05.01 - Vastgesteld notulen raadsvergadering 15 maart 2021
Tekst van het document
Ik snap niet dat er wordt gezegd dat de participatie heeft plaatsgevonden en daarom een referendumverzoek niet aan de orde is. Ik ben niet eerder ingegaan op het punt van de VVD en de SGP dat dit zijn grondslag heeft gevonden in een eerder besluit, want dat is niet het geval. De Referendumcommissie heeft duidelijk aangegeven dat er een nieuw feit is. Er was geen reden om in 2017 een referendumverzoek in te dienen, want wij waren het eens met dat paspoort. Ik kan niet zomaar besluiten om het referendumverzoek in te trekken.
210315
pagina: 16 van 41
De VOORZITTER: Uw punt is duidelijk. Ik moest dat verifiëren. De heer ZANTING: Voorzitter, ik heb nog een laatste opmerking. Er wordt gezegd dat wij beter in gesprek kunnen gaan met de gemeente. Dat willen wij heel graag, maar in onze optiek wordt dat te weinig geboden. De VOORZITTER: Nadat u het referendumverzoek heeft ingediend hebben wij een lastige gemeenteraadsvergadering gehad. Daarna zijn er nog twee rondes geweest waarbij u met een aantal fractievoorzitters van gedachten kon wisselen en met de ambtenaren. Daarna is er nog een commissie geweest. Het geeft niet. U heeft het recht om te zeggen dat u het referendumverzoek handhaaft. Het college heeft een advies meegegeven aan de gemeenteraad. Dat zal ik kort voorlezen. "Op 8 februari 2021 heeft de gemeente een inleidend verzoek ontvangen om een raadgevend referendum te houden over het conceptraadsbesluit tot vaststelling van het Gebiedspaspoort 1.1. Capelseweg/Bermweg. Dit gebiedspaspoort stelt de ambitie tot het realiseren van maximaal 38 woningen.
Het college adviseert de Referendumcommissie én de gemeenteraad geen gelegenheid te bieden tot het indienen van een definitief verzoek tot het houden van een raadgevend referendum, omdat het conceptraadsbesluit zijn grondslag vindt in een eerder genomen besluit waarover een referendum kon worden gehouden." Dat is het standpunt van het college en heeft het college als input meegegeven aan de Referendumcommissie. De Referendumcommissie heeft daarvan kennis genomen en haar advies gegeven. Het college blijft bij dat standpunt. Ik kijk naar de wethouder van de FAC, wethouder Struijvenberg. Zijn er nog zaken die u nog voor het voetlicht wilt brengen na alles wat er gezegd is? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, alles wat ik wil zeggen is in verschillende bijdragen al gezegd. Ik kan daarvan een korte samenvatting geven als u dat op prijs stelt. Ik ben genegen wat te zeggen, maar ik wil de raad niet onnodig belasten met de tijd die dat zal kosten. De VOORZITTER: Het standpunt van het college is duidelijk. Als er vragen zijn, dan kunnen die in de tweede termijn gesteld worden. Het woord is aan de heer Schaatsbergen. De heer SCHAATSBERGEN: Voorzitter, mijn tweede termijn zal heel kort zijn. Het standpunt van Leefbaar Capelle moge duidelijk zijn. Ik dank de heer Weijers voor de juridische verwoording.
Het is goed om het vanuit een juridisch standpunt te bekijken en de heer Weijers heeft dat nader belicht. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Landzaad. De heer LANDZA AD: Voorzitter, de VVD vindt dat wij wel degelijk een beroep kunnen doen op een uitzonderingsgrond. Dat beroep moet de raad doen tegen een referendum over het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg. Het is mij opgevallen dat D66 van mening is dat dit besluit niet zijn grondslag vindt in een eerder besluit. Tegelijkertijd geeft de heer Schelkers te kennen het eerste gebiedspaspoort niet goed te kennen. Mijn vraag is of hij het eerste paspoort inmiddels wel bij zijn overwegingen gaat betrekken. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Schelkers. De heer SCHELKERS: Voorzitter, ik zal kort samenvatten hoe D66 er in staat. Wij vinden het jammer dat de grenzen van een verordening worden opgezocht waardoor de rechtszekerheid van de burgers teniet wordt gedaan. Het is voor burgers niet te volgen wat wij wel en niet willen met een referendum. Een discussie met de heer Landzaad over het eerste gebiedspaspoort is niet relevant, want de inhoudelijke behandeling hiervan is geagendeerd onder het volgende agendapunt. De VOORZITTER: De heer Landzaad neemt genoegen met dit antwoord. Het woord is aan de heer Weijers. De heer WEIJERS: Voorzitter, ik heb geen behoefte aan een tweede termijn.
De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Weemhoff.
210315
pagina: 17 van 41
Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, ik heb geen aanvullende opmerkingen op de eerste termijn. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, ik dank de heer Visser voor zijn beantwoording van de vraag van mevrouw Den Engelsman. Dat was een vraag die ik ook had willen stellen. Wij zijn goed bezig met participatie op de manier waarop wij de heer Zanting zojuist het woord hebben gegeven binnen deze vergadering. Er is een aantal zaken die ik nog ga aandienen. In de eerste termijn is het selectief citeren van rechtbankuitspraken genoemd. Dat hebben wij bij de Hoven ook gezien. Het Hof in Amsterdam had de zittende bewoners van de Hoven Il zondermeer gelijk gegeven, echter ligt er een uitspraak van het Hof in Den Haag die dat afwees. De VOORZITTER: Om u even te onderbreken: de heer Landzaad bedoelde dat de Referendumcommissie selectief had geciteerd. De heer VLOT: Voorzitter, ik wil hiermee zeggen dat selectief citeren vaker gebeurt. De Referendumcommissie is een onafhankelijke commissie die besloten heeft dat er een toelaatbare en aanvaardbare indiening van een referendum is, ongeacht de wijze waarop er geciteerd wordt. Dat gebeurt ook weleens bij andere zaken binnen de gemeente dat er bepaalde uitspraken ter preferentie en referentie worden meegenomen. U zult begrepen hebben uit mijn eerste termijn dat de SP achter de indieners van het referendum blijft staan.
De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, dank aan de heer Visser voor de beantwoording van de vraag. Het is helder. Ik heb in mijn eerste termijn gezegd dat wij eens naar de verordening moeten kijken. Dat lijkt mij handig om het punt van de heer Visser hierin mee te nemen. Ik zou nog zeggen hoe het CDA hier in staat. Het is een lastige avond voor het CDA, want wij zijn principieel tegen referenda. Het CDA zal verdeeld stemmen deze avond. Een stem tegen, omdat het CDA principieel tegen het inzetten van dit instrument is. Het vergroot en verscherpt de tegenstelling in plaats van draagkracht van dit beleid. Een referendum kan een instrument zijn om de mening van inwoners te peilen bij grote uitzonderlijke beslissingen. Het CDA vindt dat dit instrument niet te snel moet worden ingezet. Een afweging is vaak veel genuanceerder dan alleen een ja of nee. Het is belangrijk om beslissingen samen met inwoners te nemen. Daarvoor zijn er veel meer instrumenten inzetbaar dan alleen een referendum. Wij geven met een stem wel de gelegenheid voor een referendum, omdat wij het onbegrijpelijk vinden hoe dit traject is verlopen. Wij betreuren het dat het college ons de mogelijkheid heeft ontnomen om alsnog extra sessies te plannen om draagvlak te creëren.
Voor het CDA is het belangrijk eerst de kaders vast te stellen, daarna uit te voeren en een overeenkomst te sluiten, met name als de kaders afwijken van het eerste paspoort. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Eilander. De heer EILANDER: Voorzitter, ik heb geen toevoegingen op mijn eerste termijn. Ik ben alleen wat in verwarring over de stemming, omdat wij nog twee keuzes hebben. Ik ben benieuwd hoe u die gaat voorleggen, zodat ik zeker weet dat ik de goede keuze maak. Dat is een procedurele vraag die na afloop van deze ronde beantwoord kan worden. De VOORZITTER: Ik zal de rest van de procedure voor de stemming aan u uitleggen. Het woord is aan de heer Snijders. De heer SNIJDERS: Voorzitter, GroenLinks heeft alles in haar eerste termijn gezegd. De VOORZITTER: De heer Visser heeft het woord gevraagd voor een korte reactie.
