CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.03 - Bijlage 1.0 - Nota van Beantwoording Rivium

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 juni 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Omgevingsplanwijziging Rivium, MER en monitoring MER, actualisatie parkeernormen 2025 en Beeldkwaliteitsplan Rivium36.782 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Nota van Beantwoording zienswijzen Rivium Behorende bij het Omgevingsplan + bijlagen

Juni 2026

Inhoudsopgave Particulieren en bedrijven ............................................................................................................................................................................................7 Belangenorganisaties ..............................................................................................................................................................................................117 Ketenpartners ..........................................................................................................................................................................................................129

Pagina 2 van 161

1. Inleiding Het kantoren- en bedrijvengebied Rivium kampt al meerdere jaren met leegstand. Tegelijkertijd is er in de regio een grote vraag naar woningen. Wij willen daarom een deel van het huidige kantoren- en bedrijvenpark transformeren naar een nieuwe, hoogwaardige en duurzame stadswijk waar wordt gewoond en gewerkt. De ambitie is om ongeveer 5.500 woningen te realiseren. De beoogde gebiedsontwikkeling past niet binnen het omgevingsplan, waardoor het nodig is om een nieuw juridisch-planologisch kader op te stellen. Op 4 juli 2022 besloot de gemeenteraad om voor de gebiedsontwikkeling Rivium een bestemmingsplan op te stellen. Sinds de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het echter niet meer mogelijk om een bestemmingsplan op te stellen. In plaats daarvan werken wij aan een wijziging van het omgevingsplan, in de vorm van een TAM-IMRO-omgevingsplan. Naast dit TAM-IMRO omgevingsplan (hierna: omgevingsplanwijziging) is ook een Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Dit rapport brengt de milieueffecten in beeld en onderzoekt verschillende alternatieven. Daarnaast hebben wij een beeldkwaliteitsplan+ (BKP+) opgesteld, waarin de beoogde ontwikkeling en de gewenste ruimtelijke kwaliteit van het gebied zijn uitgewerkt.

Het Rivium ligt ten noorden van de Nieuwe Maas, ten zuiden van de Abram van Rijckevorselweg (AvR), ten westen van de woonwijk Kralingseveer (gemeente Rotterdam) en ten oosten van Rijksweg A16. Het plangebied bestaat nu grotendeels uit kantoren en enkele bedrijven. Langs de Abram van Rijckevorselweg (N210), de Hollandse IJssel en de Rivium Boulevard staan vooral kantoorpanden. Enkele kantoren zijn inmiddels getransformeerd tot wooncomplexen. In het westelijk deel van het gebied ligt de afvalwaterzuiveringsinstallatie, met daarop een windturbine. De omgevingsplanwijziging maakt de eerste fase van de gebiedsontwikkeling Rivium mogelijk (zie figuur 1). In deze fase komen maximaal 5.000 woningen met bijbehorende maatschappelijke en commerciële voorzieningen, zoals een basisschool en een supermarkt. Het MER is gebaseerd op de totale ontwikkeling van het Rivium oftewel de realisatie van 5.500 woningen.

Pagina 3 van 161

Figuur 1: Fase 1 van de gebiedsontwikkeling Rivium

Ter inzage periode Het ontwerp ‘’TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Rivium’’, het ontwerpbesluit hogere waarde Wet geluidhinder, het ontwerp beeldkwaliteitsplan plus Rivium, het ontwerp MER Rivium 3.0 en het ontwerp van de ''Parkeernormen Rivium, actualisatie 2025'' lagen vanaf donderdag 18 december 2025 tot en met woensdag 28 januari 2026 ter inzage. Tijdens deze periode kon iedereen een zienswijze indienen. Dit is aangekondigd met brieven aan alle ondernemers en bewoners in Rivium en omliggende wijken, WOP's en Wijkraad Kralingseveer. Daarnaast is het gepubliceerd in het Kontakt, het Gemeenteblad via www.officiëlebekendmakingen.nl, op de gemeentelijke website, Rivium - Capelle bouwt aan de stad en op het Omgevingsloket www.omgevingswet.overheid.nl. Ook konden de stukken bij de balie van het gemeentehuis worden bekeken. Binnen de inzagetermijn zijn 22 zienswijzen en is 1 advies ingekomen. Drie indieners hebben tijdig een pro forma zienswijze ingediend en hebben vervolgens binnen de door de gemeente gestelde termijn een aanvullende zienswijze ingediend. De zienswijzen gaan in op diverse aspecten van het plan. Alle zienswijzen zijn daarmee binnen de termijn ingediend en om die reden ontvankelijk. De ingekomen reacties zijn per onderwerp samengevat, de beantwoording is weergegeven in voorliggende conceptnota van beantwoording. Hierbij is aangegeven wat de Pagina 4 van 161

ingekomen reactie samengevat inhoudt en wat ons antwoord op de reactie is. In de laatste kolom is aangegeven of een reactie heeft geleid tot een aanpassing van het plan. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de reacties geanonimiseerd. Vervolg Na behandeling van de conceptnota van beantwoording in onze collegevergadering wordt de concept omgevingsplanwijziging en alle bijbehorende conceptstukken waaronder de MER en het Beeldkwaliteitsplan plus samen met de conceptnota van beantwoording en de nota ambtshalve wijzigingen geagendeerd ter behandeling in de commissie Stadsontwikkeling- en beheer (SOB). Indieners van de zienswijzen mogen tijdens deze commissievergadering inspreken. Na de behandeling in de commissie SOB neemt de gemeenteraad een besluit over de ingediende zienswijzen en over de vaststelling van de omgevingsplanwijziging.

2. Zienswijzen Pagina 5 van 161

Daar waar in deze nota wordt verwezen naar artikelnummers, betreffen deze de artikelnummers zoals weergegeven in de vastgestelde omgevingsplanwijziging, tenzij anders vermeld.

Pagina 6 van 161

Particulieren en bedrijven Nr. / onderwerp 1.1: Hogere waarde Wet geluidhinde r

1.2: Mobiliteit: snelheid, sluiproute, gevaarlijk, fijnstof en geluid

2.1: onteigening / voorgenom en

Reactie

Antwoord

Aanpassing

Indiener 1 maakt bezwaar tegen het onderdeel Hogere waarde Wet geluidhinder. Volgens de inbrenger ervaren bewoners nu al geluidsoverlast van bedrijven in de Stormpolder. De bestaande geluidbeperkende maatregelen zijn volgens hem onvoldoende. Omdat geluid over water ver draagt en kan versterken, vindt hij het onbegrijpelijk dat wordt voorgesteld de geluidsnorm te verhogen. De inbrenger stelt dat een verhoging van de norm het woongenot en de gezondheid van bewoners verder zal aantasten. Hij verwacht dat het gemeentebestuur de belangen van bewoners beschermt en verzoekt daarom de voorgestelde verhoging niet door te voeren. Indiener 1 stelt dat de recente aanpassingen aan de Nijverheidstraat (de dijk) geen effect hebben gehad. Volgens hem wordt er nog steeds regelmatig te hard gereden, vinden er gevaarlijke inhaalacties plaats en wordt de weg als sluiproute gebruikt. Hierdoor komt de bereikbaarheid van Capelle West in het gedrang. Daarnaast leidt het verkeer volgens de inbrenger tot extra geluidsoverlast en fijnstofuitstoot, wat gezondheidsrisico’s vergroot. Als mogelijke oplossing stelt hij voor om tijdens de spits het gebruik van de spitsstrook op de Algraweg vanaf de Nijverheidstraat te verbieden.

Met dit plan voor Rivium bieden we de mogelijkheid om woningen te bouwen op plaatsen waar nu bedrijven en kantoren zijn. Het plan is (juist daarom) niet bedoeld om bestaande bedrijven meer geluid te laten produceren.

Nee

Indiener 2 maakt bezwaar tegen de voorgenomen onteigening van delen van het terrein aan de Rivium 2e Straat en de Rivium Westlaan. Volgens de indiener zijn de plannen nog onvoldoende uitgewerkt en is er geen oplossing geboden voor het verlies van grond.

Wij willen inderdaad een strook grond van indiener 2 verwerven: een 0,8 m brede strook langs de Rivium 2e straat. In het ontwerp omgevingsplan is abusievelijk een strook van 3 m breed getekend, dit wordt in het definitieve omgevingsplan gecorrigeerd naar 0,8 m. Hoewel deze

Door Hogere Waarden vast te stellen, is het mogelijk dat woningen worden gebouwd op een locatie met een hoge geluidbelasting, terwijl er via randvoorwaarden toch een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd.

