CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.08 - Bijlage 3.3 - TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Het Nieuwe Rivium Motivering - ter vaststelling 2472355

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Omgevingsplanwijziging Rivium, MER en monitoring MER, actualisatie parkeernormen 2025 en Beeldkwaliteitsplan Rivium32.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Net als voor de instructieregels uit het Bkl, waarin de ladder voor duurzame verstedelijking eveneens is vastgelegd, wordt voor dit punt verwezen naar bijlage 1. Daarin is de Laddertoets opgenomen en daarin komt ook aan bod hoe de transformatie zich verhoudt tot de regionale afspraken. Dichtheid en verscheidenheid woningbouw In artikel 7.45b van de ZHOV is bepaald dat bij stedelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en een bijdrage aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij worden ook de mogelijkheden betrokken voor een gevarieerde woningopbouw. Voor Rivium geldt dat door de nieuwe bouwhoogtes een hoge woningdichtheid wordt bereikt. Doordat het plangebied ingesloten ligt tussen infrastructuur, groen en water, hebben de beoogde bouwhoogtes en dichtheden weinig (directe) impact op de stedenbouwkundige karakteristiek van bestaande wijken en woningen in de omgeving. Er is tevens onderzoek gedaan naar een groot aantal (milieu)aspecten, waarmee zowel het woon- en leefklimaat binnen het Rivium als de impact op de omgeving is onderzocht. Voor het woon- en leefklimaat zijn met name de thema’s verkeer, geur, geluid, zon en wind van directe invloed geweest op de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de transformatie.

De resultaten van deze onderzoeken en de wijze waarop het plan rekening houdt met deze aspecten, komen aan bod in hoofdstuk 5. Voor de mogelijkheden om tot gevarieerde woningtypen te komen, geldt dat de hoge woningdichtheid in dit geval maakt dat er hoofdzakelijk appartementen gerealiseerd worden. Dat neemt niet weg dat er ook een deel grondgebonden woningen gerealiseerd wordt. De variatie zit hem voor de woningen vooral in de verscheidenheid aan huur- en koopwoningen en de verscheidenheid in prijssegmenten. De borging van woningtypen en prijssegmenten is ook opgenomen in de regels van het omgevingsplan. Met deze motivering, geeft het plan invulling aan artikel 7.45b van de ZHOV. Bereikbaarheid Artikel 7.45c schrijft voor dat bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de bereikbaarheid. Daarvoor wordt in dit geval verwezen naar paragraaf 5.2, waarin het onderwerp verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren aan de orde komt, op basis van het uitgevoerde verkeersonderzoek voor het Rivium. Met het uitgevoerde onderzoek en de beschrijving daarvan in paragraaf 5.2 voldoet het plan aan artikel 7.45c van de ZHOV. Kansen voor biodiversiteit Artikel 7.45ca schrijft voor dat bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling de mogelijkheden worden betrokken voor het bevorderen van de biodiversiteit.

In het geval van het Rivium is hier aandacht aan besteed in het BKP+ en zal dit grotendeels moeten landen in het inrichtingsplan voor de buitenruimte. Voor de behandeling van dit onderwerp en hoe de planologische mogelijkheden uit dit plan zich voor dit onderwerp tot de instructieregels verhouden, wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (Ecologie). Parkeernorm sociale huur Artikel 7.45f schrijft een maximale parkeernorm van 0,7 parkeerplaats voor bij sociale huurwoningen. In afwijking daarop kunnen ook gemeentelijke parkeernormen gehanteerd worden als de gemeente daarover beschikt. In het geval van het Rivium, zijn in het omgevingsplan de gemeentelijke parkeernormen van toepassing verklaard. Daarin zijn voor het gebied Rivium specifieke parkeernormen 30

opgenomen, die zijn afgestemd op de stedenbouwkundige opzet van het Rivium die sterkt afwijkt van de rest van de gemeente. Dit komt nader aan de orde in paragraaf 5.2, waarin ook is toegelicht dat gelijktijdig met deze omgevingsplanwijziging ook de actualisatie van de parkeernormen voor het Rivium wordt vastgesteld. Hiermee wordt voldaan aan artikel 7.45f van de ZHOV. Functiemenging en meervoudig ruimtegebruik Artikel 7.45h schrijft voor dat bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor de functies wonen of bedrijven, rekening wordt gehouden met de mogelijkheden voor functiemenging en meervoudig ruimtegebruik. In dit geval wordt met de transformatie overwegend nieuwe woningbouw mogelijk gemaakt. In diezelfde blokken staat het plan ook uiteenlopende, andere functies toe, waaronder bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2. Ook zijn er mogelijkheden voor beroep- en bedrijf-aan-huis. In die zin biedt het plan mogelijkheden voor functiemenging. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat het toestaan van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2, een afwaardering is van de bestaande mogelijkheden die gaan tot en met categorie 3.1. Dit is het gevolg van de keuze van het gemeentebestuur om in dit gebied een grote en sterke impuls te geven aan woningbouw.

Om potentiële hinder van bedrijven in te perken, heeft dit tot de maatregel geleid om de bedrijfsmogelijkheden te maximeren op milieucategorie 2. Echter heeft deze afwaardering betrekking op een klein deel van het Rivium. In de huidige situatie zijn voornamelijk kantoren gevestigd en buiten de waterzuivering komen zwaardere milieucategorieën niet voor in het gebied. Dit komt nader aan de orde bij de instructieregels uit paragraaf 7.3.11 van de ZHOV en in paragraaf 5.8 van deze motivering (Bedrijven en milieuzonering). Met deze motivering geeft het plan invulling aan artikel 7.45h van de ZHOV.

3.5.7 Wonen In paragraaf 7.3.8a gaat de ZHOV in op stedelijke ontwikkelingen die gericht zijn op woningbouw. De ZHOV schrijft voor dat bij woningbouw van meer dan 11 woningen, voorzien wordt in een aandeel van tenminste 30% sociale woningbouw, of een aandeel zoals vastgelegd in de regionale behoefte. In de motivering van het plan moet worden ingegaan hoe de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het streven naar een aandeel sociale huur van minimaal 30% bezien op de woningvoorraad over de hele gemeente. Ditzelfde geldt voor het aandeel betaalbare woningbouw, waarvoor een aandeel van 2/3 wordt nagestreefd. Voor de motivering van beide segmenten, wordt verwezen naar de Laddertoets in bijlage 1.

3.5.8 Detailhandel In paragraaf 7.3.9 gaat de ZHOV in op detailhandel. De provincie stuurt met artikel 7.48 op concentratie van detailhandel in bestaande winkelconcentraties. Datzelfde artikel biedt (onder andere) ook de mogelijkheid om detailhandel toe te staan binnen een nieuwe, wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk. Van dit scenario is sprake bij Rivium. Artikel 7.48 schrijft ook voor dat bij detailhandelsontwikkelingen groter dan 2.000 m2 bvo die gelegen zijn buiten de binnensteden van Rotterdam en Den Haag, er ook advies gevraagd moet worden aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. Voor Rivium heeft deze adviesaanvraag plaatsgevonden en het uitgebracht advies is opgenomen in bijlage 2 bij deze motivering. Uit deze adviesbrief blijkt dat de adviescommissie het detailhandelsprogramma en de motivering daarvan 31

positief beoordeeld heeft. In diezelfde brief reikt de adviescommissie nog enkele aanbevelingen aan, die in de regels van dit omgevingsplan verwerkt zijn. Dit betreft het maximeren van het aantal supermarkten tot één met een maximum bvo van 2.000 m2 en het concentreren van de detailhandel aan het Marktplein in blok 3 en 4.

3.5.9 Kantoren In paragraaf 7.3.10 gaat de ZHOV in op het mogelijk maken van nieuwe kantoren. In het geval van Rivium worden weliswaar in fysieke zin nieuwe kantoren beoogd, maar in planologische zin gaat het om een afname van de bestaande kantoormogelijkheden in het gebied. Daarmee is paragraaf 7.3.10 verder niet van toepassing op het omgevingsplan voor het Rivium.

