03. BESTEMMINGSPLAN VetweiTolschestraat Velp vastgesteld lage kwaliteit.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’
TOELICHTING 9 FEBRUARI 2021
Gemeente Grave Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’
Gegevens opdrachtgever Organisatie
: Daverveld Reuvers Projectontwikkeling B.V.
Adres
: Maaskade 18
Postcode
: 5347KD
Plaats
: Oss
Gegevens adviesbureau Naam
: Pittiger in planologie
Adres
: Verwestraat 32
Postcode
: 5491BZ
Plaats
: Sint Oedenrode
Telefoon
: 06-19743337
Internet
: www.pittiger.com
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding .................................................................................................................................. 4
1.2 Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................................... 5 2
Huidige en toekomstige situatie ....................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................. 8 2.2 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 9 2.3 Stedenbouw ................................................................................................................................ 10 2.4 Verkeer en parkeren ................................................................................................................... 10
3
Beleidskader ................................................................................................................................... 13 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 14 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 16
4.
Milieuhygiënische aspecten .......................................................................................................... 18 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 18 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 18 4.3 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................... 20 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 21 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 22 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 23 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 25 4.8 Luchtkwaliteit ..............................................................................................................................
29 4.9 Water .......................................................................................................................................... 31 4.10
Milieueffectrapportage (M.e.r.) ........................................................................................... 33
5.
Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 36
6.
Uitvoeringsaspecten ...................................................................................................................... 38 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 38 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 38
7.
Bijlagen .......................................................................................................................................... 41
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In het kader van het project “Vernieuwing dorpshart Velp” heeft in 2006 initiatiefnemer Bewoners Vereniging Velp (BVV) het plan opgevat de dorpskern van nieuw Velp, gemeente Grave, te herontwikkelen voor woningbouw. Deze herontwikkeling werd mogelijk doordat de oude basisschool, gelegen naast de kerk, naar een nieuw gebouw is verhuisd. Het invullen van de vrijkomende ruimte vormt het hoofdonderdeel van het plan. De uitgangspunten bij de herontwikkeling van het dorpshart waren destijds: - versterking van het kerkplein als dorpshart; - opwaarderen van de Tolschestraat als hoofdontsluiting van het dorp ter plaatse van het kerkplein; - aansluiting zoeken met de bestaande structuur en architectuur in het dorp. Het plan is opgesplitst in fases. De eerste fase is reeds gerealiseerd en bestond uit de ontwikkeling van een 17-tal woningen. Hiervoor is een vrijstellingsprocedure ex art. 19 WRO doorlopen. Met de ontwikkeling van fase 2 wordt het gebied ten noorden van de kerk afgerond. De voorgenomen tweede fase woningbouwontwikkeling past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan ‘Kerkdorpen, Grave’. Om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken moet daarom het bestemmingsplan worden herzien.
Dit bestemmingsplan onderbouwt waarom de ontwikkeling getuigt van een goede ruimtelijke ordening en maakt de voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk. Plangebied De afbeelding hieronder geeft het plangebied (groene arcering en rode pijltje) op de luchtfoto weer.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
4
1.2 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Kerkdorpen, Grave’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Grave d.d. 28 juni 2011. Ter plaatse van het plangebied vigeert de bestemming ‘Maatschappelijk’. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor maatschappelijke doeleinden. Dat zijn ingevolgde de begrippen van het bestemmingsplan voorzieningen ten behoeve van medische, sociale, culturele of religieuze activiteiten, voorzieningen ten dienste van onderwijs en bij onderwijs behorende sportvoorzieningen, kinderopvang, alsmede overheidsdiensten met een overwegend openbaar karakter. Ook hierbij bijbehorende voorzieningen zijn toegestaan. Voor gebouwen geldt dat deze alleen zijn toegestaan binnen een bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’. Van beide is in onderhavige situatie geen sprake. Dat betekent dat ter plaatse van het plangebied geen gebouwen zijn toegestaan. Ter plaatse van het plangebied vigeert ook het bestemmingsplan ‘Archeologie’ dat door de gemeenteraad van Grave op 21 april 2015 is vastgesteld. Dit bestemmingsplan strekt ertoe de eventuele archeologische waarden in de grond te beschermen en legt daarvoor als het ware een dubbelbestemming over de gronden waar dit bestemmingsplan vigeert. Voor onderhavige plangebied betekent dit dat er naast de bestemmingen in het bestemmingsplan
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
5
‘Kerkdorpen, Grave’ ook nog een dubbelbestemming in het kader van archeologie van kracht is in combinatie met een gebiedsaanduiding. Het gaat om de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ en de gebiedsaanduiding: ‘overige zone – archeologie categorie 5’. Dit betekent dat archeologisch onderzoek overlegd moet worden als ter plaatse van de gebiedsaanduiding meer dan respectievelijk 2500 m2 met een diepte van een 0,5 meter aan grond verstoord gaat worden. Zie ook de afbeelding hieronder die een uitsnede geeft van de verbeeldingen van de vigerende bestemmingsplannen. De locatie is aangeduid met een rood pijltje.
