08.03 - Bijlage 1.0 - Nota van Beantwoording Rivium
Tekst van het document
10.2 In de motivering ontbreekt zowel een onderbouwing voor de gemaakte keuze als een beschrijving van het beoogde profiel van de Rivium 2e straat, evenals een afweging of de geplande verbreding niet beter aan de noordzijde kan plaatsvinden.
Aan de zuidzijde van de Rivium 2e straat krijgt een strook van circa 0,8 m de functie van openbare ruimte. Dit was circa 3,2 m in het ontwerp van de omgevingsplan wijziging.
10.3 Indiener 5 wil de openbare ruimte niet zelf realiseren en is ook niet bereid de gronden te verkopen. Bovendien heeft zij recent met vergunning een glazen pui met luifel geplaatst, die deels ligt op de gronden die voor openbare ruimte zijn bestemd. 10.4 Aan deze zijde van het pand bevinden zich de receptie en kantoren, waardoor de beoogde openbare ruimte alleen
Pagina 28 van 161
5.11: Kostenverhaal
kan worden gerealiseerd door (gedeeltelijke) sloop van het gebouw, waartegen indiener 5 zich zal verzetten. 11.1 Indiener 5 stelt dat op de verbeelding een kostenverhaalsgebied is opgenomen, waarop geen kostenverhaalsplichtige activiteiten of openbare voorzieningen zijn voorzien. Deze gronden dienen buiten het kostenverhaalsgebied te worden gelaten. 11.2 Indiener 5 merkt op dat in de toelichting op de regels over het kostenverhaal in de exploitatieopzet een categorie “opbrengsten diverse te handhaven” is opgenomen, die moeten worden voldaan door de gemeente. Volgens indiener 5 ontbreekt een wettelijke basis om kosten en opbrengsten toe te rekenen aan gronden zonder kostenverhaalsplichtige bouwactiviteiten, waardoor de exploitatieopzet een onjuist beeld van de financiële uitvoerbaarheid geeft. 11.3 In artikel 23.2.4 van de ontwerp regels staat: Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald op grond van hoofdstuk 13 van de Omgevingsregeling. 11.4 Er is gekozen voor kostenverhaal zonder tijdvak in het omgevingsplan. Op grond van artikel 13.15 lid 2 moet in dat geval per kostenverhaalsplichtige activiteit in het omgevingsplan het maximum van de te verhalen kosten voor die activiteit worden bepaald.
Een verwijzing naar hoofdstuk 13 lijkt daarvoor niet toereikend. 11.5 Bij het bepalen van dit maximum kan rekening worden gehouden met het risico niet alle gronden worden ontwikkeld en dus niet alle kosten kunnen worden verhaald. Met andere woorden: het maximum per activiteit kan hoger liggen dan het totale kostenmaximum voor het hele gebied. Om te voorkomen dat een deel van de kosten niet kunnen worden verhaald en voorzieningen niet gerealiseerd
11.1: Indiener 5 stelt dat een kostenverhaalsgebied geen bouwplan heeft, Het bedrijf met een consoliderende functie maakt deel uit van een kostenverhaalsgebied (RiviumTransformatie) dat wel bouwplannen heeft. 11.2: Onder andere in de zaak ECLI:NL:RVS:2013:1573 is gebleken dat ook kosten aan de bestaande stad moeten worden toegewezen als die daar profijt van hebben. Dit nog los van het feit of er sprake is van een bouwactiviteit. Om ervoor te zorgen dat kosten zowel over bouwplannen als bestaande stad op uniforme wijze gelet op Profijt, Proportionaliteit, en Toerekenbaarheid worden toegerekend is er voor de bestaande stad de waardesprong tussen de huidige WOZwaarde en de situatie na het toevoegen van de voorzieningen gerekend. Kosten worden dan naar rato van deze opbrengst toegerekend. 11.3: Deze constatering is correct. 11.4: Het door de indiener van de zienswijze genoemde artikel 13.15 lid 2 van de Omgevingswet is een nadere specificering van welk deel van hoofdstuk 13 wordt bedoeld. Wij nemen dit over. 11.5: De indiener heeft gelijk als hij bedoelt dat in de situatie zonder tijdvak er een hoger kostenplafond mag worden gevraagd dan de raming, dit om eventuele tekorten op te vangen, als delen van het programma niet worden gerealiseerd.
De gemeente heeft echter een scenario gekozen waarin alle kosten zijn afgedekt en acht het niet redelijk om eigenaren te overvragen en een gerede kans terug te betalen als er teveel is betaald. Bovendien zijn de regels rond het kostenverhaal bij te stellen als daartoe aanleiding is.
11.1: Nee
11.2: Nee
11.3: Nee 11.4: De definitie van plankosten en artikel 23.2.4 worden aangepast. 3.72plankosten : plankosten als bedoeld in hoofdstuk 13.2.1a van de Omgevingsreg eling; Artikel 23.2.4 wordt aangepast: 23.2.4 Raming plankosten: Bij de raming van de kosten per kostenverhaals
Pagina 29 van 161
kunnen worden, is herbeoordeling van deze bepaling raadzaam. 11.6 In bijlage 42 is een toelichting op de regels over het kostenverhaal opgenomen. Op pagina 3 wordt ingegaan op de inbrengwaarde van de toekomstige openbare ruimte, waarbij wordt verwezen naar de bijlage 1 – taxatie inbrengwaarde. Indiener 5 merkt op dat daarin de strook van 0,80 m breed is opgenomen die van haar zou moeten worden verworven met een inbrengwaarde die op basis van de WOZ is vastgesteld (€ 14.129,00 voor 42 m2). Hoewel het wettelijk kan, is voor onteigening een veel hogere schadeloosstelling nodig, omdat de bruikbaarheid van het bedrijfspand aanzienlijk wordt beperkt en ingrijpende aanpassingen nodig zijn.
Hierbij is tevens van belang dat met alle beoogde ontwikkelaars van de ontwikkelingen, die in deze omgevingsplanwijziging worden mogelijk gemaakt, anterieure overeenkomsten zijn gesloten. De in de omgevingsplanwijziging opgenomen kostenverhaalsregeling ziet enkel op de situatie dat een van de ontwikkelaars onverhoopt niet over zal gaan tot ontwikkeling van zijn betreffende deel. Op het moment dat deze situatie zich voordoet, is ook niet duidelijke welke ontwikkeling precies zal plaatsvinden. Om die reden is bewust gekozen om als uitgangspunt een organische gebiedsontwikkeling te hanteren zonder tijdvak. Daarnaast wordt bij organische gebiedsontwikkeling niet gewerkt met een macro aftopping (de geraamde kosten afgezet tegen de geraamde opbrengsten), maar met een toets op de potentiële waardevermeerdering. Gevolg hiervan is inderdaad dat mogelijk niet alle kosten verhaald kunnen worden. Omdat deze situatie zich alleen voor zal doen als een van de ontwikkelaars onverhoopt zijn beoogde deel niet kan ontwikkelen en in dat geval geenszins duidelijk is wat en hoe er dan wel ontwikkeld gaat worden, is gekozen voor deze manier van kostenverhaal.
gebied wordt in deze omgevingsplan wijziging voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald op grond van hoofdstuk 13.2.1a van de Omgevingsreg eling. 11.5: Nee 11.6: Nee
11.6: Een strook van 0,80 breed op een voorterrein met een breedte van ca. 3 meter lijkt de bruikbaarheid van het pand niet te beïnvloeden, zeker nu er geen entree aan is gelegen. Van ingrijpende aanpassingen lijkt dus geen sprake. Aan een waardering op basis van een onteigeningstitel met een volledige schadeloosstelling komen we nu niet toe nu er nog geen sprake is van een onteigeningbesluit, een voorgenomen besluit dan wel dat onderhandeld wordt op een dergelijke basis.
Pagina 30 van 161
5.12: Conclusie
Indiener 5 verzoekt het gemeentebestuur om vooralsnog af te zien van de vaststelling van de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan, of in elk geval de zienswijze in de besluitvorming te betrekken en het ontwerp aan te passen.
Zie beantwoording zienswijzen onder 5.1 t/m 5.11.
