevuld hebben. Het is het beste om deze kwesties door de omgeving zelf te laten bepalen. Zoals beschreven in paragraaf 2.1.2 kan het zijn dat er behoefte is aan ondersteuning bij het creëren van bekendheid van het omgevingsfonds. De rol van de gemeente hierin kan in afstemming met de initiatiefnemer en de vertegenwoordiging van het omgevingsfonds worden bepaald.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 7
3 Advies Mill en Sint Hubert 3.1 Situatie Mill en Sint Hubert Gemeente Mill en Sint Hubert is een gemeente in noordoosten van Noord-Brabant. Er wonen 11.000 inwoners verspreid over verschillende woonkernen in een gebied met een oppervlakte van 51.04 km2. De meeste inwoners wonen in een van de kernen; Langenboom, Zuid-Carolina, Meren, Bruggen, Vilheide, Mill, Sint Hubert, Wilbertoord, De boer en De berg, of op boerderijen verspreid door het gehele gebied. In het gebied is veel landbouwgrond, maar ook natuurgebieden met bossen en plassen. Bovendien is er een camping in de gemeente. De gemeente heeft de doelstelling om in 2050 energieneutraal zijn. Op dit moment wordt er binnen de gemeente jaarlijks circa 912 TJ aan energie verbruikt voor verwarming, transport, industrie, wonen, etc. Hiervan is momenteel 14% duurzaam opgewekt. Naast energiebesparing, moet er nog 411 TJ duurzame energie opgewekt worden 2. Vanwege de hoogtebeperking door de nabijheid van vliegbasis Volkel, is het niet mogelijk om deze doelen met windenergie te behalen. Naast biomassa, zal zonne-energie een groot aandeel gaan spelen om de doelstelling energieneutraal in 2050 te halen. Zonnepanelen op de nog niet benutte daken kunnen voor circa 65 TJ hieraan bijdragen. Daarbuiten zal er 168 TJ zonne-energie nodig zijn. Dit komt overeen met ongeveer 55 hectare zonnepark op land of water.
Figuur 3.1 Overzicht van de gemeente waarbij locaties voor zon mogelijkheden zijn aangegeven.
Uit Figuur 3.1 blijkt dat de mogelijkheden voor grootschalige zon vooral buiten de gebouwde omgeving liggen. Daarnaast zijn er in de directe omgeving van enkele woonkernen ook mogelijkheden voor
2
Energieverkenning en energievisie Gemeente Mill en Sint Hubert, Pondera consult, augustus 2018
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 8
grootschalig zonneparken. Dit is het geval voor Wilbertoord en Langeboom. De mogelijkheden voor kleinschalige zonneparken zijn in de buurt van Sint Hubert, Wilbertoord en Vilheide. Naast woonkernen, zijn er boerderijen verspreid door de gehele omgeving, zo ook rondom de gebieden die aangewezen zijn als mogelijk geschikt voor zonneparken.
3.2 Omgevingsfondsen in de gemeente Mill & Sint Hubert Zoals in paragraaf 3.1 beschreven is vanwege de hoogtebeperking door de nabijheid van vliegbasis Volkel, niet mogelijk om grootschalig windenergie op te wekken. In dit hoofdstuk bespreken we daarom uitsluitende de inrichting van een omgevingsfonds voor zonneweides toegepast op de situatie in Mill & Sint Hubert.
3.2.1 Gemeentelijk kaders en uitgangspunten De hoogte van de afdracht aan een omgevingsfonds wordt bepaald door de ruimte in de business case. Het omgevingsfonds is het meest doeltreffend wanneer de initiatiefnemer in samenspraak met de omgeving de meest passende vorm en inrichting heeft bepaald. Om als gemeente te waarborgen dat een passende afdracht van duurzame energieprojecten aan de omgeving plaatsvindt, is het belangrijk dat de gemeente met de initiatiefnemer hierover afspraken maakt. Deze afspraken worden in een overeenkomst vastgelegd. We adviseren de gemeente om in een (ruimtelijk) beleidsdocument, de optie van het instellen van een omgevingsfonds, als onderdeel van financiële participatie, te benoemen.
