CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

06.02 - Welstandsnota 2025

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 14 oktober 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Welstandsnota 202529.071 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

B Historische polderlinten Ruimtelijke inpassing: • De rooilijn volgt het lint (de weg). Nieuwe bebouwing in lijn met de bestaande lintbebouwing situeren. • Aan de linten blijft tussen de bebouwing een voldoende mate van openheid aanwezig. Daarmee blijft het ‘achterland’ (gebieden grenzend aan de achterzijden van percelen aan de linten) vanuit het lint zichtbaar. • Bebouwing op een perceel in maat en schaal op elkaar afstemmen. • Hoofdbebouwing is gesitueerd op de kop van het perceel, direct of op korte afstand van het lint. • Aan linten blijven toegangsbruggen in afmeting en verschijningsvorm ondergeschikt om de continuïteit van waterlopen zo goed mogelijk zichtbaar te houden.

2 Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw zoekt aansluiting bij de typologieën binnen de variatie van het lint (kralensnoer). • Zuiverheid in bouwstijl en uniek voor de locatie ontworpen. • Als zodanig herkenbare eigentijdse systematische bouw (parallel) aan het polderlint is ongewenst. • Woningen: uitgangspunt is een zadeldak, haaks op de weg. Bij (kleinere) individuele woningen (van oorsprong geen boerderij) zijn andere kapvormen zoals een mansardekap en een kaprichting parallel aan de wegrichting ook mogelijk, mits passend in het straatbeeld. • Voor boerderijen, stallen, schuren en loodsen: kapvorm is een zadeldak haaks op de weg. • De woning is georiënteerd op het lint. De voorgevel is vanaf het lint zichtbaar aanwezig. • Aan- en uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en andere ingrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen. Specifiek voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Bij een toevoegingen aan het dakvlak blijft het oorspronkelijke dakvlak goed herkenbaar. • Uitsluitend erfafscheidingen passend bij de karakteristiek van de bebouwing en inrichting van de openbare ruimte; metselwerk, begroeiing/ hagen of houten of ijzeren hekwerken. • Aan de voorzijde van de bebouwing zijn de erfafscheidingen laag en landschappelijk ingepast (ingroenen). • Gebruik van staande ramen. • Rolluiken zijn niet toegestaan.

• Zeer terughoudend omgaan met reclameuitingen; reclames zijn ondergeschikt aan- en afgestemd op het gevelontwerp.

Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Materiaal, kleur en detaillering ondersteunen het karakter van het gevelontwerp en versterken de plastiek van de gevel. • De detaillering is verfijnd en ambachtelijk. • Daken met een overstek toepassen. • Kleuren zijn afgestemd op het bouwwerk op zichzelf en de omliggende bebouwing / de omgeving. • De gevel uitvoeren in baksteen/ijsselsteentjes van een passende baksteen formaat, metselverband, voeg en kleur (geen keimwerk). • Het toepassen van pleisterwerk als hoofdmateriaal in de gevel is toegestaan mits passend bij de architectuurstijl. • Baksteenkleur: donkere (aarde) tinten / ijsselsteentjes. • Pleisterwerk: lichte tinten. Specifiek voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Materialen behouden hun oorspronkelijke afwerking. • Kozijnen uitvoeren in hout. • Toepassen van roeden in de ramen (niet op de ramen). • Toepassen van afwerkingen langs gevel- en vensteropeningen in de vorm van rollagen en strekken. • Dakbedekking in de vorm van gebakken / gesmoorde pannen. • Toepassen van karakteristieke bouwelementen zoals windveren, gootlijsten en makelaars. • Kleurgebruik: Oudhollandse kleuren.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

29

B Planmatige woongebieden

3

Ruimtelijke inpassing: Specifiek voor Oostgaarde: • Parkeren vindt voor specifieke ensembles binnen Oostgaarde onder de woningen plaats. Specifiek voor Capelle West: • Kleine verspringingen in de voorgevelrooilijn. Specifiek voor ’s-Gravenland: • Rechte getande rooilijn.

Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw zoekt qua hoofdvorm aansluiting bij de bouwmassa van het bouwblok. • Aansluiten bij de kapvorm en –richting die voorkomt binnen het bouwblok. • Aanpassingen aan bestaande bebouwing mag ook op een eigentijdse wijze gebeuren, mits van een hoog niveau. • Accenten op de hoeken ter versterking van de stedenbouwkundige structuur zijn toegestaan mits de uitstraling van het ensemble als totaal niet wordt aangetast. • Aan- en uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en andere ingrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen en volgen veelvoorkomende modellen. • Bindende elementen binnen een gevelwand dienen in stand te blijven of worden op overeenkomstige manier vernieuwd: lateibalken boven ramen en deuren, doorlopende dakrand, doorlopende (houten) gevelbekleding (indien aanwezig). Binnen het hoofdkader van bindende elementen is ruimte voor verandering. Specifiek voor Oostgaarde: • Voor specifieke ensembles binnen Oostgaarde toepassen van doorlopende dakvlakken. Specifiek voor Molenbuurt: • Toepassen van een groot overstek bij dakvlakken. Specifiek voor Oude plaats: • Bij een toevoegingen aan het dakvlak blijft het oorspronkelijke dakvlak goed herkenbaar; de randen van de bestaande dakvlakken blijven gehandhaafd.

• Uitsluitend erfafscheidingen in begroeiing/ hagen of houten of ijzeren hekwerken, passend bij de karakteristiek van de bebouwing en inrichting van de openbare ruimte.

30

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

• • •

Gebruik van staande ramen. Rolluiken zijn niet toegestaan. Zeer terughoudend omgaan met reclameuitingen; reclames zijn ondergeschikt aan en afgestemd op het gevelontwerp.

Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Kleuren en materialen zijn afgestemd op het bouwwerk op zichzelf, en de wijk als geheel; samenhang op blokniveau behouden danwel versterken. • Gedekte kleuren toepassen. Specifiek voor Oostgaarde: • Toepassen van lichte of donkere baksteen. • Toepassen donkere kozijnen. Specifiek voor Oude plaats: • Materialen behouden hun oorspronkelijke afwerking. • Kozijnen uitvoeren in hout. • Toepassen van afwerkingen langs gevel- en vensteropeningen in de vorm van rollagen en strekken. • Dakbedekking in de vorm van gebakken / gesmoorde pannen. • Toepassen van karakteristieke bouwelementen zoals windveren, gootlijsten en makelaars. • Kleurgebruik: Oudhollandse kleuren.

B Individuele bouw Ruimtelijke inpassing: • Bouwinitiatieven sluiten aan op de ontspannen ruimtelijke opzet van de wijk.