De ontwikkeling van Rivium staat in beginsel los van de snelheid van het autoverkeer en het mogelijke gebruik als sluiproute van de IJsseldijk c.q. Nijverheidsstraat. Verkeersmodelberekeningen laten zien dat de ontwikkeling van Rivium naar verwachting niet leidt tot een toename van het verkeer op de Nijverheidsstraat.

Nee

Volledigheidshalve melden wij dat er een besluit is genomen over de afkoppeling van de Nijverheidsstraat van de Algeraweg, als onderdeel van het project Algeracorridor. Met deze afkoppeling is er geen doorgaande (sluip)route meer vanaf de Algeraweg, via de dijk, richting het Toepad (en vice versa). Dit zal leiden tot een afname van de verkeersintensiteiten op de dijk. Deze aanpassing is dus in voorbereiding, maar is geen noodzakelijk onderdeel van de ontwikkeling van Rivium. Ja, wij zien af van de verkrijging van de strook langs de Rivium

Pagina 7 van 161

verbreding Rivium Westlaan

Door het afstaan van grond aan de Rivium 2e Straat moet de entree opnieuw worden ingericht. Zolang de exacte inrichting niet bekend is, kan de indiener niet instemmen, omdat onduidelijk is of zware vrachtwagens het bedrijf via de expeditiestraat kunnen blijven bereiken. Daarnaast leidt de voorgenomen verbreding van de Rivium Westlaan tot een aanzienlijke verkleining van het parkeerterrein. Hierdoor blijven er onvoldoende parkeerplaatsen over voor personeel en bezoekers. Dit acht de indiener onaanvaardbaar, mede omdat in de omgeving al parkeerplaatsen verdwijnen door het nieuwe parkeerbeleid. Eerder moest daarom al een slagboom worden geplaatst, wat kosten met zich meebracht en de klantvriendelijkheid verminderde. Verdere verkleining van het terrein acht de indiener niet acceptabel.

strook op het moment van vaststelling van de omgevingsplanwijziging in eigendom is van indiener 2, krijgt het wel de functie ‘openbare ruimte’. Zolang er geen privaatrechtelijke overdracht heeft plaatsgevonden, geldt hiervoor het overgangsrecht en kan dit conform de bepalingen uit het oude bestemmingsplan (bedrijventerrein) gebruikt worden. Het huidige profiel van de Rivium 2 e straat biedt onvoldoende ruimte om alle benodigde functies in de toekomst te huisvesten: autoverkeer, fietsers, voetgangers, openbaar vervoer (Parkshuttle) en waterberging. Om aan deze ruimtevraag te voldoen, is aanvullende ruimte vereist aan zowel de noord- als zuidzijde van de straat. In de zoektocht naar extra ruimte voor het toekomstige profiel wordt aan de noordzijde van de Rivium 2e straat circa 3,0 meter gewonnen door de eigendomsgrenzen (de rooilijn van de bebouwing in het ontwikkelveld) van de nieuwbouw terug te leggen. Aan de zuidzijde was aanvankelijk een reservering van 3,2 meter voorzien. Na kritische herbeoordeling, naar aanleiding van de ingediende zienswijze, blijkt deze reservering van 3,2 meter aan de zuidzijde echter niet noodzakelijk. Voor de realisatie van een minimaal profiel is wel de aankoop van 0,8 meter grond nodig, specifiek voor de aanleg van een stoep. De huidige aanbouw bij de entree zal gedeeltelijk gesloopt moeten worden om hier ruimte voor te maken.

Uiteraard zijn alle kosten voor herinrichting voor de gemeente, inclusief sloop / herbouw aanbouwtje bij entree.

Westlaan, tussen de Rivium 2e straat en Rivium 3e straat. Aan de zuidzijde van de Rivium 2e straat krijgt een strook van ca 0.8 m de functie openbare ruimte. Dit was ca 3,2 m in het ontwerp van de omgevingsplan wijziging. De verbeelding is hierop aangepast.

Wij blijven echter nog zoeken naar een optimale inrichting van het openbaar gebied rond het eigendom van indiener 2 en gaan indiener 2 hierbij betrekken. Ook om de bereikbaarheid met (zware) vrachtwagens goed in te passen. Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij besloten af te zien van de verwerving van de strook langs de Rivium Westlaan (tussen Rivium 2e en Rivium 3e straat).

Pagina 8 van 161

Bij een nadere studie bleek de aanpassing van bestaand openbaar gebied voldoende. De privé parkeerplaatsen van de indiener blijven dus in zijn geheel behouden. De openbare parkeerplaatsen langs de Rivium 2e straat komen echter wel te vervallen. 3.1: externe veiligheid / 2 bestaande biogasopsl agtanks

Indiener 3 maakt zich zorgen over woningbouw op het Rivium i.v.m. 2 biogasopslagtanks (zie foto hieronder met 2 blauwe lijnen aangeduid) op het terrein van de AWZI aan de Rivium Promenade. Welke gevolgen heeft een eventuele ontploffing van de tanks en de daaruit volgende drukgolf op de nieuwe hoogbouw?

De op de tekening aangegeven silo’s zijn geen biogasopslagtanks. De twee aangegeven silo’s, beide met een inhoud van circa 5100 m3, zijn slibgistingsilo’s, waarin het overtollig slib uit de zuiveringsproces vergist wordt. Hierbij wordt biogas geproduceerd. De silo’s zijn bijna volledig gevuld met slib. Alleen aan de bovenzijde zijn ze gevuld met het in het gistingsproces vrijkomende biogas. Op Kralingseveer is wel één gashouder (biogasopslag) aanwezig. Het is de kleinere vrijwel volledig groene silo die tussen de vier wit-grijze ronde slibbuffers ligt. Deze gashouder heeft een inhoud van 700 m3. De maximale hoeveelheid gas (het gas is in gasvorm dus niet vloeibaar) in de gashouder ligt ruim onder de 1 ton.

Nee

De gashouder op Kralingseveer (bio-opslaggastank) is relatief klein. De maximale effectafstand bedraagt 45 meter en ligt binnen de terreingrens die op minimaal 70 meter van de gashouder ligt. Deze gashouder geeft dus geen veiligheidsrisico buiten het terrein.

De maximale hoeveelheid gas in de gashouder (minder dan 1 ton) ligt ruim onder de 10 ton waarboven conform de richtlijn (Seveso) een risicocontour in beeld gebracht moet

Pagina 9 van 161

worden. Dit zal de reden zijn dat er in de Atlas leefomgeving geen contouren voor de gashouder op Kralingseveer zichtbaar zijn.

3.2: knip Rivium Boulevard / verkeersaf wikkeling / sluipverkee r

Indiener 3 maakt bezwaar tegen het TAM-IMROomgevingsplan Rivium. Hij stelt dat de verkeersafwikkeling onvoldoende duidelijk is voor de wijken ’s-Gravenland en Capelle West als er een knip wordt aangebracht in de Rivium Boulevard en de IJsselmondselaan.

3.3: parkeersitu atie Schaardijk

Indiener 3 stelt dat het plan geen extra parkeermogelijkheden voorziet op de Schaardijk voor gebruikers van de waterbus en watertaxi. Volgens hem raakt de Schaardijk ter hoogte van het Zalmhuis op thuiswedstrijddagen van Feyenoord al vrijwel volledig geblokkeerd. Hij vraagt hoe de verwachte toename van bewoners en bezoekers van het Rivium in deze bestaande parkeersituatie wordt opgevangen.

Volgens de indiener leidt deze maatregel tot een onevenredige toename van sluipverkeer door ’sGravenland en Capelle West, met name van en naar de Schaardijk, IJsseldijk en Nijverheidstraat.

De slibvergistingsinstallatie en de gashouder moeten daarnaast voldoen aan de ATEX richtlijn. Als alternatief voor de (doorgaande) route via de Rivium Boulevard wordt de westelijke ontsluitingsroute via de Rivium 1e Straat, Rivium Quadrant, Toepad en Rivium Promenade opgewaardeerd. Op die manier blijft er een ontsluitende route voor het doorgaande autoverkeer tussen de AvR en de IJsseldijk/Nijverheidsstraat (v.v.) beschikbaar. De kruising van de Rivium 1 e straat met de Parkshuttle wordt ongelijkvloers gemaakt om hier een goede doorstroming te waarborgen. Daarmee is er geen reden om een toename van sluipverkeer via Capelle West en 's-Gravenland te veronderstellen. Modelberekeningen waarmee de toekomstige verkeersontsluiting wordt doorgerekend bevestigen dit.

