06.02 - Welstandsnota 2025
Tekst van het document
Capelle aan den IJssel
2025
WELSTANDSNOTA
2
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
COLOFON De Welstandsnota 2025 is een herijking van de Nota Beeldkwaliteit uit 2017. Veel van de teksten en foto’s zijn uit die nota overgenomen en zijn uitgangspunt geweest voor de herijking. De Welstandsnota is vastgesteld op 06-10-2025 door de gemeenteraad. Gemeente Capelle aan den IJssel Rivierweg 111 2903 AR Capelle aan den IJssel Postbus 133 2900 AC Capelle aan den IJssel Telefoon: (010) 2848457 info@capelleaandenijssel.nl www.capelleaandenijssel.nl Opgesteld door de afdeling Stadsontwikkeling. Dit is een uitgave van de gemeente Capelle aan den IJssel.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
3
4
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
INHOUDSOPGAVE
A
BELEID
1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 2. Gebiedsgericht beleid . . . . . . . . . . . . . . . . 13 2.1 Identiteit 2.2 Welstandstypologie
3. Welstandsniveau’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3.1 Luw welstandsniveau 3.2 Regulier welstandsniveau 3.3 Bijzonder welstandsniveau 3.4 Welstandsvrij
4. Onderscheid in bouwopgaven . . . . . . . . . .16 4.1 Kleinschalige bouwopgaven 4.2 Grotere bouwopgaven 4.3 Grootschalige ontwikkelopgaven
5. Welstand en overig beleid . . . . . . . . . . . . . 18 5.1 Welstand en het Omgevingsplan 5.2 Welstand en erfgoedbeleid 5.3 Beeldkwaliteitplannen en gebiedspaspoorten 5.4 Welstand en (nieuwbouw) hoogbouw 5.5 Bouwwerken in de openbare ruimte 5.6 Reclamebeleid 5.7 Welstand en duurzaamheid
B
CRITERIA
C
BIJLAGEN
6. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
1. Algemene uitgangspunten van welstandstoetsing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .54
7. Basiscriteria . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25
2. Excessenregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .57
8. Gebiedscriteria . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27 •1 Historische dijklinten •2 Historische polderlinten •3 Planmatige woongebieden •4 Individuele bouw •5 Hoogbouw •6 Architectonische ensembles •7 Bedrijven en Kantoorlocaties •8 Winkelcentra en Publieke voorzieningen •9 Grootschalige bebouwing in het groen •10 Historische landschappen en Begraafplaatsen •11 Groenstructuren, Sport- en Recreatiegebieden •12 Hoofdstructuren (wegen, water, spoor & metro) 9. •1 •2 •3 •4 •5 •6
3. Gebiedstype beschrijvingen . . . . . . . . . . . .59 4. Begrippenlijst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82 5. Aandachtsgebieden . . . . . . . . . . . . . . . . . . .86 6. Beeldkwaliteitplannen en Gebiedspaspoorten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 7. Monumenten en beschermde dorpsgezichten . . . . . . . . . . . 88
Sneltoetscriteria . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 Bijbehorende bouwwerken Daktoevoegingen Kozijn- en Gevelwijzigingen Technische voorzieningen Hekwerken en afscheidingen Zonwering en raambeveiliging
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
5
CONCEPT
6
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
A
BELEID 1. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 2. Gebiedsgericht Welstandsbeleid . . . . . . . . .13 2.1 Identiteit 2.2 Welstandstypologie 3. Welstandsniveau’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 3.1 Luw welstandsniveau 3.2 Regulier welstandsniveau 3.3 Bijzonder welstandsniveau 3.4 Welstandsvrij 4. Onderscheid in bouwopgaven . . . . . . . . . .16 4.1 Kleinschalige bouwopgaven 4.2 Reguliere bouwopgaven 4.3 Grootschalige ontwikkelingsopgaven 5. Welstand en overig beleid . . . . . . . . . . . . . 18 5.1 Welstand en het Omgevingsplan 5.2 Welstand en erfgoedbeleid 5.3 Beeldkwaliteitplannen en gebiedspaspoorten 5.4 Welstand en (nieuwbouw) hoogbouw 5.5 Bouwwerken in de openbare ruimte 5.6 Reclamebeleid 5.7 Welstand en duurzaamheid
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
7
A
1. Inleiding Aanleiding Veranderingen in de bebouwde omgeving gaan vaak heel geleidelijk. Ze zijn het resultaat van een optelling van bouwinitiatieven, variërend van kleinere bouwwerken zoals een schutting, aanbouw of dakkapel, tot een compleet nieuwe woning, of een nieuw stadsdeel. Het welstandsbeleid dient de samenhang binnen ruimtelijke gebiedseenheden te bewaken en moet de handvatten bieden om deze beoordeling te kunnen maken. Bovendien geeft het aanvragers vooraf inzicht in de criteria waar een bouwplan aan getoetst wordt. Zij kunnen deze gebruiken als handvat bij het opstellen van hun bouwplan waardoor dit eerder aan redelijke eisen van welstand kan voldoen zodat de vergunningprocedure soepeler kan worden doorlopen.
8
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
A Herijking beleid Deze Welstandsnota van Capelle aan den IJssel bevat de ruimtelijke kwaliteitscriteria waar alle bebouwing in de stad aan moet voldoen. Dit welstandsbeleid is een herijking van de Nota Beeldkwaliteit uit 2017. Deze herijking neemt de inhoud, opbouw en volgordelijkheid van de voorgaande herijking uit 2017 als basis. Gebiedstypen; Voor een aantal sinds 2017 gerealiseerde projecten geldt dat zij van dusdanige opzet, aard of omvang zijn geweest dat zij een ‘nieuw’ karakter in een gebied hebben toegevoegd. Het gaat hier vaak om grotere projecten die niet zijn geënt op de samenhang van stedenbouw, architectuur en openbare ruimte in het omliggende gebied, maar een eigen nieuwe identiteit introduceren. Deze projecten zijn daarom ondergebracht bij een nieuw (ander) gebiedstype. Welstandsniveaus; In 2022 heeft de gemeente in samenwerking met onderzoeksbureau Contrei een onderzoeksrapport uitgebracht over de geschiedenis van Capelle aan den IJssel genaamd ‘Het verhaal van Capelle 1945-1990’. Hierbij is er speciale aandacht uitgegaan naar Post-’65 erfgoed uit de periode 1965-1990. Op basis van dit onderzoek heeft het International New Town Institute (INTI) met een vervolgonderzoek een selectie gemaakt van bijzondere gebouwen en structuren binnen Capelle die van waarde zijn voor deze bouwperiode.
Omdat een aantal van deze projecten zich in gebieden met een luw welstandsniveau bevonden in de Nota Beeldkwaliteit 2017 is het welstandsniveau in de Welstandsnota 2025 aangepast naar ‘regulier’. Zodoende kan er welstandshalve meer zorg worden gedragen voor de algehele samenhang van deze projecten.
Criteria; Er is in deze versie met name aandacht besteed aan een aantal nieuwe toetsingskaders die vanwege diverse nieuwe ontwikkelingen in de gebouwde omgeving toegevoegd moesten worden. Ook is met terugwerkende kracht gekeken naar de relevantie van de reeds bestaande toetsingskaders, om deze te herschikken, scherper te stellen en waar mogelijk te reduceren. Kortom; waar werken de regels goed? Waar zijn nieuwe regels voor nodig? En waar kunnen we bestaande regels schrappen zonder in te boeten op de kwaliteit van een bouwplan en de kwaliteit van het omliggende gebied? Met deze aanpassing van de Welstandsnota maakt de gemeente haar welstandsbeleid actueler, tijdsbestendiger en klantvriendelijker. Onveranderd blijft dat initiatiefnemers van bouwplannen aan de hand van dit document in een vroeg stadium informatie over de criteria van een welstandsbeoordeling kunnen krijgen. Tegelijkertijd mag diezelfde initiatiefnemer aannemen dat de gemeente aan de hand van dit document de ruimtelijke kwaliteit van het omliggende gebied (van de beoogde bouwontwikkeling) vanuit diezelfde criteria waarborgt. De Omgevingswet Een tweede reden om de Nota Beeldkwaliteit te herijken, is de sinds 1 januari 2024 ingevoerde Omgevingswet. De beoordelingsregels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van het omgevingsplan.
Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Met de welstandstoets beoordeelt de gemeente of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Om deze koppeling met het omgevingsplan duidelijk te maken is ook expliciet gekozen om
de oude nota beeldkwaliteit van naam te wijzigen naar welstandsnota Capelle aan den IJssel. Onder de Omgevingswet dient de gemeente voor 1 januari 2032 haar eigen omgevingsplan te hebben waarbinnen zij de kwaliteit van het leefgebied van de stad wil behouden, beschermen en versterken. In de Stadsvisie 2021 heeft de gemeente Capelle aan den IJssel hiervoor ambities beschreven en richtlijnen opgesteld, welke verder zijn geconcretiseerd in de Omgevingsagenda 2024. In de Omgevingsagenda 2024 is geprioriteerd waar en waarom we in bepaalde gebieden aan de slag gaan met kwaliteitsverbeteringen. Aan de hand van 10 keuzes is beschreven welke uitgangspunten de gemeente nastreeft in relatie tot toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. Het is van belang dat de in deze beleidsdocumenten gestelde ambities ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit van de stad hun verdere uitwerking krijgen bij wijzigingen aan de gebouwde omgeving. Voortvloeiend uit de Omgevingsagenda zijn (van grof naar fijn) gebiedsvisies, kavel- en gebiedspaspoorten, en natuurlijk afzonderlijke bouwinitiatieven in elkaars verlengde onderdeel van deze ruimtelijke uitwerking. In sommige gevallen is een herijking van het welstandsbeleid hier onderdeel van. Verderop in dit document, en in Bijlage 5 en 6 wordt dit toegelicht.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
9
A Opvolging Het streven is dat de welstandsnota op termijn als breder inzetbaar instrument onder de Omgevingswet gebruikt gaat worden. Direct na de vaststelling van dit document zal daarom worden (door)gewerkt aan een nieuwe herijking van de welstandsnota, met een veelzijdiger gebruik als doel. In deze periode zal ook de keuze worden gemaakt of de regels uit de welstandsnota in het omgevingsplan worden verwerkt of dat de nota een bijlage wordt van het omgevingsplan. Op basis van een grondige kennis van de verschillende tijdslagen en de daarbij behorende stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kenmerken kan gerichter worden gereageerd op de ruimtelijke (dus ook bouwkundige) ingrepen die daarin plaatsvinden. Om aan te geven welke criteria op welke plek in de stad gelden, is een gelaagde beschrijving van de identiteit, het karakter, en de samenhang van wijken en buurten belangrijk. Een toekomstige herijking van de nota zal daarom vooral gericht zijn op een hernieuwde opzet en indeling van de gebiedsomschrijving en een actualisatie van de verschillende gebiedstypen die de stad heeft. Functie Allereerst zal de nota als instrument om bouwplannen te toetsen, blijven fungeren. Daarnaast moeten ook de bewoners en pandeigenaren erin kunnen vinden welke kwaliteiten en kenmerken er in hun omgeving belangrijk zijn omdat de nota deze duidelijk benoemd en toelicht.
Aannemers en bouwkundigen zullen direct op zoek gaan naar de criteria waar bouw- of verbouwplannen aan moeten voldoen. Maar ook architecten en ontwikkelaars moeten erin kunnen vinden wat
10
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
de bredere context en criteria zijn waarbinnen een bouwplan ontwikkeld wordt, en stedenbouwkundigen moeten kennis en voorbeelden halen uit de beschrijvingen en criteria om daaraan verwante ruimtelijke plannen en gebiedsvisies en –paspoorten op te stellen. Status De welstandsnota Capelle aan den IJssel of de beoordelingsregels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van het omgevingsplan. In artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet is opgenomen dat voor de welstandsnota specifiek overgangsrecht geldt. Sinds 1 januari 2024 is de welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit artikel regelt dat als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven, de gemeenteraad beleidsregels vaststelt voor de beoordeling of een bouwwerk. Deze beleidsregels zijn zoveel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken. Dit betekent dat de beleidsregels over de plaatsing van het bouwwerk in de welstandsnota van rechtswege van kracht zijn. Welstandsregels moeten zijn gebaseerd op zowel algemene als gebiedseigen kwaliteiten en kenmerken en voor de aanvrager transparant en navolgbaar zijn. Reikwijdte van de nota De welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025 bevat de basisvoorwaarden waaraan bouwplannen op welstandsaspecten worden getoetst.
De nota legt voor een bepaald gebied op wijkniveau een beoordelingskader vast. Dit is opgesteld vanuit een visie op de toekomst van het gebied en vanuit een beeld van aanwezige waarden. Er worden criteria benoemd die ertoe moeten bijdragen dat
de toekomstige bebouwing past in de omgeving en dat de samenhang binnen gebieden gewaarborgd blijft. Naast welstand wordt onder andere door middel van de Nota Buitenreclame, (stedenbouwkundige) visies, buitenruimtebeleid, beeldkwaliteitsplannen, kavel- en gebiedspaspoorten en erfgoedbeleid gestuurd op de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Het behouden en het liefst versterken van de ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt. Aansturen op ruimtelijke kwaliteit houdt in: zorg dragen om wijzigingen in de gebouwde omgeving aan te laten sluiten bij bestaande gebiedskenmerken; de waarden die er al zijn. Een nieuw plan dient de aanwezige kwaliteit tot zich te nemen, daarop in te spelen, en waar mogelijk hier nieuwe kwaliteit aan toe te voegen. Dit draagt bij aan de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van gebieden. Dit raakt diverse disciplines van architectuur, stedenbouw, landschap en ecologie. Ruimtelijke kwaliteit De noodzaak om aan te geven welke criteria op welke plek in de stad gelden, vraagt om een duidelijke beschrijving van het karakter en de samenhang van wijken en buurten. Hiermee verschuiven accenten van de welstandstoetsing van de kwaliteit van het bouwwerk naar de kwaliteit van de omgeving.
Weliswaar zijn de welstandscriteria in de eerste plaats en formeel nog steeds bedoeld om erop toe te zien dat bouwplannen van voldoende kwaliteit zijn om te passen in de omgeving. Maar zij worden tegelijkertijd gebruikt als middel om de identiteit van en de samenhang in de gebouwde omgeving in stand te houden of te versterken. Als logisch voortvloeisel uit de Omgevingsagenda 2024 is de welstandsnota daardoor een belangrijk
A instrument geworden voor het handhaven en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van Capelle. Werken aan een duurzame stad Ruimtelijke kwaliteit zal nu en in de toekomst meer en meer in relatie komen te staan met het brede duurzaamheidsvraagstuk waarmee de stad is gemoeid. Omdat we met elkaar willen we bouwen aan een duurzame toekomst van onze stad, is een attitude van ontwikkelaars en bouwers nodig die daaraan bijdraagt. Dit vraagt inspanningen op alle duurzaamheidsthema’s. Niet alleen energietransitie, maar ook biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit. Extreme regenval, hittestress, netcongestie en afnemende biodiversiteit zijn slechts een paar aspecten waar de stedelijke ruimte op in moet spelen. Hoe deze aspecten van invloed zijn op de bouwcultuur, en hoe Capelle aan den IJssel hier enerzijds verplichtingen, en anderzijds ambities aan verankerd, is vastgelegd in de Duurzaamheidsleidraad voor bouwen. Zowel de inrichting en de materialisering van de buitenruimte als de wijze van bouwen kan hier nadrukkelijk aan bijdragen. Daarnaast kan de organisatie en oriëntatie-, het fysieke gebruik-, de vormgeving, detaillering, en de keuze van bouwmaterialen van een gebouw een rol spelen. Het welstandsbeleid probeert hierin te ondersteunen en waar mogelijk aan bij te dragen.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
11
A 2
12
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
A
2. Gebiedsgericht beleid 2.1 Identiteit De identiteit van Capelle aan den IJssel is in de tweede helft van de vorige eeuw flink gewijzigd. Van een dorp langs de Hollandse IJssel, onder de rook van Rotterdam, is de stad uitgegroeid naar een woonkern met een eigen identiteit. De groei die de stad heeft doorgemaakt is in de ruimtelijke structuur goed herkenbaar. De verschillende wijken uit de verschillende tijdsperioden (de jaarringen) zorgen voor de nodige afwisseling in het straatbeeld. Hierbij hoort een gebiedsgericht beleid.
