08.03 - Bijlage 1.0 - Nota van Beantwoording Rivium
Tekst van het document
De orangerie is gebouwd op grond die momenteel in eigendom is van Rivium Real Estate. Er zijn ons geen privaatrechtelijke beperkingen op deze grond bekend, de grondeigenaar mag eisen dat de orangerie verwijderd wordt. In de omgevingsplanwijziging wordt hier dan ook niet op ingegaan. De gebouw- en grondeigenaar van het Zalmhuis heeft inmiddels een overeenkomst gesloten met Rivium Real Estate b.v. waarin afspraken gemaakt zijn over het tijdelijk behoud en uiteindelijke verwijdering van de orangerie.
3.1 Door parkeren in onder andere de avond- en de nachtperiode treden maximale geluidniveaus van ten hoogste 73 dB(A) op ter plaatse van woonblok 11. De geluidrapportage ‘Horecageluid Rivium’ d.d. 4 juni 2025 geeft mogelijkheden in het overdrachtsgebied of bij de ontvanger (in de vorm van (gevel)maatregelen bij de nieuwbouw) om deze overschrijding bij woningen teniet te
Nee
In artikel 7.1 toevoegen: Onder a: categorie 5 en lid b: het organiseren van congressen
Pagina 75 van 161
3.2. In het Ontwerp is een geluidsnorm van 70 dB(A) als maximum voor gezamenlijk geluid voor woonblok 11 opgenomen. Het is echter onzeker of deze norm haalbaar is, omdat ingrijpende mitigerende maatregelen nodig zullen zijn. Indiener vreest dat de exploitatiemogelijkheden van het Zalmhuis ontoelaatbaar worden beperkt. 3.3. Volgens vaste jurisprudentie moeten de geluidgrenswaarden uit het omgevingsplan worden nageleefd om te voorkomen dat de exploitatiemogelijkheden van SI onevenredig worden belemmerd. Tegelijk moet een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor bewoners worden gewaarborgd. Hierbij biedt paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder bepaalde omstandigheden ruimte om afwijkende geluidsniveaus vast te stellen. 3.4. Het door Haskoning uitgevoerde horecageluidsonderzoek (Bijlage 23 van de plan-MER) wordt als onvolledig en gebrekkig beschouwd. Volgens vaste jurisprudentie moet bij de berekening van de potentiële geluidsbelasting op de woningen worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. In het onderzoek is echter gerekend met horecacategorie 3 en het ‘popspectrum’ uit de Richtlijn Muziekspectra in horecabedrijven (2015), waardoor het onderzoek gebrekkig is. 3.5. Het Zalmhuis is in het geluidsonderzoek onjuist geclassificeerd als horecacategorie 3.
In werkelijkheid wordt de locatie gebruikt voor diverse evenementen, zoals bruiloften en livemuziek, waarvoor ook toestemmingen zijn verleend, onder meer om mechanisch versterkte en livemuziek ten gehore te brengen. Bovendien is het Zalmhuis één van de zeven aangewezen trouwlocaties op gemeentelijk niveau, zoals ook door de gemeente is erkend. Volgens de Richtlijn Muziekspectra had daarom een hogere categorie, zoals ‘housemuziek’, moeten worden gehanteerd. Dit zou leiden tot een 33–41 dB(A) hogere
doen. Dit is geborgd in artikel 22.2 van de omgevingsplanwijziging. 3.2 Gezamenlijk geluid volgt uit de rekenresultaten van verschillende geluidsoorten (op de randen van de bouwvlakken). Gezamenlijk geluid is geen norm waaraan moet worden voldaan, maar een hulpmiddel om te zijner tijd geluidniveaus in woningen te bepalen. 3.3 Het op grond van het Bkl aansturen op afwijkende geluidsniveaus is geen streven in de geluidrapportage ‘Horecageluid Rivium’ d.d. 4 juni 2025.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'congrescentru m'; Op de verbeelding wordt de aanduiding ‘congrescentru m’ toegevoegd.
3.4 De horecacategorie bepaalt de geluiduitstraling richting de omgeving. In het geluidsonderzoek is uitgegaan van horecacategorie 3 (conform de gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan Rivium) en popmuziek. Overigens valt het feitelijke gebruik als restaurant onder horecacategorie 2. 3.5 Zie de reactie in de beantwoording van de zienswijze onder 3.4. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is gebruik van horecacategorie 1 tot en met 3 en 5 toegestaan. Het restaurant wordt gezien als horeca categorie 2. Het bestemmingsplan Rivium ziet voor de betreffende locatie niet op zwaardere horecacategorieën zoals benoemd onder categorie 4 en 6 in het bestemmingsplan Rivium. Het type horeca genoemd onder horeca categorie 4 en 6 heeft een exploitatie die een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, waaronder meer geluidsoverlast.
3.6 Het geldende bestemmingsplan Rivium laat voor de locatie van het Zalmhuis horeca-activiteiten als bedoeld in categorie 'horeca - 1', 'horeca - 2', 'horeca - 3' en 'horeca -
Pagina 76 van 161
geluidsbelasting. Omdat hiermee geen rekening is gehouden, kan het geluidsrapport niet als onderbouwing van het Ontwerp dienen. 3.6 Het hanteren van horecacategorie 3 als uitgangspunt is ook onjuist als dit zou zijn gebaseerd op het maximale planologisch toegestane gebruik in het Ontwerp. Het huidige feitelijke en planologisch toegestane gebruik gaat namelijk verder dan horeca-categorie 3. Eventueel wegbestemd gebruik valt onder het gebruiksovergangsrecht van artikel 24 van het Ontwerp en moet volgens vaste jurisprudentie ook worden betrokken bij de vaststelling van de representatieve maximale planologische mogelijkheden. 3.7 Een contra-expertise van Kupers & Niggebrugge op het geluidsrapport van Haskoning bevestigt de eerder genoemde kritiek. Naast de al genoemde gebreken zijn er ook nog verschillende andere aspecten die aanleiding geven tot bezwaren: - Het equivalente (gemiddelde) bronvermogen van het stemgeluidniveau op de terrassen bedraagt in de praktijk 70 tot 75 dB(A), hetgeen 5 tot 10 dB(A)hoger is dan de door Haskoning gehanteerde waarde van 65 dB(A). Dit resulteert in een stemgeluidniveau op de terrassen van 47 tot 59 dB(A) ter hoogte van de naburige woningen, hetgeen een overschrijding van de geldende geluidnorm in de avondperiode inhoudt van 2 tot 14 dB(A) doorstemgeluid afkomstig van de terrassen.
