CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

06.02 - Welstandsnota 2025

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 14 oktober 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Welstandsnota 202529.071 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De gevels zijn op veel plaatsen sierlijk vormgegeven met klok-, trap- en lijstgevels. De gevels zijn op veel plaatsen sierlijk vormgegeven met details als muurankers, muurschotels, rollagen, strekken, windveren en gootlijsten. Sommige gevels zijn zeer opvallend door hun witte spek-

lagen. De Dorpsstraat kent een smal wegprofiel evenals de Kerklaan die haaks op de Dorpsstraat ligt. De Dorpsstraat en de Kerklaan wordt gedomineerd door de hoge toren van de kerk en heeft een directe relatie met de dijk en de rivier.

C 1 Uitloper/buurtschappen In Capelle aan den IJssel ligt de uitloper van het dijklint ligt aan de Dorpsstraat, een gedeelte van de Nijverheidstraat en de Ketensedijk.

Landelijke dijklinten In Capelle aan den IJssel ligt het landelijke dijklint aan een gedeelte van de Nijverheidstraat. Landelijke dijklinten bestaan uit overwegend vrijstaande bebouwing. Deze kan van oorsprong een relatie hebben met het water of het achterliggende agrarische gebied. Hierdoor bevinden zich aan de dijklinten zowel (voormalige) agrarische bebouwing als eenvoudige arbeiders- en visserswoningen. De bebouwing staat overwegend op een behoorlijke afstand van elkaar. In een aantal gevallen staan enkele gebouwen dichter bij elkaar. Het beeld van een landelijk dijklint wordt echter gekenmerkt door een zekere openheid. Deze wordt versterkt door de situering van de bebouwing (overwegend) aan de voet van de dijk.

De uitlopers van dijklinten zijn kleine clusters van bebouwing, soms op de kruin en soms aan de voet van de dijk gelegen; soms direct aan de kern, als uitloper van de verdichting in de dorpskern en soms als buurtschap solitair aan de dijk. Dorpsstraat, Nijverheidstraat en Ketensedijk De uitlopers van de dijklinten zijn nog goed aanwezig in het landschap. De lange uitlopers vormen dichtbij de oude kern aaneengesloten bebouwing en verder van de kern vrijstaande bebouwing. Onder aan de dijk liggen vrijstaande woningen al dan niet met een agrarische functie. De hoofdbouwmassa’s verschillen van staafvormige boerderijachtige woningen tot kleinere staaf- en blokvormige woningen. Deze woningen hebben veelal een bouwhoogte van 1,5 tot 2 bouwlagen. De nok- en goothoogte van de bebouwing varieert sterk in het dijklint. In de uitlopers komen verschillende kapvormen voor als een zadeldak, een mansardekap en een schilddak. De diversiteit is enorm, zowel in hoofdvorm, kleur- en materiaalgebruik, als in positie en richting. De bebouwing bestaat uit traditionele materialen als baksteen en rode of grijze dakpannen. Toegepaste kleuren zijn wit en (stand) groen. De panden zijn vaak rijkelijk gedetailleerd met details als windveren, gootlijsten, speklagen en dergelijke. Bij de recente invulling zijn het juist deze eenvoudige ambachtelijke en fijnzinnige middelen die ontbreken.

Tevens zijn er erg grote dakkapellen geplaatst op sommige dakvlakken van historische woning, hierdoor wordt het beeld enigszins verstoord.

De Nijverheidstraat Dit dijklint heeft veelal een open karakter met doorkijkjes naar het achterland. De bebouwing in dit gebied bestaat uit staafvormige agrarische bouwmassa’s en kleinere staafvormige bouwmassa’s. Deze liggen binnendijks aan de voet van de dijk. Net als in de uitlopers is ook in het landelijke dijklint de diversiteit enorm, zowel in hoofdvorm, kleur en materiaalgebruik, als in positie en richting. De bebouwing bestaat uit traditionele materialen als baksteen, rode of grijze dakpannen en riet. Toegepaste kleuren zijn wit en (stand)groen. De (historische) boerderijen zijn vaak gedetailleerd met details als windveren, gootlijsten, muurankers en speklagen.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

61

C Historische polderlinten

2

Algemeen Polderlinten worden gekenmerkt door langgerekte landschappelijke lijnen met bebouwing in verschillende dichtheden. Capelle aan den IJssel is verkaveld en in cultuur gebracht vanaf de oeverwallen van de rivier de Lek en de Hollandsche IJssel, later gevolgd door binnenwaartse nederzettingen langs de weteringen: de polderlinten. De bebouwing aan het polderlint heeft overwegend dezelfde richting als de verkaveling. De dichtheid en de beleving van open- dan wel beslotenheid van bebouwing in de polderlinten verschilt. Soms zijn er nederzettingen aan de linten ontstaan. Om deze verschillen in polderlinten te accentueren worden verschillende welstandseenheden onderscheiden. In Capelle aan den IJssel is verschil gemaakt in ‘dorpse polderlinten‘, ‘uitlopers / buurtschappen’ en ‘landelijke polderlinten‘. Voor elk van deze welstandseenheden gelden aparte criteria.

62

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Uitlopers van en buurtschappen in het polderlint De uitlopers van polderlinten zijn kleine clusters van bebouwing soms direct aan de kern, als uitloper van de verdichting in de dorpskern en soms als buurtschap solitair aan het lint. In Capelle aan den IJssel zijn de Kerklaan, De Ruyterstraat, de Trompstraat, de Piet Heinstraat, de Kanaalweg, Capelseweg, Goudenregenstraat, ’s-Gravenweg en de Bermweg uitlopers van het polderlint. De Kerklaan De Kerklaan ligt haaks op het dijklint en loopt door tot de oude kern van Capelle aan den IJssel. De kleinschalige bebouwing is gesitueerd op de kop van het kavel, aan de weg en een oude wetering. De bebouwing in het lint is divers, maar heeft een duidelijke richting. Kenmerkend voor de Kerklaan is de woonbebouwing met een expressionistische architectuurstijl. Deze bebouwing is in de jaren ‘20/30 in veel polderlinten gebouwd. De bebouwing vormden als het ware de eerste uitbreidingen van de kern. Deze woningen hebben veelal een bouwhoogte van 1,5 tot 2 bouwlagen met een variërende nok- en goothoogte. In deze uitlopers komen verschillende kapvormen voor zoals een mansardekap, een zadelkap en een schildkap. Alle kapvormen hebben een ruime overstek. De Kerklaan heeft een breed wegprofiel. Op de foto zijn een aantal woningen te zien met een verticale geleding. De hoofdmassa staat in een rechte rooilijn ten opzichte van de weg.

De woningen zijn opgebouwd uit donker rode bakstenen en hebben witte Oud Hollandse kozijnen

C 2 De Ruyterstraat, de Trompstraat en de Piet Heinstraat De Piet Heinstraat en De Ruyterstraat liggen haaks op de dijk, de Nijverheidstraat. De Trompstraat verbindt deze twee polderlinten met elkaar. De woningen zijn op de kop van de kavel gesitueerd en hebben geen voortuin. Ook hier is de bebouwing gegroeid en erg divers. In de linten komt woonbebouwing met een expressionistische architectuurstijl voor. De woningen in de linten hebben veelal een bouwhoogte van 1 tot 1,5 bouwlagen met een variërende nok- en goothoogte. In deze uitlopers komen verschillende kapvormen voor zoals een mansardekap en een zadelkap en een schildkap. Deze woningen beschikken over kappen met een ruime overstek. Het kleur- en materiaalgebruik is uiteenlopend van donkere en lichte bakstenen tot wit pleisterwerk. Boven de kozijnen zijn er rollagen en strekken aangebracht in de gevel. Sommige woningen hebben klokgevels. Door het gebruik van verschillende kleurstellingen in de voorgevel is de eenheid van het woongebied enigszins aangetast.