210315
pagina: 18 van 41
De heer VISSER: Voorzitter, gedurende de discussie werd met name veel gezegd over de woorden participatie, inspraak en referendum. Daarom wil ik duidelijk maken dat het voor de Referendumcommissie heel duidelijk is dat inspraak een mogelijkheid is die geboden wordt aan inwoners van de gemeente om mee te denken over een bepaald proces. De argumenten die daar uitgewisseld worden kunnen al dan niet meegenomen worden in de besluitvorming die uiteindelijk bij de raad ligt. Een referendum is een recht van de burger om bij het besluitvormingsproces een advies te geven aan de raad. De raad kan dat advies overnemen of afwijzen. Dat is het recht van de raad. Het moet heel duidelijk zijn dat de eventuele afwijzing wel goed gemotiveerd is. U heeft een discussie gevoerd en uw motivatie is op verschillende manieren al dan niet positief gegeven. Dat is een heel duidelijk verschil tussen het uitvoeren van een referendum en het kunnen deelnemen aan participatie. De VOORZITTER: Dank u wel voor het vele werk dat u gedaan heeft en in u de rest van de Referendumcommissie. Er ligt een gedegen stuk. De fracties kunnen het hier wel of niet mee eens zijn. Dat is een politieke afweging. Dan de vraag van de heer Eilander. Ik kijk eerst of wethouder Struijvenberg in tweede instantie wil reageren op wat er gezegd is.
Wethouder STUIJVENBERG: Voorzitter, dank aan de Referendumcommissie voor het verzoek om het juridisch advies aan hen op te sturen. Het is chique van de Referendumcommissie dat zij die mogelijkheid biedt om voorafgaand aan het definitief maken van hun eigen advies te vernemen van het college hoe het daarover denkt. Dat hoeft zijniet te doen, maar heeft zij wel gedaan. Daarvoor dank. In dat advies staat een aantal duidelijke zaken waarover jurisprudentie is. Daarmee kun je het wel of niet eens zijn, maar de wet is de wet en de Referendumverordening de Referendumverordening. Het feit dat er veel inspraakmogelijkheden zijn geweest is wel degelijk relevant. Wat een individueel raadslid daarmee doet, is aan het individuele raadslid. Het is wel juridisch relevant via jurisprudentie. De VOORZITTER: Dan kom ik bij de samenvatting. De indiener, de Referendumcommissie, alle partijen en het college zijn gehoord. Dan is het moment gekomen dat wij gaan opschrijven waar u dadelijk ja of nee tegen zegt. Het definitieve conceptraadsbesluit wordt geconcipieerd, uitgedeeld en dan gaan wij daarover stemmen. Dat betekent dat wij nu een half uur pauze houden. Dadelijk zal ik de boel kort houden, want wij moeten proberen de agenda vanavond af te ronden. Het is 21.31 uur en ik schors de vergadering tot 22.01 uur. Dan gaan wij verder en ligt er een stuk.
Ik beloof u dat het binnen een half uur klaar is en niet pas na twee uur, zoals bij het stuk over het Rivium. Ik schors de vergadering. Schorsing van 21.31 tot 22.01 uur.
De VOORZITTER: Ik heropen de vergadering. De griffier heeft u via de app het conceptraadsbesluit waarover gestemd gaat worden toegestuurd. U kunt dit in uw mail teruglezen en in NotuBox zien. Heeft iedereen het stuk kunnen lezen of heeft u nog een korte leespauze nodig? Ik zal kort het besluit formuleren en een samenvatting van de argumentatie geven. Het voorstel is om als volgt te besluiten. Ten eerste om het inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum over het gebiedspaspoort Capelseweg Bermweg ontvankelijk te verklaren. Dat betekent dat de indieners ontvangen kunnen worden in hun verzoek. Het tweede punt van het besluit luidt: "De indieners van het inleidend verzoek voor het houden van een raadgevend referendum over het Gebiedspaspoort Capelseweg Bermweg niet de gelegenheid te bieden tot het indienen van definitief verzoek vanwege de volgende redenen." Dan kom ik bij de samenvatting waarin die reden staat, namelijk dat de raad niet meegaat in het verzoek van de indieners: "gebaseerd op artikel 2 onder i juncto artikel 8, lid 6 van de Referendumverordening 2020 en daarnaast (zelfstandig) op het bepaalde in artikel 8, lid 6 Referendumverordening 2020 (beleidsvrijheid van de raad)." Dat is wat ingewikkeld opgeschreven en ik hoorde een aantal raadsleden zeggen dat het juristerij is.
Om te voorkomen dat u niet weet waartegen u ja zegt, geef ik een korte instructie. Als u wilt dat het referendumtraject verder wordt voortgezet, dan moet u tegen dit voorstel stemmen. Wilt u niet dat er een referendum komt en dat daartoe allerlei werkzaamheden worden gedaan? Dan moet u voor dit besluit stemmen. Ik hoop dat iedereen dat begrepen heeft. Ik kijk of er stemverklaringen zijn. Het woord is aan de heer Snijders.
210315
pagina: 19 van 41
De heer SNIJDERS: Voorzitter, sorry dat ik de microfoon wat later aanzette. Ik was nog even de slingers aan het ophangen, aangezien mijn vriendin morgen jarig is. De VOORZITTER: Ik begrijp dat u ook in de feestcommissie zit. De heer SNIJDERS: Voorzitter, ik zit daadwerkelijk in een feestcommissie in tegenstelling tot onze uitstekend functionerende Referendumcommissie. GroenLinks zal niet instemmen met dit raadsvoorstel. Dat komt doordat wij van mening zijn dat ieder die een referendumverzoek indient daadwerkelijk de kans moet krijgen om een referendum te organiseren. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Schelkers. De heer SCHELKERS: Voorzitter, D66 stemt tegen het raadsbesluit en sluit aan bij de Referendumcommissie. Het opzoeken van de juridische grenzen voor een weigering doet geen recht aan het democratische proces en de rechten van de Capellenaar. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, de SP zal tegen het voorstel stemmen. Wij vinden dit een buitengewoon pijnlijke gang van zaken. Wij blijven van mening dat de burger ontvankelijk moet blijven voor het indienen van een referendum.
De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Weijers. De heer WEIJERS: Voorzitter, de SGP-fractie zal voor het voorstel stemmen en voegt daaraan toe ten opzichte van alles wat al gezegd is: "Wanneer je een referendum houdt, dan wek je verwachtingen. Een niet gerealiseerde verwachting is een wel gerealiseerde teleurstelling. Dat is een kiem van ongenoegen." Aldus onze fractievoorzitter Weggeman op 21 maart 2011 in de raadsvergadering. Wij sluiten ons graag aan bij die woorden. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Weemhoff. Ik zeg erbij dat iedereen zojuist duidelijk is geweest en ik precies weet wie wat gaat stemmen, behalve van het CDA. Het betekent niet dat iedereen een stemverklaring hoeft af te leggen als een iemand dat doet. Het mag wel. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, ik was zeker niet van plan om een stemverklaring af te leggen, maar de stemverklaring van de heer Weijers nodigde dermate uit dat ik het niet kon laten. Hij zei dat een gewekte verwachting die niet wordt gehonoreerd een verwachte teleurstelling is. Hetzelfde geldt voor de Referendumverordening. De PvdA zal tegen dit voorstel stemmen. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, u nodigde mij zojuist uit om een stemverklaring af te leggen. In de tweede termijn heb ik aangegeven dat de fractie van het CDA verdeeld zal stemmen.
Dat komt doordat wij een democratisch proces in onze fractievergadering hebben gehouden en wij de input van onze burgerraadsleden meenemen. De VOORZITTER: Hierdoor weten wij nog steeds niet wat u gaat stemmen. Verder zijn er geen stemverklaringen aangevraagd. Wij gaan digitaal stemmen. iedereen staat in het systeem om te kunnen stemmen.
