08.03 - Bijlage 1.0 - Nota van Beantwoording Rivium
Tekst van het document
Zie beantwoording onder 1.2.
Nee
Uit verkennende berekeningen van Van Nieuwpoort blijkt dat verschillende activiteiten piekgeluiden veroorzaken op gevelpunten in Rivium: het stoten van een grijper tegen een scheepswand leidt tot maximale geluidsniveaus van 72 dB(A) in de dagperiode, het schrapen van een shovel tot maximale geluidsniveaus van 65 dB(A) in de nachtperiode en het vullen van een trommel maximale geluidsniveaus tot 61 dB(A) in de nachtperiode.
Pagina 96 van 161
12.4: Participatie en advies
12.5: Planregels
Er wordt verzocht rekening te houden met de genoemde geluidniveaus om een goed woon- en leefklimaat voor nieuwe geluidgevoelige functies te waarborgen. Daarnaast is in de akoestische onderzoeken de 31 Hz-octaafband buiten beschouwing gelaten, terwijl door diverse bronnen (zoals installaties/aandrijvingen bij bedrijven, windturbine, wegverkeer (o.a. de A16) en mogelijke resonantie van de Van Brienenoordbrug en scheepvaart) laagfrequent geluid kan optreden. Daarom wordt gevraagd ook laagfrequent geluid te onderzoeken en af te wegen. Omdat de exacte stedenbouwkundige invulling nog niet bekend is (flexibiliteit omgevingsplan), wordt verzocht participatie bij vergunningaanvragen op basis van het TAMomgevingsplan verplicht te stellen als ontvankelijkheidsvoorwaarde. De beoordeling van geluid vindt namelijk pas plaats in individuele vergunningprocedures. Het is van groot belang voor bestaande bedrijven dat deze beoordeling correct wordt uitgevoerd. Aangezien in het MER geen daadwerkelijke alternatievenonderzoek is gedaan (zoals door DCMR is aangegeven) en onzeker is of alleen bouwkundige maatregelen altijd een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat kunnen garanderen conform het gemeentelijke geluidbeleid, moet de feitelijke participatie over de uitwerking van geluidaspecten nog plaatsvinden.
Daarom wordt ook verzocht DCMR verplicht te laten adviseren bij elke aanvraag voor nieuwe of gewijzigde geluidgevoelige functies.
4.1. Verplichte vergunningverlening <-> optionele afwijking (artikel 22) De Omgevingswet biedt geen basis voor een planregel die een verplichte afwijking voorschrijft. Wel kan een omgevingsvergunningplicht worden opgenomen waarbij een vergunning moet worden verleend als aan voorwaarden is voldaan, of een afwijkingsbevoegdheid
Het is correct dat bij de omgevingsvergunningaanvraag aangetoond moet worden dat aan alle geluidseisen voldaan wordt. Dit is in het belang van de nieuwe bewoners maar zeker ook voor de bestaande bedrijven.
Nee
Met deze omgevingsplanwijziging is aangetoond dat het mogelijk is dat de te realiseren woningbouw kan voldoen aan alle geluidregelgeving. Wij zien dan ook niet waarom indiener stelt dat het onzeker is of alleen bouwkundige maatregelen altijd een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat kunnen garanderen. Wij zien de meerwaarde er dan ook niet van in om hier een participatief proces aan te koppelen, de aanvrager moet simpelweg voldoen aan de regels. Wanneer indiener te zijner tijd van mening is dat de in de omgevingsvergunning voorgeschreven maatregelen onvoldoende zijn, kan de indiener op dat moment gebruik maken van de wettelijke mogelijkheden voor bezwaar en beroep tegen deze vergunning. 4.1 De formulering onder artikel 22.2.3 wordt aangepast.
Aanpassen formulering vergunningplich ten in artikel 22.2.3 onder a, b en c:
Pagina 97 van 161
waarbij kan worden afgewogen of afwijking aan de orde is. Een verplichting tot afwijking past daar niet bij. Daarom wordt verzocht de betreffende bepalingen correct te formuleren. 4.2. Industrieterreinen Artikel 22 bevat bepalingen over industrieterreinen, maar deze bepaling wordt niet gedefinieerd. De term lijkt ontleend te zijn aan de Wet geluidhinder (oud). Verzocht wordt om te verduidelijken op welke bedrijfsfuncties of -gronden deze term betrekking heeft. 4.3. Vergunningplicht voor herindeling etc. van geluidgevoelig gebouw Er wordt verzocht een omgevingsvergunningplicht in te voeren voor wijzigingen aan geluidgevoelige gebouwen die afbreuk doen aan de uitgangspunten waarop de oorspronkelijke vergunning is gebaseerd. Zo moet worden voorkomen dat bijvoorbeeld bouwwerken die vanwege geluidafscherming op een bepaalde manier zijn vormgegeven zonder vergunning kunnen veranderen waardoor bijvoorbeeld niet meer wordt voldaan aan artikel 22.2.3.a3 (minstens 1 slaapkamer grenzend aan de geluidluwe zijde) of artikel 22.2.3b (gemeenschappelijke buitenruimte krijgt andere functie). Verder kan worden gedacht aan het vervangen van geluidwerende en absorberende bouwdelen of het uitbreiden van een geluidgevoelige functie in een bestaand bouwwerk. 4.4.
