03.12 - notulen raad 13 november 2017 bestemmingsplan Mient
Tekst van het document
De heer VAN BUUREN: Voorzitter, is de wethouder het met mij eens dat wij ook hebben gezegd dat de gebiedsvisie Landelijk Capelle geld mag kosten en wat dat betreft prima in de doelstelling van de reserve HAG past, namelijk de kwaliteit van Capelle vergroten? Voorts zou ik de wethouder willen vragen om te kijken naar de tekst van de amendementen, omdat wij daarin niet platweg verwijzen naar de reserve HAG, maar op verschillende manieren daar eerst een dotatie aan doen, met name uit het overschot van 2016 en dus de reserve HAG ten principale op peil houden. Ik snap dus werkelijk niet dat de wethouder zich daar zo hard tegen verzet. Volgens mij handelen wij helemaal in lijn met de opvatting van de wethouder. Wethouder VAN SLUIS: Er liggen diverse amendementen en ook diverse voorstellen. U haalt er nu één uit, maar er liggen ook nog een paar andere voorstellen, zoals het onttrekken uit activiteiten die bijvoorbeeld aan de Kanaalweg worden gedaan. Dus ik reageer eigenlijk op een aantal amendementen die mevrouw Tieman heeft ingebracht. De heer VAN BUUREN: Bij interruptie. Daarin heeft de wethouder gelijk. De variëteit van de amendementen laat zien hoe ver de indienende partijen bereid zijn te zoeken naar dekking. De vraag aan de wethouder zou veel meer zijn welke vorm van dekking hij zou prefereren? Dan nemen wij die graag over en dan bouwen wij daar een amendement omheen.
Wethouder VAN SLUIS: Ik begrijp dat u die vraag stelt, mijnheer Van Buuren, maar volgens mij heb ik in mijn betoog duidelijk aangegeven waarnaar mijn voorkeur uitgaat. Dat heeft niet te maken met de dekking van deze amendementen. Dat geeft ook niet, want soms zijn wij ondanks een geweldig positieve discussie - mijnheer Van Buuren, ik prijs u voor uw wervend betoog; het is perfect 'geframed' - het gewoon fundamenteel oneens met elkaar op dit gebied. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, dan vind ik dat de heer Van Sluis ook niet de aandacht moet afleiden door de wijze van dekking ter discussie te stellen. Hij wil geen ander besluit. Met die dekking is helemaal niks mis. Wethouder VAN SLUIS: Voorzitter, dan moet de heer Van Buuren mij niet interrumperen. Dan moet hij mij mijn betoog laten afmaken. Ik gaf antwoord op een aantal ingediende amendementen. Er werd mij door uw raad gevraagd daarop antwoord te geven. Dus het is een beetje flauw als u zegt dat ik dat zo niet moet doen. Volgens mij is het andersom. Ik geef antwoord op hetgeen mij wordt gevraagd. Dat staat hier op mijn lijstje. Dat heeft niks te maken met hoe of wat. Ook u heeft een persoonlijke mening, mijnheer Van Buuren, over dit verhaal. U geeft ook een mening over welke woningen wij daar dan gaan bouwen. U gelooft er zelfs niet in. U denkt dat het niet verder komt dan 3D-brillen.
Wij geloven echter wel in zo'n type woning en wij geloven ook in het feit dat dit soort projecten, die overigens niet nieuw zijn in Nederland, heel duidelijk uitgevoerd kunnen worden met een geweldige uitstraling, die Capelle op dit moment niet kent. De heer VAN BUREN: Voorzitter, ik ben blij dat de wethouder aangeeft dat hij alle amendementen gaat behandelen. Voor de helderheid van het debat: kan hij dan bij iedere reactie die hij geeft, aangeven welk amendement het is? Bij zijn eerste reactie over de dekking uit de HAG was het namelijk niet helemaal duidelijk naar welk amendement hij verwijst Wethouder VAN SLUIS: Voorzitter, ik zal zo meteen antwoord geven op de vraag van de heer Van Buuren. Dan de dialoog met de Capellenaren, waar de heer Van Buren op duidde. Als je de complimenten krijgt voor dit proces en je weet dus hoe je met een participatie omgaat en waar uitkomsten van zijn, dan wil het niet zeggen dat degene die daarvoor blijven strijden per definitie ook gelijk hebben.
171113
31
Participatieproces is volgens mij ook kijken naar de gemene deler en daarop besluitvorming laten plaatsvinden. Dat doet u wel, vooral vanavond. Ik heb, denk ik, heel duidelijk aangegeven hoe wij deze plannen zien. Ik vind het heel bijzonder dat sommige partijen daar anders over denken. Het voortschrijdend inzicht heeft kennelijk de laatste jaren dan plaatsgevonden. Dat laat ik aan die partijen over. Een ding moet mij toch wel van het hart. Dat wij nu een model hebben gevonden waarbij wij eigenlijk alle wensen die opgehaald zijn in de gebiedsvisie Landelijk Capelle kunnen bekostigen en daar een aardige financiële impuls uit kunnen halen, ook uit opbrengsten - dat weet u allemaal - , bevreemdt het mij dat juist in dat gebied waar dit in Capelle nog kan, er dan weerstand ontstaat om dat mogelijk te maken. Daarmee blokkeer je soms de mogelijkheden om diezelfde financiële middelen in te zetten in andere gebieden. Dan kun je natuurlijk wel zeggen: wij kunnen dit wel dekken op dit moment. U weet echter net zo goed als ik dat als wij de euro's niet binnenkrijgen, wij die ook niet kunnen uitgeven, in welke besluitvorming u in de toekomst dan ook. Dat is wel een heel duidelijke keuze, die het college u hier aanbieden en om daarover goed na te denken.
De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik had eigenlijk een andere interruptie, maar nu ik de wethouder zo beluister, denk ik dat hij maar eens moet zeggen welke vorm van dekking zekerder is: de dekking uit woningbouwopbrengsten of de dekking vanuit posten die gewoon in de begroting staan? Mijn eigenlijke interruptie is deze. De wethouder maakt nu een soort van verwijt richting partijen die mogelijk van standpunt zouden zijn veranderd. Ik wil daarvan krachtig afstand nemen. Ten eerste is het wat mij betreft een verwijt dat nergens op slaat. Het is heel gezond datje misschien tot nader inzicht komt. Het tweede is dat wij natuurlijk wel degelijk te maken hebben met een volledig nieuwe situatie, waarin er een ontwikkeling afgesproken is en dan is het ook in de lijn van de SGP dat wij die steunen en dus juridisch mogelijk maken. Daarover was ook een collegeafspraak gemaakt. En ja, dan is de SGP trouw aan de afspraken die zij maakt. Als dan vervolgens de kans zich voordoet om met een schone lei te beginnen, dan is de S G P bereid die kans te grijpen. Ik wil de wethouder dus vragen: wat is daaraan nu zo inconsistent en wat zou er eventueel verwijtbaar zijn? Wethouder VAN SLUIS: Voorzitter, dan zou ik bijna de tegenvraag willen stellen, mijnheer Van Buuren, waar u mij het woord verwijt heeft horen zeggen. Dat neemt u op als verwijt.
Ik constateer slechts dat die verandering heeft plaatsgevonden. Ik geef er nog bij dat het voortschrijdend inzicht daar ruimte in biedt. Wat mij bevreemdt is dat we hier - dat weet u vanuit alle vertrouwelijke bijeenkomsten - een behoorlijke som geld kunnen binnenhalen. Het gaat mij dus even om het principe, maar daar wordt van afgezien. U bent daar vanaf het begin heel duidelijk in geweest. U bent degene geweest die zei: wij hebben het er voor over. Dat is niet bij iedereen zo geweest. Ik zie dat meer in relatie met het algemene belang dat wij in Capelle hebben. Het is eigenlijk uniek te noemen dat daaruit een rendement ontstaat, zonder op die maximalisatie in te gaan. Er kan dus een behoorlijk rendement uitkomen. Dat kunnen wij gewoon keihard investeren in deze stad. Dat hebben wij elke dag opnieuw weer nodig. Daarom sta ik ook niet achter het feit dat er amendementen zijn die een bepaalde andere financieringsdekking hebben, o.a. vanuit een Denk en Doe Mee fonds daarover hebben wij andere ideeën en daarover gaan wij morgenavond praten - wat op een andere wijze bij Capellenaren terecht kan komen en waar wij heel goede dingen mee kunnen doen. Dus, u neemt daarop al een voorschot met een amendement. Ik denk echter dat dat niet de goede manier is. Ik vind het ook onnodig om dat te doen.
