CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

05.01 - Vastgesteld notulen raadsvergadering 15 maart 2021

Gemeenteraad 19 april 2021, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Vaststellen notulen raadsvergadering van 15 en 22 maart 202126.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dat heb ik in geen enkel verslag teruggelezen. De wethouder beroept zich op iemand die zich in de afgelopen commissie iets kon herinneren. Dat was niet de vraag. Wanneer is dat toen gezegd? Ik zat toen al in de raad en mij staat daar niks van bij. Nergens in een verslag heb ik dat kunnen vinden. Ik begrijp dat u daarop niet direct een antwoord heeft, maar ik vind het wel een punt dat dit wordt aangenomen, terwijl niemand kan duiden wanneer dat gezegd is. De VOORZITTER: De heer Van Buuren heeft een interruptie. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik was degene die dat in de commissie zei. Later kreeg ik de vraag waar dat op papier staat. U weet dat ik een hekel heb aan het lezen van notulen, dus dat heb ik

voor deze gelegenheid ook niet gedaan. Het was voor de SGP-fractie wel degelijk een belangrijk punt in alle gesprekken over de gebiedsvisie Landelijk Capelle in 2016. Toen hebben wij al over de drie gebiedspaspoorten gesproken en hebben ondernemers en bewoners gezegd dat de loodsen die daarachter staan gelijk meegenomen moeten worden. We hebben een informele bijeenkomst met de ambtelijke organisatie gehad. Ik ben er stellig van overtuigd dat toen die wens door ons is uitgesproken. Daarom staan er globale kaders van B4 en B5 in de Gebiedsvisie 1.0. Dat was, omdat de raad dat hele gebied graag wilde meenemen. Het staat wellicht niet zwart op wit in de officiële verslag, maar ik ben er stellig van overtuigd dat dit in de diverse besprekingen over tafel is gegaan. De VOORZITTER: U stelde geen vraag, maar had wel een verduidelijkend punt. Mevrouw Den Engelsman heeft een interruptie. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Van Buuren. Hoe ziet de heer Van Buuren het dat in het paspoort is opgenomen dat er een aparte procedure van 26 weken zal worden opgestart voor het achterterrein? De heer VAN BUUREN: Voorzitter, hier is sprake van gebiedsontwikkeling waar de gemeente haar positie probeert te pakken in een dynamisch veranderend speelveld en probeert in te spelen op de mogelijkheden die zich voordoen en ontwikkelingen die zich afspelen.

De raad bedenkt aan de voorkant hoe wij het doen, waarop wij gaan anticiperen en waarvoor wij kaders vaststellen. Vervolgens dient zich een ontwikkelaar aan die komt met een plan voor het geheel. Dan verandert de situatie en veranderen afwegingen. Wij kunnen de gebiedsontwikkeling niet naar onze hand zetten, als wij maar in positie blijven om de kaders te stellen. Dat zijn wij en dat benadrukken wij. Vanavond stellen wij de kaders. Dat is cruciaal.

210315

pagina: 31 van 41

De VOORZ ITTER: Wij gaan niet het onderzoek uit 2017 opnieuw doen en allerlei vragen stellen aan mensen die daar toen bij waren. U moet vragen stellen aan de wethouder. U mag interrumperen op hetgeen dat uw collega-raadsleden zeggen, maar wij gaan daar geen uitgebreide discussie over voeren. Wij gaan verder met de eerste termijn van de wethouder. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, een andere vraag is waarom de raad niet op de hoogte wordt gesteld van de intentieovereenkomst en anterieure overeenkomst. Dat komt doordat dit een bevoegdheid is van het college. De raad wordt hierover nooit op de hoogte gesteld. Ik heb geen interesse gevoeld om dat in dit geval wel te zien. In de motie rondom participatie komen wij hier wellicht op terug. Ik wil ervoor waken dat de raad alles wil zien wat de wethouder ziet en wat de ambtelijke organisatie voorbereid en maakt om het werk van de gemeente te kunnen doen. Ik wil u niet bedelven onder kilometers dossiers. Als wij niet oppassen dan gaat dat wel gebeuren. De raad stelt de kaders vast en het college voert dat uit. Dat is hoe wij het moeten blijven doen. De VOORZITTER: Er staat nog een vraag open van de heer Van Buuren die zegt dat het participatietraject geen schoonheidsprijs verdient. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, er is gevraagd of het niet beter was geweest om een pas op de plaats te maken toe de ontwikkelaar zich meldde.

Er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden. De ontwikkeling rondom de Capelseweg/Bermweg is een van de zaken die wij moeten meenemen bij een evaluatie en het afdoen van de motie waar wij hopelijk met elkaar en de raadswerkgroep in gesprek gaan. Daaruit kunnen wij allemaal lessen trekken. Alhoewel ik zelf niet vind dat er fouten zijn gemaakt, moet je allerminst constateren dat het management van de verwachtingen niet is wat je ervan zou willen hopen. Dat is wel een basis om lessen uit te trekken. Dat gesprek ga ik graag met uw raad voeren. Dan de terminologie van de appartementen. Ik weet niet of er echt iets achter de terminologie gezocht moet worden. Er zijn wel wat bouwhoogtes aangepast en er is een eis bijgekomen van 30% betaalbare woningen. Dat kan de achtergrond zijn waarom er een net iets andere term wordt gebruikt. Los van de term die je gebruikt, zien wij in het gebiedspaspoort wat de mogelijkheden zijn. Dat is het belangrijkste. Wat gebeurt er als het lukt met B6? Als mij dat lukt, kom ik met een nieuw gebiedspaspoort. Dat is nodig, want anders kan ik niet ontwikkelen. Daarvoor moet er een gebiedspaspoort komen voor het deel van B6. Dat is belangrijk om te weten. Dat wil ik heel graag en de ontwikkelaar staat daarvoor open. Wij willen daarover graag het gesprek aangaan. Het eerste verkennende gesprek heeft daarover plaatsgevonden.

