03.02 - Jaarverslag BLICK 2024 (w.g. vastgesteld)
Tekst van het document
Op 11 februari 2025 is het geactualiseerde treasurystatuut van BLICK door het college van bestuur vastgesteld en door de raad van toezicht goedgekeurd.
pagina 64
pagina 65
4 Verslag intern toezicht In dit verslag laten we zien waarop ons toezicht zich heeft gericht en op welke wijze daar invulling aan is gegeven.
Samenstelling intern toezicht Naam Joost van Loon
Functie Voorzitter
Jacqueline van Werkhoven Dirk-Jan de Bruijn
Vicevoorzitter
Josine van der Brug
Lid
Marc van Zelst
Lid
Lid
(Her) benoemd 01-07-2018 01-07-2021 28-09-2021
Aftredend 01-07-2025
Commissies Remuneratie
28-09-2025
Onderwijs
01-07-2018 01-01-2022 01-07-2018 01-07-2022 01-01-2024
01-01-2026
Audit
01-07-2026
Onderwijs/ Remuneratie Audit
01-01-2028
De raad van toezicht ontvangt een vergoeding voor haar verzaamheden. Deze vergoeding volgt eventuele verhogingen van de bestuurders Cao funderend onderwijs. In 2024 is de vergoeding vanaf maart 2024 verhoogd met het percentage dat in de cao is afgesproken. Hieronder volgt het overzicht van hoofd- en nevenfuncties en professionaliseringsactiviteiten van de raad van toezicht leden in 2024. Joost van Loon • Hoofdfunctie: Van Loon Management BV, eigenaar; SLO, MT-lid en manager afdeling PO (jan-jul); Stichting Islamitische School Amsterdam, interim voorzitter college van bestuur (jun-dec) • Nevenfuncties: Ministerie Justitie en Veiligheid, Onafhankelijk voorzitter college van belanghebbenden jeugdbescherming en jeugdreclassering • Professionalisering: Kennissessie navigeren in zwaar weer, crises en veranderingen; seminar duurzaamheid en diversiteit, impact van en voor RvC; intervisie commissarissen governance essentials; seminar publieke regie, digitalisering en onderwijs; bijeenkomst impact van AI in publieke organisaties; jaardag registered certified board members Jacqueline van Werkhoven • Hoofdfunctie: Zelfstandig: Interim leidinggevende, projectleider, toezichthouder en adviseur Onderwijs, Zorg en Kinderopvang
pagina 66
•
•
Nevenfuncties: Raad van toezicht ASKO Amsterdam, lid centrale examencommissie, HBOAD opleidingen, online Education, Salta Group, Labels LOI/NTI, voorzitter examencommissie lerarenopleidingen, Online Education, Salta Group, labels LOI/NTI Professionalisering: Financiën en risicomanagement (masterclass Diemen & Gestel), Data protectie (seminar Hemingway), Honorering toezichthouders (intervisie Voss ABB en VTOI), Crisismanagement en Teamontwikkeling
Dirk-Jan de Bruijn • Hoofdfunctie: Programmadirecteur bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. • Nevenfuncties: Raad van toezicht SPPOH passend onderwijs Den Haag en Voorzitter Rijks Innovatie Community (RIC) • Professionalisering: Intervisietraject toezichthouders (VOOR), gastdocent netwerkleiderschap ABD zomerprogramma, docent leergang complexe opgave AOG School of Management en columnist Platform O. Josine van der Brug • Hoofdfunctie: TACT Legal & Privacy en We4U app. • •
Nevenfunctie: Bestuurslid coöperatie de dataverbinders UA Professionalisering: Cursus verwaarloosde organisaties van Joost Kampen
Marc van Zelst • Hoofdfunctie: Directeur Financiën & Control Hogeschool voor de Kunsten Utrecht • Nevenfunctie: Raad van toezicht stichting EerstelijnsZorg Zoetermeer en raad van toezicht stichting Montessori Onderwijs Zuid-Holland • Professionalisering: Toezien op arbeidsmarkt en strategisch personeelsbeleid
Hoe het toezicht is vormgegeven De raad van toezicht hanteert de Code Goed Bestuur Voortgezet Onderwijs. Er zijn geen afwijkingen van deze code te motiveren in dit verslag. Er geen zijn dilemma’s of tegenstrijdigheden geweest m.b.t. het functioneren van de raad van toezicht.
Uitgangspunten Ons toezicht richt zich op het waarborgen van goed openbaar onderwijs en de continuïteit van de stichting op de langere termijn. Dat doen wij door aan te sluiten bij de kernwaarden van de organisatie. We sluiten aan bij het ideaal en de kernwaarden van BLICK en de thema’s van het strategisch beleidsplan. Dit vindt haar weerslag in ons toezichtskader.
Werkwijze De raad van toezicht houdt toezicht op het functioneren van de organisatie, is werkgever van het bestuur en staat het bestuur bij met advies en als klankbord.
pagina 67
De raad van toezicht verkrijgt zijn informatie uit documentatie verschaft door en gesprekken met het college van bestuur, door aanwezig zijn bij directieberaden en vanuit overleggen met medezeggenschapsraden en andere belanghebbenden. Bezoeken aan scholen en deelname aan interne bijeenkomsten worden benut om het beeld te toetsen hoe bestuur en scholen hun doelstellingen realiseren en invulling geven aan de openbare identiteit. Het toezicht van de raad van toezicht is ook risico-gestuurd. Dit jaar hebben de volgende risico’s nadrukkelijk de aandacht van de raad van toezicht gehad: • Instandhouding openbaar VO • HR en personeel • Strategische continuïteit van BLICK als PO-organisatie
Conclusie toezichthouder Op grond van de werkzaamheden en activiteiten is de raad van toezicht van mening dat de kwaliteit van het onderwijs en de primaire processen voldoende zijn; waar dat nodig en mogelijk is werkt de organisatie gestructureerd en bewust aan verbetering en doorontwikkeling daarvan. De raad van toezicht is van mening dat de gelden doelmatig en op een verantwoorde wijze zijn besteed.
Vergaderingen van de raad van toezicht De raad van toezicht is zes maal bijeengekomen in een reguliere vergadering. Daarnaast is een extra bijeenkomst gepland voor onze zelfevaluatie, een extra bijeenkomst om gezamenlijk van gedachten te wisselen over de toekomst van de organisatie BLICK als zij zonder VO verder gaat en een klankbordmoment over het proces rondom de voorgenomen bestuursoverdracht van EYE College. De Remuneratie Commissie (RC), de Onderwijs en Kwaliteit Commissie (OC), en de Audit Commissie (AC) zijn enkele malen bijeengekomen. Deze commissies rapporteren in de raad van toezicht vergadering over hun werkzaamheden en bevindingen. 1. Vergadering januari De vergadering van januari was voor de heer Van Zelst zijn eerste vergadering als benoemd lid van de raad van toezicht. Tijdens de vergadering is gesproken over de vervolgstappen van het in december 2023 voorgenomen besluit om het EYE College over te dragen aan stichting BOOR. Januari stond in het teken van het informeren van betrokkenen over het starten van een haalbaarheidsonderzoek. Hiernaast is ook de noodzakelijke technische wijziging van de statuten van BLICK besproken. Naar aanleiding hiervan is een werkgroep samengesteld waarin zowel de raad van toezicht als het college van bestuur zijn vertegenwoordigd.