Over alle financieringsvoorstellen die daar in zitten, is er nog niet eens een dialoog geweest over wat dat betekent, bijvoorbeeld voor de Kanaalweg of voor een fonds waarover wij het morgen nog moeten hebben of over de vraag of wij die dotatie in de reserve HAG gaan doen. Het betekent natuurlijk ook dat u die inkomstenbron daarmee wegneemt voor de komende jaren. Ik vind dat een te groot verschil om erover na te denken, los van het feit - u had het over de balans in Capelle - dat ik vind dat de balans in Capelle wel degelijk heel goed is en dat wij dat dure segment woningen kunnen neerzetten op een plek waar wij dat nu nog kunnen doen - daarna is het wel over - , nota bene in een gebied waar wij een bestemmingsplan hebben liggen voor 80 woningen. Ik maak mij sterk dat er niet heel veel gemeenten zijn die deze omkatting, juist in samenspraak met Capellenaren, hebben weten te realiseren. De VOORZITTER: U bent weer aan de beurt, maar niet in ellenlange inleidingen met een korte vraag. Even 'to the point' wat uw vraag is. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, is de wethouder bereid de maatschappelijke baten van het groen houden van Oeverrijk te vergelijken met de maatschappelijke baten van het bebouwen van Oeverrijk? Wethouder VAN SLUIS: Voorzitter, nee, dat vind ik niet één-op-één gelijkwaardig.
z.o.z.
171113
32
Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, ik heb enige moeite met de bewoordingen van de wethouder als hij het heeft over een behoorlijk rendement of een substantieel rendement, aangezien wij allemaal weten dat de cijfers van dat rendement geheim zijn. Daarmee kan er op de publieke tribune dus niemand weten of het een behoorlijk rendement is enzovoort. Ik vind dat lastig in deze discussie. Ik vraag mij af of de wethouder dat deelt. Het tweede punt is dat de wethouder bijvoorbeeld het Denk en Doe Mee fonds noemt en zegt dat hij daarmee andere dingen wil doen. Er ligt inderdaad een plan, maar daarmee heeft deze raad nog niet ingestemd. Dus deze raad kan net zo goed besluiten dat geld aan te wenden om Oeverrijk groen te houden. Dat is, zoals mevrouw Van Cappelle bij een vorig agendapunt zo mooi zei, ons budgetrecht. Dus ik snap niet helemaal waarom de wethouder daarmee komt. Ik hoor het graag. Wethouder VAN SLUIS: Voorzitter, volgens mij was ik daar duidelijk over. Overigens, de bedragen noem ik met name substantieel, juist omdat ik vind dat de publieke tribune wel degelijk mag weten dat het ook over dat soort afwegingen gaat. Dat is niet nieuw. Dat hebben wij de vorige keer exact op dezelfde wijze zo in de commissie besproken. Daarover doe ik niet geheim, los van het feit dat ik die bedragen niet kan noemen, want dat moeten wij wel geheim houden; dat mag duidelijk zijn.
Volgens mij snapt iedereen op de publieke tribune en iedereen als raadslid waarom wij dat op die wijze doen. Het is niet meer dan logisch, want die regels hebben wij gewoon in acht te nemen. Als u het heeft over de keuzes die nog gemaakt worden, dan zeg ik: dat is koffiedikkijken. Dat is precies de reden dat ik, vooruitlopend daarop, niets zie in een amendement. Los van het feit dat ik het sowieso geen goed idee vind, zie ik een aantal forse bezwaren. Aan de ene kant wordt ingegaan op 'het laten zoals het is'; dat is een siagenlandschap zoals het is in de huidige vorm. In dat plan zitten behoorlijk wat wijzigingen opgenomen - het heet niet voor niets park - om daar een park van te maken. Dus het is of het een of het ander. Dit is een beetje van alle twee. Als wij dan gaan voor een beetje van alle twee, dan zeg ik: volgens mij hebben wij hier een fantastisch plan liggen om woningbouw te plaatsen; nog geen 10% bebouwing van een gebied waar wij alle twee kunnen doen, namelijk en woningbouw met de inkomsten die erbij komen en een typologie woningbouw die wij in Capelle aan den Ussel echt kunnen gebruiken, omdat dat nu net het verschil maakt versus de openheid van het gebied, in de vorm zoals het bedoeld is. I k ben nog vergeten in te gaan op de vraag van de heer Van Loef. Ja, het klopt dat wij onderzoek hebben gedaan naar de verkeerslichteninstallaties.
Dat gaat met name om een verbeterproces tussen de Van Rijckevorselweg, de Kanaalweg over naar de Capelseweg. Andersom hebben wij het overigens ook bekeken met de specialisten. Het verdient nogmaals de complimenten aan mevrouw Kraljevic, die zelfs de specialisten op een bepaald spoor heeft weten te zetten om nog een efficiëntieslag te maken in de verkeerslichteninstallaties, met name de Van Rijckevorselweg in relatie met de 's-Gravenweg, waardoor er daar betere doorstroming kan plaatsvinden. Er is in de gebiedsvisie een kostenpost opgenomen om dat onderzoek te doen. Dat is niet heel groot; het gaat om een onderzoek van een aantal kruisingen, waar de software herprogrammeerd moet worden om dat te verbeteren. Uiteraard halen wij het maximale eruit om dat te doen, want wij staan daar 's ochtends met zijn allen te lang in de rij. De VOORZITTER: Dan gaan wij naar de tweede termijn van de raad. Dan wil ik maar meteen het punt van mijnheer Grauss meegeven. Dat geldt natuurlijk niet voor u, mevrouw Tieman. Mevrouw Tieman heeft een motie en vier amendement ingediend en een aantal sprekers heeft gemeend dat die straks bij paspoorten terugkomen. U kunt daarop nu reageren als u daartoe aanleiding voelt. Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, zou ik mijn tweede termijn mogen doen na de coalitiepartijen, zodat ik op hun tweede termijn kan reageren? De VOORZITTER: Ik vind het prima.
De heer GELEIJNSE jr.: Voorzitter, ik snap dit verzoek. Ik zal nu eerst wat algemene opmerkingen maken en daarna ingaan op de bouwplannen, met het risico dat ik dan wel ongeveer mijn kruit verschoten heb. Maar dat zien wij dan wel. De eerste opmerking is dat wij omwonenden altijd serieus hebben genomen. Meermaals zijn wij met deze mensen in gesprek gegaan en het is aan ons de belangen van alle Capellenaren af te wegen. Ja, en dan komen wij op deze uitkomst. Ik zal even kort ingaan op Oeverrijk. Het is inderdaad net al aangehaald: het gaat hier om een locatie die al jarenlang te boek staat als bouwlocatie.
171113
33
Die bestemming ligt er gewoon op en als je het dan hebt over historische vergissingen, dan moetje daar ook even naar terugkijken. Het is echter inderdaad, en dat vinden wij ook, ieders goed recht daarvan nu af te wijken en om nu tegen bebouwing te zijn. Overigens hebben wij alle waardering voor de omwonenden die met een eigen plan komen. Dat zag er gewoon prima uit. Hartstikke goed. Wij maken andere keuzes. Het gebiedspaspoort dat nu voorligt, is een prima plan. Feitelijk is het de uitnodiging aan de marktpartijen om tot een plan te komen binnen deze kaders. Als hier gerealiseerd wordt wat er binnen deze kaders staat De heer GRAUSS: Voorzitter, een interruptie. Allereerst de complimenten, mijnheer Geleijnse jr., dat u daar staat en uw verhaal houdt. Mooi. U bent echter ook wel de partij van de participatie - mensen meenemen - en er ligt nu een ontzettend mooi participatieproces. Zou u daaraan wat meer tijd kunnen besteden door uit te leggen waarom bewoners als zij zo'n proces lopen, dit teleurstellende antwoord horen? Dus zou u uw argumentatie wat meer kunnen omkleden? De heer GELEIJNSE jr.: Ik ben altijd bereid in te gaan op dit soort vragen, zoals ik ook altijd bereid ben geweest in te gaan op vragen van omwonenden. In het gehele participatieproces ben ik vrijwel overal bij aanwezig geweest en ben ik met deze mensen in gesprek geweest.
