CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.01 - Vastgesteld notulen raadsvergadering 15 maart 2021

Gemeenteraad 19 april 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen notulen raadsvergadering van 15 en 22 maart 202126.767 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

NOTULEN VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAAD DER GEMEENTE CAPELLE AAN DEN IJSSEL. GEHOUDEN OP MAANDAG 15 MAART 2021 OM 20.00 UUR

210315 Voorzitter Griffier Wethouders

mr. P. Oskam, burgemeester mevrouw drs. T.A. de Mik mevrouw A.J. Hartnagel, M. Struijvenberg, N.C. van Veen. mevrouw H.D. Westerdijk LLM, M.E. Wilson

Aanwezig CDA ChristenUnie D66 GroenLinks Leefbaar Capelle

PvdA SGP SP VVD

mevrouw D. Badloe BSc, mevrouw J. den Engelsman ing. P. Eilander, mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries MEd P.G. Holkamp, mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet, Z. Schelkers E.C. Raadsen, J.M. Snijders M.C.J. van Gent, drs. M.G. Jaliens, J. Janson, C.F.J. de Jong, J.B.L Kerver, mevrouw V. King-de Hoog, mevrouw J.W. Lauw-Schouten, F. Patty. CA Santman, H.S. Saritas, CAJ. Schaatsbergen, G. Spruit S. Geissler, mevrouw C.W.J. Weemhoff MA prof. dr. M.W. van Buuren, drs. A. Terlouw, mr. P.M.D. Weijers ing. J.F. Breepoel, M.W. Vlot L.CA Anink, J.S. Kolster MSc MA, M.N. Landzaad MSc LLM. drs. S. van Loef

Afwezig

A. van Bart (Leefbaar Capelle)

1.

Opening en vaststelling agenda

De VOORZITTER: Ik open de vergadering. Van harte welkom bij deze vergadering van 15 maart 2021. Dit is een extra vergadering die geheel in het teken staat van de verwikkelingen rond het gebiedspasport Capelseweg/Bermweg: zowel het referendum als het gebiedspaspoort zelf. Daaraan wordt een motie vreemd aan de orde van de dag van GroenLinks toegevoegd. Voorafgaande aan deze vergadering meld ik u dat onze bode is langsgegaan bij ons raadslid Mels Landzaad en zijn vrouw om de traditie hoog te houden van een knuffel bij de geboorte van een baby. Arwin van Buuren heeft een hele plank met deze knuffels. Het is heel leuk om deze te krijgen. Nogmaals van harte gefeliciteerd met jullie baby, Mels. Jij hebt op tijd aangifte gedaan in het gemeentehuis, dus hij is officieel een van de inwoners van Capelle. Er zijn vanavond geen gasten van de raad. Ik zal een kaartje trekken voor het geval er een hoofdelijke stemming komt. De winnaar is de heer Anink. Gefeliciteerd. Voor u geldt tevens een andere felicitatie, want u heeft te horen gekregen dat u over een paar dagen gemeentesecretaris wordt van de mooie gemeente Molenlanden. De huidige gemeentesecretaris hoopt dat u meer begrip krijgt voor het werk van de gemeentesecretaris. De heer ANINK: Dank u wel, burgemeester. De VOORZITTER: Wij gaan door met de afwezigheid.

Tot onze grote schrik hebben wij gehoord dat Albert van Bart van Leefbaar Capelle is opgenomen in het IJsselland Ziekenhuis en momenteel op de intensive care ligt. Onze gedachten zijn bij hem en zijn naaste omgeving. Cor Schaatsbergen en wethouder Hartnagel hebben intensief contact met zijn naasten. Als er ,ets te melden is wat u moet weten, dan krijgt u dat te horen. Wij duimen en bidden voor hem dat het de goede kant op mag gaan.

428913/468016

210315

pagina: 2 van 41

Ik ga alle namen opnoemen van de presentielijst en het is de bedoeling dat wij u in beeld krijgen om vast te stellen dat u aanwezig bent. Op dit moment zijn 31 van de 33 raadsleden aanwezig. Wij proberen de heer Saritas nog te bereiken. Daar kom ik later op terug. Er is een voldoende leden aanwezig om te beginnen. 2.

Spreekrecht

De VOORZITTER: De heer Zanting heeft zich gemeld voor het spreekrecht. Hij is de indiener van het referendum en u heeft hem eerder gehoord over dit onderwerp. Voorts is als inspreker aanwezig de heer Balfoort namens de heer Jongenelen. Als eerste is het woord aan de heer Zanting. De heer ZANTING: Voorzitter, gezien de volgorde van de agenda zal ik eerst het referendum behandelen, gevolgd door het gebiedspaspoort. Het waarom van het referendumverzoek is duidelijk. Evenals dat dit verzoek referendabel is; zie het advies van de Referendumcommissie. Dat advies is klip en klaar. Geen van de uitzonderingsgronden is van toepassing. U moet besluiten of u ons de gelegenheid biedt tot het indienen van een definitief verzoek. Let wel, het gaat daarbij dus niet om de vraag of u voor of tegen de herziening van het gebiedspaspoort bent. Het gaat nadrukkelijk niet om de vraag of u tegen het principe van referenda bent. U moet beoordelen aan de hand van de Referendumverordening of wij dit verzoek hier mogen indienen. De hierna te noemen politieke argumenten zijn geen redenen om het referendumverzoek af te wijzen. Het is geen grond voor een afwijzing als u principieel tegenstander bent van een referendum. Mocht u onverhoopt toch denken dat er wel participatie heeft plaatsgevonden, is dat tevens geen grond voor afwijzing.

Hetzelfde geldt voor mogelijke vertragingen van de ontwikkeling, dat een referendum geld kost, dat het IT-systeem niet op orde zou zijn, dat de kiesdrempel niet gehaald wordt en dat een referendum slechts raadgevend is, waar de raad niet aan gehouden is. Dit zijn geen redenen om het referendumverzoek af te wijzen. Als laatste opmerking heb ik twee citaten van de raadsvergadering van 10 februari 2020. Dat is de vergadering waarin de huidige Referendumverordening werd vastgesteld. De VVD merkte daarin op: "Laat het initiatief tot een referendum waar het hoort. Dat is bij de kiesgerechtigde Capellenaar " Leefbaar Capelle zei: "Dat komt doordat Leefbaar Capelle voor alle vormen van inspraak is." Het zal heel vreemd zijn als deze twee partijen tegen ons referendumverzoek zouden stemmen. Dan ga ik over tot het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg. Dat paspoort is in 2017 vastgesteld in het kader van Landelijk Capelle. Het paspoort bevat ruimtelijke spelregels voor de ontwikkeling van het voorterrein en richtinggevende spelregels voor het achterterrein. Die moeten nog nader ingevuld worden. In 2019 komt een ontwikkelaar met een bouwplan dat totaal niet past binnen dat paspoort en de spelregels, terwijl hij zich hieraan gecomitteerd heeft in de intentieovereenkomst. Vanaf dat moment hebben wij continu onze bezwaren tegen de plannen kenbaar gemaakt.

In onze ogen werd hiermee te weinig gedaan Wat volgt is een door de gemeente opgesteld conceptpaspoort met aangepaste regels voor het voorterrein met aanpassingen die geen verbeteringen zijn en regels voor het achterterrein die totaal een andere richting zijn opgegaan. Tevens zit daarin een onderdeel waarvan de gemeente heeft gezegd dat dit voor haar sowieso niet acceptabel is. Het is een conceptpaspoort zodat dat het bouwplan van de ontwikkelaar gerealiseerd kan worden. De anterieure overeenkomst met alle details over de bebouwing is al in oktober vorig jaar gesloten. Daarbij was er geen aanbesteding van locatie en zijn er geen andere opties bekeken toen bleek dat bouwplan niet paste. Als gevolg hiervan zitten wij met een conceptpaspoort dat niet past binnen de afspraken van het huidige paspoort. Zonder groen en blauw op een goede manier in te passen zoals in het kader van Landelijk Capelle de raad voor ogen stond. Zonder oog voor het landelijke karakter, doordat er meer en hoger gebouwd moet worden; te dicht op de bestaande bebouwing en kavels. Zonder oog voor de veiligheid, geluidsoverlast en stankoverlast voor nieuwe bewoners door de combinatie van wonen en de bedrijfsactiviteiten van de reeds gevestigde ondernemers.