4 Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw is een passende toevoeging op de variatie van typologieën van de omliggende bebouwing. • Er zijn meerdere kapvormen mogelijk. • Accenten op de hoeken ter versterking van de stedenbouwkundige structuur zijn toegestaan mits de uitstraling van de buurt niet wordt aangetast. • Aan- en uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en andere ingrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen. Specifiek voor Bermweg en Kralingseweg: • Hoofdrichting van de bouwmassa (en kap) ligt haaks op de weg. Specifiek voor Van Maerlantpark: • Bouwmassa heeft een rechte hoofdvorm en een plat dak. • De architectuur is in basis modernistisch. • De gevelwand is (vrijwel) vlak. Geen zware plastiek door erkers, balkons etc. • Erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn zijn laag en worden ingegroend. Specifiek voor Ringvaartpark: • Zadeldak met ruime overstekken uitvoeren.

Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Materiaal, kleur en detaillering versterken het eigen karakter van het gevelontwerp. • Variatie is de norm. Specifiek voor Bermweg en Kralingseweg: • Per woning minimaal 2 kleursoorten baksteen toepassen, waarbij de basiskleur een lichte kleur is. • Grote diversiteit in maten, kleuren en materialen vermijden. • Dakpankleur is antraciet, ongeglazuurd. Betonpannen zijn uitgesloten. • Langs goot- en dakranden boeiboorden aanbrengen. Specifiek voor Van Maerlantpark: • Baksteen al dan niet witgeschilderd in combinatie met natuurlijke materialen en kleuren. Specifiek voor Ringvaartpark: • Toepassen van een lichte baksteen met donkere pannen. • Toepassen van een grijze gemetselde band in de plint.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

31

B Hoogbouw

5

Ruimtelijke inpassing: • Bouwinitiatieven zijn in maat en schaal afgestemd op de wijk en de stad als geheel. • Hoogbouw is vaak specifiek georiënteerd. Aansluiting zoeken bij de overwegende oriëntatie in het gebied. • Aan de rand van een gebied met hoogbouw dient de vorm van de massa te zorgen dat de gebouwen worden opgenomen in het (stads) landschap.

32

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw zoekt aansluiting bij de bestaande hoogbouw of indien van toepassing ook bij laagbouw binnen het stedenbouwkundig ensemble (bijvoorbeeld stempelplan). • Gezien het alzijdig karakter van hoogbouw, wordt elke gevel van een complex als een voorgevel beschouwd. • De gevelgeleding benadrukt de verticaliteit of gelaagdheid van het ontwerp. • De plint (begane grond) kan een andere vormgeving krijgen ten opzichte van de bovengelegen verdiepingen. In woon-, winkel-, en kantoorgebieden zijn dichte (bergings)gevels aan de straat ongewenst. • De functie achter de gevel is in de vormgeving zichtbaar. • Vervanging van balkonhekken, balustrades en privacyschermen aanpakken per complex. • Dichtbouwen van balkons is niet toegestaan. • Plaatsen van technische voorzieningen (zoals schotelantennes of zonnepanelen) gebeurt gezamenlijk op het dak.

Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • De keuze voor materialen en detaillering versterken het uiterlijk van de hoogbouw. • Kleuren zijn afgestemd op de logica van de hoogbouw opzichzelf. • Beganegrondgevels grenzend direct aan openbaar gebied zijn uitgevoerd in kwalitatief hoogwaardig materiaal en worden zorgvuldig gedetailleerd.

B Architectonische ensembles Ruimtelijke inpassing: • Bouwinitiatieven zijn in maat en schaal afgestemd op het ensemble als geheel. • Uitgangspunt is herhaling van al voorkomende modellen. Specifiek voor Oostgaarde: • Flats staan haaks of in een enkel geval evenwijdig aan de weg of het water. Specifiek voor Nederlandse Bergenbuurt: • Behoud van het stedenbouwkundig patroon van aaneengesloten achthoekige gebouwen. Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw zoekt aansluiting bij de bouwmassa binnen het ensemble. • Aansluiten bij de kapvorm en –richting die voorkomt binnen het ensemble of bouwblok. • Accenten op de hoeken ter versterking van de stedenbouwkundige structuur zijn toegestaan mits de uitstraling van het ensemble als totaal niet wordt aangetast. • Aan- en uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en andere ingrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen en volgen veelvoorkomende modellen. • Bindende elementen binnen een gevelwand dienen in stand te blijven of worden op overeenkomstige manier vernieuwd: lateibalken boven ramen en deuren, doorlopende dakrand, doorlopende (houten) gevelbekleding (indien aanwezig). Binnen het hoofdkader van bindende elementen is ruimte voor verandering.

Specifiek voor Fascinatio: • Toegepaste kapvormen in het gebied zijn zadeldaken, lessenaarsdaken en gebogen daken. Specifiek voor Oostgaarde: • De bouwmassa bestaat uit samengevoegde bouwmassa’s met haakse en schuine hoeken. • Er is een parkeerdek onder bebouwing aanwezig. Specifiek voor Capelle West en Schenkel Oost: • Clusters van seriematige woningen hebben een vaste ritmiek van ramen, deuren en schoorstenen. Door individuele aanpassingen mag deze ritmiek niet worden doorbroken. Specifiek voor Schenkel (totaal): • Horizontale geleding van de woning. • Eenvoudige en sobere gevelarchitectuur. Specifiek voor ’t Zandrak en Paradijsselpark: • De bouwmassa bestaat uit een kubistische hoofdvorm met vormvrije, toegevoegde elementen. Specifiek voor Nederlandse Bergenbuurt: • De bouwmassa bestaat uit samengevoegde bouwmassa’s met haakse en schuine hoeken. • Elk element heeft één entree.