Zoals de inspreker aangaf was dat een goed en plezierig gesprek. Dat biedt goede vooruitzichten. Wij gaan met goede zin het gesprek aan met bedrijven, gemeente en de ontwikkelaar om te kijken hoe wij daarvan een integraal plan kunnen maken. Voor de plannen die op basis van dit gebiedspaspoort ontwikkeld worden duurt het nog wel even voordat er een spade de grond in gaat. Er is tijd om te zien of er muziek zit in de ontwikkeling voor wat betreft B6. Dat kan gelijk met elkaar opgaan, zodat wij op tijd weten hoe het zit met B6 en wat dat betekent voor B1 tot en met B5. De VOORZITTER: De heer Vlot heeft een interruptie. De heer VLOT: Voorzitter, de wethouder spreekt steeds over de ontwikkelaar die enthousiast is. Moet ik er bij deze bewoording vanuit gaan dat dezelfde ontwikkelaar eigenaar gaat wordt van B6? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, dan kan. Dat lijkt niet onlogisch, maar dat kan alleen als alle partijen het met elkaar eens zijn. Dat zou goed nieuws zijn. Als het echter op een andere manier kan, dan sta ik daarvoor open. Ik kan mij goed voorstellen dat het zo zou kunnen werken.

De heer VLOT: Voorzitter, geeft de wethouder daarmee aan dat de gemeente met betrekking tot de vergoeding of uitkoopsom geen actieve positie inneemt ten opzichte van deze ondernemers en dat overlaat aan een ontwikkelaar? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, als het gaat over risicodragend aankopen, dan moeten wij dat niet willen. Als het gaat over kostenvergoedingen waar de gemeente wellicht tussen kan zitten, dan zou dat onderdeel zijn van de anterieure overeenkomst. Dat lijkt mij logisch om zo te doen.

210315

pagina: 32 van 41

De heer VLOT: Voorzitter, schept dit verwachtingen naar de eventuele ontwikkelaar die reeds in dit gebied aanwezig is? Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ik wil maar een verwachting wekken en dat is dat wij op een goede manier met elkaar aan tafel moeten gaan zitten. Alle opties zijn op dit moment nog open. U stelt een hele concrete vraag of iets mogelijk is. Mijn antwoord daarop is dat het mogelijk is, maar iets anders is ook mogelijk. Gedurende de gesprekken met elkaar kom je daar achter. Het voeren van het gesprek is de verwachting die ik wil wekken. De uitkomst is niet de verwachting die ik wil wekken. U noemt een mogelijke uitkomst en dat zou kunnen. De VOORZITTER: U kunt uw beantwoording vervolgen. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ter geruststelling. Er is nog ruimte om het bouwplan te optimaliseren. Wel binnen de kaders van het gebiedspaspoort wanneer dat vandaag wordt vastgesteld. Mevrouw Weemhoff vroeg wat er gebeurt als de motie wordt aangenomen. Hierover heb ik al wat gezegd. Zij zei ook dat de ondernemers wilden spreken, maar dat dat niet mocht. Niets is minder waar. Wij hebben al een eerste gesprek met hen gevoerd. Wel is in het verleden aangegeven dat er interesse was voor bedrijfsuitbreiding, maar dat paste niet bij onze woningbouwplannen voor dat gebied. Anderzijds was er geen interesse in woningen. Dat was in het verleden.

Bij de hoorzitting hebben wij begrepen dat de ondernemers wel wilden meewerken aan woningbouw door te kijken naar verhuizing of anderszins. Dat zijn nuttige gesprekken om te voeren. Die gesprekken worden al gevoerd sinds de hoorzitting. Eerst heb ik een aantal gesprekken gevoerd met uw raad over wat u daarvan vindt. Toen voelde ik mij comfortabel genoeg om de gesprekken met de ondernemers te voeren. Dat doen wij in de juiste volgorde. Er is gevraagd naar de fasering in de motie. Mevrouw Den Engelsman zegt dat het gebouw op de hoek niet te hoog moet worden volgens het gebiedspaspoort van 2017. De hoogte van het gebouw op de hoek is even hoog als het gebiedspaspoort 2017. Wellicht heb ik haar niet goed begrepen of heeft zij een andere voorstelling van zaken. Dan hoor ik dat graag van haar. Er is gevraagd om de raad op de hoogte te houden. Dat doe ik graag zelfs. Het lijkt mij raadzaam om de raad te betrekken bij gesprekken over de invulling van het bouwplan. Ik hoop dat het niet nodig is, maar het staat uw raad altijd vrij om naar aanleiding daarvan mij ter verantwoording naar uw gemeenteraad te roepen. Dan zal ik er zijn. Ik hoop niet dat het nodig is en ga daar niet vanuit, maar

dat is waarover de raad gaat. Ik houd u op de hoogte en vindt u het nodig om mij naar de raad te roepen om daarover het gesprek te voeren, dan hoor ik dat van u en hebben wij dat debat met elkaar. U vroeg of dit gebiedspaspoort wel uitgevoerd kan worden als de faseringen niet lukken. Mijn stellige overtuiging is dat het wel kan, maar de uitdaging is een andere. Een gemengde bestemming is bedoeld voor een bestemming waar kleinschalige bedrijvigheid kan plaatsvinden. Zware bedrijvigheid is aldaar niet toegestaan. Het karakter van een gemende bestemming is kleinschalige bedrijvigheid in de buurt van woningen. Het is geen bedrijventerrein en geen woonerf, maar een gemengd gebied. Daarvan is niet alleen sprake in Capelle, maar een internationale manier van werken. Hierover moet het gesprek met elkaar gevoerd worden en dit moet op een goede manier worden ingepast. Het kan wel, maar niet de uitdaging die ik vandaag denk mee te krijgen in uw motie. De uitdaging is om ervoor te gaan dat B6 wel wordt meegenomen. Dat is de uitdaging die ik graag oppak. De VOORZITTER: De heer Eilander heeft een interruptie. De heer EILANDER: Voorzitter, de vraag van de inspreker aan het begin van de avond was of hij zijn huidige bedrijfsvoering kan voortzetten. Ik hoor de wethouder zeggen dat daarover gesproken moet worden.