Dat waren inderdaad soms lastige gesprekken, omdat je het niet met elkaar eens bent, maar uiteindelijk hebben wij de belangen van alle Capellenaren voor ogen. Ja, dit worden dan de afwegingen. Later kom ik nog even terug op de verschillende afwegingen bij de twee bouwprojecten. Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, bij interruptie. Mijnheer Geleijnse jr., ik hoor u twee keer zeggen dat u de belangen van alle Capellenaren heeft afgewogen. Ik vraag mij af voor welke Capellenaren het vervelend is als Oeverrijk groen blijft. De heer GELEIJNSE jr.: De wethouder heeft daarvan al een deel van de beantwoording voor zijn rekening genomen. Ik denk dat er gewoon projecten liggen, waar Capellenaren met veel plezier kunnen gaan wonen. Er worden prachtige woningen toegevoegd aan het geheel, het is financieel verantwoord, het is in alle opzichten verantwoord, duurzaam, het gaat om een beperkt aantal woningen. Je kunt daarmee ook heel veel andere dingen realiseren. Dan heb ik het deel over Oeverrijk eigenlijk al verklapt. Het gaat op dit moment om een gebied dat niet ontsloten is. Op deze manier wordt dat op een verantwoorde wijze ontsloten. Het is een goed uitgewerkt plan met alle aandacht voor duurzaamheidsaspecten en groenaspecten. De heer PONTE: Voorzitter, ik heb zelden meegemaakt dat D66 zoveel moeite had om de rug recht te houden.
Mijnheer Geleijnse, het idee van een park in Oeverrijk is ontsproten vanuit de gedachte van een van uw fractienoten. Mevrouw Van der Klauw had de eer de PvdA over de streep te trekken dat wij dat gebied groen moeten houden. Vervolgens hebben de bewoners zich daarbij aangesloten. Mijn vraag is: wat is er gebeurd tussen de lancering van het idee van mevrouw Van der Klauw en het standpunt dat u nu ... ? Ja, ik weet het niet. U bent voor bebouwing, maar waarom is nog steeds niet duidelijk. De VOORZITTER: Mijnheer Geleijnse, voordat u antwoord geeft, is er een persoonlijk feit voor mevrouw Van der Klauw. Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, het is een volledig raadsel voor mij wanneer dit gepasseerd is. Ik heb geen idee waarom mijn naam genoemd wordt en ik heb geen idee wanneer dit dan gezegd zou zijn. De VOORZITTER: U ontkent het? Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, ik weet nergens van. Ik hoor mijn naam hier en denk: waar gaat het over? De heer PONTE: Misschien een kleine vlaag van geheugenverlies. Het was mevrouw Van der Klauw die indertijd bij een excursie op Oeverrijk kwam met het idee daar speelplekken van te maken, om het groen te houden en het in elk geval niet te bebouwen. Dat idee is bij de PvdA doorslaggevend geweest, omdat zij zodanig overtuigend was, dat wij zeiden: ja, zo moet het eigenlijk.
z.o.z.
171113
34
Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, ik wil hiertegen protesteren. Dit zegt mij echt helemaal niets. Speelplekken heb ik überhaupt niet genoemd. De VOORZITTER: U herkent dit niet? Mevrouw VAN DER KLAUW: Voorzitter, ik herken dit absoluut niet. Ik vrees dat de heer Ponte mij verwart met iemand anders. De VOORZITTER: Dan is de vraag beantwoord en hoeft u geen antwoord te geven. Mijnheer Geleijnse, gaat u verder. De heer GELEIJNSE jr.: Voorzitter, ik had inderdaad de hoop dat ik het dan zelf ook geweten had. Dit is een volslagen raadsel voor mij. Echt. Jammer. Ik ga er verder ook niet op in. Laat ik dan gelijk 's-Gravenweteringpark meenemen. Ook hier waardering voor het gebiedspaspoort, inclusief de twaalf woningen die buiten het bouwvlak vallen. Er ontstaat zo een mooie mix van woningen in het gehele gebied. In dit geval komt het gehele plan tegemoet aan de wensen die D66 ook al in het verleden wel heeft gehad voor het 's-Gravenweteringpark, met heel veel groen, een fietspad van de 's-Gravenweg naar de Bermweg en in dit geval behouden blijft en, ja, ook weer stevig inzet op groen en duurzaamheid. Volgens mij heb ik voldoende helder gemaakt dat het voor ons goede ontwikkelingen zijn, die op een verantwoorde manier plaatsvinden. Het is wat rommelig geworden door deze samenvatting misschien, maar ik hoop dat ik helder genoeg ben.
De heer VAN LOEF: Voorzitter, ik wil nog ingaan op twee dingen. Oeverrijk en 's-Gravenweteringpark. Mevrouw KING: Voorzitter, mag ik heel even wat vragen? Bij welk punt zijn wij nu? Bij de gebiedsvisie Landelijk Capelle of bij Oeverrijk? Het lijkt net alsof ik niets wil zeggen, maar dat is helemaal niet aan de orde. Ik dacht dat wij nu focusten op de gebiedsvisie Landelijk Capelle. Gaan wij nu echter al alles bij elkaar gooien? De VOORZITTER: Als u goed heeft opgelet, dan gaat het over de gebiedsvisie. Mevrouw KING: Voorzitter, ik heb prima opgelet. De VOORZITTER: Het gaat over de gebiedsvisie Landelijk Capelle. Mevrouw Tieman heeft amendementen ingediend, die in die gebiedsvisie vallen en waar de heer Van Loef nu op wil reageren. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, bij interruptie. Het zou toch jammer zijn dat mevrouw King door de verwarring niet reageert op dit agendapunt. In de gebiedsvisie stellen wij de kaders vast en een van de kaders is bouwen op Oeverrijk. Als mevrouw King wil uitleggen waarom zij voor bebouwing van Oeverrijk is, dan moet zij dat nu doen. Mevrouw KING: Voorzitter, dan maak ik zo nog even gebruik van mijn tweede termijn, of een derde termijn of een vierde. De VOORZITTER: Nee, dit is de tweede termijn en u krijgt gewoon een herkansing.
De heer VAN LOEF: Voorzitter, Oeverrijk is zo belangrijk, dat zelfs bij het 's-Gravenweteringpark abusievelijk ook staat 'ontwikkeling woningbouw Oeverrijk'. Dat vond ik eigenlijk wel komisch. Ik wil zeggen dat de VVD absoluut heeft geluisterd naar de omwonenden en ook begrip heeft voor de omwonenden van Oeverrijk. Echter, wij wonen in de Randstad en er is geen recht op vrij uitzicht tot in lengte van dagen. Wij zitten hier nu eenmaal in een verstedelijkte omgeving. In het voorstel is volgens de VVD absoluut rekening gehouden met bewoners en er is absoluut geluisterd naar bewoners. Wij zijn op pad geweest met bewoners. Het heeft er in elk geval toe geleid dat er gesproken is over de architectuur in het gebied, over de nokhoogte en, last but not least, de afstand tot de bestaande bebouwing. Vooralsnog geen slecht resultaat. Daarnaast gaat het voorstel uit van een bebouwingspercentage van 10%. Het slagenlandschap zal straks toegankelijk worden voor de Capellenaar. Ook geen gering resultaat.
171113
35
Wel een kritische noot van de VVD, die ertoe zal leiden dat de VVD verdeeld zal stemmen op dit dossier. Namelijk, alles heeft te maken met de slappe bodem. Zoals door de heer Van den Berg al is aangegeven zijn er helaas voorbeelden in Capelle waar de bodem sneller zakt dan wij allen hadden verwacht. Dat brengt met zich mee dat wij ook in dit gebied een risico tegemoet gaan. Het is ook niet voor niets dat wij kunnen lezen dat de standaard voorbelasting is verboden. Er zal worden gevraagd naar een innovatieve aanpak. De vraag aan de wethouder is dus: is er een inschatting gemaakt van de risico's die de gemeente gaat nemen en wat doen wij op het moment dat de zaak toch sneller gaat zakken? Ten aanzien van het 's-Gravenweteringpark zijn wij het eens met de gevraagde beslissing, maar wij constateren dat het helaas, vanwege vertrouwelijke financiële gegevens, niet mogelijk is binnen dit bouwvlak van het IJsselcollege te blijven. Tegelijkertijd is het goed te lezen dat het slagenlandschap hier in ere zal worden hersteld en dat aan de ontwikkelende partij zal worden gevraagd - in de tekst staat "zal worden uitgedaagd" - om de palen waarop dit gebouw rust, te hergebruiken. De VOORZITTER: Mevrouw King, u krijgt alsnog gelegenheid voor uw tweede termijn. Ik geef u in overweging, als u daartoe behoefte voelt, dan ook meteen te reageren op de motie en de amendementen van de PvdA.