De structuurvisie: inbedden van het instrument omgevingsfonds Wij raden u aan om het “instrument omgevingsfonds” vast te leggen in uw structuurvisie. Hiermee creëert u duidelijkheid over het belang van de afdracht aan het omgevingsfonds en is het voor een initiatiefnemer duidelijk dat deze afdracht aan het omgevingsfonds verwacht wordt. Ook zorgt het opnemen van een paragraaf in de structuurvisie ervoor dat het duidelijk is dat de gemeente belang hecht aan participatie van omwonenden van een duurzaam energieproject. In beginsel is alles wat in de structuurvisie staat alleen bindend voor de gemeente zelf en kan er geen (juridisch) beroep op worden gedaan. Door het toevoegen van een paragraaf aan de structuurvisie van de gemeente Mill en Sint Hubert kunt u het instrument omgevingsfonds beleidsmatig inbedden. In het onderstaande kader doen wij hiervoor een tekstvoorstel. In ons tekstvoorstel hebben we rekening gehouden met de opbouw van reeds bestaande en voorgaande paragrafen van uw structuurvisie.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 9
Tekstvoorstel additionele paragraaf in de structuurvisie van de gemeente Mill en Sint Hubert 8.4 Omgevingsfonds voor de omgeving van duurzame energieprojecten Met deze structuurvisie maakt de gemeente kenbaar dat zij ten behoeve van de uitvoering van het beleid ‘bijdragen aan het omgevingsfonds’ gaat vragen bij duurzame energieprojecten. De gemeente doet dit vanuit de redenering dat de omgeving die de lasten (in de vorm van mogelijke hinder) ondervindt, ook de lusten ervan hebben zou moeten hebben. Het fonds zal beheerd worden door de omgeving zelf en kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor duurzame of sociale projecten in de omgeving, of worden ingezet voor de versterking van natuur en landschap in de omgeving. Hierbij gaat het niet om een vergoeding, maar het omgevingsfonds biedt de mogelijkheid om de omgeving van het duurzame energieproject extra te laten profiteren. Maatwerk per project is hier noodzakelijk. De hiervoor gevraagde financiële bijdrage wordt gestort in een fonds welke door de omgeving zelf beheerd wordt. De hoogte van de bijdrage hangt af van onder andere de ruimte die hiervoor is in de business case (zie Energiefonds waarin uitgebreid op de invulling van het omgevingsfonds wordt ingegaan). De betrokkenheid van de omgeving bij een omgevingsfonds is anders dan financiële deelneming of lokaal (mede-) eigenaarschap.
Om te kunnen profiteren van het energieproject via het omgevingsfonds hoeven omwonenden niet te investeren in het duurzame energieproject. Hierdoor dragen de omwonende geen financiële risico’s en is het omgevingsfonds toegankelijk voor alle omwonenden en niet voor alleen omwonenden met mogelijkheden tot investeren. Op die manier komt het voordeel bij de gehele omgeving terecht.
Een beleidsdocument: beschrijving inspanningsplicht van de initiatiefnemer Ondanks dat er geen juridische grondslag is om een financiële afdracht af te dwingen, kan er wel op een inspanningsverplichting gehandhaafd worden. Hiervoor is het wel nodig om in een beleidsdocument, te beschrijven welke inspanningen van de initiatiefnemer worden verlangd om draagvlak te creëren of te vergroten. Aan de hand van dat beleidsdocument kan de gemeente het gesprek met de initiatiefnemer aangaan, voorafgaand aan de formele besluitvormingsprocedure over het project. Het gesprek leidt tot afspraken die in een (anterieure) overeenkomst kunnen worden vastgelegd. Het is belangrijk dat deze afspraken de ruimte en invloed van de deelnemers aan het nog te voeren omgevingsproces niet onnodig beperkt. De afspraken moeten vooral gaan over het feit dat er een omgevingsfonds komt, op welke wijze deze wordt ingericht en hoe hoog de financiële bijdrage van de initiatiefnemer is. In het beleid zou ten aanzien van het omgevingsfonds het volgende kunnen worden opgenomen: •
Een initiatiefnemer van een duurzaam energieproject moet een omgevingsfonds inrichten en moet daarin een passende donatie doen;
•
De initiatiefnemer motiveert wat een passende donatie is en houdt zich aan de gedragscodes van de bracheorganisaties (NWEA en Holland Solar)
•
De initiatiefnemer maakt een omgevingsanalyse waaruit de volgende zaken duidelijk worden: •
Wie vormt bij dit specifieke project de omgeving;
•
Wie zijn de belanghebbenden (<250 meter) en hoe zouden zij tegemoetgekomen kunnen worden;
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 10
•
De initiatiefnemer beschrijft hoe hij in samenspraak met de omgeving het omgevingsfonds vorm en inhoud geeft;
•
De gemeente bepaalt het percentage uit het omgevingsfonds dat ten goede moet komen aan collectieve en maatschappelijk relevante en/of duurzame projecten.