Aanpassing en aanvulling bijlage 38. Op de verbeelding opnemen van een maatwerkaand uiding: Rivium 2e straat 12: ‘specifieke vorm van bedrijf groothandel in meet- en regelapparaten’ ; Toevoegen aan artikel 6.1: b. een groothandel in meet- en regelapparaten, SBI-2025
Pagina 31 van 161
46695, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in meet- en regelapparaten' ; Aan de zuidzijde van de Rivium 2e straat krijgt een strook van circa 0,8 m de functie openbare ruimte in plaats van circa 3,2 meter. Aanpassing van de definitie plankosten en artikel 23.2.4. 3.72 plankosten: plankosten als bedoeld in hoofdstuk 13.2 lid 1 sub a van de Omgevingsreg eling;
Pagina 32 van 161
Artikel 23.2.4 wordt aangepast: 23.2.4 Raming plankosten: Bij de raming van de kosten per kostenverhaals gebied wordt in deze omgevingsplan wijziging voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald op grond van hoofdstuk 13.2 lid 1 sub a van de Omgevingsreg eling. 6.1: Terinzagel egging, overleg en belang
Het ter inzage leggen van het ontwerpomgevingsplan vlak voor de feestdagen wordt als zeer onzorgvuldig beschouwd, omdat de publicatie gemakkelijk gemist kan zijn en de kerstvakantie feitelijk twee weken van de inzagetermijn wegneemt. Het wordt betreurd dat dit plan ter inzage is gelegd zonder voorafgaand overleg met de betrokken partijen, ondanks eerdere gesprekken en de wens om bij het proces
Indiener stelt dat het ter inzage leggen van het ontwerp omgevingsplanwijziging vlak voor de feestdagen onzorgvuldig is, omdat de publicatie gemakkelijk gemist kan zijn en de kerstvakantie feitelijk twee weken van de inzagetermijn wegneemt.
Nee
Het ontwerp omgevingsplanwijziging heeft overeenkomstig de wettelijke voorschriften gedurende zes weken ter inzage
Pagina 33 van 161
betrokken te blijven en een concreet voorstel te hebben gedaan voor de invulling van de supermarkt locatie die in het omgevingsplan wordt mogelijk gemaakt. Hierdoor is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van indiener 6, wat als onzorgvuldig wordt beschouwd. Mikro Beheermaatschappij B.V. is eigenaar van het pand aan het Solisplein 1 en verhuurt dit aan VOF Rehak en haar vennoten, waar een Boon’s Dagmarkt-supermarkt is gevestigd. Samen met franchisegever Boon Food Group B.V. hebben zij een groot belang bij de plannen voor een nieuwe supermarkt op circa 700 meter afstand en zijn daarom belanghebbend en ontvankelijk in deze zienswijze.
gelegen. Deze termijn is wettelijk vastgelegd en geldt ongeacht vakantieperioden of feestdagen. Daarnaast is het ontwerp op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Dat indiener de publicatie mogelijk heeft gemist, komt voor eigen rekening en risico. Verder is van belang dat het hier een TAM-omgevingsplan betreft dat vóór 1 januari 2026 ter inzage moest worden gelegd. Gelet hierop bestond aanleiding het ontwerp in deze periode ter inzage te leggen. Verder merken wij op dat indiener binnen de termijn een zienswijze heeft ingediend, zodat niet is gebleken dat indiener in zijn belangen is geschaad. De omgevingsplanwijziging is gebaseerd op het eerder door de gemeenteraad vastgestelde gebiedspaspoort 2.0. In het kader van de totstandkoming van dit gebiedspaspoort heeft een participatietraject plaatsgevonden waarbij diverse stakeholders, waaronder indiener, zijn betrokken. De omgevingsplanwijziging vormt de juridische vertaling en nadere uitwerking van de uitgangspunten uit het gebiedspaspoort. Daarnaast merken wij op dat de Omgevingswet niet verplicht tot het voeren van voorafgaand overleg met individuele partijen voorafgaand aan de terinzagelegging van een ontwerp omgevingsplanwijziging. De wettelijke procedure voorziet, naast de genoemde participatie, in de mogelijkheid voor iedereen om gedurende de terinzagelegging van het ontwerp zienswijzen in te dienen.
Van deze mogelijkheid heeft indiener gebruik gemaakt. Gelet hierop is geen sprake van een onzorgvuldige voorbereiding. Voor zover indiener stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met haar belangen, merken wij op dat bij de vaststelling van het ontwerp van de
Pagina 34 van 161
omgevingsplanwijziging een integrale belangenafweging heeft plaatsgevonden. Daarbij zijn de belangen van indiener betrokken. Deze belangen zijn echter niet doorslaggevend geacht. Daarnaast merken wij op dat het belang van indiener in belangrijke mate betrekking heeft op mogelijke concurrentie-effecten als gevolg van de realisatie van een nieuwe supermarkt. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vormen concurrentieverhoudingen in beginsel een onvoldoende ruimtelijk relevant belang dat aan planologische besluitvorming in de weg staat (uitspraken van 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1585 (Wijchen), van 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2855 (Venlo) en van 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3137 (Zundert), van 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1744, Venlo). Met andere worden dient een omgevingsplan er niet toe om concurrentieverhoudingen te regelen. Het enkele feit dat de vestiging van een nieuwe supermarkt mogelijk gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering van bestaande supermarkten, vormt daarom geen aanleiding om de ontwikkeling planologisch niet mogelijk te maken. Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat de omgevingsplanwijziging zorgvuldig is voorbereid en dat de belangen van indiener voldoende zijn meegewogen.
Pagina 35 van 161
6.2: negatieve effecten van het ontwerppla n op bestaande voorziening en in omliggende wijken.
De gevolgen van het plan voor exploitatie van de betreffende supermarkt zijn onvoldoende en/of tegenstrijdig onderzocht. Door VOF Rehak is dit uitvoerig toegelicht in de zienswijzen die zij bij uw raad en college hebben ingediend. Een afschrift van deze zienswijzen is aangehecht als bijlage 4. Deze zienswijzen worden volledig onderschreven en de inhoud dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. Het nieuwe omgevingsplan maakt een veel grotere supermarkt (tot 2.000 m²) op circa 700 meter afstand mogelijk, wat waarschijnlijk leidt tot verdringing van de huidige kleine supermarkt (± 550 m²). Dit is volgens de indieners in strijd met het uitgangspunt dat nieuwe voorzieningen geen negatieve effecten mogen hebben op bestaande winkelgebieden in Fascinatio en ‘s-Gravenland (zie DPO rapport van DTNP en de Ladderonderbouwing van RHO adviseurs van 4 december 2025 waarin naar het Gebiedspaspoort 2.0 wordt verwezen waarin onder meer dit uitgangspunt is benoemd.). Bovendien wordt in het ontwerp omgevingsplan uitgegaan van Rivium als apart verzorgingsgebied, terwijl in de Structuurvisie Detailhandel Capelle aan den IJssel 2021 Rivium en Fascinatio één samenhangend verzorgingsgebied vormen.
Door de toevoeging van een grote(re) supermarkt in de directe omgeving van de bestaande supermarkt zullen onvermijdelijk negatieve effecten optreden voor zowel deze supermarkt als de overige voorzieningen in Fascinatio. In plaats van het beschermen van de bestaande voorzieningen wordt een situatie gecreëerd waarbij alleen de belangen van Rivium worden betrokken. Daarmee wordt ten onrechte en in afwijking van eerder ingenomen beleidsstandpunten die mede zijn vastgelegd in de Structuurvisie gehandeld. Dit is aanleiding om het omgevingsplan zoals ter inzage is gelegd, niet vast te stellen. Er dient rekening gehouden te worden met bestaande voorzieningen en het behouden daarvan.
Ten eerste willen wij graag benadrukken dat de gemeente Boon’s dagmarkt een belangrijke voorziening voor de wijk Fascinatio vindt. Het is een buurtsteunpunt, een basisvoorziening voor inwoners uit de wijk, voor het doen van een dagelijkse of vergeten boodschap. Dit zal na realisatie van een nieuwe supermarkt in het Rivium niet veranderen.