3.5.10 Bedrijven In paragraaf 7.3.11 gaat de ZHOV in op bedrijventerreinen. Het Rivium is in de ZHOV aangewezen als bedrijventerrein en daarvoor geldt op basis van deze paragraaf dat ter plaatse de hoogst mogelijke categorie aan bedrijvigheid toegelaten moet worden. Op deze manier stuurt de provincie op optimalisatie en behoud van bedrijventerreinen. Tegelijkertijd biedt de betreffende paragraaf uit de ZHOV mogelijkheden om onder voorwaarden andere functies mogelijk te maken. Deze voorwaarden hebben met name betrekking op het beschermen van de (milieu)ruimte die op bedrijventerreinen geboden wordt voor bedrijven en de mate waarin deze mag worden afgeschaald en/of gecompenseerd. Deze mogelijkheden zijn met recente actualiseringen van de ZHOV ingeperkt. Artikel 7.52b kent in dat licht een overgangsrechtelijke bepaling. Voor het Rivium is het relevant dat op basis van artikel 7.52b van een eerdere regeling gebruik gemaakt mag blijven worden, namelijk van artikel 7.52 zoals dat luidde voorafgaand aan de ‘Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening herziening 2024’. Deze regeling is onder meer nog van toepassing voor een omgevingsplan(wijziging) voor een bedrijventerrein, als voor de betreffende wijziging van de ZHOV reeds afspraken zijn gemaakt in de regionale bedrijventerreinenvisie en Gedupeerde Staten met die visie heeft ingestemd.

Aangezien het Rivium op het maatgevende moment reeds opgenomen was als (gedeeltelijk) te transformeren in de regionale ‘Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023-2030’, kan op basis van artikel 7.52b ZHOV het ‘oude’ artikel 7.52 toegepast blijven worden. Op basis van die regeling moet in de motivering van het plan verantwoord zijn op welke wijze er binnen de regio compensatie heeft plaatsgevonden van de toegedeelde functies van het bedrijventerrein. Datzelfde geldt in geval van afwaardering van bedrijfsmogelijkheden. Deze compensatie kan achterwege blijven, als aangetoond kan worden dat ook na transformatie voldoende bedrijventerrein beschikbaar blijft om de vervallen mogelijkheden in kwantitatieve en kwalitatieve zin op te vangen. In dat verband wordt gewezen op het compensatieplan dat in 2020 conform het MRDH-format is opgesteld en met de MRDH is afgestemd. De MRDH heeft daar in dat stadium al een positief advies over afgegeven. Dat advies is als bijlage 3 opgenomen bij deze motivering. Op basis van de te transformeren bebouwing is destijds uitgegaan van netto 2,5 hectare planologische compensatieopgave, die ook op die manier is opgenomen in de bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023-2030. De gemeente Capelle aan den IJssel geeft hieraan, conform het compensatieplan, met name invulling door beter benutten op diverse bedrijventerreinen.

Er is immers geen nieuw uit te geven bedrijventerrein beschikbaar. In het kader van beter benutten, zijn op de Hoofdweg potentiële kantoorlocaties langs de A20 ingevuld met bedrijvigheid. Daarnaast gaat de gemeente zich inspannen om niet passende bedrijven uit te 32

plaatsen en in te vullen met passende bedrijven. Op het Albatrosterrein (IJsseldijk, naast de IJsselwerf/Zwijnenburg) langs de Hollandsche IJssel wordt geen extra bedrijvigheid mogelijk gemaakt, maar de potentie van dit particuliere terrein wordt beter benut. Er wordt thans een onderzoek gedaan om watergebonden bedrijvigheid mogelijk te maken. Nu er op basis van de ‘oude’ regeling uit de ZHOV alleen een plicht is tot feitelijke compensatie en er geen feitelijke bedrijvigheid uit een hogere milieucategorie (3.1 en hoger) komt te vervallen (zie ook paragraaf 5.8), heeft de gemeente geen resterende compensatieopgave. Dit is in de vaststellingsfase van deze omgevingsplanwijziging (in 2026) nogmaals op deze manier besproken tussen de gemeente en de provincie. In het kader van dat gesprek heeft de gemeente volledigheidshalve nog een inventarisatie uitgevoerd, waaruit opnieuw is gebleken dat er ook momenteel geen bedrijven van milieucategorie 3.1 of hoger aanwezig zijn of in de afgelopen jaren aanwezig zijn geweest, die als gevolg van deze omgevingsplanwijziging worden ingeperkt. Dit maakt dat op dit punt voldaan wordt aan de ZHOV.

3.5.11 Energie, windenergie Met artikel 7.76 bepaalt de ZHOV dat windturbines uitsluitend zijn toegestaan op locaties die daarvoor zijn aangewezen in de ZHOV. Binnen het plangebied is sprake van één bestaande windturbine. Dit betreft een bestaande locatie die als zodanig in de ZHOV is aangewezen. Het plan voldoet zodoende aan paragraaf 7.3.21 van de ZHOV.

3.5.12 Hoofdfietsnetwerk en langeafstandswandelpaden In paragraaf 7.3.23a zijn regels opgenomen ter bescherming van het provinciale hoofdfietsnetwerk en langeafstandswandelpaden. Artikel 7.79b schrijft voor dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, rekening wordt gehouden met het belang van de instandhouding en zo mogelijk de verbetering van het hoofdfietsnetwerk en de langeafstandswandelpaden. Uit Figuur 3.4 blijkt dat binnen het Rivium delen van het provinciale hoofdfietsnetwerk aangewezen zijn.

33

Figuur 3.4 Provinciaal hoofdfietsnetwerk

Het netwerk ligt om te beginnen langs de Rivium Boulevard tot aan de Rivium 1e straat als meest zuidelijke punt. Daar gaat het netwerk verder in westelijke richting en aan het einde verder via het Rivium Quadrant in zuidelijke richting. Ook de aftakking via het Riviumpad maakt hier onderdeel vanuit. Vanaf de Rivium 1e straat, maakt ook de aftakking in noordelijke richting langs de Rivium Westlaan onderdeel uit van dit netwerk. In het BKP+ zijn deze verbindingen ook in de situatie na transformatie als fietsverbindingen ingetekend, aangevuld met nieuwe fietsverbindingen door het gebied en aansluitend op de omgeving. De metropolitane fietsroute (MFR) vanuit Dordrecht/Rotterdam loopt langs de A16, via het Riviumpad, langs de Rivium Westlaan. Hiermee wordt het Rivium verbonden via een extra fietsbrug/inclusieve wandelbrug over de Abram van Rijckevorselweg heen langs Fascinatio, richting metrostation Kralingse Zoom. De MFR takt oostwaarts aan op het fietspad langs Rivium 1e straat richting Polderpark. De MFR takt tevens zuidwaarts aan een snelle fietsroute langs de Rivium Westlaan, die verbonden is met de zuidelijke fietsroute langs de Rivium Promenade oostwaarts naar de Algera-corridor. Een kanttekening wordt gemaakt bij de door de provincie beoogde fietsroute onder de A16 door in het verlengde van de Rivium 1e straat. Deze verbinding maakt geen onderdeel uit van de beoogde

34

ontwikkeling. De fietsroutes onder de A16 door blijven vooralsnog bestaan uit de huidige onderdoorgangen (Toepad en Schaardijk). Met deze motivering geeft het plan invulling aan paragraaf 7.3.23a van de ZHOV.

3.6 Conclusie Uit de beschrijving en toetsing van de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie ZuidHolland wordt geconcludeerd dat het plan aansluit bij en bijdraagt aan de doelen en ambities van het ruimtelijk beleid op nationaal en provinciaal niveau. Eveneens blijkt uit dit hoofdstuk dat het plan aansluit bij de bepalingen uit het Bkl en de ZHOV, voor zover die in dit hoofdstuk behandeld zijn. Voor een deel worden deze bepalingen verder getoetst in hoofdstuk 5.