Het voordeel van een (intern) beleidsdocument is dat er richting gegeven kan worden aan de eisen van een dergelijk omgevingsfonds, hetgeen duidelijkheid geeft. Ook blijft de mogelijkheid voor het aanpassingen van het document makkelijk..
Een beleidsregel: als optie maar niet noodzakelijk Mocht nog meer duidelijkheid nodig zijn over de specifieke invulling van het omgevingsfonds, is het ook mogelijk om deze invulling vast te leggen in een nieuwe beleidsregel. In veel gevallen is deze extra verduidelijking niet nodig. Het aanpassen of wijzigen van de beleidsregel vraag ook meer inspanning dan het aanpassen van een intern beleidsdocument. De reden hiervoor is dat de beleidsregel moet worden vastgesteld door de raad van de gemeente Mille en Sint Hubert. Voor de ‘investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit’ heeft de gemeente Mill en Sint Hubert een beleidsregel vastgesteld. Het opstellen van een vergelijkbare beleidsregel voor het omgevingsfonds is dus in lijn is met hoe de gemeente nu haar beleid vastlegt. Echter vraagt het wel meer inspanningen en is er minder flexibiliteit voor aanpassingen. Het is dus aan de gemeente om te bepalen hoever ze willen gaan in het vastleggen van het omgevingsfonds in officiële beleidsstukken.
3.2.2 Omgevingsanalyse Het is aan te raden om in het geval van zonneparken een onderscheid te maken tussen direct omwonenden, en de omgeving van het zonnepark. Door onderscheid te maken tussen deze twee gebieden, is het mogelijk om deze apart te beschouwen. Het is aan te raden om een verdeelsleutel tussen deze twee gebieden toe te passen, waarbij de direct omwonenden een (vooraf bepaald) gedeelte van de afdracht ontvangen, en dat de overige gelden bedoeld voor de omgeving middels een omgevingsfonds beschikbaar komen. Er zijn duidelijke voordelen voor een dergelijk onderscheid; 1. Er zullen minder tegengestelde belangen zijn, aangezien de bepaling en verdeling van de gelden van tevoren is vastgesteld; 2.
Indien de gelden die middels het omgevingsfonds beschikbaar komen ten goede komen aan de omgeving als geheel. Is het mogelijk om voor het omgevingsfonds een ANBI status aan te vragen, wat weer belasting voordelen oplevert.
Hiervoor moet wel een bepaling gemaakt worden wie de omwonenden zijn, en wat de omgeving is.
Omwonenden zonnepark: binnen een omtrek van 250 meter van een zonnepark Juridisch gezien worden omwonenden binnen een omtrek van 250 meter als belanghebbende gezien 3. Aan deze definitie kan worden vastgehouden bij het bepalen van de omwonenden die in hinder gecompenseerd dienen te worden. Het is ook mogelijk om af te wijken van de 250 meter grens. Het is aan te raden om bij de bepaling van de omwonenden in eerste instantie een harde grens aan te houden met betrekking tot
3
https://www.solarfields.nl/voor-wie/omwonenden/een-eerlijke-verdeling-tussen-lusten-en-lasten
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 11
afstand. Wij adviseren u om deze definitie voor de verschillende zon initiatieven gelijk te houden. Hierdoor ontstaat er duidelijkheid.
Omgeving zonnepark: binnen een omtrek van circa 2 kilometer van een zonnepark Voor de bepaling van de omgeving van een zonnepark adviseren wij u om hierover ook op voorhand een algemene uitspraak te doen. Wellicht kan het gebied binnen een omtrek van 2 kilometer4 van een zonnepark als omgeving van dat zonnepark worden aangemerkt. U kunt hier overigens in uw beleid ook een andere grootte van de omtrek voor opnemen. Vanwege het gedachtegoed van een omgevingsfonds adviseren wij u om deze omtrek niet te groot te maken. Voorkomen moet worden dat middelen wegvloeien naar gebieden in de gemeente die geen enkele ruimtelijke relatie met het zonnepark hebben. De gemeente kan in haar beleid wel opnemen dat een deel van het omgevingsfonds wordt afgeroomd voor gemeentebrede collectieve, maatschappelijke, landschapsverstrekkend of duurzame doelen. In dat geval wordt een deel van het omgevingsfonds omgezet naar bijvoorbeeld een gebieds- of duurzaamheidsfonds.