De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, omdat o.a. geen bebouwing is toegestaan, maar ook de functie ‘Wonen’ niet is toegestaan. 1.4 Leeswijzer
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
6
Dit bestemmingsplan bevat 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 de toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de systematiek van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 bevat de uitvoeringsaspecten (haalbaarheid). Hoofdstuk 7 bevat de opsomming van de bijlagen.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
7
2 Huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie Het kerkdorp nieuw Velp is gegroeid rondom de katholieke kerk aan de Tolschestraat. Deze werd in 1937 gebouwd ter vervanging van de kerk in oud Velp. Aansluitend vond er bebouwing plaats in de vorm van tweekappers en vrijstaande woningen in een vrij losse setting rondom de kerk. De Tolschestraat vormt de hoofdontsluiting van het dorp. In zoverre van een centrum van dit dorp gesproken kan worden, is dit het kerkplein met aanliggend het pastoriegebouw en de bestaande kerk welke fungeert als landmark voor het dorp. In Velp bevindt zich voornamelijk woningbouw in de vorm van één of twee lagen met kap. Deze zijn vrijstaand of twee-onder-een-kap, met zeer beperkt een aantal rijwoningen. In het dorp is sprake van een gegroeide situatie; de woningen zijn gedurende langere tijd één voor één gebouwd en zijn qua vorm en architectuur onderling verschillend. Het plangebied ligt momenteel braak en een klein deel is verhard met klinkers. Op deze locatie heeft een deel van de basisschool gelegen die enkele jaren geleden is verhuisd naar een groter gebouw, De Binckhof, ten zuidwesten van het plangebied. De vrijgekomen ruimte is deels (fase 1) al benut voor het vernieuwen van het dorpshart van Velp. Het creëren van een nieuw dorpshart heeft naast een ruimtelijke invulling ook een sociaal aspect.
De kerk en de pastorie zijn gebouwd in de stijl van “De Delftse School”. Kenmerkend hiervan is het vele gebruik van bakstenen, de hoge met pannen beklede daken tussen topgevels en het gebruik van natuursteen op constructief belangrijke punten. Bij de nieuwbouw rondom de kerk is op eigentijdse wijze aansluiting gezocht bij deze kenmerkende bouwstijl. De foto’s hieronder geven de huidige situatie ter hoogte van en rondom het plangebied weer.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
8
2.2 Toekomstige situatie Daverveld Reuvers Projectontwikkeling B.V. heeft in 2019 het plangebied aangekocht, met als doel het gebied te ontwikkelen voor zes grondgebonden woningen. Het gaat om twee levensloopbestendige twee-onder-één-kap woningen en vier rijwoningen waarvan eentje met garage. Hieronder is het schetsplan weergegeven, alsook enkele ‘artist impressions’ van de voorgenomen te ontwikkelen woningen.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
9
Gevelaanzicht Kerkplein
Gevelaanzicht Vetwei
2.3 Stedenbouw In het centrum van het dorp Velp is een woningbouwplan ontwikkeld voor de bouw van 6 grondgebonden woningen. De maat en schaal van de woningen sluit aan bij de dorpse karakteristiek van het centrum van Velp. De inbreiding bestaat uit twee bouwblokken. Eén bouwblok van 4 woningen vormt een logische afronding van de straatwand van de Vetwei, het ander bouwblok van 2 woningen vormt de noordelijke begrenzing van het kerkplein. Qua vormgeving is gekozen voor het
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
10
beeld van een totaal-ensemble, waarbij met name de gevels en tuinmuur aan de Tolschestraat zijn mee-ontworpen. Zo ontstaat een helder beeld en duidelijke begrenzing van openbare en private ruimte. De architectuur is kleinschalig en dorps en sluit aan bij de architectuur van de beschermde status van kerk en pastorie in een stijl die refereert aan de Delftse School. De toegepaste goot- en nokhoogte is overeenkomstig de bestaande woningen in de omgeving. Qua architectuur en kleurbeeld van met name gemetselde gevels en gebakken pannen wordt gekozen voor materialen die aansluiten bij die van kerk en pastorie: roodbruine gevels en rode dakpannen. Ook de detaillering van goten, dakranden en buitenkozijnen sluit aan bij de sobere stijl van de Delftse School. 2.4 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied wordt ontsloten via de Tolschestraat, Vetwei en het Kerkplein. Voor de verkeersaantekkende werking is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Onderhavig gebied dat getypeerd kan worden als ‘Rest bebouwde kom’ en ‘Weinig stedelijk’ genereert 7,8 tot 8,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Gemiddeld gaat het om 8 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning.