- Het muziekgeluid afkomstig van de luidsprekers op de terrassen, direct aan de gevels van het Zalmhuis, is niet meegenomen in de beoordeling. - Indien rekening wordt gehouden met duidelijk hoorbaar muziekgeluid (een toeslag van 10 dB(A)), bedraagt de overschrijding ten gevolge van het stemgeluid van de terrassen 12 tot 24 dB(A). - Het maximale bronvermogen voor het stemgeluidniveau bedraagt in de praktijk 105 dB(A), hetgeen 20 dB(A)
5' van de staat van horeca-activiteiten toe. Per abuis is horeca 5 en de functie van congrescentra niet meer opgenomen in de planologische gebruiksmogelijkheden. Dit herstellen we. Daarnaast zijn we bezig met het gemeentebrede omgevingsplan en daarmee met een nieuwe indeling van horecacategorieën. In de vaststelling van deze omgevingsplanwijziging laten we op de locatie van het Zalmhuis de horecacategorieën 1 tot en met 3 toe en horeca 5, conform het ontwerp van de omgevingsplanwijziging. Dit betekent concreet het volgende: Horeca 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij winkelvoorzieningen en waarbij de activiteiten primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en/of dranken voor nuttiging al dan niet ter plaatse, zoals broodjeszaken, ijssalons, lunchrooms en koffietentjes; Horeca 2: vormen van horeca-activiteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse zoals restaurants en bistro's; Horeca 3: vormen van horeca-activiteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren voor nuttiging al dan niet ter plaatse en daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken zoals cafetaria's, automatieken en afhaalhoreca; Horeca 5: vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig
verstrekken van logies met eventueel de daarbij behorende voorzieningen zoals een restaurant en vergader- en congresfaciliteiten. Bijvoorbeeld hotels en pensions. 3.7 - Het gehanteerde geluidvermogen per persoon is op grond van de norm VDI 3770:2012-09 (tabel 1) voor spreken oftewel ‘normal voice’ 65 dB(A). Dat is een gangbare waarde voor terrassen. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat alle personen op de terrassen spreken
Pagina 77 van 161
-
-
-
-
-
hoger is dan de door Haskoning gehanteerde waarde van 85 dB(A). Dit resulteert in een maximaal stemgeluidniveau van de terrassen van 68 tot 81 dB(A) ter hoogte van de naburige woningen, hetgeen een overschrijding van de geldende geluidnorm in de avondperiode inhoudt van 8 tot 21 dB(A). Er is geen onderzoek verricht naar het geluid dat ontstaat door het laden en lossen op het terrein van het Zalmhuis. Er is geen onderzoek verricht naar het geluid dat wordt geproduceerd door de installaties van het Zalmhuis (gemeten bij de gevels, het dak of op de parkeerplaatsen). Er is geen onderzoek verricht naar het equivalente geluidniveau van het verkeer op het parkeerterrein van het Zalmhuis. Dit verkeer maakt deel uit van de inrichting en dient te worden betrokken bij de representatieve bedrijfssituatie, waaronder tevens het muziekgeluid, installaties, parkeren, terrassen, laden en lossen vallen. De berekeningen in het rekenmodel van Haskoning zijn uitgevoerd op waarnemingspunten ter hoogte van gebouw 11, waarbij gebouw 11 niet in de berekening is meegenomen. Door het ontbreken van gebouw 11 worden gevelreflecties niet in de modellering betrokken, waardoor de gemodelleerde geluidsniveaus te laag uitvallen. In de berekening van de maximale geluidsniveaus van het verkeer zijn slechts drie geluidbronnen opgenomen.
Dit is onvoldoende, gezien het feit dat sprake is van circa 130 parkerende voertuigen, waarvan een aanzienlijk aantal zich vlakbij gebouw 11 bevindt. In vergelijking met de oorspronkelijke plannen voor de nieuwe woningen, zijn thans woningen geprojecteerd die dichter bij het Zalmhuis zijn gelegen.
3.8. De contra-expertise (Bijlage 4 van de zienswijze) laat zien dat de mogelijke geluidsbelasting van het Zalmhuis onjuist en onvolledig is onderzocht. Daarom kan het rapport
met een in de VDI-norm genoemde ‘raised voice’ of ‘very loud voice’. - Als relevant merken we de geluiduitstraling van het gehele gebouw inclusief dak en de terrassen van het Zalmhuis aan. De aanwezigheid van een beperkt aantal luidsprekers met achtergrondmuziek beïnvloedt de geluidimmissies in de omgeving niet in relevante mate. - Gelet op de uitgangspunten zoals benoemd in hoofdstuk 3 van het onderzoek horecageluid (bijlage 23) is de genoemde overschrijding niet aan de orde. Voor achtergrondmuziek hanteren we overigens ook de toeslag van 10 dB(A) in onze berekeningen. - Het maximale stemgeluid kan 105 tot 108 dB(A) zijn. Deze waarde sluit bijvoorbeeld goed aan bij schreeuwen door publiek in een voetbalstadion. De norm VDI 3770:2012-09 geeft voor roepen met normale stem een maximaal geluidvermogen van 86 dB(A). De in de berekeningen gehanteerde waarde sluit aan bij de feitelijke situatie en is te kwalificeren als een reëel geluidvermogen. - Omdat laden en lossen zich veelal beperkt tot enkele voertuigen in de dagperiode is dit aspect, bezien over een hele dagperiode, niet geluidrelevant. Piekgeluiden van voertuigen zoals van het dichtslaan van autoportieren zijn wel in het geluidonderzoek betrokken. -Bij de geluiduitstraling door gevels en dak gaan we uit van een lichte opbouw en daarmee een beperkte geluidisolatie van het Zalmhuis.
Door deze keuze is de deelbijdrage van dakinstallaties minder relevant. - Bij verkeer op het terrein richt het geluidonderzoek zich op piekgeluiden van auto’s van bezoekers op de kortst mogelijke afstand van blok 11. Uit de rekenresultaten blijkt dat de bijbehorende geluidimmissies significant zijn. - De basis voor het geluidmodel waarmee het horecageluid is berekend bestaat uit onder andere de rekenposities volgens het wegverkeersmodel. Het wegverkeersmodel is in lijn met de bouwmogelijkheden van deze omgevingsplanwijziging.
Pagina 78 van 161
niet als basis voor het Ontwerp dienen. Omdat de werkelijke geluidsbelasting in de toetssituatie significant hoger is, moet het Ontwerp op dit punt worden aangepast, waarbij de situering van woonblok 11 grondig moet worden aangepast. Anders dreigt een situatie waarin het Zalmhuis niet aan de geldende geluidsnormen kan voldoen, wat een onevenredige belemmering van de exploitatiemogelijkheden van het Zalmhuis zou betekenen. Dit is naar vaste jurisprudentie niet toegestaan.
- De exacte positie van gevels van de nieuwbouw is nog niet bekend. Rekenen aan een situatie met gevelreflecties, mocht daar al sprake van zijn, is prematuur. - Bij parkeren in een omgeving die wordt gekenmerkt door een hoog geluidniveau van wegverkeer zullen vooral piekgeluiden gevolgen kunnen hebben voor het ontwerp. Puntbron 32 is daarom in het geluidmodel op enkele meters afstand van een rekenpositie gesitueerd, hiermee is sprake van een worst case benadering. De berekende waarde van 73 dB(A) geldt voor alle locaties waar voertuigen direct naast bebouwing van blok 11 parkeren. Het toevoegen van geluidbronnen levert met deze benadering geen ander resultaat. 3.8 Het uitgangspunt ten aanzien van de horeca-categorie van het Zalmhuis is voor het aspect muziekgeluid zeer relevant. Elke horeca-categorie heeft haar eigen vorm (en luidheid) van muziek. De hoofdactiviteit (restaurantfunctie) van het Zalmhuis valt onder horecacategorie 2. Aanpassingen op basis van de geluidtechnische bezwaren zijn niet nodig.
10.4: Functiebep erking Zalmhuis
4.1 In het Ontwerp is voor een deel van het Zalmhuis de functie ‘Horeca’ met categorieën 1 t/m 3 toegestaan. Er wordt vermoedelijk verwezen naar de Staat van horecaactiviteiten, maar deze ontbreekt als bijlage. Daardoor is onduidelijk hoe de horeca-categorieën moeten worden uitgelegd, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en aanpassing van het Ontwerp noodzakelijk maakt. 4.2. In het Ontwerp zijn horeca-categorieën 4 en 5 en het gebruik als congrescentrum, die in het huidige bestemmingsplan nog zijn toegestaan, niet langer toegestaan. Daarmee wordt een deel van het bestaande planologisch toegestane gebruik van het Zalmhuis wegbestemd.
4.1 de horeca categorieën zijn opgenomen en gedefinieerd in de begripsbepalingen in artikel 3 (aanvullende begripsbepalingen) van de regels van de omgevingsplanwijziging. 4.2 Indiener stelt dat in het ontwerp van de omgevingsplanwijziging horeca-categorieën 4 en 5 en het gebruik als congrescentrum, die in het huidige bestemmingsplan nog zijn toegestaan voor het Zalmhuis, niet langer mogelijk zijn. Hiermee zou een deel van de bestaande planologische mogelijkheden komen te vervallen.