De Kanaalweg, Capelseweg, ’s-Gravenweg en de Bermweg uitlopers van het polderlint. De bebouwing in deze polderlinten zijn gesitueerd op de kop van de kavel, aan het polderlint. Er is hier sprake van een zekere verdichting in het lint en vormt hierdoor een buurtschap. In deze linten komen hoofdzakelijk niet-agrarische bebouwing voor. De bebouwingsvorm is divers, maar heeft een duidelijke richting. Ook de kapvormen variëren sterk. Naast zadeldaken komen er mansardekappen voor. Ook hier is de expressionistische architectuurstijl bij woonbebouwing kenmerkend voor de uitlopers en buurtschappen. Deze woonbebouwing is in de jaren ‘20/30 in de polderlinten gebouwd. Deze bebouwing vormden als het ware de eerste uitbreidingen van de kern Capelle aan den IJssel. De bouwhoogte is hier 1,5 laag met een kap. De nok- en goothoogte varieert sterk in het lint. De woningen zijn opgebouwd uit donker rode bakstenen en pannen en hebben witte Oudhollandse kozijnen. De oostzijde van de Capelseweg heeft een rommelige gevelindeling van de gebouwen. Dit wordt veroorzaakt doordat de jaren ‘30 bebouwing in een kwalitatief slechte staat verkeert en dat woningen en bedrijven elkaar in het lint afwisselen. Tevens variëren de kapvormen sterk van zadeldaken tot gebroken kappen.

Landelijke polderlinten In Capelle aan den IJssel zijn de ’s-Gravenweg en de Bermweg zijn te typeren als landelijke polderlinten. Landelijke polderlinten bestaan uit overwegend vrijstaande bebouwing. Deze kan van oorsprong een relatie hebben met het achterliggende agrarische gebied. Ze zijn op de verkavelingsrichting en niet op de weg gesitueerd. De bebouwing staat overwegend op een behoorlijke afstand van elkaar. In een aantal gevallen staan enkele gebouwen dichter bij elkaar. Het beeld van een landelijk polderlint wordt echter gekenmerkt door een zekere openheid. Deze wordt versterkt door de situering van de bebouwing; overwegend op enige afstand van de wetering of weg. De kapvorm van de bebouwing aan de landelijke polderlinten bestaat overwegend uit een zadeldak in dwarsrichting.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

63

C Planmatige woongebieden

3

Algemeen Achter de historische structuren en aan de randen van de kernen zijn planmatig ontworpen woongebieden gebouwd. Door de jaren heen zijn er verschillende typen planmatig ontworpen buurten en wijken gebouwd, die telkens weer nieuwe randen van kernen vormen. Binnen de bouwblokken en soms binnen straten en buurten bestaat een zekere mate van uniformiteit. In de planmatig ontworpen woongebieden kan onderscheid worden gemaakt in verschillende perioden waarin de woongebieden zijn gerealiseerd: 1. Vooroorlogse woongebieden. De traditionele bebouwing uit de periode 1900-1945 heeft een ingetogen materiaal- en kleurgebruik voorzien van eenvoudige details. Er is vooral gebruik gemaakt van baksteen als bouwmateriaal. 2. Woongebieden in stroken- en blokverkaveling. Door de hoge productiestroom is er in de periode 1945-1980 veelvuldig gebruik gemaakt van verschillende bouwmaterialen zoals glas, baksteen, beton en staal. De bouwblokken hebben een repeterend patroon en geheel eigen kenmerkende detaillering. 3. Woonerven. Deze woongebieden uit de jaren 1970-1985 kenmerken zich door het woonerf-concept. De bebouwing is zeer divers een gesitueerd in een groene woonomgeving. De menselijke schaal en maat is hierbij leidend. Kenmerkend zijn ook de vele aan- en uitbouwen en niet-vrijstaande bijgebouwen aan de hoofdbouwvorm. 4. Woongebieden eind 20e eeuw.

In deze woongebieden is een grote diversiteit in volumes, kleur- en materiaalgebruik aanwezig. Binnen de bouwblokken en/of straatwanden is de samenhang doorgaans groot. Blokken onderling zijn doorgaans verschillend. 64

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Vooroorlogse woongebieden (1900-1945) Door de opkomst van de industrialisatie rond 1900 en daarmee de grote economische vooruitgang, nam de bevolking in de steden steeds meer toe. Mensen trokken van het platteland naar de stad voor werk. De slechte woningen van voor de Woningwet (1901) en de stijgende vraag naar woningen in deze jaren leidde tot een grote behoefte aan betere woningen. Deze werden gesitueerd in een schil rondom de oude kernen en in linten. In Capelle aan den IJssel zijn de woningen aan onder andere de Wilhelminastraat en de Emmastraat te karakteriseren als gebieden met vooroorlogse woonbebouwing. De revolutiebouw leverde in Nederland een plattegrond op die gekenmerkt wordt door minimale planmatigheid. Dit is ontstaan door het onvoldoende leiding geven bij de groei van woonkernen. De woningen bestaan uit kleine arbeiderswoningen die in strokenbebouwing staan. De structuur van de vooroorlogse woongebieden vormt een aaneenrijging van kleine stratenplannen die slechts het beloop van de straten en rioleringen rege¬len. Bepalend zijn ook het beloop van vroegere poldersloten, eigendoms- en perceelgrenzen en oude verkavelingspatronen. De maximalisatie van grondopbrengsten in deze periode heeft geleid tot smalle straten met vrij diepe, gesloten bouwblokken. Tevens werden de woningen opgedeeld waardoor er een hoge woningdichtheid ontstond.

Het vooroorlogse woongebied onder aan de dijk bestaat uit seriematige bebouwing.

Emmastraat en Wilhelminastraat Deze woningen staan aan een weg die haaks op de Dorpsstraat en dijk ligt. De arbeiderswoningen zijn zeer kleine woningen en hebben geen voortuin. De bouwhoogte is 1,5 laag met een schildkap. Het kleur- en materiaalgebruik is traditioneel, er is gebruik gemaakt van donkere bakstenen, hout en rode gebakken pannen. Ritmering van dakkapellen en schoorstenen in het woongebied versterkt het lineaire karakter van de verbinding tussen de dijk en het vroegere buitengebied. De dakkapellen zijn op verschillende wijze toegepast en verstoren hierdoor het beeld van het woongebied. Fraai is wel de lijst die onder de dakrand is verwerkt. Het kleurgebruik is rustig en straalt rust en anti-stedelijkheid uit. De gevels hebben detailleringen als windveren, muurschotels en een rollaag boven deuren en vensters.

C 3 Woongebieden in stroken- en blokverkaveling (1945-1980) Woonwijken in stroken- en blokverkaveling zijn planmatig ontwikkelde woonwijken met een in vorm en uitstraling eenzijdige woonbebouwing. Veel uitleggebieden zijn vanaf de jaren ’50 gerealiseerd in een eenvoudig patroon van rechte straten met een symmetrisch straatprofiel. Langs deze straten zijn verschillende typen woningen gebouwd, veelal in rijen, afgewisseld met flats, appartementenblokken en dubbele woningen. In Capelle aan den IJssel bestaat een groot deel van de wijk Middelwatering en een klein gedeelte van Oostgaarde uit gebieden die zijn te karakteriseren als gebieden met traditionele bebouwing. Woongebieden in stroken- en blokverkaveling worden gekenmerkt door een eenvoudige ruimtelijke structuur, stedenbouwkundig patroon en eenvoudige hoofdbouwvormen. De architectuur en de toegepaste materialen en bouwvormen stralen anti-stedelijkheid uit. Doorgaans worden natuurlijke materialen toegepast, bij voorkeur baksteen en gebakken pannen. De gevels zijn van een gedekte materiaalkleur en voorzien van een eenvoudige ‘dorpse‘ detaillering. In de stedelijke kernen is er vaker sprake van clusters grote huizenblokken, vaak in een repeterend patroon. Deze wijken worden ‘omringd’ door grote autowegen en veel groen. Vaak worden experimentele verkavelingsvormen toegepast zoals stroken- en hofverkaveling.

In de kleinere kernen zijn het vooral woonwijken in traditionele blokverkaveling met traditioneel vormgegeven rijen- en dubbele woningen. Vaak komen de straten op de historische structuren in de kernen uit.