Mevrouw KING: Voorzitter, voordat het idee ontstaat dat ik namens Leefbaar Capelle niets zou willen zeggen: dat klopt niet. Mijnheer Van Buuren, wat jammer dat u zegt dat wij de Capellenaar niet serieus nemen. Dat stelde mij dan weer een beetje teleur. U weet dat wij de Capellenaar altijd serieus nemen. Zo lopen bepaalde zaken nu eenmaal. Dat ik niet inging op de motie en de amendementen, mevrouw Tieman, is niet dat ik daarover niets wilde zeggen, maar kwam doordat ik inderdaad blijkbaar niet goed had opgelet. Ik heb namelijk ook een heel verhaal voorbereid, zoals ik altijd heel netjes doe. Voor ons ligt het gebiedspaspoort Oeverrijk, ofwel wij hebben het nu over Landelijk Capelle en de gebiedsvisie. De commotie rond de gebiedsvisie Landelijk Capelle focust zich dan vooral op de plannen gebiedspaspoorten voor Oeverrijk en 's-Gravenweteringpark. Belangenverenigingen, bewoners: allemaal zijn zij tegen het bebouwen van Oeverrijk vanwege het vermeende natuurgebied dat aangetast zou worden. Ik heb eens even gegoogeld en kwam onder andere een uitspraak tegen van de Raad van State in 2008 over het bebouwen van Oeverrijk met de bestemming 80 woningen, want er waren een paar bewoners die hier tegen waren. De klachten gingen voornamelijk over hun aantasting van de privacy, verlies aan uitzicht, bouwhoogten en over een groenstrook.
Ik heb nog eens goed gekeken en heb weinig tot bijna helemaal niets gelezen over het behouden van een natuurgebied. Dat was natuurlijk toen. Die bezwaren zijn overigens ongegrond verklaard, maar dit terzijde. Vele gesprekken, bijeenkomsten en uitnodigingen zijn er geweest, waar ik als raadslid van Leefbaar Capelle en vanuit de commissie SOB ook bij aanwezig ben geweest. Er is veel gezegd, er is geluisterd en naar aanleiding van al deze bijeenkomsten zijn er aanpassingen gedaan aan de paspoorten. Er is naar de mening van Leefbaar Capelle wel degelijk geluisterd naar de omwonenden en de belangenverenigingen. Afstanden van de te bouwen huizen zijn aangepast, bouwhoogten, het slagenlandschap wordt zoveel mogelijk behouden en, op veler verzoek van de omwonenden, wordt het wandelpad weggelaten aan de westelijke slag en wordt er ruig groen voor ingezet om de gewenste privacy te waarborgen. De belangenvereniging heeft aan de gemeenteraad een alternatief plan gepresenteerd; een heel mooi plan. Dank voor alle aandacht en het werk dat erin is gaan zitten. Hierin wordt echter juist het wandelpad aan de westelijke slag wel behouden. Ook wordt aan de bewoners aan de andere kant van de Bermweg/Ringvaart door het alternatieve plan het zicht ontnomen, omdat hier bomen voor worden geplaatst. Ook is er geen doorgang, hetgeen in het bestaande plan wel degelijk de bedoeling is.
Wat ik hiermee wil aangeven, is dat ook dit blijkbaar anders wordt ingevuld dan gewenst. Leefbaar Capelle heeft destijds mede ingestemd met de bestemming van 80 woningen en zal ook nu instemmen met het plan van het aanzienlijk gereduceerde aantal woningen van 30 in het duurdere segment. Het plan zoals het er nu ligt, is een mooi, kwalitatief, ecologisch en duurzaam plan en biedt, wanneer gereed, aan iedere Capellenaar de kans om hier doorheen te wandelen en te genieten van de natuur, hetgeen ook het doel is van de belangenvereniging.
171113
36
Nu is dit totaal niet aan de orde en ligt het weiland, waar voorheen kassenbouw plaatsvond, verscholen tussen de wijk 's-Gravenpark en Bermweg/Kanaalweg. Veel zienswijzen zijn over het plan Oeverrijk binnengekomen met allemaal hetzelfde verhaal: aantasting van de natuur. Maar wat ik ook veel lees, is angst, angst dat er geen privacy meer zal zijn voor de omwonenden. Ik heb ook gesproken met de Historische Vereniging Capelle. Zij heeft geen bezwaar tegen de bouw van 30 woningen in Oeverrijk. Het slagenlandschap wordt in dit plan ook overeind gehouden, wat een belangrijk punt is voor de vereniging. Wat als wij nu weer 'cancelen' en niet gaan bebouwen? Dan ontstaat er een financieel probleem; laten wij wel wezen. Het opknappen en aanpassen van de Kanaalweg/Bermweg moet deels komen uit de financiering van de bouw. Parkeren, hardrijden, zwaar verkeer, rommelig, veel verkeer, fietsers, geen zicht, geen voetgangersoversteek et cetera: het zijn reacties van onze Capellenaren. Naar de mening van Leefbaar Capelle moet hier zeker wat aan gedaan worden, want wij wonen nu eenmaal in een Randstad, een verstedelijkt gebied, waar deze verkeersproblemen aan de orde zijn.
Mevrouw TIEMAN: Ik ben het helemaal met u eens, mevrouw King, dat wij die problemen moeten aanpakken, maar wij kunnen toch allebei doen? Wij kunnen toch en die problemen aanpakken en Oeverrijk groen houden? U heeft de financieringsvoorstellen gezien en wij hebben gewoon genoeg geld om dat allebei te doen. Mevrouw KING: Ja, dat vindt u, mevrouw Tieman. Wij kijken daar anders tegenaan. Wij hebben daar een andere kijk op en houden het liever zoals het nu is: een gedegen financieel plan. Mevrouw TIEMAN: Maar u ziet toch dezelfde cijfers als ik in de begroting staan? Wij hebben toch gewoon ruimte? Mevrouw KING: Maar u ziet ook dezelfde cijfers staan, mevrouw Tieman. Dan snapt u ook waarom wij dit gewoon zo moeten financieren. Mevrouw TIEMAN: Echt oprecht, dat snap ik niet. Nee. Mevrouw KING: Er worden andere keuzes gemaakt. Het is zojuist ook al aangegeven. Dat onderschrijven wij ook. U zegt wij onttrekken het uit de HAG en het Denk en Doe Mee fonds. Mevrouw TIEMAN: Wij geven u drie opties en wij kunnen nog andere opties bedenken. Er zijn namelijk nog veel meer opties te bedenken. De gemeente heeft gewoon een heel goede financiële positie. Wij gaan zelfs morgen € 10 miljoen teruggeven aan de Capellenaar. Mevrouw KING: € 10 miljoen? Mevrouw TIEMAN: Ja, als u de kwaliteitsimpuls Openbare Ruimte en het Denk en Doe Mee fonds bij elkaar optelt, dan is dat ongeveer € 10 miljoen.
Dus wij kunnen over dat geld ook besluiten het aan de Capellenaren terug te geven door Oeverrijk groen te houden. Dat is een besluit dat wij zouden kunnen nemen als wij dat willen. Mevrouw KING: Ja, maar u heeft het gehoord. Ik heb het net ook al gezegd ... De VOORZITTER: Mijnheer Van Buuren, even een moment. Misschien is het handig, mevrouw Tieman dat mevrouw King straks even op uw amendementen ingaat, waarin u uw voorstellen doet en uw keuzes bekend maakt. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, misschien kan mevrouw King dan ook ingaan op de vraag waarom realisatie van het plan Groen Oeverrijk niet juist bij uitstek past bij de doelstellingen van het Denk en Doe Mee fonds en bij de plannen rond de versterking van de groenstructuren in Capelle. Mevrouw KING: Maar mijnheer Van Buuren, het Denk en Doe Mee fonds is een heel ander item en iets heel anders dan dit. De heer VAN BUUREN: Bij interruptie. Het Denk en Doe Mee fonds gaat toch over het helpen realiseren van initiatieven vanuit de samenleving?
171113
37
Mevrouw KING: Ja. De heer VAN BUUREN: Dat heeft dan toch geen andere doelstelling? Mevrouw KING: Ik heb het nu over deze visie en hoe Leefbaar Capelle daarin staat. Wij hebben heel andere ideeën over het Denk en Doe Mee fonds, dat morgen inderdaad besproken wordt. De VOORZITTER: Mijnheer Van Buuren, dat was bijna dezelfde vraag als de vraag van mevrouw Tieman. Mevrouw King kan nog even ingaan op de keuzes van PvdA, SGP en andere partijen, om bijvoorbeeld het Denk en Doe Mee fonds in de plaats van de inkomsten uit Oeverrijk te gebruiken. Wat mij betreft is de vraag duidelijk. Mevrouw King, gaat u verder. Mevrouw KING: Voorzitter, met mijn verhaal? De VOORZITTER: Met uw verhaal. Ik denk dat mevrouw Tieman en de heer Van Buuren u duidelijke vragen hebben gesteld en dat u daarop misschien ook antwoord geeft. Mevrouw KING: Ja, want wij wonen nu eenmaal in de Randstad, een verstedelijkt gebied, waar deze verkeersproblemen aan de orde zijn. En wat te denken van de kwetsbare buurten, de Bongerd en de Wingerd? Die willen wij ook graag in de toekomst aanpakken omwille van de stad. De VOORZITTER: Ik heb u gezien, mijnheer Van Buren, maar ik wil graag dat mevrouw King antwoord geeft op de vorige vragen. U bent zo aan de beurt. Mevrouw KING: Voorzitter, ik ben klaar met mijn betoog.