Nee

Met de ontwikkeling van Rivium wordt ingezet op het Nee stimuleren van lopen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer . Rivium wordt daarom zodanig ingericht, zodat het uitstekend bereikbaar is te voet, te fiets en met OV. Uiteraard blijft Rivium ook goed bereikbaar met de auto. De nieuwe parkeerplaatsen voor zowel bewoners als bezoekers worden ingepast in de nieuwe woongebouwen (parkeergarages). Het voorzien in voldoende parkeergelegenheid is geborgd in artikel 22.1.6 van de omgevingsplanwijziging. Uit dit artikel volgt dat een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen wordt verleend als in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Met het oog op de beperkte ruimte en de ruimtelijke kwaliteit worden er geen parkeerplaatsen in het openbaar gebied aangelegd. Al het parkeren moet op eigen terrein opgelost worden. Dat geldt ook voor het Zalmhuis tijdens hun evenementen met Feyenoordwedstrijden. Het blijft dus mogelijk om in het

Pagina 10 van 161

gebied te parkeren, maar wel op een andere manier dan nu. Ook onderzoeken we of we het stallen van (elektrische) fietsen kunnen faciliteren rondom de OV-punten, waaronder de Waterbushalte. Hiermee stimuleren we het gebruik van de fiets in combinatie met openbaar vervoer. 4.1: Inleiding: wegbestem men initiatief

Inbrenger 4 is voornemens een kantoorgebouw aan de Rivium Boulevard te transformeren tot hotel en heeft hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Kort daarna heeft zij het perceel aangekocht. Indiener maakt bezwaar tegen het ontwerpomgevingsplan, omdat daarin geen rekening is gehouden met haar initiatief. Volgens haar zijn de bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden voor het perceel ten onrechte geschrapt. Zij verzoekt de gemeenteraad het omgevingsplan gewijzigd vast te stellen, zodat haar ontwikkeling alsnog planologisch mogelijk blijft. Indiener stelt dat haar plan past binnen het geldende bestemmingsplan ‘Rivium’ (2013), waarin het perceel de bestemming ‘Bedrijventerrein’ heeft met onder meer de mogelijkheid voor horeca categorie 5 (hotels). De aangevraagde omgevingsvergunning past daarbinnen en moet daarom worden verleend. Zij stelt dat sprake is van een gebonden beschikking, waarbij het college geen ruimte heeft voor een eigen belangenafweging. Daarnaast voert zij aan dat het eerdere voorbereidingsbesluit inmiddels is vervallen. Daardoor moet de vergunningaanvraag volgens haar worden beoordeeld op basis van het bestemmingsplan uit 2013. Zij concludeert dat de vergunning moet worden verleend en dat het ontwerpomgevingsplan hierop moet worden aangepast.

In november 2025 (voor de terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsplanwijziging) is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de transformatie van een kantoorgebouw aan de Rivium Boulevard tot hotel. Deze aanvraag is nog behandeling. Momenteel kijken wij nog naar het aspect welstand. Daarom hebben wij deze locatie de functie ''bedrijven'' gegeven. Welstand kan immers onder de Omgevingswet als onderdeel van het omgevingsplan een weigeringsgrond (artikel 4.19 Omgevingswet) zijn, zodat niet bij voorbaat vaststaat dat de aangevraagde omgevingsvergunning moet worden verleend. Het eerder genomen voorbereidingsbesluit van 25 september 2023 is inderdaad komen te vervallen.

Nee

4.2: bestemmin gsplan ‘Rivium’ – gebonden beschikkin g

1) Indiener heeft haar aanvraag om een omgevingsvergunning voor de transformatie van een kantoorgebouw naar een hotel op het betreffende perceel ingediend op basis van de planologische mogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan ‘Rivium’ (vastgesteld op 10 juni 2013) biedt. Het bestemmingsplan ‘Rivium’ maakt van

Alle stellingen die genoemd zijn in zienswijze 4.2 onder 1 t/m 4 kunnen wij bevestigen. Voor de beantwoording van zienswijze 4.2 onder 5 t/m 7: zie beantwoording onder 4.1.

Nee

Pagina 11 van 161

rechtswege deel uit van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan van de gemeente. 2) Het betreffende perceel is in het bestemmingplan ‘Rivium’ bestemd als ‘Bedrijventerrein’. Op grond van art. 3.1 aanhef en onder g, van het bestemmingsplan ‘Rivium’ zijn de voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden bestemd voor horeca activiteiten als bedoeld in categorie ‘horeca – 1’, ‘horeca – 2’ en ‘horeca – 5’ van de staat van horeca-activiteiten. 3) In art. 1.40 van het bestemmingsplan zijn horecaactiviteiten als volgt gedefinieerd: “het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse verstrekt en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, maar met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie”. 4) In de staat van horeca-activiteiten (bijlage 2 bij het bestemmingsplan ‘Rivium’) is ‘horeca – 5’ als volgt gedefinieerd: “vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van logies en als ondergeschikte functie het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals hotels en pensions”. Het begrip ‘logies’ is in het bestemmingsplan ‘Rivium’ niet gedefinieerd.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak moeten planregels uit rechtszekerheid letterlijk worden uitgelegd. Bij een letterlijke uitleg kan worden aangesloten bij de betekenis in de Van Dale. Hieruit komt naar voren dat sprake moet zijn van een nachtverblijf met een beperkte duur. Volgens jurisprudentie wordt aangesloten bij het begrip ‘’logies’’ en daarvan is sprake zolang het verblijf korter duurt dan de termijn voor inschrijving in de basisregistratie personen (zes maanden).

Pagina 12 van 161

Zie ter illustratie bijvoorbeeld Rb. Limburg 21 november 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:10515, r.o. 5 – 5.3. 5) In het licht van het voorgaande is de realisatie van een hotel in overeenstemming met de definitie van ‘horeca – 5’ van de staat van horecaactiviteiten en is de transformatie van het betreffende pand naar hotel in overeenstemming met art. 3.1 aanhef en onder g, van het bestemmingsplan ‘Rivium’. Dit betekent dat de gemeente de aangevraagde omgevingsvergunning moet verlenen (zie art. 8.0a lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving). De gemeente heeft geen ruimte voor een eigen belangenafweging; het betreft een gebonden beschikking volgens het limitatief-imperatieve stelsel. 6) Het voorbereidingsbesluit van 25 september 2023 was bij de vergunningaanvraag al vervallen. Op grond van de Invoeringswet Omgevingswet liep de geldigheidsduur tot 1 juli 2025. Omdat het ontwerpomgevingsplan toen nog niet ter inzage lag, moet de aanvraag worden beoordeeld volgens het bestemmingsplan ‘Rivium’ (2013). Zie bijvoorbeeld Rb. Zeeland-West-Brabant 31 mei 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3532, r.o. 9.2 – 9.6. 7) Kortom, de aangevraagde omgevingsvergunning moet worden verleend, omdat sprake is van een gebonden beschikking. 8) Omdat sprake is van een gebonden beschikking, moet de aangevraagde hoteltransformatie aan de Rivium Boulevard in het nieuwe omgevingsplan worden opgenomen.

4.3: Inpassen ontwikkelin g in omgevings9) Volgens vaste jurisprudentie moet de gemeenteraad bij plan een nieuw omgevingsplan rekening houden met een initiatief voor een bouwplan als dit voldoende concreet en tijdig kenbaar is gemaakt en de ruimtelijke aanvaardbaarheid ten tijde van vaststelling van het plan kan worden beoordeeld.

Zie beantwoording onder 4.1.