Bij een totaal van zes woningen neemt de verkeersgeneratie van gemotoriseerd verkeer met 48 verkeersbewegingen per etmaal toe. Deze toename is verwaarloosbaar, namelijk de huidige ontsluiting van het plangebied is afdoende om deze toename te kunnen faciliteren. De gemeente Grave heeft een eigen ‘Nota Parkeernormen Grave 2018’. De nota hanteert voor woningen in ‘overige bebouwde kom’ voor tussen/hoekwoningen een norm van 2 parkeerplaatsen per woning en voor twee-onder-één-kap woningen 2,2 parkeerplaatsen per woning. In onderhavige situatie betekent dat dat voor de ontwikkeling 12,4 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn, afgerond 13. In de nieuwe situatie worden voor dit plan 6 nieuwe openbare parkeerplaatsen, 2,6 parkeerplaatsen op eigen terrein bij de hoekwoningen (twee achter elkaar (1,6 pp’s) en één met garage (1 pp) gerealiseerd. Daarnaast mogen 2,5 parkeerplaatsen uit fase 1 van het project Dorpshart Velp aan fase 2 worden toegerekend (destijds 2,5 pp’s teveel gerealiseerd). Op het kerkplein is sprake van een overcapaciteit aan parkeerplaatsen. Voor de begraafplaats zijn 31,6 parkeerplaatsen nodig, dit zijn er afgerond 32. Er is echter op het kerkplein (na herinrichting van het kerkplein door onderhavige ontwikkeling) ruimte voor 34 auto’s, wat een overcapaciteit van 2 parkeerplaatsen inhoudt. Voldaan wordt aan de ‘Nota Parkeernormen Grave 2018’.
Op de afbeelding hieronder is te zien hoe de ontwikkeling in de hierboven benoemde 11 parkeerplaatsen voorziet. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
11
1 pp
2 pp’s
1,6 pp’s
2,5 pp’s
4 pp’s Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
12
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)/ Barro De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, volgt de Nota Ruimte op. Het Rijk heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op 14 maart 2012 vastgesteld, met het daarbij behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de SVIR heeft het Rijk een andere sturingsfilosofie vastgesteld, waarbij zij zich scherper dan voorheen richt op de nationale belangen. In deze structuurvisie, die diverse rijksnota’s vervangt, staan de plannen van het Rijk voor ruimte en mobiliteit. Er wordt aangegeven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Onder het motto ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ streeft het kabinet tot 2028 (middellange termijn) naar de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden door het Rijk 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden zijn naast de SVIR het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2014) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2014) in werking getreden. Ten aanzien van onderhavige plangebied geldt dat de ontwikkelingen geen specifieke betrekking hebben op de nationale belangen die in het Barro of Rarro worden genoemd. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Onderhavig plan omvat het toevoegen van 6 woningen, waarmee er conform jurisprudentie aangaande het begrip stedelijke ontwikkeling i.r.t. de ladder voor duurzame vestedelijking geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit leidt ertoe dat niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking hoeft te worden getoetst.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
13
Uiteraard is – los van het feit dat het hier juridisch gezien niet om een stedelijke ontwikkeling gaat – wel bekeken of de ontwikkeling binnen het gemeentelijke en regionale woningbouwbeleid past. Een toelichting hierop staat in paragraaf 3.3.2 en 3.3.3. Doordat het bestemmingsplan en het te realiseren aantal woningen passen binnen het gemeentelijke en regionale woningbouwbeleid, sluit de ontwikkeling aan bij de behoefte. De woningen worden middels herontwikkeling (reeds lange tijd geleden in gang gezet) in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan vormt geen belemmering voor de uitvoering van het Rijksbeleid.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.
Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening, welke regels bevat waarmee gemeenten bij nieuwe ontwikkelingen rekening moet houden (zie hierna).
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
14
Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. 3.2.3
De Verordening ruimte regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Voor deze toelichting is de geconsolideerde versie van de Verordening ruimte van 1-12019 gebruikt. Hierin is de locatie gelegen in het ‘bestaand stedelijk gebied – kern in landelijk gebied’. In de Verordening ruimte staat opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling uitsluitend is gelegen in bestaand stedelijk gebied (art. 4.2). De ontwikkeling ligt in het bestaand stedelijk gebied. Voldaan wordt aan de Verordening ruimte als het bestemmingsplan waarin de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt een verantwoording bevat waaruit blijkt: 1. dat de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg bedoeld in artikel 39.4, onder b, worden nagekomen; 2. hoe de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de afspraken bedoeld onder a, en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Voor de motivatie wordt verwezen naar de paragafen 3.3.1 en 3.3.2 van deze toelichting.