In artikel 7.1 toevoegen: Onder a: categorie 5 en lid b: het organiseren van congressen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'congrescentru m'; Op de verbeelding
Pagina 79 van 161
Uitgaande van de Staat van horeca-activiteiten bij het bestemmingsplan Rivium zijn de horeca-categorieën 3 t/m 5 als volgt geformuleerd: - "-Horeca 3 (spijsverstrekkers): vormen van horecaactiviteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren voor nuttiging al dan niet ter plaatse alsmede daaraan ondergeschikt het verstrekken van licht-alcoholische en niet-alcoholische dranken en waarvan de exploitatie doorgaans in enige mate een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals cafetaria's, automatieken, afhaalhoreca alsmede horecavormen uit categorie 1 met een groter bruto vloeroppervlak dan 250 m?; - -Horeca 4 (drankverstrekkers): vormen van horecaactiviteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken voor gebruik ter plaatse van alcoholische en niet alcoholische dranken en waarvan de exploitatie doorgaans een lichte aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken, zoals cafés, bars en zalenverhuur alsmede horecavormen uit categorie 3 met een groter bruto vloeroppervlak dan 400 m2; - - Horeca 5 (logiesverstrekkers): vormen van horecaactiviteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van logies en als ondergeschikte functie het verstrekken van maaitijden voor consumptie ter plaatse en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals hotels
en pensions;" 4.3. SI exploiteert het Zalmhuis feitelijk voor horecaactiviteiten die onder categorie 4 vallen, onder meer door het organiseren van evenementen zoals bruiloften en zaalverhuur. Daarnaast wordt de locatie regelmatig gebruikt als congrescentrum voor (zakelijke) bijeenkomsten en evenementen. Hiervoor bestaan voldoende mogelijkheden. 4.4. De gemeenteraad moet in beginsel bestaand en legaal planologisch gebruik als zodanig bestemmen. Afwijking is alleen mogelijk bij nieuwe planologische inzichten en als
De zienswijze is terecht voor zover deze betrekking heeft op het gebruik als congrescentrum en de planologische mogelijkheden tot horeca 5. Dit is in het ontwerp van de omgevingsplanwijziging per abuis niet opgenomen, terwijl het wel wenselijk wordt geacht en in de bestaande planologische situatie is toegestaan. De omgevingsplanwijziging zal hierop bij vaststelling worden aangepast, zodat het gebruik als congrescentrum en horeca 5 alsnog wordt toegestaan. Voor zover de zienswijze betrekking heeft op horecacategorie 4 conform het geldende bestemmingsplan Rivium, geldt dat horeca 4 op basis van het geldende bestemmingsplan niet is toegestaan en we deze functie ook niet wenselijk vinden. In het kader van onze gemeentebrede omgevingsplan zijn de categorieën opnieuw gedefinieerd. Met deze omgevingsplanwijziging voor Rivium nemen we deze over. Horeca 4 zal in deze omgevingsplanwijziging als volgt worden gedefinieerd: vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken ter plaatse, zoals cafés, bars. Het begrip zal worden aangepast ten opzichte van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging met dien verstande dat zaalverhuur niet meer valt onder horeca categorie 4. 4.3 en 4.4: zie reactie onder beantwoording zienswijze 10.4 (onder 4.2). 4.5: Zie reactie onder beantwoording zienswijze 10.4 (onder 4.2).
4.6: zie reactie onder beantwoording 10.4 (onder 4.2) 4.7: Met betrekking tot het Zalmhuis en woonblok 11 zijn de planologische mogelijkheden opnieuw te bezien in het licht van de beoogde gebiedsontwikkeling en de gewenste functiemenging. Zoals bij de beantwoording van de
wordt de aanduiding ‘congrescentru m’ toegevoegd.
Aanpassing van begrip horeca categorie 4: horeca 4: vormen van horecaactiviteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken ter plaatse, zoals cafés, bars. Ten aanzien van woonblok 11 brengen we de planologische mogelijkheden in lijn met die van het Zalmhuis. Toevoegen aan artikel 9.1:
Pagina 80 van 161
aannemelijk is dat het bestaande gebruik op termijn wordt beëindigd. In het Ontwerp ontbreekt hiervoor echter een onderbouwing en is ook onduidelijk hoe beëindiging bestuursrechtelijk zou plaatsvinden. Hierover bestaat in ieder geval geen enkele overeenstemming met SI en hierover is geen overleg of initiatief van de gemeenteraad richting SI geweest. 4.5. De onderbouwing van het Ontwerp is op dit punt onvoldoende. Het bestaande en planologisch toegestane gebruik had daarom niet mogen worden wegbestemd en de bestaande rechten van SI moeten worden gerespecteerd. Hierdoor is het Ontwerp op dit punt gebrekkig en kan daarom niet in stand blijven. 4.6. Het gedeeltelijk wegbestemmen van het planologisch toegestane gebruik leidt tot een ingrijpende exploitatiebeperking voor het Zalmhuis en mogelijkheden voor wijzigingen in het bestaande gebruik (waaronder uitbreiding). In het Ontwerp is onvoldoende gemotiveerd waarom deze beperking noodzakelijk is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en niet onevenredig is voor SI, waardoor aanpassing van het Ontwerp nodig is.
10.5: Stikstof en passende
4.7. Het Ontwerp staat op de locatie van woonblok 11 juist wel horeca-activiteiten in categorie 4 (in de onderste twee bouwlagen) en onder voorwaarden zelfs categorie 5 toe. SI begrijpt daarom niet waarom haar bestaande en planologisch toegestane gebruik wordt wegbestemd (en waarom dit noodzakelijk zou zijn), terwijl dit op naastgelegen percelen wel planologisch mogelijk wordt gemaakt. Dit leidt volgens SI tot een onevenredige beperking van de exploitatiemogelijkheden van het Zalmhuis. 5.1 Voor het Ontwerp is een plan-MER opgesteld, maar geen passende beoordeling. In verschillende documenten die behoren bij de motivering wordt wel beschreven hoe het Ontwerp zich verhoudt tot het vereiste om een passende
zienswijze onder 10.4 (onder 4.2) is aangegeven brengen we voor het Zalmhuis de mogelijkheden voor congrescentra en horeca 5 terug conform het geldende bestemmingsplan Rivium. Horeca categorie 4 is ongewenst en planologisch al niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Rivium (onderdeel tijdelijk omgevingsplan)). Ten aanzien van woonblok 11 brengen we de planologische mogelijkheden in lijn met die van het Zalmhuis. Dit betekent concreet dat we ter plekke geen horeca 4 meer toelaten zoals in de andere ontwikkelvelden, maar enkel horeca 1, horeca 2 en horeca 3. Gelet hierop is geen sprake van een onevenredige beperking van de exploitatiemogelijkheden. De bestaande bedrijfsvoering blijft mogelijk (buiten horeca categorie 4 dat op basis van het bestemmingsplan Rivium al niet is toegestaan).
Uit de voortoets blijkt dat geen sprake is van significante effecten op Natura 2000-gebieden. Er is geen intern salderen toegepast. Voor de gebruiksfase is alleen naar de effecten van de nieuwe verkeersbewegingen gekeken die
m. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met horecacategori e 3' is in afwijking van het bepaalde in sub l uitsluitend horeca behorend tot en met categorie 3 toegestaan; Opnemen op de verbeelding aanduiding ‘horeca tot en met categorie 3’ ter plaatse van blok 11.
In de stikstofmemo (bijlage 24 bij motivering)
Pagina 81 van 161
beoordelin g
beoordeling te maken wanneer een plan of project mogelijk significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kan veroorzaken. 5.2 In Bijlage 20 bij het plan-MER is een (ecologische) voortoets voor stikstofdepositie opgenomen, omdat significante negatieve effecten niet konden worden uitgesloten. Volgens deze berekening bedraagt de stikstofdepositie 0,01 mol/ha/jaar in zowel de bouw- als gebruiksfase op het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Biesbosch, met name op habitats 08 (gebruiksfase) en 11 (bouw- en gebruiksfase). 5.3. In de motivering wordt onderbouwd dat de berekende stikstofdepositie niet leidt tot significante negatieve effecten, waardoor een passende beoordeling niet nodig zou zijn. De term ‘extra’ stikstofdepositie wat steeds in de motivering terugkomt, suggereert echter dat mogelijk sprake is van intern salderen met de stikstofdepositie van de bouw- en gebruiksmogelijkheden (in het bijzonder de verkeersstromen) die de bestaande bestemmingsplannen op de locaties al bieden. Daarom is nadere toelichting nodig op de invoergegevens van de AERIUS-berekeningen om te bevestigen dat alleen de effecten van de nieuwe ontwikkeling zijn meegenomen, zonder dat daarin bestaande verkeersbewegingen zijn verrekend.
ontstaan als gevolg van de ontwikkeling (het projecteffect van het voorkeursalternatief). Er is niet intern gesaldeerd met bijvoorbeeld huidig gasgebruik of bestaande verkeersstromen die al aanwezig zijn in het gebied. Dit zal worden toegelicht in de stikstofmemo (bijlage 24 bij de motivering op de omgevingsplanwijziging).
wordt verduidelijkt dat er géén intern salderen is toegepast.