Nee

Nieuw onder de Omgevingswet is dat welstand onderdeel is geworden van het omgevingsplan. Dat een initiatief past binnen de functie betekent niet dat het ook voldoet aan welstand. De aangehaalde jurisprudentie uit 2020 leidt dan ook niet tot de conclusie dat de vergunning moet worden ingepast in deze omgevingsplanwijziging. Indien de vergunning wel tijdig (voor vaststelling van de omgevingsplanwijziging) wordt verleend, zullen we deze uiteraard inpassen in de

Pagina 13 van 161

Vergelijk bijvoorbeeld ABRvS 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2909, r.o. 9.1.

omgevingsplanwijziging. Dat zou ook pas gedaan kunnen worden bij de technische wijziging van het TAM omgevingsplan Rivium in STOP/TPOD-vorm.

10) Aan deze voorwaarden (onder 9) is voldaan: de betreffende vergunningaanvraag is voldoende concreet, tijdig kenbaar gemaakt en ruimtelijk aanvaardbaar, omdat sprake is van een gebonden beschikking.

4.4: Conclusie en verzoek

5.1: Inleiding

11) Kortom, de ontwikkeling moet in het nieuwe omgevingsplan worden opgenomen, waarbij op het betreffende perceel in ieder geval logies (hotel/short stay) moet worden toegestaan, bijvoorbeeld door het te bestemmen als ‘Ontwikkelveld’ met de functieaanduidingen ‘hotel’ en ‘short stay’, zoals op het perceel Rivium Promenade 174 ook is gedaan. In het ontwerpomgevingsplan is ten onrechte geen rekening gehouden met de voorgenomen hoteltransformatie van het betreffende perceel en zijn de bestaande planologische mogelijkheden wegbestemd. Indiener verzoekt de raad het plan voor dit perceel aan te passen zodat de aangevraagde ontwikkeling — met in ieder geval logies (hotel/short stay) — wordt toegestaan, en is bereid dit nader toe te lichten. Inbrenger 5 is eigenaar en gebruiker van een aantal percelen in Rivium. Zij drijft ter plaatse een technische handelsonderneming in meet- en regelapparatuur voor veiligheid, onderhoud en nieuwbouw van huishoudelijke installaties, de utiliteit en technische installaties, ondersteund door preventief onderhoud, reparaties, kalibraties en controles, het geven van cursussen, trainingen, opleidingen en advies aan klanten, alsmede het op verzoek verrichten van metingen voor klanten en verhuur van meeten regelapparatuur (SBI 2025 - 46695).

Zie beantwoording onder 4.1 en onder 4.3.

Nee

We nemen de inleiding en achtergrond van de zienswijze ter kennisgeving aan.

Nee

Inbrenger 5 heeft het ontwerpbesluit beoordeeld en heeft ernstige bezwaren, onder meer tegen de verlaging van de milieucategorie, de milieuzonering ten opzichte van nieuwe

Pagina 14 van 161

woningen, het verlies van ruimte voor bedrijven, de bereikbaarheid en verkeersveiligheid tijdens de bouw en in de nieuwe situatie, bouwgerelateerde trillingsrisico’s en hinder tijdens de bouw, de voorgenomen grondverwerving door de gemeente en het kostenverhaal. 5.2: Verlagen toegelaten milieucateg orie – onzorgvuldi ge voorbereidi ng

1.1 Het huidige bestemmingsplan “Rivium” uit 2013 laat ter plaatse van de gronden van indiener 5 bedrijven toe in de categorieën 1, 2 en 3.1, van de Staat van bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van niet-zelfstandige kantoren, met uitzondering van geluidshinderlijke inrichtingen. 1.2 In het ontwerp TAM-omgevingsplan worden op de betreffende locatie slechts bedrijven toegelaten in maximaal de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, welke niet is gewijzigd ten opzichte die van 2013. 1.3 In de motivering staat op pagina 29: In dit geval wordt met de transformatie overwegend nieuwe woningbouw mogelijk gemaakt. In diezelfde blokken staat het plan ook uiteenlopende, andere functies toe, waaronder bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2. Ook zijn er mogelijkheden voor beroep- en bedrijf-aan-huis. In die zin biedt het plan mogelijkheden voor functiemenging. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat het toestaan van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2, een afwaardering is van de bestaande mogelijkheden die gaan tot en met categorie 3.1. Dit is het gevolg van de keuze van het gemeentebestuur om in dit gebied een grote en sterke impuls te geven aan woningbouw. Om potentiële hinder van bedrijven in te perken, heeft dit tot de maatregel geleid om de bedrijfsmogelijkheden te maximeren op milieucategorie 2.

Echter heeft deze afwaardering betrekking op een klein deel van het Rivium. In de huidige situatie zijn voornamelijk kantoren gevestigd en buiten de waterzuivering komen zwaardere milieucategorieën niet voor in het gebied. Dit komt nader aan de orde bij de

De achtergrondinformatie die is opgesomd onder 1.1 t/m 1.5 onderschrijven wij.

1.1 t/m 1.5: Nee

1.6 t/m 1.12: In de notitie Bedrijven en Milieuzonering is opgenomen in bijlage 38 is beschreven hoe bestaande bedrijven geïnventariseerd zijn. Een groot deel van de bedrijven is op de destijds beoordeelde bedrijvenlijst aangemerkt als categorie 2. Er resteren 7 (met 2 tankstations erbij 9) bedrijven die hoger zijn ingeschaald op die bedrijvenlijst, waaronder Euro-Index. We hebben bijlage 38 mede naar aanleiding van deze zienswijze opnieuw onder de loep genomen. Daarnaast dateert de inventarisatie van DCMR, waarop bijlage 38 is gebaseerd, van medio 2023. Naar aanleiding hiervan is de bijlage geactualiseerd en aangepast. Daarnaast hebben we ten aanzien van Euro-Index een aanvullend akoestisch onderzoek laten uitvoeren, dat is toegevoegd als bijlage bij de genoemde notitie. In dit onderzoek is geconstateerd dat Euro-Index inderdaad een milieucategorie 3 bedrijf betreft. Het bedrijf krijgt op basis hiervan een maatwerkaanduiding voor een groothandelsbedrijf in meet- en regelapparaten.

1.6 t/m 1.12: Aanpassing bijlage 38 en maatwerkaand uiding EuroIndex als groothandelsbe drijf in meet- en regelapparaten, SBI-2025 46695.

Pagina 15 van 161

instructieregels uit paragraaf 7.3.11 van de ZHOV en in paragraaf 5.8 van deze motivering (Bedrijven en milieuzonering). 1.4 Op pagina 84 staat: De wijze waarop bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen, zich na de transformatie van het Rivium tot elkaar verhouden, is behandeld in een separate notitie. Deze is opgenomen in bijlage 38 bij deze motivering. […] Het huidige plan staat bedrijven tot milieucategorie 3.1 toe, maar in het nieuwe plan wordt dit beperkt tot categorie 1 en 2 om functiemenging te bevorderen. Uit onderzoek blijkt dat er, behalve de AWZI en de windturbine, geen milieubelastende activiteiten zijn die een belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling van het Rivium. Er zijn ook geen bedrijven in de categorie 3.1 die met de inperking tot maximaal milieucategorie 2 worden belemmerd. 1.5 En op pagina 116 staat: Artikel 6 Bedrijven Deze functie is consoliderend overgenomen uit de bestemming Bedrijventerrein in het bestemmingsplan Rivium uit 2013 en vertaald naar dit bestemmingsplan. Bedrijven in milieucategorie 3.1 zijn niet langer rechtstreeks toegestaan om de ontwikkeling van het Nieuwe Rivium te beschermen. Standaard zijn bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan, met daarnaast kantoren, sport, ondergeschikte horeca en onder voorwaarden detailhandel.