Dat is mijn tweede vraag naar aanleiding van de inspreker als uitplaatsing niet lukt. Daarin krijg ik graag wat richting. Niet of het wel of niet moet. Dan weten wij wat wij vanavond besluiten.

210315

pagina: 33 van 41

Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ervan uitgaande dat de bedrijfsvoering aldaar momenteel gaat volgens de geldende regels, dan lijkt mij het uitgangspunt dat de bedrijfsvoering verder kan gaan. Even goed moet er gekeken worden hoe dat goed samengaat. In goede overeenstemming kan dat wellicht leiden tot een aanpassing van de werkwijze waarbij de bedrijvigheid verder door kan gaan. Het is niet de bedoeling dat de woningen de bedrijven enorm in de wielen gaan zitten waardoor het bedrijf niet kan voortbestaan. In een goed gesprek kunnen er aanpassingen gedaan worden in het woningbouwplan als er aanpassingen gedaan worden in de bedrijfsactiviteiten. Gaandeweg mijn termijn heb ik al een aantal dingen gezegd over de motie. Ik heb al gezegd dat ik met de bewoners en in ondernemers aldaar in gesprek ga. Ik snap de behoefte van de indieners van

de motie om dat te onderstrepen met de toevoeging aan de motie. Ik kan u deze motie van harte aanbevelen en ga graag aan de slag met de uitvoering hiervan. De VOORZITTER: De vraag van vanavond is hoe het zit met de positie van de raad. Als ik u goed beluister, dan zegt u: als dit gebiedspaspoort wordt aangenomen, dan blijft de raad even goed in positie. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, eerder heb ik het de Johanna Hoevemethode genoemd. Als wij het op die manier doen waarbij de raad aangehaakt blijft, geïnformeerd wordt, ziet hoe het gaat en in de gelegenheid is om het gesprek met mij te voeren, dan doen wij dat op de goede manier De VOORZITTER: Het is 23.25 uur. Meestal krijg ik dan een schop van de griffier, maar daar zit een schot tussen. Ik moet u vragen of wij de vergadering sluiten en morgenavond weer heropenen of dat wij het vanavond afmaken. Ik kijk naar de fractievoorzitters. U weet wat ik wil. Wat wilt u, mijnheer Eilander? De heer EILANDER: Voorzitter, ik wil graag doorgaan, want morgenavond hebben wij een belangrijke vergadering over de Florabuurt. Die wil ik niet verzetten. Dat vraagt discipline van ons, want er ligt nog een motie vreemd aan de orde van de dag. Wij kunnen het niet maken om het nogmaals door te schuiven. Ik maak mij er sterk voor om vanavond de vergadering af te ronden.

De VOORZITTER: Wat wil de heer Raadsen? De heer RAADSEN: Voorzitter, wat mij betreft gaan wij door. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, wij gaan door. Anders blijven wij aan het doorschuiven. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ja, wij gaan door. De heer VLOT: Voorzitter, ja, wij gaan door. De heer GEISSLER: Voorzitter, wij zijn niet tegen het voortzetten van de vergadering. De heer HOLKAMP: Voorzitter, de meerderheid van mijn fractie wil verder gaan. De VOORZITTER: Ik heb gehoord dat u vanochtend al heel vroeg begonnen bent. Wat wil de heer Anink? De heer ANINK: Voorzitter, wij gaan door met de vergadering. De heer SCHAATSBERGEN: Voorzitter, wat mij betreft gaan wij door. De VOORZITTER: Dan ga ik een beroep doen op de woordvoerders. In de eerste termijn hebben wij vrij uitvoerig gesproken. Ik kan bijna uittekenen waar u voor staat in dit gebiedspaspoort. Mijn vraag is om niet in herhaling te vallen en alleen de zaken die nog niet aan de orde zijn gekomen te benoemen. Het woord is aan de heer Spruit.

210315

pagina: 34 van 41

De heer SPRUIT: Voorzitter, de wethouder heeft zijn mening gegeven over de motie. Met inachtneming daarvan zal Leefbaar Capelle voor dit gebiedspaspoort stemmen. De heer VAN LOEF: Voorzitter, het is goed dat de wethouder de motie omarmt. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Van der Klauw. Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, ik heb gezegd dat D66 de motie sympathiek vindt en haar stem in de tweede termijn zou specificeren. D66 is voor de integrale ontwikkeling. In dit geval is het erg prettig dat dit daadwerkelijk is vastgelegd in de motie. Daarom zal D66 voor de motie stemmen. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, de SGP sluit zich aan bij de woorden van de heer Spruit. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, de PvdA zal voor deze motie stemmen en tegen het gebiedspaspoort. De VOORZ ITTER: Het lijkt bijna een stemverklaringsronde. Ik probeer u niet kort te houden. Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, het valt nooit mee om mij kort te houden. Het is een lastige zaak. De antwoorden van de wethouder zijn aan de ene kant overtuigend. Aan de andere kant blijft de totstandkoming van het participatietraject een punt van aandacht. De SP staat positief tegenover de motie. Wij hopen dat deze invulling krijgt. Ik hoor graag nogmaals een dikke toezegging van de