35

36

4 Gemeentelijk beleid 4.1 Stadsvisie Capelle aan den IJssel De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel heeft op 27 september 2021 de Stadsvisie vastgesteld. Deze Stadsvisie vormt een brede toekomstvisie op de leefomgeving voor Capelle gericht op ruimte, maatschappij en veiligheid. Het geeft een antwoord op hoe Capelle er in 2040 uit ziet en wat voor soort gemeente Capelle wil zijn. De Stadsvisie heeft de volgende doelen: 1. Het bepalen van een koers voor de toekomst van Capelle; 2. Het uitnodigen van Capellenaren bij het maken van hun stad; 3. Het integraal benaderen van opgaven in Capelle: mensen willen in een prettige omgeving wonen, waar het veilig is en voldoende voorzieningen zijn zoals supermarkt, speeltuin en huisarts; 4. Het stimuleren van een nieuwe manier van werken van de gemeente: uitnodigend en faciliterend, van regels naar mogelijkheden. De visie richt zich op drie speerpunten: Dorps Capelle, Stads Capelle en Groen en waterrijk Capelle: 1. Dorps Capelle: Veerkrachtige Capellenaren in leefbare en veilige buurten Visie: Capelle voor elkaar waar het prettig en veilig wonen, werken en leven is. 2. Stads Capelle: Nabijheid en hoogwaardige voorzieningen Visie: stedelijke zones rondom OV-punten 3.

Groen en waterrijk Capelle: Voor een prettige, gezonde en sociale omgeving Visie: het groenblauwe raamwerk als drager Toetsing Het Rivium is in de Stadsvisie onderdeel van één van de nieuwe stedelijke milieus: CapelsebrugKralingse Zoom-Rivium-Fascinatio. Dit gebied is onderdeel van een groter gebied met de universiteitscampus en Brainpark. De uitdaging voor Capelle is om hierop aan te sluiten door de ontwikkeling van hoogwaardige werkmilieus en specifieke stadsmilieus. Dit gebied is tevens benoemd als hoogbouwgebied welke is gekoppeld aan hoogwaardig OV. Een aandachtspunt bij deze gebieden is dat moet worden gestreefd naar kwaliteit van de inrichting en onderhoud van de openbare ruimte rondom de hoogbouw, zodat dit een positief effect heeft op de beleving en het gebruik van de ruimte. Door een groenblauwe structuur als basis te nemen voor de inrichting van de openbare ruimte wordt een groene dooradering in het Nieuwe Rivium gerealiseerd en worden ecologische verbindingen behouden en waar mogelijk versterkt. Daarnaast krijgen de binnenhoven van de verschillende bouwblokken een groene en biodiverse inrichting, zodat zorg wordt gedragen voor een prettige, gezonde en sociale omgeving en het ecologisch netwerk wordt versterkt. Als uitwerking en concretisering van de Stadsvisie zijn de Omgevingsagenda en het Toetsingskader hoogbouw opgesteld.

De Omgevingsagenda en Stadsvisie vormen gezamenlijk de Omgevingsvisie van Capelle. Conclusie De ontwikkeling van het Nieuwe Rivium past binnen de beleidskaders van de Stadsvisie, omdat een stedelijke zone rondom het OV-punt Kralingse Zoom, met directe verbinding via de Parkshuttle, en het

37

OV-punt Nieuwe Maas, wordt gerealiseerd en het bijdraagt aan een gezonde en sociale omgeving door vergroening van de openbare ruimte en het semi-openbaar gebied van de groene binnenhoven.

4.2 Omgevingsagenda De Omgevingsagenda vertaalt de grote ambities uit de Stadsvisie naar concrete plannen in de wijken. Denk aan meer woningen, beter groen, betere voorzieningen en het aanpakken van problemen waar dat nodig is. Het doel is duidelijk: Capelle in balans brengen, zodat iedereen zich thuis voelt – van jong tot oud. Op 16 december 2024 is de Omgevingsagenda vastgesteld. Samen met de Stadsvisie vormt dit document de Omgevingsvisie. In de Omgevingsagenda zijn aan de hand van de vier pijlers uit de Stadsvisie verschillende uitdagingen beoordeeld. Hieruit volgen diverse keuzes waarvoor de gemeente staat. De tien belangrijkste keuzes zijn in de Omgevingsagenda nader uitgewerkt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

We kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit We geven extra prioriteit aan gebieden met sociaal-maatschappelijke opgaven We breiden buurtallianties uit om ‘samenredzaamheid’ in de buurt te organiseren We stimuleren ontmoeting en levendigheid in de wijken We voegen +/- 10.000 woningen toe We mengen functies waar dat kan, maatschappelijke voorzieningen groeien mee en we behouden voldoende werklocaties 7. Bereikbaar blijven = voorwaardelijk, maar we vertragen en verkennen passende parkeeroplossingen 8. We werken samen aan de verbindende thema’s groen, gezond en veilig 9. We pakken de regie in deze opgaven 10. We gebruiken gemeentelijk en maatschappelijk eigendom als vliegwiel

Deze opgaven zijn vervolgens vertaald in 6 opgaven waarin deze keuzes terugkomen en samenkomen in de opgavenkaart (zie Figuur 4.1): 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Landelijk Capelle en groenblauw raamwerk Fijnmazig groenblauwe netwerken Rivierfront Duurzaam stadsonderhoud Verdichting rond OV-knooppunten Werk- en zorglocaties

38

Figuur 4.1 De Opgavenkaart uit de Omgevingsagenda

Toetsing Rondom Rivium zijn de opgaven om groene en blauwe verbindingen te versterken, maar ook om de omliggende buurten beter te verbinden met deze groenblauwe structuren. Daarbij is ook aandacht nodig voor de samenhang van de groenblauwe netwerken. In Figuur 4.2 is de positie en samenhang van het Rivium met het natuurnetwerk weergegeven. Voor het Rivierfront krijgt het Rivium in het verlengde van het centrale Marktplein een goede openbare verblijfsruimte aan de Nieuwe Maas, zodat recreëren, verblijven en elkaar ontmoeten op deze plek wordt versterkt.

39

Figuur 4.2 Samenhang Rivium met het natuurnetwerk

Ten aanzien van het verdichten rondom OV-knooppunten is het Rivium aangemerkt als één van de vijf grote gebiedsontwikkelingen in Capelle. De gemeente versterkt in deze vijf gebieden het aanbod aan voorzieningen. Er zijn kansen voor de ontwikkeling van gemengde en stedelijke omgevingen. Voor het Rivium werkt de gemeente de komende jaren de eerste bouwplannen uit aan de hand van de stedenbouwkundige principes, het omgevingsplan en het beeldkwaliteitsplan+. Het is de ambitie om een stadsmilieu met levendige stedelijke blokken met daarboven torens te realiseren. Het Rivium is aangewezen als opgavegebied voor de korte termijn. Dit zijn opgavegebieden waar al een tijd aan planvorming wordt gewerkt of waarover al bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden. Conclusie De ontwikkeling van het Nieuwe Rivium past binnen de beleidskaders van de Omgevingsagenda. Het is benoemd als één van de vijf grote gebiedsontwikkelingen, waarbij het Rivium als opgavegebied voor de korte termijn is aangewezen. Met de opgaven ten aanzien van de groenblauwe structuren is rekening gehouden in zowel dit omgevingsplan als het BKP+. In het omgevingsplan zijn immers relatief gedetailleerde functie- en bouwvlakken opgenomen. De groenblauwe structuren uit figuur 4.2 blijven als gevolg daarvan corresponderen met het openbaar gebied van het Nieuwe Rivium.

Binnen dat openbaar gebied kunnen de groenblauwe structuren behouden en versterkt worden. Dit zal in het inrichtingsplan voor de openbare ruimte verder tot uiting komen (zie paragraaf 2.7).

40

In aanvulling daarop kent het omgevingsplan ook diverse bepalingen, volgend uit en/of via verwijzing naar het BKP+, die voor de ontwikkelvelden regels opleggen met betrekking tot natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. Dit zorgt op het gebied van groenblauwe structuren voor een onderlinge versterking tussen de nieuwbouw en (de inrichting van) het openbaar gebied.

