04.04 - Conceptjaarrekening en jaarverslag 2025 GR IJsselgemeenten versie 0.1 2474869
Tekst van het document
Dienstverlening aan niet leden Het standpunt dat wij innemen is dat wij op geen enkel onderdeel winst realiseren en dit standpunt is getoetst door de belastingdienst. De belastingdienst heeft in een brief op 25 oktober 2018 aangegeven dat in 2018 het IBKW een derde partij is waarbij overschotten kunnen ontstaan die leiden tot (jaar)winst en onderworpen is aan vennootschapsbelasting. Vanaf 2019 dienen we ieder jaar een berekening te maken of er winst wordt gemaakt bij de activiteiten van niet leden zoals het IBKW. Dit houdt in dat wij over dit jaar aangiften moeten doen, ongeacht het resultaat. Conform interne opgaven is er geen sprake van winst op de aanvullende taken. De belastingdienst kan achteraf objectief gaan toetsen of dit juist is. Vormen van reserves De Belastingdienst heeft gemeld in 2017 in kader van ons verzoek tot het aanhouden van reserves en in haar brief van 25 oktober 2018 (kenmerk 8544.42.996) over het IBKW aangegeven dat wanneer er (structurele) overschotten worden behaald, er sprake is van een onderneming in fiscale zin. Dit houdt in dat toename van het eigen vermogen (vermogensgroei wordt gezien als jaarwinst) in een jaar belast is met vennootschapsbelasting.
Om in dat kader problemen te voorkomen heeft het bestuur in de bestuursvergadering van 22 februari 2018 besloten de gerealiseerde resultaten met de deelnemende gemeenten af te rekenen en dus geen (bedrijfsvoerings-)reserves te vormen. In afwijking op dit besluit zijn in de reserves aangehouden voor de nog niet uitgegeven bedragen voor de (Europese) subsidies. Bij het opgeven van de hoogte van de vennootschapsbelasting is afgeweken van de presentatie van de reserves en in deze kader van het besluit van 22 februari 2018 en conform de regels de BBV te beschouwen als kort vreemd vermogen. Dit standpunt is ingenomen omdat hier sprake is van een subsidie waarvan de verplichting nog loopt en het (tijdelijke) verschil wat ontstaan is teruggestort moet worden aan haar leden c.q. verrekend worden met de voorschotten voor het uitvoeren van de sociale wetten voor haar leden. Weerstandscapaciteit Omdat IJsselgemeenten geen weerstandscapaciteit heeft, komen alle nadelen als gevolg van de genoemde risico’s, met uitzondering van de risico ESF gelden, ten laste van de deelnemende gemeenten. Financiële kengetallen vanuit BBV In het BBV is vastgelegd dat een aantal financiële kengetallen onderdeel moeten zijn van het jaarverslag om makkelijker inzicht te geven in de financiële positie.
De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeenschappelijke regeling beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
28
1a en 1b. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (door de netto schulden te relateren aan het gerealiseerde saldo van de baten). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de (rentelasten en) aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen geeft dezelfde ratio weer, maar dan zonder de verstrekte leningen aan andere organisaties. 1. Netto schuldquote (bedrag x 1.000) A. Vaste schulden B. Netto vlottende schuld C. Overlopende passiva D1. Financiële activa (excl. kapitaalverstr. , leningen) D2. Financiële activa (verstrekte leningen) E. Uitzettingen < 1 jaar F. Liquide middelen G. Overlopende activa H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
+ + + /
Realisatie 2025 2.000 2.687 5.5553 0 0 5340 762 2.756 26.206 5,27% 5,27%
Realisatie 2024 2.000 4.813 509 0 0 3.391 94 2.785 21.892 4,20% 4,20%
2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin wij in staat zijn onze financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal verstaan. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves en het resultaat van baten en lasten van het huidige jaar. 2. Solvabiliteitsratio (bedrag x 1.000) A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit
+ /
Realisatie 2025 777 11.166 6,96%
Realisatie 2024 525 7.963 6,59%
3. Grondexploitaties Dit kengetal is voor IJsselgemeenten niet van toepassing. 4. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte aanwezig is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De ratio laat zien dat de rekening structureel dekkend is geweest. 4. Structurele exploitatieruimte (bedrag x 1.000) A. Totale structurele lasten B. Totale structurele baten C. Totale structurele toevoegingen aan de reserves D. Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Structurele exploitatieruimte
+ + /
Realisatie 2025 25.930 26.206 0 0 26.206 1,05%
Realisatie 2024 25.654 25.054 0 0 25.054 -2,39%
5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens Dit kengetal is voor IJsselgemeenten niet van toepassing.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
29
Conclusie De netto schuldquote is relatief laag en is daarmee relatief veilig. De provincie Zuid-Holland beschouwt een waarde tot 90% als veilig en daar zit de GR ruim onder. De solvabiliteit is lager dan in bijvoorbeeld het bedrijfsleven gebruikelijk zou zijn, maar dat kan vanwege de aard van de organisatie. De GR IJsselgemeenten is namelijk een bedrijfsvoeringorganisatie met alleen bedrijfsvoerings- en uitvoeringskosten, waarbij de gemeenten “achtervang” zijn.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
30
Paragraaf Financiering Algemeen In artikel 13 van het BBV staat dat de paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille moet bevatten. In deze paragraaf leggen we verantwoording af over het gevoerde financieringsbeleid in relatie tot de gerealiseerde baten en lasten van het jaar 2025. Het beleid van financieren van de GR is gericht op: • Het voorzien in de financieringsbehoefte van de GR op korte en lange termijn; • Het uitvoeren van de treasuryfunctie. Taken hiervan zijn het besturen en bewaken van de inkomende en uitgaande geldstromen, het beheersen van de daaraan verbonden kosten (tarifering), het minimaliseren van de daaraan verbonden risico’s (renterisico en valutarisico) en het optimaliseren van het rendement van beschikbare liquiditeiten. Regelgeving De wettelijke kaders voor het beleid van de treasuryfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). Deze wet schept een bindend kader voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie. De wet heeft als belangrijkste uitgangspunt het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten en het bevorderen van transparantie en kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico’s. Sinds 2013 is regeling met betrekking tot schatkistbankieren van kracht.
Deze regeling bepaalt dat wij overtollige middelen afstorten in ’s Rijks schatkist. In 2025 hebben wij deze afstortingen verricht. Treasuryfunctie Voor de uitvoering van de treasuryfunctie maken we gebruik van de expertise bij de gemeente Capelle aan den IJssel. Zij verzorgen het betalingsverkeer en faciliteren ons bij het doen van uitgaven met kort en lang geld. Hierbij is de tarifering zoals van toepassing bij de gemeente Capelle aan den IJssel ook voor GR IJsselgemeenten van toepassing. De regels rondom de kasgeldlimiet zijn dat er na een overschrijding van meer dan twee kwartalen er een herstelplan ingediend moet worden bij de provincie. De leningen die in 2025 nog lopen zijn beide 1 miljoen. Eén is afgesloten met een looptijd van 10 jaar tegen een rentepercentage van 3,15%, de andere is afgesloten voor 5 jaar tegen een rentepercentage van 3,05%. Kengetallen Voor de financiering zijn de volgende kengetallen van belang: 1. Kasgeldlimiet; 2. Renterisiconorm.