wethouder. Wij zijn er nog niet uit hoe wij gaan stemmen, wellicht zoals mevrouw Weemhoff: voor de motie en tegen het gebiedspaspoort. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA zal de motie ondersteunen als de wethouder daarmee op pad wordt gestuurd om een aantal zaken te regelen. Het CDA zal tegen het gebiedspaspoort stemmen, want hierin hadden een heleboel zaken meegenomen moeten worden. Daarnaast blijft het voor ons een cruciaal punt dat in 2017 zienswijzen zijn meegenomen. Welke waarde kunnen bewoners aan dit paspoort hechten waarin veel zaken veranderd zijn, zoals de hoogte? De hoogte op de Capelse weg is zeer verhoogd ten opzichte van 2017. De goothoogte is verhoogd van 8,5 meter naar 15 meter en de goothoogte aan de Bermweg is verlaagd. Dat houdt in dat het gebouw even hoog wordt als het Aldi-gebouw. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Eilander. De heer EILANDER: Voorzitter, de ChristenUnie was al positief en is dat nog steeds. De heer Van Buuren maakte een terechte opmerking in de app en ik kan hem daarin steunen. Hij was degene die zich aangesproken voelde over de integrale ontwikkeling. Het is goed dat ik hier uitspreek dat ik mij hetzelfde herinner. Hoe het is vastgelegd, weet ik niet. Het gebiedspaspoort en de motie gaan hand in hand.

Wij zullen bij allebei voorstemmen met de toezegging van de wethouder dat hij de raad actief meeneemt in het vervolgproces, zodat wij zelf kunnen wegen of dat voldoende is. De VOORZITTER: U kunt zo voorzitter worden van de werkgroep historisch besef. Het woord is aan de heer Raadsen. De heer RAADSEN: Voorzitter, in tegenstelling tot de heer Van Buuren en de heer Eilander, is GroenLinks van mening dat je dit gebiedspaspoort niet moet aannemen als je de motie recht wilt doen. Er is wel een gebiedspaspoort nodig om de motie recht te doen, maar het nieuwe gebiedspaspoort komt eraan. Dat heeft de wethouder toegezegd. GroenLinks zal daarom tegen dit gebiedspaspoort stemmen en voor de motie. De VOORZITTER: Ik kijk naar de wethouder of hij behoefte heeft om in de tweede termijn te reageren.

210315

pagina: 35 van 41

Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, er zijn geen vragen gesteld. De VOORZITTER: Dan laten wij het daarbij en gaan wij stemmen over de motie van Leefbaar Capelle. Zijn er stemverklaringen over de motie? Dat is allemaal in de tweede termijn aan de orde gekomen. Dan ga ik u vragen om digitaal te stemmen over de motie. Na digitale hoofdelijke stemming aanvaardt de raad de motie M2. De VOORZITTER: Wij gaan stemmen over het voorstel. Er is een stemverklaring van mevrouw Van der Klauw. Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, D66 is van mening dat je voor de motie kunt stemmen en tegen het voorstel. De basis dat wij niet voor het voorstel stemmen is dat in het gebiedspaspoort staat dat voor B4 en B5 een apart gebiedspaspoort gemaakt zou worden. Dat hadden wij prima gevonden. Het hele gebiedspaspoort wordt echter op zoveel onderdelen aangepast dat het naar onze mening een nieuw gebiedspaspoort is. De kaders die wij toen hebben gesteld worden hierin overboord gezet. Met in het achterhoofd dat met B6 erbij er een nieuw gebiedspaspoort kan komen, stemmen wij niet voor dit gebiedspaspoort. De VOORZITTER: Ik kijk naar de griffier of er meer stemverklaringen zijn. Dat is niet het geval. Dan gaan wij stemmen over het voorstel van het college.

Na digitale hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel, met de aantekening dat de fracties van het CDA, D66, GroenLinks, PvdA en SP geacht worden te hebben tegengestemd.

6.

Behandeling motie vreemd aan de orde van de dag gelijke behandeling burgers bij inspraak beleidsontwikkeling en toetsing vergunningsaanvraag.

De VOORZITTER: Tot slot behandelen wij de motie vreemd aan de orde van de dag van GroenLinks over gelijke behandeling burgers bij inspraak beleidsontwikkeling en toetsing vergunningsaanvraag. Bij het indienen van de motie heeft u ruim de tijd genomen om een toelichting te geven. Mijn vraag aan u is wat u er verder nog over wil zeggen. De heer RAADSEN: Voorzitter, ik laat graag eerst de andere partijen aan het woord. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Spruit. De heer SPRUIT: Voorzitter, ik heb de motie een aantal keren gelezen voordat ik deze goed kon duiden. Het betreft een motie vreemd aan de orde van de dag, maar het is ook een wat vreemde motie. Volgens de titel zou de motie moeten gaan over de gelijke behandeling van burgers bij de inspraak van de beleidsontwikkeling en toetsing van de vergunningsaanvraag. Wie kan daar tegen zijn? In de uitgebreide tekst van deze motie wordt het echter niet heel duidelijk waarop de aanname gebaseerd is dat de inwoners van Capelle ongelijk behandeld worden. Bij het verzoek aan het college is alleen in het zesde punt iets te vinden dat zou kunnen gaan over een gelijke of ongelijke behandeling. Daar staat namelijk dat alle betrokkenen moeten worden uitgenodigd. Meer hebben wij hierover niet kunnen vinden. Wij halen niet uit de motie waarover dit precies gaat en waarin de relatie met de gelijke behandeling van onze inwoners zit.

Daarom zal Leefbaar Capelle deze motie niet steunen. De VOORZITTER: De heer Raadsen heeft een interruptie. De heer RAADSEN: Voorzitter, hoe kan het dat u de ongelijke behandeling niet kunt teruglezen in de motie? Dat staat er heel duidelijk in. De insprekers zijn ongelijk behandeld met de heer Mahler voor wat betreft de inspraak bij het samenkomen van het plan. Nadat het gebiedspaspoort is aangenomen, moet de wethouder eventuele bouwplanontwikkelaars ongelijk behandelen. Hij heeft zich namelijk al vastgelegd op het plan van een ontwikkelaar. Dat zijn twee ongelijke behandelingen. Hoe kan het dat u dat niet ziet?