Er zijn twee typen bebouwingselementen te onderscheiden: • Seriematige objecten • Bijzondere bebouwingselementen Middelwatering In Middelwatering zijn er veel woongebieden met een stroken- en blokverkaveling te onderscheiden. Deze woningen liggen aan onder andere de volgende straten: Slotlaan, Rubenssingel, Paulus Potterlaan, Gerard Doustraat, Lepelaarsingel, Reigerlaan, Roerdomplaan, Rembrandtsingel, Rozenburcht, Costasingel, Merelhoven, Merellaan, Fazantstraat, Wulpenhof, Sternenhof, Gorzenhof, Gruttosingel, Karekietstraat. Het woongebied beslaat een groot gedeelte van de wijk Middelwatering en bepaalt hierdoor in hoge mate het uiterlijk van deze wijk. Zoals ook te zien aan de foto’s is dit woongebied erg divers en is de eenheid van het woongebied niet sterk. Langs de straten zijn namelijk verschillende woningtypes gebouwd, veelal in rijen, afgewisseld met appartementencomplexen. De hoofdbebouwing staat in een rechte rooilijn ten opzichte van de weg en bestaat overwegend uit 2 bouwlagen met een kap. In dit woongebied is het kleur- en materiaalgebruik van de woningen sober en traditioneel. De gevels hebben vaak weinig detailleringen. Deuren en kozijnen hebben soms felle kleuren om zo het straatbeeld op te fleuren. Door het gebruik van verschillende kleurstellingen in de voorgevel is de eenheid van de woongebieden enigszins aangetast.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

65

C 3 Oostgaarde De woningen aan onder andere de volgende straten: Kalundborg, Silkeborg, Dakotaweg, Hordaland, Floridaweg, Nevadaweg, Osloplein, Banda Neira, Ahiolostraat, Namleastraat, Tanimbarstraat, Tualstraat, Aroehof, Leasestraat hebben een stroken- en blokverkaveling. Deze woongebieden liggen ten noorden van het winkelcentrum de Terp in de wijk Oostgaarde. De woongebieden worden gekenmerkt door een grote variatie aan bebouwing. Deze woongebieden zijn in de jaren ‘50 en ‘60 gerealiseerd. De woningen liggen veelal aaneengesloten. Vaak liggen deze woningen in korte blokjes van maximaal 6 woningen. De hoofdbebouwing bestaat overwegend uit 2 bouwlagen met een kap. Het kleur- en materiaalgebruik is sober en traditioneel. De gevels hebben weinig detaillering. Kenmerkend voor de woonbuurten in Oostgaarde is het rechte symmetrische stratenpatroon. De wegen hebben een normaal profiel en parkeervoorzieningen. Op dit moment is de eenheid en samenhang in sommige woonbuurten nog erg sterk. Het gevaar bestaat dat door het gebruik van verschillende kleurstellingen in de voorgevel, de eenheid van het woongebied verminderd.

66

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Woonerven (1970-1985) Als reactie op de blok- en strokenverkaveling ontstaat in de jaren ’70 de Forumbeweging die aandacht vraagt voor de menselijke schaal en maat van nieuwe woongebieden. Deze wijken worden gekenmerkt door het woonerfconcept. De wijken bestaan hoofdzakelijk uit eengezinswoningen in een groene woonomgeving waarbij de menselijke schaal en maat leidend is. De woongebieden in Oostgaarde, Capelle West en Schollevaar die zijn gerealiseerd in de periode 1970-1980 en hebben een grillig straten- en verkavelingspatroon met hofjes. In Schenkel ligt een woongebied, de Molenbuurt, met woonerven dat eind jaren ‘80 is gerealiseerd in forumgedachte. De bebouwing is deels georiënteerd op de openbare ruimte en de weg. Bij de woningen die zijn geclusterd rondom de woonerven ontbreekt een duidelijk onderscheid tussen voor- en achterkanten. Dergelijke wijken zijn door de clustering en de situering van de woningen op het woonerf sterk naar binnen gekeerd. De architectuur van woningen in dergelijke wijken is ingetogen en sluit aan bij de mode van de jaren ’70: donkere kleurtoon, het gebruik van ambachtelijke materialen zoals hout, baksteen en gebakken pannen. Op enkele plekken dringen erfafscheidingen door tot aan de openbare weg waardoor het grillige beeld nog eens versterkt wordt.

In de woongebieden zijn twee typen bebouwingselementen onderscheiden: • Seriematige objecten • Bijzondere bebouwingselementen

Oostgaarde De wijk Oostgaarde bestaat voor een groot gedeelte uit woonerven. Deze woongebieden zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw een woongebied ontstaan. Door dit woongebied liggen de Zuiderbreedte, de Keerkring en de Wester lengte als hoofdontsluitingswegen. Deze ontsluitingswegen hebben een breed profiel wat uitnodigt tot hard rijden. De erven hebben een zeer kronkelige structuur waardoor de toegestane snelheid wordt aangehouden. In de bebouwing van de woonerven is veel variatie aanwezig. De woningen zijn zowel traditioneel vormgegeven als gebouwd vanuit de forumgedachte. Traditioneel wil zeggen dat er is gekozen voor een traditionele architectuur van twee bouwlagen met een zadeldak, met een eenvoudig kleur- en materiaalgebruik als bakstenen en gebakken pannen. De woningen die zijn gebouwd vanuit de forumgedachte zorgen voor een gevarieerd beeld. De bebouwing in het woongebied heeft een variërende nok- en goothoogte. Tevens zijn de kapvormen binnen een bouwblok onregelmatig. De dakvlakken zijn overwegend doorlopend. De gevelindeling van de woningen is afwisselend en zorgt voor een speels uiterlijk van het woongebied. Tevens hebben veel woningen een carport of parkeermogelijkheid voor de deur of in een parkeergarage onder de woning. De woningen zijn, vanuit de forumgedachte, opgebouwd met een lichte of een donkere baksteen en hebben donkere dakpannen en kozijnen.

Door het gebruik van verschillende kleurstellingen in de voorgevels is de eenheid van de woongebieden enigszins aangetast.

C 3 Schollevaar Ten westen van het polderlint de Bermweg is in de tweede helft van de 20e eeuw langzaam een groot woongebied ontstaan. De wijk wordt ontsloten door de volgende straten: de Burg. Van Dijklaan en de Burg. Bakkerlaan, Burg. Schalijlaan en Burg. Van Beresteijnlaan. Aan deze wegen liggen verschillende entrees het woongebied in. Deze wegen hebben een kronkelig verloop. In het centrum van het woongebied ligt het treinstation Capelle-Schollevaar. Het woongebied bestaat uit meerdere eilanden in het water. Op verschillende plaatsen liggen groenvoorzieningen in de wijk, die op sommige plaatsen beeldbepalend zijn voor het karakter van het woongebied. In de bebouwing van de woonerven is net als in de wijk Oostgaarde veel variatie aanwezig. De woningen zijn zowel traditioneel vormgegeven als gebouwd vanuit de forumgedachte. Traditionele architectuur van twee bouwlagen met een zadeldak, met een eenvoudig kleur- en materiaalgebruik als bakstenen en gebakken pannen. De woningen die zijn gebouwd vanuit de forumgedachte zorgen voor een gevarieerd beeld in het woongebied. De bebouwing in het woongebied heeft een variërende nok- en goothoogte. Tevens zijn de kapvormen binnen een bouwblok onregelmatig. De dakvlakken zijn overwegend doorlopend. Er komen verschillende daken in het woongebied voor zoals de zadeldaken, lessenaarsdaken, platte daken en samengestelde daken.

Door het gebruik van verschillende kleurstellingen in de voorgevels is de eenheid van de woongebieden enigszins aangetast. Door de gehele wijk Schollevaar slingert zich de zogenaamde voorzieningenstrook. Deze strook wordt gevormd door het Maria Danneelserf, de Floris Burgwal, de Norma en Het Steen.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

67

C 3 Schenkel De Molenbuurt in de wijk Schenkel ligt onder andere aan de volgende straten: Beltmolen, Zaagmolen, Poortmolen. Het woongebied bestaat uit eilanden in het water met daarom heen de woonerven. De woningen liggen in een gebogen rooilijn langs de weg. De woningen hebben zowel iets traditioneels als forum-achtigs. Traditioneel omdat de woningen een traditionele en eenvoudig kleur- en materiaalgebruik hebben. Tevens is gekozen voor een traditionele architectuur van twee bouwlagen met een zadeldak, met bakstenen en gebakken pannen. Vanuit de forumgedachte zorgt het woongebied voor een zeer gevarieerd beeld. De bebouwing in het woongebied heeft een variërende noken goothoogte. Tevens zijn de kapvormen binnen een bouwblok onregelmatig. De grote dakvlakken hebben een zeer groot overstek Tevens hebben de woningen parkeergelegenheid op eigen terrein onder een carport.