6 Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Kleuren zijn afgestemd op het ensemble. • Gebouwde erfafscheidingen zijn onderdeel van de architectonische eenheid en blijven behouden. Specifiek voor Fascinatio: • Daken met een groot overstek uitvoeren. • Gevels bestaan hoofdzakelijk uit een rode of gele baksteen. • Daken zijn gedekt met rode of oranje pannen. Specifiek voor Oostgaarde: • Gevels worden opgebouwd uit donkere baksteen. Geleding door toepassing van witte vlakken of witte betonnen banden. Specifiek voor Capelle West en Schenkel oost: • Handhaven van karakteristieke raamvormen in de voorgevel. Specifiek voor Schenkel (totaal): • Gevels uitvoeren in rode baksteen. • Kozijnen uitvoeren in hout met een witte kleur. • Daken uitvoeren in rode gebakken pannen. • Witte omlijsting rondom de voordeur toepassen. Specifiek voor ‘t Zandrak: • Verschillende kapvormen zoals plat dak, piramidedak of lessenaarsdak. • Toepassing van baksteen, donkere pannen en hout. Specifiek voor Paradijssel: • Woningen aan de woonerven: gebogen dakvlak, witte bakstenen, donker hout, glas en staal. • Behouden van karakterisitieke detaillering en materiaalafwerking. Specifiek voor Nederlandse Bergenbuurt: • Toepassing van rode baksteen, gemetselde borstweringen en forse witte kozijnen.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

33

B Bedrijven en Kantoorlocaties

7

Ruimtelijke inpassing: • De totale compositie van de bebouwing op één perceel is samenhangend. • Representatieve bebouwing is gericht op aangrenzende hoofdroutes, de (hoofd)straat of belangrijkste openbare ruimte. • Aan de randen van de werkgebieden moet de situering van de gebouwen afgestemd worden op de aangrenzende gebieden en/ of het landschap.

34

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw zoekt aansluiting bij de bouwmassa’s binnen het bouwblok als geheel. • In de gebieden zijn voornamelijk platte daken of bijzondere dakvlakken toegepast. • Abstracte gevelopzet met heldere geleding. • Accenten binnen volume mogelijk. • Entrées onderscheiden zich in of aan de gevel, mits in samenhang met de massa. • Toepassen van open hekwerken en/of beplanting als erfafscheidingen. • Bij nieuwbouw worden reclame-uitingen, rolluiken en installaties meeontworpen.

Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Entrées zijn uitgevoerd in kwalitatief hoogwaardig materiaal en worden zorgvuldig gedetailleerd. • Eén duidelijk en toekomstbestendig gevelmateriaal. • Gedekte kleuren toepassen.

B Winkelcentra en Publieke voorzieningen Ruimtelijke inpassing: • De totale compositie van de bebouwing is samenhangend. • Gebouwen en complexen hebben een alzijdig karakter. • Representatieve bebouwing is gericht op de straat of belangrijkste openbare ruimte. • Aan de randen van de winkelcentra en gebieden met publieke voorzieningen moet de situering van de gebouwen afgestemd worden op de aangrenzende gebieden en/of het landschap. • Bij winkelcentra is sprake van een verbindende plint.

Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw zoekt aansluiting bij de bouwmassa binnen het bouwblok of ensemble. • Er is samenhang tussen de inrichting van het perceel en de architectuur van de bebouwing. • Entrées onderscheiden zich in of aan de gevel, mits in samenhang met de massa. • Entrées hebben een laagdrempelig karakter. • Er is sprake van een levendig gevelbeeld; dichte plintgevels zijn ongewenst. • Toepassen van open hekwerken als erfafscheiding. • Bij nieuwbouw worden reclame-uitingen, rolluiken en installaties mee ontworpen.

8 Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Beganegrondgevels grenzend direct aan openbaar gebied zijn uitgevoerd in kwalitatief hoogwaardig materiaal en worden zorgvuldig gedetailleerd. • Gebouwen binnen een ensemble zijn in maatvoering, kleur- en materiaalgebruik op elkaar afgestemd.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

35

B Grootschalige bebouwing in het groen

9

Ruimtelijke inpassing: • De totale compositie van de bebouwing is samenhangend. • Representatieve bebouwing is gericht op de belangrijkste openbare ruimte. • Bebouwing staat los in de ruimte / het groen. • Aan de randen moet de situering van de gebouwen afgestemd worden op de aangrenzende gebieden en / of het landschap.

36

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw heeft een bouwmassa die is afgestemd op de eigen positie binnen het groen. • Er is samenhang tussen de inrichting van het perceel en de architectuur van de bebouwing. • Entrées onderscheiden zich, mits in samenhang met de massa. • Entrées hebben een laagdrempelig karakter. • Toepassen van open hekwerken en/of beplanting als erfafscheidingen.

Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Gebouwen binnen een ensemble zijn in maatvoering, kleur- en materiaalgebruik op elkaar afgestemd en op de omgeving. • Hekwerken worden uitgevoerd in hoogwaardige materialen en hebben een bij de omgeving passende gedekte kleur. • Het nachtbeeld is onderdeel van de ontwerpopgave.

B Historische landschappen en Begraafplaatsen Ruimtelijke inpassing: • Bouwinitiatieven zijn afgestemd op de positie binnen het groen danwel het landschap. • Bouwinitiatieven respecteren de nog aanwezige historische context en betekenis. • De totale compositie van de bebouwing is samenhangend en ondergeschikt. • Representatieve bebouwing is gericht op de belangrijkste openbare ruimte. • Aan de randen moet de situering van de gebouwen afgestemd worden op de aangrenzende gebieden en / of het landschap.

Bouwwerk op zichzelf: • Er is samenhang tussen de inrichting van het perceel en de architectuur van de bebouwing. • Bebouwing en kunstwerken passen binnen de historische context en betekenis. • Gezien het alzijdig karakter van het bouwwerk binnen de voornamelijk groene omgeving, wordt elke gevel als voorgevel beschouwd. • Inrichtingselementen (parkmeubilair, bruggen, hekwerken e.d.) zijn op elkaar afgestemd en passen bij de sfeer en het karakter van het terrein. • Toepassen van open hekwerken en / of beplanting als erfafscheidingen. • Zeer terughoudend omgaan met reclameuitingen. Reclames overstemmen het groene karakter van de omgeving niet.

10 Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • De keuze voor materialen en kleuren is afgestemd op de omgeving. • De detaillering is robuust. • Hekwerken worden uitgevoerd in hoogwaardige materialen en hebben een bij de omgeving passende gedekte kleur.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

37

B Groenstructuren, Sport- en Recreatiegebieden

11

Ruimtelijke inpassing: • Bouwinitiatieven zijn afgestemd op de positie binnen het groen danwel het landschap. • Bouwinitiatieven respecteren belangrijke zichtlijnen. • De totale compositie van de bebouwing is samenhangend. • Gebouwen en complexen hebben een alzijdig karakter. • Het hoofdgebouw is gericht op de straat of belangrijkste functionele buitenruimte. • Aan de randen van de sport- en recreatiegebieden moet de situering van de gebouwen afgestemd worden op de aangrenzende gebieden en / of het landschap.