210315

pagina: 36 van 41

De heer SPRUIT: Voorzitter, ik zie dat wel. Er is sprake van gelijke behandeling in gelijke gevallen. In dit geval is er sprake van inwoners van Capelle die daar wonen of hun bedrijf hebben en een projectontwikkelaar die daar wil bouwen en grond in bezit heeft. Dat zijn geen gelijke gevallen. Die kun je daarom niet gelijk behandelen. Als ik aan mijn huis een aanbouw wil bouwen en daarvoor een vergunning aanvraag bij de gemeente, dan mag ik verwachten dat die aanvraag in behandeling genomen wordt. Als mijn buurman in mijn tuin een aanbouw wil bouwen, dan hoop ik niet dat de gemeente hem dezelfde behandeling geeft. Dat zijn geen gelijke gevallen. Dat is de uitleg die hierbij hoort. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Van Loef. De heer VAN LOEF: Voorzitter, de VVD is tegen de situatie als mensen ongelijk zouden worden behandeld. Dat is hier niet het probleem. Ik lees deze motie vreemd aan de orde van de dag meer als een verbijzondering van de discussie die wij vanavond gevoerd hebben. Wat mij betreft kan dit herleid worden naar het fenomeen participatie. Daarvan heeft de wethouder gezegd dat het op een aantal punten beter had gekund. Daarvoor hebben wij met een meerderheid de motie participatie uit de mist vastgesteld.

Mijn tegenvraag aan de heer Raadsen is waarom GroenLinks de motie participatie uit de mist niet heeft ondersteund? De heer RAADSEN: Voorzitter, wij hebben deze motie beschouwd als een afleidingsmanoeuvre van onze eigen motie. De werkelijke reden waarom wij onze motie indienen is dat er in deze fase van de ontwikkeling van het gebiedspaspoort nog geen sprake is van de ontwikkeling van een bouwplan. In die zin dient de ontwikkelaar niet in een andere positie gezet te worden dan andere insprekers bij de ontwikkeling van het gebiedspaspoort. Dat is wel gebeurd. Op zichzelf moet er meer helderheid komen over hoe de inspraak verloopt. Dat is vooral een kwestie van wat is inspraak in welke fase van welk proces? Hier worden twee procesvragen volstrekt door elkaar gehusseld. Daardoor ontstaat deze onduidelijkheid. De heer VAN LOEF: Voorzitter, ik zie dit als een herhaling van zetten. De wethouder is er heel duidelijk in geweest dat hij op een aantal punten niet gelukkig is geweest over het participatieproces. Wij gaan er naar kijken hoe wij dat in de toekomst beter voor het voetlicht kunnen brengen, zodat wij daarover heldere afspraken kunnen maken. De heer RAADSEN: Dat zijn wij met elkaar eens. Daarom dien ik deze motie in. De heer VAN LOEF: Voorzitter, helaas ben ik het niet eens met uw motie. De VVD zal daar niet in mee gaan. De VOORZITTER: Wij spreken via de voorzitter.

Het was de eerste termijn van de heer Van Loef die een vraag stelde aan de heer Raadsen. De heer Raadsen gaf antwoord. Vervolgens is het niet de bedoeling dat daarover een debat ontstaat. De heer Van Loef maakte zijn termijn af en het woord is aan mevrouw Van der Klauw. Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, alle verzoeken aan het college zijn zaken waarbij wij ervan uitgaan dat het college dat wel zou doen. In het vorige agendapunt ontstonden er twijfels over wat de raad gezegd heeft. De motie is een mooie opsomming van wat er gedaan moet worden. Ik ga ervan uit dat de wethouder dit kan omarmen, omdat dit de gang van zaken moet zijn. D66 is positief over deze motie vreemd aan de orde van de dag. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Van Buuren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, de SGP is niet positief over deze motie. Hoewel wij daarin wel een aantal terechte zorgpunten zien staan over participatie, bijvoorbeeld punt 6: "altijd alle betrokkenen conform de wettelijke inspraak en participatie tijdig uit te nodigen om van hun recht gebruik te maken". Dat is belangrijk. Je ziet wat er mis kan gaan als de huurders van een pand de eigenaren niet informeren over participatieavonden. Daarin moeten wij uiterst zorgvuldig zijn en ons beste beentje voor zetten. Wat dat betreft raakt de motie een aantal punten die niet ten onrechte benoemd worden.

210315

pagina: 37 van 41

Het zevende punt uit het verzoek van de motie is een volledig en voortschrijdend verslag van de inbreng van betrokkenen gedurende het gehele ontwikkelproces. Het is belangrijk dat de raad zich een oordeel kan vormen van de kwaliteit van het participatieproces. Of wij dat moeten doen op basis van een minutieus verslag of dat wij moeten nadenken hoe de raad de kwaliteit van de participatie moet vaststellen, dat is nog een open vraag. Het is wel een interessante vraag om in de toekomst te beantwoorden in het licht van de andere zojuist genoemde motie. Wij moeten oppassen dat wij niet op de stoel van het college gaan zitten. Er staat een aantal rare zaken in deze motie. De wethouder gaf een mooi voorbeeld over een begroting. Dat is per definitie een afwijking van de kaders die de raad gesteld heeft. Dat doen wij drie keer per jaar of soms vaker. Het afwijken van kaders is problematisch als de raad daarin niet wordt gekend en meegenomen en niet in positie is. Dat is hierbij niet het geval geweest. Daarom is het vervelend dat die suggestie wel gewekt wordt. De anterieure overeenkomst die gesloten wordt onder voorbehoud van instemming met de raad is geen overeenkomst die in strijd is met geldende kaders. Het is gebruikelijk om het op deze manier te organiseren. Dat is een problematisch verzoek. Het punt van de gelijke behandeling vind ik tevens problematisch.