Het idee van het omgevingsfonds blijft dat de omgeving bepaalt hoe het omgevingsfonds gebruikt wordt. Dergelijke definities zijn handig om initieel een beeld te geven en om in eerste instantie vertegenwoordigers te selecteren die het omgevingsfonds gaan beheren. Vooraf bepaalde grenzen zorgen ervoor dat de beschikbare gelden ook voor de directe omgeving beschikbaar blijven en niet uitgesmeerd worden over een (te) groot gebied. Om deze reden adviseren wij om als gemeente invulling te geven aan de definities. Indien de vertegenwoordigers van het omgevingsfonds gemotiveerd bepalen dat de grenzen vergroot of verkleind dienen te worden, kan de gemeente besluiten hierin mee te gaan.
3.2.3 Bepaling verdere rol van de gemeente Het advies is om, nadat een vertegenwoordiging van het omgevingsfonds is gevormd, te bepalen wat de rol van de gemeente is, en wat voor taken daarbij horen. Binnen de gemeente Mill en St Hubert zijn zes wijk- en dorpsraden bekend. De zes verschillende wijk- en dorpsraden kunnen als startpunt dienen om de omgeving te betrekken. In Tabel 3.1 zijn nogmaals de verschillende mogelijke rollen weergegeven. Tabel 3.1 Mogelijke taken en rollen van de gemeente Inhoudelijk
Organisatorisch
Voorbereidend
Kaders en uitgangspunten vastleggen Voorbeelden mogelijkheden aandragen Enquête houden in de omgeving om te pijlen wat de wensen zijn
Bekendmaken van het idee van een omgevingsfonds; Ondersteunen (financieel) bij het oprichten van statuten, contracten en inschrijving KvK Helpen met werven van een bestuur
Doorlopend
Meebeslissen in de keuzes van het fonds
Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en stimuleren aanvragen en bekendheid waar nodig
4
Indien een gedeelte van de woonkern binnen de omgeving valt is het aan te bevelen om de gehele woonkern te betrekken bij de omgeving die aanspraak kan maken op het omgevingsfonds. Dit zal bijdragen aan de cohesie en draagvlak voor het initiatief binnen de omgeving doordat buurtbewoners zich allemaal betrokken voelen en samen ook de lusten ervaren.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 12
Bijlage 1 Toelichting financiële participatie in de anterieure overeenkomst
Financiële participatie, waar een omgevingsfonds onder valt, wordt steeds meer nagestreefd bij duurzame energieprojecten. Vanuit de omgevingswet en de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is er geen beginsel wat financiële participatie verplicht kan stellen. Ondanks dat financiële participatie niet beschreven staat in deze twee wetten, heeft het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente, wel de mogelijkheid om financiële participatie te stimuleren. 5 Allereerst is dit door het opnemen van de opties voor financiële participatie in een gepubliceerd beleidsdocument zoals een structuurvisie. Ten tweede kan een maatschappelijk tender systematiek worden toegepast.
De regionale-energiestrategie.nl heeft een Opleggers & factsheet opgesteld over de bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie. Hierin staat het volgende beschreven: In gemeentelijk beleid of provinciaal beleid kan het bevoegd gezag opties benoemen waarmee de initiatiefnemer draagvlak kan creëren. Het bevoegd gezag kan hier ook laten weten dat het graag mogelijkheden voor financiële participatie door de omgeving wil zien. Neem de opties van financiële participatie op in een gepubliceerd beleidsdocument. Dat kan in een structuurvisie (omgevingsvisie) of in een ander ruimtelijk beleidsdocument. Dit beleid laat zien wat het bevoegd gezag wil met financiële participatie en geeft richting aan het gesprek met de initiatiefnemer voorafgaand aan de formele besluitvormingsprocedure over het project. Het is aan te raden om in beleid concreet te beschrijven welke inspanningen van de initiatiefnemer worden verlangd om draagvlak te creëren of te vergroten. 5 Het is echter niet mogelijk om financiële participatie af te dwingen; aan de inspanningsverplichting moet worden voldaan maar de initiatiefnemer heeft immers geen resultaatsverplichting om financiële participatie van de omgeving in een project voor hernieuwbaar energie te bereiken. In de praktijk zijn er provincies en gemeenten die wel zo te werk gaan.