Capelle West De Redebuurt in Capelle West kent een grillig stratenpatroon dat mede wordt gedicteerd door de sloten die nadrukkelijk in de buurt aanwezig zijn. De grillige structuur wordt nog eens versterkt door de kleine verspringingen in de voorgevelrooilijnen. De woningen bestaan uit aaneengesloten rijen en kennen een traditionele opbouw met twee lagen plus een zadeldak. Het straatbeeld wordt veelal bepaald door vrijstaande bijgebouwen met één laag en plat dak aan de voorzijde.

68

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Woongebieden eind 20e eeuw Eind 20e eeuwse en begin 21e eeuwse woongebieden worden gekenmerkt door een heldere stedenbouwkundige opzet. De architectuur varieert van wijk tot wijk, terwijl de eenheid en uniformiteit binnen de bebouwingsclusters groot is. Er ontstaan verschillende buurten met verschillen in architectuur, bijvoorbeeld van neo-traditioneel (jaren 30-stijl) tot neo-modern (staal, beton, glas). In Capelle West en ’s-Gravenland zijn enkele woongebieden te karakteriseren als gebieden die gebouwd zijn aan het einde van de 20e eeuw. Als reactie op de naoorlogse architectuur en stedenbouw vindt eind jaren ’80 een omslag plaats in het ontwerp van nieuwe woongebieden. De woningnood is achter de rug en er wordt meer marktconform gebouwd. In de stedenbouwkundige opzet van de wijk krijgen verschillende architectuurthema’s een plek toegewezen, zodat ook het beeld van de wijken als geheel wordt ondersteund. Enkele grote lijnen, die soms teruggrijpen op een historische route, verbinden de eenheden binnen een wijk visueel. In de verkavelingsopzet wordt, in tegenstelling tot de wijken uit de voorgaande decennia, weer gestreefd naar een helder onderscheid tussen openbaar en privé. Er worden weer echte woonstraten en bouwblokken gerealiseerd, waarbij de voorzijde is gericht naar de straat en in de binnengebieden aan de achterzijde de private achtertuinen zijn gelegen.

Op dit aspect vertonen de wijken een duidelijke gelijkenis met de woonwijken in traditionele blokverkaveling, waardoor veelal dezelfde gebiedsgerichte criteria zullen gelden. De woongebieden uit deze periode hebben geen eenduidige structuur. Vaak zijn ze opgedeeld in kleinere buurten of clusters door verschillende woontypes, materialen en/of kleuren. De woningen kenmerken zich door hun enorme variatie aan vor-

men, kleuren en materialen waarmee de individualiteit van een wijk of buurt optimaal tot uitdrukking kan worden gebracht. Er zijn voor deze woongebieden twee typen bebouwingselementen te onderscheiden: • Seriematige objecten • Bijzondere bebouwingselementen Capelle West In Capelle aan den IJssel is het woongebied Capelle West rond de jaren ’90 uitgebreid. In dit woongebied zijn onder andere de volgende straten te karakteriseren als een gebied dat is gebouwd eind 20e eeuw: Van Beethovenstraat, Lisztstraat, Mozartstraat, Brucknerstraat, Rossinistraat. Dit woongebied is zeer divers. Elke straat of woonbuurt heeft zo zijn eigen architectuurstijl en bouwvorm, hierdoor ontbreekt de eenheid en samenang in het woongebied. Vaak liggen deze woningen in korte blokjes van maximaal 6 woningen. De woningen liggen in een rechte rooilijn op de weg met af en toe kleine verspringingen in de bebouwingswand van een cluster seriële woningen. Kenmerkend voor de woonbuurten in Capelle West is het rechte symmetrische stratenpatroon dat aansluit op het stratenpatroon van het aangrenzende woongebied. De hoofdbebouwing bestaat overwegend uit 2 bouwlagen met een kap. De gevels hebben weinig detailleringen. Het kleur- en materiaalgebruik is van modern tot sober en traditioneel. De kapvorm verschilt sterk van platte daken, een lessenaarsdak tot een traditioneel zadeldak.

C 3 Schenkel Het woongebied aan de Lupinestraat en het Meidoornveld bestaat uit twee grote appartementencomplexen aan de randen met ertussen rijenwoningen. De bebouwing is eind jaren ’90 gerealiseerd en is qua kleur- en materiaalgebruik op elkaar afgestemd. De rijenwoningen bestaan uit twee bouwlagen en een plat dak. In de gevel zijn opgebouwd uit een rode baksteen. In de voorgevel zijn vlakken van bruine bakstenen gemetseld. Ook het appartementencomplex is opgebouwd uit rode en bruine bakstenen. De voorgevel bestaat uit donker bruine bakstenen en enkele terugliggende delen zijn opgebouwd uit een rode baksteen (zoals de entree en de bovenste verdieping).

een afdak boven de voordeur en het dakvlak met een ruim overstek. In het woongebied komen veel straten voor met een neo-stijl. Dat wil zeggen dat de bebouwing kenmerken heeft van traditionele bouwstijlen uit de eerste helft van de vorige eeuw.

’s-Gravenland De wijk ’s-Gravenland is in de jaren ’90 gerealiseerd. In dit woongebied zijn onder andere de volgende straten te karakteriseren als een gebied dat is gebouwd eind 20e eeuw: Bernsteinstraat, Brahmsstraat, Bachstraat, Vivaldistraat. Ook dit woongebied is zeer divers. Elke straat heeft zo’n beetje zijn eigen architectuurstijl en bouwvorm. Hierdoor ontbreekt de eenheid en samenhang in het woongebied. Opvallend is wel het forumachtige stratenpatroon, rechte wegen die worden gesplitst in erven. De woningen liggen veelal in een clusters van seriële bebouwing. De woningen liggen in een rechte of een getande rooilijn op de weg. De hoofdbebouwing bestaat uit traditionele bouwmassa’s met overwegend 2 bouwlagen met een kap. De kapvorm verschilt sterk van platte daken, een lessenaarsdak tot een zadeldak. De gevels hebben weinig detaillering. Het kleur- en materiaalgebruik is zeer uiteenlopend van modern, traditioneel tot expressionistisch stijlkenmerken als houten voordeuren met aan de bovenzijde een arcade,

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

69

C Individuele bouw

4

Gebieden met individueel ontworpen, vooral vrijstaande gebouwen, hebben doorgaans een beperkte samenhangende karakteristiek tussen cultuurhistorie, stedenbouwkundig concept en architectuurstijl. Deze gebieden zijn met name ontstaan aan randen van wijken en buurten. De gebouwen zijn individueel ontworpen en de wijken en straten hebben daardoor een gevarieerd gezicht. In Capelle aan den IJssel is het Van Maerlantpark in de wijk Middelwatering en de Gounodstraat in de wijk ‘s-Gravenland en aan de oostzijde van Capelle aan den IJssel, het Ringvaartpark te karakteriseren als gebieden met individuele woningbouw. Individuele bouw bestaat uit veelal vrijstaande, gevarieerde gebouwen. De individueel ontworpen woningen in de woongebieden in kleine kernen kennen doorgaans een hoofdbouwmassa van één of twee bouwlagen met kap of plat dak. In de loop der jaren zijn de invloeden van diverse stedenbouwkundige stromingen ook in deze vrije sectorwijken ingebracht. In grotere kernen komen naast de traditionele individuele woningen en gebouwen ook individueel ontworpen stadswoningen voor. Deze hebben eveneens een eigen gezicht maar zijn qua bouwvorm aangepast aan het stadse bebouwingsbeeld. In het Van Maerlantpark hebben de woningen veelal 2 lagen met een plat dak of een lessenaarsdak.