4.3 Toetsingskader hoogbouw Capelle aan den IJssel staat voor de opgave om ruimte te bieden aan meer woningen, werkplekken, voorzieningen en andere functies om een aantrekkelijke omgeving te kunnen blijven bieden en een bijdrage te leveren aan de opgaven van onze tijd. Omdat er weinig ruimte is, moet de gemeente hiermee efficiënt omgaan. Hoogbouw is een middel om te verdichten die bovendien kan bijdragen aan een aansprekend stadsbeeld. Dit toetsingskader is een uitwerking van de Stadsvisie en legt de randvoorwaarden vast voor hoogbouw. Dit Toetsingskader hoogbouw gaat hand in hand in hand met de omgevingsagenda. Hoogbouw biedt kansen in een aantal van de in de Omgevingsagenda benoemde opgavegebieden. Dit toetsingskader gaat specifiek in op hoogbouw omdat die vorm van verdichting extra aandacht vraagt. Hoogbouw heeft namelijk een grote impact op zijn omgeving. Door de hoogte is het vanuit zijn omgeving veel meer aanwezig dan laagbouw en zorgt het voor schaduw en soms ook windhinder. Bovendien is hoogbouw vaak lastiger in te passen in zijn directe stedelijke omgeving dan laagbouw. Het toetsingskader bestaat uit een hoogbouwkaart met de opgavegebieden en 8 toetsingscriteria. Hoe hoger een gebouw, hoe zwaarder de eisen. Het toetsingskader maakt onderscheid in vijf categorieën hoogbouw: van S tot en met XL. Elke categorie heeft een eigen maximale hoogte toebedeeld gekregen.

Elk hoogbouw-initiatief moet voldoen aan de toetsingscriteria. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de hoogbouw ook echt van toegevoegde waarde is voor Capelle aan den IJssel. De toetsingscriteria zijn opgedeeld in acht thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Inpassing en menselijke maat Verblijfskwaliteit (bezonning en windklimaat) Duurzaamheid Sociaal, gezond en veilig Techniek en logistiek Beeldkwaliteit Programma Mobiliteit

Bij elk hoogbouwinitiatief moet een hoogbouweffectrapportage worden opgesteld. Dit is een document waarin wordt uitgelegd hoe aan dit Toetsingskader hoogbouw wordt voldaan. Deze rapportage vormt de basis richting de wijziging van het omgevingsplan of vergunningsaanvraag. Toetsing Het Toetsingskader is mede tot stand gekomen op basis van input uit het BKP+ voor het Rivium. Hierdoor sluiten het Toetsingskader en het BKP+, op basis waarvan bij de verdere planuitwerking gestuurd wordt, op elkaar aan. Op de hoogbouwkaart in het toetsingskader is het Rivium als categorie XL aangeduid. Binnen deze categorie is hoogbouw tot 150 meter voorzien.

41

Principes die uit het toetsingskader volgen en die in het omgevingsplan geborgd zijn, betreffen onder meer de maximum bouwhoogtes (van zowel de onderbouw als de torens) en de diversiteit in woningaanbod en de situering van publieke functies. Naar de criteria ten aanzien van verblijfskwaliteit (windklimaat en bezonning) is in het kader van deze omgevingsplanwijziging specifiek onderzoek uitgevoerd. Deze twee aspecten komen aan de orde in respectievelijk paragraaf 5.11 en 5.12 van deze motivering. Conclusie Het Rivium is als XL-locatie aangewezen binnen het Toetsingskader hoogbouw. De criteria uit het toetsingskader zijn grotendeels vertaald in het BKP+ voor het Rivium. Ten aanzien van windklimaat en bezonning wordt verwezen naar de paragrafen 5.11 en 5.12. Op basis van de onderzoeksresultaten voor zon en wind (waaruit blijkt dat niet alle ambities ten aanzien van zon en wind behaald kunnen worden) en de programmatische ambities voor het Rivium, wordt op onderdelen afgeweken van het Toetsingskader hoogbouw. Bij de afweging van welke criteria voor het Rivium wordt afgeweken, is ook de samenhang tussen de aspecten windklimaat, bezonning en geluid betrokken. Dit omdat keuzes en maatregelen die voor het ene aspect tot een verbetering kunnen leiden, voor het andere aspect juist tot een verslechtering kunnen leiden.

4.4 Programma Wonen 2024-2028 Gemeente Capelle aan den IJssel heeft in haar Programma Wonen 2024-2028, ' Goed wonen voor vandaag en morgen', het beleid vastgelegd op het gebied van wonen. In het programma staan vier pijlers centraal. Er zijn verschillende hoofdambities beschreven in het programma: 1. De betaalbare woningvoorraad uitbreiden Hieronder vallen onder andere de subambities voor streven naar een woningvoorraad met 30% sociale huur, zorgdragen voor minimaal 2/3e betaalbaar en de bestaande voorraad goed benutten. 2. Zorgen dat woningen aantrekkelijk zijn voor verschillende doelgroepen Het ruimte bieden aan innovaties en alternatieve woonvormen is in deze ambitie een belangrijke pijler. 3. Beschikbare woningen eerlijk verdelen Tenminste 75% van de vrijgekomen sociale huurwoningen aan de primaire doelgroep toewijzen en tenminste 70% van woningen in de sociale huurvoorraad heeft een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens zijn hieronder twee subambities. 4. Capellenaren vooropstellen Ten aanzien van deze ambitie wil de gemeente op Capelse doelgroepen (jongvolwassenen, ouderen) inzetten en Capellenaren bij wonen betrekken. Daarnaast is een drietal ambities opgesteld vanuit verschillende thema’s die wonen raken, maar waar inmiddels programma’s of plannen voor ontwikkeld zijn of worden. Deze thema’s zijn duurzaamheid, wonen met zorg en samenleven in de wijk.

De ambities voor thema’s zijn als volgt: 5. De bestaande voorraad verder verduurzamen Onderliggend doel voor deze ambitie is om de kwaliteit van de corporatievoorraad op peil te houden. 42

6. Wonen op Maat mogelijk maken, ook voor mensen met een beperking Hiervoor wil de gemeente de mogelijkheden (woningen/plekken) voor Wonen op Maat uitbreiden en zoveel mogelijk ruimte bieden voor geclusterd wonen. 7. Voor leefbare wijken zorgen Sturen op spreiding en slecht verhuurderschap tegengaan zijn voor deze ambitie van belang. Toetsing Om de doelen voor de komende jaren te bereiken, zijn per ambitie ook concrete acties opgenomen in het programma. Veel van deze acties zullen gedurende de gehele looptijd van dit programma (20242028) duren. Voor de herontwikkeling van het Nieuwe Rivium is een gebiedspaspoort opgesteld. Daarbij zijn ambities geformuleerd, zoals het zorgdragen voor woningen van gemiddelde grootte, aandacht voor betaalbaarheid en het realiseren van gemengde wijken. Deels zijn deze ambities ook vertaald naar dit omgevingsplan, zodat de woningen die worden gebouwd ook aansluiten bij de vraag. In het Programma Wonen is opgenomen dat Wonen op Maat mogelijk wordt gemaakt voor mensen met een zorgvraag (mensen met een verstandelijke beperking, mensen met een psychische beperking en ouderen). Dat betekent dat we faciliteren en bevorderen dat het aantal plekken en woningen voor deze doelgroepen wordt uitgebreid. De opgaven voor de verschillende doelgroepen zijn bepaald in de door het college vastgesteld Huisvestingsopgave Wonen op Maat.

De meest urgente opgave is die voor 40 extra plekken Beschermd wonen voor mensen met een psychische beperking. Rivium is een mogelijke locatie voor deze groep vanwege de verwachte goede draagkracht en belastbaarheid van de wijk. Op diverse punten uit het Programma Wonen sluit het Rivium niet aan. Het gaat daarbij onder andere om het toevoegen van 30% sociaal, 2/3e betaalbaar en een minimale omvang van 50 m2 per woning. Dit heeft als reden dat het project Rivium al eerder is gestart dan het huidige Programma Wonen, waardoor de ambities en doelen uit het Programma Wonen nog geen beleid waren tijdens eerdere fases van het project. Rivium is wel onderdeel van het vastgestelde woningbouwprogramma van Capelle, omdat dit is vastgesteld door Provincie Zuid-Holland. Conclusie De herontwikkeling van het Rivium is gedeeltelijk in lijn met het Programma Wonen. Op de onderdelen duurzaamheid, wonen met zorg en samenleven in de wijk sluit de herontwikkeling wel aan, maar op ‘Wonen in Capelle’ sluit de herontwikkeling niet aan. Het niet aansluiten bij bepaalde ambities en doelen komt doordat de herontwikkeling van het Rivium eerder is gestart dan het huidige Programma Wonen, dat sinds juli 2024 van kracht is. Het Rivium maakt wel onderdeel uit van het door de provincie Zuid-Holland vastgestelde woningbouwprogramma van de gemeente Capelle aan den IJssel.