Als wordt gesproken over extra (stikstof)depositie, gaat het over de totale extra stikstofdepositie op Natura 2000 als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen die de omgevingsplanwijziging mogelijk maakt. Na de terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is het gevraagde advies binnengekomen van Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) op ons verzoek om de stikstofeffecten met betrekking tot de ontwikkeling op Rivium te toetsen. De ODH concludeert dat de omgevingsplanwijziging, gelet op de huidige wet- en regelgeving, de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Wij hebben het ODH advies toegevoegd als bijlage bij de motivering van de omgevingsplanwijziging (zie ambtshalve wijzigingen).
5.4. Als sprake is van intern salderen met het bestaande bestemmingsplan, is dit in de voortoets niet meer toegestaan. Sinds de uitspraak Pasgeld West (14 januari 2026) mag intern salderen bij bestemmings- en omgevingsplannen alleen nog in de passende beoordeling plaatsvinden en moet ook aan het additionaliteitsvereiste worden voldaan. Omdat het Ontwerp hierover onduidelijk is, is nadere toelichting en mogelijk aanpassing nodig. 10.6: Geurbelasti ng
6.1 Uit het Ontwerp blijkt dat één van de woontorens op zeer korte afstand van het Zalmhuis wordt gepland, zelfs op
6.1 Horeca-activiteiten zijn doorgaans goed inpasbaar in gemengd gebied met wonen, ondanks de geuremissies bij voedselbereiding. In de huidige situatie bevinden zich 2
Aanvullen paragraaf 5.8 motivering
Pagina 82 van 161
onvoldoend de locatie van de Orangerie en het buitenterras van het e Zalmhuis. onderzocht 6.2 In de nieuwe situatie blijft slechts enkele meters afstand over tussen het Zalmhuis en de buitengevel van de westelijke woontoren. In de motivering en bijbehorende documenten ontbreekt een goede motivering hoe deze zeer korte afstand past binnen de zoneringsuitgangspunten tussen kwetsbare functies en bedrijfsfuncties uit de VNGHandreiking Bedrijven en Milieuzonering (2024). Bovendien is het Zalmhuis ten onrechte niet meegenomen in de notitie milieuzonering (bijlage 38). 6.3. Volgens artikel 5.92 lid 2 Bkl moet worden verzekerd dat het Ontwerp niet leidt tot een onaanvaardbare geurbelasting op geurgevoelige gebouwen. Er is echter geen onderzoek gedaan naar de geuremissies van het Zalmhuis en de mogelijke effecten op de nieuwe woningen. Gezien de zeer korte afstand is het risico op geurhinder reëel, wat kan leiden tot beperkingen voor de exploitatie van het Zalmhuis, bijvoorbeeld in de vorm van maatwerkvoorschriften op grond van het omgevingsplan. Dit leidt tot een onevenredige belemmering van de exploitatiemogelijkheden van het Zalmhuis. Door het ontbreken van onderzoek kan het Ontwerp ook op dit punt niet ongewijzigd blijven. 10.7: Impact hoogbouw onvoldoend e onderzocht
7.1. Het Ontwerp maakt de bouw van twee woontorens tot 113 meter hoog (inclusief een tussenliggende passage) direct naast het resterende deel van het Zalmhuis mogelijk. Dit kan aanzienlijke ruimtelijke gevolgen hebben, vooral voor de bezonning en daglichttoetreding van het Zalmhuis en de terrassen. Het bestaande bezonningsonderzoek (bijlage 13 plan-MER) geeft hierover onvoldoende inzicht, terwijl de afbeeldingen wijzen op een mogelijk grote impact op de zonlichttoetreding. Dit kan tot een ernstige belemmering van de exploitatie van het Zalmhuis leiden. Hier is geen onderzoek naar gedaan en de gevolgen voor het Zalmhuis zijn niet inzichtelijk gemaakt. Tevens
hogere kantoorpanden die respectievelijk ruim 27 meter (Rivium Promenade 134) en ongeveer 25 meter (Rivium Promenade 178) van het emissiepunt van het horecagebouw zijn gelegen. In het onderhavige geval wordt gebruik gemaakt van een afzuiginstallatie die bovendaks emitteert. In de nieuwe situatie kunnen er geurgevoelige gebouwen op kortere afstand komen te liggen. De geursituatie is dan aanvaardbaar te maken als de kookdampen via een ontgeuringsinstallatie bovendaks worden afgevoerd. Dit is vergelijkbaar met de situaties die veelvuldig in het centrumgebied en elders voorkomen en daarmee passend in een hoog stedelijk gemengd gebied. Indien aan de orde zullen hierover te zijner tijd passende afspraken worden gemaakt. 6.2 Zie het gestelde onder 6.1. Paragraaf 5.8 van de motivering wordt aangevuld met het aspect geur in relatie tot het Zalmhuis. Bijlage 38 ziet op bedrijfsactiviteiten met een milieucategorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten.
m.b.t het aspect geur in relatie tot het Zalmhuis.
6.3 Zie het gestelde onder 6.1.
Om aan te tonen dat de toekomstige bebouwing aan de Schaardijk (blok 11 in het ontwerp van de omgevingsplanwijziging) geen negatief effect heeft op de bezonningtoetreding tot het Zalmhuis is een addendum gemaakt op de bezonningsstudie. Hierin is de schaduwwerking van blok 11 in kaart gebracht op 21 maart, 21 juni en 21 december. Uit de resultaten blijkt dat alleen in de zomer schaduw van blok 11 valt op het Zalmhuis. Het gaat hierbij om schaduw in de vroege ochtend voor 08:00 CEST. Dit is buiten de openingstijden van het Zalmhuis en zou de exploitatie ervan dus niet moeten beïnvloeden.
Het addendum bezonning zal worden opgenomen in de bijlagen bij de motivering.
Pagina 83 van 161
10.8 Conclusie
ontbreekt een onderbouwing waaruit blijkt dat er op dit vlak sprake is van een noodzakelijke en evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het Ontwerp is op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid.
Om over daglicht uitspraak te doen is een visualisatie van de visible sky component (VSC) opgenomen. Dit is een indicator voor daglichttoetreding door middel van het aandeel van de hemelkoepel dat zichtbaar is. Hierin wordt de VSC op het Zalmhuis getoond in de huidige situatie en bij realisatie van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging. Het verschil tussen de twee is nihil.
8.1 SI concludeert dat het Ontwerp op meerdere essentiële punten onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende rekening houdt met bestaande gebruiksrechten, de ruimtelijke gevolgen voor het Zalmhuis en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarom wordt verzocht het Ontwerp niet in de huidige vorm vast te stellen.
Zie hiervoor de beantwoording van de zienswijzen onder 10.1 t/m 10.7.
Ja. Addendum bezonning, aanpassing stikstofnotitie aanpassing motivering v.w.b geur en aanpassen horeca 4 begrip en ter plaatse van Zalmhuis max horeca categorie 3 toestaan (conform ontwerp omgevingsplan wijziging) en horeca 5 (conform geldend bestemmingspl an Rivium) met de aanduiding
Pagina 84 van 161
11.1: Achtergron d
1. Het Zalmhuis aan de Schaardijk heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 19e eeuw en is sterk verbonden met de cultuurhistorische en landschappelijke identiteit van het gebied. Het pand vormt een indrukwekkend herkenningspunt langs de Nieuwe Maas en fungeert als publieke ontmoetingsplek voor inwoners uit de regio en wijde omgeving.