Bij een eventueel beroep tegen een beslissing om geen planologische medewerking te verlenen, lopen deze overheden het risico dat de rechter het besluit zal vernietigen; Er bestaat geen publiekrechtelijke bevoegdheid om (het aanbieden of realiseren van) financiële participatie in het project door de omgeving via beleid van een initiatiefnemer te eisen in het traject voorafgaand aan formele besluitvorming. 5
Zoals beschreven in de opleggers & factsheet, zijn er verschillende gemeentes die wel een overeenkomst opstellen met de initiatiefnemers voor een financiële bijdragen. Dit heeft echter dus geen juridische grondslag. In onderstaande kaders hebben wij ter inspiratie enkele voorbeelden opgenomen.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 13
Windparken Deil en Avri en de Gemeente West Betuwe hebben middels een anterieure overeenkomst afgesproken dat er jaarlijks, gedurende de periode dat de beide windparken operationeel zijn en met ingang van het jaar van ingebruikname van de beide windparken een bedrag in een in te richten Omgevingsfonds wordt gestort. De besteding wordt bepaald door het bestuur van de Stichting, op basis van ingediende projectvoorstellen door de 'omgeving'. Er is wel bepaald dat er een Raad van Toezicht (RvT) wordt opgericht, waarbij in ieder geval één vertegenwoordiger uit de gemeente lid is van de RvT. De Stichting zelf is onafhankelijk van de gemeente. De gemeente neemt niet financieel deel aan de Stichting. Het doel en de inhoud van de Stichting is niet aan de gemeente maar aan het bestuur van de Stichting zelf. Enkel vanwege de vertegenwoordiging van een wethouder als lid van de RvT, is er juridisch sprake van deelname in de Stichting vanuit de gemeente.
Een windpark en Gemeente hebben het volgende artikel in hun anterieure overeenkomst: Artikel 6 – Financiële participatie 6.1 Initiatiefnemer is conform de Leidraad Windenergie (zie bijlage 3) verplicht minimaal 25% van het Project ter beschikking te stellen aan een regionale energiecoöperatie voor mede-eigenaarschap of financiële deelneming. 6.3 Nadat de windturbines zijn gerealiseerd, zal Initiatiefnemer en de eventuele participerende regionale energiecoöperatie naar rato van hun aandeel een financiële bijdrage leveren aan een door de gemeente op te richten Gebiedsfonds van minimaal € 1,00 per MWh per jaar. Uit dit Gebiedsfonds kunnen maatschappelijk verantwoorde projecten ondersteund worden die maximaal ten goede komen aan de inwoners en bedrijven van de Gemeente. Deze bijdrage zal na afloop van elk kalenderjaar worden vastgesteld en aan het begin van het nieuwe jaar bij Initiatiefnemer in rekening worden gebracht. De inleg in het Gebiedsfonds wordt niet gebruikt voor het inrichten en/of beheren van het Gebiedsfonds maar komt volledig ten goede aan maatschappelijk verantwoorde projecten. →
Het beheer van het gebiedsfonds zou kunnen worden uitgevoerd door de gemeente, dorpsraad,
of een burgercoöperatie, dit is nog niet bepaald. 6 6
Indien er meerdere projectontwikkelaars een duurzaam energieproject willen realiseren op een locatie, is het mogelijk om een maatschappelijke tendersystematiek toe te passen. In dit geval worden de verschillende voorstellen gescoord op verschillende onderdelen, waaronder op participatie. Indien er een fonds wordt opgericht dat beheerd wordt door het bevoegd gezag, en waarbij de opbrengsten van het project ten geode komen puur voor niet winstgevende (verlieslijdende) maatschappelijke ontwikkelingen, zoals natuurontwikkeling of landschapsprojecten, kan het bevoegd gezag in een overeenkomst een financiële bijdragen overeenkomen.