Bedrijven uit categorie 3.1 en bedrijven die niet zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, maar die wel een vergelijkbare milieubelasting kennen, zijn toegestaan na een vergunning. 1.6 In de betreffende notitie milieuzonering (bijlage 38 bij de motivering) is toegelicht hoe de inventarisatie van de bestaande bedrijven heeft plaatsgevonden. Deze notitie baseert zich op een DCMR-lijst uit 2023. Deze lijst is op

Pagina 16 van 161

actualiteit beoordeeld waarbij vooral percelen nabij nieuwe woningen zijn gecontroleerd. Op pagina 3 van de notitie wordt geconcludeerd dat nog zeven bedrijven mogelijk in milieucategorie 3.1 te vallen (vijf groothandels, een sporthal en een kantoor van Anteagroup). Er waren geen bedrijven met een hogere categorie. 1.7 Het gemeentebestuur merkt groothandels — terecht — aan als bedrijven in milieucategorie 3.1. 1.8 In het handelsregister van de Kamer van Koophandel is Euro Index B.V. ingeschreven met de volgende bedrijfsactiviteit(en): SBIcode: 46695 - Groothandel in meet- en regelapparaten Technische handelsonderneming in meet- en regelapparatuur voor veiligheid, onderhoud en nieuwbouw van huishoudelijke installaties, de utiliteit en technische installaties, ondersteund door preventief onderhoud, reparaties, kalibraties en controles, het geven van cursussen, trainingen, opleidingen en advies aan klanten, het op verzoek verrichten van metingen voor klanten en verhuur van meet- en regelapparatuur. 1.9 De bedrijfsactiviteiten van Euro-Index B.V. vallen in de volgende in de Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen categorie: GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 466 Grth in machines en apparaten: Overige 3.1 1.10 Op pagina 4 van de notitie milieuzonering is vervolgens Euro-Index B.V. specifiek genoemd als categorie 3.1 bedrijf. Daarbij staat: Groothandel. Weinig vervoersbewegingen.

Geen 3.1 milieucategorie. Geen nader onderzoek nodig 1.11 Indiener 5 betwist dat geen sprake is van een categorie 3.1-bedrijf en dat nader onderzoek overbodig is.

Pagina 17 van 161

Het is onduidelijk waarop de conclusie is gebaseerd. Volgens indiener 5 is geen overleg gevoerd en veroorzaakt het groothandelsbedrijf met dagelijks vrachtverkeer (2 tot 8), vele bedrijfsbussen (tientallen) en laden en lossen — ook ’s avonds en ’s nachts — juist aanzienlijke hinder, passend bij milieucategorie 3.1. 1.12 Indiener 5 stelt dat het ontwerp ten onrechte uitgaat van de aanname dat er geen bestaande bedrijven in milieucategorie 3.1 in het gebied aanwezig zijn. 5.2: 2.1 In de motivering staat op pagina 83 dat wordt uitgegaan Beperking van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). milieuruimt In paragraaf 5.8 van de motivering wordt vervolgens bij de e– beoordeling uitgegaan van de toepassing van de toepassing richtafstanden voor een gemengd gebied. VNG2.2: Indiener 5 stelt dat bij de beoordeling of sprake is van een gemengd gebied moet worden uitgegaan van de brochure omgevings- feitelijke bestaande situatie, niet van de beoogde plansituatie (Vgl. ABRvS 15 maart 2023, type ECLI:NL:RVS:2023:1036, r.o. 9.3). Als in de huidige situatie wordt voldaan aan de richtafstanden voor een rustige woonwijk, leidt aanwijzing als gemengd gebied tot aantasting van de functiescheiding en beperking van de milieuruimte van bestaande bedrijven.

De wijze waarop (toekomstige) woningen en (bestaande en toekomstige) bedrijven zich tot elkaar verhouden, is geïnventariseerd, beoordeeld en gemotiveerd in bijlage 38. In deze bijlage en ook in de motivering bij de omgevingsplanwijziging zelf, is niet specifiek beschreven van welk gebiedstype wordt uitgegaan en welke redenen daaraan ten grondslag liggen. De motivering in bijlage 38 wordt om die reden met een dergelijke argumentatie aangevuld.

Ja, bijlage 38 is aangevuld in die zin dat specifiek is beschreven en gemotiveerd van welk gebiedstype wordt uitgegaan.

Daarbij is het niet per definitie zo, zoals indiener stelt, dat (als in de huidige situatie wordt voldaan aan de richtafstanden voor een rustige woonwijk) met een aanwijzing tot gemengd gebied sprake is van beperking van de milieuruimte van bedrijven. Dit blijkt ook uit de door de indiener aangehaalde uitspraak, waarin de voorzieningenrechter zich op het standpunt stelt dat het omgevingstype als bedoeld in de VNG-brochure beschrijvend en niet normerend is. De bepaling van het gebiedstype is in dat licht een methodiek om op een systematische wijze tot een afweging te komen in het mogelijk maken van woningen in de nabijheid van bedrijven. Diezelfde uitspraak geeft daarbij ook aan dat het gebiedstype moet worden bepaald aan de hand van ‘de feitelijk bestaande aard van de omgeving waarbinnen de mogelijk te maken ontwikkeling wordt voorzien.’

Pagina 18 van 161

De mogelijk te maken ontwikkeling is in dit geval het Rivium als levendig woon-werk gebied. De bestaande aard van de omgeving van deze beoogde ontwikkeling bestaat nu, in de feitelijke situatie, overwegend uit kantoren, bedrijven, een afvalwaterzuiveringsinstallatie en infrastructuur (autowegen en vaarweg). Deze bestaande aard van de omgeving maakt dat voor de mogelijk te maken ontwikkeling gefundeerd kan worden uitgegaan van het gebiedstype ‘gemengd gebied' (vanwege het aanwezige hinderniveau door de functiemenging en de ligging nabij infrastructuur). Met als bijkomend argument dat de genoemde nietwoonfuncties ook in de toekomstige situatie aanwezig blijven. Met andere woorden: de mogelijk te maken woningen en andere milieugevoelige functies (maatschappelijke voorzieningen) kunnen, gelet op de bestaande omgeving, op voorhand een hogere mate van hinder verwachten dan woningen in een als ‘rustige woonwijk’ aan te merken gebied. Een motivering met deze strekking wordt naar aanleiding van deze zienswijze toegevoegd aan de notitie in bijlage 38 bij de motivering van de omgevingsplanwijziging. 5.3: Beperking milieuruimt e– materiële toetsing

3.1 Een groothandel in (overige) machines en apparaten valt, zoals ook in de motivering en de daarbij behorende bijlage 38 is erkend, in milieucategorie 3.1. De grootste richtafstand voor deze bedrijfsactiviteit, zoals opgenomen in de VNG brochure bedrijven en milieuzonering, geldt voor het aspect geluid en bedraagt 50 meter. 3.2 Volgens de VNG-brochure moeten richtafstanden worden gemeten tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de uiterste situering van de planologisch mogelijke gevels (inclusief vergunningsvrij) van woningen.

Zie beantwoording zienswijze onder 5.2 en 5.3. Euro-Index krijgt een maatwerkaanduiding voor groothandelsbedrijf in meet- en regelappraten. Het gebied Rivium kan worden aangemerkt als gemengd gebied. De richtafstand is daarmee inderdaad 30 meter. Bij de vergunningverlening voor de nieuwe woningen kunnen maatwerkvoorschriften benodigd zijn voor Euro-Index, waarbij we de benodigde geluidimmissies van Euro-Index B.V. toestaan via een maatwerkvoorschrift.

1.6 t/m 1.12: Aanpassing bijlage 38 en maatwerkaand uiding EuroIndex als groothandelsbe drijf in meet- en regelapparaten.

3.3 Het ontwerp beoogt woningbouw mogelijk te maken op circa 19 meter van de grens van de percelen van indiener

Pagina 19 van 161

5, waaraan de functie “Bedrijven” is toegedeeld. Indiener 5 constateert dat niet aan de richtafstand wordt voldaan. 3.4 Zelfs als sprake zou zijn van een milieucategorie 2 bedrijf, dan wordt nog steeds niet aan de richtafstanden uit de VNG-brochure voldaan. Die zou dan immers 30 meter bedragen. 5.4: Beperking milieuruimt e– zorgvuldige voorbereidi ng en belangenaf weging

4.1 Het bestuursorgaan moet een belangenafweging maken, los van het feit sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan Locaties. Het verlagen van de toegestane milieucategorie tot maximaal 2 beperkt de gebruiksmogelijkheden en verhuurbaarheid van de gronden en panden. 4.2 Indiener 5 heeft niet kunnen vaststellen dat sprake is geweest van een belangenafweging op dit punt, zodat het besluit in strijd is met artikel 3:2 Awb en artikel 3:4 lid 1 Awb.

Zie beantwoording zienswijze onder 5.1 en 5.3.