De initiatiefnemer is een andere partij dan andere partijen. Als een partij met inbreng komt die niet past binnen de kaders die wij gesteld hebben, in dit geval bedrijvigheid in plaats van woningbouw, dan wordt die niet hetzelfde behandeld als een partij die komt met voorstellen voor woningbouw. Dat is logisch. Die ongelijke behandeling zie ik hierin niet. De inbreng is niet gelijk en de status van de partijen is niet gelijk. Daarin moeten wij heel zuiver zijn als wij daarnaar kijken. In het vierde punt van het verzoek staat: "Altijd een analyse bijvoegen van relevante inhoudelijke aspecten en de afwegingen die hebben geleid tot." Voor zover nodig zit dat bij de stukken en voor een deel volgt die later. Bij het Rivium hebben wij de gebiedsvisie vastgesteld zonder dat wij alles wisten. De MER wordt inmiddels opgesteld. De ruimtelijke toetsing van het bouwplan volgt nog. Wij moeten niet zeggen dat wij dat op voorhand moeten weten alvorens wij kunnen instemmen met het stuk. Er zit een volgtijdelijkheid in het proces. Dat komt nog. Het is aan het college om de bouwplannen te toetsen en alle ruimtelijke aspecten zullen daarin worden meegenomen. Wij moeten daarin niet op de stoel van het college willen zitten.

Het volgende punt uit het verzoek luidt: "Gebiedsgrenzen zodanig ruim te kiezen dat alle percelen van waaruit gebruik wordt gemaakt van het gebied daarin zijn opgenomen." Dat is heel ingewikkeld. Je kiest het gebied dat je wilt ontwikkelen. De rest daarvan is omgeving. De effecten van de ontwikkeling op de omgeving moet je meewegen. Er moet echter voorkomen worden dat er een kleine flat gerealiseerd wordt en vervolgens heel Capelle tot plangebied wordt gemaakt, omdat dit op heel Capelle impact heeft. Laten wij daarin nuchter zijn. Dit zijn voldoende argumenten waarom de SGP tegen deze motie zal stemmen. Hoewel wij een aantal van de zorgen uit de motie wel delen en graag daarover in gesprek gaan. De VOORZITTER: Er zou een interruptie zijn van de heer Raadsen, maar ik ga het volgende tegen u zeggen. U speelt een bijzondere rol bij dit agendapunt, want u bent de indiener en u heeft uw eigen termijn. Een aantal raadsleden is voor de motie en een aantal raadsleden is tegen. Als u bij iedere spreker gaat interrumperen, dan gaat het heel lang duren. Mijn verzoek aan u is om uw interrupties op te sparen tot uw eigen termijn. Dan kunt u reageren en vragen stellen als dat nodig is. Het woord is aan mevrouw Weemhoff. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, een projectontwikkelaar krijgt voorrang bij zijn plannen.

Er worden vergelijkingen gemaakt met het bouwen in iemands achtertuin waarover de rest niks te zeggen heeft. Daarover spreken wij niet. Wij spreken over een heel ander en groter terrein. Ik koop een vierkante meter grond, ben belanghebbende en krijg voorrang bij het ontwikkelen, omdat ik initiatiefnemer. De andere omwonenden worden niet betrokken. Dat is de reden dat de PvdA deze motie vreemd aan de orde van de dag medeondertekend heeft. Wij hebben tevens voor de motie participatie uit de mist gestemd. Wij zijn het er volledig mee eens en willen graag dat vanaf morgen het college zich gedraagt naar deze verzoekpunten. Horende de vorige sprekers kan ik niet goed bedenken wat zij daar tegen kunnen hebben.

210315

pagina: 38 van 41

De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Vlot. De heer VLOT: Voorzitter, ik ben van mening dat het een heldere motie is die niet zo vreemd is. Mijn woordkeuze zou eerder 'gelijke weging' zijn geweest in plaats van 'gelijke behandeling'. Dat is een betere typering. De bedoeling van deze motie is geenszins dat de zaken gefrustreerd worden of tot frustratie zou leiden bij eventuele stedelijke ontwikkeling. Dit is eerder een mooie motie die borging geeft aan de positie van alle betrokkenen bij een ontwikkeling of de totstandkoming van een gebiedspaspoort. Het gaat daarbij niet over vergunningvrij bouwen of het bouwen in de achtertuin. Het gaat over het bouwen tot aan de erfgrens waarvoor een aantal aanpassingen moet komen. Met deze motie wordt juist de zekerheid neergelegd dat het proces op een correctere wijze zal plaatsvinden. Dit is een aanvulling op het instrumentarium dat wij binnen onze gemeenten gebruiken. De VOORZITTER: Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA is een van de indieners van deze motie vreemd aan de orde van de dag. Wij sluiten ons aan bij de woorden van de heer Raadsen en mevrouw Weemhoff. De punten van zorg die wij hierin benoemd hebben, moeten goed geregeld worden. Wij gaan met veel zaken aan de slag, zoals het participatiebeleid en de evaluatie van gebiedspaspoorten. Dit soort zaken moet daarin meegenomen worden.