Nee
Indieners vinden dat er sprake zal zijn van leegstand en verdringing. Ze verwijzen hierbij naar het DPO van DTNP van 2019 en 2023. Het DPO van 2019 is in het kader van gebiedspaspoort 2.0 uitgevoerd en is geactualiseerd in het kader van de omgevingsplanwijziging in 2023. Daarnaast is er een zogenaamde ladderonderbouwing (behoefteonderzoek) uitgevoerd en die is opgenomen als bijlage 1 bij de motivering van de omgevingsplanwijziging. De enkele omstandigheid dat een ontwikkeling mogelijk leidt tot marktverschuivingen, overaanbod, omzetdaling bij bestaande ondernemingen, beëindiging van bedrijfsactiviteiten of enige mate van leegstand, betekent op zichzelf niet dat sprake is van een onevenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze omstandigheden maken deel uit van de ruimtelijk-economische dynamiek en zijn slechts relevant voor zover sprake is van structurele leegstand met ruimtelijk relevante effecten voor de fysieke leefomgeving. Zie ook uitspraken van 5 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:743 (Son en Breugel), van 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1295 (Zevenaar), van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2580 (Venlo) en van 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3386 (Leeuwarden). De uitkomsten van de distributieve marktruimteberekening worden niet bestreden door indiener. Er zijn geen (nieuwe) cijfers of inzichten aangeleverd.
Er is geen aanleiding om de motivering hierop aan te passen. Verder wordt door indiener opgemerkt dat in het verleden gemaakte beleidskeuzes hebben geleid tot sluiting van
Pagina 36 van 161
In het advies van de Adviescommissie Detailhandel Zuid Holland van 16 november 2023 wordt verwezen naar het DPO van bureau DTNP en de daarin opgenomen conclusie dat een moderne supermarkt van circa 1.500 m2 wvo (circa 2.000 m2) nodig is om een wijkgericht winkelprogramma te realiseren. De nieuwe, grote supermarkt zal met andere woorden fungeren als ‘kartrekker’ en klanten wegtrekken bij bestaande winkels, waaronder de supermarkt aan het Solisplein, waardoor onvoldoende rekening is gehouden met negatieve effecten. Door de Adviescommissie is verder overwogen dat concentratie een belangrijke voorwaarde is voor een vitaal en toekomstbestendig winkelcentrum, waarbij verwezen is naar het rapport van DTNP. Dit uitgangspunt geldt natuurlijk ook voor bestaande winkelcentra en/of voorzieningen. De beoogde supermarkt op beperkte afstand kan leiden tot verdringing, leegstand en waardedaling van bestaande panden. Daarnaast is een aanbeveling om de MRDH een geactualiseerd advies te laten geven niet opgevolgd, omdat alleen een oud advies uit 2020 is toegevoegd, wat volgens de indieners in strijd is met provinciale vereisten en reden vormt om het plan niet vast te stellen en de MRDH alsnog in de gelegenheid te stellen het advies aan te vullen waarbij ook de ingediende zienswijzen toegezonden dienen te worden.
In het MRDH-advies uit 2020 is aangegeven dat het nieuwe winkelgebied in Rivium betekent dat de nieuwe inwoners niet naar de bestaande aangrenzende wijkverzorgende centra gaan, er geen sprake mag zijn van onaanvaardbare structuur verstorende effecten op bestaande perspectiefrijke winkelgebieden en leegstand moet worden voorkomen. De komst van een grotere supermarkt in Rivium zal volgens de indieners echter wél tot leegstand en verdringing leiden, mede omdat inwoners van Fascinatio zich op Rivium zullen gaan richten. Deze risico’s zijn al langer bekend zoals uit het participatietraject naar voren is gekomen. Er zijn (mogelijk) plannen de scholen te verplaatsen. Het gehele voorzieningenhart zaI dan leeg komen te staan. Dat dient
bestaande supermarkten, waarbij hetzelfde dreigt voor Fascinatio. Dit wordt gezien als onzorgvuldig en onevenredig beleid van de gemeente dat geen rekening houdt met bestaande voorzieningen. Door de indiener wordt voorgesteld dat de nieuwe supermarkt door dezelfde exploitant wordt gerund terwijl de bestaande winkel als nevenvestiging blijft bestaan, bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke verplichting. Het omgevingsplan is een planologisch instrument waarin ruimtelijke functies en gebruiksmogelijkheden worden vastgelegd. Het omgevingsplan regelt niet welke specifieke ondernemer of exploitant zich op een locatie vestigt. Het voorstel van indiener ziet op de exploitatie van de supermarkt en de identiteit van de exploitant. Dit betreft geen aspect dat in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in een omgevingsplan kan worden geregeld. De gemeenteraad heeft dan ook geen bevoegdheid om in deze omgevingsplanwijziging vast te leggen dat een supermarkt uitsluitend door een specifieke exploitant wordt geëxploiteerd.
Daarnaast merken wij op dat het opnemen van een dergelijke voorwaardelijke verplichting, waarbij de exploitatie van een supermarkt afhankelijk wordt gesteld van een specifieke ondernemer of een bepaalde wijze van bedrijfsvoering, niet voldoet aan het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als bedoeld in de Omgevingswet. Dergelijke voorwaarden hebben geen betrekking op de fysieke leefomgeving, maar zien op de persoon van de exploitant dan wel de bedrijfsvoering. Het opnemen van een dergelijke bepaling in het omgevingsplan overschrijdt derhalve de reikwijdte van hetgeen op grond van de Omgevingswet kan worden geregeld.
Pagina 37 van 161
voorkomen te worden en dit aspect dient meegewogen te worden bij de verdere besluitvorming over Rivium. Volgens het DPO zullen inwoners van Fascinatio zich op Rivium richten, waardoor de negatieve gevolgen voor de bestaande supermarkt al vanaf het begin bekend waren. Toch zijn de plannen doorgezet zonder rekening te houden met de belangen van de betrokken partijen en de exploitant. Uit het DPO van 2019 en de actualisatie van 8 augustus 2023 blijkt dat de komst van een nieuwe supermarkt verdringingseffecten zal veroorzaken en de toch al kwetsbare positie van de bestaande Boon’s Dagmarkt verder onder druk zet. Door VOF Rehak is gemotiveerd toegelicht in de zienswijzen dat eerdere gemeentelijke beleidskeuzes geleid hebben tot sluiting van bestaande supermarkten, zoals de supermarkt in Schollevaar in 2025. Hetzelfde dreigt voor de supermarkt in Fascinatio. Dit wordt gezien als onzorgvuldig en onevenredig beleid dat geen rekening houdt met bestaande voorzieningen, ondanks recente investeringen en het ontbreken van uitbreidingsmogelijkheden. De indieners stellen dat een koppeling met de nieuwe supermarkt een beter alternatief zou zijn en dat de negatieve gevolgen voor exploitant, eigenaar, franchisegever, omwonenden en klanten onvoldoende zijn meegewogen, waardoor geen sprake is van een evenwichtige functietoedeling.
Het ontwerpplan is onzorgvuldig en in strijd met gemeentelijk beleid, zoals onder meer vast gelegd in de gebiedsvisie c.q. het Gebiedspaspoort. Indiener 6 verzoekt om het ontwerp "TAM - omgevingsplan Hoofdstuk 21b Rivium" niet dan wel gewijzigd vast te stellen in die zin dat de supermarktfunctie niet wordt opgenomen. Als alternatief wordt voorgesteld dat de nieuwe supermarkt door dezelfde exploitant (onder Boon Food Group) wordt gerund, terwijl de bestaande winkel als nevenvestiging blijft
Het bepalen van de exploitant van de supermarkt is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen grondeigenaar, ontwikkelaar en eventuele exploitanten en vormt geen onderdeel van de planologische afweging. Bovendien zou het opnemen van een dergelijke regeling in strijd kunnen komen met het beginsel van vrije vestiging en mededinging. DTNP heeft in 2019 een distributieplanologisch onderzoek uitgevoerd om de indicatieve marktruimte voor een supermarkt/dagelijks winkelaanbod in Rivium te bepalen. Dit onderzoek is in 2023 geactualiseerd, waarbij ook rekening is gehouden met mogelijke effecten op de positie van Boon’s Dagmarkt. Geconcludeerd wordt dat er ruimte ontstaat voor het toevoegen van een supermarkt van moderne omvang, die aansluit bij de wensen van de hedendaagse consument. Het inwonertal van het afgebakende verzorgingsgebied Rivium (inclusief de woonwijken Fascinatio en Kralingseveer) neemt met 7.000 à 8.000 inwoners toe tot circa 12.000 inwoners. De indicatieve berekening voor Rivium toont dat er ruimte ontstaat voor het toevoegen van een supermarkt van moderne omvang, die aansluit bij de wensen van de hedendaagse consument. • Er is weloverwogen een afweging gemaakt voor de afbakening van het (primaire) verzorgingsgebied en de samenhang tussen de supermarkten daarin.