Het kleurgebruik bestaat in dit woongebied uit lichte witte bakstenen in combinatie bruine kozijnen en een bruin boeibord. De woningen aan het Ringvaartpark zijn in de jaren ’90 gerealiseerd en bestaan uit traditionele bouwvormen. De woningen hebben 2,5 bouwlagen met een groot zadeldak met een ruime overstek. Deze woningen zijn

70

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

opgebouwd uit een lichte baksteen met donkere pannen. Opvallend zijn de trapdetailleringen in de voorgevel, onder de dakgoot, waar het bovenstuk van de woning over gaat in de plint. Ook hebben woningen een donkergrijze gemetselde band in de plint. Aan de Gounodstraat in de wijk ’s-Gravenland liggen enkele individuele woningen. Deze woningen bestaan uit 2 lagen en een kap. De woningen zijn allen opgebouwd uit baksteen. De nok- en goot hoogte varieert sterk. De woningen hebben verschillende kapvormen als een lessenaarsdak, een zadeldak als zelfs gebogen dakvlak. Het materiaalgebruik loopt uiteen van dakpannen tot aluminium plaatmateriaal.

C Hoogbouw Capelle aan den IJssel heeft een groot aantal gebieden met hoogbouw. Hoogbouw komt vooral voor als stedenbouwkundig accent langs belangrijke uitvalswegen en op kruisingen van hoofdwegen. Aan de rand van woonwijken uit de jaren zestig en zeventig komen soms grotere clusters van hoogbouw voor in langgerekte bouwmassa’s, bestaande uit gallerijflats en portiekflats. De impact van deze flats op het stadsbeeld is zeer groot.

5 kleurstelling. Soms krijgen de galerijen of balkons een kleur om het beeld van de flat op te fleuren of gebouwen binnen hetzelfde ensemble van elkaar te onderscheiden.

Hoogbouw in Capelle aan den IJssel is verspreid over de kern terug te vinden in de Wijk Middelwatering aan Valeriusrondeel, Reviusrondeel, Herman Gorterplaats, Frederik van Eedenplaats, Louis Couperusplaats, Wiekslag, Arendshof, Valkenhof, Sperwerhof, Buizerdhof, Fluiterlaan, Zwanensingel, Pluvierstraat en in de wijk Oostgaarde aan de Purmerhoek, Schermerhoek, Beemsterhoek, De Baronie, De Graafschap en in de wijk Schenkel aan de Bongerd, Dotterlei, Wilgenhoek en Wingerd. De hoogbouw heeft een functionele opbouw, doordat in het gebouw veel appartementen zijn ondergebracht. Bouwmassa’s bestaan veelal uit verticale schijven, die soms zijn geknikt. De gebouwen staan dwars op of evenwijdig aan de weg. De hoogbouw bestaat meestal uit grote gebouwen in een groene omgeving met parkeervoorzieningen in de directe omgeving. Deze gebouwen hebben veelal aan de ene zijde galerijen en aan de andere zijde balkons. Bij de situering van de hoogbouw is veelal reke-ning gehouden met de stand van de zon ten opzichte van de lichtinval en de balkons. De hoogbouw heeft en een sterke horizontale geleding. De bebouwing heeft een bouwhoogte van drie lagen of meer met een plat dak. De flats zijn veelal opgetrokken met een lichte baksteen. De galerijen en balkons hebben vaak een witte

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

71

C Architectonische ensembles

6

Traditionalistische architectuur Bebouwingsclusters in traditionalistische architectuurstijl maken deel uit van planmatig ontwikkelde woonwijken met in vorm en uitstraling sobere woonbebouwing. De samenhang in de bebouwing ontstaat onder meer door een ingetogen materiaal- en kleurgebruik en eenvoudige hoofdbouwmassa’s. Gebieden met een overwegend traditionalistische bebouwing worden gekenmerkt door een eenvoudige ruimtelijke structuur, stedenbouwkundig patroon en eenvoudige hoofdbouwvormen. Inspiratie werd gezocht in de Nederlandse baksteenbouw van het platteland. Het traditionalisme straalt antistedelijkheid uit. Kenmerkend zijn het vrijwel uitsluitend gebruik van baksteen, hoge met pan¬nen beklede daken, topgevels en het gebruik van natuursteen op constructief belangrijke plekken. Ook de geslotenheid van de bakstenen gevels, de hoogopgaande pannen zadeldaken met kleine overstekken, de toepassing van eenvoudige traditionele hoofdvormen en het gebruik van natuurlijke materialen is kenmerkend. Doorlopende topgevels die het zadeldak aan beide zijden afgesloten, werden voorzien van hoge trap- of klokgevels.

bergenstraat en Evertsenstraat. Deze woningen bestaan uit 2 lagen met een zadeldak. Het materiaal en kleurgebruik van de woningen past in het traditionele plaatje. De gevels zijn opgebouwd uit bakstenen en op de daken liggen gebakken pannen. De seriële woningen hebben forse kozijnen van hout. Sommige woningen hebben twee opvallend ruitvormige raampjes in de voorgevel. De lange clusters van woningen vormen een gesloten wand richting de weg en de openbare ruimte. Ritmering van ramen, deuren en schoorstenen verstrekt nog eens het lineaire karakter van het woongebied.

Forumarchitectuur De Forumbeweging is ontstaan als reactie op de stroken- en blokverkaveling uit de jaren ’50 en ’60. Centraal in de Forumgedachte staat de aandacht voor de menselijke schaal en maat van de bebouwing. De bebouwingsclusters zijn gesitueerd in een woonerf-concept. De woningtypologie bestaat hoofdzakelijk uit eengezinswoningen in een groene woonomgeving. De bebouwingsclusters uit de periode 1970-1980 zijn gesitueerd in wijken met een grillig straten- en verkavelingspatroon met hofjes. De bebouwing is met name georiënteerd op de openbare ruimte en in enkele gevallen op de weg. Bij de clustering rondom woonerven ontbreekt een duidelijk onderscheid tussen voor- en achterkanten, waardoor deze sterk naar binnen zijn gekeerd. Het materiaalgebruik is ingetogen en sluit aan bij de jaren `70 mode: donkere kleurtoon en het gebruik van semiambachtelijke materialen zoals hout, bakstenen en gebakken pannen. Forum architecten kozen niet voor het monumentale, maar voor een elementaire

Gebieden met een traditionalistische architectuur in Capelle aan den IJssel zijn: • Oostgaarde • Capelle West • Schenkel Capelle West In Capelle West bestaat een groot gedeelte uit traditionele woningen. Onder andere aan de Abel Tasmanstraat, Kortenaerstraat, Jan van Galenstraat, Doormanplein, Van Speykstraat, Van Kins-

72

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Schenkel De Bloemenbuurt in Schenkel bestaat uit de straten: Bloemensingel, Anjerstraat, Jasmijnstraat, Hortensiastraat, Tulpstraat, Narcisstraat, Rozensingel, Goudenregenstraat en Violierstraat. Dit woongebied heeft een traditionele architectuurstijl. Ook deze woningen bestaan uit 2 lagen met een zadeldak. De voorgevels hebben een horizontale geleding en zijn eenvoudig en sober van opbouw. Er is gebruik gemaakt van traditionele materialen als rode bakstenen, witte houten kozijnen en rode gebakken pannen. Boven en naast de voordeuren zijn kleine ramen ingemetseld. Fraai is de witte lijst rondom de voordeur. Het kleurgebruik is rustig en ingetogen.

C 6 bouwkunst waar de invloed van de elementaire hoofdvormen zoals driehoeken, kubussen en trapeziumvormige vierhoeken zichtbaar zijn. Ook de toepassing van afgeleiden van elementaire hoofdvormen zoals afgeschuinde hoeken, afgeknotte en ongelijkbenige driehoeken komen veelvuldig voor. De clusters kennen een grillig beeld dat versterkt wordt door de erfafscheidingen die op veel plekken tot aan de openbare weg doorlopen. Gebieden met een forumarchitectuur in Capelle aan den IJssel zijn de Scheldestraat en Keerkring in Oostgaarde. Oostgaarde Ten westen van het Scheldedal en ten zuiden van de Keerkring ligt het woongebied dat is gebouwd vanuit de forumgedachte. Het woongebied bestaat uit hoog- tot middelhoogbouw. De bebouwing heeft zowel een horizontale als een verticale geleding. De bouwhoogte verschilt van 3 tot 5 bouwlagen met een plat dak of zadeldak die aan de bovenkant afgekapt wordt. De flats liggen veelal haaks en een enkele evenwijdig aan de weg of het water. De flats zijn opgebouwd uit een donkere baksteen en hebben een verticale geleding door de witte vlakken onder de ramen. De bebouwing heeft kleine uitpandige ronde balkons. Tevens heeft de bebouwing een horizontale geleding door enkele witte betonnen banden in het pand. Opvallend is het houten hekwerk langs de galerij. De eerste verdieping staat deels op witte pilaren.