Het CDA ondersteunt de motie van harte. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Eilanders. De heer EILANDER: Voorzitter, de fractie van de ChristenUnie kan zich deze motie voorstellen in het licht van de discussie over Rivium en de Bermweg/Capelseweg. De schijn van een ontwikkelaar die al gecontracteerd is, is als de schijn voordat de spelregels van het paspoort zijn vastgesteld. De toelichting van de wethouder en de inhoud van de anterieure overeenkomst geeft wel een ander licht op de kwestie. Al die verzoeken lezend lijkt het logisch. De heer Van Buuren heeft er een andere draai aangegeven. Wij zitten met hetzelfde spanningsveld. Het lijkt alsof wij bij deze motie een stukje van de collegeverantwoordelijkheid terughalen. Dat is het gevoel dat het bij ons oproept. Het wordt tijd voor een bitterballenoverleg om de stand van zaken op te maken. Ik heb het gevoel dat er wat anders achter de motie zit dan wat hier letterlijk staat. Dat is jammer, want er zitten een aantal goede aanknopingspunten in de motie over welke raad wij willen zijn, wat bij het college wordt neergelegd en hoe de raad de kaders kan controleren. Het gesprek hierover moeten wij zeker gaan voeren. Ik ben benieuwd naar de reactie van het college hierop na de bijdragen van de diverse fracties. Herkent het college iets in de relatie? Vooralsnog staat de ChristenUnie niet positief tegenover deze motie.

De VOORZITTER: Het is goed dat u mij eraan herinnert, want wij hebben dat zojuist in het presidium afgesproken. Het is goed dat de heer Van Buuren, de wethouders en de gemeentesecretaris dat weten. Het bitterballenoverleg wordt op 20 of 22 april gehouden. Dat kunt u alvast noteren. De heer Raadsen is de indiener van de motie. Ik had u beloofd dat u kon reageren op hetgeen dat gezegd is en wat u nog bij anderen wil ontlokken. De heer RAADSEN: Voorzitter, dank voor alle bijdragen die ik gehoord heb. Zeker voor degene die het met mij eens zijn. Hartelijk dank daarvoor. Ik zal beperkt reageren omwille van de tijd. Ik heb twee vragen aan de SGP en wellicht een antwoord voor de ChristenUnie. Mijn vragen aan de SGP zijn: ziet u niet het verschil tussen de ontwikkeling van een gebiedspaspoort en de ontwikkeling van een bouwplan? Betekent dat niet dat er allerlei partijen in deze verschillende ontwikkelingstrajecten met een andere rol zitten? In antwoord op de ChristenUnie: de heer Eilander ziet een spanningsveld, omdat ik bevoegdheden van het college wil terughalen naar de raad. Gelooft u mij met de hand op mijn hart dat dat niet mijn bedoeling is. Ik kan mij voorstellen dat u dat denkt, omdat ik vrees dat u hier twee dingen door elkaar haalt, namelijk het vaststellen van het gebiedspaspoort en het al dan niet goedkeuren van het bouwplan.

De VOORZITTER: De heer Van Buuren werd door de heer Raadsen uitgedaagd.

210315

pagina: 39 van 41

De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik voel mij niet snel uitgedaagd. De motie spreekt heel algemeen over beleidsdocumenten en maakt daarin geen onderscheid tussen een gebiedspaspoort en een bouwplan. Ik ben graag bereid om over de zorgen die in de motie staan van gedachten te wisselen. Bij een aantal zorgen moeten wij echt stilstaan. De motie is echter ongelukkig, omdat er een grote broek wordt aangetrokken. Dat maakt dat ik heel huiverig ben om hierin mee te gaan.

Natuurlijk is er een verschil tussen een gebiedspaspoort en een bouwplan en verschilt de rol van partijen daarin. Tegelijkertijd hangen wij heel veel op aan deze casus. Daarmee moeten wij voorzichtig zijn, want daarover is al veel gezegd. Het kan blijkbaar gebeuren dat je een gebiedspaspoort kritisch tegen het licht houdt als zich een ontwikkelaar meldt met een bepaald idee dat past binnen de ambitie. Wat mij betreft is daar niks op tegen als de raad daarin de finale stem heeft. Graag sluit ik mij aan bij de woorden van de heer Eilander. Laten wij met elkaar in gesprek gaan over waar de pijn en de onvrede zit. Laten wij uitkijken om met deze motie te veel naar ons toe te halen, te veel over een kam te scheren en overhaaste conclusies te trekken. De VOORZITTER: De heer Raadsen had een vraag gesteld aan de SGP en de heer Van Buuren was nog niet met zijn antwoord begonnen of u had alweer een interruptieverzoek gedaan. Was dat per ongeluk? De heer RAADSEN: Voorzitter, ik reageerde op wat de heer Van Buuren zei. Ik was kort verbaasd dat de heer Van Buuren niet ziet dat er een heel duidelijk verschil is tussen een gebiedspaspoort en een bouwplan. Een gebiedspaspoort is een beleidsdocument en een aanvraag van een vergunning op een bouwplan is geen beleidsdocument, maar de volledige bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders.

Hoe kunt u dat verschil niet zien? De heer VAN BUUREN: Voorzitter, dan hebben wij elkaar verkeerd begrepen. Het verschil tussen een gebiedspaspoort en een bouwplan begrijp ik. Het verschil in bevoegdheden daartussen begrijp ik. Het verschil in rollen tussen partijen begrijp ik. Nochtans blijf ik van mening dat in deze motie teveel zaken op een hoop worden gegooid. Daarmee moeten wij uitkijken. De VOORZITTER: Wethouder Struijvenberg zal namens het college reageren. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, ik zal niet alle punten uit de motie langsgaan, maar twee zaken aanvoeren. Ten eerste gaan enkele teksten in de motie over het tegemoetkomen aan de input vanuit de omgeving en dat daarmee niks gedaan is. Ik gun iedereen zijn mening over het gebiedspaspoort, want dat hoort bij een democratie. Stellen dat wij niks hebben gedaan met input, ligt echter erg ver van de werkelijkheid af. De kern van de motie gaat over het aangaan van de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar voorafgaand aan het raadsbesluit over het gebiedspaspoort. Ik ga daarover drie dingen zeggen. Ten eerste: dat is gebruikelijk. Ten tweede: alleen onder de voorwaarde dat de raad instemt met gebiedspaspoorten. Zonder die goedkeuring van uw raad is de overeenkomst nietig verklaard. De volgordelijkheid is dus goed geregeld. Ten derde: dit gebiedspaspoort creëert bouwmogelijkheden.