Tot slot heeft de raad van toezicht een procesupdate gekregen over het strategisch beleidsplan 2025-2028, welke later in het jaar aan de raad van toezicht is voorgelegd.
pagina 68
2. Vergadering april In april hebben de raad van toezicht en het college van bestuur aan de hand van een ‘praatplaat’ hun eerste gedachten gedeeld over de toekomst van BLICK als deze zonder Voortgezet Onderwijs verdergaat. Het gesprek had meer tijd en aandacht nodig en daar is later in 2024 een vervolgafspraak voor gepland. Verder is in april gesproken over de bestuursoverdracht van EYE College en de extra tijd die het college van bestuur heeft genomen om de direct betrokkenen (medezeggenschapsraad en managementteam EYE College) mee te nemen in de keuzes die zijn gemaakt. Tot slot heeft de raad van toezicht gesproken over de financiële uitdagingen binnen de begroting van 2024 en heeft de raad van toezicht het voorstel om te gaan schatkistbankieren goedgekeurd. 3. Vergadering van juni Tijdens de vergadering in juni is gesproken over het jaarverslag van 2023. Dit was het eerste jaarverslag dat is gecontroleerd door accountantskantoor Mazars. Zowel in het kader van financiën als in het geven van een procesupdate is gesproken over de toekomst van EYE College en de mogelijke bestuursoverdracht. Omdat de tweede termijn van de voorzitter de heer van Loon in de zomer van 2025 afloopt, heeft de raad van toezicht gesproken over het tijdig starten van een wervings- en selectieprocedure. Er is gekozen om met een wervingsbureau werken. 4.
Vergadering van september De vergadering van september stond in het teken van het nieuwe strategisch beleidsplan 20252028 van BLICK. Na een korte presentatie en toelichting heeft de raad van toezicht met complimenten aan de organisatie de nieuwe strategie goedgekeurd. Ook de voorgenomen bestuursoverdracht van EYE College is besproken. Ditmaal in het kader van de zorgen die bij de gemeente Capelle leven over het behoud van het openbaar voortgezet onderwijs in de stad. Een ander onderwerp betrof het aansluiten van BLICK bij een onderwijsregio PO. Het college van bestuur heeft hierbij de raad van toezicht geïnformeerd voornemens te zijn om zich aan te sluiten bij de onderwijsregio ZuidWest Samen. 5. Vergadering van november In november is een markering aangebracht in het proces rondom de voorgenomen bestuursoverdracht van EYE College middels het ondertekenen van een intentieverklaring met stichting BOOR. Tijdens de raad van toezicht vergadering is de inhoud van de intentieverklaring besproken en heeft de raad geadviseerd op het bijgevoegde communicatieplan. Onderdeel van het communicatieplan was een gezamenlijke brief van het college van bestuur en de raad van toezicht aan de gemeenteraden van Capelle en Krimpen aan den IJssel. Naast de voorgenomen bestuursoverdracht was ook de achtmaands-rapportage en de prognose voor 2024 een onderdeel in de vergadering.
Deze is besproken en voorzien van advies door de leden van de raad van toezicht. Tot slot heeft de raad van toezicht het voorstel tot het aanpassen van haar vergoeding goedgekeurd.
pagina 69
6. Vergadering van december Tijdens de december-vergadering stond traditiegetrouw de meerjarenbegroting geagendeerd. De raad van toezicht heeft meegedacht met het college van bestuur over de uitdagingen op financieel vlak en voortvloeiende pijnlijke keuzes. Naast de meerjarenbegroting is uitgebreid gesproken over de voorgenomen bestuursoverdracht van EYE College. Het college van bestuur heeft de raad van toezicht meegenomen in het proces van het haalbaarheidsonderzoek met BOOR, de planning en de samenstelling van de werkgroepen die zijn geformeerd. Daarnaast vraagt de start van het haalbaarheidsonderzoek naar een ontvlechting van EYE College ook om intensiever te kijken naar de organisatie BLICK die overblijft. Het college van bestuur heeft de raad van toezicht meegenomen in de te nemen stappen. De raad van toezicht heeft geadviseerd om de toekomst van de organisatie specifieker in beeld te brengen en terug te koppelen aan de raad van toezicht. De raad van toezicht wil hier graag in meedenken middels een klankbordgroep.
Zelfevaluatie De raad van toezicht heeft aansluitend op de themabijeenkomst ‘burgerschap’ van afgelopen januari gereflecteerd op haar eigen rol en werkzaamheden van 2024. Deze zelfreflectie was zonder het college van bestuur, welke in een volgende vergadering zijn geïnformeerd over de belangrijkste uitkomsten. Tijdens de reflectie zijn de volgende vier thema’s aan bod gekomen: Governance en strategie, Samenwerking en dynamiek, toekomstgerichte visie en thema’s en commissies. De raad van toezicht is tevreden over de huidige samenwerking met het college van bestuur. Dit komt terug in de steeds meer bevragende en adviserende rol vanuit de raad van toezicht. Aandachtspunt voor aankomend jaar zijn het ontwikkelen van een toezichtkalender, een meer integrale aanpak bij het bespreken van onderwerpen en een goede overdracht naar de nieuwe voorzitter raad van toezicht.
Genomen besluiten 29-01-2024
De raad van toezicht richt een werkgroep in ‘nieuwe statuten BLICK’.
29-01-2024 04-04-2024
De raad van toezicht stelt de bezoldigingsklasse voor 2023 en 2024 vast op E.
06-06-2024 19-09-2024
De raad van toezicht keurt het jaarverslag (incl. de jaarrekening) 2023 goed.
19-09-2024
De raad van toezicht keurt de aangepaste portefeuilleverdeling van het college van bestuur goed.
05-11-2024
De raad van toezicht keurt de intentieverklaring BLICK-BOOR goed.
05-11-2024
De vergoeding van de raad van toezicht wordt aangepast met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2024.
05-11-2024 17-12-2024
Dhr. Van Zelst is per 1 januari 2025 voorzitter van de auditcommissie. De raad van toezicht keurt de meerjarenbegroting 2025-2029 goed.