Hieruit blijkt dat het plan passend is in de afspraken die regionaal zijn gemaakt en hoeverre het plan zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Geen sprake is van strijdigheid van de ontwikkeling met de Verordening ruimte. Voldaan wordt aan de Verordening ruimte. 3.2.4 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Dit plan is tot stand gekomen onder de Verordening ruimte van de provincie NoordBrabant. Tussentijds heeft de provincie haar nieuwe verordening vastgesteld, namelijk de ‘Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant’ (verder ION-B). De ION-B vervangt de Verordening ruimte. De ION-B is beleidsarm, maar kent wel een andere opbouw dan de Verordening ruimte. Dat betekent dat verwezen moet worden naar andere artikelen alsook andere omschrijvingen voor ‘hetzelfde’ beleid. In onderhavige situatie betekent dat, dat afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit, meer specifiek artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling en paragraaf 3.1.2 Basisprincipe voor evenwichtige toedeling van functies van toepassing zijn. De inhoud van deze artikelen is vergelijkbaar met de artikelen die zijn aangehaald onder paragraaf 4.3.3 Verordening ruimte. Met die reden wordt onverkort verwezen naar de daar opgenomen motivatie.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
15
Voldaan wordt aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie gemeente Grave 2025 Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de ‘Structuurvisie gemeente Grave 2025: Vitale vestinggemeente aan de Maas’ vastgesteld, waarin de gemeente haar toekomstvisie op de gemeente Grave beschrijft. Als kern van de visie voor Grave in 2025: vitale vestinggemeente aan de Maas, is het volgende bepaald: Grave glinstert met duurzaam ruimtelijke, sociaaleconomische en culturele ontwikkelingen als vitale vestigingsgemeente aan de Maas en Raam. Dit zorgt voor behoud en versterking van leefbare kernen en een beleefbaar platteland voor haar bewoners, bedrijven, organisaties en bezoekers. Dit gebeurt onder meer door een wervend, divers en in de Brabantse en Gelderse regio onderscheidend woonklimaat te bieden. In de structuurvisie zijn voor diverse gebieden de mogelijkheden voor woningbouw nader uitgewerkt. Zo ook voor kerkdorp Velp. In de structuurvisie is de locatie opgenomen waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, als onderdeel van de herontwikkeling van het dorpshart Velp. Invulling met woningbouw past daarmee in de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.2 Regionale woningbouwafspraken en Regionale woningmarktstrategie Land van Cuijk In mei 2017 heeft de provincie Noord-Brabant haar bevolkings- en behoefteprognose geactualiseerd.
De prognose is een belangrijk richtinggevend kwantitatief instrument voor het volkshuisvestelijke beleid van de gemeente. In de provinciale prognose wordt gewerkt met een 'hoog scenario' (410) en een 'laag scenario' (310). Het verschil tussen beide scenario’s zit in het al dan niet inlopen van het in 2017 becijferde woningtekort (100). In 2018 hebben de vijf gemeenten in het Land van Cuijk een nieuwe gezamenlijke regionale woningmarktstrategie vastgesteld. Uitgangspunt is dat in de periode tot en met 2029 de gemeenten streven naar de realisatie van 3.000 tot 4.000 woningen. De gemeenten geven hierbij samen sturing aan de regionale woningmarkt Land van Cuijk. Gemeentelijke autonomie is belangrijk en blijf daarin geborgd. Er is voor alle gemeenten volop ruimte voor een eigen woningbouwprogramma. Jaarlijkse maken de gemeenten afspraken over programma en samenwerking. Deze regionale woningmarkt-strategie bevat hiervoor de kaders die lokaal om een nadere uitwerking vragen in gemeentelijke (jaar)programma’s.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
16
3.3.3 Gemeentelijk programma Op basis van de prognose en de uitgangspunten van de regionale woningmarktstrategie wordt jaarlijks het woningbouwprogramma geactualiseerd waarbij de nieuwste inzichten telkens richtinggevend zijn. In het project worden 6 woningen ontwikkeld. Dit past binnen de langjarige woningbouwgroei voor Velp die over de periode 2017-2030 uitgaat van circa vijf woningen per jaar. De ontwikkeling is opgenomen in het gemeentelijk programma 2020. Met het plan – dat voorziet in vier rij- en hoekwoningen en 2 levensloopbestendige woningen – wordt ingespeeld wordt op de actuele behoefte aan woningen voor starters, mensen die willen doorstromen vanuit huur naar koop en voor medioren/senioren.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
17
4. Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan, zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.