4.5 Programma Mobiliteit 2020-2030 Het Programma Mobiliteit ziet toe op het waarborgen van een goede bereikbaarheid met alle vormen van vervoer binnen de gemeente. Het streven is dat inwoners en bezoekers zoveel mogelijk met het openbaar vervoer, te voet of de fiets reizen. Daarmee moet de doorstroming van het verkeer en de leefbaarheid in de gemeente verbeteren. Het programma is uitgewerkt in een aantal ambities om deze doelstellingen te behalen:

43

•

• • •

•

Bereikbaarheid: de druk op het wegennet van Capelle aan den IJssel is groot. In de spitsuren stroomt het verkeer onvoldoende door op de hoofdaders van Capelle. Met name de Algeracorridor, de Abram van Rijckevorselweg, de Capelseweg/Kanaalweg en de aansluitingen op de rijkswegen zijn aandachtspunten. Voor 2030 en daarna is de ambitie om de bereikbaarheid en doorstroming op een hoog niveau te hebben en te houden. Geen sluipverkeer op de bestaande infrastructuur, het verhogen van de capaciteit waar nodig en het verbeteren van de ketenmobiliteit staan hierin centraal. Dit betekent ook inzet op openbaar vervoersverbindingen en (hoogwaardige) fietsverbindingen. Duurzaamheid: in 2030 dient de mobiliteit van Capelle aan den IJssel duurzamer te zijn en moet substantieel minder CO2 uitgestoten worden. Leefkwaliteit: de leefkwaliteit van Capelle aan den IJssel wordt in alle wijken van de stad verbeterd. Verkeersveiligheid: het streven naar nul verkeersdoden en geen verkeersongevallen meer te hebben in Capelle. Maar ook het gevoel van verkeersveiligheid gaat verbeteren (subjectieve verkeersveiligheid). Economie: maatregelen m.b.t. het verkeer hebben een positieve bijdrage aan de economie en het ondernemersklimaat van Capelle aan den IJssel.

Toetsing De transformatie van het Rivium vindt plaats op enige afstand van het bus- en metrostation Kralingse Zoom. Om de verbinding met dit station te verbeteren, wordt ingezet op het gebruik van de ParkShuttle. Vanaf de eindhalte nabij de Rivium Promenade kan men in de toekomst lopend naar de inmiddels gerealiseerde Waterbushalte. Ook worden op diverse locatie fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd (indien mogelijk inclusief deelfietsen). Daarmee vormt het openbaar vervoer een aantrekkelijk alternatief voor de auto.

Voor een goede inpassing en evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient het plan te voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor auto en fiets. Hiervoor gelden voor het Rivium specifieke parkeernormen welke door de gemeente zijn vastgesteld. Vanuit het omgevingsplan wordt hiernaar verwezen. Op deze wijze is geborgd dat het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Overigens betreft dit een zogenoemde ‘dynamische’ verwijzing, wat inhoudt dat de parkeernormen niet letterlijk in het omgevingsplan zijn opgenomen maar dat er naar de parkeernormen verwezen wordt. Wanneer er in de toekomst nieuwe parkeernormen gaan gelden, worden die op deze wijze ook van toepassing voor Rivium, zonder dat het omgevingsplan daarvoor gewijzigd hoeft te worden. Specifiek voor Rivium worden gelijktijdig met de wijziging van het omgevingsplan ook de parkeernormen voor het Rivium geactualiseerd, zoals nader beschreven in paragraaf 5.2. Conclusie De herontwikkeling van het Rivium is in lijn met het Programma Mobiliteit, omdat wordt ingezet op het stimuleren van openbaar vervoer, lopen en fietsen. In paragraaf 5.2 wordt nader toegelicht hoe met een specifieke mobiliteitsaanpak voor Rivium aan deze ambities wordt voldaan en op welke wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

4.6 Programma Economie 2024-2027 De gemeenteraad heeft op 18 december 2023 het Programma Economie 2024-2027 vastgesteld en daarin haar ambities voor een levendige en toekomstbestendige economie vastgelegd. Daarbij wil de gemeente inzetten op meer werkgelegenheid voor Capellenaren, een sterkere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, inspelen op de veranderende bedrijfsbehoeften door functiemenging, het 44

beter benutten van bedrijventerreinen en het aantrekkelijker maken van de detailhandel- en horecaomgeving. Hiervoor wordt ingezet op een drietal ambities: 1. Vestigingsklimaat & werkgelegenheid: Het inzetten op behoud van bestaande bedrijvigheid door het versterken van de lokale economie en het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid richting 2030. 2. Bedrijventerreinen & werklocaties en detailhandel: Het planologisch beter benutten van bestaand aanbod aan bedrijvigheid om zo ruimte te bieden aan nieuwe bedrijven binnen de gewenste sectoren en bestaande bedrijven te laten groeien in de gemeente. 3. Horeca & leisure: Het versterken van de positie van de Capelse detailhandel en horeca door het inzetten op een aantrekkelijk en gevarieerd aanbod en het stimuleren van lokale en regionale samenwerkingen voor leisure. Toetsing Ten aanzien van deze ambities wil de gemeente onder andere meer ruimte voor door het bedrijfsleven gevraagde voorzieningen en bedrijfsruimten creëren bij werklocaties zoals het Rivium. Om leegstand van kantoren tegen te gaan en meer ruimte voor passende bedrijvigheid te faciliteren, wordt het monotone kantorenpark Rivium deels getransformeerd tot woningbouw. De mix op het terrein moet zorgen voor een gezonde balans tussen werken en wonen.

Een belangrijk aandachtspunt bij de transformatie is dat bestaande bedrijvigheid goed bereikbaar moet blijven en dus een goede bouwlogistiek nodig is. Ook wil de gemeente de ParkShuttle zowel kwalitatief als kwantitatief verder uitbreiden om het vestigingsklimaat te verbeteren.

Conclusie Onderhavig planvoornemen om het Rivium te transformeren, draagt bij aan de gestelde ambities uit het Programma Economie. In het Nieuwe Rivium is een mix aan functies voorzien, waarbij bestaande (leegstaande) kantoren worden getransformeerd tot woningbouw en bijbehorende voorzieningen. We willen van een monotoon kantorenpark op een snelweglocatie naar een mixed used werk/woonlocatie. Het plan maakt verdere uitbreiding van de ParkShuttle mogelijk, waardoor verbinding met het metrostation Kralingse Zoom kan worden verbeterd.

4.7 Programma Duurzaamheid 2023-2026 Op 3 juli 2023 is het Programma Duurzaamheid 2023-2026 vastgesteld door de gemeenteraad. Het Programma Duurzaamheid 2023-2026, ‘Capelle verandert duurzaam', is een uitwerking van het Koersdocument Duurzaam Capelle. De ambities van het Programma Duurzaamheid zijn als volgt: • • •

De energietransitie stevig doorzetten: hierbij hoort ook het verminderen van energiearmoede. Capelle stap voor stap klimaatadaptief inrichten: hierbij hoort ook het versterken van de biodiversiteit. De nadruk ligt hierbij op een groene inrichting van de stad. Aan de slag met circulariteit: dit houdt in dat de gemeente circulair wil gaan werken en Capellenaren en Capelse ondernemers in staat wil stellen te profiteren van de nieuwe ‘groene’ economie.