210315

pagina: 3 van 41

Ga daarom niet akkoord met het voorgelegde gewijzigde gebiedspaspoort. Zorg voor een integrale ontwikkeling inclusief B6, voordat een paspoort voor gehele achterterrein kan worden opgesteld. Wij begrijpen dat gesprekken met ondernemers vorige week gestart zijn. Zorg dat er alsnog een beeldkwaliteitsplan voor het achterterrein wordt opgesteld. Ga met de ontwikkelaar bezien hoe de bouwplannen aangepast kunnen worden om tegemoet te komen aan de bezwaren van omwonenden en ondernemers. Indien dat niet kan en de ontwikkelaar aangeeft dat er geen wezenlijke aanpassingen mogelijk zijn, ga dan andere mogelijkheden verkennen. Een andere optie kan zijn een ontwikkeling van het voorterrein zonder achterterrein. Dan nog de vergelijking met IJsselpark. Dat paspoort werd in 2017 tijdens dezelfde raadsvergadering vastgesteld. Het is ruim opgezet, zoals u mag verwachten in het kader van Landelijk Capelle. Vorige week maandag sloot de inschrijvingstermijn en een dag later volgde de toewijzing van de bouwnummers al. Ik begrijp dat deze toewijzing niet is geschied op basis van loting, maar het criterium hoe lang mensen erbij betrokken zijn geweest. Afgezien van het feit dat dit niet duidelijk werd vermeld bij de inschrijvingsprocedure, lijkt mij dit een behoorlijk subjectief criterium. Ik zal hierover niet verder uitweiden.

Stel dat er gebouwd wordt op de hoek van de Capelseweg/Bermweg en er meer geïnteresseerden zijn dan woningen. Hoe wordt de toewijzing van deze woningen dan georganiseerd? Laten wij dat over aan de ontwikkelaar en de makelaar? Hoe kunnen wij dan garanderen en controleren dat woningen op een objectieve en transparante wijze worden toegekend? De VOORZITTER: Is de heer Saritas inmiddels aanwezig? U staat bij ons in het systeem aangemeld, maar wij zien en horen u niet. Dat is nodig. De heer SARITAS: Voorzitter, mijn excuses. Ik ben aanwezig. Ik had wat problemen met mijn hobby. De druk is vrij hoog. Vandaar dat ik wat later ben. Hoort u mij nu? De VOORZITTER: Wij horen u en u bent genoteerd als aanwezige. De heer Balfoort komt inspreken namens de heer Jongenelen. Het woord is aan de heer Balfoort. De heer BALFOORT: Voorzitter, mijn naam is Hans Balfoort. Ik spreek in namens de heer Jongenelen, een ondernemer gevestigd op B6. Verdere introductie lijkt mij overbodig gelet op eerdere ervaringen. U kent het plan. U hebt zich allen goed voorbereid en de situatie is bekend. U weet dat er door de heer Jongenelen keer op keer contact is gezocht met de gemeente voor een goede inpassing van de bedrijvigheid in dit gebiedspaspoort. U weet dat wij daarover ontevreden zijn en dat de investeringen al een aantal jaren stilliggen vanwege de groeiende onzekerheid.

Dan vraagt u zich af: is dat nou zo erg dat de ondernemers van B6 niet zijn meegenomen in de plannen? Het kan toch wel zonder? Alleen met de percelen B1 tot en met B5, zoals is voorgesteld in het gebiedspaspoort. De ondernemers van B6 kunnen wellicht later aan bod komen. De wedervraag luidt: De zware bedrijvigheid, met bijpassende geluids-, stank- en milieunormen, waarvoor dagelijks enkele tientallen zware vervoerbewegingen noodzakelijk zijn, kunt u zich voorstellen dat dit past in een woongebied? In het gebiedspaspoort dat vanavond voorligt staat dat de toekomstige woonwijk een groene en lommerrijke opzet kent, met een dorps karakter. Er staat letterlijk: "De dorpse sfeer komt tot uiting in het profiel van straten, het gebruik van ambachtelijke materialen voor woningen, bestrating en openbare ruimten. Het wordt een plek waar de kinderen nog rustig op straat kunnen spelen, of anders in het speeltuintje om de hoek." Dit is hoe het gebiedspaspoort aan de toekomstige bewoners wordt verkocht. Dat klinkt allemaal mooi, maar met het blijven van de bedrijvigheid is de werkelijkheid anders. Vrachtwagencombinaties, volgeladen met grond en groenafval rijden die ambachtelijke materialen tot grind. Kinderen kunnen niet veilig spelen op een straat waar vrachtwagens tot 18 meter lang af en aanrijden.

De op- en overslag van groenafval, dat in het najaar zo lekker gaat broeien, vindt pal onder de ramen van de nieuwe woningen plaats. Weg met de sfeer en de verse boslucht. De geluidsoverlast door het vrachtverkeer en het opstarten van machines in de morgen verstoren het geluid van fluitende vogels. Dorpse bebouwing, vredig aan het Schollebos? Niets is minder waar.

210315

pagina: 4 van 41

Partijen en gemeenteambtenaren die onlangs het terrein hebben bezocht, moeten dat beamen. In de zienswijzen en inspraakreacties is keer op keer gewaarschuwd dat de woningen en de bedrijven niet bij elkaar passen zonder goede afspraken. Er is gevraagd om mee te denken en mee te kunnen doen om afspraken te maken, maar tot op heden zonder resultaat. Toch wordt vanavond aan u gevraagd of u wilt instemmen met een gebiedspaspoort dat spreekt over dorpse sfeer, ambachtelijke straten en spelende kinderen, terwijl de bedrijvigheid op B6 geen onderdeel is van dat plan en niet goed is ingepast. Ik hoop dat u begrijpt dat wij hier niet alleen voor het belang van de ondernemers en het belang van de continuering van de bedrijvigheid zitten, maar vooral voor de belangen van de toekomstige bewoners. Dit plan kan daarom alleen maar doorgaan op basis van een van de twee volgende voorwaarden: de bedrijvigheid wordt ingepast of de bedrijvigheid wordt verplaatst. Bij de juiste inpassing van de bedrijvigheid gaat het onder meer over de toegangsweg, bereikbaarheid, handhaafbaarheid en de veiligheid. Tevens is een goede voorlichting over de toekomstige woonomgeving van mensen van belang. Er moet niet geadverteerd worden met aanlokkelijke makelaarstermen als lommerrijk, aan de rand van het bos en dorps, maar gewoon zeggen wat de situatie is: pal naast bedrijvigheid, dus u kunt enige overlast ervaren.

Dat is wel zo eerlijk naar de toekomstige bewoners toe. Het verplaatsen van de bedrijvigheid is vanuit de heer Jongenelen zeker een optie. Als uw raad vanavond besluit om al dan niet met behulp van een motie, het college aan te sporen tot een maximale inspanning om de bedrijven te verplaatsen, zullen wij die handreiking zeker aanpakken. Wij zijn bereid om met de gemeente verder te kijken om de bedrijvigheid te verplaatsen en daarmee de voornoemde problemen in een keer op te lossen. Afgelopen vrijdag heeft het eerste verkennende gesprek plaatsgevonden, waarin enkele uitgangspunten voor verplaatsing van de bedrijvigheid zijn toegelicht. Dat was een goed gesprek en we hopen er met de gemeente uit te komen, maar de uitkomst staat niet vast en de maximale inspanning aan het college is natuurlijk geen resultaatsverplichting. Mocht de verplaatsing om welke reden dan ook niet door kunnen gaan, dan vragen wij u, in aanvulling en uitbreiding op de motie, het college op te roepen alsnog de bedrijvigheid in het gebiedspaspoort in te passen door serieus te kijken naar de hiervoor genoemde problemen. Daarover hebben wij echt grote zorgen. Het zou de winst van vanavond zijn als het college die zorg weg kan nemen. Dat betekent dat de belangen van de bedrijvigheid en de toekomstige bewoners optimaal gewaarborgd zijn. 3.