Er zijn 32 stemmen uitgebracht, omdat de heer Van Bart niet meestemt. Na digitale hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het raadsvoorstelt, met de aantekening dat de fracties van D66, GroenLinks, PvdA, SP en mevrouw Den Engelsman geacht worden te hebben tegengestemd. De VOORZITTER: De verzoekers kunnen niet verder met hun referendum. Daarbij merk ik wel op dat tegen het besluit van de raad bezwaar en beroep open staat.
210315
5.
pagina: 20 van 41
Gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg
De VOORZITTER: Het inleidend referendumverzoek is verworpen. Dat betekent dat het Gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg kan worden behandeld. Vandaag zal besluitvorming plaatsvinden over het finalevoorstel. Het woord is aan de heer Spruit. Hij heeft aangekondigd dat hij een motie indient. De heer SPRUIT: Voorzitter, ik zal mijn betoog wat inkorten. De historie rond het Gebiedspaspoort 1.1 hoef ik niet nader toe te lichten, aangezien dit bij het vorige agendapunt nadrukkelijk aan de orde is geweest. Dat geeft wel aan dat dit gebiedspaspoort enorm leeft in de direct omgeving. Ik zie duidelijk dat belanghebbenden en omwonenden dit ervaren als een beïnvloeding van hun woon- en werkomgeving. Daar is niks mis mee, want mensen kunnen het effect hiervan ieder op hun eigen wijze ervaren. Leefbaar Capelle heeft dit meegewogen in haar eindoordeel over dit gebiedspaspoort. Hierbij hebben wij de balans gezocht tussen de herontwikkeling en het opnieuw inrichten van een momenteel niet erg fraai stukje Capelle en het mogelijk maken van woningen voor woningzoekenden, zonder daarbij de belangen van omwonenden en de aanwezige bedrijven nabij deze locatie uit het oog te verliezen. Leefbaar Capelle is van mening dat in de negen maanden waarin wij over het Gebiedspaspoort 1.1 praten heel veel, zo niet alle, argumenten en bezwaren langsgekomen zijn.
In het voorliggende gebiedspaspoort is rekening gehouden met veel van de ingebrachte bezwaren en meningen. Zo zijn de aanpassingen van het conceptamendement van Leefbaar Capelle en de VVD dat klaarlag voor de raadsvergadering van 15 februari verwerkt in het gebiedspaspoort. Niet met alle ingebrachte bezwaren en meningen kon rekening gehouden worden; het is wel zo eerlijk om dat te benoemen. Het blijft zoeken naar de balans tussen wat kan en wat mogelijk is, de betaalbaarheid, de kwantiteit en de kwaliteit in dit gebied. Het gebiedspaspoort biedt wat ons betreft de mogelijkheid om een bouwplan te maken dat past bij de bestaande bebouwingen aan de Capelseweg met beperkingen van het volume en de bouwhoogten aan de zijde van de Bermweg. Helemaal tevreden zijn wij echter nog niet. Wat dat betreft kunnen wij een beetje aansluiten bij de toon van de heer Balfoort. De combinatie van bedrijfsactiviteiten en wonen zit ons nog wel wat dwars. Dat kan een belemmering zijn of worden voor de aanwezige bedrijven op kavel B6 en het kan van invloed zijn op het woongenot en de veiligheid van toekomstige bewoners. Tevens ligt de verkeersafwikkeling nogal gevoelig. Leefbaar Capelle heeft daarom het initiatief genomen om een motie te maken waarin deze problematiek aan de orde komt. Deze motie wordt ingediend door Leefbaar Capelle, VVD en SGP.
Wij hadden deze motie oorspronkelijk gereed voor de raadsvergadering van 15 februari. Als gevolg van het ordevoorstel van een van de indieners van de motie om eerst het gebiedspaspoort in de commissie te bespreken, een maand later alsnog deze motie. Ten opzichte van het eerste concept is er een aantal wijzigingen aangebracht. Dit zijn twee aanvullingen die ik straks nader zal benoemen. Dat is mede als gevolg van hetgeen in de commissievergadering besproken is. Er is al veel gezegd over alles wat speelt bij dit gebiedspaspoort, maar de motie gaat niet over de participatie en slechts zijdelings inhoudelijk over het gebiedspaspoort zelf. Met deze motie willen wij recht doen aan de wens de locatie op de hoek van de Bermweg/ Capelseweg te ontwikkelen met woningen voor woningzoekenden en de huidige verpauperde situatie te beëindigen. Tevens willen wij recht doen aan de belangen van omwonenden, de gevestigde bedrijven op kavel B6 en de belangen van toekomstige bewoners. Wij dienen deze motie in om een maximale inspanning te doen zodat het in het ontwikkelgebied straks plezierig wonen is en de veiligheid van de nieuwe bewoners niet belemmerd kan worden door ongewenst bestemmingsverkeer. Daarmee doelen wij op het vrachtverkeer. Tevens dat de gevestigde bedrijven, in het bijzonder op kavel B6, duidelijkheid krijgen over hun toekomst.
In de motie is een aantal verzoeken aan het college opgenomen. Wij verzoeken het college in gesprek te gaan met de eigenaren van de huidige bedrijven op kavel B6 en een maximale inspanning te doen om met de eigenaren een oplossing te zoeken om de bedrijfsactiviteiten op deze locatie te doen beëindigen. Als dit lukt, het gehele plangebied B1 t/m B6 als één integrale ontwikkeling op te pakken, al dan niet in twee fasen. Met de dan vrijgekomen grond (B6) het gebied dusdanig te herinrichten dat een mooie woonbuurt ontstaat tegen de Schollebosrand aan met een passende verkeersafwikkeling voor het gehele gebied.
210315
pagina: 21 van 41
Te bezien aan welke opmerkingen en bezwaren die geuit zijn tijdens de hoorzitting op 7 januari 2021 - en door insprekers bij commissievergaderingen - op deze wijze alsnog tegemoetgekomen kan worden, zoals meer water en groen, parkeergelegenheid, plaats vuilcontainers. Dit omdat aanpassingen in de inrichting van het gebied door het verdwijnen van de bestemming bedrijfsactiviteiten deels mogelijk worden. Wij denken dat dit mogelijk is door de aanpassing van het verdwijnen van de bedrijfsactiviteiten. Dan kom ik tot de twee extra punten die zijn toegevoegd in de motie. Het eerste punt is om te onderzoeken of het mogelijk is om een doorzicht - polderlint -- te creëren tussen de 8ermweg en het Schollebos, langs de grens van het plangebied. Daarmee doelen wij op 84, 85 en B6. Dat zijn wensen die nader geuit zijn in de commissievergadering door de insprekers. Het volgende punt is om te stimuleren bij de initiatiefnemer van het ontwikkelgebied dat omwonenden goed worden betrokken bij zowel de uitwerking van het bouwplan als bij de herinrichting van B6. Dit vraagt een nadere toelichting, omdat de wethouder in de commissievergadering al de toezegging heeft gedaan dat hij dit wil doen. Wij constateerden in dezelfde vergadering dat er veel ruis was betreffende de participatie over het scheiden van wat te maken heeft met het gebiedspaspoort en het bouwplan.
Er wordt niet getwijfeld aan het nakomen van deze toezegging van de wethouder, maar wij constateren wel dat omwonenden deze zekerheid nodig hebben om vertrouwen te kunnen hebben in het vervolgproces. Vandaar deze toevoeging.