Toetsing De transformatie van het Rivium biedt door haar omvang ruime mogelijkheden om invulling te geven aan de duurzaamheidsambities. Het is conform wettelijke eisen verplicht om nieuwe woningen aardgasvrij en Bijna Energieneutraal (BENG) te bouwen. Hiermee draagt het bij aan de energietransitie (punt 1). Ook zijn zonnepanelen op de daken voorzien. 45

Voor het onderdeel klimaatadaptief inrichten (punt 2) zijn vanuit het beeldkwaliteitsplan+ (zie paragraaf 2.5) ambities opgenomen. In het omgevingsplan worden eisen gesteld voor het met groen inrichten van binnenhoven en daken. Inzake de pijler ‘Circulair’ (punt 3) is aandacht voor vrijkomende reststromen en het hergebruik van bestaand materiaal van belang. Dit met het oog op materiaalgebruik na het verstrijken van de levensduur van het materiaal. Ook de materiaalkeuze bij de transformaties speelt hierbij een rol. Anderzijds wordt een lange levensduur van materialen nagestreefd zodat materiaalgebruik kan worden geminimaliseerd. Bij het concreter worden van de bouwplannen zal dit nader worden uitgewerkt. Conclusie De transformatie van het Rivium draagt bij aan de ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid. In paragraaf 5.15 komt dit onderwerp verder aan de orde.

4.8 Weerkrachtig Capelle Het gemeentelijk beleid voor klimaatadaptatie is vastgelegd in Weerkrachtig Capelle (vastgesteld op 7 maart 2022 door de gemeenteraad). Deze leidraad is vooral een koers om de leefomgeving 'weerkrachtig' in te richten, zodat de stad klaar is voor een veranderend klimaat met extremer weer in 2050. In de toekomst zal extremer weer steeds vaker voorkomen. In de leidraad wordt ingegaan op wateroverlast, droogte, hitte, overstroming, biodiversiteit en bodemdaling. Huidige weersextremen kunnen in Capelle relatief goed worden opgevangen. Het grootste deel van de gebouwen is gebouwd op stevige betonpalen, waardoor deze niet wegzakken. De stad ligt aan de Hollandsche IJssel en de Nieuwe Maas, goed beschermd door keringen en dijken. Toch hebben klimaatveranderingen ook gevolgen voor Capelle. In Weerkrachtig Capelle zijn per onderwerp de ambities en acties beschreven die de gemeente wil hanteren om in 2050 een weerkrachtig ingerichte stad te zijn. De ambities die betrekking hebben op de (her)inrichting van de openbare ruimte zijn gebundeld in een ambitiematrix. Toetsing Bij het bepalen van de kaders voor de herontwikkeling van het Rivium is ook aandacht besteed aan de diverse onderdelen die bij klimaatadaptatie aan bod komen.

Vanuit het oogpunt van wateroverlast wordt door het aanbrengen van voldoende groen in de openbare ruimte en de particuliere buitenruimten van de bouwblokken de buffering van hemelwater geborgd. Ook op de daken van de nieuwbouw komen mogelijkheden voor het bufferen van water. Ten aanzien van hitte zijn diverse koele plekken voorzien in de openbare ruimte. Diverse eisen op het onderdeel klimaatadaptatie zijn opgenomen in het BKP+ en waar nodig vertaald naar dit omgevingsplan.

Conclusie Ten aanzien van hitte zal de bebouwing ten minste voldoen aan de op dat moment vigerende wettelijke normen met betrekking tot het Besluit bouwwerken leefomgeving en de eisen met betrekking tot BENG. Benodigde maatregelen ten aanzien van neerslag, overstroming en droogte worden bij het ontwerp van de openbare ruimte geïntegreerd en zijn opgenomen in het BKP+. In paragraaf 5.13 komen deze aspecten nader aan de orde.

46

4.9 Programma Buitenruimte De gemeenteraad heeft 11 juli 2023 het Programma Buitenruimte vastgesteld. Dit bestaat uit een koersdocument en een uitvoeringsprogramma. Het programma richt zich op versterking van de waarden van de buitenruimte en kent raakvlakken met diverse andere beleidsstukken van de gemeente. Het stimuleert de rol van particulieren rond water, groen en natuur, en vraagt ze ook via hun eigen percelen bij te dragen. Het richt zich op de uitvoering van het gemeentelijke beleid en wensen van partners als ondernemers en organisaties. Daarbij ligt de focus voornamelijk op thema’s als klimaatverandering, achteruitgang van de biodiversiteit, eenzaamheid en armoede. Koersdocument Vanuit het koersdocument wordt vanuit het ruimtelijk perspectief ingezet op vijf aspecten: 1. 2. 3. 4. 5.

Stevige groenblauwe basis Groots landschap Mooi netwerk Sterke centra Fijne wijken

Toetsing Specifiek voor het Rivium dient vanuit het eerste aspect ingezet te worden op meer ruimte voor zichtbare waterberging met groen, het treffen van groenmaatregelen die de beleving van de omgeving verbeteren en helpen bij het beperken van hittestress en invangen van fijnstof. Ook wordt beoogd om de biodiversiteit te verhogen door aandacht te hebben voor de keuze van plantsoorten, aangepast bermbeheer en waterkwaliteit. Deze ambities worden samengebracht in het ontwerp voor de openbare ruimte. Bij het opstellen van dit ontwerp heeft een toetsing plaatsgevonden van de klimaatbestendigheid. Het ontwerp is als klimaatbestendig beoordeeld, onder meer door het toepassen van voldoende bomen, wadi’s, groen, infiltratiemogelijkheden en een robuust rioolstelsel. Bij het verder uitwerken van het ontwerp wordt rekening gehouden met het ecologische aspect, door de juiste keuzes te maken in type beplanting en bomen.

Ten aanzien van het vierde aspect is het doel om in het Nieuwe Rivium een herkenbaar wijkhart met een gebiedseigen karakter te realiseren door eenheid te brengen in de buitenruimte. Verder is de ambitie om aan het waterfront, waar kan worden overgestapt op de watertaxi en -bus, een plek te faciliteren waar de overstap van het ene vervoersmiddel naar het andere comfortabel is, het dienstenaanbod goed zichtbaar, de aansluiting op de omgeving goed is en het prettig is voor wachten en ontmoeting. Vanuit het laatste aspect wordt focus gelegd op beeldbepalende lanen, zoals het noordelijk deel van de Rivium Boulevard richting de Rivium 1e straat, en het zuidelijk deel van de Rivium Boulevard richting de Rivium Promenade als ‘spil van de wijk’ te laten functioneren welke diverse gebruiksvormen verbinden. Daarbij wordt ingezet op versterking van de natuurbeleving getijdenrivier, aansluiting zoeken bij getijdenpark, zicht op de rivier en haar natuur verbeteren en benutten van kansen voor natuurwaarden aan de getijdenrivier. Uitvoeringsagenda De Uitvoeringsagenda concretiseert de ambities uit het Koersdocument. Om dit nader te concretiseren worden pilots opgesteld, beheeracties geformuleerd, onderzoeken uitgevoerd en monitoring gedaan. Het Rivium maakt geen onderdeel uit van één van de pilots.

47

Conclusie De beoogde ambities ten aanzien van de buitenruimte in het Nieuwe Rivium zijn vastgelegd in het BKP+. Deze aanpak is in paragraaf 2.7 aan de orde gekomen, waar ook beschreven is wat de (voornaamste) elementen zijn die in dit ontwerp opgenomen zijn. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de ambities vanuit het Programma Buitenruimte.

48

5 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1 Milieueffectrapportage Aan dit omgevingsplan voor de transformatie van Rivium is een mer-procedure (milieueffectrapportage) gekoppeld. Het doel van de mer-procedure is om milieu- en natuurbelangen een volwaardige plaats te geven bij de besluitvorming over projecten die tot mogelijke nadelige milieugevolgen kunnen leiden. Het MER (milieueffectrapport) dient als hulpmiddel bij de besluitvorming over het ruimtelijk besluit van dergelijke projecten. Het initiatief van de gebiedstransformatie van het Nieuwe Rivium is vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) getoetst aan de destijds vigerende wet- en regelgeving. Een mer-plicht kon vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ontstaan vanuit zowel een plan-mer-plicht (op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer) als een project-mer-plicht (op basis van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer en de uitwerking ervan in de vorm van het Besluit milieueffectrapportage). Voor de eerste is een mer-procedure verplicht indien in het kader van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling nodig is. Voor de laatste is een mer-procedure verplicht indien er sprake is van activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) is beschreven welke activiteiten dit betreffen.