38

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw heeft een bouwmassa die is afgestemd op de eigen positie binnen het groen. • Er is samenhang tussen de inrichting van het perceel en de architectuur van de bebouwing. • Bebouwing en kunstwerken passen binnen de groene context. • Gezien het alzijdig karakter van het bouwwerk binnen de voornamelijk groene omgeving wordt elke gevel als voorgevel beschouwd. Dit geldt soms ook voor de boven-¬ en onderkanten van bouwwerken. • Inrichtingselementen (parkmeubilair, bruggen, hekwerken en dergelijke) zijn op elkaar afgestemd en passen bij de sfeer en het karakter van het terrein • Toepassen van open hekwerken en / of beplanting als erfafscheidingen. • Zeer terughoudend omgaan met reclameuitingen. Reclames overstemmen het groene karakter van de omgeving niet.

Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • De keuze voor materialen is afgestemd op de omgeving. • De detaillering is robuust. • Hekwerken worden uitgevoerd in hoogwaardige materialen en hebben een bij de omgeving passende gedekte kleur. • Het nachtbeeld is onderdeel van de ontwerpopgave.

B Hoofdstructuren (wegen, water, spoor & metro) Ruimtelijke inpassing: • Bouwinitiatieven zijn afgestemd op de positie binnen danwel aan de infrastructuur. • De totale compositie van gebouwen en complexen draagt bij aan het openbare karakter van de structuur waaraan het gelegen is. • Representatieve bebouwing is gericht op de infrastructuur danwel belangrijkste openbare ruimte. • Aan de randen van openbare gebieden moet de situering van de gebouwen afgestemd worden op de aangrenzende gebieden en/of het landschap.

Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw heeft een bouwmassa die is afgestemd op de eigen positie binnen of aan de openbare ruimte. • Gezien het alzijdig karakter van het bouwwerk binnen de voornamelijk groene omgeving wordt elke gevel als voorgevel beschouwd. Dit geldt soms ook voor de boven- en onderkanten van bouwwerken. • Bouwwerken in een eigenzinnige vormentaal zijn goed mogelijk; wel moet er een verband zijn met de architectuur van de omgeving. • Reclames overstemmen het karakter van de omgeving niet. • Geluidsschermen worden zodanig vormgegeven dat het zicht op de stad, het landschap en het water intact blijft. Ze worden vanaf de infrastructuur beschouwd als een voorgrond waar iets achter ligt, een intermediair tussen infrastructuur en omgeving. • Geluidsschermen gelegen in groenstructuren worden landschappelijk ingepast (ingroenen). • Toepassen van open hekwerken en/of beplanting als erfafscheidingen.

12 Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Bouwwerken die behoren tot de openbare ruimte in of langs de hoofdstructuren moeten voldoen aan de eisen gesteld in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). • Kleuren zijn gedekt en afgestemd op de infrastructuur en omgeving. • Toepassing van graffitivrij materiaal. • Hekwerken worden uitgevoerd in hoogwaardige materialen en hebben een bij de omgeving passende gedekte kleur. • Het nachtbeeld is onderdeel van de ontwerpopgave.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

39

B

40

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

B

9. Sneltoetscriteria Voor veelvoorkomende kleinschalige bouwopgaven die niet vergunningsvrij zijn, zijn eenduidige randvoorwaarden opgesteld. Deze randvoorwaarden worden sneltoetscriteria genoemd. Vanuit welstandsoogpunt zijn de sneltoetscriteria minimale visuele kwaliteitseisen bedoeld om een bepaald ruimtelijk kwaliteitsniveau in stand te houden. Vanzelfsprekend zijn de gebiedscriteria van toepassing op gebieden waar sprake is van een bijzonder welstandniveau danwel op monumenten en op gebieden die als beschermd dorpsgezicht zijn aangewezen, tenzij anders vermeld. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan aan de hand van de sneltoetscriteria voor veelvoorkomende bouwwerken zien of zijn of haar bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een bouwplan is niet strijdig met redelijke eisen van welstand als: • Het bouwwerk voldoet aan de sneltoetscriteria. • Het bouwwerk bij vervanging qua plaatsing en vormgeving identiek is aan het oorspronkelijke bouwwerk, mits het oorspronkelijke bouwwerk formeel via een omgevingsvergunning vergund is danwel geen exces betreft. • Soms bevatte het oorspronkelijke door de gemeente goedgekeurde ontwerp van het hoofdgebouw enkele optionele uitbreidingen (bijvoorbeeld een kopersoptie dakkapel). Indien het geplande bouwwerk gelijk is aan deze optionele uitbreiding dan is het bouwwerk niet strijdig met redelijke eisen van welstand.

• Het bouwwerk is passend binnen een specifiek beleid dat in een bepaalde straat of buurt specifiek voor een van de genoemde categorieën bouwwerken is opgesteld. Voorbeelden hiervan zijn trafohuisjes.

Net als de Basiscriteria en de Gebiedscriteria zijn de Sneltoetscriteria in drie schaalniveaus te onderscheiden: • Ruimtelijke inpassing; • Vormgeving; • Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering).

De 6 Categorieën Sneltoetscriteria: 1

Bijbehorende bouwwerken

2

Daktoevoegingen

3

Gevelwijzigingen

4

Technische voorzieningen

5

Hekwerken en afscheidingen

6

Zonwering en raambeveiliging

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

41

B Bijbehorende bouwwerken

1

Aangebouwde bouwwerken

Vrijstaande bouwwerken

Ruimtelijke inpassing: • Aangebouwde bouwwerken zijn per architectonische eenheid (zoals een afzonderlijk pand, rijwoningen of een ensemble van panden) gelijk en worden in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen (bij nieuwbouw conform de aangeboden optionele aanbouw bij oplevering).

Ruimtelijke inpassing: • Vrijstaande bouwwerken zijn per architectonische eenheid (zoals een afzonderlijk pand, rijwoningen of een ensemble van panden) gelijk en worden in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen (bij nieuwbouw conform het aangeboden optionele bijgebouw bij oplevering).

Vormgeving: • Een aangebouwd bouwwerk is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • De gevelindeling sluit aan bij de vormgeving van het hoofdgebouw. • Gevels gericht naar het openbaar gebied hebben een open karakter. • De aanbouw heeft een plat dak of een bij het hoofdgebouw/de architectonische eenheid passende kapvorm.

Vormgeving: • Een vrijstaand bouwwerk is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Eenvoudige vormgeving, passend bij de functie van het bouwwerk en / of het hoofdgebouw. • Het bouwwerk heeft een plat dak of een bij het hoofdgebouw passende kapvorm.