Indienen motie vreemd aan de orde van de dag gelijke behandeling burgers bij inspraak beleidsontwikkeling en toetsing vergunningsaanvraag (ingediend door GroenLinks)

De VOORZITTER: Aan de orde is de indiening van de motie vreemd aan de orde van de dag gelijke behandeling burgers bij inspraak beleidsontwikkeling en toetsing vergunningsaanvraag. Het woord is aan de heer Raadsen. De heer RAADSEN: Voorzitter, Nederland heeft een lange traditie van regelgeving over ruimtelijke ordening en bouwen, waarvoor we alom in de wereld worden geprezen. Hij regelt de verhouding tussen de burgers, ondernemers, de overheid en de rechten bij de bepaling van wat waar kan worden gebouwd. Het komt erop neer dat de gemeente eerst de kavels vaststelt in goed overleg met de insprekers en participerende burgers, waarna een particulier initiatief voorstellen kan indienen. Met de komst van de Omgevingswet verandert daaraan niets wezenlijks. Tegelijkertijd wordt er in Nederland geëxperimenteerd met mogelijkheden om projectontwikkelaars meer ruimte te bieden om mee te denken met stedenbouwkundige taken van de gemeente en hen mee te laten betalen. In de commissievergadering van 1 maart heb ik daarbij de gemeente Den Haag genoemd die met het gebiedspaspoort Junopark daaraan een mooie invulling geeft. Capelle experimenteert met gebiedspaspoorten, maar doet dat op een manier die niet in de haak is.

De bijdrage van projectontwikkelaars aan de ontwikkeling van een stedenbouwkundig plan wordt in Capelle verward met een toezegging tot medewerking aan een bouwplan van een projectontwikkelaar op het moment dat de kavels nog niet zijn getoetst en vastgesteld. Ik begrijp niet wat de reden of het voordeel van die werkwijze kan zijn.

210315

pagina: 5 van 41

Deze werkwijze heeft een aantal nadelen. Door zich bij voorbaat vast te leggen op een bouwplan, raakt de gemeente in conflict als nadien nieuwe ideeën en zienswijzen ter tafel komen die een overweging waard zijn om opgenomen te worden in het beleidsdocument; in dit geval het gebiedspaspoort. De gemeente manoeuvreert zichzelf daarmee in een tunnelvisie waarin geen ruimte meer is voor nieuwe ideeën. Dit levert vervolgens beperkingen op aan het meewegen van de inbreng van inspraak- en participatiegerechtigden en schaadt daarmee het bereiken van consensus over het beleidsdocument. In de afgelopen periode is het meermaals voorgekomen dat insprekers zich niet gehoord en gelijk behandeld voelen bij het vaststellen van een beleidsdocument. De raad ervaart weinig medewerking van het college bij voorstellen tot wijziging van het beleidsdocument. Oproepen daartoe resulteerden in het wederom voorleggen van ongewijzigde versies. Alleen onder de dreiging het beleidsdocument niet vast te stellen, kan de raad het college tot aanpassingen dwingen. Dit is niet bevorderlijk voor de verhouding tussen de raad en het college.

De motie vreemd aan de orde van de dag over de gelijke behandeling heeft niet tot doel om het werken met gebiedspaspoorten of het bieden van mogelijkheden aan ontwikkelaars te belemmeren, maar wil de scheve schaats die de gemeente daarbij rijdt weer op het rechte spoor zien te krijgen. Wij verzoeken het college om een eventueel voornemen tot afwijking van de door de raad vastgestelde beleidskaders terstond aan de raad te melden, vooruitlopend daarop geen overeenkomsten te sluiten met partijen die in strijd zijn met de geldende kaders, open te staan voor inbreng van alle betrokkenen, evenwel zonder toezegging aan wie een vergunning verleend zal worden, voorafgaand aan de vaststelling van een beleidsdocument waaraan die vergunning getoetst moet worden, altijd een analyse bij te voegen van de relevante inhoudelijke aspecten en de afwegingen die hebben geleid tot het conceptbeleidsdocument, waartoe bij gebiedsplannen altijd aspecten van planologie, ruimtelijke ordening en stedenbouw behoren, gebiedsgrenzen zodanig ruim te kiezen dat alle percelen van waaruit gebruik wordt gemaakt van het gebied daarin zijn opgenomen, altijd alle betrokkenen conform de wettelijke inspraak en participatie tijdig uit te nodigen om van hun recht gebruik te maken, waartoe in geval van gebiedsplannen alle rechthebbenden gevestigd in het plangebied behoren, een volledig en voortschrijdend verslag van de

inbreng van betrokkenen gedurende het gehele ontwikkelproces en de afwegingen over de omgang ermee doorlopend openbaar raadpleegbaar te houden.

Motie M1 vreemd aan de orde van de dag (GroenLinks, PvdA, CDA, SP): gelijke behandeling burgers bij inspraak beleidsontwikkeling en toetsing vergunningsaanvraag De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel, bijeen op 15 maart 2021 voor de behandeling van het Gebiedspaspoort Capelseweg-Bermweg; gelezen: • het conceptgebiedspaspoort Capelseweg-Bermweg zoals voorgelegd aan de commissie SOB van 30 november 2020, hierna te noemen gebiedspaspoort; • het verslag van de vergadering commissie SOB van 30 november 2020, hierna te noemen verslag SOB; • de anterieure overeenkomst ex artikel 6.24 Wet Ruimtelijke Ordening die de gemeente op 27 oktober 2020 met een projectontwikkelaar heeft getekend over zijn bouwplan voor deze locatie, hierna te noemen anterieure overeenkomst; constaterende dat: • het conceptgebiedspaspoort, na vaststelling door de raad, een publiekrechtelijk beleidsdocument vormt conform artikel 1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waaraan aanvragen voor een bouw- dan wel omgevingsvergunning worden getoetst door het college van burgemeester en wethouders; • de gemeente in de anterieure overeenkomst heeft afgesproken medewerking te verlenen aan de realisatie van een bouwplan ex artikel 6.2.1 Besluit Ruimtelijke Ordening van de projectontwikkelaar op deze locatie; • voornoemd bouwplan blijkens de anterieure overeenkomst niet voldoet aan het thans geldende

bestemmingsplan "Schollebos e.o.";

210315

•

•

•

•

pagina: 6 van 41

de gemeente zich met deze anterieure overeenkomst niet beperkt heeft tot het doel daarvan, te weten bepalingen over financiële bijdragen aan de grondexploitatie en verrekening van planschade, maar zich daarmee tegelijk heeft uitgesproken voor het bouwplan van de projectontwikkelaar nog voordat het gebiedspaspoort waaraan dat bouwplan moet worden getoetst, was bekrachtigd door de raad; de gemeente blijkens het verslag SOB de betrokkenen bij de ontwikkeling van het gebiedspaspoort niet allemaal heeft uitgenodigd voor de eerder toegezegde participatie en niet alle door hen geleverde inbreng met hen heeft besproken; de hoorzitting, die op verzoek van de commissie SOB op 7 januari met betrokkenen is gehouden, een reeks aan inhoudelijke bezwaren heeft opgeleverd tegen het gebiedspaspoort op het vlak van de ruimtelijke ordening en stedenbouw; de wethouder het gebiedspaspoort weer aan de raadscommissie en de raad ter bespreking heeft voorgelegd zonder aan deze bezwaren tegemoet te komen;

overwegende dat: • de gemeenteraad de kaders stelt en daarmee geïnformeerd dient te worden door het college indien deze kaders niet worden gehanteerd; • met het besluit medewerking te verlenen aan het bouwplan van de projectontwikkelaar en het negeren van inbreng van betrokkenen, de vraag is gerezen of: • de inbreng van betrokken ondernemers en omwonenden gelijk wordt behandeld met die van de projectontwikkelaar; • de gemeente daarbij overeenkomstig artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft gehandeld: "Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid" • er nog ruimte is voor inbreng vanuit het algemeen belang, waarin het bouwplan van de ontwikkelaar niet voorziet; • indien de raad het gebiedspaspoort zou vaststellen, het college van burgemeester en wethouders verplicht zou zijn tot medewerking aan het bouwplan van de ontwikkelaar en daarmee eventuele andere aanvragers van een vergunning voor een bouw- of omgevingsplan ongelijk zou moeten behandelen; • twijfels over ruimte voor inspraak en gelijke behandeling van burgers niet bevorderlijk is voor het bereiken van consensus over een beleidsdocument; • een volledig en voortschrijdend verslag van de inbreng van betrokkenen gedurende het gehele ontwikkelproces en de afwegingen over de omgang ermee van belang is voor het proces van democratische besluitvorming en daarom bij voorkeur doorlopend openbaar