Het laatste punt van het verzoek betreft: "de raad en de omwonenden/betrokkenen over de voortgang van de aanpassingen op de hoogte te houden en erbij te betrekken." Motie M2 (Leefbaar Capelle, VVD, SGP): scheiden van de bestemming bedrijfsactiviteiten en de bestemming wonen bij gebiedspaspoort Capelseweg/8ermweg De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel in vergadering bijeen op 15 maart 2021, behandelende het Gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg; constaterende dat: • de extra hoorzitting op verzoek van de raad op 7 januari 2021 nieuwe inzichten en suggesties over het scheiden van bedrijfsactiviteiten en wonen heeft opgeleverd; • de inhoudelijke bezwaren in belangrijke mate gericht waren op de participatie, op de combinatie van bedrijfsactiviteiten en wonen en op de verkeersafwikkeling; overwegende dat: • bij de eerdere inhoudelijke behandeling van dit gebiedspaspoort op 29 juni 2020 in de commissie SO8 zorgen zijn geuit over de verkeersafwikkeling; • in dezelfde commissievergadering veel inhoudelijke opmerkingen zijn gemaakt, echter toen nog niet gesproken is over de mogelijkheid van het omzetten van bedrijfsactiviteiten naar wonen; • tijdens de hoorzitting van 7 januari 2021 de beide eigenaren van perceel 86 de bereidheid hebben geuit medewerking te willen verlenen aan verplaatsing (of beëindiging) van de bedrijfsactiviteiten op deze locatie; verzoekt het college: • in gesprek
te gaan met de eigenaren van de huidige bedrijven op kavel B6 en een maximale inspanning te doen om met de eigenaren een oplossing te zoeken om de bedrijfsactiviteiten op deze locatie te doen beëindigen; • als dit lukt, het gehele plangebied B1 t/m 86 als één integrale ontwikkeling op te pakken, al dan niet in twee fasen; • met de dan vrijgekomen grond (86) het gebied dusdanig te herinrichten dat een mooie woonbuurt ontstaat tegen de Schollebosrand aan met een passende verkeersafwikkeling voor het gehele gebied; • te bezien aan welke opmerkingen en bezwaren die geuit zijn tijdens de hoorzitting op 7 januari 2021 (en door insprekers bij commissievergaderingen) op deze wijze alsnog tegemoet gekomen kan worden (zoals meer water en groen, parkeergelegenheid, plaats vuilcontainers). Dit omdat aanpassingen in de inrichting van het gebied, door het verdwijnen van de bestemming bedrijfsactiviteiten, deels mogelijk worden;
210315
• • •
pagina: 22 van 41
te onderzoeken of het mogelijk is om een doorzicht (polderlint) te creëren tussen de Bermweg en het Schollebos, langs de grens van het plangebied (B4, B5 en B6); te stimuleren bij de initiatiefnemer van het ontwikkelgebied dat omwonenden goed worden betrokken bij zowel de uitwerking van het bouwplan als bij de herinrichting van B6; de raad en de omwonenden/betrokkenen over de voortgang van de aanpassingen op de hoogte te houden en erbij te betrekken.
En gaat over tot de orde van de dag. De VOORZITTER: De motie is voldoende ondertekend en maakt deel uit van de beraadslaging. Het woord is aan de heer Van Loef. De heer VAN LOEF: Voorzitter, het is belangrijk dat wij vanavond het gebiedspaspoort vaststellen. Er is immers een niet aflatende vraag naar woningen, getuige de overtekening van het project IJsselpark. Daarnaast is de hoek Capelseweg al jaren een doorn in het oog. Dit is immers de entree van Capelle. Die is nodig toe aan een opknapbeurt. De VVD bedankt de wethouder voor het aanpassen van het gebiedspaspoort met betrekking tot blauwe en groen. Wij zien uit naar de volgende fase van het project, waarbij de omwonenden en ondernemers, met wie de eerste verkennende gesprekken reeds hebben plaatsgevonden, samen met de projectontwikkelaar voortvarend aan de slag gaan. Wij wensen hen daarbij veel succes toe. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Van der Klauw. Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, zonder de commissie te willen overdoen, ga ik terug naar 2017 toen het gebiedspaspoort door de raad is vastgesteld. Hierin staat onder het kopje vervolgtraject aangegeven dat na deze vaststelling een marktselectie voor de ontwikkelaar zou plaatsvinden. Van de wethouder begrepen wij in de commissie dat deze marktselectie niet heeft plaatsgevonden.
Het argument was dat de raad het gebiedspaspoort al wel had vastgesteld, maar een voorkeur had om het gebied inclusief het achterterrein in zijn geheel te ontwikkelen. Deze wens van de raad heb ik echter nergens in de stukken en verslagen kunnen terugvinden. Daarom de vraag aan de wethouder wanneer dit precies door de raad is gesteld en waar ik dat kan terugvinden. Een tweede vraag in dit kader luidt: waarom is de raad niet op de hoogte gesteld van het niet uitvoeren van de marktselectie zoals opgenomen was in het plan? Inmiddels weten wij dat in het voorjaar van 2018 een ontwikkelaar in beeld is gekomen die in september 2018 een groenpositie gekregen heeft. Met deze ontwikkelaar is een intentieovereenkomst gesloten die tweemaal verlengd is. Waarom is de raad hierover niet geïnformeerd? In een later stadium is een anterieure overeenkomst met deze ontwikkelaar gesloten. Is de wethouder het met ons eens dat door het sluiten van deze specifieke overeenkomst eventuele andere partijen die zich hadden willen melden uitgesloten zijn? Als dat het geval is, had de raad daarover dan niet geïnformeerd moeten worden, rekening houdend met het beoogde vervolgtraject dat de raad in 2017 had opgenomen? Wat betreft de participatie heeft de wethouder in de commissie uitgebreid uitleg gegeven. Wij blijven echter verbaasd dat de ondernemers van B6 en anderen een heel ander verhaal vertellen.
Wij zullen er niet achter komen wie wat wanneer gezegd heeft. Ik heb nog wel een vraag aan de wethouder over het participatieproces. Wij hebben een toolkit participatie. Daarin staat beschreven dat aan het begin van een traject beschreven moet worden hoe het participatieproces invulling krijgt. Wij vragen of het college een dergelijke invulling van het participatieproces gemaakt heeft voor deze ontwikkeling en wat daarvan terechtgekomen is. D66 is verbaasd dat het college wel bereid is een voorstel te doen om het gebiedspaspoort van het voorterrein aan te passen aan de wens van de ontwikkelaar, maar dat richting de bedrijven geschermd wordt met de bepalingen die in het gebiedspaspoort opgenomen zijn en er niet gesproken kan worden over aanpassingen.
210315
pagina: 23 van 41
Wat betreft de antwoorden van de wethouder over de zaken die gebouwd zouden worden volgens het geldende bestemmingsplan, zoals het bouwen op de rand van de sloot en een hoogte van 20 meter, wijs ik de wethouder op het beeldkwaliteitsplan dat door de raad is vastgesteld. Wat in het bestemmingsplan staat past daar absoluut niet bij en kan daarom naar onze mening niet gebouwd worden. D66 vraagt zich af of wij onszelf nog wel serieus nemen in onze kaderstellende rol als wij instemmen met dit gewijzigde gebiedspaspoort. Wij hebben destijds niet voor niks kaders gesteld. Als wij akkoord gaan met dit gebiedspaspoort, dan gaan wij akkoord met flinke wijzigingen. Wat betreft de inhoud van het plan ga ik de commissie niet over doen. Daarover is in de commissie het nodige gezegd. Het is wel prettig dat de passages over groen en blauw zijn opgenomen. De vraag is hoe dat in de praktijk uitpakt, maar dat gaan wij wellicht zien. Ondanks deze aanpassingen is door de vele bebouwing die daar kan komt, het karakter van landelijk naar dorps gegaan. Wij begrijpen de woningnood en de wens om meer te bouwen, maar vinden dit een groot verschil met de beoogde uitstraling die wij in 2017 voor ogen hadden. Wij hopen dat er in de verdere uitwerking goed gekeken wordt naar de uitstraling en deze zoveel mogelijk tegen het landelijke aan zit.