1 t/m 4: We nemen de achtergrondinformatie ter kennisgeving aan.
2.Het Zalmhuis is uitgegroeid tot een hoogwaardige locatie voor restaurantbezoeken en voor evenementen zoals bruiloften, zakelijke bijeenkomsten en bijeenkomsten met livemuziek.
De gemeente begrijpt de zorg van indiener. Bij de planvorming is rekening gehouden met de bestaande functies in het gebied, waaronder de exploitatie van het Zalmhuis. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaande, legale bedrijven en voorzieningen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt door de toevoeging van nieuwe, gevoelige functies zoals woningen.
3. Het Zalmhuis is echt een begrip in de omgeving die positief bijdraagt aan de levendigheid en aantrekkingskracht van het gebied. Daarom is het van belang dat de bestaande (planologische) mogelijkheden behouden blijven en de exploitatie niet wordt beperkt door het Ontwerp. 4. Het Ontwerp maakt deel uit van de gebiedsontwikkeling van Rivium, waarbij het bedrijventerrein wordt getransformeerd tot een gemengd woon-werkgebied. Onderdeel hiervan is de bouw van twee woontorens op korte afstand van het Zalmhuis (zie afbeelding). 5.
congrescentru m. Nee
5, 7 en 8: Indiener stelt dat de gebiedsontwikkeling niet mag leiden tot beperkingen voor de exploitatie van het Zalmhuis of tot extra geluidsvoorschriften vanwege de komst van twee woontorens vlak bij het pand.
In het kader van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is onderzoek uitgevoerd naar de akoestische situatie. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake kan zijn van geluid afkomstig van bestaande functies, waaronder het Zalmhuis. Bij de beoordeling geldt het principe dat nieuwe woningen moeten worden ingepast in de bestaande geluidssituatie. Dit betekent dat eventuele maatregelen in beginsel bij de nieuwe ontwikkeling worden getroffen en niet bij bestaande bedrijven. In het kader van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het horecageluid (zie bijlage 27 van de motivering van de omgevingsplanwijziging) van het Zalmhuis. Uit dit onderzoek blijkt dat het muziekgeluid van het Zalmhuis en het geluid van bijbehorende terrassen zonder meer te combineren zijn met de geplande woningbouw. Daarmee vormt de exploitatie van het
Indiener stelt dat de gebiedsontwikkeling niet mag leiden tot beperkingen voor de exploitatie van het Zalmhuis of tot
Pagina 85 van 161
extra geluidsvoorschriften vanwege de komst van twee woontorens vlak bij het pand.
Zalmhuis geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
6. Indiener wijst erop dat de geplande woontorens deels zijn ingetekend op de locatie van de huidige Orangerie van het Zalmhuis, waar al jaren horeca wordt geëxploiteerd. Het Ontwerp vermeldt hier niets over en het is onduidelijk of de gemeente heeft onderzocht of dit een privaatrechtelijke belemmering vormt.
Uit het onderzoek volgt verder dat het parkeerterrein van het Zalmhuis zich direct naast blok 11 bevindt. Woningbouw op de begrenzing van blok 11 kan maximale geluidniveaus ondervinden tot ten hoogste 73 dB(A) in alle beoordelingsperioden. Hiermee wordt de bijbehorende normstelling overschreden. Om te voldoen aan de geluidregels uit het omgevingsplan zijn daarom maatregelen noodzakelijk. Deze maatregelen worden getroffen binnen de nieuwe ontwikkeling en niet bij het bestaande bedrijf.
7. De pandeigenaar heeft in een vroeg stadium contact opgenomen met de gemeente over de gebiedsontwikkeling en zorgen geuit over de geplande woningen op zeer korte afstand van het Zalmhuis, onder meer in een e-mail van 14 juni 2024Waarin o.a. het volgende is opgenomen: "Wel heeft de gemeente al een MER 1.0 opgesteld. Dit rekenmodel zond u mij eerder toe. Aan de hand daarvan heeft indiener een eerste beoordeling laten uitvoeren van de akoestische situatie. Hieruit is gebleken dat met de huidige en de vergunde exploitatie er een zeer forse overschrijding van de geluidsnormen zal plaatsvinden bij de voorziene woningen, in de nachtperiode. Deze overschrijding is dermate hoog dat deze niet op te lossen is met reguliere akoestische maatregelen. Op grond hiervan lijkt woningbouw op een dergelijke korte afstand van het Zalmhuis in beginsel niet mogelijk te zijn. Een eventuele optie zou nog kunnen zijn dat de gevels van de nieuwe woningen "doof', dus zonder te openen delen aan de zuidzijde en de westgevel, worden gebouwd. In dat geval gelden er immers geen normen op de gevels. Indiener wil dan ook bij deze zijn ongerustheid over de voorziene woningbouw bij u, maar ook aan het college en de gemeenteraad neerleggen.
Indiener verzoekt u dringend om met bovenstaande rekening te houden bij de planvorming en te garanderen dat Het Zalmhuis de huidige exploitatie in de toekomst ongehinderd kan voortzetten. Naar de mening van indiener is de voorziene woningbouw niet mogelijk zonder drastische aanpassingen van het
Als alternatief kunnen afschermende maatregelen worden toegepast, waardoor een kleinere afstand mogelijk is. Ook kan worden gekozen voor gevelmaatregelen voor woningen die op korte afstand van het parkeerterrein worden gerealiseerd. Dit is in de regels geborgd in artikel 22.2. Daarnaast volgt uit het onderzoek dat, gelet op het berekende gezamenlijke geluid, extra geluidwerende maatregelen aan de gevels noodzakelijk kunnen zijn om te voldoen aan de vereiste binnenwaarde van 33 dB. Deze maatregelen maken onderdeel uit van de uitwerking van de woningbouw en worden in de verdere planuitwerking en bij de aanvraag van de omgevingsvergunning beoordeeld. In de fase van de omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag, indien daartoe aanleiding bestaat, afwijken van de berekende waarden voor het gezamenlijk geluid, bijvoorbeeld wanneer door aanpassingen in de gebouwen of de omgeving een hogere of lagere waarde voor het gezamenlijk geluid aannemelijk is. Gelet op het voorgaande leidt de gebiedsontwikkeling niet tot aanvullende geluidsvoorschriften of beperkingen voor de huidige toegestane exploitatie van het Zalmhuis.
Pagina 86 van 161
11.2: Geluid
bouwplan, waarin wordt uitgegaan van voornoemde dovengevels."
Eventuele maatregelen worden uitsluitend getroffen binnen de nieuwe ontwikkeling.
8. Met deze informatie lijkt in het Ontwerp echter niets te zijn gedaan.
6. De orangerie is gebouwd op grond die momenteel in eigendom is van Rivium Real Estate. Er zijn ons geen privaatrechtelijke beperkingen op deze grond bekend en de grondeigenaar mag eisen dat de orangerie verwijderd wordt. In de omgevingsplanwijziging wordt hier dan ook niet op ingegaan. De gebouw- en grondeigenaar van het Zalmhuis heeft inmiddels een overeenkomst gesloten met Rivium Real Estate b.v. waarin afspraken gemaakt zijn over het tijdelijk behoud en uiteindelijke verwijdering van de orangerie.
9. Indiener benadrukt dat het om nieuwe woningen gaat en dat het geluidsniveau van bestaande horeca moet worden beschermd. Volgens een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (19 augustus 2020) moeten bestaande rechten bij het vaststellen van een bestemmings- of omgevingsplan zoveel mogelijk worden gehandhaafd en mogen horeca-inrichtingen niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
Zie beantwoording zienswijze 10.4 onder 4.2.
10. In de motivering van het Ontwerp wordt verwezen naar een horecageluidsonderzoek van Royal Haskoning (4 juni 2025) naar de geluidsbelasting van onder meer het Zalmhuis op de geplande woningen. Het is echter onduidelijk waarom daarbij wordt verwezen naar een publicatie in het gemeenteblad van 28 september 2023, die van ná de huidige exploitatievergunning dateert. Volgens indiener moet worden uitgegaan van de definities uit het geldende bestemmingsplan ‘Rivium’.