• Zonder toevoeging van supermarktaanbod is er sprake van behoorlijke onderbewinkeling in het westelijk deel van de stad. • Voor Rivium wordt een supermarkt geadviseerd met een omvang van circa 1.500 m² wvo, om te voorkomen dat de reeds kwetsbare positie van Boon’s Dagmarkt verder onder druk komt te staan.
Pagina 38 van 161
bestaan. Dit zou het voorzieningenniveau in Fascinatio behouden en zowel bewoners In Fascinatio en Rivium als betrokken partijen dienen. Wellicht is hierover een voorwaardelijke verplichting op te nemen in het omgevingsplan danweI anderszins vast te leggen Het solitair toevoegen van een nieuwe supermarkt wordt als onwenselijk gezien vanwege verwachte negatieve effecten, leegstand met schade en waardevermindering. Zonder aanpassing van het plan en/of afspraken over exploitatie van de nieuwe supermarkt zal een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend. De financiële gevolgen van het omgevingsplan staan daarmee onder druk. Indiener 6 staat open voor overleg.
6.3: Conclusie
Indiener verzoekt om deze zienswijzen gegrond te verklaren en het omgevingsplan niet dan wel gewijzigd vast te stellen in die zin dat er geen supermarkt gerealiseerd kan worden dan wel een koppeling met de bestaande supermarkt in Fascinatio wordt gemaakt.
7. zienswijze bijlage 1 herhalen en ingelasten
Mikro Beheermaatschappij B.V. en Boon Food Group B.V hebben een eigen en groot belang bij de ontwikkelingsmogelijkheden die het nieuwe omgevingsplan biedt voor een nieuwe supermarkt dicht bij deze locatie. Door hen is dit uitvoerig toegelicht in de zienswijze die zij bij uw raad en college hebben ingediend. Een afschrift van deze zienswijze is aangehecht als bijlage 1. Deze zienswijze wordt onderschreven en de inhoud dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. 1.1 Rivium en Fascinatio als één verzorgingsgebied
7.1: Structuurvi sie Detailhand el
•
Dit wordt bovendien gezien als een passende maat voor een toekomstgerichte wijksupermarkt (volledig assortiment, ruime opstelling en service). Door de indiener worden concrete zorgen geuit over het verschil in omvang tussen de supermarkten in Fascinatio en Rivium. In Rivium komt een moderne, toekomstbestendige supermarkt. De kleine Boon’s Dagmarkt in Fascinatio wordt gezien als een buurtsteunpunt, een basisvoorziening met beperkt assortiment voor inwoners uit deze buurt, voor het doen van een dagelijkse of vergeten boodschap. Daarmee heeft de toekomstige supermarkt in Rivium een aanvullende functie ten opzichte van Boon’s Dagmarkt. Feitelijk vraagt indiener om mogelijkheden om de eigen supermarkt in Fascinatio toekomstbestendig te maken. Hier heeft het beoogde plan geen betrekking op. Er is aangetoond dat er met 12.000 inwoners (ruim) voldoende omzetpotentie is in het verzorgingsgebied Rivium, Fascinatio en Kralingseveer voor twee supermarkten. Gelet op de beantwoording onder 6.1 en 6.2 is er geen aanleiding om deze omgevingsplanwijziging aan te passen.
Nee
Zie beantwoording zienswijze onder 6.1 t/m 6.3
Nee
Indiener stelt ten onrechte dat Rivium en Fascinatio als zelfstandig verzorgingsgebied wordt behandeld. In het DPO van DTNP is in hoofdstuk 3 te zien dat Fascinatio is meegenomen in het aantal inwoners van Rivium. Wij zien het Rivium, Fascinatio en Kralingseveer als 1
Nee
Pagina 39 van 161
verzorgingsgebied waarbinnen ruimte is voor 2 supermarkten. Echter is onze structuurvisie Detailhandel Kralingseveer niet meegenomen omdat dit op Rotterdams grondgebied is gelegen. Voor de overige onderdelen van de zienswijze (1.2 en 1.3) verwijzen we naar de beantwoording onder 6.2.
Volgens de Structuurvisie Detailhandel Capelle aan den IJssel 2021 vormen Rivium en Fascinatio één samenhangend verzorgingsgebied en maakt de supermarkt in Fascinatio deel uit van de gewenste detailhandelsstructuur. Het ontwerp-omgevingsplan behandelt Rivium echter als een zelfstandig verzorgingsgebied en negeert daarmee de bestaande supermarkt, zonder dit afwijkende beleid voldoende te motiveren. 1.2 Volgens de Actualisatie Structuurvisie Detailhandel 2021 mogen nieuwe supermarkten geen verdringing veroorzaken van bestaande omliggende buurtcentra. Bij de programmering van het buurtcentrum Rivium is expliciet een maximale omvang voor de supermarkt vastgesteld om verdringing van omliggende (gewenste) buurtcentra te voorkomen. Dit non-verdringingsprincipe is een belangrijk beleidsuitgangspunt van de structuurvisie en moet bestaande gewenste voorzieningen beschermen en investeringszekerheid bieden.
Pagina 40 van 161
Het non-verdringingsprincipe is niet concreet uitgewerkt voor de buurtsupermarkt in Fascinatio. Ook de vraag wanneer sprake is van ontoelaatbare verdringing is niet uitgewerkt. Het ontwerp-omgevingsplan bevat geen juridisch afdwingbare bescherming tegen negatieve effecten, waardoor de ontwikkeling in Rivium mogelijk wordt gemaakt zonder waarborg voor de bestaande supermarkt, ondanks dat Fascinatio als gewenste buurtvoorziening is aangewezen.
7.2: Nota van beantwoor ding Gebiedspa spoort 2.0 – reactie 2.16 (supermark t als trekker)
1.3 In het Distributieplanologisch Onderzoek wordt geconcludeerd dat kwantitatief nog ruimte bestaat voor een buurtsupermarkt in Fascinatio. Dit betekent niet dat verdringing planologisch kan worden uitgesloten. Het DPO maakt juist expliciet onderscheid tussen kwantitatieve marktruimte en kwalitatieve kwetsbaarheid. Uit het DPO 2020 volgt dat de supermarkt in Fascinatio kwalitatief kwetsbaar blijft voor verdringing door een nieuwe supermarkt in Rivium. Het ontwerp-omgevingsplan houdt hier geen rekening mee en bevat geen waarborgen tegen dergelijke effecten, waardoor het non-verdringingsprincipe uit de Structuurvisie Detailhandel onvoldoende wordt toegepast. In reactie 2.16 van de Nota van beantwoording bij Gebiedspaspoort Rivium 2.0 erkent de gemeente dat: • een supermarkt een trekker van een winkelgebied is; • een solitaire supermarkt geen gebied vormt en concurreert met bestaande winkelgebieden; • afstemming van detailhandelsprogrammering op groter gebiedsniveau noodzakelijk is (MRDH-kader).
Indiener stelt dat met de omgevingsplanwijziging niet voldoende geborgd is dat geen solitaire supermarkt wordt gerealiseerd en deze niet als concurrerende voorziening zal functioneren. Hiermee zou zonder voldoende motivering worden afgeweken van eigen gemeentelijke beleidsuitgangspunten (nota van beantwoording Gebiedspaspoort 2.0).