De raad van toezicht keurt het voorstel voor schatkistbankieren goed. De raad van toezicht keurt het strategisch beleidsplan 25-28 goed.
pagina 70
Audit Commissie De audit commissie ziet voor zichzelf een belangrijke rol in de verbinding tussen de primaire processen en bedrijfsvoering en de meerjarenbegroting, waarbij de uitdaging is en blijft om de uitgaven in lijn te houden met de toekomstige ontwikkeling van de leerlingenaantallen. De audit commissie heeft in de verslagperiode vier keer vergaderd met het college van bestuur en de controller. De volgende onderwerpen zijn behandeld: • Begroting 2025 • Meerjarenbegroting • Financiële rapportages • Managementletter, accountantsverslag en jaarverslag • Voorziening Groot Onderhoud • Treasury statuut • Ontwikkelingen financiële functies Blick, o.a. in het licht van de beoogde overdracht van EYE In algemene zin concentreert de audit commissie zich op beheersing en borging van de bedrijfsvoering, financiële continuïteit van de organisatie en op risicomanagement. Deze invalshoeken zijn als leidraad gehanteerd bij bespreking van de bovengenoemde onderwerpen.
Onderwijs Commissie In 2024 heeft de Onderwijs Commissie drie maal vergaderd met het college van bestuur en de beleidsmedewerker Onderwijs en Kwaliteit. Het doel van deze gesprekken is het dieper ingaan op de verschillende onderwerpen, de mogelijkheid om te sparren en te bespreken op welke manier de verschillende onderwerpen al dan niet terug moeten komen in de vergadering van de raad van toezicht. De onderwijscommissie komt elke 3 á 4 maanden bij elkaar en zoveel vaker als nodig op verzoek van de onderwijscommissie of het college van bestuur. De volgende onderwerpen zijn tijdens de vergaderingen van de Onderwijs Commissie besproken: • Resultaten en voortgang ontwikkelingen basisschool Ontdekrijk n.a.v. herstelopdracht onderwijsinspectie • Integrale visie HR beleid en kwaliteit • Analyse op de doorstroomtoets • Jaaragenda (thema's) • Kwaliteitszorgbeleid 2.0 PO en VO • Inclusief onderwijs • Proces strategisch beleid en schoolplannen De Onderwijscommissieleden hebben middels een interview bijgedragen aan het onderzoek in het kader van Goed Worden Goed Blijven van de PO raad. In het voorjaar van 2025 is er op
pagina 71
initiatief van de onderwijs commissie een themavergadering met de gehele raad van toezicht ingepland over het thema Burgerschap op de scholen van Blick scholen.
Remuneratie Commissie De remuneratie commissie heeft in 2024 driemaal gesproken met de leden van het college van bestuur. Aan de orde zijn geweest de doelen voor het jaar, voortgang in functioneren en ontwikkeling en evaluatie. Naast de formele gesprekken heeft de remuneratiecommissie tussendoor korte momenten met de leden van het bestuur. Van de gesprekken worden verslagen opgesteld. De remuneratiecommissie geeft de overige leden van de raad van toezicht een korte terugkoppeling van de gevoerde gesprekken. Bijzondere aandacht is uitgegaan naar de begeleiding voor het herstel van de uitgevallen voorzitter van het college van bestuur. Dit traject is succesvol afgerond met een volledig herstel. De remuneratiecommissie heeft de raad van toezicht voorstellen gedaan voor beloningsstructuur en getoetst of de beloningen voldoen aan de eisen van de WNT. In 2024 is de remuneratie commissie met het college van bestuur in gesprek gegaan over de bestuurlijke continuïteit voor de komende jaren en wat daarvoor nodig is. Dit gesprek zal in de 2025 worden vervolgd.
Dialoog/informatievoorziening De raad van toezicht hecht aan een actieve dialoog met alle stakeholders. Leden van raad van toezicht in de diverse commissies hebben met betrokkenen in de organisatie over enkele thema’s (zoals: onderwijskwaliteit, evaluatie college van bestuur, begroting) contact gehad. BLICK Nieuwjaarsbijeenkomst 2024 Een afvaardiging van de raad van toezicht was aanwezig bij de nieuwjaarsbijeenkomst van BLICK bij OBS West. Schoolbezoeken De raad van toezicht bezoekt steeds wisselend de scholen van BLICK. Een afvaardiging van de raad van toezicht heeft OBS West en OBS de Groeiplaneet bezocht. Medezeggenschap Met de medezeggenschap (GMR-PO en MR-VO) wordt per gremium tweemaal per jaar gesproken door een afvaardiging van de raad van toezicht. We hebben daarbij hernieuwd kennisgemaakt met leden van de medezeggenschap en van gedachten gewisseld over de ontwikkelingen. Directeurenoverleg De raad van toezicht is tweemaal aanwezig geweest bij een directeurenberaad.
pagina 72
Gemeenteraden Met de gemeenteraden zijn dit jaar twee gesprekken geweest in het kader van de meerjarenbegroting en het jaarverslag 2023. Overige gespreksonderwerpen waren het toezicht, de ontwikkelingen rondom EYE College en het vernieuwen van de statuten van BLICK.
Vooruitblik In de afgelopen jaren is veel aandacht uitgegaan naar goed en aantrekkelijk openbaar voortgezet onderwijsaanbod door BLICK. Het college van bestuur is eerder tot de conclusie gekomen, met volle steun van de raad van toezicht, dat onze stichting BLICK onvoldoende in staat is om goed en aantrekkelijk openbaar voortgezet onderwijs in stand te houden. De keuze is gemaakt om EYE College over te gaan dragen aan stichting BOOR dat daartoe wel in staat is. Voor 2025 zal de overdracht van EYE College, en de hernieuwde visie op de rol van BLICK als aanbieder van goed en openbaar primair onderwijs en de daarmee samenhangende aanpassing van de organisatie, nadrukkelijk de aandacht krijgen van de raad van toezicht. Parallel aan de deze processen worden de statuten van BLICK herzien waar de raad van toezicht een rol heeft. Tot slot zal 2025 aandacht zijn voor een vloeiende overdracht van de huidige voorzitter naar diens opvolger. We hebben vertrouwen dat de organisatie haar nieuwe rol en opgave goed ter hand zal nemen en haar rol goed weet in te vullen.
Afronding We willen allen bedanken die betrokken is bij het onderwijs voor onze leerlingen: medewerkers, ouders, medezeggenschapsraden, gemeenten en betrokkenen voor hun inzet in het afgelopen jaar.