In de commissie heeft D66 vragen gesteld en opmerkingen gemaakt over de verkeersafwikkeling en de verkeerssituatie, bijvoorbeeld drempels. De wethouder heeft daarover gezegd dat dit bij een eventuele verdere uitwerking aan bod komt en dat er een nieuw verkeerskundig onderzoek komt. De wethouder deed de toezegging dat het gebiedspaspoort door de meerderheid van de raad wordt goedgekeurd, het vervolgtraject gelopen wordt vergelijkbaar met de afspraken die zijn gemaakt bij het vaststellen van het gebiedspaspoort van de Johannahoeve en de raad betrokken blijft bij de verdere uitwerking. D66 is in eerste instantie positief over de motie. Voordat ik daar verder iets over zeg, zal ik eerst het antwoord van de wethouder afwachten. De VOORZ ITTER: Het woord is aan de heer Van Buuren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, de SGP is blij dat er een voorstel ligt voor dit stukje Capelle. Dat heeft even geduurd en er zijn veel ontwikkelaars die hun tanden hierop stuk hebben gebeten. Er ligt een voorstel waarmee dit gebied invulling krijgt. Daar is lang op gewacht. De wijze waarop het proces is gelopen laat enerzijds zien dat gebiedsontwikkeling een dynamisch proces is en tegelijkertijd dat dit proces uiterste zorgvuldigheid vraagt. Er zijn fouten gemaakt in de overstap van Gebiedspaspoort 1 .0 naar 1.1, met name de wijze waarop de omgeving daarin is meegenomen.
Hoewel de wethouder het afgelopen halfjaar zijn best heeft gedaan om dit te corrigeren, zien wij maar weer hoe belangrijk het is om op het punt van participatie uiterste zorgvuldigheid te betrachten en geen steken te laten vallen. Was het niet beter of zelfs noodzakelijk geweest toen zich een ontwikkelaar meldde voor het voor- en achterterrein om een pas op de plaats te maken en terug te gaan naar de gebiedspartijen alvorens er een voorstel werd ontwikkeld om tot een gewijzigd gebiedspaspoort te komen? Was het niet veel meer in de geest van het gebiedspaspoort dat er lag geweest om dit in samenspraak te doen? Een vervolgvraag aan de wethouder is of de wethouder bereid is om van dit participatieproces te leren door middel van het uitvoeren van een evaluatie. Dan kunnen wij de lessen trekken die in dit proces zijn opgedaan uit zaken die niet goed gegaan zijn, de wijze waarop dit is vormgegeven en hoe de raad hierbij betrokken is. De raad wil meer helderheid over hoe participatie moet worden vormgegeven. Kan de wethouder toezeggen dat hij gaat verkennen hoe hij de raad beter kan betrekken bij participatieprocessen en op de hoogte kan houden van participatieprocessen? Bezwaren rondom het participatieproces willen wij niet wegwuiven, net als de inhoudelijke bezwaren van de omwonenden.
Wel vinden wij dat deze bezwaren niet zodanig zwaarwegend zijn dat de ontwikkeling geen doorgang zou kunnen vinden. Veel van de bezwaren komen terug als het plan getoetst moet worden in het kader van de te verlenen vergunning. Andere bezwaren zijn vanuit het perspectief van de omwonenden, maar staan niet in verhouding tot de meerwaarde van dit plan voor Capelle. De SGP ziet enerzijds geen reden om vooruit te grijpen op die toetsing en anderzijds benadert de SGP dat de minpunten van het nieuwe gebiedspaspoort niet opwegen tegen de plus van de ontwikkeling die wij hier krijgen.
210315
pagina: 24 van 41
De SGP benadrukt dat er alles aan gedaan moet worden om bij de verdere concretisering van het bouwplan dit maximaal in samenspraak met bewoners te doen. Zo kan er optimaal ingespeeld worden op de bezwaren die er nog leven. Om dit punt kracht bij te zetten richting de ontwikkelaar is dit punt in de gezamenlijke motie opgenomen. Hopelijk onderstrepen wij het belang van de punten in de motie die in het uiteindelijke bouwplan een plek krijgen. Wij onderstrepen het belang van deze plek. Een plek waar stad en wonen elkaar afwisselen. Dat vraagt zeker van het hoekgebouw een uniek vormgegeven gebouw waaruit je het vriendelijke dorpse karakter van de wijk Schenkel kunt aflezen. Wat dat betreft hadden wij liever de term 'kleinschalige appartementen' gehandhaafd boven de term 'kleinschalig appartementengebouw'. Kan de wethouder onze zorg op dit punt wegnemen en uitleggen waarom deze wijziging in terminologie nodig is? De SGP vindt het buitengewoon belangrijk dat B6 bij de ontwikkeling wordt betrokken. Net als dat wij het in 2017 belangrijk vonden dat er een integrale ontwikkeling met B4 en B5 plaatsvond. De vraag is wel hoe de wethouder dit in het vat wil gieten als deze motie wordt aangenomen. Het mooiste zou zijn om snel gesprekken te voeren met de eigenaren van B6 en het gebiedspaspoort te herzien als er daadwerkelijk ruimte is voor het betrekken van B6.
Dat is geen kwestie van je eigen kaders niet serieus nemen, maar een kwestie van inspelen op de dynamiek van een gebiedsontwikkelingsproces. Ziet de wethouder dil ook zo? Omgekeerd: hoe kunnen wij komen tol een integrale ontwikkeling als wij instemmen met een partieel paspoort dat momenteel op tafel ligt? Er ligt een gedetailleerde anterieure overeenkomst op tafel. Los van het feit dat dit een weinig gelukkige beeldvorming naar buiten toe in de hand werkt, roept dil de vraag op in hoeverre er ruimte is om het bouwplan te optimaliseren in het gesprek met de omwonenden. Kan de wethouder toezeggen dat hij de overeenkomst op dit punt kritisch zal nakijken alvorens deze getekend wordt? Wij wachten met veel belangstelling de antwoorden van de wethouder af. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Weemhoff. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, de PvdA is van oordeel dat dit gebiedspaspoort niet op deze wijze aan de gemeenteraad zou moeten worden voorgelegd. Daarom zeggen wij niet veel over de inhoud, want hel lijkt vooral een plan van een ontwikkelaar met wat plussen en minnen op grond van het horen van de inwoners en de betrokkenen. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat de PvdA tegen de ontwikkeling van dit gebied is en niet hoe wij aankijken tegen een plan dat wel samen met de omgeving zou zijn ontwikkeld. De PvdA sluit zich aan bij de vragen van mevrouw Van der Klauw.
Zeker bij de vraag hoe serieus de raad zichzelf neemt in zijn kaderstellende rol. Daarmee verwijs ik naar de motie vreemd aan de orde van de dag die later vanavond wordt behandeld. De PvdA begrijpt de motie van Leefbaar Capelle, VVD en SGP niet zo goed. Als deze partijen dit vinden, hoe kunnen zij zich dan scharen achter het voorliggend gebiedspaspoort? De VOORZITTER: De heer Van Buuren heeft een interruptie. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, kan mevrouw Weemhoff zeggen waarom het in strijd is met de kaderstellende rol van de raad als de kaders wijzigen? Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, het is in strijd met de kaderstellende rol van de raad als het college, in strijd met de kaders die de raad eerst heeft gesteld, een anterieure overeenkomst sluit met een ontwikkelaar waarbij hel noodzakelijk wordt dat de raad de kaders aanpast. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, is het college gehouden aan deze anterieure overeenkomst als de raad besluit om niet in te stemmen met deze kaders? Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, het is nadrukkelijk opgeschreven in de anterieure overeenkomst dat dat niet het geval is. Echter, door het sluiten van een anterieure overeenkomst wek je verwachtingen bij de andere partij waarmee je de overeenkomst sluit.
210315
pagina: 25 van 41
De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik heb een laatste vraag in dit verband. Is het geen gebruikelijke manier van handelen? Als een private ontwikkelaar een plan opstelt in samenspraak met de gemeente, dan gaat de kaderstelling en planontwikkeling vaak hand in hand. Is mevrouw Weemhoff met mij van mening dat het sluiten van een anterieure overeenkomst een gebruikelijke werkwijze is in plaats van de suggestie die gewekt wordt van een uitzonderlijke en ondeugdelijke werkwijze? Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, de mate waarin je details opneemt in deze anterieure overeenkomst die strijdig zijn met de eerdere afspreken in de kaders, is niet de gebruikelijke werkwijze. Ik was gebleven bij de vraag wat de motieven zijn van deze partijen om de motie in te dienen. Als zij dit vinden, wat maakt het dan dat deze partijen zich achter het gebiedspaspoort kunnen scharen? Wat gaat er gebeuren als deze motie wordt aangenomen? Dat is een vraag aan deze partijen en aan de wethouder. Wij hebben diverse keren insprekers horen melden dat de eigenaren van B6 zeker bereid zijn om in gesprek te gaan en dat die gesprekken niet gehonoreerd zijn. Wat wordt er na het aannemen van deze motie morgen anders gedaan dan dat het tot op heden is gedaan? Dat brengt ons op de vraag hoe de wethouder aankijkt tegen de ingediende motie.