Hierdoor is er onder de flat de mogelijkheid om te parkeren tussen de witte pilaren in een parkeergarage. De raamkozijnen van de bouwblokken hebben soms een opvallende kleur, zoals rood, om zo het pand op te fleuren. Door de eenvoud van de gebouwen zorgt dit niet voor een rommelig effect.

Modernistische architectuur Bebouwingsclusters met een overwegende modernistische architectuur kennen een zeer uiteenlopend beeld. De nieuwe bebouwingsclusters, gesitueerd in nieuwe of herstructureringsgebieden, krijgen een duidelijk imago mee dat onder meer naar voren komt in een uitgesproken architectuur. Er ontstaan buurten met geheel verschillende architectuur van neo-traditioneel tot neo-modern (kubistische, staal, beton, glas). Per stedelijk gebied komen vaak meerdere modernistische architectuurstijlen voor, maar de bebouwingsclusters vertonen vaak door ontwerp, materiaal- en kleurgebruik een grote mate van herkenbaarheid en vormen daardoor een samenhangend ensemble. Gebieden met een modernistische architectuur in Capelle aan den IJssel zijn: Gebieden met een modernistische architectuur in Capelle aan den IJssel zijn: • Fascinatio • Het Paradijsselpark • De Schepenbuurt aan de haven ’t Zandrak • De Nederlandse bergen buurt • De volgende straten in ’s Gravenland: Schönberglaan, Scarlattistraat, Puccinistraat, Paganinistraat, Monteverdistraat, Donizettistraat, Pergolesistraat, Kalmanstraat, Franckstraat, De Fallastraat, Couperinstraat en Delibesstraat Fascinatio De woonwijk Fascinatio is gesitueerd tussen de toegangswegen tot de Van Brienenoordbrug, de kantorenwijk Rivium en de woonwijken Rotterdam Kralingen, Schenkel en ‘s–Gravenland.

De woonwijk biedt zowel plaats aan kantoren als aan

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

73

C 6 bedrijven als aan woningen. Het samenspel in het stedenbouwkundig plan van de diverse functies, in het onderhavige geval wonen en werken is één van de kernbegrippen in het verhaal ‘Fascinatio de wonderwind’ van Tom Manders jr. In het Beeldkwaliteitsplan wordt aandacht besteed aan het stedenbouwkundige plan, de groenstrook en beeldkwaliteit. In de beeldkwaliteit wordt nadruk gelegd op de verschillende entrees van de wijk. In het woonmilieu wordt onderscheid gemaakt in de singel aan de zuidzijde, de singel aan de noordzijde, de lanen, de hoven, het ontmoetingspad en het parkwonen. Tevens worden er voor de kantoren en bedrijven ook enkele belangrijke aspecten besproken als: de gebouwen langs de metrobaan en langs de Abram van Rijckevorselweg. Tevens heeft de bestrating in dit plan ook een zeer belangrijke rol, namelijk de sfeer van de openbare ruimte bepalen. De eerste huizen zijn rond 2002 opgeleverd en bestaat onder andere uit de volgende straten: Articuslaan 1e en 2e, Flatusstraat, Optimashof 1e en 2e, Ardalaan, Octaviolaan en Pulsi Balonishof. Het woongebied is zeer divers maar in de materiaalkeuze en het kleurgebruik vormt het woongebied een sterke eenheid. De woningen bestaan veelal uit 1,5 tot 2 lagen met een kap. De gestapelde bouw bestaat uit 3 lagen met een kap.

In het woongebied komen verschillende kappen voor als zadeldaken, lessenaardaken en gebogen daken, alle met een grote overstek. Het kleurgebruik in het woongebied is warm doordat de woningen zijn opgebouwd uit rode of gele bakstenen en de daken rode en oranje pannen hebben. De woningen staan in een rechte, gebogen dan wel een verspringende rooilijn ten opzichte van de weg of de openbare ruimte, dit zorgt voor een speels effect in het woongebied. De wegprofielen zijn over het

74

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

algemeen heel breed, maar een groene rotonde of gebogen rooilijnen zorgen voor een versmalling van de zichtlijnen.

Oostgaarde het Paradijsselpark Paradijssel is een woongebied dat is gerealiseerd in de jaren ‘90 en ligt aan de aan de Hollandsche IJssel net achter de Groenedijk. In het woongebied staan zeer moderne woningen. Langs de dijk ligt een gesloten wand die evenwijdig aan de kronkelige dijk loopt. Achter de dijk liggen een viertal woonerven. Het woongebied is zeer divers, doordat er verschillende woningtypes voor komen. Bijvoorbeeld aan de dijk liggen seriematige woningen van 3 bouwlagen met een plat dak of een dakterras. Bij deze woningen is het skelet duidelijk zichtbaar, doordat er veel glas en staal is gebruikt in de opbouw van de woning. Deze woningen hebben zowel een horizontale als een verticale

geleding. Horizontaal omdat de woningen de dijk volgen en hierdoor de zichtlijnen bepalen. Doorlopende raampartijen aan de voorzijde versterken het horizontale karakter. Verticale geleding doordat de verticale staafvormige opbouw van de afzonderlijke panden duidelijk te zien is. De woningen die aan de woonerven staan daarentegen hebben een bouwhoogte van 2 lagen met een opbouw die een terugliggende positie heeft ten opzichte van de voorgevel. Deze opbouw heeft een gebogen dakvlak wat zorgt voor een speels effect in de gevelwand. Deze woningen zijn opgebouwd uit witte bakstenen, donker hout, glas en staal. Het wegprofiel van de woningen is breed en er is de mogelijkheid de auto aan de voorzijde van de woning op eigen terrein te parkeren.

C 6 Oostgaarde ’t Zandrak De woningen aan de haven ‘t Zandrak liggen buitendijks op een zelling aan de Hollandsche IJssel. Ook deze woningen hebben een modernistische architectuur. De woningen hebben veelal 2 bouwlagen met een platdak, tentdak of een lessenaarsdak. De woningen aan weerszijde van de Tjalk hebben 2 lagen met een lessenaarskap. Deze woningen zijn opgebouwd uit baksteen, donkere pannen en hout. De woningen aan de Tjalk hebben of een lichte crème kleurstelling of een groene kleurstelling. Het wegprofiel is doorgaans breed en de rijbanen worden op sommige plaatsen door een mooie groene middenberm gescheiden. Opvallend zijn de ellipsvormige woningen in het woongebied die zijn opgebouwd uit donkere bakstenen en veel glas. Aan de achterzijde hebben deze woningen schuren die bestaan uit licht hout en onderling met elkaar zijn verbonden door een dak met een houten boeiboord.

Oostgaarde Nederlandse bergen buurt De gestapelde woningen die liggen aan de Boomberg, Holterberg, Lemelerberg, Heuvelweg, Tankenberg en Waterberg hebben een bijzondere architectuur. Het stedenbouwkundige patroon bestaat uit aaneengesloten ronde gebouwen. Deze zijn in een cirkel ten opzichte van elkaar gesitueerd en zijn te bereiken via één entree. De gestapelde woningen hebben een bouwhoogte van vier lagen met een groen schilddak. De woningen zijn opgebouwd uit rode bakstenen met forse witte kozijnen die veelal een twee- of driedeling hebben. De woningen hebben uitpandige balkons. De gebouwen staan in een mooie groene omgeving. Het parkeren van de bewoners geschied in een parkeerkelder.

ten van hout in de voorgevel. Opvallend is bij deze woningen het doorlopende boeiboord van de carports. Deze woningen hebben 2 lagen met een plat dak. In dezelfde wijk komen woningen voor die zijn gebouwd vanuit het structuralisme. De hoofdbebouwing is opgebouwd uit een aantal verschillende eenheden met een hoekige vorm. De geschakelde woningen hebben 2,5 bouwlagen met een plat dak met grote overstek. Ook deze woningen zijn opgebouwd uit witte bakstenen met donkere en lichte kozijnen. Kenmerkend voor de woningen zijn de dakterrassen. De woningen hebben meerdere dakterrassen doordat de woning uit drie gedeeltes bestaat met een variërende dakhoogte. Langs de Schönberglaan, de doorgaande route richting de wijk Middelwatering, komen zeer verschillende woningen voor. Zoals bijvoorbeeld de licht groene ronde woningen aan het water en de appartementen met ronde uitpandige balkons. Deze appartementen zijn opgebouwd uit lichte bakstenen met beton. Bouwhoogte langs de weg tellen 2 tot 3,5 lagen. Het kleur- en materiaalgebruik is erg divers.

’s-Gravenland

De wijk ’s-Gravenland ligt ten zuiden van de Abram van Rijckevorselweg (N210). Het gedeelte ten zuid-oosten van de Schönberglaan kenmerkt zich als een gebied met modernistische woonbebouwing. In tegenstelling tot het deel ten noord-westen hiervan dat een meer traditionele uitstraling heeft. Ook dit modernistische woongebied is zeer divers. Elk bebouwingscluster heeft zo zijn eigen architectonische kenmerken. Zo heeft het woongebied rond de Monteverdistraat onder andere woningen die zijn opgebouwd en witte bakstenen en accen-

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

75

C Bedrijven en Kantoorlocaties

7

Werkgebieden met weinig samenhang tussen stedenbouw en architectuur Gebieden/terreinen met weinig samenhang tussen stedenbouw en architectuur liggen in Capelle aan den IJssel in: • Capelle West • Middelwatering • Oostgaarde • Hoofdweg • Schollevaar • Schenkel

Werkgebieden en grootschalige publieke voorzieningen met een kenmerkende modernistische architectuur. Bij werkgebieden met bedrijventerreinen met modernistische architectuur is groot belang gehecht aan de ruimtelijke kwaliteit. Zowel ruimtelijk als architectonisch is uitgegaan van een hoog ambitieniveau. Vaak heeft een gebied een thema gekregen dat tot uitdrukking komt in de richting van het plangebied en de bebouwings(vormen).

hoofdbebouwing en architectuur. Eenheid is vaak ver te zoeken. Dit komt de kwaliteit en uitstraling van de bedrijventerreinen niet ten goede. Het kleur- en materiaal gebruik van de werkgebieden verschilt van lichte en donkere bakstenen, grindplaten, glas tot aluminium loodsen. Daar komt nog bij dat ook de kapvorm telkens anders is van een platte kap tot een zadeldak. Het bedrijf presenteert zich naar de weg.

Het bedrijventerrein Parc Rijckevorsel en Rivium hebben een modernistische architectuur. Deze bedrijven zijn zeer divers en hebben een eigentijds karakter door de bijzondere hoofdvormen en het gebruik van moderne materialen. Materialen als glas, staal en beton. Door de diversiteit binnen de bedrijventerreinen is de bouwhoogte en kapvorm veelal zeer verschillend. De bedrijven presenteren zich naar de openbare ruimte en staan veelal in een rechte of een getande rooilijn ten opzichte van de weg. Het wegprofiel in deze gebieden is doorgaans breed, zodat zwaar verkeer als vrachtwagens gemakkelijk door het gebied kunnen rijden. Parkeren geschiedt veelal op eigen terrein.

Werkgebieden zijn er in veel vormen en maten. In Capelle aan den IJssel komt bedrijvigheid voor langs de infrastructuur-assen, zoals snelwegen, rivieren en spoorlijnen. De werkgebieden langs deze infrastructuur-assen zijn grootschalig van opzet en vaak gericht op een specifiek segment. De afzonderlijke panden zijn veelal in particulier opdrachtgeverschap ontwikkeld waardoor de samenhang in architectuur gering is. Op de wat oudere bedrijventerreinen staan vaak sterk verouderde bedrijfsgebouwen. Deze oudere bedrijventerreinen hebben veelal weinig samenhang door de diversiteit in de bebouwing. Aan het stedenbouwkundig ontwerp van nieuwe ontwikkelde bedrijventerreinen ligt daarentegen vaak wel een programma van eisen ten grondslag (Stedenbouwkundig Programma van Eisen - SPvE). Dit vertaalt zich in een heldere opzet van rooilijn, zijdelingse afstand en oriëntatie (en soms ook geleding van gevelwanden) en een menging van vormen, kleur- en materiaalgebruik. De bebouwing in de verschillende werkgebieden is veelal in de loop der jaren gegroeid. De hoofdbebouwing is sterk afwisselend, door kantoren, loodsen en opslagplaatsen van de bedrijven. Hierdoor hebben de bedrijven dan ook een grote variatie in

76

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

C Winkelcentra en Publieke voorzieningen Van origine hebben de Nederlandse steden een duidelijke en vergelijkbare ruimtelijke opbouw: een historische stadskern, omgeven door uitbreidingen uit de jaren twintig tot en met veertig en daaromheen een schil van naoorlogse woongebieden en bedrijventerreinen. De meeste voorzieningen waren in het centrum geconcentreerd en daarmee was dit ook het meest levendige deel van de stad. Deze éénkernigheid is vanaf de tweede helft van de 20e eeuw gewijzigd. De meeste steden kennen nu meerdere subcentra, waar soms omvangrijke bouwprogramma’s worden gerealiseerd. Mede door de vaak moeizame bereikbaarheid van veel binnensteden zijn aan de randen van de steden nieuwe gebieden ontstaan, waar wordt gewoond, gewerkt en gewinkeld.

8

De winkelcentra kennen een combinatie van winkels, woningen en appartementen. De dynamiek in en rondom de winkelcentra is groot. Bouwaanvragen hebben vooral betrekking op reclame-uitingen, gevelwijzigingen en aanpassingen aan winkelpuien. Omdat deze winkelcentra qua afwijken van de bebouwing in de omliggende woongebieden en gezien de specifieke bouwopgave in winkelcentra is hiervoor in Capelle aan den IJssel een aparte typologie met specifieke criteria opgesteld.

Winkelcentra en grootschalige publieke voorzieningen in Capelle aan den IJssel zijn o.a.: • De Koperwiek • De Terp • De Scholver Solitair gelegen winkelcentra, gesitueerd op prominente locaties in een wijk zijn vanaf de jaren zestig en zeventig in Capelle aan den IJssel gebouwd. Deze gebouwenclusters zoals winkelcentra ‘de Koperwiek’ en ‘de Scholver’ kennen een geringe relatie met het uiterlijk van de bebouwing van de omliggende wijken en buurten. Het winkelcentrum ‘de Terp’ daarentegen ligt in een aparte forumachtige woonwijk. Het winkelcentrum is te bereiken via een aantal wandelpaden langs rijenwoningen. De entree van deze woningen is op de eerste verdieping, doordat er onder de woningen een parkeergarage is aangelegd. Vanaf de buitenzijde is weinig van het winkelcentrum te zien.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

77

C Grootschalige bebouwing in het groen

9

Grootschalige bebouwingscomplexen en instituten die in het groen zijn gesitueerd komen in Capelle in den IJssel voor in de wijken: • Middelwatering • Capelle West • Oostgaarde Deze complexen hebben vaak een (vrijwel) planmatige en rationele opzet. De bebouwing in deze gebieden bestaat uit functionele bebouwing. Veelal zijn deze gebouwen opgebouwd met een aardkleurige baksteen en hebben ze een platdak. De bouwhoogte bedraagt meestal 3 tot 4 bouwlagen. De gevels hebben geen detaillering, alleen op de entree wordt extra nadruk gelegd. De gebouwen liggen in een groene omgeving en zijn daardoor in het algemeen rondom zichtbaar.