De gebiedstypologie vormt de basis van de welstandsnota. Ook bepaalt de gebiedstypologie voor een groot deel welk welstandsniveau van toepassing is.
2.2 Welstandstypologie Bij het adviseren over of toetsen van een plan voor nieuwbouw of verbouw aan redelijke eisen van welstand wordt in de eerste plaats gekeken of de bij de bebouwing behorende karakteristieken van het gebied in stand wordt gehouden of wordt versterkt. Daarnaast wordt gekeken naar de algehele kwaliteit van het gebouw zelf. Voor welstandstoetsing is een goed beeld van de bestaande situatie daarom van groot belang. Die bestaande situatie wordt beschreven en geanalyseerd in deze welstandsnota (zie bijlage 3, Gebiedsbeschrijvingen). Op grond daarvan zijn Gebiedscriteria opgesteld (uitgewerkt in deel B) op basis waarvan het bouwplan wordt beoordeeld.
Legenda
Omdat veel gebieden beschikken over overeenkomstige karakteristieken als gevolg van een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis, ontwikkelingswijze en samenhang van stedenbouw, architectuur en openbare ruimte, is het onnodig om elke wijk of buurt afzonderlijk te beschrijven. Gebieden met dezelfde karakteristieken worden ondergebracht bij een gebiedstype. De opbouw en onderverdeling in verschillende gebiedstypen wordt de gebiedstypologie genoemd.
Kaart Gebiedstypen
Er zijn 12 gebiedstypen onderscheiden. Op de Kaart Gebiedstypen* (digitaal opvraagbaar) staat specifiek aangegeven tot welk gebiedstype een bepaalde locatie behoort.
1 Historische Dijklinten 2 Historische Polderlinten 3 Planmatige woongebieden 4 Individuele bouw 5 Hoogbouw
Legenda 6 Architectonische ensembles 1 Historische Dijklinten 7 Bedrijven en kantoorlocaties 2 Historische Polderlinten
8 Winkelcentra en Publieke voorzieningen 3 Planmatige woongebieden
9 Grootschalige bebouwing in het groen 4 Individuele bouw 5 Hoogbouw landschappen en Begraafplaatsen 10 Historische 6 Architectonische ensembles 11 Groenstructren, Sport- en Recreatiegebieden 7 Bedrijven en kantoorlocaties
12 Hoofdstructuren
8 Winkelcentra en Publieke voorzieningen
Water 9 Grootschalige bebouwing in het groen 10 Historische landschappen en Begraafplaatsen Hoofdwegen 11 Groenstructren, Sport- en Recreatiegebieden Metrobaan 12 Hoofdstructuren
Spoorbaan Water
Hoofdwegen Metrobaan Spoorbaan
* Deze kaart is een momentopname en beschrijft zodanig de huidige situatie. De kaart zal worden geupdate indien veranderingen zijn doorgevoerd.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
13
A
3. Welstandsniveau’s Er zijn 4 Welstandsniveau’s te onderscheiden: • • • •
Luw Regulier Bijzonder Welstandsvrij
De gevoeligheid van een gebied voor nieuwe bouwplannen is afhankelijk van de samenhang tussen de cultuurhistorie, de stedenbouw en de architectuur. Deze samenhang of ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door een aantal kenmerken van het gebied. Deze kenmerken zijn: • Hoe de verschillende gebouwen in een gebied zijn gelegen ten opzichte van de straat, de verkaveling, de buitenruimte en elkaar; • Welke bouwvormen voorkomen in dat gebied (grote of kleine massa’s, één of meerdere verdiepingen, met of zonder kap); • In welke mate de gevels een karakteristieke opbouw hebben (staande of liggende ramen, een afzonderlijke onderpui e.d.); • Of er sprake is van kenmerkend kleur- en materiaalgebruik en van specifieke details. • Of er sprake is van bijzondere cultuurhistorische waarden. • De verhouding tot het openbaar gebied en de inrichting daarvan. De wijze van adviseren en toetsen en de uitwerking van de welstandscriteria zijn direct gekoppeld aan de welstandniveaus. Op de Kaart Welstandsniveau’s* (digitaal opvraagbaar) staat aangegeven tot welk welstandniveau een bepaalde locatie behoort. De wijze van adviseren en toetsen is apart opvraagbaar. De welstandscriteria zijn uitgewerkt in deel B van deze nota. 14
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
3.1 Luw welstandsniveau Grote delen van de stad zijn op een uniforme manier opgebouwd en er is in deze gebieden gestandaardiseerd gebouwd. Het specifieke karakter van deze gebieden wordt niet bepaald door de bijzondere architectuur van de panden in het gebied, maar de eenduidige stedenbouwkundige opzet. Bouwinitiatieven in deze gebieden zijn er hoofdzakelijk op kleine schaal. Het gaat daarbij om de plaatsing van dakkapellen, aanbouwen, bijgebouwen etc. Inzet is een ‘ontspannen’ welstandsbeleid voeren. Van bouwopgaven in gebieden met een luw welstandsniveau wordt verwacht dat deze een beperkte invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit. Er wordt meer ruimte geboden voor het realiseren van dergelijke kleinschalige bouwopgaven. Er zijn voor welstandsluwe gebieden criteria opgesteld waar bouwplannen aan getoetst worden. Het zijn minimale eisen die initiatiefnemers niet ‘dwingt’ hun bouwwerk op een bepaalde manier te realiseren, maar stimuleert om een bouwwerk binnen ruime criteria vorm te geven. Hierbij wordt de ‘vinger aan de pols’ gehouden. Voor kleinschalige (veelvoorkomende) bouwopgaven zijn eenduidige criteria opgesteld (deel B; de Sneltoetscriteria). Voor grotere bouwopgaven in gebieden met een luw welstandsniveau zijn eenduidige criteria voor grotere bouwopgaven opgesteld (deel B; de Basiscriteria).
Voor bouwwerken in welstandsluwe gebieden die direct grenzen aan de Capelse hoofdstructuren geldt vanwege de hoge belevingswaarde en zichtbaarheid (vaak over grote afstand) een regulier welstandniveau. De hoofdstructuren zijn aangegeven op de kaart ‘ Welstandsniveaus’
3.2 Regulier welstandsniveau Gebieden die een specifiek karakter hebben of gebieden waarbij de beeldkwaliteit wordt bepaald door de samenhangende architectuur van de panden in het gebied hebben een regulier welstandniveau. Ook gebieden waarbij de impact van een bouwwerk op de omgeving groot is, hebben een regulier niveau. Deze gebieden zijn de drager van het stedelijke weefsel en moeten ook als zodanig verzorgd worden. Ook de belangrijkste groengebieden en gebieden direct langs of op het spooren metrotracé, de hoofdwegen en hoofdwaterstructuren hebben een regulier welstandsniveau. Voor de gebieden met een regulier welstandsniveau zijn gebiedsgerichte criteria opgesteld (deel B; de Gebiedscriteria). Welstandscriteria zijn daarbij aangepast aan de karakteristiek van een gebied, als aanvulling op de Basiscriteria. Ook zijn in deze gebieden de Sneltoetscriteria van toepassing voor de (veelvoorkomende) kleinschalige bouwopgaven. 3.3 Bijzonder welstandsniveau Er zijn enkele gebieden met een specifieke karakteristieke uitstraling of met een bepaalde te beschermen waarde (bijvoorbeeld een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht). Voor deze gebieden wordt een specifieke vorm van welstandsbeleid gehanteerd, anders dan het reguliere welstandsbeleid. Er is sprake van een bijzonder niveau van welstand.