Daarmee is het verstandig om daarvoor al een overeenkomst te hebben waarmee het geregeld wordt dat wij onze anterieure kosten krijgen. De indieners van de motie hebben het idee dat dat proces niet goed gegaan is. Volgens mij is dat wel zo. Daarom ontraad ik de motie. Er moet mij nog iets anders van het hart. Ik zie de motie als stellingname van de indieners voor het gesprek dat wij nog met elkaar te voeren hebben naar aanleiding van de motie over participatie. Het punt is dat wij dat gesprek nog te voeren hebben, waarbij wij elkaars beelden kunnen delen op basis van een evaluatie van verschillende projecten. Dat gesprek wil ik graag met u allen aangaan. Dat gesprek wil ik graag voeren voordat vaststaat wat de conclusies zijn. Deze motie kan een constructief gesprek in de weg staan. De VOORZITTER: Het is inmiddels dinsdag 16 maart. Ik kijk of er behoefte is aan een tweede termijn. Het woord is aan de heer Spruit.

210315

pagina: 40 van 41

De heer SPRUIT: Voorzitter, Leefbaar Capelle heeft geen behoefte aan een tweede termijn. De heer VAN LOEF: Voorzitter, de VVD heeft geen behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, D66 heeft geen behoefte aan een tweede termijn. Wel heb ik wellicht een stemverklaring. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik houd het bij een stemverklaring. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, de PvdA heeft geen aanvullingen. De heer VLOT: Voorzitter, de SP heeft geen behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA heeft geen behoefte aan een tweede termijn. De heer EILANDER: Voorzitter, de ChristenUnie heeft geen behoefte aan een tweede termijn. De VOORZ ITTER: Het woord is aan de heer Raadsen. De heer RAA DSEN: Voorzitter, de wethouder stelt dat het gebruikelijk is om een anterieure overeenkomst te sluiten voordat het beleidsdocument vastgesteld is. Dit is alleen waar in Capelle. Het komt in Nederland verder niet voor dat er toezeggingen gedaan worden voor medewerking aan een bouwplan zonder dat een beleidsdocument is vastgesteld. Wat wel voorkomt, is dat voorafgaand aan het vaststellen van een beleidsdocument afspraken gemaakt worden met partijen die medeontwikkelen. Daarin kunnen verhalen staan over kosten dragen en delen. Dat zijn geen anterieure overeenkomsten over een bouwplan. Deze twee zaken worden steeds door elkaar gehaald.

De VOORZITTER: Er zijn vragen gesteld aan de wethouder. Wethouder STRUIJVENBERG: Voorzitter, aan het eind van mijn betoog heb ik een oproep gedaan aan de indieners van de motie. Vinden zij dat zij hun conclusies over dit soort zaken moeten meegeven middels deze motie alvorens wij een constructief gesprek hebben gevoerd hoe participatie vormgegeven moet worden in onze stad? Er is niet gereageerd op deze vraag. Bij dezen geef ik dat in overweging aan u mee. De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Raadsen voor een antwoord op deze vraag. De heer RA ADSEN: Voorzitter, mijn inziens sluit het een het ander niet uit. De VOORZITTER: Dus u handhaaft de motie en wij gaan daarover stemmen. Het woord is aan mevrouw Weemhoff. Mevrouw WEEMHOFF: Voorzitter, ik reageer graag op de vraag van de wethouder. Zoals de heer Raadsen zei sluit het een het ander niet uit. Het is goed dat het college zich realiseert wat het effect is van gedrag op de beleving waaruit een motie ontstaat. De VOORZITTER: De derde indiener was het CDA Het woord is aan mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Voorzitter, het CDA zal deze motie blijven steunen. Laat dit de kapstok zijn om daarmee verder te gaan. De VOORZITTER: De heer Vlot krijgt als laatste het woord. De heer VLOT: Voorzitter, ik zie in de motie een stukje borging. Het een sluit het ander zeker niet uit.

De heer Raadsen heeft het verschil tussen een gebiedspaspoort en een bouwplan goed verwoord. De SP blijft bij het indienen en steunen van de motie. De VOORZITTER: Wij gaan over tot de stemverklaringen. Het woord is aan mevrouw Van der Klauw.

210315

pagina: 41 van 41

Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, ik verwijs naar mijn eerste termijn waarin ik steun voor de motie heb uitgesproken. Het gaat over meer dan participatie. Dit staat geen goed gesprek in de weg, maar kan als steun dienen. Daarom stemt D66 voor deze motie. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, de SGP ziet deze motie als een buitengewoon ongelukkige start van een gesprek dat wij zeker moeten voeren. Naar dat gesprek zie ik uit. De SGP zal tegen de motie stemmen. De heer EILANDER: Voorzitter, de ChristenUnie zit op dezelfde lijn als de SGP. Het zijn goede punten voor een goed gesprek. Het is een goede opening van het college om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Dat zien wij in vertrouwen tegemoet. Daarna kunnen wij hopelijk de volgende stappen zetten. De ChristenUnie zal tegen de motie stemmen, ervan uitgaande dat het college deze punten meeneemt in het goede gesprek. De VOORZITTER: Wij gaan stemmen over de motie. Na digitale hoofdelijke stemming verwerpt de raad de motie M2. Voor de motie hebben gestemd de fracties van het CDA, D66, GroenLinks, PvdA en SP.

7.

Sluiting

De VOORZITTER: Daarmee is een einde gekomen aan deze extra raadsvergadering over het gebiedspaspoort. Wij zien elkaar volgende week maandag 22 maart bij de reguliere raadsvergadering. Welthuis voor de raadsleden die hier in huis zijn en voor u allen geldt welterusten. Einde van de vergadering om 00. 10 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 april 20 de griffier, de voorzitter, CL

/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9996837/2