Nee In het horecageluidonderzoek wordt 1 keer naar de exploitatievergunning verwezen. Het gaat dan om de openingstijden van het terras. Deze worden en zijn niet geregeld in de omgevingsplanwijziging. In de omgevingsplanwijziging wordt bepaald welke type horeca zich mag vestigen. Dit is voor het Zalmhuis duidelijk aangegeven in de beantwoording van zienswijze 10.4 onder 4.2
11. In het onderzoek wordt uitgegaan van een geluidsniveau van 70 dB(A) met het spectrum van popmuziek voor het Zalmhuis gebaseerd op de Richtlijn Muziekspectra in horecabedrijven d.d. maart 2015. Volgens indiener wordt daarbij ten onrechte voorbijgegaan aan het feit dat op basis van de exploitatievergunning van 9 mei
Pagina 87 van 161
2023 ook mechanische muziek en livemuziek zijn toegestaan, wat regelmatig gebeurt bij bijvoorbeeld bruiloften en bijeenkomsten. De gemeente is hiermee
bekend, het Zalmhuis staat immers op de gemeentelijke website vermeld als aangewezen trouwlocatie. Hierdoor sluit de feitelijke exploitatie beter aan het housemuziek spectrum uit de Richtlijn Muziekspectra, met een geluidsniveau van circa 95–103 LAeq dB(A) (zie onderstaande tabel uit de Richtlijn Muziekspectra in horecabedrijven d.d. maart 2015.
Voor antwoord op de punten 12, 13, 14 en 15 zie beantwoording zienswijze onder 10.3.
12. Het geluidsbureau Kupers & Niggebrugge heeft het rapport van Royal Haskoning bestudeerd en haar bevindingen in een rapport vastgelegd (zie bijlage 3 van de zienswijze). 13. Volgens het rapport van Kupers & Niggebrugge bevat het onderzoek van Royal Haskoning meerdere gebreken en is niet uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie van het Zalmhuis. Er is met verkeerde uitgangspunten gerekend waardoor de geluidsbelasting (veel) te laag is ingeschat. 14. Het rapport van Royal Haskoning kent nog een aantal andere gebreken: - Er is uitgegaan van het equivalente bronvermogen voor stemgeluidniveau van terras van 65 dB(A), in de praktijk bedraagt dit 70-75 dB(A); - Het muziekgeluid van de speakers op de terrassen van het Zalmhuis is niet meegenomen;
Pagina 88 van 161
-
-
-
Indien rekening wordt gehouden met duidelijk hoorbaar muziek geluid (toeslag van10 dB), bedraagt de overschrijving door het stemgeluid 12-24 dB(A); Ten aanzien van het maximale bronvermogen voor het stemgeluidniveau wordt uitgegaan van 85 dB(A), in de praktijk bedraagt dit 105 dB(A); Het geluid van laden en lossen op het terrein van het Zalmhuis is niet onderzocht; Het equivalente geluidsniveau van het verkeer op het parkeerterrein van het Zalmhuis is niet onderzocht; De berekeningen zijn uitgevoerd op waarneempunten ter hoogte van gebouw 11 (zie de figuur op pagina 2), zonder gebouw 11. Zonder het gebouw worden reflecties tegen gevels niet meegenomen, waardoor de geluidsniveaus te laag worden berekend; De berekeningen bedoeld in bovenstaand punt bevatten slechts 3 geluidsbronnen. Dit is een (veel) te beperkt aantal aangezien sprake is van '130 parkerende auto's, waarvan een groot gedeelte vlakbij gebouw 11; Vergeleken bij de eerste opgave van de nieuwe woningen zijn de woningen dichterbij het Zalmhuis geplaatst.
15. Indiener is van mening dat het rapport van Royal Haskoning zodanig veel gebreken kent dat het niet kan dienen als onderbouwing van de motivering van het Ontwerp. 16. Indiener vindt dat het treffen van geluidsisolerende maatregelen de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaar is. Het is momenteel onduidelijk welke maatregelen bij de nieuwe woningen worden genomen om het bestaande geluidsniveau van het Zalmhuis te kunnen waarborgen.
16. Het treffen van geluidsisolerende maatregelen is de verantwoordelijkheid van de projectontwikkelaar. Om deze maatregelen te bepalen, moeten de geluidimmissies op de gevels duidelijk zijn. Het definitieve ontwerp dient voor de verschillende geluidsoorten daarom opnieuw te worden doorgerekend. In de omgevingsplanwijziging is geborgd (in artikel 22.2) wanneer gevelmaatregelen verplicht zijn.
Pagina 89 van 161
11.3: beperking in gebruiksmo gelijkheden
17. Indiener meent door de planregels van het Ontwerp beperkt te worden in haar huidige gebruik. 18. Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Rivium’ zijn horeca-categorieën 1, 2, 3 en 5, congrescentra en parkeervoorzieningen toegestaan. Indiener maakt volledig gebruik van deze planologische mogelijkheden: de exploitatie is primair gericht op het verstrekken van maaltijden, vaak in combinatie met livemuziek, en op arrangementen (gericht op het verstrekken van maaltijden) zoals zakelijke bijeenkomsten of bruiloften, met live muziek. 19. In de planregels van het Ontwerp worden de planologische mogelijkheden van indiener beperkt. Op de aangewezen gronden voor Horeca zal het volgende worden toegestaan: a. horeca behorend tot categorie 1, 2 of 3; met de daarbij behorende: b. (ontsluitings)wegen, straten en paden en entree en opstelruimte ten behoeve van calamiteitenverkeer; c. bouwwerken; d. tuinen, erven en terreinen; e. erf-, terrein- en balkonafscheiding; f. nutsvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. waterlopen en waterpartijen; j. duikers; k. straatmeubilair; L kunstwerken; m. kunstobjecten; n. duurzame energievoorzieningen; o. natuurinclusieve en klimaatadaptieve voorzieningen. 20. Indiener wordt in het Ontwerp beperkt in het faciliteren van congressen en vergaderingen. Hierdoor worden de bestaande planologische mogelijkheden en de huidige
17 t/m 20: Zie beantwoording zienswijze 10.4 onder 4.2.
In artikel 7.1 toevoegen: Onder a: categorie 5 en lid b: het organiseren van congressen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'congrescentru m'; Op de verbeelding wordt de aanduiding ‘congrescentru m’
Aanpassing van begrip horeca categorie 4: horeca 4: vormen van horecaactiviteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken ter
Pagina 90 van 161
exploitatie wezenlijk beperkt, terwijl niet is onderbouwd dat deze beperking noodzakelijk is. 11.4: Geur
11.5: Bezonning
11.6: Conclusie
21. Uit de motivering van het Ontwerp blijkt niet dat dat er deugdelijk onderzoek is gedaan naar mogelijke geurhinder van het Zalmhuis voor de geplande woontorens. Voor een evenwichtige functietoedeling had de gemeente dit moeten onderzoeken. Door het ontbreken daarvan is niet gewaarborgd dat indiener in de toekomst niet in haar exploitatie wordt beperkt of extra maatregelen (dus extra kosten) moet treffen. 22. Het lijkt niet of onvoldoende onderzocht welke gevolgen de geplande woontorens hebben voor de bezonning van de terrassen van het Zalmhuis. De gemeente had in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moeten onderzoeken of er sprake is van een relevante afname van zonlicht en daglichttoetreding en of deze effecten aanvaardbaar zijn. 23. Indiener stelt dat het Ontwerp niet voldoet aan het uitgangspunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet). De regels van een omgevingsplan voor het gehele grondgebied moeten zijn opgesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er dient een balans te bestaan tussen verschillende functies binnen een gebied, maar volgens indiener ontbreekt die balans. Indiener wil voldoende verzekerd zien dat het bestaande geluidsniveau niet verslechtert door de bouw van nieuwe woningen.