De VOORZITTER: Er is nog steeds een vraag van mevrouw Tieman en mijnheer Van Buuren, hoe u aankijkt tegen het Denk en Doe Mee fonds om dat in de plaats te zetten van de inkomsten van Oeverrijk. Daar kunt u ja of nee op zeggen. Dan is het duidelijk. Er wordt echter wel van twee raadsleden een antwoord verwacht op de vraag. Mevrouw KING: Daar gaan wij niet in mee. Wij hebben daarover andere ideeën. Zoals het hier nu ligt met deze financiële onderbouwing, daar gaan wij mee akkoord. Als u dat fonds daarvoor wilt gebruiken, is dat uw goed recht. Ons goed recht is dat zo in te vullen. Verder is het klip en klaar. De heer VAN BUREN: Voorzitter, mevrouw King heeft een ander idee dan wij bij het Denk en Doe Mee fonds. Volgens mij is het voorstel van het college dat plannen vanuit de Capellenaar een kans moeten krijgen om ingediend te worden. Begrijp ik dat goed? Mevrouw KING: Ja, ik denk dat u dat heel goed begrijpt. De heer VAN BUREN: Maar die Capellenaren kunnen toch ook de indieners zijn van het Polderpark Oeverrijk? Mevrouw KING: Maar ik hoef nu toch niet te beslissen, mijnheer Van Buren, of dat Denk en Doe Mee fonds nu terstond ingevuld moet worden met dit plan? De heer VAN BUREN: Dat klopt, maar u deed het zo voorkomen, dat dit soort plannen niet ingediend zouden kunnen worden, omdat u er andere ideeën over heeft. Mevrouw KING: Ik niet, mijn fractie.
Het is het standpunt van de fractie van Leefbaar Capelle. De heer VAN BUREN: Dank, maar ik begrijp nog steeds goed dat bewoners, naar ook uw maatstaven, ideeën mogen indienen bij het Denk en Doe Mee fonds? Mevrouw KING: Ja, dag mag. De heer VAN BUREN: Wij zijn het er ook over eens dat bewoners ook bewoners van Oeverrijk mogen zijn?
z.o.z.
171113
38
De VOORZITTER: Die zijn er nog niet, mijnheer Van Buren. De heer JALIENS: Voorzitter, ik denk dat het verstandig is om helder te maken dat het een principieel verschil is tussen de uitgangspunten van het Denk en Doe Mee fonds en dit plan van Oeverrijk. Dit plan van Oeverrijk is een initiatief vanuit het gemeentebestuur, een initiatief waar de Capellenaar De VOORZITTER: Een interruptie is niet bedoeld om dingen uit te leggen, maar om een vraag te stellen. Als u een vraag heeft aan mijnheer Van Buren, dan mag dat, mijnheer Jaliens. De heer JALIENS: Mijn vraag aan de heer Van Buren is of er een principieel onderscheid is tussen het Denk en Doe Mee fonds, waarbij het initiatief bij de burger wordt gelegd, en dit Oeverrijk-plan, waarbij het initiatief bij het gemeentebestuur ligt en of er principieel andere uitgangspunten zijn voor het participatiemodel. De heer VAN BUREN: Volgens mij heeft de verwarring compleet toegeslagen bij de heer Jaliens, want het voorbeeld dat ik aanhaalde, is het voorbeeld van bewoners van het Polderpark Oeverrijk en dat is niet van het bestuur. Het is door de bewoners ingediend. De heer EILANDER: Voorzitter, ik dacht nog eerst even het verhaal af te wachten, maar als u mij nu de tijd geeft, dan pak ik die nu.
Ik heb even naar het verkiezingsprogramma van Leefbaar Capelle gekeken: Luisteren naar de burger, naar de inwoners, en daar wat mee doen, daadwerkelijk iets mee doen. Daar staat als mogelijkheid bij: dat zou eventueel kunnen met een bindend referendum. Zou u dit middel nu willen inzetten om hier de Capellenaar echt eens te laten spreken 'wat wij ervan vinden'. U hebt mensen gehoord? Nee. Dat is dan jammer, dus uw eigen verkiezingsprogramma .... Mevrouw KING: Waarom komt u nu met een referendum, mijnheer Eilander? Dit zijn toch gewoon keuzes die gemaakt worden? De ene partij is voor en de andere partij is tegen. De heer EILANDER: U zegt in uw verkiezingsprogramma dat u wilt luisteren naar de burger en daar wat mee doen. Een van de mogelijke middelen is, en het staat er letterlijk in, een bindend referendum. Onze fractie vindt dit bij uitstek een onderwerp dat alle Capellenaren aangaat, waarbij wij dit prima zouden kunnen doen. Er zijn binnenkort verkiezingen. Zou u het aandurven daaraan te verbinden dat wij hier de Capellenaar laten spreken over wat wij hier werkelijk mee gaan doen? Mevrouw KING: Ik vind het helemaal niet aan de orde om hier een referendum bij te halen, mijnheer Eilander, werkelijk niet. Dat meen ik echt, oprecht. De VOORZITTER: Mijnheer Eilander, u heeft twee keer dezelfde vraag gesteld. U krijgt twee keer hetzelfde antwoord. Dus wat mij betreft, is het klaar.
U bent klaar, mevrouw King? Mevrouw KING: Ja. Moet ik nu gelijk doorgaan met het 's-Gravenweteringpark? Wat wilt u dat ik doe? De VOORZITTER: Wat u wilt. U bent uw eigen spreker. Als u wilt reageren op dingen, dan mag dat. Als u zegt dat u dat niet doet, is het ook goed. Mevrouw KING: Voorzitter, dan doe ik het nu gelijk. Het gebiedspaspoort 's-Gravenweteringpark. Een duurzaam plan, zo duurzaam dat er zelfs al ingezet wordt om gasloos te bouwen. Dat is nogal vooruitstrevend. In dit plan wordt het slagenlandschap teruggebracht. Het opzetten van een kleinschalige, dorpse woonbuurt van vrijstaande woningen, eengezinswoningen, hopelijk wel betaalbaar, rij-woningen en een beperkt aantal appartementen en het autoluw willen maken, maakt het voor Leefbaar Capelle een mooi plan. Maar dit hebben wij al meerdere malen gezegd. Ook in dit paspoort is op sommige punten het een en ander aangepast. Het merendeel heeft te maken met het bouwen van twaalf woningen buiten het bouwvlak van het IJsselcollege. Deze aanpassingen hebben voor Leefbaar Capelle sowieso gemaakt dat wij kunnen instemmen met dit plan.
171113
39
Ik ga verder met Capelseweg/Bermweg: ook een heel mooie kans voor alleenstaanden en kleine huishoudens, het zet in op gevarieerde woningbouw in de lagere en middeldure sector, kleine appartementen voor starters en/of senioren, maar ook grondgebonden woningen voor startende gezinnen en twee huishoudens. Voor wat Leefbaar Capelle betreft: akkoord. Dan de amendementen en de motie. Daarover kan ik heel kort zijn. Daar gaan wij niet mee akkoord en zullen daar niet voor stemmen. De VOORZITTER: Mevrouw Tieman, u was de eerste spreekster, maar u zei dat u eerst de coalitie wilde horen. De drie partijen zijn geweest, dus mag u uw tweede termijn doen. Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, fijn dat allen gereageerd hebben op de plannen. Dat maakt de discussie wel wat makkelijker. Ik heb geprobeerd heel goed te luisteren, zowel naar de reactie van de wethouder als van de drie partijen die aangegeven hebben voor bebouwing te zijn. Ik heb gezocht naar de argumenten die ik daarin hoorde, van waarom willen wij daar nu bouwen? Ik hoor een ding vaak terugkomen en dat is geld. Het andere dat ik terug hoor komen is of het type woningen wel een mooie aanvulling zou zijn, althans bewoordingen van die strekking. Voor wat betreft het type woningen: daar kun je inderdaad prima verschillend over denken, dat ben ik zeker met de sprekers eens.