raadpleegbaar is; verzoekt het college: • een eventueel voornemen tot afwijking van de door de raad vastgestelde beleidskaders terstond aan de raad te melden; • vooruitlopend daarop geen overeenkomsten te sluiten met partijen die in strijd zijn met de geldende kaders; • open te staan voor inbreng van alle betrokkenen, evenwel zonder toezegging aan wie een vergunning verleend zal worden, voorafgaand aan de vaststelling van een beleidsdocument waaraan die vergunning getoetst moet worden; • altijd een analyse bij te voegen van de relevante inhoudelijke aspecten en de afwegingen die hebben geleid tot het conceptbeleidsdocument, waartoe bij gebiedsplannen altijd aspecten van planologie, ruimtelijke ordening en stedenbouw behoren; • gebiedsgrenzen zodanig ruim te kiezen dat alle percelen van waaruit gebruik wordt gemaakt van het gebied daarin zijn opgenomen; • altijd alle betrokkenen conform de wettelijke inspraak en participatie tijdig uit te nodigen om van hun recht gebruik te maken, waartoe in geval van gebiedsplannen alle rechthebbenden gevestigd in het plangebied behoren; • een volledig en voortschrijdend verslag van de inbreng van betrokkenen gedurende het gehele ontwikkelproces en de afwegingen over de omgang ermee doorlopend openbaar raadpleegbaar te houden. En gaat over tot de orde van de dag.

210315

pagina: 7 van 41

De VOORZITTER: De motie is voldoende ondertekend en maakt deel uit van de beraadslaging. De motie is eerder vandaag door de griffier aan alle raadsleden toegestuurd. U wordt geacht deze motie te hebben overhandigd. Dit agendapunt zal vanavond als laatste worden behandeld. Wij gaan eerst naar het inleidend verzoek tot het referendum. Daarna komt het gebiedspaspoort. Vervolgens wordt de motie vreemd aan de orde van de dag besproken.

4.

Inleidend verzoek voor raadgevend referendum gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg (ingediend door burger)

De VOORZITTER: Aan de orde is het inleidend verzoek voor een raadgevend referendum over het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg. Bij de insprekers hebben wij de indiener van het referendumverzoek gehoord en wij gaan luisteren naar de heer Visser namens de Referendumcommissie. De heer VISSER: Voorzitter, u heeft het advies van de Referendumcommissie ontvangen over het gebiedspaspoort. Over de inhoud van onze notitie ga ik verder niks zeggen, anders dan dat wij hebben vastgesteld dat het referendumverzoek ontvankelijk en toelaatbaar is. Als u daarover vragen heeft, dan kunt u die aan mij stellen. Namens de Referendumcommissie wil ik zeggen dat wij op basis van het inleidend verzoek een advies hebben uitgebracht. Het inleidend verzoek is gebaseerd op de verordening die door de raad is vastgesteld. Daarin staat dat er een bepaalde procedure moet worden gevolgd. De Referendumcommissie moet vaststellen dat de procedure nog niet is afgerond. Dat geef ik u in overweging. De aanvraag moet in principe een procedure doorlopen en er moeten besluiten over de aanvragen worden genomen. De indieners moeten in staat zijn om een vervolgverzoek in te dienen dat door ongeveer 1.600 inwoners van Capelle aan den IJssel ondertekend moet zijn. Het inleidend verzoek is ingediend op basis van de oorspronkelijke inhoud van het raadsbesluit. U heeft inmiddels het raadsbesluit gewijzigd.

Vanavond wordt daarover gesproken. Daarin zit een onlogica ten aanzien van het logisch volgen van de procedure zoals neergelegd in de verordening. Dat wil ik meegeven aan de raad voor het gesprek hierover bij het volgende agendapunt. Als er vragen zijn over het vervolg van de procedure en het inleidend verzoek, dan kan ik daar verder op ingaan. De VOORZITTER: Ik vraag u alert te zijn, want ik geef de raad de gelegenheid voor een eerste termijn. Het kan zijn dat de woordvoerders van de verschillende partijen direct vragen voor u neerleggen. Op het laatst verzamelen wij alle vragen en kunt u deze in een keer beantwoorden. Het woord is aan de heer Schaatsbergen. De heer SCHAATSBERGEN: Voorzitter, voor ons ligt het inleidend verzoek over dit gebiedspaspoort om te komen tot een mogelijk referendum. Een inleidend verzoek waarvan wij allemaal op de hoogte zijn dat het ten langen leste is ingediend en erin geresulteerd heeft dat de behandeling van het besluit over het gebiedspaspoort uiteindelijk na vele omwegen naar vandaag is verschoven. In de aanloop naar het gebiedspaspoort is het nodige gebeurd. Op dit moment noem ik alleen dat de eerste geplande behandeling van het raadsvoorstel in de commissie van de agenda is gehaald om een laatste hoorzitting mogelijk te maken om inhoudelijke zaken over het gebiedspaspoort te vernemen.

Leefbaar Capelle heeft in de hoorzitting gevraagd om een inhoudelijke reactie op het voorliggende gebiedspaspoort. Echter heeft zij daar nauwelijks tot geen inhoudelijk antwoord gekregen van de gehoorden. Het is gebleven bij opmerkingen, met name over het participatietraject. In het verslag van de hoorzitting door de Referendumcommissie kom ik voornamelijk participatie tegen. Blijkens dit verslag zei de burgemeester namens het college dat in de raad inmiddels gesproken is over participatie in zijn algemeenheid en dat de raad daartoe een motie heeft aangenomen om te komen tot een participatieverordening volgens artikel 150 van de Gemeentewet. Er mag verschil van mening zijn over participatie en dat verschil van mening en inzicht is er klaarblijkelijk in dit dossier. Echter het inleidend referendumverzoek betreft hier niet het besluit over participatie, maar een besluit over het wel of niet instemmen met de inhoud van het gebiedspaspoort. Dat is feitelijk andere besluitvorming. In dat licht stelt Leefbaar Capelle dat er meer dan voldoende mogelijkheden zijn geboden.

210315

pagina: 8 van 41

Voor wat betreft de juridische motivatie volgt Leefbaar Capelle het advies van het college en de ondersteuning van dat advies door de geraadpleegde advocaten. Er is in die advisering voldoende juridische grond om te stellen dat de grondslag in het Gebiedspaspoort 1.0 heeft gelegen. Daarop was een referendumverzoek mogelijk geweest. De beleidsvrijheid wordt tevens in dat advies door de advocaten aangehaald. Referenda zijn een zeer goed instrument. Leefbaar Capelle is voorstander van een referendum. Deze moet wel ingezet worden daar waar nodig. Het middel referendum is niet bedoeld om gebruikt te worden om op kleinschalige besluiten je gelijk te halen. Kleinschalig gezien op het geheel van Capelle aan den IJssel. Dat dit voor de indieners groots is, kunnen wij heel goed begrijpen. Het is echter aan de raad om het een en ander in perspectief te zien. Leefbaar Capelle zal niet instemmen met dit inleidend verzoek. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Landzaad. De heer LANDZAAD: Voorzitter, de Capelse VVD stemt niet in met het verlenen van de gelegenheid voor een raadgevend referendum. Het voorliggend besluit vindt zijn grondslag in een eerder genomen besluit waarover reeds een referendum kon worden gehouden. Dat eerdere besluit betreft het eerste gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg.

Al in dit gebiedspaspoort is objectief de keuze gemaakt om de kruising aan de Capelseweg/Bermweg door middel van passende bebouwing te transformeren van een troosteloos gebied naar een aantrekkelijke buurt met de hoognodige woningen. De mogelijkheid dat het achterterrein wordt bebouwd is al in het eerste paspoort geschetst. Naar het oordeel van de VVD vindt het voorliggende conceptraadsbesluit objectief zijn grondslag in een eerder besluit waarover een referendum kon worden gehouden. De inspreker heeft heel wat redenen opgesomd die geen uitzonderingsgrond zijn. De uitzonderingsgrond die echter wel van toepassing is noemt hij niet. Voor een referendum over de verdere uitwerking van het gebiedspaspoort is in de ogen van de VVD dan ook geen plaats. Het advies van de Referendumcommissie overtuigt ons niet. Het valt ons op dat de Referendumcommissie selectief citeert uit de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 17 december 2015. De commissie schrijft: "De rechtbank erkent dat uitzonderingen beleidsvrijheid met zich meebrengen, maar dat de bepaling ook een verantwoordelijkheid bij raden legt om duidelijk te maken welke besluiten al dan niet referendabel zijn.