Aanpassing bijlage 38. Op de verbeelding opnemen van een maatwerkaand uiding: Rivium 2e straat 12: ‘specifieke vorm van bedrijf groothandel in meet- en regelapparaten’ ; Toevoegen aan artikel 6.1: b. een groothandel in meet- en regelapparaten, SBI-2025 46695,

Pagina 20 van 161

5.5: Verlagen toegelaten milieucateg orie – strijd met provinciale instructiere gels

5.1 Indiener 5 wijst erop dat het ontwerp-omgevingsplan ziet op een bestaand, in de provinciale Omgevingsverordening aangewezen bedrijventerrein, waarvoor specifieke instructieregels uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening gelden. Paragraaf 3.5.10 van de motivering gaat hierop in. 5.2 Volgens artikel 7.52 ZHOV moet een omgevingsplan voor een bedrijventerrein bedrijven maximale geluid- en geurruimte bieden via passende zonering, afgestemd op de omgeving en rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk omgevingsplan of ontwikkelingen als bedoeld in artikel 7.47. 5.3 Indiener 5 constateert dat aan deze instructieregel niet wordt voldaan. De milieucategorie is in het hele plangebied verlaagd, terwijl uit de notitie milieuzonering (bijlage 38 bij de motivering) blijkt dat in grote delen van het plangebied het toelaten van categorie 3.1 bedrijven, gelet op de afstand tot de beoogde woningen, geen probleem zou zijn. 5.4 In de motivering staat dat op grond van artikel 7.52 lid 6 ZHOV onder voorwaarden aan een bedrijventerrein een nieuwe functie gegeven kan worden mits compensatie binnen de regio plaatsvindt. Hierbij wordt uitgegaan van

5.1: De achtergrondinformatie / stelling die geformuleerd is onder zienswijze 5.1 onderschrijven wij.

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – groothandel in meet- en regelapparaten' ; Nee

5.2 t/m 5.8: In het kader van de ontwerp herziening omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland hebben wij een zienswijze ingediend in het kader van de aanwijzing van Rivium als bedrijventerrein. Bij de beantwoording van de zienswijze heeft de provincie Zuid-Holland het volgende aangegeven: Bedrijventerrein Rivium is in de Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023–2030 aangewezen als transformatielocatie en als zodanig door Gedeputeerde Staten aanvaard. Voor deze locatie is het overgangsrecht van toepassing. Dit betekent dat artikel 7.52, zoals dat luidde vóór de inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de Herziening 2024, van toepassing blijft. In dit artikel is bepaald dat compensatie van het feitelijk gebruik mogelijk is voor locaties die door Gedeputeerde Staten zijn aanvaard in een regionale bedrijventerreinenvisie. Aangezien bedrijventerrein Rivium als transformatielocatie in de regionale bedrijventerreinenstrategie is opgenomen en door Gedeputeerde Staten is aanvaard, blijft deze compensatiemogelijkheid voor deze locatie van toepassing.

Pagina 21 van 161

een verouderde versie van de ZHOV (van vóór 1 januari 2025). Het ontwerp is daarom onzorgvuldig voorbereid. 5.5 Op grond van artikel 7:52 lid 6 van de geldende ZHOV kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein gedeeltelijke functiewijziging mogelijk maken door andere activiteiten dan bedrijven toe te laten, voor zover: a. het gaat om een bedrijventerrein waar volgens het geldende omgevingsplan alleen bedrijven worden toegelaten die passen in geluidruimtezone 1 en geurruimtezone 1 of 1 en 2; b. de beschikbare ruimte voor bedrijven per saldo gelijk blijft door meervoudig ruimtegebruik; en c. de activiteiten bij voorkeur bijdragen aan de opgaven energietransitie, circulaire economie of klimaatadaptatie. Aan deze eisen wordt niet voldaan. 5.6 Volgens artikel 7:52 lid 7 ZHOV kan een omgevingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein alleen bij uitzondering een andere functie krijgen als er een zwaarwegend algemeen belang is, geen reëel alternatief bestaat en compensatie is verzekerd. Indiener 5 vindt dat hier niet aan is voldaan, omdat niet wordt onderbouwd waarom sprake is van zo’n uitzondering, of een zwaarwegend algemeen belang dient en er geen reële andere mogelijkheid is. De verwijzing naar een Compensatieplan uit 2020 is volgens haar onvoldoende, omdat dit verouderd is en een actuele en uitgegaan moet worden van een actuele behoefteraming.

Daarnaast dient een actuele beoordeling van de geldende criteria plaats te vinden.

Tot slot heeft de provincie in haar zienswijze in het kader van deze omgevingsplanwijziging het volgende aangegeven: Het Nieuwe Rivium is in de regionale bedrijventerreinenstrategie van de MRDH aangewezen als transformatielocatie, maar dit biedt volgens de provincie geen toezegging over de inhoud van de plannen. Elk transformatieplan moet een eigen procedure doorlopen. Onderdeel daarvan is het opstellen van een compensatieplan dat inzicht geeft in het te verdwijnen feitelijke gebruik en de wijze waarop dit lokaal of regionaal wordt gecompenseerd. Een dergelijk plan ontbreekt bij het ontwerp-omgevingsplan. De provincie verzoekt daarom om dit compensatieplan alsnog toe te voegen. Naar aanleiding van de zienswijze is overleg geweest met de provincie Zuid-Holland. Hierbij is aangegeven dat op basis van het overgangsrecht gemeente Capelle aan den IJssel enkel het feitelijk gebruik van bedrijven in milieucategorie 3.1 en hoger moet compenseren. We hebben dit in beeld gebracht. Hieruit is naar voren gekomen dat er feitelijk geen bestaande bedrijven in het plangebied aanwezig zijn in milieucategorie 3.1 die gecompenseerd moeten worden. Zie verder onze beantwoording van de zienswijze van de provincie over het onderdeel ‘compensatieplan’ onder 23.5 van deze nota.

5.7 Uit pagina 31 van de motivering blijkt dat in feite geen compensatie zal plaatsvinden. Er staat immers: De gemeente Capelle aan den IJssel geeft hieraan, conform het compensatieplan, met name invulling door beter

Pagina 22 van 161

benutten op diverse bedrijventerreinen. Er is immers geen nieuw uit te geven bedrijventerrein beschikbaar. 5.8 Indiener 5 erkent de woningbehoefte en staat niet negatief tegenover woon-werklandschappen, maar benadrukt dat er ook behoefte is aan bedrijfsruimte en dat de gemeente de provinciale instructieregels ter bescherming van de belangen van bestaande bedrijven moet naleven. 5.6: Geurconto ur AWZI

6.1 Euro-Index B.V. betwijfelt of bij de geplande woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, onder andere vanwege de onzekerheid over de effectiviteit van maatregelen tegen geuroverlast van de RWZI. 6.2 Euro-Index B.V. vindt dat de voorgestelde maatregelen tegen geurhinder onvoldoende concreet zijn. Zelfs met deze maatregelen om de geurcontour te verkleinen en waarmee de AWZI duurzaam kan blijven functioneren, blijft volgens de motivering (pagina 82) een deel van de geurcontour over de geplande ontwikkelingen liggen. Het is onduidelijk welke aanvullende maatregelen de resterende geuroverlast moeten beperken.

6.1 In het omgevingsplan zijn concrete geurreducerende maatregelen vastgelegd waarvan het geurreducerende effect in de leefomgeving door het geaccrediteerde meetbureau Olfasense is beschouwd. In het MER is onderzoek gedaan waarbij rekening is gehouden met de geursituatie inclusief de concrete geurreducerende maatregelen. Om de effectiviteit te bepalen, zullen geurmetingen worden uitgevoerd en in het geval er een overschrijding bij een geurbron wordt geconstateerd zal door de AWZI moeten worden bijgestuurd. Op grond van artikel 5.92 lid 2 Bkl in samenhang met artikel 5.100 lid 1 van het Bkl is in het omgevingsplan een grenswaarde opgenomen van 0,5 ouE/m3 als 98 percentiel. Door de geurnormering en de vastlegging van geurreducerende maatregelen voorziet de omgevingsplanwijziging erin dat de geur van de AWZI op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Nee

6.2 De planregels voorzien in het volgende: Binnen de milieuzone Geur-1 mogen geen nieuwe geurgevoelige gebouwen worden gebouwd of in gebruik worden genomen, artikel 22.8. Binnen de milieuzone Geur-2 mogen onder voorwaarden (er moeten voldoende technische maatregelen worden getroffen ter beperking van geuroverlast) nieuwe geurgevoelige gebouwen worden gebouwd of in gebruik worden genomen, artikel 22.9.