6
Raadsvoorstel; Wensen en bedenkingen deelname Stichting Omgevingsfondsen West Betuwe; 102590; 2021/010
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 14
Noodzakelijk is dat de structuurvisie daarvoor een basis bevat (art. 6.24 lid 1 onder a Wro). Als de initiatiefnemer een dergelijke financiële bijdrage weigert, kan dat voor het bevoegd gezag in bepaalde gevallen reden zijn om geen planologische medewerking te verlenen. Van belang is dat de structuurvisie de ruimtelijke ontwikkeling benoemt en precies aangeeft welke maatregelen worden bekostigd met de financiële bijdrage. In de praktijk komen meestal vrijwillig afspraken tot stand. 2
Een ander windpark en andere Gemeente hebben het volgende artikel in hun anterieure overeenkomst: Artikel 8
Parkfonds
8.1 Provincie is voornemens een Parkfonds in het leven te roepen waaraan door alle exploitanten van nieuwe Windturbines in de twee gemeenten in gelijke mate financieel zal worden bijgedragen. 8.2 Exploitant zal een jaarlijkse bijdrage van € 1.050,- (zegge: duizend vijftig euro) per 1 MW (megawatt) nominaal opgesteld vermogen betalen aan het Parkfonds, gedurende de Exploitatietermijn. De bijdrage aan het Parkfonds is niet verschuldigd als de Windturbines niet worden gerealiseerd of als de Windturbines niet kan worden geëxploiteerd door omstandigheden buiten de macht van Exploitant, bijvoorbeeld als gevolg van een door een derde ingediend handhavingsverzoek, een toegewezen voorlopige voorziening of een andere publiekrechtelijke beperking. 8.3 De eerste betaling zal één jaar (moment betalingsplicht) na Start Exploitatie van de Windturbines worden voldaan, daarna jaarlijks op 1 juli van het betreffende kalenderjaar, voor het eerst in het kalenderjaar na Start Exploitatie van de Windturbines. Betaling vindt plaats door overschrijving op een door het bestuur van het Parkfonds aan te wijzen bankrekening. Indien de bijdrage aan het Parkfonds verschuldigd is over een deel van het kalenderjaar zal de bijdrage naar rato van dat deel worden aangepast.
8.4 Ingeval de Windturbine(s) wordt vervangen door een andere Windturbine(s), blijft de verplichting tot het betalen aan het Parkfonds intact.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 15
8.5 De bijdrage als genoemd in artikel 8.1 wordt vanaf een jaar na de aanvang van de betalingsplicht, per 1 juli, jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de CBS Consumentenprijsindex (CPI), “totaal bestedingen” 2006=100, dan wel het op dat moment meest recente basisjaar. Grondslag voor de indexering vormt de jaarmutatie ten opzichte van het voorgaande jaar. De indexering zal nooit meer bedragen van 2% per jaar en zal niet tot gevolg kunnen hebben dat de vergoeding minder zal bedragen dan de laatst geldende vergoeding. Mocht de geldende consumentenprijsindex komen te vervallen, dan zal deze index worden vervangen door de maximale indexering van 2%. 8.6 Uitgangspunten voor de verdere uitwerking van het Parkfonds zijn in ieder geval dat: a. de opzet, structuur en invulling van het Parkfonds in 2016/2017 verder zal worden uitgewerkt onder leiding van de Provincie, samen met de gemeenten, vertegenwoordigers van de omwonenden, omliggende dorpen en ontwikkelaars/exploitanten van windenergieprojecten in de provincie; b. in het Parkfonds kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds een Profijtregeling en anderzijds een algemeen fonds voor de omliggende dorpen in de directe omgeving van de Windturbines voor projecten op het gebied van onder meer leefbaarheid, duurzaamheid en ecologie.
De gelden worden voor de eerder genoemde doelen gealloceerd en zullen begrotingstechnisch nimmer op de begroting voor de algemene dienst van de Provincie of de Gemeente komen te staan; c. vertegenwoordigers van de directe omgeving van de Windturbines zoals hiervoor in sub b. bedoeld, zullen in het kader van (de uitwerking van) het algemene deel van het Parkfonds in de gelegenheid worden gesteld om initiatieven en ideeën aan te dragen voor de besteding van de bijdrage aan het Parkfonds; d. exploitant zal betrokken worden bij de besluitvorming omtrent de gepresenteerde en gehonoreerde voorstellen zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is op de hoogte worden gesteld van de gepresenteerde voorstellen, zodat hij kan beoordelen of deze voorstellen voldoen aan de in dit artikel genoemde voorwaarden; e. ten hoogste 3% van de bijdrage van Exploitant aan het Parkfonds zal worden besteed aan het beheer van het Parkfonds; f. exploitant over de besteding van de middelen van het Parkfonds regelmatig, maar ten minste eenmaal per jaar wordt geïnformeerd; g. het Parkfonds waar mogelijk in zijn mondelinge en schriftelijke uitingen Exploitant zal noemen als (mede-)donateur van het Parkfonds.