Daarmee zouden ingewikkelde juridische debatten tussen inwoners en gemeenten kunnen worden voorkomen." Wat de commissie nalaat te vermelden, is dat het een overweging ten overvloede betreft die geen invloed had op de uitkomst van de procedure. Het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad was in die uitspraak ongegrond. De commissie citeert opvallend genoeg niet de belangrijkste constatering uit diezelfde uitspraak: "De rechtbank stelt voorop dat de verweerder bij toepassing van artikel 3 van de Referendumverordening beoordelingsvrijheid heeft, zodat de rechter terughoudend dient te toetsen." Bij ons is dat artikel 2. In de ogen van de VVD is de Referendumcommissie allesbehalve terughoudend in haar advies. De commissie gaat niet specifiek in op andere uitspraken uit het advies van de advocaten. Dat gaat bijvoorbeeld over de uitspraak van de Raad van State van 23 april 2014. Hierin is de maatstaf neergelegd dat een besluit objectief zijn grondslag moet hebben en moet voortbouwen op een eerdere beslissing. Deze uitspraak betrof exact dezelfde uitzonderingsgrond als die vanavond aan de orde is. Door selectief te citeren uit uitspraken en enkele juridische binnenbochten te nemen, wekt de Referendumcommissie erg de indruk dat zij een feestcommissie is die op zoek is naar een feest.

Voor de VVD geeft dit agendapunt aanleiding om een meer fundamentele vraag te stellen: is een referendum bedoeld voor detaildiscussie over ruimtelijke uitgangspunten voor een microontwikkeling? Is het gerechtvaardigd uw gemeenschapsgelden uit te geven aan de ontwikkeling van een buurtje in bijvoorbeeld Schollevaar en de inwoners van Capelle-West en 's-Gravenland vragen daarover te stemmen? Wat de VVD betreft niet. Zoals u weet zijn wij geen voorstander van referenda. Het brengt complexe vraagstukken terug tot een simplistische ja-nee-vraag zonder ruimte voor nuance. Wel constateert de VVD dat in deze raad een ruime meerderheid voor dit instrument is. Daarom denken wij graag constructief mee hoe wij dit instrument van enige waarde kunnen laten zijn. Referenda zouden in de ogen van de VVD gaan over majeure besluiten voor de stad die bijna alle Capellenaren raken. Denk daarbij gekscherend aan een windmolenpark of het doortrekken van de metro door een ander gedeelte van onze stad.

210315

pagina: 9 van 41

De huidige Referendumverordening maakt het mogelijk dat dit instrument gekaapt kan worden voor besluiten over minieme ontwikkelingen over dingen die zich op buurt- of straatniveau afspelen. Dat kan naar de overtuiging van de VVD niet de bedoeling zijn van dit instrument. Op korte termijn willen wij deze tekortkomingen in de Referendumverordening graag repareren. Wij nodige andere partijen uit daarover mee te denken. In de bijdrage van Leefbaar Capelle hoorde ik zojuist dat die bereidheid bij meer partijen bestaat. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Schelkers. De heer SCHELKERS: Voorzitter, wie had gedacht dat wij op zo'n korte termijn weer over een referendumverzoek zouden spreken? Dat is aan de ene kant een verrassing en aan de andere kant niet als je de participatie volgt. Allereerst onze dank aan de Referendumcommissie. Anders dan mijn collega van de VVD, hecht D66 veel waarde aan het advies dat zij uitbrengt. Dank daarvoor. Dank aan de indiener voor het inspreken en de heldere uiteenzetting. De VOORZITTER: De heer Landzaad heeft een interruptie. De heer LANDZAAD: Voorzitter, de heer Schelkers schetst dat de VVD geen waarde hecht aan het oordeel van de Referendumcommissie. Dat waren echter niet mijn woorden. Wij hebben het advies van de Referendumcommissie en het advies van de advocaten tegen elkaar afgewogen.

Mijn vraag aan de heer Schelkers is of hij dat ook heeft gedaan of heeft hij alleen het advies van de

Referendumcommissie gelezen? De heer SCHELKERS: Voorzitter, ik interpreteerde de heer woorden van de Landzaad door de Referendumcommissie een feestcommissie te noemen wel degelijk als geen waardering voor het werk dat zij verricht hebben dat wat ons betreft heel waardevol is. Het advies van het advocatenkantoor heeft D66 wel degelijk doorgenomen en daarbij de nodige kanttekening geplaatst, net als bij het advies van de Referendumcommissie. Wij hebben er veel waarde aan gehecht dat de Referendumcommissie al lang betrokken is bij de Referendumverordening en de geschiedenis daarvan kent. Later in mijn verhaal kom ik daar verder op terug. Wij moeten beseffen dat wij een Referendumverordening hebben vastgesteld en aan die verordening kunnen Capellenaren rechten ontlenen. Wij dienen zorgvuldig om te springen met die rechten. Dit verzoek is een gevolg van fouten in de participatie; een onderwerp dat steeds vaker naar voren komt als pijnpunt en deze bewoners lijken ten einde raad. Dat signaal moet de raad niet lichtzinnig opnemen. Ik moet bekennen dat de D66-fractie twijfels heeft bij dit onderwerp en het halen van de kiesdrempel. Desalniettemin proberen wij ons te baseren op de weigeringsgrond die wij hebben vastgesteld in de Referendumverordening.

In de verordening is geen weigeringsgrond opgenomen die spreekt over het vermoedelijk niet halen van de kiesdrempel, omdat het onderwerp niet groot genoeg is. Dat deed mij de wenkbrauwen fronsen toen ik verschillende partijen dit hoorde aanhalen. De VOORZITTER: De heer Landzaad heeft een interruptie. De heer LANDZAAD: Voorzitter, de heer Schelkers schetst enkele gronden die geen uitzondering zijn op grond van de Referendumverordening. In mijn bijdrage waren dat meer opmerkingen van algemene aard die niet alleen betrekking hebben op dit inleidend verzoek. Ik vraag de heer Schelkers om naar artikel 2 sub i. van de Referendumverordening te kijken waar staat: "conceptraadsbesluiten kunnen onderdeel zijn van een referendum, met uitzondering van besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden." De advocaat van de gemeente zegt hierover dat dit een uitzonderingsgrond is waarop de gemeente zich kan beroepen. Waarom is de heer Schelkers van mening dat deze uitzonderingsgrond hier niet van toepassing is? De heer SCHELKERS: Voorzitter, in het vervolg van mijn termijn geef ik antwoord op de vraag van de heer Landzaad. Het is fijn dat hij nog een keer heeft aangehaald waar de VVD staat, voor het geval dat nog niet duidelijk was aan de hand van zijn eigen termijn.

Ik ga verder met mijn spreektijd waarin ik antwoord geef op de vraag van de heer Landzaad.

210315

pagina: 10 van 41

De VOORZITTER: Wij controleren of u antwoord geeft op de vraag van de heer Landzaad. De heer SCHELKERS: Voorzitter, de Referendumcommissie bestaat uit specialisten op het gebied van referenda, is betrokken geweest bij de aanpassing hiervan in de afgelopen jaren en kent de verordening en de gedachte hierachter goed. Zij adviseert positief op dit verzoek aan de hand van een uitgebreid en gedegen stuk. Wat D66 betreft kunnen wij niet zomaar voorbij gaan aan dat advies. Wij kunnen de grenzen van de verordening opzoeken en een oneindig debat houden of wij de grenzen van de uitzonderingsgronden wel of niet overschrijden. Is dat de raad die wij willen zijn? Op buitengewoon discutabele gronden een verzoek afwijzen van Capellenaren die willen participeren? Is dat de raad die wij willen zijn? Wat ons betreft niet. Als drempel voor het houden van een referendum hebben wij de eis van het aantal handtekeningen. Wat D66 betref dienen Capellenaren de kans te krijgen om het benodigde aantal handtekeningen te verzamelen en de Capellenaar op die manier te laten bepalen dat dit onderwerp geschikt is voor een referendum. Dan de specifieke wijzigingsgrond waarnaar de heer Landzaad teruggreep: het vinden van de grondslag in een ander besluit.