Als er sprake is van veel samenhang tussen de cultuurhistorie, stedenbouw, architectuur en/of landschap zal een, van de karakteristiek afwijkend, nieuwbouwplan eerder als minder passend ervaren worden dan in gebieden met weinig samenhang tussen deze kenmerken. Wordt de samenhang tus-
A sen de kenmerken ook hoog gewaardeerd, zoals in de oude dorpskern van Capelle en aan het oude bebouwingslint in Schenkel, dan zal een afwijkend gebouw eerder als een verstoring van deze kwaliteit worden gezien. Wanneer sprake is van een gebied met een grote samenhang door bijvoorbeeld een specifieke overeenkomstige architectonische stijl of stedenbouwkundige compositie is sprake van een sterke ensemblewaarde. Met welstandssturing (en de daaraan gekoppelde specifieke welstandscriteria) kan de ensemblewaarde in de gebieden worden gewaarborgd. In deze gebieden de Sneltoetscriteria (met aanvullende criteria voor beschermde dorpsgezichten en monumenten) voor de veelvoorkomende kleinschalige bouwopgaven van toepassing. Voor gebieden met een bijzonder welstandsniveau zijn ook de Basiscriteria en de Gebiedscriteria van toepassing, zowel voor kleinschalige als voor grotere bouwopgaven. Bij Gebiedscriteria worden de aanvullende criteria ten aanzien van de verschillende bijzondere gebieden apart benoemd. Hoogbouw In Capelle wordt vaker dan voorheen bij nieuwe ontwikkelingen de hoogte op gezocht vanwege de steeds minder beschikbare omliggende ruimte. Omdat hoogbouw per definitie beeldbepalend is wordt er altijd getoetst aan de eisen voor bijzondere welstand. Eventueel aangevuld met extra eisen uit een randvoorwaardendocument (zoals een beeldkwaliteitsplan of kavelpaspoort).
Voor alle nieuwbouwplannen met een hoogte vanaf 30 meter of hoger (hoogbouwcatagorie M volgens de definitie in het Toetsingskader Hoogbouw 2024) geld het bijzondere welstandsniveau.
3.4 Welstandsvrij Het beleidsmatige uitgangspunt is regie te houden op de gebouwde omgeving. Bij welstandsvrije gebieden kan slechts achteraf worden ingegrepen bij gevallen (excessen) die een ernstige verstorende werking op de omgeving hebben. Sinds 2007 kunnen gemeenten echter een keuze maken om welstandsvrije wijken of bouwwerken aan te wijzen. Sindsdien is veel ervaring opgedaan met dit fenomeen en kan worden geconcludeerd dat zich geen excessen hebben voorgedaan. Welstandsvrij is in Capelle aan den IJssel alleen mogelijk bij: • Bedrijventerreinen waar een BIZ (bedrijven investeringszone) is opgericht, zoals Capelle XL. • Nieuwe gebiedsontwikkelingen. Bij elke gebiedsontwikkeling kan hiervoor een expliciete afweging worden gemaakt.
Kaart Welstandniveau’s
Legenda
Legenda1 Historische Dijklinten 2 Historische Polderlinten
Bijzonder
* Nieuwbouwplannen met een --
3 Planmatige woongebieden --hoogte ≥30m: Bijzonder niveau
Regulier
4 Individuele bouw
* Plannen aangrenzend hoofd--structuren: minimaal Regulier 6 Architectonische ensembles Welstandsvij --niveau Luw 5 Hoogbouw
7 Bedrijven en kantoorlocaties
8 Winkelcentra en Publieke voorzieningen 9 Grootschalige bebouwing in het groen Regulier 10 Historische landschappen en Begraafplaatsen
Water
11 Groenstructren, Sport- en Recreatiegebieden
Hoofdwegen
12 Hoofdstructuren
Metrobaan Water Hoofdwegen Spoorbaan / OV Metrobaan Spoorbaan
* Deze kaart is een momentopname en beschrijft zodanig de huidige situatie. De kaart zal worden geupdate indien veranderingen zijn doorgevoerd.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
15
A 4. Onderscheid in bouwopgaven In het welstandsbeleid is rekening gehouden met de verschillende bouwopgaven die in het kader van de omgevingsvergunning of het vooroverleg daarop zijn te onderscheiden. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen 3 typen bouwopgaven: • • •
Kleinschalige bouwopgaven Grotere bouwopgaven Grootschalige ontwikkelopgaven
Grote gebieden in de stad hebben een planmatige en projectmatige opbouw. Daarvan zijn de meeste gebieden niet onderscheidend door een bijzondere architectuur of samenhangende stedenbouwkundige opbouw. Voor de gebieden met een minder onderscheidende opbouw is het niet nodig om bouwopgaven volgens een specifiek gebiedsgericht architectuurbeeld uit te voeren. Daarvoor is er in de huidige situatie al een te grote diversiteit in verschijningsvorm. Gebieden waar wel sprake is van een onderscheidende gebiedskarakteristiek zijn bijvoorbeeld de wijken en buurten Fascinatio, Paradijsselpark of ‘s- Gravenland. Hiervoor geldt dat er soms sprake is van een grote samenhang tussen al gerealiseerde bouwwerken, of er juist een grote verwantschap is met de architectuur of gebiedskarakteristiek. Er wordt onderscheid gemaakt in hoe de advisering en toetsing in het kader van de Nota Beeldkwaliteit Capelle aan den IJssel 2024 zal worden uitgevoerd en welke criteria daarbij worden gehanteerd. De schaal van een bouwwerk is medebepalend voor de impact die het heeft op de ruimtelijke kwaliteit. Het is hierbij van belang te omschrijven welke bouwopgaven te onderscheiden zijn.
16
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
4.1 Kleinschalige bouwopgaven Bij de kleinschalige bouwopgaven gaat het om ondergeschikte bouwwerken met een beperkte invloed op de ruimtelijke kwaliteit, zoals een dakkapel, een ondergeschikt bijbehorend bouwwerk, een erfafscheiding of een beperkte gevelwijziging. Ook kan per welstandniveau de impact ervan verschillen. Daarom is het goed de kleinschalige bouwopgaven per welstandniveau te onderscheiden. Kleinschalige bouwopgaven in gebieden met een luw welstandsniveau. Kleinschalige bouwopgaven in gebieden met een luw welstandsniveau hebben een beperkte invloed op de omgeving. Er is vaak sprake van een veelvoud van al gerealiseerde kleinschalige bouwwerken. Hier kunnen bewoners met hun kleinschalige bouwopgave in verschijningsvorm aansluiten op de al gerealiseerde vergelijkbare bouwwerken in de omgeving. Deze categorie wordt getoetst aan de Sneltoetscriteria (deel B). Kleinschalige bouwopgaven in gebieden met een regulier welstandsniveau. Er zijn gebieden in de stad die op een zorgvuldige manier zijn ontwikkeld en waar de ruimtelijke karakteristiek op dit moment samenhang vertoont. Deze gebieden hebben geen bijzondere architectonische of te beschermen waarde, maar toevoegen van kleinschalige bouwopgaven heeft invloed op het aanzicht van een pand of invloed op het straatbeeld.
Kleine bouwopgaven zoals dakkapellen en aanbouwen komen veelvuldig voor en deze moeten zorgvuldig worden ingepast, passend bij de architectonische verschijningsvormen van de gebouwen, vooral woningen. Voor deze bouwopgaven zijn hier ook de Sneltoetscriteria (deel B) leidend, opdat verschijningsvorm, materiaal- en
kleurgebruik geüniformeerd kunnen worden. Kleinschalige bouwopgaven in gebieden met een bijzonder welstandsniveau. Enkele gebieden hebben een specifieke architectonische uitstraling of bepaalde te beschermen waarde (bijvoorbeeld gemeentelijk beschermde dorpsgezichten). Kleinschalige bouwopgaven in deze gebieden maken vaak onderdeel uit van de karakteristieke opbouw van een pand of hebben in een bepaalde vorm een grote invloed op het straatbeeld. Het toestaan van dakkapel of aanbouw zonder zorgvuldige advisering en toetsing zou hier voor ongewenste initiatieven kunnen leiden en afbreuk doen aan de te beschermen/behouden karakteristiek. Het is gewenst om kleinschalige bouwopgaven te beoordelen in samenhang met de vormgeving en uitstraling van de hoofdmassa. Deze categorie wordt getoetst aan de Sneltoetscriteria (deel B) (met aanvullende criteria voor beschermde dorpsgezichten en monumenten) voor de veelvoorkomende kleinschalige bouwopgaven van toepassing. Voor gebieden met een bijzonder welstandsniveau zijn ook de Basiscriteria en de Gebiedscriteria van toepassing indien de Sneltoetscriteria ontoereikend zijn. Bij Gebiedscriteria worden de aanvullende criteria ten aanzien van de verschillende bijzondere gebieden apart benoemd.