1. Kasgeldlimiet Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
31
Omschrijving Toegestaan
Omvang werkelijk
Toets
1e kwartaal 2025
2e kwartaal 2025
3e kwartaal 2025
(x 1.000) 4e kwartaal 2025
8,20% 25.969
8,20% 25.969
8,20% 25.969
8,20% 25.969
667
1.333
1.333
333
644
755
900
1.265
22
578
433
2.129
2.129
2.129
2.129
2.107
1.551
1.696
3.061
0.09%
2,23%
1,67%
-3,59
toegestane limiet in % begrotingstotaal Omvang vlottend schuld (gemiddelde 1e dag vd maand) Omvang vlottende middelen (gemiddeld 1e dag vd maand) Saldo vlottende schuld toegestane limiet (8,2 % t.o.v. begrotingstotaal) ruimte werkelijke % t.o.v. begrotingstotaal
-932
Voor 2025 is de kasgeldlimiet vastgesteld op 2.129. Dit betekent dat gemiddeld per kwartaal er niet meer dan 2.129 kort mag worden gefinancierd. Dit geeft aan dat wij onder de kasgeldlimiet zitten. 2. Renterisiconorm Om de risico’s van de lange termijn financiering in te perken, is in de wet Fido gesteld dat de renterisiconorm niet overschreden mag worden. Bij de berekening van de renterisiconorm gaat het om het risicobeheer. IJsselgemeenten wil de invloed van (externe) rentewijzigingen op de resultaten zoveel mogelijk beperken. Wanneer er een financieringsbehoefte ontstaat, zal rekening gehouden moeten worden met de renterisiconorm. Deze heeft als doel om het toekomstige renterisico te beperken door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisicobedrag wordt berekend door een vastgesteld percentage van 20% van het totale begrotingstotaal te nemen. Het totaal aan aflossingen en renteherzieningen mag niet groter zijn dan het renterisicobedrag. Het renterisico kan worden gestuurd door bij het aantrekken van nieuwe langlopende financieringsmiddelen rekening te houden met de vervaldata en renteherzieningen van de bestaande schuld. Renterisiconorm jaarrekening 2025 Omvang begroting per 1 januari 2025 (grondslag)
Bedragen (* € 1.000) 25.969
Toegestane renterisiconorm - In procenten
20%
- In bedragen
5.193
Renterisico Renteherzieningen in 2025 Aflossingen in 2025 Ruimte onder renterisiconorm
•
0 0 5.193
In 2025 is voldaan aan de renterisiconorm.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
32
Schema rentetoerekening jaarrekening 2025 Rentetoerekening Jaarrekening 2025 Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
2025 65 0 65
De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0 0 65
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
0 0 65
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat (taakveld) treasury
0 65
EMU-saldo EMU Saldo (bedrag x 1.000)
Realisatie 2025
Realisatie 2024
1.
(+)
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c).
252
609
2.
(-)
Mutatie (im)materiële vaste activa
615
-544
3.
(+)
Mutatie voorzieningen
33
50
4.
(-)
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
0
0
5.
(-)
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwacht boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
0
-330
1.203
Berekend EMU-saldo
Het EMU-saldo bedraagt -/- 330. Voor gemeenschappelijke regelingen is geen separate normering bepaald.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
33
Paragraaf Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de resultaten van de bedrijfsvoering. De ondersteunende diensten Personeel, Financiën, Juridische Zaken, Communicatie en Facilitaire Diensten neemt IJsselgemeenten af van de gemeente Capelle aan den IJssel. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. Doelstelling De doelstelling van de samenwerking is het bereiken van gezamenlijke synergievoordelen. Met de uitvoeringsorganisatie realiseren we meer kwaliteit, continuïteit, flexibiliteit en efficiency in de bedrijfsvoering dan ieder afzonderlijk waar kan maken in aparte organisaties. Vanaf de start bouwen we verder aan een organisatie die schokbestendig is en klaar is voor de toekomst. Lef en ondernemingszin kenmerken ons handelen om het resultaat zo efficiënt en effectief mogelijk neer te zetten. Convenant In het convenant tussen de gemeente Capelle aan den IJssel en gemeente Krimpen aan den IJssel is afgesproken dat beide gemeenten zullen gaan samenwerken op het gebied van de volledige gemeentelijke bedrijfsvoering. Zuidplas neemt deel voor het onderdeel Sociale Zaken. Toetreding van andere gemeenten kan per onderdeel worden afgewogen. Aan de samenwerking wordt vormgegeven op een manier die leidt tot maximale effectiviteit en efficiency.
Vanuit deze invalshoek is gekozen de samenwerking eerst te richten op de bedrijfsvoering binnen de werkterreinen Sociale Zaken en ICT & Automatisering. Organogram IJsselgemeenten
Met ingang van 2016 is de gemeenschappelijke regeling een bedrijfsvoeringorganisatie in plaats van een openbaar lichaam. Het onderscheid tussen het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur is daarmee komen te vervallen. Het bestuur bestaat uit zes wethouders (twee per gemeente). De directeur wordt benoemd door het bestuur en is tevens secretaris van het bestuur. De afdelingen Sociale zaken en ICT vallen onder de directeur IJsselgemeenten. Inrichting GR / Succesbepalende factoren Aan de inrichting van IJsselgemeenten liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag. Structuur 1. Zo plat mogelijk 2. Netwerkorganisatie 3. Slagvaardig 4. Toekomstbestendig 5. Zich voortdurend ontwikkelend Proces 1. Lean, efficiënt en effectief / Best practices 2. Klantgedreven 3. Output gestuurd 4. Gecontroleerd
Cultuur 1. Ondernemend 2. Resultaatgericht 3. Professioneel 4. Lerend Randvoorwaarden 1. Eén locatie 2. De reorganisatie dient aantoonbare synergievoordelen op te leveren
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
34
Doelstelling De doelstelling is het bewerkstelligen van een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de door de deelnemers aan IJsselgemeenten opgedragen taken. Aan IJsselgemeenten zijn taken toegekend, die betrekking hebben op de volgende vakgebieden: a. Sociale Zaken; b. ICT & Automatisering. Sociale Zaken De afdeling bestaat uit vier operationele units en één ondersteunende unit: • Advies, Ondersteuning en Control (AOC, ondersteunend) • Inkomen (operationeel) • Intake en Handhaving (operationeel) • Werk(plein) en uitstroom (operationeel) • Activering en Zorg (operationeel) De uitvoeringsorganisatie Sociale zaken is er voor inwoners die en uitkering aanvragen, werk zoeken of schulden hebben. De medewerkers van de organisatie verstrekken bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand en begeleiden burgers met een uitkering naar werk. De organisatie voert een actief beleid ten aanzien van het opsporen van mogelijke fraude en verleent hulp aan burgers in schuldsituaties. ICT & Automatisering De afdeling ICT & Automatisering houdt zich bezig met alle aspecten van ICT: beleid, informatiebeveiliging, informatisering en automatisering. De servicedesk is het loket voor alle gebruikers. De doelstelling is om binnen de financiële kaders een veilige, flexibele en kwalitatief goede informatievoorziening te realiseren voor de deelnemende gemeenten en de GR IJsselgemeenten zelf.