Als dit zo objectief was, waarom moet er dan een nieuw gebiedspaspoort worden vastgesteld met daarin aanvullingen en vernieuwingen met een nieuw deel, namelijk het achterterrein? Dat maakt het onduidelijk dat het hier gaat over een voortzetting van een ander besluit. Wij kunnen de grenzen opzoeken en zeggen dat het kan binnen de regels, maar komt dat ten goede van de rechtszekerheid? Wij hebben twee keer een verzoek gekregen van inwoners die in de veronderstelling verkeerden dat zij een referendum konden indienen. Voor de tweede keer lijkt het erop dat er op discutabele gronden een afwijzing gaat komen. Dat is niet juist. De VOORZITTER: De heer Landzaad heeft voldoende antwoord gekregen op zijn vraag. De heer Weijers heeft een interruptie. De heer WEIJERS: Voorzitter, hoorde ik de heer Schel kers zeggen dat het voorliggende gebiedspaspoort een voortzetting is van het vorige gebiedspaspoort? De heer SCHELKERS: Voorzitter, het is een nieuwe gebiedspaspoort met aanvullingen, vernieuwingen en een nieuw deel.

De heer WEIJERS: Voorzitter, is uw opmerking dat het huidige gebiedspaspoort een aanvulling is op een eerder gebiedspaspoort? Is dat geen betere formulering dan dat het voorliggende gebiedspaspoort zijn grondslag vindt in het eerdere gebiedspaspoort? De heer SCHELKERS: Voorzitter, dat is wat ik in mijn spreektijd wilde aanhalen. Wij kunnen een discussie voeren over de grondslag van het gebiedspaspoort, maar er komen dingen terug uit het eerdere gebiedspaspoort. Dat betekent niet dat dit een voortzetting is en dat de aanpassingen onvoorzienbaar zijn en meegenomen hadden kunnen worden in een referendum. Dit had niet meegenomen kunnen worden in een eerder referendum. De VOORZITTER: De heer Landzaad heeft een interruptie. De heer LANDZAAD: Voorzitter, de heer Schelkers zegt dat bij het tweede gebiedspaspoort het achterterrein om de hoek kwam kijken. Dat is niet het geval. De heer Schelkers is het toch met mij eens dat het woord 'achterterrein' alleen al in het eerste gebiedspaspoort tien keer voorkomt en er een hele pagina gewijd is aan de ruimtelijke spelregels voor het achterterrein. Het is niet zo dat het achterterrein pas in het tweede gebiedspaspoort geïntroduceerd werd. De heer SCHELKERS: Voorzitter, ik verkeer in de veronderstelling dat het achterterrein wel degelijk nieuw is in het tweede gebiedspaspoort.

Ik durf niet te zeggen dat het achterterrein tien keer genoemd wordt in het eerste voorstel. De VOORZITTER: Uw punt is duidelijk. Het woord is aan de heer Weijers voor zijn eerste termijn.

210315

pagina: 11 van 41

De heer WEIJERS: Voorzitter, hoe de SGP denkt over een referendum is voor iedereen bekend. Daarover gaat het vanavond niet. Dat is door de vorige inspreker terecht opgemerkt. Vanavond is het afwegingskader van de Referendumverordening relevant. Alles afwegend is de SGP van oordeel dat artikel 2 lid i. van de Referendumverordening reden geeft om de indieners niet in de gelegenheid te stellen het definitief verzoek tot een referendum in te dienen. Voor de argumentatie sluiten wij ons aan bij het gegeven juridisch advies. Kortgezegd komt die argumentatie erop neer dat er sprake is van beleidsvrijheid van de raad die volgt uit artikel 2 en artikel 8 lid 6 van de Referendumverordening. Evenals wordt aangegeven in het juridisch advies, zijn wij van oordeel dat kan worden gesteld dat het voorliggende gebiedspaspoort objectief zijn grondslag vindt in het eerdere gebiedspaspoort. Daarmee is er een besluit waarover eerder een referendum kon worden gehouden. Daarnaast wordt in het juridisch advies gewezen op de algemene beleidsvrijheid van de raad op grond van artikel 8, lid 6 van de Referendumverordening. In het advies wordt gemotiveerd aangegeven waarom uit dit artikel een afwijzingsgrond gedestilleerd kan worden die zo nodig als een zelfstandige afwijzingsgrond kan dienen. Wij volgen deze argumentatie. Daarmee wijken wij af van het advies van de Referendumcommissie.

De commissie geeft namelijk aan dat in haar optiek de artikel 2, lid i. zich niet voordoet. Naar het oordeel van de SGP-fractie hanteert de Referendumcommissie op dit punt echter het toetsingskader hiervoor niet correct. Door de Referendumcommissie wordt namelijk gesteld dat door het feit dat mede wordt verzocht het Gebiedspaspoort 2017 in te trekken er sprake is van een eerder plan waarover de raad besloten heeft. De Referendumcommissie schrijft in haar advies: "Daarom moet worden beoordeeld of het huidige conceptraadsbesluit een dusdanige wijziging is van het eerdere besluit, dat kan worden gesproken van een nieuw conceptraadsbesluit, waarover nog niet eerder een referendum is gehouden of kon worden gehouden." Dit is echter niet het toetsingskader dat voor artikel 2, lid i. moet worden gehanteerd. Daar is het toetsingskader de vraag of het voorliggende conceptraadsbesluit zijn grondslag vindt in een eerder besluit, namelijk het vorige gebiedspaspoort. Op grond van jurisprudentie moet het daarbij zo zijn dat het objectief zijn grondslag moet vinden in een eerder genomen besluit. Op basis van de argumentatie en het gegeven juridisch advies, is de SGP-fractie van oordeel dat kan worden gesteld dat het huidige gebiedspaspoort inderdaad objectief zijn grondslag vindt in het eerdere gebiedspaspoort.

Dan is het de vraag of over het conceptraadsbesluit dat destijds heeft geleid tot de vaststelling van het Gebiedspaspoort 2017 een referendum kon worden gehouden. Het antwoord daarop is ja. De toen geldende Referendumverordening van 2011 kende een gelijkluidend artikel 2 lid i. als de huidige verordening. Dat er destijds geen referendum is gehouden en er toen wellicht geen redenen waren om een referendum te verzoeken, doet in dit verband niet ter zake. Het feit is dat er destijds een referendum kon worden gehouden. Het valt op dat de Referendumcommissie in haar advies spreekt over 'een aanvulling op het in 2017 vastgestelde gebiedspaspoort'. Dat ondersteunt het standpunt dat het voorliggende gebiedspaspoort zijn grondslag vindt in het eerdere gebiedspaspoort. Ik heb goed geluisterd naar de heer Visser van de Referendumcommissie. Als ik hem goed heb begrepen, wijst hij op een punt dat onlogisch zou zijn qua volgorde, omdat het referendumverzoek is gedaan voor een conceptraadsvoorstel. Het voorliggende conceptraadsvoorstel zou daarvan afwijken, omdat naar aanleiding van de bespreking van de commissie daarin al wat zaken zijn aangepast. De vraag is of dat consequenties moet hebben voor vanavond en het inleidende verzoek. Ik denk van niet.

Als je kijkt naar de aanpassingen die hebben plaatsgevonden, zijn die niet van dien aard dat daarmee het voorliggende conceptraadsvoorstel dermate een ander conceptraadsvoorstel is geworden dat het inleidende verzoek daarop niet zou zien. Wat mij betreft heeft dat geen consequenties voor de verdere besluitvorming van vanavond. Tot slot nog twee afsluitende opmerkingen: een in de richting van het gemeentebestuur en een in de richting van de indieners. Eerst naar onszelf. Participatie is ongeveer het meest gebruikte woord rondom het gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg. Het lijkt voor velen onduidelijk te zijn wat participatie is. Wanneer is participatie geslaagd? Als het gemeentebestuur voldoende bijeenkomsten georganiseerd heeft? Nee. Dan verwordt participatie tot een afvinklijstje. Dat leidt terecht tot onbegrip bij de Capelse burger.