pagina 73
pagina 74
B. Jaarrekening
pagina 75
4. JAARREKENING
76
4.1 BALANS PER 31 DECEMBER 2024 NA RESULTAATBESTEMMING 31-12-2024 €
€
1-1-2024 €
€
31-12-2023 €
1
Activa
1.2
Vaste activa Materiële vaste activa Totaal vaste activa
6.342.251 6.342.251
5.253.771 5.253.771
5.253.771 5.253.771
1.5 1.7
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Totaal vlottende activa
2.140.020 10.563.078 12.703.098
1.775.107 12.875.050 14.650.157
1.775.107 12.875.050 14.650.157
Totaal activa
2 2.1 2.2 2.4
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva
€
na stelselwijziging
19.045.349
10.298.421 1.415.394 7.331.534
19.903.928
11.795.355 1.529.445 6.579.128 19.045.349
19.903.928
8.498.130 4.826.670 6.579.128 19.903.928
19.903.928
4. JAARREKENING
77
4.2 STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2024 Realisatie 2024 €
Begroot 2024 €
Realisatie 2023 €
3 3.1 3.2 3.5
Baten Rijksbijdragen Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden Overige baten Totaal baten
34.836.857 1.200.086 953.252 36.990.195
31.785.541 886.774 615.072 33.287.387
35.640.959 1.522.340 796.850 37.960.149
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
32.060.422 737.066 1.966.022 4.037.803 38.801.313
29.261.574 928.685 2.633.209 2.876.419 35.699.887
31.185.659 703.394 2.436.768 4.052.556 38.378.377
Saldo baten en lasten
-1.811.118
-2.412.500
-418.228
324.689 -10.505 314.184
80.000 -5.450 74.550
80.724 -5.788 74.936
-1.496.934
-2.337.950
-343.292
6 6.1 6.2
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten
Totaal resultaat
4. JAARREKENING
78
4.3 KASSTROOMOVERZICHT 2024 2024 €
€
2023 €
€
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten
-1.811.118
Aanpassingen voor aansluiting bedrijfsresultaat: Afschrijvingen Voorzieningen Subtotaal
737.066 -114.051
Veranderingen in werkkapitaal: Kortlopende vorderingen Kortlopende schulden Subtotaal
-364.913 752.406
-418.228
703.394 -551.831 623.015
151.563
-372.955 860.627 387.493
487.672
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties
-800.610
221.007
Ontvangen interest Mutaties overige financiële vaste activa
324.689 -10.504
80.724 -5.788
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
-486.425
295.943
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa
-1.873.070 47.523
-583.862 0
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
-1.825.547
-583.862
Mutatie liquide middelen
-2.311.972
-287.919
Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen gedurende het boekjaar Eindstand liquide middelen
12.875.050 -2.311.972 10.563.078
13.162.969 -287.919 12.875.050
4. JAARREKENING
79
4.4 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING VAN ACTIVA, PASSIVA EN RESULTAATBESTEMMING 4.4.1 GRONDSLAGEN ALGEMEEN Algemeen De jaarrekening is opgesteld volgens de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs, gebaseerd op BW2 titel 9 en de richtlijnen voor de jaarverslaggeving (RJ660). De in de jaarrekening opgenomen bedragen luiden in hele euro’s. De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. De jaarrekening 2024 is door het college van bestuur opgemaakt, uitgaande van een positieve continuïteitsveronderstelling. De jaarrekening is in opdracht van de raad van toezicht gecontroleerd door Forvis Mazars N.V. De controleverklaring van de onafhankelijke accountant is opgenomen onder de overige gegevens. Vergelijkende cijfers Voor zover van toepassing zijn, ter vergelijking, de realisatiecijfers opgenomen van het voorgaande jaar, alsmede de cijfers van de meest recente, vastgestelde versie van de begroting van het verantwoordingsjaar. Vanaf het verslaggevingsjaar 2020 worden de personele voorzieningen in eerste aanleg tegen contante waarde gewaardeerd. De impact hiervan wordt toegelicht bij de grondslagen van de individuele personele voorzieningen. Segmentatie De scholen van BLICK vallen binnen twee onderwijssegmenten: PO en VO.
Alle baten en lasten moeten worden toegerekend aan deze segmenten. Voor de gezamenlijke kosten hanteert BLICK een allocatiesysteem over de scholen op basis van de baten van de scholen. Deze gezamenlijke kosten bestaan uit de kosten voor administratie, beheer en bestuur, de kosten voor BLICK Expertise, de collectieve dekking van ziektevervanging in het PO en een gezamenlijk budget waaruit kosten worden gedekt voor zij-instromers, het auditteam, coaching, Professionele Leer Gemeenschappen (PLG's) en de KANSklas. Sinds 2022 zijn de PO-scholen van BLICK eigenrisicodrager (ERD) voor de vervangingskosten van ziekte. In 2024 is hiervoor een collectief budget van 4,5% van de brutolonen gevormd waaruit de kosten van ziektevervanging worden vergoed. Bij de allocatie van het collectieve budget wordt onderscheid gemaakt in kosten voor het PO en voor het VO. Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het college van bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en passiva en van baten en lasten.
De belangrijkste schattingen hebben betrekking op: • de waardering van materiële vaste activa, waaronder de gehanteerde afschrijvingstermijnen; • de verwachte onderhoudsuitgaven bij bepaling van de voorziening voor groot onderhoud; • de bepaling van personele voorzieningen en transitoria. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Stelselwijziging groot onderhoud Vanaf 1 januari 2024 worden de uitgaven voor groot onderhoud niet meer als besteding van de voorziening groot onderhoud verantwoord maar als boekwaarde van het actief. De in het verleden gevormde voorziening groot onderhoud is als stelselwijziging toegevoegd aan het eigen vermogen. Deze stelselwijziging is toegepast conform de bepalingen van RJ 212.806 en RJ 212.807. Hieronder wordt de betekenis voor het vermogen weergegeven. Vermogen € Stand eigen vermogen per 31 december 2023 Effect stelselwijziging Stand eigen vermogen per 1 januari 2024 De toegepaste prospectieve verwerkingswijze vanaf het huidige boekjaar vereist geen aanpassing van de vergelijkende cijfers per 31 december 2023.
8.498.130 3.297.225 11.795.355
4. JAARREKENING
4.4.2 GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA Materiële vaste activa De materiele vaste activa worden gewaardeerd op aanschafwaarde, verminderd met lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur. De investeringen boven de € 500 worden geactiveerd. Investeringen met een waarde van minder dan € 500 per investeringsbeslissing worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gebracht. Uitgaven voor het groot onderhoud worden tot en met € 5.000 t.l.v. het resultaat gebracht en boven de € 5.000 geactiveerd.
Investeringssubsidies gemeente De investeringssubsidies vallen vrij met de afschrijvingstermijn van de activa waarop deze investeringssubsidies betrekking hebben. Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroom genererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroom genererende eenheid, wordt het verlies toegerekend aan de activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd.
Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord. Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waar (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien de instrumenten bij de vervolgwaardering niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de staat van baten en lasten, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering.
Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd. Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden bij eerste waardering tegen de reële waarde gewaardeerd daarna tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rekenmethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Afgeleide financiële instrumenten BLICK op onderwijs maakt geen gebruik van financiële derivaten en beperkt de risico’s (renterisico, kasstroomrisico en kredietrisico) door gebruik te maken van de rekening-courant en spaarrekeningen, rekening houdend met de voorwaarden uit de Regeling beleggen en belenen tot 1 juli 2016 en regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 na 1 juli 2016. Op 19 december 2018 is de regeling beleggen, belenen en derivaten met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2016 aangepast. Ons eigen treasurystatuut sluit hierop aan.
80
4. JAARREKENING
Bijzondere waardeverminderingen financiële activa Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waarde wijzigingen in de staat van baten en lasten of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft gehad op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betaling door een debiteur, herstructurering van een aan de organisatie toekomend bedrag onder voorwaarden die de organisatie anders niet zou hebben overwogen of aanwijzingen dat een debiteur failliet zal gaan. Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen die door BLICK worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen.
Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken. Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt BLICK historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen, het tijdsbestek waarbinnen incassering plaatsvindt en de hoogte van gemaakte verliezen. De uitkomsten worden bijgesteld als BLICK van oordeel is dat de huidige, economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren. Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Verliezen worden opgenomen in de staat van baten en lasten.
Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten. Vorderingen Vorderingen worden bij eerste waardering tegen de reële waarde gewaardeerd daarna tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De grondslagen voor de waardering van vorderingen zijn beschreven onder het onderdeel financiële instrumenten.
Liquide middelen De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld in de toelichting op de balans, ter vrije beschikking van het college van bestuur en worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen dat in deze jaarrekening wordt gerepresenteerd, is na resultaatbestemming. Het eigen vermogen wordt separaat gepresenteerd voor de PO-scholen en voor de VO-scholen met uitzondering van de bestemmingsreserve groot onderhoud. Algemene reserve PO De algemene reserve PO wordt beschouwd als publiek eigen vermogen. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het college van bestuur. De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van de PO-scholen en BLICK. Deze wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke lasten (in geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht). Algemene reserve VO De algemene reserve VO wordt beschouwd als publiek eigen vermogen. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het college van bestuur. De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van de VO-school en BLICK.
Deze wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke lasten (in geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht).
81
4. JAARREKENING
Bestemmingsreserve PO Groei & Krimp Binnen het PO wordt de begrotingssystematiek volgens het principe van t=0 gehanteerd. Voor de PO-scholen binnen BLICK leidt deze tot het eerder reserveren van baten en nemen van lasten tegen de werkelijke leerlingaantallen in het betreffende schooljaar. De principes van een bestemmingsreserve zijn gericht op het tijdelijk of voor bijzondere omstandigheden reserveren van vermogen waarmee wordt voorkomen dat het betreffende vermogen onder het regime van de algemene reserves komt te vallen. De bestemmingsreserve ‘Groei & Krimp’ (hierna: BGK) is bedoeld om een vermogensreserve op te bouwen in de jaren waarin sprake is van een leerlingdaling (krimp). Het aanspreken van de reserve vindt plaats in de periode waarin het aantal leerlingen weer zal toenemen (groei). Voorfinancieren is dan nodig. Er zijn financiële spelregels met de raad van toezicht afgesproken waartegen de BGK wordt aangevuld en mag worden uitgeput. De BGK is daarmee een bestemmingsreserve die wordt aangewend om het primair proces financieel te ondersteunen bij formatie- of leerlingaantal schommelingen in de komende jaren. Bestemmingsreserve Huisvesting PO De bestemmingsreserve Huisvesting PO is gevormd voor de noodzakelijke aanpassingen aan de huisvesting van de PO-scholen welke niet onder de onderhoudsvoorziening vallen.
De afschrijvingslasten worden ten laste van deze bestemmingsreserve gebracht. Bestemmingsreserve VO in transitie De bestemmingsreserve VO in transitie stelt het bestuur en directie van het VO in staat de transitie van het EYE College vorm te geven. De bestemmingsreserve is bedoeld voor (bijvoorbeeld) externe ondersteuning en advies. In 2022 is vanuit het voordelige resultaat een bedrag van € 300.000 toegevoegd aan deze reserve. Hiermee zijn ook voor de komende jaren (extra) middelen beschikbaar om het nieuwe onderwijsconcept van het EYE College vorm te geven. Bestemmingsreserve strategisch beleid PO Continu wordt er een focus op de kwaliteit van onderwijs gevraagd. De hoofdlijnen en aandachtspunten van een integrale aanpak BLICK-breed richten zich in eerste instantie op het op peil brengen en stimuleren van de onderwijskwaliteit, knowhow van directeuren, IB-ers en leerkrachten. De reserve stelt het bestuur in staat om met de inhuur van deskundigen en externe hulpmiddelen, het gestelde kwaliteits- en ambitieniveau BLICK-breed te bereiken.
Bestemmingsreserve middelen Nationaal Programma Onderwijs Het Nationaal Programma Onderwijs is een steunpakket van landelijk EUR 8.5 miljard om onderwijsachterstanden vanwege corona-maatregelen te herstellen. Voor deze gelden is de regeling ‘Bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO’ in het leven geroepen. BLICK op onderwijs heeft in 2023 een bedrag van € 2.186.570 ontvangen uit hoofde van bovengenoemde regeling en als bate in de jaarrekening van 2023 verwerkt. De nog niet bestede middelen worden aangemerkt als een bestemmingsreserve, zodat helder is dat aan de middelen een specifiek bestedingsmogelijkheid is gegeven.
Bestemmingsreserve werkdrukmiddelen VO Vanaf 2022 wordt er een aanvullende bekostiging voor werkdrukverlichting in het VO verstrekt. De helft van de middelen is verstrekt voor individuele werkdrukverlichting, de andere helft voor een collectieve aanpak op school voor de verlichting van de werkdruk. De bekostiging voor 2024 heeft betrekking op het schooljaar 2024-2025. Voor het deel van 2025 is een bestemmingsreserve gevormd. Bestemmingsreserve afschaffen ouderbijdrage In 2023 is er besloten om geen vrijwillige ouderbijdrage meer te vragen van ouders en dat deze middelen betaald zullen worden uit het vermogen van BLICK. Om dit te financieren is een bestemmingsreserve gevormd voor de geschatte kosten van januari 2024 tot en met eind schooljaar 2026. In 2023 is daarom een bestemmingsreserve gevormd voor het PO van € 392.615 en voor het VO van € 33.635.
82
4. JAARREKENING
Bestemmingsreserve groot onderhoud Per 1 januari 2024 is, door een stelselwijziging van de voorziening groot onderhoud, de voorziening groot onderhoud vrijgevallen. (zie toelichting stelselwijziging). Voor het bedrag van de voorziening ad € 3.297.000 is een bestemmingsreserve groot onderhoud gevormd. Door een voorziening groot onderhoud wordt er als het ware gespaard voor toekomstige onderhoud, door het vormen van een bestemmingsreserve blijven er middelen gereserveerd staan om toekomstig onderhoud te betalen. Jaarlijks wordt er aan de bestemmingsreserve gedoteerd. De afschrijvingen van het groot onderhoud worden t.l.v. de bestemmingsreserve gebracht. Bestemmingsreserve BAPO Deze bestemmingsreserve vertegenwoordigt de tegenwaarde van de nog niet uitgeoefende spaarrechten van medewerkers op grond van de BAPO-regeling. Voorzieningen De (personele) voorzieningen dienen te worden gewaardeerd tegen de contante waarde. De voorziening spaarverlof en langdurig zieken zijn ook uitgezonderd, omdat het contant maken van deze voorzieningen nauwelijks impact zal hebben.
Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer sprake is van: • Een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; en • Waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en • Het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Voorziening onderhoud De voorziening dient ter egalisatie van de onderhoudskosten. De dotatie komt ten laste van de staat van baten en lasten. De onderhoudskosten worden direct ten laste van de voorziening gebracht. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de onderhoudsverplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Een en ander is neergelegd in een meerjarig onderhoudsplan. In de jaarrekening 2024 is de voorziening groot onderhoud € 3.297.225 door de stelselwijziging vrijgevallen. Zie toelichting stelselwijziging. Voorziening spaarverlof De voorziening spaarverlof dient ter dekking van de opgebouwde rechten voor spaarverlof. De voorziening wordt jaarlijks berekend op basis van de opgebouwde rechten van de personen die sparen voor spaarverlof. De dotatie komt ten laste van de staat van baten en lasten en eventuele vrijvallen komen ten gunste van de staat van baten en lasten. Onttrekkingen worden direct ten laste van de voorziening gebracht.
De voorziening is niet gewaardeerd tegen contante waarde, omdat de impact hiervan niet materieel is. Voorziening levensfase bewust personeelsbeleid In de cao voor het voortgezet onderwijs is voorzien in faciliteiten voor levensfasebewust personeelsbeleid. Iedere medewerker heeft, na rato van de dienstbetrekking, recht op een persoonlijk budget van 90 uur. Dit budget kan worden ingezet voor werkdrukvermindering, verlof of kan worden gekapitaliseerd. Voor medewerkers die deze uren niet inzetten voor directe werktijdvermindering ontstaan (toekomstige) verplichtingen. Voor deze verplichtingen is een voorziening gevormd die deze lasten volledig dekt. De medewerkers binnen het VO kunnen digitaal (via het personeelssysteem) een verzoek tot sparen van hun jaarlijks tegoed doen bij hun leidinggevende. In overleg tussen medewerker en leidinggevende wordt dit gehonoreerd. Bij opname van het spaartegoed worden de uren in mindering gebracht. Binnen het PO worden de beschikbare uren jaarlijks meegenomen in de normjaartaak. Het saldo van de voorziening betreft zodoende alleen het VO. Voor de voorziening levensfase bewust worden de uurtarieven na 4 jaar bevroren. Om deze reden is afgezien van waardering tegen contante waarde. Voorziening uitkeringsverplichtingen Voor de toekomstige WW-verplichtingen van medewerkers binnen het VO en PO is een voorziening gevormd.
Bij de berekening is rekening gehouden met de medewerkers die per balansdatum een WW-uitkering ontvangen en een inschatting van de werkhervattingskans per medewerker. De voorziening is gevormd voor het individuele deel van de WW (VO 25%, PO 50%) en niet voor het collectieve deel (VO 75%; PO 50%). De voorziening is niet gewaardeerd tegen contante waarde, omdat de impact hiervan niet materieel is.
83
4. JAARREKENING
Voorzieningen jubilea De voorzieningen voor het jubileumverplichtingen worden gewaardeerd tegen contante waarde, gebaseerd op een disconteringsvoet van 2,5% (2023: 2,5%). Daarnaast wordt bij de berekening van de voorziening jubileum rekening gehouden met de ‘blijfkans’ van de betreffende personeelsleden. Bij de berekening van de voorziening voor jubileumverplichting is rekening gehouden met de verwachting dat de pensioenleeftijd naar 68 jaar zal gaan. Voorzieningen langdurig zieken De voorziening langdurig zieken is opgenomen ter dekking van toekomstige loonkosten van personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend, geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid. De voorziening is niet gewaardeerd tegen contante waarde, omdat dit gelet op de negatieve rente stand geen impact heeft. BLICK op onderwijs heeft om deze reden de voorkeur gegeven aan het volgen van een bestendige gedragslijn. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde, rekening houdend met de korte periode waar de verplichting op toeziet. Voorziening transitievergoedingen De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is in werking getreden ter vervanging van de Wet werk en zekerheid (WWZ).
Dit houdt in dat bij tijdelijke contracten waarbij het bij het aangaan van het contract zeer waarschijnlijk is dat het contract niet zal worden verlengd, er een transitievergoeding dient te worden uitbetaald aan de medewerker. De voorziening wordt gevormd middels de nieuwe berekening van de transitievergoeding op medewerkersniveau maal het kanspercentage dat een medewerker geen verlenging krijgt. De voorziening kan worden gewaardeerd tegen de nominale waarde gezien de korte looptijd van deze voorziening per medewerker. Langlopende schulden Langlopende schulden – leasecontracten De leaseverplichtingen worden verwerkt tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal 1 jaar.
4.4.3 GRONDSLAGEN VOOR DE RESULTAATBEPALING Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. De baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop deze betrekking hebben. Rijksbijdragen Onder de rijksbijdragen worden de vergoedingen voor de personele en materiële exploitatie opgenomen verstrekt door het Ministerie OCW. De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft (in het jaar van toewijzing) volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Niet-geoormerkte OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1- doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening-clausule heeft) worden naar rato van de voortgang (%) van de gesubsidieerde activiteiten verwerkt in de staat van baten en lasten. De subsidies waarvoor nog niet (alle) activiteiten (prestaties) zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de vooruit ontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen.
Geoormerkte OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekening-clausule) worden ten gunste van de staat van de baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de werkelijke subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslagjaar toe te rekenen werkelijke subsidiabele uitgaven). Niet bestede middelen worden verantwoord onder de vooruit ontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord als schuld aan het Ministerie van OCW onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn (subsidietijdvak) is verlopen op balansdatum (terugvordering door Ministerie OCW).
84
4. JAARREKENING
85
Overige overheidsbijdragen en –subsidies Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen, verstrekt door gemeente, provincie of andere overheidsinstellingen. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet zijn verstrekt door het Ministerie van OCW, gemeenten, provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten (waaronder ouderbijdragen) worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het jaar zijn gespreid. De ouderbijdragen worden verantwoord op basis van het matchingsprincipe. Dit houdt in dat de baten en lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op o.a. het inhuren van extra personeel, scholingskosten en bedrijfsgezondheidszorg. De personeelsbeloningen zijn gebaseerd op de cao-VO, de cao-PO en de bestuurders cao. Pensioenen Voor de medewerkers is een pensioenregeling getroffen die kwalificeert als een toegezegde pensioenregeling. Deze pensioenregeling is ondergebracht bij het ABP.
De aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De actuele dekkingsgraad van het ABP bedroeg tijdens de jaarafsluiting 111,9% (110,5% per 31 december 2023). De risico’s van de loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdrage aan het pensioenfonds. Deze risico’s komen niet tot uitdrukking in een op de balans opgenomen voorziening.
Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gerelateerd aan de aanschafwaarde van de desbetreffende materiële vaste activa. In het jaar van investeren wordt naar tijdsgelang afgeschreven. Afschrijvingstermijnen (in jaren) Gebouwen en terreinen * Groot onderhoud ICT hardware Leermiddelen Meubilair Inventaris en apparatuur
10 – 40 jaar 2 - 48 jaar 5 – 15 jaar 8 jaar 8 – 20 jaar 5 – 20 jaar
* Op terreinen wordt niet afgeschreven. Huisvestingslasten Onder de huisvestingslasten worden de uitgaven voor huisvesting opgenomen. De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige lasten De overige lasten hebben betrekking op uitgaven die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Financiële baten en lasten De rentebaten en -lasten betreffen de op de verslagperiode betrekking hebbende renteopbrengsten en -lasten van uitgegeven en ontvangen leningen en de hieraan gerelateerde bankkosten.
4. JAARREKENING
Bepaling reële waarde Een aantal grondslagen en toelichtingen in de jaarrekening vereist de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Voor waarderings- en informatie verschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de volgende methoden bepaald. Indien van toepassing wordt nadere informatie over de uitgangspunten voor de bepaling van de reële waarde vermeld bij het onderdeel van deze toelichting dat specifiek op het betreffende actief of de betreffende verplichting van toepassing is. De reële waarde van financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen. 4.4.4 GRONDSLAGEN VOOR HET KASSTROOMOVERZICHT Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. Hierbij worden de kasstromen afgeleid uit de staat van baten en lasten en de mutaties in de balansposten ultimo boekjaar. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen.
86
4. JAARREKENING
87 4.5 TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2024
4.5.1 VASTE ACTIVA
1.2 1.2.1 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4
Materiële vaste activa Gebouwen en terreinen Gebouwen groot onderhoud Inventaris en apparatuur Overige materiële vaste activa Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op MVA Materiële vaste activa
Aanschaf Afschrijving prijs cumulatief 1-1-2024 1-1-2024 € €
Boekwaarde 1-1-2024 €
Investeringen
Afschrijv. desinvesteringen €
Afschrijvingen
€
Aanschaf desinvesteringen €
€
Aanschaf prijs 31-12-2024 €
2.961.208 0 5.481.913
782.776 0 2.977.046
1.389.881
47.523 9.880.525
2.178.432 0 2.504.867
659.295 428.074 725.394
0 0 0
0 0 0
167.917 10.989 456.988
3.620.503 428.074 6.207.307
950.693 10.989 3.434.034
2.669.810 417.085 2.773.273
866.932
522.949
60.307
0
0
101.173
1.450.188
968.105
482.083
0 4.626.754
47.523 5.253.771
0 1.873.070
47.523 47.523
0 0
0 737.067
0 11.706.072
0 5.363.821
0 6.342.251
Toelichting:
De gemeente heeft het economisch claimrecht van de schoolgebouwen. Het juridisch eigendom ligt bij BLICK. De boekwaarde van de gebouwen en terreinen bestaat vnl. uit duurzaamheidsinvesteringen voor onze gebouwen. Vanaf 2024 worden uitgaven voor groot onderhoud, door een stelselwijziging van het groot onderhoud, geactiveerd. Per 1 januari 2024 kon er worden gekozen voor het activeren en afschrijven van groot onderhoud of het hanteren van een voorziening groot onderhoud middels de componentenmethode. BLICK heeft gekozen voor het activeren en afschrijven van groot onderhoud. Zie ook de toelichting stelselwijziging groot onderhoud bij de grondslagen.
De activa in uitvoering betreffen investeringen in herhuisvesting en verduurzaming, voor bestaande of nieuwe locaties, waarvan de oplevering nog niet heeft plaatsgevonden. Ultimo 2024 zijn er geen projecten meer onderhanden.
Afschrijving Boekcumulatief waarde 31-12-2024 31-12-2024 € €
4. JAARREKENING
88
4.5.2 VORDERINGEN
1.5 1.5.1 1.5.2 1.5.8 1.5.10
1.5.13 1.5.14 1.5.16
Vorderingen Debiteuren algemeen Vorderingen op OCW Overige overheden Overige vorderingen Subtotaal vorderingen
31-12-2024 €
31-12-2023 €
730.618 121.430 612.280 0 1.464.328
376.678 139.184 280.511 112.566 908.939
404.206 120 271.366 675.692
307.749 120 558.299 866.168
2.140.020
1.775.107
Overlopende activa: Vooruitbetaalde kosten Verstrekte voorschotten Overlopende activa overige Subtotaal overlopende activa Vorderingen Toelichting:
Debiteuren Debiteuren worden gewaardeerd tegen nominale waarde en hebben een looptijd korter dan één jaar. De vordering is t.o.v. 2023 gestegen door de afrekening van Sterk Techniek Onderwijs 2020 tot en met 2024 voor een bedrag van € 508.087. Deze vordering is ontvangen in 2025. Vordering Ministerie OCW De vordering op OCW bestaat uit de bekostiging van nieuwkomers. Vorderingen overige overheden De vorderingen op de gemeenten betreft o.a. een vordering inzake de subsidie maatwerkregeling Ventilatie op scholen voor OBS de Tweemaster, deze vordering is in 2025 van de gemeente ontvangen. De overige vorderingen betreffen doorberekende huisvestingskosten. Overlopende activa overig De overlopende activa bestaat voor een bedrag van € 132.694 uit te ontvangen rente spaarrekeningen en schatkistbankieren, te ontvangen beschikking samenwerkingsverband Aan den IJssel van € 27.746, te ontvangen gelden van het Jeugd Educatie Fonds van € 54.121, te ontvangen beschikking Blauwhoed van € 20.713, te ontvangen uitkeringen van € 14.742 en overige vooruitbetalingen van € 21.350.
4.5.3 Effecten & liquide middelen
1.7 1.7.1 1.7.2 1.7.4
Liquide middelen Kasmiddelen Tegoeden op bankrekeningen Schatkistbankieren Liquide middelen
31-12-2024 €
31-12-2023 €
593 51.940 10.510.545 10.563.078
1.278 12.873.772 0 12.875.050
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van BLICK. De liquide middelen nemen in 2024 met een bedrag van € 2.311.972 af. Het in de jaarrekening opgenomen kasstroomoverzicht geeft een gedetailleerd inzicht in deze afname.
4. JAARREKENING
89
4.5.4 EIGEN VERMOGEN StelselStand per wijziging Stand per Resultaat Overige Stand per 31-12-2023 1-1-2024 1-1-2024 2024 mutaties 31-12-2024 € € € € 2.1.1 2.1.1.1 2.1.1.2
Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves publiek Groepsvermogen
2.062.328 0 2.062.328 -140.600 6.435.802 3.297.225 9.733.027 -1.356.334 8.498.130 3.297.225 11.795.355 -1.496.934
-5.502 1.916.226 5.502 8.382.195 0 10.298.421
Algemene reserve PO Algemene reserve VO Algemene reserve
2.527.497 -465.169 2.062.328
-5.502 0 -5.502
2.377.247 -461.021 1.916.226
Bestemmingsreserve publiek PO Bestemmingsreserve publiek VO Bestemmingsreserve groot onderhoud Bestemmingsreserve publiek
4.606.505 1.829.297 0 3.297.225 6.435.802 3.297.225
4.606.505 -1.119.580 321.502 1.829.297 -848.041 0 3.297.225 611.287 -316.000 9.733.027 -1.356.334 5.502
3.808.427 981.256 3.592.512 8.382.195
1.233.624 29.080 782.070 20.843
1.233.624 29.080 782.070 20.843
0 -54.519 -62.997 0
0 316.000 0 5.502
1.233.624 290.561 719.073 26.345
392.615 2.148.273
392.615 2.148.273
-134.650 -867.414
0 0
257.965 1.280.859
4.606.505 -1.119.580
321.502
3.808.427
Uitsplitsing:
Bestemmingsreserve publiek PO: Huisvesting Strategisch beleid Groei en Krimp BAPO Bestemmingsreserve afschaffen ouderbijdrage Bestemmingsreserve NPO Bestemmingsreserve publiek PO Bestemmingsreserve publiek VO: VO in transitie Werkdrukmiddelen Bestemmingsreserve afschaffen ouderbijdrage Bestemmingsreserve NPO Bestemmingsreserve publiek VO
4.606.505
0
0
2.527.497 -465.169 2.062.328
-144.748 4.148 -140.600
390.735 149.091
390.735 149.091
-120.660 -6.074
0 0
270.075 143.017
33.635 1.255.836 1.829.297
33.635 1.255.836 1.829.297
-26.328 -694.979 -848.041
0 0 0
7.307 560.857 981.256
0
Onderverdeling eigen vermogen PO en VO Het eigen vermogen van BLICK bedraagt eind 2024 € 10.298.421. Dit heeft voor € 6.185.674 betrekking op het PO, voor € 520.235 op het VO en voor € 3.592.512 op het PO/VO: - PO: totaal bestemmingsreserves: € 3.808.427 + algemene reserve € 2.377.247 = € 6.185.674. - VO: totaal bestemmingsreserves: € 981.256 + algemene reserve -/- € 461.021 = € 520.235. - PO/VO: totaal bestemmingsreserve groot onderhoud = € 3.592.512. Stelselwijziging groot onderhoud Door de stelselwijziging van de voorziening groot onderhoud is de voorziening groot onderhoud vrijgevallen. Van dit bedrag is er een bestemmingsreserve groot onderhoud van € 3.297.225 gevormd. (zie ook de toelichting stelselwijziging groot onderhoud bij de grondslagen). In 2024 is € 622.277 aan de bestemmingsreserve toegevoegd en € 10.990 aan afschrijvingen m.b.t groot onderhoud aan de reserve onttrokken. Per saldo is er € 611.287 aan de bestemmingsreserve toegevoegd. Tevens is er € 316.000, t.g.v. de bestemmingsreserve strategisch beleid, aan de bestemmingsreserve groot onderhoud onttrokken. Door de stelselwijziging is het exploitatieresutaat € 611.287 hoger. Het eigen vermogen is door het hogere exploitatieresultaat van € 611.287 en het vormen van de bestemmingsreserve groot onderhoud van € 3.297.225 in totaal € 3.908.512 gestegen.
4. JAARREKENING
90
4.5.5 VOORZIENINGEN
2.2 2.2.1
Voorzieningen Personele voorzieningen Voorzieningen
Stand per 1-1-2024
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Stand 31-12-2024
Looptijd deel < 1 jaar
Looptijd deel 1-5 jaar
Looptijd deel > 5 jaar
€
€
€
€
€
€
€
€
1.529.445 1.529.445
662.818 662.818
200.919 200.919
591.106 591.106
1.415.394 1.415.394
484.550 484.550
754.535 754.535
176.309 176.309
32.469 47.949 253.165 91.531 726.786 377.545 1.529.445
10.223 22.508 48.590 338.747 0 242.750 662.818
0 19.719 52.711 105.057 0 23.432 200.919
0 0 0 0 591.106 0 591.106
42.692 65.894 249.044 325.221 135.680 596.863 1.415.394
42.692 64.133 68.831 122.345 135.680 50.869 484.550
0 1.761 29.707 177.073 0 545.994 754.535
0 0 150.506 25.803 0 0 176.309
Uitsplitsing: 2.2.1.1 2.2.1.2 2.2.1.4 2.2.1.5 2.2.1.6 2.2.1.7
Wet arbeidsmarkt in balans Spaarverlof Voorziening jubilea Uitkeringsgerechtigden Langdurig zieken Levensfasebewust personeelsbeleid Personele voorzieningen
Voorziening groot onderhoud Door de stelselwijziging groot onderhoud is de voorziening groot onderhoud per 31 januari 2024 ad € 3.297.225 vrijgevallen. Zie de toelichting stelselwijziging groot onderhoud bij de grondslagen. Stand 31-12-2023 Vrijval door stelselwijziging Stand 1-1-2024
3.297.225 3.297.225 0
4. JAARREKENING
Voorziening jubilea Voor de vaststelling van de hoogte van de voorziening jubileumgratificaties zijn alle medewerkers van BLICK op onderwijs opgenomen die op balansdatum in dienst waren en die qua leeftijd en diensttijd in aanmerking kunnen komen voor een jubileumgratificatie. Als norm zijn de gegevens van de PO raad aangehouden. De voorziening wordt gewaardeerd tegen contante waarde, gebaseerd op een disconteringsvoet van 2,5% en een blijfkans (de kans dat een medewerker ook in de toekomst in dienst blijft van BLICK). Voorziening langdurig zieken De voorziening langdurig zieken is opgenomen ter dekking van toekomstige loonkosten van personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend, geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid. In 2024 neemt de voorziening af, doordat er minder langdurig zieke medewerkers zijn.
Voorziening levensfasebewust personeelsbeleid In 2024 heeft er een onttrekking plaatsgevonden van € 23.432 door opname en uitbetaling van gespaarde uren van medewerkers die onder de cao-VO vallen. Voorziening spaarverlof De voorziening spaarverlof heeft betrekking op verplichtingen aan VO personeel op grond van de spaarverlofregeling. De voorziening dekt 100% van de gecalculeerde verplichting. Voorziening Wet arbeidsmarkt in balans ( W.A.B. ) Bij de berekening is rekening gehouden met het aantal dienstjaren wat de medewerker in dienst is bij BLICK op Onderwijs per peildatum 31 december 2024. De uitkering bedraagt 1/3 deel van het maandsalaris, per volledig gewerkt dienstjaar. Voorziening uitkeringsverplichtingen Werkgevers dragen voor het VO 25% bij in de kosten van de wettelijke en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen van medewerkers die door ontslag de stichting hebben verlaten. Bij het PO wordt 50% bijgedragen. Bij de berekening van de hoogte van de voorziening is uitgegaan van gevallen die op balansdatum bekend waren en van de maximale duur van de uitkeringsrechten daarvan. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de voorziening uitkeringsverplichtingen. In 2024 is er een dotatie van € 338.747 doordat een aantal medewerkers uit dienst zijn gegaan die nog geen werk hebben gevonden.