Uitwerking: • Materiaal, kleur en detaillering is afgestemd op het hoofdgebouw. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

42

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Uitwerking: • Materiaal, kleur en detaillering is afgestemd op het hoofdgebouw of het tuin- of erfkarakter. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

B Daktoevoegingen

2

Dakkapellen Ruimtelijke inpassing: • Dakkapellen zijn per architectonische eenheid (zoals een afzonderlijk pand, rijwoningen of een ensemble van panden) gelijk en worden in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen (bij nieuwbouw conform de aangeboden optionele dakkapel bij oplevering). • Op één dakvlak (woningblok) herhaling van gelijke dakkapellen. • De afstand tussen de dakkapel, overige dakelementen (zoals schoorstenen en dakdoorvoeren) en de rand van het dakvlak (per woning) is in alle situaties minimaal 0,5 meter. • Bij stapeling van dakkapellen op hetzelfde dakvlak; afstand tussen bovenzijde onderste dakkapel en voet bovenstaande dakkapel minimaal 0,5 meter, verticaal gemeten • Meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak (woningblok) dienen regelmatig gerangschikt te worden op één horizontale lijn met naastgelegen dakkapellen; bovenzijde steeds op dezelfde hoogte. • De hoogte van de dakkapel is maximaal 1,75 meter (incl. dakrand). Vormgeving: • De dakkapel heeft in basis een plat dak (mits de oorspronkelijke architectuur van het gebouw een andere vormgeving kent). • Herhaling van gelijke dakkapellen op één aaneengesloten dakvlak (woningrij, bouwblok of ensemble). • Geen dichte panelen in het front van de dakkapel. Bij achterliggende dragende muur is een smalle strook toegestaan.

Dakopbouwen Uitwerking: • Materiaal, kleur en detaillering is afgestemd op het hoofdgebouw. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

Ruimtelijke inpassing: • Dakopbouwen zijn per architectonische eenheid (zoals een afzonderlijk pand, rijwoningen of een ensemble van panden) gelijk en worden in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen (bij nieuwbouw conform de aangeboden optionele dakkapel bij oplevering). • Bij plaatsing op een specifieke dakvorm gelden de Gebiedscriteria. Vormgeving: • Op één dakvlak (woningblok) herhaling van gelijke dakopbouwen. • Een dakopbouw is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • De dakopbouw heeft een bij het daktype passende hoofdvorm. • Bij dakopbouwen op een schuin dak; goothoogte nooit hoger dan de oorspronkelijke nok. • De gevelindeling sluit aan bij de vormgeving van het hoofdgebouw. • Bij dakopbouwen op een schuin dak; dichte panelen in het front (voorvlak) beperken. Uitwerking: • Materiaal, kleur en detaillering is afgestemd op het hoofdgebouw. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

43

B Daktoevoegingen (vervolg)

2

Dakterassen Ruimtelijke inpassing: • Dakterrassen zijn per architectonische eenheid (zoals een afzonderlijk pand, rijwoningen of een ensemble van panden) gelijk en worden in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen (bij nieuwbouw conform het aangeboden optionele dakterras bij oplevering). • Op één dakvlak (zoals een aaneengesloten woningrij of bouwblok) herhaling van gelijke dakterrassen, op uniforme wijze geplaatst. • Aan gevelzijden die zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied worden balustrades minimaal 1,5 meter teruggeplaatst van de gevel (niet de uitkragende dakrand) of van de bovenrand van een schuin dakvlak. • De dakopgang (kleine dakopbouw of dakluik) is minimaal 2,0 meter teruggeplaatst van de gevel of van de bovenrand van een schuin dakvlak. Vormgeving: • Hoogte van de balustrade is maximaal 1,3 meter. • Hoogte van de toegang naar het dakterras is maximaal 2,3 meter. Dakluiken hebben altijd de voorkeur. • Oppervlakte dakopgang is maximaal 2m². • Vormgeving van de opbouw is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Balustrade is uitgevoerd als open hekwerk (zoals verticale spijlen).

44

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Uitwerking: • Materiaal, kleur en detaillering van de dakopgang en balustrade zijn terughoudend en afgestemd op het hoofdgebouw. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk. Aanvullende voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Vormgeving, materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op de oorspronkelijke architectuur en per architectonische eenheid identiek. • Toepassing van hoogwaardige materialen en detaillering, afgestemd op de oorspronkelijke situatie.

B 3

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

45

B Gevelwijzigingen

3

Kozijn- en gevelwijzigingen Ruimtelijke inpassing: • De oorspronkelijke hoofdindeling van de gevel is het uitgangspunt. • Bij een gevelwijziging blijft de samenhang en ritmiek van de gevel als onderdeel van een straatwand behouden. • Kozijn- en gevelwijzigingen leiden niet tot grove verschraling van kenmerkende gevelonderdelen. Vormgeving: • De oorspronkelijke kozijnindeling is het uitgangspunt. • Indeling en detaillering van kozijnen is per architectonische eenheid hetzelfde (individueel pand, gevelwand, blok of ensemble). Uitwerking: • De oorspronkelijke detaillering is het uitgangspunt. • De maat van de negge, de breedte en de diepte van de kozijnprofielen en variërende posities van glasvlakken binnen een kozijn (zoals bij een verspringende glaslijn in een bovenlicht) zijn gebaseerd op het oorspronkelijke ontwerp. • Materiaal, kleurgebruik en detaillering is afgestemd op het hoofdgebouw danwel het bouwblok als geheel. • Detaillering en materialen worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk. • Transparante geveldelen worden niet geblindeerd door zonwerend glas, panelen of schilderwerk.

46

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Groene gevels •

• •

Ventilatieroosters worden niet zichtbaar of architectonisch ingepast. Zij mogen geen afbreuk doen aan de samenhang van het pand/ de gevelwand, het blok of het ensemble. Materiaal, kleur en detaillering is afgestemd op het hoofdgebouw. Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

Aanvullende voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Raamindeling kozijnen gelijk aan oorspronkelijk ontwerp. • Oorspronkelijke roedeverdeling behouden. • Glas-in-lood behouden of op vergelijkbare wijze terugbrengen in de gewijzigde situatie. • Kleur en detaillering volledig conform het oorspronkelijk ontwerp.

Ruimtelijke inpassing: • De oorspronkelijke hoofdindeling van de gevel is het uitgangspunt. • De samenhang en ritmiek van de gevel als onderdeel van een straatwand blijft behouden. • De groene gevel is qua positie, maat en schaal afgestemd op de bestaande gevelcompositie en heeft hierop geen verstorende werking. Vormgeving: • Een ‘levende’ jaarlijks blijvend groene gevel is het uitgangspunt. Niet ‘levende’ beplanting wordt niet gerekend tot groene gevels. Aanvullende voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Groene gevels en -daken niet aanbrengen op een beeldbepalend gevel- of dakvlak. Uitwerking: • Materiaal, kleur en detaillering van de achterconstructie is hoogwaardig en afgestemd op het hoofdgebouw. • Materialen en detaillering van de achterconstructie worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk. Aanvullende voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • De ingreep moet reversibel (zonder grote aanpassing terug te draaien naar de situatie van vóór de betreffende ingreep) zijn en regulier onderhoud niet in de weg staan.

