CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.03 - Bijlage 1.0 - Nota van Beantwoording Rivium

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Omgevingsplanwijziging Rivium, MER en monitoring MER, actualisatie parkeernormen 2025 en Beeldkwaliteitsplan Rivium36.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Pagina 52 van 161

niet integraal worden getoetst aan bestaande voorzieningen. De opeenvolgende beleidsbesluiten en het herhaaldelijk niet betrekken van concrete voorstellen van indieners leiden volgens hen tot cumulatief beleidsnadeel. Bij de cumulatieve beleidsafweging is volgens indieners ten onrechte geen rekening gehouden met de gelijktijdige herstructurering en uitbreiding van de onderwijshuisvesting in Fascinatio en de nieuwbouw van een school in Rivium, zoals voorzien in het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 2025–2041. Dit beleidskader had bij de voorbereiding van het omgevingsplan moeten worden betrokken, omdat deze ontwikkelingen directe ruimtelijke en functionele gevolgen hebben voor het MFC en de exploitatie van bestaande wijkvoorzieningen. Door het ontbreken van een integrale afweging is het ontwerp omgevingsplan volgens indieners op dit punt onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. 7.12: Verplaatsin gsvariant / satellietvari ant (subsidiair)

12. Indien het college vasthoudt aan supermarktontwikkeling in Rivium, stellen indieners dat het ontwerp omgevingsplan onzorgvuldig is voorbereid omdat een reëel en minder belastend alternatief niet is onderzocht. Tijdens het participatietraject voor het RTPF is namelijk expliciet gesproken over een alternatief scenario, waarbij: • de bestaande supermarkt in Fascinatio wordt voortgezet; • en een (grotere) supermarkt in Rivium wordt gerealiseerd door dezelfde exploitant; • onder de voorwaarde dat de supermarkt in Fascinatio een satellietfunctie behoudt. Deze variant is door vertegenwoordigers van de gemeente zelf benoemd als een mogelijke oplossing voor: • de beperkte schaal van de bestaande supermarkt; • de toekomstige bevolkingsontwikkeling; • en het voorkomen van ongewenste verdringing. De satellietvariant sluit direct aan bij:

marktomstandigheden, exploitatie en concurrentie. Deze factoren vallen buiten de reikwijdte van planologische besluitvorming. Ten aanzien van de voorgenomen supermarktontwikkeling in Rivium: deze ontwikkeling is onderbouwd met onder meer een distributieplanologisch onderzoek en een ladderonderbouwing. Daarbij is rekening gehouden met de bestaande voorzieningenstructuur in de omgeving. De ontwikkeling van een supermarkt in Rivium is primair bedoeld om te voorzien in de behoefte van circa 5.000 nieuwe woningen en levert daarmee een bijdrage aan een samenhangende en goed functionerende fysieke leefomgeving. Gelet hierop wordt deze ontwikkeling aanvaardbaar geacht. Ten aanzien van de cumulatieve beleidsafweging zie beantwoording zienswijze 7.8. De omgevingsplanwijziging voorziet, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, in regels over de fysieke leefomgeving. Het planologische kader ziet niet op de keuze van exploitanten of de inrichting van de bedrijfsvoering.

Nee

De door indieners voorgestelde satellietvariant ziet primair op de exploitatie van supermarkten en de onderlinge bedrijfsvoering en raakt daarmee niet aan de fysieke leefomgeving. Het betreft derhalve geen aspecten die in de omgevingsplanwijziging kunnen of moeten worden geregeld. Wij hebben dan ook geen verplichting om deze exploitatievariant planologisch te onderzoeken of te borgen.

Pagina 53 van 161

• het DPO, waarin met beide supermarkten is gerekend en waarin wordt gesteld dat deze naast elkaar levensvatbaar kunnen zijn; • de Structuurvisie Detailhandel, waarin het behoud van gewenste buurtvoorzieningen uitgangspunt is; • het uitgangspunt van nabijheid van voorzieningen en beperking van verkeersbewegingen; • en de gemeentelijke erkenning dat de supermarkt in Fascinatio een belangrijk onderdeel vormt van de detailhandelsstructuur.

Wij merken daarnaast op dat het bevoegd gezag niet verplicht is om alle door derden aangedragen alternatieven te onderzoeken. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt dat alternatieven slechts hoeven te worden onderzocht indien op voorhand duidelijk is dat deze een gelijkwaardig resultaat opleveren met aanmerkelijk minder nadelige gevolgen (Vgl. ABRvS 13 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:787 en ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2058).

Omdat deze variant beleidsmatig en planologisch verdedigbaar is, had het college de verplichting om deze serieus en kenbaar te onderzoeken. Dit geldt temeer nu indieners in 2020 al een concreet investeringsvoorstel hebben gedaan.

Van een dergelijk alternatief is in dit geval geen sprake. De door indieners voorgestelde variant ziet op de keuze voor een specifieke exploitant en de inrichting van de bedrijfsvoering en raakt daarmee niet aan de fysieke leefomgeving. Dit betreft geen ruimtelijk relevant alternatief dat, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, in de omgevingsplanwijziging moet worden onderzocht. Het distributieplanologisch onderzoek en de Structuurvisie Detailhandel zijn betrokken bij de voorbereiding van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging. Deze documenten tonen aan dat ruimte bestaat voor aanvullende detailhandel en dat een supermarkt in Rivium, mede gelet op de effecten op de fysieke leefomgeving, ruimtelijk aanvaardbaar is. Deze documenten verplichten echter niet tot een specifieke exploitatievorm of tot het behoud van een satellietstructuur. Het omgevingsplan is een toelatingsplanologisch instrument. Dit betekent dat het omgevingsplan functies mogelijk maakt, maar niet afdwingt dat deze functies op een specifieke wijze worden geëxploiteerd. Het al dan niet realiseren van een satellietconstructie is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen betrokken

Pagina 54 van 161

partijen en maakt geen onderdeel uit van de planologische afweging. Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het ontwerp van de omgevingsplanwijziging zorgvuldig is voorbereid. De door indieners voorgestelde variant betreft geen ruimtelijk relevant alternatief dat nader onderzocht had moeten worden.

7.13: Conclusie

Indieners zijn van mening dat het ontwerp omgevingsplan Het Nieuwe Rivium onvoldoende zorgvuldig is voorbereid, niet berust op een evenwichtige en integrale belangenafweging, op meerdere onderdelen strijdig is met vastgesteld gemeentelijk beleid en onvoldoende is gemotiveerd volgens de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet. Zij verzoeken daarom het ontwerp niet vast te stellen, dan wel de voorziene supermarktontwikkeling te schrappen of zodanig te beperken en te borgen dat verdringing van de bestaande supermarkt in Fascinatio wordt voorkomen. Subsidiair vragen zij om voorafgaand aan vaststelling een actuele, integrale en gebiedsdekkende toets uit te voeren, waarin Fascinatio en het multifunctioneel centrum expliciet worden betrokken en de cumulatieve effecten van eerdere beleidsingrepen worden meegewogen.

Gelet op het voorgaande is het ontwerp van de omgevingsplanwijziging, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zorgvuldig voorbereid. De door indieners voorgestelde variant betreft geen ruimtelijk relevant alternatief dat, met het oog op de fysieke leefomgeving, nader onderzoek vergt. Gelet op de beantwoording onder 7.1 t/m 7.12 is er geen aanleiding voor planaanpassingen of aanvullend onderzoek.