4.2 Reguliere bouwopgaven Bij de reguliere bouwopgaven gaat het om bouwwerken met een grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit, en bouwwerken die niet passen binnen de omschrijving van kleinschalige bouwwerken. Het gaat hierbij in hoofdzaak om nieuwbouwwoningen, bedrijfspanden, een grote verbouwing van een bestaand pand of bouwwerken in de openbare ruimte zoals een brug.
A Net als bij de kleinschalige bouwopgaven is de gebiedskarakteristiek bepalend voor de impact die het bouwwerk heeft op zijn omgeving. Daarom is het goed ook de reguliere bouwopgaven per welstandniveau te onderscheiden. Reguliere bouwopgaven in gebieden met een luw welstandsniveau. Zoals eerder opgemerkt kenmerken grote delen van Capelle aan den IJssel zich door een repeterend stedenbouwkundig patroon en ‘standaardbouw’. Woongebieden zijn in bepaalde perioden letterlijk en figuurlijk uit de grond gestampt waardoor er los van de tijdsperiode grote overeenkomsten zijn in opbouw van de wijken. In deze gebieden is de bouwopgave beperkt. Het omgevingsplan geeft in deze gebieden maar een beperkte mogelijkheid om bestaande massa’s uit te breiden. Hier zal de bouwopgave veelal beperkt blijven tot het realiseren van kleinschalige bouwwerken aan of bij een pand. Er zal maar beperkt sprake zijn van grotere nieuwbouwplannen. Deze categorie wordt getoetst aan de Basiscriteria (deel B). Reguliere bouwopgaven in gebieden met een regulier en bijzonder welstandsniveau. In gebieden met een regulier en bijzonder welstandsniveau zijn specifieke gebiedskarakteristieken aanwezig die gewaarborgd moeten blijven. De set basiscriteria voor grotere bouwopgaven is in deze gebieden niet toereikend om de welstandstoets uit te voeren.
Er zijn gebieden waar een specifieke karakteristieke uitstraling of een bepaalde te beschermen waarde (bijvoorbeeld gemeentelijk beschermde dorpsgezichten) van kracht is. Reguliere bouwopgaven in deze gebieden hebben hoge mate van invloed op de karakteristieke opbouw
van een pand of hebben in een bepaalde vorm een grote invloed op het straatbeeld. Het is gewenst om reguliere bouwopgaven te beoordelen in samenhang met de vormgeving en karakteristiek van de omgeving. Deze categorie wordt getoetst aan de Basiscriteria en de Gebiedscriteria (deel B). Op hoogbouw (nieuwbouw vanaf 30 meter hoogte) is altijd bijzondere welstand van toepassing. 4.3 Grootschalige ontwikkelopgaven Bij grootschalige ontwikkelopgaven gaat het om bouwopgaven zoals grootschalige herstructurering en nieuwbouw of bouwkundige ingrepen die over meerdere bouwwerken gaan en meerdere percelen omvatten. De herontwikkeling van Rivium, waar op termijn 5.500 nieuwe woningen gerealiseerd moeten gaan worden, is hiervan een voorbeeld. Dergelijke gebieden waar een grootschalige ontwikkelopgave zal plaatsvinden duiden we als ontwikkelgebied. Deze gebieden kunnen komen vanuit marktinitiatieven en de gemeente kan ook zelf gebieden als ontwikkelgebied aanwijzen. In de Omgevingsagenda 2024 zijn deze gebieden, die de komende jaren meer aandacht krijgen, aangeduid als de zogenaamde opgavegebieden. Grootschalige ontwikkelopgaven brengen veelal een wijziging van de bestaande karakteristiek met zich mee. Gebieden krijgen door een ontwikkeling vaak een nieuwe identiteit. Het reguliere welstandsbeleid is in deze situaties als advies- en toetsingskader vaak niet geschikt.
Voor deze opgaven is het ontwikkelen van een beeldkwaliteitsplan of gebiedspaspoort nodig. Het beeldkwaliteitsplan, danwel beeldkwaliteitcriteria in een gebiedspaspoort dienen in de initiatiefase danwel definitiefase ter stimulering en borging van de beeldkwaliteit. Zij vormen uiteindelijk het advies- en toetsingskader voor de welstandsnota. Dat geldt voor zowel
particuliere als gemeentelijk initiatieven. De borging van dit proces wordt integraal vastgelegd in de projectopdracht. De beeldkwaliteitsplannen voor deze gebieden zullen separaat worden vastgesteld door de gemeenteraad, als onderdeel van de gebiedsontwikkeling en van het omgevingsplan. Voor de ontwikkeling van verschillende, nu gerealiseerde bouwplannen, zijn al beeldkwaliteitsplannen of gebiedspaspoorten opgesteld. Beeldkwaliteitcriteria hebben niet altijd tot doel om een excellente beeldkwaliteit te realiseren. Ze worden opgesteld om de vooraf bepaalde architectuur en gewenste beeldkwaliteit in een gebied daadwerkelijk te bereiken. In Bijlage 6 is een lijst van beeldkwaliteitplannen en gebiedspaspoorten opgenomen. Bij voltooiing van plannen dienen de criteria tevens als het nieuwe toetsingskaders, ter vervanging van de oorspronkelijke kaders. Dit wordt op deze wijze ook besloten bij vaststellen van beeldkwaliteitsplannen of gebiedspaspoorten. Bij elke oplevering van een ontwikkeling dient er tevens een update plaats te vinden van de kaarten met Welstandstypologie en Welstandsniveau. De meest recente versie van deze kaarten zal altijd digitaal beschikbaar. Ook zal de lijst uit Bijlage 6 met beeldkwaliteitsplannen en gebiedspaspoorten worden bijgewerkt zodat deze representatief is voor de actuele situatie.
Bijlage 5 toont een kaart met opgavegebieden welke in de Omgevingsagenda zijn geformuleerd. Voor deze gebieden worden momenteel of op termijn beeldkwaliteitplannen en gebiedspaspoorten gemaakt.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
17
A
B
5. Welstand en overig beleid 5.1 Welstand en het Omgevingsplan In het omgevingsplan (van rechtswege sinds 1 januari 2024) zijn naast de regels en plankaarten uit de bestemmingsplannen ook de welstandsnota en de erfgoedverordening opgenomen. De regels uit de voormalige bestemmingsplannen regelde onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Het omgevingsplan bevat regels die betrekking hebben op alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Op 1 januari 2024 is alleen hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van rechtswege gevuld. De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van het omgevingsplan. Met de welstandstoets beoordeelt de gemeente of de inpassing, de vormgeving en het uiterlijk van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. De welstandsnota is een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Wat betreft de verhouding tussen het omgevingsplan en welstandsregels moet onderscheid worden gemaakt in expliciete- ofwel harde kaders (bijvoorbeeld een maximaal toegestane nokhoogte) en impliciete- ofwel zachte kaders (bijvoorbeeld samenhang in kleuren en materialen). Expliciete normering dient bij de welstandstoetsing zonder meer in acht te worden genomen; er mogen dus geen beperkende welstandseisen worden opgesteld.
Bij bouwmogelijkheden kan het welstandstoezicht ten opzichte van de overige (bouw)regels aanvullend werken, en mag nooit in strijd zijn met deze overige bouwregels. Dit is zo geregeld in het omgevingsplan. De gemeente geeft aan in hoeverre een plan past binnen het vigerende of voorgenomen planologische kader van de “Evenwichtige toedeling van
18
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
Functies aan locaties” (EtFal). Zowel plannen die binnen als buiten deze kaders vallen worden voorgelegd aan welstand, opdat een integrale afweging plaats vindt. Bij deze afweging wordt de ruimtelijke kwaliteit integraal bekeken. Er kan zodanig alsnog een welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van het betreffende gebied. 5.2 Welstand en erfgoedbeleid Naast regels in het omgevingsplan worden monumenten in principe g etoetst in het kader van de Erfgoedwet en de Gemeentelijke erf-goedverordening. Maar bij veranderingen aan de buitenkant en uitbreidingen speelt ook het architectonische aspect. Daarop vindt dan in het kader van de Omgevingswet altijd een welstandstoets plaats. Die toets is vanzelfsprekend niet “luw of regulier’, maar altijd ‘bijzonder’. De directe omgeving van een monument, gevormd door de ring van naast en tegenover het monument gelegen panden, is belangrijk voor de beleving daarvan. Deze omgeving wordt in het kader van veranderende wetgeving steeds meer van belang. In een beschermd dorpsgezicht is dat reeds het geval; de toevoeging van bijzondere welstand voor de naaste omgeving geldt dan ook vooral voor gebieden, waar monumenten geïsoleerd in een omgeving van niet-monumentale objecten voorkomen die onder reguliere welstand vallen.