Toepassingsbereik van artikel 22 Verzocht wordt om aanvullend op artikel 6.3.3 van de planregels te bepalen dat artikel 22 van de regeling (geur en geluid) ook punt van afweging vormt bij het toelaten van een kinderopvang in het plangebied. Daarnaast wordt verzocht om te bepalen dat ook artikel 22 betrokken moet worden in het kader van
22.2.3
4.2 De omgevingsplanwijziging sluit aan bij het omgevingsplan. In Bijlage II bij het omgevingsplan is een begripsbepaling opgenomen voor ‘gezoneerd industrieterrein’. Omdat hierbij de term gezoneerd is opgenomen, wordt voor de volledigheid het begrip ‘industrieterrein’ toegevoegd in artikel 3. 4.3 In artikel 22.2 zag de omgevingsplanactiviteit alleen op het bouwen. De regeling wordt zodanig aangepast dat deze ook ziet op het gebruik, waardoor de maatregelen onder 22.2.2 onder b ook van toepassing zijn bij het veranderen van de inrichting van het pand.
4.4 Voor artikel 6.3.3 is artikel 22 al onder 6.3.1 van toepassing verklaard. Onder artikel 9.5 wordt een nieuw sublid 9.5 lid 1 toegevoegd om artikel 22 ook van toepassing te verklaren op een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het bouwen.
Vergunn ingplicht a. Het is verboden zonder omgevingsv ergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.2.2, sub b, onder 1; b. Het is verboden zonder omgevingsv ergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.2.2, sub b, onder 2; c. Het is verboden zonder omgevingsv ergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 22.2.2, sub c.
Pagina 98 van 161
de afwegingsaspecten van artikel 9.5.1.b bij de afwijkingsbevoegdheid om een hogere bouwhoogte toe te staan. Dit kan bijvoorbeeld relevant zijn voor de geluidbelasting op geluidgevoelige functies, waaronder reflectiegeluid. 4.5. Geluidsspectrum In de planregels ontbreken aanvullende regels over het te hanteren geluidsspectrum. Omdat de LAmax-niveaus van Van Nieuwpoort, onder meer door het lossen van schepen, veel energie bevatten in de frequentiebanden 63–500 Hz, vreest het bedrijf voor een onvoldoende beschermingsniveau voor de bepaling van de benodigde geluidswering in de gevelconstructie. Dit kan leiden tot klachten van toekomstige bewoners. Daarom wordt verzocht in de planregels vast te leggen welk geluidsspectrum moet worden gehanteerd bij de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies. 4.6. Geluidmodel Verzocht wordt om in de planregels vast te leggen met welk zonemodel en welke rekensoftwareversie alle geluidbeoordelingen dienen te worden uitgevoerd. Dit om verwachte effecten van model- en rekenonzekerheden zo klein mogelijk te maken.
4.5 Door de activiteiten van Van Nieuwpoort kan de geluidbijdrage op de gevels van nieuwbouw in de lagere frequenties afwijken van het standaard spectrum voor industrielawaai (volgens NEN5077). De Omgevingsregeling staat het rekenen met een afwijkend geluidspectrum toe. Daarom wordt artikel 22.2.5 uitgebreid met de volgende bepaling: Daar waar de betonmortelcentrale gevestigd aan de Schaardijk 509 te Rotterdam bepalend is voor het gezamenlijk geluid wordt ter berekening van het binnenniveau het standaardspectrum van industrielawaai niet toegepast. Het maatgevende spectrum is afkomstig van het zonemodel Stormpolder. Alleen voor activiteiten waarvan het geluid door het plan wordt begrensd moet in eerste instantie het zonemodel en de versie van de rekensoftware worden gebruikt die overeenkomt met de bij het plan behorende geluidonderzoeken. Recentere versies van het zonemodel en de rekensoftware zijn akkoord mits de rekenresultaten voor de activiteiten niet nadelig uitpakken.
Het begrip ‘industrieterrein ’ toevoegen aan artikel 3. Industrieterrein: industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtredin g van de Omgevingswet; Artikel 22.2.1: na bouwen toevoegen ‘en gebruiken’. In artikel 22.2.2 onder a, 22.2.2 onder b en 22.2.2 onder c na ‘van de te bouwen’ toevoegen: ‘en in gebruik te nemen’.
Pagina 99 van 161
Toevoegen sublid 9.5.1: 9.5.1 Algemeen Een omgevingsverg unning voor een binnenplanse omgevingsplan activiteit voor het bouwen wordt alleen verleend met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
Aan artikel 22.2.5 een sub c toevoegen: c. Daar waar de betonmortelcen trale gevestigd aan de Schaardijk 509 te Rotterdam bepalend is voor het gezamenlijk geluid wordt ter
Pagina 100 van 161