8.7 Provincie en Gemeente onderzoeken de mogelijkheid om projecten die in het kader van het Parkfonds voor financiering worden aangedragen te voorzien van cofinanciering uit publieke middelen en/of subsidiefondsen en eventuele materiële bijdragen van de Provincie en/of Gemeente. 8.8 Het staat exploitant vrij om, na toestemming door GS, de jaarlijkse bijdragen aan het Parkfonds in één keer te betalen. De Netto Contante Waarde (NCW) van deze éénmalige betaling wordt bepaald aan de hand van een rentevoet van 8,5%. De NCW zal worden vastgesteld over een Exploitatietermijn van 23 jaar vermenigvuldigd met € 1.050,- (zegge: duizend vijftig euro) per geïnstalleerd vermogen. 8.9 Indien wordt voldaan aan het gestelde in artikel 8.8 én na ontvangst van de betaling vervallen de artikelen 8.2, 8.3, 8.4 en 8.5 van rechtswege. In afwijking van artikel 8.6 lid d geldt dat Exploitant nog gedurende vijf jaren betrokken zal worden bij de besluitvorming over de gepresenteerde en gehonoreerde voorstellen.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 16
2 De gewenste rol van de gemeente bij andere omgevingsfondsen
Vanuit verschillende omgevingsfondsen wordt een actieve rol van de gemeente (en initiatiefnemers) gevraagd bij de totstandkoming van het omgevingsfonds. Omgevingsfonds Fryslân geeft met betrekking hierop het volgende aan; “De regio vraagt aan de opdrachtgevers om de voorbereiding en begeleiding van de Stichting zodanig te regelen dat deze niet ten laste komen van het bedrag dat door het Windpark ter beschikking wordt gesteld voor het Omgevingsfonds.” v Wel blijkt dat deze actieve rol beperkt moet blijven tot de totstandkoming. “Vanuit de regio is er echter een voorkeur voor een Stichtingsbestuur dat onafhankelijk” – Omgevingsfonds Fryslân. Dit is een terugkomende wens; Windpark de Rietvelden zegt hierover het volgende: “Het idee achter het gebiedsfonds is dat de inrichting en besteding hiervan door de omgeving wordt bepaald.” En zonnepark de Eendracht geeft aan ”zelf de regie over het fonds te willen”.
Uit sommige gevallen wordt het duidelijk dat er actieve promotie nodig is voor de bekendheid van het omgevingsfonds en voor het stimuleren van aanvragen. Hier kan een taak voor de gemeente liggen. Windpark Nijmegen-Betuwe geeft aan dat het aantal aanvragen voor het omgevingsfonds actief gepromoot moet worden. Het omgevingsfonds noemt verschillende kanalen die nu gebruikt worden, namelijk via de dorps-, buurt- en wijkmedia; via regionale media; met een flyer op diverse locaties in het gebied; via (openbare) avonden van de dorps-, wijk- en buurtverenigingen; via directe contacten tussen het bestuur en mensen en organisaties in het gebied; via de gemeenteambtenaren die betrokken zijn bij processen in het gebied. De gemeente wordt hier expliciet genoemd. Ook kan de gemeente ondersteuning bieden bij de andere genoemde kanalen. Windpark de Rietvelden is bezig met de totstandkoming van het omgevingsfonds maar merkt dat er nog weinig interesse is vanuit de omgeving. Een rede die hiervoor wordt aangedragen is totdat de gerechtelijke procedure rond is en het duidelijk is dat de windparken er daadwerkelijk komen, de bereidheid om mee te denken klein is. Als aanvulling hierop is een reactie gekomen die aangeeft dat het omgevingsfonds pas gevuld is nadat het park operationeel is, en er dan pas aanvragen gedaan kunnen worden.
Hieruit kan de concrete aanbeveling worden gehaald dat het te vroeg betrekken van omwonenden voor het omgevingsfonds niet altijd het gewenste resultaat heeft. Hierbij moet er wel een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen betrekken en informeren.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 17
3 De representatie van het omgevingsfonds
Inmiddels zijn er in Nederland al diverse omgevingsfondsen in werking. Bij Windpark Krammer, windpark Nijmegen-Betuwe en Windpark Fryslân is ervoor gekozen om het bestuur volledig te laten bestaan uit vertegenwoordigers uit de omgeving. Bij windpark Fryslân was initieel het idee om ook de gemeente te betrekken en deel te laten nemen aan het bestuur, maar vanuit de omgeving kwam het tegengeluid. Men wilde het stichtingsbestuur onafhankelijk houden en enkel laten bestaan uit personen die het vertrouwen hebben van het plaatselijke belang, ondernemers en maatschappelijke organisaties.