Nee

Indien bij publicatie wordt gereageerd op deze zienswijze, verzoeken indieners zorgvuldig om te gaan met privacygevoelige bedrijfsinformatie. Vanwege de unieke positie van hun bedrijf in de wijk vragen zij om deze informatie zodanig te anonimiseren dat herleiding naar hun onderneming zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Pagina 55 van 161

7.14: nadere toelichting zienswijze

Indieners stellen dat zij hun eerdere zienswijze nader willen toelichten, omdat de zienswijzetermijn grotendeels samenviel met de kerstperiode. Volgens indieners bestaan signalen dat tijdens de planvorming en participatie over Het Nieuwe Rivium contacten hebben plaatsgevonden met marktpartijen en derden over detailhandel en mogelijke locaties, zonder dat voor alle betrokken partijen sprake was van een kenbaar, transparant en gelijk speelveld. Indieners vrezen dat hierdoor al een bepaalde richting is verondersteld voor de detailhandelsontwikkeling, waaronder de mogelijke positie van specifieke supermarktformules. Ook stellen zij dat tijdens het participatieproces bedrijfsgevoelige en tot hun onderneming herleidbare informatie is besproken zonder dat zij daarbij aanwezig waren of daarop konden reageren. Volgens indieners raakt dit aan de zorgvuldigheid, het vereiste van een evenwichtige belangenafweging, het verbod van vooringenomenheid en het fair-playbeginsel. Zij verzoeken om deze nadere toelichting expliciet bij de besluitvorming te betrekken.

De nadere toelichting op de eerder ingediende zienswijze is buiten de termijn voor het indienen van zienswijzen ontvangen. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt in beginsel zes weken, gerekend vanaf de terinzagelegging van het ontwerpbesluit. Omdat binnen de zienswijzetermijn geen pro-forma zienswijze is ingediend waarin is aangekondigd dat de gronden later zouden worden aangevuld, bestaat geen verplichting om deze nadere toelichting als tijdige zienswijze te behandelen.

Nee

Niettemin is de nadere toelichting uit zorgvuldigheid betrokken bij de besluitvorming. Er is geen sprake geweest van vooringenomen besluitvorming of van een ongelijk speelveld dat de rechtmatigheid van het plan aantast. Eventuele contacten in het kader van participatie of planvorming hadden geen betrekking op de concrete invulling van de detailhandel binnen Rivium. De gemeenteraad stelt de omgevingsplanwijziging vast op basis een integrale afweging van de bij het besluit betrokken belangen, waaronder het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Artikel 3:2 Awb verplicht het bestuursorgaan daarbij de nodige kennis over relevante feiten en belangen te vergaren. Voor zover indieners stellen dat bedrijfsgevoelige of herleidbare informatie is besproken, wordt opgemerkt dat deze stelling niet concreet is onderbouwd. Niet is gebleken dat vertrouwelijke bedrijfsinformatie op een onzorgvuldige wijze aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd of dat indieners daardoor in hun belangen zijn geschaad. De bestaande supermarkt en de mogelijke effecten van nieuwe detailhandel zijn betrokken bij de ruimtelijke motivering (laddertoets en DPO) en belangenafweging. Dat indieners een andere waardering geven aan deze effecten, betekent niet dat sprake is van strijd met het

Pagina 56 van 161

zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van vooringenomenheid of het fair-playbeginsel. 8.1: Lead by Example: een nieuw gemeenteh uis in het Rivium

8.2: Ongelijkvlo erse oplossing Parkshuttle in Fascinatio

1.Indiener vraagt de gemeente een voorbeeldrol te vervullen bij de gebiedsontwikkeling en te onderzoeken of (een deel van) de BVO voor short-stay in Rivium kan worden ingezet voor huisvesting van het gemeentelijk apparaat, door het gemeentehuis naar Rivium te verplaatsen. Het huidige gemeentehuis zou dan kunnen worden herontwikkeld voor short-stay en tijdelijke bewoning, bijvoorbeeld voor internationale werknemers. Als inspiratie wordt verwezen naar Rotterdam, waar het gemeentelijk apparaat is gevestigd in The Rotterdam. Verzocht wordt om deze optie expliciet te betrekken bij de verdere planuitwerking van het TAM-omgevingsplan Rivium.

2.Fascinatio is een bestaande woonwijk met een regulier mobiliteitsprofiel en niet ontworpen als hoogfrequente OVcorridor. Door de voorgenomen frequentieverhoging van de Parkshuttle en de daarmee samenhangende frequente sluiting van de slagbomen, dreigt de bereikbaarheid van de wijk – inclusief voor hulpdiensten – te verslechteren. Hoewel het omgevingsplan voorziet in een ongelijkvloerse oplossing aan de zijde van Rivium, wordt verzocht om primair binnen Fascinatio een ongelijkvloerse kruising te onderzoeken en zorgvuldig in te passen. Daarnaast wordt betoogd dat het niet wenselijk is om verkeers- en

Het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is een nadere planologische uitwerking van het eerder vastgestelde gebiedspaspoort Rivium 2.0. In het gebiedspaspoort is geen verplaatsing van het gemeentehuis opgenomen. Het ontwerp van de omgevingsplanwijziging sluit aan bij deze vastgestelde uitgangspunten.

Nee

Daarnaast heeft het omgevingsplan een toelatingsplanologisch karakter en voorziet het in het mogelijk maken van functies, waaronder short-stay. Het plan regelt niet de concrete invulling van deze functies of de huisvesting van specifieke organisaties, zoals het gemeentelijk apparaat. De door indiener voorgestelde verplaatsing van het gemeentehuis betreft een bestuurlijke en organisatorische keuze die buiten de reikwijdte van het omgevingsplan valt. Het bevoegd gezag is bovendien niet verplicht om alle aangedragen alternatieven te onderzoeken. Alternatieven behoeven slechts te worden onderzocht indien op voorhand aannemelijk is dat deze een gelijkwaardig resultaat opleveren met aanmerkelijk minder nadelige gevolgen. Daarvan is in dit geval geen sprake. De wijk Fascinatio is vanaf het begin aangelegd met een gelijkvloerse kruising van de Fascinatio Boulevard noord en de Parkshuttebaan. Met een toename van het aantal shuttlebewegingen zal de overweg in de Fascinatio Boulevard wat vaker dicht liggen. We verwachten echter niet dat dit tot problemen leidt. Een vergelijking met de Rivium 1e straat kan op dit punt niet worden gemaakt: hier wordt het in de nieuwe situatie veel drukker dan in de huidige situatie en rijden straks meer dan 10.000 mvt/dag. Op de Fascinatio Boulevard tellen we nog geen 2.000 mvt/dag. Daar ontstaan in de huidige situatie geen

Nee

Pagina 57 van 161

mobiliteitsvoorzieningen die autoverkeer faciliteren te concentreren in het Rivium of de mobiliteitseffecten van de autoluwe ontwikkeling van Rivium af te wentelen op omliggende woonwijken zoals Fascinatio.

problemen: bij een sluiting van de slagbomen staan er maximaal enkele auto’s te wachten en die wachtrij is snel weer weg als de slagbomen weer opengaan. Dat verandert niet met een toename van het aantal sluitingen.

Indiener verzoekt om in de verdere planuitwerking expliciet vast te leggen dat mobiliteitsoplossingen, waaronder een ongelijkvloerse kruising voor de Parkshuttle, primair aan de zijde van Fascinatio worden gerealiseerd. Daarnaast dient het Rivium te worden ingericht volgens het principe van verkeersontmoediging, met nadruk op lopen, fietsen en openbaar vervoer, en moet worden voorkomen dat verkeersdruk en bereikbaarheidsproblemen worden afgewenteld op Fascinatio.

Zoals indiener aangeeft, wordt Rivium ontworpen als een hoogstedelijke wijk met nadruk op lopen, fiets en openbaar vervoer. Tegelijkertijd zal ook bij een relatief klein aandeel voor de auto, het netwerk voor autoverkeer wel goed moeten functioneren, om te zorgen dat de wijk en achterliggende gebieden goed bereikbaar blijven en om sluipverkeer te voorkomen. Om die reden wordt de westelijke ontsluitingsroute, als alternatief voor de doorgaande route via Rivium Boulevard opgewaardeerd, inclusief ongelijkvloerse kruising met de Parkshuttle en worden er aanpassingen gedaan aan de aansluiting van de Rivium Boulevard op de AvR. Om mogelijke effecten met betrekking tot verkeer(sdruk) en parkeren in omliggende wijken, waaronder Fascinatio, te voorkomen wordt er een monitoringprogramma uitgevoerd. Daarmee wordt in beeld gebracht hoe de verkeersdruk en de parkeerbezetting in en om Rivium zich ontwikkelen, zodat maatregelen kunnen worden getroffen om (onvoorzien) optredende overlast tegen te gaan.