4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Consequenties Voor het plangebied is door Nipa Milieutechniek een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar voor de ontwikkeling relevante geluidsbronnen. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting als bijlage (zie bijlage 1). Hierna wordt ingegaan op de conclusie van het uitgevoerde onderzoek. In het kader van milieuzonering moet voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat alle geluidbronnen worden beoordeeld. Voor dit onderzoek is dat het geluid van de kerkklokken en de geluidbelasting van het wegverkeer op de Tolschestraat.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit het onderzoek blijkt dat er niet wordt voldaan aan de geluidrichtwaarde voor de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (in stap 2 en stap 3 van Bedrijven en milieuzonering) overeenkomstig hoofdstuk 2. De geluidbelasting is hoofdzakelijk ten gevolge van industriële bronnen. Geluid van wegverkeer is nauwelijks relevant. Het bevoegd gezag moet motiveren waarom het de geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. Hierbij spelen maatregelen, cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting en gemeentelijk geluidsbeleid een rol.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
18
Een theoretische overdrachtsmaatregel om de hoogste overschrijdingen terug te dringen tot aan de richtwaarde is een extra afscherming nabij de woonbestemming bij waarneempunten aan de zuidgevel ter plaatse van de waarneempunten 01 tot en met 04. Dit is praktisch niet te realiseren omdat dit een scherm met een hoogte van 3 á 4 meter moet zijn dat direct is gelegen voor de voorgevel van de woningen. De kortste afstand tussen de gevel van de dichtstbij gelegen nieuwe woning en de kerk is circa 15 meter. In verband met stedenbouwkundige overwegingen en het gewenste woningbouwprogramma op deze plek is het evenmin mogelijk de afstand tussen de geluidsbronnen en de nieuwe woningen te vergroten. Met de berekende gecumuleerde geluidbelastingen Lden tot ten hoogste 63 dB als gevolg van met name het geluid van het kerkgebouw is het woon- en leefklimaat in de woning uitsluitend met aanvullend onderzoek naar nadere akoestische maatregelen gewaarborgd. De minimaal benodigde geluidwering is ten hoogste (63-33=) 30 dB in de waarneempunten 1 tot en met 3, en 27 in punt 04. In de punten 07 en 08 is dit 22 en 21 dB. Er moet worden aangetoond dat deze geluidwering kan worden gerealiseerd. Een alternatieve maatregel is de betreffende zuidgevel ter plaatse van waarneempunt 01 tot en met 04 als dove gevel uit te voeren (zonder te open ramen). De toetsing van de geluidbelasting komt dan te vervallen.
Maximale geluidniveaus Uit het onderzoek volgt dat niet wordt voldaan aan de toetsingswaarde voor de optredende maximale geluidniveaus overeenkomstig hoofdstuk 2. De maatgevende berekende maximale geluidniveaus worden veroorzaakt door het luiden van de klokken van RK Parochie Velp. Het bevoegd gezag moet motiveren waarom het de geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht. De maximale geluidsniveaus van ten hoogste 90 dB(A) zijn acceptabel omdat eventuele overlast slechts op vaste tijdstippen gedurende een zeer korte periode optreedt. De klok wordt enkel gebruikt bij het aankondigen van diensten. Het luiden van klokken bij het aankondigen van diensten is breed maatschappelijk geaccepteerd. Het luiden van kerkklokken is uitgezonderd van toetsing in het activiteitenbesluit. De wetgever heeft hierbij overwogen dat "in de Grondwet is bepaald dat ieder het recht heeft zijn godsdienst of levensovertuiging individueel of in gemeenschap met anderen vrij te belijden". Door Nipa Milieutechniek is een onderzoek uitgevoerd naar de geluidwering van de gevel. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 6).
Hieruit blijkt dat de karakteristieke A-gewogen geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie (GA,k) bij een correcte toepassing van de voorziene materialen, opbouwen en voorzieningen, in alle verblijfsgebieden en verblijfsruimten voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Daarnaast wordt in alle situaties een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd. Uit bovenstaande blijkt dat het woon- en leefklimaat ten gevolge van industrielawaai (kerk) kan worden gewaarborgd. Uit bovenstaande blijkt ook dat niet kan worden voldaan aan de maximale geluidniveaus door het luiden van de kerkklokken. Echter is gemotiveerd dat dit een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet in de weg staat. Uit het
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
19
uitgevoerde onderzoek blijkt verder dat wegverkeerslawaai geen belemmeringen vormt. Aanwezigheid van andere eventueel hinderlijke geluidsbronnen is niet van toepassing. Geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 vervangen werd door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Een belangrijk doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Dit was in de voorgaande periode reeds een gebruikelijke praktijk. De gemeente Grave heeft de (eventuele) archeologische waarden in de gemeente beschermd middels het (paraplu)bestemmingsplan ‘Archeologie’ dat voor het gehele grondgebied van kracht is.