B Gevelwijzigingen (vervolg)

3

Gevel- en dakisolatie Ruimtelijke inpassing: • Na-isoleren van een pand dat onderdeel is van een architectonische eenheid (zoals seriematige woningen, rijwoningen of een ensemble van panden) is mogelijk als de samenhang en uitstraling van het totale gevelbeeld blijft bestaan. • Na-isoleren van een individueel pand is mogelijk als het nieuwe gevelontwerp minimaal gelijkwaardig is aan het bestaande gevelontwerp. • Per architectonische eenheid geldt de eerst vergunde aanvraag als ‘trendsetter’. Vormgeving: • Na-isoleren is mogelijk op basis van een zorgvuldig gevelontwerp. • Na-isoleren van een dak dat onderdeel is van een architectonische eenheid (zoals seriematige woningen, rijwoningen of een ensemble van panden) is mogelijk mits de goot in stand blijft en de dakbedekking gelijk blijft aan de bestaande dakbedekking. • Na-isoleren van een dak van een individueel pand is mogelijk als de dakafwerking van gelijke uitstraling en kwaliteit is of op passende wijze wordt aangepast. • Bindende gevelelementen en architectonische verbijzonderingen blijven voldoende afleesbaar of worden op gelijke wijze teruggebracht.

Uitwerking: Materiaal, kleur en detaillering is van gelijke kwaliteit als de bestaande architectonische eenheid en sluit hier op aan. Aanvullende voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Na-isoleren aan de buitenzijde is niet toegestaan; gevels en daken mogen geen veranderingen kennen. Het plaatsen van voorzetgevels is niet toegestaan. • Inpassing van natuurlijke ventilatie bij na-isolatie mag geen afbreuk doen aan het beschermde dorpsgezicht of het monument. • Het na isoleren aan de binnenzijde van monumenten mag van binnenuit als hiermee geen monumentale waarden worden aangetast. Het na isoleren is niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

47

B Technische voorzieningen

4

Schotelantennes en windturbines

Technische installaties Ruimtelijke inpassing: • Warmtepompen, airco-units en andere technische installaties op gevels en op platte daken van dakkapellen zijn ongewenst. • Op platte daken worden warmtepompen, aircounits en andere technische installaties met meer afstand dan 1,5 keer de totale hoogte van de installaties tot alle dakranden geplaatst. • Op platte daken worden warmtepompen, airco-units en andere technische installaties zo compact en logisch mogelijk gegroepeerd. • Uitmondingen van afvoerpijpen zijn op een plat dak niet hoger dan 1,5 meter. • Afvoerpijpen steken op een schuine kap maximaal 1 meter boven de nok uit. • Leidingen en bekabeling van toe- en afvoer van warmtepompen, airco-units en andere technische installaties worden in lengte en zichtbaarheid geminimaliseerd en nooit diagonaal geplaatst. • Indien plaatsing van een warmtepomp of airco-unit op het dak niet mogelijk is; is plaatsing volgens de vergunningvrije regels het uitgangspunt; een vanaf de openbare ruimte onzichtbare inpassing van de technische voorziening.

48

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Vormgeving: • Warmtepompen, airco-units en andere technische installaties worden voorzien van een nette, bij de bebouwing passende afwerking (bijvoorbeeld door middel van omkasting of omrastering). Uitwerking: • De kleur van technische installaties en bijbehorende zichtbare onderdelen dient in samenhang met het gebouw uitgevoerd te worden. • De kleur van technische installaties en bijbehorende zichtbare onderdelen mag geen afbreuk doen aan de architectonische samenhang. • Materiaal en detaillering zijn eenvoudig.

Ruimtelijke inpassing: • Beperkt zichtbaar vanuit de omgeving. • Plaatsing nooit voor de voorgevelrooilijn. • Schotelantennes hebben een doorsnee van maximaal 1 meter aan de zichtzijde. • Schotelantennes worden bij balkons aan de binnenzijde van de balustrade plaatsen. • Bij plaatsing op een plat dak; afstand tot de dakrand is minimaal gelijk aan de opbouwhoogte. • Bij plaatsing op het achtererf en op een vrijstaande bijgebouw; bovenzijde lager dan 5m boven maaiveld. Vormgeving: • Eenvoudige vormgeving. Uitwerking: • Materiaal en detaillering zijn eenvoudig. Aanvullende voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Schotelantennes en windturbines mogen geen afbreuk doen aan het aangezicht van het beschermde dorpsgezicht en of het monument.

B Technische voorzieningen (vervolg)

4

Zonnepanelen en -collectoren Algemeen: • Plaatsing op een gevelvlak is mogelijk, mits zonnepanelen of -collectoren goed zijn ingepast in het ontwerp. • Plaatsing nooit voor de voorgevelrooilijn. Aanvullende voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: Ruimtelijke inpassing: • Plaatsing is alleen mogelijk op het achterdakvlak of op een zijdakvlak dat niet gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied. • Plaatsing op een beeldbepalend dak(vlak), zoals benoemd in de monumentenomschrijving is niet mogelijk. • Plaatsing op een schuin dak; De afstand tussen het zonnepaneel of -collector en de rand van het dakvlak (per woning) is in alle situaties minimaal 0,5 meter. • Afstand tot andere objecten op het dak (zoals schoorstenen en dakdoorvoeren) is minimaal 0,25 meter. • De hellingshoek van het zonnepaneel of -collector is gelijk aan de hellingshoek van het dakvlak. • Plaatsing op een plat dak; afstand tot de dakrand is minimaal gelijk aan de totale opbouwhoogte van het paneel of de collector. • Plaatsing is in beginsel niet toegestaan op kappen met een bijzondere bekleding in kleur, patroon of materiaal.