8.3: Hittestress en geluidsredu ctie Fascinatio

3. Als bewoner van Fascinatio uit indiener zorgen over de gevolgen van de grootschalige verstedelijking van het Rivium voor de leefkwaliteit, met name door mogelijke toename van hittestress en geluidbelasting als gevolg van verdichting, verharding en hoogbouw. Dit heeft negatieve effecten op gezondheid, comfort en woonkwaliteit. Verzocht wordt om in de verdere planuitwerking integrale compensatie- en mitigatiemaatregelen op te nemen, met een structurele inzet op vergroening van Fascinatio. Specifiek wordt gevraagd om versterking van de parkrand met grote, hoog opgroeiende loofbomen en om aanvullende, effectievere groenstructuren langs de Solislaan, zodat verkoeling, geluidsdemping en

De voorgestelde maatregelen voor de groenstructuren langs de Solislaan in de wijk Fascinatio vallen buiten de reikwijdte van het geldende omgevingsplan en de gebiedsontwikkeling Rivium.

Nee

Binnen de kaders van de gebiedsontwikkeling Rivium worden diverse compenserende en mitigerende maatregelen getroffen om de kwaliteit van de leefomgeving te borgen en verder te versterken. Hierbij wordt expliciet aandacht besteed aan de volgende aspecten:

Pagina 58 van 161

luchtkwaliteit worden verbeterd en de leefkwaliteit duurzaam wordt geborgd.

•

•

•

•

8.4: Verstilling in het landschap

4. Indiener hecht als bewoner van Fascinatio waarde aan rust, openheid en plekken voor reflectie. Door de voorgenomen verdichting in het Rivium kan deze kwaliteit onder druk komen te staan. Verzocht wordt om in de verdere planuitwerking ruimte te maken voor een plek van verstilling in het landschap of de openbare ruimte, bijvoorbeeld een stilteplek of stiltekapel, naar voorbeeld van internationale projecten waarin verstilling expliciet onderdeel is van ruimtelijke kwaliteit in verdichte gebieden.

Versterking van groen en blauw: Binnen de plangrenzen wordt extra ruimte gereserveerd voor groen- en waterstructuren, met als doel de ecologische en recreatieve waarde van het gebied te vergroten. Behoud en herplant van bomen: Waar mogelijk worden bestaande bomen behouden. Indien behoud niet haalbaar is, vindt herplant plaats binnen het ontwikkelgebied, conform de geldende richtlijnen voor groenbeheer en biodiversiteit. Klimaatadaptatie: De effecten van klimaatverandering, zoals regenwateroverlast en hittestress, zijn integraal meegenomen in de planvorming en verdere uitwerking van het gebied. Dit omvat onder andere de inrichting van waterbergingsgebieden en het toepassen van klimaatbestendige materialen. Geluidbeheersing: Bij nieuwbouwprojecten worden maatregelen getroffen om de geluidskwaliteit te waarborgen, zoals geluidswerende gevels en inrichtingsmaatregelen in de openbare ruimte.

In de verdere uitwerking van de openbare ruimte wordt onderzocht hoe de geuite wens met betrekking tot verstilling uit de omgeving kan worden meegenomen en vertaald naar concrete inrichtingsmaatregelen. Hierbij staat de realisatie van een aantrekkelijke, functionele en inclusieve leefomgeving centraal. Daarnaast worden ontwikkelende partijen binnen de bouwblokken uitdrukkelijk gevraagd om in hun ontwerpen aandacht te besteden aan het faciliteren van rustige en multifunctionele plekken, zoals stiltewerkplekken, ontmoetingsruimtes of groene retreatplekken. Deze voorzieningen dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en sluiten aan bij de behoefte aan rust, concentratie en sociale interactie in het gebied.

Nee

Pagina 59 van 161

8.5: Geluid en cultuurhisto risch geluidsland schap

5. Indiener geeft aan dat vanuit de woning in Fascinatio het klokgelui van kerken in Rotterdam-Kralingen en Kralingseveer hoorbaar is en dat dit een herkenbaar onderdeel vormt van de lokale geluidscultuur en het woonmilieu. De voorgenomen verdichting en hoogbouw in het Rivium kunnen deze hoorbaarheid verminderen of doen verdwijnen. Verzocht wordt om dit aspect expliciet mee te wegen en, indien behoud niet mogelijk is, te onderzoeken of een klokof tijdsignaalfunctie in het Rivium kan worden geïntegreerd als vorm van ontwerpcompensatie, waarbij geluid als onderdeel van ruimtelijke kwaliteit wordt beschouwd.

8.6: Ecoduct over metrospoor als integrale mitigatieen kwaliteitsm aatregel

6. In het licht van de grootschalige verstedelijking van het Rivium verzoekt indiener te onderzoeken of een ecoduct over het metrospoor, aan de parkrand van Fascinatio, kan worden gerealiseerd als integrale mitigatie- en kwaliteitsmaatregel. Een dergelijk ecoduct kan bijdragen aan vermindering van hittestress en geluidsoverlast, versterking van bestaande groenstructuren en ecologische verbindingen en uitbreiding van recreatieve en verblijfsruimte voor een kinderrijke wijk. Daarnaast wordt voorgesteld te onderzoeken of bij het ecoduct ruimte kan worden geboden aan een sportvoorziening, zoals een voetbalvereniging, om verkeersbewegingen te beperken, de verkeersveiligheid te vergroten en de sociale cohesie te versterken. Gezien de schaal en impact van de ontwikkelingen in het Rivium zouden dergelijke meervoudige oplossingen expliciet moeten worden meegenomen in de verdere planvorming en afweging.

Wij hebben kennisgenomen van de inbreng over het klokgelui van kerken in Rotterdam-Kralingen en Kralingseveer als onderdeel van de lokale geluidscultuur en het woonmilieu. Hoewel wij de waarde van deze auditieve kwaliteit voor omwonenden erkennen, is het behoud of compenseren van dit specifieke geluidsaspect geen onderdeel van de planologische en ruimtelijke kaders voor de gebiedsontwikkeling Rivium. De voorgenomen verdichting en hoogbouw binnen Rivium zijn primair gericht op het realiseren van een duurzame, functionele en leefbare woon- en werkomgeving, waarbij geluidsaspecten worden afgewogen in het kader van wettelijke normen en ruimtelijke kwaliteit. Het klokgeluid valt buiten de reikwijdte van de te hanteren geluidsnormen en -beleid voor dit gebied. Daarnaast is het integreren van een klok- of tijdsignaalfunctie als vorm van ontwerpcompensatie niet haalbaar binnen de huidige planologische, financiële en organisatorische kaders van de gebiedsontwikkeling. Wij hebben kennisgenomen van het voorstel om in het kader van de gebiedsontwikkeling Rivium een ecoduct over het metrospoor te realiseren, gecombineerd met een sportvoorziening. Hoewel wij de ambitie en de integrale benadering van het voorstel waarderen, is realisatie van een ecoduct op deze locatie op dit moment geen onderdeel van de planologische en financiële kaders van de gebiedsontwikkeling Rivium.