Uit de toetsing aan de destijds vigerende Wet milieubeheer bleek dat de gebiedstransformatie van het Nieuwe Rivium een stedelijk ontwikkelingsproject is zoals opgenomen in categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat via een zogenaamde mer-beoordeling de gemeente moet bepalen of de ontwikkeling belangrijke negatieve milieueffecten kan hebben en of daarom een MER moet worden opgesteld. Vanwege op de aard en omvang van de ontwikkeling en de al uitgevoerde verkennende onderzoeken heeft de gemeente besloten de fase van de mer-beoordeling over te slaan en direct een MER op te stellen. Hierop is de uitgebreide mer-procedure van toepassing, waarbij een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en een MER moeten worden opgesteld.

5.1.1 MER Het nieuwe Rivium Het MER is in verschillende stappen tot stand gekomen en heeft bijgedragen aan inhoudelijke keuzes voor het ruimtelijk plan. Deze paragraaf gaat daarop in. MER 1.0 In een eerste versie van het MER (MER 1.0; januari 2023) is een effectbeoordeling uitgevoerd van voorlopige alternatieven waarmee bandbreedte van effecten is verkend en een aanzet voor een voorkeursalternatief (VKA) is bepaald. De aanzet voor het VKA bevatte richtinggevende keuzes en een omschrijving van nader uit te werken opgaven die uit de effectbeoordeling naar voren waren gekomen. Het effectonderzoek werd nog onder oude regelgeving uitgevoerd. Het MER 1.0 betrof een tussenversie gebaseerd op het Gebiedspaspoort 2.0 en werd gebruikt voor afstemming binnen de gemeente, voor afstemming met betrokken omgevingspartijen en ontwikkelaars zoals de wijkraad Kralingseveer en een klankbordgroep (KBG). Vanuit de wijkraad Kralingseveer en KBG is naar aanleiding van het MER 1.0 het verzoek gekomen om in het verkeersonderzoek twee fundamentele zaken te verbeteren: 1. In het MER 1.0 was uitgegaan van een referentiesituatie (vergelijkingsbasis voor de bepaling van effecten) waarbij de maximale mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan Rivium (10 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld) werden benut. Omdat dit vanwege de

49

leegstand in het Rivium geen representatief beeld geeft verzochten de wijkraad en de KBG om de verkeersanalyse uit te gaan van een meer realistische referentiesituatie. 2. Ook had de gemeente een proef uitgevoerd met een tijdelijke knip in de Rivium Boulevard (tijdelijke wegafsluiting) en de gevolgen daarvan gemonitord met verkeerstellingen in de buurt. Deze resultaten weken af van de modelmatig berekende resultaten die in het MER 1.0 stonden beschreven. De wijkraad en de KBG hebben daarom verzocht om de verkeersanalyses op basis van de proef bij te stellen. MER 2.0 Voor de tweede versie van het MER (MER 2.0; september 2023) is verder gewerkt aan de uitwerking van het VKA en werden de (meeste) eerder geconstateerde opgaven opgelost. Ook dit MER werd nog onder de oude milieuregelgeving opgesteld. Het MER 2.0 is met het voorontwerp bestemmingsplan gebruikt voor het vooroverleg met andere bestuursorganen en met adviesorganen zoals de DCMR. MER 3.0 In de derde versie van het MER (MER 3.0; november 2025), welke is bijgevoegd in bijlage 4, is het onderzoek aangepast en geactualiseerd op basis van de Omgevingswet (januari 2024) en is het definitief VKA bepaald. Daarnaast zijn de genoemde aandachtspunten van de wijkraad en de KBG, alsmede de adviezen uit het vooroverleg verwerkt.

Tot slot is vanwege de langere duur van de planvoorbereiding en het onderzoek een nieuw referentiejaar gehanteerd dat verder in de toekomst ligt. Fundamentele aanpassingen in de aanpak en uitgangspunten zijn alleen doorgevoerd voor de effectbepaling van het definitieve voorkeursalternatief om tijd en publieke middelen te sparen en uitgevoerd onderzoek niet (onnodig) over te doen. Daarmee zijn de effectbeoordelingen van de voorlopige alternatieven niet 1-op-1 te vergelijken met die van het VKA, en moet bij een vergelijking rekening gehouden worden met de gewijzigde uitgangspunten. Voorkeursalternatief Om tot het voorkeursalternatief te komen, zijn gaandeweg verschillende beslissingen nodig geweest: eerst is een keuze gemaakt in het programma op basis van de uitkomsten van de analyses van het basisalternatief en het plusalternatief. Vervolgens is bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn om tot een haalbaar plan te komen. Het maken van de keuze voor het programma en het bepalen van de maatregelen is gedaan op basis van de effectbeoordelingen en het doelbereik van de twee alternatieven. Daarnaast is bepaald welke maatregelen wenselijk zijn om het plan verder te optimaliseren. Uit de milieueffectbeoordelingen blijkt dat er nauwelijks verschillen te verwachten zijn in de effecten van het basisalternatief met 5.000 woningen en het plusalternatief met 6.000 woningen.

Vanzelfsprekend kan met het grotere woningbouwprogramma een groter deel van de (regionale) woningbouwopgave worden gerealiseerd, zo blijkt ook uit de beoordeling op doelbereik. Gelet op de grote en urgente vraag naar woningen is gekozen voor 5.500 woningen. Hierbij geldt als verduidelijking dat dit aantal van 5.500 woningen gehanteerd is in het voorkeursalternatief in het MER, terwijl deze omgevingsplanwijziging voor fase 1 van het Nieuwe Rivium uitgaat van een maximum van 5.000 woningen. Deze fasering is reeds eerder beschreven in hoofdstuk 2 van deze motivering.

50

Naast de woningbouw worden in het voorkeursalternatief (en in deze omgevingsplanwijziging) bedrijven en bijbehorende (commerciële) voorzieningen mogelijk gemaakt. Uit de effectbeoordelingen uit het MER komt naar voren dat, om tot een uitvoerbaar plan te komen, op sommige punten mitigerende maatregelen nodig zijn. Dat kan zijn omdat wet- en regelgeving dat voorschrijft, maar ook omdat er anders geen goed functionerend gebied ontstaat. Naast de noodzakelijke maatregelen zijn er ook maatregelen waarvoor meer afwegingsruimte bestaat. Deze maatregelen kunnen vanuit veiligheid, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, milieuoogpunt of de ambities van het plan wenselijk zijn. De maatregelen zijn hierna beschreven. Borging in omgevingsplan Het voorkeursalternatief en de randvoorwaarden daarvoor zijn in dit omgevingsplan vastgelegd. De uit het MER volgende tabel met maatregelen om bij het VKA te borgen, is opgenomen in bijlage 32 bij deze motivering. Voor zover dit maatregelen zijn die in het omgevingsplan geborgd worden, maakt diezelfde tabel ook inzichtelijk hoe en waar dat in dit omgevingsplan is gedaan.

5.1.2 Monitoring en Evaluatieprogramma Een verplicht onderdeel van de milieueffectrapportage is ook dat na de besluitvorming over de omgevingsplanwijziging wordt gemonitord in hoeverre de daadwerkelijk optredende effecten van de ontwikkeling in lijn zijn met de voorspelde effecten in het MER en of moet worden bijgestuurd om te grote/grotere negatieve effecten te voorkomen. Hiervoor is een Monitoring en Evaluatieprogramma (MEP Rivium) opgesteld. Voor het monitoren van de effecten vormen de voorspelde effecten in het MER de vergelijkingsbasis. Er wordt gekeken naar diverse milieueffecten in de aanleg/bouwfase en de gebruiksfase. De monitoring en evaluatie van milieueffecten bestaat uit een regelmatige monitoring (dataverzameling en verslaglegging) en evaluatie van die bevindingen. De data en evaluatie worden gerapporteerd aan de gemeenteraad van Capelle aan den IJssel (bevoegd gezag voor de omgevingsplanwijziging). Op basis hiervan kan de gemeenteraad beslissen of er op enig moment (aanvullende) maatregelen en/of nader onderzoek nodig zijn. Dit kan het geval zijn wanneer blijkt dat de milieueffecten aanzienlijk groter zijn dan verwacht. Ook kan besloten worden om het MEP tussentijds aan te passen, vanwege nieuwe ontwikkelingen.

De looptijd van het MEP start voor aanvang van de eerste bouwactiviteiten en loopt in ieder geval 10 jaar door, parallel aan ontwikkelfase 1, waarna wordt besloten of verlenging nodig is. Het MEP Rivium is als bijlage 45 bij deze motivering opgenomen.

5.2 Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de ontwikkeling mogelijk maakt te worden onderbouwd dat er voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn voor het opvangen van de parkeerbehoefte en dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet. Deze paragraaf voorziet in die motivering, waarbij ook de artikelen 7.45c (bereikbaarheid) en 7.45f (parkeernormen sociale huur) van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening betrokken zijn.

51

Onderzoeksresultaten Met het oog op de voorgenomen transformatie van het Rivium, is door Haskoning verkeersonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 33 bij deze motivering. Die bijlage betreft een specifiek voor het omgevingsplan opgestelde rapportage, waarin de verkeerskundige aspecten aan de orde komen van de transformatie zoals die met deze omgevingsplanwijziging mogelijk wordt gemaakt. Voor de volledigheid wordt erop gewezen dat er in een eerder stadium, namelijk in het kader van het MER, ook (bredere) verkeersonderzoeken zijn uitgevoerd. Deze onderzoeken en keuzes die (mede) naar aanleiding van die onderzoeken zijn gemaakt, zijn in het MER beschreven. Daarvoor wordt verwezen naar bijlage 4 (MER) en bijlage 6 (Deelrapport verkeer Rivium (alternatieven en VKA)). In deze paragraaf wordt eerst de beoogde mobiliteitsaanpak voor het Nieuwe Rivium beschreven, waarna vervolgens de effecten op de verkeersafwikkeling en het parkeren worden toegelicht. Mobiliteitsaanpak Vanuit het gebiedspaspoort 2.0 is de ambitie gesteld dat het Rivium goed bereikbaar moet zijn per fiets en openbaar vervoer en alternatieven biedt voor de auto. Hierbij zijn alternatieven als deelmobiliteit, fiets-parkeren, een waterbushalte en hoogwaardig en hoogfrequent zelfrijdend openbaar vervoer tussen Kralingse Zoom en de Nieuwe Maas, beide ingericht als transferium, benoemd.

Vanaf het begin van de planvorming is ingezet op een mobiliteitstransitie waarbij met slim parkeren en goede infrastructuur voor actieve mobiliteit wordt ingezet op het stimuleren van lopen, fietsen en het gebruik van het openbaar vervoer. In het document ‘Het Nieuwe Rivium, Mobiliteitsaanpak 2020-2030’, opgenomen in bijlage 34 bij deze motivering, is deze aanpak verder uitgewerkt. Om aan de beschreven ambitie te voldoen, is de gemeente Capelle aan den IJssel uitgegaan van het zogenaamde STOMP principe. STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en ten slotte de Privéauto. De gedachte bij het STOMP principe is dat men bij het zoeken naar mobiliteitsoplossingen in een stedelijk gebied eerst begint met oplossingen voor voetgangers en fietsers, dan voor OV en deelmobiliteit en op de laatste plaats de privéauto. De voorziene ingrepen zijn daarom ook in volgorde van deze modaliteiten tot stand gekomen en hierna beschreven. Lopen In de transformatie is opgenomen dat er centraal in het Rivium een marktplein komt dat te voet vanuit het hele Rivium goed te bereiken is en dat ervoor zorgt dat er geen doorgaand autoverkeer van noord naar zuid en zuid naar noord kan rijden via de Rivium Boulevard, Rivium Oostlaan of Rivium Westlaan.

Naast het weren van het doorgaande verkeer in het Rivium worden de Riviumstraten zoveel mogelijk autoluw ingericht als erftoegangsweg in een 30 km/uur-zone en worden de looproutes naar de Parkshuttle aangenaam. Alle straten in het Rivium worden voorzien van voldoende brede trottoirs. Daarmee is niet alleen de positie van de voetganger overal goed, maar ontstaan ook goede looproutes naar de haltes van de Parkshuttle. De drukkere ontsluitende wegen in het Rivium, zoals het noordelijk deel van de Rivium Boulevard en Rivium 1e straat, krijgen veilige oversteekvoorzieningen. De maximumsnelheid van de Rivium 1e straat blijft 30 km/h om de veiligheid en de leefbaarheid te garanderen. Fiets Goede fietsverbindingen zijn een voorwaarde voor een goede bereikbaarheid per fiets, als alternatief voor de auto. Rivium ligt op korte (fietsafstand) van OV-hubs Kralingse Zoom en Capelsebrug en daarnaast zijn goede fietsverbindingen naar Rotterdam en Capelle Centrum van belang. Een belangrijk onderdeel hiervan is de nieuwe metropolitane fietsroute (MFR) Rotterdam-Dordrecht. Om vanuit het 52

Rivium goed aan te sluiten op deze MFR en de metrostations Kralingse Zoom en Capelsebrug wordt het westelijke fietspad op de Rivium Boulevard over de N210 opgeheven, zodat het fietspad aan de oostelijke zijde kan worden verbreed en goed in twee richtingen bereden kan worden. Er wordt in het verlengde van de Rivium Westlaan een fietsbrug parallel aan het Parkshuttle viaduct over de N210 aangelegd als onderdeel van de MFR Rotterdam-Dordrecht. Het noordelijk gelegen fietspad langs Rivium 1e straat wordt verplaatst naar de zuidzijde van de weg. Met deze verlegging naar de zuidkant zijn er minder oversteekbewegingen voor de fietsers. Fietsers vanuit Rivium worden zo veel mogelijk over de Rivium Westlaan geleid om het Marktplein te ontzien van doorgaand fietsverkeer. Via de Zuidelijke Fietsroute is er een goede verbinding met Capelle Centrum. De beoogde fietsstructuur is weergegeven in Figuur 5.1.

Figuur 5.1 Beoogde fietsstructuur Rivium

Openbaar vervoer De Parkshuttle, een innovatieve vorm van onbemand OV, is al sinds 1999 aanwezig in Rivium en verbindt Rivium met metro- en busstation Kralingse Zoom. Volgens de dienstregeling rijdt de Parkshuttle met een frequentie van 24 shuttles per uur in de spits en een lagere frequentie in daluren. Sinds 2023 rijdt de derde generatie Parkshuttle. Dit type biedt meer capaciteit en comfort. Voor fase 1 van het Rivium komen er extra voertuigen en willen we de tijden verruimen dat men gebruik kan maken van de Parkshuttles. Ook worden camera’s geplaatst om de sociale veiligheid met name in de avonduren te verhogen. Op deze wijze wordt beoogd het comfort, de veiligheid en frequenter gebruik van de Parkshuttle te stimuleren.

53

De loopafstand tot de bestaande parkshuttlehalte valt altijd binnen een radius van 400 meter (met uitzondering van een klein deel van het noordoostelijk deel van blok 2) en in de meeste gevallen is de loopafstand niet meer dan 200 meter, zie figuur 5.2. De insteek is om de Parkshuttle verder door te trekken naar het Marktplein via de Rivium 2e straat en door te trekken naar de Rivium Promenade. In dat geval worden de loopafstanden naar de nieuwe beoogde haltes nog korter. Daarnaast komt er een ongelijkvloerse kruising voor de Parkshuttle ter hoogte van de Rivium 1e straat. Hierdoor kan de Parkshuttle conflictvrij doorrijden, wat ten goede komt aan de doorstroom van fietsers en auto's op de Rivium 1e Straat. Een doortrekking zal via een fysieke gesloten baan zijn. In de onderstaande afbeelding is de gewenste OV-circulatie weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080074/2