De VOORZITTER: De heer Spruit is de hoofdindiener van de motie en wordt aangesproken door mevrouw Weemhoff. Heeft u behoefte om te reageren of wilt u dit bewaren tot uw tweede termijn? De heer SPRUIT: Voorzitter, ik kan reageren op de vraag van mevrouw Weemhoff als u dat handig acht in deze discussie. Mevrouw Weemhoff vraagt wat er gebeurt als de motie niet wordt uitgevoerd. Wij gaan ervan uit dat het college serieus met deze motie aan de slag gaat. Als de gemeenteraad in meerderheid deze motie aanneemt, dan gaat de wethouder aan het werk. Wij hebben dit al eens besproken met de wethouder en hij zal straks gaan zeggen dat hij dat zal doen. In de commissievergadering heeft hij dit min of meer al gezegd. Wij weten niet 100% zeker dat wat in deze motie is opgenomen daadwerkelijk uitgevoerd gaat of kan worden. Een behoorlijke zekerheid hebben wij wel dat de bedrijven van B6 genegen zijn om mee te werken aan het verplaatsen van de bedrijfsactiviteit. Eerlijk gezegd kan ik niet veel redenen bedenken waarom dit niet zou lukken. De bedrijven zijn er niet bij gebaat dat zij hun bedrijfsactiviteit voortzetten en vervolgens een woonwijk om hen heen krijgen met de problemen die verwoord zijn door de heer Balfoort.
Ik kan niet anders dan verwachten dat deze motie in belangrijke mate uitgevoerd gaat worden, dat er een keurige woonwijk ontstaat waarbij wij de scheiding van bedrijfsactiviteiten en wonen gerealiseerd hebben en dat mensen daar plezierig en veilig kunnen wonen. De VOORZITTER: Dat is een afdoende antwoord op de vraag van mevrouw Weemhoff. Mevrouw Den Engelsman heeft een interruptie op de heer Spruit. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, de wethouder dient de motie uit te voeren. Zijn wij niet afhankelijk van de welwillendheid van de ontwikkelaar om hieraan mee te werken? Het is niet een gegeven feit dat wat in de motie staat direct uitgevoerd gaat worden. De heer SPRUIT: Voorzitter, de ontwikkelaar moet altijd blijven binnen de kaders van dit gebiedspaspoort. Er is een groot belang voor de projectontwikkelaar dat hij de omgeving mee krijgt in de ontwikkeling van het bouwplan dat hij daar wil realiseren, anders loopt hij van bezwaarprocedure naar bezwaarprocedure. Wij hebben geen enkele aanleiding om te verwachten dat de projectontwikkelaar de hakken in het zand zou zetten tegen de wensen van deze raad en de wensen van omwonenden en andere betrokkenen zoals deze geuit zijn tijdens de inspraakbijeenkomst. De VOORZITTER: Mevrouw Weemhoff heeft een interruptie.
Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, ik heb gevraagd wat maakt dat de heer Spruit en andere partijen verwachten dat deze ontwikkelaar zich vanaf morgen anders gaat gedragen op grond van deze motie terwijl deze eigenaar al anderhalf jaar vraagt om betrokken te worden en aangeeft bereid te zijn om over zijn bedrijf te praten. Wat maakt dat deze partijen ervan overtuigd zijn dat het anders zal zijn met het aannemen van deze motie?
210315
pagina: 26 van 41
De heer SPRUIT: Voorzitter, dit is tijdens de commissievergadering besproken. Er zit een verschil tussen een participatietraject rond het gebiedspaspoort en het participatietraject rond een bouwplan. Wij hebben alleen nog het eerste participatietraject doorlopen. De projectontwikkelaar komt pas in beeld als hij met zijn bouwplan komt en de bouwvergunningen aanvraagt. Dan zal hij een participatietraject moeten opstarten. De VOORZITTER: De wethouder kan u antwoord geven op deze vraag, omdat hij met zijn ambtenaren de contacten onderhoudt met de projectontwikkelaar. Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, deze vergadering gaat achterstevoren. De motie vreemd aan de orde van de dag van GroenLinks die de SP medeondertekend heeft, gaat over de gelijkwaardigheid en daarmee over de participatie. De motie van Leefbaar Capelle, VVD en SGP gaat over de invulling. Zojuist hebben wij het referendum behandeld. Dat was wellicht niet noodzakelijk geweest als wij toezeggingen en verduidelijking hadden gekregen van de wethouder over de eventuele toekomst en de uiteindelijke invulling van dit gebied. Namens de SP sta ik niet te springen over de betaalbaarheid of het aantal woningen. Aan de overkant ligt het IJsselpark. De ontwikkeling van het gebied staat echter voorop. Dat is niet ongewenst. De motie zal gegarandeerd aangenomen worden.
Wat mij het meeste dwars zit is de fasering. Als de invulling die in de motie ter sprake komt gefaseerd wordt, dan gaat de boel twee keer op de schop. Daarnaast is het de vraag wie de eigenaar van de grond wordt. Wordt dat een ontwikkelaar zodat het proces buiten de raad om plaatsvindt? Dat is een tweede vraag aan de wethouder. Ik meende zelfs dat de heer Van Buuren bedoelde dat het eigenlijk een ander gebiedspaspoort is. Ik zie hem nee schudden, dus dat bedoelde hij niet. De heer Van Buuren noemde wel een 'een pas op de plaats maken'. Dat heeft de SP eerder ter sprake gebracht in de commissies toen het ging over stedelijke ontwikkeling. Een pas op de plaats zou gunstig kunnen zijn om tot een geslaagde afronding van deze gebiedsontwikkeling te komen. Kortom, de vragen aan de wethouder zijn hoe hij de fasering in de motie zou invullen en wie eigenaar wordt bij het verdwijnen van de ondernemers. Dat zal heel bepalend zijn voor de gang van zaken. Een integrale ontwikkeling is wat ik voorsta. Ik was gelijk getriggerd toen ik hoorde dat de
ondernemers niet gehoord waren in het hele voortraject. Daarover hoor ik de wethouder graag. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, met de behandeling van het referendum heeft het CDA gewezen op de punten participatie en de rol van de raad. Daarop zal ik verder voortborduren bij de wijziging van het gebiedspaspoort. De gebiedsvisie Landelijk Capelle is met een brede participatie tot stand gekomen. Het college gaat voorbij aan de fundamentele keuzes die toen gemaakt zijn. De destijds meegenomen zienswijze in het paspoort van 2017 wordt daarmee grotendeels tenietgedaan. Welke waarde kunnen bewoners nog hechten aan het besluit dat wij in 2017 hebben genomen? In het plaatje van 2017 is te zien dat het achterterrein een soort landschappelijk karakter ging krijgen; huisjes in het groen. Nu worden het gewoon rijtjeswoningen. Een goed voorbeeld is het 's-Gravenweteringpark waar de voorkant dorps is en de achterkant landelijk. De heer Oudshoorn zei in de commissie dat die maten in het andere paspoort niet uit de lucht zijn komen vallen. Dat klopt, want daarover is goed gesproken met bewoners en er is gekeken naar het appartementsgebouw. Er stond duidelijk dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt het niet een al te hoog gebouw moest worden.
Inmiddels wordt het appartementsgebouw op de hoek aan de voorkant van de Capelseweg zelfs hoger dan het Aldi-gebouw aan de overkant van de straat. Toen was dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet handig om dat te doen, zeker vanwege de doorkijk vanuit het centrum. Dat is toen allemaal bepaald en meegenomen. Vandaar dat die hoogten opgesteld zijn. Het CDA betreurt de handreiking die toen door de bewoners en ondernemers is gedaan om dit in twee of drie sessies te doen. Wij hadden in elk geval een traject kunnen doorlopen waarin wij meer zaken hadden kunnen meenemen in het gebiedspaspoort dat als onderlegger dient voor de anterieure overeenkomst. Wellicht had dat mogelijkheden gegeven om B6 wel mee te nemen, zodat er sprake was van een totale ontwikkeling.