De voorgenomen maatregelen voor groen, klimaatadaptatie, geluid en sociale voorzieningen worden binnen de bestaande plangrenzen en beschikbare middelen vormgegeven. Een ecoduct met bijbehorende sportvoorziening vraagt om een schaal en investering die niet passen binnen de huidige prioritering en haalbaarheid van het project. Daarnaast is de locatie aan de parkrand van Fascinatio niet voorzien als onderdeel van de compensatie- en mitigatiemaatregelen die voortvloeien uit het milieueffectrapport (MER) en het geldende omgevingsplan. De bestaande plannen voorzien in voldoende maatregelen om de leefkwaliteit, ecologische

Nee

Nee

Pagina 60 van 161

8.7: Vrij karakter en parkeren Fascinatio

7. Indiener hecht waarde aan het open karakter van Fascinatio en het huidige parkeerregime zonder betaald parkeren of vergunningen. Door de ontwikkeling van het Rivium bestaat het risico op parkeeroverloop naar Fascinatio. Verzocht wordt daarom te borgen dat parkeeroverloop wordt voorkomen, dat het Rivium beschikt over een sluitend parkeer- en mobiliteitsbeleid met adequate handhaving, en dat de ontwikkeling niet leidt tot parkeerregulering in Fascinatio.

waarden en sociale voorzieningen in het gebied te borgen en te versterken. Onderdeel van een hoogstedelijke wijk met inzet op lopen, fietsen en OV, is ook een passende benadering van parkeren. Dit vertaalt zich in scherpe parkeernormen en het inpassen van parkeren in gebouwde voorzieningen (garages). Ook met deze ambitie, moet ieder bouwinitiatief in Rivium voldoen aan de geldende parkeernormen en voorzien in voldoende parkeerplaatsen, zie artikel 22.16 van de omgevingsplanwijziging. Desondanks kan op voorhand niet worden voorkomen dat er mogelijke overloop zal zijn naar de omgeving, met name in Fascinatio en Kralingseveer. De parkeerdruk in en om Rivium is onderdeel van de monitoring van de effecten van de ontwikkeling. Dat betekent dat vooraf en tijdens de bouw, tot aan de oplevering van fase 1, de effecten op de parkeerdruk in Rivium zelf en de omliggende wijken periodiek wordt gemeten.

Nee

We kunnen niet uitsluiten dat er op termijn sprake is van parkeerregulering in Fascinatio. Dit is ook al eerder in het Gebiedspaspoort 2.0 aangegeven. Het invoeren van een vorm van parkeerregulering in Fascinatio kan juist ook in het belang van de wijkbewoners zelf zijn, om parkeeroverloop en -overlast te voorkomen. Hierover zal echter nooit eenzijdig door de gemeente een besluit worden genomen, maar conform onze Nota Parkeernormen en het hierin opgenomen stappenplan, zal de wijk hierbij worden betrokken. 8.8: Voorzienin gen borgen

8. Fascinatio is bewust ontwikkeld met beperkte, kleinschalige voorzieningen om bestaande voorzieningen in ’s-Gravenland en Capelle-West niet te schaden en verkeersbewegingen te beperken. Indiener verzoekt om expliciet te toetsen en te borgen dat de bestaande voorzieningen in Fascinatio behouden kunnen blijven, mede gezien het risico op verdringing door grootschalige ontwikkelingen in het Rivium.

De gemeente neemt kennis van de opmerking dat Fascinatio destijds is ontwikkeld met een beperkt en kleinschalig voorzieningenniveau, mede in relatie tot omliggende gebieden en ter beperking van verkeersbewegingen.

Nee

Bij de ontwikkeling van het Rivium is een integrale afweging gemaakt, waarbij wordt ingezet op een gemengd

Pagina 61 van 161

stedelijk gebied met een passend voorzieningenniveau voor de toekomstige gebruikers van het gebied. Daarbij is niet het uitgangspunt om bestaande voorzieningen in omliggende wijken te vervangen, maar om aanvullend te voorzien in de groei van de stad. De gemeente begrijpt de zorg over mogelijke verdringing van bestaande voorzieningen in Fascinatio. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat het functioneren en voortbestaan van voorzieningen, zoals een supermarkt of zorgvoorzieningen, in belangrijke mate afhankelijk is van marktontwikkelingen, draagvlak en ondernemerskeuzes. Dit zijn aspecten die planologisch slechts beperkt te sturen zijn. Overigens blijkt uit onderzoek van DTNP (2023) dat een extra supermarkt binnen het gebied verantwoord is. Het omgevingsplan biedt daarom geen grondslag om het behoud van individuele voorzieningen in een specifieke wijk juridisch af te dwingen, noch om economische concurrentie tussen locaties te reguleren. Het opnemen van dergelijke bepalingen, bijvoorbeeld in de vorm van gebruiksregels of voorwaardelijke verplichtingen, acht de gemeente niet passend binnen het instrumentarium van het omgevingsplan. De gemeente ziet op basis van de huidige inzichten geen aanleiding om te veronderstellen dat de ontwikkelingen in het Rivium zullen leiden tot zodanige verdringing dat aanvullende planologische maatregelen noodzakelijk zijn.

Wel blijft de gemeente de ontwikkeling van het voorzieningenniveau in de stad als geheel volgen.

8.9: Bereikbaar

9. De ontsluiting van Fascinatio is beperkt en kent regelmatig congestie. Door de verdere ontwikkeling van het

De gemeente is van oordeel dat het plan in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en niet in strijd is met de relevante bepalingen uit de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht. Alhoewel Rivium en Fascinatio een gezamenlijke ontsluiting op de N210 en de daaropvolgende A16 hebben,

Nee

Pagina 62 van 161

heid en mitigerend e verkeersm aatregelen

8.10: Verstoorde vertrouwen srelatie en participatie

Rivium zal het gebruik van de fietspaden langs de Fascinatio Boulevard sterk toenemen (met name richting OV stations), terwijl de huidige inrichting en kruisingen hier onvoldoende op zijn voorbereid. Ook de verkeerssituatie rond het All-Safe-pand en de wasstraat wordt als onoverzichtelijk en potentieel gevaarlijk ervaren. Verzocht wordt om diverse verkeersmaatregelen te onderzoeken: • verbetering en verbreding van de uitvoeg- en voorsorteerstrook richting de A16; • het terugplaatsen van de uitgang naar links bij de stoplichten, vanaf de Barckalaan richting het Abraham van Rijckvorselplein en de Capelse Brug; • verbreding van de fietspaden langs de Fascinatio Boulevard en verbetering van de kruisingen tussen fietsverkeer en autoverkeer; • de mogelijkheid van een sorteerstrook op eigen terrein bij de wasstraat; • verplaatsing van het volledige All-Safe-pand naar het Rivium; • het meenemen van aanvullende mitigerende maatregelen, waaronder een eventuele extra uitrijmogelijkheid richting de snelweg. 10. Rond de ontwikkeling van het All-Safe-gebouw in Fascinatio heeft de gemeente volgens indiener fouten gemaakt in communicatie en participatie, wat heeft geleid tot wantrouwen onder bewoners. Vanuit de gemeente is toegezegd dat participatie en informatievoorziening richting bewoners in de toekomst zorgvuldiger, transparanter en inclusiever zouden worden ingericht.

Het uitblijven van een lokaal referendum over Rivium/AllSafe, ondanks brede steun daarvoor, heeft dit vertrouwen verder geschaad. In deze context mag van de gemeente worden verwacht dat zij extra inzet pleegt op brede, laagdrempelige en wijkgerichte participatie, in plaats van te vertrouwen op

kunnen niet alle verkeersproblemen van Fascinatio op het plan voor Rivium afgewenteld worden. Het verkeersprobleem richting Kralingseplein wordt veroorzaakt door congestie op de A16. Zonder congestie op de A16 is er nagenoeg geen file op het Kralingseplein. Wij blijven verbeteringen op de A16 aan Rijkswaterstaat vragen. De ontwikkeling van Rivium zal, zoals indiener terecht aangeeft, leiden tot een toename van fietsers in en om het gebied. Om deze groei op te vangen, worden verschillende aanpassingen gedaan, zoals de aanleg van de Zuidelijke Fietsroute en de aanleg van de metropolitane fietsroute (MFR) Dordrecht – Rotterdam. De MFR voorziet in een nieuwe fietsbrug over de N210 naast de ParkShuttlebaan. Hiermee worden de bestaande fietsroutes sterk ontlast en de fietsbewegingen naar de metrostations worden hiermee sterk verbeterd. De overige mobiliteitsvragen c.q. gevraagde aanpassingen zijn met name gericht op Fascinatio en hebben minder tot geen raakvlakken met Rivium. Voor deze vragen zijn andere overlegstructuren, zoals het opgaveteam Mobiliteit (onderdeel van het WOP Fascinatio) van de wijk Fascinatio, maar hebben geen betrekking op deze omgevingsplanwijziging. Dat indiener van mening is dat de gemeente Capelle aan den IJsel niet altijd zorgvuldig is bij participatietrajecten betreuren wij.