Wanneer een monument duidelijk deel uitmaakt van een architectonische eenheid of stedenbouwkundig ensemble, bijvoorbeeld een kerk op een in samenhang daarmee ontworpen plein, geldt bijzondere welstand voor de architectonische eenheid / het stedenbouwkundig ensemble als geheel.
Bouwplannen in een beschermd dorpsgezicht of aan- of bij een rijksmonument of gemeentelijk monument worden naast de welstandsnota en het omgevingsplan altijd getoetst aan de Erfgoedwet en/of het Erfgoedbeleid. Ingrepen aan alle gevelzijdes en het dak van een monument zijn object van advies en toetsing, evenals het interieur als dit is opgenomen in de redengevende omschrijving van het monument. Zij worden beoordeeld op de zorgvuldigheid waarmee de oorspronkelijke architectuur, materialen, details en kleuren worden gerespecteerd dan wel gerestaureerd. Vertrekpunt van die erfgoedtoets is een cultuurhistorische analyse van het gebouw en de redengevende omschrijving van de ‘status’. Bij het welstandsadvies worden naast de redengevende beschrijving de gebiedscriteria aangehouden, die vaak zijn aangevuld met specifieke criteria voor beschermd dorpsgezichten en monumenten. Wanneer die onverhoopt ontoereikend zijn kan teruggevallen worden op de ‘uitgangspunten van welstandstoetsing’. Er worden dus twee aparte adviezen opgesteld op grond van de Erfgoedwet en/of het Erfgoedbeleid en op grond van de welstandsnota Capelle aan den IJssel. In Bijlage 7 is een lijst van monumenten en beschermde dorpsgezichten opgenomen. In de komende periode zal vooral worden gekeken om mogelijk gebouwen en ensembles uit de Post-‘65 periode aan deze lijst toe te voegen.
Rijksmonumenten De bescherming van het monument zelf is naast de regels in het omgevingsplan geregeld in de Erfgoedwet en in het Erfgoedbeleid. Bouwen en verbouwen aan-, of in de directe omgeving van rijksmonumenten is vastgelegd in de Erfgoedwet. Rijksmonumenten zijn in het Monumentenregister
A
B ingeschreven door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Het hele object, of het nu een gebouw of een object in de openbare ruimte betreft, is beschermd. Veranderingen aan rijksmonumenten doorvoeren is niet verboden, maar er moet veelal een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Het is verboden rijksmonumenten te beschadigen, te vernielen of onderhoud daaraan te onthouden. Een vergunning wordt pas verleend na afweging van de belangen van zowel de belanghebbende(n) alswel de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de onafhankelijke Erfgoedcommissie. Deze afweging wordt doorgaans gemaakt door het dagelijks bestuur. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed wordt alleen bij specifieke gevallen gevraagd om advies. In Bijlage 7 is een actuele lijst van rijksmonumenten opgenomen. Gemeentelijke monumenten Net als bij rijksmonumenten dient bij bouwen en verbouwen aan een gemeentelijk monument uitgegaan worden van een afweging tussen de belangen van de belanghebbende(n) en het object zelf. Voor de welstandstoets zijn de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota Capelle aan den IJssel het advies- en toetsingskader. Bij een aanvraag omgevingsvergunning moet de Erfgoedcommissie verplicht om advies gevraagd worden. In Bijlage 7 is een actuele lijst van gemeentelijke monumenten opgenomen.
Beschermde dorpsgezichten Delen van het oude dorp Capelle aan den IJssel zijn aangewezen tot gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Deze delen zijn niet bijzonder dankzij één enkel bijzonder gebouw maar vanwege een groter gebied met bebouwing, straten en/of openbare ruimte die als geheel grote historische
waarde heeft. Dat willen we als stad graag behouden en beschermen. Wijzigingen aanbrengen in beschermde dorpsgezichten is zodoende aan aanvullende regels gebonden die zorg dragen voor het behoud van het aangezicht van het beschermde dorpsgezicht. Bij de eerste wijziging van het Omgevingsplan (van rechtswege) is om die reden een omissie weggenomen. In de oorspronkelijke teksten die betrekking hebben op vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten was uitsluiting hiervan alleen van toepassing op ‘Rijksbeschermd Stadsof dorpsgezicht’. In het gebied van de gemeente Capelle aan den IJssel zijn alleen ‘gemeentelijke stads- en dorpsgezichten’ aangewezen. Dat hield in dat diverse ongewenste activiteiten, zonder omgevingsvergunning konden worden gerealiseerd. Op verzoek van de raadscommissie is deze omissie weggenomen met de eerste wijziging van het Omgevingsplan. De regels in het omgevingsplan hebben primair betrekking op het respecteren van de lokale karakteristiek. Voor de beschermde dorpsgezichten zijn ook enkele aanvullende criteria opgenomen in de welstandsnota Capelle aan den IJssel. Plannen in beschermde dorpsgezichten worden altijd aan de Erfgoedcommissie voorgelegd. In Bijlage 7 is een actuele lijst van beschermde dorpsgezichten opgenomen.
5.3 Beeldkwaliteitplannen en gebiedspaspoorten De welstandsnota bevat geen criteria voor grootschalige ontwikkelopgaven in een ontwikkelgebied. In Capelle aan den IJssel zal voornamelijk nog sprake zijn van herontwikkeling en herstructurering. In de Stadsvisie en de Omgevingsagenda 2024 wordt hier verder op ingegaan. Dergelijke projecten doorbreken de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek, zodat geen criteria kun-
nen worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. In ontwikkelgebieden moet worden gelet op de specifieke structuren en kwaliteiten van het gebied. Op deze plek is het gewenst een plan te realiseren met tenminste een regulier welstandsniveau dat kwaliteit toevoegt en representatief voor het gebied is. Zodra een grootschalige ontwikkelopgave aan de orde is, moeten er beeldkwaliteitcriteria worden opgesteld. Deze criteria zijn in eerste instantie bedoeld om de kwaliteit te borgen en goede planvorming te stimuleren. Ook worden ze onderdeel van een beeldkwaliteitplan en/of een gebiedspaspoort. De gemeenteraad stelt deze beeldkwaliteitkaders vast zodat deze ook daadwerkelijk als advies- en toetsingskader kan worden gebruikt. Deze beeldkwaliteitkaders vormen dan een aanvulling op de welstandsnota. Het opstellen van beeldkwaliteitkaders in beeldkwaliteitplannen en/of gebiedspaspoorten is een vast onderdeel van de stedenbouwkundige voorbereiding. Voor dergelijke beeldkwaliteitkaders geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere integrale aanpak van het betrekken van omwonenden en belanghebbenden bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Zodanig vormen ze de borging van de kwaliteitsafspraken bij de definitieve plantoetsing.