Het ontwerp-omgevingsplan staat een supermarkt toe zonder juridisch afdwingbare borging dat deze niet als solitaire en concurrerende voorziening zal functioneren, waardoor zonder voldoende motivering wordt afgeweken van de eigen gemeentelijke beleidsuitgangspunten van de gemeente.
In de nota van beantwoording inspraakreacties in het kader van gebiedspaspoort 2.0 is door de gemeente Rotterdam een inspraakreactie ingediend. Die luidt als volgt: ''Voor wat betreft een supermarkt dient rekening te worden gehouden met draagvlak en mogelijke concurrentie. In de MRDH wordt ingezet op concentratielocaties; een
Nee
Pagina 41 van 161
supermarkt is de trekker voor een winkelgebied. Een solitaire supermarkt trekt geen gebied, maar concurreert met bestaande winkelgebieden. Afstemming van detailhandelprogrammering is daarom voor een groter gebied wenselijk. Ditzelfde geldt voor de horecaprogrammering''. Wij hebben deze inspraakreactie als volgt beantwoord: ''Voor de supermarkt is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd. De supermarkt is geprogrammeerd nadat een groot deel van de wijk is gerealiseerd. In het DPO is nadrukkelijk de relatie met omliggende gebieden onderzocht alsmede de marktruimte. Bij dit onderzoek is behalve de supermarkt ook andere detailhandelsprogrammering betrokken. Wij willen vooral voor de wijk een aantal voorzieningen “op maat” creëren''.
7.3: Nota van beantwoor ding Gebiedspa spoort 2.0 – reactie 25.5 (behoud Fascinatio)
In reactie 25.5 erkent de gemeente dat: • grote nieuwe voorzieningen in Rivium een bedreiging kunnen vormen voor de basisvoorzieningen in Fascinatio; • het behoud van de bestaande supermarkt en gezondheidsvoorzieningen een minimale eis is voor de leefbaarheid van Fascinatio; • een supermarkt in Rivium slechts aanvaardbaar is als aanvulling voor het totale gebied Fascinatio/Rivium en niet als verstoring. Het ontwerpomgevingsplan wijkt zonder goede, actuele onderbouwing af van vastgelegde beleidsuitgangspunten doordat de gestelde randvoorwaarden niet worden geborgd.
Anders dan de indiener meent, zijn de drie aangehaalde punten dus geen gemeentelijk beleid. Dit neemt niet weg dat wij hierin een belangenafweging hebben gemaakt. Aangezien met deze omgevingsplanwijziging veel woningen mogelijk worden gemaakt, is het van belang dat er in Rivium bijpassende voorzieningen mogelijk worden gemaakt, waaronder dus ook een supermarkt. Indiener stelt dat afgeweken wordt van eigen gemeentelijke beleidsuitgangspunten (nota van beantwoording Gebiedspaspoort 2.0) (geen verstoring voor Fascinatio)
Nee
Het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is gebaseerd op het eerder door de gemeenteraad vastgestelde gebiedspaspoort 2.0. De hierin opgenomen uitgangspunten zijn betrokken bij de verdere uitwerking van de omgevingsplanwijziging. Wij hebben bij het opstellen van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging een integrale belangenafweging gemaakt, waarbij ook de mogelijke effecten op bestaande voorzieningen in Fascinatio zijn meegewogen.
Pagina 42 van 161
Ten aanzien van de mogelijke effecten van nieuwe voorzieningen in Rivium op de bestaande voorzieningen in Fascinatio is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) uitgevoerd en is een ladderonderbouwing opgesteld (zie bijlage 1 van de motivering van de omgevingsplanwijziging). Uit deze onderzoeken blijkt dat, gelet op het woningbouwprogramma van circa 5.000 woningen en de daarmee gepaard gaande toename van het draagvlak, voldoende marktruimte aanwezig is voor aanvullende voorzieningen, waaronder een supermarkt. Daarbij is rekening gehouden met de bestaande voorzieningen in Fascinatio. Op grond van de Omgevingswet staat bij de vaststelling van een omgevingsplan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties centraal. Daarbij dienen uitsluitend belangen te worden betrokken die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Mogelijke concurrentie-effecten tussen voorzieningen betreffen primair economische belangen en hebben in beginsel geen betrekking op de fysieke leefomgeving. Conform vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vormen concurrentieverhoudingen daarom geen zelfstandige grond om planologische ontwikkelingen te beperken, zie daarvoor ook de beantwoording bij 6.1 en 6.2.
Het enkele feit dat nieuwe voorzieningen mogelijk gevolgen kunnen hebben voor bestaande voorzieningen betekent daarom niet dat deze ontwikkeling planologisch niet mogelijk is. De omgevingsplanwijziging voor Rivium voorziet in een evenwichtige ontwikkeling van voorzieningen die aansluit bij de groei van het aantal inwoners in het gebied. De beoogde voorzieningen in Rivium zijn bedoeld om te voorzien in de behoeften van met name de toekomstige bewoners en worden beschouwd als een aanvulling op het
Pagina 43 van 161
bestaande voorzieningenaanbod in de omgeving, waaronder Fascinatio. Daarnaast is het omgevingsplan een toelatingsplanologisch instrument. Dit betekent dat de omgevingsplanwijziging ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, maar niet kan garanderen dat individuele voorzieningen of ondernemingen blijven voortbestaan. Het voortbestaan van bestaande voorzieningen, zoals de supermarkt en het gezondheidscentrum in Fascinatio, is mede afhankelijk van marktomstandigheden en exploitatie en kan planologisch niet worden gegarandeerd. Om die reden zien wij geen aanleiding om het behoud van specifieke voorzieningen planologisch te borgen.
7.4: Distributiep lanologisch Onderzoek (DPO) en samenhan g Rivium – Fascinatio
4.1 Aan het ontwerp-omgevingsplan ligt het DPO 2023 van DTNP ten grondslag, waarin wordt geconcludeerd dat in Rivium ruimte is voor een wijkgericht winkelprogramma met een supermarkt van circa 1.500 m² wvo (circa 2.000 m² bvo) als belangrijkste drager. Daarbij wordt benadrukt dat: -het nieuwe winkelprogramma wijkgericht moet blijven en geen bovenwijkse verzorgingsfunctie mag krijgen; -de kwantitatieve effecten op omliggende winkelgebieden naar verwachting beperkt zijn; -de bestaande buurtsupermarkt in Fascinatio kwalitatief kwetsbaar is. Deze laatste constatering is van wezenlijk belang voor de planologische beoordeling. 4.2 Hoewel het DPO 2023 erkent dat de buurtsupermarkt in Fascinatio kwalitatief kwetsbaar is, is dit in het ontwerpomgevingsplan niet vertaald in een expliciete belangenafwegingtoetsingskader of juridische borging. Alleen wijzen op voldoende kwantitatieve distributieve ruimte is volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak onvoldoende wanneer een bestaande
Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat het ontwerp van de omgevingsplanwijziging niet afwijkt van de uitgangspunten uit het gebiedspaspoort en dat sprake is van een actuele en voldoende onderbouwde ontwikkeling. 4.1: zie beantwoording onder zienswijze 6.2.
Nee
4.2: Zie beantwoording onder zienswijze 6.2. 4.3: Zie beantwoording onder 6.2 en 7.1. 4.4: Zie beantwoording onder 6.2 4.5: Het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is niet gebaseerd op het DPO 2019/2020. Voor het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is een geactualiseerde onderbouwing opgesteld, waaronder een distributieplanologisch onderzoek 2023 (als bijlage bij de ladderonderbouwing) en een ladderonderbouwing. Deze onderzoeken zijn als bijlage bij de motivering van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging opgenomen en daarmee kenbaar en raadpleegbaar gemaakt.
Pagina 44 van 161
voorziening kwetsbaar is en wordt nagelaten deze kwetsbaarheid expliciet bij de besluitvorming te betrekken. Het plan onderzoekt niet onder welke voorwaarden nieuwe detailhandel ruimtelijk aanvaardbaar is en legt die afweging niet zichtbaar en toetsbaar vast, waardoor de gesignaleerde kwetsbaarheid niet planologisch wordt meegewogen. Het ontwerp omgevingsplan volstaat met de algemene stelling dat bovenwijkse effecten “niet te verwachten” zijn.