210315

pagina: 12 van 41

Dan richt ik mij tot de indieners. Participatie is niet in alles je zin krijgen en als dat niet lukt, grijpen naar het middel van een referendum. De vraag aan de indieners is: wat wilt u met een referendum bereiken? U bent het niet eens met de wijze waarop participatie heeft plaatsgevonden en vindt dat dit anders of over moet. Het is oprecht een vraag of het middel van een referendum dat zal bewerkstelligen. Ik denk het niet. De SGP-fractie geeft de indieners nadrukkelijk in overweging het verzoek in te trekken en doet de oproep: blijf in gesprek met de gemeente. Daarmee is meer te winnen dan met een referendum. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Weemhoff. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, ik ben geen jurist. Ik hoor hier allerlei juridische haarkloverij. Onze inwoners zijn in het algemeen ook geen juristen. Daarom is het belangrijk dat wij voor iedereen begrijpelijk taal gebruiken en begrijpelijke besluiten nemen. Ik zie dat wij in Capelle de afspraak hebben gemaakt dat volgens bepaalde voorwaarden inwoners om een referendum kunnen vragen. Wij hebben een onafhankelijke Referendumcommissie ingericht die wij vragen om ons daarover te adviseren. Vervolgens geeft deze commissie een advies dat ons niet aanstaat en huren wij een advocaat in om het tegendeel aan te tonen. Dan begrijp ik het niet meer helemaal. De VOORZITTER: De heer Landzaad heeft een interruptie.

De heer LANDZAAD: Voorzitter, is mevrouw Weemhoff het met mij eens dat het advies van de advocaten er eerder lag dan het advies van de Referendumcommissie? Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, ik zou niet durven zeggen wat er als eerste lag. Het gaat erom dat wij een onafhankelijke Referendumcommissie hebben ingesteld om ons te adviseren of een onderwerp referendumwaardig is of niet. De VOORZITTER: Ik zal klaarheid in deze kwestie geven. Het advies van de Referendumcommissie lag er eerst. Daarna kwam het advies van de jurist van het college. Dat was aangevraagd voordat het advies van de Referendumcommissie er lag. De heer LANDZAA D: Voorzitter, de Referendumcommissie heeft toch gereageerd op het advies van de advocaten? Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, dat heeft de Referendumcommissie gedaan nadat dat advies is gegeven. Zij hebben eerst een advies gegeven, toen heeft de advocaat een reactie gegeven en daarop heeft de Referendumcommissie een advies geformuleerd. De heer LANDZAAD: Voorzitter, mijn excuses voor de onduidelijkheid. Het ging mij om het laatste advies. De VOORZITTER: Dat is helder. Mevrouw Weemhoff vervolgt. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, de PvdA vindt het belangrijk dat wij ons aan ons gegeven woord houden. Dat geldt niet alleen voor de PvdA, maar voor de hele gemeenteraad.

Wij zijn benieuwd hoe onze collega-fracties in de gemeenteraad het aan zichzelf verklaren als zij in de spiegel kijken dat zij voor de tweede keer een referendumverzoek afwijzen dat volgens de Referendumcommissie voldoet aan de voorwaarden. De VOORZ ITTER: De heer Weijers heeft een interruptie. De heer WEIJERS: Voorzitter, wat bedoelt mevrouw Weemhoff precies met 'ons gegeven woord'? Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, in de gemeenteraad hebben wij een Referendumverordening vastgesteld met bepaalde voorwaarden. Wij vragen aan de onafhankelijke Referendumcommissie om daarop te toetsen. Zij doet dat en vervolgens luisteren wij daar niet naar, omdat wij het beter weten. Dat is in onze ogen: je niet aan het woord houden van de Referendumverordening.

210315

pagina: 13 van 41

De heer WEIJERS: Voorzitter, is mevrouw Weemhoff het met mij eens dat in die verordening spelregels zijn opgenomen? In die verordening is aangegeven dat de raad beoordeelt of het inleidend verzoek wel of niet wordt toegekend en of de argumenten die daarvoor gewisseld zijn voor voldoende basis zorgen. Anders gezegd: dan ligt er een advies en op grond van de beleidsvrijheid van de raad kan door elke fractie een eigen oordeel worden gevormd. Dat heeft toch niks te maken met een gegeven woord? Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, in onze opvattingen heeft dat te maken met het woord dat je hebt afgesproken over het instellen van een referendum. Door op zoek te gaan naar redenen waarom je het niet hoeft te doen, houd je je niet aan het woord in onze ogen. Daarbij gaat het vooral over de bedoeling van de gemaakte afspraken. Daarover kunnen wij nog lang discussiëren, maar daar zullen wij niet uit komen. De heer WE IJ ERS: Voorzitter, ik constateer dat mevrouw Weemhoff en ik van mening verschillen. De VOORZITTER: Dat doe ik met u. De heer Landzaad heeft een interruptie. De heer LANDZAAD: Voorzitter, de notitie van de advocaten is gedateerd op 12 februari 2021 en het advies van de Referendumcommissie op 15 februari 2021. De VOORZITTER: Ik kijk naar de secretaris van de Referendumcommissie, want die is ervan overtuigd dat de volgorde die ik zojuist aangaf de juiste is.

De heer LANDZAAD: De data zeggen iets anders. De VOORZITTER: Mijnheer Harteveld, hoe zit het? De heer HARTEVELD: Voorzitter, de Referendumcommissie brengt een advies uit en neemt in haar advies het advies van het college mee. De Referendumcommissie heeft eerst haar eigen advies opgesteld, toen gewacht op het advies van het college en daarop gereageerd. De VOORZITTER: Dan zit het in de openbaarmaking, mijnheer Landzaad. De heer LANDZAAD: Voorzitter, het ging mij niet om het punt wat eerder was. De indruk werd gewekt dat er een advocatenkantoor is ingehuurd, omdat het advies van de Referendumcommissie ons niet aanstond. Dat is geen juiste weergave. De VOORZITTER: Ik kan u vertellen dat het niet zo gaat. De burgemeester ontvangt het referendumverzoek. Die brengt dat naar de raad en in het college. Het college laat zich daarin adviseren. Dat is de normale gang van zaken. Daarin heeft de heer Harteveld gelijk. De Referendumcommissie doet zijn eigen onderzoek. Daarin geeft zij de gelegenheid aan het college om te reageren. Wij brengen het advies van de advocaat en het standpunt van het college in. Dat wordt in het geheel meegenomen. Dat is de juiste gang van zaken geweest. Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, ik ben blij dat de heer Landzaad zijn inbreng nuanceerde. In eerste instantie leek het alsof hij bedoelde dat wie het hardst roept gelijk krijgt.

Het is duidelijk dat hier iets gebeurd is met het publiceren van het besluit van de commissie en de advocaten en wie als eerste was. Hoe dat zojuist ging, vond ik een rare gang van zaken. Ik ben blij dat de Referendumcommissie heeft gezegd dat een referendum ontvankelijk en toelaatbaar is. Het is jammer dat wij uiteindelijk weinig inhoudelijk met de wethouder hebben gesproken over deze plannen. Namens de SP had ik dit onderwerp op enig moment niet van de agenda willen hebben, omdat ik hierover inhoudelijk wilde praten. Zeker met betrekking tot de uitbreiding van de mogelijke ontwikkeling met de andere kavels. In tegenstelling tot andere partijen is de SP van mening dat dit wel degelijk een ander gebiedspaspoort inhoudt dan het gebiedspaspoort dat ooit voorlag. Hierin spelen min of meer dezelfde zaken als bij het Rivium hebben gespeeld. Dat zijn wel degelijk heel andere zaken.

210315

pagina: 14 van 41

Voortzetting is een ruim en rekbaar begrip. Dit is geen voortzetting. Daarnaast sluit ik mij aan bij de woorden van mevrouw Weemhoff dat de raad deze Referendumverordening heeft aangenomen en dat er iedere keer gezocht wordt naar redenen om mensen de mogelijkheid tot het indienen van een referendumverzoek te ontnemen. Soms zijn juristen daar sterker in. De heer Weijers is daarin ongeroemd. Ik merk op dat wij de burger een referendum moeten gunnen. In dit geval raakt dat veel Capellenaren. Al gaat het alleen al over het mobiliteitsvraagstuk van de Capelseweg en de entrees van onze gemeente. Er zijn veel zaken te benoemen waarmee dit referendum wel degelijk veel Capellenaren raakt. De SP zal het verzoek voor een referendum steunen. Er is gesproken over de beleidsvrijheid van de raad. In deze zaak is de beleidsvrijheid van de raad beperkt door de voortvarendheid van het college en de wijze waarop het in zee is gegaan met de ontwikkelaar. Daarnaast is het buiten de door de raad gestelde kaders getreden. Dat zijn allemaal haken en ogen die ik in dit gebiedspaspoort zie waardoor ik namens de SP kan zeggen dat wij niet instemmen het voorliggende gebiedspaspoort. De indiening van het referendum steunt de SP zonder meer.