Vormgeving: • Panelen en collectoren integraal opnemen in het ontwerp van het bouwwerk. • Bij meerdere zonnepanelen of -collectoren; identieke maatvoering en logische rangschikking. • Bij meerdere zonnepanelen of -collectoren op één dakvlak; herhaling van identiek geplaatsteen identiek gemaatvoerde zonnepanelen. Uitwerking: • De ingreep moet omkeerbaar zijn en regulier onderhoud niet in de weg staan. • Panelen / voorzieningen van hoge kwaliteit in een kleur passend bij het dakvlak.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

49

B Hekwerken en afscheidingen

5

Erfafscheidingen

Terrasschermen

Balustrades en balkonafscheidingen

Ruimtelijke inpassing: • Voor de voorgevelrooilijn; hoogte maximaal 1 meter. • Achter de voorgevelrooilijn; hoogte maximaal 2 meter. • Langs / aan het water; hoogte maximaal 1 meter.

Ruimtelijke inpassing: • In openbaar gebied; indien toegestaan, hoogte passend bij de functie. Schermen blokkeren het (uit)zicht niet.

Ruimtelijke inpassing: • Bij vervanging blijven de hoogte-breedte verhoudingen gelijk. • Bij de ophoging van galerijvloeren e.d. is sprake van een toevoeging van leuningelementen in plaats van het verhogen van een volledige balustrade.

Vormgeving: • Oorspronkelijk meeontworpen erfafscheidingen blijven behouden en worden gevolgd. • Transparante vormgeving en zorgvuldige detaillering, in samenhang met de architectonische eenheid en het omliggende gebied. • Hoge erfafscheidingen direct grenzend aan openbaar toegankelijk gebied worden landschappelijk ingepast (ingroenen). In beplanting uitgevoerde afscheidingen hebben de voorkeur. • Erfafscheidingen in openbaar gebied worden altijd uitgevoerd als open hekwerk. Uitwerking: • Materiaal, kleur en detaillering zijn per architectonische eenheid identiek. • Toepassing van hoogwaardige materialen en detaillering, afgestemd op de oorspronkelijke situatie. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

50

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Vormgeving: • Oorspronkelijk meeontworpen hekwerken blijven behouden en worden gevolgd. • In openbaar gebied; hekwerken minimaal voor 2/3 transparant vormgeven. • Eenvoudige vormgeving. Uitwerking: • Eenvoudige en ranke detaillering. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

Vormgeving: • Bij vervanging is het oorspronkelijk ontwerp het uitgangspunt. • Hekwerken en balustrades transparant vormgeven (zoals verticale spijlen). • Balustrades maken integraal onderdeel uit van de gevelverhouding van een gebouw. • Eenvoudige vormgeving. Uitwerking: • Eenvoudige en ranke detaillering. • Kleurgebruik passend bij het hoofdgebouw. • Materialen en detaillering worden zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk.

B Zonwering en raambeveiliging Terrasoverkappingen en zonneschermen

Rolluiken en -hekken

Ruimtelijke inpassing: • De maatvoering van een zonneschermen is afgestemd op het gevelontwerp.

Ruimtelijke inpassing: • Maatvoering afgestemd op de gevelopeningen in het gevelontwerp. • Bij monumenten en in beschermde dorpsgezichten is plaatsing aan de buitenzijde niet toegestaan. • In alle overige gebieden is plaatsing aan de buitenzijde toegestaan indien dit aan de binnenzijde om aantoonbare (bouwtechnische) redenen onmogelijk is.

Vormgeving: • De vormgeving is afgestemd op het gevelontwerp. Uitwerking: • De kleur is terughoudend en afgestemd op het hoofdgebouw.

6

Vormgeving: • Minimaal 75% over de gehele oppervlakte (in gesloten toestand) voorzien van glasheldere doorkijkopeningen. • Bij nieuwbouw worden luiken en hekken geïntegreerd in het gevelontwerp. Uitwerking • De kleur is terughoudend en is afgestemd op het hoofdgebouw. • Rolkast en geleiders worden zijn geheel geminimaliseerd en weggewerkt in de detaillering van het gevel-ontwerp.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

51

52

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

C

BIJLAGEN 1. Algemene uitgangspunten van welstandstoetsing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52 2. Excessenregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 3. Gebiedsbeschrijvingen . . . . . . . . . . . . . . 57 4. Begrippenlijst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80 5. Beeldkwaliteitplannen en Gebiedspaspoorten . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 6. Monumenten en Beschermd dorpsgezichten . . . . . . . . . . . 86

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

53

C

1. Algemene uitgangspunten van welstandstoetsing De hier volgende algemene uitgangspunten liggen ten grondslag aan een planbeoordeling die niet kan worden getoetst aan de beeldkwaliteitcriteria zoals omschreven in deel B. De uitgangspunten bestaan uit een uiteenzetting van algemene architectonische begrippen en aspecten. De algemene architectonische begrippen komen voort uit de notitie die de toenmalige rijksbouwmeester, dhr. Tj. Dijkstra, in 1985 heeft uitgebracht onder de titel ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid’. Ze vormen het begrippenkader en zijn als het ware het gereedschap bij de argumentatie van het welstandsadvies.

54

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Toepassing algemene uitgangspunten van welstandstoetsing In bijzondere situaties, wanneer de Gebiedscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene uitgangspunten van welstandstoetsing. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet. De Commissie voor welstand en monumenten’, in Capelle het Q-team genaamd, kan het college van burgemeester en wethouders in zo’n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren af te wijken van de Gebiedscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene uitgangspunten van welstandstoetsing wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.

Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben, zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context.

Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie dan verliest zij daar mee aan begrijpelijkheid en integriteit.

C Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.

Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.

Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren, kunnen de Gebiedscriteria duidelijkheid verschaffen.

Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden verhaspeld of ongeïnspireerd worden gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen bijvoorbeeld naar zuilenstructuren, zuilen en/of pilasters van tempels. Transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang.

bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd kan worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande (monumentale) omgevingen betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te ‘begrijpen’ als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.

In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen. Er kunnen dan concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

55

C Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door eenvoud verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden helderheid en complexiteit daarom als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in een evenwichtige en spanningsvolle relatie.

56

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Elk bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze eruitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie.

Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.

Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groter. Als materialen en kleuren te veel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben, maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan de materiaal- en kleurkeuze afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.

C

2. Excessenregeling Inleiding Bestaande bouwwerken, seizoensgebonden bouwwerken en te bouwen bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is horen aan minimale kwaliteitseisen te voldoen. De criteria hiervoor moeten in de welstandsnota worden opgenomen. Een omgevingsvergunningvrij bouwwerk wordt echter niet vooraf aan welstandseisen getoetst. Ook ontstaat er geen ‘illegale’ situatie als blijkt dat het opgerichte vergunningsvrije bouwwerk in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Desondanks het bovenstaande zijn er toch bepaalde grenzen aan wat er gebouwd mag worden. Het gaat hier om uitzonderingen, zogenaamde welstandsexcessen; uitsluitend bij bouwwerken die ‘in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand’ kan de gemeente ingrijpen. Hiervoor is de zogenaamde ‘repressieve welstandstoets’ ingesteld; een excessenregeling op grond waarvan gedwongen kan worden bouwwerken die ernstig uit de toon vallen aan te passen. Het gaat hierbij niet om gebouwen die mooi of lelijk zijn, maar niet als passend worden beschouwd in de omgeving. Deze afweging zal bij monumenten en in bijzondere en beschermde gebieden met een vastgelegde beeldwaarde uiteraard anders liggen dan in reguliere en luwe gebieden.