210315
pagina: 27 van 41
Wij zien dat in de stukken die wij vandaag hebben teruggekregen vanuit de technische vragen. Dank voor de uitgebreide beantwoording op deze vragen. Wij lezen hierin dat het Q-team in juni 2020 aangaf dat er sprake moest zijn van een integrale ontwikkeling in samenhang met B6. Echter, van de week is pas het eerste gesprek geweest. Wat heeft het college dan de afgelopen periode gedaan vanaf juni tot aan nu? Waarom is daarop niet ingezet? Dan hadden wij dit kunnen regelen in het gebiedspaspoort. D66 heeft een aantal vragen gesteld betreffende het informeren en betrekken van de raad. In 2017 is gezegd dat er een separaat paspoort neergelegd zou worden. Separaat betekent afzonderlijk en gescheiden. Dit zou dus een nieuw paspoort zijn voor het achterterrein. Het verbaast ons dat er een anterieure overeenkomst is gesloten terwijl de raad de kaders nog moest vaststellen. Voor het CDA is dit een onbegrijpelijke en onnodige stap. Het is heel belangrijk om de raad te blijven informeren als kaders wijzigingen, zodat wij vroegtijdig kunnen bijsturen en de raad zijn kaderstellende rol goed kan uitvoeren. De raad is hierin niet goed tot zijn recht gekomen. Dan kom ik bij de motie van Leefbaar Capelle. Het CDA vindt het heel jammer dat dit soort zaken niet in het gebiedspaspoort is opgenomen. Wij zijn afhankelijk van de welwillendheid van de ontwikkelaar.
De heer Spruit zei dat hij hierin geen enkele zorg zag, maar juridisch gezien is dit een gegeven feit. In de motie wordt gevraagd om te kijken naar een polderlint voor een doorzicht. In de commissie hebben wij gehoord dat er geen ruimte is om afstand te houden van de sloot. In het huidige gebiedspaspoort staat zelfs dat de drie meter sloot alleen geldt aan de kant van de Bermweg en niet aan de doorgetrokken kant van B4, B5 en B6. Wij maken een slootje aan de voorkant van de Bermweg, terwijl de vraag van de bewoners in 2017 om de sloot door te trekken technisch niet realiseerbaar was. Er zitten veel discrepanties in 2017 en nu. Voor het CDA zijn de toen gemaakte afspraken in het gebiedspaspoort van zeer grote waarde. Welke waarde kunnen bewoners hechten aan die afspraken? De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Eilander. De heer EILANDER: Voorzitter, eindelijk ligt het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg voor ter besluitvorming. Dat verdient het, want het is een gebied waar wij aan de slag moeten en willen. De heer Van Buuren zei al dat wij daar al jaren bezig zijn om daar eindelijk wat te gaan doen. Het is een lang traject geweest, maar dat was nodig. Er was namelijk veel onduidelijkheid over de participatie. Het is goed dat wij twee weken geleden een afsluitende fysieke commissievergadering hebben gehad om dat de revue te laten passeren.
Alles wat wij de afgelopen maanden hebben gehoord, gelezen en gezien is op een rijtje gezet. Zo ook de afspraken over de participatie die in 2017 zijn gemaakt met interpretaties door bewoners en een uitleg en interpretatie van het college. Het is tijd om een besluit te nemen. De fractie van de ChristenUnie ziet dit gebiedspaspoort als een voortborduursel op het paspoort van 2017. Er ontstond tussentijds wel een andere situatie doordat een ontwikkelaar zich als eigenaar meldde. De raad had destijds niet voorzien dat dat een van de mogelijkheden zou kunnen zijn. Wij sluiten ons graag aan bij de vragen die D66 en SGP daarover gesteld hebben. Wij horen graag hoe wij dat in de toekomst kunnen voorkomen of hoe wij daarop kunnen anticiperen. Voor ons ligt eigenlijk de nota van beantwoording. Wij moeten eerlijk zijn dat met name het voorterrein van B3 aardig in de richting komt van het paspoort uit 2017. Het college heeft duidelijk een kwinkslag gemaakt om terug te gaan naar het oude paspoort. Daarvoor dank. Daarmee doen wij recht aan de gebiedsvisie Landelijk Capelle waarin wij dat zo bedacht hadden. Er zijn wel zorgen en aandachtspunten die door de indieners van het referendumverzoek zijn benoemd. Met dank voor de toezegging van de wethouder in de commissie over de procedure rondom de Johannahoeve.
Ik ga kijken of ik deze destijds goed begrepen heb, want in de motie wordt daarnaar tevens een kwinkslag gemaakt. De SGP en de ChristenUnie hebben dit als extra stap in de procedure voorgesteld om de raad nog een plek te geven bij het afgeven van de omgevingsvergunning door actief door het college geïnformeerd te worden over de afstemming die de ontwikkelaar gaat doen met de bewoners en de bedrijven op B6. De raad kan hierdoor in de gaten houden of een aantal aandachtspunten op een goede manier een plek krijgen in de uitwerking van het paspoort. Als de raad actief geïnformeerd wordt, kunnen wij daarna met de wethouder in overleg en het zelfs agenderen voor de raad ter besluitvorming.
210315
pagina: 28 van 41
Heb ik het goed begrepen dat de raad met de wethouder in overleg kan en daarin zelf een besluit kan nemen als wij vinden dat de afstemming met de bewoners en bedrijven niet goed gegaan is? Niet dat daarmee iedereen zijn zin krijgt, maar dan kunnen wij dit punt aanvechten. Uiteraard vertrouwen wij erop dat dit niet nodig is. De ChristenUnie heeft zorgen over de bedrijfsvoering en de eventuele uitplaatsing of verplaatsing van de huidige bedrijven op kavel B6. Bijna alle vorige sprekers hebben daar al wat over gezegd. Wij zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop, op de ingediende motie en de suggestie van de inspreker daarbij. Als die uitplaatsing daar niet lukt, wat betekent dat dan voor de continuering van de huidige bedrijven op B6? Kan dat op die manier blijven gaan? De ChristenUnie staat positief tegenover het voorstel over het vaststellen van dit gebiedspaspoort, omdat wij zien dat de bewoners opnieuw betrokken worden bij de uitwerking daarvan. Dat lijkt ons op dit moment voldoende om dit besluit te kunnen nemen. Daarbij moet ik wel zeggen dat het participatietraject geen schoonheidsprijs verdient en er zijn genoeg punten ter verbetering. Daarover moeten wij spreken in de raad. Laat dat een les zijn die wij hieruit leren. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Raadsen.
De heer RAADSEN: Voorzitter, het gebied valt binnen het bestemmingsplan Schollebos en heeft de bestemming 'Gemengd'. Hier vindt bedrijvigheid plaats inclusief verkeersoverlast, die naar het oordeel van de ondernemers schuren met woningbouw. Hier is sprake van achterstallig onderhoud van de ruimtelijke ordening. Wat doet een bestemming 'Gemengd' in het Schollebos? Het zal misschien begrijpelijke historische redenen hebben, maar dit was het moment geweest om een nieuwe bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan voor deze toegangscorridor tot het centrum van Capelle te maken. De gemeente heeft hier een belangrijke stap in het proces overgeslagen. De motie van Leefbaar Capelle over het scheiden van bestemmingen komt hieraan deels tegemoet en wil GroenLinks wel steunen. Wij zijn voor de ontwikkeling van dit gebied. Wij interpreteren deze motie evenwel als het terugsturen van dit gebiedspaspoort naar de keuken. Mede daarom zullen wij niet voor dit gebiedspaspoort stemmen. Wij zitten daarmee wel gelijk met een vraag aan de indieners van de motie. Hoe kunt u tegelijkertijd deze motie indienen en toch instemmen met het gebiedspaspoort? Onzes inziens kunt u beter tegen dit gebiedspaspoort stemmen, want dan heeft de wethouder weer de handen vrij om de motie uit te voeren. Als het gebiedspaspoort wordt aangenomen, dan zijn de handen van de wethouder gebonden door de anterieure overeenkomst.