Totale bedrijfsvoering Omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten De toegestane en werkelijke formatie bestond per 31 december 2025 uit: Fte
Sociale Zaken
ICT & Automatisering
Totaal
Toegestaan
139,48
41,6
181,08
Werkelijk
141,18
38,2
179,38
Percentage
101%
92%
99%
Bij ICT is 0,89 FTE garantiebaner werkzaam die niet in de formatie is opgenomen. Ook is er een oudere medewerker voor twee jaar boventallig aangenomen, die daarna met pensioen gaat.
Kosten van inhuur derden De kosten die besteed zijn aan inhuur, bedragen over 2025: 647k. Huisvestingskosten Met de gemeente Capelle aan den IJssel is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. In 2025 is een werkplekvergoeding betaald voor een bedrag van 1.927K. Automatiseringskosten De uitvoeringskosten (onderhoud) van de ICT, bedraagt over 2025: 6.087k. Hierbij is rekening gehouden met de ontvangen baten van derden en specifieke opdrachten van de deelnemende gemeenten. De afschrijvingslasten zijn 782k.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
35
Rechtmatigheidsverantwoording Directie In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf geeft de Directie ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Ten aanzien van de afwijkingen blijkt dat deze worden veroorzaakt door hogere investeringen in 2025. De hogere investeringen zijn het gevolg van een inhaalslag van uitgestelde investeringen. Deze zijn toegelicht in het bestuur. Begin oktober 2025 zijn er meldingen geweest op grond waarvan een onderzoek naar de directeur is ingesteld. Dit heeft ertoe geleidt dat de directeur per eind oktober op non-actief is gesteld tot begin mei. Tijdens deze periode is er sprake geweest van een tweetal vervangende directeuren. Het onderzoek is afgerond en er is geen enkele twijfel omtrent de integriteit van de directeur.
Paragraaf Wet Open Overheid Per 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo is van toepassing op, en daarmee op het bestuur van de gemeenschappelijke regeling IJSSELgemeenten. Doel van de Woo is een transparante overheid, die zorgdraagt voor een adequate en toegankelijke informatievoorziening aan de burger op basis van een ordentelijke informatiehuishouding. De drie centrale thema’s van de Woo zijn: • •
•
Informatiehuishouding op orde; Actieve openbaarmaking van minimaal de volgende informatie-categorieën: ➢ wet- en regelgeving; ➢ overige besluiten van algemene strekking; ➢ ontwerpen van besluiten van algemene strekking waarover extern advies is gevraagd; ➢ organisatiegegevens; ➢ bereikbaarheidsgegevens en wijze indiening Woo-verzoek; ➢ ter behandeling ingekomen stukken bij vertegenwoordigende organen; ➢ vergaderstukken en verslagen van vertegenwoordigende organen en hun commissies; ➢ agenda’s en besluitenlijsten dagelijkse besturen; ➢ adviezen van adviescolleges en -commissies; ➢ convenanten; ➢ jaarplannen en -verslagen; ➢ subsidieverstrekking, anders dan met een beschikking; ➢ Woo-verzoeken; ➢ onderzoeksrapporten; ➢ beschikkingen, tenzij uitgezonderd van de actieve openbaarmakingsplicht ➢ klachten passieve openbaarmaking (openbaarmaking op een verzoek daartoe).
Binnen de gemeente Capelle aan den IJssel is de (in jaren gefaseerde) implementatie van de Woo onderdeel van het programma ‘Open en digitaal Capelle’ (ondertitel: ‘een gemeente die zijn informatie op orde, inzichtelijk, veilig, open en digitaal beschikbaar heeft’) olv een programmamanager en divers samengesteld programmateam (Informatie, ICT, Communicatie, Juridische Zaken, Griffie, Bureau gemeentesecretaris). Binnen dit programma wordt de Woo geïmplementeerd in samenhang met aanpalende wet- en regelgeving: • • • • • • •
SDG (Single Digital Gateway) Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Besluit digitale toegankelijkheid Wet elektronische publicaties Archiefwet AVG Wet digitale overheid
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
36
Voor wat betreft de centrale thema’s van de Woo – informatiehuishouding op orde; actieve openbaarmaking; passieve openbaarmaking – speelt die laatste in de praktijk nauwelijks bij de gr, in het afgelopen jaar ontving de gr geen enkel Wob-/Woo-verzoek. Wel hebben in 2025 de thema’s continue onze aandacht om te bezien waar verbetering nodig en mogelijk is. De gemeentelijke Woo-coördinator is hierbij de centrale functionaris, in samenwerking met de gemeentelijke units Juridische Zaken, informatie en onze eigen unit ICT. De uitbreiding van de verplichte actieve openbaarmaking vindt gefaseerd plaats tot 2028. We willen eerst de wettelijke basis (11 categorieën) op de juiste wijze doen. Vervolgens willen we waar mogelijk, in de geest van de wet, ons extra inzetten om informatiecategorieën eerder openbaar te maken.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
37
Jaarrekening 2025
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
38
Jaarrekening Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
39
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling We hebben de jaarrekening opgemaakt in overeenstemming met van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad d.d. 24 april 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva tegen nominale waarden gewaardeerd. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zijn betrekking hebben. Onder baten worden verstaan de baten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. De lasten worden bepaald met in achtneming van de vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De investeringen worden op de eerste dag van het jaar volgend op het jaar waarin de investering bedrijfsvaardig is opgeleverd lineair afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. We hanteren hierbij een restwaarde van 0. De afschrijvingen vinden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar plaats. Notitie materiële vaste activa Bij investeringen op software en gebruiksrechten (licenties) worden bepalingen van de BBV in acht genomen. De commissie BBV heeft een notitie materiële vaste activa uitgebracht. Daarin is de stellige uitspraak gedaan: Software (als afzonderlijke actief) valt onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a. Ook gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur vallen onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid 1a. Bij gebruiksrechten wordt onderscheid gemaakt tussen onbepaalde duur en bepaalde duur. Gebruiksrechten voor onbepaalde tijd worden gecategoriseerd en verwerkt als materiële vaste activa (activeren).
Indien sprake is van gebruiksrechten voor bepaalde tijd (meerdere jaren) dan vindt activering niet plaats als materieel vast actief maar worden de gebruiksrechten op de balans onder de ‘vooruitbetaalde kosten’ opgenomen. Op basis van de transitorische post worden deze kosten in de betreffende jaren ten laste van de exploitatie gebracht. Implementatiekosten van nieuwe hardware en software worden geactiveerd; ze vallen onder de bijbehorende kosten die op grond van artikel 63 lid 2 BBV als onderdeel van de verkrijgingprijs worden gezien. De implementatie is noodzakelijk om het actief in gebruik te nemen. Het BBV stelt in de notitie Materiële Vaste Activa dat in het geval van ‘Software-as-a-Service’(SAAS) er geen sprake is van het verkrijgen van een actief (een investering met economisch nut) omdat het bij SaaS gaat om dienstverlening in de vorm van een abonnement waarmee wordt ingelogd bij de dienstverlener. Deze dienstverlener heeft de activa zowel juridisch als economisch in bezit. Dit betekent dat ook de implementatiekosten behorende bij de implementatie van een SaaS oplossing niet geactiveerd mogen worden. Er is geen sprake van een verkrijgingsprijs en daarom zijn de kosten ook niet als bijkomende kosten te kwalificeren.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
40
Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: ▪ iPhones 4 jaar ▪ iPads 4 jaar; ▪ Overige ICT-investeringen (soft- en hardware) 5 jaar. Vanaf 2025 worden kwalitatief betere Iphones aangeschaft. Voor deze Iphones is de verwachte levensduur 4 jaar. Voor de tot en met 2024 aangeschafte Iphones blijft de afschrijvingstermijn 3 jaar. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen voor oninbaarheid. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop deze betrekking hebben. Er is sprake van een formeel verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisatie) dient er (waarschijnlijk) wel een verplichting te worden opgenomen. In 2025 is CAO gemeenten 2025-2027 vastgesteld.
Medewerkers kunnen op basis van deze CAO onder andere vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren sparen. Met dit ‘verlofsparen’ kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrière-planning en het gemeentelijk vitaliteitsbeeld. De uren die zijn gespaard onder het verlofsparen verjaren niet. Conform de commissie BBV gepubliceerde Vraag & Antwoord moeten gemeenten een voorziening vormen voor alle categorieën bovenwettelijke verlofuren die in artikel 6.3 lid 3 van de CAO gemeenten zijn benoemd. Diverse personele lasten blijven echter ook in 2025 toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeldaanspraken. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
41
Jaarrekening Balans per 31 december 2025
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
42
x € 1.000,-
Balans per 31 december 2025 31-12-2025
31-12-2024
Materiële vaste activa
2.307
1.692
Investeringen met een economisch nut
2.307
1.692
-
Machines, apparaten en installaties (hardware)
2.101
1.362
-
Overige materiele vaste activa (software)
206
330
2.307
1.692
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar
5.340
3.391
Vorderingen op openbare lichamen
1.629
3.018
3.460
86
252
287
Liquide middelen
762
94
-Banken
762
94
2.756
2.785
560
525
ACTIVA I. Vaste activa
Totaal vaste activa
II. Vlottende activa
-
- Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan een jaar - Overige vorderingen
Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: ‐ Europese overheidslichamen ‐ Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa
Totaal generaal
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
2.196
2.260
8.858
6.271
11.165
7.963
43
x € 1.000,-
Balans per 31 december 2025 31-12-2025
31-12-2024
Eigen vermogen
777
525
-
Algemene reserve
0
0
-
Bestemmingsreserves
777
525
-
Gerealiseerd resultaat
0
0
Voorzieningen
149
116
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
149
116
2.000
2.000
2.000
2.000
2.926
2.641
2.686
4.813
- Overige kasgeldleningen
0
2.000
- Banksaldi
0
0
- Overige schulden
2.686
2.813
Overlopende passiva
5.553
509
5.553
509
0
0
8.239
5.322
11.165
7.963
PASSIVA III. Vaste passiva
-
Vaste schulden met een rente typische looptijd van een jaar of langer -
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste passiva
IV. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd van korter dan een jaar
‐ Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van ‐ Europese overheidslichamen ‐ Het Rijk ‐ Overige Nederlandse overheidslichamen Totaal vlottende passiva
Totaal generaal
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
44
Jaarrekening Toelichting op de balans
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
45
Toelichting op de balans ACTIVA (bedragen x € 1.000) I.
Vaste activa
Materiële vaste activa De materiële vaste activa wordt onderscheiden in: - Machines, apparaten en installaties - Overige materiële vaste activa De boekwaarde van de materiële vaste activa in 2025 en de ontwikkelingen zijn opgenomen in de tabellen I.a en I.b. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur. I.a boekwaarde materiële vaste activa (investeringen met economisch nut) De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2025 2.101 206 2.307
Machines, apparaten, vervoersmiddelen en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Boekwaarde per 31-12-2024 1.362 330 1.692
I.b ontwikkelingen materiële vaste activa Het onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa weer:
Machines, apparaten, vervoersmiddelen en installaties Overige materiële activa Totaal
Boekwaarde per 01-01-2025 1.362
Investeringen
Desinvesteringen
Bijdragen derden
Afschrijvingen 604
Afschr. Desinvesteringen 0
Boekwaarde per 31-12-2025 2.101
1.342
0
0
330
56
0
0
179
0
207
1.692
1.398
0
0
782
0
2.236
I.c Investeringen in materiële vaste activa Een aantal belangrijke in het boekjaar gedane investeringen in materiële vaste activa staat in onderstaand overzicht vermeld (niet limitatief):
Investeringen software
Beschikbaar krediet 2025 56
Besteed in 2025 56
Investeringen hardware: * Aanschaf ICT hardware * Iphones en Ipads
908 435
908 435
0 0
Totaal investeringen hardware
1.342
1.342
0
Totaal investeringen
1.398
1.398
0
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
Bijdragen derden 0
46
II. Vlottende activa De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:
1. Vorderingen op openbare lichamen 2. Uiteenzettingen in 's Rijks schatkist met rente typische looptijd <1 jaar 3. Overige vorderingen Minus Voorziening dubieuze debiteuren Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025 1.629 3.460 252 ----------0 ----------5.340
Boekwaarde per 31-12-2024 3.018 86 287 ----------0 ----------3.391
Boekwaarde per 31-12-2025 441 1.187 1 0 ----------1.629
Boekwaarde per 31-12-2024 1.884 1.134 0 0 ----------3.018
Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit:
Vordering op deelnemende gemeenten Belastingdienst Overige vorderingen Minus Voorziening dubieuze debiteuren Totaal
Vorderingen op openbare lichamen Vordering op deelnemende gemeenten De vorderingen op deelnemende gemeenten (441) bestaan uit vorderingen op de gemeente Capelle aan den IJssel (304), de gemeente Krimpen aan den IJssel (137) en de gemeente Zuidplas (0). Bij de belastingdienst zijn de belangrijkste posten de vordering voor BTW (394) en te vorderen m.b.t. BCF (794). Uiteenzettingen in ’s Rijks schatkist met rente typische looptijd < 1 jaar Schatkistbankieren/drempelbedrag Alle decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. De gelden mogen niet langer buiten de schatkist worden weggezet. Wel mogen decentrale overheden overtollige middelen aan elkaar uitlenen, zolang er geen sprake is van toezichtrelatie, om zo een beter rendement te halen dan bij de schatkist. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteiten aan. Op grond van artikel 52c van het wijzigingsbesluit BBV is het verplicht om een toelichting over het schatkistbankieren op te nemen. Voor de GR geldt een doelmatigheidsdrempel van 2,00% van het begrotingstotaal met een minimum van 1.000K. Per balansdatum was er een uitzetting in ’s Rijks schatkist voor een bedrag van 1.880. Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
97
93
95
875
1.000
1.000
1.000
1.000
903
907
905
125
0
0
0
0
Op dag basis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
47
Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit:
Overige debiteuren Vorderingen SoZa Minus Voorziening dubieuze debiteuren Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025 198 54 ----------0 ----------252
Boekwaarde per 31-12-2024 237 50 ----------0 ----------287
Overige debiteuren De post overige debiteuren (222) bestaat uit debiteuren niet zijnde een openbaar lichaam (213), een vordering op grond van de gemeentelijke fietsregeling (9) Vorderingen Sociale Zaken De post vorderingen Sociale zaken (54) bestaat voornamelijk uit vorderingen op klanten van Sociale Zaken voor verstrekte voorschotten.
Liquide middelen De liquide middelen bestaan uit kassaldi en banksaldi.
Banken Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025 762 762
Boekwaarde per 31-12-2024 94 10
Boekwaarde per 31-12-2025
Boekwaarde per 31-12-2024
Overlopende activa De post overlopende activa bestaat uit:
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: ‐ Europese overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
560
525
2.196
2.260
2.756
2.785
De in de balans opgenomen van Europese overheidslichamen, Rijk en provincies nog te ontvangen voorschotbedragen (778) die zijn ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel kunnen als volgt worden gespecificeerd.
EU: ESF-REACT-EU 22-24 ESF-REACT-EU 24-25 I ESF-REACT-EU 24-25 II Totaal
Saldo per 31-12-2024
Toevoegingen
Ontvangen bedragen
Saldo per 31-12-2025
272 57 195 525
0 57 195 252
0 0 0 0
272 114 390 777
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
48
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
Vooruitbetaalde kosten Nog te ontvangen bedragen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025
Boekwaarde per 31-12-2024
2.196 560 2.756
1.587 673 2.260
Vooruitbetaalde kosten Onder vooruitbetaalde kosten staan vooruitbetaalde bedragen die zien op 2026 en volgende jaren. Voorbeelden zijn licenties ICT waarbij de licentieperiode doorloopt in 2026 en volgende jaren en facturering in 2025 voor levering in 2026. De grootste posten zijn de Gemeente Capelle aan den IJssel (475), Crayon (392) en PQR.(226).
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
49
Passiva (bedragen x € 1.000) III. Vaste Passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de posten: Algemene Reserve, Reserve ESF en het gerealiseerd resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten. Deze zijn opgenomen in het hierna opgenomen overzicht. Het eigen vermogen komt ultimo 2025 uit op 861. Boekwaarde per 31-12-2025 0 777 0 777
Algemene reserve Bestemmingsreserve (waaronder ESF) Onverdeeld resultaat Totaal
Boekwaarde per 31-12-2024 0 525 0 525
Het verloop in 2023 wordt in het hierna opgenomen overzicht per reserve weergegeven:
Reserve ESF
Boekwaarde per 31-12-2024
Toevoeging
Onttrekking
bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijvingen
Boekwaarde per 31-12-2025
524
253
0
0
0
777
Onder “Bestemming resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van bestemming van het resultaat van de voorgaand boekjaren. Onder afschrijvingen staan de verminderingen vermeld in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. In 2025 is dit niet van toepassing. Hieronder vindt u een nadere toelichting per reserve: ALGEMENE RESERVE (Bedragen x € 1.000,--) Naam ALGEMENE RESERVE Doel Algemene buffer voor risico’s. Voeding Er is geen voeding. Plafond Niet van toepassing. Stand per 31-12 Stand per 1-1-2025 : Mutaties in 2023 : Stand per 31-12-2025 : Analyse mutatie Niet van toepassing.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
0 0 0
50
BESTEMMINGSRESERVES Naam RESERVE ESF Doel In specifieke volgorde: afdekken van het risico dat we de begrote baten niet realiseren, afdekken van eventuele tekorten op het participatiebudget of ter dekking van eventuele nieuwe initiatieven vanuit de bedrijfsvoering. Voeding Een eventueel surplus storten we in de reserve om de begrote structurele baat af te dekken. Plafond Niet van toepassing. Verloop Stand per 1-1-2025 : 524 Bij: toevoeging : 253 Af: onttrekking : 0 Stand per 31-12-2025 : 777 Analyse mutatie Niet van toepassing.
Voorzieningen De onderverdeling van de in de balans opgenomen voorzieningen is als volgt: Boekwaarde per Boekwaarde per 31-12-2025 31-12-2024 Voorzieningen voor verplichting, verliezen en risico's. Totaal
149
116
149
116
Het verloop van de voorziening in 2025 wordt in het hierna opgenomen overzicht weergegeven: Boekwaarde per 1-1-2025
Toevoeging
Aanwending
Boekwaarde per 31-12-2025
116
33
-
149
116
33
-
149
Voorzieningen voor verplichting, verliezen en risico's. Totaal
Hieronder vindt u een nadere toelichting van de voorziening: Naam VERLOFSPAREN Doel In 2022 is CAO gemeenten 2021-2022 vastgesteld. Medewerkers kunnen op basis van deze CAO onder andere vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren sparen. Verloop Stand per 1-1-2025 : 116 Bij: dotatie : 32 Af: vrijgevallen bedragen/ aanwendingen : 0 Stand per 31-12-2025 : 149
Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar is als volgt:
Onderhandse leningen: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
Boekwaarde per 31-12-2025
Boekwaarde per 31-12-2024
2.000
2.000
2.000
2.000
51
In het hierna opgenomen overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar over het jaar 2023:
Onderhandse leningen: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2024
Vermeerderingen
Aflossingen
Boekwaarde per 31-12-2024
2.000
0
0
2.000
2.000
0
0
2.000
In 2025 was de rentelast gemoeid met de vaste schulden 62. In 2025 zijn er geen nieuwe vaste leningen aangegaan.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
52
IV. Vlottende Passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen de netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva.
Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
Overige kasgeldleningen Banksaldi Overige schulden Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025 0 0 2.687 2.687
Boekwaarde per 31-12-2024 2.000 0 2.813 4.813
Banksaldi Betreft per 31-12-2025 was er geen een negatieve stand rekening courant bank. Overige schulden De overige schulden bestaan uit:
Crediteuren algemeen Bevoorschotting deelnemende gemeenten Pensioenpremie Omzetbelasting Loonheffing Overig Totaal
Boekwaarde per 31-12-2025 992 0 191 0 1.522 -18 2.687
Boekwaarde per 31-12-2024 951 0 185 0 1.596 81 2.813
Crediteuren algemeen De post crediteuren (1.836) zijn diverse leveranciers met een kortlopende schuld w.o. te betalen licenties en huren. Loonheffing Onder de post loonheffing (1.552) bevindt zich de loonheffing aangifte van GR IJsselgemeenten (458) alsook de aangifte loonheffing van klanten Sociale Zaken (1.064). Overig De post overig is nihil.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
53
Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde per 31-12-2025
Boekwaarde per 31-12-2024
5.553
509
0
0
5.553
509
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van ‐ Europese overheidslichamen ‐ Het Rijk ‐ Overige Nederlandse overheidslichamen Totaal
De post (5.553) betreft verplichtingen die in 2025 zijn opgebouwd en in 2026 tot betaling komen. Dit bestaat voor een deel uit verplichtingen voor de uitvoeringskosten van de GR zoals vooruitontvangen facturen voor IT-licenties en voor een deel uit verplichtingen voor de overgedragen regelingen (voornamelijk participatiebudget). Ook zijn hier de nog aan de gemeenten te betalen afrekening 2025 deelnemersbijdragen SoZa en ICT opgenomen (219).
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
54
Niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa Langlopende financiële verplichtingen GR IJsselgemeenten is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste verplichtingen. Werkplekvergoeding Met de gemeente Capelle aan den IJssel is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. In 2025 is een werkplekvergoeding betaald voor een bedrag van 1.927. Voor 2026 is het bedrag geïndexeerd en is een verplichting van 2.060K. Ondersteunende diensten van gemeente Capelle aan den IJssel Met de gemeente Capelle aan den IJssel is een dienstverleningsovereenkomst voor ondersteunende diensten afgesloten gedurende tenminste drie jaar. De vergoeding is gelijk aan 5% van de personeelsbegroting van GR IJsselgemeenten. Rechtmatigheid In lijn met de kadernota rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV maken wij hier melding van de rechtmatigheidscontrole. Uit de rechtmatigheidscontroles voor eerdere jaren zijn een tweetal onrechtmatigheden die doorlopen in verband met de contractduur. De GR heeft deze onrechtmatigheden voor de volledige contractduur genomen in 2022. Deze als onrechtmatig aangemerkte meerjarige-inkoopcontract betreft: • Een meerjarig-inkoopcontract over de periode 2022 t/m 2026 voor een raadsinformatiesysteem.
Dit meerjarig inkoopcontract is als onrechtmatig aangemerkt en de gehele contractwaarde, € 313, telde mee in het oordeel over het verslagjaar 2022. In 2025 is een onrechtmatigheid geconstateerd waarbij een systeem niet tijdig is aanbesteed. De totale omvang bedraagt € 74k. Hierbij ziet € 49K op 2025 en € 25K op 2026. Medio 2026 is een systeem operationeel welke is aanbesteed. In 2025 is een inhaalslag gemaakt met investeringen. Het investeringskrediet wordt met € 472K overschreden. Deze begrotingsonrechtmatigheid rekent niet door naar de gemeenten. Hieronder is opgenomen wat dit betekent voor 2025 en verder indien de gemeente de aanbestedingsonrechtmatigheden eerder nog niet heeft genomen. De bijbehorende bedragen zijn hieronder gepresenteerd. Onrechtmatigheid 2022 - 2026 Gemeente
2025
2026 t/m 31 maart
Totaal
Capelle aan den IJssel
€ 74.708
€ 17.850
€ 92.559
Krimpen aan den IJssel
€ 33.564
€ 8.019
€ 41.584
Zuidplas
€-
€-
€-
Totaal
€ 108.273
€ 25.870
€ 134.143
2025
2026 t/m 31 maart
Totaal
Capelle aan den IJssel
€ 33.637
€ 17.250
€ 50.887
Krimpen aan den IJssel
€ 15.112
€ 7.750
€ 22.862
Zuidplas
€-
€-
€-
Totaal
€ 48.750
€ 25.000
€ 73.750
Onrechtmatigheid 2025 - 2026 Gemeente
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
55
Leasecontracten auto’s afdeling Sociale Zaken Van Roteb lease huurt de afdeling Sociale Zaken een aantal auto’s met een gemiddelde looptijd van 4 jaar (bedrag per jaar 12).
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
56
Jaarrekening Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2025
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
57
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2025 Algemeen De tabel ‘saldo van gerealiseerde baten en lasten per programmaonderdeel’ bevat de verplichte onderdelen van artikel 27 van het BBV. Daarnaast bevat de paragraaf de verplichte onderdelen van artikel 28 van het BBV, te weten een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken, een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien, een overzicht van de incidentele baten en lasten per programma en een overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Saldo van gerealiseerde baten en lasten per programmaonderdeel Saldi (x € 1.000)
Omschrijving programma
Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
Sociale Zaken ICT & Automatisering
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo V 14.887 N 14.887 N 0 V 15.297 N 15.297 N0 V 15.418 N 15.166 V 131 V 10.808 N 10.808 N 0 V 11.204 N 11.204 N0 V 10.686 N 10.686 V 121
Subtotaal programma's
V 25.695
N 25.695
Vennootschapsbelasting
N0
N0
Gerealiseerd totaal van baten en lasten
V 25.695
N 25.695
Toevoeging / Onttrekking reserves Sociale Zaken
N0 N0
Subtotaal reservemutaties Gerealiseerde resultaat
N 0 V 26.501
N 26.501
N0
V 26.104
N 25.852
V 252
N0
N0
N0
N0
N0
N0
N0
0
V 26.501
N 26.501
N0
V 26.104
N 25.852
V 252
N0 N0
N0 N0
N0 N0
N0 N0
V0 N0
V0 N0
N 252 N0
N 252 N0
N0
N 0
N0
N0
N0
V0
V0
N 252
N 252
V 25.695
N 25.695
0
V 26.501
N 6.501 N
0
V 26.104
N 26.104
V0
N
N
De begroting ICT laat aan lasten ICT 11.204 zien. In de jaarrekening is dit 10.686: dit wijkt af (lager). Het verschil wordt met name gerealiseerd door het beperken van het aantal licenties op bepaalde systemen waardoor de kosten lager zijn en het meer intern kunnen laten uitvoeren in plaats van externe inhuur .
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
58
Toelichting op overzicht gerealiseerde baten en lasten per programmaonderdeel Analyse programma Sociale Zaken (bedrijfsvoering) Sociale Zaken (x € 1.000) Programma Sociale Zaken Lasten Baten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2025
Wijziging Begroting 2025
Totaal begroting 2025
N 14.887 V 14.887 N 0 N 0 N 0
N 410 V 410 N 0 V 0 V 0
N 15.297 V 15.297 N 0 V 0 V 0
Rekening 2025 N 15.166 V 15.418 V 252 N 253 V 0
Resultaat 2025 V 131 V 121 V 252 N 252 V 0
In 2025 hebben we de deelnemersbijdrage voor de kosten SOZA op basis van nacalculatie bepaald en is het begrote saldo van baten en lasten gelijk aan het gerealiseerde resultaat. De toegepaste systematiek is in overeenstemming met de vastgestelde begroting. In de resultaten van Sociale Zaken is ook het resultaat van de in 2025 vastgestelde cao verwerkt. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een stelpost voor de cao van 506k. Deze was toereikend voor het afdekken van deze ontwikkelingen. Toelichting lasten Aan de lastenkant is er sprake van een beperkt voordeel van 131k. Enerzijds komt dit door hogere salariskosten -152k vooral als gevolg van inhuur als gevolg van verloop en langdurig zieken, anderzijds zijn er hogere lasten voor Digitalisering & verbetering dienstverlening -38k en voor opleidingen, overige personeelskosten en accountantskosten -204k. De hogere salarislasten worden gecompenseerd door de stelpost CAO (506k) en ontvangen vergoedingen van het UWV in het kader van ZW/WAZO (19k). Toelichting baten Aan de batenkant ontstaat er een voordeel van 121k en sluit nagenoeg aan met de begroting. De aanvullende baten worden met name gerealiseerd door de éénmalige kosten per einde van het lopen jaar af te rekenen in plaats van in het volgende boekjaar. Mutaties reserves De drie ESF-subsidie ESF zijn voor 2 subsidies aangevuld voor de te verwachten bijdragen van 100%.
Begrotingsrechtmatigheid Er is geen sprake van een overschrijding aan de lastenkant. Analyse programma ICT & Automatisering (bedrijfsvoering en uitvoeringskosten) ICT & Automatisering (x € 1.000) Programma ICT Lasten Baten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2025
Wijziging Begroting 2025
Totaal begroting 2025
N 10.808 V 10.808 N 0 N 0 N 0
N 396 V 396 N 0 N 0 N 0
N 11.204 V 11.204 N 0 N 0 N 0
Rekening 2025 N 10.686 V 10.686 N 0 N 0 N 0
Resultaat 2025 V 518 N 518 V 0 N 0 V 0
In 2025 hebben we de deelnemersbijdrage voor de kosten ICT op basis van nacalculatie bepaald en is het begrote saldo van baten en lasten gelijk aan het gerealiseerde resultaat. De toegepaste systematiek is in overeenstemming
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
59
met de vastgestelde begroting. Toelichting lasten Aan de lastenkant is er sprake van een onderschrijding van 518k. Er zijn lagere uitvoeringskosten ivm het later uitvoeren van projecten. Daarnaast is een kostenverlaging gerealiseerd door het beperken van licenties e.d. De hogere lasten met betrekking tot de bedrijfsvoering ontstaan door hogere salarislasten. Deze volgt uit de in 2025 afgesloten CAO. De in de begroting opgenomen stelpost CAO is toereikend geweest op de stijgende salarislasten op te vangen. Met betrekking tot de uitvoeringskosten wordt er een voordeel van 83k behaald op het onderhoud. Dit betreft naast de standaard onderhoudskosten die gefactureerd worden aan de deelnemende gemeentes, ook onderhoud voor derden en extra aanvragen vanuit de gemeenten, hiervoor zijn 325k aan extra baten ontvangen vanuit de gemeenten die niet als lasten waren opgenomen in de begroting. Dit geeft dus op onderhoud een voordeel van 408k. Hier tegenover staat dat er in 2023 geen loonkosten meer zijn toegerekend aan de investeringen, in de begroting was hiervoor nog een bedrag van 50k opgenomen. Tot slot zijn er in de begroting baten en lasten opgenomen voor structurele doorbelasting, deze zijn niet afzonderlijk gefactureerd, maar meegenomen in de afrekening a 295k en betreft de afrekening met de gemeente voor de reguliere uitvoeringskosten 30k.
Toelichting baten Aan de batenkant ontstaat een voordeel van 227k. Dit bestaat voor 261k uit een voordeel met betrekking tot de kosten van de bedrijfsvoering en voor 33k uit een nadelig afwijking van de uitvoeringskosten ten opzichte van de begroting. Deze afwijking ontstaat na afrekening met de deelnemende gemeente. Begrotingsrechtmatigheid Er is sprake van een overschrijding aan de lastenkant van 472k op de investeringen. Conform artikel 33 lid 1 van de Gemeenschappelijke regeling IJSSELgemeenten worden de kosten van het hele takenpakket en de instandhouding op basis van afname van producten en diensten in rekening gebracht bij de deelnemers en derden. Wij leggen bijzondere nadruk op het onderdeel “instandhouding”. Artikel 36 lid 3 schrijft voor dat elk jaar het algemeen bestuur bij het vaststellen van de begroting het voorlopig aandeel van elke deelnemer bepaalt. Met nadruk wordt hier gesproken over voorlopig. Al sinds de oprichting van de GR, worden overschotten en tekorten die zichtbaar zijn bij de jaarstukken, afgerekend met de deelnemende gemeenten in de jaarstukken. Elke euro die de GR dus bij de jaarstukken meer of minder heeft besteed, heeft een direct gevolg op de gerealiseerde baten (bijdragen) van de deelnemers in het betreffende verantwoordingsjaar. Dit is ook noodzakelijke voor de eerdergenoemde instandhouding van de GR. De tabel in paragraaf 4.2.3.
van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV geeft aan dat de kostenoverschrijding aan de lastenkant onrechtmatigs is, maar niet meetelt in het oordeel van de accountant, omdat de kostenoverschrijding wordt gecompenseerd door hieraan direct te relateren opbrengsten. Overzicht incidentele baten en lasten Op basis van de notitie incidentele baten en lasten van de commissie BBV en de handreiking 2022 verduidelijking structurele incidentele baten en lasten van de provincie zijn in 2025 incidentele baten vanwege ESF-reserve van 0k. Algemeen dekkingsmiddelen GR IJsselgemeenten heeft geen lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is, geen algemene uitkeringen, geen dividenden, geen saldo van de financieringsfunctie en geen overige dekkingsmiddelen en daarmee geen algemene dekkingsmiddelen.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
60
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves GR IJsselgemeenten heeft geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves in de begroting en rekening. Kosten van overhead Overzicht overhead
Realisatie begrotingsjaar
Raming begrotingsjaar na wijziging
Raming begrotingsjaar voor wijziging
Afwijking gerealiseerd in het begrotingsjaar
Lasten
N 10.589
N 11.050
N 10.685
V 96
Baten Totaal
V 10.862 V 273
V 11.050 N 0
V 10.685 V 0
V 177 V 273
Gebruik van de post onvoorzien GR IJsselgemeenten heeft geen post onvoorzien in de begroting en realisatie. Investeringskrediet Begroting 2025
Wijziging Begroting 2025
Totaal begroting 2025
Rekening 2025
Resultaat 2025
Lasten
N 925
V0
N 925
N 1.397
N 472
Baten
N 0
N0
N 0
N 0
N0
Saldo van baten en lasten
N 925
N0
N 925
N 1.397
N 472
Krediet ICT & Automatisering
In 2025 zijn diverse investeringen uitgevoerd die in eerdere jaren niet zijn uitgevoerd. De afgelopen jaren is minder geïnvesteerd welke in 2025 zijn ingehaald.
Informatie Wet Normering bezoldiging topinkomens (WNT) WNT-verantwoording 2025 Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de gemeenschappelijke regeling IJsselgemeenten. Het toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Topfunctionarissen binnen de gemeenschappelijke regeling IJsselgemeenten De WNT heeft het begrip ‘topfunctionarissen’ gedefinieerd voor de (semi-) publieke sector. Op basis van de WNT is bepaald dat voor GR IJsselgemeenten de directeur en de leden van het bestuur onder het begrip topfunctionaris vallen. De functie van directeur binnen IJsselgemeenten vormt een deelaspect van de functie van het hoofd Sociale Zaken. Het weergegeven toepasselijke bezoldigingsmaximum is per persoon of functie berekend na rato van het dienstverband. Uitzondering hierop is het bezoldigingsmaximum voor leden van het bestuur, dit bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
61
Overzicht WNT-verantwoording is als volgt:
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
62
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
63
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
64
Er is er geen sprake is van overige bezoldiging aan topfunctionarissen binnen de GR IJsselgemeenten. Volgens de WNT kan bij een bezoldiging van € 1.900 of minder voor (toezichthoudende) topfunctionarissen volstaan worden met het opnemen van de naam en de functie van de topfunctionaris. De (toezichthoudende) topfunctionarissen zijn onbezoldigd.
NAAM TOPFUNCTIONARIS R. van Hemert H.D. Westerdijk R. van Woudenberg W. Tempel J.W. Schuurman F. Klovert K. Jaarsma
FUNCTIE Voorzitter bestuur Voorzitter bestuur Lid bestuur Lid bestuur Lid bestuur Lid bestuur Lid bestuur
Periode Vanaf 15 januari 2025 Vanaf mei 2018 t/m 15 januari 2025 Vanaf april 2022 Vanaf september 2020 Vanaf mei 2018 Vanaf april 2022 Vanaf april 2022
Daarnaast zijn er geen overige functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
65
Bijlagen Bijlage taakvelden
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
66
Het herziene BBV schrijft een indeling in uniforme taakvelden voor. Hieronder hebben we de conversietabel opgenomen: Taakveld
Begroting primitief
Begrotings wijziging
Begroting na wijziging
Realisatie
Lasten 2025
Baten 2025
Saldo 2025
Lasten 2025
Baten 2025
Saldo 2025
Lasten 2025
Baten 2025
Saldo 2025
Lasten 2025
Baten 2025
0.1 Bestuur
61
-61
0
4
-4
0
64
-65
0.10 Mutaties reserves
0
0
0
0
0
0
0
0
0.2 Burgerzaken
559
-559
0
15
-15
0
573
0.3 Beheer ov. gebouwen en gronden
136
-136
0
9
-9
0
145
0.4 Overhead
10.685
-10.685
0
365
-365
0
0.5 Treasury
200
-200
0
0
0
0.61 OZB woningen
185
-185
0
6
-6
0.62 OZB niet-woningen
117
-117
0
5
0.63 Parkeerbelasting
-3
3
0
0.64 Belastingen overig
101
-101
12.040
1.2 Openbare orde en veiligheid TOTAAL taakveld 1
Saldo 2025
0
60
-62
-2
0
252
0
252
-573
0
546
-565
-19
-145
0
135
-138
-3
11.050
-11.050
0
10.589
-10.698
-109
0
200
-200
0
256
-200
56
0
191
-191
0
182
-188
-6
-5
0
122
-122
0
115
-118
-3
0
0
0
-3
3
0
0
0
0
0
7
-7
0
107
-107
0
99
-102
-3
-12.040
0
410
-410
0
12.452
-12.452
0
12.234
12.071
163
85
-85
0
5
-5
0
90
-90
0
84
-86
-2
85
-85
0
5
-5
0
90
-90
0
84
-86
-2
2.1 Verkeer en vervoer
9
-9
0
0
0
0
9
-9
0
9
-9
0
TOTAAL taakveld 2
9
-9
0
0
0
0
9
-9
0
9
-9
0
3.3 Bedr.loket en bedr.regelingen
7
-7
0
0
0
0
7
-7
0
7
-7
0
TOTAAL taakveld 3
7
-7
0
0
0
0
7
-7
0
7
-7
0
4.1 Openbaar basisonderwijs
32
-32
0
2
-2
0
34
-34
0
31
-32
-1
4.2 Onderwijshuisvesting
3
-3
0
0
0
0
3
-3
0
3
-3
0
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
14
-14
0
1
-1
0
15
-15
0
14
-15
-1
TOTAAL taakveld 4
49
-49
0
3
-3
0
52
-52
0
48
-50
-2
-3
0. Bestuur en ondersteuning
TOTAAL taakveld 0 1. Veilgheid
2. Verkeer, vervoer en waterstaat
3. Economie
4. Onderwijs
6. Sociaal Domein 6.1 Samenkracht en burgerparticip. 129
-129
0
8
-8
0
137
-137
0
127
-130
6.3 Inkomensregelingen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
6.4 Begeleide participatie
317 0
-317 0
0 0
9 0
-9 0
0 0
325 0
-325 0
0 0
322 0
-325 0
-3 0
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
445
-445
0
17
-17
0
462
-462
0
448
-454
-6
6.2 Wijkteams
6.5 Arbeidsparticipatie
TOTAAL taakveld 6
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
Taakveld
Begroting primitief Lasten 2025 Baten 2025 Saldo 2025
Begrotings wijziging Lasten 2025 Baten 2025 Saldo 2025
Begroting na wijziging Lasten 2025 Baten 2025 Saldo 2025
Lasten 2025
Realisatie Baten 2025
Saldo 2025
7. Volksgezondheid en milieu 7.4 Milieubeheer
5
-5
0
0
0
0
5
-5
0
5
-5
0
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
32
-32
0
2
-2
0
34
-34
0
30
-31
-1
TOTAAL taakveld 7
37
-37
0
2
-2
0
39
-39
0
35
-36
-1
8.1 Ruimtelijke ordening
312
-312
0
8
-8
0
137
-137
0
127
130
-3
8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen)
22
-22
0
1
-1
0
23
-23
0
21
-22
-1
8.3 Wonen en bouwen
30
-30
0
2
-2
0
30
-32
0
30
-31
-1
25695
-25.695
0
806
-806
0
26.501
-26.501
0
26.041
-26.041
0
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
TOTAAL taakveld 8
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
Bijlagen Bijlage rechtmatigheidsverantwoording
Jaarstukken 2025 Gemeenschappelijke Regeling IJsselgemeenten
69
Rechtmatigheidsverantwoording Directie De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht de Directie toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Bestuur op 11 september 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 518.600.