Consequenties Voor het plangebied geldt op basis van het (paraplu)bestemmingsplan ‘Archeologie’ de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’ en de gebiedsaanduiding: ‘overige zone – archeologie categorie 5’. Dit betekent dat archeologisch onderzoek overlegd moet worden als ter plaatse van de gebiedsaanduiding meer dan 2500 m2 met een diepte van een 0,5 meter aan grond verstoord gaat worden. Om de ontwikkeling te kunnen realiseren zal niet meer dan 2500 m2 aan grond verstoord hoeven te worden. Het plangebied is met haar ca. 805 m2 namelijk behoorlijk kleiner dan 2500 m2. Dat betekent dat geen archeologisch onderzoek hoeft te worden overlegd om aan te tonen dat de ontwikkeling geen archeologische waarden verstoort. Dit betekent wel dat over het gehele plangebied een dubbelbestemming met aanduiding is opgenomen om eventuele archeologische waarden blijvend te beschermen. Bovenstaande ontslaat de ontwikkelende partij niet van haar zorgplicht. Ingeval tijdens graafwerkzaamheden archeologische vondsten worden gedaan moet dit ingevolge de Erfgoedwet o.a. worden gemeld.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
20
Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Consequenties In het plangebied komen geen cultuurhistorische waarden voor. Naastgelegen is sprake van een kerk met monumentale waarden. Dit plan heeft hierop geen negatieve invloed. Er is juist rekening mee gehouden in het ontwerp (wisselwerking tussen de woningen aan het kerkplein en de kerk). Er worden geen cultuurhistorische waarden aangetast door voorliggend plan. Op het gebied van cultuurhistorie zijn er dus geen belemmeringen voor het initiatief.
4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals woningen): • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In dat kader heeft de Nederlandse Vereniging voor Gemeenten (VNG) de Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gepubliceerd. De richtafstanden die in deze handreiking staan vermeld dienen als leidraad voor het garanderen van een goede ruimtelijke ordening en woon- en leefklimaat. Consequenties Rondom het plangebied zijn twee inrichtingen gelegen: - een kerk aan het Kerkplein; - Oomen Metaalbewerking aan de Tolschestraat 40. Voor de kerk geldt conform de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering de SBI-code (2008) 9491. De bijbehorende in acht te nemen afstanden tot gevoelige objecten zoals woningen zijn voor geur, stof en gevaar 0 meter. Voor geluid geldt 30 meter. De afstand
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
21
i.v.m. geluid wordt niet gehaald. In dat kader heeft dan ook een onderzoek naar industrielawaai plaatsgevonden. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing onder paragraaf 4.2 Akoestiek van deze toelichting wordt op het onderzoek nader ingegaan. Met maatregelen kan een goed woon- en leeflimaat worden gegarandeerd en wordt de kerk niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Voor Oomen Metaalbewerking geldt conform de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering de SBI-code (2008) 2562, 3311 Overige metaalbewerkende industrie. De bijbehorende in acht te nemen afstanden tot gevoelige objecten zoals woningen zijn voor geur 10 meter, stof 30 meter, geluid 100 meter, gevaar 30 meter. Het bedrijf ligt hemelsbreed op 110 meter afstand tot het plangebied. Voldaan wordt aan de in acht te nemen grootste afstand. Concluderend kan gesteld worden dan bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de ontwikkeling, er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Andersom vormt de ontwikkeling ook geen belemmering voor omliggende bedrijvigheid. 4.5 Bodem Beleidskader De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Bij een bestemmingswijziging wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een ‘strengere’ bodemgebruiksvorm inhoudt.
Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, wordt de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet noodzakelijk geacht. Consequenties Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zestal grondgebonden woningen. Het gaat om het qua grondgebruik regelen van een gevoelige functie. Door Nipa Milieutechniek is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, welke bijgevoegd is bij deze toelichting (bijlage 2). Hierna wordt ingegaan op de conclusies van het onderzoek. “Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat: - de bijmenginghoudende bovengrond licht verontreinigd is met lood en PAK; - in de zintuiglijk schone bovengrond geen verhoogde gehaltes voor onderzochte parameters ten opzichte van de achtergrondwaarde zijn gemeten; - de zintuiglijk schone ondergrond licht verontreinigd is met minerale olie en PAK; - het gehalte aan PFAS in zowel de boven- als ondergrond de landelijke achtergrondwaarde niet overschrijdt; - in het uiterst puinhoudend grondmengmonster de fijne fractie 13,0 mg/kg d.s. aan asbest bevat. Het gehalte overschrijdt niet de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) en de concentratie voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) waardoor geen vervolg onderzoek noodzakelijk is;
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
22
Op basis van deze resultaten dient de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4, met betrekking tot de milieukundige parameters, in principe verworpen te worden. De gevolgde strategie is echter als voldoende te beschouwen. Op basis van deze resultaten kan de hypothese, met betrekking tot het voorkomen van asbest, zoals verwoord in paragraaf 2.4, in principe worden aanvaard. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol. Tegen de eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Indien grond afgevoerd moet worden van de locatie, dient rekening gehouden te worden met gebruiksbeperkingen van de vrijkomende grond. Conform de Regeling bodemkwaliteit mag de grond slechts onder voorwaarden worden hergebruikt. Eventueel vrijkomende grond mag echter wel op de locatie worden hergebruikt. Grond die binnen de gemeente wordt hergebruikt kan, als de gemeente beschikt over een bodemkwaliteitskaart, op basis van dit rapport hergebruikt worden, waarbij reke- ning gehouden dient te worden dat de grond op basis van PFAS niet in grondwaterbeschermingsge- bied toegepast mag worden.