Wettelijk kader Volgens artikel 22.7 van het omgevingsplan kunnen Burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat “in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand” aanschrijven om een dergelijke strijdigheid op te heffen. Concreet kan dit een aanpassing of verwijdering van een bouwwerk of een deel daarvan betekenen. Excessencriteria Er geldt dat bij ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand sprake moet zijn van een exces, dat wil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk, die ook voor niet-deskundigen evident is. Het gaat hierbij dus om zaken waaraan een groot deel van de mensen zich stoort. Vaak heeft dit betrekking op: • • • • • •

Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor de omgeving waarin het zich bevindt; Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; Armoedig materiaalgebruik. Toepassing van felle of contrasterende kleuren. Te opdringerige reclames of reclames die een grove inbreuk maken op wat in de omgeving gebruikelijk is. Ernstige verwaarlozing van het uiterlijk van een bouwwerk.

Excessencriteria Er geldt dat bij ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand sprake moet zijn van een exces. Een bouwwerk is een exces als een groot deel van de mensen zich aan één of meerdere aspecten van de vormgeving ergert. Dit slaat op een duidelijk waarneembare buitensporigheid in het uiterlijk, die ook voor niet deskundigen overduidelijk is. Dit heeft hoofdzakelijk betrekking op: • Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor de omgeving waarin het zich bevindt. • Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk. • Armoedig materiaalgebruik. • Toepassing van felle of contrasterende kleuren. • Te opdringerige reclames of reclames die een grove inbreuk maken op wat in de omgeving gebruikelijk is. • Ernstige verwaarlozing van het uiterlijk van een bouwwerk.

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

57

C

58

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

C 3. Gebiedstype beschrijvingen Er zijn gebieden waar een specifieke karakteristieke uitstraling of een bepaalde te beschermen waarde (bijvoorbeeld gemeentelijk beschermde dorpsgezichten) van kracht is. Bouwopgaven in deze gebieden hebben hoge mate van invloed op de karakteristieke opbouw van een pand of hebben in een bepaalde vorm een grote invloed op het straatbeeld. Het realiseren van bouwplannen wordt in goede banen geleid indien het bouwplan wordt getoetst aan Gebiedscriteria. Bijgaand zijn de gebiedsbeschrijvingen gevoegd die ten grondslag liggen aan de Gebiedsciteria en als ondersteuning bieden voor de beeldvorming.

De 12 Gebiedscriteria in Capelle aan den IJssel: 1

Historische dijklinten

2

Historische polderlinten

3

Planmatige woongebieden

4

Individuele bouw

5

Hoogbouw

6

Architectonische ensembles

7

Bedrijven en Kantoorlocaties

8

Winkelcentra en Publieke voorzieningen

9

Grootschalige bebouwing in het groen

10 Historische landschappen en Begraafplaatsen 11 Groenstructuren, Sport- en Recreatiegebieden 12 Hoofdstructuren (wegen, water, spoor & metro)

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

59

C Historische dijklinten

1

Algemeen Dijklinten bevinden zich langs de grote rivieren. Kenmerkend is het hoogteverschil, de positie van de bebouwing ten opzichte van de dijk en de dichtheid van de bebouwing. Vanaf 1200 wordt Capelle aan den IJssel omdijkt en ontstonden er dijklinten. Er is een onderscheid te maken tussen de verschillende dijklinten in Capelle aan den IJssel. In Capelle was men genoodzaakt zich op of aan de voet van de dijk te vestigen, vanwege overstromingsgevaar in het achterland. De oeverwallen langs de Hollandsche IJssel zijn verschillend in breedte, zodat men zich niet alleen op of aan de dijk kon vestigen, maar tevens verder van de dijk af. De laatste jaren zijn veel dijken langs de grote rivieren verhoogd en verlegd in het kader van de dijkverbetering. In sommige gebieden worden dij¬ken doorgestoken als bufferruimte voor de afvoer van rivierwater. Tussen de dijklinten bestaat verschil in dichtheid en in beleving van open- of beslotenheid. Op sommige plekken zijn nederzettingen en buurtschappen ontstaan en op andere is het dijklint juist landelijk gebleven. Om deze verschillen in dijklinten te accentueren worden verschillende welstandseenheden onderscheiden. In Capelle aan den IJssel is verschil gemaakt in ‘dorpse dijklinten’, ‘uitlopers/buurtschappen’ en ‘landelijke dijklinten’. Voor elk van deze welstandseenheden gelden aparte criteria.

60

Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025

Dorpse dijklinten In Capelle aan den IJssel is het dijklint van de oude kern Capelle aan den IJssel een dorps dijklint (Dorpsstraat en de Kerkweg). Dorpse dijklinten worden gevormd door een fysieke verdichting in bebouwing en een visuele verdichting in het beeld. Historische dorpsgebieden zijn ontstaan als een verdichting van de dijklinten. In deze verdichtingen vestigden zich naast de agrarische functie ook de dienstverlenende en maatschappelijke functies. Het dijklint van de oude kern Capelle aan den IJssel is een dorps dijklint. Dorpsstraat en Kerklaan De bebouwing aan de Dorpsstraat en de Kerklaan vormen twee gesloten wanden langs de dijk en de weg. Veel van de woningen aan de Dorpsstraat zijn recht op de dijk gezet waardoor er geringe rooilijnverspringingen ontstaan. De bebouwing bestaat uit staafvormige panden, die van dakvorm, nok en goothoogte sterk van elkaar verschillen. De bouwhoogte van de woningen is 1,5 tot 2 lagen met een kap. In het centrumgebied komen er verschillende kappen voor als mansardekap, schilddak of zadeldak. Het kleur- en materiaalgebruik in het centrumgebied loopt uiteen van wit pleisterwerk tot bakstenen. De voorgevel van het hoofdgebouw bestaat uit één geheel maar is te onderscheiden in een boven- en onderstuk. Het onderstuk is meestal niet symmetrisch, bij sommige woningen is het bovenstuk in zijn geheel symmetrisch.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16055408/1