Voor zover indiener stelt dat het DPO 2019/2020 niet ter inzage heeft gelegen bij de besluitvorming over het gebiedspaspoort. Dat klopt, echter is het gebiedspaspoort een visiedocument en geen juridisch bindend plan. Voor visiedocumenten geldt geen wettelijke verplichting tot terinzagelegging van onderliggende onderzoeken. Het ontbreken van een formele terinzagelegging bij het gebiedspaspoort maakt de besluitvorming over het ontwerp van de omgevingsplanwijziging daarom niet onzorgvuldig.
4.3
Daarnaast heeft bij de vaststelling van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging een zelfstandige belangenafweging plaatsgevonden. Daarbij zijn de mogelijke effecten op bestaande voorzieningen, waaronder de supermarkt in Fascinatio, betrokken. Dat in eerdere onderzoeken is gewezen op mogelijke kwetsbaarheid van bestaande voorzieningen betekent niet dat nieuwe ontwikkelingen planologisch moeten worden uitgesloten. Verder zie beantwoording onder 6.2. 4.6: zie beantwoording onder zienswijze 7.4 (4.1 t/m 4.5).
Uit het DPO 2023 en eerdere projectinformatie van DTNP blijkt dat Rivium en Fascinatio bij de behoefte- en marktruimtebepaling als één samenhangend verzorgingsgebied zijn beschouwd. De effecten op Fascinatio maken daarmee inherent deel uit van de onderbouwing van de supermarktontwikkeling in Rivium. Daarom is het inconsistent en onvoldoende gemotiveerd dat het ontwerp-omgevingsplan Rivium als autonoom verzorgingsgebied behandelt en de gevolgen voor de bestaande supermarkt in Fascinatio slechts beperkt en zonder borging meeneemt. 4.4 Het ontwerp omgevingsplan bevat: • geen planregels die de omvang, positionering of fasering van de supermarkt in Rivium koppelen aan het behoud van de bestaande buurtsupermarkt;
Pagina 45 van 161
• geen voorwaardelijke verplichtingen of evaluatiemomenten; • geen expliciete belangenafweging waarin de kwetsbaarheid van de supermarkt in Fascinatio wordt afgewogen tegen de nieuwe detailhandelsontwikkeling. Daarmee maakt het plan een ontwikkeling mogelijk die een kwetsbare bestaande voorziening raakt, terwijl geen beschermende maatregelen of beperkingen zijn opgenomen. Dit wordt in strijd geacht met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. 4.5 Het ontwerp omgevingsplan is gebaseerd op een actualisatie van het DPO 2019/2020. Dit onderliggende onderzoek heeft destijds echter niet ter inzage gelegen bij de besluitvorming over het gebiedspaspoort, noch bij de huidige planprocedure. Dit gebrek aan kenbaarheid werkt door in de huidige besluitvorming, nu het ontwerp omgevingsplan voortbouwt op de in het Gebiedspaspoort vastgelegde supermarktprogrammering. Bovendien is niet inzichtelijk hoe de in het DPO 2019/2020 vastgestelde kwetsbaarheid van de supermarkt in Fascinatio bij de belangenafweging is betrokken en waarom dit niet heeft geleid tot planologische borging. 4.6 Volgens de zienswijze was het DPO 2019/2020 vooral bedoeld om de maximale omvang van de supermarkt in Rivium te begrenzen en bovenwijkse aantrekkingskracht en verkeerseffecten te voorkomen. Hiermee heeft het DPO als kaderstellend instrument voor de omvang van de ontwikkeling gefunctioneerd.
Dit betekent echter niet dat de effecten op de bestaande kleinschalige en kwetsbare buurtsupermarkt in Fascinatio zijn onderzocht of planologisch geborgd. Omdat het DPO zelf de kwalitatieve kwetsbaarheid van deze supermarkt benoemt, had de gemeente dit moeten vertalen in een expliciete toetsing en
Pagina 46 van 161
planologische borging. Door dat niet te doen, wordt het DPO volgens de indiener oneigenlijk gebruikt ter rechtvaardiging van de ontwikkeling. 7.5: 5. Het Ruimtelijk Toekomstperspectief Fascinatio (RTPF) Ruimtelijk en de visie Fascinatio 2030 erkennen het belang van de Toekomstp bestaande supermarkt en voorzieningen voor de erspectief leefbaarheid, maar bieden geen kwantitatieve of toetsbare Fascinatio onderbouwing ten aanzien van de bescherming tegen (RTPF), toekomstige ontwikkelingen, zoals de supermarkt in Rivium. participatie In de Nota van beantwoording bij het RTPF worden en bovendien weinig concrete antwoorden gegeven op vragen detailhande over de relatie tussen de detailhandelsontwikkeling in lsverwachti Rivium en de bestaande supermarkt in Fascinatio; er wordt slechts verwezen naar verdere uitwerking via ngen beleidsstukken zoals het DPO.
Informatie uit het RTPF-traject (inclusief participatiebijeenkomsten en de gemeentelijke beantwoording) wekte bij bewoners en ondernemers de gerechtvaardigde verwachting dat: • analyses zoals het DPO expliciet zouden worden betrokken bij beslissingen over detailhandelimpact; • de gemeente de mogelijke effecten van nieuwe detailhandel in omringende plannen (zoals Rivium) op de bestaande voorzieningen in Fascinatio zou onderzoeken; • en dat zorgen over verdringing bij de ontwikkeling van die plannen zouden worden meegenomen in de besluitvorming. Het ontwerp omgevingsplan doet hieraan onvoldoende recht, doordat: • geen actuele, kwantitatieve en kwalitatieve toetsing van detailhandelseffecten op Fascinatio is opgenomen; • mondeling of schriftelijk geuite participatievragen uit het RTPF-proces niet zijn vertaald in concrete motiveringen of planbeperkingen; • en de Nota van beantwoording geen nadere onderbouwing biedt waarom de eerder gesuggereerde
De visie Fascinatio 2030 is ons niet bekend.
Nee
Het Ruimtelijk Toekomstperspectief Fascinatio is een visiedocument. Dit document bevat richtinggevende uitgangspunten en ambities voor toekomstige ontwikkelingen, maar heeft geen juridisch bindende status. Bij het vaststellen van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging is een zelfstandige beoordeling gemaakt met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij zijn alle verschillende belangen en actuele inzichten over de fysieke leefomgeving integraal afgewogen. De uitgangspunten uit visiedocumenten betrekken wij bij de belangenafweging, maar wij zijn hieraan niet gebonden. In het onderhavig geval is het DPO geactualiseerd en is de ladderonderbouwing uitgevoerd. In deze onderzoeken is beoordeeld of de voorgenomen supermarkt voorziet in een actuele behoefte en of de ontwikkeling, mede gelet op de effecten op de fysieke leefomgeving, ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarbij is rekening gehouden met het bestaande voorzieningenaanbod in de omgeving, waaronder Fascinatio. In het RTPF zijn geen voorwaarden voor de ontwikkeling van het Rivium vastgelegd, maar het betreft een visiedocument voor Fascinatio, waarin de kaders zijn vastgelegd voor de verdere ontwikkeling van de wijk met betrekking tot mobiliteit, woonprogramma en vergroening en meer specifiek voor de verdere invulling van de zogenaamde poortkavels.