Nee

De omgevingsplanwijziging is de ruimtelijk juridische verankering van de ambities en uitgangspunten van het gebiedspaspoort Rivium 2.0., waarvoor diverse participatiebijeenkomsten zijn georganiseerd waarbij omwonenden mee konden denken over deze ontwikkeling. Voor de omgevingsplanwijziging lag de nadruk van de georganiseerde bijeenkomsten hierom op informeren in plaats van de vraag om meedenken. Wij hebben de bezoekers van deze bijeenkomsten inhoudelijk geïnformeerd over de plannen maar zijn daarbij óók

Pagina 63 van 161

formele gremia zoals het Wijk Overleg Platform (WOP), dat volgens bewoners niet representatief is. De lage opkomst van de WOP vergadering van 26 november 2026 en de zeer hoge opkomst bij de bewonersavond over Beschermd wonen van 27 november 2026 zijn daar goede voorbeelden van. In deze laatste bijeenkomst bleek de onvrede over informatievoorziening en betrokkenheid, terwijl dit ene veel kleinere ontwikkeling betreft dan Rivium. Gezien eerdere fouten en toezeggingen tot verbetering had de gemeente volgens indiener meer moeten doen om bewoners daadwerkelijk te bereiken en te betrekken bij het omgevingsplan.

9.1: Excessieve schaduww erking op woning, tuin en volkstuinen

Volgens indiener is de informatievoorziening en participatie rond de terinzagelegging van het omgevingsplan onzorgvuldig verlopen. De inzage startte vlak voor de kerstperiode, er is geen wijkbrede brief verspreid en de eerste inloopavond vond pas na aanvang van de inzagetermijn plaats. Hierdoor kregen bewoners pas achteraf toelichting, wat tijdige en goed geïnformeerde meningsvorming bemoeilijkte. Gelet op eerdere fouten rond het All-Safe-project, toezeggingen tot verbetering en het geschaad vertrouwen na het uitblijven van een referendum en de gebrekkige en late informatievoorziening, kan volgens indiener niet worden gesproken van een zorgvuldig, wijkbreed en representatief participatieproces. De gemeente had, juist gezien de voorgeschiedenis, meer moeten doen dan het formeel organiseren van participatie. 1. Het omgevingsplan maakt zeer hoge bouwvolumes mogelijk (torens van ruim 70–100 meter), waardoor op korte afstand gelegen woningen en volkstuinen waarschijnlijk aanzienlijk minder zonlicht krijgen, zoals de woning en de achtertuin van indiener 9. Er is geen specifiek bezonningsonderzoek uitgevoerd voor de bestaande woningen in Kralingseveer, terwijl deze direct achter Rivium liggen.

ingegaan op de wettelijke mogelijkheden voor het indienen van zienswijzen en in beroep gaan. Voor wat betreft het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging: Wij hebben een zogenaamd ‘TAM-IMRO’ plan gemaakt: een tijdelijke manier om een omgevingsplanwijziging te maken met een oude digitale standaard. De wetgever heeft bepaald dat het ontwerp van een dergelijk plan uiterlijk op 31 december 2025 ter inzage gelegd moet worden, uitstel was dus geen optie. Wij hebben ieder huishouden in de wijk Fascinatio op 18 december 2025 een uitnodiging gestuurd voor de informatieavond, met een duidelijke verwijzing naar de online omgeving, en daarmee kenbaar gemaakt dat het ontwerp ter inzage lag. Hiermee zijn wij veel verder gegaan in het betrekken van de omgeving dan wettelijk vereist is. Deze uitnodiging konden wij uiteraard pas versturen nadat het college het besluit tot deze terinzagelegging genomen had.

Er bestaat geen landelijke wet- of regelgeving binnen de Omgevingswet die specifieke voorschriften stelt voor bezonning of schaduwhinder. De beoordeling hiervan vindt plaats binnen het kader van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (voorheen: ‘een goede ruimtelijke ordening’). Om dit te onderbouwen, is voor het Rivium gebruikgemaakt van de lichte TNO-norm als richtlijn. Deze norm hanteert een minimum van twee uur zonlicht per dag op de gevel, gemeten in de periode van 19 februari tot en

Nee

Pagina 64 van 161

Indiener 9 verzoekt om aanvullend bezonnings- en slagschaduwonderzoek waarin de woningen en tuinen in Kralingseveer, waaronder het eigen perceel, expliciet worden betrokken en zo nodig de bouwhoogtes en massa’s richting de bestaande woonwijken te verlagen.

met 21 oktober. De meting vindt plaats op het midden van de gevel van een woning (noordgevels uitgezonderd), op een hoogte van 0,75 meter. Hierbij is uitgegaan van een mogelijke bezonningsduur van minimaal twee uur, tenzij de huidige bezonning al minder dan twee uur bedraagt en er geen verdere afname plaatsvindt. Impact op het Kralingseveerpark en volkstuinen complex:

9.2: Jarenlange bouwhinder : heien, trillingen en bouwlawaa i

2. De bouw van Het Nieuwe Rivium zal naar verwachting van 2027 tot 2035 duren, wat betekent dat omwonenden jarenlang te maken krijgen met heien, zwaar bouwverkeer, trillingen, stof en aanhoudende geluidsoverlast. Uit het huidige akoestische kader blijkt dat de geluidbelasting nu al hoog is. Omdat wij gedeeltelijk vanuit huis werken, zullen wij langdurig en intensief aan deze bouwhinder worden blootgesteld, wat negatieve gevolgen heeft voor onze gezondheid, concentratie en leefbaarheid.

Uit het onderzoek, bijlage 39 van de motivering van de omgevingsplanwijziging, blijkt dat de nieuwe situatie een beperkt effect heeft op de bezonning van het Kralingseveerpark en volkstuinen complex. Het park ontvangt in de nieuwe situatie variërend van 9 tot 12 zonuren per dag. Door de grotere bouwhoogte van de geplande bebouwing zullen de schaduwen een groter deel van het park bedekken, maar de totale bezonning blijft ruim binnen de normen (bron: ''Addendum Onderzoek Stedenbouwfysica Rivium'' van Arup d.d. 10 september 2025). Het toevoegen van de nieuwe bebouwing heeft enig effect op de woningen aan de IJsselmondselaan, waaronder die van de indiener. De eis van ten minste 2 uur bezonning per dag in de periode van 21 juni tot 21 september gedurende de hele daglichtperiode op de gevels van de woning, wordt in alle gevallen gehaald. In appendix A uit het addendum van het uitgevoerde bezonningsonderzoek wordt voor elk meetpunt het totaal aantal zonuren in beide situaties evenals de werkelijke afname getoond, hier blijkt enige afname in percentages van maximaal 25%. De door indiener 9 genoemde voorwaarden worden niet in een omgevingsplan opgenomen maar in een BLVC-plan, een plan dat ingaat op Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie tijdens de bouwwerkzaamheden.

Nee

In deze plannen komt te staan hoe omgegaan wordt met de door indiener 9 aangedragen zorgen. De ontwikkelaar/ bouwer stelt het plan op, pas na goedkeuring hiervan door

Pagina 65 van 161

Ik verzoek u om in het plan en bij de vergunningverlening in ieder geval de volgende voorwaarden op te nemen: - beperking van heiactiviteiten tot kantoortijden (bij voorkeur niet vóór 09:00 uur en niet na 17:00 uur, geen heien in weekenden en feestdagen); - toepassing van geluids- en trillingsarme technieken waar mogelijk; - structurele monitoring van geluid en trillingen bij omliggende woningen; - het uitvoeren van een nulmeting en het instellen van een helder schadeafhandelingsprotocol. 9.3: Toename verkeersdr ukte en sluipverkee r op de IJsselmond selaan

3. Door de gedeeltelijke afsluiting van de Rivium Boulevard (“de knip”) en de aanpassing van de verkeersstructuur zal naar verwachting meer verkeer worden afgewikkeld via de IJsselmondselaan en de toegangswegen naar Kralingseveer. Dit kan leiden tot extra verkeersdruk, meer geluid en uitstoot, en onveiligere verkeerssituaties in de directe woonomgeving van indiener 9. Verzocht wordt om een volledig verkeersmodel waarin de effecten op Kralingseveer en specifiek de IJsselmondselaan worden meegenomen, en om passende mitigerende maatregelen te treffen, zoals veilige oversteekplaatsen, het tegengaan van sluipverkeer en zo nodig geluidreducerende maatregelen.