Volgens indiener houdt het Ontwerp onvoldoende rekening met de huidige exploitatie van het Zalmhuis en zou de exploitatie onevenredig worden benadeeld. Daarom verzoekt indiener het TAMOmgevingsplan Rivium gewijzigd vast te stellen zodat de horeca-exploitatie niet wordt belemmerd door de geplande woningbouw.
plaatse, zoals cafés, bars. Zie beantwoording onder zienswijze 10.6.
Aanvullen paragraaf 5.8 motivering m.b.t het aspect geur in relatie tot het Zalmhuis.
Zie beantwoording onder zienswijze 10.7.
Het addendum bezonning zal worden opgenomen in de bijlagen bij de motivering
Zie beantwoording zienswijzen 11.1 t/m 11.5.
Ja. Addendum bezonning, aanpassing stikstofnotitie aanpassing motivering v.w.b geur en aanpassen horeca 4 begrip en ter plaatse van het Zalmhuis max. horeca categorie 3 toestaan en horeca 5 met de aanduiding congrescentru m
Pagina 91 van 161
12.1: Aanleiding: Er wordt onvoldoend e rekening met de bestemde bedrijfsruim te en het gerechtvaa rdigde toekomstpe rspectief van de betonmorte lcentrale
12.2: Omgaan met geluidaspe cten
Namens en in opdracht van Van der Velden Betonmortel Centrale B.V. en Van Nieuwpoort Betonmortel B.V., gevestigd aan de Meridiaan 2 te Gouda (hierna ook: Van Nieuwpoort), dient indiener in relatie tot de productielocatie van Van Nieuwpoort aan de Schaardijk 509 te Rotterdam, gelegen op circa 34 meter van het plangebied, een zienswijze in op het omgevingsplan. De betonmortelcentrale van Van Nieuwpoort levert al jarenlang beton aan bouwprojecten in Capelle aan den IJssel en Rotterdam en omliggende gemeenten. De centrale ligt aan openbaar vaarwater voor de aanvoer van grondstoffen en is vanwege haar activiteiten en productiecapaciteit aangewezen als geluidzoneringsplichtig bedrijf (kernactiviteit die moet plaatsvinden op industrieterrein waar een GeluidProductiePlafond voor is vastgesteld). Volgens de zienswijze houdt het ontwerp van het TAM-omgevingsplan momenteel onvoldoende rekening met de bestemde bedrijfsruimte en het gerechtvaardigde toekomstperspectief van de betonmortelcentrale. 1.1. Van Nieuwpoort is gevestigd op industrieterrein (in de zin van de Wet geluidhinder) Stormpolder, waarvoor een geluidzone industrielawaai geldt. Omdat sprake is van zone-overschrijdingen zijn voor het industrieterrein geluidreductieplannen vastgesteld. Ook de gemeente heeft zich gecommitteerd aan het proces dat in het kader van het geluidreductieplan is en nog wordt doorlopen.
Concreet zijn in het kader van de geluidreductieplannen de volgende stappen doorlopen: (1) onderzoek naar modelmatige oplossingen; (2) onderzoek naar mogelijke geluidreducerende maatregelen; (3) onderzoek naar aanpassing geluidzone. DCMR heeft stap (1) onderzocht en stappen (2) en (3) zijn in overleg tussen DCMR en Van Nieuwpoort uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de geluidzone kan worden aangepast
We nemen de inleiding en achtergrond van de zienswijze ter kennisgeving aan.
Nee
Het geluidreductieplan (GRP) wordt op dit moment uitgevoerd. Het GRP heeft een doorlooptijd van vijf jaar (2025-2030). Binnen deze periode worden de drie genoemde stappen uitgevoerd. De stappen zijn op dit moment nog niet helemaal afgerond.
Ja, toevoegen notitie OE 15224-8-NO002 d.d. 19 december 2024 aan de bijlagen bij de motivering.
Tijdens de voorbereiding van het GRP heeft DCMR contact opgenomen met de indiener van de zienswijze om een scherp beeld te krijgen van de huidige activiteiten en geluidsbronnen, en daarnaast om gezamenlijk de mogelijke maatregelen van stap 2 te verkennen. Naar aanleiding van dit overleg is geconcludeerd dat maatregelen bij de bron en het overdrachtsgebied niet doelmatig, ruimtelijk inpasbaar en/of kostenefficiënt zijn. Met een modelberekening is vervolgens aangetoond dat het uitbreiden van de zone naar het feitelijke gebruik niet zal leiden tot een relevante toename van geluid.
Pagina 92 van 161
zonder dat dit leidt tot een relevante toename van de geluidbelasting op geluidgevoelige functies. In de akoestische onderzoeken bij het TAM-omgevingsplan wordt erkend dat aanpassing van de geluidzone industrielawaai het resultaat is van het geluidreductieplan en er is zelfs een voorstel gedaan voor de nieuwe ligging. Toch bevat het ontwerp nog steeds de oude geluidzone, terwijl vaststaat dat deze niet representatief is voor de geluiduitstraling van toegestane bedrijfsactiviteiten. Bovendien voldoet de huidige zone niet aan de Wet geluidhinder (oud), waarin staat dat de geluidzone industrielawaai het gebied dient te omvatten waar de geluidbelasting meer mag zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Hier wordt niet aan voldaan nu de geluidbelasting buiten de geluidzone op een hogere referentiehoogte dan 5 meter meer bedraagt. Gezien de geplande bouwhoogten voor geluidgevoelige functies is er daarom zowel een wettelijke plicht als een redelijke aanleiding om de geluidzone industrielawaai vast te stellen op de referentiehoogte waar de 50 dB(A) contour het grootste is.
Het verzoek is dan ook om in het plan: 1) Een goede juridische basis te bieden voor de bescherming van de bestaande, niet wederrechtelijke bedrijfssituatie van Van Nieuwpoort en de daarbij toegekende geluidruimte; 2) Rekening te houden met enige ademruimte vanwege modelmatige onzekerheden, onnauwkeurigheden en afrondingseffecten alsook andere effecten die ontstaan door actualisatie van geluidmodellen; 3) Een correcte afbakening op te nemen van het gebied waar op basis van nader akoestisch onderzoek dient te worden beoordeeld of en hoe voor nieuw te realiseren geluidgevoelige functies deze bestaande rechten kunnen worden gerespecteerd terwijl ook een goed woon- en leefklimaat kan worden geboden.
Formeel moet onderzoek naar maatregelen (stap 2) voor alle bedrijven op industrieterrein Stormpolder worden uitgevoerd. Zodra dat onderzoek is afgerond en er is tegelijkertijd nog steeds sprake van een zoneoverschrijding, dan pas wordt de geluidszone aangepast (stap 3). Dit wordt tegelijkertijd gedaan met het omzetten van de geluidszone naar een geluidsproductieplafond (GPP). Het industrieterrein Stormpolder valt namelijk op basis van overgangsrecht nog onder de werking van de Wet geluidhinder (Wgh). De komende jaren wordt de geluidzone die op basis van die wetgeving nog geldt voor het industrieterrein, omgezet naar GPP’s zoals bedoeld onder de Omgevingswet. Inzake de rekenhoogte het volgende. In het rekenvoorschrift aanhangig bij de Wgh is de te hanteren rekenhoogte 5 meter. Er is geen juridische basis, eis of voorschrift dat stelt dat deze hoogte dient te worden of kan worden aangepast. Uitsluitend op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen een goede ruimtelijke ordening) kunnen grotere hoogtes inzichtelijk gemaakt worden. In het kader van de Wgh is dit niet verplicht, maar in de notitie OE 15224-8-NO-002 d.d. 19 december 2024 is in het kader van een goede ruimtelijke ordening (nu: evenwichtige toedeling van functies aan locaties) in kaart gebracht wat het effect is op een hoogte van 37 meter. Hierbij is ook rekening gehouden met cumulatie.