Pagina 23 van 161

5.7: Bereikbaar heid en verkeersvei ligheid in de plansituatie

7.1 Euro-Index B.V. hecht groot belang aan goede bereikbaarheid en veilige ontsluiting en heeft ernstige twijfels bij het onderzoek naar de toekomstige verkeerssituatie zoals gepresenteerd in de genoemde rapporten.

7.1 Juist om de effecten van de ontwikkeling van Rivium en de aanpassingen aan de verkeersstructuur goed te onderzoeken, zijn deze onderzoeken gedaan.

7.2 Het plan wijzigt de verkeersstructuur: de Rivium 2e straat wordt eenrichtingsverkeer en de Rivium Boulevard wordt afgesloten voor doorgaand verkeer. Volgens het STOMP-principe (mobiliteitsaanpak) wordt de Boulevard vooral ingericht voor voetgangers, wordt voorzien in het onmogelijk maken van doorgaand verkeer door een knip aan te brengen in de Boulevard, krijgen fietsers meer ruimte en wordt De Parkshuttle in frequentie verhoogd en wordt deze shuttle doorgetrokken over de Rivium 2e straat.

7.3. De ‘knip’ staat niet op zichzelf maar is onderdeel van aanpassing van de verkeersstructuur. Als alternatief voor de (doorgaande) route via de Rivium Boulevard wordt de westelijke ontsluitingsroute via de Rivium 1e straat, Rivium Quadrant, Toepad en Rivium Promenade opgewaardeerd. Op die manier blijft er een ontsluitende route voor het doorgaande autoverkeer tussen de AvR en de IJsseldijk/Nijverheidsstraat (v.v.) beschikbaar. De kruising van de Rivium 1e straat met de Parkshuttle wordt ongelijkvloers gemaakt om hier een goede doorstroming te waarborgen. Er worden aanpassingen gedaan aan het Riviaduct en de westelijke ontsluitingsroute om de afwikkeling te verbeteren. Met dit pakket aan maatregen blijft Rivium bereikbaar. De uitgevoerde verkeersonderzoeken tonen aan dat de bereikbaarheid op peil blijft.

7.3 Indiener 5 vreest dat de knip de bereikbaarheid van de bedrijven in Rivium aanzienlijk verslechtert, wat extra reistijd, omrijschade (zoals extra manuren) en waardedaling van de locatie kan veroorzaken. 7.4 Indiener 5 meent dat onvoldoende is aangetoond dat de wegen die voor de hoofdontsluiting gebruikt zullen gaan worden, daarvoor geschikt zijn en sprake zal zijn van een goede doorstroming. 7.5 Met de tabel op pagina 17 van het verkeersrapport van 17 december 2025, die ook op pagina 53 van de motivering is opgenomen, wordt de indruk gewekt dat geen sprake zal zijn van een significante toename van het verkeer. 7.6 Door de knip in de Rivium Boulevard en het instellen van de westelijke ontsluitingsroute neemt het verkeer op delen van de Rivium 1e Straat en het Rivium Quadrant sterk toe. Op het Rivium Quadrant neemt het verkeer toe van circa 1.900 naar ruim 5.000 voertuigen per etmaal in het VKA. Dit is te lezen op pagina 18 van het

Nee

7.2. Dit is correct.

7.4. Op het onderdeel verkeersafwikkeling is in de uitgevoerde onderzoeken uitvoerig ingegaan. Zie het MER en de achterliggende verkeerskundige onderzoeken. De verkeersafwikkeling is doorgerekend. Op basis van geconstateerde knelpunten in de doorstroming zijn maatregelen benoemd die onderdeel zijn van het voorkeursalternatief, zoals aanpassingen aan de opstelstroken voor de AvR (Riviaduct) en de westelijke ontsluitingsroute. Het onderzoek concludeert dat met deze aanpassingen de doorstroming op peil blijft. 7.5. Wij nemen aan dat u bedoelt het rapport van 17 dec. 2024. Wij delen uw conclusie niet dat er geen sprake zal zijn van een significante toename van het verkeer. Door de gewijzigde verkeersstructuur zal het effect per wegvak verschillen, maar kijkend naar bijvoorbeeld de Rivium

Pagina 24 van 161

verkeersrapport en dit is waargenomen tijdens de proefknip in de Rivium Boulevard in 2022. […] Afwikkelingsberekeningen en verkeerssimulaties hebben aangetoond dat het verkeer in het VKA voldoende kan afwikkelen. De extra opstelstroken van en naar de AvR/Kralingseplein en de nieuwe inrichting van de Rivium Boulevard en de Rivium 1e Straat zorgen ervoor dat het verkeer goed blijft doorstromen in de spitsuren. Ook blijft het mogelijk om vanuit de blokken de ontsluitende route op te rijden zonder grote wachtrijvorming. Met verkeerssimulaties is alleen geconstateerd dat de wachtrijen en de wachttijden voor de auto (maar ook voor fiets) bij de kruising van de ParkShuttle met de Rivium 1e Straat zodanig lang zijn dat een gelijkvloerse kruising niet haalbaar is; daarom wordt een ongelijkvloerse oplossing noodzakelijk geacht. 7.7 Indiener 5 heeft de uitkomsten van de “afwikkelingsberekeningen en verkeerssimulaties” niet bij de stukken aangetroffen. In het verkeersrapport van 17 december 2024 ontbreekt een capaciteitsbeoordeling op wegvakniveau (I/C waarden) en op kruispuntniveau. Hierdoor kan de indiener de juistheid van de conclusies niet controleren. 7.8 De uitgangspunten en conclusies van het verkeersrapport van 17 december 2025 lijken af te wijken van die in de MER de daarbij behorende effectbeoordeling verkeer.

In de MER (pagina 49 hoofdrapport) is aangegeven dat sommige wegvakken in de huidige situatie overbelast zijn (I/C > 0,9). Daar staat bijvoorbeeld: Met name bij de bouwblokken aan de Rivium 1e Straat hebben de voertuigen moeite om het verkeersnetwerk op te komen en ontstaan er geregeld wachtrijen om het gebied uit te komen. Er ontstaan wachtrijen op de Rivium 1e Straat voor het kruispunt Rivium 1e Straat/Rivium Boulevard.

Boulevard (punt 1), Rivium Quadrant (punt 4), Rivium 1e straat (punt 5) en Rivium Promenade (punt 7) dan is er zeker sprake van significante toenames ten opzichte van 2020. 7.6. Dit is correct. De ontsluitende verkeersfunctie verschuift van de Rivium Boulevard naar de westelijke ontsluitingsroute, die hierdoor drukker wordt. Zie verder de beantwoording van de zienswijze onder 7.3. 7.7. De verkeersafwikkeling van het VKA is getoetst met een zgn. dynamische doorrekening waarin het netwerk in detail is gemodelleerd zodat de verkeersafwikkeling op hoog niveau kan worden getoetst. De resultaten/uitkomsten hiervan staat tekstueel beschreven in het verkeersonderzoek. Aangezien het modelsimulaties betreft (bewegende beelden) zijn de resultaten niet in detail gerapporteerd. Hiermee is aangetoond dat met de beoogde aanpassingen en maatregelen de verkeersafwikkeling van het VKA goed is. 7.8. Wij nemen aan dat u het rapport van 17 december 2024 bedoelt. In deze rapportage is eerst beschreven wat er gebeurt als we niets doen (referentie situatie) en welke knelpunten er dan optreden. Op basis daarvan zijn maatregelen benoemd en doorgerekend als onderdeel van het voorkeursalternatief. De tekst op pagina 49 van het hoofdrapport heeft betrekking op de referentiesituatie 2030, zoals daarboven en bij tabel 5.2. is opgenomen. In die situatie zijn er nog geen aanpassingen doorgevoerd.

Na het doorvoeren van de beoogde aanpassingen worden er geen grote knelpunten in de doorstroming meer verwacht. 7.9. Dit is correct, waarbij moet worden opgemerkt dat daarbij in het voorkeursalternatief is uitgegaan van verschillende maatregelen, zoals in de rapportage beschreven.