de gemeente kan er begonnen worden met de bouw. Uiteraard moeten de plannen van verschillende bouwers in het gebied op elkaar afgestemd zijn. De landelijke regels voor bedrijfsmatige bouwwerkzaamheden (art 7.17 Besluit bouwwerken leefomgeving) gaan over werktijden en geluidsniveau. Bouwwerkzaamheden mogen alleen plaatsvinden op werkdagen en zaterdag tussen 07:00 en 19:00. De hoogte van het geluid door de bouwwerkzaamheden bepaalt het maximale aantal dagen dat omwonenden daaraan blootgesteld mogen worden. Hoe hoger het geluid, hoe minder dagen dat geluid geproduceerd mag worden. Als alternatief voor de ‘knip’ in de Rivium Boulevard wordt de westelijke ontsluitingsroute via de Rivium 1e straat, Rivium Quadrant, Toepad en Rivium Promenade opgewaardeerd. Op die manier blijft er een ontsluitende route voor het doorgaande autoverkeer tussen de AvR en de IJsseldijk/Nijverheidsstraat (v.v.) beschikbaar. De kruising van de Rivium 1e straat met de Parkshuttle wordt ongelijkvloers gemaakt en er vinden andere aanpassingen plaats om hier een goede doorstroming te waarborgen. Daarmee is er geen reden om een toename van sluipverkeer via Kralingseveer te veronderstellen. De uitgevoerde berekeningen bevestigen dit (zie verkeersrapport, bijlage 33 van de motivering van de omgevingsplanwijziging).

De afkoppeling van de Nijverheidsstraat van de Algeraweg, waarover inmiddels een besluit is genomen, zal juist leiden tot een afname van doorgaand verkeer via Kralingseveer. Hoewel uit onderzoek dus blijkt dat er geen toename aan verkeer verwacht wordt op de IJsselmondselaan, kunnen we op voorhand enig effect niet volledig uitsluiten. Tijdens de ontwikkeling van Rivium wordt het verkeer in en om Rivium gemonitord. Deze uitkomsten worden ook met de omgeving gedeeld, en ook met Kralingseveer en gemeente Rotterdam. Als de uitkomsten daarvan aanleiding geven, treden we in overleg om passende maatregelen te zoeken. Het is op voorhand niet aan te geven welke effecten

Nee

Pagina 66 van 161

9.4: Parkeerdru k door lage parkeernor men in Het Nieuwe Rivium

4. De Nota Parkeernormen Rivium 2025 hanteert lage parkeernormen om autogebruik te beperken. In combinatie met de bouw van circa 5.000 nieuwe woningen ontstaat daardoor een reëel risico op een structureel parkeertekort binnen Rivium. Dit kan leiden tot overloopparkeren in omliggende wijken. Omdat Kralingseveer op loopafstand ligt en goed bereikbaar is, is het aannemelijk dat bewoners en bezoekers van Het Nieuwe Rivium zullen uitwijken naar deze wijk wanneer parkeren in Rivium onvoldoende beschikbaar of te kostbaar is. Indiener 9 verzoekt om: - de parkeernormen te heroverwegen en waar nodig te verhogen; - concreet te onderbouwen hoe overloopparkeren in Kralingseveer wordt voorkomen; - indien nodig parkeerregulering en handhaving in te zetten om parkeeroverlast in omliggende woonwijken te voorkomen.

precies zullen optreden en wat dan in dat geval een passende maatregel is. Onderdeel van een hoogstedelijke wijk met inzet op lopen, fietsen en OV, is ook een passende benadering van parkeren. Dit vertaalt zich in scherpe parkeernormen en het inpassen van parkeren in garages. Ook met deze ambitie, moet ieder bouwinitiatief in Rivium wel voldoen aan de geldende parkeernormen en voorzien in voldoende parkeerplaatsen.

Nee

De parkeernormen voor Rivium zijn relatief laag vergeleken met de rest van Capelle, maar zijn ook in lijn met de parkeernormen die andere stedelijke gemeenten hanteren voor sterk stedelijk gebieden. Bovendien vallen de normen voor Rivium in veel gevallen binnen de bandbreedtes zoals die zijn opgenomen in de meest actuele CROW-publicatie parkeerkentallen. Het is dus niet zo dat we op voorhand een tekort creëren. Als onderdeel van de verdere planuitwerking moeten de ontwikkelaars uitwerken hoe ze de parkeeropgave inpassen en organiseren, dusdanig dat zo goed mogelijk wordt aangesloten bij de parkeerbehoefte. De indiener refereert in zijn zienswijze aan de conceptnota Parkeernormen 2025. Deze nota is een actualisatie van de Nota Parkeernormen Rivium 2021. Het betreft een actualisatie met beperkte wijzigingen. De autoparkeernormen voor woon- en werkfuncties en voorzieningen zijn niet gewijzigd in de conceptnota 2025 ten opzichte van de nota 2021, met uitzondering van de parkeernorm voor studentenwoningen. Heroverweging van de parkeernormering is daarmee niet aan de orde; de Nota Parkeernormen Rivium 2021 is al eerder, als onderdeel van gebiedspaspoort 2.0, door de gemeenteraad vastgesteld als integraal onderdeel van de planopzet. We gaan de parkeerbezetting in en om Rivium meten om de effecten op parkeren in het gebied in de gaten te houden.

We kunnen niet uitsluiten dat er op termijn sprake

Pagina 67 van 161

9.5: Structurele geluidstoen ame na realisatie van de wijk

9.6: Windhinder en valwinden door hoogbouw

5. Uit het ontwerp-Hogere Waardebesluit en de MER blijkt dat de geluidbelasting in en rond Het Nieuwe Rivium al hoog is en op punten de voorkeurswaarden overschrijdt. Met de komst van circa 5.000 woningen en extra verkeer, horeca en voorzieningen zal de cumulatieve geluidbelasting verder toenemen. Dit geluid zal ook doorklinken richting Kralingseveer en de woning van indiener 9 aan de IJsselmondselaan.

is van noodzakelijke parkeerregulering. Dit is ook al eerder in het Gebiedspaspoort 2.0 aangegeven. Het invoeren van een vorm van parkeerregulering kan juist ook in het belang van de wijkbewoners zelf zijn, om parkeeroverloop en overlast te voorkomen. In het geval van Kralingseveer zal daarover dan in overleg worden getreden met de gemeente Rotterdam en de wijkraad en zullen in overleg nut, noodzaak en implementatie worden afgestemd. Doordat verkeersstromen veranderen, kunnen er geluidseffecten optreden op omliggende woningen (buiten Rivium).

Nee

Het geluidonderzoek waar indiener om vraagt, is al uitgevoerd. Deze indirecte akoestische effecten zijn opgenomen in de bijlagen 19, 20, 21, 22 en 27 van de motivering van de omgevingsplanwijziging.

Verzocht wordt om aanvullend geluidonderzoek waarin ook Kralingseveer wordt meegenomen, inclusief mogelijke geluidreflecties door hoogbouw. Op basis van dit onderzoek dienen, waar nodig, aanvullende geluidbeperkende maatregelen te worden getroffen.

Uit het onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van Rivium zeer beperkte gevolgen heeft op de IJsselmondselaan. Het aantal motorvoertuigen per dag zal toenemen van 2.700 naar 2.900. Hierdoor neemt het geluid met slechts 0,2 dB toe. Dit is niet waarneembaar voor het menselijk oor.

6. Het plan met hoge torens en een compacte stedelijke opzet kan leiden tot sterke valwinden en een oncomfortabel of onveilig windklimaat, met mogelijke effecten richting opengebieden zoals de dijkzone en de volkstuinen achter de woning van indiener 9. Verzocht wordt om het windonderzoek uit te breiden met Kralingseveer en, indien nodig, maatregelen te treffen zoals groene buffers en aanpassingen in de gebouwvorm om windhinder te beperken.