Pagina 47 van 161
DPO-uitkomsten niet relevant zijn voor de huidige planfasen. De gemeente schendt het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel door niet te voldoen aan tijdens de participatie gewekte verwachtingen. Detailhandelsontwikkeling was daarbij (en bij de ingezonden zienswijzen) een nadrukkelijk en herhaald besproken thema, waardoor de gemeente wist dat dit voor de wijk van wezenlijk belang was. 7.6: Ontbreken van beleid voor voorziening en en samenhan g binnen het multifunctio neel centrum (MFC) Fascinatio
6. Tijdens het participatietraject voor het RTPF is expliciet gevraagd waarom er geen aandacht is voor het centrum van Fascinatio, in het bijzonder het multifunctioneel centrum (MFC). Het MFC vormt het feitelijke centrum van de wijk en huisvest belangrijke, onderling samenhangende voorzieningen, waaronder twee basisscholen, een kinderdagverblijf en de enige supermarkt in de wijk. De samenhang en toekomst van deze functies staan bovendien in relatie tot de uitbreidings- en herstructureringsopgaven voor onderwijshuisvesting in Fascinatio en Rivium, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 9. Ondanks de centrale rol van het MFC ontbreekt in zowel het RTPF als in het ontwerp omgevingsplan Het Nieuwe Rivium een expliciet en integraal beleidskader voor de samenhang en onderlinge afhankelijkheid van de voorzieningen in het MFC en voor de afweging van wijzigingen in de ene functie (zoals onderwijs) ten opzichte van andere functies (zoals detailhandel). Dit is niet slechts theoretisch: eerdere besluiten rond de scholen, zoals nevenvestigingen en het loslaten van het postcodebeleid, hebben geleid tot gewijzigde verkeersstromen, hogere parkeerdruk en een afname van passanten- en klantstromen voor de supermarkt. De ervaringen tonen aan dat de voorzieningen binnen het MFC nauw met elkaar samenhangen en dat wijzigingen in
Ten aanzien van het beroep op het vertrouwensbeginsel: In het RTPF-traject en de participatie zijn geen concrete en ondubbelzinnige toezeggingen gedaan dat bestaande voorzieningen beschermd zouden worden of dat geen nieuwe supermarkt in Rivium zou worden toegestaan. Wij zijn dan ook van oordeel dat het ontwerp van de omgevingsplanwijziging zorgvuldig is voorbereid. Bij de voorbereiding zijn de relevante beleids- en visiedocumenten, onderzoeken en belangen betrokken. Daarnaast heeft een participatieproces plaatsgevonden en worden zienswijzen in de besluitvorming meegenomen. Indiener stelt dat het in de omgevingsplanwijziging ontbreekt aan een integraal beleidskader voor de samenhang en onderlinge afhankelijkheid van voorzieningen in het MFC (in Fascinatio). Dit had betrokken moeten worden bij Rivium omdat hier ook voorzieningen worden mogelijk gemaakt die kunnen leiden tot een cumulatieve aantasting van de exploitatie van de enige winkelvoorziening in Fascinatio.
Nee
De Omgevingswet kent geen verplichting om voor iedere wijk een integraal beleidskader op te stellen voor voorzieningen. Het ontbreken van een integraal beleidskader voor het multifunctioneel centrum (MFC) betekent daarom niet dat de omgevingsplanwijziging onzorgvuldig is voorbereid of onvoldoende gemotiveerd. Deze omgevingsplanwijziging heeft betrekking op de ontwikkeling van het Rivium en voorziet in een evenwichtige toedeling van functies binnen dat plangebied. Wij zijn niet verplicht om in het kader van deze omgevingsplanwijziging een integraal beleidskader op te stellen voor voorzieningen buiten het plangebied, zoals het MFC in Fascinatio. Wij erkennen dat binnen het MFC verschillende functies aanwezig zijn die onderling samenhangen. Wijzigingen in één functie kunnen mogelijk gevolgen hebben voor andere
Pagina 48 van 161
de onderwijshuisvesting directe gevolgen kunnen hebben voor de exploitatie en toekomstbestendigheid van de supermarkt. Tijdens de participatie is gewezen op dalende leerlingaantallen en scholen die al jaren onder de instandhoudingsnorm opereren. Toch bieden het RTPF en het ontwerp omgevingsplan geen inzicht in mogelijke scenario’s voor herinrichting, herbestemming of (gedeeltelijke) leegstand van het MFC, de betrokkenheid van de in het MFC gevestigde partijen bij toekomstige besluitvorming, of maatregelen om negatieve effecten op wijkvoorzieningen te voorkomen.
functies. Bij de vaststelling van de omgevingsplanwijziging staat echter, in lijn met de Omgevingswet, de vraag centraal of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en welke regels noodzakelijk zijn met het oog op de fysieke leefomgeving. De door de indiener bedoelde samenhang ziet in belangrijke mate op de exploitatie en het functioneren van voorzieningen. Dergelijke aspecten hebben in beginsel geen betrekking op de fysieke leefomgeving, maar op organisatorische en bedrijfseconomische verhoudingen. Deze aspecten vallen daarmee buiten de reikwijdte van het omgevingsplan.
Het ontbreken van een integraal beleidskader voor het MFC vormt een extra risico nu gelijktijdig in het Rivium grootschalige detailhandels- en voorzieningenontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Zonder duidelijke borging van de samenhang binnen het MFC bestaat het gevaar dat wijzigingen in de onderwijshuisvesting, in combinatie met nieuwe supermarktontwikkeling in Rivium, leiden tot een cumulatieve aantasting van de exploitatie van de enige winkelvoorziening in Fascinatio. Door het MFC niet expliciet te betrekken bij de planvorming voor Het Nieuwe Rivium, blijft een essentieel onderdeel van de bestaande voorzieningenstructuur buiten beschouwing en is volgens indiener geen sprake van een integrale en evenwichtige functietoedeling van functies zoals vereist onder de Omgevingswet.
Toekomstige wijzigingen in onderwijshuisvesting, detailhandel of andere voorzieningen worden afzonderlijk beoordeeld in het kader van de daarvoor geldende procedures. Daarbij worden de relevante belangen en mogelijke effecten op de omgeving betrokken.
Volgens indiener is het ontwerp omgevingsplan op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, omdat een wezenlijke ruimtelijke en functionele samenhang structureel buiten beschouwing blijft.
Voor wat betreft de genoemde cumulatieve effecten verwijzen we naar de beantwoording van zienswijze onder 7.4. Wij zijn van oordeel dat het ontwerp van de omgevingsplanwijziging voorziet in een evenwichtige toedeling van functies binnen het plangebied Rivium. Daarbij is rekening gehouden met de bestaande voorzieningenstructuur in de omgeving. De ontwikkeling van voorzieningen in Rivium is onderbouwd met onder meer een distributieplanologisch onderzoek en een ladderonderbouwing, waarin de behoefte en ruimtelijke aanvaardbaarheid (mede gelet op de effecten op de fysieke leefomgeving) van voorzieningen zijn beoordeeld. Wij zien geen aanleiding om het MFC in Fascinatio expliciet in deze omgevingsplanwijziging te betrekken of aanvullende planologische beperkingen op te nemen. Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat het ontwerp van de omgevingsplanwijziging zorgvuldig is voorbereid. De relevante belangen zijn betrokken en afgewogen. Het ontbreken van een integraal beleidskader voor het MFC maakt dit niet anders.
Pagina 49 van 161
7.7: Strategisch Huisvesting splan Onderwijs 2025–2041 en gevolgen voor het MFC Fascinatio
7.8: Onvoldoen de weerleggin g verdringing : woningbou w Fascinatio geen rechtvaardi ging
De samenhang tussen Fascinatio en Rivium wordt mede beïnvloed door geplande uitbreidingen en herstructurering van onderwijshuisvesting, zoals vastgelegd in het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs Capelle aan den IJssel 2025–2041. In dit plan is voorzien in een substantiële uitbreiding van de onderwijscapaciteit in Fascinatio en de realisatie van een nieuwe school in Rivium. Echter ontbreekt in het ontwerp-omgevingsplan een integrale afweging van de gevolgen hiervan voor het functioneren van het MFC en de daarin gevestigde voorzieningen, waaronder de supermarkt.
8. Het argument dat recente woningbouw in Fascinatio voldoende draagvlak biedt voor de bestaande supermarkt is volgens de zienswijze onvoldoende om het ontwerpplan ongewijzigd vast te stellen. 8.1 Volgens vaste jurisprudentie moet detailhandelsplanning en distributieplanologie toekomstgericht zijn: niet doorslaggevend is of de supermarkt tot nu toe kon functioneren, maar of zij na toevoeging van nieuwe supermarktcapaciteit in Rivium nog duurzaam kan blijven bestaan.
In de omgevingsplanwijziging ontbreekt een integrale afweging van de gevolgen van een nieuwe school in Rivium en het functioneren van het MFC in Fascinatio.