De criteria worden door de gemeenteraad vastgesteld voordat de planvorming van de concrete bouwplannen start, en worden bekend gemaakt aan potentiële opdrachtgevers in het gebied. In Bijlage 6 is een lijst van actuele beeldkwaliteitplannen, kavel- en gebiedspaspoorten opgenomen.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
19
A 5.4 Welstand en (nieuwbouw) hoogbouw Met name rondom OV knooppunten en voorzieningen zal in de toekomst een grotere verdichtingsvraag bestaan, waarbij de realisatie van nieuwe hoogbouw een logische ontwikkeling zal zijn. Voor nieuwe hoogbouwprojecten gelden in Capelle aan den IJssel additionele toetsingskaders. Deze zijn opgenomen in het Toetsingskader Hoogbouw. Daarbij wordt er bij een bouwhoogte van 30 meter of hoger altijd getoetst aan de eisen voor bijzondere welstand. Deze hoogtecategorie (hoogbouwcatagorie M volgens de definitie in het Toetsingskader Hoogbouw 2024) per definitie beeldbepalend wordt gevonden. De eisen kunnen in veel situaties worden aangevuld met extra eisen uit een randvoorwaardendocument (zoals een beeldkwaliteitsplan of kavelpaspoort). 5.5 Bouwwerken in de openbare ruimte De openbare ruimten en groengebieden worden binnen de gemeentegrenzen over het algemeen begrensd door bebouwing. Deze nota gaat slechts in geringe mate in op de kwaliteiten van de openbare ruimte en groen. Het is dan ook de kunst dat bij de wens tot een integraal kwaliteitsbeleid voldoende afstemming plaatsvindt tussen de welstandsnota Capelle aan den IJssel, met daarin vastgelegd de kwaliteiten voor de bebouwing, en diverse beleidsnota’s waarin de kwaliteiten vastgelegd zijn van de openbare ruimte en het groen.
Op termijn wordt gestreefd alle ruimtelijke kwaliteitsbeleid integraal vast te leggen.
20
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
5.6 Reclamebeleid In de Nota buitenreclame 2024 is specifiek reclamebeleid vastgesteld, waar de beeldkwaliteit onderdeel van is. Er zijn om die reden geen aparte gespecificeerde criteria voor reclame-uitingen in deze nota opgenomen. Wel is bij de Basiscriteria en Gebiedscriteria omschreven hoe met inpassing van reclame-uitingen op een bouwwerk om te gaan bij grote verbouwingen en nieuwbouw. De advisering en toetsing vindt echter primair plaats op basis van de criteria zoals vermeld in de Nota Buitenreclame 2024. In welstandvrije gebieden vindt geen beoordeling plaats noch aan de Nota buitenreclame. 5.7 Welstand en duurzaamheid Diverse gestelde beleidsdoelen op het gebied van Duurzaamheid zijn opgesteld in de Duurzaamheidsleidraad voor bouwen. In deze leidraad zijn eisen en ambities opgenomen waaraan nieuwbouw, groter renovaties en transformaties moeten voldoen. Deze eisen en ambities zijn voor heel Capelle van toepassing vanaf het schaalniveau van reguliere bouwopgaven en groter (grootschalige ontwikkelopgaven). Het doel van de duurzaamheidsleidraad is specifiek om duidelijkheid te geven over wat Capelle aan den IJssel als stad belangrijk vindt als het gaat om duurzaam bouwen en verbouwen. Duurzaamheidseisen en -wensen voor (bouw) projecten zijn er op verschillende vlakken.
Bijvoorbeeld ten aanzien van de energiebehoefte/ energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Waar een (bouw)project duurzame ruimtelijke kwaliteit nastreeft, zal de stad maatregelen op alle schaalniveaus in samenhang met elkaar serieus moeten nemen, zoals de ontwer-
pende disciplines gewend zijn. Nadenken over duurzame stedenbouw en architectuur begint \bij nadenken over stedelijk milieu, over samenhang tussen functies, stedenbouwkundige opzet, mobiliteit, bouwvolume(s), bouwmethodiek, typologie, architectuur, openbare ruimte en landschap. Zonder integrale blik op ruimtelijke samenhang is het immers moeilijk in te schatten of een ontwikkeling of bouwwerk duurzaam is. Een duurzame omgeving wordt gekenmerkt door bestendig gebruik, variatie in functionele en ruimtelijke samenstelling, en door continuïteit als stedenbouwkundig fundament van elke ontwikkeling. Juist bij ruimtelijk ontwerp is de verbinding van schaalniveaus op positieve wijze van invloed op bestendige principes; kwaliteit en vakmanschap blijken een goede voedingsbodem voor duurzaam ontwerp, net zoals duurzame ruimtelijke principes een logische basis vormen voor kwalitatief hoogwaardige ontwikkelingen. Waar mogelijk ondersteund de Welstandsnota de duurzaamheidsleidraad door sturing aan de hand van verschillende criteria. Voor het bestaande erfgoed van Capelle, waarbij in basis ‘strengere’ welstandseisen gelden bij eventuele aanpassingen op-, aan-, in-, of rondom het bouwwerk, is verduurzaming uiteraard evengoed van belang.
Om dit op een ruimtelijk wenselijke manier mogelijk te maken zijn handvatten om het bestaande erfgoed van Capelle te verduurzamen opgenomen in de Nota Verduurzaming Erfgoed.
A
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
21
B
22
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
B
CRITERIA 6. Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 7. Basiscriteria . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 8. Gebiedscriteria . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 1 Historische dijklinten 2 Historische polderlinten 3 Planmatige woongebieden 4 Individuele bouw 5 Hoogbouw 6 Architectonische ensembles 7 Bedrijven en Kantoorlocaties 8 Winkelcentra en Publieke voorzieningen 9 Grootschalige bebouwing in het groen 10 Historische landschappen en Begraafplaatsen 11 Groenstructuren, Sport- en Recreatiegebieden 12 Hoofdstructuren (wegen, water, spoor & metro) 9. Sneltoetsscriteria . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 1 Bijbehorende bouwwerken 2 Daktoevoegingen 3 Kozijn- en gevelwijzigingen 4 Technische voorzieningen 5 Hekwerken en afscheidingen 6 Zonwering en raambeveiliging
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
23
B
6. Inleiding Het beeldkwaliteitbeleid is gebiedsgericht en schaalbewust opgezet. Voor de verschillende typen bouwopgaven zijn welstandscriteria opgesteld. De welstandscriteria zijn uitgesplitst in: • • •
Basiscriteria Gebiedscriteria Sneltoetscriteria
De Basiscriteria zijn opgesteld om een basiskwaliteit vast te stellen waaraan een plan in ieder geval moet voldoen. Basiscriteria zijn voor alle gebieden van de stad gelijk. De Gebiedscriteria gelden als aanvulling op de Basiscriteria. Bij toetsing aan de Gebiedscriteria wordt dus ook getoets aan de Basiscriteria. Samen vormen ze de complete set criteria. De Sneltoetscriteria worden doorgaans los gehanteerd van gebiedsgericht beleid. Ze zijn er op gericht veelvoorkomende kleinschalige bouwwerken snel te kunnen toetsen. Echter kan bij toetsing van een bouwplan aan de Gebiedsgerichte criteria de set Sneltoetscriteria altijd als richtlijn worden gehanteerd.
24
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
B
7. Basiscriteria Tientallen jaren zijn wijken en buurten met de grootste zorg voor kwaliteit opgebouwd. Er is voor gekozen om dat wat gangbaar is voor wat betreft bouwen en materiaal- en kleurkeuze vooraf aan de bouwer kenbaar te maken in de basiscriteria. Daarmee worden handvatten gegeven voor het uiteindelijke resultaat. Het is gewenst dat er een basiskwaliteit gehandhaafd blijft als het gaat om de wijze van bouwen. De basiskwaliteit bestaat onder meer uit het realiseren van bebouwing van een gangbare vorm en in gangbaar bouwmaterialen en kleuren. De ruimtelijke kwaliteit van Capelle aan de IJssel blijft zo behouden of kan worden versterkt. De Basiscriteria zijn in drie schaalniveaus te onderscheiden: • Ruimtelijke inpassing; • Bouwwerk op zichzelf; • Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering).
Ruimtelijke inpassing: • Bouwinitiatieven hebben geen verstorende werking op de stedenbouwkundige structuur. • Bouwinitiatieven zijn in maat en schaal afgestemd op de omliggende bebouwing. • Bouwinitiatieven behouden of versterken de kwaliteit van het openbaar gebied. • Het buitenruimte-ontwerp sluit aan bij de het karakter en de inrichting van het aangrenzende openbaar toegankelijk gebied. Bouwwerk opzichzelf: • Nieuwbouw heeft een herkenbare hoofdvorm die past in de omgeving. • Als de locatie onderdeel is van een woonblok, bouwblok of ensemble met een specifieke hoofdvorm, dan moet deze worden gevolgd. • De typologie en architectuurstijl is passend in de directe omgeving. • Uitgangspunt voor bouwinitiatieven is de samenhang binnen de architectonische eenheid. • Uitbreidingen en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Behoud van bestaande gebouwen of gebouwdelen wordt gestimuleerd. • Duurzaamheidstoepassingen (ter versterking van o.a. biodiversiteit, waterretentie, verkoeling, energieopwekking) maken integraal onderdeel uit van het ontwerp van de gebouwschil. • Het gevelontwerp is goed van verhouding, en de indeling en plasticiteit past bij de omliggende bebouwing. • Grootschalige ingrepen in- of aan de gevel, waaronder nieuwe luifels, balkons of na-isolatie passen binnen de structuur, maat en schaal van het gevelontwerp.