Het windklimaat is, conform de geldende richtlijnen, uitvoerig onderzocht in het kader van het omgevingsplan (zie bijlage 18). Uit dit onderzoek blijkt dat de wind zeer beperkt tot geen impact heeft op de directe omgeving, met name voor Kralingseveer en het volkstuinencomplex. Wel is op een aantal locaties binnen het plangebied sprake van een verslechtering ten opzichte van de huidige situatie (waarbij echter altijd wordt voldaan aan de normen van de NEN 8100). Om windhinder te voorkomen, zijn binnen de omgevingsplanwijziging passende maatregelen opgenomen. Daarnaast worden alle bouwplannen getoetst aan de windklassekwaliteitskaart, zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan plus. In de verdere uitwerking van de bouwblokken wordt het windklimaat expliciet meegenomen. Hierbij wordt, waar nodig, verdiepend

Nee

Pagina 68 van 161

onderzoek uitgevoerd om de gebouwvorm en inrichting van de openbare ruimte zodanig te optimaliseren dat windhinder tot een minimum wordt beperkt, zie artikel 22.11 van de omgevingsplanwijziging. Deze aanpak zorgt ervoor dat de leefkwaliteit en het comfort in het gebied gewaarborgd blijven. 9.7: Lichthinder en nachtelijke dynamiek

7. De geplande hoogbouw, horeca, short-stay-eenheden en hoogstedelijke functies zullen naar verwachting leiden tot meer nachtelijke verlichting, zoals straat-, gevel- en reclameverlichting. Dit kan lichthinder veroorzaken in de woning en tuin en zorgen voor een blijvende indruk van onrust in plaats van de huidige relatief rustige avond- en nachtsituatie. Verzocht wordt om een lichthinderonderzoek uit te voeren en in planregels en vergunningen voorwaarden op te nemen die buitensporige lichtuitstraling en nachtelijke overlast beperken.

In de zienswijze wordt verzocht om een lichthinderonderzoek uit te voeren en om in planregels en vergunningen voorwaarden op te nemen ter voorkoming van buitensporige lichtuitstraling en nachtelijke overlast. Bij vaststelling van de omgevingsplanwijziging moet worden beoordeeld of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Daarbij worden alle relevante belangen, waaronder het woon- en leefklimaat van omwonenden, betrokken. Allereerst merken wij op dat de woningen aan de IJsselmondselaan op ongeveer 130 meter van het plangebied zijn gelegen en op ongeveer 150 meter van het dichtstbijzijnde ontwikkelveld.

Nee

Voor de voorgenomen ontwikkeling is geen afzonderlijk lichthinderonderzoek noodzakelijk geacht. De beoogde functies – waaronder wonen, horeca, short-stay en overige hoogstedelijke voorzieningen – zijn gebruikelijk in een stedelijke omgeving zoals voor het Rivium wordt voorzien. De verlichting die met dergelijke functies gepaard gaat, is inherent aan een hoogstedelijk gebied. Het is dan ook aannemelijk dat dit niet leidt tot onaanvaardbare lichthinder. Daarnaast geldt dat bij de concrete uitwerking van bouwplannen en het gebruik van gronden en bouwwerken moet worden voldaan aan de omgevingsplanwijziging en de algemene zorgplicht van de Omgevingswet. Indien nodig kunnen bij vergunningverlening of via algemene regels maatregelen worden getroffen om hinder te voorkomen of te beperken. Zo wordt bij elke aanvraag omgevingsvergunning voor reclameactiviteit beoordeeld op

Pagina 69 van 161

9.8: Klimaat (hittestress )

8. De voorgenomen verharding en hoge bebouwingsdichtheid kunnen bijdragen aan hittestress in de omgeving. Verzocht wordt om aanvullende maatregelen te treffen tegen hittestress, zoals het realiseren van voldoende groen en bomen in de overgangszone naar de bestaande wijk.

9.9: Ecologie en volkstuinen

9. De volkstuinen achter de woning van indiener 9 vormen een belangrijke groene zone voor biodiversiteit en gebruiksgroen. De transformatie naar een intensief gebruikte woonwijk met hoogbouw en verlichting kan negatieve effecten hebben op fauna, zoals vogels en

lichthinder voor de omgeving. Dit kan een weigeringsgrond zijn voor de omgevingsvergunningaanvraag. Gelet hierop is voldoende geborgd dat onaanvaardbare lichthinder wordt voorkomen en bestaat geen aanleiding om een afzonderlijk lichthinderonderzoek uit te voeren of aanvullende planregels op te nemen. De impact en effecten van de nieuw te ontwikkelen programma’s, volumes en dichtheid zijn uitvoerig onderzocht in het milieueffectrapport (MER). Uit dit onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen binnen de geldende kaders en normen vallen. Binnen de contouren van de omgevingsplanwijziging worden in de openbare ruimte en de uitwerking van de bouwblokken verschillende mitigerende maatregelen getroffen om de impact van hittestress en wateroverlast te beperken. Deze maatregelen sluiten aan bij de vigerende beleidsuitgangspunten van de gemeente en omvatten onder andere de realisatie van voldoende groen- en waterbergingsvoorzieningen, het behoud en de versterking van bestaande groenstructuren, en het toepassen van klimaatadaptieve materialen. Wat betreft de specifieke wens om aanvullende maatregelen te treffen in de overgangszone naar de bestaande wijk: de huidige plannen voorzien al in een doordachte inrichting van de openbare ruimte, waarbij groen en bomen een integraal onderdeel vormen van het ontwerp.

De voorgenomen groenstructuren en klimaatadaptieve maatregelen zijn afgestemd op de lokale omstandigheden en dragen bij aan het beperken van hittestress. Binnen de bestaande planologische en financiële kaders zullen geen aanvullende maatregelen worden getroffen bovenop de reeds voorziene mitigatie oplossingen. Indiener geeft aan dat de volkstuinen achter de woning een belangrijke groene zone vormen voor biodiversiteit en dat de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op fauna, zoals vogels en vleermuizen. Verzocht

Nee

Nee

Pagina 70 van 161

vleermuizen, en op de kwaliteit van deze groene zone. Verzocht wordt om de ecologische effecten op de aangrenzende volkstuinen en Kralingseveer expliciet te onderzoeken en zo nodig mitigerende maatregelen te treffen, zoals vleermuisvriendelijke verlichting en aanvullende beplanting.

wordt om de ecologische effecten nader te onderzoeken en zo nodig mitigerende maatregelen te treffen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een ecologische quickscan (bijlage 26 van de motivering van de omgevingsplanwijziging) uitgevoerd. In het onderzoeksgebied van deze ecologische quick scan zijn de volkstuinen van Kralingseveer betrokken. Het onderzoeksgebied wordt in het noorden begrensd door de metroremise aan de ‘s-Gravenweg. In het oosten wordt het onderzoeksgebied begrensd door de Van Beethovenlaan, de Gemzenstraat en de Poolvosweg. In het zuiden wordt de grens gevormd door de Nieuwe Maas en in het westen door de A16. Het onderzoeksgebied bestaat uit 7 deelgebieden ten behoeve van het vleermuisonderzoek.

Naar aanleiding van de bevindingen uit deze quickscan is aanvullend een nader soortenonderzoek (bijlage 37 van de motivering van de omgevingsplanwijziging) uitgevoerd, gericht op onder andere de steenmarter, glad biggenkruid, jaarrond beschermde nesten van de slechtvalk en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Afhankelijk van de onderzochte soort (soortgroep) omvat

Pagina 71 van 161

het onderzoeksgebied al dan niet een wat groter gebied. Voor soorten met jaarrond beschermd nest is het plangebied onderzocht met een buffer van circa 50 m rondom het plangebied. Voor vleermuizen betrof het onderzoek dus de 7 deelgebieden. Glad biggenkruid en steenmarter zijn uitsluitend binnen de begrenzing van het plangebied onderzocht. Uit het nader soortenonderzoek blijkt dat geen effecten worden verwacht op de onderzochte soorten, met uitzondering van vleermuizen. In het plangebied zijn minimaal zes zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen, waarvan ten minste twee kraamverblijfplaatsen. Daarnaast zijn vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen in beeld gebracht. Binnen en buiten het plangebied zijn vliegroutes van onder meer gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis vastgesteld. Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake is van essentiële vliegroutes. Gezien de aanwezige bebouwing, infrastructuur en opgaande begroeiing hebben vleermuizen in en rond het plangebied voldoende alternatieve routes tot hun beschikking. De resultaten van het onderzoek worden betrokken bij de verdere uitwerking van de ontwikkeling. Indien ingrepen plaatsvinden die effect kunnen hebben op verblijfplaatsen van vleermuizen, wordt gehandeld conform de geldende wet- en regelgeving en worden, indien nodig, mitigerende maatregelen getroffen.