Aangezien ongeveer dezelfde vraag gesteld werd door de SGP aan de wethouder, wachten wij eerst zijn antwoord af. De VOORZITTER: Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de raad. Het woord is aan wethouder Struijvenberg voor zijn eerste termijn. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dank voor alle bijdragen met daarin verschillende vragen. Laat ik vooropstellen dat ik erg blij ben dat wij dit debat vandaag voeren. Ik sta te trappelen om aan de slag te gaan in dit gebied. Hetzelfde geldt voor de ontwikkelaar, de eigenaar en de zin die wij hebben om het gesprek aan te gaan met omwonenden en bedrijven om tot een goede invulling van dit paspoort te komen als uw raad dit aanneemt. Er is een aantal vragen gesteld over de volgordelijkheid van het gebiedspaspoort en de anterieure overeenkomst. Wanneer de raad met een gebiedspaspoort bouwmogelijkheden creëert, dan is het erg verstandig dat de gemeente een anterieure overeenkomst heeft voordat de raad daarover stemt. Anders creëert uw raad bouwmogelijkheden en moet u daarna proberen mijn plankosten terug te halen. Dat is een wat lastiger gesprek. Niet lang geleden kreeg ik de vraag van iemand uit uw midden of er wel een anterieure overeenkomst zou zijn alvorens ik bouwenveloppen zou voorleggen voor het Rivium. Toen zei ik dat ik het niet eens zou durven andersom te doen. Dat is precies wat hier aan de hand is.
Als ik het andersom zou doen, dan hebben wij een probleem en heb ik over een half jaar een heel ander debat met u waarom het zo moeilijk lukt om onze plankosten terug te krijgen. Analoog aan het Rivium wordt dat hier ook gedaan. Dat is dus niet vreemd en geen verkeerde volgorde. Dat is te doen gebruikelijk, slim en het staat niks in de weg, want daarin zit de voorwaarde dat het onder voorbehoud is van de besluitvorming van uw raad. Uw raad is in positie. Verwerpt u dit gebiedspaspoort, dan kan de anterieure overeenkomst in de prullenbak alsof wij deze nooit getekend hebben.
210315
pagina: 29 van 41
Voor het bijstellen van de kaders bent u tevens in positie. Het is een gedeelde wens van de raad en het college om te komen tot een integrale ontwikkeling met het achterterrein. Daarvoor moeten de kaders bijgesteld worden, want het gebiedspaspoort uit 2017 kan voor het achterterrein niet gezien worden als verklaring van geen bedenkingen. Anders had ik dit voorstel niet hoeven doen. Dat is destijds vermeld. Wij moeten dus tot een nieuw gebiedspaspoort komen met het achterterrein erbij en dat is gelukt voor B4 en B5. Dat is goed nieuws. Dat is een voorstel van het college. Het staat het college altijd vrij om zaken voor te stellen aan uw raad. Dat gebeurt heel vaak, bijvoorbeeld in elke voorjaarsnota, najaarsnota en begroting. Dan hebben wij budgetten gekregen die wij graag wijzigen en vragen wij of de raad dat goed vindt. Hier zijn kaders vastgesteld waaraan ik mij te houden heb. Het staat mij wel vrij om te vragen of u die kaders anders kunt maken in het belang van onze stad. In dit geval vindt de oorsprong daarvan in een gezamenlijke conclusie dat het fijn zou zijn om een integrale ontwikkeling te doen. Dat is een nieuwe gebiedspaspoort geworden. Vandaar dat versie 1.1 voorligt. De VOORZITTER: Mevrouw Den Engelsman heeft een interruptie. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, de wethouder spreekt over integrale ontwikkeling.
Kan hij zeggen waar ik dat kan terugvinden in het paspoort van 2017? Aan de linkerkant staat dat er een separaat paspoort opgesteld wordt. Waar kan ik het vinden dat de raad heeft gezegd dat wij een integrale ontwikkeling wilden? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ik ben niet bij de discussies geweest, maar een van de raadsleden kon zich goed herinneren dat dit onderdeel was van het debat rondom het gebiedspaspoort 2017. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, u geeft het aan in het debat. Dat zie ik niet terug in het gebiedspaspoort waarin de kaders worden gesteld. Is dat juist? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, je zou verwachten dat dit in de notulen staat of terug te luisteren is op de opname van de betreffende vergadering. Ik was er niet bij, maar dat is de informatie die mij verstrekt is en gedeeld werd door een van de raadsleden in een vorig gesprek. De VOORZITTER: De heer Raadsen heeft een interruptie. De heer RA ADSEN: Voorzitter, de wethouder zegt dat het heel normaal is om afspraken te maken met ontwikkelaars. Dat gebeurt inderdaad. De wethouder vraagt zich af hoe wij anders plankosten kunnen terughalen. Hij verwart hier echter de ontwikkeling van een stedenbouwkundig plan met het doen van een toezegging dat een bouwplan zal worden goedgekeurd. Hoe het heel netjes en mooi kan, kunt u zien in de gemeente Den Haag.
De VOORZITTER: De bedoeling van een interruptie is dat u een vraag stelt. U gaat geen lang verhaal houden om uw vraag in te luiden. U moet een concrete vraag stellen aan de wethouder. De heer RAADSEN: Voorzitter, waarom heeft de wethouder geen afspraak gemaakt met de ontwikkelaars over de ontwikkeling van een stedenbouwkundig plan zonder een toezegging te doen over het medewerking verlenen aan een bouwplan? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dat gesprek is destijds gevoerd in een debat in 2017. De notulen van dat debat worden niet opgenomen in het gebiedspaspoort. Het zou na te zoeken moeten zijn. Het gebiedspaspoort uit 2017 ademt wel de ambitie dat het fijn zou zijn als het achterterrein ook wordt ontwikkeld. Daarom wordt dat genoemd in dat gebiedspaspoort. Wellicht dat de heer Raadsen en ik elkaar niet goed begrijpen. Een ontwikkelaar wil graag aan de slag met een gebied waar de gemeente graag mee aan de slag wil. Dat kan echter niet, omdat het bestemmingsplan gewijzigd moet worden. Dat doen wij middels een gebiedspaspoort. Dat is een goed Capels gebruik. Daarvoor heb ik de toestemming van de raad nodig en zit ik hier vandaag met
mijn voorstel. Alvorens de raad daar ja tegen zegt, moet ik zekerheid hebben over de anterieure kosten. Dat is wat ik heb geregeld. De VOORZITTER: Het punt van de wethouder is duidelijk.
210315
pagina: 30 van 41
De heer RAADSEN: Voorzitter, de vraag is: waarom doet u dat niet met een aparte overeenkomst over de ontwikkeling van een stedenbouwkundig plan die op zichzelf geen toezeggingen doet over de medewerking aan een bouwplan in een anterieure overeenkomst? Dat zijn twee totaal verschillende dingen die niets met elkaar te maken hebben. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ik geloof dat ik de vraag van de heer Raadsen niet goed begrijp. Een ontwikkelaar wil over het algemeen best anterieure kosten betalen. Dat is te doen gebruikelijk. Daartegenover wil hij wel bepaalde zaken kunnen inbrengen. Wij zeggen niet dat de ontwikkelaar moet betalen, maar dat het de vraag is of hij daarna iets kan doen. De heer RAADSEN: Voorzitter, dat is wel wat in Den Haag gebeurt. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, het is niet dat het niet kan. Bovendien is dit een bijzondere situatie, omdat de ontwikkelaar tevens de eigenaar is. Als ik iets wil op het achterterrein, dan heb ik mij met deze partij te verstaan. De heer RAA DSEN: Voorzitter, daar heeft u het zelf naar gemaakt, want u heeft grond aan hem verkocht. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, er is grond verkocht en er is andere grond verkocht. De VOORZITTER: Mevrouw Van der Klauw heeft een interruptie. Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, de raad zou gezegd hebben dat wij liever een integrale ontwikkeling zouden zien.