Naast het werven van omwonenden die geïnteresseerd zijn om aan het stichtingsbestuur deel te nemen, moet er bepaald worden welke structuur het stichtingsbestuur krijgt. In het geval van Windpark Krammer en Windpark Nijmegen-Betuwe is er gekozen om dit bij een simpele structuur te houden van respectievelijk drie en 5 bestuursleden. Windpark Fryslân heeft gekozen voor een structuur met een klein bestuur die gecontroleerd wordt door de raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit oprichters van het windpark; de initiatiefnemers en de gemeente. Het bestuur laat zich ook adviseren door de omgevingsraad. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers van plaatselijke belangen, ondernemers en maatschappelijke organisaties. In omvang van het omgevingsfonds is er een duidelijk verschil tussen Windpark Krammer & Windpark Nijmegen-Betuwe ten opzichte van Windpark Fryslân. De omvang van het omgevingsfonds van Windpark Fryslân, afhankelijk van de precieze stroomopbrengst, is ca € 500.000 per jaar. Voor Windpark Krammer zal de bijdrage aan het omgevingsfonds ca € 90.000 per jaar zijn en voor Windpark NijmegenBetuwe is de bijdrage aan het omgevingsfonds ca € 22.000 per jaar. Het verschil in omvang kan de reden zijn voor de uitgebreide structuur van het omgevingsfonds van windpark Fryslân.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 18
4 Categorieën voor financiële tegemoetkoming
Aanvragen voor het algemeen belang van de omgeving. In dit geval maakt het duurzame energie-initiatief het mogelijk om een extra impuls te geven aan de wijk. Voorbeelden waaraan gedacht kan worden zijn: -
Investeren in infrastructuur die er anders niet snel komt, bijvoorbeeld sneller internet; Investeren speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, sportclub, wijkvereniging;
-
Vervanging van straatverlichting met ledverlichting;
-
Het initiëren van activiteiten die bijdragen aan de buurt cohesie, zoals een wijk barbecue; De gezamenlijke inkoop zonnepanelen voor collectieve ruimtes.
Een voordeel van dergelijke bestedingen is dat (het merendeel) van dergelijke aanvragen voldoen aan de eisen om als omgevingsfonds haar ANBI-status te krijgen/behouden. Bovendien komen de opbrengsten ten goede aan maatschappelijke doelen. Een nadeel is dat de baten niet voor iedereen in de omgeving zichtbaar of merkbaar zijn. Aanvragen op individueel (woning) niveau. In dit geval kan gebruik gemaakt worden van het fonds om de direct omwonenden tegemoet te komen. Dit kan zowel op financieel vlak als in natura. Voorbeelden waaraan gedacht kan worden zijn: -
Lagere energieprijzen voor omwonenden;
-
Mogelijkheid investeren verduurzamen woning zoals extra isolatie, zonnepanelen op daken, geluidswerende investeringen, zonnewerking tegen glinsteringen.
Een voordeel van compensatie op persoonlijk niveau is dat de lusten en de lasten goed verdeeld worden en dat deze ‘lusten’ ook direct merkbaar zijn. Bovendien biedt het stimuleren/financieren van dergelijke investeringen kansen voor verdergaande verduurzaming van woningen, wat een positief effect heeft de warmtetransitie. Een nadeel is dat dergelijke initiatieven kunnen voelen als compensatie en wellicht zelfs als afkopen. In het geval van zonneparken, is het vermogen van het park vaak kleiner dan het vermogen van een windpark. Hiermee zijn de opbrengsten, en daarmee ook de afdrachten aan het omgevingsfonds, lager. Afhankelijk van de grootte van het fonds, is het wellicht niet mogelijk om alle persoonlijke aanvragen van omwonenden tegemoet te komen. Aanvragen op project niveau. In dit geval worden er bovenwettelijke aanpassingen gemaakt aan het project waardoor er minder hinder ervaren wordt door de omgeving, terwijl dit ten kosten gaat van de energieopbrengsten van het energieproject.
Inrichting omgevingsfondsOmgevingsfonds gemeente Mill en Sint HubertInrichting omgevingsfonds Definitief Definitief| Omgevingsfonds gemeente Mill en Sint Hubert | v2.0 | 18-5-2021 Pagina 19
Voorbeelden waaraan gedacht kan worden in het geval van windmolens: -
Stilstand voorziening waarmee slagschaduw en geluidshinder extra beperkt wordt;
-
Maximale as- en/of tiphoogtes van turbines
Voorbeelden waaraan gedacht kan worden in het geval van zonnevelden: -
Plaatsen van (extra) begroeiing om de zonnevelden:
-
Verkleinen of extensivering van het veld.
Een voordeel van compensatie op projectniveau is dat de hinder voor de direct omwonenden verkleind wordt. Een nadeel is echter dat er hierdoor minder middelen beschikbaar zijn voor inwoners die wonen in de ruime omgeving van het zonnepark.