Indien de gemeente niet over een bodemkwaliteitskaart beschikt of de grond buiten de grenzen van de bodemkwaliteitskaart toegepast zal worden, dient een partijkeuring conform het BRL SIKB 1000 VKB protocol 1001 uitgevoerd te worden. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt.” Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de bodem geschikt is bevonden voor de voorgenomen functie. Het bevoegd gezag heeft ingestemd met het uitgevoerde onderzoek. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
23
plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken.
Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts. Consequenties Via de risicokaart is voor onderhavige locatie vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en/ of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
24
externe veiligheid van belang zijn. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart ter hoogte van de het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een blauwe cirkel.
In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich geen Bevi-inrichting. Risicovolle inrichtingen vormen daarmee geen belemmering voor het initiatief. Ook ligt het plangebied niet in het invloedsgebied van een transportroute die wordt gebruikt voor gevaarlijke stoffen. Geconcludeerd kan worden dat transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en het water, niet voor beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling zorgt. De ligging van het plangebied ten opzichte van buisleidingen zorgt ook niet voor belemmeringen voor het initiatief. Geconcludeerd kan worden dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling.
4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
25
De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen.
De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Door Nipa Milieutechniek is een quickscan uitgevoerd naar het aspect soorten. De rapportage is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 3). De conclusies van het onderzoek zijn als volgt: “Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het plangebied aan de Tolschestraat te Velp, is het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied uit te sluiten. Indien bij de herontwikkeling bomen gerooid dienen te worden, dienen deze buiten het broedseizoen gerooid te worden. Indien deze niet buiten het broedseizoen gerooid kunnen worden, is vooraf aan het kappen een aanvullende schouw nodig om vast te stellen dat er binnen de kroon geen broedende vogels/in gebruikzijden nesten aanwezig zijn. Voor de herontwikkeling wordt de uitvoering van een nader ecologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht.
Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht.”
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
26
Door Arbor Consultancy is in verband met de realisatie van parkeerplaatsen een bomeneffectanalyse uitgevoerd. De analyse is bijgevoegd bij deze toelichting (zie bijlage 4) en kent het navolgende advies: Status bomen Boom nummer 1 zal in de huidige plannen niet worden gehandhaafd en maakt dusdanig geen onderdeel uit van de uitvraag van de bomen effect analyse. Boom nummer 2 verkeert in een matige conditie en zal, ook bij gelijkblijvende omstandigheden, binnen 10 jaar (mogelijk binnen 5 jaar) uitvallen als gevolg van ernstige afstervingsverschijnselen of worden geveld vanuit veiligheidsredenen. Geadviseerd wordt de boom te vellen, waardoor de ruimte ontstaat de plannen aan te passen en boom nummer 3 volledig te ontzien in de reconstructie. Boom nummer 3 verkeert in een goede conditie en heeft een goede toekomstverwachting. geadviseerd wordt de boom te behouden en de boom te verzorgen met een algehele snoeibeurt, waarbij de nadruk ligt op het verwijderen van het dode hout. De genoemde boomnummers corresponderen met de nummers op onderstaande afbeelding.