78

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

C Historische landschappen en Begraafplaatsen Historische landschappen De groene gebieden met een duidelijke relatie met de cultuurhistorie zijn over het algemeen delen van landgoederen, kastelen, kloostercomplexen of oude begraafplaatsen of overblijfselen van verdedigingslinies. De relatie met de cultuurhistorie komt vaak tot uiting in het monumentale groen en de bijzondere bebouwing. Ook het niet planmatige aanlegpatroon laat zien dat de gebieden een lange geschiedenis hebben. Middelwatering In Capelle aan den IJssel ligt nog een locatie die een duidelijke relatie met de cultuurhistorie heeft, namelijk de voormalige locatie ’t Slot aan de Slotpoort. Op de plaats waar het kasteel van de heren Van Moordrecht gestaan had, liet Johan van der Veecken in het begin van de 16e eeuw een nieuw kasteel bouwen, met dubbele slotgrachten. Dit diende tot 1798 als buitenverblijf voor verschillende regentengeslachten uit Rotterdam. Daarna raakte het in verval, de inboedel werd verkocht en het slot werd afgebroken. Het slot bestaat dus inmiddels niet meer, maar de locatie is nog duidelijk gemarkeerd. De naam van het winkelcentrum Slotplein in de wijk Middelwatering geeft aan waar het slot gestaan heeft. Een gedenksteen voor de edelmanwoning die op het terrein van het slot gestaan heeft, de oude slotgrachten en het dievenhuisje dat bij het slot hoorde, zijn de bewijzen van deze oude historie.

10

gebied heeft een geschiedenis als Veenweidelandschap en agrarisch/tuinbouw gebied. Dit is nog duidelijk zichtbaar en bepaalt de sfeer en structuur van het landschap. Historische Parken Historische parken komen verspreid in en om de kern van Capelle aan den IJssel voor. Met name vanaf de jaren ’60 werden groene lobben in de stedenbouwkundige structuur opgenomen. Zij dienen als scheiding tussen verschillende wijken of buurten en kunnen tot diep in het stedelijk gebied doordringen. De bebouwing in deze groengebieden varieert sterk en is afhankelijk van de tijdsperiode waarin de groenvoorzieningen zijn aangelegd. Prieeltjes, kiosken en speelvoorzieningen zijn veelvoorkomend in dit type gebied. Begraafplaatsen Begraafplaatsen zijn traditioneel achter kerkgebouwen gesitueerd of aan de randen van de kernen aangelegd. De oudere begraafplaatsen kennen geen planmatige aanleg. Zij kennen geen duidelijke landschapsarchitectuur. Nieuwe begraafplaatsen zijn vaak aangelegd volgens een bepaald landschapsplan. Dit is terug te zien in de bebouwing op deze terreinen. Grote gebouwen komen niet voor op begraafplaatsen. Het gaat vooral om erfafscheidingen met poorten, aula’s en dienstgebouwtjes.

‘s Gravenweggebied Door Capelle aan den IJssel ligt een landschapsstructuur die een duidelijke relatie met de cultuurhistorie heeft, het ‘sGravenweggebied. Hierin is nog veel open historisch landschap te zien. het

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

79

C Groenstructuren, Sport- en Recreatiegebieden

11

Sportterreinen en recreatieve gebieden komen verspreid in de kern Capelle aan den IJssel voor. De sportcomplexen hebben vaak een (vrijwel) planmatige en rationele opzet. De bebouwing in deze gebieden bestaat onder meer uit sporthallen, kantines en kleedruimten en heeft een recreatieve bestemming. Doorgaans bestaat de bebouwing uit één laag met plat dak of laag zadeldak en staat deze vrij op het maaiveld. De gebouwen zijn daardoor rondom zichtbaar. De grotere groenstructuren in Capelle aan den IJssel vormen, aanvullend op de sport- en recreatiegebieden, een ketting die op het stedelijke niveau de stad bij elkaar bind. Rondom de wijken lopen brede groene zones die de oorspronkelijke landschappelijke structuren volgen. Deze gebieden worden met name gebruikt door fietsers en wandelaars en hebben daardoor een iets ander gebruik als de sport en -recreatiegebieden. Samen zorgen deze gebieden er echter voor dat er een groen raamwerk is waardoor alle inwoners op korte afstand over groen-, sport- of recreatiemogelijkheden beschikken. In deze groene gebieden zijn weinig bouwwerken te vinden. De bebouwing die er staat is divers en kleinschalig. Door het vaak open karakter van de groenstructuren zijn ook deze gebouwen rondom zichtbaar.

80

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

C Hoofdstructuren (wegen, water, metro & spoor)

12

De criteria voor de hoofdstructuren zijn van toepassing op alle bouwwerken die onderdeel zijn van de hoofdwegstructuren. Dit zijn bijvoorbeeld lichtmasten, verlichting, de vangrail, geluidsschermen, dienstgebouwen, tankstations, haltes en aanlegplaatsen, abri’s, kiosken, fietskorven, reclamezuilen en -masten, etc. maar ook alle ‘kunstwerken’ (bruggen, viaducten, tunnels, etc.). Bij de beoordeling van bouwplannen is de samenhang van de betreffende structuur als geheel belangrijk, maar ook de samenhang bij de direct aangrenzende omgeving. Bij de welstandstoetsing zal worden gekeken of de vormgeving en de verschijningsvorm van het materiaal- en kleurgebruik aansluit bij reeds bestaande bouw- en kunstwerken. Beoordeling op samenhang betekent niet dat er steeds eenzelfde vormgeving wordt gewenst, maar wel dat gezocht moet worden naar coherentie. Welstandstoetsing richt zich op alle bouwwerken in de openbare ruimte die zich bevinden in een zone met een diepte van 10 meter aan weerszijden van de wegen, water, spoorlijn en metrolijn waarbij de openbare ruimte grenst aan de Hoofdstructuur. Om de samenhang, herkenbaarheid en eenduidigheid van de Capelse buitenruimte te vergroten heeft de gemeente het (HIOR).

Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte bevat voorschriften voor de inrichting van de buitenruimte zoals richtlijnen ten aanzien van straatprofielen, materiaalgebruik en de vormgeving van inrichtingselementen. Reclame-aanvragen langs de Hoofdstructuur worden getoetst aan de criteria uit het Reclamebeleid.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

81

C

4. Begrippenlijst Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van overeenkomstige toepassing. A Aangekapt: met de kap is verbonden aan het (hoofd)dak. Aardtinten: roodbruine tinten. Achterconstructie: achterliggende draagstructuur waaraan iets wordt bevestigd. Achterkant: de achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw; de zijgevel, het zij-erf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar de weg of openbaar groen. Afdak: dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen en waaronder zich maximaal 1 gevel bevindt. Afstemmen: in overeenstemming brengen met. Architectonische eenheid: Een gebouw of een groep van gebouwen met een zeer samenhangend en vergelijkbaar uiterlijk dat in één keer is gerealiseerd. Architectuurstijl: Een geheel van overeenkomstige kenmerken en denkbeelden die horen bij een bouwwijze, waardoor het zich onderscheidt van andere. Een stijl is tijdgebonden en vaak ook plaatsgebonden. Asymmetrische kap: zadeldak met twee ongelijke dakvlakken.

Authentiek: overeenstemmend met het oorspronkelijke, origineel, eigen kenmerken dragend.

82

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

B Bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. Bedrijfsbebouwing: gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen, hebben meestal een utilitair karakter. Beeldkwaliteitskader: een set generieke en/of specifieke regels en richtlijnen voor de organisatie en vormgeving van een gebied, aan de hand waarvan de beoogde kwaliteit toetsbaar wordt gemaakt. Beeldkwaliteitsplan: beleidskader dat wordt opgesteld voor de inrichting van het stedelijk gebied. Het beeldkwaliteitsplan is ondersteunend aan het ontwerp en wordt veelal gelijktijdig met het ontwerp ontwikkeld. Daarnaast wordt het vooral ingezet als inspirerend en enthousiasmerend document voor architecten en ontwikkelende partijen. Het beeldkwaliteitsplan kan gebruikt worden door Welstand om plannen aan te toetsen en kan uiteindelijk deel gaan uitmaken van de welstandsnota. Behouden: handhaven, bewaren, in stand houden. Belendend: naastgelegen, (direct) grenzend aan. Beschermd stads- of dorpsgezicht: groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. Bestrating: verharding zoals straatstenen of tegels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16055408/1