• • •
• •
De hoofdingang van een gebouw is vanaf de straat herkenbaar. Entrees van gebouwen zijn hoogwaardig en uitnodigend vormgegeven. Beganegrondgevels grenzend direct aan het openbare gebied zijn kwalitatief goed vormgegeven; de functie achter de gevel is in de vormgeving afleesbaar. Reclames zijn (waar toegestaan) ondergeschikt aan en afgestemd op het gevelontwerp. Vanuit de omliggende bebouwing zichtbare platte daken worden als vijfde gevel behandeld en worden aantrekkelijk vormgegeven, bijvoorbeeld door dubbelgebruik met natuurlijk groen, waterretentie of energieopwekkking.
Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Materiaalgebruik, kleur en detaillering is afgestemd op het bouwwerk op zichzelf en (de bebouwing in) de omgeving. • Materiaal, kleur en detaillering ondersteunen het karakter en de kwaliteit van het gevelontwerp. • Bouwwerken direct grenzend aan openbaar gebied zijn van kwalitatief goed materiaal en worden zorgvuldig gedetailleerd. • Materialen en detaillering wordt zo gekozen dat veroudering en weersinvloeden geen negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk. • Toepassing van biobased, hergebruikte en circulaire materialen en gebouwonderdelen wordt aangemoedigd, zolang dit met overtuigende samenhang binnen het gevelontwerp wordt ingepast. • Een architectonische inpassing van (dak- en gevel)installaties is vereist.
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
25
B
26
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
B
8. Gebiedscriteria In gebieden met een regulier of bijzonder welstandsniveau zijn specifieke gebiedskarakteristieken aanwezig. De Basiscriteria zijn in deze gebieden niet toereikend om de welstandstoets gebiedsgericht uit te voeren. Er zijn gebieden waar een specifieke karakteristieke uitstraling of een bepaalde te beschermen waarde (bijvoorbeeld gemeentelijk beschermde dorpsgezichten) van kracht is. Bouwopgaven in deze gebieden hebben hoge mate van invloed op de karakteristieke opbouw van een pand of hebben in een bepaalde vorm een grote invloed op het straatbeeld. Het realiseren van bouwplannen die alleen getoetst zijn aan de set Basiscriteria zou hier tot ongewenste initiatieven kunnen leiden en afbreuk doen aan de te beschermen/behouden karakteristiek. De criteria zijn een op de karakteristiek van het gebied gerichte uitwerking, aanvullend op de set Basiscriteria en bevatten daarnaast criteria die de specifieke opbouw en uitwerking van de bebouwing in het gebied moeten waarborgen. In de Gebiedscriteria zijn ook criteria opgenomen die specifiek voor een bepaald deelgebied zijn opgesteld. Het aantal specifieke gebiedscriteria kan per deelgebied verschillen. Vanzelfsprekend zijn er meer specifieke gebiedscriteria in gebieden waar sprake is van een bijzonder welstandniveau.
De Gebiedscriteria zijn in drie schaalniveaus te onderscheiden: • Ruimtelijke inpassing • Bouwwerk op zichzelf • Uitwerking (Materiaal, kleur en detaillering)
De 12 Gebiedscriteria in Capelle aan den IJssel: 1
Historische dijklinten
2
Historische polderlinten
3
Planmatige woongebieden
4
Individuele bouw
5
Hoogbouw
6
Architectonische ensembles
7
Bedrijven en Kantoorlocaties
8
Winkelcentra en Publieke voorzieningen
9
Grootschalige bebouwing in het groen
10 Historische landschappen en Begraafplaatsen 11 Groenstructuren, Sport- en Recreatiegebieden 12 Hoofdstructuren (wegen, water, spoor & metro)
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
27
B Historische dijklinten
1
Ruimtelijke inpassing: • De rooilijn volgt het lint (de weg). Nieuwe bebouwing in lijn met de bestaande lintbebouwing situeren. • Aan de linten blijft tussen de bebouwing een voldoende mate van openheid aanwezig. Daarmee blijft het water of ‘achterland’ (gebieden grenzend aan de achterzijden van percelen aan de linten) vanuit het lint zichtbaar. • Bebouwing op een perceel in maat en schaal op elkaar afstemmen. • Hoofdbebouwing is gesitueerd op de kruin of aan de voet van de dijk. • Wordt bebouwing aan het water gesitueerd dan wordt een nadrukkelijke relatie met het water gelegd. De oeverconstructie is onderdeel van het architectonisch en landschappelijk ontwerp. • Aan linten blijven toegangsbruggen in afmeting en verschijningsvorm ondergeschikt om de continuïteit van waterlopen zo goed mogelijk zichtbaar te houden.
Bouwwerk op zichzelf: • Nieuwbouw zoekt aansluiting bij de typologieën binnen de variatie van het lint (kralensnoer). • Zuiverheid in bouwstijl en uniek voor de locatie ontworpen. • Als zodanig herkenbare eigentijdse systematische bouw (parallel) aan het dijklint is ongewenst. • Aan de dijk eenvoudige rechthoekige of langwerpige hoofdvormen realiseren onder een kap (verplicht). • Verschillende kapvormen mogelijk; zadeldaken, schilddaken en mansardekappen, zowel haaks op als evenwijdig aan de dijk. • De voorgevel is georiënteerd op de dijk en heeft een horizontale of verticale geleding. • Aan- en uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en andere ingrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen. • Wordt bebouwing aan het water gesitueerd dan is de uitstraling vanaf het water van groot belang en wordt de waterzijde ook gezien als voorgevel. Specifiek voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Bij een toevoegingen aan het dakvlak blijft het oorspronkelijke dakvlak goed herkenbaar. • Uitsluitend erfafscheidingen passend bij de karakteristiek van de bebouwing en inrichting van de openbare ruimte; metselwerk, begroeiing / hagen of houten of ijzeren hekwerken. • Aan de voorzijde van de bebouwing zijn de erfafscheidingen laag. • Gebruik van staande ramen. • Rolluiken zijn niet toegestaan. • Zeer terughoudend omgaan met reclame-uitin-
28
Welstandsnota Capelle aan den IJssel 2025
gen; reclames (waar toegestaan) zijn ondergeschikt aan en afgestemd op het gevelontwerp. Uitwerking (materiaal, kleur & detaillering): • Materiaal, kleur en detaillering ondersteunen het karakter van het gevelontwerp en versterken de plastiek van de gevel. • De detaillering is verfijnd en ambachtelijk. • Daken met een overstek toepassen. • Kleuren zijn afgestemd op het bouwwerk op zichzelf en de omliggende bebouwing / de omgeving. • De gevel uitvoeren in baksteen / ijsselsteentjes van een passend baksteen formaat, metselverband, voeg en kleur (geen keimwerk). • Het toepassen van pleisterwerk als hoofdmateriaal in de gevel is toegestaan, zolang dit niet ten koste gaat van aanwezige ambachtelijke details in de gevel. • Baksteenkleur: donkere (aarde) tinten / ijsselsteentjes. • Pleisterwerk: lichte tinten. Specifiek voor beschermd dorpsgezichten en monumenten: • Materialen behouden hun oorspronkelijke afwerking. • Kozijnen uitvoeren in hout. • Toepassen van roeden in de ramen (niet op de ramen). • Toepassen van afwerkingen langs gevel- en vensteropeningen in de vorm van rollagen en strekken. • Dakbedekking in de vorm van gebakken / gesmoorde pannen. • Toepassen van karakteristieke bouwelementen zoals windveren, gootlijsten en makelaars. • Kleurgebruik: Oudhollandse kleuren.