De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, dank aan de insprekers en de heer Visser. Het is voor het CDA geen gemakkelijke keuze vanavond. Wij zijn principieel tegen referenda, maar tegelijkertijd begrijpen wij de zorgen die nog steeds leven bij de inwoners en ondernemers in het gebied. Bij deze zorgen willen wij een aantal punten aandragen over het participatietraject en de rol van de raad. Ik hoorde zojuist de heer Landzaad zeggen dat het gaat over een klein gebiedje. In het paspoort dat wij in 2017 hebben vastgesteld naast de gebiedsvisie van Landelijk Capelle, hebben wij ingezet op een stadsbreed participatietraject. Wij zijn in het Schollebos geweest, op de weekmarkt en op de Schenkel markt. Wij hebben half Capelle bevraagd. Het gaat niet alleen over iets dat wij hebben vastgesteld met de bewoners rondom het betreffende gebied, maar dat hebben wij veel breder ingezet. Hoeveel waarde hecht je aan wat wij toen hebben vastgesteld en de kaders waarin de inbreng van de inwoners is meegenomen? Hoeveel waarde geef je aan de garantie voor inwoners dat het uitgevoerd wordt? Dan de rol van de raad. Het college heeft in juli 2018 de keuze gemaakt om geen separaat paspoort voor het achterterrein voor te leggen. Op Wikipedia staat dat separaat 'afzonderlijk en gescheiden' betekent.

Het nieuwe paspoort voor het achterterrein wordt dus afzonderlijk neergelegd. Het CDA heeft nog een vraag aan de heer Visser. Hij zei zojuist dat de procedure niet is afgemaakt. Daardoor zijn wij wat in verwarring geraakt. Kan de heer Visser uitleggen wat hij hiermee bedoelt? Wij zullen in de tweede termijn aangeven wat onze keuze hierin is. De VOORZITTER: U bent een van de weinigen die een vraag stelt aan de heer Visser. Het woord is aan de heer Eilander. De heer EILANDER: Voorzitter, wederom een referendumverzoek. Hierbij voor een kleiner plan dan destijds bij het Rivium. U weet dat de ChristenUnie geen voorstander is van een referendum. Zeker niet voor een postzegelgebiedje als de Bermweg/Kanaalweg. Het is duidelijk dat dit nog minder van Capels belang is dan het Rivium voor ons al was. Wij hebben echter geleerd. Het is beoordelen op de inhoud van een verordening. Oftewel: objectief. Los van sentiment van de omwonenden, de bedrijven, B6, het college, de ontwikkelaar of de politieke partijen. Wij zijn het eens met de Referendumcommissie dat alleen grond 2.i. hierbij van belang is. Ik neem afstand van de kwalificatie 'feestcommissie' door de VVD voor de Referendumcommissie. Dat doet absoluut tekort aan het werk dat zij gedaan heeft. Het gaat de indieners vooral over de participatie. Daarom ben ik teruggegaan naar 2017.

Ik was toen raadslid en heb het besluit genomen voor het toen voorliggende gebiedspaspoort Landelijk Capelle. Het gebiedspaspoort voor het voorterrein B1 tot en met B3 en de wens voor hopelijk een integrale ontwikkeling voor B4, BS en misschien B6 met algemene uitgangspunten. Wij kunnen constateren dat het college een aanvullend gebiedspaspoort heeft aangeboden aan de raad.

210315

pagina: 15 van 41

Voor onze fractie is het een nadere invulling van het Paspoort 1.0 uit 2017, in lijn met de opdracht en het uitdrukkelijke verzoek van de raad om tot een integrale ontwikkeling van dit gebied te komen. Daarbij gesterkt door de indieners die het vooral gaat over de participatie rondom het nieuwe paspoort. De aanpassingen op dit paspoort zijn te doen in het vervolg van het proces. Hopelijk kunnen wij dit bespreken bij het volgende punt op de agenda. Concluderend: de ChristenUnie spreekt niet van een nieuw besluit, maar een besluit dat voortborduurt op het gebiedspaspoort 1.0 uit 2017 met een aanvulling. Dit betreft geen nieuw paspoort. Het is daarom terecht dat het paspoort '1.1' heet en niet '2.0'. De fractie van de ChristenUnie sluit zich aan bij de juridische onderbouwing die de heer Weijers heeft ingebracht. Tevens sluiten wij aan bij zijn verzoek aan de indieners om het referendumverzoek in te trekken, omdat het hen vooral over de participatie gaat waarbij een referendum een oneigenlijk middel is. De raad moet eens goed kijken naar het containerbegrip participatie. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Snijders. De heer SNIJDERS: Voorzitter, GroenLinks is van mening dat de indieners de kans moeten krijgen om genoeg handtekeningen te verzamelen om een referendum te kunnen organiseren. Verder zal ik het kort houden.

GroenLinks is van mening dat de inwoners van Capelle beslissen of een onderwerp belangrijk genoeg is om een referendum over te organiseren. Daarom is er inmiddels een minimaal aantal handtekeningen ingevoerd dat daarvoor gehaald moet worden. Wij vinden het niet uit te leggen aan de inwoners van Capelle dat het gaat zoals het gaat. Het is jammer dat de Referendumverordening niet meer is dan een papieren verordening. Wij gaan waarschijnlijk voor de tweede keer een referendumverzoek afwijzen en GroenLinks betreurt dat. Toen wij instemden met deze verordening, hadden wij niet verwacht dat de verordening op deze manier vorm zou kunnen krijgen. Zowel de heer Schelkers als mevrouw Weemhoff hebben heel goed uitgelegd waarom dit onderwerp wel degelijk referendabel is. GroenLinks kan zich daarbij aansluiten. De VOORZITTER: Ik kom terug bij de heer Visser, want ik had beloofd dat hij de gelegenheid zou krijgen om te reageren op de vragen vanuit de raad. Het was wellicht niet allemaal even leuk om te ondergaan, want er was deels kritiek en er waren soms onaardige woorden. Er waren ook aardige woorden en veel waardering voor het werk van de commissie. Ik heb genoteerd dat mevrouw Den Engelsman u een vraag heeft gesteld. Het woord is aan de heer Visser. De heer VISSER: Voorzitter, mevrouw Den Engelsman vroeg of ik kan aangeven waarom de procedure niet afgemaakt zou zijn.

In de Referendumverordening staat een logische volgorde die afgehandeld moet worden in de procedure van een referendumaanvraag. Het inleidend verzoek is ingediend op basis van een conceptraadsbesluit. De Referendumcommissie is van mening dat er automatisch vervolg moet worden gegeven op dat besluit. Vervolgens kan een raadgevend referendumverzoek ingediend worden en moeten 1.600 handtekeningen verzameld worden. Doordat dit raadsbesluit niet genomen is, maar teruggewezen naar de commissie, is er afgeweken van de procedure. Dat was voor de Referendumcommissie de aanleiding om te zeggen dat de procedure niet is afgemaakt. De VOORZITTER: Het reglement voorziet er niet in, maar ik zie een persoonlijk feit. Ik kijk naar de heer Zanting. De heer Weijers en de heer Eilander hebben aan u gevraagd om erover na te denken en of het niet verstandiger is om met de gemeente in gesprek te blijven en het referendum in te trekken. Dat leg ik aan u voor. Het woord is aan de heer Zanting. De heer ZANTING: Voorzitter, het referendumverzoek heb ik met drie andere indieners ingediend. Wij hebben dit ingediend met 130 handtekeningen. Tevens gaat het zowel over de participatie als over de inhoud. Er wordt veel ruchtbaarheid gegeven aan de eisen van de participatie. Dat klopt, maar het referendum gaat over de inhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9996837/2