Aangetoond is dat de bijdrage van industrieterrein Stormpolder aan het gecumuleerde geluid op 37 meter hoogte minimaal is, ten hoogste 0,22 dB (54 dB(A) van het industrieterrein tegenover 67 dB(A) gecumuleerd op die positie) bij bouwblok 11. Overigens is in het plan rekening gehouden met een geluidbelasting van 70 dB(A) voor het gehele bouwblok 11, dus ook op grotere hoogtes. De bijdrage van de betoncentrale doet hier niets aan toe of af, het gecumuleerde geluid past immers ook al binnen deze 70 dB(A). De betreffende notitie wordt toegevoegd als bijlage bij de motivering.
Pagina 93 van 161
In de onderzoeksrapportages is onvoldoende rekening gehouden met ademruimte en modelmatige onzekerheden, omdat is uitgegaan van exacte modelwaarden met slechts een ophoging van 1 dB voor andere bedrijven op Stormpolder (MER Bijlage 18: Deelrapport industrielawaai). Dit wordt als niet toekomstbestendig en onevenwichtig beschouwd. Dit is extra problematisch gezien het maatschappelijke belang om de volle geluidzone van Stormpolder voortvarend op te lossen, omdat deze ook de uitvoering van plannen voor de Van Brienenoordbrug belemmert. 1.2. Maximaal geluidsniveau De planregeling bevat geen regels om nieuwe geluidgevoelige functies te beschermen tegen piekgeluid. Hoewel wordt gesteld dat vooral continue bronnen aanwezig zijn, is voor piekgeluid juist de hoogte van de geluidbelasting relevant, niet de frequentie. Ook is geen rekening gehouden met vergunde of gemaatwerkte bronnen van Van Nieuwpoort v.w.b. het maximale geluidsniveau welke optreden door de functioneel samenhangende activiteiten op het terrein van Van Nieuwpoort. Dit is belangrijk omdat op slechts 70 meter afstand hoogbouw tot 113 meter is gepland.
Daarom wordt verzocht regels op te nemen die een verplicht binnenniveau vastleggen voor situaties waarin de geprognosticeerde gevelbelasting vanwege het piekgeluid hoger zal zijn dan de geldende geluidvoorschriften uit het Omgevingsplan, zodat zowel de bestaande bedrijfsvoering van Van Nieuwpoort wordt gerespecteerd als een goed binnenklimaat in nieuwe gebouwen wordt geboden. 1.3. Gezamenlijk geluid De akoestische rapportages bij het ontwerpplan zijn opgesteld onder het oude recht, terwijl in de planregels al normen voor gezamenlijk geluid (Lg) uit de Omgevingswet zijn opgenomen. Het is daardoor onduidelijk hoe deze waarden tot stand zijn gekomen. Zo is niet duidelijk hoe onder meer scheepvaartverkeer en geluid van bestaande
Inzake de waarborging van bestaande rechten het volgende. Dit is al gewaarborgd via de berekening van de geluidbelasting op basis van de geluidbronnen uit het huidige knipmodel van de betoncentrale en voor de overige bedrijven via de 1 dB-toeslag. Inzake de ademruimte het volgende. Het is ongebruikelijk om in de rekenmethodiek van een zonebeheermodel al een modelmatige onzekerheidsmarge in te calculeren. Inzake de toekomstbestendigheid het volgende. Rekening houden met toekomstplannen van bedrijven is niet gebruikelijk tenzij daar al concrete plannen voor zijn. 1.2 In het aangeleverde rekenmodel zit geen onderscheid tussen deze bronnen, alsook geen omschrijving van de bronnummers. Echter: Er zijn bronnen ingevoerd met een bronvermogen van 125 dB(A) boven het water (stoten van grijpers). Daarnaast is bij de westelijke vakken een bron opgenomen van 113 dB(A) (schrapen van shovels of vullen van de trommel). Uit het rekenmodel volgt dat dit op de bouwvlakgrens van blok 11 een LAmax tot gevolg heeft van respectievelijk 64 dB(A), 57 dB(A) en 58 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Dit inclusief de 1 dB toeslag op de bronnen vanwege de rest van Stormpolder. Daarnaast geldt dat nieuwe gebouwen moeten voldoen aan de geluidweringseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waarmee een aanvaardbaar binnenniveau wordt geborgd.
Het opnemen van aanvullende planregels over binnenniveaus wordt daarom niet noodzakelijk geacht. 1.3 Het gezamenlijke geluid is bepaald in het ‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai’ dat als bijlage 17 bij het MER is opgenomen. Dit akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van de geluidregels van de
Pagina 94 van 161
en toekomstige functies in het plangebied zijn meegenomen. Er wordt daarom verzocht om hierover duidelijkheid te geven, zodat goed kan worden beoordeeld of een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, zodat voorkomen wordt dat achteraf bepaalde geluidbronnen verantwoordelijk worden gemaakt voor algemeen ervaren geluidoverlast door bronnen die dit kader en het kader van vergunningverlening over het hoofd zijn gezien. 1.4. Gevelreflecties Het TAM-omgevingsplan biedt een grote bandbreedte voor de te realiseren bebouwing, maar bevat geen regels om te voorkomen dat individuele bouwplannen door gevelreflecties leiden tot een te hoge geluidbelasting. In de milieueffectrapportage (bijlage 3 deelrapport geluid pagina 10) is nog geen rekening gehouden met afscherming en reflectie van gevels van bestaande en nieuwe bebouwing. Door de open stedenbouwkundige structuur is het niet uitgesloten dat gevelreflectie een grotere rol speelt dan afscherming. Omdat de wegenstructuur niet verandert, ontstaan geen aaneengesloten gevels die geluid van bronnen zoals de A16, N210, Schaardijk, scheepvaart en omliggende bedrijven tegenhouden. De open structuur laat juist meer geluid het gebied binnenkomen en de hogere bouwhoogten vergroten bovendien het reflecterende geveloppervlak.
Omgevingswet en het gezamenlijke geluid is berekend volgens vigerende rekenvoorschriften uit de Omgevingsregeling. Het gezamenlijke geluid is opgenomen in bijlage 3 van het genoemde akoestisch onderzoek. Bij de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zoals in de zienswijze wordt aangevoerd, is rekening gehouden met de cumulatieve geluidbelasting ter plaatse. De beoordeling van deze gecumuleerde geluidbelasting is opgenomen in het akoestisch onderzoek en is betrokken bij de afweging of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarmee is het cumulatieve geluid expliciet meegewogen bij deze omgevingsplanwijziging. Het gezamenlijke geluid wordt enkel toegepast bij het bepalen van de benodigde geluidgevelwering op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving en is daarom ook in deze omgevingsplanwijziging vastgelegd (artikel 22.2.5).
Verzoek is om in de planregeling te waarborgen dat gevelreflecties in beeld zullen worden gebracht en dat maatregelen zullen worden doorgevoerd om te voorkomen dat gevelreflecties leiden tot onwenselijke geluidbelastingen op nieuwe en bestaande geluidgevoelige functies alsook op relevante toets- en/of zonepunten.
Pagina 95 van 161
1.4 Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 22 van de planregels. Daaronder valt het bepalen van het geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen, waarbij – conform modelleerregels – rekening wordt gehouden met andere gebouwen in de omgeving. Rekening houden met gevelreflecties overstijgt het detailniveau dat wordt beoogd met een milieueffectrapportage en is daarom in dat onderzoek niet meegenomen. Gelet op de geringe effecten van gevelreflecties, is ervoor gekozen om de planregels op dit punt niet onnodig complex te maken. De planregels borgen nu dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als er al relevante gevelreflecties optreden, zullen die er niet voor zorgen dat de conclusies daarover anders worden. 12.3: Akoestisch e onderzoek en
2.1. Geluidrapportages bij TAM-plan Er is alleen een indicatieve berekening gemaakt van het maximale geluidsniveau, deze zou 65 dB(A) bedragen (Milieueffectrapportage, bijlage 3 deelrapport geluid pagina 17). Deze waarde wijkt echter af van de piekgeluiden die daadwerkelijk optreden bij de activiteiten van Van Nieuwpoort, zoals het stoten van de grijper tegen een scheepswand, het vullen van truckmixers en schraapgeluiden van de shovel op het terrein en de schranklader in het scheepsruim. Daarom moet met deze Lmax-bronnen rekening worden gehouden.