Hebben wij 30 woningen nodig in het hoge segment? U zegt misschien ja, ik zeg nee. Dan het geld. Dat vind ik lastig. Ik vind echt dat het feit dat sommige cijfers geheim zijn, een beetje misbruikt wordt om hier in de discussie te doen alsof wij dit niet kunnen betalen. Dat het keuzes zijn of datje het wilt betalen ben ik het helemaal mee eens. Wij kunnen het echter wel betalen als wij daarvoor kiezen en als wij daarvoor iets anders niet doen. Dat is een keuze die wij kunnen maken. Als u die keuze niet wilt maken, dan is dat uw goed recht. Ik vind het echter lastig dat er gedaan wordt alsof het niet zou kunnen. Dat is precies waarom wij drie financieringsvoorstellen hebben gedaan. Ik kan er serieus nog een paar verzinnen, maar het moet hier geen circus worden. Als wij het willen, kunnen wij het betalen. Dan een punt dat ik lastig vind om te maken, maar ik ga het toch doen. Ik heb mevrouw King verschillende keren horen zeggen dat zij het standpunt van de fractie van Leefbaar Capelle vertegenwoordigt. Dat lijkt mij logisch als u de spreekster bent namens die fractie. Maar, zoals u weet, en zoals de meeste mensen weten, heeft de fractie van Leefbaar Capelle twee raadsleden die aan het begin van deze periode nog in onze fractie zaten; twee raadsleden die op deze dossiers op sommige punten in het verleden daar anders in stonden.
Ik heb daarvan de afgelopen periode persoonlijk nooit een groot punt gemaakt, maar vanavond vind ik dat extra pijnlijk. Vorig jaar heeft de heer Jaliens op het amendement van de S G P als eenmansfractie tegen de bebouwing op Oeverrijk gestemd. De heer Saritas heeft in het verleden met onze partij veel aandacht gevraagd voor het niet-bebouwen van de groenstroken buiten het bouwvlak van het IJsselcollege. Dus ik ben nieuwsgierig en zou graag horen of zij een ander inzicht hebben gekregen in dit dossier De heer JANSON: Voorzitter, het gaat mij nu toch echt te ver, omdat het allemaal op persoonlijke titel gaat. Ik wil toch even zeggen dat de desbetreffende mevrouw een beetje boter op haar hoofd heeft, want volgens mij heeft mijn collega van de S P net heel duidelijk gemaakt waar de PvdA in het verleden voor heeft gestemd. Dus dan ik ook kritisch naar mijzelf kijken. De VOORZITTER: Ik kijk even naar de heer Saritas en de heer Jaliens. Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, mag ik reageren op de woorden van de heer Janson? De heer SARITAS: Voorzitter, ik sluit mij volledig aan bij de woorden van de heer Janson. Ik heb geen behoefte daar woorden aan vuil te maken. Mevrouw TIEMAN: U heeft helemaal gelijk dat wij in een ver verleden met een ander plan daar voorgestemd hebben. Volgens mij heeft de heer Van Buuren zojuist heel duidelijk gemaakt: andere tijd, voortschrijdend inzicht, dat kan.
Ik heb niet gezegd dat de heer Jaliens en de heer Saritas op dit moment geen voortschrijdend inzicht mogen hebben. Wat ik u zeg, is dat ik nieuwsgierig ben naar hun standpunt en dat het mij pijn doet dat zij niet meer bij mijn fractie zitten en dat wij op dit moment, op deze manier niet gezamenlijk kunnen optrekken hierin. Dat heb ik gezegd.
z.o.z.
171113
40
De heer SARITAS: Mevrouw Tieman, ja, voortschrijdend inzicht. Dat klopt. Ik heb voortschrijdend inzicht. Ik heb heel veel informatie gekregen de laatste paar maanden en heel veel getallen gezien. Dan moetje soms een andere keuze maken. Mevrouw TIEMAN: Dank u wel, dat u wilde reageren, ook inhoudelijk, mijnheer Saritas. Dat stel ik zeer op prijs. Jammer dat u daarmee nu een ander standpunt inneemt. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik vind het een beetje lastig integraal op de hele discussie te reageren, maar ik heb toch nog een paar vragen en die zal ik, zoals het behoort, aan de portefeuillehouder stellen. De eerste vraag: het punt van die dekking, van die alternatieven. Mijn vraag wil ik nu aan de wethouder stellen: is dit nu niet bij uitstek een vorm om invulling te geven aan de doelstelling van de kwaliteitsimpuls Openbare Ruimte? Wij gaan daar morgen in eerste instantie een bedrag van € 5 miljoen voor opzij zetten. Is het verder niet bij uitstek iets wat past in de doelstelling van het Denk en Doe Mee fonds, namelijk het mede helpen realiseren van maatschappelijke initiatieven? Zo niet, waarom niet? Daarnaast wordt er gezegd, met name door de wethouder, dat het in het belang is van de Capellenaren hier woningen te bouwen. Niet zozeer om die woningen zelf, want die zijn meer voor de regionale vraag en niet zozeer voor de Capelse vraag.
Eigenlijk is het belang voor de Capellenaar, als ik het goed begrijp, dus vooral dat die andere projecten daarmee doorgang kunnen vinden. Dan ben ik toch benieuwd. De wethouder heeft op mijn interruptie daarover geen antwoord gegeven. Heeft hij onderzoek gedaan naar de maatschappelijke baten van een groen Oeverrijk versus de maatschappelijke baten van een bebouwd Oeverrijk? Puur en alleen kijken naar de financieeleconomische baten zou ontzettend getuigen van kortzichtigheid. Gezondheid, recreatie, biodiversiteit zijn immers niet gemakkelijk mee te rekenen in een eenvoudige rekensom van een grondexploitatie. Als daarop geen zich is, is de wethouder dan bereid daarop alsnog zicht te krijgen? Er wordt geroemd over de groene kwaliteiten van het plan zoals het nu voorligt. Is er ook onderzoek gedaan en is er ook informatie beschikbaar over de natuurwaarde die in het voorliggende plan daadwerkelijk gerealiseerd wordt? Ik hoor het graag.
De heer VAN BUREN: Voorzitter, als het gaat over de financiële onderbouwingen van het plan, die ook vaak in deze discussie aangehaald zijn, zeker door de coalitiepartijen, van de gebiedsvisie, moeten wij toch aangeven dat onvoldoende beargumenteerd door de coalitie is aangegeven hoe de risico's die nog in het plan van Oeverrijk zitten, opwegen tegen de zekere financiering die nu al in de begroting zit over financiering vanuit het groenplan dan wel het Denk en Doe Mee fonds. Wethouder VAN SLUIS: Voorzitter, u bent van mij gewend dat ik nog een vlammend betoog ga houden om mensen te overtuigen om keuzes te maken, maar dat doe ik dus niet. Als wij het dan over luisteren hebben, dan luister ik hier namelijk naar een gemeenteraad en ik kan ook tellen. Ik denk dat dat ook heel duidelijk is. Ik denk dat de argumenten heel duidelijk naar elkaar toe zijn gemaakt. Ik constateer dat er fundamenteel een scheiding zit in partijen die het ook fundamenteel oneens zijn en daar aan beide kanten allerlei argumenten bij zoeken. Daar kun je dan tot in lengte van dagen op in blijven gaan. Het simpele feit is dat wij elkaar daarin niet gaan overtuigen. Als u argumenten gaat gebruiken van bijvoorbeeld een Denk en Doe Mee fonds, waarover wij nog niet eens een besluit hebben genomen, en daar aan de voorkant al een voorschot op wilt nemen, dan denk ik dat je dan heel erg aan het zoeken bent.
Mevrouw Tieman, ik waardeer oprecht dat u verschillende financieringsvoorstellen daarin doet en bij elk betoog zegt dat wij het kunnen betalen. Ja, dat is waar, maar er worden gewoon andere keuzes gemaakt. Als wij het hebben over de kwaliteitsimpuls van groen en de maatschappelijke waarde daarvan en of dat dan onderzocht moet worden op die hoeveelheid vierkante meters, uitsluitend in dat gebied, waarop nota bene nu een bestemmingsplan ligt, dan denk ik: dan kunnen wij nog wel even doorgaan. Wij hebben namelijk op 200 meter het Schollebos liggen, waar wij misschien morgen wel een toiletje bij gaan zetten. Het is maar net zo lang en zo breed als het is. Je kunt argumenten verzinnen tot in lengte van dagen, maar wij blijven het oneens met elkaar. En waarom? Omdat ik vanaf dag één met uw boodschap op stap ben gegaan en Capellenaren heb bevraagd, u heb bevraagd en allerlei instanties heb bevraagd, ook het hele maatschappelijke veld en ook het hele commerciële veld daarin, om op te maken wat wij nu zo belangrijk vonden. Wij krijgen hier de complimenten over ik weet niet hoeveel ideeën die in de gebiedsvisie Landelijk Capelle staan.
171113
41
Dat onderschrijven wij nota bene allemaal, omdat het in het hele gebied zoveel kwaliteitsimpuls geeft. Wij spitsen het dan op één stuk met een aantal slagen toe en dat is dan het meest bijzondere plekje van Capelle. Vijfhonderd meter verder liggen nog een paar slagen, 841. Laten wij die nu koesteren, want daarin hebben wij een keuze gemaakt destijds. Daar hoor ik u niet over. Daarvoor wil ik best wel met u meegaan. Dan kijken wij naar dit plan. Daar hebben wij alles voor in het werk gesteld, ook voor de bewoners die erop tegen zijn en de mensen die hebben meegedacht dat als je het dan gaat doen, hoe doe je het dan? Met al die aanpassingen die u als raadsleden zelf hebt genoemd - ik hoef ze niet te herhalen, maar die gingen tot aan de nokhoogten toe - denk ik dat wij daarin een hartstikke goed model hebben gevonden. De heer VAN BUREN: Voorzitter, ik worstel wat met de opening van het verhaal van de wethouder. Feitelijk geeft hij aan dat hij heeft geteld en beoordeeld dat er een soort landscheiding is tussen coalitie en oppositie en hij denkt zich daarmee het recht te kunnen toe-eigenen om op een zeer waardevolle vraag, bijvoorbeeld van de heer Van Buuren over aan de ene kant de waarde van het groen en aan de andere kant de waarde van bebouwd gebied, geen antwoord te moeten geven.
Wij als coalitie en oppositie kunnen ook tellen en als oppositie weten wij helaas dat als het gaat over de landscheiding, die ook aan de voorkant aanwezig was. In dit democratische proces komen wij echter wel opdagen om ons verhaal hier te houden en transparant te maken naar de burgers hoe wij met onze argumenten in de discussie staan. Dan doet u dat niet alleen vanwege de landscheiding tussen de oppositie en coalitie, maar dan doet u dat in uw beantwoording ook voor het publiek dat luistert naar dit debat. Ik vraag u daarom toch serieus gewoon in te gaan met uw antwoorden op de vragen die gesteld zijn. Wethouder VAN SLUIS: Ik heb een burgemeester die zegt dat een wethouder over zijn eigen antwoorden gaat en als u goed luistert dan heb ik wel degelijk antwoord gegeven. U bent het echter niet eens met die antwoorden, mijnheer Van Buren. Dat geeft niet, want wij zijn het altijd oneens. Dat is namelijk uw stiel op dit moment. Dat is opmerkelijk, want in de vorige periode hadden wij een heel andere relatie met elkaar. En dan gaat het niet eens meer om de inhoud. De heer VAN BUREN: Voorzitter, mag ik de wethouder eraan herinneren dat wij toen ook wat onenigheid over 's-Gravenweteringpark hadden. De VOORZITTER: Ik vind het prima als u interrumpeert, maar dan moet het een vraag zijn. Wethouder VAN SLUIS: Precies, dat dacht ik ook.
Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, ik hoorde de heer Van Sluis zojuist zeggen dat wij ons alleen druk maken om dit stukje Oeverrijk. Ik vroeg mij af waarop hij dat baseert, want volgens mij hebben wij onlangs nog discussies gevoerd over bijvoorbeeld Couwenhoek en hebben wij ons daar ook druk om gemaakt. Volgens mij zijn er ook nog wel wat andere voorbeelden te geven, zoals het 's-Gravenweteringpark, waarover wij het vanavond hebben. Dus waarop baseert u het dat wij ons alleen bij Oeverrijk roeren? Wethouder VAN SLUIS: U roert zich overal in, mevrouw Tieman. Dat is helemaal geen probleem. Dat begrijp ik wel. Ik probeer echter de context neer te zetten in de relatie van de gebiedsvisie Landelijk Capelle in de hele brede zin en de bouwprojecten daarop. Ik heb het overigens over Oeverrijk. Ik was in mijn betoog nog niet terecht gekomen aan 's-Gravenweteringpark. Daar kom ik zo meteen op. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, ik vind het eigenlijk jammer dat de wethouder dit nu zegt. Ik heb heel nadrukkelijk in mijn betoog aangegeven over die hele gebiedsvisie, waarbij ik echt nog wel een paar punten zou kunnen aanwijzen die wij anders zouden willen, van: beste mensen, compliment, een schouderklop en een klap erop en wij zijn bereid daarin mee te geven, maar wij hebben één heikel issue.
Nu 'reframet' de wethouder het, van: ik krijg een hele stapel complimenten en over één ding wordt een heleboel heibel gemaakt. Ik vind dat eigenlijk een beetje flauw. Wethouder VAN SLUIS: Dat vind ik jammer te horen, mijnheer Van Buuren, want zo is het niet bedoeld. U geeft bijvoorbeeld ook de stelling dat wij bouwen voor een regionale vraag. Hoezo? Kunt u dat onderschrijven? Waarom zouden niet 30 Capellenaren zo'n woning kunnen aanschaffen? Het is net zo lang als het breed is. Dat is de context die ik wilde aangeven.
z.o.z.
171113
42
Dat geldt dus ook, maar dat had ik al eerder aangegeven, ten aanzien van de natuurwaarden, de maatschappelijke baten en de effecten daarvan. Ik constateer bij het 's-Gravenweteringpark - ik ben blij dat er inzicht is gekomen; overtuigingskracht heeft daarbij wellicht geholpen - dat je daar juist in de vorm van bebouwing van het 's-Gravenweteringpark een stukje landschap terug kunt brengen dat er nu gewoon niet is - wij zitten hier vanavond op een betonplaat die zijn weerga niet kent - en daar zitten die slagenlandschappen en die watergangen op dit moment helemaal niet in. In het nieuwe plan brengen wij dat terug. Dan ga ik in op de vraag van de heer Van Loef. Hij zegt datje zoveel mogelijk op de funderingen zou kunnen bouwen. Ik zou best de uitdaging willen aangaan. Als dat een efficiënte slag is, dan moeten wij dat vooral niet nalaten. Laten wij de technische invulling echter vooral aan de markt overlaten, want dat is wel heel essentieel, los van het feit dat wij hier al fundering moet gaan los- en doorknippen, omdat wij die watergangen willen realiseren. Het is echter zeker iets waarover wij van gedachten kunnen wisselen in zo'n uitwerking. Dan kom ik nu op inhoudelijkheid van uw vraag: hoe zit het nu met die bodemgesteldheid? Dat is door de heer Van den Berg, de inspreker, ook al benoemd.
Dan wordt er dus een voorstel gedaan van massastabilisatie, maar dat was slechts een voorbeeld van een mogelijkheid om aan te kunnen tonen dat wij meer plekken in Nederland hebben met een heel slappe bodem en waarop je met verschillende bouwmethodieken antwoord kunt geven. Overigens, waar je die buitenruimte ook ter verantwoording van de initiatiefnemer moet gaan leggen en dus ook die risico's daarheen moet verleggen, moetje misschien wel constateren dat de hele weg gewoon onderheit wordt. Dat is misschien helemaal niet zo raar, want in de toegangsweg naar het Grevelingenpark is het eerste gedeelte ook onderheit en daar kun je het verschil goed zien tussen een bodemzetting, die behoorlijk zakt, en iets wat onderheit is en gewoon netjes op zijn plek blijft liggen. Dat zijn allemaal mogelijkheden, die je daarin mee moet nemen. Ik vind ook wel dat die risico's, en zo staat het ook omschreven, neergelegd moeten worden bij de initiatiefnemer. Waar je namelijk een paal de grond in slaat, daar zakt het niet meer. Het gaat natuurlijk om de omgeving daar omheen. Dan kun je technisch gezien een afweging maken. Laatje je buitenruimte meezakken met de omgeving - dat is een keuze, een mogelijkheid. Ook het weiland zal iets zakken, dan zou je dat weiland kunnen laten drijven; daarvoor zijn er allerlei methodieken. Je kunt zelfs woningen laten drijven in bepaalde bakken.
Dat zijn allemaal bouwsystemen. Onder andere in Londen wordt dat toegepast. Kortom, er zijn heel veel mogelijkheden om dat mogelijk te maken. Die innovatie en die duurzaamheid hoort vooral ook bij dit plan. Dat geldt dus zowel in Oeverrijk als in 's-Gravenweteringpark. De heer VAN LOEF: Voorzitter, dit punt loopt een beetje door onze fractie heen, in alle eerlijkheid. Dat is de reden waarom wij verdeeld zullen stemmen. Een deel schat de risico's hoger in dan een ander deel. De VOORZITTER: Wat is uw vraag, mijnheer Van Loef. Ik heb het idee dat u gaat uitleggen hoe de W D gaat stemmen. De heer VAN LOEF: Voorzitter, daar heeft u wel een punt. De VOORZITTER: Dan heeft u hem toch gemaakt. Wethouder VAN SLUIS: Voorzitter, ik vind het heel jammer dat ik de W D kennelijk niet kan overtuigen datje oplossingen hebt met deze methodieken. Eenieder heeft het recht te stemmen hoe hij wenst. Zo werkt het in deze democratie. Als laatste wil ik dan nog wel even ingaan op de Capelseweg/Bermweg. Daar ligt nu juist een concept, waarvan het de afgelopen jaren een heen-en-weerballetje was met die locatie: zet je het in de verkoop of haal je het weer terug? Wij hebben voor het laatste gekozen om daar een ontwikkelmogelijkheid te maken met een parkeerplaats erachter.
Kortom, oog hebben voor de mogelijkheden die er liggen met de directe buren, al is het maar voor een fatsoenlijk stukje parkeerruimte, datje op sommige dagen ook echt nodig hebt, maar ook met de omgeving. Er zit ruimte in dat plan, ook voor de omgeving - ik zie een mevrouw achter in de zaal zitten, die de hele avond naarstig op zoek is dat daar ook iets over gezegd wordt - en daar zitten kansen in. Er ligt ook een mooie ontwikkelmogelijkheid in de omgeving en daar is bezit van Capellenaren die daarmee op termijn best iets willen. De ene ontwikkeling maakt vaak een andere ontwikkeling mogelijk. Ik ben blij dat de raad er rekening mee heeft gehouden dat die ontwikkeling er ligt, met behoud van de rand van het groen in het Schollebos.
171113
43
De VOORZITTER: Wij hebben een vrij uitvoerige tweede termijn gehad, waarin de motie en de amendementen uitvoerig aan de orde zijn gekomen en waarin alle standpunten van alle partijen heel duidelijk zijn geweest. Het zou in theorie zo kunnen zijn dat u in de eerste termijn niet wist of u het op dat moment naar voren moest brengen of bij de gebiedspaspoorten. Als er echt partijen zijn die zeggen dat zij niet hun punt kunnen maken in de eerste termijn, dan is er nog een korte derde termijn. Ik kan het mij bijna niet voorstellen. Het gaat niet om stemverklaringen. De heer VAN LOEF: Voorzitter, ik heb toch nog een aantal vragen ten aanzien van de Capelseweg/Bergweg. Gaan wij dat nog afzonderlijk bespreken? De VOORZITTER: Wij gaan straks de gebiedspaspoorten bespreken, maar wat straks aan de orde komt, is de stemming over de motie en de amendementen. De heer VAN LOEF: Voorzitter, dat begrijp ik, maar het was een beetje verwarrend vanavond, dus ik check dit ook even. Een aantal collega's hebben dit namelijk al meegenomen in hun betoog. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, bij interruptie, om de heer Van Loef even te helpen. Wij hebben de discussie over de gebiedsvisie alleen gevoerd omdat het de kaderstelling betreft: de fundamentele vraag of wij ergens wel of niet gaan bouwen. Straks heb ik nog wel een paar inhoudelijke details bij het punt Oeverrijk.
Ik denk dat de heer Van Loef zijn opmerkingen daar ook prima kwijt kan. De heer VAN LOEF: Voorzitter, ik vind het prima. De VOORZITTER: Dan doen wij geen derde termijn. Wij gaan nu stemmen over de motie M4 van de PvdA. Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, ik zou bij deze motie graag om hoofdelijke stemming willen vragen. De VOORZITTER: Dat kan. Ik neem de lijst ter hand en begin bij u, mijnheer Van Bart. Wilt u allen hardop zeggen of u voor of tegen bent. De heer JALIENS: Voorzitter, is bij deze hoofdelijke stemming een stemverklaring mogelijk? De VOORZITTER: Zeker. U kunt uitleggen waarom u stemt zoals u stemt. Dat doen wij dan als u aan de beurt bent. De heer SANTMAN: Voorzitter, kan mevrouw Tieman beargumenteren waarom zij hoofdelijke stemming wil? De VOORZITTER: Dat is niet nodig, mijnheer Santman. U kunt daar gewoon om vragen als raadslid. Dan wordt dat ingewilligd. De heer JALIENS: Voorzitter, voortschrijdend inzicht is niet voorbehouden aan enkelen in deze raad. Vandaar dat ik het ook flauw vind dat nu pijn wordt gehuild door mevrouw Tieman. Ik heb toentertijd gestemd tegen het plan Oeverrijk waarin 80 woningen gepland stonden. Ik stem nu voor een plan van 30 woningen, een vermindering met 50, waaraan een heel groene en duurzame invulling wordt gegeven. Ik zal daarom dan ook tegen deze motie stemmen. Mevrouw WESTERIJK: Voorzitter, ik zal een stemverklaring geven.
Ik kan niet instemmen met de manier van financieren. Daarom ben ik tegen deze motie. Na hoofdelijke stemming verwerpt de raad de motie M4. Voor de motie hebben gestemd de heren Breepoel, Van Buuren, Van Buren, Degenaar, mevrouw Efila, de heren Eilander, Grauss, Ponte, Van der Sloot, Terlouw, mevrouw Tieman en de heer Weggeman. Tegen de motie hebben gestemd de heer Van Bart, mevrouw Bollinger, mevrouw Doran, mevrouw Van Dorp, de heren Gelijnse jr., Geleijnse sr.. Van Gent, Holkamp, Jaliens, Janson, De Jong, mevrouw King, mevrouw Van der Klauw, de heren Van Loef, Santman, Saritas, Schaatsbergen, Sleurink, Van Veen, mevrouw Westerdijk en de heer Wilson.
z.o.z.
171113
44
De VOORZITTER: Dan gaan wij door met de amendementen. Wij beginnen met het amendement A3. Is er iemand die een stemverklaring wil afleggen? Dat is niet het geval. Zonder hoofdelijke stemming verwerpt de raad het amendement A3. Voor het amendement hebben gestemd de fracties van SP, PvdA en Groen Capelle. De VOORZITTER: Dan gaan wij naar het amendement A2. Is er iemand die een stemverklaring wil afleggen? Dat is niet het geval. Zonder hoofdelijke stemming verwerpt de raad het amendement A2.Voor het amendement hebben gestemd de fracties van SP, PvdA, Groen Capelle, CDA, ChristenUnie en SGP. De VOORZITTER: Dan gaan wij naar het amendement A5. Zijn er stemverklaringen over dit amendement? Nee. Zonder hoofdelijke stemming verwerpt de raad het amendement AS.Voor het amendement hebben gestemd de fracties van SP, PvdA, Groen Capelle, CDA, ChristenUnie en SGP.. De VOORZITTER: Dan hebben wij nog het amendement A l . Zijn er partijen die een stemverklaring willen afleggen? De heer VAN BUUREN: Voorzitter, zoals ik in mijn eerste termijn aangaf wil de SGP al haar pijlen vanavond richten op Oeverrijk. Nu wij op dat punt met lege handen staan, is onze animo om mee te gaan met verstening aan de andere kant van de Kanaalweg tot onder het nulpunt gedaald. Wij zullen daarom voor dit amendement stemmen. De heer EILANDER: Voorzitter, ik volg de beweegredenen van de heer Van Buuren.
Wij zullen hetzelfde stemgedrag vertonen. Zonder hoofdelijke stemming verwerpt de raad het amendement A l . Voor het amendement hebben gestemd de fracties van PvdA, Groen Capelle, CDA, ChristenUnie en SGP. De VOORZITTER: Dan gaan wij nu het voorstel van het college in stemming brengen. Zijn er stemverklaringen? Mevrouw TIEMAN: Voorzitter, zoals gezegd vinden wij de gebiedsvisie een prachtig plan. Er zitten heel veel goede voorstellen in. Wij zullen daarom voor de gebiedsvisie stemmen, maar willen daarbij opmerken dat wij geacht willen zijn gestemd te hebben tegen Oeverrijk en 's-Gravenweteringpark. De heer BREEPOEL: Voorzitter, wij vinden het plan voor de rest ook goed, maar wij willen ook geacht zijn gestemd te hebben tegen Oeverrijk. De heer VAN BUREN: Voorzitter, wij volgen de stemverklaring van mevrouw Tieman. Mevrouw WESTERDIJK: Voorzitter, ik zal voor het plan stemmen met uitzondering van Oeverrijk. De heer VAN BUUREN: Voorzitter, hoewel er stemmen in mijn fractie opgaan om tegen de gebiedsvisie te stemmen, ga ik ervan uit dat wij allen voor de gebiedsvisie stemmen, met uitzondering van de punten Oeverrijk en 's-Gravenweteringpark. U kunt dat straks vanzelf zien. De VOORZITTER: Dan zullen wij extra goed naar de handen kijken. De heer EILANDER: Voorzitter, wij sluiten ons aan bij de bewoordingen van mevrouw Tieman en zullen dat stemgedrag volgen.