Bomenadvies Geadviseerd wordt om boom nummer 2 preventief te vellen. Zodoende ontstaat ruimte om op dit deel meer parkeerplaatsen aan te leggen en kunnen de parkeerplaatsen aan weerszijden van boom nummer 3 vervallen. Deze parkeerplaatsen passen in de ruimte die nu in de plannen is vrijgehouden voor boom nummer 2.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
27
De inrit kan worden aangelegd op de beoogde plaats (tussen boom nummer 2 en 3), mits deze op tenminste 8 meter uit het hart van de stam van boom nummer 3 wordt aangelegd. Door het vellen van boom nummer 2 kan boom nummer 3 worden gespaard en kan deze duurzaam behouden blijven. Omgang wortels Indien bomen behouden blijven moet wortelschade tot een minimum worden beperkt. Geadviseerd wordt de wortels te behandelen alsof het kabels en leidingen betreffen. Dit houdt in dat bij het graven, altijd wordt voorgestoken. De aangetroffen wortels worden met een snoeischaar/snoeitang afgeknipt. Wortels dikker dan 5 cm worden met een scherpe zaag, haaks op de groeirichting afgezaagd. Hierdoor blijft het wondoppervlak zo klein mogelijk en wordt de kans op inrotting zo veel als mogelijk beperkt. Naar aanleiding van het advies van Arbor Consultancy zijn de plannen aangepast. Het advies van Arbor Consultancy is gevolgd, wat betekent dat boom 2 komt te vervallen en de openbare ruimte rondom het plan anders wordt ingericht. Boom 1 en 3 kunnen hierdoor duurzaam behouden blijven. Hieronder is de nieuwe situatietekening weergegeven.
Op circa 13 kilometer van het plangebied ligt Natura 2000 gebied Sint Jansberg. Op circa 15 kilometer ligt Natura 2000 gebied Oeffelter Meent. Met de Aerius-calculator is berekend in hoeverre het project zowel voor wat betreft de realisatie- als gebruiksfase invloed heeft op alle nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Uit de berekening die is bijgevoegd als bijlage 5 bij deze toelichting blijkt dat in zowel de realisatie- als de gebruiksfase geen sprake is van de depositie van stikstof op nabijgelegen Natura 2000 gebieden.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
28
Uit voorgaande blijkt dat in verband met onderhavige ontwikkeling geen sprake is van strijdigheid met de Wet natuurbescherming.
4.8 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Van belang is naast de bijdrage van het project aan de luchtkwaliteit dat ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten behoeve van een nieuwe gevoelige bestemming. Consequenties In onderhavig projectgebied worden 6 woningen toegevoegd. Hiervoor geldt een verkeersaantrekkende werking van gemiddeld 8 verkeersbewegingen per etmaal. Dat betekent dat het project een toename van 48 motorvoertuigen per etmaal totaal genereert. Dit aantal in ingegeven in de NIBM-tool die in 2008 door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil is ontwikkeld. De uitkomst is dat de grens voor ‘niet In betekenende mate’ met dit aantal niet wordt overschreden. Zie de uitsnede van de ingevulde tool hieronder waaruit dit blijkt.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
29
Naast het effect van het project op de luchtkwaliteit is het ook van belang dat de toestand van de luchtkwaliteit in de bestaande (voorspelde) situatie geschikt is voor de nieuwe functie. Er moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Gekeken naar de voorspellingen voor PM10 en NO2 met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat (ruim) voldaan wordt aan de gestelde grenswaarden. Uitsneden van de kaarten ter hoogte van het projectgebied zijn hieronder opgenomen.
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
30
Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderhavige ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
4.9 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Hydrologisch kader Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben in hun keuren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Dit gezamenlijke beleid heeft onder andere geresulteerd in de rapportage ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ van 9 december 2014. Uit (onder andere) deze uitgangspunten blijkt het volgende:
Bestemmingsplan ‘Vetwei/ Tolschestraat, Velp’ 9 februari 2021
31
'Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Bij het invullen van de compensatieopgave wordt tevens gekeken naar de mogelijke realisering van andere waterdoelen. Het gaat hierbij dus om een optimale inpassing van een plan in zijn omgeving, waarbij ook gekeken moet worden naar het huidig en toekomstig functioneren van het totale (deel-)stroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt. Naast het behoud van voldoende systeemrobuustheid, kan hiermee beter invulling worden gegeven aan de gewenste doel- matigheid. Bovendien biedt dit mogelijkheden voor waterschappen en gemeenten om ook andere dan hydrologische aspecten mee te nemen in de afweging.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het oplossen van waterkwaliteitsknelpunten of het tegengaan van verdroging.' De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 ). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 2.000 m2 geldt geen compensatie-eis. Hemelwaterbeleidsplan De gemeente Grave heeft een eigen hemelwater beleidsplan. Op basis van dit plan hanteert de gemeente het beleid dat bij aanleg van nieuwe verhardingen 60 mm berging aangelegd dient te worden voor hemelwater. Compensatie-eis In de Keur van de Brabantse Waterschappen is als compensatie-eis 60 mm vastgesteld (hoeveelheid in mm die ‘overblijft’ en die geborgen moet worden binnen 24 uur), waarbij is uitgegaan van de vastgestelde afgeronde gemiddelde maatgevende afvoer van 1,0 l/s/ha en met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool.