CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

04.01 - Notulen raadsvergadering 9 maart 2026

Overige evenementen 30 maart 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen notulen raadsvergadering 9 maart 202629.679 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Amendement A01: Schrapping weigeringsgrond algemeen belang De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel, in vergadering bijeen op 9 maart 2026; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026; constaterende dat - in de concept-referendumverordening een inleidend verzoek kan worden geweigerd door de gemeenteraad omwille van ‘het algemeen belang’; - deze weigeringsgrond niet inhoudelijk is uitgewerkt; en - deze weigeringsgrond in het voortraject niet ter sprake is gekomen; overwegende dat; - een onvoldoende gedefinieerde weigeringsgrond de schijn van politieke willekeur in de hand werkt; - een onvoldoende gemotiveerde weigering van een inleidend verzoek door de raad slecht is voor het vertrouwen in de lokale politiek; - een onvoldoende gedefinieerde weigeringsgrond voor onzekerheid zorgt bij de indieners van een inleidend verzoek; en - de weigeringsgrond ten behoeve van het algemeen belang door de referendumcommissie ‘onhoudbaar’ wordt geacht; besluit het raadsvoorstel tot vaststelling van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026 als volgt te wijzigen: dat artikel 8, zesde lid, als volgt komt te luiden: “6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd.

Het verzoek wordt niet ingewilligd, indien naar het oordeel van de raad sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2.” En gaat over tot de orde van de dag. Zinho Schelkers, D66 Benne Kerver, Leefbaar Capelle Dominique Armfield, fractie Van der Heide Amendement A02: Een advies heeft geen geldigheidsdrempel nodig De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel, in vergadering bijeen op 9 maart 2026; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026; constaterende dat: - een geldigheidsdrempel geen gangbare praktijk meer is bij gemeentelijke referenda, en ook niet is opgenomen in de modelverordening van de VNG; - de referendumcommissie dringend adviseert de geldigheidsdrempel uit de modelverordening te schrappen; en - het referendum geen bindend karakter heeft maar enkel kan leiden tot een heroverweging; overwegende dat: - het handhaven van een geldigheidsdrempel ‘tactisch thuisblijven’ in de hand werkt om zo een referendum ongeldig te verklaren; - de geldigheidsdrempel niet past bij het adviserende karakter van het referendum; en - een geldigheidsdrempel onterecht de indruk kan wekken dat de uitkomst bindend is.

260309

Pagina 17 van 45

besluit het raadsvoorstel tot vaststelling van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026 als volgt te wijzigen: - dat het voorgestelde artikel 13, eerste lid, vervalt onder vernummering van het tweede tot en met het vijfde lid tot eerste tot en met vierde lid. En gaat over tot de orde van de dag Zinho Schelkers, D66 Benne Kerver, Leefbaar Capelle Dominique Armfield, fractie Van der Heide

De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Schelkers. Ik begrijp dat we ook burgerraadslid de heer Nanne erkentelijk moeten zijn. Het is goed om ook dat te noteren. Ik geef graag het woord aan de heer Kerver namens Leefbaar Capelle. De heer KERVER: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, het was een hele mooie cocreatie en ook dank aan Joris Nanne, die er enorm veel werk in heeft gestoken om samen deze amendementen voor te bereiden. Dat was helemaal top. Het referendum in Capelle is nogal een bewogen thema geweest de afgelopen jaren. Ik weet nog wel dat Leefbaar Capelle samen met de SP hiervoor ooit een initiatief heeft ingediend. Een hele geschiedenis, maar doel was natuurlijk altijd die betrokkenheid, de betrokkenheid van de Capellenaren, van de burgers, de inwoners, bij de besluiten in de stad. Maar het is daarnaast ook een stukje vertrouwen in de Capellenaren en dat vertrouwen gaan we natuurlijk ook volgende week woensdag weer geven bij de Capellenaren; dan wordt het weer een feest van de democratie. Ik zou zeggen: laat het zo goed smaken dat we dat iets vaker gaan doen. Over dit referendum is in de commissie al heel veel gezegd en er is ook al heel veel voorwerk gedaan door de werkgroep. Heel veel dank daarvoor. Af en toe zijn best scherpe discussies gevoerd in de commissie, maar ik denk dat daarbij ook heel goed alle inzichten van iedereen naar voren zijn gekomen.

Daaruit is een aantal amendement geresulteerd. Twee zijn net al genoemd door collega Schelkers, maar wij hebben er nog een, en dat is het amendement ‘Maak buurtreferenda op initiatief van de Capellenaren mogelijk’. De verordening biedt de raad de mogelijkheid een raadplegend referendum te beperken tot een deelgebied van de gemeente. Die mogelijkheid is er niet bij een raadgevend referendum. Dat vinden we wat vreemd, want waarom is die mogelijkheid er wel als de gemeenteraad een uitvraag doet voor een referendum en niet als Capellenaren het initiatief nemen tot een raadgevend referendum? Dat is precies waar dit amendement over gaat: dat de Capellenaar in staat gesteld wordt om zelf ook een voorkeur uit te spreken voor een referendum in zo’n deelgebied. In het amendement is het als volgt verwoord: besluit het raadsvoorstel tot vaststelling van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026 als volgt te wijzigen: 1. Het voorgestelde artikel 1 lid c wordt gewijzigd als volgt: “c. Kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezingen van de leden van de raad en, bij een referendum of een verzoek daartoe dat ziet op een bepaald deelgebied van de gemeente, woonachtig te zijn in dat deelgebied” 2.

aan het voorgestelde artikel 8 wordt na het vierde lid, onder vernummering van het vijfde lid tot en met negende lid tot zesde tot en met tiende lid, wordt een lid toegevoegd luidende: “10. In het inleidend verzoek wordt aangegeven of het verzoek toeziet op een referendum in heel de gemeente of in een nader omschreven deelgebied van de gemeente.” Het nader omschreven deelgebied van de gemeente dat hier wordt genoemd is niet iets wat in cement gegoten is. Capellenaren kunnen zelf aangeven of het gaat over bijvoorbeeld de wijk Fascinatio, ’sGravenland, Oostgaarde, of een combinatie daarvan. Het gaat eigenlijk precies om dezelfde mogelijkheid die ook de raad heeft bij het houden van dat deelgebiedreferendum. In de commissie zijn er allerlei namen voor geopperd: buurtpeiling, buurtreferendum, referendum in een deelgebied. Zo zijn er heel veel dingen voorbijgekomen, maar het gaat in technische zin dus om een referendum in een deelgebied. Ten slotte stellen wij in het amendement voor aan het voorgestelde artikel 9 een achtste lid toe te voegen, luidende:

260309

Pagina 18 van 45

“8. De raad kan in het raadsbesluit, bedoeld in het zevende lid, besluiten dat een raadgevend referendum wordt beperkt tot een deelgebied van de gemeente, indien - in het inleidende verzoek is omschreven dat het verzoek betrekking heeft op een deelgebied van de gemeente; - het te nemen raadsbesluit slechts dat deel van de gemeente betreft; - het te nemen raadsbesluit buiten dat gebied naar verwachting geen effecten zal hebben.” Maar let wel: de raad blijft dus altijd in positie om hiermee in te stemmen of niet. Als de raad anders zou willen beslissen, kan dat. Het gaat echt om het bieden van dezelfde mogelijkheid die we ook bij het raadplegende referendum vragen. Tot zover. Dank u wel.

Amendement A03: “Maak buurtreferenda op initiatief van Capellenaren mogelijk” De gemeenteraad van Capelle aan den IJssel, in vergadering bijeen op 9 maart 2026; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026, constaterende dat: - de referendumverordening de raad al de mogelijkheid biedt om een raadplegend referendum te beperken tot een deelgebied (artikel 7, vierde lid); en - inwoners geen initiatief kunnen nemen tot een raadgevend referendum dat zich beperkt tot een deelgebied, terwijl dit in de toelichting bij het raadsvoorstel ook zo wordt benoemd; overwegende dat: - sommige onderwerpen zich bij uitstek lenen voor een raadgevend referendum op wijk- of buurtniveau, omdat de gevolgen feitelijk beperkt blijven tot een deel van de gemeente; - een gemeentebreed referendum in zulke gevallen onnodig zwaar is qua organisatie, kosten en belasting voor kiesgerechtigden buiten het betrokken gebied; - het vergroten van directe betrokkenheid van bewoners in hun eigen leefomgeving past bij het doel om de verordening toegankelijker te maken voor inwoners; en - de raad altijd de eindafweging houdt of een referendum referendabel is en of beperking tot een deelgebied passend is; besluit het raadsvoorstel tot vaststelling van de Referendumverordening Capelle aan den IJssel 2026 als volgt te wijzigen: 3.

Het voorgestelde artikel 1 lid c wordt gewijzigd als volgt: “c. Kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezingen van de leden van de raad en, bij een referendum of een verzoek daartoe dat ziet op een bepaald deelgebied van de gemeente, woonachtig te zijn in dat deelgebied” 4. aan het voorgestelde artikel 8 wordt na het vierde lid, onder vernummering van het vijfde lid tot en met negende lid tot zesde tot en met tiende lid, wordt een lid toegevoegd luidende: “10. In het inleidend verzoek wordt aangegeven of het verzoek toeziet op een referendum in heel de gemeente of in een nader omschreven deelgebied van de gemeente.” 5. aan het voorgestelde artikel 9 een achtste lid wordt toegevoegd luidende: “8. De raad kan in het raadsbesluit, bedoeld in het zevende lid, besluiten dat een raadgevend referendum wordt beperkt tot een deelgebied van de gemeente, indien - in het inleidende verzoek is omschreven dat het verzoek betrekking heeft op een deelgebied van de gemeente; - het te nemen raadsbesluit slechts dat deel van de gemeente betreft; - het te nemen raadsbesluit buiten dat gebied naar verwachting geen effecten zal hebben.” En gaat over tot de orde van de dag Zinho Schelkers, D66 Benne Kerver, Leefbaar Capelle

De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Schelkers weet wel wat hij delegeert: de meest ingewikkelde mag u indienen, meneer Kerver! Ik zou u overigens willen vragen nog wat zorgvuldiger uw woorden te wegen, want er ging een schokgolf van ontzetting door het college heen toen u opperde het feest van de democratie vaker te vieren. Als u nog wethouders bereid wilt vinden om te dienen, moet u misschien niet de suggestie wekken dat we vaker naar de stembus moeten gaan. De fractie Van der Heide is mede-indiener van twee van de drie amendementen. Aan het woord is nu mevrouw Armfield van die fractie.

260309

Pagina 19 van 45

Mevrouw ARMFIELD: Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan allen die mee hebben gewerkt en geholpen bij de verwerking van dit stuk, specifiek de heer Nanne, want hij heeft veel werk verricht. De afgelopen twee commissievergaderingen is uitvoerig gesproken over dit onderwerp. Een belangrijk onderwerp en terecht, want als het gaat over referenda, gaat het in de kern over het vertrouwen in de democratie, het vertrouwen van de Capellenaren in de democratische regels die wij hier als raad vandaag vaststellen. Juist daarom wil de fractie Van der Heide nogmaals benadrukken waar het voor ons om draait. Onze referendumverordening moet betrouwbaar, transparant en duidelijk zijn voor de Capellenaren. Geen regels die ruimte overlaten voor twijfel, geen bepalingen die tot onduidelijkheid leiden, maar een helder kader waar Capellenaren op kunnen rekenen. Met die gedachte kijken we ook naar het raadsvoorstel dat vandaag voorligt. En laten we daarbij niet vergeten: die is in de eerste plaats een verordening van ons, de raad zelf. Het is dus aan ons om ervoor te zorgen dat de regels duidelijk en nader worden uitgewerkt en deze bijdragen aan duidelijkheid en vertrouwen in het lokale referendum. Wanneer wij dit voorstel langs die lat leggen, roept het vragen op bij onze fractie, met name over twee onderdelen: de geldigheidsdrempel en de weigeringsgrond algemeen belang in artikel 8 lid 6.

De collega's van Leefbaar Capelle en D66 hebben de argumenten hiervoor duidelijk uiteengezet en om te veel herhaling te voorkomen, sluit ik mij hier dan ook bij aan. Daarom dienen wij samen met de fracties van D66 en Leefbaar Capelle deze twee amendementen in. Met deze aanpassingen maken we de verordening helderder, transparanter en beter uitlegbaar voor onze Capellenaren. Als wij Capellenaren uitnodigen om gebruik te maken van een referendum, moeten zij kunnen vertrouwen op duidelijke en eerlijke regels. Met onze amendementen zetten we wat ons betreft een stap in die richting en wij hopen op brede steun van de raad. Wat betreft het amendement over buurtreferenda, ingediend door Leefbaar Capelle en D66: wij keken in principe positief naar initiatieven die de betrokkenheid van inwoners op wijk- en buurtniveau versterken, tegelijkertijd vinden wij het belangrijk dat ook daar de regels helder zijn en dat het instrument goed past binnen de brede referendumverordening. Wij hebben hierover dan nog een aanvullende vraag, want de heer Kerver heeft zojuist eigenlijk al één vraag van ons beantwoord. Kunnen zij aangeven welke mogelijkheden wij als raad hebben, als blijkt dat besluiten wel effect hebben buiten het deelgebied? Want dan lijkt het inderdaad op een breed referendum.

Dus concreter: op welke wijze kunnen wij dit vooraf aan onze inwoners meegeven en eventueel laten toetsen, zodat zij vooraf duidelijkheid hierover krijgen? Dank u, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Armfield. Ik kijk even of de heer Kerver in staat is om de vraag van mevrouw Armfield nu al te beantwoorden. Het is misschien een noviteit, maar het komt denk ik wel de kwaliteit van het debat ten goede. De heer KERVER: Ja, dank u wel voorzitter. Als ik het goed begrijp, luidt de vraag eigenlijk: wat als de besluiten wel invloed hebben op een breder gebied, hoe moeten we er dan over besluiten? Ook bij een raadplegend referendum zal de raad de afweging moeten maken of het ook in een deelgebied moet worden gehouden. Dus ik denk dat we daar zelf een belangrijke rol in hebben. Tegelijkertijd is het natuurlijk de bedoeling, zoals wij het ook in het amendement hebben opgenomen, dat het bij het inleidend verzoek wordt aangegeven door de indieners. Dat is het moment waarop ze dat aangeven en dan kan er natuurlijk met hen over gepraat worden, maar uiteindelijk zullen we zelf moeten afwegen of we daarmee instemmen. De VOORZITTER: Ik zie mevrouw Armfield knikken, dus dat geeft hoop dat het antwoord ook afdoende was. Het woord is aan de heer Safavi Nic van de VVD. De heer SAFAVI NIC: Dank u wel voorzitter.

Omdat dit de laatste raadsvergadering is in deze raadsperiode wil ik iedereen aan deze zijde, de griffie en de bode bedanken voor de prettige samenwerking in de afgelopen vier jaar. Het is een hele leuke periode geweest en we weten nooit wat 18 maart brengt, zodat dit zomaar mijn laatste keer zou kunnen zijn, vandaar dat ik even dit momentje wil pakken.

260309

Pagina 20 van 45

Het onderwerp is uitvoerig behandeld in consultatie, ook in de vorige BVM-commissie, en ons standpunt is altijd geweest dat wij tegen referenda zijn, maar dat, als er al een vordering ligt, die ook goed, transparant, helder en eerlijk moet zijn. Daarom zullen we het eerste amendement over het schrappen van algemeen belang steunen. Het tweede amendement gaat over de geldigheidsdrempel. Hoewel ik het betoog van de heer Schelkers heel overtuigend vond, is er toch een punt waar wij ons zorgen over maken, waardoor we er toch toe neigen het amendement niet te steunen. Dat houdt verband met het feit dat je bij een geldigheidsdrempel in ieder geval niet meer het debat hoeft te voeren over de vraag of er sprake is van een representatieve opkomst, een opkomst waar je echt wat mee kan. Dat gaat alleen maar het debat vertroebelen. Dat wil niet zeggen dat, als er een geldigheidsdrempel is, en die wel of niet wordt gehaald, je niet meer over de uitslag hoeft te praten als die niet gehaald wordt. Je kan er altijd over praten, maar dan hoef je in ieder geval geen debat meer te voeren over de vraag of die aantallen wel of niet representatief zijn. Al zijn het er 10, dan kun je erover praten, maar je hoeft in ieder geval niet meer het debat te voeren of het nou wel of niet representatief is. Op basis daarvan neigen wij toch wel richting het niet steunen van dit amendement.

Van het amendement over het wijkreferendum zeiden wij in eerste instantie: dat gaan we niet doen, we zijn gewoon principieel tegen. Maar het betoog van de heer Kerver vonden we dusdanig goed dat we dat in ieder geval wel willen steunen. Zo zie je dat zelfs gaande het debat standpunten kunnen wijzigen. De heer SCHELKERS: Ik wil een interruptie plegen, voorzitter. De VOORZITTER: Dat is u toegestaan. De heer SCHELKERS: Zegt de heer Safavi Nic nu dat een referendum altijd representatief is als de opkomstdrempel wordt gehaald? Dat is namelijk wat geïmpliceerd wordt hiermee en dat is ook wat ik uit uw woorden opmaak. Is dat wat u bedoelt? De heer SAFAVI NIC: Nee, ik denk dat een opkomst van 35% by far niet heel representatief is, maar je hoeft er in ieder geval niet meer over te praten, want dan hebben we afgesproken vanaf welk percentage in ieder geval de geldigheidsdrempel gehaald is. Of dat percentage dan 20% moet zijn, of 40%, of 50%, maakt ons verder niet heel veel uit, maar je hoeft dan in ieder geval niet meer over de aantallen die opgekomen zijn nog een keer een debat te voeren. U hebt dat vorig jaar ook meegemaakt toen er 500 handtekeningen voor de sporthal Schenkel ingeleverd werden. Toen werd er heel veel gesproken over de vraag of het wel of niet representatief was.

Ook al had u alle niet-Capellenaren er al uitgefilterd, het ging toch wel heel erg over de aantallen in plaats van over de boodschap erachter. De heer SCHELKERS: Voorzitter, als ik daarover een vervolgvraag mag stellen? De VOORZITTER: Nog één, ja. De heer SCHELKERS: Is dan uw conclusie wel dat, als je boven die 30% zit, je per definitie niet hoeft te praten over de representativiteit, omdat er dan per definitie sprake van is? De VOORZITTER: Mijnheer Safavi Nic. De heer SAFAVI NIC: Of die 30% of 35% wel of niet gehaald wordt, je hoeft überhaupt niet meer over de geldigheid te praten, want al komt er maar 20% opdagen, we weten allemaal dat die dan niet meer representatief is. Dat kun je ook benadrukken, maar je haalt in ieder geval een gedeelte ambiguïteit weg in het debat, vandaar dat we nog niet volledig overtuigd zijn van dit amendement. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Safavi Nic. Dan is nu het woord aan de heer Weijers van de SGP. De heer WEIJERS: Dank u, voorzitter. We spreken vanavond over de referendumverordening en u kent het standpunt van de SGP: die is overbodig. Dat vinden wij overigens niet alleen. Van de 342 gemeenten in Nederland zouden er op dit moment nog ongeveer 100 tot 110 zijn die een referendumverordening hebben. Het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten vindt dus, net als

260309

Pagina 21 van 45

de Capelse SGP, een lokaal referendum overbodig. Ik zou zeggen: goed voorbeeld doet goed volgen. Sinds 1990 zijn er in Nederland ongeveer 150 lokale referenda gehouden, dat betekent over een periode van zo’n 35 jaar afgerond 4,28 referenda per jaar. Dat zijn er niet zo heel veel voor een heel land. In Capelle is er overigens nog nooit een referendum gehouden, terwijl het al sinds 2011 mogelijk is. De keren dat er verzoeken voor een referendum waren, 2020 Rivium en 2021 Gebiedspaspoort Capelseweg/Bermweg, zijn deze door een meerderheid van de raad afgewezen. Bovendien: op 16 december 2024, dus nog niet zo heel lang geleden, zijn er extra weigeringsgronden toegevoegd, want de mogelijkheid voor een referendum is natuurlijk heel belangrijk, aldus een meerderheid in deze raad. Maar voor sommige onderwerpen is het kennelijk toch een beetje eng als daarover een referendum wordt aangevraagd. Tegelijkertijd liggen er nu vanavond amendementen voor die het gebruik van het middel van een referendum juist weer moeten verruimen. Het voelt een beetje alsof we als raad aan het jojoën zijn. Op die amendementen kom ik zo, eerst het voorstel zoals het nu voorligt. Er ligt een voorstel voor aanpassing van de referendumverordening, om het daarmee duidelijker en transparanter te maken.

En, zo kent u de SGP: omdat er nu eenmaal sprake is van een bestaande verordening, hebben we als SGP op die manier ook naar de voorgestelde aanpassingen gekeken. En wij konden en kunnen ons daar wel in vinden, op één punt na, en dat is de toegevoegde weigeringsgrond, namelijk strijd met het algemeen belang. En hoewel wij van mening zijn dat hoe meer weigeringsgronden in de verordening staan hoe beter, geldt dat niet voor deze weigeringsgrond. Zoals in de commissie al is aangegeven: deze is te algemeen, te vaag en juridisch veel te dun. Het amendement van D66, Leefbaar Capelle en fractie Van der Heide op dit punt, om die weigeringsgrond te schrappen, zullen wij dan ook steunen. Die steun is er uitdrukkelijk niet voor de beide andere argumenten. Eerst de geldigheidsdrempel. Wat ons betreft goed om die te behouden. Bovendien: we moeten hem ook niet groter maken dan die is. Het is een geldigheidsdrempel, niet meer, niet minder, en bovendien: een referendum is een zwaar middel en dan mag er ook qua opkomst wel iets verwacht worden van de burger. Bovendien, dat hebben we in de commissie aangegeven en is ook in de lijn met wat de VVD zojuist aangaf: zo'n drempel schept duidelijkheid. Zonder een drempel gaat de daadwerkelijke opkomst steeds weer onderdeel worden van de discussie na een referendum. Dat is niet goed en vervuilt slechts de discussie. Dan het buurtreferendum.

De VVD gaf net aan: ons uitgangspunt was ‘we zijn uit principe tegen, maar we hebben nu toch een ander standpunt’. Nou, u kent opnieuw de SGP: we zijn uit principe tegen en we blijven tegen. Ik heb er ook een argument voor, anders zou het wel iets te makkelijk zijn. Dit onderwerp is een beetje een eigen leven gaan leiden, zo lijkt het, want in het voorstel, en ook in de discussie daarnaartoe, ging het over de inzet van het middel van een buurtpeiling, en daarvan was aangegeven: zo'n buurtpeiling hoort eigenlijk niet in een referendumverordening thuis. En dat is terecht. Alleen, nu hebben we het uiteindelijk over een buurtreferendum. Dat is wat ons betreft een veel te zwaar middel. Het is ook niet nodig, want als reden voor het buurtreferendum noemt het amendement het vergroten van de directe betrokkenheid van bewoners in hun eigen leefomgeving. Daarvoor is wat ons betreft een buurtpeiling nou juist een veel mooier, beter, makkelijker, informeler en daarmee ook goedkoper middel, en dat kan dan worden ingezet. In onze huidige participatieverordening hebben we de ruimte om op andere manieren participatie vorm te geven, en dat kan door een buurtpeiling, met als grote voordeel dat we aan de voorkant van een proces de mening van de buurt kunnen peilen en de uitkomst daarvan kunnen meewegen voordat er een besluit is genomen.

De VOORZITTER: De heer Kerver zou u willen interrumperen, mijnheer Weijers. Mijnheer Kerver. De heer KERVER: Dank u wel, voorzitter. Goed te horen dat er enthousiasme is voor de buurtpeiling. Die is er bij mij ook, het is alleen een heel ander soort middel. We zouden het veel vaker in moeten zetten wat mij betreft, aan de voorkant inderdaad alvast een proces meten, of een meting doen onder de bewoners wat zij van iets vinden. U staat er heel principieel in, maar bij het raadplegend referendum zit de optie voor een referendum in een deelgebied er wel in en bij het raadgevend referendum niet. Vindt u het dan niet oneerlijk dat er een ongelijk speelveld is daarin?

260309

Pagina 22 van 45

De VOORZITTER: Meneer Weijers. De heer WEIJERS: Ik weet niet of dat per se oneerlijk is, want je kunt je sowieso afvragen, maar dat heeft natuurlijk ook wel met ons uitgangspunt te maken, in hoeverre wij als raad een raadplegend referendum zouden moeten willen hebben, zowel voor de brede onderwerpen als voor een deelgebied. Daar zijn wij ook niet zo voor, maar dat zal u niet verbazen. Die staat er nu zo wel in. Tegelijkertijd heb je het dan over concrete besluiten die voorliggen, althans conceptbesluiten volgens het referendum, en ik denk dat je daarvan als raad in ieder geval op een wat makkelijker manier kunt afwegen of dat daadwerkelijk een besluit is dat alleen maar een bepaalde buurt of een bepaalde wijk zal raken. Waar ik bang voor ben, is dat, als dat andersom is, wanneer bewoners dat zouden mogen – en niet om daarmee bewoners weg te zetten alsof ze dat niet zouden kunnen –, het voor zo’n groep veel lastiger is om te bepalen of het toch geen besluiten zullen zijn die een veel verdere reikwijdte zouden kunnen krijgen dan alleen maar die buurt. En laat ik dan maar gelijk uw mogelijke volgende vraag voor zijn, want nu zult u waarschijnlijk zeggen: ja, maar dat kunnen die bewoners aangeven in hun verzoek en dan moeten wij de afweging maken of we dat wel of niet vinden.

Dat ben ik op zich met u eens, alleen, dan kom je bij het punt, en dat hebben we al vaker gezien bij een referendum: als er een verzoek wordt gedaan en het wordt afgewezen, in welke vorm dan ook, dan is de teleurstelling over het algemeen nog groter en daarmee is dat vertrouwen, waarvan iedereen zegt dat je dat moet hebben in deze gemeente en dat een referendum daar zo goed voor is, vaak alleen maar minder geworden. De VOORZITTER: Dat geeft de heer Kerver de gelegenheid nog een derde vraag te stellen. Mijnheer Kerver. De heer KERVER: Dank u wel, voorzitter. Dat gaat heel makkelijk zo, ik kan voortaan mijn briefje wel doorgeven, denk ik. Maar tegelijkertijd ben ik het er niet helemaal mee eens, want ik vind wel dat bewoners daar zelf een goed idee bij kunnen hebben. Ik kan ook zo wel een paar voorbeelden bedenken waarom het juist relevant is dat iemand in Fascinatio, in Oostgaarde, of in Schollevaar, dit over zijn eigen wijk of buurt zou willen aangeven. Het zorgt er ook voor dat de bewoners daarin meedenken met ons. Het zorgt ervoor dat je als gemeente inderdaad ook kan zeggen van: nou, we hoeven niet in heel Capelle dit op te tuigen, we gaan het echt beperken tot dat deelgebied. Dus ik denk dat het juist heel pragmatisch is om ervoor te zorgen dat we deze optie bieden.

Vanuit het standpunt van de SGP zou u misschien eerder geneigd zijn het er ook bij het raadplegend referendum uit te halen ... De heer WEIJERS: Wij hebben inderdaad zo’n amendement overwogen, maar het toch maar niet gedaan. De heer KERVER: Maar ik blijf het lastig vinden dat er een ongelijk speelveld is. De VOORZITTER: Maar hebt u ook nog een vraag, mijnheer Kerver? De heer KERVER: Nou ja, daar ben ik een beetje naar op zoek. Ik probeer een beetje mijn ongenoegen hierover te uiten, maar ik houd het daarbij. Dank u wel. De VOORZITTER: U kunt er altijd in tweede termijn nog op terugkomen als u nog niet over uw teleurstelling heen bent dat partijen tamelijk onbeweeglijk in deze discussie zitten. Gaat u verder, mijnheer Weijers. De heer WEIJERS: Ik zag mijnheer Schelkers opstaan en dacht even dat die ook nog wilde interrumperen, maar hij loopt gewoon helemaal de zaal uit! Hij komt alweer terug, zie ik vanuit mijn ooghoeken, daarom zal ik maar gauw doorpraten, want alles wat ik zeg als hij er niet bij is . . . , ja, daar was ik al bang voor! Wat ik nog wilde afmaken in de zin, toen ik stopte omdat mijnheer Kerver bij de interruptiemicrofoon stond, was het moment van het betrekken van de Capellenaar door middel van zo’n buurtpeiling. Je

260309

Pagina 23 van 45

zit dan aan de voorkant van het proces en dat is wat ons betreft altijd veel beter dan achteraf, pas op het laatste moment, daar de Capellenaar in te betrekken door de mogelijkheid te bieden om een referendum aan te vragen, omdat dat toch negen van de tien keer alleen gebruikt wordt als een noodrem. Tot slot één opmerking nog met een kleine knipoog naar de tekstopsteller van de amendementen. Het is zeker mooi dat een burgerraadslid dit heeft gedaan. Dat onderstreept inderdaad maar weer het belang van burgerraadsleden en welke goede rol ze daarin kunnen vervullen. Voor wat betreft het buurtreferendum zou ik nog wel willen zeggen: kijk nog even naar het derde streepje bij de overwegingen, want daar wordt aangegeven dat de raad altijd de eindafweging houdt of een referendum referendabel is. Dat lijkt me wat ingewikkeld. Een referendum is een referendum en dat is volgens mij niet referendabel. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mijnheer Weijers. Dan gaan wij waarschijnlijk een van de laatste keren in deze raad het onvervalste GroenLinks-geluid horen – of het onverdunde GroenLinks-geluid, dat kun je natuurlijk ook zeggen. Het woord is aan mevrouw Aktaş. Mevrouw AKTAŞ: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad voor het laatst als GroenLinks.

Het viel me op dat het bij niemand is opgekomen, of niemand heeft het eigenlijk genoemd, dat dit wel de laatste vergadering is voor de verkiezingen. Daar wil ik even bij stilstaan, want de samenstelling van de raad zal in de komende periode denk ik toch wel anders uitvallen en ik denk . . . . , maar ik zie een interruptie aankomen . . . De VOORZITTER: U had gewoon uw zin mogen afmaken, hoor, maar nu u inmiddels al bent gestopt, geef ik voor een interruptie het woord aan de heer Safavi Nic. De heer SAFAVI NIC: Volgens mij had ik na een sneer richting u toch echt gezegd dat dit onze laatste vergadering is, met dank aan iedereen voor de goede samenwerking, ook richting mevrouw Aktaş. De VOORZITTER: En zo ziet u maar weer dat een deel van deze raad afhaakt als u sneren uitdeelt! Mevrouw AKTAŞ: Waarschijnlijk heb ik dan niet goed geluisterd, mijn excuses daarvoor. Maar goed, het is de laatste vergadering voor de verkiezingen en ik wil ook bij dezen iedereen bedanken voor de samenwerking in de afgelopen periode. Op nu naar de periode na de verkiezingen, en ik hoop dat we de goede samenwerking ook kunnen voortzetten in de volgende periode. Nu over de referendumverordening. Die hebben we al uitgebreid besproken in de commissie BVM en daarom ga ik meteen verder met de drie amendementen die voor ons liggen.

Het eerste amendement wil buurtreferenda op initiatief van Capellenaren mogelijk maken. Wij vinden dat Capellenaren altijd de mogelijkheid moeten hebben om een inbreng te leveren en een input te geven aan de gemeente. Dit kan via participatieprocessen in de eigen wijk of buurt, door in te spreken tijdens vergaderingen, door initiatieven van bewoners, en ook wij als volksvertegenwoordigers nemen natuurlijk signalen mee uit de wijk naar de raad en bespreken die in de vergaderingen. Daarom vinden wij dat een afzonderlijk amendement voor buurtreferenda niet nodig is. We zouden ons meer moeten focussen op het participatieproces en het goed doorlopen van participatieprocessen. Ook om die reden steunen wij het amendement niet. Volgens het tweede amendement zou een advies geen geldigheidsdrempel nodig hebben. Ook hierin kunnen we niet meegaan. Een referendum is namelijk altijd adviserend van karakter en een geldigheidsdrempel gaat over de geldigheid, niét over de bindendheid. Het amendement suggereert dat een drempel de indruk zou wekken dat een referendum bindend kan zijn, Maar dat is niet correct. Ik vind dat het belangrijk is dat we daarover wel duidelijk communiceren. Een referendum blijft altijd adviserend, daarnaast zijn wij het eens . . . De VOORZITTER: Ik dacht dat er een prachtige punt zou volgen, maar ik was niet snel genoeg.

De heer Schelkers zou namelijk graag een interruptie willen plaatsen.

260309

Pagina 24 van 45

De heer SCHELKERS: Ook ik was niet snel genoeg, voorzitter, want het ging mij nog om wat mevrouw Aktaş vertelde over het eerste amendement. Ze gaf aan niet voor een buurtreferendum te zijn, dus tegen het amendement te zullen stemmen, maar tegelijkertijd stemt ze wel in met de mogelijkheid tot een buurtreferendum die al in de verordening zit. Hoe wil ze dat uitleggen? Mevrouw AKTAŞ: Ik heb aangegeven dat het heel belangrijk is om de input van bewoners / burgers op te halen, maar dat we dat goed geborgd moeten hebben in de participatieprocessen die we doorlopen. Ik ben er geen voorstander van om een bypass te gaan organiseren omdat de basis wellicht op dit moment niet goed geborgd is, want ik zie dit gewoon als een bypass. De VOORZITTER: Mijnheer Schelkers. De heer SCHELKERS: Voorzitter, dat is geen antwoord op mijn vraag, vandaar dat ik hem even herhaal. De referendumverordening die voorligt biedt de mogelijkheid voor een raadplegend buurtreferendum. Daar doet u niks aan, daar stemt u volgens mij mee in. Maar u zegt wel dat u tegen een buurtreferendum bent en daardoor tegen het amendement voor een raadgevend buurtreferendum wilt stemmen. Hoe legt u dat dan uit? De VOORZITTER: Mevrouw Aktaş.

Mevrouw AKTAŞ: Nogmaals: we kunnen altijd zelf in de wijken gaan vragen wat er aan de hand is en daarmee input ophalen voor een buurtreferendum, maar ik vind het erg belangrijk dat het participatieproces goed doorlopen wordt en dat ook bewoners op die manier deelnemen, participeren en hun inbreng geven. De VOORZITTER: Dat was de tweede interruptie van de heer Schelkers. Dan is nu het woord aan mevrouw Groenendijk voor haar eerste Interruptie. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Dank u, voorzitter. Mevrouw Aktaş sprak zich zojuist uit tegen het amendement dat de geldigheidsdrempel voor een advies wil afschaffen, op grond van de overweging dat een referendum sowieso niet bindend is. Maar dan kun je toch net zo goed vóór zijn? Het is immers alleen maar de mening van mensen, dus wat maakt het dan uit? Dan hoef je ook geen geldigheid te hebben. Mevrouw AKTAŞ: Het is belangrijk dat we daarin duidelijk zijn, dat het altijd bindend is. Wat de VVD ook aangaf is dat je dus toch wel kunt zeggen: tot een bepaald percentage is het gewoon niet geldig en ik vind het wel belangrijk op te nemen waarom. Want ik werk ook voor de gemeente en burgers vinden het juist heel erg fijn dat er duidelijkheid is over regels. Het is niet zo dat ze het erg vinden dat er een geldigheidsdrempel is, maar dat we gewoon niet duidelijk zijn over wat het precies inhoudt, wat de burgers wel kunnen verwachten en wat niet.

Als je aangeeft dat er een geldigheidsdrempel is, denk ik dat de burgers er ook mee gediend zijn dat ze zicht hebben op hoe het daadwerkelijk werkt. De geldigheidsdrempel zegt dus iets over de geldigheid. De VOORZITTER: Mevrouw Groenendijk voor een tweede interruptie. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Er zijn natuurlijk al bepaalde voorwaarden verbonden aan het verzoek dat mensen kunnen indienen; dat moeten ze ook met een aantal doen, enz. Maar u zegt eigenlijk: als het minder is dan een bepaald percentage, vinden we die stem van de inwoners niet belangrijk. Mevrouw AKTAŞ: Nee, juist niet. Wat ik probeer te zeggen is dat het om de geldigheid gaat. Ook al is het opkomstpercentage maar 10%, je kunt altijd kijken wat de bewoners die wel hebben meegedaan hebben gezegd. Dus die informatie is altijd wel interessant, maar het is steeds adviserend. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Voorzitter . . .

260309

Pagina 25 van 45

De VOORZITTER: Inmiddels staat de heer Safavi Nic al klaar voor een interruptie en u hebt al twee keer geïnterrumpeerd, mevrouw Groenendijk. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Dat is waar, maar ik wil er toch nog iets aan toevoegen. Als ik u zo beluister, mevrouw Aktaş, zegt u eigenlijk dat die geldigheidsdrempel er niet toe doet. Bent u dat met me eens? Mevrouw AKTAŞ: Nee, dat ben ik echt niet met u eens. De VOORZITTER: Nou, dit was bij hoge uitzondering. Mijnheer Safavi Nic. De heer SAFAVI NIC: Dank, voorzitter. Ik wil graag enige verheldering vragen. Ik meende mevrouw Aktaş te horen zeggen dat de VVD zou hebben beweerd dat, als het opkomstpercentage wordt gehaald, die bindend is, maar ik neem aan dat u bedoelde dat we dan niet meer hoeven te discussiëren over de geldigheid. Mevrouw AKTAŞ: Ja, dát heb ik gezegd. De heer SAFAVI NIC: Dank u wel. De VOORZITTER: Gaat u verder met uw betoog, mevrouw Aktaş. Mevrouw AKTAŞ: Ik was gebleven bij de wijze woorden van de burgemeester. In de commissie BVM, maar ook eerder, heeft hij aangegeven, wat de VVD ook heeft gezegd, dat je dan in ieder geval niet meer het gesprek hoeft te voeren over de opkomstpercentages. Dat klopt. Dat amendement kunnen we dan ook niet steunen. Het laatste amendement, behelzend het schrappen van de weigeringsgrond algemeen belang, kunnen wij wel steunen. De VOORZITTER: Hartelijk dank, mevrouw Aktaş.

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ook voor de woordvoerster van de PvdA is dit een één van de laatste keren dat zij zelfstandig in deze raad het woord voert. Ik zal in het midden laten of het onverdund, onvervalst, of wat dan ook, is, maar het woord is in ieder geval aan mevrouw Raaijen. Mevrouw RAAIJEN: Dank, voorzitter. Inderdaad is dit voorlopig een van mijn laatste raadsvergaderingen. De referendumverordening heeft heel veel discussies opgeleverd, heel veel onduidelijkheden en langdurige commissievergaderingen, volgens mij de langste vergadering van de commissie BVM van de afgelopen vier jaar. Ik ben dan ook heel blij dat we hier vanavond een besluit over gaan nemen. Voor onze partij is het belangrijk dat we als gemeente beschikken over goede instrumenten met heldere, zorgvuldig en werkbare regels. Onze partij is niet tegen het referendum als instrument, maar we vinden het wel een zwaar en sterk formalistisch instrument, dat maar in weinig gevallen echt passend zal zijn. Dat heeft de heer Weijers ook al goed toegelicht. Daarom hechten wij dus aan duidelijke kaders over wanneer dit instrument wel ingezet kan worden. Het is een instrument van de raad, dus wij moeten hier zelf over bepalen. Je kunt allerlei argumenten voor en tegen ten aanzien van de verschillende onderdelen inbrengen, maar ik zal me hier beperken tot de amendementen.

Met het amendement inzake de weigeringsgrond voor het algemeen belang zijn we het gewoon helemaal eens. Dit roept alleen maar discussie op en hierin moeten we gewoon leren van het verleden. Het afschaffen van de geldigheidsdrempel vinden we een ingewikkeld onderwerp. Ik denk dat mijn collega dit net ook al duidelijk naar voren heeft gebracht en we wachten hierin heel eventjes af hoe de portefeuillehouder hierop zal reflecteren. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de buurtreferenda. Dat was het. De VOORZITTER: We zullen straks horen hoe de portefeuillehouder hierop reflecteert. Maar eerst luisteren we naar mevrouw Groenendijk van de ChristenUnie.

260309

Pagina 26 van 45

Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Dank u, voorzitter. Voor ons ligt een raadsvoorstel met een aantal amendementen inzake de referendumverordening. Zoals bekend, is de ChristenUnie geen voorstander van referenda, omdat die ons inziens geen recht doen aan de complexiteit van politieke vraagstukken en het bij een goed werkend democratisch bestel met een juiste inzet van participatie overbodig is, maar dat terzijde. In de referendumwerkgroep heb ik de afgelopen jaren meegedacht en -gesproken over actualisatie, onder andere in verband met de nieuwe Omgevingswet. Er waren nog een aantal zaken die volgens onze experts van de referendumcommissie aanpassing behoefden. Het nu voorliggende voorstel is daar een soort sluitstuk van en toch konden we het in de commissievergadering niet helemaal eens worden, vandaag hopelijk wel. Allereerst hartelijk dank voor de toelichting, artikelsgewijs. De verordening die er nu ligt lijkt vooralsnog geactualiseerd en klaar voor de toekomst, mocht het instrument ooit ingezet worden. Wat de amendementen betreft, kunnen wij kort zijn, aangezien dit alles uitgebreid is besproken tijdens de commissievergadering. Algemeen belang. Dit gaat over het beoordelen of een inleidend verzoek ingewilligd wordt door de raad.

Dat kan natuurlijk niet als er sprake is van de in artikel 2 genoemde uitzonderingsgronden, maar om er dan opeens een vaag iets als ‘in strijd met het algemeen belang’ bij te zetten, gaat ons te ver. Steun voor dit amendement. Dan de afschaffing van de geldigheidsdrempel. Zoals toegelicht in het amendement, en ook eerder besproken, gaat zo'n drempel niet helpen, integendeel zelfs. Ik heb me een beetje verbaasd over de discussie zo-even, eerst met de VVD en daarna met GroenLinks. Wij zijn natuurlijk een kleine partij en weten hoe belangrijk het is dat iedere stem gehoord wordt, ook als het maar één stem is. Dus wij zijn positief over dit amendement. Het derde amendement ligt anders wat ons betreft. Wij denken dat deze wijziging niet nodig is. Een van de gegeven argumenten is de zwaarte van een gemeentebreed referendum en daarom zou een raadgevend referendum voor een deelgebied toegevoegd moeten worden. Wij denken dat dit prima kan via de buurtpeilingen per wijk of deelgebied in een veel vroeger stadium, of desnoods het raadplegend referendum van onszelf. Als volksvertegenwoordigers zijn wij de haarvaten in onze stad. Onze burgers kunnen ons te allen tijde benaderen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Groenendijk. Maar u mag nog even blijven staan, want de heer Kerver wil graag nog een interruptie plegen. Mijnheer Kerver. De heer KERVER: Dank u wel, voorzitter.

U had het net over de buurtpeilingen en over in een vroeg stadium iets toepassen, en toen zei u ook van ‘ja, en anders kan het nog via een raadplegend referendum van onszelf’. Maar zouden we dan van de Capellenaren het raadgevende referendumverzoek moeten afwijzen, omdat we dat alsnog via een raadplegend referendum via onszelf wel in een deelgebied willen uitvoeren? Kunnen we dan niet gewoon ervoor zorgen dat de spelregels gelijk worden getrokken? De VOORZITTER: Mevrouw Groenendijk. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Ik snap uw redenering en ik vind het ook heel sympathiek dat u het heeft over gelijktrekken, maar tegelijkertijd denk ik dan, ChristenUnie waardig: wij zijn heel erg van de preventie, dus wij willen voorkomen dat het nodig is om inderdaad zo'n situatie te krijgen dat we hem dan zouden krijgen en dan afwijzen en vervolgens als raad aan zet zijn. Wij willen als raad gewoon zo de haarvaten in de stad hebben dat dat voorkomen kan worden. Sowieso willen we helemaal voorkomen dat er een referendum nodig is door de participatie goed op orde te hebben, zoals ook net al gezegd werd door de fractie Van der Heide. De VOORZITTER: Meneer Kerver. De heer KERVER: Ik denk dat we het er in ieder geval met elkaar over eens zijn dat we het zo vroeg mogelijk willen doen; preventie, we willen vaak in die haarvaten. Dat zei ik net ook al bij de SGP, van:

260309

Pagina 27 van 45

laten we alsjeblieft die buurtpeilingen ook vaker doen. Dat vind ik een heel goed idee. Maar als er dan alsnog 1600 bewoners zijn die graag aan die handrem willen trekken, waarom zouden we dat dan niet toestaan in een deelgebied? Wij houden zelf ook een handrem, wij kunnen alsnog afwijken van het advies dat ze meegeven. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES: Ik verval in herhaling. Wij denken echt dat dat overbodig is, dat we dit kunnen voorkomen en dat het daarom niet nodig is om dit amendement te steunen. De VOORZITTER: We bewonderen de vasthoudendheid van de heer Kerver. Hij heeft nu geloof ik in vier interrupties hetzelfde punt gemaakt, maar dat is hem gegund. Wij komen bij mevrouw Den Engelsman van het CDA en ik noteer overigens als idee voor de komende periode het preventieve referendum. Mevrouw Den Engelsman. Mevrouw DEN ENGELSMAN: Ja, als we dat dan doen, schaffen we de rest gewoon af; dat is makkelijk. Voorzitter. Ook het CDA is geen voorstander van referenda en kan zich wat dat betreft aansluiten bij ChristenUnie, SGP en VVD. Maar voor wijzigingen in bestaand beleid die beleid verhelderen of verbeteren, kunt u in ieder geval altijd op het CDA rekenen. Wel kijken we dan ook altijd wat de referendumcommissie ons als advies meegeeft. Zij zijn daarin de experts en wij volgen dan ook over het algemeen hun adviezen. Ik ga over op de amendementen.

Het eerste amendement kunnen we in ieder geval ondersteunen, zoals ook door de referendumcommissie wordt geadviseerd. Amendement 2 ligt voor ons wat moeilijker. De referendumcommissie is er heel helder over: schrappen. Er zijn echter genoeg redenen, en daarover hebben we het eerder ook met de SGP gehad, waarom je het er wel in zou willen laten staan. Wij wachten daarop nog even de reflectie van de portefeuillehouder af en nemen in de tweede termijn een definitief besluit over dit amendement. Wat betreft het derde amendement, sluit ik me aan bij wat mevrouw Groenendijk heeft gezegd. In de commissie hebben wij al aangegeven dat wij voor die buurtpeiling zijn. Preventie vooraf. En ja, als je verwachtingen wekt en dan zegt dat je er later toch nog van kunt afwijken, laten we het dan maar gewoon niet doen. Dus voor dit amendement kunt u van ons geen steun verwachten. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan komen we bij de fractie Wij Kleurrijk Capelle, mevrouw Pengel. Mevrouw PENGEL: Dank u wel, voorzitter. Zojuist werd me succes gewenst met mijn bijdrage . . . De VOORZITTER: Hebt u dat nodig? Mevrouw PENGEL: Gelet op de vorige raadsvergadering wel, want ik had geen dossierkennis, ik plaatste een bom onder het dossier en ik had vier jaar lang niets gedaan, dus ik wil van de gelegenheid gebruik maken om daar iets van te zeggen – heel kort, voorzitter, als u mij toestaat.

Er zijn weinig dingen die me uit mijn slaap houden en die me storen, maar ik wil daar toch wel even wat van zeggen. Ik wil me vooral richten tot de Capellenaren aan wie ik verantwoording verschuldigd ben. Ik ben hier de afgelopen tijd minder vaak geweest dan ik had willen zijn vanwege live events die ik heb meegemaakt. Ik heb een nieuwe baan gekregen, ik heb twee mooie, lieve kleinkinderen erbij gekregen, een kleinzoon en een kleindochter, en ik heb mijn dochter en haar man daarbij ondersteund door de andere drie kinderen op te vangen, in plaats van ze bij anderen onder te brengen. Ik ben eigenlijk zo gezond als een vis, kerngezond, maar ik heb toch in die afgelopen periode last gehad van griepjes en een paar onverklaarbare zaken. Eigenlijk heb ik daar nu nog last van. Alleen ik voel het, maar het is aan de buitenkant niet te merken. Iets anders wat ik hier ook wil benoemen, is het volgende. U bent er allemaal van op de hoogte dat ik gezeik had in mijn partij. Ik werd benaderd om samen te werken met mensen, maar al gauw bleek dat mensen een dubbele agenda hadden. Ik mocht mijn zegje niet doen in mijn eigen partij, die al sinds 2009 bestond. Mensen die erbij kwamen in 2021 meenden recht te hebben op de partij. Er werd een algemene ledenvergadering belegd om mij uit het eigen bestuur van mijn partij, die ik heb opgericht en waarvoor ik zelf heb betaald, weg te stemmen.

Ik ga het kort houden . . .

260309

Pagina 28 van 45

De VOORZITTER: Dat verzoek wilde ik u al doen. Ik begrijp dat u dingen recht wilt zetten, maar ik wil graag overgaan tot het punt dat nu aan de orde is. Mevrouw PENGEL: Ik werd ook getriggerd door de laatste raadsvergadering en ik ben blij dat ik erbij mag zijn, dus daarom wil ik nu dit punt maken. Daar heb ik last van gehad. Op een gegeven moment is dat ook zijn tol gaan eisen bij mij, vandaar dat ik hier niet aanwezig was. En dan het nu aan de orde zijnde punt. Wij Kleurrijk Capelle vindt burgerparticipatie heel belangrijk. We ondersteunen alle initiatieven die met burgerparticipatie te maken hebben. We steunen dan ook alle drie amendementen. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Uw tweede deel was buitengewoon to the point en daarmee hebt u weer veel goed gemaakt. De heer Vlot van de fractie Vlot sluit de rij. De heer VLOT: Mij werd geen succes gewenst met mijn bijdrage, ik hoorde om mij heen alleen “kort en krachtig!”. De VOORZITTER: Overigens zie ik nu ineens een interruptieverzoek van de heer Weijers. De heer VLOT: Ojee! De VOORZITTER: Ga uw gang, mijnheer Weijers.

De heer WEIJERS: Dat moet natuurlijk in de vorm van een vraag, hè? Zou de heer Vlot het prettig vinden als ik hem succes wens? De heer VLOT: Mag ik de heer Weijers eens vragen wat daar de dubbele betekenis van is? De VOORZITTER: Gaat u vooral verder met uw betoog mijnheer Vlot! De heer VLOT: Er is verder weinig betoog, voorzitter. Ik ben voornemens alle drie amendementen te steunen. Ik heb natuurlijk wel gedachten gehad over de al dan niet soms geroemde participatie in onze gemeente, die ook nu hier genoemd wordt, en dat in een vergelijk afgezet tegen een referendum. Door de jaren heen heb ik bij de Capellenaar bemerkt dat er niet zoveel fiducie meer in die participatietrajecten was. Dat bleek soms ook wel uit het feit dat er tientallen, zoal niet honderden bezwaarschriften op gebiedsvisies of andere ontwikkelingen in onze gemeente werden ingediend, terwijl in een raadsvergadering dan gesproken werd van een buitengewoon geslaagd participatietraject. In het licht daarvan steun ik alle mogelijkheden die de stem van de Capellenaar kunnen laten horen en eventueel kunnen doen gelden. Daarom spreek ik ook hierbij mijn steun uit, ondanks het feit dat er wel begrijpelijke bedenkingen of overwegingen zijn. Maar jegens de Capellenaar is het volgens mij een heel mooi gebaar als we dit gewoon wel vaststellen en zo behouden voor de Capelse inwoner binnen ons feest van de democratie.

Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel mijnheer Vlot. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de raad. Eigenlijk zijn over de voorliggende verordening geen vragen gesteld, zeg ik maar even in de richting van de portefeuillehouder. Ook over het amendement inzake het algemeen belang lijkt weinig tot geen discussie te zijn, maar bij de andere twee kunt u nog iets bereiken, mijnheer de portefeuillehouder. Dus ik zou zeggen: veel succes. De BURGEMEESTER: Dank u, voorzitter. Mooi dat de heer Vlot eindigde met het feest van de democratie. Nou, dat is meestal inderdaad een feest. We hebben dit eerder zeer uitgebreid besproken in de commissie BVM en namens het college heb ik daar gezegd dat de referendumverordening een instrument is van de raad zelf. Daar was wel eens wat onduidelijkheid over, maar ik heb er nu diverse sprekers over gehoord, dus die duidelijkheid is er in ieder geval. U hebt ook het college om advies gevraagd en dat hebben wij gegeven. Op een heleboel punten hebt u ons daarin gevolgd, op een drietal punten echter niet en als ik de discussies hier zo hoor, denk ik ook

260309

Pagina 29 van 45

dat het voor ons als college lastig was in te schatten of er nou al meerderheden voor waren te verkennen of niet. In de commissie BVM heb ik ook gezegd dat we een aantal punten feitelijk bij de raad laten liggen. Dat betreft de weigeringsgrond algemeen belang, daar hadden we het over onvoorziene situaties en ik hoorde mijn buurman net zeggen dat het juridisch heel ingewikkeld en lastig is, maar ook de geldigheidsdrempel. Dit zijn echt punten die ik nu bij de raad laat liggen. Wat ik niet bij u laat liggen, is het advies dat ik ga geven met betrekking tot de buurtreferenda. Het college acht de buurtpeilingen voldoende – dat is hier ook al een aantal keren gezegd –, terwijl het college de buurtreferenda met bewoners als initiatiefnemers een te zwaar instrument vindt, zeker ook financieel in deze tijd. We pleiten dus voor de lichte variant via de buurtpeilingen. Overigens zijn buurtreferenda altijd mogelijk, raadplegend, maar ik hoorde ook al via een U-bocht de heer Kerver zeggen dat die bijna ook op een andere manier kunnen worden ingezet. Dit amendement ontraden we en de andere laten we bij u als raad. Ik denk dat er verder geen punten voor mij waren en dan geef ik het woord weer aan de voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. U hebt het gehoord: twee amendementen oordeel raad en het derde amendement over de buurtreferenda krijgt een negatief advies van het college.

Aan de orde is de tweede termijn. Allereerst de heer Schelkers. De heer SCHELKERS: Dank voorzitter. Ik wil nog ingaan op een aantal punten die genoemd zijn door de collega's, maar ook eerst even het boetekleed aantrekken, want ik begon mijn termijn en ik heb nooit meer gezegd dat de fractie Van der Heide en Leefbaar Capelle de mede-indieners zijn. Excuus daarvoor. Ook daar ere wie ere toekomt. Dan nog een aantal punten die zijn aangehaald. De collega van de VVD ging in op de opkomstdrempel en dat je dan geen discussie hebt over de representativiteit en de geldigheid. Maar ik zou dan toch willen aanhalen: als die drempel nou net wordt gehaald, dus net op een percentage haal je hem, zegt de raad dan per definitie: nou, dit is representatief en dit gaan we doen? Als je het mij vraagt – u haalde al het voorbeeld aan van de sporthal Schenkel –, ga je dan toch die discussie krijgen van ‘is het representatief of niet?’ Vandaar dat wij denken dat het beter is om per geval die afweging te maken en die opkomstdrempel te schrappen. En ik nodig uit tot een interruptie, zie ik. De VOORZITTER: Zeker, dat zag ik ook. Het woord is aan de heer Safavi Nic voor een interruptie. De heer SAFAVI NIC: Voorzitter, dank. Ik hoorde de heer Schelkers zeggen: “als we het met 1 procent al halen, dan gaan we het doen”.

Laat heel helder zijn: zelfs al wordt het opkomstpercentage gehaald, dan wil dat nog niet zeggen dat de VVD in ieder geval meegaat in de uitkomst. We maken altijd onze eigen afweging, waarbij we altijd kijken: wat vinden wij als partij, wat vindt de VVD-kiezer hiervan? Op basis daarvan zullen we ons besluit nemen. We zullen altijd luisteren naar de uitkomst en er een antwoord op geven, maar het is niet zo dat wij daaraan direct gevolg geven. Laat dat heel helder zijn. Het blijft adviserend. Ik hoop dat dat bij dezen ook duidelijk overgebracht is, om alsnog te eindigen met een vraag. De VOORZITTER: Is dat duidelijk overgebracht, meneer Schelkers? De heer SCHELKERS: Ja, dat is op zich wel duidelijk overgebracht, maar dat was niet mijn punt. Mijn punt is dat je nog steeds een discussie houdt over de representativiteit en dat zal u in uw afweging mee willen nemen. Dat is precies ons punt: dat je dat per keer moet gaan afwegen en dus niet al per definitie op voorhand moet zeggen dat het representatief is als je deze drempel haalt. Maar goed, ik denk dat de standpunten hierover nu voldoende zijn uitgewisseld en ik hoor in tweede termijn wel of de VVD dit goede voorbeeld volgt daarin. Ik heb mijn collega van de SGP horen zeggen dat wel iets verwacht mag worden van indieners van een referendumverzoek, daarmee doelend op de drempel die er nu in staat.

Maar daarbij wil ik toch wel opmerken dat voor inleidende verzoeken al verschillende drempels gehaald moeten worden om überhaupt verder te kunnen gaan met je verzoek. Dus het is niet zo dat, als de opkomstdrempel geschrapt wordt, iedereen maar lukraak een referendum kan organiseren, zonder enige inspanning. Je

260309

Pagina 30 van 45

moet nog steeds het aantal handtekeningen halen om dat te kunnen doen. Dus ik denk dat die drempel – en ik ben het met u eens dat die er moet zijn –, al wel degelijk aanwezig is, ook zonder opkomstdrempel. En ik zal nu mijn zin een beetje rekken om de heer Weijers de kans te geven op tijd bij de microfoon te zijn, dan blijft het een logisch verhaal. De VOORZITTER: Wat hebben we toch makkelijke raadsleden in deze vergadering! Mijnheer Weijers, u krijgt alle ruimte voor een interruptie van mij en van de heer Schelkers. De heer WEIJERS: Dank voorzitter en dank mijnheer Schelkers voor deze gelegenheid. Ik denk dat we wel twee dingen goed uit elkaar moeten houden. De drempel die wij vragen van verzoekers met het aantal handtekeningen is iets heel anders dan de vraag of een referendum, als het eenmaal uitgeschreven en gehouden is, wel of niet geldig is. Op dat laatste ziet de geldigheidsdrempel. Dat bent u toch wel met me eens? De VOORZITTER: Mijnheer Schelkers. De heer SCHELKERS: Dat ben ik zeker met u eens, maar ik sloeg aan op uw opmerking dat we wel wat mogen verwachten van de mensen die een referendum willen organiseren. En dat ziet natuurlijk op die handtekeningen voor het verzoek. De VOORZITTER: Meneer Weijers.

De heer WEIJERS: Nee, dan heeft u, denk ik, niet goed naar mijn bijdrage geluisterd, of laat ik het in deze laatste vergadering wat anders zeggen: dan heb ik het misschien niet duidelijk genoeg gezegd. De portee van mijn opmerking was dat, als er een referendum is, je daadwerkelijk ook wel iets van de inwoners mag verwachten, omdat het een zwaarwegend middel is en dat daarom die geldigheidsdrempel een goed punt is. De VOORZITTER: Mijnheer Schelkers. De heer SCHELKERS: Dank voor die verduidelijking. De VOORZITTER: Ik hoorde ook geen vraag. Gaat u verder met uw betoog. De heer SCHELKERS: Een persoonlijk feit, zullen we maar zeggen. Tot slot. Ik had net een interruptiedebatje met GroenLinks en ik concludeer dat ik van die zijde toch geen antwoord krijg op mijn vraag. Ik heb GroenLinks horen zeggen dat ze tegen een buurtreferendum is en daarom ons amendement niet wil steunen. Nou, dat kan, maar mijn vraag is dan: in het huidige voorstel zit al een buurtreferendum, zij het dat dit alleen raadplegend is. Het enige wat wij willen doen is ook het raadgevende buurtreferendum toevoegen.

Mijn vraag aan GroenLinks is dan ook: als u dat zegt, hoezo gaat u dan wel akkoord met de voorliggende verordening, of gaat u zo meteen nog een amendement indienen om überhaupt dat hele buurtreferendum te schrappen uit de verordening? Dat is mij niet duidelijk en daar zou ik toch wat consistentie in de argumentatie willen zien. Dan heb ik op iedereen gereageerd op wie ik wilde reageren. Afsluitend wil ik alleen nog zeggen: wij willen altijd graag verbinden in deze raad en wat dat betreft ben ik er toch wel trots op, zeg ik met een knipoog, dat ik én de fractie Van der Heide én Leefbaar Capelle achter onze amendementen heb gekregen. Voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER: Ik weet niet hoeveel inspanning u daarvoor hebt moeten doen, maar u mag er rustig trots op zijn! De heer Kerver van Leefbaar Capelle krijgt vervolgens het woord. De heer KERVER: Dank u wel, voorzitter. Om maar meteen in te haken op die woorden van de heer Schelkers: het kan dus daadwerkelijk in Capelle! Die geef ik u alvast mee. We hebben al het een en ander uitgewisseld over het buurtreferendum, een buurtpeiling, peilingen in een deelgebied, referendum in een deelgebied en het verhaal blijft natuurlijk gewoon simpel: een buurtpeiling, hartstikke top, moeten we zeker vaker gaan doen, ik sta helemaal achter die oproep,

260309

Pagina 31 van 45

maar een buurtreferendum is echt wel iets anders. Het gaat ons erom dat wij het gewoon heel apart vonden dat wij de eerste keer dat we dit artikel lazen bij het raadplegende referendum, diezelfde tekst misten bij het raadgevende referendum. Dat vonden we gewoon heel oneerlijk. En als reactie op het college: democratie is ook niet makkelijk, daar mag je echt wel wat moeite voor doen, en democratie gaat ook over vertrouwen, vertrouwen in de instituten die je hebt, de gemeenteraad, de overheid, maar het gaat ook om vertrouwen in je inwoners, je bewoners. En als wij dat vertrouwen al niet uitstralen, wat voor vertrouwen moeten we dan terug verwachten? Vanuit het collegestandpunt begrijp ik best wel dat het soms lastig kan zijn bij de besluitvorming, maar de raad zou ik toch willen oproepen – het is per slot van rekening ook ons instrument –: steun dit amendement en zorg ervoor dat wij dat vertrouwen gaan uitstralen met elkaar richting de Capellenaren. We houden altijd nog een noodrem als het niet passend zou zijn op een deelgebied, en daar kunnen we ook gewoon over in gesprek gaan natuurlijk met Capellenaren. En het gaat nog steeds om die 1600 handtekeningen, hè? We roepen in het amendement niet op om een lagere drempel of een lager aantal, zeg maar, aan te boren.

Het blijft gewoon die 1600 en als je die 1600 handtekeningen hebt, en dat zijn echt mensen die zeggen “we zouden heel graag in Oostgaarde dit bespreken”, dan is het ook knap dat ze die bij elkaar krijgen en vind ik dat we daarnaar moeten luisteren als raad. De VOORZITTER: U heeft een interruptie van de heer Weijers. De heer WEIJERS: Dank u, voorzitter. Onderweg hiernaartoe liep ik nog steeds even wat te kauwen op de opmerking van de heer Kerver over het vertrouwen. Ik ben het er helemaal mee eens dat we dat vertrouwen aan de burger moeten geven, maar zegt meneer Kerver nou dat we dat vertrouwen aan de burger alleen maar geven als we een buurtreferendum mogelijk maken? De VOORZITTER: Meneer Kerver. De heer KERVER: Nee, natuurlijk zeg ik dat niet, maar als wij het mogelijk maken dat de raad een uitvraag doet om een referendum in een deelgebied te houden, dan is het toch wel een beetje scheef dat de Capelse bewoner bij een zelfde instrument, maar nét via een andere invalshoek, die mogelijkheid niet heeft? Bent u dat met me eens? De VOORZITTER: Dat is een vraag terug . . . De heer WEIJERS: Dit is heel gevaarlijk, voorzitter, maar ik zal het kort houden. Dan gaan we het debat van zojuist overdoen en daar lijkt me deze interruptie niet het juiste moment voor. De VOORZITTER: Dank u wel. Mijnheer Kerver, u kunt uw betoog vervolgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16752046/1