Nee
Het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs Capelle aan den IJssel 2025–2041 betreft een beleidsdocument dat richting geeft aan toekomstige ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting. Dit plan heeft geen directe planologische werking en leidt niet automatisch tot ruimtelijke ontwikkelingen. Voor concrete wijzigingen in onderwijshuisvesting zullen afzonderlijke planologische procedures worden doorlopen. Hierbij wordt, in lijn met de Omgevingswet, beoordeeld of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij de gevolgen voor de fysieke leefomgeving integraal worden betrokken. Het ontwerp van de omgevingsplanwijziging voorziet in een evenwichtige toedeling van functies binnen het plangebied Rivium. Daarbij is rekening gehouden met de bestaande voorzieningenstructuur in de omgeving. De ontwikkeling van voorzieningen in Rivium is onderbouwd met onder meer een distributieplanologisch onderzoek en een ladderonderbouwing, waarin de behoefte en ruimtelijke aanvaardbaarheid van voorzieningen zijn beoordeeld. Zie beantwoording onder 6.2.
Nee
Pagina 50 van 161
7.9: Capelsebru g als aanvullend voorziening engebied 7.10: Bestuurlijk overleg en gerechtvaa rdigde verwachtin gen (2017– 2021)
9. Volgens de Voorjaarsnota 2023 is Capelsebrug een kansrijk ontwikkelgebied voor voorzieningen in samenhang met Rivium en Fascinatio, maar een concreet detailhandelskader ontbreekt nog. Daarom moeten distributieve effecten volgens de zienswijze cumulatief worden beoordeeld en niet alleen op Rivium worden gericht. 10. Sinds 2017 hebben meerdere overleggen met de gemeente plaatsgevonden over de gebiedsontwikkeling, waarbij is aangegeven dat de bestaande supermarkt in Fascinatio een logische en eerst aangewezen kandidaat was voor de eventuele toekomstige supermarktontwikkeling in het Rivium. Later hebben gesprekken plaatsgevonden over de samenhang tussen de supermarkt in Fascinatio, de supermarktpositie in Schollevaar en de voorgenomen ontwikkelingen in het Rivium. In 2020 is door betrokkenen een concreet investeringsvoorstel gedaan om de bestaande supermarkten in Fascinatio en Schollevaar te behouden en te versterken in samenhang met een zorgvuldige ontwikkeling in Rivium. Door deze uitnodigingen, gesprekken, schriftelijke bevestigingen en beleidsaanpassingen heeft de gemeente gerechtvaardigde verwachtingen gewekt dat de bestaande supermarkt zou worden gerespecteerd binnen de Structuurvisie Detailhandel 2021. Het ontwerpomgevingsplan doet hier volgens hen onvoldoende recht aan en is daarom in strijd met het vertrouwens-, zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Indiener stelt dat ook distributieve effecten in Capelsebrug moeten worden meegenomen in de beoordeling. Er zijn echter momenteel geen concrete plannen voor Capelsebrug, die kunnen dus ook niet meegenomen worden.
Nee
Uit de door indiener genoemde gesprekken en overleggen zijn geen concrete en ondubbelzinnige toezeggingen gedaan dat de bestaande supermarkt in Fascinatio zou worden aangewezen als exploitant van een toekomstige supermarkt in Rivium of dat deze supermarkt zou worden beschermd tegen nieuwe ontwikkelingen.
Nee
Het omgevingsplan stelt uitsluitend planologische kaders en regelt niet welke ondernemer of exploitant zich op een locatie vestigt. De keuze voor een exploitant is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen grondeigenaar, ontwikkelaar en exploitant. Voor zover indiener verwijst naar de samenhang met de supermarkt in Schollevaar: De ontwikkeling van voorzieningen in Schollevaar valt buiten het plangebied van deze omgevingsplanwijziging. Deze ontwikkeling maakt daarom geen onderdeel uit van de planologische afweging in het kader van deze omgevingsplanwijziging. In het kader van de Structuurvisie Detailhandel 2021 is al aangegeven dat binnen het Rivium ruimte is voor een extra supermarkt. Hiervoor is al aangegeven waarom het ontwerp van de omgevingsplanwijziging niet in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Wij zijn daarnaast ook van oordeel dat uit de genoemde gesprekken, voorstellen en beleidsstukken geen gerechtvaardigde verwachtingen kunnen worden afgeleid dat de bestaande supermarkt zou worden beschermd of dat deze als exploitant van een nieuwe supermarkt zou
Pagina 51 van 161
worden aangewezen. Er is dan ook geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel. 7.11: Cumulatief beleidsnad eel door eerdere gemeentelij ke ingrepen
11. Indiener 7 stellen dat zij al vóór het ontwerp omgevingsplan Het Nieuwe Rivium herhaaldelijk zijn benadeeld door opeenvolgende gemeentelijke besluiten en nalaten. Het gaat onder meer om het schrappen van het winkelcentrum Maria Danneelserf uit de Structuurvisie Detailhandel (waardoor investeringen in deze supermarkt onmogelijk zijn gemaakt), het niet intrekken van detailhandelsrechten bij Prado 1 in Schollevaar (waardoor daar in 2024 een Hoogvliet-supermarkt kon vestigen zonder nieuwe beleidsafweging), en de planologische verruiming van het toegestane bruto vloeroppervlak voor Lidl Schermerhoek buiten de kaders van de Structuurvisie Detailhandel, met voorzienbare concurrentienadelen voor de MCD-supermarkt in Schollevaar. De opeenvolgende beleidskeuzes en het nalaten van de gemeente hebben volgens indieners de exploitatie- en investeringsmogelijkheden van de MCD-supermarkt in Schollevaar zodanig onder druk gezet dat deze in mei 2025 moest sluiten. De sluiting hangt mede samen met het feit dat de gemeente in 2020 niet is ingegaan op een concreet investeringsvoorstel dat juist was bedoeld om wijkvoorzieningen in Schollevaar en Fascinatio te behouden en te versterken. Dit toont volgens indieners aan dat eerdere signalen en reële voorstellen onvoldoende zijn meegewogen bij de beleids- en besluitvorming, met als gevolg het verdwijnen van een erkende buurtvoorziening.
Tegen deze achtergrond achten indieners het zorgelijk dat de gemeente nieuwe detailhandelsontwikkeling in Rivium mogelijk wil maken zonder expliciete borging van de bestaande supermarkt in Fascinatio. Hierdoor dreigt volgens hen een herhaling van de situatie in Schollevaar, waarbij een kleinschalige buurtgerichte supermarkt structureel wordt ondermijnd door grootschalige ontwikkelingen elders. Dit wijst op systematische beleidsrisico’s wanneer nieuwe detailhandelsinitiatieven
Reeds in de Structuurvisie Detailhandel 2015 is geconcludeerd dat het winkelcentrum aan het Maria Danneelserf geen onderdeel is van de detailhandelsstructuur in Capelle aan den IJssel omdat de supermarkt op deze locatie weinig toekomstperspectief had vanwege de beperkte bereikbaarheid, met name het gebrek aan parkeermogelijkheden, en het ontbreken van uitbreidingsmogelijkheden.
Nee
In dat kader is destijds aangegeven dat functiewijziging voor deze locatie tot de mogelijkheden behoort. De ontwikkeling van deze locatie past daarmee binnen het vastgestelde detailhandelsbeleid. Ten aanzien van Prado 1 in Schollevaar en de Lidl Schermerhoek kunnen wij melden dat voor deze locaties reeds planologische mogelijkheden bestonden (voor vestiging en verruiming van detailhandel). De vestiging van detailhandel op deze locaties past binnen de bestaande planologische kaders en vormde geen nieuwe beleidswijziging. Dat deze ontwikkelingen mogelijk invloed hebben gehad op de exploitatie van andere supermarkten betreft in beginsel concurrentieverhoudingen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vormen concurrentieverhoudingen geen doorslaggevend relevant belang die bij de vaststelling van een omgevingsplanwijziging betrokken dienen te worden. Ze raken immers niet rechtstreeks aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zie ook de beantwoording bij 6.1. Wij begrijpen dat de sluiting van de MCD-supermarkt in Schollevaar voor indieners ingrijpend is geweest. Het voortbestaan van individuele supermarkten is echter afhankelijk van verschillende factoren, waaronder