Dit wordt zo nodig geborgd in het kader van de vergunningverlening op grond van de Omgevingswet. Gelet op het uitgevoerde onderzoek en de mogelijkheid om bij de verdere uitwerking maatregelen te treffen, is voldoende inzicht verkregen in de ecologische effecten, inclusief de effecten op de aangrenzende volkstuinen en de omgeving van Kralingseveer. Het is op basis van de verrichte onderzoeken aannemelijk dat het soortenbeschermingsregime van de Omgevingswet de

Pagina 72 van 161

uitvoerbaarheid van deze omgevingsplanwijziging niet in de weg staat. 9.10: Waardever mindering en leefkwaliteit

10. Door de combinatie van schaduwwerking, geluid, drukte, parkeer- en verkeersdruk, verlies aan privacy en mogelijke overlast door horeca en short-stay, is het aannemelijk dat de leefkwaliteit in de directe woonomgeving van indiener 9 afneemt en de woningwaarde negatief wordt beïnvloed. Verzocht wordt om dit nadrukkelijk mee te wegen in de ruimtelijke afweging.

Bij de vaststelling van de omgevingsplanwijziging wordt beoordeeld of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij worden de belangen van omwonenden, waaronder het woon- en leefklimaat, zorgvuldig betrokken. In het kader van het plan zijn de relevante omgevingsaspecten, waaronder bezonning, geluid, verkeer en parkeren, onderzocht en beoordeeld. Hieruit volgt dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is en dat ter plaatse van de bestaande woningen geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat.

Nee

Dat de ontwikkeling leidt tot een verandering van de omgeving en een meer stedelijk karakter, is inherent aan de beoogde transformatie van het gebied. Dit betekent echter niet dat sprake is van een onevenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wij achten de ontwikkeling, gelet op de gemaakte afwegingen en de onderzoeksresultaten, aanvaardbaar.

9.11: Onevenredi ge schaal van de ontwikkelin g

11. Indiener 9 is niet tegen woningbouw, maar vindt dat de schaal, dichtheid en hoogte van Het Nieuwe Rivium – met circa 5.000 woningen en hoge torens – niet in verhouding staan tot de aangrenzende, rustige laagbouwwijk Kralingseveer. Verzocht wordt om een meer geleidelijke overgang in hoogte en dichtheid en een minder grootschalige invulling, zodat de balans tussen de

Voor zover indiener vreest voor een negatieve invloed op de woningwaarde, geldt dat mogelijke waardedaling op zichzelf geen reden vormt om van de ontwikkeling af te zien. Indien sprake is van schade als gevolg van de omgevingsplanwijziging, kan indiener op grond van de Omgevingswet een verzoek om nadeelcompensatie indienen. Een dergelijk verzoek wordt afzonderlijk beoordeeld volgens de daarvoor geldende wettelijke criteria. De ontwikkeling van het Rivium introduceert een nieuwe schaal in het gebied, met een aanzienlijke toename van het aantal woningen en het bouwvolume. Deze hogere dichtheid is het resultaat van een zorgvuldige afstemming met publieke instanties, marktpartijen en de regionale woningbehoefte. Bij de plannen is rekening gehouden met

Nee

Pagina 73 van 161

nieuwbouw en de bestaande woonomgeving aanzienlijk wordt verbeterd.

de beschikbare ruimtelijke mogelijkheden en de ambitie om een levendige, gemengde wijk te realiseren. Er bestaat een fysieke afstand van circa 150 meter tussen het Rivium en de bestaande wijk Kralingseveer. Tussen beide gebieden ligt een park en een volkstuinencomplex, die functioneren als een groene buffer. Deze zone draagt bij aan het behoud van de rust en leefbaarheid van Kralingseveer en beperkt de directe impact van de nieuwe ontwikkeling op de bestaande wijk.

10.1: korte feitelijke achtergron d

1.1. SI is eigenaar van Het Zalmhuis aan de Schaardijk 396 in Capelle aan den IJssel. Het pand wordt verhuurd aan Het Zalmhuis B.V. en geëxploiteerd als restaurant en arrangementenlocatie voor onder meer bruiloften en zakelijke bijeenkomsten, al dan niet in combinatie met live muziek.

Indien blijkt dat uw woning of bedrijf direct en aanzienlijk negatief wordt beïnvloed door de plannen, kunt u in aanmerking komen voor nadeelcompensatie. Het is echter niet vanzelfsprekend dat nadeelcompensatie wordt toegekend, aangezien de fysieke afstand en de bufferzone de impact op Kralingseveer beperken. Wij nemen de feitelijke achtergrond voor kennisgeving aan. Voor wat betreft 1.3: op basis van het bestemmingsplan Rivium is 'horeca-4' niet toegestaan.

Nee

1.2. Het Zalmhuis is sinds het begin van deze eeuw op deze locatie gevestigd en verwijst naar het oorspronkelijke Zalmhuis uit 1863, dat in 1955 is gesloopt. Het is een bekende (evenementen)locatie in het gebied en kent een sterke lokale en culturele binding. Het Zalmhuis is een kenmerkend aanzicht vanaf de Nieuwe Maas. 1.3. Voor de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Rivium’, dat onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. Op grond hiervan heeft de locatie de bestemming ‘Horeca’, waarbij horecaactiviteiten in categorie 1 tot en met 5 zijn toegestaan, evenals de exploitatie van een congrescentrum.

Pagina 74 van 161

10.2: Wegbeste mmen Orangerie (en buitenterra s) Zalmhuis

1.4. In het ontwerpplan krijgt een deel van de locatie van Het Zalmhuis de bestemming ‘Horeca’ en een ander deel (de Orangerie en het buitenterras) de bestemming ‘Ontwikkelveld’. Uit de plansystematiek en de toelichtende documenten blijkt dat direct naast Het Zalmhuis twee woontorens tot 113 meter hoog en een passage daartussen planologisch mogelijk worden gemaakt. SI kan zich niet verenigen met dit ontwerp en maakt hiertegen bezwaar. 2.1. SI is verbaasd dat in het ontwerp een deel van Het Zalmhuis, namelijk de Orangerie en het buitenterras, wordt wegbestemd door toekenning van de bestemming ‘Ontwikkelveld’. Hierdoor wordt één van de geplande woontorens van blok 11 direct gesitueerd op de gronden waar deze voorzieningen zich bevinden. 2.2. De Orangerie heeft in het geldende bestemmingsplan ‘Rivium’ de bestemming ‘Horeca’, waardoor horecaactiviteiten daar planologisch zijn toegestaan. Volgens vaste rechtspraak moet bestaand en planologisch toegestaan gebruik in beginsel als zodanig worden herbestemd. Afwijking daarvan is alleen mogelijk als aannemelijk wordt gemaakt dat dit gebruik binnen afzienbare tijd zal worden beëindigd.

10.3: Onaanvaar dbare geluidsbela sting

2.3.In de motivering van het Ontwerp wordt niets vermeld over de verhouding tot het bestaande en planologisch toegestane gebruik van het Zalmhuis, noch over het wegbestemmen daarvan. Hierdoor ontbreekt een zorgvuldige onderbouwing en motivering op dit punt, waardoor het Ontwerp om die reden moet worden aangepast. 3.1 In het plan-MER en de motivering op het ontwerp wordt erkend dat de geluidsemissies van het Zalmhuis een probleem kunnen vormen. Vooral bij woonblok 11 is de berekende maximale geluidsbelasting zeer hoog (tot 73 dB(A)) door het parkeerterrein, wat als zeer significant wordt beschouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080073/1