Pagina 25 van 161

7.9 Volgens de MER leiden de onderzochte alternatieven niet tot verslechtering van de I/C-waarden op de verschillende wegvakken ten opzichte van de referentiesituatie. Op pagina 38 van de effectbeoordeling verkeer wordt aangegeven dat zelfs bij 5.000 tot 6.000 woningen en een minder goed werkende mobiliteitsstrategie alle wegvakken en kruispunten onder de kritische waarde van 0,9 blijven. 7.10 Indiener 5 stelt dat de effectbeoordeling verkeer in de MER uitgaat van 2030. De in de tabel op pagina 27 van de effectbeoordeling opgenomen intensiteiten wijken daarmee significant af met die van de motivering (tabel 5.1) en pagina 17 van het verkeersrapport. In die tabellen wordt uitgegaan van het jaar 2035. 7.11 In het verkeersrapport van 17 december 2025 is kennelijk uitgegaan van een afname van het verkeer als gevolg van de mobiliteitsaanpak. Op pagina 14 van het rapport staat: Er is dan ook besloten om de zogenaamde mobiliteitsaanpak na te bootsen door de hoeveelheid autoen vrachtverplaatsingen naar de getransformeerde gebieden van het Rivium te verlagen met 30%. 7.12 Het is onduidelijk waarop de aanname is gebaseerd; de mobiliteitsaanpak zal in elk geval niet leiden tot minder vrachtverkeer, omdat dit niet kan worden vervangen door shuttle, fiets of lopen.

7.13 Indiener 5 betwijfelt of sprake zal zijn van een aanvaardbare verkeersafwikkeling, omdat het toevoegen van 5.000–6.000 woningen aan een gebied met bestaande knelpunten zonder nieuwe wegen waarschijnlijk de doorstroming niet verbetert. Ook de knip verandert dit niet, omdat het doorgaande verkeer op de Rivium Quadrant en Rivium 1e straat blijft bestaan.

7.10. Zie hiervoor de toelichting op pagina 51 (par. 8.2.) van het rapport “Effectbeoordeling Verkeer Rivium” van 6 oktober 2025. Bij de start van de verkeersstudie was 2030 de planhorizon. In latere versies en actualisaties is dit bijgesteld naar 2035. Hiervoor zijn de uitkomsten voor 2030 geëxtrapoleerd naar 2035. 7.11. Ook hier gaan we ervan uit dat u bedoelt het rapport van 17 december 2024. In dat geval klopt de tekst die u aanhaalt. 7.12. De aangenomen afname van 30% is door Haskoning in samenspraak met de gemeente bepaald op basis van expert judgement kijkend naar de parkeernormen van de rest van de gemeente. U geeft aan dat het effect op het vrachtverkeer kleiner zal zijn, aangezien lopen, fiets en OV daarvoor geen alternatief zijn. Dit zal zoals u terecht aangeeft minder het geval zijn bij middelzwaar en zwaar verkeer dan bij licht verkeer c.q. personenauto’s. Het verkeersmodel rekent deze verschillende categorieën echter om naar personenauto-equivalenten (PAE’s). Generiek is er daarmee gerekend met -30%, dit zal in de praktijk verschillende zijn per voertuigcategorie, maar het is op deze manier modelmatig wel juist benaderd. Daar merken we ook op dat in het verkeersonderzoek en de MER met twee scenario’s is gerekend: het voorkeursalternatief (VKA) met mobiliteitsaanpak en het VKA zonder mobiliteitsaanpak.

Het VKA zonder mobiliteitsaanpak leidt tot een hoger aandeel van de auto en hogere verkeersintensiteiten. De verkeerskundige beoordeling heeft plaatsgevonden voor beide scenario’s en de conclusie is dat het VKA verkeerskundig uitvoerbaar is, ook in het scenario zonder mobiliteitsaanpak. 7.13. Zie de antwoorden hierboven. De effecten van de ontwikkeling van Rivium op het verkeer en de bereikbaarheid zijn uitvoerig onderzocht. Daaruit komt naar

Pagina 26 van 161

voren dat er aanpassingen/maatregelen nodig zijn om de bereikbaarheid op peil te houden. Deze maatregelen zijn onderdeel van het voorkeursalternatief. Met deze aanpassingen is de doorstroming voldoende. Wij verwijzen verder naar de uitgebreide beschrijving in de achterliggende rapportages. 5.8: Bereikbaar heid en verkeersvei ligheid tijdens de bouwperiod e

8.1 Indiener 5 benadrukt het belang van een goede en veilige bereikbaarheid, zowel in de toekomstige situatie als tijdens de bouw, en verwacht dat de gemeente hierover tijdig overleg voert om bereikbaarheid en veiligheid te waarborgen.

Uit vaste rechtspraak volgt dat overlast van bouwwerkzaamheden een uitvoeringsaspect is dat niet in een ruimtelijk plan wordt geregeld (alleen als op voorhand duidelijk is dat e.e.a. de uitvoerbaarheid in de weg staat), zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2022:2239, r.o. 8.2.

Nee

De ontwikkeling van Rivium zal uiteraard gevolgen hebben op de bereikbaarheid. Er zullen verschillende bouwfases zijn, met mogelijke omleidingen en/of beperkingen. Voor elk van deze fases dienen ontwikkelaars een BLVC-plan uit te werken en in te dienen bij de gemeente waarin zij uitwerken hoe de bereikbaarheid voor de verschillende verkeersdeelnemers en bestemmingen in stand blijft en de veiligheid is geborgd. Dit plan dient door de gemeente te worden goedgekeurd. Omdat het Rivium uit verschillende projecten bestaat moeten de ontwikkelaars met een gezamenlijk plan komen van uitvoering en hoe de rest van Rivium bereikbaar blijft. Daarnaast willen we ook werken naar een centraal loket waar de huidige bewoners / bedrijven van Rivium terecht kunnen voor hun vragen, klachten of wensen.

5.9:Trillings schade en -hinder tijdens de bouwperiod e

9.1 Indiener 5 houdt zich onder andere bezig met het kalibreren, onderhouden en repareren van meetinstrumenten. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in het kalibratielaboratorium ter plaatse dat als zodanig ISO 17025 geaccrediteerd is. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is het van groot belang dat er geen trillingen plaatsvinden. Indiener 5 vreest dat trillingen tijdens de werkzaamheden haar bedrijfsvoering en naleving van ISO-certificering en accreditatie in gevaar brengen, wat

Wij begrijpen dat indiener vreest dat trillingen als gevolg van de woningbouw de bedrijfsvoering kunnen beïnvloeden. Eventuele trillingen tijdens de bouwfase betreffen echter uitvoeringsaspecten die bij de uitvoering van het project kunnen worden beperkt door passende maatregelen, zoals trillingsarme bouwmethoden, monitoring en fasering.

Nee

Pagina 27 van 161

5.10: Functie Openbare ruimte Profiel Rivium 2e straat

tot aanzienlijke schade kan leiden, en benadrukt dat hiermee rekening moet worden gehouden.

Hierover worden bij het omgevingsvergunningproces nog afspraken gemaakt met de ontwikkelaars. Wij betrekken u te zijner tijd bij de hierover te maken afspraken.

10.1 In het ontwerp wordt aan een deel van de gronden van indiener 5 de functie “Openbare ruimte” toegedeeld. Het gaat om een strook van circa 3,2 meter breed.

Het huidige profiel van de Rivium 2 e straat biedt onvoldoende ruimte om alle benodigde functies in de toekomst te huisvesten: autoverkeer, fietsers, voetgangers, openbaar vervoer (Parkshuttle) en waterberging. Om aan deze ruimtevraag te voldoen, is aanvullende ruimte vereist aan zowel de noord- als zuidzijde van de straat. In de zoektocht naar extra ruimte voor het toekomstige profiel wordt aan de noordzijde van de Rivium 2e straat circa 3,0 meter gewonnen door de eigendomsgrenzen (de rooilijn van de bebouwing in het ontwikkelveld) van de nieuwbouw terug te leggen. Aan de zuidzijde was aanvankelijk een reservering van 3,2 meter voorzien. Na kritische herbeoordeling, naar aanleiding van de ingediende zienswijze, blijkt deze reservering van 3,2 meter aan de zuidzijde echter niet noodzakelijk. Voor de realisatie van een minimaal profiel is weliswaar de aankoop van 0,8 meter grond nodig, specifiek voor de aanleg van een stoep. Deze aanpassing heeft als belangrijk voordeel dat (gedeeltelijke) sloop van het bestaande pand niet langer nodig is. Hierdoor ontstaat een ruime en aantrekkelijke entree in de openbare ruimte, ter hoogte van de entree van de receptie en kantoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17080073/1